Last Call

HBO Max

De term ‘overkill’ vat het treffend samen. De slachtoffers van de onbekende moordenaar blijken begin jaren negentig niet zomaar gedood. Ze zijn afgeslacht, in stukken gezaagd en langs de kant van de weg gedumpt. Dat kan beslist niet los gezien worden van hun seksuele geaardheid. De killer die actief is in de omgeving van New York koestert duidelijk een diepgevoelde haat tegen homoseksuelen.

Daarmee is hij in zekere zin een product van zijn tijd en omgeving. Hoewel New York in die jaren een levendige gayscene heeft, wordt homoseksualiteit in de Verenigde Staten bepaald niet overal geaccepteerd. Homofobie is er aan de orde van de dag. Mannen zoals Thomas Mulcahy en Peter Anderson blijven dus noodgedwongen hun hele leven in de kast en leven ogenschijnlijk een braaf burgermansbestaan. Totdat ze in het uitgaansleven, waarschijnlijk nét voor sluitingstijd, de verkeerde persoon tegen het lijf lopen.

Via de zoektocht naar deze seriemoordenaar belicht de vierdelige serie Last Call (215 min.) van Anthony Caronna en Howard Gertler het onverdraagzame klimaat waarbinnen de LHBTIQ+-beweging, die ook al is geconfronteerd met de AIDS-epidemie, zich eind twintigste eeuw staande moet houden en de impact van de moorden op hun dagelijks leven. Strijdbare belangengroepen zoals het New York City Anti-Violence Project eisen serieuze actie tegen het gruwelijke geweld dat in hun gemeenschap wordt aangericht.

Want erg veel prioriteit lijkt de NYPD in eerste instantie niet te geven aan de ‘pick up crimes’ van de zogenaamde Last Call Killer. Het gaat tenslotte om homoseksuele mannen die zich willens en wetens, op zoek naar seks en vertier, in het gaycircuit hebben begeven. Die houding doet denken aan de attitude van de Rotterdamse politie als er begin jaren negentig enkele homoseksuele mannen worden vermoord in het Kralingse Bos (waarover onlangs ook de thematisch verwante serie De Regenboogmoorden is uitgebracht).

Last Call legt de nadruk op de slachtoffers, hun nabestaanden en de angst binnen de queer-gemeenschap en vermijdt al te nadrukkelijke ‘seriemoordenaarsporno’. Pas in de slotaflevering van deze indringende serie, die getuige recente geweldsincidenten tegen homo’s en transmensen nog altijd actueel is, komt er een verdachte in beeld. Naar zijn motief blijft het gissen. Zou het een vorm van ‘gay panic’, de blinde razernij die bepaalde mannen overvalt als een andere man avances maakt, kunnen zijn? Of toch zoiets elementairs als zelfhaat?

Wham!

Netflix

Het is geen Errol Morris, geen Frederick Wiseman en zeker geen Werner Herzog. Chris Smith is nu niet bepaald een tot de verbeelding sprekende naam voor een documentairemaker. Als je op de toonaangevende filmwebsite IMDB de woorden Chris en Smith intypt, krijg je niet voor niets enkele tientallen hits. Zie daar de echte Chris Smith – zonder zelfs maar een hoofdletter met punt ertussen dus: zo’n kenmerkende R. of pregnante X. – maar eens tussen te vinden. Hij staat gelukkig bovenaan.

Maar zeg nou zelf: De Nieuwe Chris Smith, dat klinkt toch ook niet? Terwijl een nieuwe Chris Smith verhoudingsgewijs best wel vaak een voltreffer is. Het begon halverwege de jaren negentig met zijn eerste deuk in een pakje boter: American Movie. Daarna volgden, in wisselend tempo, krakers als The Yes MenJim & AndyFyre: The Greatest Party That Never Happened en “Sr.”. En, vooruit, hij scheerde ook wel eens langs de randen van de goede smaak (The Disappearance Of Madeleine McCannBad Vegan of – als producer – de Tiger King-franchise). Maar dat mag als je zo productief bent – en ook nog eens Chris Smith heet.

En nu, Wham! (92 min.), hoest hij weer een hele lekkere publieksfilm op, een dubbelportret van de boezemvrienden Andrew Ridgeley en Georgios Kyriacos Panayiotou. Met hits als Young GunsWake Me Up Before You Go-Go en Last Christmas werden zij begin jaren tachtig tieneridolen – misschien wel van de jeugdige Chris Smith. Enne even…. Panayiotou, dát is nou een tot de verbeelding sprekende naam. Alleen wel een stuk moeilijker uit te spreken dan pak ‘m beet Smith – óf George Michael, de naam waaronder hij een beroemdheid zou worden. Ridgeley noemt hem in deze documentaire overigens consequent ‘Yog’.

Eerst verkeerde die George binnen Wham! nog continu in Andrews schaduw. Toen hij eenmaal op dreef kwam als songschrijver kon zijn vriend hem echter nauwelijks meer bijbenen. Michael werd het onbetwiste middelpunt van de Wham! Mania. Een meisjesidool dat – toen nog stiekem – op jongens viel. Een superster in de dop. Hij móest uiteindelijk wel verder zonder Andrew, die hem toen overigens alle succes van de wereld toewenste. Die ontwikkeling wordt in deze joyeuze film door de boezemvrienden zelf, buiten beeld en met onweerstaanbaar archiefmateriaal en de plakboeken van Andrews moeder erbij, héél smakelijk uitgeserveerd.

Is de hand van Chris Smith zichtbaar in deze documentaire? Welnu, hij heeft natuurlijk geen uit duizenden herkenbare vertelstem zoals Herzog, houdt er veel meer de wind onder dan de altijd observerende Wiseman en laat geen pratende hoofden zien en hoeft die dus ook niet virtuoos te framen à la Morris. In Wham! brengt hij Ridgeley en Michael, in 2016 overleden, in een permanente dialoog. Zo wordt het succesverhaal van de twee binnenstebuiten gekeerd en op een bijzonder toegankelijke manier over het voetlicht gebracht – en echt niet alleen voor vijftigers zoals Smith zelf (en, bekentenis, Boeijen) die last hebben van jeugdsentiment.

Een film waarin vorm en inhoud zeer vakkundig worden versmolten. Die blijft entertainen, terwijl ie toch iets heeft te melden. Op z’n Chris Smiths, zullen we maar, nét iets te gemakkelijk, zeggen. Chris. Smith. Onthoud die naam.

Clean

Periscoop Film

Zonder haar stonden familie, vrienden en buren in Melbourne er waarschijnlijk nog steeds alleen voor, betoogt Sandra Pankhurst. Met enorme overlast en mogelijk zelfs allerlei trauma’s tot gevolg. Nu wordt bij een onverwacht overlijden, een onverbeterlijke hoarder of een bloedige (zelf)moord de hulp ingeroepen van Specialized Trauma Cleaning (STC). Pankhursts bedrijf maakt de boel weer Clean (92 min.). Grondig en professioneel, maar ook altijd met oog voor de mens.

Want dat is de filosofie van STC’s oprichtster, die sinds het verschijnen van haar autobiografie The Trauma Cleaner in 2017 is uitgegroeid tot een bekende persoonlijkheid en veelgevraagde spreker in Australië. Uit eigen ervaring weet zij hoe het is om in de hoek te zitten waar, letterlijk, de klappen vallen. Als geadopteerd meisje bleek zij in haar nieuwe gezin uiteindelijk toch niet gewenst. Toen er onverwacht nog een nieuw ‘eigen’ kind kwam was de kleine, sowieso al ontwortelde Sandra zelfs helemaal niet meer welkom in huis.

