The Tinder Swindler

Netflix

Hij had alleen zijn witte paard thuisgelaten. Thuis, in wat een hele collectie huizen moest zijn, beschikte hij waarschijnlijk over een hele stal. Die kon hij natuurlijk niet meenemen naar het luxueuze Londense Four Seasons Hotel. En in zijn privéjet was vanzelfsprekend ook geen ruimte. Wel voor haar, natuurlijk. De Noorse blondine die naar rechts had geswipet. Binnen enkele uren na hun eerste kop koffie vlogen ze samen naar Bulgarije. De vonken vlogen er inmiddels ook vanaf. En er was champagne en kaviaar. Na zo’n duizend Tinder-matches moest dit hem dan toch echt zijn voor Cecilie Fjellhøy: Simon Leviev, erfgenaam van een diamantimperium.

De ‘prins’ was alleen – u vermoedde het vast al – geen man om op één (wit) paard te wedden. Geen handvol prinsesjes zogezegd, maar een landvol. Sterker: een hele wereld. Stuk voor stuk slechts een privévlucht weg. En het was ook wel handig als die meiskes – in The Tinder Swindler (114 min.) leren we tevens Pernilla Sjöholm en de Nederlandse Ayleen Charlotte kennen – enig eigen vermogen hebben. Of bereid zijn om wat cash te lenen. En om dat hoogstpersoonlijk te komen afleveren, in Amsterdam bijvoorbeeld. Waar hij, het prinsje, natuurlijk thuis was. Net als in de rest van de wereld. Want die is van mensen zoals hij. Of gewoon van hem. Al zit hij nu dus even krap bij kas.

U denkt op dit moment vast: wat bezielt deze dames van het goede leven? Zien ze nu echt niet dat hij hen, prinsheerlijk natuurlijk, een loer aan het draaien is? Of bevinden ze zich in gedachten werkelijk in de Hollywood-romance die regisseur Felicity Morris met speelfilmfragmenten en zoete muziek rondom hen heeft opgetrokken? Een idylle die allang bezig is om een nachtmerrie te worden, zoals dat gaat in thrillers uit Tinseltown, zelfs als ze zich in ‘real life’ afspelen. Met een casanova die een doortrapte schurk blijkt. Een Love Fraud, juist. Of de Tinder-evenknie van The Puppet Master. Zo’n man waar je bijna een hele film lang achteraan kunt zitten. Tevergeefs. In elk geval tot de ontknoping.

Bent u nog wel bij de les, beste kijker/lezer? De jacht op de prins – of darkness, zou iemand met minder smaak nu gegrapt hebben – wordt dus onvervaard ingezet. Met de camera erbij. Lekker kijkvoer, hoor. Als je houdt van fastfood-docu’s. Hap-slik-weg! Voor wie na twee uur nog niet genoeg heeft is er zelfs een podcast. Over – dat moge duidelijk zijn – een héél fout ventje. Waar je intussen alles van weet en nog steeds weinig van begrijpt. Daarin lijkt ook niemand écht geïnteresseerd. Zelfs de filmmaakster niet. Hij mag van haar een ééndimensionale oplichter blijven. Net als z’n slachtoffers. Morris wil vooral een spannend verhaal vertellen. En dat is nog best goed gelukt ook.

Met dank aan ‘de vrouw(en) van zijn dromen’, Cecilie, Pernilla en Ayleen. Die met de gebakken peren zijn blijven zitten en er, hand op hart, nóóit meer intrappen.

Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Maryana

KRO-NCRV

Voor het raam van de rijtjeswoning in een klein Nederlands dorp hangt een regenboogvlag. De slaapkamer van Maryana is ongemoeid gelaten. Die ligt er als vanouds bij, alsof ze elk ogenblik weer tussen de knuffels in het bed kan kruipen of verlangend uit dat raam gaat staren, fantaserend over wat de toekomst zal brengen. De werkelijkheid is compleet anders en nauwelijks te bevatten: dat meisje leeft al meer dan een jaar niet meer. Op zaterdag 14 november 2020 maakte ze, slechts veertien jaar oud, een einde aan haar leven.

In het laatste voicemailberichtje dat Maryana achterliet, waarmee Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Maryana (48 min.) ook opent, klinkt niets door van de diepe wanhoop die ze moet hebben gevoeld. Ook in familiefilmpjes en -foto’s en haar eigen social mediaposts is een heel normaal meisje te zien. Leuk, knap en vol zelfvertrouwen. Toch ontving ze jarenlang nare berichten, waarvan er één steeds weer terugkeerde: jij hebt geen vrienden. En daar bleef het niet bij. Roddels over een Maryanavirus, stenen tegen het raam, openlijke bedreigingen. En de vraag die maar blijft nagalmen: ‘Waarom pleeg je geen zelfmoord?’

Met alle belangrijke mensen uit haar leven (moeder Corita, vader Ed, broer Damiam, oma Bets, familievriendin Caecilia, vriendinnen Rensia en Ine, buurmeisje Dylana, schoolvriendin Jinthe, oude juf Gabrielle en docent Engels Brendan) reconstrueert deze tv-docu het leven van een meisje dat lang niet altijd liet zien wat het (cyber)pesten bij haar aanrichtte. Die tragische geschiedenis wordt geïllustreerd met hoe de puber zichzelf, soms bedrieglijk zelfverzekerd, presenteerde op social media, haar favoriete muziek en de haatberichtjes die ze ontving. Totdat ze het echt niet meer kon verdragen.

Helaas is Maryana’s verhaal geen uitzondering. Elke week overlijdt er een Nederlandse tiener door zelfdoding, zegt Saskia Mérelle, senior onderzoeker bij 113 Zelfmoordpreventie. In die zin is er met de opkomst van social media ook wel echt iets veranderd. Oma Bets verwoordt het treffend: waar kinderen vroeger thuis vaak nog veilig waren voor pesters, hebben ze nu echt ‘geen veilige haven’ meer. Behalve een klein monumentje voor een verloren leven is Eindeloos Gepest dus vooral ook een indringende aansporing om pestgedrag en de gevolgen daarvan héél goed in de gaten te houden.

Becoming Al Pacino

NTR

Wat vertellen Michael Corleone, Frank Serpico, John Wojtowicz, Tony Montana en Frank Slade over Al Pacino? Behalve dat hij een begenadigde acteur is. In The Godfather, Serpico, Dog Day Afternoon, Scarface en Scent Of A Woman is Pacino als een vulkaan die elk moment kan uitbarsten. In het leven rondom die signatuurrollen moest hij dat innerlijke vuur op alle mogelijke manieren proberen te bedwingen. Drank, drugs en pillen werden zijn toevluchtsoord.

Regisseur Jean-Baptiste Péretié relateert dit in de geslaagde tv-docu Becoming Al Pacino (52 min.) aan zijn getroebleerde jeugd. Als kind van een alleenstaande Italiaans-Amerikaanse vrouw moest Pacino zich staande houden in het New Yorkse hellehol The Bronx. De jonge Al begon op zijn negende al te roken en drinken en rookte als dertienjarige voor het eerst marihuana. Zijn twee beste vrienden gingen ondertussen ten onder aan harddrugs.

