The Painter And The Thief

Neon

Het is een onvergetelijke scène: Karl-Bertil Nordland ziet voor het eerst een schilderij van zichzelf en barst in tranen uit. Hij, de outcast, heeft nooit iets moois in zichzelf kunnen ontdekken. En nu krijgt hij te zien hoe schilderes Barbora Kysilkova hem, met zijn troebele blik en opzichtige tatoeages, blijkbaar ziet: als een intrigerend mens, de perfecte muze voor haar, de gedreven kunstenaar.

Ze hebben elkaar op een héél bijzondere plek en manier ontmoet, de twee hoofdpersonen van The Painter And The Thief (102 min.). In de rechtbank, waar hij terechtstond voor de diefstal van haar schilderijen. Samen met een kornuit ontvreemdde Bertil uit een Noorse galerie twee werken, die sindsdien spoorloos zijn. Ook voor hemzelf. Hij weet, werkelijk waar, niet meer waar hij ze met z’n stonede kop heeft gelaten.

Barbora herkent Bertil van de bewakingscamerabeelden en besluit hem aan te spreken. Als tegenprestatie wil ze dat hij poseert voor een portret. Het is de start van een hartveroverende vriendschap, tussen twee jonge mensen die regelmatig in de hoek hebben gezeten waar de klappen vallen. Letterlijk. Hij is uiteindelijk gevlucht in dope en misdaad, zij in obsessief schilderen.

Regisseur Benjamin Ree observeert de toenadering tussen de twee dolende zielen en spreekt hen tevens los van elkaar, over zichzelf én die ander. Die wisseling van perspectieven en een bijzonder effectieve flashback-structuur zorgen ervoor dat het relaas van The Painter en The Thief, en de beschadigde mensen die achter deze twee personages schuilgaan, echt onder de huid kruipt en daar voorlopig ook van geen wijken wil weten.

En als Bertil dan ook nog eens ongenadig uit de bocht vliegt, krijgt deze intrigerende film over lotsverbondenheid en zielsverwantschap helemaal een dramatische lading…

Overtijd

VPRO

Drie jonge vrouwen, driemaal dezelfde ervaring: onverwacht zwanger. En nu? In zeer persoonlijke gesprekken tekent Tessa Louise Pope hun ervaringen op. Van die eerste onbestemde lichamelijke signalen tot de test die duidelijkheid moet brengen. En dan verder. Hoe dan? Nee, terug: móet dit verder?

Pope zet het lastige proces dat Eva, Kiki en Chrisey ieder voor zich moeten doormaken en dat kan leiden tot het beëindigen van hun zwangerschap centraal in de intieme interviewfilm Overtijd (25 min.). Ze omlijst dit met abstracte beelden en stemmige muziek, die volledig in dienst staan van hun ontboezemingen over het jonge leven dat ze hadden kunnen voortbrengen.

‘Ik denk dat ik dat kapje al ophad’, herinnert één van de geïnterviewden zich bijvoorbeeld geëmotioneerd. ‘Maar dat ik nog wel ergens een soort van dacht: ik zou nu nog kunnen stoppen. Ik zou nu nog nee kunnen zeggen.’ Het maakt helder hoe ingrijpend de keuze voor een abortus is, ook al ben je later nog altijd overtuigd van de juistheid daarvan.

Bedlam

PBS

‘Budi-budi-boop!’, ratelt Johanna. ‘Ik hou van iedereen’, voegt ze eraan toe. ‘Budi-budi-boop! Mijn waarheid zal me vrijmaken.’ Een arts van de psychiatrische Eerste Hulp in Los Angeles probeert haar ondertussen vragen te stellen, maar de 23-jarige vrouw raast in een manisch tempo door. ‘Budi-budi-boop! Ik zag hoe Michael Jackson stierf. Budi-budi-boop. Ik ben niet wie ik ben, begrijp je wel?’

Medicatie wil Johanna echter niet. Als blijkt dat er echt niet met haar valt te praten, krijgt ze uiteindelijk, onder enige dwang, tóch een spuit toegediend. Die brengt haar even onder zeil. De jonge Amerikaanse vrouw is gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis en zit midden in een psychotische episode.

Een jaar later oogt dezelfde Johanna een stuk rustiger. Na een periode van in en uit het ziekenhuis is ze nu weer thuis. En flink aangekomen, dat ook. Waarschijnlijk als gevolg van de medicijnen die ze voorgeschreven heeft gekregen. Met die pillen is Joanna nu al enkele maanden gestopt, vertelt ze echter monter aan haar bezorgde vader.

Als de Amerikaanse filmmaker Kenneth Paul Rosenberg, zelf ooit opgeleid tot psychiater, haar weer een jaar later opnieuw thuis opzoekt, zijn de gevolgen daarvan direct zichtbaar: Johanna heeft zichzelf helemaal volgetekend met viltstift, haar woning is een bende en ze dendert weer in een nét iets te hoog tempo door de dag.

Het is een even pijnlijk als vertrouwd beeld, dat enkele malen terugkeert in de documentaire Bedlam (84 min.): van gewone mensen met een psychiatrische aandoening die even lijken op te krabbelen en dan toch weer een terugval hebben. Hun bipolaire stoornis of schizofrenie laat zich nooit definitief de kop indrukken.

In veel westerse landen belanden zulke ‘verwarde mensen’ tegenwoordig eerder op straat of in de cel dan op een plek waar ze echt worden behandeld, stelt Rosenberg. Hij plaatst dat in z’n historische kader: het sociale vangnet dat ooit was opgetuigd, is vanaf de jaren zeventig op een zodanige manier toegetakeld dat het tegenwoordig letterlijk levensgrote gaten bevat.

De filmmaker weet waar hij over praat: zijn eigen zus heeft tientallen jaren met ernstige psychiatrische problemen gekampt. En Rosenbergs gezin met haar. Dat familieverhaal verweeft hij in Bedlam best soepel met pogingen om de psychiatrische zorg te verbeteren en de lotgevallen van enkele doktoren en patiënten die hij gedurende enkele jaren geregeld heeft opgezocht met de camera.

Zoals Johanna, de verpersoonlijking van die bijzonder weerbarstige problematiek. ‘Wat het zo lastig maakt is dat je je een tijd behoorlijk normaal voelt’, zegt ze tegen het eind van de film, weer helemaal bij zinnen. ‘En dan ineens heb je een terugval.’

