Baltimore Rising

HBO

Als ons collectieve geestesoog een beeld oproept van het slagveld dat de Amerikaanse ‘war on drugs’ heeft veroorzaakt, dan belandt het vast onwillekeurig in de verloederde wijken van Baltimore, Maryland. Met dank aan schrijver David Simon, die de gevaarlijke straathoeken en bijbehorende drugshandel vereeuwigde in twee genadeloze non-fictie boeken, Homicide en The Corner, en zijn magnum opus, de veelgeprezen televisieserie The Wire.

In de degelijke documentaire Baltimore Rising (93 min.) van Sonja Sohn, die de politieagente Shakima ‘Kima’ Greggs speelde in The Wire, blijkt Simons centrale thema, de stelselmatige vertrapping van de zwarte onderklasse, bijna vijftien jaar later nog altijd springlevend. Nadat de 25-jarige Freddie Gray in 2015 sterft door hardhandig politie-optreden wordt Baltimore, dat jaarlijks hoge ogen gooit bij de verkiezing van Amerika’s moordhoofdstad, het strijdtoneel voor protesten van de Black Lives Matter-beweging.

Tegen de achtergrond van de processen tegen de agenten die betrokken waren bij de fatale arrestatie van Gray, volgt Sohn enkele activisten, agenten, buurtwerkers en de nieuwe politiecommissaris van Baltimore. Zo maakt ze de verschillende strategieën – confrontatie of juist verzoening? – voor hoe de crisis in hun stad moet worden aangepakt inzichtelijk, zonder dat dit tot wezenlijk nieuwe vergezichten of een echt dramatische ontknoping leidt.

Voyeur

Netflix

Het boek The Voyeur’s Motel moet in 2016 de kroon op de glorieuze carrière van Gay Talese als literaire journalist worden. Hij schreef over Frank Sinatra, Joe DiMaggio en de onlangs overleden Charles Manson en onderzocht in het veelbesproken boek Thy Neighbour’s Wife de seksuele moraal van Amerika in de jaren zestig en zeventig. Zo’n mooi verhaal, over een gluurder met zijn eigen motel, werd hem in zijn lange en imposante carrière echter niet eerder in de schoot geworpen.

De tintelende documentaire Voyeur (95 min.) belicht de pas de deux van twee hoogbejaarde mannen die hun leven en carrière met een daverende klap willen besluiten: de gevierde schrijver Talese, representant van de New Yorkse elite, en de schmutzige moteleigenaar Gerald Foos uit Colorado, die jarenlang via speciaal aangelegde roosters zijn eigen gasten bespiedde. Sinds 1980 hebben de mannen contact met elkaar. Ruim 35 jaar later besluiten ze om eindelijk naar buiten te treden.

De filmmakers Myles Kane en Josh Koury volgen de schrijver en zijn heerlijke ‘larger than life’-personage in de aanloop naar de publicatie van Taleses long read over Foos in The New Yorker, waarmee zijn boek lekker in de markt moet worden gezet. Niet veel later slaat de twijfel toe bij de oude rot Gay Talese, die alles al meegemaakt denkt te hebben: is dit een mooi verhaal óf gewoon te mooi om waar te zijn?

Het spannende verhaal van Talese en ‘peeping tom’ Gerald Foos heeft natuurlijk ook de interesse van Hollywood gewekt. Steven Spielberg en Sam Mendes hadden zelfs concrete plannen om er een speelfilm van te maken. Toen ze hoorden van de documentaire Voyeur hebben ze die echter afgeblazen.

In Het Spoor Van IS

BNNVARA

Mosul, de eerste stop van Sinan Cans reis door Irak en Syrië, is bijna bevrijd van de terreur van Islamitische Staat als hij er arriveert. Ooit moeten er mensen hebben geleefd in de stad waar in 2014 het kalifaat werd uitgeroepen. Nu maakt een stelletje militairen, dat de volledig verwoeste Irakese stad heeft terug veroverd, er selfies met lijken. Gesneuvelde IS-strijders, zeggen ze. Maar het kunnen ook onschuldige slachtoffers zijn, constateert Can. Hij kan het even niet aanzien.

Als één Nederlandse journalist in de afgelopen jaren de gruwelijke nasleep van de Arabische lente in perspectief heeft geplaatst, dan is het de Turkse Nederlander Sinan Can, die zich in 2015 ook al waagde aan de documentaireserie Bloedbroeders over de Armeense genocide. In het tweeluik In Het Spoor Van IS (tweemaal 40 min.), geregisseerd door Jochem Pinxteren, reconstrueert hij de bloedige geschiedenis van de organisatie die zich in korte tijd ontwikkelde tot dé schrik van de westerse wereld.

Can gaat daarvoor terug naar de aanslagen van Osama Bin Ladens Al-Qaeda op 11 september 2001 en de navolgende Amerikaanse inval in Irak en bezoekt, beveiligd door leden van een sjiitische militie, de bijbehorende plekken, zoals de bunker waar de gevallen Irakese dictator Saddam Hoessein zich verschuilde, een brug waaraan twee Amerikaanse beveiligers werden opgehangen en Raqqa, de hoofdstad van Daesh (alias IS) in Syrië.

