Achter De Tralies Van De Tijd

Dalton / woensdag 23 september, om 21.25 uur, op Canvas

Ooit boezemden ze anderen waarschijnlijk angst in. En ze zijn vast ook bepaald niet voor niets gestraft. Inmiddels zouden de gedetineerden van zaal 1 van de Belgische gevangenis Merksplas echter gebaat zijn bij reguliere ouderenzorg. Op de slaapzaal verblijven 22 gedetineerden op leeftijd. Ze zijn dementerend, bedlegerig of hebben andere ernstige kwalen en leven noodgedwongen in ‘de vergeetput’, een omgeving die helemaal niet is toegerust op hun huidige noden.

Achter De Tralies Van De Tijd (87 min.) moeten zij afscheid van het leven nemen. Want in een rusthuis zijn ze niet welkom. ‘Men ziet vooral het dossier’, stelt gevangenisdirecteur Serge Rooman in deze schrijnende film van Stijn Geenen. ‘En niet de verouderde mens.’ Voor verpleegkundige Anneke en zorgkundige Koen lijken hun daden er dan weer nauwelijks toe te doen. Zij zien simpelweg een mens in nood – geen pedofiel of moordenaar – en verzorgen die met alles wat ze in zich hebben.

Het betrokken tweetal wordt in barre omstandigheden terzijde gestaan door de gedetineerde Michel, die zelf ook al behoorlijk op leeftijd is. Hij springt overal op de afdeling bij en heeft zichzelf inmiddels onmisbaar gemaakt. Koen beschouwt Michel zelfs als een echte collega. Zijn detentie zit er alleen, na drieënhalf jaar, bijna op. Hoe moeten ze zonder hem verder? Wat gaat er nu gebeuren? vraagt Koen zich af. Ook met Michel zelf. Redt hij zich buiten? En hoe dan?

Op zaal 1 kan hij echt iets betekenen, laat Geenen zien. Dat is ook bepaald niet slecht voor Michel zelf. Veel gedetineerden is het desondanks zwaar te moede, zoveel wordt eveneens duidelijk uit dit sombere kijkje in hun bestaan. Hun levens lijken volledig uitzichtloos. Voor zelfmedelijden is geen ruimte in de gevangenis, vindt gedetineerde Bernard desondanks. ‘Je hebt iets gedaan, daarom moet je ervoor boeten ook.’ Ook hij vraagt zich evenwel af wanneer ze genoeg hebben geboet.

Alle direct betrokkenen realiseren zich dat er binnen de huidige omstandigheden geen sprake kan zijn van een ‘waardige detentie’. Achter De Tralies Van De Tijd werpt tegelijk de vraag op of er wel voldoende maatschappelijke bereidheid is om deze mannen, die door de buitenwacht nog altijd eerst en vooral worden aangemerkt als ‘dader’, te bezien als ouderen die een humane laatste levensfase verdienen.

Welded Together

Witfilm

Als haar halfzusje Amina, met een tutje in de mond, in slaap valt in de box, kan Katya haar blik nauwelijks losmaken van het kleine meisje. Amina is volledig aangewezen op haar als oudere zus. Hun moeder heeft zich weer eens verloren in drank. God weet waar ze is. Toen Katya’s vader overleed, was zij zelf nog maar zes. Haar moeder verdronk vervolgens haar verdriet en werd uit de ouderlijke macht gezet. En zij belandde als kind in een weeshuis, ergens in de voormalige Sovjet-republiek Belarus. 

De geschiedenis dreigt zich nu te herhalen, terwijl Katya net een eigen leven had opgebouwd als professioneel lasser. Als haar moeder, bij wie ze tegen beter weten in toch weer is ingetrokken, na een nacht aan de boemel niet komt opdagen, staat ze er helemaal alleen voor in hun schamele huurappartement in de Wit-Russische stad Brest. Kan ze Amina behoeden voor het leven dat ze zelf in haar maag gesplitst heeft gekregen? En lukt het intussen ook om de scheuren in haar eigen ziel te herstellen?

Regisseur Anastasiya Miroshnichenko vangt Katya’s gevoelsleven in lange close-ups, waarin zij, met de blik naar binnen, in het oneindige staart. Haar hele leven, ruim twintig jaar ploeteren, lijkt dan voor haar geestesoog te passeren. Tegelijkertijd noopt de realiteit van het hier en nu Katya in Welded Together (96 min.) om na te denken over hoe het verder moet. (Hoe) kan ze haar baan als lasser, de dagelijkse zorg voor haar zusje én het regelwerk om haar alcoholische moeder op het rechte pad te houden combineren?

Everything Will Be Fine, zingt de getormenteerde jonge vrouw, als ze even alles loslaat, enthousiast mee met de Oekraïense artiest Vjerka Serdjoetsjka. Het kost haar alleen moeite om die boodschap te verinnerlijken en een einde te maken aan de maalstroom van armoede en alcoholisme waarin ook zij dreigt te worden meegenomen. Niet in het minst omdat het kiezen voor zichzelf en haar liefde voor haar kleine zusje Amina ook een onmogelijke keuze veronderstelt. Trefzeker werkt Miroshnichenko daarnaartoe.

Welded Together groeit ondertussen uit tot een aangrijpend portret van een jonge vrouw, op handen gedragen door haar mannelijke collega’s en thuis veel te jong bedolven onder volwassen verantwoordelijkheden, die gevangen lijkt te zitten in typische Oostblok-tristesse.

No Baby On Board

Journeyman Pictures / Prime Video

Ze heeft er het geld niet voor, zegt ze tegen zichzelf. Ze is bovendien eigenlijk al te oud. En ze heeft slechte ervaringen met haar eigen familie. Genoeg redenen voor Julia Kots, die al even in de veertig is, om niet (meer) aan kinderen te beginnen. Ze heeft alleen nog wel veertien ingevroren eicellen. Net als het leeuwendeel van de Amerikaanse vrouwen die eitjes in bewaring hebben gegeven bij een cryobank gaat Julia daar nooit daadwerkelijk gebruik van maken. Kan ze ze niet gewoon doneren?

Die vraag is voor de documentairemaakster meteen een aardig startpunt om zich in No Baby On Board (79 min.) te buigen over de afwegingen van Amerikaanse vrouwen om wel of niet voor kinderen te kiezen. In 2035 zal volgens prognoses een kwart van hen geen baby meer ter wereld brengen. De redenen daarvoor zijn divers. Ze wilden van jongs af aan al geen kinderen. Het was hen helaas niet gegeven. Ze willen geen kind op deze wereld zetten. Of zoals Kots zelf: het kwam er door allerlei oorzaken nooit van.

In deze interessante documentaire, verrijkt met speelse animaties van David Makadi en een karrenvracht achtergrondinformatie, gaat ze in gesprek met gelijkgestemde vrouwen die niet zwanger willen (of kunnen) worden – en met haar eigen moeder, die van mening is dat ook het perspectief van vrouwen mét kinderen in de film hoort. Samen met hen beent Kots de overwegingen uit om wel/niet kinderen te nemen en de gevolgen op korte en lange termijn van die keuze, zowel op persoonlijk als maatschappelijk niveau.

