Ze had een droomleven. Knappe echtgenoot, twee bloedjes van kinderen en een baby’tje op komst. Trots deelde de Amerikaanse dertiger Shanann Watts alle wederwaardigheden van haar persoonlijk leven op de sociale media. Van elke kleine gebeurtenis werd een foto of vlog gemaakt. De hele kennissenkring werd zo op de hoogte gehouden van haar ideale bestaan.
Toen Shanann en haar peuterdochters Bella en Celeste op 13 augustus 2018 plotseling uit hun kast van een huis in Frederick, Colorado verdwenen, kwamen daar beelden van ‘cop cams’, beveiligingscamera’s, verhoren en een rechtszitting bij. Net als chats, voicemails en appverkeer met familie en vriendinnen. Zo kwam een geheel andere Shanann in beeld. En een totaal andere Chris.
Al dat materiaal heeft nu zijn weg gevonden naar de unheimische true crime-documentaire American Murder: The Family Next Door (84 min.), die vrijwel volledig bestaat uit ‘found footage’ uit het leven van de familie Watts. Regisseur Jenny Popplewell heeft alleen zeer effectieve muziek toegevoegd en de chronologie gemanipuleerd, zodat er een heel spannende vertelling is ontstaan.
Als kijker voel je je wel een beetje een voyeur bij zoveel bijeengebracht pseudo-geluk en de doffe ellende die daarachter vandaan komt. Zeker als je bedenkt dat de zaak rond de verdwijning van Shanann en haar twee meiden ook weer tot het nodige (sociale) media-gekrakeel heeft geleid. Daarmee is dit in- en intrieste verhaal tevens een naargeestige weerspiegeling van onze exhibitionistische tijd.
In elk leven zit minimaal één verhaal. In elk huwelijk minimaal twee. Zeker als het gezamenlijke verhaal niet meer door beide partijen wordt gedragen.
Tegenover de camera zitten twee oudere echtparen. Mat en Marga. En Gerda en Bennie. Ze gaan uit elkaar. En hun mediators, die achter diezelfde camera verscholen blijven, proberen ervoor te zorgen dat dit in (zo) goed (mogelijk) overleg gebeurt. In een serie gesprekken maken ze samen de restwaarde op. Van het gedeelde bezit en de relatie zelf.
‘Het was niet mijn idee’, zegt Bennie eerlijk. ‘Ik was niet op het idee gekomen.’ Maar Gerda miste iets en wil nu een nieuwe start maken. En dus moet er over van alles en nog wat afspraken worden gemaakt, zoals over hond Daisy. ‘Dat dier kan er niks aan doen’ meent Bennie. ‘Dat hondje heeft er niet om gevraagd.’ Moet de omgangsregeling met de hond dan ook opgenomen worden in het echtscheidingsconvenant? Dat gaat toch te ver, vinden ze. ‘Dan krijgen we zo’n dik boek.’
Bij Mat en Marga is het gezamenlijke huis een belangrijk thema in de gesprekken. Hij verhuist zonder problemen naar een appartementje. Zij wil echter blijven zitten waar ze zit en kan/wil haar bijna ex-man eigenlijk ook niet kwijt. Na een nacht vruchteloos mediteren is toch het besef gekomen dat ze hem moet loslaten. Als Marga opstaat ziet ze het woord ‘loslaten’ als het ware letterlijk voor zich. ‘Echt met van die grote letters die je in designwinkels ziet. Toen dacht ik: dit is een teken. Hier moet ik mee aan de slag, maar dat is gewoon vreselijk moeilijk.’
Uit elkaar gaan betekent ook het loslaten ook van die ene belofte: Tot De Dood Ons Scheidt (49 min.), het geloof in een gezamenlijke toekomst dat in deze gespreksfilm is vervat in enkele fotosequenties van de echtparen in (ogenschijnlijk) betere tijden. Verder heeft regisseur Niels van Koevorden z’n film beperkt tot de absolute essentie: twee mensen naast elkaar, los van elkaar. In een vast two shot, dat laat zien hoe ze altijd waren: samen. Zoals ze nu niet meer zijn. In een constante dialoog, strijd soms, over hoe ze uit datzelfde frame kunnen stappen – of hoe ze dat gedwongen moeten verlaten.
Het zijn gesprekken die onverminderd blijven boeien en raken. Juist omdat elke vorm van opsmuk ontbreekt en alle betrokkenen in lastige omstandigheden blijven zoeken naar contact en harmonie. Het is duidelijk: deze mensen zijn van goede wil, maar ook op verschillende sporen beland. Of ze dat nu wilden of niet. Waarbij in elk geval één van de betrokken partijen nog een nieuw verhaal in z’n eigen leven ziet. En de ander verplicht om er ook een punt achter te zetten.
Een vastgoedman met zijn eigen bedrijf. Piloot bovendien. En katholiek, diep christelijk. Zo’n kerel swipe je op Tinder natuurlijk naar rechts. Zeker als je zelf toch al in de veertig bent en een nieuwe start wilt maken. Hij swipete gelukkig ook naar rechts.
Niet veel later zat Tracy bij Mickey op de motor. De motor waarop, zo bleek later, ook Ellen had gezeten. En Sabrina. ‘God is mijn getuige dat ik zielsveel van je hou’, had hij zelfs ingesproken op Sabrina’s voicemail. Het was niet gemakkelijk om dat voor de camera terug te luisteren. Haar gezicht, en dat van de anderen, spreekt boekdelen. Want hoe zat het dan met Jean? Sandy? Candi? Caroline? Carrie? Lisa? Angela? Christine? En er scheen zelfs een Vanessa in de picture te zijn geweest.
Enfin, Mickey hield er een levendig relationeel bestaan op na, zullen we maar zeggen. Alhoewel Mickey? Scott zul je bedoelen. Of Rick. Hij was trouwens ook professioneel waterskiër, kok of karateka, begreep Tracy. Al naar gelang de behoefte van de op te vrijen dame, die vervolgens werd bedolven onder liefdesverklaringen. Een onvervalste Love Fraud (200 min.), juist. Echte naam: Richard Scott Smith. En, voordat je het goed en wel doorhad, was ie alweer verdwenen. Met alles wat je had, natuurlijk.
En dus roep je, samen met lotgenoten, de hulp in van premiejager Carla, een lekker doorrookte tante die de charlatan moet traceren. En ook de filmmakers Heidi Ewing en Rachel Grady beginnen zich actief met de zoektocht te bemoeien in deze ingenieuze variant op Netflix’s kijkcijferhit van eind vorige jaar, Don’t F##k With Cats: Hunting An Internet Killer, die qua setting, ‘white trash America’, ook wel wat weg heeft van die andere bingeserie Tiger King: Murder, Mayhem And Madness.
