Tussen Vis En Staal

BNNVARA

Voor sportliefhebbers die zo langzamerhand murw zijn gebeukt door het egoïsme, de poenerigheid en het opportunisme van het moderne topvoetbal, is Telstar niets minder dan een oase van beschaving, zelfspot en solidariteit. De Witte Leeuwen uit IJmuiden spelen misschien in de marge van het Nederlandse betaalde voetbal, maar afficheren zichzelf vol overtuiging én overtuigend als ‘betrokken en onverschrokken’.

Joris Postema kijkt ruim een jaar mee bij de club die opereert Tussen Vis En Staal (88 min.) en in Pieter de Waard een geweldig boegbeeld heeft. Als voorzitter probeert hij al sinds 2006 de boel bij elkaar te houden en netjes op de centjes te passen, maar hij steekt zonodig ook zelf de handen uit de mouwen, bijvoorbeeld bij het schoonmaken van de toiletten of het inpakken van speciale Telstar-eau de cologne. Van de wedstrijden ziet De Waard meestal weinig. Dan gedraagt hij zich toch te veel als supporter. Een voorzitter-onwaardig, vindt de flamboyante clubbestuurder zelf. Hij kan het weten: zijn vader Jos was ook zeven jaar voorzitter.

Zijn club heeft het lastig. Spelen zonder publiek, vanwege Corona, slaat een gat in de begroting. Gezamenlijk eten met de selectie zit er dus even niet in. Er moet zelfs worden bezuinigd op elektriciteitsverbruik. Hoofdtrainer Andries Jonker – door de Johan Derksens van deze wereld vaak, terecht, weggezet als het prototype schoolmeester, al is dat in zijn geval helemaal geen diskwalificatie – probeert intussen het elftal aan de praat te houden. Hij moet het daarbij hebben van ‘jonge, ambitieuze spelers die hier eigenlijk niet willen spelen’.

Zowel Telstar als de betreffende speler is er uiteindelijk bij gebaat als deze vóór afloop van zijn contract kan worden doorverkocht. De voetballer krijgt dan de gelegenheid om door te groeien bij een échte profclub. En De Witte Leeuwen kunnen de begroting weer rondmaken. Want in IJmuiden spelen ze veredeld amateurvoetbal. En niemand, behalve Jonker misschien, die daar echt om maalt. Telstar ontleent zijn bestaansrecht, getuige dit bijzonder innemende verenigingsportret, aan de rol die de club al sinds 1963 speelt in de plaatselijke gemeenschap, waar de visserij en Tata Steel, het voormalige Hoogovens, voor werkgelegenheid moeten zorgen.

Postema richt zich met name op de tegenpolen De Waard en Jonker – en of ze het eens kunnen worden over contractverlenging voor de trainer, die eerder als assistent van Louis van Gaal werkte bij grootmachten als FC Barcelona en Bayern München – maar volgt ook enkele clubmedewerkers, supporters en spelers met uitgesproken ambities, zowel op als naast het veld. Zo wil sterkhouder Anass Najah graag de volgende stap in zijn carrière maken, heeft Redouan el Yaakoubi zijn eigen stichting voor talentontwikkeling in Utrecht en speelt Ilias Bronkhorst, die nog bij zijn ouders woont en in een restaurant werkt, zich in de kijker bij een eredivisionist.

Via hen laat Tussen Vis En Staal de andere kant van betaald voetbal zien: de oprechte liefde voor het spel, het uitgangspunt om er samen het beste van te maken en daarbinnen de focus op individuele ontplooiing. Ook Pieter de Waards maatschappelijke doelstellingen, door hem verwoord met zinsneden als ‘in harmonie’ en ‘samen kunnen leven’, vinden er hun plek. Zodat uiteindelijk zelfs de grootste zuurpruim aan de lijn of voor de buis door deze club en film weer een heel klein beetje verliefd kan worden op het Nederlandse betaald voetbal. Zoals ook Louis (nee: Truus) van Gaal niet geheel ongevoelig blijkt te zijn voor de charmes van Telstarrrrrr…….

Tussen Vis En Staal is hier te bekijken.

Dream Team: Birth Of The Modern Athlete

Paramount

Ze kwamen, zagen en overwonnen. Daar zit dus niet het verhaal van Dream Team: Birth Of The Modern Athlete (205 min.), een vijfdelige serie over de Amerikaanse basketbalploeg die in 1992 een gouden medaille won op de Olympische Spelen van Barcelona. Die eerste plaats stond op voorhand al min of meer vast.

Voor de eerste keer vaardigden de Verenigde Staten de grote sterren van de NBA af. Het zou een kleine schande zijn geweest als Michael Jordan, Earvin ‘Magic’ Johnson, Larry Bird en de negen andere helden van het Amerikaanse basketbal níet hadden gewonnen. Deze productie van de broers Emmett en Brendan Malloy richt zich dan ook vooral op de dynamiek binnen het team: de rivaliteit bijvoorbeeld tussen de oude heerser van de NBA, Magic Johnson, en de nieuwe troonpretendent, Michael ‘Air’ Jordan. Als twee metershoge alfamannetjes bekampen ze elkaar en stuwen zo het team naar eenzame hoogte 

De Malloys baseren hun vertelling op het boek Dream Team van Jack McCallum. Hij bewaarde bovendien audio-opnamen van zijn gesprekken met de leden van de droomploeg, die nu voor het eerst zijn te horen. Deze quotes worden aangevuld met wedstrijdbeelden, achter de schermen-materiaal en actuele interviews met de dreamteamers Magic Johnson, Patrick Ewing, David Robinson en Chris Mullin, aangevuld door enkele insiders. Zij geven heel aardige inkijkjes bij de wonderploeg. Zo besluit Jordan bijvoorbeeld de nacht voor de Olympische finale door te halen voor een spelletje kaart. En de dag van de gouden wedstrijd brengt de sterspeler freewheelend door in het Olympisch stadion en op de golfbaan.

Als ook de laatste tegenstander in Barcelona moeiteloos is verslagen – aan het eind van aflevering 3 al – wacht de prijsuitreiking, waarbij diezelfde Jordan voor een controverse zal zorgen die de totale vercommercialisering van de sport illustreert. Van slachtoffers van (latent) racisme zijn de grote sterren van de NBA in de voorgaande jaren uitgegroeid tot eigen merken, die in de hele wereld weerklank vinden en te gelde kunnen worden gemaakt. Met deze insteek kiest Dream Team slim positie tussen Shut Up And Dribble, de politiek geladen docuserie over de Afro-Amerikaanse basketbalhistorie, en The Last Dance, een meeslepende reeks over het ultieme winnaarstype Michael Jordan en zijn team The Chicago Bulls.