Pacino werd gered, zo wil tenminste het (Hollywood-)verhaal, door het theater. Hij belandde halverwege de jaren zestig op de befaamde acteerschool van Lee Strasberg, ontdekte zichzelf als ‘method actor’ en werd vervolgens, samen met collega/vriend Robert de Niro, het gezicht van de eigenzinnige Amerikaanse film in de jaren zeventig. En toen, net op het moment dat Hollywood definitief koos voor blockbusters, kwam de man met de hamer tóch langs.

Nadat hij enkele jaren afstand had genomen van de filmwereld, maakte de acteur een vruchtbare rentree. Al borduurde hij toen nadrukkelijk voort, zo laat Péretié met een slimme montage van oude en nieuwe speelfilmfragmenten zien, op bewezen successen. Via een alwetende verteller, Sharon Mann, plaatst hij die terugkeer binnen het grotere verhaal van Pacino’s carrière, die hier met een collage van filmscènes, achter de schermen-beelden en oude interviews met de man zelf netjes in kaart wordt gebracht.

Forget Me Not

VPRO

Kun je je kind werkelijk uit liefde weggeven? vraagt Sun Hee Engelstoft zich af. Op de dag van haar geboorte is de maakster van de indringende documentaire Forget Me Not (86 min.) afgestaan door haar Koreaanse moeder. Ze weet nu welke achternaam die, en zij dus eigenlijk ook, heeft: Shin. Verder tast Sun Hee, die opgroeide in Denemarken, echter in het duister over haar persoon, situatie en beweegredenen.

Om via een omweg toch antwoord op haar vraag te krijgen, volgt Engelstoft enkele zwangere meisjes tijdens hun verblijf in Aesuhwon, een onafhankelijke opvang voor ongehuwde moeders op het Zuid-Koreaanse eiland Jeju. Soms sluiten daarbij ook hun vriend(je) en/of ouders aan. En die spreken vanzelfsprekend een woordje mee als de jonge vrouwen een ingrijpende levenskeuze moeten maken: houden of niet?

De 21-jarige Jiin was bijvoorbeeld vast van plan om afscheid te nemen van haar dochter. En toen zag ze haar gezichtje en lukte dat niet meer. Toch is de twijfel sindsdien niet verdwenen. ‘Ik weet niet wat ik moet doen met dit kind’, zegt ze vertwijfeld, terwijl de baby op haar arm ligt te slapen. ‘Ze zou een beter leven kunnen hebben bij een ander.’ Een gedachte die bij meer vrouwen in Aesuhwon blijkt te leven.

‘Ben je blij dat je bent geadopteerd?’ vragen de veelal geanonimiseerde meisjes aan Sun Hee. Zij is immers naar een betere plek gegaan, een leven vol misère is haar bespaard gebleven. Volgens de documentairemaakster vergeten ze dat zij haar moeder is verloren. Sun Hee herkent zichzelf in de baby’s in het opvanghuis, vertelt ze in de voice-over waarmee ze de verschillende verhaalelementen verbindt.

Haar eigen adoptieverhaal wordt zo subtiel verweven met het emotionele proces dat de jonge vrouwen voor en na hun bevalling doormaken. Ze kunnen het opvanghuis verlaten als ouder (of, als een enkele goedbedoelende grootouder zijn zin krijgt, als zus). Of glashard ontkennen dat ze ooit in Aesuhwon zijn geweest. Sun Hee staat daarbij aan de zijlijn, maar voelt zich vanuit haar eigen positie duidelijk zeer betrokken.

‘Mam, ik denk dat ik me jou nu een beetje beter kan voorstellen’, concludeert de filmmaakster als ze het Zuid-Koreaanse eiland zelf weer verlaat. Haar moeder en zij zijn voor altijd met elkaar verbonden door één en hetzelfde leed.

Janet Jackson.

Videoland / Lifetime

De vraag blijft ruim anderhalf uur boven de markt hangen: gaat ze nog iets zeggen over de beschuldigingen tegen Michael?

Want Janet Jackson mag dan op eigen kracht een popster zijn geworden en haar privéleven tot dusver bovendien zorgvuldig hebben afgeschermd, maar ook deze film over haar kan natuurlijk niet om haar oudere broer ‘Mike’ heen, ofwel ‘The King Of Pop’ Michael Jackson (1958-2009). Zeker sinds die, in de spraakmakende documentaire Leaving Neverland (2019), opnieuw publiekelijk is beschuldigd van seksueel misbruik van kinderen.

In de vierdelige serie – let op de demonstratieve punt: – Janet Jackson. (167 min.), zet Janet met haar moeder Katherine, zus Rebbie en broers Tito en Gary haar verhaal goed in de verf. Regisseur Benjamin Hirsch start daarvoor bij de opkomst van The Jackson 5/The Jacksons, de immens succesvolle popgroep rond haar oudere broers, en schetst vervolgens Janets solocarrière die daar logisch uit voortvloeit en in eerste instantie maar moeilijk op gang komt. Alle Jackson-kinderen zitten dan nog volledig onder de knoet bij vader Joe, een man met een ijzeren wil en losse handjes.

Om zich van die overheersende ouder bevrijden stapt ze een toxische relatie in met zanger James DeBarge, die angstvallig zijn drugsprobleem verborgen probeert te houden voor haar. Als ze zich ook van hem heeft losgemaakt, vindt Janet eindelijk haar eigen stem. Halverwege de jaren tachtig wordt ook zij een absolute wereldster. Toch blijft er voortdurend die vergelijking met Michael, de oudere broer met wie ze vroeger zo close was. Ten tijde van zijn killeralbum Thriller (1982), nog altijd de best verkochte plaat aller tijden, lijkt ze hem echter helemaal te zijn kwijtgeraakt.

Daar zit ook het verhaal van dit geautoriseerde portret. Niet bij Jacksons artistieke volwassenwording (geschetst met haar producers, choreografen en medespelers in films en series) enkele hardnekkige geruchten die nodig moeten worden ontzenuwd (zoals het kind dat ze in stilte zou hebben afgestaan of dat Nipplegate een ordinaire publiciteitsstunt was) en de obligate quotejes van medebekendheden (Mariah Carey, Questlove?, Whoopi Goldberg, Norman Lear, Missy Elliott en Samuel L. Jackson). Daar zou Janet Jackson, met die punt er dus achter, ook wel zonder kunnen.

De meerwaarde van deze serie, gefilmd over een periode van vijf jaar, zit in de persoonlijke insteek: de inkijkjes bij de Jackson-familie, haar moeizame relatieleven en – vooral – de verhouding tot ‘Mike’, haar iconische broer die alsmaar vreemder gedrag begint te vertonen en steeds nadrukkelijker in verband wordt gebracht met pedofilie. Net als haar broers en zussen heeft de zangeres daar een duidelijke mening over, die ze uiteindelijk dus ook deelt met de buitenwereld.

Al te diep gaat Janet Jackson. uiteindelijk niet in op die bijzonder pijnlijke kwestie, waardoor de meeste vragen onbeantwoord blijven. Al snel roept de plicht weer: het vieren van de muziek en betekenis van de heldin zelf die – logisch en in dit specifieke geval toch frustrerend – op haar eigen merites beoordeeld wil worden.

