The Cult Of NatureBoy

ABC / Hulu / Disney+

‘Wie zijn wij?’ roept de charismatische Afro-Amerikaanse leider naar zijn jonge volgelingen, die zich aan weerszijden van hem op een trap hebben opgesteld. ‘Carbon Nation!’ antwoorden zij in koor, terwijl Eligio Bishop, als hun zelfverklaarde Godheid, over de traptreden schrijdt. Het tafereel is duidelijk geënsceneerd, voor een social mediaproductie van Bishops beweging.

‘Wat is Carbon Nation?’ vraagt ie vervolgens. Waarna zij opdreunen wat hij wil horen: ‘Het Christusbewustzijn.’ Bishop, die zich ook wel NatureBoy noemt en die leven in en van de natuur predikt, kijkt om zich heen, naar de fleurig geklede Afro-Amerikaanse mannen en vrouwen die in de houding blijven staan. ‘En wie zijn jullie?’ Zij antwoorden in koor: ‘Engelen van de Allerhoogste. Goddelijke Lichtengelen.’

En dan meldt NatureBoys echtgenote zich. ‘Wie ben ik?’ vraagt Velvet. Ook zij wordt als een vorstin onthaald. ‘Koningin Eliana’, roepen haar onderdanen deemoedig. ‘Opperbevelhebber van het aardse vlak. Mijn hogere zelf.’ Zij weet zelf echter wel beter. Ook Velvet is niet meer dan een figurant in The Cult Of NatureBoy (163 min.), een getroebleerde zwarte jongeling die zich opwerpt als geestelijk leider.

Ten tijde van het potsierlijke ritueel heeft hij in deze vierdelige serie van Benjamin Zand allang zijn ware gezicht laten zien. Het zal nu ook niet lang meer duren voordat hij zijn naam laat tatoeëren op de billen van zijn favoriete ‘godinnen’. Want zo gaat dat met sekteleiders: gaandeweg eigenen ze zich totale macht, al het geld en de vrouwen toe. Dan moeten alleen de mannen nog geknecht en vernederd worden.

Op de beelden die hij zelf via sociale media heeft verspreid vanuit exotische plekken zoals Costa Rica, Belize en Hawaii oogt NatureBoy simpelweg als een doorgedraaide gek, met een Bijbel-tic, misogyne trekjes en een gewelddadige inslag. Bij de jonge mannen en vrouwen van kleur die zich bij hem hebben aangesloten begint dat alleen pas te dagen als het al te laat is en ze ernstige schade hebben opgelopen.

Zand serveert deze klassieke sektegeschiedenis uit als een spannend verhaal, compleet met gelikte reconstructies waarvoor ook de slachtoffers zelf hun beste beentje voorzetten. Hij legt hen verder niet op het rooster: waarom hadden ze behoefte aan een leider die alles lijkt te weten en overal een antwoord op heeft? En zagen ze echt niet aankomen dat in Carbon Nation maar één persoon zou gedijen?

Zulke ongemakkelijke vragen blijven achterwege in de aalgladde miniserie The Cult Of NatureBoy, die de casus van de Carbon Nation, eerder ook wel de Melanation genoemd, behandelt als het kwaadaardige geesteskind van één enkele meestermanipulator, die zich zonder enige terughoudendheid uitgeeft voor de Messias.

Bang My Box: The Robin Byrd Story

HBO Max

In het hoardershuis dat ze samen met haar echtgenoot Shelly bewoont in New York, is al twintig jaar niemand meer te gast geweest, vertelt Robin Byrd. Haar hele leven ligt er uitgestald, waaronder meer dan zeshonderd videotapes van het erotische programma dat ze een half leven lang had op de Amerikaanse kabeltelevisie. Met The Robin Byrd Show werd de oud-deelnemer aan Miss Bare America, zelfverklaarde orgiekoningin en voormalige porno-actrice vanaf halverwege de jaren zeventig een icoon van het ‘seks-positief feminisme’, waarbij het bovendien heerlijk inbellen was.

In de zeer vermakelijke documentaire Bang My Box: The Robin Byrd Story (79 min.) neemt ze Jylian Gunther en Stephanie Schwam mee in haar leven met echtgenoot Shelly, met wie ze nu al ruim vijftig samen is. Het was ‘liefde op het tweede gezicht’, aldus de inmiddels bijna zeventigjarige liefde & seks-activiste. Shelly, sinds 1974 een aandachtig observator van ‘The Byrd’, kampt tegenwoordig echter met dementie. Daardoor wordt zijn vrouw ook gedwongen om na te denken over haar nalatenschap. Hoe voorkomt ze dat fatsoensrakkers er straks vandoor gaan met haar archief?

Geestverwanten van hen hebben de vrijgevochten Robin Byrd al eerder het leven zuur gemaakt. Toen haar show in de jaren tachtig een hit werd, ontwikkelde zij zich, in de woorden van New York Times-journalist Bob Morris, tot ‘a kind of kitsch Lady Liberty For the city that never sleeps’. Met haar stralende glimlach, blonde haren en uitdagende poses ontving ze talloze iconen van de Amerikaanse sekswereld, met wie ze dan tot besluit het sexy liedje Baby, Let Me Bang Your Box zong. In haar gehaakte bikini werd Byrd zo zowel een rolmodel als een steen des aanstoots voor conservatief Amerika.

Niet in het minst omdat ze, in een periode die wordt gemarkeerd door de Stonewall-rellen van 1969 en de AIDS-crisis van halverwege de jaren tachtig, in haar programma ook volop ruimte bood aan de LHBTIQ+-gemeenschap. Toen het gevreesde HIV-virus huis begon te houden onder Amerikaanse gays, schroomde ze niet om het gebruik van condooms en beflapjes te propageren. En toen de minister van Justitie Ed Meese, in de rug gedekt door de conservatieve ‘moral majority’, obscene televisieprogramma’s en telefoonsekslijnen het leven zuur begon te maken, verzette zij zich met hand en tand.

Onder het motto ‘Free The Byrd’ werd die dekselse Robin Byrd, promiscue tot op het bot, zowaar een uithangbord voor de vrijheid van meningsuiting. En nu, als vrouw van respectabele leeftijd en als kind van het parool ‘vrijheid blijheid’ (dat in Bang My Box overigens overtuigend over het voetlicht wordt gebracht), is ze daar maar wat trots op.

Chris & Martina: The Final Set

Netflix

‘Ze voerden een eeuwige oorlog op de tennisbaan. En nu proberen ze elkaars leven te redden.’ De woorden zijn afkomstig van Chris Everts voormalige echtgenoot Andy Mill, maar zijn quote is niet voor niets te horen als de titel van deze documentaire in beeld verschijnt: Chris & Martina: The Final Set (97 min.). Dit is de tagline, de reden om deze film te bekijken. Want dat is behalve een boeiende terugblik op één van de grootste tweekampen uit de sporthistorie vooral ook een aangrijpend portret van twee vrouwen die door ziekte, kanker, voor het eerst de controle over hun leven helemaal kwijt zijn en dan elkaars gezelschap weer opzoeken.

