Mein Liebster Feind

Ze veroordeelden zichzelf tot elkaar. Werner Herzog en Klaus Kinski, de regisseur en zijn muze. Twee metershoge ego’s die elkaar over de hoogste toppen trokken en door de diepste dalen sleurden. Voor grote kunst was werkelijk alles geoorloofd. Samen maakten de Duitse geweldenaars vijf speelfilms, met Fitzcarraldo uit 1982 als absoluut hoogtepunt. Over een man die (bijna) net zo bezeten is als Herzog en Kinski zelf.

Het loodzware opnameproces van die film, waarbij Herzog niet alleen met Kinski maar ook met Murphy en zijn vermaledijde wet van doen kreeg, werd door regisseur Les Blank vereeuwigd in de making of-documentaire Burden Of Dreams. Herzog en zijn crew raken verzeild in een grensoorlog tussen Peru en Ecuador, krijgen te maken met weerbarstige natuurpracht en, oh ja, moeten ook nog een gigantische boot over een berg zien te slepen. Tot overmaat van ramp wordt hoofdrolspeler Jason Robards ziek. Hij moet, net als zijn beoogde sidekick Mick Jagger, afhaken. ’Ik leef mijn leven of beëindig mijn leven met dit project’, zet Herzog tijdens de opnames zijn hakken ferm in het zand.

Enter de helblonde ridder in het witte pak: Klaus Kinski. Volgens eigen zeggen – tenminste in de versie van sein Freund Werner – wist Klaus altijd al dat Hij de enige echte Fitzcarraldo was. Als een goedlachse redder in nood arriveert hij in de afgelegen Zuid-Amerikaanse jungle die Herzog in een optimistische bui heeft uitgezocht voor zijn film. En waar Klaus komt, komen problemen. Toch? Het is echter vooral de gekte van Herzog zelf die Les Blanks observerende documentaire domineert. Hij jaagt zijn eigen droom na. Ten koste van alles en iedereen. Vier jaar lang. Het neurotische gedrag van de acteur valt daarbij volledig in het niet.

Na Kinskis dood in 1991 schetste Herzog in 1999 in de documentaire Mein Liebster Feind (95 min.), evenwel een heel ander beeld van het enfant terrible Klaus Kinski – en daarmee en passant ook van zichzelf. Want Werner Herzog is natuurlijk een man die zichzelf héél erg graag hoort praten. Dat hebben vrijwel al zijn documentaires met elkaar gemeen. In deze ode aan zijn geliefde Nemesis bezondigt hij zich nu eens niet aan Engels met een Duitse tongval, maar houdt hij het bij zijn moedertaal. De regisseur is nochtans erg lang van stof, ook als hij andere medewerkers aan zijn films over Kinski interviewt, en zit de voortgang van de docu soms in de weg. Hij heeft wel oorspronkelijke gedachten.

Erg positief is Herzog verder niet over zijn favoriete leading man. Een egomaniak was het, die bij het minste of geringste gigantisch kon uitvallen. Buiten elke proportie. Dat laat hij ook met liefde en plezier zien. Bijvoorbeeld als Klaus Kinski tijdens de opnames voor Fitzcarraldo een wezenloze woedeaanval krijgt en een lid van de filmcrew helemaal stijf scheldt omdat het eten niet te vreten zou zijn. Die scène heeft Burden Of Dreams vreemd genoeg niet gehaald. Naderhand hebben enkele indiaanse figuranten hem nog aangeboden om Kinski van kant te maken, beweert Herzog. De filmmaker liep volgens eigen zeggen zelf ook een tijdje met moordplannen rond, bekent hij in deze intrigerende documentaire. Of hij daarmee de onbetwiste waarheid vertelt of op zijn eigen verknipte wijze aan mythevorming doet? Wie zal het zeggen?

