The Mirror And The Window

Doxy

Hij laat een foto van een klein meisje zien. Als filmmaker/editor weet Danniel Danniel als geen ander dat elke film een belofte inhoudt. Hij had daarvoor eerst een pistool in gedachten. Als hij die in het begin zou laten zien, zou de kijker vast benieuwd zijn wanneer, door wie en waarom ermee zou worden geschoten. Maar hoe kom je aan een wapen in Nederland? En hoe zou hij de film daarmee dan moeten afronden? Zijn belofte wordt dus een foto van een onbekend kind. En dat moet aan het einde van de film dan terugkomen.

Danniel weet dat hij niet meer lang zal leven en heeft zijn vriend Diego Gutiérrez gevraagd om hem te filmen. Ze spreken regelmatig af in een Nederlands restaurant, waar Danniel zich op een vreemde manier thuis voelt. Juist omdat het zo’n onpersoonlijke plek is en de echte allure ervan tot het verleden behoort. Intussen is ook Gina Coppe, de moeder van Gutiérrez, aanbeland in de allerlaatste fase van haar leven. In haar woning in Mexico-Stad, waar ze persoonlijke verzorging krijgt, vertelt ze over de relatie met zijn vader en mijmert ze over de liefde van haar leven, waarmee ze hem bedroog.

In The Mirror And The Window (93 min.) portretteert de Mexicaanse filmmaker, die vanuit Nederland opereert, deze twee mensen van wie hij afscheid zal moeten nemen. Hij doorsnijdt hun verhalen met beelden van een bootreis naar Antarctica, daar waar de mens zich nauwelijks doet gelden en de natuurlijke orde der dingen ongestoord zijn gang kan gaan. Die moet ongetwijfeld hun tocht naar het einde weerspiegelen. ‘Daniel en mijn moeder, ik heb het gevoel dat ik twee brandende kaarsen film die me vragen om door te gaan met filmen’, verzucht Gutiérrez in één van de voice-overs waarmee hij de film bijeenhoudt. ‘Zelfs als de kaars uitdooft.’

Ondanks het pistool dat de hele tijd boven de vertelling hangt, in de vorm van de foto van een ‘meisje’, blijft die tamelijk taai. Voor een buitenstaander blijft het zoeken naar de betekenis van de intieme scènes en gesprekken die hem worden voorgeschoteld. Zoals de direct betrokkenen zelf, aan de vooravond van hun levenseinde, ook naarstig op zoek zijn naar zingeving. Ze editten hun leven, selecteren de scènes die in hun verhaal te pas komen en laten de rest achterwege, als ruw materiaal dat ze liever voor zichzelf houden. Intussen komt het aangekondigde einde naderbij, in een zoekende film die wil aanzetten tot bespiegeling.

Oranje – Hoe Een Klein Dorp Groot Kan Zijn

Sander Francken / NTR

De ene na de andere Oranjenaar spreekt zijn zorg uit over de komst van vluchtelingen. Ook veel lokale politici vinden het geen doen: 1400 asielzoekers in een dorp met slechts 150 inwoners. Intussen wordt die nieuwkomers elders in het Drentse dorp Oranje hartelijk verwelkomd: de kinderen krijgen les op school, Syrische muzikanten treden op tijdens de kerstviering en Jan Voortman begint in zijn tuincentrum een Arabische winkel voor de nieuwe overburen.

Nadat de komst van een tijdelijke opvang voor asielzoekers in 2014 nog voor veel argwaan heeft gezorgd in de gemeente Midden-Drenthe, worden de nieuwelingen gaandeweg steeds meer onderdeel van de gemeenschap. Getuige de tv-documentaire Oranje – Hoe Een Klein Dorp Groot Kan Zijn (53 min.) van Sander Francken en Robbert van Lanschot fungeert de goedlachse Voortman daarbij als verbindende figuur. Bij hem voelen de nieuwkomers zich welkom en kunnen ze activiteiten ontplooien.

Behalve de steeds weer nieuwe initiatieven ontplooiende Voortman volgen Francken en Van Lanschot ook enkele nieuwe bewoners van Oranje: de Syrische journalist Zakwan en zijn vader, die druk bezig zijn om een leven op te bouwen in hun nieuwe vaderland. En hun landgenoot Walid en zijn vrouw, die als respectievelijk muzikant en arts juist met hun ziel onder hun arm door het Drentse dorp lopen. Zij dreigen verstrikt te raken in de Nederlandse bureaucratie en overwegen daarom een vertrek naar Duitsland.

Deze kleine menselijke portretjes leveren weliswaar meer dan genoeg aansprekende scènes op – van mensen die zichzelf vinden of tegenkomen en een gemeenschap die zich, soms met horten en stoten, openstelt – maar vormen samen maar moeilijk een coherent geheel. Oranje – Hoe Een Klein Dorp Groot Kan Zijn oogt een beetje als een grabbelton, waaruit allerlei min of meer verwante verhalen, exemplarisch voor hoe vluchtelingen een plek vonden in Oranje, worden opgediept.

Als het plaatselijke asielzoekerscentrum uiteindelijk zijn deuren sluit in 2017, hebben de meeste bewoners ervan het dorp al verlaten. En dat is dan voor het Drentse dorp allang geen reden meer om de vlag uit te hangen.

We Need To Talk About Cosby

Showtime

Als Zwart Amerika één gidsfiguur heeft gehad in de tweede helft van de twintigste eeuw, dan was het Bill Cosby. Ga maar na: hij geldt als de eerste breed geaccepteerde zwarte stand-up comedian, had als allereerste Afro-Amerikaan een hoofdrol in een televisieserie (I Spy), ontwikkelde zich in de jaren zeventig tot de grote kindervriend Fat Albert en floreerde tenslotte jarenlang als Amerika’s favoriete vaderfiguur Cliff Huxtable in de immens populaire The Cosby Show. En toen staken er steeds hardnekkigere geruchten de kop op over het drogeren en seksueel misbruiken van talloze vrouwen.

We Need To Talk About Cosby (236 min.) herbergt natuurlijk diverse pijnlijke getuigenissen van de vrouwen die, gedurende ruim een halve eeuw, werden misbruikt door ‘America’s Dad’. Toch is deze vierdelige documentaireserie van W. Kamau Bell veel meer dan de volgende #metoo-productie, waarin een bewonderde bekendheid wordt ontmaskerd als een vunzige machtswellusteling die geen enkel respect heeft voor de grenzen van een ander. Om precies te zijn, in Bill Cosby’s geval: als de belichaming van de zwarte verkrachter, die zich ook zomaar aan witte vrouwen kan vergrijpen.

Bell richt zich niet alleen op het afschminken van de notoire geilneef – en na bijna vier uur rest er van het Afro-Amerikaanse icoon nauwelijks meer dan een zielig hoopje man – maar plaatst hem ook nadrukkelijk binnen zijn culturele context: een zwarte gemeenschap die snakt naar rolmodellen en in Bill Cosby bijna een halve eeuw een ideaal uithangbord lijkt te hebben gevonden. In dat opzicht doet We Need To Talk About Cosby denken aan een andere epische docuserie over een gevallen zwart symbool, O.J.: Made In America (2016), over de van moord verdachte oud-footballer O.J. Simpson.

