Michael Jackson: The Verdict

Netflix

Hij fungeert als een soort vooruitgeschoven post voor de familie Jackson. Nu de speelfilm Michael, waarin de beschuldigingen van kindermisbruik tegen de King Of Pop onbesproken blijven, is uitgegroeid tot een wereldwijde bioscoophit, wordt Michael Jacksons voormalige advocaat Brian Oxman ingezet om de schade ook in de documentaires die volgen op die film zoveel mogelijk te beperken. Michael Jackson: The Verdict (156 min.) is na An American Tragedy en The Trial de derde serie waarin de gestaalde ‘smooth talker’ opdraaft. En daarin treft hij opnieuw openbaar aanklager Ron Zonen tegenover zich.

Ook de Britse televisiemaker Martin Bashir is ditmaal van de partij. Zijn documentaire Living With Michael Jackson (2003) zette de zaak destijds in gang. Voor de camera bekende ‘Wacko Jacko’ dat Gavin Arvizo, het dertienjarige jongetje dat nét iets te dicht tegen hem aan zat, op zijn landgoed Neverland regelmatig bij hem in bed sliep. Daarna viel de halve wereld over Michael Jackson heen. De Amerikaanse zanger werd er later nog van beschuldigd dat hij Arvizo ‘Jezussap’, ofwel alcohol, had gegeven, pornografie met de jongen bekeek en hem ook had misbruikt. En het joch zou niet z’n enige slachtoffer zijn.

Verder wordt deze driedelige serie van Nick Green bevolkt door vertrouwde gezichten, bronnen die dik twee decennia na de rechtszaak tegen de popster in 2005 en zeventien jaar na zijn overlijden nog altijd een dagtaak hebben aan het belichten van Jacksons bedorven erfenis, zoals Jacksons oud-medewerkers Vincent Amen en Raymone Bain, voormalig familievriend Stacy Brown, de Arvizo-vertrouwelinge Louise Palanker en rechercheur Rosibel Smith. Green lijkt bovendien exclusief (?) toegang te hebben gekregen tot Jacksons beveiliger Kerry Anderson, rechtbankjournalist Diane Dimond en enkele juryleden.

Binnen deze zeer polariserende kwestie, die onlangs in Nederland een soort reprise heeft gekregen met de geruchtmakende strafzaken tegen Marco Borsato en Ali B., belanden zij doorgaans duidelijk aan één kant van de maatschappelijke discussie: als Jackson-apologeet, tegen beter weten in (?) zijn onschuld bepleitend. Of helemaal overtuigd van zijn schuld, gewapend met een heleboel belastende feiten (die niet zomaar met gezond verstand weggeredeneerd kunnen worden). Al deze vooruitgeschoven bronnen zijn niet meer dan pionnen in de aanhoudende media-oorlog rond Jackson, die ouderwets is opgelaaid.

Deze grondige terugblik op de rechtszaak die, hoeveel blaren Brian Oxman ook op zijn tong praat, ‘s mans nalatenschap is gaan domineren, gooit ongetwijfeld ook weer olie op het vuur – al is het wel opmerkelijk dat Michel Jackson: The Verdict helemaal geen aandacht besteedt aan de beschuldigingen die later, bijvoorbeeld via de spraakmakende documentaire Leaving Neverland, nog tegen Jackson zijn geuit.

The Great Hip Hop Hoax

Vertigo Films / Docplay / vrijdag 12 juni, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

In Londen, het centrum van de Britse muziekwereld, worden ze aan het begin van deze eeuw als Schotse rappers totaal niet serieus genomen. Een medewerker van een platenmaatschappij dubt hen met het nodige dedain ‘de rappende Proclaimers’, naar de Schotser dan Schotse tweelingbroers Craig en Charlie Reid die ooit een wereldwijde hit scoorden met (I’m Gonna Be) 500 Miles. Gedesillusioneerd keren Billy Boyd en Gavin Bain terug naar Dundee.

Niet veel later melden ze zich opnieuw in Londen, met een Amerikaanse tongval. Als respectievelijk Silibil en Brains McLoud, ofwel het Californische hiphopduo Silibil n’ Brains – ook al zijn ze in werkelijkheid nog nooit in de Verenigde Staten geweest. The Great Hip Hop Hoax (88 min.) Is van start gegaan. Binnen de kortste keren krijgen de twee extra puberale varianten op Eminem een platencontract onder hun neus geschoven en lijkt hun kostje gekocht.

De Britse filmmaakster Jeanie Finlay tekent het jongensboekverhaal in deze vermakelijke docu uit 2013 op met de bijna karikaturale relrappers zelf en mensen uit hun persoonlijke en professionele omgeving, lardeert hun herinneringen met interviews, backstage-materiaal en televisieoptredens van Silibil n’ Brains en hecht dit geheel vervolgens af met tamelijk cartooneske animaties, die de banale absurditeit van hun schelmenstreek nog eens benadrukken.

De gretigheid waarmee de complete muziekindustrie erin tuint en het hiphopduo, dat zelf natuurlijk wel beter weet, in z’n eigen imago begint te geloven, is tegelijkertijd verbazingwekkend en volkomen begrijpelijk – al worden de Schotse poseurs uiteindelijk, een illusie armer, natuurlijk tóch ingehaald door de wetten van de business die ze zo gemakkelijk in luren hebben gelegd als Silibil en Brains McLoud.

Room To Move

Netflix

De Amerikaanse danser en choreograaf Jenn Freeman is al in de dertig als ze antwoord krijgt op de vraag waarmee ze al haar hele leven rondloopt: waarom ben ik anders dan anderen? Op de dag dat Freeman wordt gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, neemt ook filmmaker Alexander Hammer contact met haar op. Hij wil een documentaire met haar maken.

Room To Move (112 min.) is doorsneden met een stem die mechanisch alle mogelijke kenmerken, uitingsvormen en symptomen van autisme opdreunt, die vervolgens zijn te herkennen in Jenns leven of gestileerde representaties daarvan voor een voorstelling waaraan zij werkt. Daarnaast gaat ze in gesprek met klinisch psycholoog Kimberly Gilbert. Op een gegeven moment nam dans me meer af dan het me gaf, vertelt Freeman dan. Ze is ergens onderweg haar reddingsboei kwijtgeraakt – al weet ze dat doorgaans goed te verbergen bij haar leerlingen en collega’s.

Met geregistreerde scènes, tevens gefilmd door Jenns echtgenoot Ian Stuart, kan Hammer zeer dicht op de huid komen bij zijn hoofdpersoon en de uitdagingen van haar dagelijks leven vangen. Hij klutst al die verschillende verhaalelementen, waaronder ook een hele zwik familiefilmpjes, bij elkaar en probeert zo ‘de neurodivergente ervaring’ te vatten. Gaandeweg komt de documentairemaker zelf ook steeds meer in beeld. Ook hij worstelt gedurig met zijn (psychische) gezondheid en belandt tijdens het maken van de film in diverse crises. Jenn en hij vinden elkaar daarin.