Die jacht, op een charlatan die ogenschijnlijk routineus slachtoffers maakt, leidt naar Krab Kingz Seafood in Wichita, Kansas, waar Chris/Scott/Mickey lijkt te zijn neergestreken met ene Karla, die net op stel en sprong haar echtgenoot Jim in de steek heeft gelaten. De vogel is alleen alweer gevlogen voordat je kunt toeslaan. En zo gaat het steeds in deze ravissant vormgegeven miniserie, met verborgen camerabeelden, een lekker op de zenuwen werkende soundtrack en ronduit betoverende animaties.
Terwijl jij en die andere bedrogen vrouwen, lekkere larger than life-personages ook, blijven zinnen op wraak, brengen Ewing en Grady, die eerder al verantwoordelijk waren voor docuklassiekers als Jesus Camp en One Of Us, Love Fraud glorieus aan de kook, naar een peil dat voor slechts weinig true crime-documentaires is weggelegd. Met een enigmatische bad guy, een man die zielsveel van jou hield, van jou alleen, en die tijdens de zinderende apotheose toch nog het achterste van zijn tong wil laten zien. Althans, dat belooft hij plechtig.
Richard Scott Smith zegt ook: ‘I’ll do anything to be somebody’s everything. That’s truly what I want. You just gotta trust me.’
Eens KGB, altijd KGB. Vladimir Poetin mag dan al zo’n twintig jaar aan de macht zijn in Rusland. In zijn hart blijft hij altijd een medewerker van de Russische inlichtingendienst, waar hij halverwege de jaren zeventig in dienst trad. De jonge Poetin spiegelde zich destijds aan het fictieve personage Max Otto von Stierlitz, de Russische tegenhanger van James Bond (al zien wij, in het westen, tegenwoordig eerder diens aartsvijand Ernst Stavro Blofeld in hem, een slechterik die altijd plannen smeedt om de wereld naar zijn hand te zetten of anders te vernietigen).
Sindsdien is er heel veel en tegelijkertijd heel weinig veranderd, betoogt de driedelige serie Putin: A Russian Spy Story (140 min.). Poetin is allang niet meer die onopvallende en plichtsgetrouwe KGB-medewerker, maar hij bedient zich nog altijd van de methoden die hem ooit werden bijgebracht bij de geheime dienst. Chantage bijvoorbeeld. Desinformatie. En moord. Waarbij opvallend vaak het ultieme spionnenwapen wordt ingezet: vergif (dissident Alexander Litvinenko, dubbelspion Sergej Skripal en onlangs oppositieleider Alexej Navalny). En natuurlijk ook gewoon bot geweervuur (politiek tegenstander Boris Nemtsov en onderzoeksjournaliste Anna Politkovskaja, nota bene op Poetins verjaardag).
Deze intrigerende ongeautoriseerde biografie van Nick Green benadert Poetins leven en werk vanuit het gezichtspunt van de eeuwige geheimagent. Insiders, critici en deskundigen schetsen een man die nog altijd in het geniep op allerlei borden schaakt, rücksichtslos stukken ervan afslaat als ze hem in de weg staan en streeft naar absolute dominantie, zowel in eigen land als internationaal. Waarbij het streven naar een sterk Rusland allang lijkt te zijn ingehaald door een alles verterende behoefte om koste wat het kost vast te houden aan de macht. Intussen, zo luidt de onvermijdelijke conclusie, vergiftigt hij de wereld, zijn land en zichzelf.
Nicht Mary schreef een kritisch boek. Jongere broer Robert overleed op 71-jarige leeftijd. En Melania, Ivanka, Eric, Tiffany en Don Jr. (en diens vriendin Kimberly) spraken op de Republikeinse presidentscampagne. Niet eerder stond de familie Trump zo nadrukkelijk in de belangstelling als nu, in de nazomer van 2020. En dat allemaal door dat ene familielid: vastgoedman, mediapersoonlijkheid en president Donald. Is hij de logische optelsom van een familie die zich maar al te graag, zo lijkt het althans, wil ontwikkelen tot The Trump Dynasty (245 min.)?
Feit is dat Donald Trump een logische voortzetting lijkt van zijn grootvader Friedrich en vader Fred, twee bijzonder harde en ambitieuze mannen voor wie niets ging boven geld en naam maken. Toen het tijd werd om ruimte te maken voor Donalds generatie, maakte zijn vader daar een genadeloze competitie van. Die kostte zijn oudste zoon en beoogde opvolger Fred Jr. uiteindelijk de kop. Hij zou wegzinken in een alcoholverslaving. En zo ontstond er ruimte voor de zoon die net zo rücksichtslos was als Fred zelf en bovendien een ongelooflijk gevoel voor showbusiness had.
Enter ‘The Donald’, een man die van zichzelf en zijn achternaam een merk maakte en die maar drie dingen belangrijk lijkt te vinden in het leven: winnen, winnen en nog eens winnen. En als dat bijvoorbeeld betekende dat hij onder een valse naam (John Barron) de pers moest bellen om met bullshit een hogere plek op de Forbes-ranglijst van rijkste Amerikanen te claimen, dan deed hij dat zonder problemen, zoals is te horen in tamelijk gênant geluidsmateriaal van die gesprekken. Allemaal (p)art of the deal.
Deze zesdelige serie licht Trumps doopceel met een fijne collectie archiefmateriaal, laat geen onderwerp onbesproken (inclusief duistere zaakjes en geruchten daarover) en voert een imposante lijst sprekers op: klasgenoten, medewerkers, historici, journalisten, critici én prominente medestanders zoals Sean Hannity en Roger Stone. Het fenomeen zelf komt aan het woord via audio-opnamen van interviews die biograaf Michael D’Antonio in 2014 met hem had.
Zo ontstaat een kritisch, compleet en behoorlijk afgewogen overzicht van het leven van een man die als geen ander de Amerikaanse mediacultuur verpersoonlijkt, waarbij opvalt dat de jonge Donald een veel gematigdere indruk maakt dan de karikaturale figuur die nu in de Oval Office huist. Aan zijn kroost, waarvan het nog maar de vraag is of die in staat zal zijn om de Trump-dynastie definitief te vestigen, wordt verder geen enkele aandacht besteed. De kinderen staan volledig in de schaduw van de huidige Trump-patriarch.
Hij is een wat tragische ‘poster boy’ geworden voor het Nederlandse softdrugsbeleid: Johan van Laarhoven, de grote man van de coffeeshopketen The Grass Company. In 2014 werd de Brabander gearresteerd in Thailand. Hij zou voor jaren achter de tralies verdwijnen en moest zien te overleven in ronduit erbarmelijke omstandigheden. Het initiatief voor zijn aanhouding zou volgens zijn broer en compagnon Frans en z’n advocaten Gerard Spong en Sidney Smeets zijn gekomen vanuit het drugsgidsland Nederland. Iets wat door het Openbaar Ministerie dan weer wordt genuanceerd.