The Mirror And The Window

Doxy

Hij laat een foto van een klein meisje zien. Als filmmaker/editor weet Danniel Danniel als geen ander dat elke film een belofte inhoudt. Hij had daarvoor eerst een pistool in gedachten. Als hij die in het begin zou laten zien, zou de kijker vast benieuwd zijn wanneer, door wie en waarom ermee zou worden geschoten. Maar hoe kom je aan een wapen in Nederland? En hoe zou hij de film daarmee dan moeten afronden? Zijn belofte wordt dus een foto van een onbekend kind. En dat moet aan het einde van de film dan terugkomen.

Danniel weet dat hij niet meer lang zal leven en heeft zijn vriend Diego Gutiérrez gevraagd om hem te filmen. Ze spreken regelmatig af in een Nederlands restaurant, waar Danniel zich op een vreemde manier thuis voelt. Juist omdat het zo’n onpersoonlijke plek is en de echte allure ervan tot het verleden behoort. Intussen is ook Gina Coppe, de moeder van Gutiérrez, aanbeland in de allerlaatste fase van haar leven. In haar woning in Mexico-Stad, waar ze persoonlijke verzorging krijgt, vertelt ze over de relatie met zijn vader en mijmert ze over de liefde van haar leven, waarmee ze hem bedroog.

In The Mirror And The Window (93 min.) portretteert de Mexicaanse filmmaker, die vanuit Nederland opereert, deze twee mensen van wie hij afscheid zal moeten nemen. Hij doorsnijdt hun verhalen met beelden van een bootreis naar Antarctica, daar waar de mens zich nauwelijks doet gelden en de natuurlijke orde der dingen ongestoord zijn gang kan gaan. Die moet ongetwijfeld hun tocht naar het einde weerspiegelen. ‘Daniel en mijn moeder, ik heb het gevoel dat ik twee brandende kaarsen film die me vragen om door te gaan met filmen’, verzucht Gutiérrez in één van de voice-overs waarmee hij de film bijeenhoudt. ‘Zelfs als de kaars uitdooft.’

Ondanks het pistool dat de hele tijd boven de vertelling hangt, in de vorm van de foto van een ‘meisje’, blijft die tamelijk taai. Voor een buitenstaander blijft het zoeken naar de betekenis van de intieme scènes en gesprekken die hem worden voorgeschoteld. Zoals de direct betrokkenen zelf, aan de vooravond van hun levenseinde, ook naarstig op zoek zijn naar zingeving. Ze editten hun leven, selecteren de scènes die in hun verhaal te pas komen en laten de rest achterwege, als ruw materiaal dat ze liever voor zichzelf houden. Intussen komt het aangekondigde einde naderbij, in een zoekende film die wil aanzetten tot bespiegeling.

Oranje – Hoe Een Klein Dorp Groot Kan Zijn

Sander Francken / NTR

De ene na de andere Oranjenaar spreekt zijn zorg uit over de komst van vluchtelingen. Ook veel lokale politici vinden het geen doen: 1400 asielzoekers in een dorp met slechts 150 inwoners. Intussen wordt die nieuwkomers elders in het Drentse dorp Oranje hartelijk verwelkomd: de kinderen krijgen les op school, Syrische muzikanten treden op tijdens de kerstviering en Jan Voortman begint in zijn tuincentrum een Arabische winkel voor de nieuwe overburen.

Nadat de komst van een tijdelijke opvang voor asielzoekers in 2014 nog voor veel argwaan heeft gezorgd in de gemeente Midden-Drenthe, worden de nieuwelingen gaandeweg steeds meer onderdeel van de gemeenschap. Getuige de tv-documentaire Oranje – Hoe Een Klein Dorp Groot Kan Zijn (53 min.) van Sander Francken en Robbert van Lanschot fungeert de goedlachse Voortman daarbij als verbindende figuur. Bij hem voelen de nieuwkomers zich welkom en kunnen ze activiteiten ontplooien.

Behalve de steeds weer nieuwe initiatieven ontplooiende Voortman volgen Francken en Van Lanschot ook enkele nieuwe bewoners van Oranje: de Syrische journalist Zakwan en zijn vader, die druk bezig zijn om een leven op te bouwen in hun nieuwe vaderland. En hun landgenoot Walid en zijn vrouw, die als respectievelijk muzikant en arts juist met hun ziel onder hun arm door het Drentse dorp lopen. Zij dreigen verstrikt te raken in de Nederlandse bureaucratie en overwegen daarom een vertrek naar Duitsland.

Deze kleine menselijke portretjes leveren weliswaar meer dan genoeg aansprekende scènes op – van mensen die zichzelf vinden of tegenkomen en een gemeenschap die zich, soms met horten en stoten, openstelt – maar vormen samen maar moeilijk een coherent geheel. Oranje – Hoe Een Klein Dorp Groot Kan Zijn oogt een beetje als een grabbelton, waaruit allerlei min of meer verwante verhalen, exemplarisch voor hoe vluchtelingen een plek vonden in Oranje, worden opgediept.

Als het plaatselijke asielzoekerscentrum uiteindelijk zijn deuren sluit in 2017, hebben de meeste bewoners ervan het dorp al verlaten. En dat is dan voor het Drentse dorp allang geen reden meer om de vlag uit te hangen.

We Need To Talk About Cosby

Showtime

Als Zwart Amerika één gidsfiguur heeft gehad in de tweede helft van de twintigste eeuw, dan was het Bill Cosby. Ga maar na: hij geldt als de eerste breed geaccepteerde zwarte stand-up comedian, had als allereerste Afro-Amerikaan een hoofdrol in een televisieserie (I Spy), ontwikkelde zich in de jaren zeventig tot de grote kindervriend Fat Albert en floreerde tenslotte jarenlang als Amerika’s favoriete vaderfiguur Cliff Huxtable in de immens populaire The Cosby Show. En toen staken er steeds hardnekkigere geruchten de kop op over het drogeren en seksueel misbruiken van talloze vrouwen.

We Need To Talk About Cosby (236 min.) herbergt natuurlijk diverse pijnlijke getuigenissen van de vrouwen die, gedurende ruim een halve eeuw, werden misbruikt door ‘America’s Dad’. Toch is deze vierdelige documentaireserie van W. Kamau Bell veel meer dan de volgende #metoo-productie, waarin een bewonderde bekendheid wordt ontmaskerd als een vunzige machtswellusteling die geen enkel respect heeft voor de grenzen van een ander. Om precies te zijn, in Bill Cosby’s geval: als de belichaming van de zwarte verkrachter, die zich ook zomaar aan witte vrouwen kan vergrijpen.

Bell richt zich niet alleen op het afschminken van de notoire geilneef – en na bijna vier uur rest er van het Afro-Amerikaanse icoon nauwelijks meer dan een zielig hoopje man – maar plaatst hem ook nadrukkelijk binnen zijn culturele context: een zwarte gemeenschap die snakt naar rolmodellen en in Bill Cosby bijna een halve eeuw een ideaal uithangbord lijkt te hebben gevonden. In dat opzicht doet We Need To Talk About Cosby denken aan een andere epische docuserie over een gevallen zwart symbool, O.J.: Made In America (2016), over de van moord verdachte oud-footballer O.J. Simpson.