Alleen de laatste episode, over de erfenis van het Dream Team voor het internationale basketbal, voelt wel heel nadrukkelijk als een langgerekte epiloog. De broers Malloy drijven dan erg ver af van hun hoofdrolspelers en het vuur dat hun sport drijft. Als geheel schetst deze serie, over een selecte groep goudhaantjes die alle na-ijver moeten laten varen om samen de wereld te veroveren, echter een treffend beeld van een scharnierpunt in het moderne basketbal.

Simple As Water

vanaf 8-3 op HBO Max

Ze wonen al twee maanden in een benauwd koepeltentje op een soort parkeerterrein nabij de haven van Athene. Yasmin al Kadad en haar vier kinderen van negen, zeven, zes en vijf maken er het beste van. Echtgenoot Safwan verblijft al tien maanden in Duitsland. Hopelijk komen ze in aanmerking voor familiehereniging. Hij wordt alleen nog altijd niet officieel erkend als vluchteling. ‘Ik krijg hier hoofdpijn van’, zegt Yasmin moedeloos. ‘Uiteindelijk ga ik wel weer terug naar Syrië.’

De documentaire Simple As Water (99 min.) is een logisch vervolg op heftige films vanuit het hart van de Syrische burgeroorlog, zoals The CaveFor Sama en Last Men In Aleppo. Een portret van een ontheemd volk, dat door die oorlog is uitgestrooid over de wereld. Doodgewone mensen zijn noodgedwongen ‘vreemdelingen’ geworden. Regisseur Megan Mylan (Lost Boys Of Sudan) observeert hoe zij in den vreemde hun verminkte levens opnieuw vorm proberen te geven.

In het Turkse Reyhanli stuit ze bijvoorbeeld op Samra Abo Ghanooj. Haar echtgenoot werd enige tijd geleden gearresteerd. Sindsdien heeft deze moeder van vijf kinderen niets meer van hem vernomen. Zij moet intussen op het land werken om haar kroost te onderhouden en overweegt nu om die onder te brengen in een weeshuis. Oudste zoon Fayez, nog maar twaalf jaar oud, heeft tot dusver als een surrogaat-vader gefungeerd voor haar andere kinderen en ziet helemaal niets in dat plan.

Omar Sabha is in Pennsylvania beland en heeft daar de zorg voor zijn zestienjarige broer Abudi, die gewond is geraakt tijdens de oorlog, op zich genomen. Abudi moet bovendien de opleiding krijgen die hij zelf nooit heeft genoten. En misschien kan de jongen dan ook een verblijfsvergunning voor de Verenigde Staten bemachtigen. Want die lijkt voor Omar zelf, als voormalig lid van de Free Syrian Army, niet te zijn weggelegd. Hij staat officieel te boek als terrorist.

In het thuisland hopen Diaa en haar echtgenoot Hosain ondertussen tegen beter weten in nog altijd op de terugkeer van hun zoon Mohammed. Die werd in Raqqa gevangen genomen door ISIS. Terwijl ze zorgt voor Yazzan, een andere zoon met een verstandelijke beperking, probeert de Syrische vrouw de moed (der wanhoop) erin te houden. In een asielzoekerscentrum te Duitsland wacht Safwan tenslotte ongeduldig af of het Yasmin en hun kinderen lukt om zich bij hen te voegen.

Deze zorgvuldig gecaste hoofdpersonen representeren samen de verschillende aspecten van de oorlog, die zoveel Syriërs van huis en haard heeft verdreven (of, in het geval van Diaa, hun thuis heeft ontmanteld). Mylan komt in het groot opgezette en toch heel intieme Simple As Water héél dicht bij haar protagonisten, zonder dat ze zelf ook een rol voor zichzelf claimt, en schetst via hen overtuigend de ervaring van het volledig ontheemd zijn, achtervolgd door een oorlog waaraan eigenlijk niet valt te ontsnappen.

Arsène Wenger: Invincible

Discovery+

Het beangstigt hem dat zijn hele leven vooral heeft gedraaid om voetbal. Die ontboezeming, direct aan het begin van het (zelf)portret Arsène Wenger: Invincible (95 min.) tekent de frêle Fransman. De filosofisch aangelegde Wenger stond 22 jaar aan het roer bij de Londense voetbalclub Arsenal, maar hij zou zich nog altijd het liefst enigszins distantiëren van de wereld waarvan hij jarenlang een smaakmaker is geweest.

De komst van een ‘buitenlander’ als manager van Arsenal valt in eerste instantie overigens helemaal niet zo goed. Wie is híj, een coach die vanwege z’n klunzigheid direct ‘Clouseau’ wordt gedubt door spits Ian Wright, om zich te bemoeien met de Engelse voetbalcultuur? Pas als ‘s mans ‘onorthodoxe’ methoden – gezond eten en stoppen met zuipen, mannen! – resultaat beginnen op te leveren, keert het tij. Slechts anderhalf jaar na zijn aanstelling in 1996 heeft ‘Boring Arsenal’ de landstitel en FA Cup al in de wacht gesleept.

Wenger noemt zichzelf in deze stevige sportfilm van Gabriel Clarke en Christian Jeanpierre een ‘pragmatische romanticus’. Winnen alleen is niet genoeg – al blijft dat, geen twijfel daarover, natuurlijk wel het uitgangspunt. Samen met sleutelspelers uit zijn Londense tijd (Henry, Bergkamp, Vieira, Keown, Dixon en Pires) belicht hij hoe dat er ruim twee decennia in de praktijk uitzag. En in een filmzaaltje kijkt hij in zijn eentje hoogte- en dieptepunten terug, waaronder een befaamd incident met Manchester United-spits Ruud van Nistelrooij.

De enorme rivaliteit met Man United, de Schotse manager Alex Ferguson (onlangs zelf hoofdpersoon van Never Give In: Sir Alex Ferguson) in het bijzonder, loopt sowieso als een rode draad door Wengers regime als Arsenal-manager en door deze film. Daarin geeft zowaar ook Ferguson acte de présence. Hij is gul naar die andere ‘dinosaurus’ Arsène, een man die toch jarenlang dienst heeft gedaan als zijn gezworen vijand. Bezien door de achteruitkijkspiegel heeft hun jarenlange tweestrijd echter alleen maar aan heroïek gewonnen.

In 2004 wordt Arsenal, met een team dat ‘The Invincibles’ wordt genoemd, ongeslagen kampioen. Dat is nog altijd een Brits record en de kroon op Wengers werk. Daarna worden ‘The Gunners’ voorbijgestreefd door kapitaalkrachtigere concurrenten. Arsène Wenger blijft de club echter trouw en gaat daarmee ook ten onder. ‘Dat is een belangrijke karakterzwakte’, zegt hij glimlachend. ‘Ik hou te veel van waar ik ben.’ Totdat zijn eigen fans ‘Wenger out!’ beginnen te scanderen. In deze film is hij dan ook stellig: hij had moeten vertrekken. Bij Arsenal komt hij tegenwoordig nooit meer.