En is Mein Liebster Feind een eerbetoon of juist een afrekening? Beide waarschijnlijk. In zijn autobiografie had Kinski op zijn beurt ook weinig positiefs te melden over Herzog (die nu beweert dat hij de acteur daarvoor hoogstpersoonlijk enkele scheldwoorden heeft ingefluisterd). Uiteindelijk, hun gezamenlijke werk overziend, overheerst echter een zekere mildheid. Elke grijze haar op mijn hoofd noem ik Kinski, vertelt Herzog tijdens een gesprek met zijn voormalige cameraman. De filmmaker lacht erbij. Ondanks alles mist hij zijn dierbare vijand…

Scotty And The Secret History Of Hollywood

Als hij uitkijkt over de skyline van Hollywood en een prachtige regenboog ontwaart, claimt de inmiddels hoogbejaarde Scotty Bowers dat hij daar hoogstpersoonlijk voor heeft gezorgd. Dat is geen grootspraak, maar beeldspraak. Bij het benzinestation dat hij jarenlang runde op 5777 Hollywood Boulevard vonden heel wat celebrities in het geheim de spreekwoordelijke pot goud: (betaalde) sex met iemand van dezelfde sekse. Twintig dollar, veel meer rekende Scotty doorgaans niet.

Na de tweede wereldoorlog zette de voormalige marinier een florerende escortservice op voor Hollywood-sterren die hun hele leven en carrière lang in de kast zouden blijven. In 2012 besloot de souteneur van de celebrities zijn levensverhaal op papier te zetten in het boek Full Service: My Adventures In Hollywood And The Secret Sex Lives Of The Stars. Daarin outte hij zonder scrupules beroemdheden als acteur Cary Grant, FBI-directeur J. Edgar Hoover en actrice Katherine Hepburn.

Zelf ziet hij daarin nog altijd weinig kwaad, getuige Scotty AndThe Secret History Of Hollywood (97 min.). Deze sterren flonkeren immers alleen nog op de Hollywood Walk Of Fame. Bovendien was hun seksuele geaardheid een publiek geheim in de stad van de sterren. En een hedendaagse homoseksuele acteur zoals Stephen Fry kan er ook wel mee leven, zegt hij in deze documentaire. Het maakt die onaanraakbare sterren weer mens en laat ze zien voor wie ze waren: kwetsbare zielen, gevangen in hun eigen imago.

Regisseur Matt Tyrnauer portretteert Bowers, die tegenwoordig is getrouwd met een vrouw die geen weet had van zijn achtergrond en die ook nog altijd weigert om zijn boek te lezen, als een seksuele vrijbuiter. Volgens eigen zeggen heeft hij werkelijk met Jan en alleman het bed gedeeld, waaronder een triootje met Ava Gardner en Lana Turner. Hij zou bovendien een prominente rol hebben gespeeld in de aantekeningen van dokter Kinsey, die puriteins Amerika shockeerde met zijn wetenschappelijke onderzoek naar menselijke seksualiteit.

Seks lijkt bijna negentig jaar lang Scotty Bowers’ voornaamste raison d’être te zijn geweest. En dat komt, zo blijkt later in dit vermakelijke portret van zowel de flamboyante man zelf als de achterkant van zijn natuurlijke biotoop, niet helemaal uit de lucht vallen en zorgt later, indirect, ook nog voor één van de grootste drama’s van zijn enerverende bestaan. Net als in de film, zogezegd. En perfect in lijn met Scottys onvervalste Hollywood-leven.

They’ll Love Me When I’m Dead

 

Ruim dertig jaar na zijn dood staat Orson Welles weer vol in de schijnwerpers, die hem niet altijd even goed gezind zijn geweest. Tijdens het komende International Documentary Festival Amsterdam beleeft The Eyes Of Orson Welles, een essayistische filmbrief aan Welles van Mark Cousins, zijn Nederlandse première. En nu presenteert Netflix een documentaire over de laatste speelfilm die de mastodont maakte – een film die hij nooit kon afronden.

The Other Side Of The Wind zou nooit het uitroepteken achter het veelbewogen publieke leven worden dat Welles eigenlijk verdiende. Een leven dat begon met het hoorspel War Of The Worlds, dat in 1938 met een aanval van buitenaardse wezens blinde paniek veroorzaakte, en daarna (veel te vroeg) piekte met wat ook wel de beste film aller tijden wordt genoemd. Gedurende de rest van zijn bestaan zou die klassieker de regisseur/acteur lastig blijven vallen. Of zoals regisseur Peter Bogdanovich het in deze documentaire formuleert: ‘Telkens als je zijn naam noemt, vraagt men: “Wat deed hij na Citizen Kane?”’