De zaak Van Laarhoven loopt als een rode draad door de zesdelige serie Cannabis (304 min.) waarin Arjen Sinninghe Damsté stijlvol door de geschiedenis van het Nederlandse softdrugsbeleid zwiert. Van het hippiefestival Kralingen en de allereerste Amsterdamse coffeeshops tot de hedendaagse wietzolders, internationale cannabisindustrie en medicinale wiet. In de tussenliggende jaren is er altijd reuring geweest rond het vaderlandse gedoogbeleid. Was het niet de aanhoudende kritiek vanuit Amerika, waar al decennia een ‘war on drugs’ wordt uitgevochten, dan ontstond er wel een enorm schandaal rond het feit dat politie en justitie enorme hoeveelheden drugs bleken te hebben doorgelaten, de zogenaamde IRT-affaire.
Cannabis geeft crimefighters het woord, maar focust zich vooral op de vrije jongens die ooit besloten om een boterham te gaan verdienen met hashhandel. Zij zouden stelselmatig worden gemangeld tussen de steeds steviger optredende overheid en de altijd weer brutaler denkende georganiseerde misdaad. Zo kreeg Henk de Vries, eigenaar van de befaamde coffeeshop The Bulldog, tussen de invallen van de politie en belastingdienst door bijvoorbeeld ineens bezoek van ene Klaas Bruinsma. Het criminele kopstuk kondigde doodleuk een vijandige overname van de coffeeshop aan. Niet veel later werd Bruinsma geliquideerd. De Vries had er niets mee van doen, zegt hij. ‘Ik moet er enkel bij zeggen: ik was op dat moment wel bereid om het te doen. Iemand anders heeft mijn probleem opgelost.’
Met zulke verhalen uit alle uithoeken van de softdrugswereld dringt Cannabis, lekker sjiek gefilmd en verlevendigd met bijzonder fijn archiefmateriaal, door tot het hart van een business die zich noodgedwongen op het snijvlak tussen legaal en illegaal afspeelt. Een sleutelrol is daarbij weggelegd voor de joyeuze verteller Tom Vermeir. Met losse, informele voice-overs, die qua toonzetting doen denken aan de series Schuldig en Stuk, en het nodige kunst- en vliegwerk houdt hij de verschillende verhaallijnen en personages bij elkaar. Vermeir moet ook steeds de verbinding leggen met de zaak Van Laarhoven, waarin Nederlands dubbelhartige houding tegenover softdrugs, vervat in die ene multi-interpretabele term ‘gedogen’, nog eens goed onder het vergrootglas komt te liggen.
De kwestie rond de Brabantse coffeeshophouder claimt gaandeweg steeds meer ruimte. Als in de slotafleveringen de vraag op tafel komt of Van Laarhoven naar Nederland kan worden gehaald (en of hij hier dan nog de rest van zijn straf moet uitzitten), schaart Sinninghe Damsté zich bovendien heel nadrukkelijk aan zijn kant en krijgt het Openbaar Ministerie ondubbelzinnig de schurkenrol toebedeeld. Het is een laatste akte die deze ambitieuze serie enigszins uit het lood trekt.
Spraakmakende zesdelige serie #Cannabis, over de roemruchte geschiedenis van het Nederlands softdrugsbeleid, vanaf woensdag 30 september @NPO2pic.twitter.com/VKZnH6VkOB
In haar fictieve ouderlijk huis ontmoet de jonge danseres Leyla de Muynck de acteurs, Elsie de Brauw en Pierre Bokma, die zo meteen haar ouders moeten vertolken. De kennismaking is wat onwennig. Ze gaan dadelijk samen sleutelscènes uit haar leven naspelen. En geen van drieën weten ze wat dat gaat brengen.
De hele exercitie begon als een idee van regisseur Vincent Boy Kars, een Nederlandse filmmaker met een geheel eigen signatuur. Hij voerde urenlange gesprekken met Leyla (en zag in haar verhaal parallellen met zijn eigen leven), verwerkte die informatie in een script en vroeg haar vervolgens om de hoofdrol te spelen in de verfilming daarvan.
En Drama Girl (95 min.) is dan weer de documentaire die verslag doet van dat proces. Dat klinkt een stuk ingewikkelder dan het is. Kars laat De Muynck acteren in scènes die hij uit haar leven heeft geplukt en bekijkt wat er vervolgens gebeurt: lukt het haar om de toenmalige ervaring op te roepen? Wat brengt die haar? En in hoeverre heeft dat dan weer effect op de acteurs met wie ze werkt?
In zekere zin is de film, die zich op het snijvlak van fictie en non-fictie begeeft en de grenzen van beide genres aftast, een logisch vervolg op de vorige productie van Vincent Boy Kars. In Independent Boy nam hij voor een maand het leven van een goede vriend over en registreerde wat er toen gebeurde.
Ook nu stuurt de jonge regisseur als een soort filmend opperwezen de gebeurtenissen in het (nagespeelde) leven van zijn hoofdpersoon. Voor en na de opnames gaan Kars en De Muynck daar dan weer over in gesprek met elkaar en komen wezenlijke vragen uit de leef- en denkwereld van hedendaagse adolescenten, millennials, aan de orde.
Het gestileerde Drama Girl, aangekleed met fraaie danssequenties en synthesizermuziek, krijgt daardoor soms bijna de vorm van een therapiesessie, waarbij herbeleving voor een nieuw begrip van een gebeurtenis kan zorgen, maar ook navelstaarderij en psychologie van de koude grond op de loer liggen.
Een zeer eigenzinnige film dus, waarvan je gaat houden. Of niet.
'En jij, ben jij een drama girl'? Filmkenner @HelmutBoeijen en 2Doc-redacteur Kitty gaan in gesprek over de docu 'Drama Girl'. Regisseur Vincent Boy Kars laat Leyla belangrijke scènes naspelen uit haar leven. Luister de podcast '2Doc belt met Boeijen': https://t.co/BklCNM9n5dpic.twitter.com/LrCpzulUdt
Een hand speelt met een streng haar. Één enkel oog in een extreme close-up. Het oog zingt. ‘Couldn’t look you in the eye.’ Creep, Radioheads eerste hit. Ook de lippen vallen in. ‘I wish I was special. So fuckin’ special’. Een jonge vrouw, één met de woorden van zanger Thom Yorke. ‘But I’m a creep. I’m a weirdo. What the hell am I doing here?’ Ze wordt afgebroken voordat ze ‘I don’t belong here’ kan zingen.
