Scènes Met Mijn Vader

IDFA

In een fraai uitgelichte, oude fabriekshal nemen Vinko en zijn volwassen dochter Biserka, nadat ze de stoelen nog even hebben schoongepoetst, naast elkaar plaats voor een persoonlijk gesprek. Filmmaakster Biserka Suran heeft allerlei vragen voor Vinko over zijn verleden in het voormalige Joegoslavië en hoe hij daar haar Nederlandse moeder ontmoette en met haar een gezin begon. Ze ontdekt ook meer over hun liefdesverhaal in een briefwisseling die de twee er op nahielden.

Toen de Joegoslavische leider Tito overleed, die bijna dertig jaar aan de macht was geweest in het communistische land, viel de door hem bijeen gehouden natie – hier tot leven gewekt met fraaie archiefbeelden – langzaam uit elkaar. Biserka’s familie besloot om naar Nederland te vluchten. Het land dat ze toen halsoverkop moesten verlaten bestaat inmiddels niet meer en is uiteengereten in verschillende naties, waaronder het land dat ze nu als moederland beschouwen: Kroatië.

Biserka en Vinko maken in de gestileerde documentaire Scènes Met Mijn Vader (46 min.), via enkele verschillende decors, een symbolische reis door het verleden, waarbij hun conversatie zich vooral richt op hoe ze hun land van oorsprong hebben moeten verlaten en wat ze vervolgens onderweg hebben opgepikt of zijn kwijtgeraakt. Dat is een persoonlijk gesprek over identiteit, land en familie, dat zo nu en dan wordt aangevuld door andere familieleden.

De zorgvuldige enscenering vergemakkelijkt de uitwisseling van gedachten en gevoelens en maakt de toegang naar herinneringen ook eenvoudiger, maar geeft de dialoog tevens een wat opgeprikt karakter. En wat er zoal te berde wordt gebracht voelt al bekend en is eerder een smaakvol opgediende reprise van dan een wezenlijke toevoeging aan het universele vluchtverhaal, dat inmiddels in alle mogelijke bewoordingen, talen en beelden is uitgedrukt.

Daley Blind: Nooit Meer Stilstaan

Videoland

Voor een voetballer met zijn staat van dienst blijft het opvallend hoeveel twijfel en weerstand Daley Blind nog altijd oproept. Zeker als daarbij in ogenschouw wordt genomen hoeveel drempels hij heeft moeten nemen in zijn carrière. ‘Het is gewoon soms een hele harde wereld, waarin er heel veel mensen zijn die een mening over je hebben’, zegt hij zelf over de voetballerij. ‘En soms maakt dat je heel klein.’

Daley Blind: Nooit Meer Stilstaan (73 min.) start natuurlijk bij het moment waarop zijn loopbaan als voetballer aan een zijden draadje hing. Nadat Blind eind 2019 tijdens een wedstrijd van Ajax tegen Valencia duizelig naar de grond was gegaan, volgden er allerlei onderzoeken in het Amsterdam UMC. Daar stelde cardioloog Harald Jorstad serieuze hartproblemen vast. Na het plaatsen van enkele ICD’s, signaleringskastjes in zijn lijf, kon Blind zijn voetbalcarrière echter tóch vervolgen.

In deze tweedelige tv-documentaire van Pamela Sturhoofd zijn de voetballer, z’n vader Danny, moeder Yvon, vrouw Candy-Rae en zijn zussen Zola en Frenkie opmerkelijk open over de medische uitdagingen, die hem op de achtergrond nog altijd parten spelen. ‘Dit is heel bijzonder’, zegt zijn arts Jorstad niet zonder trots. ‘Dit is letterlijk de grenzen van veilig sporten opzoeken. Op zo’n wereldniveau voetballen, na zo’n hartziekte, daar zijn heel weinig verhalen van bekend.’

Daarnaast zoomt Sturhoofd natuurlijk in op Blinds sportloopbaan, die worden geïllustreerd met fraaie (privé)voetbalbeelden en becommentarieerd door zijn oud-trainers Erik ten Hag, Louis van Gaal, Frank de Boer en Martin Jol. Ook dan toont de hoofdpersoon zijn kwetsbare kant. Als het gaat over de periode waarin zijn vader Danny bondscoach was en hijzelf heel slecht speelde, schiet hij zelfs vol. ‘Dat heb ik mezelf heel erg kwalijk genomen.’ Omdat Daley hem in de steek liet, zou Danny zijn ontslagen.

Het zijn echter niet zijn grote successen of decepties die de voetballer Daley Blind tekenen of de toon zetten in deze tv-docu, die tegen het einde echt een beetje wegloopt en in clichés vervalt. Dat is en blijft toch – hoe navrant dat ook klinkt – dat hart. Dit speelde opnieuw op toen zijn Deense oud-medespeler Christian Eriksen in 2021 een hartaanval kreeg tijdens het EK voetbal. Sindsdien zijn ze lotgenoten en delen de twee regelmatig – óók, enigszins gekunsteld, in deze docu – met elkaar hoe het gaat.

