De Beloften

Harrie Lavreysen / c: David Eerdmans

Alles was gericht op 2020. Tien jonge Nederlandse sporters met een Olympische droom. In het kader van het project De Beloften zouden ze vier jaar op de voet worden gevolgd door Victor Vroegindeweij en Xenia Maria Evers. En toen werden de Spelen van Tokio vanwege het Coronavirus een jaar uitgesteld – en moesten ook zij hun persoonlijke doelen, of op z’n minst de planning daarvan, grondig bijstellen.

Het filmen ging intussen gewoon door. Voor de vijfdelige docuserie De Beloften (200 min.) zijn drie van de tien jonge sporters gesneuveld. Het is net topsport. Zeven talenten hebben de laatste selectie wél overleefd. Niet dat het bij hen altijd crescendo gaat. De weg naar de top bevat nu eenmaal onverwachte hobbels, scherpe bochten en plotselinge wegversperringen.

Roos Zwetsloot, een typisch hockeymeisje dat op een skateboard is beland, scheurt bijvoorbeeld haar voorste kruisband. Turnster Sanna Veerman, die gewend is om altijd te winnen, wordt ineens geconfronteerd met teleurstellingen. En de Haagse judoka Simeon Catharina moet een directe concurrent van enkele jaren ouder vloeren. Op Catharina’s lijf staat al een datum getatoeëerd: 8 augustus 2015. Op die dag werd hij jeugdwereldkampioen. Als het aan hem ligt, komt zijn hele lichaam vol te staan.

Verder moeten zwemmer Nyls Korstanje en atleet Zoë Sedney hun status als respectievelijk De Nieuwe Pieter van den Hoogenband en De Nieuwe Dafne Schippers zien waar te maken, wil kogelstoter/discuswerper Alida van Daalen haar moeder en grote voorbeeld Jacqueline Goormachtigh naar de kroon steken en probeert baanwielrenner Harrie Lavreysen op weg naar één of meerdere gouden medailles de concurrentie van zich af en zijn schouder in de kom te houden.

Vroegindeweij en Evers serveren de lotgevallen van hun hoofdpersonen met een aanstekelijke mixture van bijdetijdse muziekjes uit, zetten hen zo nu en dan op een stoel om te reflecteren op hun leven en ontwikkeling als sporter en laten rapper Sef alle verhaallijnen lekker vlot aan elkaar praten. Het resultaat is een kekke serie over aspirant-Olympiërs, waarvan een enkeling zich al heeft geplaatst voor de Spelen, die op 24 juli dan toch echt gaan beginnen, en anderen nog altijd strijden om een ticket. 

Voor hen allemaal geldt dat winnen uiteindelijk toch echt belangrijker is dan alleen deelnemen.

Sisters On Track

Netflix

Deze film begint met een onvervalst Surprise Show-moment: alleenstaande moeder Tonia en haar dochters Tai, Rainn en Brooke Sheppard – van respectievelijk twaalf, elf en negen jaar oud – zijn voor de tweede keer uitgenodigd in het televisieprogramma The View. Het gezin verblijft op dat moment al bijna twee jaar in een daklozencentrum en wordt live in de uitzending verrast door presentatrice Whoopi Goldberg: Tyler Perry heeft toegezegd dat hij een woning voor de familie gaat zoeken en twee jaar de huur zal betalen.

De Amerikaanse acteur investeert niet in een willekeurig gezin: de zussen Sheppard staan te boek als bijzonder talentvolle atleten. Begin 2017 trekken ze in een volledig gemeubileerd appartement in Bedford-Stuyvesant, een wijk in Brooklyn, New York. En dan kunnen de Sisters On Track (97 min.) gaan werken aan hun sportcarrière. Voor hun gedreven coach Jean Bell, een oudere Afro-Amerikaanse vrouw met een fulltimebaan als rechter, zijn hun atletiekprestaties vooral een manier om een sportbeurs te bemachtigen, zodat de zussen straks kunnen gaan studeren.

De in New York woonachtige Nederlandse documentairemaakster Corinne van der Borch en haar Noorse collega Tone Grøttjord-Glenne waren al enige tijd aan het filmen toen de mediahype losbarstte rond de zussen, die door het tijdschrift Sports Illustrated ook nog werden uitgeroepen tot SportsKids Of The Year. Ze volgen de drie opgroeiende meisjes in totaal ruim drie jaar, terwijl die vooruitgang proberen te boeken als atleet én in het dagelijks leven. Intussen gaat hun moeder op zoek naar een andere, beter betaalde baan.

Coach Jean Bell van de Jeuness Track Club – volgens eigen zeggen: gemeen, leuk, luidruchtig, zorgzaam, grappig, doodeng – speelt intussen een sleutelrol in het leven van de drie Sheppards. Ze drillt, troost en corrigeert haar pupillen rond de atletiekbaan, maar draaft ook op bij feestjes of geeft seksuele voorlichting. Zij is de belichaming van een begrip waar veel Amerikanen grote waarde aan toekennen: de gemeenschap. Want, zoals het gezegde gaat: it takes a village to raise a child. Zéker als het er drie zijn, die opgroeien in een eenoudergezin dat maar nét het hoofd boven water kan houden.

Rond de zussen Sheppard en hun moeder vormt zich een soort ‘sisterhood’ van zwarte vrouwen. Die probeert hen, tegen de verwachtingen in of de klippen op, op het slingerpad naar een beter leven te houden. Zoals vrijwel elke geslaagde sportfilm is de sport in Sisters On Track dus vooral een aansprekend decor, om een actueel en relevant verhaal te vertellen. Over een race waaraan sommige deelnemers met een aanzienlijke achterstand moeten beginnen en waarbij resultaten uit het verleden of heden geen enkele garantie bieden voor de toekomst. En de Surprise Show komt doorgaans ook maar één keer langs.

Doe Maar: Dit Is Alles

‘Bij de platenmaatschappij die Doe Maar onder contract had, stond de telefoon vandaag urenlang roodgloeiend’, meldde nieuwslezer Harmen Siezen in 1984 in het NOS Journaal. ‘Wenende meisjes lieten ‘t weten dat ze niet konden geloven dat Doe Maar niet meer bestaat.’

De rage die Doe Maar begin jaren tachtig veroorzaakte kent zijn gelijke niet in de Nederlandse popgeschiedenis. Nooit eerder was een groep zo populair als de band rond blikvangers Hennie Vrienten (zang/bas) en Ernst Jansz (zang/toetsen). En er is sindsdien geen band geweest die ook maar in de buurt is gekomen van de gigantische populariteit van deze ‘Nederlandse Beatles’.