Zij begint hem dan ook te filmen. En Alex gaat eveneens in gesprek met dokter Gilbert. De grenzen tussen maker en subject zijn dan al behoorlijk vervaagd, in een lang uitgesponnen en erg grillige film waarin de uitdagingen en valkuilen van het leven met autisme, alsmede de aanverwante thematiek en diagnoses, worden geëxploreerd. Room To Move dreigt een kamer te worden waarin ze zichzelf in een hoek hebben geschilderd. Met steeds minder bewegingsruimte. Uiteindelijk, na het verplichte vallen en opstaan, volgt echter toch een positieve, lekker Amerikaanse eindconclusie.

Het maken van deze documentaire heeft, daarover zijn Jenn Freeman en Alexander Hammer ‘t aan het eind wel eens, niets minder dan hun leven gered. En die diagnose is een geschenk gebleken.

Room 237: Being An Inquiry Into The Shining In 9 Parts

IFC Films

De beweringen in deze film komen niet voor rekening van Stanley Kubrick, zijn erven of de makers van de film The Shining, meldt de documentaire Room 237: Being An Inquiry Into The Shining In 9 Parts (103 min.) bij aanvang. Dat is geen overbodige luxe. In de navolgende honderd minuten wordt Kubricks klassieke horrorfilm uit 1980 over de waanzinnig wordende beheerder van het geïsoleerde Overlook Hotel in Colorado, gebaseerd op de gelijknamige bestseller van Stephen King, van (geheel nieuwe) betekenis voorzien door een vijftal geobsedeerde Kubrick-adepten, die zelf buiten beeld blijven.

The Shining is een film over de genocide op de ‘native American’, stelt één van hen. Nee, beweert een ander, Kubricks sinistere film is een allegorie voor de Holocaust. En de volgende connaisseur ziet een verband met de maanlanding, die door de Amerikaanse sterregisseur in scène zou zijn gezet in een filmstudio. Niet alleen schoonheid zit immers ‘in the eye of the beholder’ – al helpt het dat Stanley Kubrick een onovertroffen oog voor detail had en niets aan het toeval overliet. En dus kan het grote ‘Hineininterpretieren’ beginnen bij pak ‘m beet Calumet-bakpoeder, de Duitse Adler Eagle-typemachine of het labyrintische tapijt in de hotelgangen.

Behalve met scènes uit The Shining, met een ionische maniakale rol van Jack Nicholson, lardeert documentairemaker Rodney Ascher hun soms vergezochte betogen ook met fragmenten uit de Kubrick-klassiekers 2001: A Space Oddity, A Clockwork Orange, Barry Lyndon, Full Metal Jacket en Eyes Wide Shut en andere roemruchte films zoals Jesus Christ Superstar, All The President’s Men en Schindler’s List. Room 237, een titel die verwijst naar een sinistere hotelkamer die in het boek overigens nog het nummer 217 had, wordt zo een vervreemdende ode aan de fantasie, zowel van de maker als de kijker, en verrukte/verrückte nitpickers.

Op zoek naar hun eigen waarheid lopen ze eindeloos rond in een zelf gecreëerd doolhof van ‘easter eggs’, doelbewuste continuïteitsfouten en verborgen boodschappen. Sommige van deze kijkers zitten vermoedelijk levenslang vast in het Overlook Hotel. ‘Mijn leven is in feite The Shining geworden’, constateert één van hen niet voor niets, met een mengeling van begeestering en berusting.

The Oligarch & The Art Dealer

VPRO / vanaf woensdag 3 juni, om 20.25 uur, op NPO2

Het zou echt een wonder zijn als we het schilderij Wasserschlangen II van Gustav Klimt voor 180 miljoen dollar kunnen krijgen, houdt kunsthandelaar Yves Bouvier zijn vaste cliënt Dmitry Rybolovlev voor. Dit is een kans uit duizenden! Bouvier heeft gezien hoe de ogen van de Russische oligarch begonnen te glinsteren toen hij het kunstwerk voor het eerst zag. En de man heeft hele diepe zakken.

Uiteindelijk weet de Zwitserse dealer de koop te sluiten. Voor 183 miljoen. Goede deal, niet? Hij wordt er zelf ook niet slechter van: bij elke aankoop krijgt hij twee procent commissie. En ‘Rybo’ heeft er geen idee van dat hij de Klimt in werkelijkheid voor slechts 126 miljoen heeft aangekocht via het bekende veilinghuis Sotheby’s. In stilte verdwijnt er dus nog eens 57 miljoen in Bouviers zak. Dat smaakt dus naar meer.

Welkom in de schimmige wereld van The Oligarch & The Art Dealer (175 min.), waar kunsthandel, dubieus geld en oplichting hand in hand gaan en Bouvier en Rybolovlev inmiddels recht tegenover elkaar staan. De mediaschuwe Rus laat zich in deze driedelige serie van Andreas Dalsgaard vertegenwoordigen door advocaten en vertrouwelingen, terwijl zijn opponent zelf pontificaal voor de camera gaat zitten.

‘Mijn hele wereld is in elkaar gedonderd’, vertelt Bouvier, die schathemelrijk is geworden van zijn werk ‘voor’ de Russische zakenman, die officieel laat optekenen dat hij geen ‘oligarch’ genoemd wil worden. ‘Zowel mijn professionele als persoonlijke leven. Dat wil ik hem betaald zetten. Ik wil hem op z’n gezicht slaan en bestraffen. Hij is degene die naar de gevangenis of de goelag moet worden gestuurd. Niet ik.’

Via de twee opponenten krijgt Dalsgaard een inkijkje bij de zogeheten ‘freeports’, verborgen vrijhandelszones voor kunst waar handige jongens zoals Yves Bouvier kunnen floreren. Moneyland, noemt journalist Oliver Bullough deze plekken. Geld kan er al naar believen verdwijnen en weer opduiken. Het zijn oorden waar de superrijken ongestoord hun gang kunnen gaan en dus ook, zonder al te veel kennis, investeren in kunst.

Belangrijke werken verdwijnen zo in de zeer exclusieve privécollecties van de allerrijksten. Die worden op hun beurt getild door tussenpersonen zoals Bouvier, die met hun zogenaamde kennersoog (‘absoluut meesterwerk’) eerst kunstmatig de prijs opdrijven en er dan zelf een slaatje uit slaan. En het gereputeerde veilinghuis Sotheby’s, met kilo’s boter op het hoofd, faciliteert zulke praktijken heel discreet.

The Oligarch & The Art Dealer ontleedt het fascinerende conflict tussen de twee voormalige partners, dat in ‘s werelds rechtbanken en media wordt uitgevochten, tot in detail en daarmee ook de schimmige wereld waarbinnen zich dit afspeelt. Het duurt alleen even voordat ook de machinaties van de Russische miljardair onder het vergrootglas worden gelegd. Ook die lijken uiteindelijk slechts ‘business as usual’.

Intussen probeert Yves Bouvier, die een paria is geworden in z’n natuurlijke habitat, nog altijd de indruk te wekken dat hij niet meer dan een handige handelaar was.

Tot De Laatste Noot

NTR

De één mist de ‘dodelijke perfectie’ niet, een ander beschouwt haar werk nog altijd als een ‘levenselixer’. In Tot De Laatste Noot (60 min.) portretteert Marlou van den Berge vier operazangeressen op leeftijd. Ze hebben in feite niets meer te bewijzen, maar dat voelt lang niet altijd zo.