Zij is ter beschikking gesteld. Veel meer dan die mond, de hand en dat oog krijgen we niet te zien van haar. ‘Ik ben geen lelijk persoon. Ik zie er wel goed uit’, zegt ze, buiten beeld. ‘Maar soms als ik in de spiegel kijk, zie ik weer helemaal dat verminkte gezicht. En omdat ik ooit eens een keer slachtoffer was, voordat dit allemaal begon in de TBS, ben ik dader geworden.’
De korte documentaire Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS (25 min.) van Ingrid Kamerling richt zich niet op het dagelijks bestaan van TBS-patiënten, hun leefomstandigheden of het nut van de opgelegde maatregel. Dit is een zinnenprikkelende film over hoe enkele patiënten van de Utrechtse Van der Hoeven Kliniek in het reine willen komen met het verleden en hun leven ten goede proberen te keren.
Óók, of júist, als ze een verpletterende boodschap hebben gekregen. ‘Je moet je richten op een leven binnen’ kreeg een andere jonge vrouw te horen. ‘Je komt nooit meer buiten.’ Het waren niet eens de stemmen in haar hoofd die spraken. Die haar eerder tot brandstichting hadden aangezet. En die haar nu vertellen dat de theaterdocent haar eigenlijk niet op het podium wil en steeds minder tekst zal geven.
Terwijl ze eigenlijk snakt naar dat spel. ‘Als je lang in TBS zit, word je niet meer aangeraakt. En als we samen spelen, raken we elkaar ook heel veel aan. En dat is gewoon heel fijn.’ En, ook niet onbelangrijk: de stemmen vallen stil. Even. Het geeft haar, en de andere deelnemers aan een theaterproject, wellicht de kans om binnenbrandjes te blussen en een nieuw beter ik te exploreren.
‘In de bajes zit je om wat je gedaan hebt…’, vertelt een doek in Delfts blauw. ‘In de TBS om wat je te doen hebt…’ Het is een opdracht waarmee ieder voor zich worstelt. Kamerling slaat dat proces van heel dichtbij gade en dringt zo door tot het zielenleven van haar personages, terwijl ze hen toch niet nodeloos onder het vergrootglas legt. Een nerveus tappende voet, voortdurend wrijvende vingers en een licht trillende haardos. Impressies uit levens in de pauzestand, die toch niet stil kunnen blijven staan.
Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS is hier te bekijken.
Toneelles in een tbs-kliniek klinkt wat vreemd, maar Petra van den Brand en Eva Luining doceren het daar al jaren. Wat dat voor tbs-patiënten betekent ontdek je in dit interview naar aanleiding van 'Rusteloze zielen': https://t.co/C63BImIEQPpic.twitter.com/ZXXccXk4hN
Een emotionele achtbaan. Elke voorstelling weer. Nog een stuk of vijftien te gaan. Het laatste staartje van een tournee van drie jaar: Adem In, Adem Uit. Straks door bijna 400.00 cabaretliefhebbers gezien. En dan? Hoe verder?
Alles gaat op uur en tijd. Nee: móet op uur en tijd. Soundcheck, precies om zeven uur. ‘En dat is niet om vijf voor zeven of om vijf over zeven’, zegt mijn geluidstechnicus Bo. Anders raakt mijn ritme verstoord. Autistische trekjes, hè?
Elke voorstelling moet perfect zijn. Dus geen onverwachte bezoekjes meer tijdens de pauze. Komt dat plastic geluid in de coulissen trouwens van jullie camera, Suzanne? Rust heb ik nodig. Concentratie. En dan: knallen!
Ook al kan het eigenlijk niet meer. Kost dit leven simpelweg te veel. Soms ben ik zo ‘fucking moe’. Maar: ‘ik ben klaar met het ziek zijn. Met moe en niet meer fit zijn’. Ik wil doorbijten.
Ook voor al die fans. Ze zijn overal. Via social media. Gewoon privé. En na elke voorstelling. Voor een warm woordje. Geintje. En een selfie, natuurlijk. Totdat mijn kok/bodyguard Bob ‘ho’ zegt. Tien minuten. Daarna is het schluss.
Roofbouw, vindt m’n manager Robert-Jan. Ik moet eens nadenken waarom ik iedereen altijd honderd procent wil geven, vindt mijn vrouw Marloes. Het mooiste vak op aarde, vind ik zelf. Dat me steeds meer kruim kost, dat wel.
Al dagen van tevoren in een hotel. Overdag gapen en slapen. Bijkomen in het zwembad. En weg van mijn kinderen Limoni en Melle. Die natuurlijk gewoon hun eigen leven hebben. En daarover hebben we thuis soms ook best zorgen.
Na elke voorstelling – honderd in Carré! – ben ik volledig uitgewoond. Kom nauwelijks op adem. Twijfel aan mezelf. Huil in de kleedkamer. En, natuurlijk, soms is er die blijdschap. Over alwéér een zaal, hier in mijn achterzak.
Ik laat me nu bekijken. Observeren alsof ik een bijzondere diersoort ben. Suzanne Raes en de fly on the wall-camera van Victor Horstink. Ze hebben ook mijn dierbaren geïnterviewd. En stiekem, vanaf de achterkant van allerlei theaters, meegekeken tijdens mijn voorstelling.
Hier ben ik te zien als het podiumgordijn (nog) dicht is. Wat ik ervoor moet doen en laten. En hoe graag ik dat doe.
Spierkramp, flauwvallen en koude handen. Het was de moeder van Jorjen die zich ineens realiseerde wat er met hem aan de hand was: anorexia. Haar tienerzoon had een eetstoornis, die we doorgaans (en ten onrechte) vooral met jonge meisjes associëren.
Op een gegeven moment woog hij nog maar 45,9 kilogram. Jorjen hongerde zichzelf uit, op weg naar die felbegeerde sixpack. In de spiegel zag hij echter nog steeds niet de jongen die anderen mochten zien. Waar anderen, zoals hij dat zelf zo treffend zegt, niet omheen konden kijken.
Intussen stond Jorjen volgens een arts in de kliniek voor eetstoornissen ‘met één been in het ziekenhuis’. Manorexia of bigorexia. De jongen moest rigoureus stoppen met hongeren en sporten. Niet veel later volgde de genadeloze depressie, die hem jaren buitenspel zou zetten.
Het persoonlijke relaas van Jorjen Neumann en zijn moeder Veroni krijgt alle ruimte in Ziek Gespierd (39 min.) een korte documentaire van Joram Bolle, Nina van Hattum en Benjamin Kat die toch nog wat aan de lange kant is.
Mediapsycholoog Jolanda Veldhuis plaatst Jorjens worsteling binnen de bredere trend van influencers, hier vertegenwoordigd door twee sportcoaches, die hun duizenden volgers op Instagram een ideaalbeeld voorspiegelen. Zij creëren onzekere fitboys, die zichzelf nooit gespierd genoeg vinden.
