Atlanta’s Missing And Murdered: The Lost Children

Er is nauwelijks een fenomeen te bedenken dat zo tot de verbeelding van een groot publiek spreekt als seriemoordenaars. Geen fijnere antiheld dan een Norman Bates of Hannibal Lecter. En het Amerika van de jaren zeventig en tachtig heeft een ongelofelijke hoeveelheid van zulke bizarre ‘larger than life’-personages opgeleverd. Een kleine halve eeuw later zijn ze nog altijd goed voor nieuwe boeken, speelfilms én documentaires. Na recente series over Ted Bundy (Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes) en Henry Lee Lucas (The Confession Killer) is het nu bijvoorbeeld de beurt aan één van de weinige zwarte voorbeelden, Wayne Williams.

Hij grijpt in Atlanta’s Missing And Murdered: The Lost Children (285 min.), over de moord op bijna dertig (!) jongens in de hoofdstad van de Amerikaanse staat Georgia, opnieuw de gelegenheid aan om zijn eigen onschuld te bepleiten – en, ook niet onbelangrijk, om weer eens in de spotlights te staan. Die gedachte dringt zich tenminste op als de man doodgemoedereerd vanuit de cel inbelt bij een bijeenkomst waarin de moorden nog eens worden besproken met nabestaanden en betrokkenen. Williams is echter niet de enige die weigert om de officiële lezing van wat er is gebeurd te accepteren. Camille Bell, de bijzonder uitgesproken moeder van de vermoorde Yusef en woordvoerster van de lokale Dwaze Moeders, noemt hem zelfs ‘het dertigste slachtoffer van de Atlanta-moordpartij’.

Die uitspraak kan niet los worden gezien van de getroebleerde historie van de stad, waarin racisme aan de orde van de dag was en de Ku Klux Klan een dubieuze hoofdrol speelde, óók in het plaatselijke politiekorps. Hoewel dat ten tijde van de moorden toch echt werd geleid door een zwarte commissaris. Zoals Atlanta toentertijd ook werd bestuurd door een Afro-Amerikaanse burgemeester. De bewoners van de zwarte achterbuurten hadden desondanks weinig vertrouwen in de lokale autoriteiten en hechtten nog minder geloof aan hun verklaring voor de kindermoorden (die onlangs ook al centraal stonden in het tweede seizoen van de puike dramaserie Mindhunter, over FBI-agenten die seriemoordenaars profileren).

En getuige deze vijfdelige documentaireserie van Sam Pollard, Maro Chermayeff, Jeff Dupre en Joshua Bennett hadden ze daar ook alle reden toe. Keisha Lance Bottoms, de huidige burgemeester van Atlanta, heeft zich zelfs genoodzaakt gezien om de zaak te heropenen, om te bekijken of Wayne Williams inderdaad de afschrikwekkende moordenaar is die zonder al te veel moeite van hem kon worden gemaakt. De man is ook slechts veroordeeld voor zegge en schrijve twee moorden. Hoe zit het dan met de ruim 25 andere slachtoffers? Heeft hij ook hen van het leven beroofd of zijn die zaken hem simpelweg in de schoenen geschoven, zodat ze nu als opgelost te boek staan (of een nóg ongemakkelijkere waarheid kunnen verhullen)? Kortom: staat er ergens in Atlanta een gigantische doofpot?

De intrigerende miniserie Atlanta’s Missing And Murdered werpt zulke indringende vragen op, zonder daarbij een duidelijke kant te kiezen of te gaan voor goedkoop effectbejag. De filmmakers laten zowel aanklagers en politieagenten als het verdedigingsteam van Williams aan het woord, waarbij de kijker grotendeels zelf zijn weg zal moeten vinden door het doolhof van tegenstrijdige ‘feiten’ en meningen dat zo ontstaat. Het drama wordt bovendien nadrukkelijk geplaatst binnen de ongemakkelijke raciale historie van de stad, waarbij de zwarte inwoners eraan gewend zijn geraakt dat ze niet worden gezien of gehoord. Zelfs als hun kinderen stelselmatig worden vermoord…

Er is overigens alweer een nieuwe docuserie aangekondigd rond een beruchte seventies-seriemoordenaar (en – verkrachter), The Golden State Killer, gebaseerd op het superspannende boek I’ll Be Gone In The Dark van Michelle McNamara.