Blind, die zich tegenwoordig als ambassadeur inzet voor de Hartstichting, zou intussen wel wat meer waardering mogen krijgen voor zijn kwaliteiten en doorzettingsvermogen. Wellicht kan dit tweeluik een bescheiden bijdrage leveren aan het verder humaniseren van de speler die gerust een sieraad voor zijn sport mag worden genoemd. Dat zou overigens ook wel eens de bedoeling kunnen zijn geweest.

Voorbij Het Paradijs

VPRO

‘Hoe kan iemand tot zo’n daad komen?’ vraagt Hans Simonse zich af bij de start van Voorbij Het Paradijs (57 min.). Sterker: ‘zou mij dit ook kunnen overkomen?’ Met die vragen in de achterzak ontrafelt Simonse het tragische relaas van dat ‘leuke gezin’ met drie kinderen dat een ‘idyllisch boerderijtje’ aan de Lek bij Schalkwijk heeft betrokken. Daar is het op zaterdagnacht 21 oktober 2012 helemaal misgegaan. Vader Rob heeft eerst zijn vrouw Rianne en dochters Samantha en Anouk en daarna zichzelf van het leven beroofd. Die informatie levert meteen zijn eigen vragen op: wat is er met het derde kind gebeurd? En hoe moet het daarmee verder?

Simonse legt deze vragen voor aan de broer van Rianne en diens vrouw, de moeder en zus van Rob, een vriendin van Rianne en een vriendin van dochter Samantha. Gezamenlijk schetsen zij de jarenlange aanloop naar het drama, dat niemand zag aankomen maar iedereen achteraf op de één of andere manier wel kan plaatsen. Het is niet het verhaal van een monster, dat willens en wetens is overgegaan tot moord en doodslag, maar van een gezin dat zich met de aankoop van een oude monumentale boerderij steeds verder in de nesten werkt. Totdat de man des huizes, ogenschijnlijk een hele normale kerel, geen uitweg meer ziet en overgaat tot een absolute wanhoopsdaad.

Deze indringende interviewfilm uit 2014 over een tragisch familiedrama, waarin de gesprekken worden afgewisseld met familievideo’s en een steeds terugkerende sequentie van een auto die bij nacht over de weg dendert (waarvan pas later de betekenis duidelijk wordt), vermijdt daarbij goedkoop effectbejag of gemakkelijke conclusies – al verrast Simonse zijn gesprekspartners een enkele keer nog wel met nieuwe informatie. Hij laat verder de verschillende perspectieven op Rob, zijn relatie met Rianne, de oplopende spanningen rond de aangekochte (en desondanks eigenlijk niet te betalen) boerderij en die diep tragische nacht in oktober 2012, waarin er iets in Robs hoofd is geknapt, naast elkaar bestaan en bij elkaar komen.

Waarbij de vragen hoe een gewone huisvader tot zo’n daad kan komen en wat er is gebeurd met het derde kind afdoende worden beantwoord en de kijker zichzelf intussen ongetwijfeld de vraag stelt of hem/haar dit ook zou kunnen overkomen. Het antwoord van de verwanten en vrienden van Rob, Rianne en hun kinderen is in elk geval ondubbelzinnig: ja. Punt. En juist daarom, meent Rianne’s vriendin, moeten we elkaar een beetje in de gaten houden.

Ongepland

Newbe

Nu is mijn leven voorbij, moeten de mannen hebben gedacht. Of, althans, de versie van dat leven die ze tot dan toe hebben geleefd. De één had er niet al te veel over nagedacht toen ze zonder voorbehoedsmiddel vreeën, een ander ging er vanuit dat ‘zij’ aan de pil was. En dan worden de drie Nederlandse mannen uit de interviewfilm Ongepland (25 min.) met hun neus op de feiten gedrukt: ze worden vader.

De drie worden bevraagd door Janetta Ubbels, die deze korte docu samen met Robin Zwaan heeft gemaakt. Zij is 37 en heeft een kinderwens, maar haar partner is nog niet zover. ‘Het enige wat erop zit is er gewoon niet over praten, maar gewoon doen, hè’, heeft haar vader Janetta geadviseerd, tijdens een emotioneel telefoongesprek aan het begin van de documentaire. ‘Op laten aankomen.’ Want zo’n man draait wel bij. Maar kan ze dat eigenlijk wel maken?

Ubbels spreekt nu met mannen die inmiddels van de hoed en de rand weten. Over hoe ze hoorden over de zwangerschap, soms pas ná de kritieke twaalf weken-grens. Over de gevoelens die vervolgens loskwamen: woede, verdriet en ook schaamte. Over hoe ze een relatie met de aanstaande moeder probeerden te onderhouden – of nog moesten gaan opbouwen. Over de bevalling, natuurlijk. En over hoe ze tenslotte een relatie met hun kind probeerden aan te gaan.