W. Kamau Bell, die zich als komiek een erfgenaam van Cosby voelt, vergeet ook diens verdiensten niet. De comedian/acteur/producent/schrijver heeft grote waarde gehad voor de ontwikkeling van een soort zwart bewustzijn. ‘Mensen zien in Cosby twee verschillende personen’, zegt schrijver/docent Jelani Cobb. ‘De ene is de grote mensenvriend en de andere een onvervalst roofdier. Maar ik vraag me af of je die twee van elkaar kunt scheiden.’ Want elke publieke belofte, daad of gift verhoogde Bill Cosby’s status en maakte het moeilijker om hem van zijn voetstuk te stoten.

Met een uitgelezen selectie van veelal zwarte oud-medewerkers, intellectuelen en deskundigen licht Bell de verschillende aspecten van Bill Cosby’s leven en carrière door, waarbij hij soms plotseling, zonder aankondiging vooraf, afslaat richting een individueel slachtofferverhaal. Zoals het ook in de praktijk ging: terwijl het publieke personage Bill Cosby weer een nieuwe manier had gevonden om ieders hart te veroveren, speurde de vent daarachter voortdurend naar jonge, kwetsbare vrouwen om enkele Quaalude-pilletjes te laten slikken en daarna zijn lusten op te botvieren.

De documentairemaker laat zijn gesprekspartners ook naar Cosby’s werk kijken. Fragmenten die destijds onschuldig leken, krijgen met de kennis van nu een geheel nieuwe lading en leiden tot ongemakkelijke conclusies. Dat het geperverteerde oeuvre van de inmiddels ook van wandaden beschuldigde shockrocker Marilyn Manson allerlei clous bevat over wat hij privé zoal uitspookte, kan nauwelijks een verrassing zijn. Maar dat ook de aimabele vrouwen(!)arts Cliff Huxtable uit The Cosby Show soms opzichtig hintte naar de hitsigheid van zijn bedenker/vertolker wekt toch wel enige verbazing.

Cosby’s strapatsen bleven echter verdacht lang een publiek geheim. Ook omdat zijn eigen gemeenschap ten koste van alles wilde voorkomen dat zwarte mannen zoals hij publiekelijk werden gelyncht. Totdat de comedian Hannibal Buress in 2014 de handschoen oppakte. ‘’Als je hier weggaat, googel dan “Bill Cosby verkrachting”’, hield hij zijn publiek voor. ‘Dat is niet grappig bedoeld. Die shit levert meer resultaten op dan “Hannibal Buress”.’ Zijn min of meer spontane actie vormde het startschot voor de publieke ontmanteling van het fenomeen Bill Cosby.

Deze intelligente, gelaagde en aangrijpende serie voorziet de Kwestie Cosby, en de toxische mannencultuur die de entertainer is gaan representeren, van allerlei verschillende perspectieven en zoekt daarbij ook de pijnpunten binnen de zwarte wereld op. ‘Eerlijk gezegd heb ik tijdens het maken van deze documentaire vaak overwogen om ermee te stoppen’, zegt W. Kamau Bell niet voor niets. ‘Ik wilde vasthouden aan mijn herinneringen aan de Bill Cosby van voordat ik Bill Cosby leerde kennen.’

Een Porseleinen Huwelijk

ICU Documentaires

Achter de traan van Maxima, waarmee op zaterdag 2 februari 2002 haar huwelijk met de Nederlandse kroonprins Willem-Alexander officieus werd bezegeld, gaat een gevoelige kwestie schuil. Dat was natuurlijk al bekend. Omdat hij jarenlang deel uitmaakte van het schrikbewind van de Argentijnse dictator Videla, mocht Maxima’s vader Jorge Zorreguieta destijds niet aanwezig zijn bij de officiële huwelijksplechtigheid. Dit had de Nederlandse topdiplomaat Max van der Stoel, in opdracht van de toenmalige premier Wim Kok, hoogstpersoonlijk uitonderhandeld.

Toch is het complete verhaal daarmee niet verteld. De vierdelige documentaireserie Een Porseleinen Huwelijk (200 min.), een nauwgezette journalistieke ‘reconstructie van een koningsdrama’, bevat nog enkele saillante onthullingen. Martin Maat en Hans Hermans hebben de hand weten te leggen op handgeschreven aantekeningen van Van der Stoel en spreken met zijn zoon Scipio, die hij destijds in vertrouwen nam over zijn bevindingen. Zo kunnen ze achter de schermen kijken bij deze gevoelige kwestie, die dreigde uit te monden in een constitutionele crisis.

Maat en Hermans hebben sowieso een imposante lijst bronnen voor de camera gekregen. Behalve Van der Stoel komen bijvoorbeeld ook toenmalig PvdA-fractievoorzitter en Kok-confidant Ad Melkert, hoogleraar Michiel Baud (die onderzoek deed naar Zorreguieta’s rol tijdens de dictatuur), de Nederlandse correspondent Jan Thielen (die meermaals met de vader van Maxima sprak), de Argentijnse grootgrondbezitter Mauricio Goyenechea (een huisvriend van de Zorreguieta’s) en Nederlandse Videla-opponenten als Frits Barend en Freek de Jonge aan het woord.

Zo wordt het schaakspel achter de coulissen zichtbaar – letterlijk verbeeld met een bord en stukken – maar wordt ook het drama daarachter invoelbaar gemaakt. De verschrikkingen van de Argentijnse dictatuur komen tot leven via interviews met de 95-jarige Delia Giavanola, één van de oprichters van De Dwaze Moeders die jarenlang op La Plaza de Mayo in Buenos Aires aandacht vroegen voor hun verdwenen kinderen, en haar kleinzoon Martín, die na de moord op zijn ouders in het geheim ter adoptie is aangeboden en pas onlangs met zijn hoogbejaarde oma werd herenigd.

Een Porseleinen Huwelijk zoomt tevens in op de juridische stappen die destijds werden gezet tegen Jorge Zorreguieta. Nadat de strafkamer van het gerechtshof Amsterdam in het najaar van 2000 had bepaald dat de Surinaamse leider Desi Bouterse in Nederland kon worden vervolgd voor de zogenaamde Decembermoorden, leek ook een rechtsgang tegen Zorreguieta hier ineens tot de mogelijkheid te behoren. De poging van enkele Nederlandse advocaten om Maxima’s vader namens slachtoffers van het Videla-regime te vervolgen, zou evenwel rigoureus worden gedwarsboomd.

Minutieus ontleden Martin Maat en Hans Hermans in deze boeiende miniserie alle aspecten van De Kwestie Zorreguieta, een zaak die twintig jaar geleden heel Nederland – en half Argentinië – in zijn greep hield. Totdat ons land echt kennismaakte met de bevallige echtgenote van de toekomstige koning en op het moment suprême, tijdens de huwelijksvoltrekking in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, die ontzettend mediagenieke traan over haar wang biggelde. Daarmee werd in zekere zin niet alleen haar huwelijk bezegeld, maar ook de affaire die daarmee verbonden dreigde te raken.