Saving Face

‘Ik word nooit meer zoals God me ooit heeft gemaakt, maar hopelijk wordt het nog wat beter voor mij’, zegt een Pakistaans meisje, dat haar halve gezicht achter een sluier moet verbergen.

‘Het kostte één seconde om mijn leven te ruïneren’, stelt een andere vrouw, die een oog dreigt te verliezen. Nadat de 39-jarige Zakia echtscheiding wilde aanvragen, werd ze door haar eigen man Pervez geattaqueerd. ‘Één seconde.’

‘Mijn echtgenoot gooide zuur op me’, vertelt Rukhsana bedremmeld. ‘En mijn schoonzus gooide daar benzine bij. Toen heeft mijn schoonmoeder een lucifer aangestoken en me in brand gezet.’

Het zijn gruwelijke herinneringen, waarbij het relaas van Rukhsana nog eens extra pijnlijk aandoet. Want zij woont inmiddels weer in bij diezelfde schoonfamilie. Het lukte de 25-jarige vrouw niet om zelfstandig haar kinderen te onderhouden, vertelt ze huilend. Rukhsana heeft daarom vrede moeten sluiten met de mensen die haar voor het leven hebben verminkt en woont nu ook weer op de plek waar de aanval heeft plaatsgevonden.

Yasir, haar wat sullig ogende echtgenoot, ontkent die overigens. Volgens hem heeft zijn vrouw het zichzelf aangedaan. Per ongeluk, in een hysterische bui. Kijk maar eens om je heen op de brandwondenafdeling van het ziekenhuis, zegt hij. ‘99 Procent van de vrouwen daar heeft zichzelf verbrand.’ Yasir heeft zelf overigens een opvallende brandwond op zijn rechterhand. ‘Die is van het doven van het vuur’, zegt hij hakkelend, als daar eens naar wordt gevraagd.

Bij het verhaal van de gehavende Rukhsana krijgt zelfs Mohammad Jawad het even te kwaad. In een hospitaal te Islamabad probeert de Britse plastische chirurg, van oorsprong Pakistaans, de vrouwen te helpen. Saving Face (40 min.) juist. Als in: het gezicht repareren. Maar ook: als poging van de betrokken mannen om gezichtsverlies te voorkomen of beperken. En daarvoor is in bepaalde kringen, blijkbaar, heel veel geoorloofd.

Per jaar worden in Pakistan ongeveer honderd vrouwen ongenadig toegetakeld met zulke zuuraanvallen. Deze indringende korte documentaire van Daniel Junge en Sharmeen Obaid Chinoy, in 2012 beloond met een Oscar, stelt die kwestie nadrukkelijk aan de orde en brengt tevens het verschrikkelijke leed dat de vrouwen is berokkend in beeld. En het doet bijna letterlijk pijn om dat te aanschouwen.

Saving Face kreeg overigens nog wel een naar staartje via een in de pers breed uitgemeten conflict tussen Rukhsana en filmmaakster Sharmeen Obaid Chinoy. Die laatste zou haar allerlei beloften hebben gedaan, die nooit zijn nagekomen.

69 Minutes Of 86 Days

VPRO

86 dagen in nog geen 70 minuten. De komst van een driejarig meisje en haar familie naar Europa, teruggebracht tot z’n essentie. Tenten, maaltijden, treinen. Lopen, wachten, sjouwen. Drukte, rotzooi, stress. Hulpverleners, douanebeambten, vluchtelingen. Dat vooral: vluchtelingen, vluchtelingen, vluchtelingen. In colonne lopen ze weg van hun verleden.

Waaronder dus dat ene kind: Lean Kanjo. Grote ogen, haren in een staartje en een schattig roze Frozen-rugzakje. Meestal weggekropen in papa’s armen, soms even op zichzelf de wereld ontdekkend. Via het kleine Syrische meisje brengt regisseur Egil Haskjold Larsen in 69 Minutes Of 86 Days (70 min.) de maandenlange tocht van de familie Kanjo naar een nieuw vaderland in beeld. Van de aankomst op een met reddingsvesten, rubberbootjes en wrakstukken bezaaid strand in Griekenland tot de uiteindelijke eindbestemming: familie in Zweden.

De camera blijft in beweging en volgt de nieuwkomers nauwgezet. Gesproken wordt er nauwelijks. Hun gezichten spreken echter boekdelen: deze verweesde mensen willen vooruit, ook al kunnen ze eigenlijk niet meer en worden ze ook doodmoe van alle drempels die op weg naar dat nieuwe thuis moeten worden genomen. Voor Lean lijkt de tocht vooral een groot avontuur, dat op een heel vanzelfsprekende manier van minuut tot minuut wordt beleefd.

Larsen presenteert de gezamenlijke reis van de Kanjo’s zo sec mogelijk en zet alleen met stemmige muziek accenten. Zo komt hij heel dicht bij de daadwerkelijke ervaring van ontheemden, die moesten achterlaten wie ze waren, zonder precies te weten wie ze zouden gaan worden.

Ons Eiland

KRO-NCRV

‘Mirte is eigenlijk mijn grote zus’, zegt Shanna (10). ‘Maar het voelt soms als mijn kleinere zus.’ De dertienjarige Mirte heeft het syndroom van Down. En dat begint steeds beter voelbaar te worden. Waar de twee zussen tot dusver grotendeels gelijk opgingen, begint er nu afstand te ontstaan. Shanna denkt soms aan haar toekomst, Mirte leeft volledig in het hier en nu.

Op Ons Eiland (15 min.), een idyllische plek waar ze vakantie vieren, kunnen de twee meiden nog volledig zichzelf zijn. Ze stoeien, vangen vlinders en maken een kampvuur. Filmmaakster Lennah Koster slaat de twee van dichtbij gade. De fraaie omgeving dient intussen als verbeelding van wat een onbekommerde jeugd lijkt te zijn geweest. Totdat Shanna Mirte letterlijk achter zich laat en een moment voor zichzelf wil hebben…

De interactie tussen de twee zussen vormt het hart van deze kleine coming of age-docu, die verder geen interviews of andere personages bevat. Twee meisjes, nu nog samen. Waarbij Shanna, offscreen, hardop nadenkt over wat het leven voor hen in petto heeft. Zo slaagt Koster erin om echt door te dringen tot de belevingswereld van de zussen, die met dromerige muziek bovendien van een nostalgisch tintje wordt voorzien.