Ubbels en Zwaan larderen de ontboezemingen van de drie vaders – waarbij er twee van dichtbij recht in de camera kijken en de derde alleen ‘en profil’ in beeld wordt gebracht – met symbolische sequenties van een lege speeltuin, wesp die vastzit in een omgekeerd glas, doolhof, half gevuld babyflesje en kinderkleertjes op het wasrek. Intussen loopt Janetta nog altijd met die ene kwestie. Die legt ze op de valreep voor aan één van de vaders:

‘Kun je het een man aandoen om gewoon zwanger te raken, om het gewoon te doen en ‘t er niet over te hebben?’ vraagt ze aan het eind van deze onderhoudende korte film. ‘Je bedoelt ethisch gezien?’ vraagt die. ‘Ik denk toch meer dat de vraag moet zijn: kun je het een kind aandoen?’

Crumb

David Lynch presents… a Terry Zwigoff film: Crumb (116 min.). Althans, met die boodschap begint deze klassieke documentaire uit 1994. In werkelijkheid zou de gevierde filmmaker helemaal niets hebben bijgedragen. Pas toen Crumb al volledig was afgerond, reageerde Lynch op een verzoek om een financiële bijdrage te leveren. ‘s Mans reputatie kon echter uitstekend worden ingezet om de documentaire te promoten.

Deze gevierde film wordt sowieso omgeven door mythen: regisseur Terry Zwigoff zou zijn vriend en hoofdpersoon, de Amerikaanse underground cartoonist Robert Crumb (Fritz The Cat, Mr. Natural en de slogan ‘Keep On Trucking’), hebben gedreigd met zelfmoord als hij niet wilde meewerken aan de productie. Dit broodje aap-verhaal bleek later per ongeluk in omloop te zijn gebracht door de befaamde filmcriticus Roger Ebert – al klopt het wel dat Crumb eigenlijk geen zin had in deze onthullende en verontrustende docu.

Zulke verhalen sluiten naadloos aan bij de aard van de film. Achter het Harold Lloyd-achtige uiterlijk van de hoofdpersoon en zijn ontwapenende glimlach gaat een onvervalste weirdo en provocateur schuil, wiens werk regelmatig met misogynie en racisme in verband is gebracht. Terwijl de kunstcriticus Robert Hughes niets minder dan een moderne Breughel of Goya ziet in Robert Crumb, ontwaren anderen toch vooral een vies, eng mannetje, dat zich (letterlijk) verlustigt aan zijn eigen afzichtelijke creaties.

Crumb wordt echt ongemakkelijk – en ontroerend en, op een vreemde manier, ook grappig – als de kunstenaar zijn familie opzoekt in Philadelphia. Daar woont zijn oudere broer en grote inspiratiebron Charles, zelf een getalenteerd tekenaar, in bij hun moeder Beatrice. Beiden kampen met ernstige psychische problemen, die luchtig worden besproken en consequent weggelachen. In een luizige hotelkamer in San Francisco treft Robert tevens zijn jongere broer Maxon die al even expliciete kunst maakt – en, dat ook, meermaals vrouwen heeft aangerand.

Of deze unheimische film ook een verklaring geeft voor al die zieke geesten in de Crumb-familie? Een begin ervan, misschien. Hun vader Charles, een marinier die ooit actief was als oorlogstekenaar, zou volgens zijn oudste zoon en naamgenoot ‘een sadistische bullebak’ zijn geweest. Maar of dat werkelijk een afdoende antwoord is? De slotsom is in elk geval helder: dit gezin is verworden tot een menselijk rariteitenkabinet (waarbij overigens moet worden aangetekend dat Roberts zussen Sandra en Carol niet aan het woord komen).

Uiterst accuraat schetst Crumb zo de context bij het oeuvre van een toonaangevende Amerikaanse kunstenaar, waarbij een sterke maag soms echt gewenst is en ’s mans werk hem, en ons, tevens lijkt te beschermen tegen grotere ellende.

Please Vote For Me

‘Wat betekent dat eigenlijk, democratie?’ vraagt Cheng Cheng. ‘Het betekent dat mensen de baas zijn over zichzelf’, antwoordt zijn stiefvader. Het achtjarige jongetje is één van de drie kinderen die zich kandidaat hebben gesteld om klassenvertegenwoordiger te worden. Hij zal het moeten opnemen tegen zijn klasgenootjes Luo Lei, het kind van twee politieagenten dat de functie nu twee jaar bekleedt, en Xu Xiaofei, de frêle dochter van een alleenstaande schoolmedewerkster.

Please Vote For Me (55 min.), dat wordt het motto voor de komende weken op de Evergreen-basisschool in de Chinese stad Wuhan. In een land waar nauwelijks ervaring is met democratie. De verkiezing is onderdeel van een experiment: hoe gedragen de kandidaten, hun vaders en moeders en de andere kinderen in de klas zich als ze het zelf voor het zeggen krijgen? Regisseur Weijun Chen legt de gebeurtenissen sec vast in deze authentieke campagnedocu uit 2007.