Na die ontluisterende ervaring volgde een turbulent leven, dat pas tot bedaren kwam toen ze begin jaren negentig haar lotsbestemming vond in een eigen traumareiningsbedrijf. Dat wordt tegenwoordig niet alleen bij calamiteiten ingeschakeld, maar assisteert ook mensen die vanwege een verslaving, psychische problemen of een beperking niet voor zichzelf kunnen zorgen. Filmmaker Lachlan McLeod sluit voor deze docu bij enkele medewerkers aan en legt via hen het achterstallig onderhoud vast dat een mensenleven soms oplevert of de totale ravage waarin dit ook kan uitmonden.

‘Volgens mij zijn we allemaal één of twee slechte beslissingen verwijderd van deze manier van leven’, zegt STC-medewerker Rod Wyatt, terwijl hij samen met enkele collega’s een ongelooflijk hoardershuis uitruimt. ‘Of je nu aan de rand van de financiële afgrond staat, psychische problemen hebt of kampt met een trauma.’ Ergens in de gigantische rommel hopen de puinruimers ondertussen nog een verlovingsring aan te treffen. Ze doen hun werk met compassie, stelt Wyatt. Want uit eigen ervaring weten ze maar al te goed hoe gemakkelijk het leven uit de bocht kan vliegen.

Clean houdt intussen, netjes natuurlijk, het midden tussen een innemend portret van een bijzonder kleurrijke persoonlijkheid, die vanwege de longaandoening COPD inmiddels meer verleden dan toekomst heeft, en een observerende film over de activiteiten van haar medewerkers, die letterlijk met de keerzijden van het menselijk bestaan worden geconfronteerd. Te midden van alle malheur en rotzooi is een levensles te vinden over menselijkheid en vooral niet te snel oordelen. Een hartveroverende ode ook aan in alle opzichten veeleisend werk: schoonmaken met mededogen.

Eldorado: Alles, Was Die Nazis Hassen

Netflix

Hun levenspaden kruisen elkaar aan het einde van de jaren twintig in de queerclub Eldorado te Berlijn. Magnus Hirschfeld, een Joodse seksuoloog die het Institut für Sexualwissenschaft heeft opgericht en actief homoseksuelen en transmensen ondersteunt. Ernst Röhm, een vertrouweling van Hitler, die de paramilitaire Sturmabteiling (SA) van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij leidt. Hij is homoseksueel en probeert dat zoveel mogelijk geheim te houden, maar zal uiteindelijk toch in opspraak raken. Toptennisser Gottfried von Cramm is getrouwd, maar wordt verliefd op een man, de Joodse acteur en theatermaker Manasse Herbst. Von Cramms vrouw Lisa heeft intussen avontuurtjes met andere vrouwen. En de Joods-Amerikaans intellectueel Charlotte Charlaque en haar grote liefde, de kunstenares Toni Ebel, behoren tot de allereerste mensen die een genderbevestigende operatie ondergaan. En de transvrouwen overleven deze experimentele behandeling nog ook.

In de historische documentaire Eldorado: Alles, Was Die Nazis Hassen (92 min.) van Benjamin Cantu, waarvoor Matt Lambert gedramatiseerde scènes heeft geregisseerd waarmee de atmosfeer in Duitsland en de Berlijnse nachtclub wordt opgeroepen, is een filmpje te zien van Charlotte, Toni en een andere transvrouw, Dorchen Richter. Het zijn unieke beelden, van meerdere transpersonen tegelijk. Ze ogen vrolijk en tevreden. Hoewel homoseksualiteit in die tijd nog verboden is, op straffe van een gevangenisstraf, kunnen de drie met een speciale ‘transpas’ gaan en staan waar ze willen. Intussen grijpen de nazi’s echter langzamerhand de macht in het land om hen heen. Vlak voor Hitlers machtsovername in 1933 sluit Eldorado definitief de deuren en verliest de LHBTIQ+-gemeenschap een belangrijke ontmoetingsplaats. En ook de ‘Schwulen’ zullen niet ontsnappen aan het streven van de nationaalsocialisten om Het Derde Rijk te zuiveren van moreel verderfelijke burgers en hun gedrag.

Van de vrijheid-blijheid die Berlijn enkele jaren heeft gekenmerkt is al snel helemaal niets meer over. Ernst Röhms grote rivaal Heinrich Himmler ziet zijn kans schoon en onderneemt een serieuze poging om homoseksualiteit uit te roeien. ‘Het is een smet op alles wat er is bereikt en tast het fundament aan’, stelt de leider van de beruchte SS. ‘Alleen mensen met veel kinderen mogen aan de macht komen en de wereld overheersen. Homoseksualiteit moet koste wat het kost bestreden worden. Anders is het Germaanse rijk ten dode opgeschreven.’ Het blijkt de aanzet tot een donkere periode. Die wordt in deze krachtige film, een soort vervolg op de klassieker Paragraph 175, met diverse deskundigen en enkele getuigen trefzeker opgeroepen. De zogenaamde ‘roze lijsten’ met praktiserende homoseksuelen, waar eerder nog weinig mee werd gedaan, belanden nu op het bureau van de Gestapo. Die begint hen verbeten te vervolgen.

Deze jaren zullen een zware wissel trekken op de levens van markante karakters zoals Charlotte Charlaque en Toni Ebel, Magnus Hirschfeld, de Von Cramms en ook Ernst Röhm. En na de Tweede Wereldoorlog, die in deze documentaire nu eens vanuit een zwartomrand roze perspectief is belicht, wordt het klimaat voor LHBTIQ+’ers eigenlijk verrassend weinig beter. Daarvan gaat meteen een dringende waarschuwing uit: de vrijheid en veiligheid die nu vanzelfsprekend lijkt is uiterst fragiel en kan morgen worden ingeruild voor onverdraagzaamheid en repressie.

The Stroll

HBO

Ze waren simpelweg veroordeeld tot sekswerk. Andere arbeid was aan het eind van de twintigste eeuw niet toegankelijk voor (zwarte) Amerikaanse transvrouwen. En toch bleek het leven op 14th Street in het New Yorkse Meatpacking District zeker niet alléén ellendig, stelt Kristen Lovell, die zelf destijds ook actief was in de tippelzone. Samen met co-regisseur Zackary Drucker probeert ze nu het leven op The Stroll (82 min.), die allang helemaal is schoongeveegd, opnieuw op te roepen.

Lovell gaat in gesprek met oud-collega’s, die soms wel 25 jaar deel uitmaakten van ‘de vleesmarkt’ in die verre uithoek van het toenmalige Amerika. Transvrouwen met illustere namen als Egyptt, Izzy “Cashmere” en Lady P. Ze vertellen openhartig en zonder schaamte over het ontdekken van hun eigen identiteit, de eerste keer als sekswerker, klanten, (seksueel) geweld en zelfverdediging, dakloosheid, drugsgebruik en -handel, intimidatie door de New Yorkse politie, arrestaties, (zelf)acceptatie en ouder worden (al heeft het leeuwendeel van de toenmalige ‘workin’ ladies’, stellen de overlevers, de veertig nooit gehaald).