Van een jeugd die nooit voorbij gaat – en straks toch voorbij zal blijken te zijn.

Suzi Q

NTR

‘Mogen we voor je gaat zitten even het achterwerk van het jaar zien?’, vraagt talkshowhost Russell Harty aan zijn gast Suzi Quatro. De Amerikaanse zangeres/bassiste draait zich inderdaad om in haar spijkerbroek, waarna de gastheer haar een ferme tik op de billen geeft. Zijn publiek moet er smakelijk om lachen.

Nee, in de jaren zeventig was het bepaald niet vanzelfsprekend dat je als vrouw serieus werd genomen in de popbusiness en seksisme was werkelijk overal. De hoofdpersoon van Suzi Q (75 min.), type stoere rockchick, kreeg er constant mee te maken. Kerels namen haar niet serieus of beschouwden haar vooral als ‘eye candy’.

Als een echte wegbereider speelde Quatro in de jaren zestig in één van de eerste meidenbands: The Pleasure Seekers, samen met haar zussen Patti en Arlene (met wie ze tegenwoordig een moeizame relatie heeft). Daarna volgde een succesvolle solocarrière. Met een flinke stroom hits, zoals Can The CanIf You Can’t Give Me Love en Stumblin’ In, een duet met Smokie-zanger Chris Norman.

En altijd weer moest ze zich, getuige deze degelijke biografie van Liam Firmager, verantwoorden voor het feit dat ze geen man was. Met die worsteling heeft Quatro wel het plat geplaveid voor vrouwen in de rock & roll, stellen prominente navolgers als Deborah Harry (Blondie), Joan Jett (The Runaways) en Kathy Valentine (The Go-Go’s).

In die invalshoek zit ook de voornaamste meerwaarde van deze tv-docu, die verder trouw het vaste stramien van popdocu’s volgt en netjes chronologisch Quatro’s loopbaan doorloopt met de zangeres zelf, intimi en collega’s.

Door De Ogen Van Arna: Architect Van Verbinding

BNNVARA

Vanuit de architectuur wil Arna Mackic de sociale cohesie bevorderen. In dat opzicht kan haar huidige thuisbasis Amsterdam, volgens haar een gesegregeerde gemeenschap, nog wel wat leren van de stad waar ze werd geboren: Mostar in Bosnië-Herzegovina. Mackic was vier toen er in 1992 oorlog uitbrak in het voormalig Joegoslavië. Een jaar later moest ze vluchten. Ze zou uiteindelijk in Zoetermeer terecht komen.

Intussen werd in haar geboorteland het idee van een inclusieve stad aan flarden geschoten: de oude brug, van waar stadsbewoners vroeger de Neretva-rivier indoken. Het was niets minder dan ‘een aanval op de multi-etniciteit van de stad’, aldus Mackic. De ziel moest kapot. In het huidige Mostar heeft ze nu plannen voor een duikmonument, waarmee het oude ritueel nieuw leven kan worden ingeblazen. ‘De meest logische manier om mensen weer met elkaar in contact te brengen.’

Nu is er juist op die plek echter een Kroatisch nationaal theater verrezen, een symbool van alles wat ze wil bestrijden. En dus zal Arna vooral in Nederland bruggen moeten bouwen. Letterlijk. In Groningen bijvoorbeeld, waar ze meedingt naar een prestigieuze opdracht. Deze documentaire van Frederick Mansell en Laurens Samsom kijkt mee Door De Ogen Van Arna: Architect Van Verbinding (55 min.) en laat zien wat zij (voor haar geestesoog) ziet.

Dan worden de tralies van de allang gesloten Bijlmerbajes in Amsterdam, waar de ambitieuze architecte kantoor houdt, bijvoorbeeld ineens veel meer dan een geprononceerd stukje stadsgeschiedenis. Zeker als je bedenkt dat de voormalige gevangeniscellen duidelijk zichtbaar zijn voor de bewoners van een nabijgelegen asielzoekerscentrum. Welke boodschap geef je nieuwkomers in Nederland op deze manier mee?

Mansell en Samsom volgen Mackic terwijl ze stedenbouwkundige plannen ontwikkelt, steden in Nederland en Bosnië bezoekt en op allerlei plekken lezingen geeft. Dat levert zeker interessante observaties op, maar maakt de film ook wel wat praterig. Waarbij het aansprekende persoonlijke verhaal van hun protagoniste bovendien tamelijk rationeel wordt afgehandeld. Haar persoonlijk leven blijft sowieso grotendeels buiten beeld. Door De Ogen Van Arna wordt daardoor een portret, dat vooral aan het hoofd appelleert en slechts een enkele keer het hart beroert.

Ma Quando Arriva La Mamma?

NTR

Ahmad Osman was pas twee toen hij afscheid moest nemen van zijn moeder. Het Syrische jongetje werd geboren met Spina Bifida, een open rug, en zou daardoor altijd aangewezen blijven op een rolstoel. Samen met zijn oudere broer Falamaz en hun vader Kameran vertrok hij daarom naar Europa, op zoek naar passende zorg. Er was onvoldoende geld om ook moeder Khadija en een andere broer en zus mee te nemen. Zij bleven onderweg, in Irak, achter.

De Osmans vestigen zich in Giubiasco, een plaatsje in het Zuid-Zwitserse kanton Ticino, en bouwen daar al snel een uitgebreid sociaal netwerk op. En dan, als ze zich echt hebben gesetteld en het leven hen weer lijkt toe te lachen, komt er een onheilstijding, tevens het startpunt van Ma Quando Arriva La Mamma? (65 min.): vader Osman en zijn beide zoons moeten Zwitserland verlaten. Terug naar Duitsland, het land waar de Osmans zich het eerst als vluchteling hebben gemeld.

Vanuit een asielzoekerscentrum in Baden-Württemberg blijft Ahmad in contact met zijn nieuwe vaderland (?). Z’n oude klasgenootjes bellen ook regelmatig om te vragen hoe het de jongens vergaat in Duitsland. Heeft in de tussentijd nog iemand een tand verloren? wil Ahmad op zijn beurt weten. Tegelijkertijd is er op de achtergrond altijd die vraag, die al het andere eigenlijk onbelangrijk maakt: wanneer komt mama? Ofwel: wanneer kan het gezin eindelijk worden herenigd?