Jorjen zag uiteindelijk echt geen uitweg meer. En toen kwam zijn moeder zomaar voormalig wielerkampioen Leontien van Moorsel, die zelf jarenlang kampte met een hardnekkige eetstoornis, tegen bij de kapper…
Preludes To Face The World, luidt de tagline voor deze korte documentaire van Maartje Bakers, die onlangs werd genomineerd voor een Gouden Kalf. Een beeldessay over vrouwelijkheid, aan de hand van de ochtendrituelen van zes verschillende vrouwen. Bakers observeert hen terwijl ze zich gereed maken om de wereld weer tegemoet te treden. Vanaf het moment dat ‘s ochtends de wekker gaat totdat ze zich uiteindelijk blootstellen aan andermans blik.
Kalm en aandachtig laat Personae (25 min.) hen zien in hun eigen domein, waar ze zich overgeven aan hun vaste gewoonten. Van ochtendmens transformeren de vrouwen, in de badkamer, aan de make-up tafel en bij de kledingkast, langzaam in een toonbare variant van zichzelf. Dat is een heel intiem proces, waarbij ze letterlijk veel van zichzelf laten zien. Van zowel hun persoonlijke ruimte als van hun lichaam. En waarbij ze ook heel nadrukkelijk naar zichzelf kijken. Niets zo indringend immers als The Female Gaze.
Gesproken wordt er verder niet. De camera, gesitueerd op een vaste plek, moet het werk doen, aan het begin en einde in de rug gedekt door doeltreffende muziek. Zo dwingt deze film om echt te kijken, in een poging om de vrouwen te zien voor wie ze werkelijk zijn. En daaruit komen onvermijdelijk vragen naar voren over wat vrouwelijkheid is en behoort te zijn en hoeveel vrouwen in zichzelf moeten investeren, teneinde de wereld te kunnen trotseren.
Natuurlijk, de controverse rond de stunt van actrice Uma Thurman tijdens de opnames voor Kill Bill, die haar blijvend letsel bezorgde, komt aan de orde. En ook zijn innige samenwerking met de in opspraak geraakte filmproducent Harvey Weinstein, die ook actrices uit zíjn films zou hebben misbruikt, wordt niet geschuwd. QT8: The First Eight (97 min.) is echter eerst en vooral een liefdesbetuiging aan de filmmaker Quentin Tarantino.
De aanbeden regisseur van moderne klassiekers als Pulp Fiction, Inglourious Bastards en Reservoir Dogs komt zelf niet aan het woord. Al begint elk hoofdstuk van dit eerbetoon, dat chronologisch zijn loopbaan doorloopt aan de hand van zijn eerste acht speelfilms, wel met een quote uit een oud interview. ‘Ik steel van iedereen’, staat er bijvoorbeeld genoteerd bij aanvang van Badass Women & Genre Play. ‘Grote artiesten stelen. Ze doen niet aan hommages.’
Deze documentaire van Tara Wood bestaat voor het leeuwendeel uit fragmenten uit zijn films, die worden aangevuld met making of-beelden en scènes uit de films, televisieprogramma’s en series die hem hebben gevormd. Het geheel wordt aan elkaar gepraat door Tarantino-getrouwen zoals Samuel L. Jackson, Michael Madsen, Tim Roth, Kurt Russell en Christopher Waltz. Zij belichten tevens subthema’s als zijn uitzinnige gebruik van klassieke popsongs, de rol van vrouwen in zijn films en de virtuoze choreografie van zijn vechtscènes.
Daarbij worden enkele kostelijke anekdotes opgedist over de man voor wie film maken een soort religie is. Enkele ervan zijn zelfs geanimeerd. Ook leuk. Intussen valt er – natuurlijk, zou je bijna zeggen – nauwelijks een onvertogen woord in dit gelikte portret. Daar moet je tegen kunnen: QT8 is een onvervalste hagiografie. Van de rechtgeaarde cinefiel die de droom van elke cinefiel ter wereld leeft.
Als iemand liefde voor de aarde verpersoonlijkt, dan is het David Attenborough. De Britse bioloog en televisiemaker mag vanwege zijn vele natuurdocumentaires en -boeken tegenwoordig zelfs ‘sir’ voor zijn naam zetten. Hij is inmiddels dik in de negentig en nog even bevlogen als altijd. ‘Dit is mijn getuigenverklaring en mijn visie voor de toekomst’, zegt de geboren verteller bij aanvang van David Attenborough: A Life On Our Planet (83 min.).
Deze film kan worden beschouwd als de aanbiedingsbrief bij zijn nalatenschap, gericht aan de wereld waarvan hij binnen afzienbare tijd toch afscheid zal moeten nemen. Het is een ontdekkingsreis door zijn eigen leven, de ontwikkeling van de aarde en de impact van de mens daarop, elementen die samenkomen in ‘s mans grenzeloze liefde voor mens, plant en dier en zijn zorgen over hun toekomst. Er zijn geen restricties, concludeert hij droef. ‘We kunnen blijven consumeren. Totdat de aarde op is.’
In zekere zin is deze documentaire van Alastair Fothergill, Jonnie Hughes en Keith Scholey herkenbaar als een typische Attenborough-productie: de imposante beelden van de aarde als habitat voor al wat leeft en de uit duizenden herkenbare stem waarmee hij die op weergaloze wijze toegankelijk maakt voor een groot publiek hebben nog niets aan kracht ingeboet. De toonzetting is alleen somberder. Hier spreekt een man die alles wat hem lief is door zijn handen ziet glippen.
‘De wereld is echt niet meer zo wild als ie ooit was’, lamenteert hij over de biodiversiteit die hij zijn hele leven lang heeft bezongen en die nu rücksichtslos dreigt te worden vertrapt. ‘Dat hebben we vernietigd.’ Attenborough zou echter Attenborough niet zijn als hij geen uitweg zag uit de misère. Deze persoonlijke getuigenis wordt afgesloten met een plan de campagne voor een behouden toekomst. ‘Als wij voor de natuur zorgen’, klinkt het vol vertrouwen, ‘zal de natuur voor ons zorgen.’
De Rote Armee Fraction eiste de aanslag op. De derde generatie daarvan, om precies te zijn. Als die al ooit heeft bestaan. Namen of gezichten heeft de Duitse politie daarbij nooit weten te verkrijgen. Vaststaat dat Detlev Karsten Rohwedder, de leider van de zogenaamde Treuhand, op 1 april 1991 in koelen bloede werd vermoord. En dat de extreem-linkse terreurbeweging RAF de dood van het ‘imperialistische beest’ claimde met zo’n typisch bombastische verklaring tegen het kapitalisme.