Via deze kleurrijke personages vertellen Lovell en Drucker de tragische historie van een gemeenschap die in de afgelopen jaren weliswaar nadrukkelijk in de openbaarheid is getreden, maar die tot voor kort veroordeeld was tot de absolute rafelranden van de samenleving en zich zelfs in de LHBTIQ+-gemeenschap nauwelijks gezien of gehoord voelde. Die emancipatiestrijd, geïllustreerd met fraai archiefmateriaal en enkele animatiesequenties, mag vooral op het conto van onvermoeibare activisten zoals Sylvia Rivera en Marsha P. Johnson, die de belangenvereniging Street Transvestites Action Revolutionaries (STAR) oprichtten.

Zij verzetten zich bijvoorbeeld met hand en tand tegen de omstreden Walking While Trans-wet, waardoor met name transvrouwen van kleur wel héél gemakkelijk gearresteerd konden worden. Binnen de gemeenschap ontstond zo een zusterschap, die het mogelijk maakte om zelfs in de meest barre omstandigheden te overleven. Met de komst van het internet dienden zich bovendien andere mogelijkheden aan om een boterham te verdienen. Inmiddels hadden de New Yorkse autoriteiten ook hun zinnen gezet op het Meatpacking District. Daarvan kon – zonder die ‘travestiehoeren’ – wel eens een heel aantrekkelijke wijk gemaakt worden.

Met hun vertrek van 14th Street begon ook, vermoedelijk, het romantiseren van die verdorven plek en tijd. Tegenwoordig schamen transvrouwen zoals Kristen Lovell, die met deze film een elementair stuk Amerikaanse LHBTIQ+-geschiedenis heeft vereeuwigd, zich helemaal niet (meer) voor hun tippeljaren. Zoals ze het zelf zeggen: je kunt een meid van The Stroll halen, maar je kunt The Stroll niet uit een meid halen.

Zon In de Nacht

VPRO

In een gesprek met haar overleden grootvader probeert filmmaakster Anne Vaandrager vat te krijgen op haar familiegeschiedenis. ‘Heb ik een graf?’ wil hij weten. ‘Nee’, antwoordt zij resoluut. ‘Oh, jammer’, klinkt opa Cees, alias acteur Eelco Smits, enigszins verrast. ‘Ik besta niet meer?’ Terwijl in beeld een golvende zee is te zien, blijft Anne onverbiddelijk: ‘Nee. Volgens mij ben jij uitgestrooid over zee.’

Via scènes uit het huwelijk van haar opa Cees en oma Ursula, gespeeld door Smits en Nazmiye Oral, probeert Vaandrager een gesprek uit te lokken met hun zoon, haar eigen vader Kees. Want over dat verleden, haar grootvader in het bijzonder, wordt nauwelijks gesproken in de familie. Dat zit haar dwars: de schaamte van haar vader is haar eigen schaamte geworden, constateert ze gefrustreerd. Die wil ze kwijt.

Voor de korte documentaire Zon In De Nacht (27 min.) heeft ze letterlijk een decor geconstrueerd waarbinnen de olifant in de kamer eindelijk eens kan worden benoemd. Ze heeft zelf wat op haar lever, maar wil ook haar vader en oudtante Ineke, de zus van opa Cees, eens goed (uit)horen. Over het ophouden van de schone schijn en de disfunctionele familiedynamiek die daardoor aan het zicht moest worden onttrokken.

De acteurs mengen zich, al dan niet geregisseerd door Anne Vaandrager, ook nog in die conversatie. Zodat alle familieleden uiteindelijk het achterste van hun tong moeten laten zien – en hun tranen de vrije loop kunnen laten. Zo helpt de gecontroleerde setting, een bedachte en theatrale vorm, eenieder om oprechte emoties te tonen. Die waren anders, al blijft dat natuurlijk altijd koffiedik kijken, wellicht binnengehouden.

Nelly & Nadine

Auto Images

Wie was Nadine eigenlijk? vraagt Sylvie Bianchi zich af. Zij woonde jarenlang in Venezuela met Sylvie’s oma Nelly, maar veel meer weet ze niet van haar. De twee hadden elkaar leren kennen in het concentratiekamp Ravensbrück, tijdens kerstmis 1944, en waren daarna onafscheidelijk geweest. Maar waarom zat Nadine Hwang eigenlijk in dat kamp? Kwam het doordat ze de dochter van de Chinese ambassadeur in Spanje was? Had ze zich schuldig gemaakt aan verzetsactiviteiten? Of was ze misschien toch opgepakt vanwege haar seksuele geaardheid?

In Nelly & Nadine (92 min.) sluit filmmaker Magnus Gertten aan bij Sylvie’s zoektocht naar het leven van haar Belgische grootmoeder, de zangeres Nelly Mousset-Vos. Zij kan daarbij gebruik maken van de dagboeken, persoonlijke bezittingen en memorabilia die haar oma heeft nagelaten en die al een hele tijd, ongezien, rondslingeren in de boerderij van Sylvie en haar echtgenoot Christian. Ze heeft het verleden altijd links laten liggen en zich nooit verdiept in wat de relatie inhield van de twee vrouwen, waarover in de familie nooit werd gesproken – en die zeker geen liefde werd genoemd.

De vonk tussen hen was in elk geval overgeslagen op een plek die het tegendeel van liefde was. Hoe was haar oma daar eigenlijk terechtgekomen? Ook daarover wil Sylvie nu het naadje van de kous weten. En welke rol speelt hun nauwelijks erkende liefde, vastgelegd in allerlei privéfilmpjes die Nadine heeft gemaakt, in haar eigen leven? Bianchi’s zoektocht, die haar ook naar enkele intimi van haar grootmoeder en partner leidt, wordt door Gertten afgewisseld met dagboekfragmenten van Nelly Mousset-Vos zelf. Zo ontstaat een meeslepende liefdesgeschiedenis in barre tijden.

Gertten trapt zijn vertelling af met een ronduit prachtige openingsscène. Hij laat ons aandachtig kijken naar een zwart-wit filmpje van 28 april 1945, waarop overlevenden van de nazikampen enthousiast naar de camera zwaaien en lachen. Ze zijn zojuist aangekomen in de haven van Malmö, onderweg naar een beter leven. Te midden van de vrouwen op het filmpje, dat hij jarenlang heeft onderzocht om namen en levensverhalen te vinden bij de opgetogen gezichten, ontdekt Gertten Nadine Hwang. Ze tuurt stoïcijns voor zich uit. Waar kijkt ze naar en wat gaat er door haar heen?

Dit intrigerende beeld blijft lang een fremdkörper in het verhaal, dat pas later in de film op zijn plek valt. Dan wordt duidelijk welke hordes de twee vrouwen, die door het lot werden samengebracht, hebben moeten nemen voor hun onmogelijke liefde – en hoe bijzonder het is dat ze die inderdaad, samen, hebben genomen. Wat de wereld, of hun directe omgeving, er ook van vond.

George Michael – Portrait Of An Artist

Channel 4

Dit is hoe je een postuum portret van een tot de verbeelding sprekende artiest dus niet maakt.

George Michael (1963-2016), de Britse popzanger die in de jaren tachtig een tieneridool werd met Wham!, daarna een al even succesvolle solocarrière opbouwde en de allerlaatste sceptici voor zich won tijdens het Freddie Mercury Tribute Concert For AIDS Awareness in 1992, waar hij, zowat als enige, het stembereik van de Queen-zanger leek aan te kunnen. Zo’n man, een sekssymbool bovendien dat stiekem worstelde met zijn eigen seksualiteit, verdient een documentaire die zijn kunst recht doet en een oprechte poging onderneemt om achter het gordijn te komen.