Op kousenvoeten loopt Sinan Can door het sektarische mijnenveld dat in deze landen is ontstaan en neemt ondertussen, samen met strijders en gewone burgers, de fysieke en menselijke schade op. Met heldere uitleg, indringende persoonlijke verhalen en een arm om iemands schouder schetst hij de achtergronden en nuances van de oorlog. Als geschiedenisles zou dit indringende tweeluik bepaald niet misstaan op middelbare scholen. In Het Spoor Van IS lijkt me tevens een probaat middel tegen al te gemakkelijke oordelen over vluchtelingen uit deze zwaar getroffen regio.

5 Broken Cameras

Cinema Delicatessen

Er lag een enorme berg beeldmateriaal. Zonder begin of einde. De Palestijnse cameraman Emad Burnat zag door de bomen allang het bos niet meer. Totdat hij toch een logische structuur vond: de vijf camera’s waarmee hij al die beelden had geschoten. Elk exemplaar vertelde zijn eigen verhaal. En met die vijf verhalen had Burnat zijn film.

En 5 Broken Cameras (86 min.) is een ronduit verpletterende film geworden. Een diep menselijke aanklacht tegen Israëls nederzettingenpolitiek, verteld vanuit Palestijns perspectief. Burnat legt vast hoe zijn dorp Bil’in op de westelijke Jordaanoever, van oudsher Palestijns terrein, langzaam maar zeker wordt ingesloten door oprukkende Joodse kolonisten en het Israëlische leger dat hun komst faciliteert.

Het verhaal van Bil’in begint gaandeweg te lijken op een soort navrante variant op dat ene dorpje uit de Asterix en Obelix-strips, dat zich met de moed der wanhoop blijft verzetten tegen de grote overheerser. Een dorpje met zijn eigen heethoofden, diplomaten en martelaren. Binnen die explosieve atmosfeer probeert filmer én vader Emad Burnat, ondersteund door zijn Israëlische co-regisseur Guy Davidi, het hoofd enigszins koel, zijn camera enigszins steady en zijn gezin enigszins veilig te houden.

Behalve de voorspelbare kritiek – mag een Palestijn samenwerken met een Jood bij een film over zo’n precair onderwerp? – bezorgde hem dat ook de publieksprijs op het IDFA van 2012, de allereerste Palestijnse Emmy Award én een Oscar-nominatie. In de aanloop naar die uitreiking, waarbij Searching For Sugar Man er met de prijs vandoor ging, werd Burnat nog een tijd vastgehouden op het vliegveld van Los Angeles. Hij zou niet de juiste papieren bij zich hebben gehad. Zou hij zijn zesde camera toen thuis hebben gelaten?

Score


Zodra dat uit duizenden herkenbare surfgitaarloopje weerklinkt, waan je je direct in de wereld van Agent 007 die wordt bedreigd door het Spectre van Ernst Stavro Blofeld. Bij die overbekende pompeuze synthesizerklanken krijg je direct de neiging om als een ongetrainde Rocky Balboa een enorme trap te beklimmen en vervolgens zegevierend je vuisten ten hemel te heffen. En het dreigende Jaws-thema zorgt ervoor dat je zelfs in het poedelbadje van je kinderen op zoek gaat naar een opstomende haaienvin.

In Score (89 min.) zet regisseur Matt Schrader de schijnwerper op (de geschiedenis van) filmmuziek en de invloed die soundtracks hebben gehad op de ontwikkeling van het medium film. Aan de hand van grote componisten als John Williams, Thomas Newman en Hans Zimmer stoomt de documentaire van filmklassieker naar blockbuster. Behalve een feest der herkenning voor cinefielen levert dat ook tips en tricks van de musici op en inzicht in de psychologische betekenis van filmmuziek.

‘De componist fungeert bijna als een soort therapeut’, beweert Hollywood-icoon James Cameron. ‘Uit wat de regisseur zegt haalt hij de essentie.’ Soms wordt bijna tastbaar hoe dat in zijn werk gaat. Kijk bijvoorbeeld hoe Rachel Portman live op haar piano meespeelt met een voorlopige montage van de film Race, op zoek naar de juiste toon. Score, waarin ook de Nederlander Tom Holkenborg (Mad Max: Fury Road) uitgebreid aan het woord komt, is gelardeerd met zulke fascinerende scènes, aangevuld met een stortvloed aan hoogtepunten uit de filmhistorie.

Meth Storm

HBO

Ze heeft een zogenaamde ‘sepmoel’. Zo’n ingevallen mond, waaruit alle tanden allang zijn weggerot. Die moel kampt bovendien met een ongecontroleerd om zich heen likkende tong. Over schrale lippen, natuurlijk. Veronica Converse is pas 43 jaar oud, maar leeft al ruim zeventien jaar met een verslaving aan metamphetamine en oogt daardoor volledig afgetobt.