De betaalbaarheid van het ouderschap passeert in deze film, die wel een wat breder palet aan vrouwenstemmen had kunnen gebruiken, regelmatig de revue als overweging. Kan ik me eigenlijk wel een kind veroorloven? vraagt niet alleen Julia Kots zelf zich af. Want dat schijnt in de Verenigde Staten, nog los van studiekosten, gemiddeld zo’n 300K te kosten. Enigszins jaloers kijkt ze dus naar landen als Zweden, Frankrijk en Nederland, waar een zorgverzekering, kinderopvang en betaald verlof wel collectief zijn geregeld.

Tussen alle gesprekken over het verwachtingspatroon waarmee vrouwen krijgen te maken, die eeuwige biologische klok en de al dan niet doorzettende overbevolking door, moet de filmmaakster ook nog bepalen wat er met haar ingevroren eicellen moet gebeuren: er een vrouw of stel met een kinderwens mee verblijden, doneren aan de wetenschap of toch… weggooien? Die keuze wordt nog eens gecompliceerd, zo wordt later pas duidelijk, door oud zeer waarmee Kots sinds haar tienerjaren rondloopt.

De keuze om (geen) ouder te worden – als die je überhaupt al is gegeven – laat zich nu eenmaal niet op puur rationele gronden verklaren.

Staat Van Verzorging

VPRO

Zij woont op Caeciliastraat 45a in Leiden, hij op 43a. Hun levens zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden geraakt. Zij, mevrouw Versteegen (65), verleent mantelzorg aan hem, meneer Neuteboom (89).

Hij wil absoluut niet naar een bejaardentehuis. Dan is ie naar zijn stellige overtuiging binnen veertien dagen dood. En dus heeft zij, na veertig jaar werken als werkster, inmiddels een dagtaak aan de dagelijkse zorg voor haar hoogbejaarde onderbuurman. Ze regelt ook een stok en looprek bij de kruisvereniging, plakt de banden van zijn rolstoel en blijkt zelfs bereid om samen met hem in een woning te trekken – ook om op de huurkosten te besparen.

In de Nederlandse documentaireklassieker Staat Van Verzorging (59 min.) van het duo Maarten Schmidt en Thomas Doebele uit 1987 worden de twee buren gevolgd terwijl ze samen het hoofd boven water proberen te houden en tegelijk een rondgang maken langs allerlei instanties, om steun of voorzieningen te verkrijgen. De broze charmeur op leeftijd en zijn jongere en ogenschijnlijk zeer onbaatzuchtige mantelzorger ogen als een geoliede machine.

Gaandeweg blijkt echter dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is tussen de twee buurtjes, die meteen de erbarmelijke stand van zaken in de Nederlandse verzorgingsstaat van de jaren tachtig representeren. Gewone mensen zoals zij proberen het leven te nemen zoals het komt. Zij, de archetypische oma met een hoofddoekje. En hij, de versleten man die wel eens een sigaartje te veel rookt en vast een leven lang roofbouw heeft gepleegd op zijn lijf.

De twee willen een andere woning, maar ervaren aan den lijve dat je in gelul, zoals het eikenhouten PvdA-icoon Jan Schaefer al zo treffend stelde, inderdaad niet kunt wonen. En in het NOS Journaal wordt hen, vanwege de Kernramp bij Tsjernobyl, ook nog eens afgeraden om spinazie te eten. Zo roept deze observerende film zonder opsmuk, alleen een stemmige soundtrack, een bedompt en grijsgrauw land op, dat van de ene naar de andere crisis strompelt.

Toen geluk nog vooral heel gewoon… leek.

Hoeksteen Van De Samenleving

BNNVARA / Frenkie Media / Tomtit Film

’Volgens de Emancipatiemonitor wil meer dan de helft van de heterostellen bij de komst van een kind zorg en werk gelijk verdelen’, stelt documentairemaker Juul Op den Kamp als verteller van haar documentaire Hoeksteen Van De Samenleving (61 min.). ‘Maar slechts negen procent slaagt daar daadwerkelijk in.’

‘Négen procent’, herhaalt schrijfster Anja Meulenbelt. ‘Na een halve eeuw feminisme!’ Alle reden om dat eens nader te onderzoeken. Daarvoor duikt Op den Kamp, aan de hand van fraai archiefmateriaal, eerst de geschiedenis in. Ze gaat terug naar de Industriële Revolutie, de tijd dat de splitsing tussen het privé- en het publieke domein ontstaat. Mannen gaan buitenshuis werken, vrouwen zorgen thuis voor het gezin. Dit wordt ook in de wet verankerd. De Wet handelingsonbekwaamheid zorgt er tot dik in de jaren vijftig voor dat vrouwen afhankelijk zijn van hun echtgenoot.

In de navolgende zeventig jaar is er weliswaar héél veel veranderd, maar binnen de zogeheten kerngezinnen ijlt het traditionele rollenpatroon van man en vrouw nog altijd flink na. Want Nederlandse vrouwen mogen dan hoger opgeleid zijn dan ooit, als het gaat om inkomen en macht hobbelen ze nog steeds achter het andere geslacht aan. Veertig procent van hen is financieel afhankelijk van hun partner, doceert Juul Op den Kamp in deze interessante interviewfilm. En bij vrouwen met een migratieachtergrond of in een lage sociale klasse ligt dat cijfer nog hoger.

In een ouderwetse keuken en traditionele huiskamer spreekt ze over de aanhoudende ongelijkheid in het Nederlandse gezin, waar de komst van kinderen nogal eens zorgt voor een stereotiepe rolverdeling, met vrouwen zoals oud-politicus Hedy d’Ancona, journalist Lynn Berger, historicus Lotte Houwink ten Cate, universitair docent dekoloniale studies Nawal Mustafa en econoom Sophie van Gool – en enkele mannen. Wat er binnen het gezin gebeurt, lijkt misschien een privéaangelegenheid, maar is in werkelijkheid een weerslag van maatschappelijke normen.

Achter de voordeur stoeien man en vooral vrouw, zeventig jaar na de afschaffing van de Wet handelingsonbekwaamheid, dus met ouderschapsverlof, babyboete, deeltijdklem, loonkloof en scheefgroei. Alsof de tijd, ondanks alle verworvenheden van het feminisme en de vrouwenemancipatie, toch een beetje stil heeft gestaan.

Trailer Hoeksteen Van de Samenleving

Fantastique

Gusto Entertainment

‘School is de toekomst, maar hier is ook een toekomst, snap je?’ houdt één van de andere acrobaten van het Amakounama Circus de tiener Fanta Turpin voor. ‘Wij zijn gestopt met school, maar dit is onze school. Zeg tegen je moeder dat ze je tijd moet geven om hier te trainen.’

Het veertienjarige meisje uit Guinee-Conakry in West-Afrika zou niets liever willen. Het is haar grote droom om met de andere acrobaten op tournee te gaan. Fanta’s moeder is alleen ziek. En als meisje, het eerste van de circusgroep, wordt zij geacht om voor haar te zorgen. Ze masseert haar moeder regelmatig. En die probeert zelf ook de onvermijdelijke pijn uit het lijf van haar dochter weg te masseren.