In  Doe Maar: Dit Is Alles (83 min.) wordt de ongekende hype, die zal eindigen met twee emotionele afscheidsconcerten in De Maaspoort in Den Bosch, nog eens helemaal uit de doeken gedaan. Van de begindagen als lekker los nederpopbandje, dat na de entree van Hennie Vrienten ineens hits begint te schrijven, tot de bijna onleefbare populariteit aan het eind, als tieneridolen tegen wil en dank.

Vrienten, Jansz en gitarist Jan Hendriks krijgen in deze smakelijke muziekfilm van Patrick Lodiers en Martijn Nijboer uit 2013 alle ruimte om de tropenjaren nog eens opnieuw te beleven, waarbij ook het voortijdige vertrek van drummer Carel Copier, die het latere succes vanaf de zijlijn gade moest slaan, en de ontwrichtende heroïneverslaving van diens opvolger René van Collem aan de orde komen.

Ten tijde van het maken van deze film maakte Doe Maar zo nu en dan weer een rondgang langs de vaderlandse podia. De wonden die in hun glorieperiode bleken te zijn geslagen – met name tussen het rivaliserende front- en songschrijversduo Vrienten en Jansz – waren toen alweer een heel eind geheeld. In Doe Maar: Dit Is Alles overheersen dan ook wederzijds respect en pure trots. 

En dat is gezien de erfenis van de band helemaal niet vreemd: een imposante hoeveelheid popklassiekers – met ook een essentiële bijdrage van vijfde bandlid Joost Belinfante, de klassieker Nederwiet – die de tijdgeest perfect weerspiegelden en toch volstrekt tijdloos zijn gebleken.

Mary J. Blige’s My Life

Amazon Prime

Hartzeer kan de beste kunst opleveren. Zelf beschouwt Mary J. Blige My Life (1994) als haar meest geslaagde album. Ten tijde van de opnames was de Amerikaanse R&B-zangeres diep ongelukkig. Ze zong het er allemaal uit: haar jeugd in één van New Yorks desolate ‘projects’, het gevecht dat ze met drank en drugs moest leveren en – vooral – de giftige relatie met collega-artiest K-Ci Hailey waarin ze verzeild was geraakt.

In Mary J. Blige’s My Life (82 min.) blikt ze 25 jaar later terug op deze cruciale fase in haar inmiddels bijna drie decennia omspannende loopbaan. Blige wordt daarbij in de rug gedekt door familieleden, vrienden en haar toenmalige platenbaas Sean ‘P. Diddy’ Combs. De gastenlijst wordt gecompleteerd met collega’s als Alicia Keys, Nas en Method Man, die zich natuurlijk in louter superlatieven uitdrukken over de zangeres die een rolmodel werd voor jonge zwarte vrouwen uit de achterbuurten.

Interessanter wordt deze middle of the road-docu van Vanessa Roth als gewone Afro-Amerikanen zich, in een soort groepsgesprek of tijdens een fotomomentje met de grote ster zelf, uitspreken over wat Blige’s muziek voor hen heeft betekend. Dat is overigens ook gewoon zichtbaar tijdens concerten, waarbij oude hits hartstochtelijk worden meegezongen. Voor menigeen zijn ze echt de soundtrack van hun leven geworden.

Deze gestroomlijnde film, die met fraaie animaties de ontwikkeling van de hoofdpersoon probeert te vatten, zal ongetwijfeld ook in goede aarde vallen bij de vaste achterban, maar nieuwe zieltjes zal Mary J. Blige er niet mee winnen. Daarvoor gaat dit (zelf)portret te weinig echt de diepte in. Daar waar de echte pijn of het oerverdriet zitten.

El Caso Wanninkhof – Carabantes

Netflix

Als El Caso Wanninkhof – Carabantes (89 min.) een half uur onderweg is, lijkt duidelijk wie in oktober 1999 het 19-jarige Spaanse meisje Rocío Wanninkhof Hornos, dat onderweg naar de plaatselijke kermis plotseling is verdwenen, heeft vermoord. Dan heeft de true crime-documentaire van Tània Balló echter nog bijna een uur te gaan. De kijker weet genoeg: hiermee is de zaak beslist niet afgehandeld.

Niet veel later introduceert de filmmaakster nóg een vermist meisje: de 17-jarige Sonia Carabantes. Enkele dagen later wordt ze dood aangetroffen. De zaak blijkt – natuurlijk! – verband te houden met het trieste lot van Rocío. En dan verschijnt er een vrouw op het toneel, de Britse Cecilia King, die wellicht nieuw licht op de tragische kwesties kan werpen. Ze is jarenlang voor gek verklaard door haar directe omgeving.

Met direct betrokkenen, advocaten en de gebruikelijke deskundigen en journalisten reconstrueert Balló in deze degelijke docu (Engelse titel: Murder By The Coast) de spraakmakende misdaad in de Costa del Sol, die jarenlang goed zou zijn voor een absoluut mediacircus in Spanje. Gaat het om een crime passionel? Een trieste wraakzaak? Of toch een ordinaire lustmoord? De dader lijkt doelbewust een dwaalspoor te hebben uitgezet.

De whodunnit-vraag is natuurlijk leidend in El Caso Wanninkhof – Carabantes, maar ook de rol van de media komt nadrukkelijk aan de orde: hebben die bijgedragen aan de zoektocht naar de moordenaar? Of juist ernstig in de weg gezeten? En uiteraard kent ook deze schrijnende zaak – het mag geen verbazing wekken – te langen leste louter verliezers.

Miss Sharon Jones!

Uiteindelijk eindigt natuurlijk elk leven met de dood. Als dat einde zich echter daadwerkelijk aankondigt, plots en onontkoombaar, dan krijgt alles in het bestaan extra urgentie en – hopelijk – glans. In het portret Miss Sharon Jones! (94 min.) uit 2015 kiest de gelijknamige Amerikaanse soulzangeres uiteindelijk de vlucht naar voren: zingen en dansen tot ze erbij neervalt. Met veel passie, bravoure en moed probeert ze uit de klauwen van de kanker te blijven.

Wij, de voyeurs, weten hoe het, nog geen jaar na release van de film, met haar is afgelopen. Deze documentaire van tweevoudig Oscar-winnaar Barbara Kopple houdt de herinnering aan de gedreven souldiva echter moeiteloos levend. Die begint halverwege 2013 treffend: met het afscheren van haar haren, enkele voorzichtige tranen en een pruik. Alvleesklierkanker in stadium 2 luidt de diagnose, een operatie en chemotherapie blijken onontbeerlijk. Haar nieuwe album wordt voorlopig uitgesteld.

Sharon Jones was sowieso al een laatbloeier. Pas op latere leeftijd – na periodes als bewaarder in de beruchte Ryker’s Island-gevangenis en zangeres bij allerlei feesten- en partijenorkestjes – werd haar talent onderkend. Ze vond onderdak bij Daptone Records, een platenlabel van veel jongere witte gasten met een ongegeneerde liefde voor authentieke soul. Samen veroverden ze podium na podium. Totdat zo’n beetje elke muziekliefhebber, eindelijk, wist wie Sharon Jones was.