Ook haar twee ‘white trash’-zoons Teddy en Daniel zetten regelmatig een spuit, begeven zich in schimmige deals om hun naaldinhoud te financieren en proberen daarnaast uit handen van de plaatselijke Drugs Task Force te blijven. Intussen zorgt de gedegenereerde familie Converse uit Alabama gezamenlijk, op de een of andere manier, nog voor enkele kleinkinderen.

Nee, Meth Storm (96 min.) vertelt geen opwekkend verhaal. Vanuit de zuidelijke plattelandsstaat belicht de film de ‘opioid crisis’ die overal in de Verenigde Staten wild om zich heen grijpt. De filmende broers Brent en Craig Renaud kijken daarbij zowel naar de dealende en gebruikende armoezaaiers als naar de politieagenten, die hen proberen in te rekenen en zo bij de verantwoordelijke Mexicaanse drugskartels willen komen.

De verwoestende harddrug crystal meth lijkt in dit stukje vergeten Amerika zowel symptoom als veroorzaker van een heleboel ellende; armoede en gebrek aan perspectief hebben geleid tot massale zelfmedicatie via de naald, die als vanzelf weer tot collectieve armoede en een totaal gebrek aan perspectief leidt. De complete gemeenschap gaat eraan kapot. Mensen, die voorheen elkaars vrienden of buren waren, komen in deze rauwe, compromisloze film lijnrecht tegenover elkaar te staan.

Leve De Vrijwilliger


Achter het land van Zwarte Piet, #metoo en de dividendbelasting gaat – ik zou het soms zelf ook bijna vergeten – nog een geheel ander Nederland schuil: het land van gewone Nederlanders die gewoon, heel gewoon, goed proberen te doen. Michiel van Erp portretteert deze parallelle wereld in de constructieve documentaire Leve De Vrijwilliger! (53 min.).

Kun je bij het werk de vrijwilliger bedenken?, bedacht ik me, vanuit mijn rol als (zogenaamd) kritische kijker, bij het begin van de film. Waar vind je de idealisten, de zorgers en de mensen die zelf ook wel om een praatje verlegen zitten? Na tien minuten heb ik de vraag omgedraaid: waar vind je ze eigenlijk niet? Bij het geboortehotel, de amateurvoetbalclub, het ziekenhuis en de zwerfkattenopvang is er in elk geval geen gebrek aan optimistische handen-uit-de-mouwen types.

Van Erps karakteristieke voiceover leidt de kijker soepeltjes door die wirwar van mensen en klusjes. Daarbij ontbreekt de ironische ondertoon die zijn vroege werk vaak kenmerkte. Hij kiest ook niet voor een traditionele verteltrant, waarbij enkele hoofdpersonen gedurende de hele film worden gevolgd, maar vormt een mozaïek van allerlei losse, nauwelijks met elkaar verbonden elementen. Een risicovolle aanpak. Want krijgt de kijker op die manier voldoende houvast?

Leve De Vrijwilliger! houdt de aandacht echter moeiteloos vast. De onverkort positivistische toon van de film werkt bovendien echt aanstekelijk. En als koning Willem-Alexander op bezoek komt bij een tuinproject voor (verslaafde) daklozen in Apeldoorn raakte ik als verstokte Republikein zelfs even ontroerd. Zo gaat elke vorm van cynisme voor een ogenblik aan de kant bij/voor dit caleidoscopisch portret van een Nederland, waarin eigenlijk iedereen zich thuis kan en mag voelen.

Forbidden Games: The Justin Fashanu Story


‘Ik ga niet spelen of me omkleden in de buurt van…’, zegt de Britse voetbalinternational John Fashanu (Wimbledon) zonder te verblikken of verblozen tijdens een televisie-interview uit 1990. Hij heeft het over zijn oudere broer Justin, die zojuist als eerste voetbalprof uit de kast is gekomen. Justin en John groeiden samen op, als de donkere kinderen van een blank pleeggezin.

Justin Fashanu, de hoofdpersoon van Forbidden Games (80 min.), was allereerst een getalenteerde voetballer. In 1980 scoorde hij het doelpunt van het jaar in Engeland, een jaar later werd hij de eerste zwarte speler waarvoor een miljoen pond werd betaald. Bij Nottingham Forest wilde het echter niet lukken met de Engelse jeugdinternational. Hij moest al snel weg. Volgens oud-medespeler Frank Clark omdat manager Brian Clough, zelf onlangs ook de hoofdpersoon van een documentaire, had gehoord dat Fashanu regelmatig het plaatselijke gaycircuit bezocht.

In de navolgende jaren zwierf de ooit zo veelbelovende aanvaller van B-club naar C-vereniging, terwijl hij ondertussen van het ene in het andere schandaal belandde; van een affaire met een Brits parlementslid tot roddels over seks met minderjarige schandknapen. Fashanu, de ontheemde zwarte jongen die vanwege zijn talent ooit liefdevol was opgenomen door de voetballerij, werd gaandeweg een outcast in diezelfde wereld.