‘Je gaat al die pijn vergeten’, houdt ze Fanta dan liefdevol voor, in één van de vertrouwelijke gesprekken tussen ouder en kind, waarmee de Nederlandse regisseur Marjolijn Prins haar hybride coming of age-film Fantastique (70 min.) doorsnijdt. ‘Je moet moed houden, dat is het belangrijkste. Dit werk en deze pijn zijn twee kanten van dezelfde medaille. Je moet eerst afzien om te slagen.’

Tegenover de intieme scènes van Fanta met haar moeder staan de enerverende trainingen en performances van de Afrikaanse tiener met haar Amakounama-collega’s, die door Prins sfeervol en opwindend worden weergegeven. Daar voegt ze nog een aantal magisch-realistische sequenties aan toe, waarmee de binnenwereld van het lenige meisje, ook van geest, treffend in beeld wordt gebracht.

Terwijl het moment nadert waarop bekend wordt gemaakt welke acrobaten er mee mogen op tournee, begint Fanta steeds meer te twijfelen over welke plicht haar nu het hardst roept: de verantwoordelijkheden van het acrobatenleven of toch de zorgen thuis? Fantastique toont intussen overtuigend hoe zij als jonge vrouw steeds moet laveren tussen haar eigen dromen en de verwachtingen die aan haar worden gesteld.

Vonnis

VPRO

Als geestelijk verzorger wil humanist Jacob gedetineerden een veilige ruimte bieden. Om in de penitentiaire inrichting, een verder heel harde, masculiene en gesloten omgeving, even hun ware gezicht te kunnen laten zien – ook aan zichzelf. Dat gezicht kan film- en theatermaakster Zorba Huisman overigens niet laten zien in Vonnis (48 min.), haar documentaire over hoe je in de gevangenis en na een delict mens blijft of (weer) wordt.

Tijdens persoonlijke gesprekken en groepssessies laat ze dus Jacob en zijn islamitische collega, imam Omar, zien. Als spiegel van de ziel van die ander, een geanonimiseerde man met een delict op hun geweten. Die moet dealen met schuld, verantwoordelijkheid, berouw, eenzaamheid en vergeving. Buiten de gevangenismuren hebben Jacob en zijn vakbroeders zich ook tot zulke persoonlijke thema’s te verhouden.

Tussendoor deelt hij zijn eigen worsteling als vader. Net als sommige gedetineerden dreigde hij zijn kind kwijt te raken. Huisman gebruikt dit persoonlijke relaas, sfeervol en van zeer nabij opgetekend, als anker voor een verder best afstandelijk beeldverhaal, dat met een wirwar aan ontboezemingen, die lijken na te echoën in het hoofd van de geestelijk verzorgers, en een uitgesproken soundtrack wordt ingekleurd.

Jacob nodigt z’n gesprekspartners uit tot bezinning: wat betekent het voor mij om in detentie te zijn? ‘Wat ik gedaan heb, vind ik heel erg slecht’, zegt één van de gedetineerden treffend. ‘Ik weet van mezelf dat ik ook een heel goed mens kan zijn. Maar ik voel me nu geen goed mens.’ Jacob en zijn collega Omar helpen hem en zijn lotgenoten met het vinden van een weg door dat doolhof van gevoelens.

Hoe ga je om met wie je zelf denkt te zijn, wat je inmiddels op je kerfstok hebt en hoe de buitenwereld daarnaar en naar jou kijkt? Het zijn grote levensvragen die in Vonnis worden opgeworpen, zonder dat er direct een pasklaar antwoord komt. Als dit überhaupt al bestaat…

Southern Comfort

HBO

In het diepe Amerikaanse zuiden, het land van ‘good ol’ boys’, heeft documentairemaakster Kate Davis rond de eeuwwisseling een kleine en hechte transgemeenschap gevonden: Southern Comfort (88 min.). Samen houden ze zich staande in een omgeving, die doorgaans weinig op heeft met LHBTIQ+-ers.

De beminnelijke Robert Eads is de centrale figuur van dit kleurrijke gezelschap uit Toccoa, Georgia. Als Davis met ‘papa Robert’ begint te filmen, weet de transman dat ie nog maar kort heeft te leven. Hij heeft eierstokkanker. Het is een wrede grap, zegt Eads nuchter en met een kenmerkende ‘southern drawl’, dat mijn laatste vrouwelijke deel nu ook voor mijn dood zorgt.

Het duurde even voordat duidelijk werd wat er precies aan de hand was met hem. Een aantal artsen en ziekenhuizen in wat hij gekscherend – zonder dat ’t overigens grappig wordt – ‘KKK-gebied’ of ‘Bubbaland’ noemt, weigerden Robert Eads in eerste instantie te behandelen. De overwegingen van deze professionals leken het midden te houden tussen koudwatervrees en pure onwil.

De pijp rokende transman heeft inmiddels een relatie met de transvrouw Lola en bekommert zich als een vader om de transjongen Maxwell. Die onderhoudt geen contact meer met zijn biologische familie en heeft zo z’n eigen frustraties over de medische zorg die mensen zoals zij krijgen. Ze weigeren om hen compleet te maken, vindt Maxwell. Zodat zij zich écht man kunnen voelen.

Zo krijgen de leden van deze ‘gekozen familie’ regelmatig te maken met weerstand, vooroordelen én ongemak. Roberts vader, voor deze film geanonimiseerd, introduceert hem bij vreemden bijvoorbeeld als zijn neef. Hij haast zich vervolgens om te zeggen dat ie zich niet voor z’n kind schaamt. De buren hoeven alleen niet te weten dat Barbara inmiddels als Robert door het leven gaat.

Als hij jeugdfoto’s van zichzelf als meisje bekijkt, kan zijn zoon ‘t niet laten om dit grappend zijn travestieperiode te noemen. Hij herinnert zich ook nog goed hoe ie ‘als man’ zwanger was. En hoewel zijn inmiddels volwassen zoon hem graag wil accepteren, noemt die hem nog steeds ‘mom’. De enige die hem gewoon neemt zoals ie is, is Roberts driejarige kleinkind. Dat weet niet beter.

Binnen Southern Comfort is er een vergelijkbare veiligheid en vanzelfsprekendheid. Deze ‘familieleden’ vormen een hecht collectief. Met wijlen Robert Eads als eloquente vertolker van het recht om te zijn wie je bent en om lief te hebben wie je wilt – en om van te worden gehouden.

What Will I Become?

Deep Dive Films / Taskovski Films

De cijfers liggen er niet om: iets meer dan vijftig procent van de Amerikaanse jongeren die in transitie gaan van meisje naar jongen proberen volgens onderzoek op enig moment een einde aan hun leven te maken. Lexie Bean en Logan Rozos overleefden zelf ooit zo’n poging tot zelfdoding en exploreren de achterliggende problematiek nu in de documentaire What Will I Become? (88 min.).

Daarvoor verdiepen ze zich in twee transmannen die hun leven wél beëindigden. Van Blake Brockington (1996-2015) is een interview uit 2013 bewaard gebleven. Daarin vertelt hij uitgebreid over zijn achtergrond en leven. Een jaar later zal Blake als eerste transpersoon worden gekozen tot Homecoming King op zijn middelbare school in North Carolina. Die uitverkiezing zorgt natuurlijk ook voor heel veel negatieve reacties. Zeker online krijgt de Afro-Amerikaanse tiener, die vervolgens muziekeducatie gaat studeren aan de universiteit van Charlotte, ’t zwaar te verduren.