De titel They’ll Love Me When I’m Dead (98 min.) refereert aan een beroemde uitspraak van Orson Welles. Al is het de vraag of die zin daadwerkelijk over zijn lippen is gekomen. Diverse betrokkenen in deze documentaire van Morgan Neville ontkennen dat in elk geval. En daarmee hebben we meteen één van de centrale thema’s te pakken van deze speelse film: wat is waar en wat is mythe? ‘Bijna elk verhaal is vrijwel zeker een soort leugen’, aldus Welles zelf. Óók deze virtuoze weerslag van zijn tot mislukken gedoemde poging om nog één meesterwerk uit zijn grootse leven te persen.

Want wilde hij die film eigenlijk wel afronden? Daarover verschillen de meningen. Orson dacht dat hij zou sterven als The Other Side Of The Wind klaar was, volgens de één. Onzin!, meent een ander. Hij deed er álles aan om dit levenswerk – was het stiekem een zelfportret of toch een afrekening met het Hollywood dat hem had verstoten? – tot een goed einde te brengen. Feit is dat Welles, of een groteske karikatuur van de man die hij ooit was, zou sterven vóórdat de apotheose van zijn indrukwekkende carrière eindelijk het licht zou zien.

Deze zwierig gefilmde en gemonteerde documentaire, die tevens dient als karakterschets van het ‘larger than life’-fenomeen Welles en een ode inhoudt aan zijn films, gaat op Netflix namelijk vergezeld van …tromgeroffel, klaroengeschal, doodse stilte… The Other Side Of The Wind. Uit bijna honderd uur beeldmateriaal is postuum alsnog ‘de grootste film die nooit is uitgebracht’ samengesteld. Uitroepteken.

Shirkers

 

De wereld van onze jeugd is allang verdwenen. Met elk jaar raken we verder verwijderd van wie we ooit waren en wat we ooit deden. Sandi Tan heeft tenminste de film nog. Althans, had de film nog moeten hebben…

De dwarse tiener uit Singapore liep begin jaren negentig met een wild idee rond. Samen met haar hartsvriendinnen Jasmine Ng (montage) en Sophie Siddique (productie) wilde ze een speelfilm maken. Over een meisje zoals zij. Sterker: ze schreef zelf het script en nam natuurlijk ook de hoofdrol op zich. Shirkers zou de eerste Singaporese indiefilm worden. Een Aziatische zusterfilm van Rushmore en Ghost World, Hollywood-klassiekers die pas jaaaren later zouden worden gemaakt. Maar ergens onderweg viel de droom van Sandi Tan in duigen.

Ruim 25 jaar later is de speelfilm die nooit de bioscoop zou halen uitgelopen op een documentaire. Via de wonderlijke, spannende en uiteindelijk ook tragische verwikkelingen rond Shirkers (97 min.) reconstrueert de kunstzinnige veertiger de wereld van haar jeugd. Het meisje waarvan ze nu denkt dat ze toen was, maar ook de schilderachtige omgeving waarin ze zich toen bewoog. Het Singapore dat is ingehaald door economische voorspoed en voorgoed van gedaante is veranderd.

Daarvoor trekt Tan, die later carrière zou maken als filmcriticus, schrijfster en filmer, alle lades van haar jonge jaren helemaal open: schrijfsels, tekeningen, filmpjes, knipsels, brieven, knutselwerkjes… En de bijbehorende mensen, surrealistische taferelen en overgesatureerde kleuren. Relikwieën van een verloren tijd, die hier op een bijzonder joyeuze manier, met een overdaad aan liefde voor cinema met een rafelrandje, tot leven wordt gewekt.

Al die afzonderlijke brokstukken van een onbezonnen leven worden door Sandi Tan zelf aaneen gepraat tot een boeiend coming of age-drama, waarin ze tevens het geheim probeert te ontrafelen van de enigmatische vaderfiguur Georges Cardona, die haar film destijds slinks de nek omdraaide – en Shirkers, op het Sundance-festival bekroond met de World Cinema Documentary Directing Award, nu indirect een tweede leven en een véél groter publiek heeft bezorgd.

Jane Fonda In Five Acts

 

Zij is inmiddels tachtig, maar zo oud wil ze natuurlijk niet lijken. In die zin is Jane Fonda nog altijd een typische Hollywood-diva. Aan de uitreiking van de Golden Globes gaat dus een hele beautysessie vooraf, zodat haar make-up, kapsel en kleding helemaal tiptop in orde zijn en ze onbevreesd richting de rode loper kan. Stralend als een jonge blom.