Géén film die al dat fraaie beeld- en geluidsmateriaal – tv-interviews, videoclips, concerten, B-roll en media-optredens – helemaal kapotsnijdt, ten faveure van een hele stoet, al even vlot gemonteerde pratende hoofden; van lieden uit zijn periferie (tourmanagers, bandleden en geluidstechnici) en collega-artiesten (Stevie Wonder, Rufus Wainwright en Sananda Maitreya, alias Terence Trent D’Arby) tot de onvermijdelijke beroemdheden (Piers Morgan, Paul Gambaccini en Stephen Fry) en biografen, journalisten, homoactivisten, psychologen en andere ‘kenners’.

Met gezwinde spoed stiefelt Simon Napier-Bell, die zijn sporen ooit verdiende als bandmanager van groepen als The Yardbirds, T. Rex en Wham! (!), in George Michael – Portrait Of An Artist (94 min.) chronologisch door het leven en carrière van de zanger, die op slechts 53-jarige leeftijd overleed. Deze turbulente halve eeuw heeft meer dan voldoende euforie, drama en muziek opgeleverd voor ruim negentig minuten kijkvoer. Dat de film tot het tragische einde blijft boeien is evenwel volledig op het conto te schrijven van het vat vol tegenstrijdigheden genaamd Georgios Kyriacos Panayiotou.

Zijn creativiteit, ego, idealisme, ambitie, twijfel, drugsgebruik, provocaties, aandachtshonger en depressies máken deze documentaire. En dan moeten we Napier-Bell maar vergeven dat hij die dichtsmeert met ‘sfeermuziek’, de enige persoon die écht dichtbij Michael stond (zijn voormalige vriend Kenny Goss) wel héél weinig speeltijd geeft en citaten van vooraanstaande figuren zoals Jean-Paul Sartre, Jackson Pollock en Vladimir Nabokov gebruikt om elk hoofdstuk in te leiden. Want dat is dus niet hoe je een postuum portret van een tot de verbeelding sprekende artiest maakt.

George Michael had zelf overigens ook uitgesproken ideeën over hoe een film over zijn leven en carrière eruit zou moeten zien. Die werd in 2017, eveneens postuum, wereldwijd uitgebracht: George Michael: Freedom

Sirens

Oscilloscope Laboratories

Ze móeten wel sletten zijn. Hoeren. Of simpelweg een gruwel Gods. Je zou kunnen zeggen: ze vragen er zelf om met hun geverfde haren, tattoos en Slayer- en Judas Priest-shirts. Wie begint er nu een trash metalband in Libanon? Met een gruntzanger(es), nota bene. En een, dat ook, volledig vrouwelijke bezetting.

Het hart van de groep wordt gevormd door twee gepassioneerde gitaristen: Shery Bchara (lead) en Lilas Mayassi (ritme). Zij kunnen doorgaan voor de Lennon en McCartney – herstel: de Hetfield en Ulrich – van Slave To Sirens. Met net zulke epische ruzies als het centrale duo van Metallica. Daar zit overigens een verhaal achter: een liefdesverhaal, om precies te zijn. Zonder dat de andere bandleden daarvan op de hoogte zijn krijgen de twee iets met elkaar.

Totdat Lilas in Sirens (79 min.) een steen in de vijver gooit en haar zinnen zet op een ander. Ze ontmoet de Syrische Alaa, die al snel overkomt naar Beiroet en daar moet worden voorgesteld aan haar ouders. ‘Als ze vragen hoe we elkaar hebben ontmoet, zeg dan dat we elkaar zijn tegengekomen bij mijn eerste bezoek aan Syrië en toen vrienden zijn geworden’, houdt Lilas haar voor. ‘Oké? Hou het kort.’ En, als ze bijna binnen zijn: ‘Let op dat je me geen schatje noemt.’

Intussen is de sfeer binnen Slave To Sirens, dat al eens mocht optreden tijdens het Britse Glastonbury-festival, te snijden. De band stevent onvermijdelijk af op een pijnlijke breuk, terwijl intussen op de achtergrond ook Libanon zelf richting een burgeroorlog lijkt te koersen. Documentairemaker Rita Baghdadi brengt die twee verhaallijnen – de ontwrichting van de band en de ontsporende protesten tegen de Libanese regering – soepel samen.

Zo ontstaat een levendig portret van een wereld die letterlijk ieder moment in vuur en vlam kan komen te staan en waarin je je als buitenbeentje – vrouwelijke metalhead en vrouw die valt op vrouwen – maar staande hebt te houden. Gelukkig leent de muziek van Slave To Sirens zich er prima voor om dat er soms eens ongegeneerd uit te gooien.

Kelly

Prime Video

Samen met Valentijn de Hingh, Nikkie de Jager en Loiza Lamers behoort Kelly van der Veer, of ze dat nu wil of niet, tot de beeldbepalende figuren van de Nederlandse transgemeenschap. Door het reality-programma Big Brother werd ze in 2001 ineens een Bekende Nederlander. In de navolgende jaren trok Kelly (91 min.), rondgereden door haar vader Anton in zijn camper, zingend door het discothekencircuit. Ze hield er volgens eigen zeggen een enorme hekel aan het woord ‘transseksueel’ aan over. Want elke keer als zij arriveerde zette iemand dat ene nummer weer op: ‘Hij is een transseksueel / Hij werkt in een bordeel / Van ’s avonds negen tot vijf / Is het een omgebouwd wijf’.

Inmiddels is Kelly, die zou kunnen doorgaan voor een jongere zus van Patty Brard en Rachel Hazes, daadwerkelijk actief als sekswerker in Antwerpen. Ze zegt in deze film van June te Spenke, die eerder een schrijnende miniserie over Famke Louise maakte, dat ze geniet van haar werk. En als zij vanachter dat raam een klant met ‘enge ogen waar geen ziel inzit’ ontwaart, dan laat ze die gewoon niet binnen, zegt ze met kenmerkende bravoure. Moeder Liesbeth heeft ook geen moeite met het werk van haar dochter, zegt ze. ‘Nee hoor. Hoort bij haar, past bij haar.’ Ze hebben Kelly ook nooit hoeven te redden, heeft ze eerder al verteld. ‘Want ze redt zichzelf wel. Dat heeft ze altijd gedaan.’

Dat gaat dan wel met vallen en opstaan, blijkt uit de verhalen van Kelly zelf, haar ouders en zus Amber. Zij worden aangevuld door Nikkie de Jager (die als kind een rolmodel vond in Big Brothers Kelly), vriend Boris Itzkovich Escobar, Travestieshow-deelnemer Edson de Randamie en vriendin Norma Miedema. Bridget Maasland neemt bovendien de gelegenheid te baat om zich, geëmotioneerd, te verontschuldigen voor het feit dat ze Kelly ooit heeft geschoffeerd in een tv-uitzending. Samen portretteren deze sprekers een (trans)vrouw die in haar roerige leven zo ongeveer overal mee heeft geworsteld: met zichzelf, met de liefde, met drugs en met de wereld, die haar maar niet wil accepteren.