En er is voor ‘de vrouwelijke James Brown’, ondanks alle malheur, geen enkele reden om daarmee te stoppen. Nadat ze er in een geweldige scène van een optreden in een zwarte kerk echt alles heeft uitgegooid, maakt ze zich samen met haar begeleidingsband The Dap-Kings en achtergrondkoortje The Dapettes op voor een doorstart. Ze moeten ook wel: zonder optreden komt er geen geld binnen. Gelukkig is dit niet het einde van haar carrière, zeggen ze tegen elkaar, maar het midden.

Kopple blijft dichtbij haar hoofdpersoon en volgt het traject, laverend tussen hoop en vrees, dat zij met haar betrokken entourage moet afleggen om, zoals gitarist Binky Griptite ‘t bij hun comebackconcert verwoordt, ‘to kick cancer in the ass’. Intussen heeft trompettist Dave Guy alvast een nieuwe baan gevonden in de huisband van het televisieprogramma The Tonight Show. Lukt het desondanks om Sharon Jones & The Dap-Kings weer ouderwets te laten vlammen?

Er is hen gelukkig nog enige tijd vergund, waarin Sharon alle twijfel weer kan laten varen en als vanouds zal gloriëren (zoals is te zien in dit hele fijne concert in Parijs). En daarna wordt voor haar, net als voor ons allen, rücksichtslos de handdoek in de ring gegooid.

Miss Sharon Jones! is hier te bekijken.

When Eagles Dare: Crystal Palace F.C.

Amazon Prime

Over enkele jaren heeft elke zichzelf respecterende voetbalclub zijn eigen documentaireserie, waarbij beelden uit de kleedkamer, het supportershome en de bestuurskamer ongelimiteerde toegang tot het hart van de club suggereren. In de praktijk gaat het vaak toch om een opgeschoonde werkelijkheid, die vooral is bedoeld om de clubbeleving te optimaliseren.

Als er maar genoeg wordt verloren, krijgt de marketingafdeling dat echter niet meer helemaal weggepoetst, zo toonde het tweede seizoen van All Or Nothing over het Tottenham Hotspur van coach José Mourinho aan. Dat geeft goede hoop voor de voetbalseries over de moeizame laatste seizoenen van FC Utrecht en Feyenoord, die binnenkort worden uitgebracht. Al zullen die series waarschijnlijk niet kunnen tippen aan de productie die de afgelopen jaren de standaard zette: Sunderland ‘Til I Die.

De setting van When Eagles Dare: Crystal Palace F.C. (255 min.) doet in eerste instantie denken aan deze serie: een roemruchte club, die na jaren van wanbeleid is afgegleden naar een lager niveau en elk moment definitief kopje kan gaan. In het geval van Crystal Palace dreigt degradatie uit het Championship naar de kelder van het Britse betaald voetbal en een faillissement. Enkele gefortuneerde fans moeten eraan te pas komen om ‘The Eagles’ overeind te houden en schoon schip te maken, voordat er sprake kan zijn van een glorieuze comeback.

Dat keerpunt bereikte Crystal Palace overigens al in het seizoen 2012-2013. Deze vijfdelige serie van Sean Webb keert terug naar die tijd, met beeldmateriaal dat al die jaren op de plank is blijven liggen en actuele interviews met de hoofdpersonen uit deze periode. Dat is meteen een belangrijk verschil met de Sunderland-serie, die zich vrijwel volledig in het hier en nu afspeelt. When Eagles Dare bestaat voor het leeuwendeel uit interviews met mensen die zijn belast met de wijsheid van nu: ze weten waartoe al die gebeurtenissen gaan leiden. En dat kleurt ongetwijfeld hun herinneringen.

En waar het drama Sunderland ‘Til I Die zich, nu al twee seizoenen, blijft opstapelen, is ‘t vanaf het begin helder dat Crystal Palace de weg omhoog gaat vinden. Dat er op dat pad serieuze hobbels moeten worden genomen kan niet verhullen dat deze gelikte serie in wezen een tamelijk clichématig heldenverhaal is, opgeleukt met enkele (on)smakelijke anekdotes, waarvan op voorhand al vaststaat dat alle puzzelstukjes in elkaar gaan vallen.

Picture A Scientist

Ze werden aangesproken als assistente. Koffiejuffrouw. Schoonmaakster natuurlijk. Of, door de echte ‘male chauvinist pigs’, als slet (en hoer en kut). De ervaringsverhalen van vrouwelijke wetenschappers in Picture A Scientist (97 min.) liegen er niet om: de wetenschap kan een bijzonder vrouwonvriendelijke werkomgeving zijn.

#metoo-achtige ervaringen fungeren daarbij als topje van de ijsberg. Onder de waterlijn bevindt zich datgene wat misschien niet direct zicht- of tastbaar is, maar zeker zo ondermijnend werkt: een vanzelfsprekend soort seksisme, waardoor (jonge) vrouwelijke wetenschappers zich nietig, inadequaat en/of ongewenst voelen. Een deel van hen zal zijn heil, gebutst en gekrenkt, daarom elders zoeken.

De filmmakers Sharon Shattuck en Ian Cheney ondersteunen hun getuigenissen met cijfers en statistieken over de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de wetenschapswereld en belichten ook tests en onderzoeken die (onbewuste) vooroordelen rond mannen- en vrouwenrollen blootleggen. Waarbij opvalt dat sommige wetenschappers bij deze kwestie toch liever op hun gevoel afgaan dan op data.

Interessante materie, dat zeker. Maar niet per definitie basismateriaal voor een meeslepende vertelling. Ook omdat de op zichzelf schrijnende verhalen van enkele vrouwen tamelijk braaf en verantwoord worden afgewikkeld. Picture A Scientist appelleert daardoor uiteindelijk toch meer aan de ratio dan aan het gevoel. En dat zou, gezien de setting van deze degelijke film, zomaar de bedoeling kunnen zijn.

Penguin Town

Netflix

De parkeerplaatsbende houdt hen in de gaten.

Die weten dat papa is gaan vissen.

Ze kunnen zich nergens verstoppen.

Ze zijn omsingeld.

Het is een val.

Rennennnn!

Documentaires over dieren zeggen doorgaans vooral ook veel over de mens: ze hebben er namelijk een handje van om de lotgevallen van willekeurige zoogdieren, vogels of vissen te vertalen naar nét iets te gelikte verhalen met een kop en staart. Zodat wij, mensen, ons er toch vooral maar in kunnen verplaatsen. Voorbeelden te over. My Octopus Teacher bijvoorbeeld, de documentaire over de relatie tussen een duiker en een inktvis die onlangs met een Oscar werd beloond. Of het activistische The Walrus And The Whistle Blower. En, natuurlijk, de publieksfilms March Of The Penguins.