Hoewel ze zich soms een marionet van de almachtige regisseur heeft gevoeld en aan het einde van haar carrière volgens een bruuske recensent ‘de vocale bruikbaarheid voorbij’ was, moest de Nederlandse sopraan Charlotte Margiono (1955) wel even wennen toen ze na een voorstelling niet meer werd begroet met een bos bloemen. ‘Dat is echt diva af’, vertelt ze zonder omhaal van woorden. ‘Géén bloemen meer.’

Haar Franse collega Sandrine Piau (1965) is nog altijd actief, maar twijfelt of ze moet doorgaan tot haar stem het begeeft. Iedere zangeres krijgt te maken met een afnemend stembereik, geleidelijk of juist héél plotseling. Dat betekent soms ook rollen opgeven of de componist vragen om de rol om te schrijven naar een iets lagere toonsoort. Maar waar en wanneer bereik je als performer je eigen grens?

De Duitse mezzosopraan Doris Soffel (1948) lijkt zich die vraag niet te willen stellen. Ze staat op late leeftijd nog altijd op de grootste podia en wil duidelijk in het harnas sterven. De Amerikaans-Nederlandse sopraan Roberta Alexander (1949–2025) tenslotte, die tijdens de montage van deze film is overleden, heeft dit uitgangspunt min of meer in de praktijk gebracht. Tot het laatst vraagt ze het uiterste van zichzelf.

Van den Berge (Ademtocht, De Vele Gevechten Van Maite Hontelé, Het Dinsdagavondgevoel en Klaas de Jonge, De Prijs Van Vrijheid) volgt deze vier gelauwerde operazangeressen tijdens repetities, voorstellingen en hun andere bezigheden, laat hen terugkijken naar fragmenten uit hun absolute hoogtijdagen en vangt ondertussen hun bespiegelingen op ouder worden en het dealen daarmee.

De opzet van Tot De Laatste Noot doet denken aan die van Tot De Laatste Snik!? (2022), de documentaire waarin Marcel Goedhart vijf Nederlandse pophelden portretteerde, en is al net zo effectief. Een boeiende film over hoe je als begenadigde veteraan vitaal, relevant én gelukkig blijft.

Mama’ku – Van Jakarta Tot De Molukken

Cinema Delicatessen

In de afgelopen jaren lijkt de Nederlandse documentairewereld, oneerbiedig gezegd, een vruchtbare nieuwe afzetmarkt te hebben ontdekt. De grootste bioscoopsuccessen – en documentaires hebben het doorgaans moeilijk in filmtheaters – lijken te komen van films die een specifieke bevolkingsgroep aanspreken: Chinese Nederlanders (Meer Dan Babi Pangang), Papoease Nederlanders (The Promise), Surinaamse Nederlanders (Moeder Suriname) en – vooral – Nederlanders uit de voormalige kolonie Nederlands Indië (Kleinkinderen Van De OostIndië Verloren… en Anak Indië).

Op dit terrein beweegt ook Sven Peetoom zich als filmmaker. In 2025 regisseerde hij samen met Juliëtte Dominicus, die eerder al de korte film Indisch Zwijgen (2022) had gemaakt, de intieme documentaire Tussen Wal En Schip – Geruisloos Indisch. Nu volgt Mama’ku – Van Jakarta Tot De Molukken (57 min.). Peetoom is door danseres Cheroney Pelupessy uitgenodigd voor een reis naar Indonesië. Zij wil de plekken bezoeken die haar moeder Laura als kind hebben gevormd. Intussen wil ze werken aan haar lastige relatie met de vrouw die ze nog altijd consequent met ‘u’ aanspreekt.

Deze geladen roadmovie is gelardeerd met gestileerde danssequenties, waarmee Cheroney, alleen of samen met haar moeder of mensen die ze onderweg ontmoet, haar impressies en gevoelens uitdrukt. In het land van hun voorouders stuiten ze samen op pijn uit het verleden: huiselijk geweld, een gedwongen huwelijk en smokkel naar Nederland. Dit leidt overigens niet direct tot toenadering tussen ouder en kind. ‘Als de camera uitstaat, komt de dynamiek van vroeger weer terug’, constateert Cheroney Pelupessy gefrustreerd. ‘Mama sluit zich af, duwt mij weg en keurt alles af.’

Als dochter wil ze gehoord worden. Dat gaat echter niet vanzelf. Daarvoor zijn haar familiegeschiedenis, die zowel in Nederland als op Java en de Molukken ligt, en het intergenerationele trauma dat daardoor is ontstaan wellicht ook te complex. Cheroney en Laura Pelupessy moeten ervoor werken om echt thuis te komen, het, ja, Indische zwijgen achter zich te laten en zich met elkaar te verzoenen, in een broeierige trip down memory lane, waar zowel moeder als dochter natuurlijk een héél klein beetje veranderd uitkomt.

Fantastique

Gusto Entertainment

‘School is de toekomst, maar hier is ook een toekomst, snap je?’ houdt één van de andere acrobaten van het Amakounama Circus de tiener Fanta Turpin voor. ‘Wij zijn gestopt met school, maar dit is onze school. Zeg tegen je moeder dat ze je tijd moet geven om hier te trainen.’

Het veertienjarige meisje uit Guinee-Conakry in West-Afrika zou niets liever willen. Het is haar grote droom om met de andere acrobaten op tournee te gaan. Fanta’s moeder is alleen ziek. En als meisje, het eerste van de circusgroep, wordt zij geacht om voor haar te zorgen. Ze masseert haar moeder regelmatig. En die probeert zelf ook de onvermijdelijke pijn uit het lijf van haar dochter weg te masseren.

‘Je gaat al die pijn vergeten’, houdt ze Fanta dan liefdevol voor, in één van de vertrouwelijke gesprekken tussen ouder en kind, waarmee de Nederlandse regisseur Marjolijn Prins haar hybride coming of age-film Fantastique (70 min.) doorsnijdt. ‘Je moet moed houden, dat is het belangrijkste. Dit werk en deze pijn zijn twee kanten van dezelfde medaille. Je moet eerst afzien om te slagen.’

Tegenover de intieme scènes van Fanta met haar moeder staan de enerverende trainingen en performances van de Afrikaanse tiener met haar Amakounama-collega’s, die door Prins sfeervol en opwindend worden weergegeven. Daar voegt ze nog een aantal magisch-realistische sequenties aan toe, waarmee de binnenwereld van het lenige meisje, ook van geest, treffend in beeld wordt gebracht.

Terwijl het moment nadert waarop bekend wordt gemaakt welke acrobaten er mee mogen op tournee, begint Fanta steeds meer te twijfelen over welke plicht haar nu het hardst roept: de verantwoordelijkheden van het acrobatenleven of toch de zorgen thuis? Fantastique toont intussen overtuigend hoe zij als jonge vrouw steeds moet laveren tussen haar eigen dromen en de verwachtingen die aan haar worden gesteld.

Kylie

Netflix

‘Ik weet niet waar we heen gaan’, zegt Kylie Minogue bij de start van deze driedelige serie tegen documentairemaker Michael Harte. ‘Maar je zal veel gaan onthullen. Je kan niet wachten, hè? Je wil alle sappige details. Maar ik wil niet alles zien wat ik verberg. Want ik verberg het niet voor jou maar voor mezelf.’ Uitroepteken.