In San Diego, Californië, spreken Bean en Rozos met de ouders van Kyler Prescott (2000-2015), een tiener die is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, last heeft van depressies en worstelt met genderdysforie. ‘Ik wist eerst niet of dat een idee was wat in Kylers hoofd was beland of dat het echt van binnenuit kwam’, vertelt zijn vader Carl. ‘Uiteindelijk ontdekten we echter dat het echt in hem zat en authentiek was. Vanaf dat moment stonden we honderd procent achter hem.’ Bij therapeuten en zorgmedewerkers vindt Kyler echter niet altijd zulke erkenning.

Dat blijkt een constante in de verhalen die de twee filmmakers tijdens hun reconstructie van de levens van Blake en Kyler bij familie, vrienden, lotgenoten en vertegenwoordigers van de LHBTIQ+-gemeenschap ophalen: het onbegrip en de vijandigheid waarmee zij in de buitenwereld worden geconfronteerd, kunnen een sowieso al héél ingewikkeld proces ernstig compliceren. Ze voelen zich lang niet altijd gesteund door de professionals waarbij ze hulp zoeken. Die komen overigens niet aan het woord in deze documentaire. Zij hadden vast inzicht kunnen geven in hun motieven.

Bean en Rozos maken van hun film liever een ‘safe space’ voor de LHBTIQ+-gemeenschap. Ze verbeelden het gevoelsleven van hun hoofdpersonen met fraaie animaties, laten een gedicht van Kyler vertolken door queerartiesten en vragen vrienden en transmuzikanten om Blake’s favoriete nummer You Are My Sunshine uit te voeren. Verder spreken ze met een kunstenaar die speciale ‘gender expansive life wearable art’ maakt, besteden ze aandacht aan de telefonische hulpdienst Trans Lifeline en sluiten ze aan bij een wandelclub voor oudere transmannen.

Dat laatste voorbeeld is duidelijk ook bedoeld als hart onder de riem: een transitie kan wel degelijk leiden tot een bevredigend leven als volwassene. Die boodschap helpt wellicht bij het lastige pad dat veel transjongens nog moeten bewandelen. Het blijft desondanks een schrale troost voor de directe omgeving van tieners die de weg uit het leven hebben gekozen. Hoeveel respect ze wellicht ook hebben voor hun keuze, die zorgt bij familie en vrienden onvermijdelijk voor schuldgevoelens. Hebben ze hun kind, vriend of familielid wel voldoende ondersteund?

Zo heeft het huwelijk van Kylers ouders Carl en Katharine hun rouwproces bijvoorbeeld niet overleefd. Wellicht geeft het kleine monumentje dat in What Will I Become? wordt opgericht voor hun kind en z’n lotgenoot Blake – en het pleidooi dat daarvan uitgaat om de vraag en zorgen van transjongeren vooral serieus te nemen – hen een héél klein beetje gemoedsrust.

The Investigation Of Lucy Letby

Netflix

Afhankelijk van je gezichtspunt – koelbloedige babymoordenaar of volstrekt onschuldige verpleegkundige – vertellen de verklaringen van slachtoffers, getuigen en deskundigen, de stemmige reconstructies én de beelden van haar aanhoudingen en politieverhoren het geruchtmakende verhaal van The Investigation Of Lucy Letby (94 min.).

De 28-jarige Britse verpleegkundige is in 2018 gearresteerd vanwege een onverklaarbaar hoog aantal sterfgevallen op de neonatale afdeling van het Countess Of Chester Hospital. En zij blijkt als enige medewerker bij elk overlijden dienst te hebben gehad. Lucy Letby heeft de schijn wel vaker tegen. Waarom bewaart ze thuis bijvoorbeeld vertrouwelijke medische informatie over de gestorven kinderen?

Voor deze documentaire van Dominic Sivyer geeft de politie van Cheshire ‘unieke toegang’ tot het onderzoeksdossier. De vraag is natuurlijk welk belang ze daarbij hebben. Enkele rechercheurs participeren tevens in de film: zij kijken beelden van het onderzoek terug en reflecteren daarop. En ook de moeder van één van de overleden baby’s blikt, digitaal onherkenbaar gemaakt, terug op die traumatische periode.

In de tweede helft van deze reconstructie van de strafzaak tegen Letby wordt duidelijk wat zij hebben te winnen bij hun medewerking. De veroordeling van die kwaadaardige ‘kinderseriemoordenaar’ komt dan serieus onder vuur te liggen. Is er werkelijk sprake van een serie ernstige misdrijven? Of schiet de zorg in het Britse ziekenhuis simpelweg tekort en is er dus sprake van een ernstige gerechtelijke dwaling?

‘Onze schurken zien er vaak uit als schurken en gedragen zich ook zo’, zegt de Britse journalist Kim Pilling. ‘Dat is niet zo bij Lucy Letby. Maar dat betekent niet dat ze het niet gedaan heeft.’ En dat is precies het centrale dilemma van deze best genuanceerde productie, die de verschillende versies van wat er gebeurd is tegenover elkaar plaatst en zo laat zien hoe gecompliceerd de zoektocht naar de waarheid kan zijn.

De manier waarop The Investigation Of Lucy Letby aan de kijker wordt gebracht laat dan weer nauwelijks ruimte voor zulke twijfel. Op de promofoto voor de docu staat – geheel volgens de wetten van true crime, de seriemoordenaarsfilms in het bijzonder – géén volstrekt onschuldige verpleegkundige, maar een engel des doods. Met een kille blik kijkt ze, te midden van haar eigen diabolische geschriften, recht in de lens.

Hoe troebel de werkelijkheid ook mag zijn, dat beeld is glashelder: schuldig!

A Still Small Voice

Abramorama

Zo gejaagd als zijn vorige documentaire Midnight Family (2019) – waarin hij in de commerciële ambulance stapt van de Mexicaanse familie Ochoa, die op zoek naar klussen door nachtelijk Mexico-Stad raast – zo kalm lijkt deze nieuwe observerende film van Luke Lorentzen over Margaret Engel, een startende geestelijk verzorger die tijdens de Coronacris werkt in het New Yorkse ziekenhuis Mount Sinai.

Schijn bedriegt echter in de documentaire A Still Small Voice (93 min.). Onderhuids broeit er van alles tijdens haar ontmoetingen met patiënten, besprekingen met collega’s en de supervisiegesprekken met haar eigen begeleider. Kapelaan Margaret, kortweg Mati, heeft moeite om grenzen aan te geven en zich daar vervolgens ook aan te houden, met als gevolg dat ze er soms bijna aan onderdoor gaat.

Haar werk is ook ontzettend veeleisend. Ga maar eens in gesprek met twee zeventienjarige ouders, waarvan de elf maanden oude baby een operatie niet heeft overleefd. Hoe troost je een vrouw die als enige in haar familie longkanker heeft gekregen, terwijl juist zij al dertig jaar is gestopt? En welke woorden passen bij het dopen van een baby, waarvan zojuist het tweelingzusje is gestorven?