Pinguïns zijn sowieso perfect werkmateriaal voor natuurfilmers. Want die hebben zo’n lekker hoge aaibaarheidsfactor, een bijzonder prettige bijkomstigheid als kijkers zich met de protagonisten moeten kunnen identificeren. De achtdelige (!) serie Penguin Town (218 min.) gooit op dat gebied echt alle remmen los: de ‘hoofdpersonen’ krijgen alle mogelijke menselijke eigenschappen toegedicht, terwijl de mensen zelf niet meer dan gezichtsloze bijfiguren blijven, waarvan vooral voeten en benen zijn te zien. De pinguïns lijken bovendien doelbewust te zijn gecast en hebben op basis daarvan een heel duidelijke functie in de vertelling toebedeeld gekregen.

De Amerikaanse comedian Patton Oswalt speelt daarbij een sleutelrol. Hij fungeert als alwetende en alomtegenwoordige verteller, die er permanent bovenop zit. Van de gebeurtenissen in de Zuid-Afrikaanse kustplaats Simon’s Town, waar Afrikaanse pinguïns tijdens de zes maanden van het broedseizoen voor nageslacht proberen te zorgen, boetseert hij zo met veel schwung, humor en drama afgeronde Hollywood-verhaaltjes rond helden als het echtpaar Bougainvillea, buitenbeentje Junior en de pasgetrouwde Culverts. Pinguïns, welteverstaan.

Die worden geserveerd in de vorm van acht panklare, vermakelijke en prachtig verfilmde episodes, compleet met cliffhangers, gelikte muziekjes en onbetwiste slechteriken, zoals een hongerige kat of grijpgrage Kaapse pelsrob. Een knap staaltje storytelling, zonder meer. En: erg glad en voorspelbaar. Geen oprechte poging om het echte leven – ook al is het dat van een dier, dat nota bene met uitsterven wordt bedreigd – in al zijn grilligheid te pakken te krijgen, maar een docusoapvariant daarop die, met het oog op de bankhanger thuis die languit vermaakt wil worden, heel lekker wegkijkt.

Zonder Schoenen Overleef Je Niet

Human

Een huilende man – wanhopige blik, slierten snot hangen uit zijn neus – roept om zijn moeder. ‘Zit je te filmen?’, vraagt een ander. De Kroatische politie zit hen op de hielen. De mannen proberen via de beruchte Balkanroute het vrije westen te bereiken. Strijdend met de elementen en opgejaagd door rücksichtslose agenten (die rustig een gloeiende ijzeren staaf tegen je been houden, om je ervan te weerhouden het nog eens te proberen) moeten ze de pas erin houden. Zeker een dag of twintig.

Als het de vluchtelingen lukt om hun voettocht door de bergen en bossen van Slovenië en Kroatië te voltooien, worden ze in het beste geval opgewacht door het oudere echtpaar Lorena en Gian Andrea. In het centrum van de Italiaanse grensstad Triëst proberen zij, met behulp van een rolkoffertje met hulpmiddelen, de wonden van de mannen te verzorgen. In het bijzonder hun voeten en benen. Die zijn essentieel om verder te kunnen. Zonder Schoenen Overleef Je Niet (13 min.), zoveel is zeker.

Lorena kan het, thuis op de laptop, nog eens goed laten zien in deze schrijnende korte documentaire van Christine Pawlata. Op haar beeldscherm verschijnt het ene na het andere geschonden voetenpaar. Enorme blaren. Hondenbeten. Donkergroene tenen. Loopgraafvoeten. De oudere vrouw zucht eens diep. Duidelijker kan de noodzaak van de taak die ze zichzelf heeft opgelegd niet worden aangetoond. Al die naamloze mensen mogen dan geen identiteitsbewijs hebben, ze hebben gewoon recht om te leven.

Memphis Depay – Met Beide Benen

BNNVARA

‘Wie belde jij als eerste om hierover te praten?’ De vraag verrast hem wellicht. Voetballer Memphis Depay heeft net verteld hoe zijn moeder hem direct belde toen ze hoorde dat hij op 16 december 2019 geblesseerd het veld had verlaten tijdens een wedstrijd van zijn club Olympique Lyon. ‘Mam, tis mis’, had hij volgens haar gezegd. ‘Het gaat niet goed. Ik ben ernstig geblesseerd. En ik kan niet meer meedoen met het EK.’ Daarna hadden Cora en Memphis samen gehuild aan de telefoon.

‘Ik vind het sowieso altijd pijnlijk om mijn moeder te horen huilen’, kijkt Memphis daarop terug. ‘Ik ben iemand die gelijk troost.’ Op dat moment stelt interviewer Jessica Villerius haar vraag. ‘Niemand’, zegt de hoofdpersoon van Memphis Depay – Met Beide Benen (71 min.) zonder te verblikken of verblozen. Hij heeft niemand gebeld. ‘Geen behoefte aan?’ Memphis: ‘Nee, man. Het is gewoon een moment voor mezelf.’ En als hij er wel behoefte aan had gehad, zou hij waarschijnlijk contact hebben gezocht met één van zijn broeders, het selecte gezelschap van allerbeste vrienden dat tot zijn vaste entourage is gaan behoren.

Hoewel hij in deze documentaire geregeld wordt omringd door anderen – zijn alomtegenwoordige personal assistent Aubrey, beste vrienden Tufan en Gigi of moeder Cora – oogt de stervoetballer (en influencer en rapper) als een echte einzelgänger. Memphis is zonder enige twijfel de kapitein op zijn eigen schip. Ook als hij rapt en zijn gevolg braaf meeknikt op de beat. Tegelijk lijkt hij soms kwetsbaar, bijvoorbeeld tijdens een bezoek aan zijn halfbroer Jeffrey die in Groningen in een tbs-kliniek zit. Of als de clubdokter van Lyon de Nederlander enkele uren laat wachten wanneer hij hem zijn herstellende knie wil laten zien. ‘Als je geblesseerd bent’ constateert hij lijdzaam in de mooiste scène van de film, ‘ben je niet priority.’

Depays revalidatie vormt het hart van deze documentaire, waarvoor Villerius hem naar onder anderen Rome, Dubai en Rotterdam is gevolgd. Toevallig heeft Tufan ongeveer tegelijkertijd ook zijn kruisband gescheurd. Ze kunnen dus gezamenlijk werken aan hun herstel. De één voor een terugkeer aan de wereldtop, de ander (ook) om hem daarbij te ondersteunen. Tussendoor blikken Memphis en zijn moeder terug op diens leven, waarbij zijn voetbalcarrière slechts zijdelings aan bod komt. Jessica Villerius is vooral geïnteresseerd in wat deze eigengereide, ambitieuze en ook zeer gedisciplineerde twintiger nu eigenlijk drijft.