En voor de kijker die dan nog niet voldoende is geteasd om stante pede te beginnen aan dat (zelf)portret, voegt Minogue eraan toe: ‘Het was goed, geweldig, verschrikkelijk, maar ik blijf proberen weer op het podium te komen. Het leven heeft voor mij zin op het podium.’ Korte stilte. ‘En mensen weten niet waarom.’ Uitroepteken 2.

Welkom bij Kylie (181 min.), van het team dat u eerder vergelijkbare producties zoals Beckham en Wham! bracht. Met een zekere mate van diepgang en openheid – zolang die het uit te dragen ‘brand’ versterkt en niet in de weg zit. In dit geval: een Australische vrouw die al haar hele bestaan een publiek leven leidt – en soms ook lijdt.

Met Kylie zelf, haar beroemde zus Dannii, producer Pete Waterman, mede-soapie en ex-geliefde Jason Donovan en zanger/songschrijver Nick Cave gaat Harte terug naar het ideale buurmeisje uit de soap Neighbours, dat onder de hoede van het producersteam Stock, Aitken & Waterman uitgroeit tot de, ahum, ‘grootste vrouwelijke artiest’.

En dat daarna aan de zijde van Michael Hutchence, de frontman van de populaire Australische rockband INXS, en Nick Cave, als zijn slachtoffer in de onweerstaanbare moordballade Where The Wild Roses Grow, van bimbo naar diva transformeert. Om tenslotte van sekssymbool via een ernstige aandoening een ‘wise old woman’ te worden.

Minogue’s gecompliceerde relatie met de roddelpers loopt als een rode draad door al die ontwikkelingen heen. Omhoog geschreven naar de top van de hitlijsten, afgeschreven als ‘de zingende parkiet’. Opgejaagd ook als helft van een onweerstaanbaar sterrenkoppel en nét iets te hartelijk verwelkomd als bekende vrouw met borstkanker.

Die ziekte, waarover ze open spreekt in de slotaflevering, en het leed daaruit voortkomt geven deze amusante miniserie een geladen laatste akte, waarna de hoofdpersoon op herkansing mag bij het Glastonbury-festival, dat ze eerder noodgedwongen heeft moeten afzeggen, en en nog een allerlaatste intieme onthulling in petto heeft.

Yuja Wang

Sky UK & Arte / NTR / maandag 25 mei, om 22.40 uur, op NPO2

‘Het is een goed geoliede machine’, zegt de Chinees-Amerikaanse sterpianiste Yuja Wang, ongemakkelijk lachend, in de documentaire Yuja Wang (55 min.). ‘Hij blijft uit zichzelf doordraaien. En wij zijn niet meer dan de onderdelen. Belangrijke onderdelen. Maar als ik afval, kunnen andere onderdelen me vervangen. Dat klinkt akelig, maar zo zakelijk is het wel.’

Het is een wrange conclusie voor een vrouw, die wordt geroemd om haar ongeëvenaarde techniek en virtuositeit en die geldt als de rockster van de klassieke wereld. Ook zij wordt rücksichtslos vervangen als ze niet meer mee wil draaien. Als Yuja zou besluiten om haar agenda, die enkele jaren vooruit wordt gepland, eens helemaal schoon te vegen. Omdat ze even niet wil – of gewoon niet meer kan.

Documentairemaker Lorna Tucker, die eerder uitgesproken vrouwelijke kunstenaars zoals Greta Garbo, Katharine Hepburn en Vivienne Westwood portretteerde, legt Yuja Wang op een divan en confronteert het voormalige wonderkind met een associatieve beeldenstroom uit haar eigen verleden. Samen met haar muzikale helden, leraren en begeleiders reflecteert Wang ondertussen kritisch op haar leven en loopbaan.

‘Ik wil vanaf het begin al rustiger aan doen’, zegt ze, later in deze nogal weelderig vormgegeven film, waarin ook haar performances worden gematcht aan een wirwar van associatieve beelden die op een ‘green screen’ zijn geprojecteerd. ‘Ik klaag nu. Maar als ik het rustiger aan deed, zou ik ook klagen. Je blijft altijd aan jezelf twijfelen. En je bent onzeker. Wil ik heel productief zijn of liever gelukkiger en rustiger?’

Dit portret van de uitgesproken pianiste wordt zo bijna een update van Paul Cohens observerende documentaire Janine (2010) over Wangs Nederlandse vakzuster Janine Jansen – al worden de eenzaamheid, stress en kritiek van het leven als rondreizende topmusicus in deze film niet alleen zicht- en voelbaar gemaakt, maar ook nog eens zeer expliciet benoemd.

Skin: A History Of Nudity In The Movies

Plausible Film

Al vanaf de geboorte van de Amerikaanse film aan het eind van de negentiende eeuw zoeken makers de grenzen van hun tijd op met naaktscènes. In 2020, als #metoo Hollywood net op zijn grondvesten heeft doen schudden en de intimiteitscoördinator zijn entree heeft gemaakt op de filmset, maakt Danny Wolf in de documentaire Skin: A History Of Nudity In The Movies (130 min.) de balans op van ruim 130 jaar bloot in films.

Gedurende die jaren lijken periodes van vrijheid en preutsheid elkaar voortdurend af te wisselen. Nét voordat in 1934 de zogeheten Production Code wordt ingevoerd, die twintig jaar lang zal bepalen welke films wel en niet in productie kunnen worden genomen, zien bijvoorbeeld nog het baanbrekende Ecstacy (1933), met een naakte Hedy Lamarr en een heuse seksscène, en Tarzan And His Mate (1934), waarin de ster Maureen O’Sullivan tijdens een naaktzwemscène zowaar wordt vervangen door een ‘body double’, het licht.

Hollywood realiseert zich intussen terdege dat ‘sex sells’. Met de vraag ‘What are the two great reasons to see Jane Russell in The Outlaw?’ en een sexy afbeelding van de hoofdrolspeelster wordt in 1943 bijvoorbeeld de Howard Hughes en Hawks-western letterlijk aan de man gebracht. Later fungeren ‘seksbommen’ zoals Brigitte Bardot, Marilyn Monroe en Jayne Mansfield als verleidelijk uithangbord voor nieuwe films. De tijd dat naaktscènes of -foto’s een actrice haar carrière kunnen kosten lijkt dan definitief voorbij.

Behalve op filmjournalisten en -historici verlaat Wolf zich in deze chronologisch opgebouwde film ook op regisseurs zoals Peter Bogdanovich (The Last Great Picture Show), Amy Heckerling (Fast Times At Ridgemont High) en Kevin Smith (Zack And Miri Make A Porno). Hij laat verder actrices aan het woord die spraakmakende blootscènes speelden, waaronder Mamie van Doren (High School Confidential), Pam Grier (Foxy Brown), Mariel Hemingway (Personal Best), Sean Young (No Way Out) en Shannon Elizabeth (American Pie).

