Lenny Bruce: Swear To Tell The Truth

Whyaduck Productions

Zijn scheiding van Hot Honey Harlow maakte Lenny Bruce van Lenny Bruce, stelt zijn moeder Sally. Van tevoren zocht de Amerikaanse stand-upcomedian (1925-1966) ook al de grenzen van het betamelijke op, zowel op het podium als in zijn privéleven, maar daarna was de beer pas écht los.

Honey Bruce, hun dochter Kitty en Lenny’s moeder Sally Marr schetsen in Lenny Bruce: Swear To Tell The Truth (97 min.) een levendig beeld van de branieschopper uit New York. Hij maakte van zijn hart nooit een moordkuil, maar moest zijn mond vervolgens wel talloze malen spoelen. Als een aanstootgevend woord maar vaak genoeg wordt gebruikt, zo leek echter Bruces stellige overtuiging, wordt het onschadelijk gemaakt.

Hij verdient ‘De Bad Taste Award’ schreef een krant toen Lenny Bruce in de jaren vijftig een vaste gast werd op de Amerikaanse televisie. Toen moesten zijn problemen met de wet nog beginnen. Regisseur Robert B. Weide toont in dit postume portret uit 1998 hoe de controversiële comedian zichzelf langzaam in een hoek van de kamer schilderde en daarbij een fiks handje werd geholpen door de Amerikaanse autoriteiten.

Zij begonnen Bruce te vervolgen voor obsceen gedrag en -taalgebruik tijdens optredens en arresteerden hem ook vanwege het bezit van drugs. Al snel durfden clubeigenaren hun vingers niet meer te branden aan de komiek en dreigde zijn carrière uit te doven. Intussen ging de man, die de lusten van het leven nauwelijks kon weerstaan en ervan overtuigd was dat hij geen eerlijk proces had gekregen, naar de gallemiezen.

Hij liet een half afgemaakte zin achter op zijn typemachine, aldus verteller Robert de Niro in deze boeiende film, die met een jazzy soundtrack lekker op temperatuur is gebracht: ‘Conspiracy to interfere with the Fourth Amendment const…’ Het woord ‘constitutes’ zou hij nooit afmaken. Lenny Bruce ging ten onder aan datgene waarvoor hij had gestreden, het vrije woord, in combinatie met het gebruik van harddrugs.

Na hem zou er nooit meer een optredende artiest voor de rechter worden gedaagd vanwege obsceniteiten, constateert Weide tot besluit, alvorens hij voor de aftiteling de kraker I Fought The Law van de befaamde punkband The Clash instart. De boodschap daarvan, vervat in een zin van slechts vier woorden, is onontkoombaar: ‘And the law won.’

Thom Browne – The Man Who Tailors Dreams

Reiner Holzemer / maandag 22 juni, om 22.40 uur, op NPO2

‘Wat zegt zijn werk over Thom Browne zelf?’ werpt Tim Blank, hoofdredacteur van The Business Of Fashion, direct, met het nodige aplomb, de centrale vraag van dit portret op. ‘Die vraag heb ik hem al een miljoen keer gesteld, maar hij geeft er nooit echt antwoord op.’

In de eerste minuten van de documentaire Thom Browne – The Man Who Tailors Dreams (95 min.) mogen eerst kopstukken uit zijn werkwereld – een Anna Wintour, een Janet Jackson, een Whoopi Goldberg – hun zegje doen voordat de Amerikaanse modeontwerper zelf aan bod komt. Zijn werk heeft dan al voor hem gesproken: geheel eigen herinterpretaties van het maatpak, gepresenteerd met veel drama, theater en, jawel, korte broek.

Hij draagt het grijze pak zelf, vertelt Thom Browne dan in deze gestileerde film, maar ook de mensen om hem heen moesten ‘m in onversneden vorm uitdragen. ‘Zodat het duidelijk zou zijn dat de look niet aan één individu gekoppeld was, maar over de hele linie identiek was. Ik zie het ook als een levend kunstwerk: als je ons in al onze uniformiteit ziet, straalt dat iets heel krachtigs uit. Want binnen die uniformiteit zie je prachtige, unieke individuen.’

Documentairemaker Reiner Holzemer heeft dan al laten zien dat Browne bepaald geen pakken voor grijze muizen maakt – of voor de talloze teddyberen die, netjes in pak natuurlijk, ‘s mans buitenissige creaties vanuit de zaal aanschouwen tijdens de publieke presentatie ervan. Hij volgt de ontwerper als die weer een ravissante nieuwe collectie, ook voor vrouwen, op een lekker ontregelende manier presenteert. Wie het pak past, lijkt het parool, trekke hem aan.

Maar wie hij nu zelf is? Thom Browne had een ‘gemakkelijke jeugd’, deed een tijd aan wedstrijdzwemmen en wist daarna niet wat hij met zijn leven aan moest. In New York vond hij via Giorgio Armani, Ralph Lauren én David Bowie zijn weg in de modewereld en bakende daar al snel zijn geheel eigen hoekje af, waar alles lijkt te mogen en kunnen en Holzemer nu vol de spotlights op zet. Zijn hoofdpersoon blijft intussen ‘gewoon’ een enigma.

Kings From Queens: The Run-DMC Story

Peacock

Bij de introductie van Run-DMC in de Rock & Roll Hall Of Fame in 2009 vat de rapper Eminem het bondig samen: ‘Ze waren de eerste rocksterren van de rap. De eerste filmsterren van rap. De eerste rapgroep die op MTV was te zien. De eerste rapgroep met een platina plaat. De eerste rapgroep met een eigen sneaker. En de eerste die wereldwijd stadions uitverkocht.’ En daarvoor hadden Joseph ‘Run’ Simmons, Darryl ‘DMC’ McDaniels en Jason ‘Jam Master Jay’ Mizell, voegt Eminem er bij de start van Kings From Queens: The Run-DMC Story (140 min.) nog aan toe, in feite niet meer nodig dan ‘two turntables and a microphone’.

De gastenlijst van deze driedelige docuserie van Kirk Fraser onderstreept de status van het New Yorkse trio nog maar eens en oogt als een stamboom van de eerste hiphop-generatie: Runs oudere broer en platenbaas Russell Simmons, Cheryl ‘Salt’ James (Salt-N-Pepa), Kurtis Blow, Doug E. Fresh, Chuck D (Public Enemy), Ice-T, Ad-Rock en Mike D (Beastie Boys), LL Cool J en Ice Cube. Ook Tom Morello (Rage Against The Machine), Eminem en Questlove (The Roots) kussen de ring van The Beatles/Stones van de hiphop. Één man ontbreekt natuurlijk: Run-DMC’s deejay Jam Master Jay. Hij werd in 2002 vermoord, het breekpunt van de slotaflevering van Kings From Queens.

Dan heeft Run-DMC’s zegetocht – de opkomst netjes geschetst in deel 1, gevolgd door een patente dwarsdoorsnede van hun glorieperiode in het tweede deel – sowieso al averij opgelopen. De drie leden kiezen elk hun eigen pad. Run trekt zich terug met z’n familie en in de kerk, waar hij zich ontwikkelt tot de ‘Reverend Joseph Simmons’. DMC krijgt stemproblemen, die een psychosomatisch karakter lijken te hebben, en daalt vervolgens af in zijn eigen diepte. En Jay volgt zijn neus richting steeds weer nieuwe muziek. Totdat hij wordt neergeschoten bij zijn eigen studio. Zijn weduwe Terri vertelt er geëmotioneerd over. Op ‘s mans uitvaart wordt Run-DMC daarna meteen opgeheven.