Volgens Cora is het vertrek van zijn Ghanese vader Dennis een sleutelmoment geweest in het leven van haar destijds vierjarige zoon. Zelf laat Memphis daarover weinig los in dit interessante portret, waarin hij desondanks best veel van zichzelf laat zien – al is het dan misschien niet altijd het achterste van zijn tong. Memphis Depay – Met Beide Benen, straf gefilmd en aangekleed met (net iets te) dikke muziek, is daardoor een heel aardige bijsluiter geworden voor zijn verrichtingen op het Europees Kampioenschap. Een glimp van de mens achter de smaakmaker van het Nederlandse voetbal, die komend seizoen FC Barcelona gaat versterken.

Memphis Depay – Met Beide Benen is hier te bekijken.

Greta Thunberg: A Year To Change The World

Greta Thunberg heeft haar schoolcarrière weer een jaar op pauze gezet. Niet om te backpacken in Azië, Zuid-Amerika of Australië, maar om overal haar boodschap over de zorgwekkende toestand van de aarde kracht bij te zetten. Te beginnen in oktober 2019, bij een groots opgezette klimaatdemonstratie tegen de gevolgen van oliewinning in Canada.

Een maand eerder heeft ze tijdens een klimaattop in New York de leiders van die wereld nog van onder uit de zak gegeven. ‘Hoe durven jullie?’ voegde ze hen woedend toe tijdens een speech, die haar definitief tot ‘s werelds bekendste klimaatactivist zou maken. Het bizarre tafereel – van een tiener die haar woede ongegeneerd botviert op de machtigste mannen op aarde – vormde tevens de krachtige climax van het meeslepende portret I Am Greta (2020).

Wij zijn als de keizer zonder kleren, doceert de Zweedse tiener nog maar eens bij de start van Greta Thunberg: A Year To Change The World (173 min.). En alleen een kind durft daarover de waarheid te zeggen. In deze driedelige BBC-serie wordt de activiste gevolgd tijdens haar jaar vrijaf, waarin het Coronavirus (als aankondiging van nóg ingrijpendere ontwrichting?) de aarde in zijn greep zal krijgen en ook Greta zelf te pakken neemt.

Samen met vader Svante, die zijn dochter gaandeweg los zal moeten laten, bezoekt ze niet alleen conferenties en demonstraties, maar ook de plekken waar klimaatverandering nu al voor problemen zorgt. Het Californische stadje Paradise bijvoorbeeld, dat ten prooi viel aan natuurbranden. Lapland, waar de plaatselijke Sami-bevolking merkt dat hun rendieren steeds moeilijker kunnen overleven. Of de Poolse regio Silezië, waar de laatste mijnwerkers bang zijn dat ze hun baan kwijtraken.

Dat reizen gebeurt overigens consequent zonder vliegtuig. Want idealen beleid je nu eenmaal niet alleen met je mond. Als Greta in november 2019 met een zeilboot de Atlantische Oceaan wil oversteken, beleeft Svante ‘de meest stressvolle dag van mijn leven’. Voor hun reis van de Amerikaanse oostkust naar Madrid zullen ze opnieuw enkele weken op zee moeten verblijven, in een tijd van het jaar waarin die woest tekeer kan gaan.

De persoonlijke wederwaardigheden van Thunbergs reis en het publieke leven waarvoor ze, ondanks zichzelf, heeft gekozen, staan in deze serie echter nadrukkelijk in dienst van het educatieve karakter van haar missie. Greta’s tocht, die ook ontmoetingen met geestverwant David Attenborough en allerlei deskundigen omvat, is doorsneden met quotes van wetenschappers die de door haar geschetste klimaatcrisis van een feitelijke fundering voorzien.

En dan gooit de Coronacrisis ook bij haar roet in het eten, moet Greta Thunberg zich in deze gedegen serie bezinnen op haar ideaal en hoe dat het beste kan worden verwezenlijkt en staat er tenslotte ook weer een nieuw schooljaar voor de deur.

A Genuine Forger

Guy Ribes maakte geen kopieën van Picasso, Chagall of Modigliani. Hij kopieerde gewoon hun werkwijze en gaf er vervolgens een eigen draai aan. Zo ontstonden in ruim dertig jaar duizenden pastiches – niemand weet precies hoeveel – eigen kunstwerken die perfect in het oeuvre van wereldberoemde kunstenaars pasten. Verduiveld knap. En volstrekt illegaal, dat ook. Want ze werden natuurlijk verhandeld als echte Picasso’s, Chagalls of Modigliani’s.

In de documentaire A Genuine Forger (88 min.) van Jean-Luc Leon uit 2016 vertelt Ribes zijn complete levensverhaal en demonstreert hij tevens hoe hij te werk gaat, als een echte ambachtsman. Hij laat het effe zien. Zo maak je een vroege Picasso. Fernand Léger is met een beetje goede wil ook best te doen. En bij Matisse moet je hierop letten. Zoals Ribes het uitlegt, lijkt het heel gemakkelijk. Goud geld verdienen, met enkele uurtjes werk. En dat de schilderijen niet ‘echt’ zijn doet in wezen niets af aan de kwaliteit of schoonheid ervan.

Waar zijn werk uiteindelijk is beland? De rechtbank van Créteil staat er in elk geval mee vol. Alles moet worden vernietigd. Tegelijk zijn Ribes schilderijen ook doorgedrongen tot privécollecties, veilinghuizen en musea. Dat ligt echt heel gevoelig. Sommige werken die hij zich nu toe-eigent mogen dan ook niet worden getoond in deze film. Anders sneuvelen er reputaties van connaisseurs, krijgen Ribes’ handlangers met justitie te maken en gaan de bezitters ervan gigantisch de boot in – of beter: wordt publiekelijk bekend dat ze erin zijn gestonken.

De schimmige wereld van kunstvervalsingen is al vaker en ook met meer bravoure binnenstebuiten gekeerd dan in deze wat stroperige film. Guy Ribes is een interessant personage, maar hij krijgt wel erg veel ruimte om zijn relaas te doen. Waarbij het punt dat de Fransman maakt steeds min of meer hetzelfde is: hij was onderdeel van een systeem, dat nog veel meer fake-schilderijen heeft afgeleverd. Een deel ervan houdt zich verborgen in ‘s werelds kunstcollecties.

Een scherpere selectie zou deze film, waarin ook kunstkenners, handelaren en medewerkers van justitie aan het woord komen, een stuk puntiger hebben gemaakt. Zodat Ribes’ wonderlijke ambacht krachtiger over het voetlicht komt.