Ook aan mannelijk naakt – en het taboe daarop in bepaalde tijdsgewrichten – besteedt Skin volop aandacht, met bijdragen van Malcolm McDowell, die de hoofdrol vertolkte in de klassiekers A Clockwork Orange en Caligula, en Ken Davitian, de zwaarlijvige acteur die een grotesk naaktgevecht leverde in de comedy Borat. ‘Full frontal’-naaktscènes maken sowieso altijd de tongen los, getuige de spraakmakende verhoorscène in Basic Instinct van Paul Verhoeven, die met Showgirls nog een andere zéér omstreden naaktfilm maakte.

Danny Wolf wikkelt de hele historie netjes af, met natuurlijk ook verwijzingen naar de illustere filmmakers Ed Wood, Russ Meyer en Roger Corman, geruchtmakende films zoals Blow-Up, Last Tango In Paris, The Crying Game en Fifty Shades Of Grey en de rol van de alomtegenwoordige filmkeuring, maar hij gaat nooit echt de diepte in. Deze documentaire voelt daardoor, ondanks talloze saillante voorbeelden en de bijbehorende filmfragmenten, eerder als een interessante geschiedenisles dan als een geslaagde vertelling.

Harry Gruyaert, Photographer

Harry Gruyaert / Las Belgas

De man die, letterlijk, midden in de wereld staat en er toch niet echt aan deelneemt. Of beter: die deelneemt op zijn eigen voorwaarden. Harry Gruyaert kijkt door zijn cameralens en drukt obsessief af, direct al in de openingsscène van deze documentaire van Gerrit Messiaen uit 2018. Hij laat zich door niets of niemand afleiden. De wereld, gereduceerd tot één enkel beeld. Steeds weer. Totdat Harry Gruyaert, Photographer (65 min.) heeft gevonden wat hij zocht. Écht tevreden is hij echter nooit.

Met zijn gezin naar het buitenland gaan is voor de Belgische fotograaf, werkzaam voor het prestigieuze Magnum Photos, dus geen goed idee. Zodra hij iets waarneemt, wordt de hele reis op pauze gezet. En als hij niet de gelegenheid krijgt om halt te houden, wordt Gruyaert knorrig. Hij is ook pas laat vader geworden, vertelt ie, van twee dochters die veelvuldig door hem zijn gefilmd en gefotografeerd. Harry was altijd doodsbang om zijn vrijheid te verliezen. Zodra een vriendin over kinderen begon, nam ie de benen.

In dit portret neemt Gruyaert Messiaen mee door zijn leven. Het begin daarvan, in een nette katholieke familie, werd vereeuwigd door Gruyaerts vader, die lesgaf op een opleiding voor fotografen en die uiteindelijk ruim 25 uur aan filmmateriaal van zijn eigen kinderen achterliet: zorgvuldig geënsceneerd materiaal van het gezin in het ziekenhuis als er weer een broertje of zusje was geboren, gezellig op het strand of bij het uitpakken van de Sinterklaascadeautjes. Hij zag echter geen fotograaf in zijn zoon.

Die wist dus niet hoe snel hij thuis kon wegkomen, vertelt de, ja, fotograaf in deze verzorgde film, die vanzelfsprekend is doorsneden met de beelden die hij in alle uithoeken van de wereld verzamelde. Vooral zijn uitgesproken kleurgebruik springt daarbij in het oog. Waar een ander niets bijzonders ontwaart, ontdekt Harry Gruyaert bijvoorbeeld een bijzondere lichtinval en legt het leven om hem heen stil, om die te kunnen vangen. Steeds op zoek naar iets nieuws, het onbekende dat hem bevangt.

Dit typische fotografenportret, waarin Gruyaert wordt bijgestaan door vrienden zoals documentairemaker en fotograaf Raymond Depardon, beeldhouwer Richard Nonas en schrijver David Campany, toont hem als een man voor wie de camera een noodzaak is om te kunnen leven én te blijven leven.

Marty, Life Is Short

Netflix

Het leven is kort. Die titel ligt, gezien de lengte en de achternaam van de hoofdpersoon, voor de hand: Marty, Life Is Short (101 min.). In het geval van de Canadese komiek/acteur Martin Short, die beweert dat hij aan een gelukkige jeugd lijdt, heeft die titel echter ook nog een andere betekenis: het leven kan zomaar ineens afgelopen zijn.

Regisseur Lawrence Kasdan, de maker van dit portret van de man die doorbrak bij de comedyshows Second City, SCTV en Saturday Night Live, daarna een ster werd in Hollywood en op Broadway en nu op late leeftijd opnieuw scoort met de serie Only Murder In The Building, behoort tot Shorts Bekende Vriendenkring. Die verzamelt zich sinds jaar en dag voor etentjes, feestjes en vakanties in Snug Harbour, het zomerhuis van Martin en zijn echtgenote Nancy Dolman in Ontario. Een groot deel van die groep participeert ook in deze documentaire: Eugene Levy, Steve Martin, Tom Hanks, Steven Spielberg, Andrea Martin, Paul Shaffer, Catherine O’Hara, Walter Parkes en Rita Wilson.

En er draait ook altijd wel een camera als zij zich bij de Shorts verpozen met hun gezinnen en andere bekendheden zoals Chevy Chase, Kurt Russell, Goldie Hawn, Sally Field, Danny Glover of Glenn Frey (Eagles) ontmoeten. In een jolige bui spelen Martin Short (als zijn eigen karikaturale typetje Ed Grimley) en Tom Hanks (in de iconische rol van Forrest Gump) er bijvoorbeeld een scène uit de filmklassieker Butch Cassidy And The Sundance Kid na. ‘Momma always said: jumping off cliffs is like a box of chocolates’, zegt Forrest in stijl. ‘You never know what you might hit.’ Waarna ze zich, tot hilariteit van de andere aanwezigheden en in navolging van Robert Redford en Paul Newman, in zee storten.

Die homevideo’s zijn zeer vermakelijk. Net als de talloze fragmenten uit zijn films, voorstellingen en shows. Short transformeert in de meest buitenissige personages (de plompe interviewer Jiminy Glick bijvoorbeeld, die de sterren écht alles mag vragen, vindt ie zelf) en zorgt continu voor kolderieke taferelen.  Hij laat zich intussen door Kasdan ook wel een beetje in z’n kaarten kijken, maar geeft, zeker als het gaat om zijn huwelijk en kinderen, beslist niet alles prijs. Want hoewel zijn leven inmiddels toch echt moet worden gekarakteriseerd als ‘long’ en zijn carrière als geslaagd, heeft Martin Short op sommige momenten in zijn leven onmiskenbaar ook aan het kortste eind getrokken.

Ai Weiwei’s Turandot

Incipit Film / La Monte Productions

Hij is bepaald geen voor de hand liggende keuze als regisseur voor Turandot. En ook voor Ai Weiwei is ‘t in het voorjaar van 2020 een flinke stap om zich over een opera van Giacomo Puccini te ontfermen. Hij heeft er eigenlijk niets mee. En dat is waarschijnlijk precies de reden dat de tegendraadse Chinese kunstenaar de klus toch heeft aanvaard. Los daarvan had hij ruim dertig jaar geleden al eens een rolletje als figurant in de opera. En toen kreeg hij ook te maken met Chiang Ching, die nu als choreografe fungeert voor zijn uitvoering van Puccini’s laatste opera voor het Teatro Dell’Opera in Rome.