Chris Evert en Martina Navratilova vormen in de jaren zeventig en tachtig de Yin en Yang van het vrouwentennis. Het meisjemeisje uit Florida versus de communistische ‘overloper’ uit Tsjechoslowakije. Verfijnd baseline-spel tegenover krachtig serve & volley. Natuurtalent versus power. ‘Cute’ tegen ‘tomboy’. Achteraf bezien lijkt het onvermijdelijk dat de ‘Chrissie Craze’ ook gepaard zou gaan met Martina-weerzin. Zeker als haar geaardheid, een publiek geheim in de tenniswereld, de media bereikt. Navratilova wordt in The New York Daily News ongewild geout als ‘biseksueel’, de term die als vluchtheuvel wordt gebruikt door vrouwen die in werkelijkheid op vrouwen vallen.

De aanvankelijke vriendschap tussen de twee tegenpolen lijkt in dit dubbelportret van Rebecca Gitlitz dan te zijn veranderd in ijzige rivaliteit. Omdat een innige relatie het ten koste van alles willen winnen in de weg zou kunnen staan. Inmiddels zijn de vriendschapsbanden hersteld en kunnen de aartsrivalen samen op de bank wedstrijden terugkijken – en zowaar blij zijn voor de ander. Gitlitz laat hen ondertussen reflecteren op hun levens die volledig in dienst stonden van de sport. Ze worden daarbij terzijde gestaan door familieleden en kennissen, tennisinsiders en voormalige concullega’s zoals Billie Jean King, John McEnroe en Pam Shriver.

Terwijl Evert en Navratilova elkaar aansporen om nog eenmaal het beste uit zichzelf te halen, tijdens de allesbeslissende tiebreak tegen een gemeenschappelijke opponent die niet maalt om geld, macht of status, tonen ze uit welk hout ze zijn gesneden. Ieder voor zich gaan ze moedig de strijd aan met de ingrijpende kankerbehandelingen. En samen lijken ze, net als tijdens hun epische tenniscarrières, vooralsnog onverslaanbaar.

Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

Eat More Trees

M&N Film Distribution

De woestijn dreigt hen in te halen, vertelt Yanniek Schoonhoven. Ze woont samen met haar echtgenoot Alfonso Chico de Guzmán en hun kinderen op de familieboerderij La Junquera in Zuid-Spanje. Met regeneratieve landbouw proberen ze om te gaan met de aanhoudende droogte en andere gevolgen van klimaatverandering. In dat kader dromen ze er ook van om de rivier, die acht jaar geleden is opgedroogd, weer terug te brengen in de nabijgelegen Quipar-vallei en zo hun leefgebied nieuw leven in te blazen.

Vanuit deze casus maakt landschapsontwerper/filmmaker Louis De Jaeger in de documentaire Eat More Trees (79 min.), die hij samen met regisseur Arne Focketyn heeft gemaakt, een rondgang langs allerlei inspirerende initiatieven elders op aarde. Bij The Land Institute in de Amerikaanse staat Kansas worden bijvoorbeeld gewassen verbouwd die bestand zijn tegen bodemerosie en klimaatverandering. Op een biologische boerderij in het Britse Reading stimuleert Iain Tolhurst de biodiversiteit en hoopt zo de uitgeputte bodem te reanimeren. Bij de Green Pastures Farm in Missouri proberen ze het grasland te herstellen met grazend vee. En in het sterrenrestaurant Blue Hill at Stone Barns van chefkok Dan Barber in New York wordt het farm-to-table principe gehanteerd.

Het moet uit zijn, betoogt verteller Hanna Verboom namens De Jaeger en Focketyn, met de industriële landbouw en het algehele kortetermijndenken. Door ontbossing dreigt binnen enkele generaties bijvoorbeeld ook savannevorming in het Braziliaanse regenwoud. En dat is – het mag geen nieuws meer zijn – uiteindelijk catastrofaal voor de gehele aarde. Initiatieven zoals het voedselbos van Pedro Diniz, een voormalige Formule 1-coureur uit Brazilië, zijn daarom essentieel om natuurlijke regeneratie op gang te brengen en de ontbossing tot staan te brengen. De aarde spreekt, zegt Benki Piako, de leider van de Ashaninka-stam die in het Amazonegebied de inheemse agroforestry-beweging heeft opgericht, met het nodige drama. Maar wanneer gaan we luisteren?

De ‘call to action’ van deze onvervalste film met een boodschap is onontkoombaar: met concrete maatregelen, zoals bijvoorbeeld de keuze voor polycultuur, meerjarige gewassen en verantwoord waterbeheer, is het tij nog altijd te keren. Hoe kunnen wij voor het land zorgen, vat één van de sprekers de basisgedachte van Eat More Trees samen, zodat het land voor ons kan zorgen?

Taxi To The Dark Side

THINKfilm

Hij is maar een gewone taxichauffeur. Toch behoort Dilawar blijkbaar tot ‘the worst of the worst’. Hij wordt op 1 december 2002 in elk geval door een Afghaanse krijgsheer overgedragen aan het Amerikaanse leger. Dilawar zou betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen voor een raketaanval. Op 5 december leveren de militairen hem af bij de Bagram-gevangenis, een voormalige Sovjet-basis die wordt gebruikt door de Verenigde Staten. Binnen enkele dagen is hij dood.

Het overlijden van de Afghaanse taxichauffeur is door de patholoog van dienst officieel gekwalificeerd als ‘moord’, ontdekt de vanuit Kaboel opererende New York Times-journalist Carlotta Gall. Zij informeert Dilawars familie dat hij bovendien ernstig is mishandeld. De Amerikaanse bewaarders bleven hem net zo lang slaan en schoppen, totdat ze hoorden dat hij luidkeels om Allah riep. Als Dilawar alle ontberingen zou hebben overleefd, hadden zijn benen sowieso geamputeerd moeten worden. De zaak is in de welbekende doofpot gestopt.

In de gevangenissen die de Verenigde Staten, in het kader van hun militaire reactie op de terroristische aanslagen van 11 september 2001, hebben geopend in Afghanistan en Irak, zijn zeker honderd dodelijke slachtoffers gevallen, betoogt Alex Gibney in Taxi To The Dark Side (106 min.), de messcherpe documentaire waarvoor hij in 2007 een Oscar won. Dilawars dood is het logische gevolg van de keuze van de Amerikaanse president George W. Bush om het spel niet langer volgens de regels te spelen en de Conventies van Genève terzijde te schuiven.

De gewone soldaten, die van martelpraktijken worden beschuldigd, die zijn weggezet als ‘rotte appels’ en die hem nu te woord staan, zijn dus niet Gibneys voornaamste mikpunt in deze uitstekend gedocumenteerde film. Hij richt zich op de beslissers. Zij zijn moreel verantwoordelijk. Óók voor de ernstige misstanden in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak en op Guantanamo Bay, de Amerikaanse gevangenis op Cuba waar kopstukken van Osama bin Ladens terreurorganisatie Al-Qaeda en andere PUCs (Persons under US Custody) worden vastgehouden.

Zij worden daar overvallen met kiezelharde muziek, bedreigd door agressieve honden, in stressposities geplaatst, gedwongen om zich uit te kleden, ongezond lang van hun slaap beroofd, seksueel vernederd… Vanuit de gedachte dat ze beschikken over wezenlijke informatie, waarmee de Amerikanen hun ‘war on terror’ kunnen winnen. Terwijl elke deskundige hen kan vertellen – en de gelegenheid in deze docu ook te baat neemt – dat gemartelde mensen vertellen wat ze denken dat de ander wil horen. De aldus verkregen informatie is volstrekt onbetrouwbaar.