Op zulke momenten klinkt Arsène Wenger heel even wat bitter. Verder voert zelfreflectie echter de boventoon. Ook over wat de drang om, ten koste van zowat alles, nooit te verliezen hem heeft gekost. Wenger constateert dat hij zijn gezin door dat voetbal jarenlang heeft verwaarloosd. ‘Dat probeer ik nu te repareren’, lacht hij verontschuldigend in een film die hem als een sieraad van zijn sport nog eens netjes probeert op te poetsen.

Kroniek Van Een Moderne Koning

Human

Zijn koninklijk paleis staat midden in de Bijlmer. Koning Nyanin, leider van de Ghanese Ashanti-gemeenschap in Nederland, wordt alleen niet door al zijn landgenoten geaccepteerd. Er is ook nog een koningin: Ama Serwaa Nyarko. Haar vader droeg ooit de Gouden Zetel der Ashanti’s op zijn rug. En zij wordt nu gesteund door de Opperkoning in het Ghanese Manhyia-paleis.

In totaal wonen er ruim 25.000 Ghanezen in ons land. Zij raken in Kroniek Van Een Moderne Koning (50 min.) verwikkeld in een soort Afrikaanse variant op Game Of Thrones. In hartje Amsterdam proberen de twee rivalen op alle mogelijke manieren hun eigen positie te versterken. Dit gaat natuurlijk niet gepaard met moord en doodslag, maar wel met veel borstklopperij, gekonkel en uiterlijk vertoon.

Zo organiseert Nyanin bijvoorbeeld een durbar, een groots opgezet traditioneel evenement, waar ook een delegatie uit het moederland wordt verwelkomd. ‘Zij claimen de titel’, reageert de rechterhand en woordvoerder van de koningin verontwaardigd in deze boeiende film van Kees-Jan Husselman. ‘Maar wij zijn de uitverkorenen.’ Hoog tijd dus om Ama Serwaa’s connecties in Ghana aan te halen. 

Husselman tekent alle verwikkelingen van binnenuit op en zorgt als verteller op nuchtere toon voor context. Op die manier documenteert hij een bijzonder bloemrijke cultuur – waarvan de expressieve uitvaartrituelen eerder al waren te zien in Paul Sin Nam Rigters documentaire Dood In De Bijlmer – die ook in den vreemde met veel pracht en praal wordt uitgedragen.

Mijn God, Wat Hebben We Gedaan?

VPRO

Elke drie jaar is er een reünie van de mannen van het ‘509th’. In tegenstelling tot wat er soms is beweerd lijken ze niet te worden geteisterd door verpletterende schuldgevoelens en hebben ze ook geen last van gruwelijke lichamelijke plagen. Zij maakten die ene kolossale gebeurtenis op 6 augustus 1945 mogelijk: de atoombom op Hiroshima. Tijdens hun gezamenlijke bijeenkomst bekijken ze beelden van hun historische werk terug. Trots, zo lijkt het.

Toch is het opvallend dat enkele sleutelfiguren – gezagvoerder Paul Tibbets, bommenrichter Thomas Ferebee en copiloot Robert Lewis – ontbreken op de reünie, constateert de Nederlandse filmmaker Roelof Kiers in de documentaire Mijn God, Wat Hebben We Gedaan? (71 min.) uit 1981. En tussen die mannen is er ook nog eens kinnesinne. Over de naam van het B-29 vliegtuig bijvoorbeeld – Enola Gay, vernoemd naar Tibbets’ moeder – en wie dat nu echt zou hebben gevlogen.

Kiers laat zijn camera dwalen over het beruchte toestel, dat op de reünie dienst doet als nostalgisch decorstuk voor foto’s van de aanwezige veteranen. Hij reconstrueert met hen de beruchte vlucht die het einde van de Tweede Wereldoorlog zou inluiden. Radarspecialist Jacob Beser deed op weg naar het doelwit nog lekker een tukje, vertelt hij. De anderen hadden er lol in om hem wakker te maken. De sfeer aan boord was duidelijk ontspannen. Tot het moment suprême aanbrak.

‘En toen drukte u op een knop’, zegt Kiers tegen bommenrichter Thomas Ferebee. ‘Niet echt op een knop, maar ik liet de bom los, ja’, antwoordt die 35 jaar later zonder ook maar een spoor van emotie. Daarna keerden ze om, herinnert hij zich. ‘Tegen die tijd was de paddenstoel al tot onze hoogte gestegen’, klinkt het nog altijd buitengewoon nuchter. ‘Dus we vlogen erlangs en keken ernaar en zetten koers naar huis.’

En daar leefden ze – is nu heel verleidelijk om te zeggen – nog lang en gelukkig. Toch is dat niet eens zo ver bezijden de waarheid. Dat is wellicht ook het meest schokkende aan deze boeiende interviewfilm: ook al lieten ze uiteindelijk een kleine 150.000 doden achter in Hiroshima – en drie dagen later nog eens 40.000 in Nagasaki – tot wroeging leidde dat nauwelijks bij de mannen van het 509th. Ze deden gewoon, zoals dat dan heet, hun plicht.

Mijn God, Wat Hebben We Gedaan? is hier te bekijken.

La Otra Copa

IDFA

Hartstochtelijk zingen de Argentijnen mee tijdens het volkslied. De weg naar het WK voetbal was lang voor hen. Drie maanden hebben ze zich voorbereid. Ze begonnen in het voorjaar van 2004 met een flink aantal gegadigden. Na een strenge selectie bleven er acht spelers over. Die mochten naar het toernooi in Zweden. Waar dat lag? Geen idee. De meesten van hen hadden nog nooit in een vliegtuig gezeten. En nu staan ze zowaar tegenover de vertegenwoordigers van een ander land, Namibië. Voor een stevig potje vier tegen vier.

De twee teams strijden om La Otra Copa (Engelse titel: The Other Cup, 90 min.), de wereldbeker voor daklozen. Regisseur Damián Cukierkorn is daarvoor aangesloten bij het Argentijnse team, dat bestaat uit verkopers van de daklozenkrant Hecho en Buenos Aires. Want die voorbereidingsperiode was in wezen natuurlijk een verkapte behandeling. De deelnemers stelden zichzelf een concreet doel, werden daarbij begeleid door professionals en moesten bovendien, om topfit aan de aftrap te kunnen verschijnen, slechte leefgewoonten afzweren.