 

Jane Fonda In Five Acts (134 min.) is een tamelijk lang uitgevallen biografie van de bekende Amerikaanse actrice, activiste en fitnessgoeroe. De vijf bedrijven van deze film zijn opgehangen aan de mannen uit haar leven: vader Henry (de befaamde acteur, die volgens Janes broer Peter een script nodig had om zijn vaderrol te kunnen spelen) en drie exen: regisseur Roger Vadim, burgerrechtenactivist Tom Hayden en entrepreneur Ted Turner. Het afsluitende bedrijf, act five, heet simpelweg Jane.

 

Die structuur vertelt eigenlijk het gehele verhaal in deze verder traditioneel opgezette, nét iets te gladde biopic van Susan Lacy. Bij elke man vindt Jane zichzelf opnieuw uit, compleet met nieuw uiterlijk en activiteitenpatroon. Totdat ze helemaal aan het eind, zoals je van een Hollywood-verhaal mag verwachten, eindelijk terugkeert bij zichzelf.

 

Waarna je je heel even afvraagt of de hoofdpersoon in de voorafgaande twee uur zichzelf heeft laten zien of heel overtuigend Jane Fonda heeft geacteerd.

Bombshell: The Hedy Lamarr Story

‘Any girl can look glamorous, all she has to do is stand still and look stupid.’ Was getekend: Hedy Lamarr, de Hollywood-ster die naar verluidt model stond voor Disneys Sneeuwwitje en Catwoman. ‘Ze had één van de herkenbaarste gezichten van haar tijd’, zegt schrijver Richard Rhodes in deze schrijnende documentaire van Alexandra Dean. ‘En toch zei ze dat ze nooit werd gezien zoals ze werkelijk was.’ Achter die prachtige facade, in latere jaren bijeen gehouden door een overdaad aan plastische chirurgie, zat een geëngageerde vrouw, feministe avant la lettre én begenadigde uitvindster verscholen.

De traditioneel opgezette biografie Bombshell: The Hedy Lamarr Story(89 min.) is opgebouwd rond een onlangs ontdekt audio-interview met de gewezen wereldster. Samen met haar eigen (klein)kinderen en een bonte verzameling vrienden, filmmakers, acteurs, wetenschappers en historici schetst ze een veelbewogen leven dat in 1914 begon in een bevoorrecht Joods gezin te Oostenrijk en ruim 75 jaar later tamelijk troosteloos eindigde als gefrustreerde eenzaat in Florida.

Als tiener maakte ze in eigen land een film die haar de rest van haar leven zou blijven achtervolgen: Ecstacy (1933). Ze was daarin niet alleen naakt te zien, maar speelde zelfs een expliciete masturbatie-scène. De film werd echter verboden door Adolf Hitler omdat de hoofdrolspeelster Joods was. Uiteindelijk vluchtte Lamarr naar het land van de onbegrensde dromen – en úit haar eerste huwelijk met een veertien jaar oudere industrieel, die munitie leverde aan de nazi’s.

Haar vertrek naar Amerika vormde het startschot voor een duizelingwekkende filmcarrière, zeven mislukte huwelijken als ‘trophy wife’ en een alles ontregelende verslaving aan allerlei stimulerende middelen. Intussen zag de vrouw, die niet alleen om haar uiterlijk beoordeeld wilde worden, hoe de uitvinding die ze aan het begin van de Tweede Wereldoorlog patenteerde, een geheim communicatiesysteem, stelselmatig werd genegeerd. Dit postume portret ontrukt de wetenschapper Lamarr, die met haar vondst wifi, bluetooth en navigatiesystemen mogelijk maakte, alsnog aan de vergetelheid en doet haar eindelijk recht.

Lost In La Mancha

 

Afgelopen weekend kwam er een voorlopig eind aan het drama dat zich al decennialang voltrekt in het leven van regisseur Terry Gilliam. Er moest een rechtszaak aan te pas komen, die hem ook nog in het ziekenhuis deed belanden met een lichte hartaanval, maar na een positieve uitspraak kon zijn speelfilm The Man Who Killed Don Quixote eindelijk in première gaan tijdens het festival van Cannes. Zo kwam er toch nog een happy end aan een filmproject waarvoor Gilliam, voorzichtig uitgedrukt, een ijzeren wil, olifantenhuid en de ausdauer van een schildpad nodig had.