Die dringt nochtans vrijwel ongefilterd door tot de hoogste regionen van de Amerikaanse overheid en beïnvloedt de beslissingen over leven en dood die daar worden genomen. Met oorlogsmisdaden, maakt Alex Gibney zonneklaar in dit pijnlijke schotschrift tegen marteling, als onvermijdelijk gevolg.

Bring Me The Beauties: A Model Cult

HBO Max

‘We hebben allemaal een gelofte afgelegd voor een leven in dienstbaarheid’, hoort Hoyt Richards zichzelf zeggen als hij de audiocassette aanzet. ‘Maar blijkbaar had John Andreadis andere plannen, die onlangs aan het licht zijn gekomen. Het nastreven van een egoïstisch doel zou het grootste verraad zijn.’ En daaraan heeft Andreadis zich schuldig gemaakt. Hij is halverwege de jaren tachtig verliefd geworden op het fotomodel Jacki Adams, een nieuw lid van de Eternal Values-gemeenschap. Terwijl hij door leider Frederick van Mierers hoogstpersoonlijk klaargestoomd wordt om ‘de incarnatie van God’ te worden. ‘Het betekent dat hij niet van mij houdt’, zou Von Mierers wraaklustig hebben gezegd. ‘Want hij koos voor Jacki.’

En dat is in de ogen van de zelfverklaarde ‘spiritueel astroloog’ een onvergeeflijke zonde. Von Mierers, een voormalig model dat afkomstig lijkt te zijn uit de New Yorkse high society, geldt als een New Age-superster – niet in het minst omdat hij een ‘walk-in’ is, een alien van de ster Arcturus die zich heeft genesteld in een menselijk lichaam en dus hoog verheven is boven gewone stervelingen. Hij heeft louter mooie mensen, zoals het mannelijke topmodel Hoyt, om zich heen verzameld en begint, ondersteund door zijn uitverkorenen, de twee geliefden te verstoten. Totdat hen het leven echt onmogelijk is gemaakt en Jacki besluit om de klok te gaan luiden over ‘de modellensekte’. Waar het einde der tijden – natuurlijk, zouden we bijna zeggen – al is aangekondigd.

En laat het maar aan Chris Smith, de filmmaker achter smeuïge producties zoals Jim & Andy: The Great Beyond, Fyre: The Greatest Party That Never Happened en Don’t Die: The Man Who Wants To Live Forever, over om daar een volvette productie van te maken: de driedelige serie Bring Me The Beauties: A Model Cult (173 min.). Hij hangt zijn vertelling op aan het relaas van Hoyt Richards (echte naam: John Hoyt), een man die er tijdens zijn lidmaatschap van The Eternal Values nog gewoon een succesvolle modelcarrière op nahoudt en die tegelijk elk contact met zijn familie heeft verbroken. Zij zien hem overal, behalve in het echt. Andere oud-leden ondersteunen zijn herinneringen aan de sekte en hun enigmatische leider, Frederick von Mierers.

Als die van het toneel verdwijnt, lijkt deze miniserie even zijn schwung kwijt te raken. Smith pakt de draad echter weer op waar ook Hoyt en zijn andere hoofdpersonen dat doen: bij de vraag wie ze nu zijn en wat ze samen waren.  Een sekte misschien? Want hoewel hun leider zich daar altijd ferm tegen uitsprak, realiseren ze zich nu dat hij wel degelijk gebruik maakte van de daarvan bekende verleidings- en controlemechanismen. Bring Me The Beauties mondt daardoor niet, zoals veel docu’s over sekarische bewegingen, uit in een aanklacht, maar in zelfreflectie en herbronning. ‘Ik heb geleerd dat de remedie voor schaamte kwetsbaarheid is’, stelt Hoyt. ‘En de manier waarop je je kwetsbaarheid toont, is door het vertellen van je verhaal, door het te ownen.’

Lenny Bruce: Swear To Tell The Truth

Whyaduck Productions

Zijn scheiding van Hot Honey Harlow maakte Lenny Bruce van Lenny Bruce, stelt zijn moeder Sally. Van tevoren zocht de Amerikaanse stand-upcomedian (1925-1966) ook al de grenzen van het betamelijke op, zowel op het podium als in zijn privéleven, maar daarna was de beer pas écht los.

Honey Bruce, hun dochter Kitty en Lenny’s moeder Sally Marr schetsen in Lenny Bruce: Swear To Tell The Truth (97 min.) een levendig beeld van de branieschopper uit New York. Hij maakte van zijn hart nooit een moordkuil, maar moest zijn mond vervolgens wel talloze malen spoelen. Als een aanstootgevend woord maar vaak genoeg wordt gebruikt, zo leek echter Bruces stellige overtuiging, wordt het onschadelijk gemaakt.

Hij verdient ‘De Bad Taste Award’ schreef een krant toen Lenny Bruce in de jaren vijftig een vaste gast werd op de Amerikaanse televisie. Toen moesten zijn problemen met de wet nog beginnen. Regisseur Robert B. Weide toont in dit postume portret uit 1998 hoe de controversiële comedian zichzelf langzaam in een hoek van de kamer schilderde en daarbij een fiks handje werd geholpen door de Amerikaanse autoriteiten.

Zij begonnen Bruce te vervolgen voor obsceen gedrag en -taalgebruik tijdens optredens en arresteerden hem ook vanwege het bezit van drugs. Al snel durfden clubeigenaren hun vingers niet meer te branden aan de komiek en dreigde zijn carrière uit te doven. Intussen ging de man, die de lusten van het leven nauwelijks kon weerstaan en ervan overtuigd was dat hij geen eerlijk proces had gekregen, naar de gallemiezen.

Hij liet een half afgemaakte zin achter op zijn typemachine, aldus verteller Robert de Niro in deze boeiende film, die met een jazzy soundtrack lekker op temperatuur is gebracht: ‘Conspiracy to interfere with the Fourth Amendment const…’ Het woord ‘constitutes’ zou hij nooit afmaken. Lenny Bruce ging ten onder aan datgene waarvoor hij had gestreden, het vrije woord, in combinatie met het gebruik van harddrugs.

Na hem zou er nooit meer een optredende artiest voor de rechter worden gedaagd vanwege obsceniteiten, constateert Weide tot besluit, alvorens hij voor de aftiteling de kraker I Fought The Law van de befaamde punkband The Clash instart. De boodschap daarvan, vervat in een zin van slechts vier woorden, is onontkoombaar: ‘And the law won.’

Thom Browne – The Man Who Tailors Dreams

Reiner Holzemer

‘Wat zegt zijn werk over Thom Browne zelf?’ werpt Tim Blank, hoofdredacteur van The Business Of Fashion, direct, met het nodige aplomb, de centrale vraag van dit portret op. ‘Die vraag heb ik hem al een miljoen keer gesteld, maar hij geeft er nooit echt antwoord op.’

In de eerste minuten van de documentaire Thom Browne – The Man Who Tailors Dreams (95 min.) mogen eerst kopstukken uit zijn werkwereld – een Anna Wintour, een Janet Jackson, een Whoopi Goldberg – hun zegje doen voordat de Amerikaanse modeontwerper zelf aan bod komt. Zijn werk heeft dan al voor hem gesproken: geheel eigen herinterpretaties van het maatpak, gepresenteerd met veel drama, theater en, jawel, korte broek.