Mondig Zuid

EO

In het land van ‘geen woorden, maar daden’, Rotterdam-Zuid, zijn ze doorgaans niet op hun mondje gevallen. In Mondig Zuid (63 min.) portretteert René van Zundert een nieuwe lichting stadsbewoners. De veertienjarige Darlin komt bijvoorbeeld oorspronkelijk uit Curaçao, groeide op in de Dominicaanse Republiek en woont nu met zijn ziekelijke moeder in Katendrecht. Hij zoekt een baantje, zodat ze boodschappen kunnen blijven doen. Met een beetje geluk kan de jongen zelfs een vliegreis naar zijn geboorteland bekostigen. Darlin heeft nog een ander doel: geen strafblad krijgen.

Selena groeit op in een echt Feyenoord-gezin. De meeste leden zijn volgens haar ‘niet-opgevoed’. Zus Phoebe verblijft zelfs al een tijdje op een leefgroep in Harreveld. In brieven vertelt Selena haar hoe het thuis gaat. Zelf kan ze behoorlijk grof in de mond zijn. Heeft ze misschien ADHD? De toon in huis is sowieso scherp. Rotterdams. Hoewel Selena haar vader bijvoorbeeld netjes met ‘u’ aanspreekt en er zeker genegenheid lijkt te zijn tussen hen, blijft er altijd wrijving. Als ze om te oefenen zijn nagels doet, vraagt pa bijvoorbeeld plagerig: ‘En dit wil je later gaan doen? Serieus?’

De dertienjarige Tamia wordt flink gepest op school. ‘Als ik iets vind, dan zeg ik het gewoon’, legt ze uit. ‘De middelbare school zit vol met meelopers. De kinderen die gepest worden zijn de kinderen met een mening.’ Volgens eigen zeggen is Tamia een soort ‘lopend woordenboek’. Ze besluit om ‘spoken word’ te gaan leren, in de hoop dat ze zo haar eigen emoties een plek kan geven en aan haar zelfvertrouwen werkt. Uiteindelijk belandt Tamia daadwerkelijk op het podium. ‘Zie je mij?’ declameert ze professioneel voor een publiek. ‘Of zie je alleen wat je wilt zien?’

In vier afleveringen van dik een kwartier vangt René van Zundert de drie tieners tijdens een vormende periode in hun leven. Hij geeft Tamia, Selena en Darlin alle ruimte om te zijn en zeggen wat ze willen, neemt via hen tevens de hartslag van de stad op en kleurt dat geheel verder in met allerlei aanstekelijke muziekjes. Zo krijgt deze pakkende jeugdserie, die enige verwantschap vertoont met Shamira Raphaëla’s hartveroverende Shabu, het karakter van een portret van een nieuwe generatie Nederlanders, Rotterdammers, met het hart op de tong.

Simeone: Vivir Partido A Partido

Prime Video

Als speler was hij een soort Argentijnse variant op Johan Neeskens, Jan Wouters en Mark van Bommel. Type bloed aan de paal. De vleesgeworden doodschop. Alles voor de overwinning. A-l-l-e-s!. En zeges kwamen er, in overvloed. Tegenwoordig is Diego Simeone als coach van Atletico Madrid de verpersoonlijking van de bloedfanatieke trainer, die vanaf de zijlijn de scheidsrechter nog zou tackelen om die felbegeerde punten binnen te halen. Niet zonder succes overigens: met de ‘derde’ club van Spanje heeft hij in de afgelopen jaren een imposante prijzenkast bij elkaar gespeeld.

De zesdelige serie Simeone: Vivir Partido A Partido (Engelse titel: Simeone: Living Match By Match, 239 min.), waarvan ik nu drie afleveringen heb gezien, start op de laatste wedstrijddag van het seizoen 2020-2021 als Atletico Madrid een overwinning nodig heeft voor het kampioenschap. Diego Pablo Simeone zou daarmee de meest succesvolle coach uit de clubhistorie worden. Na dit ‘point of no return’, dat in de laatste aflevering ongetwijfeld de climax van de serie in gang zet, gaat de miniserie terug in de tijd, naar het begin van het seizoen. En dan kan de vertelling echt beginnen.

Terwijl zijn club opstoomt naar de koppositie in de Spaanse Liga, laat ‘Cholo’ zich in eigen familiekring portretteren en neemt hij bovendien vol trots zijn carrière door. Hij krijgt daarbij zo nu en dan een tablet aangereikt, waarop een cruciale spelsituatie met hem is te zien of een voormalige teamgenoot een anekdote deelt. Over hoe tegenspelers hem bijvoorbeeld toch wel opvallend vaak de bal toespeelden. Diego Simeone heeft er nog altijd lol in. In het heetst van de strijd bestookte hij tegenstanders aan de bal met hun voornaam, in de hoop dat ze per ongeluk hém zouden aanspelen.

Voetbal was, is en blijft nu eenmaal oorlog in de beleving van straatvechters als Simeone. Alles is geoorloofd: schoppen, slaan, schwalbes. En dat wordt in deze ongetwijfeld geautoriseerde serie, waarin ook nog even het liefdadigheidswerk van de hoofdpersoon wordt behandeld, zonder meer geromantiseerd. Spelers als Lionel Messi, Ronaldo, David Beckham, Cristiano Ronaldo en Sergio Ramos en zijn collega-coaches Pep Guardiola en José Mourinho drukken zich in louter lovende termen uit over de held, voor wie voetbal niets minder dan zijn leven is. Een succesvol leven, dat zeker.

De spelers met wie Simeone heeft gewerkt – toppers zoals Fernando Torres, Diego Costa en Luis Suárez – kenschetsen hem bovendien als een grote motivator, een man met een leeuwenhart. Zo’n kerel gedijt perfect in de ‘survival of the filthiest’ die de topsport, en onze hedendaagse maatschappij, kan zijn. En deze volvette productie hijst hem ongegeneerd op het schild en maakt dan, met enkele heel bescheiden kanttekeningen, een ereronde. Voor voetbalfans is dat meer dan genoeg, voor liefhebbers van een psychologisch portret blijft deze karakterschets echt te veel aan de oppervlakte steken.

Joan Mitchell – Woman In Abstraction

AVROTROS

Hoewel zij doorgaans van haar hart geen moordkuil maakt, moet haar werk toch vooral voor zichzelf spreken. ‘Als je met blablabla begint’, meent Joan Mitchell (1925-1992), ‘maak je alles kapot.’

Mitchell maakt enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog haar entree in de kunstscene van New York, waarvan dan ook ‘action painters’ als Jackson Pollock, Willem de Kooning en Franz Kline deel uitmaken. Voor hen is het schilderen zelf bijna net zo belangrijk als het resultaat ervan. Mitchell is één van de weinige vrouwen die echt een prominente rol claimt in deze mannenwereld. Haar werk wordt intussen steeds abstracter. Eind jaren vijftig verkast de kunstenares naar Parijs, waar ze een langdurige en getroebleerde relatie krijgt met de schilder/bon vivant Jean-Paul Riopelle.

‘Ze zei altijd voor de grap: ik ben maar een vrouwelijke schilder’, vertelt schrijver Paul Auster in Joan Mitchell – Woman In Abstraction (53 min.). ‘Spottend. Ze wilde niet in het getto van vrouwelijke schilders worden geplaatst. Ze vond dat ze net zo goed was als ieder ander. En dat was ze ook.’ Regisseur Stéphane Ghez wandelt in deze tv-docu soepeltjes door Mitchells leven en carrière, illustreert die met haar kleurrijke schilderijen (die door enkele galeriehouders en conservatoren van duiding worden voorzien) en geeft het geheel een lekkere push met een zeer expressieve soundtrack.