De wet van Murphy heeft films over Don Quichot vaker geplaagd. Ook Orson Welles (Citizen Kane) beet zich al eens stuk op het maar al te symbolische verhaal over een man die de strijd aanbindt met molenwieken. Terry Gilliam, ooit het enige Amerikaanse lid van de absurde Britse comedyclub Monty Python, wil zijn geheel eigen interpretatie van de klassieker van Cervantes al zo’n beetje zijn hele leven verfilmen, maar vond steeds andere problemen op zijn pad. Zo moest Hollywood bijvoorbeeld niets hebben van de film, nadat een eerdere Gilliam-productie, The Adventures Of Baron Munchhausen, op een echec was uitgelopen. In dat opzicht blijft de geschiedenis zich overigens herhalen: de Amerikaanse distributeur van Quixote heeft zich onlangs alsnog teruggetrokken.

Uiteindelijk vond Gilliam eind jaren negentig in Europa geld voor zijn droomproject en konden de opnames voor The Man Who Killed Don Quixote, een film die toen al tien jaar in ontwikkeling was, rond de eeuwwisseling eindelijk beginnen. Met de Franse acteur Jean Rochefort als de tragische hoofdpersoon Don Quichot, Johnny Depp in de rol van Toby Grisoni (een hedendaagse stand-in voor Sancho Panza) en diens toenmalige vrouw Vanessa Paradis als zijn potentiële geliefde. Het zou een gigantisch fiasco worden, dat werd gedocumenteerd in een geweldige documentaire uit 2002: Lost In La Mancha (89 min.), een tragikomische film van Keith Fulton en Louis Pepe die oorspronkelijk was bedoeld als making of.

Terwijl werkelijk álles tegenzit – fysieke malheur bij Rochefort, een volledig weggespoelde filmset en steeds weer opspelende financiële problemen, om maar eens wat te noemen – begint Terry Gilliam meer en meer te lijken op, juist, Don Quichot. En Fulton en Pepe hebben overal toegang – omdat ze nu eenmaal een promofilm maken, die Gilliam bovendien altijd kan gebruiken om zijn eigen verhaal over het productieproces te onderbouwen. Ook als de onderlinge verhoudingen verzuren en het hele project spaak loopt blijft het duo als een vlieg op de muur filmen. Het resultaat, bijeengehouden door de onderkoelde voice-over van acteur Jeff Bridges, werkt ongetwijfeld op de lachspieren en zorgt tegelijkertijd voor compassie met de grote dromer Terry Gilliam.

Daarmee is niet gezegd dat The Man Who Killed Don Quixote een slechte film zou zijn geworden (of nu, bijna twintig jaar later, met een nieuw productieteam en Jonathan Pryce en Adam Driver in de hoofdrollen ís geworden). De documentaire Lost In La Mancha bevat enkele voorlopige filmscènes die tot de verbeelding spreken. En als je Gilliam zelf bezig ziet, bijvoorbeeld als hij hoogstpersoonlijk enkele rollen inspreekt bij gestoryboarde scènes, dan wordt eens te meer duidelijk dat hier een originele stem klinkt die gehoord moet worden. Een bezoek aan de bioscoop voor The Man Who Killed Don Quixote kan daarnaast zo langzamerhand worden beschouwd als een daad van pure medemenselijkheid.

Op deze Wikipedia-pagina is het complete verhaal van het productieproces van deze ‘development hell’ te lezen. In de geschiedenis van The Man Who Killed Don Quixote zijn ook nog bijrollen weggelegd voor Robert Duvall, John Hurt, Michael Palin en Ewan McGregor, acteurs die stuk voor stuk niet in de uiteindelijke film zijn beland.

Wellicht hebben ze wél een plek bemachtigd in He Dreams Of Giants, een zojuist aangekondigde nieuwe documentaire van Keith Fulton en Louis Pepe over de Don Quichot-avonturen van Terry Gilliam. Volgens dit Variety-artikelconcentreren ze zich in deze opvolger van Lost In La Mancha vooral op wat er omgaat in het hoofd van de veelgeplaagde regisseur.