Hij draagt het grijze pak zelf, vertelt Thom Browne dan in deze gestileerde film, maar ook de mensen om hem heen moesten ‘m in onversneden vorm uitdragen. ‘Zodat het duidelijk zou zijn dat de look niet aan één individu gekoppeld was, maar over de hele linie identiek was. Ik zie het ook als een levend kunstwerk: als je ons in al onze uniformiteit ziet, straalt dat iets heel krachtigs uit. Want binnen die uniformiteit zie je prachtige, unieke individuen.’

Documentairemaker Reiner Holzemer heeft dan al laten zien dat Browne bepaald geen pakken voor grijze muizen maakt – of voor de talloze teddyberen die, netjes in pak natuurlijk, ‘s mans buitenissige creaties vanuit de zaal aanschouwen tijdens de publieke presentatie ervan. Hij volgt de ontwerper als die weer een ravissante nieuwe collectie, ook voor vrouwen, op een lekker ontregelende manier presenteert. Wie het pak past, lijkt het parool, trekke hem aan.

Maar wie hij nu zelf is? Thom Browne had een ‘gemakkelijke jeugd’, deed een tijd aan wedstrijdzwemmen en wist daarna niet wat hij met zijn leven aan moest. In New York vond hij via Giorgio Armani, Ralph Lauren én David Bowie zijn weg in de modewereld en bakende daar al snel zijn geheel eigen hoekje af, waar alles lijkt te mogen en kunnen en Holzemer nu vol de spotlights op zet. Zijn hoofdpersoon blijft intussen ‘gewoon’ een enigma.

Kings From Queens: The Run-DMC Story

Peacock

Bij de introductie van Run-DMC in de Rock & Roll Hall Of Fame in 2009 vat de rapper Eminem het bondig samen: ‘Ze waren de eerste rocksterren van de rap. De eerste filmsterren van rap. De eerste rapgroep die op MTV was te zien. De eerste rapgroep met een platina plaat. De eerste rapgroep met een eigen sneaker. En de eerste die wereldwijd stadions uitverkocht.’ En daarvoor hadden Joseph ‘Run’ Simmons, Darryl ‘DMC’ McDaniels en Jason ‘Jam Master Jay’ Mizell, voegt Eminem er bij de start van Kings From Queens: The Run-DMC Story (140 min.) nog aan toe, in feite niet meer nodig dan ‘two turntables and a microphone’.

De gastenlijst van deze driedelige docuserie van Kirk Fraser onderstreept de status van het New Yorkse trio nog maar eens en oogt als een stamboom van de eerste hiphop-generatie: Runs oudere broer en platenbaas Russell Simmons, Cheryl ‘Salt’ James (Salt-N-Pepa), Kurtis Blow, Doug E. Fresh, Chuck D (Public Enemy), Ice-T, Ad-Rock en Mike D (Beastie Boys), LL Cool J en Ice Cube. Ook Tom Morello (Rage Against The Machine), Eminem en Questlove (The Roots) kussen de ring van The Beatles/Stones van de hiphop. Één man ontbreekt natuurlijk: Run-DMC’s deejay Jam Master Jay. Hij werd in 2002 vermoord, het breekpunt van de slotaflevering van Kings From Queens.

Dan heeft Run-DMC’s zegetocht – de opkomst netjes geschetst in deel 1, gevolgd door een patente dwarsdoorsnede van hun glorieperiode in het tweede deel – sowieso al averij opgelopen. De drie leden kiezen elk hun eigen pad. Run trekt zich terug met z’n familie en in de kerk, waar hij zich ontwikkelt tot de ‘Reverend Joseph Simmons’. DMC krijgt stemproblemen, die een psychosomatisch karakter lijken te hebben, en daalt vervolgens af in zijn eigen diepte. En Jay volgt zijn neus richting steeds weer nieuwe muziek. Totdat hij wordt neergeschoten bij zijn eigen studio. Zijn weduwe Terri vertelt er geëmotioneerd over. Op ‘s mans uitvaart wordt Run-DMC daarna meteen opgeheven.

Ruim twintig jaar later laat Fraser zich door Run en DMC op sleeptouw nemen naar de plekken die hun levens en carrière hebben gevormd. Hij geeft hun baanbrekende rapsongs natuurlijk ook alle ruimte en zet de teksten met typografie aan. Zo werkt ie toe naar een allerlaatste Run-DMC show, als headliner van een groot festival in Yankee Stadium in 2023, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van hiphop. Daar laten de twee rappende ‘Kings of Rock’, die tegenwoordig vooral bezig lijken met hun religie en eigen comic books, nog eenmaal oude tijden herleven. Zónder hun maatje Jam Master Jay, het oliemannetje binnen hun driemanschap.

The Battle Over Citizen Kane

PBS

In The Battle Over Citizen Kane (110 min.) wordt een verpletterende botsing gereconstrueerd. Tussen twee gi-gan-ti-sche ego’s, welteverstaan. Tussen Orson Welles (1915-1985), de maker van de baanbrekende film Citizen Kane (1941), en William Randolph Hearst (1863-1951), de mediamagnaat op wiens leven die film is gebaseerd. Twee mannen met wie altijd wat loos is. Ze zijn allebei mateloos, roekeloos en grenzeloos en lijken waarschijnlijk ook meer op elkaar dan ze zichzelf realiseren.

Deze documentaire van Thomas Lennon en Michael Epstein uit 1996, die destijds werd genomineerd voor een Oscar, zet de levens van deze twee mastodonten tegenover elkaar. De rijkeluiszoon Hearst bouwt een eigen krantenimperium op, probeert tevergeefs burgemeester, gouverneur en president te worden en groeit desondanks uit tot één van de rijkste en machtigste mannen van de Verenigde Staten. Welles wordt intussen beschouwd als een absoluut wonderkind, maakt als jongeling furore in het New Yorkse theater en jaagt half Amerika in 1938 de stuipen op het lijf met het nét iets te realistische hoorspel War Of The Worlds over een acute aanval van buitenaardse wezens.

Als Orson Welles op 24-jarige leeftijd zijn eerste film gaat maken, kiest hij de meedogenloze mediatycoon als zijn doelwit. Die is wel wat kritiek gewend en trekt zich daar doorgaans weinig van aan. Welles maakt echter één cruciale fout: hij richt zijn peilen ook op Hearsts maîtresse, de 35 jaar jongere actrice Marion Davies. Het jeugdige genie bestaat het zelfs om zijn koosnaampje voor haar edele delen, ‘rosebud’, belachelijk te maken. Als dat nieuws uitlekt, stelt de grondlegger van de Amerikaanse riooljournalistiek alles in het werk om Welles film te laten vernietigen en de maker daarvan helemaal kapot te maken – een kwestie die ook nog zal worden opgeroepen in de speelfilm RKO 281 (1999).