Het is een dramatisch en gelaagd verhaal, waarbij de gecompliceerde hoofdpersoon echt niet alleen slachtoffer van zijn situatie is. Met vaste hand portretteren de filmmakers Adam Darke en John Carey de met tragiek omgeven Justin Fashanu in deze boeiende documentaire, die het niveau van de gemiddelde sportfilm met gemak ontstijgt.

Homoseksualiteit en voetbal, het blijkt een dikke twintig jaar later nog altijd een ongemakkelijk huwelijk. Deze week was er bijvoorbeeld ophef rond oud-international Ruben Schaken, die in zijn biografie memoreerde dat hij bij Feyenoord met twee homo’s zou hebben gevoetbald en daarbij ook nadrukkelijk vermeldde dat hij zich daarvan distantieerde.

Persoonlijke noot: in 2005 maakte ik voor Omroep Brabant een portret van zaalvoetbalinternational en -oud-prof John de Bever, tegenwoordig actief als levensliedzanger, die zich toen openlijk uitsprak over zijn homoseksualiteit. Voor zover ik weet is hij de bekendste Nederlandse voetballer die uit de kast is.

Beerput Nederland


De titel verraadt het al: de beerput van de firma Nederland wordt hier helemaal opengetrokken. Deze journalistieke documentaire van Wilfried Koomen schetst een ontluisterend beeld van een halve eeuw milieucriminaliteit in Nederland, waarbij alle grote affaires – van het lozen van afvalwater in Krimpen aan den IJssel tot de brand in Moerdijk – gedetailleerd de revue passeren.

Daaruit komt een consistent beeld naar voren: (grote) bedrijven spelen handjeklap met de overheid en kunnen dus ongegeneerd chemisch afval dumpen en onverantwoorde risico’s nemen met de volksgezondheid. Of zoals Ben Ale, emeritus hoogleraar van de TU in Delft, het uitdrukt: ‘De overheid is er niet om de burger te beschermen tegen vervuilende bedrijven, maar om de winst van bedrijven te maximaliseren.’

Beerput Nederland (88 min.) is goed gedocumenteerd, maar wil ook duidelijk een punt maken en slaat daarbij spijkers met koppen. Zo worden bepaalde politici (Neelie Kroes, Ivo Opstelten en – in mindere mate – Jan Pronk) stevig aangepakt. Volgens de maker krijgen ze later op de avond bij de talkshow Jinek de kans om te reageren, want als we Beerput Nederland mogen geloven hebben ze wel het een en ander uit te leggen.

Koomen is ook nieuwe misstanden op het spoor gekomen. Met behulp van een anonieme bron leegt hij een verse beerput. Zijn film maakt zeer aannemelijk dat de inhoud van een nieuwe milieuwet voor een groot deel wordt bepaald door bedrijven, die zijn veroordeeld vanwege milieucriminaliteit. Dat zou een kwalijk geval zijn van ‘u vraagt, wij draaien’. Daar zit niet zomaar een luchtje aan. Dat stinkt gewoon.

Radiohead: Meeting People Is Easy


Als je er al je hele leven van droomt om eens met een wereldberoemde band de wereld rond te toeren, neem dan beslist Meeting People Is Easy (93 min.) tot je. Geloof me, deze documentaire van Grant Gee over Radiohead werkt als een ontmoedigingscursus en geneest je vast voorgoed van die behoefte.

Het is nu twintig jaar geleden dat de Britse groep zijn derde langspeler OK Computer uitbracht, een plaat die in de hele wereld werd onthaald als een absoluut meesterwerk. Tot afgrijzen van de band zelf. Niet veel later ging Radiohead op wereldtournee. En Gee’s camera mocht mee. Nooit eerder (of later) werd het leven ‘on the road’ zo genadeloos opgetekend.

Het Engelse vijftal laat het zich eerst nog braaf aanleunen; de overspannen loftuitingen, schijninterviews, tijdvretende fotosessies, ongemakkelijke ontmoetingen met hysterische fans, zenuwslopende clipopnames, kunstjes in televisieprogramma’s waarnaar ze zelf nooit zouden kijken, meetings met plaatselijke platenmaatschappijmedewerkers en tergend trage reisuren. Alsof het nooit, echt nooit, genoeg is.

Gaandeweg begint de alternatieve popgroep uit Oxford te morren en komt voorzichtig in verzet. Vanuit het besef dat deze lopende band, niet voor niets de muziekindustrie genoemd, pas halt houdt als je he-le-maal bent leeg getrokken en alles uit je handen laat vallen – of dreigt om dat te doen. Als een vijfkoppige zombie gaat Radiohead uiteindelijk ruim een jaar later huiswaarts.

Je kunt Grant Gee verwijten dat hij zijn roze bril bewust thuis heeft gelaten en elk willekeurig tafereel grijsgrauw inkleurt. Dat levert nochtans onvergetelijke scènes op – zoals het moment waarop zanger Thom Yorke tegen heug en meug het popblad NME bedankt voor het uitroepen van OK Computer tot album van het jaar – die bovendien wonderwel aansluiten bij de atmosfeer van Radioheads zwaarmoedige muziek.