W. Kamau Bell, die zich als komiek een erfgenaam van Cosby voelt, vergeet ook diens verdiensten niet. De comedian/acteur/producent/schrijver heeft grote waarde gehad voor de ontwikkeling van een soort zwart bewustzijn. ‘Mensen zien in Cosby twee verschillende personen’, zegt schrijver/docent Jelani Cobb. ‘De ene is de grote mensenvriend en de andere een onvervalst roofdier. Maar ik vraag me af of je die twee van elkaar kunt scheiden.’ Want elke publieke belofte, daad of gift verhoogde Bill Cosby’s status en maakte het moeilijker om hem van zijn voetstuk te stoten.

Met een uitgelezen selectie van veelal zwarte oud-medewerkers, intellectuelen en deskundigen licht Bell de verschillende aspecten van Bill Cosby’s leven en carrière door, waarbij hij soms plotseling, zonder aankondiging vooraf, afslaat richting een individueel slachtofferverhaal. Zoals het ook in de praktijk ging: terwijl het publieke personage Bill Cosby weer een nieuwe manier had gevonden om ieders hart te veroveren, speurde de vent daarachter voortdurend naar jonge, kwetsbare vrouwen om enkele Quaalude-pilletjes te laten slikken en daarna zijn lusten op te botvieren.

De documentairemaker laat zijn gesprekspartners ook naar Cosby’s werk kijken. Fragmenten die destijds onschuldig leken, krijgen met de kennis van nu een geheel nieuwe lading en leiden tot ongemakkelijke conclusies. Dat het geperverteerde oeuvre van de inmiddels ook van wandaden beschuldigde shockrocker Marilyn Manson allerlei clous bevat over wat hij privé zoal uitspookte, kan nauwelijks een verrassing zijn. Maar dat ook de aimabele vrouwen(!)arts Cliff Huxtable uit The Cosby Show soms opzichtig hintte naar de hitsigheid van zijn bedenker/vertolker wekt toch wel enige verbazing.

Cosby’s strapatsen bleven echter verdacht lang een publiek geheim. Ook omdat zijn eigen gemeenschap ten koste van alles wilde voorkomen dat zwarte mannen zoals hij publiekelijk werden gelyncht. Totdat de comedian Hannibal Buress in 2014 de handschoen oppakte. ‘’Als je hier weggaat, googel dan “Bill Cosby verkrachting”’, hield hij zijn publiek voor. ‘Dat is niet grappig bedoeld. Die shit levert meer resultaten op dan “Hannibal Buress”.’ Zijn min of meer spontane actie vormde het startschot voor de publieke ontmanteling van het fenomeen Bill Cosby.

Deze intelligente, gelaagde en aangrijpende serie voorziet de Kwestie Cosby, en de toxische mannencultuur die de entertainer is gaan representeren, van allerlei verschillende perspectieven en zoekt daarbij ook de pijnpunten binnen de zwarte wereld op. ‘Eerlijk gezegd heb ik tijdens het maken van deze documentaire vaak overwogen om ermee te stoppen’, zegt W. Kamau Bell niet voor niets. ‘Ik wilde vasthouden aan mijn herinneringen aan de Bill Cosby van voordat ik Bill Cosby leerde kennen.’

Een Porseleinen Huwelijk

ICU Documentaires

Achter de traan van Maxima, waarmee op zaterdag 2 februari 2002 haar huwelijk met de Nederlandse kroonprins Willem-Alexander officieus werd bezegeld, gaat een gevoelige kwestie schuil. Dat was natuurlijk al bekend. Omdat hij jarenlang deel uitmaakte van het schrikbewind van de Argentijnse dictator Videla, mocht Maxima’s vader Jorge Zorreguieta destijds niet aanwezig zijn bij de officiële huwelijksplechtigheid. Dit had de Nederlandse topdiplomaat Max van der Stoel, in opdracht van de toenmalige premier Wim Kok, hoogstpersoonlijk uitonderhandeld.

Toch is het complete verhaal daarmee niet verteld. De vierdelige documentaireserie Een Porseleinen Huwelijk (200 min.), een nauwgezette journalistieke ‘reconstructie van een koningsdrama’, bevat nog enkele saillante onthullingen. Martin Maat en Hans Hermans hebben de hand weten te leggen op handgeschreven aantekeningen van Van der Stoel en spreken met zijn zoon Scipio, die hij destijds in vertrouwen nam over zijn bevindingen. Zo kunnen ze achter de schermen kijken bij deze gevoelige kwestie, die dreigde uit te monden in een constitutionele crisis.

Maat en Hermans hebben sowieso een imposante lijst bronnen voor de camera gekregen. Behalve Van der Stoel komen bijvoorbeeld ook toenmalig PvdA-fractievoorzitter en Kok-confidant Ad Melkert, hoogleraar Michiel Baud (die onderzoek deed naar Zorreguieta’s rol tijdens de dictatuur), de Nederlandse correspondent Jan Thielen (die meermaals met de vader van Maxima sprak), de Argentijnse grootgrondbezitter Mauricio Goyenechea (een huisvriend van de Zorreguieta’s) en Nederlandse Videla-opponenten als Frits Barend en Freek de Jonge aan het woord.

Zo wordt het schaakspel achter de coulissen zichtbaar – letterlijk verbeeld met een bord en stukken – maar wordt ook het drama daarachter invoelbaar gemaakt. De verschrikkingen van de Argentijnse dictatuur komen tot leven via interviews met de 95-jarige Delia Giavanola, één van de oprichters van De Dwaze Moeders die jarenlang op La Plaza de Mayo in Buenos Aires aandacht vroegen voor hun verdwenen kinderen, en haar kleinzoon Martín, die na de moord op zijn ouders in het geheim ter adoptie is aangeboden en pas onlangs met zijn hoogbejaarde oma werd herenigd.

Een Porseleinen Huwelijk zoomt tevens in op de juridische stappen die destijds werden gezet tegen Jorge Zorreguieta. Nadat de strafkamer van het gerechtshof Amsterdam in het najaar van 2000 had bepaald dat de Surinaamse leider Desi Bouterse in Nederland kon worden vervolgd voor de zogenaamde Decembermoorden, leek ook een rechtsgang tegen Zorreguieta hier ineens tot de mogelijkheid te behoren. De poging van enkele Nederlandse advocaten om Maxima’s vader namens slachtoffers van het Videla-regime te vervolgen, zou evenwel rigoureus worden gedwarsboomd.

Minutieus ontleden Martin Maat en Hans Hermans in deze boeiende miniserie alle aspecten van De Kwestie Zorreguieta, een zaak die twintig jaar geleden heel Nederland – en half Argentinië – in zijn greep hield. Totdat ons land echt kennismaakte met de bevallige echtgenote van de toekomstige koning en op het moment suprême, tijdens de huwelijksvoltrekking in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, die ontzettend mediagenieke traan over haar wang biggelde. Daarmee werd in zekere zin niet alleen haar huwelijk bezegeld, maar ook de affaire die daarmee verbonden dreigde te raken.

Mondig Zuid

EO

In het land van ‘geen woorden, maar daden’, Rotterdam-Zuid, zijn ze doorgaans niet op hun mondje gevallen. In Mondig Zuid (63 min.) portretteert René van Zundert een nieuwe lichting stadsbewoners. De veertienjarige Darlin komt bijvoorbeeld oorspronkelijk uit Curaçao, groeide op in de Dominicaanse Republiek en woont nu met zijn ziekelijke moeder in Katendrecht. Hij zoekt een baantje, zodat ze boodschappen kunnen blijven doen. Met een beetje geluk kan de jongen zelfs een vliegreis naar zijn geboorteland bekostigen. Darlin heeft nog een ander doel: geen strafblad krijgen.