The Battle Over Citizen Kane, in goede banen geleid door een lekker vileine verteller (schrijver Richard Ben Cramer), verhaalt over hoe die epische ruzie hen allebei ten gronde richt. William Randolph Hearst besmet er zijn eigen reputatie mee, terwijl Orson Welles al snel ‘Amerika’s jongste has been’ wordt gedubd en er nooit meer helemaal bovenop zal komen. En het gekke is, betogen Lennon en Epstein in deze gesmeerd lopende film, in de fictieve hoofdpersoon van de gewraakte film, Charles Foster Kane, zijn ze allebei te herkennen. ‘Orson maakte een autobiografische film’, stelt Robert Wise zelfs, die Citizen Kane monteerde. ‘Maar hij realiseerde zich dat helemaal niet.’

Stonewall Uprising

PBS

In de zomer van 1969 komen de jaren zestig alsnog op gang voor Amerikaanse homo’s, lesbiennes en drags, die hun eigen strijd om burgerrechten beginnen te voeren.

Homoseksualiteit wordt dan nog beschouwd als een psychische aandoening, die desnoods onder dwang moet worden behandeld. Met elektroshocks bijvoorbeeld, al zijn ook een lobotomie of castratie niet uitgesloten. ‘Twee-derde van de Amerikanen kijkt naar homoseksuelen met walging, ongemak of angst’, vat de befaamde journalist Chris Wallace het sentiment in zijn land samen in de televisiereportage The Homosexuals uit 1967. Praktiserende homoseksuelen moeten volgens hen vervolgd worden.

Het is dus niet vreemd dat deze Amerikanen doorgaans ondergronds proberen te blijven. ‘Het idee van uit de kast komen was belachelijk’, herinnert de schrijver Eric Marcus zich in deze documentaire van het echtpaar Kate Davis en David Heilbroner uit 2010. ‘Uit bestond helemaal niet. Iedereen bleef in de kast.’ Durfals en activisten, of gays die simpelweg niets te verliezen hebben, ontmoeten elkaar op clandestiene plekken. Die worden alleen met de regelmaat van de klok geconfronteerd met invallen van de politie.

De politieactie bij de New Yorkse homobar The Stonewall Inn op 28 juni 1969 is er echter nét één te veel en veroorzaakt een heftige tegenreactie, de zogeheten Stonewall Uprising (81 min.). Dit cruciale moment in de geschiedenis van de Amerikaanse LHBTIQ+-beweging wordt in deze film opgeroepen met direct betrokkenen, zowel bezoekers van The Stonewall als agenten van de NYPD. Ook de latere burgemeester Ed Koch, over wie wordt gefluisterd dat hij zelf wel eens gay zou kunnen zijn, blikt terug.

Davis en Heilbroner vullen het bestaande beeldmateriaal van de opstand aan met gedramatiseerde scènes. Zo verschijnt de dag waarop de groep die altijd in de hoek zit waar de klappen vallen terugslaat, weer helder op het netvlies. Vanachter die tumultueuze junidagen, die ook aan de basis staan van Gay Pride, komt een wereld tevoorschijn, die met hedendaagse ogen bekeken ronduit schokkend is. Waarin uiting geven aan wie je bent of wilt zijn illegaal is en zomaar kan leiden tot arrestatie.

Torn: The Israel-Palestine Poster War On NYC Streets

Metallux Studio

Na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023, waarbij ook een groot aantal Israëlische burgers is ontvoerd, beginnen Amerikaanse familieleden van hen heel New York vol te hangen met felrode ‘Kidnapped’-posters, om aandacht te vragen voor de situatie van de gegijzelden en het onbeschrijflijke leed dat zo wordt veroorzaakt.

Als de situatie in Gaza ondertussen volledig escaleert, slaat de strijd ook over naar de Amerikaanse stad. Tegenstanders van Israëls meedogenloze militaire campagne beginnen diezelfde posters te verwijderen. Ze beschouwen die als niet meer dan propaganda, om de genocide op weerloze Palestijnse burgers te legitimeren.

Genuanceerd brengt Nimrod Shapira in Torn: The Israel-Palestine Poster War On NYC Streets (75 min.), aan de hand van de gebeurtenissen in Israël en Gaza in de laatste maanden van 2023, de ideologische strijd die ontbrandt op de New Yorkse straten in beeld. Over wie de echte slachtoffers zijn en welke slachtoffers aandacht krijgen.

Shapira bevraagt daarbij ook enkele posterplakkers. De verwijderaars wilden hem niet aan het woord staan. Hun standpunten en zorgen verwerkt hij via televisie-interviews en social media-uitingen alsnog in zijn film. Hij legt die ook voor aan de mensen achter de posters, die er serieus op ingaan. Zo komt het zowaar toch tot een soort conversatie.

Hoe anders gaat het er op straat, online en in de buitenwereld meestal aan toe. ‘The person who tore this poster supports the MURDER, RAPE and MUTILATION of Jews’, schrijft een boze Joodse Amerikaan bijvoorbeeld. Zo ontspoort het debat steeds verder en leidt dit ook tot het namen & shamen, cancelen en doxen van de opponent.

De Joodse schrijfster Nina Mogilnik, die zelf een kind met een autismespectrumstoornis heeft en die daardoor extra werd geraakt door de ontvoering van het twaalfjarige autistische jongetje Noya Dan, besluit uiteindelijk te stoppen met posteren. Ze gaat op zoek naar een manier om de woede en morele verontwaardiging achter zich te laten.

Met een stift schrijft ze ‘you are loved’ op de resten van weggerukte posters. Het is een klein menselijk gebaar, in een volledig gepolariseerd debat, dat allang niet meer alleen in New York op hoge toon wordt gevoerd. Die scherpte zorgt ervoor dat gewone mensen zich aangevallen en onveilig voelen en ervoor kiezen om voortaan hun mond te houden.

Torn maakt dit fundamentele ongemak, aan de hand van een concrete casus, pijnlijk voel- en zichtbaar.

Melania

Prime Video / Amazon MGM

Vóór deze Melania (2026) was er al een andere Melania (2022). Vóór Melania Trump was er natuurlijk ook Melania Knauss. Vóór de Amerikaanse presidentsvrouw een Sloveens topmodel. En vóór dit pompeuze portret van Brett Ratner dus al een ongeautoriseerde film uit haar geboorteland van Jurij Gruden.

Die eerste Melania-film probeert de vrouw te vangen, die de lange weg heeft afgelegd van een arbeidersgezin in de Balkan naar het Witte Huis in Washington. Gruden moet daarbij nogal wat hindernissen nemen: zijn hoofdpersoon blijft buiten bereik en mensen die dichtbij haar staan, als die er al zijn in Slovenië, krijgt hij ook niet te pakken. Hij moet ‘t doen met een jeugdvriendin, haar advocaat, meneer pastoor en diverse fotografen, waaronder de Fransman Philip Plisson, die totaal verrast is als hem duidelijk wordt dat hij talloze keren een jongere versie van de First Lady voor zijn camera heeft gehad.

Hoe anders zijn de werkomstandigheden voor Ratner. Hij krijgt zogezegd ongefilterd toegang tot Melania, haar liefdevolle man Donald, vader Viktor en de gehele hofhouding van de Trumps. Twintig dagen lang mag hij, ogenschijnlijk als een vlieg op de muur, bij haar aansluiten, in de aanloop naar de tweede inauguratie van haar echtgenoot in 2025. Melania is zelfs bereid gevonden om de film zelf te produceren en als verteller te fungeren. Met vaste hand en afgemeten stem kadert ze haar eigen dagelijkse bezigheden in. Een sterke, betrokken, creatieve, strenge en sociaal voelende vrouw.