Maar was de Rote Armee Fraction wel verantwoordelijk voor de brute moord op de man, die de voormalige DDR gereed moest maken voor een plek in de vrijemarkteconomie van het Verenigde Duitsland en die met de bijbehorende bedrijfsliquidaties en massaontslagen vele vijanden had gemaakt? Of ging het in werkelijkheid om een slinkse actie van de Stasi, de binnenlandse veiligheidsdienst van het voormalige Oost-Duitsland?
Die vragen liggen ten grondslag aan de boeiende vierdelige serie Rohwedder: Einigkeit Und Mord Und Freiheit (168 min.), waarin de achterkant van de succesvolle Duitse hereniging, aan het einde van de Koude Oorlog, wordt belicht: roofkapitalisme, corruptie en het verkeerd soort nationalisme. Regisseur Jan Peter Georg Tschurtschenthaler laat in dat kader Treuhand-medewerkers, politici, misdaadbestrijders, DDR-functionarissen, Stasi-agenten, (misdaad)journalisten en ook twee voormalige RAF-leden, van de tweede generatie, aan het woord.
Hij illustreert hun relaas met fascinerende archiefbeelden van de gebeurtenissen rond ‘Die Wende’, oude interviews met Rohwedder en een straffe reconstructie van de schimmige schietactie. Zo wordt het verscheurde land opgeroepen dat een eenheid moest gaan vormen. Binnen dat onverdraagzame klimaat zou Detlev Rohwedder uitgroeien tot een perfecte bliksemafleider, waarop menigeen zijn woede kon koelen en een onbekende schutter uiteindelijk daadwerkelijk het vuur opende.
Slechts 73 seconden duurde de vlucht van hun leven. Zeven representanten van de glorieuze United States of America vonden voor het oog van een geschokte natie de dood. Zes specialisten van de National Aeronautics and Space Administration (NASA) en een ‘gewone burger’, de lerares Christa McAuliffe. In navolging van Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins, de eerste mannen op de maan (en helden van de ontzagwekkende spacedocu Apollo 11), zouden ook zij onderdeel van de ruimtevaarthistorie worden, als de eerste dodelijke slachtoffers van Amerika’s drang om het complete heelal te veroveren.
Ze maakten stuk voor stuk deel uit van de Klas van 1978, de eerste generatie astronauten die niet volledig uit witte mannen bestond. En ze waren tevens onderdeel van een soort reboot van de Amerikaanse ruimtevaart, die gaandeweg wat van zijn oorspronkelijke glans was verloren. ‘Amerikanen hebben de wereld laten zien dat ze niet alleen groots dromen’, oreerde Ronald Reagan bij de lancering van de eerste spaceshuttle, ‘maar dat we die ook durven te realiseren.’ De toenmalige Amerikaanse president instigeerde ook de zoektocht naar de eerste burgerpassagier voor de shuttle, ‘one of America’s finest’: een leraar.
De aanloop naar de fatale vlucht en de selectie van de crew daarvoor vormen het hart van Challenger: The Final Flight (180 min.), een stevige vierdelige docuserie van Daniel Junge en Steven Leckart. Trots maken de uitverkorenen zich op voor hun historische missie, al hebben ze geen idee waarom die in de geschiedenisboeken zal belanden. De promotionele beelden van hun enthousiaste voorbereiding, en de herinneringen daaraan van hun nabestaanden, collega’s en plaatsvervangers (die de dans dus ontsprongen), hebben sindsdien een onheilspellend karakter gekregen. Zij, weten wij, gaan nietsvermoedend hun ondergang tegemoet.
Terwijl er op dat moment toch ook al technische problemen waren en enkele insiders zelfs waarschuwden voor serieuze ongelukken. ‘De shuttle gaat ontploffen’, zou hoofdingenieur Bob Ebeling enkele uren voor de lancering van de Challenger, die diverse malen was uitgesteld, hebben gezegd tegen zijn dochter. De klok liep alleen al en was met geen mogelijkheid meer te stoppen, vertellen NASA-medewerkers en -klokkenluiders. Op 28 januari 1986 ging de Challenger met een ‘big bang’ de lucht in. De toeschouwers die zich bij Cape Canaveral in Florida hadden verzameld om de lancering bij te wonen waren volledig uit het veld geslagen toen ze van de omroeper hoorden wat die vreemde taferelen boven hen betekenden: ‘Het ruimtevaartuig is ontploft.’
Ook president Reagan reageerde vanzelfsprekend geschokt. ‘De bemanning van de Challenger eerde ons met de manier waarop ze leefden’, wist hij de stemming in het land opnieuw in grootse woorden te vatten. ‘We zullen ze nooit vergeten, noch de laatste keer dat we ze zagen, deze ochtend, toen ze zich voorbereidden op de reis, zwaaiden en de aarde achter zich lieten om Gods gezicht aan te raken.’ De achterblijvers zouden zich een leven lang boos, verdrietig en schuldig voelen.
Eerst zijn er de spotlights. Dan is er het leven achter de schermen, dat natuurlijk ook wordt vastgelegd. En vervolgens is er ook nog de persoon achter dat leven achter de schermen. Die wil zich nu ook laten zien. Voor de camera, natuurlijk. De échte echte Paris Hilton, zeg maar. Ze draagt al haar hele leven een geheim met zich mee, dat ze nu, eindelijk!, met de wereld gaat delen.
Toegegeven, het is moeilijk om niet cynisch te kijken naar de oer-influencer, de vrouw die Kim Kardashian het vak leerde, zeg maar. Ontwikkelt Paris zich nu ook tot zo’n menselijk ongeluk, waar we ons met zijn allen weer aan kunnen vergapen? De fase waar Britney Spears nooit meer uit lijkt te komen en Kanye West nu middenin schijnt te zitten. Kijk, stoten we elkaar aan, Paris Hilton, daar is ook van alles mee aan de hand.
This Is Paris (105 min.) was blijkbaar in eerste instantie gewoon bedoeld als een combinatie van het dagelijks leven van Paris Hilton en haar levensverhaal, zoals dat wordt verteld door het fenomeen zelf en haar moeder en zus. Vlieg op de muur-materiaal dus, gelardeerd met interviews en allerlei familiefilmpjes, privévideo’s en de talloze weerslagen van haar publieke leven. Maar toen wilde haar geheim toch echt naar buiten.
Regisseur Alexandra Dean vervat dat drama in zorgvuldig geplaatste animaties en pakt het zo heel langzaam uit. Alsof daar, in dat niet voor niets zorgvuldig verborgen gehouden verleden, dan eindelijk de sleutel kan worden gevonden naar de échte echte Paris Hilton, zeg maar. Paris heeft er meteen promotiefoto’s bij laten maken, waarop ze poseert met een stuk plakband over haar mond.