Ruim twintig jaar later laat Fraser zich door Run en DMC op sleeptouw nemen naar de plekken die hun levens en carrière hebben gevormd. Hij geeft hun baanbrekende rapsongs natuurlijk ook alle ruimte en zet de teksten met typografie aan. Zo werkt ie toe naar een allerlaatste Run-DMC show, als headliner van een groot festival in Yankee Stadium in 2023, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van hiphop. Daar laten de twee rappende ‘Kings of Rock’, die tegenwoordig vooral bezig lijken met hun religie en eigen comic books, nog eenmaal oude tijden herleven. Zónder hun maatje Jam Master Jay, het oliemannetje binnen hun driemanschap.

The Battle Over Citizen Kane

PBS

In The Battle Over Citizen Kane (110 min.) wordt een verpletterende botsing gereconstrueerd. Tussen twee gi-gan-ti-sche ego’s, welteverstaan. Tussen Orson Welles (1915-1985), de maker van de baanbrekende film Citizen Kane (1941), en William Randolph Hearst (1863-1951), de mediamagnaat op wiens leven die film is gebaseerd. Twee mannen met wie altijd wat loos is. Ze zijn allebei mateloos, roekeloos en grenzeloos en lijken waarschijnlijk ook meer op elkaar dan ze zichzelf realiseren.

Deze documentaire van Thomas Lennon en Michael Epstein uit 1996, die destijds werd genomineerd voor een Oscar, zet de levens van deze twee mastodonten tegenover elkaar. De rijkeluiszoon Hearst bouwt een eigen krantenimperium op, probeert tevergeefs burgemeester, gouverneur en president te worden en groeit desondanks uit tot één van de rijkste en machtigste mannen van de Verenigde Staten. Welles wordt intussen beschouwd als een absoluut wonderkind, maakt als jongeling furore in het New Yorkse theater en jaagt half Amerika in 1938 de stuipen op het lijf met het nét iets te realistische hoorspel War Of The Worlds over een acute aanval van buitenaardse wezens.

Als Orson Welles op 24-jarige leeftijd zijn eerste film gaat maken, kiest hij de meedogenloze mediatycoon als zijn doelwit. Die is wel wat kritiek gewend en trekt zich daar doorgaans weinig van aan. Welles maakt echter één cruciale fout: hij richt zijn peilen ook op Hearsts maîtresse, de 35 jaar jongere actrice Marion Davies. Het jeugdige genie bestaat het zelfs om zijn koosnaampje voor haar edele delen, ‘rosebud’, belachelijk te maken. Als dat nieuws uitlekt, stelt de grondlegger van de Amerikaanse riooljournalistiek alles in het werk om Welles film te laten vernietigen en de maker daarvan helemaal kapot te maken – een kwestie die ook nog zal worden opgeroepen in de speelfilm RKO 281 (1999).

The Battle Over Citizen Kane, in goede banen geleid door een lekker vileine verteller (schrijver Richard Ben Cramer), verhaalt over hoe die epische ruzie hen allebei ten gronde richt. William Randolph Hearst besmet er zijn eigen reputatie mee, terwijl Orson Welles al snel ‘Amerika’s jongste has been’ wordt gedubd en er nooit meer helemaal bovenop zal komen. En het gekke is, betogen Lennon en Epstein in deze gesmeerd lopende film, in de fictieve hoofdpersoon van de gewraakte film, Charles Foster Kane, zijn ze allebei te herkennen. ‘Orson maakte een autobiografische film’, stelt Robert Wise zelfs, die Citizen Kane monteerde. ‘Maar hij realiseerde zich dat helemaal niet.’

Stonewall Uprising

PBS

In de zomer van 1969 komen de jaren zestig alsnog op gang voor Amerikaanse homo’s, lesbiennes en drags, die hun eigen strijd om burgerrechten beginnen te voeren.

Homoseksualiteit wordt dan nog beschouwd als een psychische aandoening, die desnoods onder dwang moet worden behandeld. Met elektroshocks bijvoorbeeld, al zijn ook een lobotomie of castratie niet uitgesloten. ‘Twee-derde van de Amerikanen kijkt naar homoseksuelen met walging, ongemak of angst’, vat de befaamde journalist Chris Wallace het sentiment in zijn land samen in de televisiereportage The Homosexuals uit 1967. Praktiserende homoseksuelen moeten volgens hen vervolgd worden.

Het is dus niet vreemd dat deze Amerikanen doorgaans ondergronds proberen te blijven. ‘Het idee van uit de kast komen was belachelijk’, herinnert de schrijver Eric Marcus zich in deze documentaire van het echtpaar Kate Davis en David Heilbroner uit 2010. ‘Uit bestond helemaal niet. Iedereen bleef in de kast.’ Durfals en activisten, of gays die simpelweg niets te verliezen hebben, ontmoeten elkaar op clandestiene plekken. Die worden alleen met de regelmaat van de klok geconfronteerd met invallen van de politie.

De politieactie bij de New Yorkse homobar The Stonewall Inn op 28 juni 1969 is er echter nét één te veel en veroorzaakt een heftige tegenreactie, de zogeheten Stonewall Uprising (81 min.). Dit cruciale moment in de geschiedenis van de Amerikaanse LHBTIQ+-beweging wordt in deze film opgeroepen met direct betrokkenen, zowel bezoekers van The Stonewall als agenten van de NYPD. Ook de latere burgemeester Ed Koch, over wie wordt gefluisterd dat hij zelf wel eens gay zou kunnen zijn, blikt terug.

Davis en Heilbroner vullen het bestaande beeldmateriaal van de opstand aan met gedramatiseerde scènes. Zo verschijnt de dag waarop de groep die altijd in de hoek zit waar de klappen vallen terugslaat, weer helder op het netvlies. Vanachter die tumultueuze junidagen, die ook aan de basis staan van Gay Pride, komt een wereld tevoorschijn, die met hedendaagse ogen bekeken ronduit schokkend is. Waarin uiting geven aan wie je bent of wilt zijn illegaal is en zomaar kan leiden tot arrestatie.

Torn: The Israel-Palestine Poster War On NYC Streets

Metallux Studio

Na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023, waarbij ook een groot aantal Israëlische burgers is ontvoerd, beginnen Amerikaanse familieleden van hen heel New York vol te hangen met felrode ‘Kidnapped’-posters, om aandacht te vragen voor de situatie van de gegijzelden en het onbeschrijflijke leed dat zo wordt veroorzaakt.

Als de situatie in Gaza ondertussen volledig escaleert, slaat de strijd ook over naar de Amerikaanse stad. Tegenstanders van Israëls meedogenloze militaire campagne beginnen diezelfde posters te verwijderen. Ze beschouwen die als niet meer dan propaganda, om de genocide op weerloze Palestijnse burgers te legitimeren.

Genuanceerd brengt Nimrod Shapira in Torn: The Israel-Palestine Poster War On NYC Streets (75 min.), aan de hand van de gebeurtenissen in Israël en Gaza in de laatste maanden van 2023, de ideologische strijd die ontbrandt op de New Yorkse straten in beeld. Over wie de echte slachtoffers zijn en welke slachtoffers aandacht krijgen.

Shapira bevraagt daarbij ook enkele posterplakkers. De verwijderaars wilden hem niet aan het woord staan. Hun standpunten en zorgen verwerkt hij via televisie-interviews en social media-uitingen alsnog in zijn film. Hij legt die ook voor aan de mensen achter de posters, die er serieus op ingaan. Zo komt het zowaar toch tot een soort conversatie.

Hoe anders gaat het er op straat, online en in de buitenwereld meestal aan toe. ‘The person who tore this poster supports the MURDER, RAPE and MUTILATION of Jews’, schrijft een boze Joodse Amerikaan bijvoorbeeld. Zo ontspoort het debat steeds verder en leidt dit ook tot het namen & shamen, cancelen en doxen van de opponent.