Althans… voor iedereen die meegaat in Melania’s narratief. Want elke scène die Brett Ratner zomaar lijkt te registreren is natuurlijk zorgvuldig geregisseerd. Haar leven oogt als een continue choreografie van statige plekken, fotogenieke activiteiten en knipmessende medewerkers, waarbij niets aan het toeval is overgelaten. Of zou Donald haar echt informeren over hoeveel kiesmannen hij heeft gewonnen, terwijl de verkiezingsuitslag dan al zeker twee maanden bekend is? En zou zij werkelijk de omschrijving ‘vredestichter en vereniger’ aan zijn inauguratiespeech hebben toegevoegd om alvast een voorschot te nemen op z’n nalatenschap?

Bij Trump valt natuurlijk niets uit te sluiten. Zoals bij zijn vrouw niets op toeval lijkt te berusten. Elke blik, elk lachje, elke knuffel oogt professioneel. Deze vrouw weet hoe ’t is om bekeken te worden. Ratner legt ’t allemaal ademloos vast en geeft het geheel nog een extra plastic randje met een wezenloze soundtrack, bestaande uit aalgladde eightieshits en klassieke klassiekers. Met zijn film maakt hij van haar, nádat ze dus ooit een gewoon Sloveens arbeidersmeisje was dat begon te dromen over een carrière als supermodel, nu een soort ultieme combinatie van Imelda Marcos, Anna Wintour en Carmela Soprano.

Waarna ie tot besluit, onder de noemer ‘Melania Trump is reinventing the role of America’s First Lady’, nog braaf al haar gigantische prestaties in het eerste jaar van de navolgende ambtstermijn opsomt.

Woodstock, 3 Days Of Peace & Music

Warner Bros

In 1969 bestaat er nog niet zoiets als een festivalseizoen, met een ruim van tevoren vastgelegde evenementenkalender. De organisatoren van Woodstock, het festival dat de geschiedenis zal ingaan als de hoogmis van het hippietijdperk, betreden nog grotendeels onontgonnen terrein. Hun geesteskind veroorzaakt gigantische verkeersopstoppingen, bezorgt de lokale middenstand zowel een topomzet als kopzorgen en levert gevaren op voor de volksgezondheid, in de vorm van slechte LSD.

Ruim 400.000 ‘freaks’, véél meer dan verwacht, strijken van 15 tot en met 18 augustus neer op een weiland van de melkveehouder Max Yasgur in de Amerikaanse staat New York voor Woodstock, 3 Days Of Peace & Music (224 min.). Deze klassieke festivalfilm van Michael Wadleigh, die Martin Scorsese naar verluidt geen ‘credit’ als coregisseur gunde, ruimt natuurlijk alle ruimte in voor de line-up waarvoor zij naar dit Boomertown avant la lettre zijn getrokken: Richie Havens, The Who, Joan Baez, Ten Years After, Crosby, Stills & Nash, Santana, Jefferson Airplane, Canned Heat, Janis Joplin, Sha-Na-Na en Sly & The Family Stone.

Het levert onvergetelijke concertimpressies op, veelal in zeer effectief split screen uitgeserveerd: Joe Cockers carrière-definiërende uitvoering van With A Little Help From My Friends bijvoorbeeld. De anti-Vietnamoorlog-meezinger The “Fish” Cheer/I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To-Die Rag van Country Joe & The Fish (‘Whoopee, we’re all gonna die!’). Of Jimi Hendrixs feedbackversie van het Amerikaanse volkslied. Tussendoor toont Wadleigh het leven in deze ad hoc geformeerde hippiemaatschappij, waar joints van hand tot hand gaan, naakt wordt gezwommen en tijdens onweer spontaan een regendans en modderglijpartijen ontstaan.

‘Ik kan met trots zeggen dat de inwoners van dit land trots kunnen zijn op deze kinderen’, laat de plaatselijke korpschef zowaar monter optekenen. En hoewel sommige omwonenden in Bethel, New York, wel degelijk mopperen, gaat het er doorgaans best beschaafd aan toe in Woodstock. ‘Dokter Jack Maitland, alstublieft, neem al uw hechtmaterialen mee, want u bent hier nodig’, meldt de festivalomroeper bijvoorbeeld. ‘U moet een bevalling doen.’ Luttele minuten later volgt een nieuwe oproep: ‘City McGee, kom onmiddellijk naar de rechterachterkant van het podium. Ik heb begrepen dat je vrouw aan het bevallen is. Gefeliciteerd.’

Het ultieme sixties-festival, een ongegeneerde viering van de tegencultuur, blijkt vaak een kwestie van improviseren. Geen draaiboek te bekennen. Er is te weinig water, nooit genoeg eten en nauwelijks een plek om te ontlasten. En toch blijven de ‘blommenkinderen’, waarvan er ook nog een paar aan het woord komen, alles van de positieve kant bekijken. Woodstock is en blijft daardoor te allen tijde ‘groovy’ – en daarmee ook een ongekend tijdsdocument. Van een periode waarin vrede en (vrije) liefde de wereld leken te gaan veroveren – totdat de ‘squares’, en hun onvermijdelijke ‘pigs’, hem toch weer in hun macht kregen.

The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets

Peacock

Het nieuws is de afronding van The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets (257 min.) al vooruitgesneld. Slechts twee weken nadat de Amerikaanse architect Rex Heuermann op 8 april 2026 officieel bekent dat hij acht vrouwen heeft vermoord, zal er een extra aflevering worden toegevoegd aan deze aanvankelijk uit drie delen bestaande true crime-serie van Jared P. Scott uit 2025. Nadat in de eerste afleveringen al Heuermanns echtgenote Asa Ellerup en dochter Victoria uitgebreid hun verhaal hebben gedaan, komt nu ook The Long Island Serial Killer zelf aan het woord. Over zijn ‘kill room rituals’.

Dat gebeurt via een omweg. De psycho- en familietherapeut Alison Winter speelt daarbij een sleutelrol. Zij begeleidt de verschillende gezinsleden bij het verwerken van wat er sinds de arrestatie van Rex op 13 juli 2023 op hen af is gekomen en heeft van hen ook toestemming gekregen om dit te delen – de vraag is wel waarom. Na de aanhouding van de man des huizes zijn Asa, Victoria en Heuermanns stiefzoon Christopher Sheridan in elk geval volledig beduusd. Ze kunnen niet geloven dat hun man/vader, die ze van haver tot gort denken te kennen, The Long Island Serial Killer is en willen dit uit zijn eigen mond horen. En daarin probeert Winter faciliterend te zijn.

Documentairemaker Jared P.  Scott is niet aanwezig bij deze sessies, maar bespreekt die wel uitgebreid na met Heuermanns gezinsleden en mag ook doorfilmen als de man zelf zich telefonisch bij hen meldt om nog het één en ander door te spreken. Dit levert ook extra informatie op over zijn misdrijven. Hij blijkt Karen Vergata bijvoorbeeld te hebben vermoord in 1996, toen de twee maanden zwangere Asa al naar Zweden was vertrokken om met hem in het huwelijk te treden. Had het één met het ander te maken? In hoeverre hield hun relatie sowieso verband met Rex Heuermanns moordlust? Of leefde de man écht twee volledig van elkaar gescheiden levens?