Zodat toch weer, zonder dat het persoonlijke verhaal van Hilton en haar lotgenoten verder in twijfel hoeft te worden getrokken, de vraag opspeelt of ze ooit nog kan loskomen van het personage Paris en het personage dat daar weer op reflecteert (zoals onlangs ook al in de rond Hilton en haar geestverwanten opgebouwde documentaire The American Meme)? Is er achter zulke facade(s) nog voldoende ruimte voor zoiets banaals als een normaal mens?
Het zit allemaal al opgesloten in de tagline voor deze ongemakkelijke film: ‘Everyone knows her. No one knows her story.’
Er was nog een levensdroom te vervullen. Na de dood van zijn vrouw vertrok rabbi Max Shorenstein in 1935 vanuit Kopenhagen naar Israël. Hij was al 65, maar wilde zijn leven nog eenmaal helemaal omgooien. De man had twee vogelkooitjes bij zich en begon dieren te verzamelen, te beginnen met enkele apen. Vanuit dat handeltje in de nieuwe stad Tel Aviv ontstond een soort thuisdierentuin. Met slangen, beren en leeuwen, dieren die ook nog wel eens wilden ontsnappen. Wat de buren dan weer niet zo prettig vonden.
Uiteindelijk werd de situatie onhoudbaar. Er kwam een lobby op gang om een officiële Tel Aviv Zoo te starten. Die opende zijn deuren in 1938 en de dwarse dromer ‘Rabbi Dolittle’ werd voor het leven tot directeur benoemd. Dat bleek vragen om problemen. En die ontbreken vanzelfsprekend niet in There Are No Lions In Tel Aviv (63 min.), een vermakelijke docu van Duki Dror waarin de historie van de Israëlische dierentuin wordt geplaatst binnen de stormachtige ontwikkeling van de nieuwe stad.
Prominente inwoners van de stad, zoals een archeoloog, kunstenaar en taxidermist, halen herinneringen op aan hun bezoekjes aan de zoo, die destijds de absolute trekpleister was van Tel Aviv. Hun verhalen worden ondersteund met antieke beelden van de dieren in hun toenmalige habitat, gevarieerde animaties en sequenties van imposante dieren in een urbane omgeving. Ook deze dierentuin kwam op een gegeven moment onder vuur van de buren te liggen. Te veel stank en lawaai. Een fremdkörper in een wereldstad in wording.
Zodat de dieren en hun entourage toch weer een keer moesten verkassen. Nu staat er een torenflat op de plek waar ooit de dierentuin was gevestigd. Tel Avivs financiële sector heeft er zijn plek gevonden, constateert voormalig stadsarchitect Israel Goodovitch zonder enig enthousiasme. ‘En zij zitten ook in kooien. Ieder in zijn eigen kooi.’
‘Wat voor Harry en Lucas geldt, geldt ook voor jou’, schreeuwt doelverdediger Hugo Lloris tegen zijn medespeler Heung-Min Son. ‘Met één minuut te gaan móet je meelopen.’ Het komt in de Spurs-kleedkamer zelfs bijna tot een handgemeen tussen de twee ploeggenoten. Trainer Mourinho ziet er wel wat positiefs in: ‘Dit was een jaar geleden niet voorgekomen. Dit gebeurt omdat jullie meer van elkaar eisen.’
De koning is dood, lang leve de koning! Na vijfeneenhalf jaar moet Mauricio Pochettino, de coach die de Londense club enkele maanden eerder nog naar de Champions League-finale heeft geleid, het veld ruimen bij Tottenham Hotspur. Zijn opvolger staat al klaar: José Mourinho, één van de succesvolste trainers van de afgelopen twintig jaar en tevens één van de meest gehate mensen van het internationale voetbal.
Even later, in de eerste aflevering van de negendelige serie All Or Nothing: Tottenham Hotspur (440 min.), na een eerdere reeks over Manchester City, begint ‘The Special One’ zelf dozen uit te pakken en nauwkeurig zijn nieuwe kantoor in te ruimen. Foto’s van zijn carrière om op te hangen, ordners in de vakkenkast. Paperassen op het bureau, netjes recht. Lineaaltje erbij. En dan alleen de flipover nog installeren. Via de televisie komt intussen het nieuws van zijn benoeming binnen. ‘Kijk wat er gebeurde bij zijn laatste clubs’, zegt een sportcommentator. ‘Hij is over zijn top heen.’ Mourinho loopt direct naar het toestel en zet dat demonstratief uit. ‘Fuck you!’
En daarmee is de toon gezet. De nieuwe koning schrijft zijn eigen wetten uit, zet z’n onderdanen op hun (juiste) plek en begint meteen de media te bespelen. Het sleutelwoord is: winnen. ‘Ik haat het om te verliezen’, heet ‘t dan. Terwijl Mourinho zijn veel te lieve team een over mijn lijk-mentaliteit probeert bij te brengen, hebben sommige spelers zo hun eigen beslommeringen: de flegmatieke international Dele Alli worstelt met zijn vorm, vaste linksachter Danny Rose valt ineens geregeld buiten de basis en spelverdeler Christian Eriksen lijkt in ongenade te zijn gevallen omdat hij een transfer wil maken. En dan raakt ook spits en boegbeeld Harry Kane nog ernstig geblesseerd.
All Or Nothing laat ongetwijfeld heel veel níet zien van wat er in het binnenste van de trainersploeg, het elftal en de directie omgaat, maar wat er overblijft is méér dan voldoende: (crisis)overleg tussen directie en coach, kleedkamerbeelden van voor, tijdens en na de wedstrijd en Mourinho’s persoonlijke gesprekken met (on)tevreden spelers bijvoorbeeld. Zulk fly on the wall-materiaal wordt doorsneden met lekker bombastische wedstrijdregistraties, waarbij volvette shots, ronkende muziek en overspannen commentatoren een glorieus huwelijk aangaan. Zo wordt zelfs van het meest onbeduidende competitieduel een soort strijd op leven en dood gemaakt, waarbij er nooit enige twijfel is over wie de ‘good guys’ (moeten) zijn.
Zelfs de totstandkoming van transfers blijft niet geheel onbelicht. Saillant is in dat verband de komst van de Nederlandse aanvaller Steven Bergwijn, een overgang die bij zijn vorige club PSV begin dit jaar heel wat kwaad bloed zette. De speler zou hebben geweigerd om nog te spelen in Eindhoven. Bij Tottenham Hotspur wordt Bergwijn evenwel binnengehaald als redder in nood. Geen woord over hoe de transfer tot stand is gekomen (en of er eigenlijk wel zoveel aan de hand was bij zijn vorige werkgever, of dat alle partijen gewoon het welbekende onderhandelingsspel speelden).