Grizzly Man

Bij regisseur Werner Herzog dringt zich altijd de vraag op wie er nu eigenlijk het gekste is: de paradijsvogels en obsessievelingen die hij portretteert in zijn films? Of toch de bezeten filmmaker zelf, die steevast over ieders grenzen heengaat?

Zo portretteerde hij in de documentaire Little Dieter Needs To Fly, een verhaal dat Herzog later overigens ook als basis voor de speelfilm Rescue Dawn zou gebruiken, ooit een voormalige oorlogspiloot die jarenlang in een gevangenenkamp had gezeten. Hij had er een flinke tic aan overgehouden. Als Dieter Dengler een ruimte betrad of verliet, opende en sloot hij de deur voor de zekerheid nog een keer opnieuw (en opnieuw).

Dat dwangmatige gedrag was natuurlijk een prachtige metafoor voor het trauma dat Dengler in gevangenschap had opgelopen en de enorme behoefte aan vrijheid die hij sindsdien ervoer. Één klein probleempje: Herzog had die tic zelf verzonnen en zijn hoofdpersoon overtuigd/gedwongen om deze in zijn dagelijkse routine te incorporeren zolang de camera’s draaiden.

Welkom in de wereld van een filmmaker die altijd zijn eigen waarheid creëren. Voor objectieve feiten kun je beter je toevlucht nemen tot een willekeurig telefoonboek, zegt hij in de film Capturing Reality: The Art Of Documentary, een documentaire over het maken van documentaires. Daarvan moeten we het dus ook niet hebben in één van Herzogs aangrijpendste films, Grizzly Man ( 104 min.) uit 2005.

De berenman in kwestie, ene Timothy Treadwell, heeft zichzelf wijsgemaakt dat hij een soort huisvriend is geworden van een kleine groep grizzlyberen in Alaska. Voor zijn camera haalt hij, als een vlogger avant la lettre, ijzingwekkende toeren uit met levensgevaarlijke dieren waarbij een normaal mens uit de buurt zou blijven. De afloop laat zich dan ook raden – en is op een huiveringwekkende manier in deze film verwerkt.

Werner Herzog kreeg meer dan honderd uur beeldmateriaal van de berenknuffelaar (en zijn cameraschuwe vriendin Amie) in handen. Met dit found footage, dat hij paart aan interviews met mensen uit zijn directe omgeving, ontrafelt hij Timothy Treadwells tragische verhaal en onderneemt een meeslepende zoektocht door het op hol geslagen hoofd van de man die vanaf de uiterste rand van de samenleving hunkerde naar aandacht.

De Duitse filmmaker laat zich zelf natuurlijk ook niet onbetuigd. Met zoals altijd zwaar aangezette voiceovers met Duits accent, boordevolle uiterst diepe bespiegelingen over mens en leven, trekt Herzog Treadwells verhaal volledig naar zich toe. Het resultaat is een fascinerende film, die ook regelmatig voor jeuk op ongemakkelijke plekken zorgt en je mede daardoor lang bijblijft.

 

A Gray State

 

 

De overheid is de vijand van het volk. Het is tijd voor verzet. Gewapend verzet, natuurlijk. Om de geheime politiestaat voor eens en altijd een halt toe te roepen. De Amerikaanse Irak-en Afghanistan-veteraan David Crowley loopt al een tijdje rond met het idee om in dat kader een activistische film te maken, Gray State.

Er ligt al een script. Met een crowdfunding-actie is zelfs genoeg geld opgehaald om een spraakmakende trailer te maken, die viral gaat in alt-right kringen. Zelfs Amerika’s bekendste complotdenker Alex Jones maakt zich sterk voor de film, waarvoor een productiemaatschappij een behoorlijk bedrag wil neertellen.

En dan wordt het stil rond de Libertarische filmmaker Crowley. Todat hij dood in zijn huis in Minnesota wordt aangetroffen. Op de muur is met het bloed van zijn vrouw Komel, die eveneens is vermoord, ‘Allahu akbar’ geschreven. Even verderop liggen een opengeslagen Koran en het lichaam van hun vijfjarige dochtertje Raniya.

Alle ingrediënten voor een paranoïde thrillerdocu zijn voorradig. Toch wordt A Gray State (93 min.) van Erik Nelson een andere film dan je op basis van dat uitgangspunt verwacht. Ook omdat de ontknoping van het Crowley-drama niet in kringen van moslimfundamentalisten moet worden gezocht – al is niet iedereen daarvan overtuigd.