Geen enkele politieke truc blijft onbenut: van het zwartmaken van tegenstanders en beloven van gouden bergen tot het ronselen van stemmen en spelen van handjeklap. Ook de ouders laten zich bepaald niet onbetuigd en adviseren hun kroost om de concurrentie van onder uit de zak te geven. Als Luo Lei zijn opponent Cheng Cheng tijdens een debat bijvoorbeeld meermaals uitmaakt voor leugenaar, steekt zijn vader vanuit de coulissen goedkeurend zijn duim op.

Het is niet moeilijk om in de strijd tussen de kinderen, waarbij de emoties soms hoog oplopen, parallellen te ontdekken met het politieke discours in Nederland, waarbij slecht gedrag net zo vaak wordt beloond als afgestraft. In die zin is deze Lord Of The Flies-achtige film ook een ontluisterende ervaring: plaats willekeurige kinderen tegenover elkaar in een wedkamp en ze komen letterlijk tegenover elkaar te staan, met aan beide zijden devote medestanders.

Waarbij niemand nog een goed woord over heeft voor de ander – en elke vorm van sociale cohesie dreigt te verdwijnen.

Naziha’s Lente

Het moest een portret worden van de vrouw achter het probleemgezin. De alleenstaande Marokkaanse moeder uit Amsterdam-West met tien kinderen, waarvan er al een aantal in aanraking waren geweest met justitie. Een sterke vrouw nochtans, die druk doende was om haar zaakjes op orde te krijgen. En toen zette een dramatische gebeurtenis Naziha’s leven helemaal op zijn kop. Hoe kon regisseur Gülsah Dogan haar oorspronkelijke idee, het geven van een menselijk gezicht aan een hardnekkig maatschappelijk probleem, overeind houden, zónder de waarheid geweld aan te doen?

Naziha’s Lente (90 min.) is de uitkomst van wat een worsteling moet zijn geweest. Een film over een Marokkaans-Nederlandse vrouw die zich bijna letterlijk heeft moeten vrijvechten. ‘Ik vind het jammer voor je dat je zonder vader moet opgroeien’, schrijft ze in een brief aan haar jongste kind en enige dochter Rachma (waarmee de documentaire begint en wordt afgesloten). ‘Ik had het graag anders gewild. Ik wil voor jou een ander leven dan wat ik heb gehad. Ik wil, Inshallah, dat je elke kans benut die op je pad komt. Ik wil dat je leert om voor jezelf op te komen en je stem laat horen.’

Als vrouw en moeder draagt Naziha de sporen van een ongelukkig huwelijk met een veel oudere man. Hij ‘kocht’ haar van haar moeder, maakte haar maar liefst tienmaal zwanger en hield er ronduit archaïsche ideeën over mannen, vrouwen en de opvoeding op na. Die komt Naziha nog steeds tegen: binnen zichzelf en bij haar jongens. Als Rachma straks zestien is, stelt één van haar zoons bijvoorbeeld half grappend over Naziha’s dochter, krijgt ze een hoofddoek en een plek in de keuken. En van een relatie met een jongen met een andere afkomst kan natuurlijk ook geen sprake zijn.

Terwijl ze zo voortdurend met één van haar opgroeiende kinderen in de weer is, ervoor moet zorgen dat er dagelijks eten op tafel komt en het huis aan kant is, mag Naziha zichzelf niet kwijtraken. Ze probeert los te komen van alle hulpverleners en haar ondertoezichtstelling te laten beëindigen. Naziha wil op eigen kracht verder, als spil van haar eigen gezin, voorbeeldfiguur in de wijk én vertrouwenspersoon. Daarvoor heeft ze zelfs een certificaat verdiend. Haar eerste. ‘Ik had die al van kinderen baren’, grapt ze tijdens de officiële uitreiking. ‘Maar dat is zonder certificaat.’

Met zulke scènes geeft Gülsah Dogan Naziha’s Lente lucht. Haar hoofdpersoon mag dan regelmatig het slachtoffer zijn geworden van haar achtergrond, cultuur of situatie, ze is in wezen geen slachtoffer. Binnen moeilijke omstandigheden probeert Naziha in deze delicate film uit 2014 te allen tijde verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf en de haren. ‘Het is nog geen tijd voor mij’, constateert ze tegelijkertijd. ‘Ik weet dat die put zo groot is, zo donker, zo diep, dat ik bang ben dat ik, als ik die put eenmaal opendoe, erin val. En daar hebben mijn kinderen niks aan.’

Naziha’s Lente is hier te bekijken.

Ethel

HBO Max

Robert Kennedy is een symbool geworden: de rechterhand van president John F. Kennedy, hoop van een nieuwe generatie én slachtoffer in een golf moordaanslagen die de jaren zestig danig zouden verpesten en ook Martin Luther King, Malcolm X en zijn oudere broer John het leven hebben gekost. Voor filmmaakster Rory Kennedy was hij echter gewoon haar vader.