Te Spenke kleedt al die smeuïge en dramatische verhalen aan met fly on the wall-beelden van Kelly aan het werk, gestileerde sequenties van haar in allerlei verleidelijke poses en erg dikke muziek. Smaakvol is niet de eerste gedachte die daarbij opkomt. En ook niet de tweede. Het is wel een dramatisch levensverhaal, dat stiekem tóch onder de huid kruipt. Voormalig Big Brother-deelnemer Andries de Jong, die ooit met haar zoende en toen geen idee had dat ze was geboren als jongen, vat het eigenlijk wel treffend samen: ‘Ik dacht altijd: weet je, laat ze mij uitschelden voor Kelly-neuker. Als ik dat al heb… Kelly heeft dat keer tien, hè? Of keer honderd. En dat haar hele leven al gehad.’

Little Richard: I Am Everything

Periscoop

Het wordt beschouwd als verraad aan zijn eigen gemeenschap. Terwijl hij zich eind jaren zeventig opnieuw bekeert tot het geloof, neemt Little Richard ook afstand van zijn geaardheid. Hij, de zwarte rock & roll-zanger waarvan iedereen op zijn vingers kan natellen dat hij ‘queer’ is, wil behalve de muziek van de duivel ook zijn homoseksualiteit achter zich laten. ‘God liet me weten dat hij Adam aan Eve had gekoppeld’, vertelt hij aan talkshowhost David Letterman. ‘En niet aan Steve.’

Het is een opmerkelijke stap voor een zanger die natuurlijk over Long Tall Sally en Good Golly Miss Molly zong, maar zijn grootste hit had met Tutti Frutti. En die ging oorspronkelijk, voordat de tekst werd opgekuist, toch echt over anale seks: ‘Tutti Frutti, good booty / If it don’t fit, don’t force it / You can grease it, make it easy’. Wie had kunnen denken dat de ideale schoonzoon Pat Boone, wit natuurlijk, daarmee in 1956 een hit zou krijgen? Een grotere hit natuurlijk dan de oorspronkelijke uitvoerder, die immers was veroordeeld tot de categorie ‘race music’: for blacks only.

Daar zit ook de kracht van dit levendige portret van Richard Wayne Penniman (1932-2020), een zwarte jongen uit Macon, Georgia. De man en zijn muziek worden door regisseur Lisa Cortés nadrukkelijk binnen hun historische context geplaatst. Little Richard: I Am Everything (101 min.) brengt het gesegregeerde Amerika van na de Tweede Wereldoorlog tot leven, waar zwarte (en queer) artiesten rock & roll uit de klauwen van de Duivel rukten en witte helden zoals Pat Boone en Elvis Presley, die zelfs werd gekroond tot de koning van het genre, daarna met de eer gingen strijken.

Dat is zijn hele leven, waarin hij tot het eind bekend en relevant probeerde te blijven, een pijnpunt gebleven. ‘De beste nieuwe artiest is…’, begint Little Richard bijvoorbeeld een aankondiging bij de uitreiking van een Award bij de Grammy’s van 1988 en grijpt vervolgens zijn kans: ‘… ikzelf. Ik heb nog nooit een prijs gekregen. Ze hebben mij nooit een Grammy gegeven.’ Als hij een kleine tien jaar later alsnog in het zonnetje wordt gezet tijdens de American Music Awards als ‘The Originator’, de architect van rock & roll, dan resulteert dat in een buitengewoon aangrijpende scène.

Eerst op het podium waar Penniman aangedaan de erkenning incasseert die hij zo lang heeft gemist. En vervolgens op een klein schermpje als de bassist van zijn band, Charles Glenn, de beelden ruim twintig jaar later terugkijkt en opnieuw overmand raakt door emoties. Het zijn kleine emoties. Over een individuele artiest die nooit de waardering heeft gevoeld waarop hij, en niet alleen volgens zichzelf, allang recht had. Het zijn tegelijkertijd ook grote emoties. Over essentiële Afro-Amerikaanse (queer-)artiesten die zo lang consequent naar de kantlijn van de entertainmentwereld zijn verdreven.

Cortés weet dat gevoel – van zwarte pioniers als ‘roadkill’ op de weg naar het grote succes en geld – uitstekend over te brengen in een liefdevolle film. Met bijdragen van collega’s als Mick Jagger (die als Richards voorprogramma, net als Paul McCartney van The Beatles overigens, de kunst afkeek bij de meester), Tom Jones en Nile Rodgers en cultfilmregisseur en Little Richard-superfan John Waters (die al een halve eeuw een Little Richard-snorretje aanhoudt) wordt daarnaast ook het unieke karakter van de flamboyante performer nog eens vol in de spotlight gezet.

Op die plek gedijde Little Richard als geen ander en oogt hij nog altijd even extravert, androgyn en viriel als ooit, toen de rock & roll, ergens in de jaren vijftig, het levenslicht zag.

Corrie

KRO-NCRV

‘En die seks en zo dan? Hoe moet dat dadelijk dan?’
‘Hoezo, dadelijk?’
‘Jaah, als hij meer vrouw is dan man…’
‘Ja, maar hij valt alleen maar op vrouwen. Hij valt niet op mannen.’
‘Maar jij toch niet? Jij hebt toch niet gekozen om met een vrouw te zijn?’
‘Nee, dat klopt wel. Ja, goed, het is anders, maar ik mis er niks aan. Ik kom niks tekort.’

Althans, dat zegt Corrie Beer, terwijl ze lekker zit te kletsen met haar beste vriendin Jet Boumans. Later, bij een volgend gesprek, komt de vrouw uit het Limburgse Gennep er toch nog eens op terug: misschien gaat ze die piemel toch wel missen. Want Albert van Dieten, de kraanmachinist met wie ze ooit een relatie kreeg en die ze door dik en dun steunt, is hard op weg om een vrouw te worden.

In deze korte documentaire vertelt Marieke Widlak echter niet het verhaal van Ashley. De film heet niet voor niets Corrie (23 min.) en concentreert zich op hoe ’t is als jouw partner, die je toch echt hebt leren kennen als man, besluit om in transitie te gaan. Ga je dan mee? Corrie is geneigd van wel. Dat is overigens ook haar grootste valkuil. Ze gaat altijd uit van de ander, zegt ze. Als die ’t maar goed heeft…

Als ze niet oplet, gaat het gesprek ook nu weer permanent over Ashley. Maar Corrie wil, begint ze zich steeds duidelijker te realiseren, óók gezien worden. Daarbij gebruikt ze haar eigen vader als voornaamste referentiepunt: daar was ze bang voor, die zag haar helemaal niet staan. En hij vond dat ze zingen beter aan anderen kon overlaten. Corrie verdiende en verdient beter, vindt ze.

Daarmee heeft deze fijne film een aardig thema te pakken, dat op diverse manieren wordt uitgewerkt. Corrie is als hun huisdier Harry de vogel die in een kooitje wordt gehouden. En wanneer ze Ramses Shaffy’s Laat Me (mijn eigen gang maar gaan) zingt, lijkt dat haar op het lijf geschreven. Gaandeweg laat ze alle schroom varen en blijkt dat haar vader het toch bij het verkeerde eind had.

Vrijwel ongemerkt is Ashley ondertussen van de vanzelfsprekende hoofdpersoon van deze documentaire een aansprekend bijpersonage geworden, de partner die vanuit de coulissen goedkeurend toeziet hoe Corrie haar eigen rol pakt en een stapje dichter bij de vrouw komt die ze eigenlijk wil zijn. En dat is eigenlijk best mooi om te zien.