Moby Doc

‘Ik realiseer me dat we nu al een tijdje in een tamelijk conventioneel narratief zitten’, zingt Moby, terwijl hij zichzelf begeleidt op de banjo. ‘Maar nu gaan we weer lekker vreemd doen.’ In het navolgende shot – zijn eigen Moby Doc (92. min.) is inmiddels ruim twintig minuten onderweg – loopt de kale muzikant als een typische goeroe in gewaad chantend over straat. Hij wordt begeleid door een groep lieden in een wit laken, met een dierenmasker op. Op zoek naar een denkbeeldig bos, waar hij zijn volgers/kijkers met liefde en plezier instuurt.

Deze verfilmde autobiografie moet, zoveel is duidelijk, méér worden dan zomaar een verhaal over een ongelukkig jongetje dat zich alleen bij dieren op zijn gemak voelde, via muziek uit zijn eigen kleine leventje wist te breken en zo, met de verplichte horten en stoten, toch een connectie tot stand kon brengen met de rest van de wereld. Alle gekkigheid ten spijt is dat tóch wat deze persoonlijke film van/over Richard Melville Hall, die natuurlijk ook de nodige muziek- en concertfragmenten bevat, in essentie is.

Ondanks die (geacteerde) scènes tegenover een aantrekkelijke therapeute met een nét iets te grote bril op, die later ook heel behoorlijk blijkt te kunnen zingen (*). Ondanks de zelfgemaakte poppetjes, dramatische landschappen en cartoons waarmee Moby taferelen uit zijn eigen leven terughaalt. En ondanks de tweegesprekken met regisseur David Lynch (van wie hij een stukje Twin Peaks leende om er zijn eerste wereldhit Go mee te scoren), illustrator Gary Baseman en een hond die één en al oor is. Over, vooruit, de zin van het/Moby’s leven.

Op zoek dus naar, zoals hij in het begin van dit kleurrijke zelfportret uitspreekt, het waarom van alles: waarom doen we wat we doen? Slalommend langs navelstaarderij, zelfspot en oprechte reflectie belandt hij zo ook bij zijn sleutelalbum Play, dat rond de eeuwwisseling een enorm succes werd. ‘Het heeft me uiteindelijk totaal gecorrumpeerd en geruïneerd, maar op het moment zelf was het geweldig’, vertelt Moby daarover, terwijl hij met een telefoon aan het oor door een soort nachtwinkel ijsbeert. ‘Van een uitgerangeerde has-been was ik ineens iemand geworden die filmsterren ging daten, welkom was op elk feestje en bakken met geld verdiende.’

Totdat – zo gaat dat ook/zelfs in het bestaan van een doorgewinterde buitenbeen – ‘drank, drugs en mijn eigen narcisme’ hem helemaal boven het hoofd begonnen te groeien. Met zichtbare makerslol plaatst Moby zijn eigen leven in perspectief, waarbij ook zijn vriendschap met idool David Bowie natuurlijk nog een comfortabel plekje heeft gekregen. In een film die met evenveel gemak origineel, irritant of vermakelijk is te noemen.

(*) Ze treedt zelfs op onder de naam Julie Mintz.

Jij Bent Van Mij

‘Zie je wel dat je van me houdt?’, zei ze, met het kroos nog in haar haren. Toen wist gitarist Harry Sacksioni dat hij echt iets moest gaan doen. De vrouw tegenover hem, die hij net achter zijn huis in een sloot had gesmeten en op het enge af onder water had gehouden, liet zich écht nergens door afschrikken. Al vijftien jaar kon ze op elk onbewaakt ogenblik opduiken in zijn leven, bij zijn huis of een optreden, er rotsvast van overtuigd dat Zij voor elkaar gemaakt waren.

Toentertijd was er nog geen wet tegen stalking. Die kwam er rond de eeuwwisseling alsnog. In eerste instantie ging deze zelfs door het leven als ‘De Wet Sacksioni’, vertelt de gitarist in deze tv-docu van Hetty Nietsch. Hij wilde echter beslist niet de geschiedenisboeken ingaan als ‘de artiest met die stalkster’. Uiteindelijk bood deze wet, en de mogelijkheid om de geobsedeerde vrouw op basis daarvan te straffen, ook geen enkel soelaas. Harry Sacksioni zou nog lang niet van haar af zijn.

Jij Bent Van mij (55 min.) bevat nog enkele andere schrijnende verhalen van mensen die ongevraagd doelwit worden van een obsessieve liefde. Het medium Daniëlle Nijhuis van Astro-TV hield aan haar werk bijvoorbeeld een nauwelijks af te schudden bewonderaar over. Hoe en waarom de belager van Astrid Tillema zich juist op haar richtte, is dan weer niet helemaal te verklaren. In 1994 was ze ‘met’ haar stalker te gast in het praatprogramma De Ronde Van Witteman.

Het is een pijnlijk tafereel: een veel oudere en op het eerste gezicht doorsnee man, die er heilig van overtuigd lijkt dat zij bestemd is voor hem. Astrid houdt intussen haar hand voor haar gezicht en kijkt hem niet aan. Iedereen kan zien dat zijn gedrag zowel ziekelijk als schadelijk is. Iedereen, behalve hij. Intussen voelt de jonge vrouw zich schuldig. Ooit, toen ze nog niet kon weten met wie ze van doen had, is ze bij diezelfde man in de auto gestapt. Heeft ze de ellende zo over zichzelf afgeroepen?

Het is welhaast nóg gecompliceerder als een voormalige partner zich ontwikkelt tot stalker. Na het beëindigen van hun relatie veranderde de vriend van Ingrid Smit – die haar, zo vertelt ze geëmotioneerd, nog zo goed had ondersteund na het overlijden van haar vader – in een engerd die haar bestookt met bedreigende boodschappen. Hij kalkt zelfs haar halve huis vol, een treffende verbeelding van het feit dat de slachtoffers van stalking echt nergens veilig zijn.

Dat is ook letterlijk het geval. Daarvan kan de directe omgeving van Laura Kosman en Hümeyra Ergincanli getuigen. Beide jonge vrouwen zouden de razernij van hun ex-vriend niet overleven. Politie en justitie lijken daarbij niet adequaat te hebben ingegrepen. Tegelijkertijd wordt ook duidelijk dat stalking een buitengewoon gecompliceerde kwestie is. Zolang de belager niets strafbaars doet, is het blijkbaar heel moeilijk om hem of haar te dwingen om te stoppen.

Dat is de somber stemmende slotsom van deze indringende interviewfilm, die een voor alle betrokken partijen tragische patstelling schetst. Harry Sacksioni vat dat treffend samen: als hij eindelijk van zijn belaagster verlost lijkt, voelt hij niet alleen opluchting. Hij ervaart ineens ook een enorme tristesse, over een red(d)eloos verloren leven.