‘Verlies je jezelf door te schilderen?’ vroeg een interviewster ooit aan de vrouw die gebeurtenissen in haar eigen leven en de wereld om haar heen verwerkte in abstracte schilderijen. ‘Als dat gebeurt ben ik zo gelukkig’, antwoordde Joan Mitchell. ‘Daarom schilder ik waarschijnlijk. Dan besta ik niet meer. Dat is heerlijk. Ik zeg altijd dat het net is als fietsen met losse handen. Heerlijk.’

De Kinderen Van Mokum, En Ik

Submarine

Als een wervelwind razen ze door de stad. Alsof de jaren tachtig nooit zijn geëindigd veroveren De Kinderen van Mokum het ene na het andere Amsterdamse kraakpand. Ze hebben zelfs een manifest geschreven tegen de ‘kapitalistische ziektes’ en ‘money-oriented pricks’. En documentairemaakster Dikla Zeidler, die zelf al een tijd verlangt naar een nieuwe grote protestbeweging, voelt zich aangesproken door hun onversneden ‘de stad wordt weer van ons’-attitude. ‘Ik ga hier een film over maken!’ zegt ze ferm.

Welnu, dit is ‘m! En als je die Kinderen vervolgens collectief op hun fiets door de hoofdstad ziet denderen, begeleid door de dwarse, ja, kraker Disneyland Amsterdam van zanger Jan Modaal, zou je het bijna gaan geloven: hier komen de uitdagers die het de gevestigde orde daadwerkelijk lastig gaan maken, die de stad – nee: het land, het vrije westen, de wereld – terug gaan veroveren op de huisjesmelkers, bureaucraten, brievenbusfirma’s, buitenlandse investeerders en… ons, als brave burgermannen en -vrouwen.

Begin 2019 trekken ze in hun vierde pand, Het Kløkhuis. Daar slaan deze Kinderen van Mokum onvervaard aan het drinken, kletsen, lawaai maken, dansen, neuken en lachen. Ze hebben zo te zien een geweldige tijd. Totdat hun ideaal helemaal naar de achtergrond is verdwenen, de woonomstandigheden toch wat te wensen blijken over te laten en het ene na het andere Kind het pand verlaat (om aan een volwassen bestaan te beginnen?). Zeidler heeft alle prettige hectiek in de gemeenschap tot dan toe likkebaardend vastgelegd, maar ziet die ontwikkeling toch met lede ogen aan. ‘Gaan ze me nu echt laten zitten met een half af-verhaal?’

Ze legt haar vragen voor aan de Kinderen zelf in het tweede deel van deze levendige film, die daardoor wel wat aan tempo en zwier inboet. Ze waren toch zeker wel meer dan een gewone vriendengroep? Of zit het probleem misschien tóch bij haar en heeft zij gewoon veel te hoge verwachtingen van anderen en – aap uit de mouw – zichzelf? De vraag stellen… ach, dat weet iedereen. Zeidlers film heet niet voor niets De Kinderen Van Mokum, En Ik (27 min.).

Three Songs For Benazir

Netflix

Boven het kamp voor ontheemden in Kabul hangt een witte ballon. Volgens Shaista zit die vol met camera’s. Zodat de Amerikanen hen in de gaten kunnen houden. De jongen is net getrouwd met Benazir, voor wie hij aan het begin van deze korte docu geinige liederen zingt. Hij droomt van een toekomst in het Afghaanse leger. Zijn vader ziet daar niets in. ‘Ga papaver oogsten in plaats van bij het leger te gaan’, zegt hij. ‘Over een maand kun je opium gaan oogsten.’

Shaista oogt speels, kinderlijk bijna. Toch wordt hij binnenkort zelf vader. In Three Songs For Benazir (22 min.) probeert de jongeling, die nauwelijks scholing heeft gehad, een middenweg te vinden tussen het dienen van zijn gezin en van zijn land. Als Shaista besluit om zich tóch aan te melden voor militaire dienst, is dat reden om feest te vieren met zijn vrienden, muziek en dans. Zijn vader is echter onverbiddelijk. ‘Wij zijn niet verantwoordelijk voor je vrouw als jij bij het leger gaat’, zegt hij streng, tot grote frustratie van zijn zoon. Pa hoeft niet zo nodig ‘in stukken gehakt’ te worden door de Taliban.

En daarna maakt deze aardige korte docu van Gulistan en Elizabeth Mirzaei, eerder verantwoordelijk voor het schrijnende Laila At The Bridge, een enorme tijdsprong, wordt duidelijk welke keuze Shaista uiteindelijk heeft gemaakt en wat daarvan, indirect, de gevolgen zijn. Tot besluit zingt de jonge Afghaanse man dan nog één laatste lied.

Maya

Banyak Films

Mohsen Teyerani slaapt soms bij haar in de kooi. Maya (86 min.) en hij zijn volledig vertrouwd met elkaar geraakt. Ze knuffelen en stoeien dat het een lieve lust is. Hij was het eerste wat zij zag na haar geboorte. Zou de Bengaalse tijger hem als een ouder beschouwen? De medewerker van de Vakil Abad Zoo in Mashhad opereert in elk geval als een soort – vergeef me deze woordspeligheid – Iraanse Tiger King voor de publiekslieveling.

Als Maya en haar baasje in het noorden van Iran, het gebied waar ooit de inmiddels uitgestorven Kaspische tijger heerste, meewerken aan een speelfilm, laat Mohsen het gedomesticeerde roofdier tussen de bedrijven door een heel andere wereld kennen. Zonder tralies of een geïmponeerd publiek dat al haar bewegingen vastlegt, maar met een uitgestrekt leefgebied en andere dieren, waaronder de mens, die als prooi zouden kunnen dienen.

De Iraanse documentairemaker Jamshid Mojaddadi, die deze boeiende documentaire heeft geregisseerd met Anson Hartford, aanschouwt of/hoe de vierjarige tijger zich daar staande kan houden en becommentarieert de gebeurtenissen met een bespiegelende voice-over. Maya is de eerste Iraanse tijger in het wild in ruim zestig jaar en herontdekt de kracht, souplesse en honger waarmee ze op de wereld is gezet. Zou ze ‘t daar nog redden?

Tegelijkertijd zijn er in Iran en de dierentuin zelf allerlei ontwikkelingen gaande die Mohsens positie en zijn innige relatie met Maya onder druk zetten. De dierverzorger overweegt of hij zijn oude stiel als taxidermist weer moet oppakken. Kan het verweesde dier, dat hem soms liefkozend over het hoofd likt, overleven zonder zijn baasje? En is een tijger, hoe tandeloos die ook lijkt, überhaupt in staat om een ander uiteindelijk als autoriteit te accepteren?

Zulke elementaire vragen – gecombineerd met erg intieme scènes van mens en roofdier, die inderdaad soms even aan ongemakkelijke tijgertaferelen uit Tiger King doen denken – geven Maya een dreigende ondertoon. Alsof de situatie bij het minste of geringste helemaal kan ontsporen. Tot dat moment vormen Mohsen en Maya een bijna jaloersmakende twee-eenheid.