Meeting People Is Easy is een soort eindeloze treurmars door de hele godganse popwereld, die je langzaam maar zeker, in het kielzog van Radiohead zelf, helemaal verzwelgt. De vervreemdende videotrack bij de collectie lijfliederen waarmee een complete generatie alto’s is opgegroeid in de jaren negentig.

Patience, Patience, T’Iras Au Paradis!


Geduld, straks ga je naar het paradijs!, luidt de Nederlandse titel van deze Belgische documentaire, die in 2015 de Prix Europa voor beste televisieprogramma over diversiteit en de multiculturele samenleving won. In deze levenslustige film van Hadja Lahbib neemt een groepje oudere moslima’s uit Brussel geen genoegen meer met die belofte voor het hiernamaals en besluit om de bloemetjes eens ongegeneerd buiten te gaan zetten.

Hun hele leven hebben ze  netjes voor het huishouden en de kinderen gezorgd. Nu ze eindelijk hun handen vrij hebben, ontdekken Mina en haar goedlachse vriendinnen, geïnspireerd door de vrijgevochten Marokkaanse poetry slamster Tata Milouda, dat een islamitische vrouw nog een ánder leven kan leiden, ontdaan van de vertrouwde huiselijke plichten.

Ze leren lezen en schrijven, bezoeken de opera en besluiten uiteindelijk zelfs om een trip naar New York te maken. Als kijker krijg je ondertussen zicht op een wereld die doorgaans verborgen blijft. Het leidt tot een even voorspelbare als opzienbarende conclusie: ‘t zijn net gewone mensen, daar onder die hoofddoek. Uitroepteken.

De Belgische moslima’s kletsen en giebelen in Patience, Patience, T’Iras Au Paradis! (50 min.) net zo uitbundig als het gemiddelde clubje Nederlandse vrouwen van onbestemde leeftijd, dat in het weekend winkels, musea en restaurants onveilig maakt. Waar die meestal al snel op de zenuwen beginnen te werken, roepen de hoofdpersonen van deze hartverwarmende film vooral gevoelens van vertedering op.

My Own Private War

Taskovski

Drie generaties van haar familie zijn in Nederland beland. Haar zoontje Sergej is er geboren en weet niet beter. Haar ouders Vesna en Vojo, in eigen land chemicus en professor, zijn nu respectievelijk vrijwilliger bij vluchtelingenwerk en lid van de schaakclub. Zelf kan Lidija Zelovic zich maar niet losmaken van haar geboorteland. Ze wil de ultieme film maken over de oorlog die hen van huis en haard verdreef.

Zelovic kwam ruim twintig jaar eerder alleen over vanuit het voormalige Joegoslavië, twee jaar later werd ze in Nederland herenigd met haar ouders. In de egodocu My Own Private War (56 min.) uit 2015 haalt ze samen met hen bitterzoete herinneringen op aan haar onbezorgde jeugd in Sarajevo en onderzoekt wat de burgeroorlog bij de mensen uit haar omgeving heeft aangericht (en wat die mensen intussen zelf hebben aangericht).

In haar voormalige ouderlijke huis vindt Zelovic bijvoorbeeld oude liefdesbrieven van haar ouders, relikwieën van een verloren tijd en leven die droef en weemoedig stemmen. En op een onbewaakt ogenblik loopt ze haar neef Zeljko tegen het lijf, die tijdens de oorlog dienst heeft gedaan als Servische sluipschutter. Niemand zit eigenlijk op zijn verhaal te wachten, zo constateert zijn nicht. Voor de buitenwereld is hij ‘gewoon’ een agressor.

Via haar persoonlijke familiegeschiedenis schetst Zelovic zo de verschillende kanten en gevolgen van een oorlog, die natuurlijk louter verliezers kent. Toch is My Own Private War uiteindelijk geen deprimerende film. Te midden van de persoonlijke drama’s vindt de filmmaakster, die confrontaties niet uit de weg gaat, voldoende aanknopingspunten voor een enigszins hoopvolle slotconclusie: ook als je veel (van jezelf) kwijtraakt, is er reden genoeg om te leven.

Saving Capitalism

Netflix

Robert Reich wordt zo langzamerhand de Al Gore van de inkomensongelijkheid. In de jaren negentig zaten ze samen in de regering van de Amerikaanse president Bill Clinton. Gore als vicepresident, Reich als minister van Sociale Zaken. In de jaren daarna werden ze respectievelijk milieu-activist en propagator van een eerlijkere economie.

Al Gore presenteerde in 2007 de documentaire An Inconvenient Truth, die regisseur Davis Guggenheim een Oscar opleverde en Gore zelf de Nobelprijs voor de Vrede bezorgde. Dit jaar volgde An Inconvenient Sequel: Truth To Power. Van Reich verscheen in 2013 de documentaire Inequality For All, die nu een vervolg krijgt met Saving Capitalism (73 min.).