A Perfect Candidate

Misschien droomden ze ervan om de Republikeinse James Carville en George Stephanopoulos te worden. Die hadden twee jaar eerder Bill Clinton het Witte Huis in geholpen en waren zelf via de meeslepende weerslag daarvan, de klassieke campagnedocu The War Room, uitgegroeid tot sterren van de Democratische partij. Seniorstrateeg Mark Goodin en communicatiedirecteur Mark Merritt mikten in 1994 op een senaatszetel voor de Amerikaanse staat Virginia.

Ze moesten een al even omstreden kandidaat in het zadel helpen: luitenant-kolonel Oliver North, de centrale figuur van het zogenaamde Iran-Contra-Schandaal. Namens de Regering Reagan had North halverwege de jaren tachtig clandestien wapens geleverd aan de toenmalige aartsvijand Iran. Met de opbrengst werden vervolgens stiekem rechtse Contra-rebellen in Nicaragua gefinancierd. Zijn baas Ronald Reagan werd er ernstig door in verlegenheid gebracht.

‘Ollie’ ziet enkele jaren later niettemin A Perfect Candidate (105 min.) in zichzelf. Een ideale vertolker van het sentiment van de gewone man. En de beide Marks, Goodin en Merritt, halen alles uit de kast om hem namens Virginia naar Washington te brengen. Daarvoor moeten ze één belangrijke horde nemen: de zittende Democratische senator Chuck Robb, een ideale schoonzoon (van voormalig president Lyndon Baines Johnson, om precies te zijn) die de voorgaande jaren echter onder vuur is komen te liggen vanwege een buitenechtelijke affaire met Miss Virginia en vermeend cocaïnegebruik.

Oliver Norths messcherpe huurwoordenaars ruiken bloed. Hoe kunnen ze in debatten en met vileine campagnespots de traditionele ‘liberal’ Robb definitief vloeren en intussen hun eigen populistische kandidaat het beste positioneren om diens plek te confisqueren? Ze kiezen daarbij voor ‘wedge issues’, thema’s waarover veel verschil van mening is, die opvallend modern aandoen: het behouden van de ‘Confederate Flag’, de vooringenomenheid van de mainstream media (MSM) en een verstikkend maatschappelijk klimaat dat we tegenwoordig ‘woke’ zouden noemen.

Terwijl North enthousiast wordt onthaald in het heartland, over zijn persoonlijke band met de Heer spreekt in een kerk en eens lekker gaat schieten (hij zou later niet voor niets president van de NRA worden) laat ook zijn tegenstrever Robb zich niet onbetuigd: ‘Mijn opponent is een documenten-vernietigende, Grondwet-vertrappende, opperbevelhebber-bashende, Ayatollah-liefhebbende, wapenhandelende, misdadigers beschermende, curriculum-verbeterende, Noriega-knuffelende, Zwitsers bankierende, wetbrekende, zwendelende, egoïstische, tweedehands autoverkoper, die het verschil niet kent tussen de waarheid en een leugen.’

Don Baker ziet het allemaal misprijzend aan. De journalist van The Washington Post fungeert in deze fijne campagnefilm van R.J. Cutler en David Van Taylor uit 1996 als de stem van de rede, een man die met dichtgeknepen neus het politieke theater aanschouwt en becommentarieert. Wellicht voelt hij ook een heel klein beetje compassie met North, die bepaald geen natuurtalent lijkt. Geen politicus bijvoorbeeld die zo klunzig een brok in zijn keel kan veinzen als ‘Ollie’. Voor het duo Goodin en Merritt kan hij niettemin een belangrijk voertuig naar politiek sterrendom zijn.

Igone – En Als Beloning Zweef Je

Ze brengt de wijnflessen naar de glasbak. Stofzuigt het huis. En laat de hond uit. Vier maanden na haar vertrek bij het Nationale Ballet in september 2019 heeft het gewone leven van Igone de Jongh een aanvang genomen. Ze voelt een leegte in zichzelf en gaat door een soort rouwproces. De ballerina had zich haar afscheid, na 24 gloriejaren, anders voorgesteld. En eigenlijk is ze ook nog niet klaar met dansen.

Thuis maakt ze zich op voor een remonte. Nu eens niet als grote ster in voorstellingen van topchoreografen als Rudi van Dantzig of Hans van Manen, als een superieure vertolker van andermans visie, maar met een zeer persoonlijk stuk, waarin ze haar eigen verhaal vertelt en ook de conversatie aangaat met het publiek. Dat zorgt onvermijdelijk voor elementaire twijfel. ‘Het is ongelooflijk dat gewoon alles weg is’, verzucht ze onderweg. ‘Alsof ik nooit gedanst heb.’

Igone – En Als Beloning Zweef Je (50 min.) is de weerslag van het intieme proces dat De Jongh – ondersteund door echtgenoot Thijs Römer, met de dansers Marijn Rademaker en Thiago Bordin en onder regie van Ruut Weissman (die onlangs zelf ook de hoofdpersoon was van een delicate documentaire) – voor het oog van de camera doormaakt. Waarin ze oude krachten probeert los te maken binnen een nieuwe versie van zichzelf.

Regisseur Simone de Vries lardeert Igone’s persoonlijke queeste met video’s die haar grootvader heeft gemaakt van hoe ze als jonge vrouw met een ongenadig talent opgroeide binnen de balletwereld. Die visualiseren het leven waarvan ze afscheid heeft genomen en dat ze zelf vooral associeert met haar langdurig zieke moeder. Zo ontstaat een gloedvol portret van een vrouw die zoekt naar wie ze is en die zichzelf, via de stiel die haar toch het meest vertrouwd is, opnieuw probeert uit te vinden.

Jimmy Is Punk – The Story Of Panic

Veroorzaken zij nu die kolkende massa in de zaal? Of was deze energie er allang en mogen zij ermee vandoor gaan? Feit is dat alle remmen losgaan op die derde mei van 1978 in zaal Kunstmin te Gouda. Springen, beuken, dansen is het parool van de uitzinnige meute. Vuist in de lucht, spuiten met bier en alles wat je in je handen krijgt linea recta naar het podium smijten.

Waar de Amsterdamse punkband Panic, die over niet al te lange tijd de pijp aan Maarten zal geven, het beest berijdt alsof het nu al de allerlaatste keer is. Een professionele cameraploeg is ingehuurd om dat voor het nageslacht – jongelui die die hele punkbeweging niet hebben meegekregen of ouwelui die het sowieso nooit zullen begrijpen – te vereeuwigen.

Natuurlijk wordt er na een stief half uur, als de groep met Requiem For Martin Heidegger zijn grootste ‘hit’ heeft afgeleverd, ‘we want more’ geschreeuwd. Panics boomlange zanger Peter Penthouse heeft bovendien een brandblusser gevonden om de feestvreugde te vergroten. Waarna ’t echt een puinzooi wordt. De tent wordt, bijna letterlijk, afgebroken.