Op weg naar de climax laat Nelson de teugels bovendien nog wel eens flink vieren, waardoor A Gray State eigenlijk nooit zo spannend wordt als zijn eigen premisse.

 

 

Score

 

Zodra dat uit duizenden herkenbare surfgitaarloopje weerklinkt, waan je je direct in de wereld van Agent 007 die wordt bedreigd door het Spectre van Ernst Stavro Blofeld. Bij die overbekende pompeuze synthesizerklanken krijg je direct de neiging om als een ongetrainde Rocky Balboa een enorme trap te beklimmen en vervolgens zegevierend je vuisten ten hemel te heffen. En het dreigende Jaws-thema zorgt ervoor dat je zelfs in het poedelbadje van je kinderen op zoek gaat naar een opstomende haaienvin.

In Score (89 min.) zet regisseur Matt Schrader de schijnwerper op (de geschiedenis van) filmmuziek en de invloed die soundtracks hebben gehad op de ontwikkeling van het medium film. Aan de hand van grote componisten als John Williams, Thomas Newman en Hans Zimmer stoomt de documentaire van filmklassieker naar blockbuster. Behalve een feest der herkenning voor cinefielen levert dat ook tips en tricks van de musici op en inzicht in de psychologische betekenis van filmmuziek.

‘De componist fungeert bijna als een soort therapeut’, beweert Hollywood-icoon James Cameron. ‘Uit wat de regisseur zegt haalt hij de essentie.’ Soms wordt bijna tastbaar hoe dat in zijn werk gaat. Kijk bijvoorbeeld hoe Rachel Portman live op haar piano meespeelt met een voorlopige montage van de film Race, op zoek naar de juiste toon. Score, waarin ook de Nederlander Tom Holkenborg (Mad Max: Fury Road) uitgebreid aan het woord komt, is gelardeerd met zulke fascinerende scènes, aangevuld met een stortvloed aan hoogtepunten uit de filmhistorie.

Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring A Very Special, Contractually Obligated Mention Of Tony Clifton

 

Met de speelfilm Man On The Moon uit 1999 presteerden enkele grootheden uit het metier op de top van hun kunnen. Had topregisseur Milos Forman zijn oude dag bijvoorbeeld beter kunnen beginnen dan met deze ontroerende film? Schreef de Amerikaanse band R.E.M. in zijn lange carrière een mooier liedje dan de melancholieke titeltrack? En was de Amerikaanse komiek Jim Carrey ooit beter op dreef als serieus acteur?

Carrey verloor zich tijdens de opnames volledig in zijn personage, de dwarse comedian Andy Kaufman en diens helemaal onmogelijke alter ego Tony Clifton. Ook als de camera’s niet draaiden bleef hij op de filmset volledig ‘in character’ alles en iedereen ontregelen. Waaronder zichzelf. Vóóral zichzelf, zou je kunnen zeggen.

‘Ging ik te ver?’, vraagt hij zich nu af voor de camera van Chris Smith. De ronduit fascinerende documentaire Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring A Very Special, Contractually Obligated Mention Of Tony Clifton (93 min.) wordt volledig verteld vanuit het point of view van Jim Carrey. Via Andy Kaufman (her)ontdekt hij zichzelf.

Hij krijgt die kans letterlijk. Voor Man Of The Moon werd een zogenaamde Electronic Press Kit gemaakt, die nooit is uitgebracht. De filmmaatschappij wilde destijds niet dat mensen door het filmpje ‘Andy Lives’ zouden gaan denken dat Carrey ‘een asshole’ was – of dat ze, ook niet onlogisch, aan zijn geestelijke vermogens zouden gaan twijfelen.

Het is bijna eng om te zien hoe Jim in die achter de schermen-beelden Andy wordt. Leven en kunst zijn volledig met elkaar verknoopt geraakt. Hoe kom je daar weer gezond uit? De openhartige acteur zelf verwoordt het nu vrij simpel: hij had vakantie van Jim Carrey. Naderhand wachtte gewoon weer zijn eigen leven, met al z’n gebruikelijke tekortkomingen en frustraties.