Sjinkie, Spelen Met Vuur

NOS

Vanaf dag drie wordt hij alweer behandeld als topsporter. Op 10 januari 2019 is schaatser Sjinkie Knegt thuis in het Friese dorp Bantega ernstig verbrand geraakt bij het aansteken van de houtkachel. Op voorhand is er een kans van ongeveer vijftig procent dat hij zijn verwondingen en mogelijke infecties niet zal overleven. Eenmaal in het ziekenhuis wordt het vizier echter vrijwel direct weer op shorttracken gericht. Hij moet en zal terugkeren aan de wereldtop. En inderdaad: nu, ruim drie jaar later, staat Knegt ‘gewoon’ aan de start bij de Olympische Winterspelen van Beijing.

Dat is een absolute topprestatie. Niet alleen van Sjinkie zelf, maar ook van zijn vriendin Fenna van der Wal en zijn begeleidingsteam, de artsen van het Brandwondencentrum Groningen in het bijzonder. In de treffende documentaire Sjinkie, Spelen Met Vuur (60 min.) keren Kees Jongkind en Monique Tesselaar eerst terug naar de dag van het ongeluk. Ze laten de paniek horen als Fenna na het ongeluk de meldkamer belt en later ook Sjinkie zelf, vanonder de douche, de hulpverleners te woord staat. Daarna laten ze de reden voor die paniek zien, middels enkele huiveringwekkende foto’s van het slachtoffer. De gebutste en gehavende figuur in dat ziekenhuisbed doet in vrijwel niets meer denken aan de gevierde shorttrackkampioen.

Jongkind en Tesselaar observeren diens jarenlange revalidatieproces vervolgens van heel dichtbij. Ze zijn er bijvoorbeeld als ‘De Schicht Uit Bantega’ voor het eerst weer op het ijs staat. ‘Kijk die Knegt eens, joh’, reageert bondscoach Jeroen Otter dan verrast. ‘Die rijdt gewoon rond.’ De weg naar de Spelen van Beijing is echter nog heel lang en gaat bovendien gepaard met tegenslag en twijfel. Want volgens Knegts baas is het voor zijn protegé niet voldoende om De Oude Sjinkie te worden – de concurrentie heeft immers bepaald niet stilgezeten – hij zal Een Geheel Verbeterde Sjinkie moeten worden om serieus kans te maken op de enige gouden medaille die nog ontbreekt in zijn prijzenkast.

Daniel Day-Lewis: The Heir

AVROTROS

Op een dag in september 1989 verlaat Daniel Day-Lewis aan het einde van de eerste akte ineens het podium. Zoals het een echte Britse karakteracteur betaamt, heeft hij de hoofdrol in Shakespeare’s Hamlet bemachtigd. Hij treedt daarmee in de voetsporen (en stapt in de schaduw) van grote theateracteurs als Laurence Olivier, Richard Burton en Christopher Plummer. Intussen moet hij elke dag ook de confrontatie aangaan met zijn overleden vader. Daniel heeft een foto van de befaamde dichter en schrijver Cecil Day-Lewis, die film maar een inferieure kunstvorm vond, opgehangen in zijn kleedkamer.

De recensies voor Day-Lewis’ Hamlet zijn niet onverdeeld positief. Plotseling knapt er iets in hem. ‘Ik was gewoon compleet uitgeput, het kon me allemaal niks meer schelen’, vertelt de acteur een kleine twintig jaar later aan talkshowhost Charlie Rose. ‘Het was genoeg geweest, ik kon het niet meer.’ En dus lonkt het witte doek, waarmee hij in de voorgaande jaren al enigszins vertrouwd is geraakt. Ten tijde van het gesprek met Rose in 2007 is hij al een gevierd filmacteur, met diverse bioscoophits op zijn naam (The Last Of The Mohicans, The Age Of Innocence en The Boxer) en zijn eerste Oscar in de achterzak (My Left Foot).

Nummer twee en drie, voor There Will Be Blood en Lincoln, moet hij dan nog ontvangen, als eerste acteur in de geschiedenis die drie Academy Awards voor de beste hoofdrol krijgt. Hij zal daarnaast overigens ook nog drie keer genomineerd worden voor diezelfde Oscar, voor zijn hoofdrollen in In The Name Of The Father, Gangs Of New York en Phantom Thread. Tóch is Daniel Day-Lewis nooit een typische Hollywood-celebrity geworden. Hij mijdt het babbeldebabbelcircuit, kiest zijn rollen altijd zéér zorgvuldig en verdwijnt tussendoor soms jaren in de anonimiteit.

In de interessante tv-biografie Daniel Day-Lewis: The Heir (52 min.) betonen Jeanne Burel en Nicolas Maupied het acteerkanon op een passende manier eer. Géen collega’s of bekendheden dus, die ongegeneerd de loftrompet over hem steken – iets wat kijkers met nét iets te veel last van plaatsvervangende schaamte, net als Day-Lewis zelf waarschijnlijk, alleen zeer gegeneerd kunnen aanzien. Maar een gedegen poging om ‘s mans leven, zijn carrière en de wisselwerking daartussen te vatten. Geïllustreerd met treffende speelfilmfragmenten, oude foto’s en de spaarzame publieke optredens van de man die zich het liefst terugtrekt op het Ierse platteland.

Totdat Daniel Day-Lewis letterlijk voelt dat hij zijn zelfverkozen kluizenaarschap weer even moet verlaten voor de volgende Oscar-waardige rol…

Schone Bergen

Human

Jangmu Sherpa ziet het met lede ogen aan. Nog niet zo lang geleden was haar broer Mingma een soort held in eigen land. Met een Nepalees team beklom de berggids de K2, de op één na hoogste berg van de wereld. Die was nog nooit in de winter bedwongen. ‘Zelfs niet door Nepalezen’, zegt Jangmu, die als verteller voor deze korte docu fungeert. En toen meldde het Coronavirus zich ook in hun leven…

Nu is hun voornaamste levensader, het bergtoerisme, vooralsnog helemaal doorgesneden. Zouden de Goden misschien boos zijn omdat de toeristen hun land zo hebben bezoedeld? vraagt de jonge vrouw zich af. Samen met dorpsgenoten begint ze het afval op te ruimen, in de hoop de boven hen gestelden weer een beetje gunstig te stemmen. Schone Bergen (18 min.), juist.

Als Mingma wordt gevraagd voor een Chinese expeditie naar de top van de Mount Everest, willen Jangmu en de haren eveneens mee. Om de rotzooi weg te werken, die klimmers ook daar hebben achtergelaten. Deze productie van Geertjan Lassche, die in 2014 zelf een bergtop in de Himalaya probeerde te beklimmen voor de documentaire Hemelbestormers, wordt daarmee een soort antiklimheldenfilm.

De barre tocht naar en het bereiken van de top zijn niet meer dan een aanloop naar de afdaling, waar broer en zus Sherpa letterlijk worden geconfronteerd met de restanten van glorieuze dan wel dramatische beklimmingen, die vaak voor de gehele wereld zijn vastgelegd in heroïsche films en waarvoor mensen zoals zij, doorgaans buiten beeld, het vuile werk hebben opgeknapt. Net als nu, trouwens.