De Joodse schrijfster Nina Mogilnik, die zelf een kind met een autismespectrumstoornis heeft en die daardoor extra werd geraakt door de ontvoering van het twaalfjarige autistische jongetje Noya Dan, besluit uiteindelijk te stoppen met posteren. Ze gaat op zoek naar een manier om de woede en morele verontwaardiging achter zich te laten.

Met een stift schrijft ze ‘you are loved’ op de resten van weggerukte posters. Het is een klein menselijk gebaar, in een volledig gepolariseerd debat, dat allang niet meer alleen in New York op hoge toon wordt gevoerd. Die scherpte zorgt ervoor dat gewone mensen zich aangevallen en onveilig voelen en ervoor kiezen om voortaan hun mond te houden.

Torn maakt dit fundamentele ongemak, aan de hand van een concrete casus, pijnlijk voel- en zichtbaar.

Melania

Prime Video / Amazon MGM

Vóór deze Melania (2026) was er al een andere Melania (2022). Vóór Melania Trump was er natuurlijk ook Melania Knauss. Vóór de Amerikaanse presidentsvrouw een Sloveens topmodel. En vóór dit pompeuze portret van Brett Ratner dus al een ongeautoriseerde film uit haar geboorteland van Jurij Gruden.

Die eerste Melania-film probeert de vrouw te vangen, die de lange weg heeft afgelegd van een arbeidersgezin in de Balkan naar het Witte Huis in Washington. Gruden moet daarbij nogal wat hindernissen nemen: zijn hoofdpersoon blijft buiten bereik en mensen die dichtbij haar staan, als die er al zijn in Slovenië, krijgt hij ook niet te pakken. Hij moet ‘t doen met een jeugdvriendin, haar advocaat, meneer pastoor en diverse fotografen, waaronder de Fransman Philip Plisson, die totaal verrast is als hem duidelijk wordt dat hij talloze keren een jongere versie van de First Lady voor zijn camera heeft gehad.

Hoe anders zijn de werkomstandigheden voor Ratner. Hij krijgt zogezegd ongefilterd toegang tot Melania, haar liefdevolle man Donald, vader Viktor en de gehele hofhouding van de Trumps. Twintig dagen lang mag hij, ogenschijnlijk als een vlieg op de muur, bij haar aansluiten, in de aanloop naar de tweede inauguratie van haar echtgenoot in 2025. Melania is zelfs bereid gevonden om de film zelf te produceren en als verteller te fungeren. Met vaste hand en afgemeten stem kadert ze haar eigen dagelijkse bezigheden in. Een sterke, betrokken, creatieve, strenge en sociaal voelende vrouw.

Althans… voor iedereen die meegaat in Melania’s narratief. Want elke scène die Brett Ratner zomaar lijkt te registreren is natuurlijk zorgvuldig geregisseerd. Haar leven oogt als een continue choreografie van statige plekken, fotogenieke activiteiten en knipmessende medewerkers, waarbij niets aan het toeval is overgelaten. Of zou Donald haar echt informeren over hoeveel kiesmannen hij heeft gewonnen, terwijl de verkiezingsuitslag dan al zeker twee maanden bekend is? En zou zij werkelijk de omschrijving ‘vredestichter en vereniger’ aan zijn inauguratiespeech hebben toegevoegd om alvast een voorschot te nemen op z’n nalatenschap?

Bij Trump valt natuurlijk niets uit te sluiten. Zoals bij zijn vrouw niets op toeval lijkt te berusten. Elke blik, elk lachje, elke knuffel oogt professioneel. Deze vrouw weet hoe ’t is om bekeken te worden. Ratner legt ’t allemaal ademloos vast en geeft het geheel nog een extra plastic randje met een wezenloze soundtrack, bestaande uit aalgladde eightieshits en klassieke klassiekers. Met zijn film maakt hij van haar, nádat ze dus ooit een gewoon Sloveens arbeidersmeisje was dat begon te dromen over een carrière als supermodel, nu een soort ultieme combinatie van Imelda Marcos, Anna Wintour en Carmela Soprano.

Waarna ie tot besluit, onder de noemer ‘Melania Trump is reinventing the role of America’s First Lady’, nog braaf al haar gigantische prestaties in het eerste jaar van de navolgende ambtstermijn opsomt.

Woodstock, 3 Days Of Peace & Music

Warner Bros

In 1969 bestaat er nog niet zoiets als een festivalseizoen, met een ruim van tevoren vastgelegde evenementenkalender. De organisatoren van Woodstock, het festival dat de geschiedenis zal ingaan als de hoogmis van het hippietijdperk, betreden nog grotendeels onontgonnen terrein. Hun geesteskind veroorzaakt gigantische verkeersopstoppingen, bezorgt de lokale middenstand zowel een topomzet als kopzorgen en levert gevaren op voor de volksgezondheid, in de vorm van slechte LSD.

Ruim 400.000 ‘freaks’, véél meer dan verwacht, strijken van 15 tot en met 18 augustus neer op een weiland van de melkveehouder Max Yasgur in de Amerikaanse staat New York voor Woodstock, 3 Days Of Peace & Music (224 min.). Deze klassieke festivalfilm van Michael Wadleigh, die Martin Scorsese naar verluidt geen ‘credit’ als coregisseur gunde, ruimt natuurlijk alle ruimte in voor de line-up waarvoor zij naar dit Boomertown avant la lettre zijn getrokken: Richie Havens, The Who, Joan Baez, Ten Years After, Crosby, Stills & Nash, Santana, Jefferson Airplane, Canned Heat, Janis Joplin, Sha-Na-Na en Sly & The Family Stone.

Het levert onvergetelijke concertimpressies op, veelal in zeer effectief split screen uitgeserveerd: Joe Cockers carrière-definiërende uitvoering van With A Little Help From My Friends bijvoorbeeld. De anti-Vietnamoorlog-meezinger The “Fish” Cheer/I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To-Die Rag van Country Joe & The Fish (‘Whoopee, we’re all gonna die!’). Of Jimi Hendrixs feedbackversie van het Amerikaanse volkslied. Tussendoor toont Wadleigh het leven in deze ad hoc geformeerde hippiemaatschappij, waar joints van hand tot hand gaan, naakt wordt gezwommen en tijdens onweer spontaan een regendans en modderglijpartijen ontstaan.

‘Ik kan met trots zeggen dat de inwoners van dit land trots kunnen zijn op deze kinderen’, laat de plaatselijke korpschef zowaar monter optekenen. En hoewel sommige omwonenden in Bethel, New York, wel degelijk mopperen, gaat het er doorgaans best beschaafd aan toe in Woodstock. ‘Dokter Jack Maitland, alstublieft, neem al uw hechtmaterialen mee, want u bent hier nodig’, meldt de festivalomroeper bijvoorbeeld. ‘U moet een bevalling doen.’ Luttele minuten later volgt een nieuwe oproep: ‘City McGee, kom onmiddellijk naar de rechterachterkant van het podium. Ik heb begrepen dat je vrouw aan het bevallen is. Gefeliciteerd.’

Het ultieme sixties-festival, een ongegeneerde viering van de tegencultuur, blijkt vaak een kwestie van improviseren. Geen draaiboek te bekennen. Er is te weinig water, nooit genoeg eten en nauwelijks een plek om te ontlasten. En toch blijven de ‘blommenkinderen’, waarvan er ook nog een paar aan het woord komen, alles van de positieve kant bekijken. Woodstock is en blijft daardoor te allen tijde ‘groovy’ – en daarmee ook een ongekend tijdsdocument. Van een periode waarin vrede en (vrije) liefde de wereld leken te gaan veroveren – totdat de ‘squares’, en hun onvermijdelijke ‘pigs’, hem toch weer in hun macht kregen.