Een medewerkster van de zaal wil daarover wel eens een hartig woordje wisselen met de bandleden. Na een stevige woordenwisseling neemt zanger Peter, die inmiddels normale kleding heeft aangetrokken over zijn speedo, met haar de schade op. Het gaat naar verluidt om zo’n drieduizend gulden, die door de verzekering (!) van de band zal worden opgehoest.

Die ene avond in een Zuid-Hollands jeugdhonk, waar zo nu en dan slim het geluid van Panic-platen onder is gemixt, vormt het hart van Jimmy Is Punk – The Story Of Panic (51 min.). Dat verhaal heeft verder niet al te veel om het lijf. Regisseur Duco Donk geeft het concert, met een punky voice-over van Louise Dunne, nog een mythische proloog en epiloog. Dat is het wel zo’n beetje.

Volgens de humorvolle aftiteling zou één van de figuranten in de film overigens als IKON-journalist worden vermoord in El Salvador, ging een ander gitaar spelen in Doe Maar en zou een derde als blowende dichter in zijn eigen rook op gaan. Waarvan akte.

Long Hot Summers – The Story Of The Style Council

The Jam is dood, lang leve The Style Council. Toen zanger en songschrijver Paul Weller begin jaren tachtig klaar was met de melodieuze punkband die hem enkele jaren daarvoor had gebombardeerd tot belangrijke vaandeldrager van de Britse muziek, was hij klaar voor een meer volwassen benadering. Op het drielandenpunt tussen pop, soul en jazz. Dat was even slikken voor de fans die hem na klassiekers als Town Called Malice en Going Underground in de armen hadden gesloten.

En toch – de goede verstaander voelt hem al aankomen; waarom zouden ze anders een kleine 35 jaar later een documentaire maken over de band? – kwam het nog goed met The Style Council. Met zichtbaar plezier blikken Weller en zijn voormalige bandmaten in Long Hot Summers – The Story Of The Style Council (74 min.) op de tropenjaren die zouden volgen. Het gezoek in de beginperiode, alle verplichte pieken en dalen en het einde van de band dat zich te langen leste onvermijdelijk aandient.

Zulke popdocu’s staan of vallen met de houdbaarheid van de muziek (lekkere hits en clips genoeg), de hoeveelheid smeuïge anekdotes (ruim voldoende; zo noemt Weller de liefdadigheidssingle van Band Aid, waaraan hij met zichtbare tegenzin meewerkte, bijvoorbeeld ‘vreselijk’) en de kwaliteit van de opgevoerde celebrities die de loftrompet over de groep mogen steken (behoorlijk: Culture Club-zanger Boy George, acteur Martin Freeman en singer-songwriter Billy Bragg).

Waarbij moet worden aangetekend dat The Style Council veel politieker was dan de soepele sound deed vermoeden en dat daarvoor vanzelfsprekend ook plek is ingeruimd in dit bandportret van Lee Cogswell. Dat is uiteindelijk een vermakelijke film geworden over een groep die tot de blikvangers van de eighties mag worden gerekend. Totdat de rek er echt uit was en het tijd werd voor: The Style Council is dood, leve Paul Weller!

Long Hot Summers – The Story Of The Style Council is hier te bekijken.

De Gert & Hermien Story

De twee hoofdrolspelers zijn inmiddels overleden. Gert Timmerman verwisselde in 2017 het tijdelijke voor het eeuwige. Zijn voormalige echtgenote Hermien van der Weijde ging veertien jaar eerder hemelen.

Als het artiestenduo Gert en Hermien hadden ze een lange en veelbewogen carrière. Terwijl Amsterdam in mei 1969 nog bijkwam van de befaamde Maagdenhuisbezetting, gaven zij bijvoorbeeld het allereerste Nederlandse stadionconcert. Het leidde volgens hun producer Eddy Ouwens tot krantenkoppen als: ‘File in Amsterdam in verband met het concert van Gert en Hermien in het Olympisch Stadion’. De twee hadden toen al een tiental gouden platen op hun palmares staan. Ouwens: ‘Terwijl ze dus, als je de harde waarheid neemt, vijftien of twintig jaar later nog geen café vulden.’

Want samen gingen ze over hoge toppen en door diepe dalen. Zakelijk én privé. Gert en Hermien hadden ogenschijnlijk zo’n perfect huwelijk dat eigenlijk niemand het kon geloven. Thuis vlogen in werkelijkheid de asbakken regelmatig door de kamers, vertelt dochter Sandra Timmerman in De Gert & Hermien Story (106 min.). Het zou, na 35 jaar, zowaar tot een in de roddelbladen breed uitgemeten echtscheiding komen. Met die informatie in het achterhoofd is Hermiens ongemak in zowat elke afzonderlijke scène te zien. Alleen op het podium weet ze de schijn behoorlijk op te houden. Gert is intussen gewoon zijn roestvrijstalen zelf, inclusief kamerbrede glimlach.

Hoewel er ook andere mensen uit de directe entourage van het koppel aan het woord komen in deze documentaire van Hans Heijnen, is dit toch eerst en vooral het verhaal van dochter Sandra Timmerman, die eerder al een theatervoorstelling en boek wijdde aan haar leven als kind van Gert en Hermien. Het zal haar ongetwijfeld niet in dank worden afgenomen door zus Sheila, met wie ze (daarom) al enige tijd gebrouilleerd is. Ook broer Gert Jr., die enkele jaren geleden op een bijzonder ongemakkelijke manier in het nieuws kwam, ontbreekt in dit tamelijk scandaleuze portret.

Rond Gert en Hermien zijn desondanks, hoe godvruchtig ze jarenlang ook voor de dag probeerden te komen, genoeg smeuïge verhalen te vinden. Over huiselijk geweld, geldproblemen, een pornoplaat, flirten met drank en drugs, Playboy-dochters én incest. Want diezelfde Sandra stelt ook dat haar vader zich aan haar heeft vergrepen. Had Gert daarna God nodig? Feit is dat hij even later volledig in de Here raakte, volgens eigen zeggen letterlijk na een donderslag bij heldere hemel. Die ervoer Gert als een teken van boven. Het zou tot een langdurige evangelische episode van het roemruchte duo leiden.

Zo gebeurt er altijd wel wat in het leven van het duo, dat tot elkaar veroordeeld was en – vanwege die ene enorme hit, Alle Duiven Op De Dam – ook nog wel even zal blijven. Het laatste woord in dit dubbelportret is wederom voor hun oudste dochter Sandra, die gaandeweg vervreemd was geraakt van haar vader en door Heijnen toch nog eenmaal met hem wordt geconfronteerd. Ze kan het nauwelijks aanzien. Zoals ook menige kijker zich zal afvragen of dat ongemakkelijke slotakkoord niet beter achterwege had kunnen blijven in deze vermakelijke tv-film.