An Open Secret

 

#MeToo. Sinds de schandalen rond onder anderen Harvey Weinstein, Kevin Spacey en Job Gosschalk is seksuele intimidatie, en de bijbehorende doofpotcultuur, ‘the talk of town’ in zowel Hollywood als Hilversum. Drie jaar geleden maakte Amy Berg al een film over dit thema, An Open Secret (99 min.)

En een geheim zou het ook blijven. Er kraaide geen haan naar de film, die nochtans was gemaakt door een gerenommeerde filmmaakster die enkele jaren daarvoor nog een Oscar-nominatie had gekregen voor Deliver Us From Evil. In die documentaire richtte Berg zich op seksueel misbruik binnen de katholieke kerk. Toen ze haar aandacht verlegde naar Hollywood, kwam daar echter aanmerkelijk minder respons op.

Is An Open Secret simpelweg aan de aandacht ontsnapt of – samenzwerinnggg! – doelbewust onschadelijk gemaakt? Wie zal het zeggen? Omdat de film nu ineens heel actueel is geworden, heeft Amy Berg hem in zijn geheel op Vimeo gezet. Zodat iedereen alsnog kan kijken naar het relaas van enkele kinder- en tieneracteurs die in handen vielen van onvervalste Hollywood-roofdieren.

De film begint met fragmenten uit een aflevering van de populaire eighties-sitcom Diff’rent Strokes, waarin een oudere man het schattige joch Arnold probeert te verleiden. Voor de acteur Todd Bridges, die Willis speelde in de Amerikaanse televisieserie, kwam dat nét iets te dichtbij. Hij liep al enkele jaren rond met een geheim, dat hij maar niet kreeg kwijtgespeeld.

En daarin blijkt Bridges bepaald niet de enige. In deze schokkende documentaire komen zowat alle situaties en voorbeelden voorbij, die in de afgelopen weken al zoveel tumult hebben veroorzaakt in Medialand. De slachtoffers zijn alleen (nog) jonger. Afgaande op de beerput die in An Open Secret voorzichtig open wordt getrokken, zal de stroom geruchten, beschuldigingen en ontkenningen/bekentenissen uit de entertainmentindustrie voorlopig niet opdrogen.

Life, Animated

Hij publiceerde diverse boeken, schreef voor The New York Times, Esquire en The Wall Street Journal en won met dat werk een felbegeerde Pulitzer Prize. Ron Süskind bekommerde zich altijd om grote maatschappelijke thema’s, zoals de war on terror of de financiële crisis.

En toen was er in 2014 ineens dat ontroerende stuk in The New York Times over zijn autistische zoon Owen, dat inmiddels is uitgemond in een boek en documentaire met dezelfde titel: Life, Animated. Over hoe Owen leerde communiceren via Disney-films (en achter de veelgeprezen journalist ‘gewoon’ een liefdevolle vader bleek schuil te gaan).

Vergelijk ’t met sportjournalist Willem Vissers, die sinds enkele maanden warm en nuchter over zijn verstandelijk gehandicapte zoon Samuel schrijft in De Volkskrant. Het bijbehorende boek is al aangekondigd, wellicht volgt ook daarvan nog eens een documentaire.

Het aangrijpende, voor een Oscar genomineerde Life Animated (92 min.) van regisseur Roger Ross Williams documenteert de pogingen van Ron Süskind en zijn vrouw om contact te krijgen met hun kind, dat gaandeweg zijn eigen plek in de grote boze buitenwereld vindt.

 

Casting JonBenet

 

Ja, ik ben er laat bij. Casting JonBenét (80 min.) staat al sinds eind april op Netflix, maar ik vind het zo’n bijzondere documentaire dat ik ’m toch onder de aandacht wil brengen in deze nieuwsbrief.

Regisseur Kitty Green richt zich in deze verbluffende film op één van Amerika’s bekendste cold cases, de geruchtmakende moord op de zesjarige beauty queen JonBenét Ramsey tijdens kerstmis 1996. Green kiest echter voor zo’n bijzondere vertelvorm dat Casting JonBenét bepaald geen standaard true crime-documentaire is geworden.

Daarvoor maakt ze gebruik van amateuracteurs uit de woonplaats van de familie Ramsey, die hun licht laten schijnen op de nog altijd onopgeloste moord en intussen ook heel wat van zichzelf prijsgeven. Die combinatie levert een heel bijzondere kijkervaring op, die over meer gaat dan alleen een spraakmakende kindermoordzaak.