En voor Ethel (93 min.) was hij Bobby, de echtgenoot met wie ze maar liefst elf kinderen op de wereld zou zetten. De man die ze op 6 juni 1968 moest afgeven. Sirhan Sirhan maakte na een campagnebijeenkomst in Californië en plein public een einde aan zijn leven – al is er bij menigeen, zoals dat gaat bij dit soort ontwrichtende gebeurtenissen, ook twijfel of hij wel de (enige) dader was.

Deze persoonlijke film uit 2012 richt zich op Robert F. Kennedy (1925-1968), de vader, het voorbeeld, de familieman. Herstel: deze persoonlijke film richt zich op Ethel Skakel Kennedy (1928-), de moeder, het voorbeeld, de familievrouw. De mater familias, die in haar eentje al die Kennedy-kinderen richting volwassenheid moest begeleiden. Ze leeft nu al meer dan een halve eeuw zónder Bobby.

Rory, die nog niet geboren was toen haar vader stierf, realiseert zich overigens direct waar de belangrijkste wegversperring naar het wezen van haar moeder zit: recht tegenover haar, vriendelijk glimlachend. Al haar broers en zussen zijn maar al te bereid om haar te woord te staan. Maar de hoofdpersoon zelf… ‘Al deze introspectie,’ verzucht haar moeder op een gegeven moment. ‘Ik haat het!’

Uiteindelijk wordt de soep niet zo heet gegeten als ie is opgediend en blijft geen onderwerp onbesproken: Bobby’s omstreden klus voor senator Joe McCarthy die een kwaadaardige heksenjacht op communisten ontketende, het vliegtuigongeluk dat Ethels ouders het leven kostte, haar aanvaringen met de wet, de rouw na de moorden op John en haar echtgenoot en het (lange) leven ná Bobby.

Samen met haar moeder, broers en zussen – en in de rug gedekt door werkelijk prachtige familiefilmpjes en treffende nieuwsreportages – boetseert Rory Kennedy een hartveroverende vertelling uit dat veelbewogen leven in de kantlijn van grote gebeurtenissen. Daarvan was Ethel overigens zo’n 99 maanden zwanger, misschien wel haar grootste prestatie en in elk geval haar meest tastbare erfenis.

Ethel wordt daarmee zowel een modern sprookje als een messcherp portret van de Verenigde Staten in de tweede helft van de twintigste eeuw, via de familie die als geen ander de Amerikaanse Droom – en de ontmanteling daarvan – belichaamde. En natuurlijk gaat deze egodocu net zoveel over de vader die Rory Kennedy nooit heeft gekend als over de moeder naar wie ze de film heeft vernoemd.

Ik Ben Een Bastaard

Movies That Matter

‘In twee generaties van ongeletterd naar ik die alleen maar in woorden leef.’ Rashif El Kaoui kan het nauwelijks bevatten. Terwijl hij door Marokko reist, het land waar zijn analfabetische grootvader zijn hele leven leefde en zijn naar België vertrokken vader ooit werd geboren, vindt de Belgisch-Marokkaanse acteur, rapper en schrijver inderdaad voortdurend woorden om zijn gemoedstoestand te beschrijven. Het is zijn vak, waarin hij een uitblinker is geworden.

Hij, kind van een Vlaamse moeder, moet in België nochtans regelmatig duidelijk maken dat hij de taal en cultuur wel degelijk machtig is. En als zoon van een uitgezworven Marokkaanse immigrant wordt hij hier, in zijn vaderland, regelmatig geconfronteerd met de kloof die er tussen hem en het Noord-Afrikaanse land is ontstaan. In Ik Ben Een Bastaard (57 min.) probeert hij, net als in het dagelijks leven, een gulden middenweg te vinden.

Hij is geboren in de tussenruimte, vertelt hij in de debuutfilm van de Nederlands-Turkse fotograaf Ahmet Polat. ‘Mijn X-chromosoom komt uit de Vlaamse Kempenklei, mijn Y-chromosoom komt uit het mulle Atlaszand.’ Tijdens zijn jeugd in België betekende dit kortweg: aanpassen of opkrassen. ‘Ik pas mij aan’, zegt Rashif deemoedig in één van de teksten waarmee hij deze persoonlijke roadmovie over biculturaliteit stuurt en structureert.

Die teksten stammen uit de theatervoorstelling De Bastaard, die hij eerder met Polat en drummer Michelle Samba opvoerde, een vertelling over kinderen met ‘dubbel bloed’. Terwijl hij zoekt naar zichzelf, ergens tussen die twee culturen, komt Rashif El Kaoui onvermijdelijk ook terecht bij de vader, die hij al jong uit het oog verloor. De man die er volgens zijn Belgische grootouders als een ‘straatloper’ uitzag. Een man ook, die de drank niet kon weerstaan.

Zijn persoonlijke queeste brengt hem in deze typische ‘op zoek naar je roots’-film, behalve bij familieleden in België en Marokko, ook bij het graf van zijn vader, die letterlijk tussen de twee werelden van zijn zoon het leven liet.