The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets

Peacock

Het nieuws is de afronding van The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets (257 min.) al vooruitgesneld. Slechts twee weken nadat de Amerikaanse architect Rex Heuermann op 8 april 2026 officieel bekent dat hij acht vrouwen heeft vermoord, zal er een extra aflevering worden toegevoegd aan deze aanvankelijk uit drie delen bestaande true crime-serie van Jared P. Scott uit 2025. Nadat in de eerste afleveringen al Heuermanns echtgenote Asa Ellerup en dochter Victoria uitgebreid hun verhaal hebben gedaan, komt nu ook The Long Island Serial Killer zelf aan het woord. Over zijn ‘kill room rituals’.

Dat gebeurt via een omweg. De psycho- en familietherapeut Alison Winter speelt daarbij een sleutelrol. Zij begeleidt de verschillende gezinsleden bij het verwerken van wat er sinds de arrestatie van Rex op 13 juli 2023 op hen af is gekomen en heeft van hen ook toestemming gekregen om dit te delen – de vraag is wel waarom. Na de aanhouding van de man des huizes zijn Asa, Victoria en Heuermanns stiefzoon Christopher Sheridan in elk geval volledig beduusd. Ze kunnen niet geloven dat hun man/vader, die ze van haver tot gort denken te kennen, The Long Island Serial Killer is en willen dit uit zijn eigen mond horen. En daarin probeert Winter faciliterend te zijn.

Documentairemaker Jared P.  Scott is niet aanwezig bij deze sessies, maar bespreekt die wel uitgebreid na met Heuermanns gezinsleden en mag ook doorfilmen als de man zelf zich telefonisch bij hen meldt om nog het één en ander door te spreken. Dit levert ook extra informatie op over zijn misdrijven. Hij blijkt Karen Vergata bijvoorbeeld te hebben vermoord in 1996, toen de twee maanden zwangere Asa al naar Zweden was vertrokken om met hem in het huwelijk te treden. Had het één met het ander te maken? In hoeverre hield hun relatie sowieso verband met Rex Heuermanns moordlust? Of leefde de man écht twee volledig van elkaar gescheiden levens?

Het schokkende van deze miniserie zit uiteindelijk ook niet in de huiveringwekkende details van het ‘four day plan’, waarmee Rex Heuermann zijn daden vooraf tot in detail plande of de rituelen waarmee hij ze vervolgens daadwerkelijk ten uitvoer bracht, maar in de verknipte familiedynamiek rond de seriemoordenaar, die zich voor de camera ook ontwikkelt. De gevreesde ‘ogre’, boeman, lijkt vooralsnog ‘gewoon’ onderdeel van zijn gezin te blijven. ‘Ik wil die andere kant van Rex leren kennen’, vertelt zijn vrouw Asa Ellerup, die zelfs van plan is in Rex’s geheel gerenoveerde ‘kill room’ te blijven slapen, bijvoorbeeld nét iets empathisch. ‘Ik wil weten waarom hij al die vrouwen heeft gedood.’

Een buitenstaander zou wellicht denken: weg uit dat moordhuis, nooit meer een woord verspillen aan die killer. Zo gaat het echter niet in Huize Heuermann. Daar wordt na acht moorden – en de teller loopt… – nog altijd verbinding gezocht. Wat zegt dat over dit onfortuinlijke gezin of het trauma dat daarbinnen huishoudt? Feit is dat The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets een unieke inkijk geeft in het persoonlijke leven van een beruchte seriemoordenaar, dat verder nog psychologisch wordt ingekaderd door de befaamde FBI-profiler John Douglas (Mindhunter), en de indirecte slachtoffers van z’n daden, zijn eigen vrouw en kinderen.

Als gevolg daarvan is er aan het eind van deze zeer indringende miniserie nauwelijks nog aandacht voor zijn andere slachtoffers en hun nabestaanden, die in series als Gone Girls: The Long Island Serial Killer en Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders overigens al ruimschoots aan bod zijn gekomen. En hoewel Scott met zijn verwanten behoorlijk wat informatie over Heuermanns achtergrond opdiept, komt er ook op de waarom?-vraag – wat is de reden dat juist deze gewone en, behalve zijn grootte, tamelijk onopvallende man is gaan moorden? – uiteindelijk geen bevredigend antwoord. Als dat al bestaat…

Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders

Prime Video

De conclusie is even pijnlijk als onvermijdelijk: The Long Island Serial Killer heeft alleen zo lang z’n gang kunnen gaan omdat zijn slachtoffers sekswerkers waren.

Als er rond de eeuwwisseling jonge vrouwen beginnen te verdwijnen in de regio New York, komt het onderzoek daarnaar maar niet echt op gang. De politie gaat er blijkbaar voetstoots van uit dat de sekswerkers zich zelf uit de voeten hebben gemaakt. En ook de aanname dat toch vrijwel niemand hen zal missen – wie zit er tenslotte te wachten op een vrouw die zich online aanbiedt als escort? – draagt vermoedelijk niet bij aan de urgentie van het politieonderzoek naar wat er met hen is gebeurd. Totdat er in 2010 en 2011 maar liefst tien verminkte lichamen worden aangetroffen op Gilgo Beach.

Begin april 2026 heeft de architect Rex Heuermann, de man die verantwoordelijk wordt gehouden voor deze verdwijningen, eindelijk bekend dat hij in de periode van 1993 tot en met 2010 in elk geval acht van deze vrouwen heeft vermoord. Deze beer van een vent (ook wel ‘ogre’, ofwel boeman, genoemd) uit Massapequa Park in Long Island gaat ongetwijfeld de geschiedenis in als een klassieke seriemoordenaar, van het kaliber Ted Bundy, Jeffrey Dahmer en John Wayne Gacy. Net zoals zij zal Heuermann nog tot in de lengte der jaren in true crime-boeken, -films en -documentaires worden opgevoerd.

Dat is overigens al ruim vóórdat hij in de boeien wordt geslagen begonnen. Met het boek Lost Girls (2013), later verfilmd door Liz Garbus, vestigt journalist Robert Kolker de aandacht op de dan nog onbekende killer. Sinds Heuermanns arrestatie op 13 juli 2023 volgen ook de documentaires elkaar in rap tempo op. Na producties zoals Garbus’ Gone Girls: The Long Island Serial Killer en The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets, waarin zijn verbijsterde echtgenote en dochter aan het woord komen, is er nu de gestaalde vierdelige serie Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders (171 min.).

Inmiddels is het nieuws dat Rex Heuermann de dader is alweer enkele jaren oud. Nu de zaak binnenkort voor de rechter komt, besteedt regisseur Emma Cooper dus beperkt tijd aan de vermissing van de vrouwen, de weerslag daarvan op hun nabestaanden en het haperende politieonderzoek. Ze schakelt halverwege door naar de man die al deze jonge levens op z’n geweten heeft. Cooper brengt dan een voormalige klasgenoot, secretaresse en enkele collega’s voor de camera en heeft zelfs een sekswerker getraceerd, die beweert dat ze op een date is geweest met The Long Island Serial Killer.

Ronduit onrustbarend wordt deze true crime-serie als Cooper inzoomt op wat er zoal in de kelder van Rex Heuermanns verwaarloosde huis, dat hij sinds jaar en dag met zijn gezin bewoont, wordt aangetroffen. Op ’s mans computer vindt de politie bijvoorbeeld het Word-document HK 2002-04, een zelf gemaakte checklist voor een seriemoordenaar. Waarop Heuermann nauwkeurig vastlegt wat hij bij zijn gruweldaden nodig heeft, hoe hij die het beste kan voorbereiden en waar hij naderhand op moet letten. Zodat er voldoende – koude rillingen over de rug – ‘play time’ overblijft.