Filmmaker Stefano Ferrari legt van dichtbij vast hoe zijn eigen partner Deborah en enkele vrienden zich ontfermen over de ontheemde Syrische man en zijn twee zoons. Als Ahmad mag worden geopereerd, is de kans groot dat hij ooit zal kunnen lopen. Die kans mogen ze niet laten lopen. Maar kun je een kind zo’n operatie laten ondergaan zónder dat zijn moeder (die haar zoon al jaren alleen van het telefoonscherm kent) daarbij aanwezig is?

De vraag of dit Syrische gezin, uit elkaar gedreven door het noodlot en uit elkaar gehouden door Europese wetten en regels, te langen leste tóch nog bijeen kan worden gebracht stuwt deze fijne Gutmenschfilm, die werd beloond met een Prix Europa, naar een aangrijpende apotheose.

Vader In De Tuin

KRO-NCRV

Opa Koos woont driehoog, in een mooie ruime flat met een fijn ‘groen’ uitzicht. Binnenkort gaat hij echter even verderop wonen. Niet in een aanleunwoning of bejaardentehuis. Maar in de tuin. Bij zijn zoon Marco en diens gezin.

‘Is hij er slecht aan toe?’ wil interviewer Frans Bromet weten. ‘Nog niet’, antwoordt Marco lachend. Schoondochter Anita vult aan: ‘Hij is achtentachtig en hij is eigenlijk hartstikke goed.’ Bromet: ‘Gaat dat jullie niet heel veel tijd kosten?’ ‘Zwaaien?’ antwoordt Anita gevat. ‘Nee, dat valt wel mee, denken wij.’

Voorlopig lijkt zwaaien genoeg, maar de familie Korevaar realiseert zich terdege dat ze in werkelijkheid kiest voor een mantelzorg-constructie. In een ontspannen sfeer gaan ze een woning voor Vader In De Tuin (53 min.) aanschaffen. Die stelt zich ogenschijnlijk uiterst schappelijk op. Koos beseft tegelijkertijd: ‘Ik ben afhankelijk van iedereen.’

‘Dit is de laatste reis die ik maak’, zegt hij tijdens de daadwerkelijke verhuizing. ‘En de volgende reis, daar hoef ik me niet mee te bemoeien.’ Terwijl de nieuwe woning zijn beslag krijgt en opa Koos zich daar probeert te settelen, stelt Bromet hem zijn inmiddels welbekende impertinente vragen over verleden, heden én toekomst.

Intussen volgt hij gedurende enkele jaren hoe de man aardt in zijn steeds kleiner wordende wereld en langzaam maar zeker afscheid moet nemen van het leven dat hij ooit had. ‘Afvoeren’, noemt hij dat zelf. Hij zit gewoon te wachten. ‘Waarop zit u dan te wachten?’ vraagt Bromet naar de bekende weg. ‘Op die man met die zeis.’

Toch wordt deze tv-film geen moment topzwaar en verdient die ook weer moeiteloos het Bromet-vignet: dicht op de mens, ongepolijst en nooit sentimenteel. En Frans, zelf inmiddels ook 75 jaar oud, heeft blijkbaar nog altijd een onstilbare honger naar nieuwe verhalen en blijft dus gewoon stug doorgaan met veelfilmen. Híj gaat zelf in elk geval níet zitten wachten op die man en z’n zeis.

Gewoon Boef

Videoland

Waar houdt Boef op en begint Sofiane Boussaadia? Waren die veelbesproken treitervlogs bijvoorbeeld het werk van een artiest die zich zo nodig moest manifesteren of van een allochtone jongen die zijn oprechte frustraties over de politie uitte? En hoe zat het met die al even omstreden uitspraak over ‘kechs‘, vrouwen die zich als hoeren gedroegen? Doelbewuste provocatie van een slim enfant terrible, verkeerd uitgelegde rant of toch een verbaal slippertje van een oerconservatieve jongen, die per ongeluk het achterste van zijn doorgaans zo vaardige tong liet zien?

In de driedelige serie Gewoon Boef (86 min.) trekt Olivier Garcia ruim een half jaar op met het omhoog gevallen ettertje/de buitengewoon getalenteerde rapper en zoomt daarbij tevens in op de achtergrond van dit vat vol tegenstrijdigheden, zijn stormachtige opkomst en de daaruit voortgevloeide controverses. Net als de docuserie die Videoland eerder uitbracht over generatiegenoot Famke Louise is het geheel snel en puur op inhoud gesneden. De drie afleveringen springen voortdurend in de tijd en wisselend gedurig van locatie; van een optreden in Turkije, Thaise relaxvakantie en rootsreis naar Parijs tot de plek waar Boefs/Sofianes leven zich sinds kort afspeelt: een ontzettend protserige villa.

Zelf ziet hij die als bevestiging van het feit dat hij het inmiddels heeft gemaakt. Al weet ook deze Boef dat geld bepaald niet altijd gelukkig maakt. Dat materialisme zou bovendien wel eens een uitingsvorm van verlatingsangst kunnen zijn, concluderen zowel maker als subject van deze serie in een privésessie psychologie van de koude grond. ‘Iemand die van je houdt kan de volgende dag niet meer van je houden. Dat is gewoon het leven’, stelt de beschadigde jongen/rapper met dollartekens in de ogen. ‘Maar geld… Als je honderd euro naast je bed legt en je wordt wakker, dan ligt er nog steeds honderd euro naast je bed.’

Noem dat gerust plat of cynisch. Hij heeft met die attitude wél de belofte waargemaakt die de tiener Sofiane, ook toen al een Boef overigens, ooit deed aan zijn adoptiemoeder. ‘Please make something of your life’, zei zij op haar sterfbed tegen de jongen, die speciaal voor de gelegenheid enkele dagen uit de gevangenis mocht. ‘Dat is me bijgebleven’, zegt hij nu. ‘Ik dacht: ik moet het maken, begrijp je? En drie jaar later blies ik op.’ Ondanks dat succes is de behoefte aan een thuis gebleven, zo blijkt uit persoonlijke gesprekken met de hoofdpersoon zelf, enkele jeugdvrienden en de bijna onvermijdelijke Ali B. Die krijgen in dit schurende portret bovendien extra reliëf via de omgang met zijn Habiba Selma en ontmoetingen met zowel zijn biologische als zijn stiefvader.

Gewoon Boef schetst zo trefzeker het fenomeen Boef/de (probleem)jongere Soef. Held van de jeugd van tegenwoordig. En tevens de verpersoonlijking van wat je ‘de jeugd van tegenwoordig’ zou kunnen noemen.