The Doll

VPRO

De broers en zussen van de Iraanse fotograaf Alireza zijn kritisch. Van een aantal van hen is de relatie uitgelopen op een echtscheiding – en bij enkele andere huwelijken zou dat niet minder dan een bevrijding zijn geweest. Toch wil de alleenstaande vader, zelf ook net gescheiden, zijn dochter van veertien uithuwelijken. Hij zit in financiële problemen. En er heeft zich een goede huwelijkskandidaat voor Asal aangediend: Soroush is gelovig en komt uit een goede familie.

Één van Alireza’s broers schetst nochtans een weinig rooskleurig beeld van het leven van getrouwde vrouwen in Iran: ‘Ze dragen hun lot en proberen met hun man te leven.’, zegt hij nuchter in The Doll (33 min.). ‘Ik laat mijn dochter nooit jong trouwen, zelfs niet met de zoon van de president’, stelt een zus van Alireza daarom beslist. ‘Ik heb een kind van dezelfde leeftijd’, vult een andere broer nog lachend aan. ‘Die pruilt als hij groente moet eten.’

Alireza is echter onvermurwbaar. En Asal heeft zo haar eigen overwegingen blijkt uit deze korte docu van Elahe Esmaili, die zich als jonge Iraanse vrouw zorgen maakt over kinderhuwelijken. ‘Sommige van mijn klasgenoten zijn getrouwd’, zegt het meisje. ‘Zij hebben geen problemen op school. Ze worden met rust gelaten.’ De tiener is er ook wel van gecharmeerd dat haar aanbidder gummibeertjes en Nutella voor haar heeft gekocht. ‘Als hij dat niet had gedaan, waren we niet verloofd geweest.’

Asals oudste broer Amir, die overigens een stuk jonger lijkt dan zijn verliefde zus, is niet overtuigd. ‘Soroush heeft nog niet bewezen dat hij van m’n zus houdt’, zegt het aandoenlijke jongetje ferm, terwijl hij een grote teddybeer wiegt. ‘Ik ben een man van eer. Als iemand haar lastigvalt, sla ik z’n voorruit in.’ En anders hakt Amir hem, werkelijk waar, gewoon doormidden. Het joch moet alleen nog bedenken welk (speelgoed)zwaard hij daarvoor wil gebruiken.

Met al die verschillende stemmen uit één en dezelfde familie – waarin religie, gevoel, gezond verstand, praktische overwegingen én het ontspoorde huwelijk van Asals ouders doorklinken – laat Esmaili niet alleen verschillende perspectieven op het uithuwelijken van kinderen zien, maar schetst ze tevens een boeiend portret van haar land, dat met het ene been in z’n culturele traditie staat en met het andere in een zeer moderne werkelijkheid.

Baas In Eigen Zak

VPRO

Een documentaire over mannen en zwangerschap. Daarvan zijn er niet al te veel. Ja, films over mannen en het (aanstaande) vaderschap, die zijn er wel. Maar als het gaat over de beslissing om zwanger te worden of dat juist te voorkomen komt toch meestal alleen/vooral de vrouw in beeld. Zoals het in de praktijk ook vaak gaat: voor anticonceptie verlaten mannen zich doorgaans volledig op hun (eenmalige) partner.

Lynn Deen zet in Baas In Eigen Zak (23 min.) voor de verandering enkele jonge Nederlandse mannen centraal, die proberen te dealen met hun eigen vruchtbaarheid. De één heeft inmiddels min of meer per ongeluk een kind op de wereld gezet, nummer twee vergezelt zijn vriendin als zij een spiraaltje laat zetten en de derde wil geen kinderen meer en overweegt daarom een sterilisatie.

Vrouwen spelen in deze korte docu niet meer dan een bijrol. De documentairemaakster laat hen slechts aan de randen van het frame zien. De bal ligt ditmaal duidelijk bij de mannen, die ook alle gelegenheid krijgen om met vrienden en een biertje te bomen over de rol die zij (moeten) spelen in de voorplanting. Welke verplichtingen heb je als man en wat kun je je op dit gebied eigenlijk permitteren?

Deen laat haar hoofdpersonen daarnaast zien in hun dagelijks leven, begeleidt hun typische mannenactiviteiten met een ronkende soundtrack en omkleedt dat geheel met enkele zwoele uitgaansscènes, die de verleidingen representeren waaraan het mannelijke deel der natie blootstaat. Beter: waaraan het zich geheel vrijwillig blootstelt. En dan is het toch echt zaak om (niet) te oogsten wat je zaait.

De titel Baas In Eigen Zak refereert natuurlijk niet voor niets aan de aloude leus Baas In Eigen Buik van de feministische actiegroep Dolle Mina en is te lezen als een dringend beroep op het ‘sterke’ geslacht om nu eindelijk ook eens de lasten bij de lusten te dragen.