En het einde van deze nachtmerrie lijkt voorlopig nog niet in zicht: Rex Heuermann bezit ook huizen in Las Vegas en South Carolina en heeft ook daar wellicht slachtoffers gemaakt. Wordt dus vervolgd. In nieuwe true crime-producties – of updates van al opgezette series.

Unlocking The Cage

First Run Features

His day in court’, staat er op 27 april 2014 op de cover van The New York Times Magazine, bij een foto van de chimpansee Tommy. Hij heeft een pak en stropdas aan en zit ogenschijnlijk klaar voor een getuigenverklaring in de rechtbank. Advocaat Steven Wise blijft buiten beeld. Hij heeft namens Tommy, die in erbarmelijke omstandigheden leeft in een kooi, een zaak aangespannen. Volgens Wise is er sprake van illegale detentie.

Hij beroept zich als boegbeeld van het Nonhuman Rights Project op het principe van ‘habeas corpus’. Zo kan worden getoetst of iemand terecht gevangen is gezet. Hij gaat daarbij uit van het idee dat hoog-intelligente dieren, zoals sommige apensoorten, olifanten, dolfijnen, walvissen en orka’s, juridisch moeten worden beschouwd als ‘personen’ –  net als organisaties dat volgens de Amerikaanse wet ook zijn of, elders in de wereld, een rivier. Deze dieren hebben in zijn optiek dus onvervreemdbare rechten.

In de observerende documentaire Unlocking The Cage (91 min.) uit 2016 volgen Chris Hegedus en haar partner, direct cinema-legende D.A. Pennebaker, de Amerikaanse dierenrechtenactivist en zijn medestanders tijdens hun strijd om erkenning te krijgen voor de rechten van deze dieren en aandacht voor de manier waarop die vaak met voeten worden getreden. Niet iedereen neemt Wise serieus: er wordt nog wel eens geblaft als hij een rechtszaal binnenkomt of op Harvard Law School een college geeft.

Wise neemt zijn missie echter uiterst serieus. Wat nu geldt voor ‘nonhuman animals’, gold vroeger voor vrouwen, kinderen en slaven. Hij weet dus wat hem te doen staat: ‘kick the first door open’. Dan volgt de rest vanzelf. Wise heeft zijn zinnen gezet op een casus met een chimpansee, een dier dat regelmatig menselijke trekjes vertoont. Chimps kunnen, om maar eens wat te roepen, spelletjes spelen, gebarentaal leren en een fikse karatetrap uitdelen. Ze zijn bovendien in staat tot empathie en roepen ook empathie op.

In hun laatste film samen documenteren Hegedus en Pennebaker, inmiddels in de negentig, Wise’s zoektocht naar een geschikt voorbeeld, een dier waarbij het welzijn ernstig in het geding is, en een rechtbank die de bijbehorende zaak serieus wil behandelen. Daarbij moet hij heel wat tegenvallers slikken, in een interessante documentaire die zich voor een belangrijk deel in de rechtszaal afspeelt en dan ook behoorlijk juridisch van toon en karakter wordt (en dus niet iedereen zal bekoren).

Het idee van een dier als persoon blijft nu eenmaal abstract – al lijken de tijden dat een aap, dolfijn of olifant simpelweg als een gebruiksvoorwerp werd beschouwd ook wel achter ons te liggen.

Snoepjes

Canal+

Jack ‘Den Regelaar’ heeft, zoals ze dat in Brabant zeggen, ‘unne verrekeskop’. Niet dat de man zo’n dikke kop heeft – althans, niet dat we weten. De ‘XTC Kingpin’ heeft letterlijk een varkenskop op, zodat zijn anonimiteit is gewaarborgd. Vermoedelijk weten insiders uit het Brabantse criminele milieu desondanks direct wie hij is, want hij behoort tot de (voormalige) kopstukken van de lokale drugscriminaliteit. Die opereerde overigens bepaald niet alleen in de regio. Ooit was Jack goed voor zo’n miljoen pillen per week.

Zijn vakbroeder, Aad ‘De Kluiskraker’, ook al met ‘zonne verrekeskop’ op, was lid van de beruchte West-Brabantse York-bende, draaide eerst zijn hand niet om voor een bankoverval en zette daarna echt wereldwijd pillen af. En die werden gefabriceerd op het platteland, in pak ‘m beet paardenmaneges of struisvogelbedrijven of – vandaar die kop – varkensstallen. Want er was altijd wel een boer te vinden die een centje wilde bijverdienen – of die zich gedwongen voelde om ‘an offer you can’t refuse’ te accepteren.

In de vierdelige docuserie Snoepjes (176 min.), die kan worden beschouwd als de missing link tussen Amsterdam Narcos, De IRT Affaire, De Godfather Van Oss en Over Grenzen, laat Bart van den Aardweg leden van de Brabantse maffia leeglopen over hun ervaringen in de designer drugsbusiness, waar kerels met bijnamen zoals ‘De Man Op De Berg’, ‘De Zigeunerkoning’ en ‘De Commissionaris’ de toon zetten en een sleutelrol is weggelegd voor ‘De Gekke Professor’, chemicus Robert Hollemans.

Hun herinneringen zijn door Van den Aardweg omlijst met fraaie archiefbeelden en gereconstrueerde scènes en worden verder van kleur voorzien door hardcore-DJ Dano, feestorganisator Ilja Reiman, Roxy-portier Remco Doorn en Bhagwan-volgeling en XTC-therapeut Peter den Haring. De misdaadjournalisten Hessel de Ree en Jens Olde Kater, oud-officieren van justitie Monique Klinkenbijl en Cees Spierenburg en ex-minister van Justitie Winnie Sorgdrager zorgen voor context en tegenwicht.

Die is broodnodig. Anders waren de varkenskoppen en al die andere pillenboeren wellicht overgekomen als relatief onschuldige geinponems. Deze smeuïge miniserie maakt er echter geen geheim van: de Brabantse drugscriminaliteit mocht dan provinciaals overkomen, het was wel degelijk een internationaal vertakte business, die gepaard ging met geweld, ripdeals en liquidaties. En ter plaatse, in het beruchte dorp Sint Willebrord bijvoorbeeld, werd daarover zorgvuldig gezwegen. Omerta, juist.

Snoepjes toont nog maar eens ondubbelzinnig aan: Nederland – lees Brabant – deed (en doet) dienst als een internationaal zenuwcentrum voor de productie van en handel in synthetische drugs.

Chess Mates

Netflix

‘Ik had het gevoel dat ik niet tegen een mens speelde’, zegt Magnus Carlsen, de beste schaker van de wereld, als hij terugblikt op zijn tweekamp met Hans Niemann tijdens de strijd om de prestigieuze Sinquefield Cup in St. Louis in 2022. De gedoodverfde Noorse favoriet is daar van het bord gespeeld door een negentienjarige uitdager, die door elke kenner véél lager wordt aangeslagen en tóch heer en meester bleek in de tweekamp. Dat riekt naar vals spel. Heeft Niemann zich stiekem laten influisteren door een schaakcomputer?

‘Het is duidelijk dat Hans niet te vertrouwen was’, stelt Carlsens vader en manager Henrik onomwonden in de boeiende documentaire Chess Mates (75 min.) van Thomas Tancred (Last Stop Larrimah), één van de betere afleveringen van Netflix’s sportdocuserie Untold. ‘Hij was een potentiële bedreiging voor de schaakwereld.’ Zijn zoon Magnus laat het er niet bij zitten. Hij verlaat het toernooi en maakt zijn New Yorkse opponent, via een slinkse omweg, publiekelijk zwart. Hans Niemann zou tijdens de wedstrijd in het geheim signalen hebben gekregen via, werkelijk waar, ‘anale kralen’.