Mati legt haar ervaringen voor aan haar vaste begeleider David Fleenor, de pastor die het programma waarbinnen zij actief is al enkele jaren coördineert. Hun interactie blijft te allen tijde beleefd en begripvol. Te midden van alle (zelf)reflectie ontstaat er echter ook, zorgvuldig geformuleerd onbegrip en frictie. Zozeer zelfs dat David geen zin meer heeft om supervisie te verlenen, vertelt hij weer aan zijn eigen coach.

Allebei zijn ze op hun eigen manier op zoek naar zingeving en proberen ze te luisteren naar de innerlijke stem die vertelt wat je moet doen – ook al botst dat met wat het werk of de ander vraagt. Lorentzen kijkt aandachtig mee, vangt veelbetekenende stiltes, blikken en bewegingen en laat die voor wat ze zijn: signalen om de ander iets duidelijk te maken, die hen ook iets vertellen over hun eigen gemoedstoestand.

A Still Small Voice wordt daarmee geen gemakkelijke hap-slik-weg film, maar een psychologisch portret van begeleiders die, niet in het minst door wat er tijdens een maatschappelijke crisis op hen afkomt, zelf ook om zorg verlegen zitten. Voor datgene wat in hen schreeuwt, dienen ze alleen professionele woorden te vinden. Zodat ze de relatie met elkaar, hun patiënten en zichzelf kunnen behouden.

Tussen Broers

Een Van De Jongens / KRO-NCRV

Tien jaar na A Family Affair (2016) vervolgt Tom Fassaert het ontrafelen van zijn eigen familiegeschiedenis met Tussen Broers (105 min.). Deze persoonlijke film begint waar de vorige eindigde: bij het overlijden van zijn 97-jarige grootmoeder Marianne (1917-2015), een voormalige mannequin die een spoor van vernieling door die familie heeft getrokken en die ‘t vanuit haar laatste woonplaats in Zuid-Afrika ook haar kleinzoon erg lastig maakte met tamelijk bizar flirt- en claimgedrag.

‘De film is voorbij’, constateert Fassaerts vader, de psycholoog Rob Fassaert, bij de start van deze nieuwe documentaire. ‘Mijn moeders leven is voorbij. We gaan weer over tot de orde van de dag.’ Dat blijkt echter een voorbarige conclusie. In dat verleden liggen nog tal van prangende vragen verscholen, die om een antwoord vragen – of op z’n minst naar het zoeken daarnaar. Want wat is er geworden van de vader van Rob en diens oudere broer René, de oom van de filmmaker, die al heel lang buiten beeld is?

Eerst concentreert Tom Fassaert zich echter op hoe zijn vader zich bekommert om zijn broer. René is volgens Rob ‘de verpersoonlijking van wat er in hun jeugd is misgegaan’. Hij zat vroeger in een besloten inrichting, maar heeft tegenwoordig een eigen woning. Die is alleen helemaal dichtgegroeid met spullen. Rob probeert hem te helpen om zijn huis op orde te krijgen. Zijn zoon observeert dat proces en kadert dit in met een intieme voice-over, waarin hij ook hun familiegeschiedenis reconstrueert.

Fassaert kan daarbij terugvallen op het beeldmateriaal dat zijn vader gedurende al die jaren maakte. Want dat filmen heeft hij niet van een vreemde. Rob heeft geen enkel detail van z’n eigen ‘doorsneegezin’ ongefilmd gelaten. Die beelden tonen volgens zijn zoon hun gezinsleven, ‘maar misschien vooral zijn onzichtbare verlangen naar iets wat hij zelf nooit gekend heeft’. Ieder op hun eigen manier, toont Tom Fassaert, houden de twee broers vast aan een verleden, dat hen voor het leven heeft getekend.

Deze intrigerende documentaire waadt zo door een ander deel van een woelige familiehistorie. Misschien niet op zo’n verrassende manier als in A Family Affair, maar net zo indringend en toch behoedzaam en subtiel. Een héél particulier en daardoor universeel en invoelbaar verhaal. En de film eindigt min of meer waar ie begon: bij wat er is geworden van die ene (groot)ouder, Richard Fassaert in dit geval, en wat die heeft achtergelaten. Is het mogelijk om de geschiedenis niet te herhalen? vraagt zijn kleinzoon Tom zich af.

Fase 8: Femicide

Posh Productions / BNNVARA

Met terugwerkende kracht zijn de voorgaande zeven fasen vaak duidelijk te herkennen. Een gewelddadig relatieverleden, fase 1. Twee: love bombing. En de derde: dwingende controle. Gaandeweg ontspoort de situatie steeds verder. Al snel zijn de incidenten niet meer op de vingers van één hand te tellen. De laatste fase, nummer acht, kondigt zich dan al min of meer aan: dodelijk geweld.

Aan de hand van vierhonderd gevallen van partnerdoding constateerde de Britse crimonoloog Jane Monckton-Smith dat femicide zich doorgaans in acht opeenvolgende fasen voltrekt. De Nederlandse slachtofferadvocaat Ine Avontuur neemt ze in de tweede aflevering van de vierdelige serie Fase 8: Femicide (170 min.) van Henk van der Aa en Jessica Villerius stapsgewijs door. Enkele geanonimiseerde vrouwen voegen daar hun eigen ervaringen aan toe, met een ex die wellicht in staat is tot vrouwenmoord.

Sinds 2014 worden er elk jaar ruim veertig vrouwen vermoord in Nederland, stelt Marieke Liem, hoogleraar Veiligheid en Interventies aan de Universiteit Leiden. Zij houdt al ruim tien jaar een femicide monitor bij. Ongeveer zestig procent van de slachtoffers, om en nabij de 25 vrouwen dus, wordt vermoord door hun huidige of ex-partner. Dat cijfer is niet onomstreden: soms lijkt het misschien alsof een vrouw zelf een einde aan haar leven heeft gemaakt, maar zijn er ook aanwijzingen dat er iets anders is gebeurd.

Layla, de zus van Laura van Zaal, is er bijvoorbeeld van overtuigd dat Laura begin 2024 is vermoord. De advocaat van de verdachte, haar ex-partner, brengt daar tijdens de rechtszaak tegenin dat dit ‘bevestigingsdenken’ is: zodra de term ‘femicide’ valt, kleurt die alle bevindingen rond een sterfgeval. Tegelijk is er die andere pijnlijke constatering: aan gevallen van femicide gaan volgens hoogleraar Marieke Liem doorgaans 33 tot 35 meldingen van huiselijk geweld vooraf. En toch is fase 8 onafwendbaar gebleken.

Voor Claudia is het bijvoorbeeld niet de vraag óf het ooit misgaat, zegt ze, maar wánneer haar ex toeslaat. Zij begint haar verhaal anoniem, maar besluit daarna om dit toch herkenbaar te doen. Wat heeft ze te verliezen? Behalve met slachtoffers en nabestaanden spreken Van der Aa en Villerius ook met rechtbankverslaggever Saskia Belleman, advocaat Richard Korver, forensisch psycholoog Madeleine Rijckmans, speciaal officier ‘femicide’ Berte van Heemst en Alfred Folkeringa, coördinator Zorg & Veiligheid bij de politie.