Forgetting Dad

Deze film opent met een vraag: ‘If your father no longer remembers you, does he stop being your father?’ Rick Minnich vult voor zichzelf aan: Kan pa zich echt niets meer herinneren? Of is het ook wel handig dat zijn geheugen hem in de steek heeft gelaten? Rick vermoedt dat zijn vader z’n brein af en toe een handje helpt. ‘Ik ben nu de nieuwe Richard’, zei hij tegen zijn zoon. ‘Niet pa, zoals jij me steeds noemt.’

De Amerikaanse data-expert Richard Minnich, althans de oude Richard, raakte op 45-jarige leeftijd betrokken bij een auto-ongeval. En daarna is hij nooit meer de oude geworden. Niet eens een beetje. De nieuwe Richard startte gaandeweg een nieuw leven met een veel jongere levenspartner, Tracy. Hij liet zijn voormalige echtgenoten en vijf kinderen in Californië achter.

Rick Minnich was net afgestudeerd toen zijn vader in 1990 dat ongeluk kreeg. Zestien jaar later gaat hij in Forgetting Dad (84 min.) de kwestie onderzoeken die al zo lang een schaduw werpt over zijn familie en waarover niemand eigenlijk graag praat. Pa Richard is in de tussenliggende periode verhuisd naar het afgelegen Oregon en heeft zich van alles en iedereen losgemaakt. Ook van zijn sores.

Vanuit die startpositie ontvouwt zich een spannende familiedetective. Rick spreekt eerst met de tweede vrouw van zijn vader, Loretta. Zij was erbij toen ze werden aangereden. Er leek eigenlijk weinig aan de hand. En toen, een slordige week later, begon ineens de amnesie en herkende Richard zijn eigen kinderen niet meer. Elke dokter zei echter: als hij wil, kan hij zijn geheugen terugkrijgen.

Via gesprekken met zijn moeder, zussen en halfbroers komt Rick Minnich in deze intrigerende film uit 2008, gemaakt met Matt Sweetwood, vervolgens steeds iets dichter bij de vader die hij is kwijtgeraakt – of beter: bij de man die hem achterliet. Deed hij dit vroeger ook al niet, zijn boeltje pakken en ergens anders helemaal opnieuw beginnen? Hoe vaak zijn ze in hun jeugd niet verhuisd?

Talloze familiefilmpjes en privéfoto’s laten een glimp van Richards jonge jaren zien. Ze tonen een volstrekt normale familieman. De zoektocht naar óf – en zo ja: wat – er iets aan de hand is met Richard Minnichs brein verbeelden de filmmakers met ontregelende steriele beelden van ziekenhuizen, artsen en MRI-scans. Ze geven het geheel nog een flinke dot suspense met een lekker mysterieuze soundtrack.

Intussen behoudt Forgetting Dad de ambivalentie die een zoektocht door het menselijke brein onvermijdelijk oproept. Ja, Richard Minnich had wellicht wat te winnen bij het verliezen van zijn geheugen, maar heeft hij daardoor uiteindelijk niet veel meer moeten afgeven? Zijn zoon Rick zoekt in elk geval niet naar gemakkelijke antwoorden en timmert de zaak ook niet dicht met een Hollywood-einde.

Dat kun je frustrerend noemen. Of juist prikkelend.

Foto-Eddy: De Negatieven Van Mijn Vader

NTR

Voor een artikel voor Vrij Nederland over de autolobby en Neerlands overvolle wegennetwerk zou hij halverwege de jaren zeventig de fotografie verzorgen. Enkele dagen voor de deadline overlegde Eddy de Jongh een enorme stapel foto’s op de redactie van het weekblad. ‘Er stonden bijna geen auto’s op’, herinnert een collega zich nog altijd verbaasd. ‘Doodstille straten’, vertelt een ander. Eddy haalde hulpeloos zijn schouders op: ‘Ja, ze waren er niet.’ Nog jaren later kreeg de schrijver van het artikel, Gerard Mulder, volgens eigen zeggen af en toe telefoontjes van de fotograaf. ‘Die zei dan met een soort grafstem: kijk op de klok. Ik zei: ja, het is vijf uur. Dan zei ie: en geen files! Ik zeg het je maar even: geen files!’

Zulke verhalen waren er in overvloed over Eddy de Jongh (1920-2002), die tevens jarenlang voor het NOS Journaal werkte. Was het onhandigheid of opzet, onderdeel van een soort zelfvernietiging? Zoon David gaat in de documentaire Foto-Eddy – Negatieven Van Mijn Vader (83 min.) uit 2013 met collega’s, andere kinderen en ex-vrouwen (vijf in getal, David is uit huwelijk vier) op onderzoek uit in het turbulente leven van zijn vader. De naam Foto-Eddy kreeg hij omdat er nog een andere Eddy in de familie was, een neef die internationale faam zou verwerven als kunsthistoricus. Ofwel: Kunst-Eddy. Ze waren de enige twee van hun familie, niet-gelovige Joden, die de Tweede Wereldoorlog overleefden.