De aanloop naar het wereldkampioenschap was nochtans pittig. De Argentijnse organisatie kampte met geldtekort, op het allerlaatste moment moesten er drie kandidaten afvallen en voor de uitverkorenen diende er ook nog een paspoort te worden geregeld. Dat leek een formaliteit. Eenmaal in Europa hebben sommige spelers echter het gevoel dat ze op een schoolreisje zijn, waarbij ze in Cukierkorn een trouwe bondgenoot vinden. Hij helpt hen bijvoorbeeld met Engelse zinnetjes als ze aantrekkelijke meisjes hebben ontmoet, zoals: ‘I like your smile.’ Basisspeler Omar Paz heeft echter snode plannen. ‘I want have sex with you’, oefent hij met een brede glimlach.

Voor even vergeten de spelers aan de andere kant van de wereld wie en wat ze ‘thuis’ waren: dakloos. Dit toernooi draait voor hen eerst en vooral om zelfrespect en waardigheid. ‘Daklozen over de hele wereld voelen zich buitengesloten en niet gewenst’, stelt Mel Young, de organisator van het WK. ‘Dat is een belangrijke psychologische factor.’ De mensen die doorgaans van de straten worden geveegd als er een internationaal evenement op komst is, krijgen nu voor één keer het podium en worden gezien voor wie ze zijn: gewone mensen die ook ongegeneerd kunnen stralen. En dat is een aardigheid om te zien, in deze zwaar ontwapenende film.

The Conquest Of Everest

Waarom moet iemand de Everest beklimmen? ‘Omdat hij er is’, antwoordde de vermaarde Britse klimmer George Mallory ooit in stijl. Samen met Andrew Irvine zou hij de berg in 1924 proberen te bedwingen. Tevergeefs. Geen van beiden kwam terug. Het zou nog bijna dertig jaar duren voordat een expeditie, bij de elfde poging, daadwerkelijk de top bereikte. Op 29 mei 1953 plantte (Sir) Edmund Hillary, terzijde gestaan door de sherpa Tenzing Norgay, zijn vlag op de bergtop. ‘De top van de wereld was bereikt.’

Waar hedendaagse klimdocu’s zoals Free SoloThe Alpinist of 14 Peaks: Nothing Is Impossible zich vooral richten op zulke glorieuze verrichtingen van een select groepje alpinisten en de ontberingen die zij daarbij moeten doorstaan, benadert de klassieker The Conquest Of Everest (75 min.) deze beklimming van de hoogste berg ter wereld, op de grens van Tibet en Nepal, eerder als een groepsprestatie, met tevens aandacht voor de antropologische en wetenschappelijke dimensies ervan.

Regisseur George Lowe had destijds natuurlijk ook geen drones, minieme cameraatjes of mobiele geluidsapparatuur tot zijn beschikking om elke stap omhoog tot in ijzingwekkend detail te vereeuwigen. Hoewel zijn documentaire uit 1953 daardoor qua spanning en dramatiek nooit kan wedijveren met hedendaagse topfilms, lukt het hem wel degelijk om het hachelijke karakter van de onderneming over het voetlicht te brengen – en wat er toentertijd allemaal nodig was om zo’n expeditie op te zetten.

Cameraman Tom Stobart, die zijn ongetwijfeld loodzware apparatuur ook mee naar boven moest zeulen, verricht daarbij fabuleus werk. Verteller Meredith Edwards krijgt tevens een sleutelrol toebedeeld. Hij voorziet de gebeurtenissen in het hooggebergte voortdurend van duiding, drama en achtergrondinformatie. En de alomtegenwoordige klassieke muziek maskeert tenslotte effectief dat de activiteiten van de helden ter plaatse zonder audio zijn vastgelegd. De film won niet voor niets een BAFTA en werd genomineerd voor een Oscar.

Enkele dagen na de verovering van Mount Everest werd overigens, om het Britse feest helemaal compleet te maken, Elizabeth tot koningin van het Verenigd Koninkrijk gekroond. Het waren de dagen van Brittannia rules the waves – ook al was het dan via een Nieuw-Zeelander (Hillary) en kind van de Himalaya (Norgay).

Voorgoed Samen

KRO-NCRV

‘Met Wim? Je spreekt met Loes. Ik wou je even iets vertellen. Nou, ik wou je even vertellen dat wij volgend jaar niet zullen halen. Allebei niet. Dan weet je dat vast. Als je vandaag of morgen een rouwkaart krijgt, dan weet je dat het voor ons allebei geldt. Monique is aan het dementeren en ik ben heel zwak. Zo zwak dat ik niet alleen kan blijven leven als zij doodgaat. Dus we krijgen samen euthanasie. Ergens in december.’

Voorgoed Samen (53 min.) valt gelijk met de deur in huis. Binnen twee minuten zijn de hoofdpersonages, de geliefden Loes (88) en Monique (74), geïntroduceerd en staat ook de afloop van de film, hún afloop, al min of meer vast. De dood mag hén dus niet scheiden. ‘Omdat ze zo in liefde geleefd hebben, is het natuurlijk prachtig als je ook in liefde kunt sterven’, zegt hun vriendin Sanna, die de twee leerde kennen als collega bij de Bijenkorf.

Alleen moeten doorleven zou voor hen allebei ondraaglijk lijden inhouden, stellen Loes en Monique in deze docu van Nousjka Thomas. Hun huisarts vertelt de twee echter dat ze het toch wel heel lastig vindt dat hun vragen zo met elkaar verweven zijn. De vrouwen zijn desondanks overtuigd van hun keuze en leggen contact met de Levenseindekliniek. Vastberaden sturen ze, ondersteund door enkele vrienden, aan op een gezamenlijk einde.

Via het onafscheidelijke duo maakt deze doeltreffende tv-film inzichtelijk hoe het gaat als twee mensen de droom van sommige koppels, samen leven én sterven, proberen te verwezenlijken. Ze stappen een zeer intiem proces binnen dat vraagt om doorzettingsvermogen, moed en onvoorwaardelijke liefde. Loes en Monique durven dat én kunnen dat samen ook aan. Voorgoed Samen wordt zo een onverhuld pleidooi voor het recht om samen menswaardig te kunnen sterven.

Mamacita

wiserwithage.com

Toen hij vanuit Mexico naar Europa vertrok om film te gaan studeren, moest José Pablo Estrada Torrescano beloven dat hij ooit een film over haar zou maken. De jongen heeft geen idee waarom zijn oma dat wil, maar weet wél waarom hij zelf toehapte. Er is maar één persoon de baas in zijn familie: Mamacita (75 min.). Zij kan hem vast ook alles vertellen over zijn moeder. José Pablo was slechts dertien jaar oud toen zij overleed en voelde zich toen in de steek gelaten door de rest van z’n familie.