De econoom Reich is een voormalige studiegenoot van de Clintons – hij beweert zelfs Bill aan Hillary te hebben voorgesteld – en maakt zich al sinds zijn vertrek uit hun regering in 1997 druk over de toenemende tweedeling in de Amerikaanse samenleving. Voor zijn nieuwste boek Saving Capitalism gaat hij tijdens de navolgende boektour in gesprek met gewone Amerikanen die het hoofd nauwelijks boven water kunnen houden.

Intussen geeft Reich een soort college over de Amerikaanse economie en de manier waarop grote bedrijven, soms op bijzonder slinkse wijze, invloed uitoefenen op de politiek. Dat mag dan een bekend verhaal zijn. Zo bij elkaar en in perspectief gezet levert het toch een schrikbarend beeld op; van een democratie waarin de doorsnee Amerikaan volledig buitenspel is gezet (en daarom zijn toevlucht maar zoekt tot populisme).

Filmisch heeft deze documentaire van Jacob Kornbluth misschien niet al te veel om het lijf, maar als pamflet voor een eerlijkere wereld, in de rug gedekt door cijfers en onderzoek, kunnen Saving Capitalism en de altijd optimistische Robert Reich wel degelijk nuttig werk verrichten.

Motherland


Aan de naamkeuze zijn soms heuse brainstormsessies vooraf gegaan, de inrichting van de kinderkamer heeft waarschijnlijk tot menige echtelijke crisis geleid en het geboortekaartje moet getuigen van evenveel levenswijsheid als goede smaak. In Nederland kan het krijgen van een kind uitgroeien tot een zogenaamd ‘life changing event’, waarbij liefst niets aan het toeval wordt overgelaten.

Niet op de Filipijnen. Daar worden kinderen gewoon geboren. Punt. Amechtig kermend komen ze ter wereld, net als bij ons. Maar dat is dan ook vrijwel de enige gelijkenis. Het Dr. Jose Farella Memorial Hospital heeft geen goed geoutilleerde verloskamers, waarin privacy en comfort optimaal zijn gegarandeerd. Moeder en kind leren met elkaar leven op een enorme, zwaar overbevolkte kraamzaal. Het is zelfs maar de vraag of er voor iedereen een eigen bed is.

Aan geboorteplanning doen ze ook nauwelijks in de straatarme sloppenwijken van Manilla, zo blijkt uit deze trefzekere documentaire, die dit jaar op het Sundance Film Festival werd bekroond met de World Cinema Documentary Special Jury Award. Op de afdeling verloskunde worden dagelijks zo’n honderd kinderen geboren. En daar zijn ze op geen enkele manier op berekend. Net als de prille ouders overigens, die het ook maar lijkt te overkomen.

Motherland (94 min.) is desondanks geen sombere film. Regisseur Ramona S. Diaz heeft oog voor de humor binnen ‘De Baby Fabriek’ en laat ook de kameraadschap tussen de (veelal letterlijk) jonge moeders en vaders zien. Bijvoorbeeld als één van de vrouwen haar kind kwijt is en te midden van al die andere baby’s op zoek moet. Binnen deze opmerkelijke omgeving voltrekt zich intussen, met de regelmaat van de klok, het wonder van nieuw leven. Als de normaalste zaak van de wereld.

Boudewijn Büch: Verdwaald Tussen Feit En Fictie

NTR

Hij heeft zich wat mij betreft onsterfelijk gemaakt, schrijver/televisiepersoonlijkheid Boudewijn Büch, met zijn messcherpe aanklacht tegen de publiek beleefde rouw na de moord op Pim Fortuyn in 2002: ‘De dood dient dood te blijven: stil, verdrietig en ongelooflijk doodstil.’

Enkele maanden later overleed Büch zelf, op 53-jarige leeftijd. Zoals hij zelf al had aangekondigd: hij kon niet meer leven met Het Carnaval Der Rouwenden. Na Büchs dood bleven de raadselen over zijn leven, die inmiddels de grondstof hebben gevormd voor de biografie Boud en twee documentaires.

In Boudewijn Büch  – De Dichter, De Dodo En Het Demasqué (52 min.) uit 2008 probeert Coen Verbraak samen met intimi en prominenten, zoals Diederik van Vleuten, Gerrit Komrij en Maarten ’t Hart, de ‘trieste ADHD-dichter’ (Harry de Winter), ‘dancing clown’ (vriendin Loan Son) en ‘een raar, dik, klein presentatortje uit Holland’ (Büch zelf) te duiden.

Centrale thema daarin is de fascinerende manier waarop hij in zijn verhalen, zowel zijn beweringen tegenover vrienden als de gebeurtenissen die uiteindelijk in romanvorm werden gegoten, omgaat met de (on)waarheid. ‘Het verzonnen leven’, zoals Adriaan van Dis dit noemt. Of ‘het personage Boudewijn Büch’, met zijn eigen breed uitgemeten fascinaties. Voor Mick Jagger, Goethe en blonde jongetjes bijvoorbeeld.