Ai Weiwei’s Turandot (77 min.) wordt dus een héél andere opera. Politiek geladen, dat staat vast. Want voor Ai Weiwei is kunst altijd politiek. Turandot gaat in zijn optiek over vluchtelingen. Zoals hij zelf is, als dappere en onvermoeibare strijder tegen de Chinese dictatuur die tegenwoordig noodgedwongen vanuit het westen opereert. Turandot representeert de autocratie waartegen hij zelf te hoop – en bijna stuk – is gelopen en is zo bezien dus ook een persoonlijk project. ‘Het is geen simpele opera. Het gaat om ons begrip en onze individuele interpretatie van hoe onze wereld zou moeten zijn.’

Het is een bijzondere tijd voor kunstenaars zoals wij, houdt hij de cast en crew voor. Met deze opera kunnen ze een rol spelen in het verdedigen van de vrede en menselijkheid. De Chinese kunstenaar, die tijdens z’n leven regelmatig als vleesgeworden opgestoken middelvinger heeft geacteerd, lardeert zijn versie van Turandot dus met paraplu’s als schild tegen de oproerpolitie, Michael Jackson-achtige moonwalks en geladen nieuwsbeelden uit de wereld van nu. Documentairemaker Maxim Derevianko registreert dit maakproces en doorsnijdt ‘t met impressies van zijn roerige kunstenaarsbestaan.

En dan – het is tenslotte 2020, het jaar van de pandemie – gooit het Coronavirus, halverwege de film, roet in het eten en bevriest de ontwikkeling van Weiweis interpretatie van Turandot. En wanneer de productie in 2022 wordt hervat, valt Rusland, tot grote ontzetting van een aantal medewerkers aan de groots opgezette productie, buurland Oekraïne binnen.

Melania

Prime Video / Amazon MGM

Vóór deze Melania (2026) was er al een andere Melania (2022). Vóór Melania Trump was er natuurlijk ook Melania Knauss. Vóór de Amerikaanse presidentsvrouw een Sloveens topmodel. En vóór dit pompeuze portret van Brett Ratner dus al een ongeautoriseerde film uit haar geboorteland van Jurij Gruden.

Die eerste Melania-film probeert de vrouw te vangen, die de lange weg heeft afgelegd van een arbeidersgezin in de Balkan naar het Witte Huis in Washington. Gruden moet daarbij nogal wat hindernissen nemen: zijn hoofdpersoon blijft buiten bereik en mensen die dichtbij haar staan, als die er al zijn in Slovenië, krijgt hij ook niet te pakken. Hij moet ‘t doen met een jeugdvriendin, haar advocaat, meneer pastoor en diverse fotografen, waaronder de Fransman Philip Plisson, die totaal verrast is als hem duidelijk wordt dat hij talloze keren een jongere versie van de First Lady voor zijn camera heeft gehad.

Hoe anders zijn de werkomstandigheden voor Ratner. Hij krijgt zogezegd ongefilterd toegang tot Melania, haar liefdevolle man Donald, vader Viktor en de gehele hofhouding van de Trumps. Twintig dagen lang mag hij, ogenschijnlijk als een vlieg op de muur, bij haar aansluiten, in de aanloop naar de tweede inauguratie van haar echtgenoot in 2025. Melania is zelfs bereid gevonden om de film zelf te produceren en als verteller te fungeren. Met vaste hand en afgemeten stem kadert ze haar eigen dagelijkse bezigheden in. Een sterke, betrokken, creatieve, strenge en sociaal voelende vrouw.

Althans… voor iedereen die meegaat in Melania’s narratief. Want elke scène die Brett Ratner zomaar lijkt te registreren is natuurlijk zorgvuldig geregisseerd. Haar leven oogt als een continue choreografie van statige plekken, fotogenieke activiteiten en knipmessende medewerkers, waarbij niets aan het toeval is overgelaten. Of zou Donald haar echt informeren over hoeveel kiesmannen hij heeft gewonnen, terwijl de verkiezingsuitslag dan al zeker twee maanden bekend is? En zou zij werkelijk de omschrijving ‘vredestichter en vereniger’ aan zijn inauguratiespeech hebben toegevoegd om alvast een voorschot te nemen op z’n nalatenschap?

Bij Trump valt natuurlijk niets uit te sluiten. Zoals bij zijn vrouw niets op toeval lijkt te berusten. Elke blik, elk lachje, elke knuffel oogt professioneel. Deze vrouw weet hoe ’t is om bekeken te worden. Ratner legt ’t allemaal ademloos vast en geeft het geheel nog een extra plastic randje met een wezenloze soundtrack, bestaande uit aalgladde eightieshits en klassieke klassiekers. Met zijn film maakt hij van haar, nádat ze dus ooit een gewoon Sloveens arbeidersmeisje was dat begon te dromen over een carrière als supermodel, nu een soort ultieme combinatie van Imelda Marcos, Anna Wintour en Carmela Soprano.

Waarna ie tot besluit, onder de noemer ‘Melania Trump is reinventing the role of America’s First Lady’, nog braaf al haar gigantische prestaties in het eerste jaar van de navolgende ambtstermijn opsomt.

The Salt Path Scandal

SkyShowtime

Een financieel geschil met een man die ze altijd als een vriend hebben beschouwd zorgt ervoor dat Raynor Winn en haar echtgenoot Moth hun huis in Wales kwijtraken. Tot overmaat van ramp blijkt Moth een terminale ziekte te hebben. Samen hervinden zij zich echter tijdens een wandeltocht van meer dan duizend kilometer langs de Britse zuidwestkust, die ook heilzaam blijkt voor zijn gezondheid. Dit hartverwarmende uitgangspunt vormt de basis voor Winns memoires, die in 2018 uitgroeien tot een internationale bestseller: Het Zoutpad. Als vanzelfsprekend volgt in 2024 ook een verfilming, met Gillian Anderson en Jason Isaacs als het onfortuinlijke echtpaar.

Het optimistische verhaal wordt aan de man gebracht als ‘onverbiddelijk eerlijk’. Non-fictie dus. Tijdens interviews draagt Raynor Winn die boodschap ook consequent uit. En dan wordt onderzoeksjournalist Chloe Hadjimatheou van de Britse krant The Observer begin 2025 benaderd door een anonieme bron: Winn heeft dat hele verhaal bij elkaar verzonnen. De zaak steekt totaal anders in elkaar. Raynor Winn heet, om te beginnen, in werkelijkheid Sally Walker en haar man gewoon Tim. Hadjimatheou heeft in eerste instantie eigenlijk weinig fiducie in het verhaal. Sterker: ze moet Het Zoutpad zelf nog gaan lezen. Al snel valt ze echter van de ene in de andere verbazing.

The Salt Path Scandal (74 min.) is geboren. Eerst via krantenartikelen, daarna als podcast en nu dus in een documentaire van Josie Besbrode, die aansluit bij Hadjimatheous onderzoek naar de achtergronden van dit ‘waargebeurde verhaal’. Een belangrijk deel van haar gesprekken met bronnen, die Winns waarheid op alle mogelijke manieren weerleggen, voelt wel enigszins gekunsteld. Alsof ze voor de camera nog eens zijn overgedaan. De docu behandelt ook slechts een selectie van Hadjimatheous bevindingen. Het feit dat de Walkers nog een (weliswaar vervallen) huis in Frankrijk hadden en tijdens hun wandeling dus niet dakloos waren ontbreekt bijvoorbeeld. 