Als hij grootmoeder nu vanuit zijn huidige woonplaats Düsseldorf opbelt in haar imposante villa in Mexico-Stad, vraagt hij het nog maar eens een keer: waarom is het zo belangrijk dat ik een film over jouw leven maak? ‘Een film over mijn leven is belangrijk, jongeheer, omdat je dan een vrouw ziet die zoveel heeft geleden als kind dat ze wel moest slagen in het leven’, antwoordt zij met trillende stem. ‘Begrijp je dat? Zij móest wel slagen.’

María del Carmen Torrescano groeide op in een getroebleerd aristocratisch gezin, bracht vervolgens zelf acht kinderen groot en bouwde ondertussen een schoonheidsimperium op, waarmee ze Mexicaanse vrouwen probeerde te overtuigen van de zegeningen van afvallen, massage en plastische chirurgie. Tijdens de gesprekken met haar kleinzoon komt er nogal wat oud leed boven bij de flamboyante, trotse en dominante vrouw, die eigenlijk geen tegenspraak duldt.

Een voorzichtig kritische vraag ziet grootmoeder al snel als een persoonlijke aanval. Dan trekt ze haar pantser op of reageert zich af op één van haar vaste bedienden. Pas als José Pablo voor de wat opgelegde slotscène van deze egodocumentaire uit 2018 een theatrale truc uithaalt, breekt Mamacita te langen leste en rest van de ijdele 95-jarige matrone even slechts een breekbare oude vrouw. En dan moet ze de film over haar eigen leven nog bekijken.

The Alpinist

Piece Of Magic

Solo-alpinisme is volgens kenners de meest pure en avontuurlijke vorm van klimmen. Het is ook de dodelijkste vorm. ‘Zo’n beetje de helft van alle bekendste soloklimmers is in de bergen gestorven’, zegt de befaamde Italiaanse alpinist Reinhold Messner. ‘Dat is tragisch en moeilijk te verdedigen. Maar het hoort bij het idee: als je een avontuur aangaat, zijn moeilijkheden en gevaar nodig. Als de dood niet tot de mogelijkheden zou behoren, dan stelt de klim overleven ook niets voor.’

Hoe gevaarlijk het ook wordt, er zijn altijd waaghalzen te vinden met voldoende bewijsdrang en doodsverachting om de uitdaging tóch aan te gaan – en documentairemakers om de ijzingwekkende onderneming vervolgens met tal van camera’s te vereeuwigen. Zoals de 23-jarige Canadees Marc-André Leclerc, alias The Alpinist (92 min.), en de man die hem met zijn apparatuur op de huid zit en de halsbrekende toeren zo nu en dan ook van commentaar voorziet, Peter Mortimer (eerder al verantwoordelijk voor de enerverende klimfilm The Dawn Wall).

Leclerc is een free solo-klimmer. Hij probeert de hoogste toppen te bestijgen, zonder enige vorm van zekering. Een beetje documentairekijker kijkt daar sinds Free Solo niet meer van op. Been there, done that. Op het beeldscherm, tenminste. En dan mengt de hoofdrolspeler van die Oscar-winnende documentaire uit 2018 zich hoogstpersoonlijk in de strijd. ‘Mensen denken dat het free solo-klimmen zoals ik dat doe gekkenwerk is’, zegt Alex Honnold. ‘Maar ik werk met rotsen. Dat is in veel opzichten veilig. Het materiaal is superrobuust. En dan zie ik Marc-André free solo-klimmen op ijs en sneeuw….’

IJs en sneeuw hebben namelijk één kenmerkende eigenschap: ze zijn onderhevig aan de omstandigheden en daardoor totaal onbetrouwbaar. Ideaal terrein dus voor een onverbeterlijke durfal, ooit gediagnosticeerd met ADHD, die de drang heeft om zijn eigen grenzen te blijven verleggen. Leclerc is alleen geen fan van cameraploegen. Dan is het tenslotte niet meer echt vrij en solo. Voor Mortimer en zijn coregisseur Nick Rosen is dat een flinke uitdaging als hun protagonist, die volgens kenners de grenzen van alpinisme flink aan het oprekken is, zich opmaakt voor zijn grootste uitdaging tot dan toe: Torre Egger, een ontzagwekkende bergtop in Argentinië, die hij ook nog in hartje winter wil gaan beklimmen.

The Alpinist volgt daarmee trouw het stramien van dit soort heroïsche klimdocu’s, waarbij de held met wie je je gaandeweg steeds meer hebt kunnen identificeren uiteindelijk alles in de waagschaal stelt, inclusief de liefde van zijn bewonderende vriendin, om een bovenmenselijke prestatie te verrichten, die dan tevens dienst doet als de grandioze apotheose van de film. En zo had het nu inderdaad ook kunnen uitpakken… Het lot beslist alleen anders, zet de vertelling danig op z’n kop en zorgt ervoor dat ook deze nieuwe free solo-docu er weer behoorlijk inhakt.

Phat Tuesdays: The Era Of Hip Hop Comedy

Prime Video

In de nasleep van de Rodney King-rellen in Los Angeles startte Guy Torry begin jaren negentig een speciale avond met louter zwarte comedians in The Comedy Story. Dat podium zou een springplank worden voor een nieuwe generatie Afro Amerikaanse stemmen, zoals Martin Lawrence, Chris Tucker en Kevin Hart.

In de driedelige serie Phat Tuesdays: The Era Of Hip Hop Comedy (158 min.) kijkt Reginald Hudlin met de fine fleur van de Amerikaanse stand-upcomedy terug op die glorieperiode. ‘Guy stuurde een groep jonge, zwarte professionals aan’, vertelt comedian Dave Chappelle bijvoorbeeld. ‘Er zaten wat gangsterrappers bij, maar het was een eclectisch gezelschap. Zoals het leven van zwarte Amerikanen ook divers is. Het was geen eenheidsworst. De één was naar Harvard geweest, een ander naar de gevangenis.’

Phat Tuesday was voor hen een vuurdoop, vertellen entertainers als Steve Harvey, Tiffany Haddish, Cedric The Entertainer, Snoop Dogg en Regina King. Want Will Smith, Magic Johnson of Prince konden zomaar in de zaal zitten. En een zwart publiek is sowieso geen gedwee publiek. Een beleefd applaus hoef je als halfbakken grappenmaker niet te verwachten. Als het hen niet bevalt, laten ze dit op niet mis te verstane wijze merken. Ze beginnen misprijzend te kijken, draaien zich demonstratief van je af of roepen iets in de trant van: ‘Heb je ook nog wat leuks, gast?’

In de kantlijn worden er af en toe ook min of meer serieuze thema’s behandeld – seksisme, transcomedians en ‘bomben’, de plank helemaal misslaan, bijvoorbeeld – maar deze miniserie is eerst en vooral een ongegeneerde viering van de zwarte humor. Met veel sterke verhalen, popi jopi-gedrag en snelle grappen.