Trial By Media

Netflix

‘If it bleeds, it leads.’ Curtis Sliwa, de flamboyante New Yorker die eind jaren zeventig de militante burgerwacht The Guardian Angels oprichtte, heeft een eenvoudige verklaring voor de enorme ophef rond Bernhard Goetz. Net als Sliwa vond deze ‘Subway Vigilante‘ dat het hard nodig was dat de stad veiliger werd gemaakt.

En net als Paul Kersey, het Charles Bronson-personage uit de omstreden Death Wish-speelfilmreeks, besloot hij om het recht in eigen hand te nemen. De man, die enkele jaren daarvoor was overvallen, schoot vier zwarte jongens neer in de metro en groeide zo binnen de kortste keren uit tot het middelpunt van een enorme mediahype. Bernhard Goetz werd zowel gebombardeerd tot ‘poster boy’ voor de National Rifle Association als uitgemaakt voor schietgrage racist, die in koele bloede een stel ‘nikkers’ had afgemaakt.

Trial By Media (367 min.) belicht zes van dit soort spraakmakende true crime-verhalen en brengt ze met direct betrokkenen, aanklagers, advocaten, activisten en politici opnieuw in kaart. Van de tientallen politiekogels die werden afgevuurd op de ongewapende Afrikaanse immigrant Amadou Diallo (door Bruce Springsteen vereeuwigd in American Skin (41 Shots)) en de geruchtmakende groepsverkrachting in een bar (verfilmd met Jodie Foster onder de noemer The Accused) tot de jongen die, nadat hij in de tv-show Jenny Jones werd geconfronteerd met een liefdesverklaring van een andere man, maar één uitweg zag: zijn wapen.

Zulke dramatische gebeurtenissen worden vervat in gedegen reconstructies, met een stevige bronnenlijst en fraai archiefmateriaal. Die leveren verder geen spraakmakende nieuwe onthullingen op en resulteren ook niet in een soort metavisie op de rol van de pers in dit soort zaken (zoals bijvoorbeeld het Nederlandse televisieprogramma Medialogica steeds probeert te vinden). Trial By Media is vooral een hervertelling van spannende en schokkende verhalen die zich stuk voor stuk afspeelden onder het oog van een groot publiek, dat door verschillende partijen slim werd bespeeld en zo ook weer invloed had op de afwikkeling ervan.

Een erg smakelijk voorbeeld daarvan is de gang van zaken rond de strafzaak tegen de protserig rijke zorgondernemer Richard Scrushy (HealthSouth) uit Alabama. Hij wordt beschuldigd van grootschalige fraude en start vervolgens, om de gunst van het volk (weer) te winnen, een soort tweede carrière als tv-dominee. ’s Mans advocaten maken van zijn rechtszaak intussen een onvervalste ‘good ol’ boy-show’. Met smeuïge verhalen houden ze pers en publiek zoveel mogelijk uit de buurt van de feiten. En dat werkt: want een goed verhaal, zo luidt een andere boutade van en over de media, moet je niet dood checken.

The Trials Of Henry Kissinger

Zou voormalig minister van Buitenlandse Zaken, nationaal veiligheidsadviseur van de Verenigde Staten én winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede Henry Kissinger vanwege misdaden tegen de menselijkheid voor het Internationaal Strafhof in Den Haag moeten worden gedaagd? Waarom zou de gelauwerde diplomaat, een graag geziene gast in de media (ook door hemzelf), niet hetzelfde lot moeten ondergaan als pak ‘m beet Slobodan Milosevic en Augusto Pinochet?

Voornaamste verschil: Kissinger is een politicus uit de Verenigde Staten, een land dat zweert bij de internationale rechtsorde. Zolang het zich daar zelf niet aan hoeft te houden. In The Trials Of Henry Kissinger (79 min.) uit 2002, gebaseerd op een boek van Christopher Hitchens, zet regisseur Eugene Jarecki de ‘aanklacht’ tegen de machtspoliticus op een rij. Die is gestoeld op ‘s mans betrokkenheid bij conflicten in Vietnam, Cambodja, Chile en Oost-Timor.

Als aanklagers fungeren historici en goed ingevoerde journalisten zoals Seymour Hersh, daar tegenover neemt Kissingers voormalige collega Alexander Haig de rol van getuige à decharge op zich. De man zelf zwijgt in alle toonaarden, maar is via uitgebreid archiefmateriaal toch prominent aanwezig. Vanuit al die bronnen komt een vrij consistent beeld naar voren: van een meester in ‘plausible deniability’, die geen woorden nodig heeft om te communiceren wat hij wil en dus ook verdomd lastig op woorden is te pakken.

Intussen schetst deze scherpe film, waarin acteur Brian Cox als verteller fungeert, met verve de duistere achterkant van de internationale politiek, waarbij individuele mensen niet meer dan pionnen lijken te zijn op een levensgroot schaakbord – waar ze elk ogenblik ook weer vanaf geslagen kunnen worden.

S21: The Khmer Rouge Killing Machine

‘Als we uit vrije wil mensen hadden gedood – en ik heb persoonlijk inderdaad mensen gedood – dan zou dat natuurlijk slecht zijn geweest’, legt een voormalige bewaarder in de S21-gevangenis uit aan enkele van zijn familieleden. ‘Maar we volgden alleen bevelen op. Ze dwongen ons.’ Het kwaad zat volgens hem in de leiders van het Rode Khmer-bewind, dat in de jaren zeventig ongenadig huishield in Cambodja. Zij gaven tenslotte de bevelen. ‘Diep van binnen was ik bang voor de slechtheid. Ik was ook bang om zelf te sterven. Ik ben nog altijd bang.’

Regisseur Rithy Panh laat de ‘bekentenis’ van de S21-medewerker direct volgen door de getuigenis van een man, die de horrorplek als één van de weinigen overleefde. ‘Ik werd gearresteerd in Battambang’, vertelt Vann Nath, terwijl hij een schilderij van identieke, geblinddoekte gedetineerden maakt. ‘Ze verhoorden me en martelden me met stroomstoten.’ De man wist niet wat hij verkeerd had gedaan. Na een week gevangenschap werd hij echter samen met een dertigtal anderen geboeid, in een truck gegooid en naar een andere plek vervoerd: Tuol Sleng, een voormalige school in Phnom Penh, die was omgedoopt tot Bureau S21.