Ze laten ook enkele onherkenbaar gemaakte daders aan het woord. ‘Kijk, een man die z’n vrouw vermoordt, hij doet dat niet voor niks, hoor’, stelt Hannes, die is veroordeeld voor huiselijk geweld, bijvoorbeeld bijna vergoelijkend. ‘Daar zit echt iets achter.’ ‘Ruben’ zit al jaren in een TBS-kliniek. Hij heeft geen ex vermoord, maar een vrouw waarop hij zijn zinnen had gezet. ‘Dat wil ik hebben’, dacht hij toen ie haar zag. Zij wilde alleen geen relatie met hem. Terugdenkend aan zijn daad zegt Ruben letterlijk wat je met daders van vrouwenmoord associeert: als ik je niet mag hebben, dan mag niemand je hebben.

In de veelheid aan slachtofferverhalen en medewerking van enkele mannen zit ook de meerwaarde van deze interviewdocuserie, die is aangekleed met donkere shots en stemmige muziek. Femicide wordt zo in al z’n facetten behandeld, als het eindstation van een inktzwarte dynamiek. Het verhaal daarna, van hoe het leven verder gaat als je dochter, zus of moeder is vermoord, komt ook nog even aan de orde. Dit thema werd onlangs overigens ook behandeld in de indringende documentaire Blauwdruk, waarin vier vrouwen vertellen over de impact van de moord op hun moeder op hun eigen levens.

Uit deze en andere producties over dit veelbesproken onderwerp blijkt steeds weer: er is geen profielschets voor dé dader. Aan iemands uiterlijk, achtergrond of cultuur valt niet af te lezen of hij wellicht in staat is om datgene te doen wat iedereen vreest en verafschuwt. Zijn gedrag, vervat in die acht tragische fasen, zou wel voorspellende waarde kunnen hebben.

Zorgdragers

NTR

Het is een pijnlijke constatering. Niet alleen voor henzelf. Als hulpverleners van mensen met psychische nood lijkt het voor hen taboe om hun eigen kwetsbaarheid te erkennen. En wanneer ze daartoe toch worden gedwongen, doordat ze zelf ook kwetsbaar blijken te zijn, kampen ze met schaamte en blijft dit moeilijk bespreekbaar. Je wilt nu eenmaal niet bij de omvallers horen, zegt één van de psychologen en psychiaters in Zorgdragers (24 min.). Mensen die in de zorg werken, constateert een ander, zorgen graag voor een ander, maar blijven zelf liever buiten beeld.

Documentairemaakster Juliette Dominicus zag het bij haar zus Marcia, die net als diverse andere leden van hun familie psycholoog werd. Dominicus legt haar zus op de divan en volgt haar tevens naar een creatieve groepstherapie, waar enkele zorgverleners hun eigen mentale kwetsbaarheid onder ogen zien en delen. Zij hebben ook ervaren hoe de buitenwereld, niet alleen professionals, in zulke situaties kan reageren. ‘Je kan beter keelkanker hebben dan een depressie’, zegt één van de deelnemers. Dan is tenminste duidelijk dat je er zelf niets aan kunt doen.

In een veilige omgeving maken Marcia Dominicus en enkele vakgenoten nu het masker na dat ze als professional (moeten) dragen, kijken eens goed in de spiegel en oefenen in de buitenlucht empathische of juist oordelende reacties en ervaren vervolgens het effect daarvan. Zo slechten zij, niet alleen voor zichzelf, in deze sensitieve korte film de barrière tussen zorgprofessional en patiënt en dragen ze meteen bij aan het bespreekbaar maken van de psychische uitdagingen die menigeen op z’n pad treft. Omdat iedereen wel eens hulp nodig heeft.

Zelfs de hulpverlener zelf.

Cashing Out

aidsmemorial.org

Het idee klinkt te cru en naargeestig om waar te kunnen zijn: terminale, seropositieve patiënten verkopen halverwege de jaren tachtig, in de diepste diepten van de AIDS-crisis, hun levensverzekering om zo goede zorg te kunnen bekostigen en zichzelf of hun naasten financiële verlichting te bieden. Viatical Settlement wordt dit genoemd. De investeerder heeft alleen bewijs nodig dat de dood daadwerkelijk aanstaande is. Het is geen grap of allegorie, maar bittere realiteit. Only in America, vanzelfsprekend.

Ik ben voor van alles en nog wat uitgemaakt, vertelt initiatiefnemer Scott Page in Cashing Out (39 min.) aan filmmaker Matt Nadel, die als homoseksuele zoon van een investeerder zelf te maken kreeg met de constructie. Scott liet zich door de kritiek niet van de wijs brengen. Zijn slimme en gedurfde idee gaf mensen die wisten dat het einde nabij was de mogelijkheid om nog even waardig te leven. Scott wist ook waarover hij ’t had: zijn eigen vriend Greg Morgan stierf aan de gevolgen van het HIV-virus.

Het idee was in wezen bedrieglijk simpel: een koper betaalde een aantrekkelijk percentage van de werkelijke waarde van de polis, die al snel zou worden uitgekeerd. De verkoper kon van het aankoopbedrag vervolgens zorg inkopen en zijn laatste dagen enigszins comfortabel leven. En diens nabestaanden, die vaak toch al opzichtig afstand van hem hadden genomen, konden fluiten naar hun geld. Geweldige deal! Totdat een nieuwe behandeling ervoor zorgde dat patiënten niet meer automatisch stierven…

Die wending geeft deze boeiende korte docu, waarin enkele direct betrokkenen terugblikken op een traumatische periode voor hun gemeenschap, nog een extra nawrant karakter. Het idee dat een samenleving doodzieke patiënten veroordeelde tot schrijnende armoede of rare bokkensprongen, die natuurlijk alleen te maken waren door Amerikanen die überhaupt een levensverzekering hadden, was blijkbaar nog niet wrang genoeg. Add insult and insult and insult to injury, zoiets.

Het Muziekmedicijn

Memphis Features / Max

Van muziek bloeit niet alleen het hart open, ook de hersenen gaan er beter van werken. Klassiek zangeres Maartje de Lint, artistiek leider van Zingen In De Zorg, maakt zich daarom sterk voor het doelbewust inzetten van zingen en dansen bij mensen met dementie. En dan niet alleen door goedbedoelende vrijwilligers, maar door professionals zoals zijzelf, die zijn getraind om de neuroplasticiteit en cognitie van ouderen met dementie in stand te houden of zelfs weer te verbeteren.

‘Dat klankgeheugen, wat diep in dat brein zit, dat is mijn materiaal’ vertelt de Lint in de documentaire Het Muziekmedicijn (58 min.) van Frénk van der Linden. ‘En dan is het mijn taak om die deur open te doen, zodat de mensen zelf ontdekken dat ze nog heel veel kunnen.’ Tijdens zogeheten Zing-Cirkels gaat ze zowel met mensen met dementie als met hun mantelzorgers aan het werk. De muziek brengt hen niet alleen troost en vreugde, maar ook zichtbaar dichter bij elkaar. Want samen zingen zorgt voor verbinding.