Door De Bomen

marliessteenge.com

Als peuter stond hij erop dat zijn ouders hem de Latijnse namen van bloemen vertelden. Anders kreeg Tim van Eede een driftbui. In de kleuterklas voorzag het jongetje niet veel later toch wel een probleem met zijn juf over Pasen: zij geloofde in God, terwijl hijzelf toch echt de evolutietheorie aanhing. Rond diezelfde leeftijd begon Tim thuis ook al, eerst stiekem, in de Harry Potter-boeken te lezen.

Intussen liep hij helemaal vast op school. Zijn hoogbegaafdheid dreigde daar een handicap te worden. In groep 4 kwam Tim voor het eerst thuis te zitten. ‘Op een ochtend vroeg hij: waarom breng je mij nog naar school, want je weet toch wel dat ik daar heel ongelukkig word?’ herinnert zijn moeder Liane zich geëmotioneerd. ‘Toen was-ie echt nog heel klein en zette hij ook zijn voeten tegen de deurpost. Ik moest hem echt naar binnen sleuren.’

Inmiddels is Tim van Eede zeventien en diverse ‘bore-outs’ verder. Marlies Smeenge portretteert hem in Door De Bomen (25 min.) als hij zichzelf terug heeft gevonden door te bushcraften in de natuur. Tim gaat ook weer studeren. Aan de Mandeville Academy, volgens dagelijks leider Harry Veenendaal ‘de meest elitaire school van Nederland’. Op dit speciale internaat voor hoogbegaafden krijgen de jongeren – jongens – klassiek onderwijs, maar wordt er ook gewerkt aan hun zelfvertrouwen en bildung.

Via Tim en zijn studiegenoten zoomt Smeenge in op de naar schatting 15.000 tot 20.000 Nederlandse kinderen die, bijvoorbeeld vanwege hoogbegaafdheid, niet naar school gaan. Net als Tim gedijen zij bij een aanpak die recht doet aan hun intellect en oog heeft voor hun individuele persoonlijkheid.

Torn

Disney+

Heb jij kínderen? De andere klimmers konden het nauwelijks geloven. Daarvoor moest je toch een verantwoordelijk leven leiden? En dat leek lastig te verenigen met het bedwingen van de hoogste bergtoppen van de wereld. Toch was dat precies wat Alex Lowe deed. Samen met zijn vaste partner Conrad Anker behoorde hij zelfs tot de absolute wereldtop. Tot die ene fatale dag in Tibet, 5 oktober 1999.

Ruim twintig jaar later kijkt zijn oudste zoon Max Lowe, die tien was toen Alex plotseling verdween, samen met zijn moeder Jennifer en jongere broers Sam en Isaac terug op het leven van zijn illustere vader. Waarbij onvermijdelijk de vraag opspeelt of dat klimmen nu werkelijk belangrijker was dan zijn gezin? En hoe nabestaanden vervolgens moeten omgaan met het antwoord op die vraag?

Max bekijkt in Torn (92 min.) beelden van de laatste expeditie van de man waaraan hij en zijn broers slechts beperkt herinneringen hebben. Hij vraagt zijn maat Conrad bovendien om te vertellen wat hij nog weet van die tragische trip, toen ze werden overvallen door een helse lawine. Wat ging er in zijn vader om tijdens de laatste dagen en uren van zijn leven? Dacht hij nog aan hen?

Max Lowe’s persoonlijke zoektocht brengt hem in de tweede helft van deze intieme, intense en erg ontroerende film op precair terrein, als hij exploreert hoe zijn familie omgaat met wat zijn vader heeft achtergelaten. Welke plek kan Alex nog spelen in het leven dat voor hen gewoon verder gaat? En kan iemand ooit de plek innemen van deze geïdealiseerde ouder, die elke dag meer op ‘Superman’ begint te lijken?

Voor de emotionele afwikkeling van dat zeer persoonlijke proces begeven Max Lowe en zijn familie zich naar de plek waar alles begon en eindigde: Shishapangma in Tibet. Daar kunnen ze afscheid nemen van de man die al ruim twintig jaar over hun schouder meekijkt terwijl zij er samen, in zijn geest, het beste van proberen te maken.

Vier Vrienden Op Een Platte Aarde

Human

Het had zomaar een willekeurige trip nostalgia kunnen zijn. Van vier gezworen vrienden, die oude glorie laten herleven tijdens een tripje naar Frankrijk. De akoestische gitaar is er, het kampvuur en vast ook een drankje. En dan komen de verhalen vanzelf. Deze vier mannen zijn echter niet zomaar met hun camper naar het buitenland vertrokken. Ze hebben een missie: aantonen dat onze aarde helemaal niet rond is.

Met een speciaal aangekocht laserapparaat gaan ze hun gelijk bewijzen. Ze zijn overigens niet allemaal even overtuigd van het welslagen van de onderneming, deze Vier Vrienden Op Een Platte Aarde (27 min.). In hun midden speelt zich af wat zich in heel Nederland, de wereld zelfs, lijkt te voltrekken: verschillende percepties van de wereld kunnen zomaar tot een scheiding der geesten leiden.

Hoewel het woord ‘Corona’ helemaal niet valt, is het niet moeilijk om in deze korte film van de jonge documentairemaker Tim Bary (Wognum/Dunya) parallellen te vinden met de felle discussies die er momenteel worden gevoerd over de pandemie. De toonzetting tussen deze mannen blijft alleen te allen tijde vriendschappelijk. Verbinding is voor hen duidelijk belangrijker dan het halen van het eigen gelijk.

Bary benadert de mannen bovendien respectvol en probeert hen niet weg te zetten als een doorgedraaide dependance van The Flat Earth Society. Hij legt hun tocht uiterst sfeervol vast en stevent uiteindelijk koersvast af op het moment suprême als die laserstraal duidelijkheid moet brengen over de vorm van de aarde. Wat volgt? Een opzienbarende ontdekking, een verpletterende deceptie of…?

The Tinder Swindler

Netflix

Hij had alleen zijn witte paard thuisgelaten. Thuis, in wat een hele collectie huizen moest zijn, beschikte hij waarschijnlijk over een hele stal. Die kon hij natuurlijk niet meenemen naar het luxueuze Londense Four Seasons Hotel. En in zijn privéjet was vanzelfsprekend ook geen ruimte. Wel voor haar, natuurlijk. De Noorse blondine die naar rechts had geswipet. Binnen enkele uren na hun eerste kop koffie vlogen ze samen naar Bulgarije. De vonken vlogen er inmiddels ook vanaf. En er was champagne en kaviaar. Na zo’n duizend Tinder-matches moest dit hem dan toch echt zijn voor Cecilie Fjellhøy: Simon Leviev, erfgenaam van een diamantimperium.