Selena groeit op in een echt Feyenoord-gezin. De meeste leden zijn volgens haar ‘niet-opgevoed’. Zus Phoebe verblijft zelfs al een tijdje op een leefgroep in Harreveld. In brieven vertelt Selena haar hoe het thuis gaat. Zelf kan ze behoorlijk grof in de mond zijn. Heeft ze misschien ADHD? De toon in huis is sowieso scherp. Rotterdams. Hoewel Selena haar vader bijvoorbeeld netjes met ‘u’ aanspreekt en er zeker genegenheid lijkt te zijn tussen hen, blijft er altijd wrijving. Als ze om te oefenen zijn nagels doet, vraagt pa bijvoorbeeld plagerig: ‘En dit wil je later gaan doen? Serieus?’

De dertienjarige Tamia wordt flink gepest op school. ‘Als ik iets vind, dan zeg ik het gewoon’, legt ze uit. ‘De middelbare school zit vol met meelopers. De kinderen die gepest worden zijn de kinderen met een mening.’ Volgens eigen zeggen is Tamia een soort ‘lopend woordenboek’. Ze besluit om ‘spoken word’ te gaan leren, in de hoop dat ze zo haar eigen emoties een plek kan geven en aan haar zelfvertrouwen werkt. Uiteindelijk belandt Tamia daadwerkelijk op het podium. ‘Zie je mij?’ declameert ze professioneel voor een publiek. ‘Of zie je alleen wat je wilt zien?’

In vier afleveringen van dik een kwartier vangt René van Zundert de drie tieners tijdens een vormende periode in hun leven. Hij geeft Tamia, Selena en Darlin alle ruimte om te zijn en zeggen wat ze willen, neemt via hen tevens de hartslag van de stad op en kleurt dat geheel verder in met allerlei aanstekelijke muziekjes. Zo krijgt deze pakkende jeugdserie, die enige verwantschap vertoont met Shamira Raphaëla’s hartveroverende Shabu, het karakter van een portret van een nieuwe generatie Nederlanders, Rotterdammers, met het hart op de tong.

Simeone: Vivir Partido A Partido

Prime Video

Als speler was hij een soort Argentijnse variant op Johan Neeskens, Jan Wouters en Mark van Bommel. Type bloed aan de paal. De vleesgeworden doodschop. Alles voor de overwinning. A-l-l-e-s!. En zeges kwamen er, in overvloed. Tegenwoordig is Diego Simeone als coach van Atletico Madrid de verpersoonlijking van de bloedfanatieke trainer, die vanaf de zijlijn de scheidsrechter nog zou tackelen om die felbegeerde punten binnen te halen. Niet zonder succes overigens: met de ‘derde’ club van Spanje heeft hij in de afgelopen jaren een imposante prijzenkast bij elkaar gespeeld.

De zesdelige serie Simeone: Vivir Partido A Partido (Engelse titel: Simeone: Living Match By Match, 239 min.), waarvan ik nu drie afleveringen heb gezien, start op de laatste wedstrijddag van het seizoen 2020-2021 als Atletico Madrid een overwinning nodig heeft voor het kampioenschap. Diego Pablo Simeone zou daarmee de meest succesvolle coach uit de clubhistorie worden. Na dit ‘point of no return’, dat in de laatste aflevering ongetwijfeld de climax van de serie in gang zet, gaat de miniserie terug in de tijd, naar het begin van het seizoen. En dan kan de vertelling echt beginnen.

Terwijl zijn club opstoomt naar de koppositie in de Spaanse Liga, laat ‘Cholo’ zich in eigen familiekring portretteren en neemt hij bovendien vol trots zijn carrière door. Hij krijgt daarbij zo nu en dan een tablet aangereikt, waarop een cruciale spelsituatie met hem is te zien of een voormalige teamgenoot een anekdote deelt. Over hoe tegenspelers hem bijvoorbeeld toch wel opvallend vaak de bal toespeelden. Diego Simeone heeft er nog altijd lol in. In het heetst van de strijd bestookte hij tegenstanders aan de bal met hun voornaam, in de hoop dat ze per ongeluk hém zouden aanspelen.

Voetbal was, is en blijft nu eenmaal oorlog in de beleving van straatvechters als Simeone. Alles is geoorloofd: schoppen, slaan, schwalbes. En dat wordt in deze ongetwijfeld geautoriseerde serie, waarin ook nog even het liefdadigheidswerk van de hoofdpersoon wordt behandeld, zonder meer geromantiseerd. Spelers als Lionel Messi, Ronaldo, David Beckham, Cristiano Ronaldo en Sergio Ramos en zijn collega-coaches Pep Guardiola en José Mourinho drukken zich in louter lovende termen uit over de held, voor wie voetbal niets minder dan zijn leven is. Een succesvol leven, dat zeker.

De spelers met wie Simeone heeft gewerkt – toppers zoals Fernando Torres, Diego Costa en Luis Suárez – kenschetsen hem bovendien als een grote motivator, een man met een leeuwenhart. Zo’n kerel gedijt perfect in de ‘survival of the filthiest’ die de topsport, en onze hedendaagse maatschappij, kan zijn. En deze volvette productie hijst hem ongegeneerd op het schild en maakt dan, met enkele heel bescheiden kanttekeningen, een ereronde. Voor voetbalfans is dat meer dan genoeg, voor liefhebbers van een psychologisch portret blijft deze karakterschets echt te veel aan de oppervlakte steken.

Joan Mitchell – Woman In Abstraction

AVROTROS

Hoewel zij doorgaans van haar hart geen moordkuil maakt, moet haar werk toch vooral voor zichzelf spreken. ‘Als je met blablabla begint’, meent Joan Mitchell (1925-1992), ‘maak je alles kapot.’

Mitchell maakt enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog haar entree in de kunstscene van New York, waarvan dan ook ‘action painters’ als Jackson Pollock, Willem de Kooning en Franz Kline deel uitmaken. Voor hen is het schilderen zelf bijna net zo belangrijk als het resultaat ervan. Mitchell is één van de weinige vrouwen die echt een prominente rol claimt in deze mannenwereld. Haar werk wordt intussen steeds abstracter. Eind jaren vijftig verkast de kunstenares naar Parijs, waar ze een langdurige en getroebleerde relatie krijgt met de schilder/bon vivant Jean-Paul Riopelle.

‘Ze zei altijd voor de grap: ik ben maar een vrouwelijke schilder’, vertelt schrijver Paul Auster in Joan Mitchell – Woman In Abstraction (53 min.). ‘Spottend. Ze wilde niet in het getto van vrouwelijke schilders worden geplaatst. Ze vond dat ze net zo goed was als ieder ander. En dat was ze ook.’ Regisseur Stéphane Ghez wandelt in deze tv-docu soepeltjes door Mitchells leven en carrière, illustreert die met haar kleurrijke schilderijen (die door enkele galeriehouders en conservatoren van duiding worden voorzien) en geeft het geheel een lekkere push met een zeer expressieve soundtrack.