Die verhalen – waar, flink aangedikt of geheel verzonnen – domineren ook Boudewijn Büch – Verdwaald Tussen Feit & Fictie (56 min.) uit 2016. Deze spannende film van Leo de Boer, die donderdag wordt herhaald in Het Uur Van De Wolf, voert zijn biografe Eva Rovers op als verteller. Zij doorzocht Büchs persoonlijke archieven en diepte daaruit ook allerlei persoonlijke geschriften op, die worden voorgelezen door mensen uit zijn directe omgeving.

Waar Verbraak via Büchs werk en carrière stiekem bij hem naar binnen probeert te sluipen, richt De Boer zich vrijwel volledig op Boudewijns innerlijke leven. Tezamen schetsen de twee documentaires een indringend portret van een kleurrijke, gecompliceerde en tragische figuur, die blijkbaar niet met de naakte waarheid kon of wilde leven.

Alicia

VPRO

Ze gaat haar hondje van de hand doen via Marktplaats, vertelt Alicia’s moeder. Het is een keilief beestje hoor, maar het heeft een slechte start gemaakt en daar heeft zij het geduld niet voor. Alicia, na haar geboorte uit huis geplaatst, staat erbij. Het negenjarige meisje is een dagje thuis om haar verjaardag te vieren en gaat later weer gewoon terug naar het kindertehuis.

In de aangrijpende fly on the wall-documentaire Alicia (90 min.) volgt Maasja Ooms gedurende drie jaar het verweesde negenjarige kind dat op haar vijfde, na de dood van haar pleegvader bij wie ze enkele jaren heeft gewoond, in een kindertehuis is beland. In de Maashorst in het Brabantse Reek lijkt ze wel op haar plek. ‘Niemand vindt mij lief’, staat er niettemin te lezen in de rapportage van het tehuis. ‘Ik kan er net zo goed niet zijn.’

Gaandeweg gaat het steeds minder goed met de stevig puberende Alicia, die niet meer blijkt te handhaven in Reek en daarna een rondgang door de Nederlandse jeugdzorg moet maken. Intussen probeert ze de relatie met haar moeder, die ook weer haar eigen verhaal blijkt te hebben, in stand te houden. Als kijker zie je het met een kolossale steen in je maag aan. Zijn kwetsbare meisjes zoals Alicia dan nergens op hun plek?

Alicia is zo’n film die je heimelijk blijft achtervolgen en op onverwachte momenten plotseling toeslaat. Als je willekeurige tienermeisjes ziet, als je leest over het belang van hechting in de jongste jeugdjaren of als je, gewoon, heel gewoon, even naar je eigen kinderen kijkt.

Independent Boy

VPRO

Hij had gewoon een schop onder zijn hol nodig. Metin Fennema, de hoofdpersoon van de documentaire Independent Boy (56 min.) die zijn vriend Vincent Boy Kars over hem maakte. Metin, een wat schlemielige jongen met snor, bloempotkapsel en een petje – een typetje bijna – moet nodig het huis uit en zou eindelijk ook eens wat met zijn muziek moeten doen.

Zijn moeder heeft daar weinig vertrouwen in, zo laat ze hem bij aanvang van de film weten. En dus neemt Kars voor een maand de regie over in het leven van zijn vriend. Morgen staat er een busje voor de deur, meldt hij de verbouwereerde Metin en zijn moeder. Hij gaat op zichzelf wonen. Wat de rest van het experiment gaat brengen, weet dan nog niemand.

In hoeverre is het leven maakbaar, vragen Kars en Fennema zich intussen af. En zou je dat eigenlijk moeten willen? Het zijn serieuze vragen die tijdens deze lekker wringende film, waarbij je je voortdurend afvraagt wat er spontaan is vastgelegd en wat er speciaal voor de camera is geënsceneerd, gaandeweg van een plausibel antwoord worden voorzien.

Het experiment is dan allang zijn spannende beginfase voorbij, waardoor ook filmmaker Vincent Boy Kars zelf – hoe kan het ook anders? – met de billen bloot moet.

Chasing Trane


Halverwege de jaren vijftig lijkt zijn kostje gekocht. John Coltrane heeft een plek bemachtigd in de band van jazzlegende Miles Davis. De wereld ligt open voor de Amerikaanse stersaxofonist. Net als veel andere grootheden uit zijn metier heeft hij echter één probleem: die godvergeten naald. Eerder werd hij al eens door Dizzy Gillespie ontslagen vanwege drugsgebruik.

Coltrane heeft geen keuze, zo realiseert hij zich. Hij moet afkicken en gaat dus ‘cold turkey’, waarna hij zonder die eeuwige aap op zijn rug z’n loopbaan vervolgt. ‘Trane’ komt terecht bij alweer een jazzicoon (Thelonious Monk), start een solocarrière en mag later zowaar terugkeren bij Davis om het legendarische album Kind Of Blue op te nemen. Hij is terug van eigenlijk nooit weggeweest. Op weg naar muziek waarin hij ziel en zaligheid kan leggen, vereeuwigd op de langspeler A Love Supreme.