De ‘prins’ was alleen – u vermoedde het vast al – geen man om op één (wit) paard te wedden. Geen handvol prinsesjes zogezegd, maar een landvol. Sterker: een hele wereld. Stuk voor stuk slechts een privévlucht weg. En het was ook wel handig als die meiskes – in The Tinder Swindler (114 min.) leren we tevens Pernilla Sjöholm en de Nederlandse Ayleen Charlotte kennen – enig eigen vermogen hebben. Of bereid zijn om wat cash te lenen. En om dat hoogstpersoonlijk te komen afleveren, in Amsterdam bijvoorbeeld. Waar hij, het prinsje, natuurlijk thuis was. Net als in de rest van de wereld. Want die is van mensen zoals hij. Of gewoon van hem. Al zit hij nu dus even krap bij kas.

U denkt op dit moment vast: wat bezielt deze dames van het goede leven? Zien ze nu echt niet dat hij hen, prinsheerlijk natuurlijk, een loer aan het draaien is? Of bevinden ze zich in gedachten werkelijk in de Hollywood-romance die regisseur Felicity Morris met speelfilmfragmenten en zoete muziek rondom hen heeft opgetrokken? Een idylle die allang bezig is om een nachtmerrie te worden, zoals dat gaat in thrillers uit Tinseltown, zelfs als ze zich in ‘real life’ afspelen. Met een casanova die een doortrapte schurk blijkt. Een Love Fraud, juist. Of de Tinder-evenknie van The Puppet Master. Zo’n man waar je bijna een hele film lang achteraan kunt zitten. Tevergeefs. In elk geval tot de ontknoping.

Bent u nog wel bij de les, beste kijker/lezer? De jacht op de prins – of darkness, zou iemand met minder smaak nu gegrapt hebben – wordt dus onvervaard ingezet. Met de camera erbij. Lekker kijkvoer, hoor. Als je houdt van fastfood-docu’s. Hap-slik-weg! Voor wie na twee uur nog niet genoeg heeft is er zelfs een podcast. Over – dat moge duidelijk zijn – een héél fout ventje. Waar je intussen alles van weet en nog steeds weinig van begrijpt. Daarin lijkt ook niemand écht geïnteresseerd. Zelfs de filmmaakster niet. Hij mag van haar een ééndimensionale oplichter blijven. Net als z’n slachtoffers. Morris wil vooral een spannend verhaal vertellen. En dat is nog best goed gelukt ook.

Met dank aan ‘de vrouw(en) van zijn dromen’, Cecilie, Pernilla en Ayleen. Die met de gebakken peren zijn blijven zitten en er, hand op hart, nóóit meer intrappen.

Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Maryana

KRO-NCRV

Voor het raam van de rijtjeswoning in een klein Nederlands dorp hangt een regenboogvlag. De slaapkamer van Maryana is ongemoeid gelaten. Die ligt er als vanouds bij, alsof ze elk ogenblik weer tussen de knuffels in het bed kan kruipen of verlangend uit dat raam gaat staren, fantaserend over wat de toekomst zal brengen. De werkelijkheid is compleet anders en nauwelijks te bevatten: dat meisje leeft al meer dan een jaar niet meer. Op zaterdag 14 november 2020 maakte ze, slechts veertien jaar oud, een einde aan haar leven.

In het laatste voicemailberichtje dat Maryana achterliet, waarmee Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Maryana (48 min.) ook opent, klinkt niets door van de diepe wanhoop die ze moet hebben gevoeld. Ook in familiefilmpjes en -foto’s en haar eigen social mediaposts is een heel normaal meisje te zien. Leuk, knap en vol zelfvertrouwen. Toch ontving ze jarenlang nare berichten, waarvan er één steeds weer terugkeerde: jij hebt geen vrienden. En daar bleef het niet bij. Roddels over een Maryanavirus, stenen tegen het raam, openlijke bedreigingen. En de vraag die maar blijft nagalmen: ‘Waarom pleeg je geen zelfmoord?’

Met alle belangrijke mensen uit haar leven (moeder Corita, vader Ed, broer Damiam, oma Bets, familievriendin Caecilia, vriendinnen Rensia en Ine, buurmeisje Dylana, schoolvriendin Jinthe, oude juf Gabrielle en docent Engels Brendan) reconstrueert deze tv-docu het leven van een meisje dat lang niet altijd liet zien wat het (cyber)pesten bij haar aanrichtte. Die tragische geschiedenis wordt geïllustreerd met hoe de puber zichzelf, soms bedrieglijk zelfverzekerd, presenteerde op social media, haar favoriete muziek en de haatberichtjes die ze ontving. Totdat ze het echt niet meer kon verdragen.

Helaas is Maryana’s verhaal geen uitzondering. Elke week overlijdt er een Nederlandse tiener door zelfdoding, zegt Saskia Mérelle, senior onderzoeker bij 113 Zelfmoordpreventie. In die zin is er met de opkomst van social media ook wel echt iets veranderd. Oma Bets verwoordt het treffend: waar kinderen vroeger thuis vaak nog veilig waren voor pesters, hebben ze nu echt ‘geen veilige haven’ meer. Behalve een klein monumentje voor een verloren leven is Eindeloos Gepest dus vooral ook een indringende aansporing om pestgedrag en de gevolgen daarvan héél goed in de gaten te houden.

Becoming Al Pacino

NTR

Wat vertellen Michael Corleone, Frank Serpico, John Wojtowicz, Tony Montana en Frank Slade over Al Pacino? Behalve dat hij een begenadigde acteur is. In The Godfather, Serpico, Dog Day Afternoon, Scarface en Scent Of A Woman is Pacino als een vulkaan die elk moment kan uitbarsten. In het leven rondom die signatuurrollen moest hij dat innerlijke vuur op alle mogelijke manieren proberen te bedwingen. Drank, drugs en pillen werden zijn toevluchtsoord.

Regisseur Jean-Baptiste Péretié relateert dit in de geslaagde tv-docu Becoming Al Pacino (52 min.) aan zijn getroebleerde jeugd. Als kind van een alleenstaande Italiaans-Amerikaanse vrouw moest Pacino zich staande houden in het New Yorkse hellehol The Bronx. De jonge Al begon op zijn negende al te roken en drinken en rookte als dertienjarige voor het eerst marihuana. Zijn twee beste vrienden gingen ondertussen ten onder aan harddrugs.

Pacino werd gered, zo wil tenminste het (Hollywood-)verhaal, door het theater. Hij belandde halverwege de jaren zestig op de befaamde acteerschool van Lee Strasberg, ontdekte zichzelf als ‘method actor’ en werd vervolgens, samen met collega/vriend Robert de Niro, het gezicht van de eigenzinnige Amerikaanse film in de jaren zeventig. En toen, net op het moment dat Hollywood definitief koos voor blockbusters, kwam de man met de hamer tóch langs.