Wrinkles The Clown

Als je een vervelend kind de stuipen op het lijf wilt jagen, bel dan Wrinkles The Clown (78 min.). Hij roept ongehoorzame zoons of dochters genadeloos tot de orde, op een manier die ze nooit meer vergeten. Deze film openbaart wie er schuil gaat achter de beruchte horrorclown: een nurkse en morsige ouwe vent die alleen in een camper woont, zo nu en dan een stripclub bezoekt en beslist niet herkenbaar in beeld wil. Hij krijgt nu namelijk al continu telefoontjes, waaronder een hele zwik doodsbedreigingen. En je weet nooit zeker hoe serieus je die moet nemen.

Wrinkles appelleert aan de aloude angst voor clowns, die ook al in talloze griezelfilms is geëxploiteerd en in de jaren zeventig via seriemoordenaar John Wayne Gacy een gruwelijke real life-variant heeft gekregen. Er is zelfs een speciale webplek waarop sightings kunnen worden gemeld: HvUseenWrinkles? Met video’s van Wrinkles die door een beveiligingscamera wordt gesnapt als hij onder het bed van een meisje vandaan kruipt. Of van Wrinkles als hij op een schemerige parkeerplaats wordt gespot, sjokkend achter een winkelwagen met daarin zijn hele leven. De naargeestige clown is intussen een enorme hype geworden. Amerikaanse media krijgen geen genoeg van de engerd, die natuurlijk perfect aansluit bij de sensationele verhalen die zij het liefst vertellen.

Filmmaker Michael Beach Nichols zet de mythe rond de ‘terrorclown’ in deze slim opgebouwde documentaire nog eens flink in de steigers, haalt daarbij alle denkbare horror-clichés van stal en onderzoekt tegelijk met kinderen, hun ouders, clowns en deskundigen de aantrekkingskracht van griezelverhalen en urban legends in het algemeen. En uiteindelijk weet hij in deze, jawel, spannende film de echte Wrinkles The Clown tóch in beeld te krijgen.

Lorena

Ze werd een soort archetype van de wraakzuchtige echtgenote. Tenminste, als je alleen afging op de chocoladeletters in de roddelbladen. Tegelijkertijd groeide Lorena Bobbitt in 1993 uit tot een symbool voor alle Amerikaanse vrouwen die zich tegen hun gewelddadige mannen moesten verdedigen. De Ecuadoriaanse immigrante belandde in de schmutzige tabloid-historie als de vrouw die de penis van haar echtgenoot John afsneed.

Op het moment dat de hulpdiensten in huize Bobbitt arriveren, is het geslachtdeel, zoals een opmerkelijk goedgeluimde uroloog het treffend uitdrukt, zelfs nog ‘lost in action’. Zou ze hem ingeslikt hebben? vraagt een politieagente die de plaats delict moet onderzoeken zich af. Het gebruikte mes vinden ze uiteindelijk in een vuilnisbak, de vermiste penis op een nabij gelegen veldje. ‘Een brandweerman heeft ‘m uiteindelijk gevonden en opgepakt’, vertelt Lorena zelf 25 jaar na dato. Waarna ze haar handen voor de mond slaat en beschaamd begint te lachen. ‘Oh, mijn god!’

Het was doodeng, zegt haar ontmande ex-echtgenoot John Wayne Bobbitt, die volgens eigen zeggen bedwelmd was toen zijn vrouw het mes in zijn edele delen zette. ‘Alsof Freddy Kruegers hand door de muur kwam.’ De eerste aflevering van de vierdelige serie Lorena (253 min.) is dan pas tien minuten onderweg. De ‘castratie’, die nog een uitbundig vervolg zal krijgen in de rechtszaal en de (roddel)pers, vormt de opmaat naar een boeiend exposé over huiselijk geweld, mediahypes en de kwetsbare positie van immigranten.