‘Verlies je jezelf door te schilderen?’ vroeg een interviewster ooit aan de vrouw die gebeurtenissen in haar eigen leven en de wereld om haar heen verwerkte in abstracte schilderijen. ‘Als dat gebeurt ben ik zo gelukkig’, antwoordde Joan Mitchell. ‘Daarom schilder ik waarschijnlijk. Dan besta ik niet meer. Dat is heerlijk. Ik zeg altijd dat het net is als fietsen met losse handen. Heerlijk.’

De Kinderen Van Mokum, En Ik

Submarine

Als een wervelwind razen ze door de stad. Alsof de jaren tachtig nooit zijn geëindigd veroveren De Kinderen van Mokum het ene na het andere Amsterdamse kraakpand. Ze hebben zelfs een manifest geschreven tegen de ‘kapitalistische ziektes’ en ‘money-oriented pricks’. En documentairemaakster Dikla Zeidler, die zelf al een tijd verlangt naar een nieuwe grote protestbeweging, voelt zich aangesproken door hun onversneden ‘de stad wordt weer van ons’-attitude. ‘Ik ga hier een film over maken!’ zegt ze ferm.

Welnu, dit is ‘m! En als je die Kinderen vervolgens collectief op hun fiets door de hoofdstad ziet denderen, begeleid door de dwarse, ja, kraker Disneyland Amsterdam van zanger Jan Modaal, zou je het bijna gaan geloven: hier komen de uitdagers die het de gevestigde orde daadwerkelijk lastig gaan maken, die de stad – nee: het land, het vrije westen, de wereld – terug gaan veroveren op de huisjesmelkers, bureaucraten, brievenbusfirma’s, buitenlandse investeerders en… ons, als brave burgermannen en -vrouwen.

Begin 2019 trekken ze in hun vierde pand, Het Kløkhuis. Daar slaan deze Kinderen van Mokum onvervaard aan het drinken, kletsen, lawaai maken, dansen, neuken en lachen. Ze hebben zo te zien een geweldige tijd. Totdat hun ideaal helemaal naar de achtergrond is verdwenen, de woonomstandigheden toch wat te wensen blijken over te laten en het ene na het andere Kind het pand verlaat (om aan een volwassen bestaan te beginnen?). Zeidler heeft alle prettige hectiek in de gemeenschap tot dan toe likkebaardend vastgelegd, maar ziet die ontwikkeling toch met lede ogen aan. ‘Gaan ze me nu echt laten zitten met een half af-verhaal?’

Ze legt haar vragen voor aan de Kinderen zelf in het tweede deel van deze levendige film, die daardoor wel wat aan tempo en zwier inboet. Ze waren toch zeker wel meer dan een gewone vriendengroep? Of zit het probleem misschien tóch bij haar en heeft zij gewoon veel te hoge verwachtingen van anderen en – aap uit de mouw – zichzelf? De vraag stellen… ach, dat weet iedereen. Zeidlers film heet niet voor niets De Kinderen Van Mokum, En Ik (27 min.).

Three Songs For Benazir

Netflix

Boven het kamp voor ontheemden in Kabul hangt een witte ballon. Volgens Shaista zit die vol met camera’s. Zodat de Amerikanen hen in de gaten kunnen houden. De jongen is net getrouwd met Benazir, voor wie hij aan het begin van deze korte docu geinige liederen zingt. Hij droomt van een toekomst in het Afghaanse leger. Zijn vader ziet daar niets in. ‘Ga papaver oogsten in plaats van bij het leger te gaan’, zegt hij. ‘Over een maand kun je opium gaan oogsten.’

Shaista oogt speels, kinderlijk bijna. Toch wordt hij binnenkort zelf vader. In Three Songs For Benazir (22 min.) probeert de jongeling, die nauwelijks scholing heeft gehad, een middenweg te vinden tussen het dienen van zijn gezin en van zijn land. Als Shaista besluit om zich tóch aan te melden voor militaire dienst, is dat reden om feest te vieren met zijn vrienden, muziek en dans. Zijn vader is echter onverbiddelijk. ‘Wij zijn niet verantwoordelijk voor je vrouw als jij bij het leger gaat’, zegt hij streng, tot grote frustratie van zijn zoon. Pa hoeft niet zo nodig ‘in stukken gehakt’ te worden door de Taliban.

En daarna maakt deze aardige korte docu van Gulistan en Elizabeth Mirzaei, eerder verantwoordelijk voor het schrijnende Laila At The Bridge, een enorme tijdsprong, wordt duidelijk welke keuze Shaista uiteindelijk heeft gemaakt en wat daarvan, indirect, de gevolgen zijn. Tot besluit zingt de jonge Afghaanse man dan nog één laatste lied.

Maya

Banyak Films

Mohsen Teyerani slaapt soms bij haar in de kooi. Maya (86 min.) en hij zijn volledig vertrouwd met elkaar geraakt. Ze knuffelen en stoeien dat het een lieve lust is. Hij was het eerste wat zij zag na haar geboorte. Zou de Bengaalse tijger hem als een ouder beschouwen? De medewerker van de Vakil Abad Zoo in Mashhad opereert in elk geval als een soort – vergeef me deze woordspeligheid – Iraanse Tiger King voor de publiekslieveling.

Als Maya en haar baasje in het noorden van Iran, het gebied waar ooit de inmiddels uitgestorven Kaspische tijger heerste, meewerken aan een speelfilm, laat Mohsen het gedomesticeerde roofdier tussen de bedrijven door een heel andere wereld kennen. Zonder tralies of een geïmponeerd publiek dat al haar bewegingen vastlegt, maar met een uitgestrekt leefgebied en andere dieren, waaronder de mens, die als prooi zouden kunnen dienen.

De Iraanse documentairemaker Jamshid Mojaddadi, die deze boeiende documentaire heeft geregisseerd met Anson Hartford, aanschouwt of/hoe de vierjarige tijger zich daar staande kan houden en becommentarieert de gebeurtenissen met een bespiegelende voice-over. Maya is de eerste Iraanse tijger in het wild in ruim zestig jaar en herontdekt de kracht, souplesse en honger waarmee ze op de wereld is gezet. Zou ze ‘t daar nog redden?

Tegelijkertijd zijn er in Iran en de dierentuin zelf allerlei ontwikkelingen gaande die Mohsens positie en zijn innige relatie met Maya onder druk zetten. De dierverzorger overweegt of hij zijn oude stiel als taxidermist weer moet oppakken. Kan het verweesde dier, dat hem soms liefkozend over het hoofd likt, overleven zonder zijn baasje? En is een tijger, hoe tandeloos die ook lijkt, überhaupt in staat om een ander uiteindelijk als autoriteit te accepteren?

Zulke elementaire vragen – gecombineerd met erg intieme scènes van mens en roofdier, die inderdaad soms even aan ongemakkelijke tijgertaferelen uit Tiger King doen denken – geven Maya een dreigende ondertoon. Alsof de situatie bij het minste of geringste helemaal kan ontsporen. Tot dat moment vormen Mohsen en Maya een bijna jaloersmakende twee-eenheid.

Sjinkie, Spelen Met Vuur

NOS

Vanaf dag drie wordt hij alweer behandeld als topsporter. Op 10 januari 2019 is schaatser Sjinkie Knegt thuis in het Friese dorp Bantega ernstig verbrand geraakt bij het aansteken van de houtkachel. Op voorhand is er een kans van ongeveer vijftig procent dat hij zijn verwondingen en mogelijke infecties niet zal overleven. Eenmaal in het ziekenhuis wordt het vizier echter vrijwel direct weer op shorttracken gericht. Hij moet en zal terugkeren aan de wereldtop. En inderdaad: nu, ruim drie jaar later, staat Knegt ‘gewoon’ aan de start bij de Olympische Winterspelen van Beijing.