De jonge grootmeester die de zwarte Piet krijgt toegeschoven is zich zelf van geen kwaad bewust. Volgens Niemann is Carlsen gewoon een slechte verliezer. Hij heeft de schijn wel tegen: toen hij tijdens de Coronacrisis als jonge hond, met veel bravoure en theater, furore begon te maken op het toonaangevende online-platform chess.com, werd de schaakinfluencer al eens betrapt op vuil spel. Nu de kampioen een banvloek over hem heeft uitgesproken, wordt Niemann daarom direct in de ban gedaan. Maar betekent dit ook dat hij op een oneerlijke manier heeft gewonnen van Carlsen?

Tancred zet de twee rivalen, de meester die gewend is om te winnen en de ‘angry young man’ die diens heerschappij zonder enige vorm van respect aanvecht, nog eens recht tegenover elkaar in deze enerverende film. Hoeveel minachting of achterdocht ze ook koesteren, de twee lijken veroordeeld tot elkaar. In een man-tot-man gevecht, online of juist ‘over the board’, over wie er de beste schaker in de wereld is. Waarbij veel, zo niet alles, geoorloofd lijkt om te winnen. Op het bord of in de publieke opinie.

Streetart Frankey

September Film

Met zijn guitige lach, pretoogjes en – jawel! – Frankey-rode muts zou hij kunnen doorgaan voor een personage uit zijn eigen oeuvre. Sterker, misschien is Streetart Frankey (68 min.) – want over hem hebben we ‘t – dat ook wel. Een naïeve, speelse en grappige kaaskopvariant op – pak ‘m gerust beet – de Britse straatkunstenaar Banksy.

Frankey is de man achter de legoversie van André Hazes op de Dam, een waterkraan die eruit ziet als Manneke Pis en de (Nederlandse) leeuw met het helpbordje die kopje onder gaat in een hoofdstedelijke gracht. Als een soort Kuifje in Amsterdam begeeft hij zich op het kruispunt tussen Maurizio Cattelan, Wim T. Schippers en – daar istie weer! – Banksy. Schatplichtig aan Suske en Wiske, Ghostbusters en Buurman & Buurman.

Peter Wingerder volgt Frankey, die eigenlijk – ssst! – Frank de Ruwe heet, van de ene vette knipoog naar de andere schelmenstreek. Samen met zijn geliefde Urs Hasham, die het ‘megaleuk’ vindt om mee te doen en mee te helpen, maakt ie van elke (on)bezonnen actie ook een lekkere foto, die onderdeel is van ’s mans alsmaar uitdijende collectie straatkunstwerkjes, waarmee hij ook best ’s werelds galerieën en musea in wil.

’s Mans strapatsen worden in deze joyeuze film opgeleukt met tekeningen van Typex en animaties van Ot Leendertse. Met een poppetje van een speels figuurtje met een Frankey-rode muts bijvoorbeeld. Zo heeft Streetart Frankey – de docu dus – uiteindelijk hetzelfde effect als het werk van de Nederlandse kunstenaar, designer en handige jongen met precies dezelfde naam: een mens wordt er zowaar vrolijk van.

Kom daar maar eens om in tijden waarin het begrip – lees het navolgende woord aub met gefronste wenkbrauwen –  ‘documentaire’ toch vooral associaties oproept met de oorlog in Oekraïne, het lijden van Gaza en de wankelende democratie in de Verenigde Staten. Over dat laatste gesproken: Frankey – en in zijn kielzog: Wingerder – is erbij als dat wankelen (weer) begint: tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2024.

Als de held van dit verhaal – nee, niet Donald Trump! – New York heeft voorzien van openbare Teenage Mutant Ninja Turtles en WALL-E verkeersborden, hijst hij zich in een levensgrote Hug For Unity-knuffelbeer. Voor de verandering zónder Frankey-rode muts. Als ie in dat pak, in het kader van de naderende verkiezingen, de straat op wil, moet Frankey echter wel een kogelvrij vest aan. Het blijft tenslotte Amerika.

Daar schrikt hij zich een hoedje – vast niet Frankey-rood – bij een campagnebijeenkomst van de Republikeinse presidentskandidaat: ‘nog nooit zo’n negatief event meegemaakt’. En dan wordt de zelfverklaarde held nog gekozen ook! Is de beoogde campagne ‘Frankey Comes To America’ daarna nog wel gepast? vraagt de echte held – Streetart Frankey dus – zich dan af. Al te lang laat hij zich echter niet uit het veld slaan. De plicht/pret roept!

En dus eindigt deze documentaire waar ie begon: bij een zorgvuldig voorbereide en secuur uitgevoerde ludieke actie van de Frankey-rode muts en het mannetje daaronder, de enige echte Frankey.

Traces

2Brave Productions / Stranger Films

Met elk individueel ervaringsverhaal wordt het collectieve verdriet verder ingekleurd. Iedere Oekraïense vrouw in de stemmige documentaire Traces (84 min.) heeft haar eigen beelden, geluiden en geuren vastgehouden, van de dag dat Russische soldaten hun leven binnendrongen. Ze kon nog net tegen haar echtgenoot en zoon zeggen hoeveel ze van hen hield. Ze voelde de loop van een geweer in haar mond. Ze was volgens de mannen ‘een ster van het internet’ geworden. Ze kreeg elektroshocks toegediend. Of ze hoorde tot haar grote ontzetting naderhand dat de soldaten onderling Oekraïens spraken.

In deze film van ervaringsdeskundige Alisa Kovalenko, geregisseerd met Marysia Nikitiuk, doen Oekraïense slachtoffers van seksueel geweld hun verhaal. Buitene beeld. Alleen. In hun eigen omgeving. Die duidelijk ook betere tijden heeft gekend. Later proberen ze daaraan hun eigen hoofdstuk toe te voegen. Onder aanvoering van de onverzettelijke Irina Dovhan, die de organisatie SEMA Oekraine heeft opgericht, beginnen ze getuigenissen over seksueel geweld op te tekenen, te beginnen met die van henzelf, in de hoop dat ze deze oorlogsmisdaden kunnen inbrengen bij het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Met een klein team vertrekt Tania bijvoorbeeld naar een volledig kapotgeschoten huis op het platteland, om de slachtofferverklaring van Nina op te halen. ‘Ik zei: wat wil je van me?’ begint de duidelijk getraumatiseerde vrouw, die wakker werd gemaakt door een soldaat die met een schijnwerper in haar gezicht scheen, te vertellen. ‘Je had mijn zoon kunnen zijn. Wat zou je ervan vinden als iemand dit bij jouw moeder zou doen? Toen sloeg hij me met de kolf van zijn geweer. Ik heb er nog een litteken van. Hij sloeg me. Mijn lip raakte opgezwollen, ik bloedde. Het was zo beangstigend dat ik me ervoor schaam om het te vertellen…’

Terwijl ze zulke tragische herinneringen verzamelen, de schade van het systematische seksuele geweld tijdens de oorlog inventariseren en zo stukje bij beetje ook hun eigen machteloosheid overwinnen, ontstaat er een zusterschap tussen de vrouwen. Hun strijdbaarheid is het levende bewijs dat de vijand uiteindelijk niet heeft gewonnen. En deze film doet dienst als een indringend pamflet om, ondanks de pijn en de schaamte, vooral niet te zwijgen over wat vrouwen – al zo lang als er oorlog is, in Oekraïne dus al vanaf 2014 – wordt aangedaan: Do Not Stay Silent.