In de slipstream van Chloe Hadjimatheou maakt Besbrode in haar vertelling, die is doorsneden met fragmenten uit het audioboek van The Salt Path en speelfilmscènes, desondanks zeer aannemelijk dat Raynor Winn een pijnlijk loopje met de waarheid heeft genomen. Menige lezer voelt zich ook bekocht. Niet omdat met een fictief verhaal geen aangrijpend relaas of een groter verhaal kan worden verteld, natuurlijk, maar omdat de schrijfster de authenticiteit van non-fictie misbruikt om een verzonnen verhaal te lanceren. En op het pad naar wereldwijd succes heeft ze talloze mensen, uit haar directe omgeving of onderweg ontmoet, ogenschijnlijk rücksichtslos voor de bus gegooid.

De commotie rond het boek heeft de verkoop van Het Zoutpad overigens helemaal geen kwaad gedaan. Want zoals doorgewinterde marketeers allang weten: er bestaat niet zoiets als slechte publiciteit.

Michael Jackson: The Trial

Videoland

Het bioscoopsucces van de nieuwe speelfilm Michael, door de erven Jackson vakkundig weggestuurd van de hardnekkige beschuldigingen van kindermisbruik tegen de Amerikaanse zanger, songschrijver en danser, zet de schijnwerper weer vol op Michael Jackson (1958-2009). Het is onvermijdelijk dat daarbij die onwelgevallige verhalen over de King Of Pop tóch weer opduiken.

Terwijl de BBC-serie Michael Jackson: An American Tragedy uitzoomt en de impact van de beschuldigingen op Jacksons leven en carrière probeert te vatten, zoomt deze miniserie van Channel 4 juist in: op de rechtszaak die voortvloeit uit Martin Bashirs scandaleuze documentaire Living With Michael Jackson (2003), waarin de wereldvreemde popster vertelt dat het dertienjarige jongetje Gavin Arvizo, dat tijdens het interview nét iets te intiem tegen hem aanzit, gewoon bij hem in bed mag slapen. Later zal Gavin verklaren dat de zanger hem dronken heeft gevoerd en misbruikt.

In de vierdelige docuserie Michael Jackson: The Trial (184 min.) van Gillian Pachter komt, behalve een aantal sprekers uit het kamp Jackson en anderen die hem juist veroordeeld probeerden te krijgen, ook de hoofdpersoon zelf aan het woord. ‘Als je me nu zou vertellen dat ik nooit meer een kind zou zien, zou ik er een eind aan maken’, zegt Michael Jackson bijvoorbeeld, in audio-opnames uit 2000-2001 van gesprekken met zijn vertrouwenspersoon, de rabbijn Shmuley Boteach, één van de bronnen die in beide producties participeren. ‘Dat zweer ik. Want ik heb niets anders om voor te leven.’

Zulke uitspraken zijn natuurlijk voor tweeërlei uitleg vatbaar – al roepen die allebei vragen op over Jacksons geestesgesteldheid. Ook het idee om een privéfilm van Arvizo en hem te maken, waarin de twee hand in hand voor de camera lopen, is op z’n minst twijfelachtig te noemen. De artiest wil bovendien dat zijn eigen mierzoete compositie I’ll Be There daaronder wordt gemonteerd. ‘Ik heb nooit zijn seksuele kant gezien’, stelt Jacksons vaste cameraman Christian Robinson (2001-2004) niettemin. ‘Ik zag een aseksuele man die twaalf jaar wilde zijn en met waterballonnen wilde spelen.’

Met z’n ‘less is more’-insteek werkt The Trial als een nadere inkleuring van An American Tragedy. De miniserie kruipt naar de binnenkant van een maatschappelijk en raciaal geladen schandaal en belandt daarmee op hetzelfde terrein als Ezra Edelmans epische docuserie O.J.: Made In America (2016), over de geruchtmakende rechtszaak tegen O.J. Simpson. In Pachters productie komen de onkreukbare openbaar aanklager Ron Zonen en Jacksons advocaat Brian Oxman, die als een Amerikaanse televisiedominee de zaak van zijn beroemde cliënt met veel theater blijft bepleiten, tegenover elkaar te staan.

Zij vertegenwoordigen de zoektocht naar de waarheid en het koste wat het kost beschermen van de nalatenschap van de grootste popster van de wereld, krachten die zeventien jaar na Jacksons dood nog altijd in gevecht met elkaar zijn. Intussen lijkt de muziek van Michael Jackson alweer uit het verdomhoekje te zijn gehaald.

Kort na Michael Jackson: The Trial werd door Netflix Michael Jackson: The Verdict uitgebracht. Een driedelige serie die eveneens de rechtszaak in 2005 belicht.

Woodstock, 3 Days Of Peace & Music

Warner Bros

In 1969 bestaat er nog niet zoiets als een festivalseizoen, met een ruim van tevoren vastgelegde evenementenkalender. De organisatoren van Woodstock, het festival dat de geschiedenis zal ingaan als de hoogmis van het hippietijdperk, betreden nog grotendeels onontgonnen terrein. Hun geesteskind veroorzaakt gigantische verkeersopstoppingen, bezorgt de lokale middenstand zowel een topomzet als kopzorgen en levert gevaren op voor de volksgezondheid, in de vorm van slechte LSD.

Ruim 400.000 ‘freaks’, véél meer dan verwacht, strijken van 15 tot en met 18 augustus neer op een weiland van de melkveehouder Max Yasgur in de Amerikaanse staat New York voor Woodstock, 3 Days Of Peace & Music (224 min.). Deze klassieke festivalfilm van Michael Wadleigh, die Martin Scorsese naar verluidt geen ‘credit’ als coregisseur gunde, ruimt natuurlijk alle ruimte in voor de line-up waarvoor zij naar dit Boomertown avant la lettre zijn getrokken: Richie Havens, The Who, Joan Baez, Ten Years After, Crosby, Stills & Nash, Santana, Jefferson Airplane, Canned Heat, Janis Joplin, Sha-Na-Na en Sly & The Family Stone.

Het levert onvergetelijke concertimpressies op, veelal in zeer effectief split screen uitgeserveerd: Joe Cockers carrière-definiërende uitvoering van With A Little Help From My Friends bijvoorbeeld. De anti-Vietnamoorlog-meezinger The “Fish” Cheer/I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To-Die Rag van Country Joe & The Fish (‘Whoopee, we’re all gonna die!’). Of Jimi Hendrixs feedbackversie van het Amerikaanse volkslied. Tussendoor toont Wadleigh het leven in deze ad hoc geformeerde hippiemaatschappij, waar joints van hand tot hand gaan, naakt wordt gezwommen en tijdens onweer spontaan een regendans en modderglijpartijen ontstaan.