Fashion Babylon

Bellota Films

Zien en gezien worden. In Fashion Babylon (tv-versie: 52 min.) portretteert regisseur Gianluca Matarrese drie influencers die zich het liefst permanent ophouden in de directe omgeving van modeshows, rode lopers en fotoshoots. De van oorsprong Haïtiaanse veteraan Michele Elie moet bijvoorbeeld soms allerlei trucs uithalen om ergens binnen te komen en probeert dan de aandacht te trekken met buitenissige uitdossingen, die de welvingen van haar lijf alleen maar benadrukken.

‘Ik moet een illusie in stand houden’, zegt de flamboyante Amerikaanse kunstenaar/muzikant Casey Spooner, die eveneens op leeftijd begint te raken, op zijn beurt. ‘Ik moet eruit blijven zien als succesvol, om daadwerkelijk succesvol te worden. En die illusie is dodelijk vermoeiend.’ Terwijl hij voor de buitenwacht allang is doorgedrongen tot de ‘happy few’, heeft Spooner in werkelijkheid vaak geen cent te makken. ‘Eerlijk gezegd ben ik doodmoe, uitgewoond, blut en eenzaam.’

De frisse energie in deze observerende film over de rafelranden van de mode-industrie moet komen van de ambitieuze drag queen Violet Chachki, winnaar van het zevende seizoen van RuPauls tv-programma Drag Race, die een plek in de afscheidsshow van de befaamde Franse modeontwerper Jean Paul Gaultier heeft bemachtigd. Daarmee is Chachki’s kostje echter bepaald nog niet gekocht, want zeker in een wereld die bestaat uit schone schijn kun je ook genadeloos afgeschminkt worden.

Matarrese legt de verwikkelingen van de drie fashionista’s van dichtbij vast, geeft die met barokke muziek extra schwung en drama en schildert zo een vlijmscherp portret van de wereld waarvan zij deel (willen) uitmaken. Die lijkt in eerste instantie volledig te bestaan uit ‘places to be’ en ‘people to meet’, maar neemt met hetzelfde gemak nieuwe discipelen op als dat ze hen weer afstoot. Ofwel: zien en gezien worden óf zijn.

Category: Woman

WMM

Is hij wel een vrouw? In die ene vraag zit alle twijfel – doelbewust gezaaid, volgens medestanders – over de negentienjarige Zuid-Afrikaanse atlete Caster Semenya vervat. Als zij in 2009 op de wereldkampioenschappen atletiek in Berlijn de 800 meter hardlopen heeft gewonnen, is er volgens criticasters een ‘noodzaak tot genderverificatie’. Maakt Semenya misschien te veel testosteron aan om nog vrouw genoemd te kunnen worden? Is zij, kortom, een notoire valsspeler?

Aan de hand van deze en vergelijkbare casussen exploreert regisseur Phyllis Ellis in Category: Woman (76 min.) een bijzonder pijnlijke kwestie binnen de internationale sportwereld. Alles wat afwijkt van de standaard (wit, mannelijk en hetero) moet gereguleerd worden, of het nu gaat om ras, seksuele identiteit of gender. ‘Wanneer je als man exceptioneel presteert, dan ben je een superman’, stelt Payoshni Mitra, een juriste die gefnuikte vrouwelijke atleten bijstaat, pijnlijk nauwkeurig vast. ‘Wanneer je als vrouw exceptioneel presteert, dan moet je wel een man zijn.’

Daarvoor kan deze intrigerende film al teruggrijpen op de besmette Olympische Spelen van 1936 in Berlijn, waarbij tweevoudig Gouden medaillewinnaar Helen Stephens wordt omgeven door roddels dat ze in werkelijkheid een man is. In de navolgende jaren zal de atletiekbond IAAF, in samenspraak met het Internationaal Olympisch Comité, dan ook talloze tests optuigen om bepaalde vrouwelijke atleten – en die hebben doorgaans geen witte huidskleur – te controleren op hun vrouw zijn; van medische certificaten en dopingtesten tot heuse inspecties van het lichaam. Naakt, natuurlijk.

Geruchten over met name sporters uit het Oostblok, die in werkelijkheid tot het mannelijke geslacht zouden hebben behoord, zetten de zaak nog verder op scherp. Bijzondere prestaties van vrouwelijke atleten worden daardoor nog meer met argusogen bekeken. Ellis introduceert vervolgens enkele sportsters die zijn gediagnosticeerd met hyperandrogenisme. Zij hebben van nature een hogere testosteronspiegel dan de meeste vrouwen, waardoor hun spierontwikkeling beter op gang komt. De atletiekbond heeft hen daarom de kwalificatie DSD toegekend: Differences of Sexual Development.

De Keniaanse atleten Margaret Wambui en Evangeline Makena raken daardoor hun droom en broodwinning kwijt. Hun Indiase collega Dutee Chand stapt vanwege soortgelijke issues naar de rechter en wordt zowaar in het gelijk gesteld. Daar tegenover staat echter het schokkende persoonlijke relaas van de Oegandese middellange afstandsloopster Annet Negesa. Zij is min of meer gedwongen tot een medisch niet-noodzakelijke chirurgische ingreep en daarna nooit meer de oude geworden. Ze is kapotgemaakt. Letterlijk. Geknakt doet ze haar verhaal in Category: Woman. 

De IAAF krijgt, bij monde van voorzitter en oud-atleet Sebastian Coe, slechts beperkt de gelegenheid om z’n positie toe te lichten. De bond wil vooral de ‘eerlijke en open competitie’ tussen sporters beschermen, zo luidt het verweer. Maar of daarvoor basale mensenrechten mogen worden geschonden? Het is duidelijk aan welke kant van deze discussie documentairemaker Phyllis Ellis staat. Ze agendeert de achterliggende kwestie op pregnante wijze in een film, die de vanzelfsprekendheden binnen de sport onder het vergrootglas legt en daarmee automatisch ook ter discussie stelt.

Over hetzelfde thema verscheen in 2024 de hybride van docu en drama Life Is Not A Competition, But I’m Winning.

Loving Highsmith

Mad Man

Bijna alle boeken van de Amerikaanse thrillerschrijfster Patricia Highsmith (1921-1995) zouden uiteindelijk het witte doek halen: van haar debuut Strangers On A Train, verfilmd door de ‘master of suspense’ Alfred Hitchcock, tot de onder pseudoniem verschenen ‘enige lesbische roman met een happy end’ Carol en de reeks rond de gewetenloze bedrieger Tom Ripley, die diverse films met uiteenlopende vertolkers als Dennis Hopper, John Malkovich en Matt Damon heeft opgeleverd.

In het verzorgde portret Loving Highsmith (84 min.) probeert regisseur Eva Vitija met familie, vrienden en voormalige geliefden vat te krijgen op de enigmatische vrouw, die noodgedwongen een dubbelleven moest leiden. Alleen in dag- en notitieboekjes kon ze zich bijvoorbeeld over haar seksuele geaardheid uiten. Fragmenten uit die persoonlijke geschriften zijn voor deze documentaire ingelezen door de actrice Gwendoline Christie (Game Of Thrones/Wednesday).

‘Volgens mijn moeder heeft ze met terpentine tevergeefs geprobeerd om een abortus op te wekken’, vertelt zij bijvoorbeeld namens de schrijfster. ‘Wederom volgens mijn moeder – één van haar andere verhalen – was het eigenlijk mijn vader die een abortus wilde. Ik vroeg mijn moeder welke van de twee verhalen waar was. Mijn moeder houdt echter niet van simpele, directe vragen en heeft me nooit geantwoord. Ik realiseer me overigens dat beide verhalen waar kunnen zijn.’