Donor Unknown

Met Film

‘Jij hebt een donor’, zei haar moeder vroeger tegen JoEllen. ‘Geen vader.’ Dat gaf haar als kind alle ruimte om te fantaseren: hij was een filmster. Een zakenman in een kantoor. Of hij woonde in het buitenland.

Van haar moeders familie, de Marshes, weet JoEllen nagenoeg alles. Ze kan hun stamboom helemaal uittekenen tot aan de legendarische Mayflower, het schip met Engelse kolonisten dat in 1620 naar het beloofde land Amerika voer, op zoek naar een leven in vrijheid. De begraafplaats van, jawel, Marshtown ligt vol met familieleden. Van haar vader, de spermadonor, weet de jonge vrouw uit Pennsylvania echter niets. Behalve dat hij bij de California Cryobank geregistreerd stond als Donor 150. 

JoEllen heeft ook het profiel gevonden dat haar moeder destijds heeft opgesteld voor de beoogde donor. Het is de vraag of/hoe dit correspondeert met de man die door regisseur Jerry Rothwell aan het begin van de documentaire Donor Unknown (76 min.) uit 2010 al is geïntroduceerd als haar biologische vader: een wat wereldvreemde dierenvriend in een rommelige camper op Venice Beach, Los Angeles. Sperma doneren was voor hem jarenlang een soort substituut voor een reguliere baan.

Pas halverwege de film wordt onthuld hoe ‘150’ werkelijk heet. Daarna werkt Rothwell langzaam toe naar een ontmoeting tussen de man en zijn nageslacht. Want intussen hebben zich, via het register donorkinderen, ook andere zoons en dochters van hem gemeld, halfbroers en -zussen van JoEllen met soortgelijke vragen en ervaringen. Zij hebben ook meegewerkt aan een artikel in The New York Times, dat ook donor 150 onder ogen is gekomen. Hij voelt zich verplicht om contact op te nemen.

Met deze exploratie van de gevolgen van spermadonatie begeeft Jerry Rothwell zich in de schimmige wereld van spermabanken en -donoren, die sindsdien nog veel vaker in documentaires is bezocht: is het niet vanwege sjoemelende vruchtbaarheidsartsen, zoals de Nederlandse dokter Jan Karbaat, die in het pre-DNA tijdperk niet schroomden om hun eigen zaad te gebruiken, dan wel vanwege véél te enthousiaste donoren, zoals de Amerikaan Ari Nagel en de Nederlander Jonathan Jacob Meijer.

Donor Unknown belicht de zoektocht van 150’s kinderen, maar schetst ook de business. Van praktische zaken, zoals de ‘masturbatoria’ in een spermabank, tot de manier waarop de zoektocht naar een donor is ingericht. Zo kunnen wensouders bijvoorbeeld aangeven op welke beroemdheid die moet lijken. Dat betekent overigens niet dat je kinderen ook op Ben Affleck lijken als je die uitkiest, haast een medewerker zich om erbij te zeggen. ‘Ben Afflecks eigen kinderen lijken niet eens op hem.’

Voor de toekomst kan echter niets worden uitgesloten, zo valt ruim vijftien jaar nadat deze delicate documentaire werd uitgebracht inmiddels wel vast te stellen. We hebben nu al 60.000 kinderen verwekt’, stelde de eigenaar van een spermabank destijds trots. ‘Het begint nu pas.’

Fukushima: A Nuclear Nightmare

Ikuo Izawa / Blast Films / VPRO

Een aardbeving triggert op vrijdag 11 maart 2011 een tsunami in Japan. Al snel nadert het woeste water de kerncentrale Fukushima Daiichi in Ōkuma. De speciaal aangelegde zeewal is kansloos. Een nucleaire ramp dreigt, véél erger dan Tsjernobyl. In het ergste geval ontstaat er een complete meltdown en wordt het gehele noorden van het land door radioactieve straling volstrekt onbewoonbaar.

In de stemmige documentaire Fukushima: A Nuclear Nightmare (90 min.) reconstrueert regisseur James Jones (AntidoteOn The President’s Orders en Chernobyl: The Lost Tapes) met enkele direct betrokkenen, deskundigen en journalisten de ramp in wording, die met nieuwsbeelden, visualisaties en dagboekfragmenten van de Japanse premier Naoto Kan héél dichtbij wordt gebracht.

De naderende catastrofe is volgens journalist Martin Fackler van The New York Times het gevolg van een aaneenschakeling van menselijke blunders. Het hoofdkantoor van de Tokyo Electric Power Company (TEPCO) in de Japanse hoofdstad zit letterlijk op afstand, heeft in de voorgaande jaren talloze waarschuwingen in de wind geslagen en stapelt ook als de nood aan de man komt weer fout op fout.

Akira Kawano, senior manager bij TEPCO, werpt die suggestie ver van zich. Bij nucleaire energie geldt vanzelfsprekend altijd veiligheid eerst, zegt hij. ‘We hebben ons aan alle voorschriften gehouden. Daarom mochten we ook in bedrijf zijn.’ Maar: veiligheid kost volgens Kawano ook geld. ‘Je kunt je dus afvragen of kerncentrales überhaupt moeten worden gerund door bedrijven met een winstoogmerk.’

Om de crisis te bezweren wordt er een team samengesteld, de zogeheten ‘Fukushima 50’. Het gaat in werkelijkheid om bijna zeventig medewerkers die achterblijven in de centrale, zodat anderen daar weg kunnen. Ze staan ogenschijnlijk voor een harakiri-missie. Onder hen is Ikuo Izawa, ploegleider reactor 1 en 2. Hij voelt zich echter bepaald geen held, vertelt ie. Eerder een medeplichtige.

Vanuit de centrale mailt Izawa zijn kinderen. ‘Ik reken erop dat jullie je om elkaar zullen bekommeren.’ Daarbij doelt hij in het bijzonder op zijn vrouw die in een rolstoel zit. ‘Dat zou een zware last worden voor mijn kinderen, maar zij waren de enigen die ik dit kon vragen.’ En dan gaat ie samen met die andere naamloze helden/medeplichtigen aan het werk om een nog veel grotere ramp te voorkomen.

De gebeurtenissen in Fukushima, die door Jones zeer indringend worden opgeroepen, onderstrepen nog maar eens met welke krachten de mens speelt als ie zich inlaat met nucleaire energie en hoe belangrijk ’t is om die onder controle te houden. De omgeving van de kerncentrale is intussen nog altijd onbewoonbaar. Het wegwerken van alle schade en vervuiling duurt vermoedelijk nog vele generaties.

Tenga Duro Signorina! Isabella Ducrot Unlimited

AVROTROS / maandag 16 februari, om 22.45 uur, op NPO 2

Ze heeft inmiddels een geweldige toekomst achter zich. ‘Het leven begint rond je zestigste’, houdt de hoogbejaarde Italiaanse kunstenares Isabella Ducrot een veel jongere interviewster voor. ‘Ik bedoel: het gelukkige leven. Geloof me maar: na je zestigste word je gelukkiger.’

Rond die tijd is zij zelf Isabella geworden. Van tevoren was ze nog gewoon Antonia Mosco, een onopvallende vrouw uit Napels. Een parvenu, vindt ze zelf. Een absolute nobody. Totdat ze rond haar 55e begon te schilderen en de wereld zich opende. Eerst op haar doeken, daarna daadwerkelijk. Het leven is sindsdien alleen maar leuker en interessanter geworden, vertelt Isabella in de documentaire Tenga Duro Signorina! Isabella Ducrot Unlimited (Engelse titel: Hold On Miss! Isabella Ducrot Unlimited, tv-versie: 52 min.).