Dat is een absolute topprestatie. Niet alleen van Sjinkie zelf, maar ook van zijn vriendin Fenna van der Wal en zijn begeleidingsteam, de artsen van het Brandwondencentrum Groningen in het bijzonder. In de treffende documentaire Sjinkie, Spelen Met Vuur (60 min.) keren Kees Jongkind en Monique Tesselaar eerst terug naar de dag van het ongeluk. Ze laten de paniek horen als Fenna na het ongeluk de meldkamer belt en later ook Sjinkie zelf, vanonder de douche, de hulpverleners te woord staat. Daarna laten ze de reden voor die paniek zien, middels enkele huiveringwekkende foto’s van het slachtoffer. De gebutste en gehavende figuur in dat ziekenhuisbed doet in vrijwel niets meer denken aan de gevierde shorttrackkampioen.

Jongkind en Tesselaar observeren diens jarenlange revalidatieproces vervolgens van heel dichtbij. Ze zijn er bijvoorbeeld als ‘De Schicht Uit Bantega’ voor het eerst weer op het ijs staat. ‘Kijk die Knegt eens, joh’, reageert bondscoach Jeroen Otter dan verrast. ‘Die rijdt gewoon rond.’ De weg naar de Spelen van Beijing is echter nog heel lang en gaat bovendien gepaard met tegenslag en twijfel. Want volgens Knegts baas is het voor zijn protegé niet voldoende om De Oude Sjinkie te worden – de concurrentie heeft immers bepaald niet stilgezeten – hij zal Een Geheel Verbeterde Sjinkie moeten worden om serieus kans te maken op de enige gouden medaille die nog ontbreekt in zijn prijzenkast.

Daniel Day-Lewis: The Heir

AVROTROS

Op een dag in september 1989 verlaat Daniel Day-Lewis aan het einde van de eerste akte ineens het podium. Zoals het een echte Britse karakteracteur betaamt, heeft hij de hoofdrol in Shakespeare’s Hamlet bemachtigd. Hij treedt daarmee in de voetsporen (en stapt in de schaduw) van grote theateracteurs als Laurence Olivier, Richard Burton en Christopher Plummer. Intussen moet hij elke dag ook de confrontatie aangaan met zijn overleden vader. Daniel heeft een foto van de befaamde dichter en schrijver Cecil Day-Lewis, die film maar een inferieure kunstvorm vond, opgehangen in zijn kleedkamer.

De recensies voor Day-Lewis’ Hamlet zijn niet onverdeeld positief. Plotseling knapt er iets in hem. ‘Ik was gewoon compleet uitgeput, het kon me allemaal niks meer schelen’, vertelt de acteur een kleine twintig jaar later aan talkshowhost Charlie Rose. ‘Het was genoeg geweest, ik kon het niet meer.’ En dus lonkt het witte doek, waarmee hij in de voorgaande jaren al enigszins vertrouwd is geraakt. Ten tijde van het gesprek met Rose in 2007 is hij al een gevierd filmacteur, met diverse bioscoophits op zijn naam (The Last Of The Mohicans, The Age Of Innocence en The Boxer) en zijn eerste Oscar in de achterzak (My Left Foot).

Nummer twee en drie, voor There Will Be Blood en Lincoln, moet hij dan nog ontvangen, als eerste acteur in de geschiedenis die drie Academy Awards voor de beste hoofdrol krijgt. Hij zal daarnaast overigens ook nog drie keer genomineerd worden voor diezelfde Oscar, voor zijn hoofdrollen in In The Name Of The Father, Gangs Of New York en Phantom Thread. Tóch is Daniel Day-Lewis nooit een typische Hollywood-celebrity geworden. Hij mijdt het babbeldebabbelcircuit, kiest zijn rollen altijd zéér zorgvuldig en verdwijnt tussendoor soms jaren in de anonimiteit.

In de interessante tv-biografie Daniel Day-Lewis: The Heir (52 min.) betonen Jeanne Burel en Nicolas Maupied het acteerkanon op een passende manier eer. Géen collega’s of bekendheden dus, die ongegeneerd de loftrompet over hem steken – iets wat kijkers met nét iets te veel last van plaatsvervangende schaamte, net als Day-Lewis zelf waarschijnlijk, alleen zeer gegeneerd kunnen aanzien. Maar een gedegen poging om ‘s mans leven, zijn carrière en de wisselwerking daartussen te vatten. Geïllustreerd met treffende speelfilmfragmenten, oude foto’s en de spaarzame publieke optredens van de man die zich het liefst terugtrekt op het Ierse platteland.

Totdat Daniel Day-Lewis letterlijk voelt dat hij zijn zelfverkozen kluizenaarschap weer even moet verlaten voor de volgende Oscar-waardige rol…

Schone Bergen

Human

Jangmu Sherpa ziet het met lede ogen aan. Nog niet zo lang geleden was haar broer Mingma een soort held in eigen land. Met een Nepalees team beklom de berggids de K2, de op één na hoogste berg van de wereld. Die was nog nooit in de winter bedwongen. ‘Zelfs niet door Nepalezen’, zegt Jangmu, die als verteller voor deze korte docu fungeert. En toen meldde het Coronavirus zich ook in hun leven…

Nu is hun voornaamste levensader, het bergtoerisme, vooralsnog helemaal doorgesneden. Zouden de Goden misschien boos zijn omdat de toeristen hun land zo hebben bezoedeld? vraagt de jonge vrouw zich af. Samen met dorpsgenoten begint ze het afval op te ruimen, in de hoop de boven hen gestelden weer een beetje gunstig te stemmen. Schone Bergen (18 min.), juist.

Als Mingma wordt gevraagd voor een Chinese expeditie naar de top van de Mount Everest, willen Jangmu en de haren eveneens mee. Om de rotzooi weg te werken, die klimmers ook daar hebben achtergelaten. Deze productie van Geertjan Lassche, die in 2014 zelf een bergtop in de Himalaya probeerde te beklimmen voor de documentaire Hemelbestormers, wordt daarmee een soort antiklimheldenfilm.

De barre tocht naar en het bereiken van de top zijn niet meer dan een aanloop naar de afdaling, waar broer en zus Sherpa letterlijk worden geconfronteerd met de restanten van glorieuze dan wel dramatische beklimmingen, die vaak voor de gehele wereld zijn vastgelegd in heroïsche films en waarvoor mensen zoals zij, doorgaans buiten beeld, het vuile werk hebben opgeknapt. Net als nu, trouwens.

De besneeuwde bergtoppen, geselende wind en klimmers die tot het uiterste moeten gaan, vastgelegd met de helmcamera’s van Mingma Sherpa en Shishir Maharjan, worden er overigens niet minder indrukwekkend door. Het is een wereld die zich uiteindelijk helemaal niet door de mens laat bedwingen. Hoe vaak die ook, in de rug gedekt door nijvere sherpa’s, zijn vlag op een top probeert te planten.

Tot De Laatste Snik!?