Als de schilder en mensenrechtenactivist, een oude man inmiddels, in de prijswinnende documentaire S21: The Khmer Rouge Killing Machine (101 min.) uit 2003 opnieuw op de plek des onheils arriveert, komt hij daar oog in oog te staan met voormalige bewaarders. Zij waren destijds, in de tweede helft van de jaren zeventig, hooguit begin twintig. Jongens nog. Het wordt een bijzonder unheimische ontmoeting, want ook zij voelen zich slachtoffer van de gevreesde Rode Khmer van broeder nummer één, Pol Pot. ‘Als de mensen die hier gewerkt hebben slachtoffer zijn’, wil Nath weten, ‘hoe zit het dan met gevangenen zoals ik?’ De ongemakkelijke stilte wordt snel doorbroken. ‘Dat zijn secundaire slachtoffers’, antwoordt één van de cipiers. ‘Want als je hier niet gehoorzaamde, ging je er zeker aan.’

Het gesprek vormt de aanloop naar een minutieuze ontleding van de wandaden bij Bureau S21. In de administratie ontdekt Vann Nath de veelal Kafkaëske beschuldigingen waartegen de ‘ondervraagden’ zich moesten verdedigen en de grotendeels verzonnen bekentenissen die ze uiteindelijk deden. Hij stuit tevens op de bijzonder bureaucratische geweldsinstructies voor de S12-medewerkers en de gedetailleerde verslagen die zij maakten van hun martelpraktijken. Gezamenlijk vormen ze de bloedeloze weerslag van een ongekend bloedige periode, die met diepgravende interviews en naargeestige re-enactments, een stijlvorm die later in de thematisch verwante gruwelfilm The Act Of Killing naar bijna onverdraaglijke hoogte werd gebracht, nog eens nauwgezet wordt gereconstrueerd.

The devil is in the detail. Letterlijk, in dit geval. Stapvoets werkt S21: The Khmer Rouge Killing Machine zich door de hel die S21 werd voor alle betrokkenen. Zo maakt Rithy Panh (die de Rode Khmer-tijd in 2013 nog met kleipoppetjes zou reconstrueren in The Missing Picture) de verschrikkingen inzichtelijk en invoelbaar van een onmenselijke regime, dat tot oneindige ‘Killing Fields’ zou leiden.

Spaceship Earth

Het is een ongelooflijk spektakel, dat rechtstreeks afkomstig lijkt uit Star Trek en tevens herinneringen oproept aan hoe de eerste lichting bewoners het Big Brother-huis inging: acht speciaal geselecteerde mannen en vrouwen in hetzelfde uniform maken zich op voor hun intrede in een gigantisch terrarium van glas en staal, waar ze de komende twee jaar zullen verblijven.

Een mensenmenigte kijkt in 1991 ademloos toe als ze via een soort loper daadwerkelijk Biosphere 2 betreden, de door gewone stervelingen samengestelde Hof van Eden met een afgewogen mixture van flora en fauna. ‘The future is here’, declameren de ‘bionauts’ na binnenkomst tegen de camera. Dit kon wel eens de opvolger worden van ‘Biosphere 1’, ofwel moeder aarde.

Het project is een geesteskind van het Amerikaanse ‘genie’ John Allen en zijn discipelen. Een groep wetenschappers, entrepreneurs en theatermakers – een commune of sekte, zeggen critici – die zich zorgen maakt over de toekomst van de aarde en daarom een geheel eigen ecosysteem heeft opgezet, dat straks ook op de maan of mars moet kunnen functioneren.

Op die volledig afgezonderde plek – zichtbaar voor publiek, dat wel – voeren de bionauts tests uit: kun je een boerderij runnen die niet schadelijk is voor het milieu of zoiets als een eigen koraalrif onderhouden? Is dat nu grensverleggende wetenschap? Of toch ‘trendy ecologisch entertainment’? Daarover lopen de meningen uiteen in de documentaire Spaceship Earth (114 min.).

In deze fascinerende film van Matt Wolf, thematisch verwant aan The Raft (over een menselijk experiment uit de jaren zeventig, op een soort Big Brother-boot), blikken enkele voormalige participanten en medewerkers van hun regieruimte, Biosphere 2’s ‘mission control room’, terug op de ambitieuze onderneming, die onder een levensgroot vergrootglas moest worden uitgevoerd.

Met een krachtige montage en dwingende klassieke muziek wekt Wolf het nét iets te mediagenieke project overtuigend tot leven. Hij schetst tevens het veredelde hippiegedachtegoed dat daarachter schuilgaat. En de onvermijdelijke kritiek. Waarbij elk foutje wordt uitvergroot en elk conflict breed uitgemeten. Totdat er weinig meer over lijkt van de grootse idealen waarmee het ooit begon.

Als het team in de identieke uniformen na afloop, opgewacht door opnieuw een enorme mensenmassa, Biosphere 2 weer verlaat, rest de vraag of de proef ook bruikbare kennis heeft opgeleverd. Het project drukte in elk geval een diep doorvoelde zorg over klimaatverandering uit. En een oprecht verlangen naar die betere wereld, waar we nu nog altijd op zitten te wachten.

If I Should Fall From Grace – The Shane MacGowan Story

Het is die lach waarmee de film wordt beëindigd. Een volledig doorrookte variant op de giechel waarmee Sesamstraat’s Ernie elke sketch met Bert afsluit. Van een notoire dronkenlap ditmaal, die om zijn eigen spitsvondigheden lacht. Waarbij het lachen veel mensen in zijn directe omgeving waarschijnlijk allang is vergaan.

Want hij had zoveel kunnen worden: geweldige zanger, ijzersterke frontman en – in het bijzonder – ongenaakbare songschrijver. En, ondanks die godvergeten drankzucht, ís Shane MacGowan dat ook allemaal geworden. Eerst en vooral van de illustere Britse folkpunkband The Pogues, daarna ook van zijn eigen vehikels The Popes en The Shane Gang. Maar er had zóveel meer ingezeten. Als hij niet de onbedwingbare behoefte had gevoeld om altijd en overal de bodem van elke fles te zoeken….