Monica Stambrini volgt de Italiaanse kunstenares twee jaar lang met haar camera naar exposities in galeries in Londen, Stockholm en New York. De wereld, die doorgaans zweert bij alles wat jong en nieuw is, ligt nu aan de voeten van een vrouw die de negentig al is gepasseerd. Isabella Ductrot laat zich alle aandacht graag aanleunen. Ze krijgt eindelijk de erkenning die elk mens zoekt – en die zij, ook nu de jaren des verstands allang zijn gekomen, nog steeds wil.

Tegelijkertijd moet ze dealen met de kaarten die het leven op haar leeftijd nu eenmaal uitdeelt, zoals het overlijden van haar echtgenoot Vicky. Gelukkig kan de kwieke kunstenares, die ooit begon met het maken van erotische afbeeldingen, terugvallen op haar persoonlijke assistent. Nora Iosia bivakkeert al ruim 25 jaar aan Ducrots zijde en neemt haar veel zaken uit handen, ook als haar opdrachtgeefster op zeer gevorderde leeftijd wordt benaderd door het modehuis Dior.

Stambrini staat er met haar neus bovenop, legt alle ontwikkelingen rond haar protagonist zonder opsmuk vast en kleurt Ducrots onwerkelijke oude dag in met een opmerkelijke jeugdige soundtrack. Zo vereeuwigt ze een vrouw in de bloei van haar leven. Want hoewel haar honderdste verjaardag stilaan in zicht komt, denkt Isabella Ducrot er nog niet aan om afscheid te nemen van het bestaan. Haar kunst – en daarmee ook haar leven – is vitaler dan ooit. En deze film, mocht ook zij niet kunnen ontsnappen aan de dood, haar levende testament.

Mel Brooks: The 99 Year Old Man!

HBO Max

Als ambassadeur van de Amerikaanse comedy doet Judd Apatow zich al jaren gelden. Hij speelde als producer een belangrijke rol bij de Hollywood-hits The Cable Guy, Knocked Up en The 40 Year Old Virgin en behoorde tot de drijvende krachten achter series zoals The Larry Sanders Show, Girls en Love.

En als documentairemaker eert Apatow z’n helden. Met The Zen Diaries Of Garry Shandling (2018) bijvoorbeeld en het dit jaar te verschijnen Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story. Samen met Michael Bonfiglio, met wie hij eerder ook al George Carlin’s American Dream maakte, portretteert hij nu ook een levende legende: Mel Brooks: The 99 Year Old Man! (217 min.), in het jaar, op 28 juni om precies te zijn, waarin die honderd jaar oud hoopt te worden.

De Joodse komiek, regisseur, producer en schrijver Mel Brooks (echte naam: Melvin Kaminsky) scoorde in zijn leven kaskrakers zoals The ProducersBlazing Saddles en Spaceballs, maar leverde zo nu en dan ook flinke flops af. Collega’s zoals Ben Stiller, Conan O’Brien, Jerry Seinfeld, Dave Chappelle en Adam Sandler vinden hem ronduit geniaal. Anderen, ‘de critici’ waarvoor hij graag z’n neus ophaalt, noemen zijn werk dan weer dom en platvloers.

Deze lijvige biografie in twee delen, waarin ook z’n zoons Nicholas, Eddie en Max hun zegje doen, neemt zijn leven van begin tot eind door. Sterke verhalen, smakelijke anekdotes en grappige fragmenten te over. Iemand die zo lang leeft, moet zichzelf nu eenmaal steeds opnieuw uitvinden – als producent van serieuze films, gelauwerd musicalschrijver of ‘wise old man’ van de Amerikaanse comedy bijvoorbeeld – en kan diverse malen in en uit de mode raken.

Te midden van alle (on)gein, gevatheid en wansmaak verschijnt een man die alle tegenslag met humor tegemoet treedt en op de één of andere manier altijd de moed vindt om verder te gaan. Nadat zijn echtgenote Anne Bancroft is overleden, spendeert Mel Brooks bijvoorbeeld elke avond bij zijn beste vriend, collega-komiek Carl Reiner. Hij is ook bij hem als Reiner in 2020 op 98-jarige leeftijd overlijdt. En Brooks blijft ook daarna naar diens woning komen.

‘Maandenlang kwam hij naar het huis, nadat mijn vader gestorven was, om daar te zitten, tv te kijken en te eten’, vertelt Carls zoon Rob Reiner, die onlangs samen met zijn echtgenote Michele op tragische wijze om het leven werd gebracht, aan Apatow en Bonfiglio. Brooks vraagt Rob ook om het hem te laten weten als ze het huis willen verkopen. ‘En toen zei ik: misschien is het beter als we het huis te koop zetten, met jou erin? Wellicht is het dan meer waard.’

Wat er ook zijn levenspad komt – een jong gestorven vader, de Tweede Wereldoorlog of bezoek van Magere Hein – Mel Brooks blijft ogenschijnlijk onverstoorbaar doorwandelen. Nog steeds. Totdat de weg toch doodloopt en even later de allerlaatste lach wegsterft…

Happy Clothes: A Film About Patricia Field

Greenwich Entertainment

Zelf maakt Patricia Field het meestal niet moeilijker dan ‘t is: ze zweert bij gelukkige kleding. ‘Ik houd nu eenmaal van gelukkig’, zegt de New Yorkse modeontwerpster en stylist ter verduidelijking. Ze zou dus nooit willen meewerken aan een oorlogsfilm of een horrorfilm. Field maakte als ontwerper naam met de ‘happy clothes’ van de kaskrakers Sex And The City, Emily In Paris en The Devil Wears Prada.

En de sterren van zulke succesproducties betonen de Grieks-Amerikaanse ontwerpster maar al te graag eer in deze vlotte documentaire van Michael Selditch. ‘Toen ik Pat voor het eerst ontmoette, was ik verliefd’, zegt Sarah Jessica Parker, ofwel Carrie Bradshaw uit Sex And The City, bijvoorbeeld. ‘Ik kan me geen betere partner indenken’, stelt haar collega Kim Cattrall, die samen met Field op shoptrips ging om samen het spraakmakende personage Samantha Jones verder te ontdekken.

En toen Pat Field de jeugdige Lily Collins, de hoofdrolspeelster van Emily In Paris, direct omarmde en zelfs een complimentje gaf voor de broek die ze droeg, voelde die zich de koning te rijk. ‘I feel like I’m winning!’ herinnert Collins zich het gevoel dat ze kreeg tijdens deze eerste ontmoeting. Field voelt zich intussen enigszins bezwaard onder alle loftuitingen, zegt ze meermaals in Happy Clothes: A Film About Patricia Field (100 min.) – misschien ook wel een beetje omdat dat zo hoort.

Bij het optekenen van ‘Planet Pat’ legt Selditch Field en haar getrouwen, die zich nog altijd rond haar tafel of in haar kunst- en modegalerie verzamelen, in elk geval geen strobreed in de weg. Ook niet als die ene, typisch Amerikaanse accessoire in de interviews en gesprekken wel héél vaak wordt gebruikt om de ontwerper met het opvallende rode haar, de zwaar doorrookte stem en inmiddels meer dan tachtig levensjaren in de ongetwijfeld fleurige achterzak te duiden: de veer in de reet.

Van de vrouw achter de trendsetter wordt de bewonderaar van haar happy clothes ondertussen niet al te veel wijzer. Want deze film besteedt nauwelijks aandacht aan Fields persoonlijk leven en richt zich vrijwel volledig op haar professionele bestaan en de hippe New Yorkse (queer)scene waarvan haar werk tegelijk de weerslag en een aanjager is.