De voormalige geliefden Lorena en John Wayne Bobbitt dreigen ondertussen volledig vermalen te worden door de onverkwikkelijke kwestie, die hen in de navolgende jaren nog in een psychiatrisch ziekenhuis, de porno-industrie en Hollywood zal brengen. Dat verhaal wordt kundig uit de doeken gedaan in deze krachtige miniserie van Joshua Rofé (die alleen wel wat lang is uitgevallen). Waarbij Lorena’s wanhoopsdaad, waarover elke mishandelde vrouw wel eens zal hebben gefantaseerd, niet meer is dan het kwartje dat in een automaat wordt gegooid, die vervolgens een continue stroom blunders, gênante situaties en tegenslagen uitspuugt.

Wat je niet doodt, stelt een (ongetwijfeld Amerikaans) spreekwoord, maakt je sterker. Dat geldt zeker voor één van de twee Bobbitts, die zich helemaal van de ander lijkt te hebben losgemaakt. Díe kan echter maar moeilijk afstand nemen van het verleden. Het is natuurlijk ook geen sinecure, een vrouw die het mes in haar mans penis zet. Al valt zelfs dat te relativeren. ‘In Afrika kunnen ze miljoenen vrouwen besnijden, zonder dat je er ooit iets over hoort’, zegt een vrouw, die een bijrol speelt in deze docuserie, aan het slot ervan. ‘Maar snijd één pik eraf en het land is te klein.’ Ze begint te lachen: ‘it’s a man’s world.’

Ice Guardians

Zou het Nederlands elftal misschien behoefte hebben aan een enforcer? In z’n hoogtijdagen had Oranje steevast doorgewinterde ijzervreters als Johan Neeskens, Jan Wouters en Edgar Davids in de gelederen. Zij beschermden de echte sterspelers en traden direct op als de tegenstander in hun ogen te ver dreigde te gaan.

In het ijshockey, waar een lekker stick- of vuistgevecht gewoon een verplicht onderdeel van de wedstrijd lijkt, is die rol zo ongeveer geformaliseerd: de enforcer. Een man die alleen het ijs op komt als er een robbertje moet worden gevochten en die als een soort bodyguard de sterspeler van zijn eigen team beschermt of uit de wind houdt. Geen Wayne Gretzky zogezegd, zonder een Dave Semenko.

De eikenhouten sportdocumentaire Ice Guardians (108 min) concentreert zich op deze vigilantes, die op commando ‘het recht’ in eigen hand nemen en daarmee volgens auteur en gedragsdeskundige Howard Bloom gewoon een normale teamrol oppakken. Onderzoek van de universiteit van Chicago zou hebben uitgewezen dat in de evolutie van elke groep – of het nu gaat om een jeugdbende of een managementteam – al snel vaste rollen ontstaan: een leider, een clown, een nerd én een luitenant, ofwel de enforcer.

Soms draaft regisseur Brett Harvey wat door met de mythevorming rond de enforcers, die hier bijna worden geportretteerd als moderne equivalenten op de cowboy met de witte hoed die met zijn Colt 45 slechteriken tot de orde roept (of gewoon kalt stellt). Ice Guardians slaagt er echter wel degelijk in om het beeld te nuanceren van de domme kracht die bij het minste of geringste een beuk uitdeelt en besteedt daarnaast ook aandacht aan de valkuilen en gevaren van de job.

In tijden waarin het Nederlands elftal naar een bedenkelijk niveau is weggezakt, weerklinkt ook in het voetbal de roep om dit soort mannen van stavast die, nadat ze natuurlijk uit volle borst hebben meegezongen met het Wilhelmus, bereid zijn om alles, werkelijk alles, te geven en te riskeren voor het team.

Waar Ice Guardians alle kanten van het enforcersambacht belicht, concentreert Alex Gibney zich in de ijshockeydocu The Last Gladiators op legendarische ambachtslieden zoals Chris ‘Knuckles’ Nilan, Donald Brashear en Marty McSorley.