Het schokkende van deze miniserie zit uiteindelijk ook niet in de huiveringwekkende details van het ‘four day plan’, waarmee Rex Heuermann zijn daden vooraf tot in detail plande of de rituelen waarmee hij ze vervolgens daadwerkelijk ten uitvoer bracht, maar in de verknipte familiedynamiek rond de seriemoordenaar, die zich voor de camera ook ontwikkelt. De gevreesde ‘ogre’, boeman, lijkt vooralsnog ‘gewoon’ onderdeel van zijn gezin te blijven. ‘Ik wil die andere kant van Rex leren kennen’, vertelt zijn vrouw Asa Ellerup, die zelfs van plan is in Rex’s geheel gerenoveerde ‘kill room’ te blijven slapen, bijvoorbeeld nét iets empathisch. ‘Ik wil weten waarom hij al die vrouwen heeft gedood.’

Een buitenstaander zou wellicht denken: weg uit dat moordhuis, nooit meer een woord verspillen aan die killer. Zo gaat het echter niet in Huize Heuermann. Daar wordt na acht moorden – en de teller loopt… – nog altijd verbinding gezocht. Wat zegt dat over dit onfortuinlijke gezin of het trauma dat daarbinnen huishoudt? Feit is dat The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets een unieke inkijk geeft in het persoonlijke leven van een beruchte seriemoordenaar, dat verder nog psychologisch wordt ingekaderd door de befaamde FBI-profiler John Douglas (Mindhunter), en de indirecte slachtoffers van z’n daden, zijn eigen vrouw en kinderen.

Als gevolg daarvan is er aan het eind van deze zeer indringende miniserie nauwelijks nog aandacht voor zijn andere slachtoffers en hun nabestaanden, die in series als Gone Girls: The Long Island Serial Killer en Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders overigens al ruimschoots aan bod zijn gekomen. En hoewel Scott met zijn verwanten behoorlijk wat informatie over Heuermanns achtergrond opdiept, komt er ook op de waarom?-vraag – wat is de reden dat juist deze gewone en, behalve zijn grootte, tamelijk onopvallende man is gaan moorden? – uiteindelijk geen bevredigend antwoord. Als dat al bestaat…

Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders

Prime Video

De conclusie is even pijnlijk als onvermijdelijk: The Long Island Serial Killer heeft alleen zo lang z’n gang kunnen gaan omdat zijn slachtoffers sekswerkers waren.

Als er rond de eeuwwisseling jonge vrouwen beginnen te verdwijnen in de regio New York, komt het onderzoek daarnaar maar niet echt op gang. De politie gaat er blijkbaar voetstoots van uit dat de sekswerkers zich zelf uit de voeten hebben gemaakt. En ook de aanname dat toch vrijwel niemand hen zal missen – wie zit er tenslotte te wachten op een vrouw die zich online aanbiedt als escort? – draagt vermoedelijk niet bij aan de urgentie van het politieonderzoek naar wat er met hen is gebeurd. Totdat er in 2010 en 2011 maar liefst tien verminkte lichamen worden aangetroffen op Gilgo Beach.

Begin april 2026 heeft de architect Rex Heuermann, de man die verantwoordelijk wordt gehouden voor deze verdwijningen, eindelijk bekend dat hij in de periode van 1993 tot en met 2010 in elk geval acht van deze vrouwen heeft vermoord. Deze beer van een vent (ook wel ‘ogre’, ofwel boeman, genoemd) uit Massapequa Park in Long Island gaat ongetwijfeld de geschiedenis in als een klassieke seriemoordenaar, van het kaliber Ted Bundy, Jeffrey Dahmer en John Wayne Gacy. Net zoals zij zal Heuermann nog tot in de lengte der jaren in true crime-boeken, -films en -documentaires worden opgevoerd.

Dat is overigens al ruim vóórdat hij in de boeien wordt geslagen begonnen. Met het boek Lost Girls (2013), later verfilmd door Liz Garbus, vestigt journalist Robert Kolker de aandacht op de dan nog onbekende killer. Sinds Heuermanns arrestatie op 13 juli 2023 volgen ook de documentaires elkaar in rap tempo op. Na producties zoals Garbus’ Gone Girls: The Long Island Serial Killer en The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets, waarin zijn verbijsterde echtgenote en dochter aan het woord komen, is er nu de gestaalde vierdelige serie Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders (171 min.).

Inmiddels is het nieuws dat Rex Heuermann de dader is alweer enkele jaren oud. Nu de zaak binnenkort voor de rechter komt, besteedt regisseur Emma Cooper dus beperkt tijd aan de vermissing van de vrouwen, de weerslag daarvan op hun nabestaanden en het haperende politieonderzoek. Ze schakelt halverwege door naar de man die al deze jonge levens op z’n geweten heeft. Cooper brengt dan een voormalige klasgenoot, secretaresse en enkele collega’s voor de camera en heeft zelfs een sekswerker getraceerd, die beweert dat ze op een date is geweest met The Long Island Serial Killer.

Ronduit onrustbarend wordt deze true crime-serie als Cooper inzoomt op wat er zoal in de kelder van Rex Heuermanns verwaarloosde huis, dat hij sinds jaar en dag met zijn gezin bewoont, wordt aangetroffen. Op ’s mans computer vindt de politie bijvoorbeeld het Word-document HK 2002-04, een zelf gemaakte checklist voor een seriemoordenaar. Waarop Heuermann nauwkeurig vastlegt wat hij bij zijn gruweldaden nodig heeft, hoe hij die het beste kan voorbereiden en waar hij naderhand op moet letten. Zodat er voldoende – koude rillingen over de rug – ‘play time’ overblijft.

En het einde van deze nachtmerrie lijkt voorlopig nog niet in zicht: Rex Heuermann bezit ook huizen in Las Vegas en South Carolina en heeft ook daar wellicht slachtoffers gemaakt. Wordt dus vervolgd. In nieuwe true crime-producties – of updates van al opgezette series.

Unlocking The Cage

First Run Features

His day in court’, staat er op 27 april 2014 op de cover van The New York Times Magazine, bij een foto van de chimpansee Tommy. Hij heeft een pak en stropdas aan en zit ogenschijnlijk klaar voor een getuigenverklaring in de rechtbank. Advocaat Steven Wise blijft buiten beeld. Hij heeft namens Tommy, die in erbarmelijke omstandigheden leeft in een kooi, een zaak aangespannen. Volgens Wise is er sprake van illegale detentie.

Hij beroept zich als boegbeeld van het Nonhuman Rights Project op het principe van ‘habeas corpus’. Zo kan worden getoetst of iemand terecht gevangen is gezet. Hij gaat daarbij uit van het idee dat hoog-intelligente dieren, zoals sommige apensoorten, olifanten, dolfijnen, walvissen en orka’s, juridisch moeten worden beschouwd als ‘personen’ –  net als organisaties dat volgens de Amerikaanse wet ook zijn of, elders in de wereld, een rivier. Deze dieren hebben in zijn optiek dus onvervreemdbare rechten.