Vitija kleedt Highsmiths zielenroerselen aan met fraaie archiefbeelden en foto’s van haar protagonist en toepasselijke fragmenten uit de films die aan de hand van haar boeken zijn gemaakt. Zo ontstaat zowel een intiem portret van een gecompliceerde vrouw, die zich helemaal kon overgeven aan drank en zich soms ook verloor in dubieuze tirades, als een gelaagd beeld van haar leefwereld. Daarin werd zij omringd door allerlei vrouwen om van te houden, waarmee ze ’t echter nooit lang uithield.

‘Schrijven is de vervanging van het leven dat ik niet kan leven’, schreef Patricia Highsmith in één van haar dagboeken. ‘Dat ik niet in staat ben om te leven.’

In Het Echt Heb Ik Een Neus

Stephane Kaas & het competitieve mannetje / NTR

Vorm is inhoud. En dus oogt deze documentaire van Stephane Kaas, die met Rutger Lemm een Emmy Award won voor het joyeuze portret Etgar Keret – Een Waargebeurd Verhaal, over webcomics als, ja, een webcomic en is ook het verhaal opgebouwd als, juist, een webcomic. Kaas houdt sinds augustus 2019 een getekend dagboek bij en had op een gegeven moment een lumineus idee: een film over, jawel, webcomics. Die is echter gemakkelijk bedacht dan gemaakt. Zeker omdat de maker ervan permanent ‘het competitieve mannetje’ in zichzelf op afstand moet zien te houden. Die is echter ook in deze joyeuze docu gekropen, om zo nu en dan zijn ongezouten mening te geven over wat die Kaas nu weer heeft gedaan of nagelaten.

‘Als dit geen succes wordt, heb ik daarna nog wel werk?’ vraagt de hoofdpersoon/maker zich dan ook zelf nog eens hardop af, als de productie van zijn ‘internationale coproductie’ en het filmen van allerlei cartoonisten niet van een leien dakje blijkt te gaan. ‘Ik heb voor elke draaidag een slapeloze nacht, waarin ik me vooral druk maak over niet kunnen slapen.’ Angstzweet kan op zo’n moment natuurlijk niet uitblijven. ‘Gatverdamme!’ roept het mannetje dan uit, terwijl hij, demonstratief met zijn armen over elkaar, naast zijn gastheer gaat zitten. Die weet het dan echt, of op z’n minst in de comic, niet meer. ‘Had ik niet een ander beroep kunnen kiezen?’

Gaandeweg geeft Stephane Kaas in In Het Echt Heb Ik Een Neus (55 min.), een titel die verwijst naar het verschil tussen de Amerikaanse cartoonist Jackie E. Davies (@underpantsandoverbites) en de karikaturale versie die ze van zichzelf presenteert, echter steeds meer ruimte aan de zielenroerselen van zijn vakbroeders en -zusters. De Brit Alex Norris (@webcomic_name) geeft via een klodderfiguurtje, dat in drie tekeningen steeds tot dezelfde clou komt (‘oh no’), bijvoorbeeld uitdrukking aan het leven als queer. Emma Jon-Michael Frank (@jonmichaelfrank) getuigt van zijn psychische problemen en gevoel voor poëzie. En Renske de Greef (@renskedegreef) brengt de complicaties van het (aanstaande) moederschap in beeld in Mamamorfose.

Met hun persoonlijke en openhartige werk, dat doorgaans ergens tussen zelfmedelijden en zelfspot bivakkeert, geven ze tegenwicht aan de ideaalbeelden die anderen vaak op sociale media droppen. Zelfs grote maatschappelijke thema’s kunnen daarbinnen een plek krijgen, zoals de Vlaamse cartoonist Christina de Witte (@chrostin), met tekeningen over hoe onveilig vrouwen zich soms op straat voelen, en haar Oekraïense collega Zhenya Oliinyk (@evilpinkpics), met haar impressies van de Russische inval, laten zien. Misschien spreekt de Amerikaanse Whit Taylor (@whittaylor), die haar eigen depressies en angsten belicht in haar tekeningen, wel voor hen allemaal als ze zegt dat haar webcomics ‘mijn meest authentieke manier van bestaan’ vormen. 

En dat is dan eigenlijk best een aardig inhoudelijk motto voor deze verfilmde webcomic, die Stephane Kaas uiteindelijk toch, min of meer, of puur voor de vorm, tot een goed einde heeft weten te brengen.

Mama

Human

In 2019 portretteerde Esmée van Loon in 2019 de expressieve modeontwerper en dragqueen Dennis Bijleveld in de korte documentaire Ma’MaQueen. Deze vervolgfilm toont hoe Bijleveld als ‘moeder’ fungeert in het Rotterdamse House Of Holographic Hoes, een verzamelplek voor jonge (queer)mensen die zich in hun reguliere familie meestal niet op hun plek voelen. Samen vormen ze een kleurrijk samengesteld gezin, in de traditie van de New Yorkse ballroom-families uit de klassieke documentaire Paris Is Burning, waarin ruimte is voor ieders persoonlijkheid, uiterlijk en gevoelsleven. ‘Alles doen wat God verboden heeft in het hoerenhuis Rotterdam-Zuid’, grapt moeder zelf.

‘Familie is een gevoel’, heeft Dennis Bijleveld al geconstateerd aan het begin van de film, bij beelden van een gezellig huisetentje waarvoor alle familieleden zich speciaal hebben opgemaakt en fraai hebben uitgedost. ‘Dit is hoe een familie hoort te zijn. Fantasy.’ Waarna Van Loon al die uitgesproken personages voor het eerst naakt, maar volledig overdekt met holografische glitters, laat zien en de titel in beeld verschijnt: Mama (59 min.). De docu is doorsneden met zulke fraaie sequenties, waarin de hoofdpersonen zich op hun kwetsbaarst en sierlijkst laten zien en waarmee tegelijkertijd het extravagante karakter van hun zelfverkozen familie nog eens wordt benadrukt.

Want hoewel ieder z’n eigen kwetsbare verhaal meebrengt – meestal een variant op: mijn omgeving vindt mij niet oké, omdat ik te vrij, gezet of vrouwelijk ben – gedragen ze zich samen heel druk, klef en theatraal. In een voortdurend tussen Engels en Nederlands schakelende dialoog met elkaar komen ze tot bloei, lijkt Van Loons centrale boodschap. Binnen een gemeenschap waarvan de filmmaakster duidelijk de waarde wil benadrukken. Ze vervat dat in de metafoor van een aquarium, waarin ruimte is voor elk individueel visje, ongeacht de vorm of kleur. ‘Vrijheid is voor mij dat je niet wordt beperkt door de realiteit’, stelt hun dragmother. ‘Dat jij in je eigen fantasie kan leven.’

En dan staat Kerstmis, het ultieme familiemoment en het sluitstuk van dit roze familieportret, alweer voor de deur en gaat Ma’MaQueen, geheel in stijl, met Xtra Xceptit, Rita Book, Marta, Licka Lolly, Fantasy Fvckface en Reub op zoek naar een geschikte boom…

All The Beauty And The Bloodshed

Cinéart

Het is alsof Nan Goldins complete leven een aanloop is geweest naar haar huidige rol als Nemesis van de Amerikaanse familie Sackler. Die verdiende via het bedrijf Purdue Pharma miljarden dollars met de pijnstiller OxyContin, een medicijn dat zo verslavend bleek te zijn dat er in de Verenigde Staten een heuse Opioid Crisis ontstond. Die zou inmiddels in totaal zo’n half miljoen Amerikanen het leven hebben gekost. Intussen kochten de Sacklers zich met hun ‘bloedgeld’ in bij allerlei goede doelen en musea.