Chasing Trane (84 min.) van John Scheinfeld is een liefdevol portret van de ongrijpbare saxofonist, waarbij acteur Denzel Washington een stem geeft aan Coltrane zelf, met teksten uit interviews en liner notes. Hij wordt in de rug gedekt door een keur aan Amerikaanse prominenten; zijn jazzcollega’s Sonny Rollins en Jimmy Heath, de Afro-Amerikaanse intellectueel Cornel West, amateursaxofonist (en o ja, oud-president) Bill Clinton en popmuzikanten zoals Carlos Santana, Common en John Densmore (The Doors).

Hun verhalen en bespiegelingen, gepaard aan Coltranes weldadige muziek en fraaie archiefbeelden van de man in topvorm, schetsen een gloedvol beeld van de rasmuzikant, die op veertigjarige leeftijd overleed en in 1992 postuum een Grammy Lifetime Achievement Award kreeg.

Piet Is Weg

Nederlands Film Festival

Was het een ongeluk? Moord? Zelfdoding? Of toch een (geslaagde) poging om een geheel nieuw leven op te bouwen? Piet Beentjesverdween in 1987 tijdens een bezoek aan Texel. Sindsdien werd er nooit meer iets vernomen van de 28-jarige man uit Heemskerk, die in verwarde toestand op het Waddeneiland aankwam.

Dertig jaar later praat Jaap van Hoewijk met zijn zus Toos, familieleden, buurtgenoten, collega’s en direct betrokkenen over Beentjes’ leven en reconstrueert hij de gebeurtenissen in de dagen voor en na zijn plotselinge verdwijning. Piet Is Weg (64 min.) is geen zoektocht die tot een sluitend antwoord moet leiden, maar een exploratie van zijn leven en motieven.

Voor Toos Beentjes is de verdwijning drie decennia na dato nog altijd actueel. Met geboortekaartjes, kinderfoto’s en schoolrapporten (‘bewijs dat Piet bestaan heeft’) brengt ze haar broer weer tot leven en blijft ze zoeken naar antwoorden. Worstelde hij met zijn homoseksualiteit of onverwerkt familieleed? Liep hij tegen de verkeerde mensen aan? Of was wat er gebeurde ‘gewoon’ stom toeval?

De documentaire Piet Is Weg, die eveneens in competitie is om tijdens het IDFA te worden gekozen tot beste Nederlandse film, is een intrigerende ontdekkingstocht, waarin vragen worden opgeworpen die soms niet (kunnen) worden beantwoord en die Van Hoewijk tevens naar onverwachte uithoeken van het verhaal brengt.

De geïnterviewden zitten intussen midden in beeld en spreken recht in de camera, alsof ze verantwoording afleggen aan de kijker. Wat zou er volgens hen gebeurd kunnen zijn met Piet? En hoe onmogelijk is het dat die vraag waarschijnlijk nooit definitief kan worden beantwoord?

Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring A Very Special, Contractually Obligated Mention Of Tony Clifton

Netflix

Met de speelfilm Man On The Moon uit 1999 presteerden enkele grootheden uit het metier op de top van hun kunnen. Had topregisseur Milos Forman zijn oude dag bijvoorbeeld beter kunnen beginnen dan met deze ontroerende film? Schreef de Amerikaanse band R.E.M. in zijn lange carrière een mooier liedje dan de melancholieke titeltrack? En was de Amerikaanse komiek Jim Carrey ooit beter op dreef als serieus acteur?

Carrey verloor zich tijdens de opnames volledig in zijn personage, de dwarse comedian Andy Kaufman en diens helemaal onmogelijke alter ego Tony Clifton. Ook als de camera’s niet draaiden bleef hij op de filmset volledig ‘in character’ alles en iedereen ontregelen. Waaronder zichzelf. Vóóral zichzelf, zou je kunnen zeggen.

‘Ging ik te ver?’, vraagt hij zich nu af voor de camera van Chris Smith. De ronduit fascinerende documentaire Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring A Very Special, Contractually Obligated Mention Of Tony Clifton (93 min.) wordt volledig verteld vanuit het point of view van Jim Carrey. Via Andy Kaufman (her)ontdekt hij zichzelf.

Hij krijgt die kans letterlijk. Voor Man Of The Moon werd een zogenaamde Electronic Press Kit gemaakt, die nooit is uitgebracht. De filmmaatschappij wilde destijds niet dat mensen door het filmpje ‘Andy Lives’ zouden gaan denken dat Carrey ‘een asshole’ was – of dat ze, ook niet onlogisch, aan zijn geestelijke vermogens zouden gaan twijfelen.

Het is bijna eng om te zien hoe Jim in die achter de schermen-beelden Andy wordt. Leven en kunst zijn volledig met elkaar verknoopt geraakt. Hoe kom je daar weer gezond uit? De openhartige acteur zelf verwoordt het nu vrij simpel: hij had vakantie van Jim Carrey. Naderhand wachtte gewoon weer zijn eigen leven, met al z’n gebruikelijke tekortkomingen en frustraties.