NTR

Eindigt het straks in een zielloze kantoortuin? Achter de geraniums? Of toch in café Vergane Glorie te Nergenshuizen? Voor artiesten die in de herfst van hun carrière zijn aanbeland liggen er nogal wat bananenschillen om te ontwijken. Ze kunnen zomaar een ouwe lul worden, een schim van zichzelf of een tragische karikatuur. Óf, nog erger: een oud wijf.

Volgens Angela Groothuizen, één van de hoofdpersonen van Tot De Laatste Snik!? (55 min.), had je als vrouwelijke artiest tot voor kort niets meer op een podium te zoeken na je veertigste. Althans volgens anderen. Hoewel ze zelf de zestig inmiddels is gepasseerd, treedt Groothuizen nog altijd op met de meidengroep The Dolly Dots. Binnenkort houdt ze er echter mee op. ‘Ik moet steeds harder werken om die stem een beetje op gang te krijgen’, zegt ze. ‘Ik ben gewoon versleten, man!’

De andere hoofdpersonen van deze boeiende documentaire van Marcel Goedhart moeten daar (nog) niet aan denken. Golden Earring-bassist Rinus Gerritsen heeft na het einde van zijn eigen band, als gevolg van de ziekte van gitarist George Kooymans, bijvoorbeeld een nieuwe uitdaging gevonden bij Supersister, de progrockgroep rond voormalig Earring-toetsenist Robert Jan Stips. Als het aan Gerritsen ligt, stopt hij pas als het fysiek écht niet meer gaat.

Ook Michel van Dijk, zanger van de Delftse progrockband Alquin, gaat maar door – al twijfelt hij daar soms ook wel over. Het bloed kruipt alleen waar het niet gaan kan. Terwijl hij de gevaren ervan toch zo goed heeft leren kennen. Tijdens zijn carrière raakte Van Dijk ernstig verslaafd aan heroïne. Nu hij daarvan is losgekomen, treurt hij om een geestverwant als Herman Brood: wat jammer dat die ons niet wat meer jaren van zijn talent heeft gegund.

Monique en Suzanne Klemann van Loïs Lane weten eveneens van geen ophouden. Zolang ze er straks maar niet ‘als een oud wijf‘ bijstaan. Daarbij vertrouwen de zussen ook op enkele mensen uit hun directe omgeving: die moeten ‘t beslist zeggen als het tijd wordt om te stoppen. Vooralsnog worden de dames naar eigen overtuiging echter alleen maar beter in hun vak, opteren ze vol overtuiging voor sterven in het harnas en zingen intussen alsof hun leven ervan afhangt.

Dat geldt op een wrange manier ook voor Jan Rot, die volgens zijn vrouw Daan gewoon een minder leuk mens is als hij niet optreedt. De zanger/hertaler is ongeneeslijk ziek en floreert tegelijkertijd als nooit tevoren. Hij weet dat het feest waarvan hij al sinds jaar en dag het middelpunt is nu toch echt naar zijn einde loopt, maar wil door totdat het licht definitief wordt uitgedaan. Hopelijk kan hij het nog tot de zomer rekken, zegt hij nuchter. ‘En daarna zal het wel afgelopen zijn.’

Met oprechte interesse en compassie observeert Goedhart deze oude rotten voor, tijdens en na een optreden, de voornaamste reden dat ze ooit op aarde zijn gezet en daar ook nog altijd ronddolen. Hoe houd je dat geloofwaardig, zorg je ervoor dat het niet gênant wordt en tegelijkertijd ook nog een beetje leuk blijft? Het zijn dilemma’s waarvoor ze allemaal, ieder op z’n eigen manier, worden gesteld. En wat nu als zíj nog wel willen maar het publiek afhaakt? 

Het slotakkoord van deze weemoedige film is voor – hoe kan het ook anders? – Jan Rot. Met een (laatste) snik in zijn stem zingt Rot zijn eigen hertaling van de klassieker My Way. ‘I did it my way’ wordt in die uitvoering: ‘Dit was wat ik was’. Waarvan acte. Tijdens de climax van het aangrijpende lied draait hij, perfect getimed, zijn gezicht naar de camera en tovert zijn meest ontwapenende glimlach tevoorschijn. Inderdaad: artiest, tot de aller-allerlaatste snik.

Tot De Laatste Snik?! is hier te bekijken.

The Puppet Master: Hunting The Ultimate Conman

Netflix

Hij dringt hun leven binnen, maakt zich onmisbaar en isoleert hen vervolgens van de rest van de wereld. Sophie en Jake Clifton hebben bijvoorbeeld al jaren geen contact meer met hun moeder Sarah. Eind 2011 ontmoette zij een nieuwe geliefde, ene ‘David’. Die nam het gezin gaandeweg helemaal over en werkte vervolgens de kinderen het huis uit. En daarna verdwenen de twee tortelduifjes zelf met de noorderzon. Sindsdien is Sarah buiten het bereik van haar kinderen geraakt – en blijkt haar spaarrekening geplunderd.

Een al even vreemde kwestie deed zich twintig jaar eerder voor: op verzoek van barman ‘Rob’, die tevens actief was als spion, knapte de student John Atkinson begin jaren negentig enkele klusjes op voor de Britse geheime dienst MI5. Toen er op zijn opleiding een cel van IRA werd ontdekt, sloeg hij samen met zijn medestudenten Sarah en Maria en diezelfde barman op de vlucht. Ze zouden uiteindelijk zo’n tien jaar (!) onderweg zijn, ver weg van alles wat hen lief was. En één man bepaalde alles: serieoplichter Robert Hendy-Freegard.

In The Puppet Master: Hunting The Ultimate Conman (127 min.) deconstrueren Sam Benstead en Gareth Johnson de modus operandi van deze menselijke wurgslang die zijn prooien eerst uiterst behoedzaam benadert en hen daarna bijna ongemerkt de keel dichtknijpt. Ze kleden de herinneringen van Freegards slachtoffers, hun familieleden en de FBI- en Scotland Yard-agenten die op hem jagen bovendien aan met archiefbeelden, geluidsopnamen, spannende muziekjes en gedramatiseerde scènes met acteurs.

Vaardig ontleedt deze driedelige true crime-serie zo de ronduit bizarre geschiedenis van een gewetenloze parasiet en z’n slachtoffers, die hij doelbewust helemaal uitwoont. The Puppet Master begeeft zich daarmee op hetzelfde terrein als Love Fraud, een overrompelende miniserie over een enigmatische Amerikaanse ‘bad guy’ met eveneens een eindeloze stroom slachtoffers, en laat een vergelijkbaar gevoel van diepe verwondering achter: hoe krijgt deze man dit voor elkaar en – vooral – wat drijft hem in godsnaam?

Neymar: The Perfect Chaos

Netflix

Met allerlei mensen die vervelende dingen over mij zeggen, antwoordt Neymar zonder dralen. Regisseur David Charles Rodrigues heeft de voetballer zojuist gevraagd hoe hij zelf deze documentaireserie zou beginnen. Het is een treffend moment aan het begin van Neymar: The Perfect Chaos (164 min.). De Braziliaanse sterspeler realiseert zich dat de ‘haat’ die hem vanuit grote delen van de voetbalwereld ten deel valt niet kan ontbreken in een geloofwaardig portret. Tegelijkertijd wordt de bal daarvoor ondubbelzinnig bij hem – en niemand anders – neergelegd.