‘Ik kan met trots zeggen dat de inwoners van dit land trots kunnen zijn op deze kinderen’, laat de plaatselijke korpschef zowaar monter optekenen. En hoewel sommige omwonenden in Bethel, New York, wel degelijk mopperen, gaat het er doorgaans best beschaafd aan toe in Woodstock. ‘Dokter Jack Maitland, alstublieft, neem al uw hechtmaterialen mee, want u bent hier nodig’, meldt de festivalomroeper bijvoorbeeld. ‘U moet een bevalling doen.’ Luttele minuten later volgt een nieuwe oproep: ‘City McGee, kom onmiddellijk naar de rechterachterkant van het podium. Ik heb begrepen dat je vrouw aan het bevallen is. Gefeliciteerd.’

Het ultieme sixties-festival, een ongegeneerde viering van de tegencultuur, blijkt vaak een kwestie van improviseren. Geen draaiboek te bekennen. Er is te weinig water, nooit genoeg eten en nauwelijks een plek om te ontlasten. En toch blijven de ‘blommenkinderen’, waarvan er ook nog een paar aan het woord komen, alles van de positieve kant bekijken. Woodstock is en blijft daardoor te allen tijde ‘groovy’ – en daarmee ook een ongekend tijdsdocument. Van een periode waarin vrede en (vrije) liefde de wereld leken te gaan veroveren – totdat de ‘squares’, en hun onvermijdelijke ‘pigs’, hem toch weer in hun macht kregen.

Het Nieuwe Rijksmuseum

Column Film / Cinema Delicatessen

Trefzeker schildert Oeke Hoogendijk in deze vierdelige documentaireserie uit 2013 als een moderne Hollandse meester de eindeloze verbouwing van Het Rijksmuseum in Amsterdam, die in 2003 van start is gegaan en daarna alsmaar averij heeft opgelopen. Tien jaar lang bevindt het museum zich in transitie en wordt er over van alles en nog wat gebakkeleid: binnen het museum zelf en met de Fietsersbond, de Rijksgebouwendienst en de ingehuurde architecten uit Sevilla en Parijs.

Hoogendijk werkt in deze vierdelige serie, oorspronkelijk in twee delen uitgebracht in respectievelijk 2008 en 2013 en later ook nog vervat in een speciaal voor de bioscoop gemaakte film, voortdurend met contrast en synergie. Met een verduiveld slimme parallelmontage, waardoor verhaallijnen samenvloeien of op elkaar botsen, smeedt ze een meeslepend epos, waarin eindeloos gedoe over de restauratie van het museumgebouw, gesymboliseerd door een hoogoplopende publieke ruzie over de onderdoorgang en fietserstunnel, wordt gepaard aan datgene wat alle medewerkers van het museum bindt: hun uitputtende kennis van en pure liefde voor kunst. Elk (gerestaureerd) kunstwerk, elke (mogelijke) nieuwe aankoop en, ja ook, elk twistgesprek is doordesemd van pure passie voor het museum en z’n collectie.

Het Nieuwe Rijksmuseum (217 min.) heeft ook zijn eigen ‘helden’ voortgebracht: de degelijke hoofddirecteur Ronald de Leeuw, bijvoorbeeld, die had gehoopt het nieuwe Rijksmuseum op te kunnen leveren voor zijn pensioen. Diens flamboyante opvolger Wim Pijbes, die altijd wel een steen in zijn achterzak lijkt te hebben, om in de vijver te gooien. En de purist Taco Dibbits, die eerst als hoofd conservator 17e eeuw en later als directeur collecties openlijk warm loopt voor de topfunctie (en die in 2016 ook daadwerkelijk hoofddirecteur zal worden). Pijbes claimt later als directeur van een nieuw migratiemuseum ook een prominente rol in The Road To Fenix, terwijl Dibbits vanuit Het Rijksmuseum nog in diverse documentaires (Mijn Rembrandt, Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij en De Vereniging Rembrandt) zal figureren.

Behalve deze kopstukken stelen ook talloze stille krachten van Het Rijksmuseum op hun eigen manier de show. De kakkineuze hoofdconservator 18e eeuw Reinier Baarsen bijvoorbeeld, onvermoeibaar druk met het inrichten van zijn ideale ruimte. Huismeester Leo van Gerven, een noeste werker die dagelijks waakt over het gebouw en met een buks jaagt op duiven. En het zachtmoedige hoofd van het Aziatische Paviljoen Menno Fitski, wiens ogen beginnen te glinsteren bij alles wat met de aankoop van twee levensgrote beelden van Japanse tempelwachters heeft te maken. Het zijn boeiende karakters binnen een wereld die, met behulp ook van een kleurrijke klassieke soundtrack, nog niet eerder zo meeslepend in beeld is gebracht. En als alles is overwonnen en uitgevochten, volgt een aangrijpende apotheose: de officiële opening van Het Nieuwe Rijksmuseum.

Jean-Paul Goude: Breaking The Frame

AVROTROS

De man en zijn kunst zijn niet veranderd, betoogt de centrale verteller bij de start van Jean-Paul Goude: Breaking The Frame (52 min.). Maar de wereld wel.

Het werk van de Franse illustrator, regisseur, fotograaf, beeldhouwer, modeontwerper, reclamemaker en designer, zo lijkt de implicatie, moet dus vooral in z’n context worden gezien. In Goudes werk is een permanente fascinatie voor het menselijk lichaam, liefst van kleur, terug te zien. En bij zijn pogingen om barricaden tussen verschillende culturen te halen heeft hij zich regelmatig – andere tijd! – verlaten op exotische stereotypen. Daarmee is hij ook opgegroeid. Sla er Kuifje in Afrika bijvoorbeeld maar eens op na. Is een koloniale blik, ondanks al zijn goede bedoelingen, dan niet logisch?

In de jaren zeventig verwerft Jean-Paul Goude, laat Michel Guerrin zien in dit gedegen portret, de bijnaam ‘The French Correction’: met alle mogelijke middelen probeert hij – in het pre-Photoshop tijdperk, als ook plastische chirurgie nog niet wijdverbreid is – met slimme trucs en aanpassingen het uiterlijk van zijn modellen te verbeteren. Deze missie vervolmaakt hij met de supermodellen Radiah Frye, Farida Khelfa en Grace Jones (voor wie hij bijvoorbeeld haar kenmerkende kubistische kapsel bedacht). Goude maakt talloze iconische beelden van/met deze kleurrijke vrouwen.

Met hedendaagse ogen bekeken kunnen sommige Goude-creaties, constateren nieuwe generaties vrouwen, ook in deze film, helemaal niet door de beugel. Dit verrast Farida Khelfa. Zij heeft zich als model altijd laten voorstaan op haar Arabische roots. ‘Ik ben verbaasd dat mensen het niet gewoon als kunst kunnen zien.’ Jean-Paul Goude vindt de ophef rond sommige beelden die hij heeft gecreëerd zelfs ‘pure hypocrisie’. Bits: ‘Ze zien tegenwoordig overal racisme in.’ Tegelijkertijd zou hij sommige beelden, van een vrijwel naakte Grace Jones in een kooi bijvoorbeeld, liever niet hebben gemaakt.

Goude heeft nooit een statement willen maken, stelt hij met de wijsheid van nu. Hij is vooral op zoek geweest naar schoonheid.