Nadat hij enkele jaren afstand had genomen van de filmwereld, maakte de acteur een vruchtbare rentree. Al borduurde hij toen nadrukkelijk voort, zo laat Péretié met een slimme montage van oude en nieuwe speelfilmfragmenten zien, op bewezen successen. Via een alwetende verteller, Sharon Mann, plaatst hij die terugkeer binnen het grotere verhaal van Pacino’s carrière, die hier met een collage van filmscènes, achter de schermen-beelden en oude interviews met de man zelf netjes in kaart wordt gebracht.

Forget Me Not

VPRO

Kun je je kind werkelijk uit liefde weggeven? vraagt Sun Hee Engelstoft zich af. Op de dag van haar geboorte is de maakster van de indringende documentaire Forget Me Not (86 min.) afgestaan door haar Koreaanse moeder. Ze weet nu welke achternaam die, en zij dus eigenlijk ook, heeft: Shin. Verder tast Sun Hee, die opgroeide in Denemarken, echter in het duister over haar persoon, situatie en beweegredenen.

Om via een omweg toch antwoord op haar vraag te krijgen, volgt Engelstoft enkele zwangere meisjes tijdens hun verblijf in Aesuhwon, een onafhankelijke opvang voor ongehuwde moeders op het Zuid-Koreaanse eiland Jeju. Soms sluiten daarbij ook hun vriend(je) en/of ouders aan. En die spreken vanzelfsprekend een woordje mee als de jonge vrouwen een ingrijpende levenskeuze moeten maken: houden of niet?

De 21-jarige Jiin was bijvoorbeeld vast van plan om afscheid te nemen van haar dochter. En toen zag ze haar gezichtje en lukte dat niet meer. Toch is de twijfel sindsdien niet verdwenen. ‘Ik weet niet wat ik moet doen met dit kind’, zegt ze vertwijfeld, terwijl de baby op haar arm ligt te slapen. ‘Ze zou een beter leven kunnen hebben bij een ander.’ Een gedachte die bij meer vrouwen in Aesuhwon blijkt te leven.

‘Ben je blij dat je bent geadopteerd?’ vragen de veelal geanonimiseerde meisjes aan Sun Hee. Zij is immers naar een betere plek gegaan, een leven vol misère is haar bespaard gebleven. Volgens de documentairemaakster vergeten ze dat zij haar moeder is verloren. Sun Hee herkent zichzelf in de baby’s in het opvanghuis, vertelt ze in de voice-over waarmee ze de verschillende verhaalelementen verbindt.

Haar eigen adoptieverhaal wordt zo subtiel verweven met het emotionele proces dat de jonge vrouwen voor en na hun bevalling doormaken. Ze kunnen het opvanghuis verlaten als ouder (of, als een enkele goedbedoelende grootouder zijn zin krijgt, als zus). Of glashard ontkennen dat ze ooit in Aesuhwon zijn geweest. Sun Hee staat daarbij aan de zijlijn, maar voelt zich vanuit haar eigen positie duidelijk zeer betrokken.

‘Mam, ik denk dat ik me jou nu een beetje beter kan voorstellen’, concludeert de filmmaakster als ze het Zuid-Koreaanse eiland zelf weer verlaat. Haar moeder en zij zijn voor altijd met elkaar verbonden door één en hetzelfde leed.

Janet Jackson.

Videoland / Lifetime

De vraag blijft ruim anderhalf uur boven de markt hangen: gaat ze nog iets zeggen over de beschuldigingen tegen Michael?

Want Janet Jackson mag dan op eigen kracht een popster zijn geworden en haar privéleven tot dusver bovendien zorgvuldig hebben afgeschermd, maar ook deze film over haar kan natuurlijk niet om haar oudere broer ‘Mike’ heen, ofwel ‘The King Of Pop’ Michael Jackson (1958-2009). Zeker sinds die, in de spraakmakende documentaire Leaving Neverland (2019), opnieuw publiekelijk is beschuldigd van seksueel misbruik van kinderen.

In de vierdelige serie – let op de demonstratieve punt: – Janet Jackson. (167 min.), zet Janet met haar moeder Katherine, zus Rebbie en broers Tito en Gary haar verhaal goed in de verf. Regisseur Benjamin Hirsch start daarvoor bij de opkomst van The Jackson 5/The Jacksons, de immens succesvolle popgroep rond haar oudere broers, en schetst vervolgens Janets solocarrière die daar logisch uit voortvloeit en in eerste instantie maar moeilijk op gang komt. Alle Jackson-kinderen zitten dan nog volledig onder de knoet bij vader Joe, een man met een ijzeren wil en losse handjes.

Om zich van die overheersende ouder bevrijden stapt ze een toxische relatie in met zanger James DeBarge, die angstvallig zijn drugsprobleem verborgen probeert te houden voor haar. Als ze zich ook van hem heeft losgemaakt, vindt Janet eindelijk haar eigen stem. Halverwege de jaren tachtig wordt ook zij een absolute wereldster. Toch blijft er voortdurend die vergelijking met Michael, de oudere broer met wie ze vroeger zo close was. Ten tijde van zijn killeralbum Thriller (1982), nog altijd de best verkochte plaat aller tijden, lijkt ze hem echter helemaal te zijn kwijtgeraakt.

Daar zit ook het verhaal van dit geautoriseerde portret. Niet bij Jacksons artistieke volwassenwording (geschetst met haar producers, choreografen en medespelers in films en series) enkele hardnekkige geruchten die nodig moeten worden ontzenuwd (zoals het kind dat ze in stilte zou hebben afgestaan of dat Nipplegate een ordinaire publiciteitsstunt was) en de obligate quotejes van medebekendheden (Mariah Carey, Questlove?, Whoopi Goldberg, Norman Lear, Missy Elliott en Samuel L. Jackson). Daar zou Janet Jackson, met die punt er dus achter, ook wel zonder kunnen.

De meerwaarde van deze serie, gefilmd over een periode van vijf jaar, zit in de persoonlijke insteek: de inkijkjes bij de Jackson-familie, haar moeizame relatieleven en – vooral – de verhouding tot ‘Mike’, haar iconische broer die alsmaar vreemder gedrag begint te vertonen en steeds nadrukkelijker in verband wordt gebracht met pedofilie. Net als haar broers en zussen heeft de zangeres daar een duidelijke mening over, die ze uiteindelijk dus ook deelt met de buitenwereld.

Al te diep gaat Janet Jackson. uiteindelijk niet in op die bijzonder pijnlijke kwestie, waardoor de meeste vragen onbeantwoord blijven. Al snel roept de plicht weer: het vieren van de muziek en betekenis van de heldin zelf die – logisch en in dit specifieke geval toch frustrerend – op haar eigen merites beoordeeld wil worden.