En inderdaad, in de driedelige serie wordt vervolgens getoond hoe hij steevast theatraal doorrolt na overtredingen – en hoe daar in de halve wereld weer de draak mee wordt gestoken. Ook is te zien hoe hij een tijdlang stelselmatig wordt beschimpt door de fans van zijn eigen club. En natuurlijk mag de breed in de pers uitgemeten beschuldiging van verkrachting, inclusief het filmpje waarmee dat zou worden bewezen, ook niet achterwege blijven. Waarbij Neymar en de zijnen vanzelfsprekend zijn onschuld bepleiten.

Zo tikt deze (auto)biografie alle welbekende pijnpunten in het leven van de flegmatieke aanvaller aan, inclusief zijn veelbesproken vertrek bij FC Barcelona, waarop zijn voormalige ploeggenoten Suárez en – vooral – Messi nog altijd erg zuinig reageren. Nieuwe inzichten levert het doorlopen van zijn carrière verder niet op. Wel enkele fraaie jeugdfilmpjes. Over zijn privéleven geeft de Braziliaan, die zich soms gewoon te midden van zijn vaste entourage aan vrienden laat interviewen, ook niet al te veel prijs. Al komt zijn hele familie, inclusief zijn inmiddels tienjarige zoon Davi Lucca, regelmatig langs.

Het interessantst wordt deze miniserie als ook Neymar Sr. in beeld komt. Vader leidt NR Sports, een bedrijf met ruim tweehonderd medewerkers dat de carrière en het imago van zijn zoon beheert. Zij hebben er gezamenlijk voor gezorgd dat Neymar Jr. een internationaal merk met meer dan tweehonderd miljoen volgers op social media werd. De relatie tussen vader en zoon is desondanks/daardoor afstandelijker geworden, aldus het merk zelf. Professioneel, in zijn woorden. En soms wordt de spanning tussen hen in deze serie echt zichtbaar.

Naarmate Neymar: The Perfect Chaos vordert, komt de nadruk echter steeds meer te liggen op de sportieve prestaties van de Braziliaanse sterspeler, die in de zomer van 2020 met Paris St. Germain opstoomt naar de finale van de Champions League. Dan wordt elke poging om dit portret nog van diepgang of een persoonlijke dimensie te voorzien terzijde geschoven, ten faveure van de gebruikelijke gezwollen wedstrijdimpressies, vergezeld van clichématige quotes van PSG’ers over de wil om te winnen, het belang van teamgeest en het drama dat verliezen heet.

Met die finale, nu toch alweer enkele Coronagolven en anderhalf voetbalseizoen geleden, wordt de serie naar een climax gebracht, waarna alleen nog een tamelijk zijig einde rest. Over de liefde voor de bal en hoe de held die bij kinderen uit zijn geboorteomgeving probeert te stimuleren. En daarmee laadt regisseur Rodrigues meteen de verdenking op zich dat het uiteindelijke doel van deze serie toch in het verlengde ligt van de missie van NR Sports, het bedrijf van de Neymarretjes.

Wieder Gut

EO

Bij de Auschwitz-herdenking van 2020, 75 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, bood minister-president Mark Rutte excuses aan voor het handelen van de Nederlandse overheid tijdens de oorlog. Het Duitse staatshoofd Richard von Weizsäcker benoemde 35 jaar eerder, tijdens een veelgeprezen rede op 8 mei 1985, al nadrukkelijk de schuld van zijn land.

Hebben onze Oosterburen daarmee een voorsprong genomen als het gaat om het erkennen van hun eigen rol in de Holocaust? vragen de Nederlander Ruben Gischler en zijn Duitse buurman Tobias Müller zich af. In een rode eend trekken ze er vanuit Amsterdam samen op uit om te bekijken hoe (verschillend) de twee landen de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging herdenken en een plek geven in de educatie van een nieuwe generatie landgenoten.

Ze gaan in Wieder Gut (55 min.) bijvoorbeeld in gesprek met de Duitse kunstenaar Gunter Demnig die in heel Duitsland ‘Stolpersteine’ voor vermoorde Joden aanlegt en ontmoeten verder deelnemers aan een brievenproject van het Etty Hillesum Lyceum, waarbij Holocaust-overlevenden en jongeren, vaak met een niet-westerse achtergrond, gaan schrijven met elkaar. Ook spreken Gischler en Müller in Nederland met de vermaarde architect Daniel Libeskind.

Wat ziet hij als hij kijkt naar de Nederlandse en de Duitse aanpak? vragen ze hem. ‘Wat me opvalt is dat de Duitsers al vroeg besloten hebben dat het land niet verder kon zonder de erkenning en het bespreken van de gevolgen van genocide’, zegt de man die met het Namenmonument heel wat drempels moest nemen in Amsterdam. ‘Andere landen, zoals Oostenrijk, verstoppen het ergens in hun achterhoofd. De waarheid is de dochter van de tijd. Uiteindelijk blijft niets verborgen.’

De trip van Ruben Gischler en Tobias Müller eindigt uiteindelijk op de plek die een belangrijk symbool is geworden voor het Nederlandse aandeel in de Holocaust, Kamp Westerbork. Daar komt het bezoek van oorlogsoverlever Tswi Herschel en een groep zeer geïnteresseerde Duitse scholieren van het Max Windmüller Gymnasium, vernoemd naar een Joodse verzetsstrijder, tot een emotionele ontlading. Uit die oorlog kan en moet nog volop lering worden getrokken.

Atardi – Het Leven Van De Curaçaose Muzieklegende Rudy Plaate

Selwyn de Wind / VPRO

Rudy Plaate zingt en juicht enthousiast mee en houdt het ternauwernood droog als zijn eigen werk in 2016 door het Metropole Orkest en vocalisten zoals Izaline Calister en Maruja Bogaard wordt uitgevoerd in het Concertgebouw in Amsterdam. De 79-jarige componist uit Curaçao, bijgenaamd De Zingende Groenteboer, scoorde lokaal zestig jaar lang de ene na de andere hit, maar kampt op zijn oude dag met dementie.

Het had een prachtige openingsscène kunnen zijn voor de documentaire Atardi – Het Leven Van De Curaçaose Muzieklegende Rudy Plaate (120 min.). Filmer en deejay Selwyn de Wind neemt alleen eerst bijna twee minuten de tijd om uit te leggen wie hij zelf is en wat Plaate voor hem betekent. Daarna is de documentairemaker overigens bijna twee uur vrijwel geheel afwezig en krijgen Rudy (vooral via archiefbeelden) en zijn familieleden, vrienden en collega’s alle ruimte.

Zij alterneren tussen Plaates uitbundige muzikale carrière en zijn beslommeringen als familiemens/ladiesman, ondernemer en opinieleider. Zijn creativiteit, eigenzinnigheid en ego waren nauwelijks in te tomen. De Wind heeft intussen alle mogelijke archieven geplunderd en illustreert daarmee Rudy Plaates sleutelrol in de plaatselijke gemeenschap en cultuur. De film slalomt zo soepeltjes door een rijk, veelzijdig en altijd muzikaal leven, maar is wel een beetje overcompleet.

In het vierde kwart neemt Atardi ineens een dramatische wending als de hoofdpersoon, overmand door pijn, een rigoureus besluit neemt, dat hij live op de radio met de rest van het eiland wil delen. En daarna stevent de man die meer dan een halve eeuw letterlijk de toon zette op Curaçao onvermijdelijk af op de laatste fase van zijn swingende bestaan. ‘Hij kan zelf niet altijd bij ons blijven’, zegt een familielid dat voor hem mantelzorgt. ‘Maar zelfs nadat hij ons heeft verlaten, leeft hij voort in zijn liedjes.’