Deze puike sportserie, waarvoor acteur en Spurs-fan Tom Hardy als verteller fungeert, laat alleen onbeantwoord wat er precies zo speciaal is aan de nieuwe koning van de Spurs. José Mourinho lijkt vooral een archetypische teambuilder, die onvermoeibaar blijft hameren op agressie, discipline en de absolute wil om prijzen te pakken. ‘We moeten winnen’, zegt de manager bijvoorbeeld tijdens de wedstrijdbespreking voor Bergwijns eerste match, tegen titelkandidaat Manchester City. ‘We moeten aanvallen. We moeten risico’s nemen, maar hebben ook stabiliteit nodig. En we moeten georganiseerd spelen als we de bal hebben…. Oké, we zijn er klaar voor.’
Of zulke peptalks, doorgaans vergeven van de fucks en fuckings, werkelijk voldoende zijn om het tij te keren bij Mourinho’s zwalkende elftal? En kan hij zijn team tijdens de verplichte Corona-pauze echt met Zoom-sessies klaarstomen voor toch nog een succesvolle bekroning van het seizoen?
Quizvraag: aan welke Amerikaanse politicus moet u denken bij de volgende termen: narcisme, paranoia, antisociale persoonlijkheid en sadisme? Vast niet aan Joe Biden. Al is er volgens psychiater John Gartner een dikke kans dat de Democratische presidentskandidaat in elk geval een narcist is. Dat geldt immers voor de meeste politici. Niet alleen de Amerikaanse overigens.
Nee, hij heeft het natuurlijk over – tromgeroffel, doodse stilte, paukengeschal – Donald J. Trump. En diens narcisme is bepaald niet het grootste probleem. Die andere drie kwalificaties maken hem in de ogen van Gartner pas echt gevaarlijk. Ga maar na: ’s mans complottheorieën, zijn slachtofferschap, het kleineren en demoniseren van anderen, zijn leugenachtigheid, het schenden van andermans rechten, zijn totale gebrek aan elke vorm van spijt en het overtreden van alle mogelijke normen en regels. Samengevat: kwaadaardig narcisme.
En natuurlijk, er bestaat zoiets als The Goldwater Rule, vernoemd naar de Republikeinse presidentskandidaat Barry Goldwater die in 1964 publiekelijk allerlei psychische stoornissen kreeg aangepraat door psychiaters. Sindsdien geldt het uitgangspunt: als psychiater houd je in het openbaar je mond over de mentale gesteldheid van een politicus. Maar dan treedt volgens Gartner en zijn collega’s de Tarasoff-regel in werking: het is de plicht van een therapeut om anderen te waarschuwen als ‘de patiënt’, volgens Commander In Cheat-schrijver Rick Reilly ook een notoire valsspeler op de golfbaan, een gevaar voor hen vormt.
Zie daar het centrale dilemma van de intrigerende documentaire Unfit: The Psychology Of Donald Trump (85 min.) van Dan Partland, waarin psychologen, historici en critici vanuit eigen kring zoals George Conway (de echtgenoot van Trumps adviseur Kellyanne), zijn voormalige perschef voor een dag of tien, Anthony Scaramucci, en conservatief boegbeeld Bill Kristol de man en het fenomeen Trump proberen te duiden. Daarbij komen en passant ook thema’s als de psychologie van het hedendaagse Amerika en moderne wetenschappelijke inzichten over leiderschap en groepsvorming aan de orde.
Waarbij de psychologische bevindingen en politieke ideeën van de sprekers over de Amerikaanse president natuurlijk volledig verknoopt raken, bijvoorbeeld als die omstreden parallel tussen Trump en autoritaire leiders als Mussolini en Hitler aan de orde komt. Die wordt overigens behoorlijk aannemelijk gemaakt, zonder dat The Donald meteen wordt gelijkgeschakeld aan Il Duce of Der Führer. Dat de vergelijking überhaupt wordt gemaakt zal voor critici echter al voldoende reden zijn om het lekker vlot gemonteerde en met animaties opgeleukte Unfit zonder omhaal van woorden af te doen als ‘hopeloze Trump-bashing’.
Als we Gartner en consorten mogen geloven wordt er tijdens de verkiezingen van dinsdag 3 november hoe dan ook een narcist tot president gekozen. Het is vooral de vraag of die regelmatig een hole-in-one slaat.
‘Als je werkt voor de federale overheid, dan weet je dat je baan kan verdwijnen als je de verkeerde dingen zegt’, stelt Emily Wilson, een medewerkster van de NASA, die een draagbaar meetinstrument, ter grootte van een rugzak, heeft ontwikkeld. Ze hoopt er overal ter wereld vervuilende broeikasgassen in de lucht mee te kunnen detecteren. Het apparaat is bijna klaar. Bijna. Emily kiest haar woorden zorgvuldig: ‘We proberen tijdens ons werk zoveel mogelijk onder de radar te blijven.’ De opdracht is duidelijk: proberen het ding los te laten in de wereld voordat ‘ze’ erachter komen.
Wilson is één van de weinige Amerikaanse klimaatonderzoekers die de Nederlandse journalist Gideon Levy te woord wil staan. Sinds het aantreden van de regering Trump, die zich openlijk aan de zijde van de klimaatontkenners heeft geschaard, voelen ze zich niet meer vrij om zich uit te spreken. Bang om hun eigen baan op de tocht te zetten. Intussen zien ze hoe milieuwetten worden teruggedraaid en projecten stopgezet. Klimaatverandering lijkt rigoureus van de agenda te worden geschrapt, ten faveure van ‘good old’ fossiele brandstof.
In 2016 sprak Levy met een prominente lobbyist van die bedrijfstak, Myron Ebell. Hij leek toentertijd een soort relikwie van het stenen tijdperk, toen olie, gas en steenkool nog ongegeneerd de wereld draaiende mochten houden. Sindsdien heeft de gedreven klimaatscepticus, in een grijs verleden ook woordvoerder van de tabaksindustrie, echter een gewillig oor gevonden bij de mannen die tegenwoordig de dienst uitmaken in Washington. Ebell is dus een uitermate geschikte schurk voor een film over de strijd tegen de opwarming van de aarde.
In deze activistische docu volgt Gideon Levy enkele wetenschappers tijdens de eerste ambtstermijn van Donald Trump. Voor hen, en hun gezinnen, dreigt een gedwongen Vaarwel Amerika (59 min.). In een onbaatzuchtige bui hebben Europese landen als Frankrijk en Rusland zich al bereid verklaard om opvang te verzorgen. Ook Levy trekt zich het lot van de verweesde wetenschappers aan. Hij begint zich zelf in de kwestie rond het onderzoek van Emily te mengen, een stap waarover hij meteen openlijk – en niet geheel onterecht – zijn twijfels uitspreekt.
Aan de zijlijn blijven staan is met deze crisis geen optie, meent hij. In dat licht moet ook deze journalistieke egodocu worden bezien: als een overtuig(en)de poging om het klimaat, ook in tijden van Trump en Corona, op de agenda te houden.