Eli Tuhuteru, die als zevenjarig jongetje met de boot van de Molukken naar Nederland is gekomen, is in 2016 gediagnosticeerd met dementie. Hij kan intens genieten van de muziek van zijn jeugd en het land waar hij nog altijd thuis is. Zijn dochter Shirley volgt nu de opleiding tot Zorg-Zangeres bij Maartje de Lint, waarbij ze leert om haar vader en mensen zoals hij te raken en stimuleren met muziek. Via zingen kunnen zij vasthouden wie ze zijn en welllicht zelfs weer iets terugkrijgen wat eerder verloren leek.

Theo van der Eng en zijn vrouw Nelly nemen ook deel aan zulke bijeenkomsten. Ze zijn al vijftig jaar getrouwd, maar sinds Theo frontotemporale dementie heeft is hun relatie grondig veranderd. Nelly voelt zich volgens eigen zeggen soms net een weduwvrouw. Haar man trekt vaak helemaal zijn eigen plan en zit hele dagen boven op z’n kamer Palingpop, liefst van zijn favoriete groep The Cats, te luisteren. En Theo heeft ook altijd een zakdoekje bij de hand, om de tranen van ontroering weg te vegen.

Theo van der Eng participeert tevens in een onderzoek van het Alzheimercentrum van het Amsterdam UMC, waarbij wordt nagegaan wat muziek te weeg brengt in de hersenen van mensen met verschillende dementievarianten en hoe muziek misschien kan worden ingezet om de aandoening tot stilstand te brengen of zelfs terug te dringen. Zo kunnen zij wellicht een wetenschappelijk fundament leggen onder wat zingende zorgers zoals Maartje de Lint voor het oog van de camera al heel aannemelijk maken: zingen is gezond.

En Frénk van der Linden huldigt in deze warme docu vooral het ‘show, don’t tell’-principe. Beter: sing, don’t tell. Zo zet Het Muziekmedicijn helder op de kaart dat er nauwelijks iets te bedenken is dat dieper in de mens, ook als die in de herfst of winter van zijn leven is aanbeland, reikt dan muziek.

Critical: Between Life And Death

Netflix

Elke patiënt gaat naderhand mee naar huis, stelt orthopedisch chirurg Ibraheim. Ze worden stuk voor stuk doodsbang binnengebracht bij het Londense ziekenhuis King’s College, lijdend aan helse pijnen en volledig overgeleverd aan hen, de zeer professioneel opererende verleners van traumazorg. En die nemen hen na gedane arbeid in gedachten mee naar hun eigen leven, waarbij vaak dan pas tot hen doordringt wie ze voor hun ogen, op hun monitor of onder hun mes hebben gekregen en wat het letsel dat zij hebben opgelopen zou kunnen betekenen voor hun verdere levens.

Aan de hand van enkele concrete casussen brengt Critical: Between Life And Death (278 min.) het werk in beeld van meldkamermedewerkers, traumahelikopterartsen, ambulanceverpleegkundigen, eerste hulp-doktoren, traumaspecialisten en chirurgen van verschillende Londense ziekenhuizen. De eerste aflevering van deze zesdelige docuserie van Jermaine Blake, Matt Haan en Toby Paton zet de kijker enigszins op het verkeerde been met de nasleep van een ernstig ongeluk met een kermisattractie, verteld door familieleden en hulpverleners, waarbij het tot het einde ongewis blijft wie er hoe overleeft. Een gedegen real life-thriller, die niettemin redelijk inwisselbaar blijft

In de volgende afleveringen graaft Critical, dat doet denken aan de Amerikaanse ziekenhuisseries Lenox Hill en Emergency NYC, aanmerkelijk dieper. Via enkele gewone Londenaren die ingrijpend letsel hebben opgelopen als gevolg van een ongeluk of aanval wordt, doorgaans verspreid over meerdere afleveringen, het systeem in beeld gebracht waarin zij dan terechtkomen. Multidisciplinaire teams proberen de opgelopen schade – gevisualiseerd met verhelderende animaties – zoveel mogelijk te beperken en komen uiteindelijk soms voor de ultieme keuze te staan: leven of ledemaat. Die vraag kan natuurlijk maar op één manier worden beantwoord. Het is wel de vraag wat dit dan voor het leven van de desbetreffende patiënt betekent. Hoe moet die verder zonder hand of been?

Blake, Haan en Paton richten hun camera tevens op het precisiewerk in de operatiekamer  – als het bordje ‘theatre in use’ oplicht – dat zéér expliciet In beeld wordt gebracht. De bloederige close-ups van chirurgische ingrepen zijn vast niet aan iedereen besteed en voelen soms wat overdadig. Tegelijkertijd is er ook aandacht voor de mentale impact van het lichamelijke trauma. De 23-jarige jongeling Isaac is bijvoorbeeld bruut mishandeld. Wat hebben de schoppen tegen zijn hoofd te weeg gebracht in zijn brein? Zal dit ooit weer normaal functioneren? En hoe is ’t überhaupt om verder te gaan na zo’n traumatische ervaring, of ’t nu gaat om een ingrijpend ongeval of een laffe aanval?

Verder zoomt Critical in op de persoonlijke verhalen van zowel enkele patiënten en hun families als de individuele leden van het traumateam, die in hun eigen levens soms ook met fysiek letsel te maken hebben gekregen en zich daarom terdege realiseren wat de impact van hun job kan zijn. Deze miniserie zet hun essentiële werk vol in de schijnwerpers en maakt zo de gevolgen van trauma bij gewone burgers en de permanente balanceeract van het zorgsysteem om de schade weer zoveel mogelijk te herstellen zichtbaar en voelbaar.

Omarm Me

DOCS By Pupkin / EO

Ik voel me machteloos eenzaam gevangen in mijn lichaam

Een volstrekt normale jongen, in een volstrekt onwillig lijf. Freek is begin twintig, houdt van meisjes, Ajax en muziek en heeft een onweerstaanbare lach. Zijn lichaam lijkt alleen een kerker. Freek leeft continu met pijn, zit in een rolstoel en is zeer beperkt in zijn communicatie. Zomaar een praatje maken is vrijwel onmogelijk. Hij is aangewezen op een toetsenbord, waarmee hij met zijn ogen en veel geduld en doorzettingsvermogen elementaire boodschappen kan formuleren. Samen met de mensen om hem heen wordt zo duidelijk wat hij wil en wat er in hem omgaat.

Ik ben al tig x geopereerd. Maar de pijn komt steeds terug

In de observerende documentaire Omarm Me (54 min.) portretteert Wytzia Soetenhorst de Nederlandse twintiger die ernstig wordt belemmerd door zijn lichamelijke beperking. Freek is opgegroeid in een liefdevolle omgeving en heeft een uitgebreid sociaal netwerk. Zij gaan met hem op stap, nemen hem mee naar activiteiten en reizen samen naar het buitenland. Freek blijft alleen wel volledig afhankelijk van hen. Hij kan nooit zomaar opgaan in de menigte of gewoon zijn eigen ding doen.