Sarah Share’s portret If I Should Fall From Grace – The Shane MacGowan Story (91 min.) uit 2001 observeert de doorgewinterde innemer, ook van harddrugs trouwens, in zijn dagelijks leven, waarin hij heldere momenten en scherpe statements afwisselt met typische dronkemanspraat en -fratsen. Ze spreekt verder met zijn opvallend nuchtere vader Maurice en moeder Therese, tante Monica en vriendin Victoria Clarke en neemt zijn carrière door met andere Pogues-leden, manager Joey Cashman en collega-poëet Nick Cave. De nadruk ligt daarbij (gelukkig) op zijn onmiskenbare talent als tekst- en songschrijver.

Want een man die zo openlijk zijn talent verkwanselt, wordt onvermijdelijk een parodie op zichzelf. Zijn optredens werden op een gegeven moment de ideale gelegenheid voor een pijnlijk soort ramptoerisme, waarbij een deel van het publiek vooral stond te wachten op hoe Shane dronken zou worden. Zoals die ene keer met The Popes op het Pinkpop-festival van 1995, waarbij hij na enkele nummers van het podium gehaald moest worden. Hij was – en lijkt nog altijd – geen schim meer van de man die hij ooit moet zijn geweest.

Daartegenover staat nog altijd een overweldigend songboek, met tijdloze klassiekers die iedereen, van elke generatie, kunnen aanspreken, zoals A Rainy Night In SohoIf I Should Fall From The Grace Of God en – dat ene kerstliedje dat wél deugt – Fairytale Of New York. Zulke prachtsongs verraden dat onder al die lol en bravoure nog altijd een zeer sensitief jongetje zit dat – stiekem, niet doorvertellen! – lijkt te worstelen met zijn eigen verlegenheid.En dan duurt het nooit lang of die langzaam wegstervende gggggg-lach klinkt weer…

In 1997 maakte de BBC ook al een informatief en tamelijk braaf portret van de gevierde songsmid, The Great Hunger: The Life & Songs Of Shane MacGowan, waarin collega’s als Bono, Christy Moore, Sinéad O’Connor, Billy Bragg en wederom Nick Cave hun licht over hem laten schijnen.

En in 2020 heeft regisseur Julien Temple de documentaire Crock Of Gold: A Few Rounds With Shane MacGowan afgeleverd.

Heilig Boontje

KRO-NCRV

‘Papa, weet je hoe de hostie wordt gezegend?’ vraagt de achtjarige Merle. Het Limburgse meisje geeft zelf antwoord: ‘Met een wc-borstel.’

‘O, zo’, zegt vader als hij de hele uitleg van zijn dochter heeft aangehoord. ‘Ja, dat is wijwater.’

‘Wat is wijwater?’

‘Dat is heilig water.’

‘Wat is heilig water?’

‘Dat is ook gezegend.’

‘En wat is gezegend?’

Voor dat antwoord heeft papa wel wat meer woorden nodig. Iets met een tekst, schoonspoelen en magische woorden.

Die verhandeling roept echter weer zijn eigen vragen op bij zijn dochter. Het is duidelijk: Merle neemt die aanstaande Heilige Communie bloedserieus. En Eva Nijsten heeft daarover een hartstikke leuke jeugddocu gemaakt: Heilig Boontje (15 min.).

Haar hoofdpersoon leeft op een lekker ongecompliceerde manier toe naar dat bijzondere moment, dat haar ouders als kind heel intens hebben beleefd. En als je een communiefeest geeft, krijg je veel cadeautjes. Dat weet Merle natuurlijk ook best. Net als haar vriendjes. Of ze nu gelovig zijn of niet.

Nijsten laat Merle zelf haar vader, opa, klasgenootjes en vriendjes interviewen. Dat is een bescheiden meesterzet. Het levert ontwapenende gesprekjes op over het geloof en de eerste communie, waaraan in bepaalde Roomse dorpen blijkbaar nog heel veel tijd en aandacht wordt besteed.

Vieren Wat Kapot Is

AVROTROS

‘Van wie is dit werk hier?’ vraagt kunstenaar Bas van Wieringen aan een suppoost van het Stedelijk Museum in Amsterdam. ‘Nee, dat is gewoon stuk eigenlijk’, antwoordt de man. Toch staan er mensen te kijken bij de plek waar het parket is opengebroken en die officieel lijkt te zijn afgezet. ‘Ik vind het eigenlijk wel mooi’, zegt Van Wieringen. ‘Sommige mensen denken dat het een kunstwerk is’, reageert de suppoost met een brede glimlach.

De kunstenaar besluit bezoekers ermee te confronteren: is dit nu kunst of niet? De meesten denken dat het een gat in de grond is, maar helemaal zeker weten ze het ook niet. Waarmee het thema van de documentaire Vieren Wat Kapot Is (50 min.) meteen goed in de verf is gezet. Want Van Wieringens eigen kunst wordt ook niet altijd als zodanig herkend. In 2017 is een klein minimalistisch schilderij per ongeluk door een medewerker van het Frans Hals Museum overgeschilderd met latex. Dat veroorzaakte nogal wat commotie.

Het voorval was voor Denise Janzée aanleiding om een film te maken over ‘beschadigde kunst’, waarin ze de conceptuele kunstenaar aan het werk laat zien. Met een lamp die kapot wordt geslagen tegen de muur, een klok die op een vaste tijd wordt vastgespijkerd en een brandblusser die vuur en vlam vat, bijvoorbeeld. Intussen speelt op de achtergrond nog altijd de vraag wat er moet gebeuren met het overgeschilderde schilderijtje? Is dat een beschadigd kunstwerk of juist een nieuw werk geworden? Heeft het zijn waarde behouden? En kan er wellicht zelfs nog waarde aan worden toegevoegd?

Zo wordt deze documentaire behalve een aaneenschakeling van vermakelijke experimenten en projecten tevens een interessante gedachte-exercitie over wat nu eigenlijk kunst is of wordt. Én, als aardige uitsmijter, hoe je dat dan exposeert.

The Road To Fame

VPRO

Hele generaties zijn ermee opgegroeid: Fame. Eerst was er de film, toen een serie en tenslotte de musical. Het is de ultieme voorstelling over theatertalent dat klaar staat om het he-le-maal te gaan maken. Beter: vóór theatertalent dat klaar staat om het he-le-maal te gaan maken. Een ideale springplank naar een leven op het podium.