Nan Goldin, die na een turbulente jeugd als fotografe doorbrak met de intieme serie The Ballad Of Sexual Dependency, raakte in 2014 na een operatie zelf verslaafd aan de pijnmedicatie en wist drie jaar later na een overdosis slechts met heel veel moeite weer af te kicken. Sindsdien is ze één van de drijvende krachten van de actiegroep P.A.I.N. (Prediction Addiction Intervention Now). Met guerrilla-acties attaqueert deze groep specifiek de filantropie van de Sacklers, die zich nog altijd comfortabel in de hoogste kringen bewegen.

All The Beauty And The Bloodshed (117 min.), de documentaire die de fotografe maakte met regisseur Laura Poitras (My Country, My CountryThe Oath en Oscar-winnaar Citizenfour), valt in dat opzicht meteen met de deur in huis: The Sackler Wing van The Metropolitan Museum in New York wordt op 10 maart 2018 overgenomen door demonstranten onder leiding van Goldin die en masse pillenpotjes droppen en een ‘die-in’ organiseren, waarbij ze voor dood op de grond gaan liggen en onderwijl de leus ‘Sacklers lie, people die’ scanderen.

Zulke acties, waarmee de omstreden familie steeds verder in het nauw wordt gedreven, lopen als een rode draad door deze meeslepende documentaire, die er in september op het Filmfestival van Venetië zowaar met de Gouden Leeuw voor beste film vandoor ging. Patrick Radden Keefe, de auteur van de bestseller Empire Of Pain, geeft daarbij context over OxyContin en de agressieve marketing waarmee het middel door Purdue Pharma aan de man is gebracht, ook toen allang duidelijk was hoe verslavend ‘t was.

Dat klassieke Big Pharma-verhaal is door documentairemaker Alex Gibney al eens tot in detail opgetekend in The Crime Of The Century. Poitras verrijkt dit met enerverende protestacties en blikt parallel daaraan met Goldin terug op haar bijzonder turbulente leven, dat al heel vroeg ernstig werd ontregeld door de psychische problemen van haar zus Barbara en de inadequate reactie van haar ouders daarop. Zij zou al snel helemaal op drift raken. In fotografie – volgens Goldin een sublimatie van seks en meestal ook beter dan seks – vond ze uiteindelijk een uitweg.

De opwinding, hardheid en tristesse van dat leven, waarbij de AIDS-epidemie van de jaren tachtig en de bijbehorende Act Up-acties vormend blijken te zijn geweest, worden door Poitras verbonden aan Goldins activisme, dat haar leven extra scherpte en richting lijkt te hebben gegeven. Zo stuurt deze topdocu aan op een bijzonder geladen apotheose, waarin Nan Goldins P.A.I.N. daadwerkelijk vruchten begint af te werpen en zij zelf oog in oog komt te staan met enkele prominente leden van de gehate Sackler-familie.

Blue ID

Vuslat Karan & Burcu Melekoglu

Alsof een gewone transitie al niet ingrijpend genoeg is. Onur Rüzgar Erkoçlar wil door het leven als man, maar kan zijn verleden als vrouw maar niet afschudden. Al op jonge leeftijd kreeg de 26-jarige Turk bekendheid als actrice. En nu hebben de media er lucht van gekregen dat (voorheen) Nil Erkoçlar tegenwoordig als man door het leven gaat en wordt hij opgejaagd door (amateur)paparazzi.

Rüzgar realiseert zich dat hij daardoor ook concreet gevaar loopt. ‘De mensen hier kunnen gays niet eens accepteren’, zegt hij aan het begin van Blue ID (84 min.), winnaar van de publieksprijs op het IDFA op 2022, als hij een anoniem baantje bij een bakker heeft gevonden. ‘Kun je je voorstellen hoe ze reageren als ik mijn lichaam van vrouw naar man wil laten veranderen?’

Als Rüzgar, gedwongen door alle commotie, toch maar een interview aan een grote krant geeft, wordt dat door anderen weer tegen hem gebruikt. ‘Volgens mij haalt ze hier, zowel materieel als emotioneel, voordeel uit’, stelt Erol Köse, de zanger die hem eerder al ongevraagd heeft geout?, in het televisieprogramma Son Haber. Eerder wist hij ook al te melden dat Erkoçlars geslachtsbevestigende operatie nog niet had plaatsgevonden en dat hij dus nog altijd niet in aanmerking kwam voor het blauwe identiteitsbewijs dat is bestemd voor mannen.

Te midden van deze malicieuze haatcampagne probeert Onur Rüzgar Erkoçlar bij zichzelf te blijven in deze gedegen film van Vuslat Karan en Burcu Melekoglu, waarin het inmiddels welbekende – of, zo je wilt: universele – transverhaal, zich ditmaal tegen een wel erg intolerant decor afspeelt.

White Balls On Walls

Zeppers

‘We hebben nog steeds een hele mannelijke witte dominantie in de collectie’, constateert directeur Rein Wolfs van het Stedelijk Museum Amsterdam. Slechts vier procent van de collectie is gemaakt door vrouwen. En: ‘Er hangen op dit moment geen werken van makers van kleur’, bekent Wolfs. ‘Op dit moment helemaal niet.’ Het ‘hagelwitte’ museum wil en moet daarin stappen gaan maken.

Touria Meliani, de wethouder kunst en cultuur van Amsterdam, heeft een Actieplan diversiteit en inclusie Kunstenplan 2021-2024 opgesteld, dat met gezwinde spoed in de praktijk moet worden gebracht. Terwijl het Rijksmuseum de tentoonstelling ‘Slavernij‘ aankondigt, is in het Stedelijk bijvoorbeeld ‘Surinaamse School: schilderkunst van Paramaribo tot Amsterdam‘ te zien. Dat zorgt meteen ook voor kritiek: staat de kunst nog wel voorop? Of is de ‘ideologische agenda’ leidend geworden?

Ook intern zorgen de pogingen van het museum voor moderne en hedendaagse kunst en design om diverser en inclusiever te worden voor een zeker ongemak. Zowel bij medewerkers die kanttekeningen hebben bij de ingezette veranderingen als bij degenen die dat proces juist in gang proberen te zetten of zelfs belichamen. En regisseur Sarah Vos, een maker die wel vaker de vinger op de zere plek legt, zoomt in White Balls On Walls (90 min.) in op waar het schuurt.

Scheppen quota voor werk van vrouwelijke kunstenaars of kunstenaars van kleur bijvoorbeeld ruimte of werken ze eerder beperkend? Hoe kan worden voorkomen dat zulke kunstenaars de indruk krijgen dat ze vooral vanwege hun achtergrond of profiel zijn gekozen, om dat gezegende/vervloekte quotum te halen? En betekent meer ruimte voor andere invalshoeken dan automatisch ook het inperken van de ruimte voor traditioneel witte kunst?

Op kousenvoeten doorkruisen alle betrokkenen, stuk voor stuk met de beste bedoelingen, het mijnenveld tussen een inclusief en een politiek correct museum, op weg naar een plek, organisatie en collectie die in de tegenwoordige tijd en nabije toekomst passen, met bovendien voldoende oog voor het verleden en de keerzijden daarvan. Vos krijgt die zoektocht en het bijbehorende lopen op eieren in White Balls On Walls heel aardig te pakken.