Iedereen gaat door. En ik blijf stilstaan. Ik heb een stem, maar ik kan niet meepraten

Soetenhorst dringt diep door in het dagelijks bestaan van Freek en zijn ouders en vrienden. Ze probeert om dat vanuit zijn perspectief te laten zien en kiest gaandeweg samen met hem ook een stem uit, die klinkt zoals hij in een beter leven zou hebben geklonken. Want hoezeer iedereen ook z’n best doet, voor Freek hoeft dit leven niet meer zo. En dat is, afgaande op hordes die hij in zijn leven permanent moet nemen, helemaal niet vreemd. Hij kan en zal nooit de persoon zijn die hij in zijn hoofd is.

Ik verlang naar de vrijheid. Dat ik los ben van mijn lichaam. Dat mijn lichaam doet wat ik wil

Hij straalt het lang niet altijd uit in Omarm Me, maar voor zichzelf is Freek er wel uit: hij ervaart uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Dat is natuurlijk een buitengewoon pijnlijke conclusie, getrokken bovendien door iemand die nog heel jong is en nooit onbekommerd van het leven heeft kunnen genieten. Zijn keuze wordt in deze sensibele en aangrijpende film, die ook oog houdt voor de liefde en lol in het leven van Freek, uitstekend invoelbaar gemaakt. En dat maakt indruk.

In de bokswereld mag je nooit zeggen dat je opgeeft. Dan ben je een lafaard. Maar ik ga deze wet doorbreken

Zorgen

BNNVARA

In de zorg zitten ze te springen om nieuwe medewerkers. Handen aan het bed, luisterende oren en – zo wil tenminste het cliché – billenwassers. In de zesdelige docuserie Zorgen (270 min.) volgen Veerle Neger en Tessa Louise Pope een jaar lang zeven leerlingen van de MBO-opleiding tot verpleegkundige op ROC Mondriaan in Zuid-Holland. Nederlandse jongeren die zelf nog druk bezig zijn om volwassen te worden moeten zich staande zien te houden in de thuiszorg, psychiatrie, ouderenzorg en gehandicaptenzorg.

Tussendoor krijgen ze op school allerlei theorievakken en praktische lessen. Vooral praten de leerlingen echter over het vak en hoe zij zich zelf daartoe verhouden. Want in de praktijk worden ze natuurlijk geconfronteerd met allerlei patiënten en problematieken, maar vooral met zichzelf. De zestienjarige tweedejaars Jill voelde zich bijvoorbeeld zo ongemakkelijk bij een huisbezoek dat ze er eigenlijk niet meer terug wil tijdens haar stage. Dat moet alleen wel. ‘Werken in de zorg is eigenlijk ook een beetje werken met jezelf’, houdt de begeleidster van school haar voor.

Zo krijgt elke leerling met z’n eigen uitdagingen te maken. Als een oudere patiënte met borderline bij haar vertrek van de psychiatrische afdeling bijvoorbeeld zegt dat ze het liefst haar polsen zou doorsnijden, raakt dat een gevoelige snaar bij stagiaire Reza. Het resulteert in een zeer aangrijpende scène, waarin de vrouw zich liefdevol ontfermd over het achttienjarige meisje. ‘Sorry, kind’, zegt zij terwijl ze Reza in haar armen neemt. ‘Ach meisje, ik ga dat niet doen, hè?’ Als de leerlinge weer is bedaard, zegt de vrouw tegen haar begeleider. ‘Ik schaam me dood, weet je dat?’

Terwijl ze meekijken met hun hoofdpersonen, vangen Neger en Pope hele intieme, fraaie en pijnlijke taferelen, die delicaat zijn gefilmd en gemonteerd. Ze volgen de jongeren daarnaast in hun privéleven. Als ze stoom afblazen op hun paard, tijdens het kickboksen of op een dancefestival. Het werk moet voortdurend wedijveren met de verlokkingen van het gewone leven. En dus komen ze, zoals tieners nu eenmaal doen, regelmatig niet of te laat op school. Ze vergeten hun huiswerk, halen ongein uit en zakken voor toetsen. Totdat ze de opleiding wellicht moeten verlaten.

Want ook dat is de realiteit van een zorgopleiding: niet iedereen haalt de eindstreep of blijkt uiteindelijk geschikt voor het beroep van zorgverlener. Zorgen brengt die werkelijkheid zonder opsmuk in beeld. Geen idee of de serie ook een wervend effect heeft op jongeren die nadenken over hun toekomst, maar Neger en Pope maken het belang van goede, menswaardige zorg in elk geval glashelder en roepen ook respect op voor de (jonge) mensen die bereid zijn om daarin te gaan werken.

Les Dames Blanches

lesdamesblanche.be

‘Het is een professionele relatie’, antwoordt de docent, als Simeon Severino tijdens een dagje school vraagt of hij ook dingen over zichzelf aan ‘de zorgvrager’ mag vertellen. ‘Het is géén persoonlijke relatie’, benadrukt ze nog maar eens. ‘Dus dat is heel belangrijk, om dat heel goed te bewaken.’

Simeon lijkt het antwoord maar moeilijk te kunnen bevatten. Tijdens zijn stage in woonzorgcentrum De Liberteyt in Gent is dat juist wat er goed werkt: het persoonlijke contact tussen hem als jonge zorger en de oudere dames waar hij zich om bekommert. Als hij zichzelf kan en mag laten zien. Verder heeft de charmante jongeling uit de Domenicaanse Republiek nog heel veel te leren: elementaire zorgtaken, op tempo werken en de taal Nederlands – of een plaatselijke Gentse variant daarop – helemaal meester worden.

Het lijkt de centrale thematiek van Les Dames Blanches (61 min.): terwijl hij met zijn ontwapenende verschijning, open persoonlijkheid en aandacht voor wat een mens mens maakt moeiteloos enkele dames om zijn vinger windt – en zo meteen een ander perspectief biedt op wat ouderenzorg kan (en dus moet) zijn – botst hij ook op tegen de beperkingen van de hedendaagse zorg. Want Simeon zal zich de arbeidsroutines toch echt beter eigen moeten maken en zijn werktempo flink moeten verhogen.

De Vlaamse filmmaakster Camille Ghekiere lijkt zich in eerste instantie te beperken tot het simpelweg observeren van Simeons belevenissen tijdens de stage. Met veel oog voor de poëzie van het alledaagse, in het bijzonder de interactie tussen die intuïtief opererende exotische jongen en het ensemble van dames dat zich gaandeweg rondom hem lijkt te verzamelen. Als zij elkaar vinden in zorgvuldig geënsceneerde (dans)scènes, wordt duidelijk dat ze als maakster ook echt in de situatie heeft ingegrepen.

Simeon Severino blijkt, getuige dit interview, niet zomaar een passant, maar een oude bekende, met wie ze al vaker heeft gewerkt. De vraag is dan bijna onvermijdelijk: zou zijn overleden grootmoeder, waarnaar hij regelmatig verwijst in de centrale voice-over van de film, hem daadwerkelijk ‘als je iemand niet verzorgt met je hart, waarmee dan wel?’ hebben ingefluisterd? Of zijn ook die teksten doelbewust geconstrueerd om de basisgedachte van de film kracht bij te zetten? De vragen stellen is ze vermoedelijk ook beantwoorden…

Via een klassiek verhaal over een vreemdeling die een gesloten gemeenschap opschudt en deze na vertrek voorgoed veranderd achterlaat, houdt Les Dames Blanches in elk geval het westerse zorgsysteem een spiegel voor.