Ditmaal komen de aspirant-beroemdheden uit China. Ze studeren aan de Centrale Theateracademie in Beijing. Daar kom je natuurlijk niet zomaar binnen. Alleen de allerbesten worden toegelaten. En die zijn nu klaar om af te studeren, met de eerste voorstelling die wordt gemaakt in samenwerking met Broadway. The Road To Fame (57 min.) dus, vervat in een vermakelijke film van Hao Wu uit 2013.

Standaardverhaal zou je daarover in eerste instantie zeggen. De één haalt het wel, een ander niet. En tussen (het kleine) begin en (verplicht grootse) eind zit heel wat drama. Het pad dat moet eindigen met een staande ovatie begint alleen wel in een land dat jaren een strikte éénkindpolitiek heeft gevoerd. Met succes, zou je kunnen zeggen. Deze jongvolwassen behoren tot de eerste naoorlogse generatie die in relatieve welvaart is opgegroeid.

Én zonder broertjes of zusjes, dat ook. ‘Ze zijn allemaal enig kind’, constateert hoofd musicalopleiding Liu Hongmei. ‘Ouders en vier grootouders. Zes paar ogen op één enkel kind. Dus ze zijn heel erg verwend.’ Je zou ook kunnen zeggen: zij alleen moeten de onvervulde dromen van hun familie verwerkelijken. Of, bij de minder gefortuneerde gezinnen, zorgen voor een stabiel inkomen. En dat is bepaald geen sinecure in een land dat gebukt gaat onder jeugdwerkeloosheid.

Wie van hen een wereldster wordt? En wie voorbestemd is om zijn levensdagen te slijten als slecht betaalde zanger in het barcircuit? Vooralsnog gaat het om een plek in de zogenaamde A-selectie, met talenten die daadwerkelijk in de voorstelling mogen gaan spelen. De ingevlogen Amerikaanse regisseur is alleen niet enthousiast. ‘Puur verstand, geen gevoel’, constateert hij onderkoeld. Zijn collega beaamt: ‘Ja, dat leren ze hier niet.’

Er is dus daadwerkelijk nog een wereld te winnen voor deze ambitieuze jongelingen, die in deze gelaagde documentaire model staan voor een nieuwe generatie opgroeiende Chinezen.

The Road To Fame is hier te bekijken.

Atlanta’s Missing And Murdered: The Lost Children

Er is nauwelijks een fenomeen te bedenken dat zo tot de verbeelding van een groot publiek spreekt als seriemoordenaars. Geen fijnere antiheld dan een Norman Bates of Hannibal Lecter. En het Amerika van de jaren zeventig en tachtig heeft een ongelofelijke hoeveelheid van zulke bizarre ‘larger than life’-personages opgeleverd. Een kleine halve eeuw later zijn ze nog altijd goed voor nieuwe boeken, speelfilms én documentaires. Na recente series over Ted Bundy (Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes) en Henry Lee Lucas (The Confession Killer) is het nu bijvoorbeeld de beurt aan één van de weinige zwarte voorbeelden, Wayne Williams.

Hij grijpt in Atlanta’s Missing And Murdered: The Lost Children (285 min.), over de moord op bijna dertig (!) jongens in de hoofdstad van de Amerikaanse staat Georgia, opnieuw de gelegenheid aan om zijn eigen onschuld te bepleiten – en, ook niet onbelangrijk, om weer eens in de spotlights te staan. Die gedachte dringt zich tenminste op als de man doodgemoedereerd vanuit de cel inbelt bij een bijeenkomst waarin de moorden nog eens worden besproken met nabestaanden en betrokkenen. Williams is echter niet de enige die weigert om de officiële lezing van wat er is gebeurd te accepteren. Camille Bell, de bijzonder uitgesproken moeder van de vermoorde Yusef en woordvoerster van de lokale Dwaze Moeders, noemt hem zelfs ‘het dertigste slachtoffer van de Atlanta-moordpartij’.

Die uitspraak kan niet los worden gezien van de getroebleerde historie van de stad, waarin racisme aan de orde van de dag was en de Ku Klux Klan een dubieuze hoofdrol speelde, óók in het plaatselijke politiekorps. Hoewel dat ten tijde van de moorden toch echt werd geleid door een zwarte commissaris. Zoals Atlanta toentertijd ook werd bestuurd door een Afro-Amerikaanse burgemeester. De bewoners van de zwarte achterbuurten hadden desondanks weinig vertrouwen in de lokale autoriteiten en hechtten nog minder geloof aan hun verklaring voor de kindermoorden (die onlangs ook al centraal stonden in het tweede seizoen van de puike dramaserie Mindhunter, over FBI-agenten die seriemoordenaars profileren).

En getuige deze vijfdelige documentaireserie van Sam Pollard, Maro Chermayeff, Jeff Dupre en Joshua Bennett hadden ze daar ook alle reden toe. Keisha Lance Bottoms, de huidige burgemeester van Atlanta, heeft zich zelfs genoodzaakt gezien om de zaak te heropenen, om te bekijken of Wayne Williams inderdaad de afschrikwekkende moordenaar is die zonder al te veel moeite van hem kon worden gemaakt. De man is ook slechts veroordeeld voor zegge en schrijve twee moorden. Hoe zit het dan met de ruim 25 andere slachtoffers? Heeft hij ook hen van het leven beroofd of zijn die zaken hem simpelweg in de schoenen geschoven, zodat ze nu als opgelost te boek staan (of een nóg ongemakkelijkere waarheid kunnen verhullen)? Kortom: staat er ergens in Atlanta een gigantische doofpot?

De intrigerende miniserie Atlanta’s Missing And Murdered werpt zulke indringende vragen op, zonder daarbij een duidelijke kant te kiezen of te gaan voor goedkoop effectbejag. De filmmakers laten zowel aanklagers en politieagenten als het verdedigingsteam van Williams aan het woord, waarbij de kijker grotendeels zelf zijn weg zal moeten vinden door het doolhof van tegenstrijdige ‘feiten’ en meningen dat zo ontstaat. Het drama wordt bovendien nadrukkelijk geplaatst binnen de ongemakkelijke raciale historie van de stad, waarbij de zwarte inwoners eraan gewend zijn geraakt dat ze niet worden gezien of gehoord. Zelfs als hun kinderen stelselmatig worden vermoord…

Er is overigens alweer een nieuwe docuserie aangekondigd rond een beruchte seventies-seriemoordenaar (en – verkrachter), The Golden State Killer, gebaseerd op het superspannende boek I’ll Be Gone In The Dark van Michelle McNamara.