In de observerende documentaire Unlocking The Cage (91 min.) uit 2016 volgen Chris Hegedus en haar partner, direct cinema-legende D.A. Pennebaker, de Amerikaanse dierenrechtenactivist en zijn medestanders tijdens hun strijd om erkenning te krijgen voor de rechten van deze dieren en aandacht voor de manier waarop die vaak met voeten worden getreden. Niet iedereen neemt Wise serieus: er wordt nog wel eens geblaft als hij een rechtszaal binnenkomt of op Harvard Law School een college geeft.

Wise neemt zijn missie echter uiterst serieus. Wat nu geldt voor ‘nonhuman animals’, gold vroeger voor vrouwen, kinderen en slaven. Hij weet dus wat hem te doen staat: ‘kick the first door open’. Dan volgt de rest vanzelf. Wise heeft zijn zinnen gezet op een casus met een chimpansee, een dier dat regelmatig menselijke trekjes vertoont. Chimps kunnen, om maar eens wat te roepen, spelletjes spelen, gebarentaal leren en een fikse karatetrap uitdelen. Ze zijn bovendien in staat tot empathie en roepen ook empathie op.

In hun laatste film samen documenteren Hegedus en Pennebaker, inmiddels in de negentig, Wise’s zoektocht naar een geschikt voorbeeld, een dier waarbij het welzijn ernstig in het geding is, en een rechtbank die de bijbehorende zaak serieus wil behandelen. Daarbij moet hij heel wat tegenvallers slikken, in een interessante documentaire die zich voor een belangrijk deel in de rechtszaal afspeelt en dan ook behoorlijk juridisch van toon en karakter wordt (en dus niet iedereen zal bekoren).

Het idee van een dier als persoon blijft nu eenmaal abstract – al lijken de tijden dat een aap, dolfijn of olifant simpelweg als een gebruiksvoorwerp werd beschouwd ook wel achter ons te liggen.

Snoepjes

Canal+

Jack ‘Den Regelaar’ heeft, zoals ze dat in Brabant zeggen, ‘unne verrekeskop’. Niet dat de man zo’n dikke kop heeft – althans, niet dat we weten. De ‘XTC Kingpin’ heeft letterlijk een varkenskop op, zodat zijn anonimiteit is gewaarborgd. Vermoedelijk weten insiders uit het Brabantse criminele milieu desondanks direct wie hij is, want hij behoort tot de (voormalige) kopstukken van de lokale drugscriminaliteit. Die opereerde overigens bepaald niet alleen in de regio. Ooit was Jack goed voor zo’n miljoen pillen per week.

Zijn vakbroeder, Aad ‘De Kluiskraker’, ook al met ‘zonne verrekeskop’ op, was lid van de beruchte West-Brabantse York-bende, draaide eerst zijn hand niet om voor een bankoverval en zette daarna echt wereldwijd pillen af. En die werden gefabriceerd op het platteland, in pak ‘m beet paardenmaneges of struisvogelbedrijven of – vandaar die kop – varkensstallen. Want er was altijd wel een boer te vinden die een centje wilde bijverdienen – of die zich gedwongen voelde om ‘an offer you can’t refuse’ te accepteren.

In de vierdelige docuserie Snoepjes (176 min.), die kan worden beschouwd als de missing link tussen Amsterdam Narcos, De IRT Affaire, De Godfather Van Oss en Over Grenzen, laat Bart van den Aardweg leden van de Brabantse maffia leeglopen over hun ervaringen in de designer drugsbusiness, waar kerels met bijnamen zoals ‘De Man Op De Berg’, ‘De Zigeunerkoning’ en ‘De Commissionaris’ de toon zetten en een sleutelrol is weggelegd voor ‘De Gekke Professor’, chemicus Robert Hollemans.

Hun herinneringen zijn door Van den Aardweg omlijst met fraaie archiefbeelden en gereconstrueerde scènes en worden verder van kleur voorzien door hardcore-DJ Dano, feestorganisator Ilja Reiman, Roxy-portier Remco Doorn en Bhagwan-volgeling en XTC-therapeut Peter den Haring. De misdaadjournalisten Hessel de Ree en Jens Olde Kater, oud-officieren van justitie Monique Klinkenbijl en Cees Spierenburg en ex-minister van Justitie Winnie Sorgdrager zorgen voor context en tegenwicht.

Die is broodnodig. Anders waren de varkenskoppen en al die andere pillenboeren wellicht overgekomen als relatief onschuldige geinponems. Deze smeuïge miniserie maakt er echter geen geheim van: de Brabantse drugscriminaliteit mocht dan provinciaals overkomen, het was wel degelijk een internationaal vertakte business, die gepaard ging met geweld, ripdeals en liquidaties. En ter plaatse, in het beruchte dorp Sint Willebrord bijvoorbeeld, werd daarover zorgvuldig gezwegen. Omerta, juist.

Snoepjes toont nog maar eens ondubbelzinnig aan: Nederland – lees Brabant – deed (en doet) dienst als een internationaal zenuwcentrum voor de productie van en handel in synthetische drugs.

Chess Mates

Netflix

‘Ik had het gevoel dat ik niet tegen een mens speelde’, zegt Magnus Carlsen, de beste schaker van de wereld, als hij terugblikt op zijn tweekamp met Hans Niemann tijdens de strijd om de prestigieuze Sinquefield Cup in St. Louis in 2022. De gedoodverfde Noorse favoriet is daar van het bord gespeeld door een negentienjarige uitdager, die door elke kenner véél lager wordt aangeslagen en tóch heer en meester bleek in de tweekamp. Dat riekt naar vals spel. Heeft Niemann zich stiekem laten influisteren door een schaakcomputer?

‘Het is duidelijk dat Hans niet te vertrouwen was’, stelt Carlsens vader en manager Henrik onomwonden in de boeiende documentaire Chess Mates (75 min.) van Thomas Tancred (Last Stop Larrimah), één van de betere afleveringen van Netflix’s sportdocuserie Untold. ‘Hij was een potentiële bedreiging voor de schaakwereld.’ Zijn zoon Magnus laat het er niet bij zitten. Hij verlaat het toernooi en maakt zijn New Yorkse opponent, via een slinkse omweg, publiekelijk zwart. Hans Niemann zou tijdens de wedstrijd in het geheim signalen hebben gekregen via, werkelijk waar, ‘anale kralen’.

De jonge grootmeester die de zwarte Piet krijgt toegeschoven is zich zelf van geen kwaad bewust. Volgens Niemann is Carlsen gewoon een slechte verliezer. Hij heeft de schijn wel tegen: toen hij tijdens de Coronacrisis als jonge hond, met veel bravoure en theater, furore begon te maken op het toonaangevende online-platform chess.com, werd de schaakinfluencer al eens betrapt op vuil spel. Nu de kampioen een banvloek over hem heeft uitgesproken, wordt Niemann daarom direct in de ban gedaan. Maar betekent dit ook dat hij op een oneerlijke manier heeft gewonnen van Carlsen?

Tancred zet de twee rivalen, de meester die gewend is om te winnen en de ‘angry young man’ die diens heerschappij zonder enige vorm van respect aanvecht, nog eens recht tegenover elkaar in deze enerverende film. Hoeveel minachting of achterdocht ze ook koesteren, de twee lijken veroordeeld tot elkaar. In een man-tot-man gevecht, online of juist ‘over the board’, over wie er de beste schaker in de wereld is. Waarbij veel, zo niet alles, geoorloofd lijkt om te winnen. Op het bord of in de publieke opinie.