En anders moeten ze, daar zijn enkele sprekers het ook wel over eens, maar snel een straat of rotonde naar hem vernoemen…

Diego: El Último Adiós

HBO

Deze film begint bij de dood van de held. Met Diego Maradona stierf op 25 november 2020 een ongeëvenaard Argentijns icoon, volgens sommigen de beste voetballer aller tijden. Die man was hij echter allang niet meer. De gewezen sterspeler leek al jaren een parodie op zichzelf. Hij begon steeds meer te ogen als een Latijnse variant op André Hazes, die ooit per ongeluk Sjakies wondersloffen heeft aangetrokken: tonnetjerond, hyperemotioneel en ogenschijnlijk altijd onder invloed van het één of ander.

Deze tragische figuur kreeg enkele jaren voor zijn dood alle ruimte in Maradona En Sinaloa (2019), een serie over zijn periode als trainer van een zieltogende Mexicaanse club, terwijl de prachtige documentaire Diego Maradona uit datzelfde jaar, een film over zijn glorieperiode bij SSC Napoli, dan weer inzichtelijk maakte hoe zijn neergang ooit was ingezet met een tragische combinatie van drank, drugs en vrouwen. De documentaire Diego: El Último Adiós (89 min.) reconstrueert de allerlaatste fase van Maradona’s veelbewogen leven, de nasleep van zijn door allerlei speculaties omgeven dood en de verhalen die hij tenslotte heeft nagelaten. Niet de voetballer Diego Maradona staat centraal, maar de man en het symbool.

De film van Sebastián Alfie keert daarvoor eerst terug naar veertien maanden voor zijn dood. ‘Pluisje’ accepteert dan een baan als coach van de Argentijnse club Gimnasia de La Plata, die dreigt te degraderen uit de hoogste voetbalklasse. Van daaruit werkt Alfie toe naar het onvermijdelijke einde. Met familieleden, vrienden, medespelers, personeelsleden, doctoren en fans pelt hij intussen de man af, die jarenlang roofbouw pleegde op zijn lichaam en geest. Volgens Stefano Ceci kreeg Maradona uiteindelijk problemen met zijn hart, lever, nieren, knieën, rug en hoofd. ‘Ik zeg het je’, stelt zijn Napolitaanse vriend en ex-manager ferm. ‘Alleen Diego Armando Maradona had zo zestig jaar oud kunnen worden.’

Tegelijkertijd geeft de filmmaker ook het woord aan Argentijnen die in direct contact kwamen met Maradona, een man met klaarblijkelijk een enorm groot hart. Hun verhalen dragen alleen maar bij aan de mythevorming rond de geniale linkspoot die hun land in 1986 wereldkampioen maakte. Een vrouw beweert bijvoorbeeld dat hij in 2007 haar leven redde toen ze was opgenomen vanwege een depressie. Diego zou bovendien een voormalige teamgenoot hebben behoed voor zelfdoding. En twee rouwende tegenpolen, een oudere aanhanger van Maradona’s club Boca Juniors en een fan van aartsrivaal River Plate, werden samen vereeuwigd op een foto, die de verbroedering na zijn overlijden perfect representeerde.

Met een gedragen mixture van al die persoonlijke herinneringen, fraai archiefmateriaal, beelden van de plek waar hij is gestorven en een weerslag van de uitzinnige rouwtaferelen die volgden op zijn eenzame dood wordt Diego: El Último Adiós inderdaad een emotioneel vaarwel aan de man die, ondanks al zijn opzichtige tekortkomingen, de harten stal van Argentinië en voetbalfans in de hele wereld en nu al ruim 35 jaar weigert om die terug te geven.

Talked To Death – The Dark Side Of Daytime Talk Shows

HBO

‘Ze is een liegende hoer die je zo een mes in je rug steekt’, zegt Stephanie over haar beste vriendin en huisgenoot in The Geraldo Rivera Show. Delora zit er gewoon naast, in een aflevering genaamd ‘Friendship Becomes A Battleship’. ‘Ze is naar bed geweest met de echtgenoot van mijn zus’, fulmineert Stephanie, ‘die trouwens ook de vader van mijn kind is.’ Uitroepteken. Delora hoort de verwijten ondertussen schaapachtig aan.

Senior producer Kevin McMahon bekijkt het gênante tafereel goedkeurend vanuit de regieruimte: dit is het spektakel dat ze willen bij Geraldo. Toch ontbreekt er nog iets aan het segment van de trashy talkshow. En de verantwoordelijke redacteur Alyx Sachs weet dat maar al te goed: de twee vriendinnen behoren nu op zijn minst te schreeuwen tegen elkaar. Ze belt met de studiovloer: ‘Moet ik even komen om dat voor elkaar te krijgen?’

Na het reclameblok, waarin Sachs Delora vermanend heeft toegesproken, komt de jonge vrouw die voor van alles is uitgemaakt een héél klein beetje los. Al moet Geraldo daar wel zelf aan te pas komen. De talkshowhost met de karakteristieke snor slaat een arm om Delora heen en geeft haar begripvol het woord. Echt veel komt er alleen niet uit. Sachs blijft ontevreden. Met twee duimen omlaag begeleidt ze vanuit de regieruimte het einde van de show.

Op naar de volgende uitzending. Een prikbord verraadt wat er op de planning staat bij The Geraldo Rivera Show: ‘My daughter dates criminals’, ‘Underaged, Oversexed, Out Of Control’ en ‘Raped and pregnant by grandpa’. Exemplarische onderwerpen voor zo’n typisch Amerikaanse trashtalkshow uit de jaren negentig. De essentie daarvan werd ooit treffend vervat in die ene collectieve oerkreet voor de host der hosts, Jerry Springer: Jerry, Jerry, Jerry!

In de documentaire Talked To Death – The Dark Side Of Daytime Talk Shows (57 min.) uit 1997 krabt Eames Yeates het dunne laagje vernis van de ranzige praatshows die destijds in de hele wereld bijzonder populair waren. Hoewel de grote kanonnen – Jerry Springer, Ricki Lake, Jenny Jones en Oprah Winfrey, die overigens geldt als een witte raaf binnen deze smoezelige business – ontbreken, wordt hun modus operandi glashelder.

Presentatoren als Geraldo Rivera, Phil Donahue en Maury Povich proberen nog de façade op te houden dat ze het beste voorhebben met hun gasten, maar de feiten vertellen toch echt een ander verhaal: gasten worden regelmatig onder valse voorwendselen de studio ingelokt, om daar publiekelijk te kijk te worden gezet. Met mogelijk desastreuze gevolgen, zoals een berucht geworden fragment uit The Jenny Jones Show genadeloos laat zien.

Zulke talkshows waren tegelijkertijd een weerslag van het hedendaagse Amerika en de aanjager van verdere verruwing, polarisatie en algehele debilisering binnen het publieke debat in de Verenigde Staten. Zou de opkomst van (The) Donald Trump, die zelf veelvuldig te gast was in de meest ranzige tv-programma’s, bijvoorbeeld mogelijk zijn geweest zonder de normvervaging die dagelijks op de Amerikaanse televisie was/is te zien?