De besneeuwde bergtoppen, geselende wind en klimmers die tot het uiterste moeten gaan, vastgelegd met de helmcamera’s van Mingma Sherpa en Shishir Maharjan, worden er overigens niet minder indrukwekkend door. Het is een wereld die zich uiteindelijk helemaal niet door de mens laat bedwingen. Hoe vaak die ook, in de rug gedekt door nijvere sherpa’s, zijn vlag op een top probeert te planten.

Tot De Laatste Snik!?

NTR

Eindigt het straks in een zielloze kantoortuin? Achter de geraniums? Of toch in café Vergane Glorie te Nergenshuizen? Voor artiesten die in de herfst van hun carrière zijn aanbeland liggen er nogal wat bananenschillen om te ontwijken. Ze kunnen zomaar een ouwe lul worden, een schim van zichzelf of een tragische karikatuur. Óf, nog erger: een oud wijf.

Volgens Angela Groothuizen, één van de hoofdpersonen van Tot De Laatste Snik!? (55 min.), had je als vrouwelijke artiest tot voor kort niets meer op een podium te zoeken na je veertigste. Althans volgens anderen. Hoewel ze zelf de zestig inmiddels is gepasseerd, treedt Groothuizen nog altijd op met de meidengroep The Dolly Dots. Binnenkort houdt ze er echter mee op. ‘Ik moet steeds harder werken om die stem een beetje op gang te krijgen’, zegt ze. ‘Ik ben gewoon versleten, man!’

De andere hoofdpersonen van deze boeiende documentaire van Marcel Goedhart moeten daar (nog) niet aan denken. Golden Earring-bassist Rinus Gerritsen heeft na het einde van zijn eigen band, als gevolg van de ziekte van gitarist George Kooymans, bijvoorbeeld een nieuwe uitdaging gevonden bij Supersister, de progrockgroep rond voormalig Earring-toetsenist Robert Jan Stips. Als het aan Gerritsen ligt, stopt hij pas als het fysiek écht niet meer gaat.

Ook Michel van Dijk, zanger van de Delftse progrockband Alquin, gaat maar door – al twijfelt hij daar soms ook wel over. Het bloed kruipt alleen waar het niet gaan kan. Terwijl hij de gevaren ervan toch zo goed heeft leren kennen. Tijdens zijn carrière raakte Van Dijk ernstig verslaafd aan heroïne. Nu hij daarvan is losgekomen, treurt hij om een geestverwant als Herman Brood: wat jammer dat die ons niet wat meer jaren van zijn talent heeft gegund.

Monique en Suzanne Klemann van Loïs Lane weten eveneens van geen ophouden. Zolang ze er straks maar niet ‘als een oud wijf‘ bijstaan. Daarbij vertrouwen de zussen ook op enkele mensen uit hun directe omgeving: die moeten ‘t beslist zeggen als het tijd wordt om te stoppen. Vooralsnog worden de dames naar eigen overtuiging echter alleen maar beter in hun vak, opteren ze vol overtuiging voor sterven in het harnas en zingen intussen alsof hun leven ervan afhangt.

Dat geldt op een wrange manier ook voor Jan Rot, die volgens zijn vrouw Daan gewoon een minder leuk mens is als hij niet optreedt. De zanger/hertaler is ongeneeslijk ziek en floreert tegelijkertijd als nooit tevoren. Hij weet dat het feest waarvan hij al sinds jaar en dag het middelpunt is nu toch echt naar zijn einde loopt, maar wil door totdat het licht definitief wordt uitgedaan. Hopelijk kan hij het nog tot de zomer rekken, zegt hij nuchter. ‘En daarna zal het wel afgelopen zijn.’

Met oprechte interesse en compassie observeert Goedhart deze oude rotten voor, tijdens en na een optreden, de voornaamste reden dat ze ooit op aarde zijn gezet en daar ook nog altijd ronddolen. Hoe houd je dat geloofwaardig, zorg je ervoor dat het niet gênant wordt en tegelijkertijd ook nog een beetje leuk blijft? Het zijn dilemma’s waarvoor ze allemaal, ieder op z’n eigen manier, worden gesteld. En wat nu als zíj nog wel willen maar het publiek afhaakt? 

Het slotakkoord van deze weemoedige film is voor – hoe kan het ook anders? – Jan Rot. Met een (laatste) snik in zijn stem zingt Rot zijn eigen hertaling van de klassieker My Way. ‘I did it my way’ wordt in die uitvoering: ‘Dit was wat ik was’. Waarvan acte. Tijdens de climax van het aangrijpende lied draait hij, perfect getimed, zijn gezicht naar de camera en tovert zijn meest ontwapenende glimlach tevoorschijn. Inderdaad: artiest, tot de aller-allerlaatste snik.

Tot De Laatste Snik?! is hier te bekijken.

The Puppet Master: Hunting The Ultimate Conman

Netflix

Hij dringt hun leven binnen, maakt zich onmisbaar en isoleert hen vervolgens van de rest van de wereld. Sophie en Jake Clifton hebben bijvoorbeeld al jaren geen contact meer met hun moeder Sarah. Eind 2011 ontmoette zij een nieuwe geliefde, ene ‘David’. Die nam het gezin gaandeweg helemaal over en werkte vervolgens de kinderen het huis uit. En daarna verdwenen de twee tortelduifjes zelf met de noorderzon. Sindsdien is Sarah buiten het bereik van haar kinderen geraakt – en blijkt haar spaarrekening geplunderd.

Een al even vreemde kwestie deed zich twintig jaar eerder voor: op verzoek van barman ‘Rob’, die tevens actief was als spion, knapte de student John Atkinson begin jaren negentig enkele klusjes op voor de Britse geheime dienst MI5. Toen er op zijn opleiding een cel van IRA werd ontdekt, sloeg hij samen met zijn medestudenten Sarah en Maria en diezelfde barman op de vlucht. Ze zouden uiteindelijk zo’n tien jaar (!) onderweg zijn, ver weg van alles wat hen lief was. En één man bepaalde alles: serieoplichter Robert Hendy-Freegard.

In The Puppet Master: Hunting The Ultimate Conman (127 min.) deconstrueren Sam Benstead en Gareth Johnson de modus operandi van deze menselijke wurgslang die zijn prooien eerst uiterst behoedzaam benadert en hen daarna bijna ongemerkt de keel dichtknijpt. Ze kleden de herinneringen van Freegards slachtoffers, hun familieleden en de FBI- en Scotland Yard-agenten die op hem jagen bovendien aan met archiefbeelden, geluidsopnamen, spannende muziekjes en gedramatiseerde scènes met acteurs.

Vaardig ontleedt deze driedelige true crime-serie zo de ronduit bizarre geschiedenis van een gewetenloze parasiet en z’n slachtoffers, die hij doelbewust helemaal uitwoont. The Puppet Master begeeft zich daarmee op hetzelfde terrein als Love Fraud, een overrompelende miniserie over een enigmatische Amerikaanse ‘bad guy’ met eveneens een eindeloze stroom slachtoffers, en laat een vergelijkbaar gevoel van diepe verwondering achter: hoe krijgt deze man dit voor elkaar en – vooral – wat drijft hem in godsnaam?