Dat leek heel lang geen thema in het leven van Eddy de Jongh. Althans, er werd niet over gesproken. Er waren ook genoeg andere gespreksonderwerpen: drank, schulden en vrouwen bijvoorbeeld. Altijd weer vrouwen. ‘Bij elk opwaaiend zomerjurkje gingen de hormonen alweer de Bolero dansen’, zegt een vriendin. ‘Een rokkenjager eerste klas’, noemt een collega hem. ‘Verliefd zijn is een ziekte’, constateert Eddy zelf in één van de interviews, vastgelegd op ouderwetse audiocassettes, die David ooit met hem deed. ‘Maar een heerlijke ziekte.’ Nadat hij zich een delirium had gedronken en daarna even was opgenomen in een psychiatrische kliniek beschreef Eddy ’t aan Davids moeder Toos ooit als volgt: ‘Het neuken staat mij nader dan het lachen.’

Zo’n vent – een flierefluiter waar je nooit helemaal nooit vat op kreeg, een kerel die de oorlog de leukste tijd van zijn leven noemde en een man waarop je met geen mogelijkheid boos kon worden en die zijn laatste echtgenote tóch tot razernij dreef – is natuurlijk een tot de verbeelding sprekend filmpersonage. David de Jongh smeedt Eddys lotgevallen bovendien hoogstpersoonlijk aaneen met een nuchtere voice-over, onderkoelde humor en swingende jazzmuziek (die de man zelf ook wel had kunnen waarderen). Behalve een fijn postuum portret van zijn vader is Foto-Eddy ook een boeiend document geworden over de tijd dat Vrij Nederland nog de dienst uitmaakte in de door allerlei kleurrijke figuren bevolkte journalistiek.

En te langen leste bleken die autoloze wegen zowaar ook nog hun eigen verhaal te hebben…

Foto-Eddy: De Negatieven Van Mijn Vader is hier te bekijken. En op David de Jonghs YouTube-account zijn allerlei extra’s te vinden.

The Motive

Netflix

Handelde de jongen in een opwelling, was er sprake van een vooropgezet plan óf raakte hij – zoals hij zelf beweert – bevangen door de één of andere entiteit, ‘een groen wezen’? Op een willekeurige avond in 1986 in Jeruzalem doodde de veertienjarige zoon des huizes zijn ouders en twee zussen. Hij gebruikte daarvoor de M16, die zijn vader als reservist in het Israëlische leger tot zijn beschikking had gekregen. Een motief leek de tiener verder niet te hebben. ‘Ik deed het, maar ik was het niet’, zei hij volgens forensisch rechercheur Haim Siani, die een tijd wakker lag van de zaak.

De beleefde en intelligente jongen, wiens identiteit al die jaren zorgvuldig geheim is gehouden, wordt al sinds het begin bijgestaan door dezelfde advocaat. ‘U bent als een soort vader voor hem’, houden de filmmakers Tali Shemesh en Asaf Sudry, die eerder de bekroonde documentaire Death In The Terminal hebben gemaakt, hem voor. ‘Niet zijn vader’, antwoordt Yossi Arnon grinnikend, met een enigszins misplaatst gevoel voor humor. ‘Dan zou ik dood zijn, maar onze relatie is zoals je zou verwachten.’ De advocaat herpakt zich. ‘Wat kan ik doen?’ zegt hij verontschuldigend. ‘Het is de waarheid.’

In de vierdelige serie The Motive (171 min.) wordt de bizarre meervoudige moord tot leven gebracht met familievideo’s, nieuwsreportages en nooit eerder vertoonde beelden van een politiereconstructie met de jongen zelf en tegen het licht gehouden met direct betrokkenen. De centrale vraag daarbij is nu eens niet whodunnit?, maar whydunnit? Waarom? Wat heeft de jongen bewogen om zijn eigen familie uit te moorden? Eigenlijk tasten alle betrokkenen – zijn leerkracht, een klasgenoot, de rechercheurs, een begeleider in de jeugdgevangenis, de aanklager, z’n psychiater en een journaliste die de jongen interviewde – daarover in het duister.

Alleen Arnon zegt te weten wat de beweegredenen van de dader kunnen zijn geweest en waarom hij nooit last van wroeging lijkt te hebben gekregen. Hoezeer Shemesh en Sudry ook doorvragen, de sluwe advocaat wil het achterste van zijn tong echter niet laten zien. Zo ontwikkelt The Motive zich tot een interessant psychologisch steekspel. Waarbij het antwoord op die ene alles verterende vraag steeds meer in zicht komt: is de dader van dit familiedrama, die inmiddels allang weer op vrije voeten is, een psychopaat, volslagen geschift of toch een slachtoffer dat wraak heeft genomen?

Alleen Met Jenever

BNNVARA

In een replica van zijn huis probeert ze de man die hij was te pakken te krijgen. Haar vader. De naamloze dode die werd aangetroffen in een uitgewoonde jaren ’50-flat. Hij lag er al enige tijd: Alleen Met Jenever (56 min.).

Dat idee van een nagebouwde leefomgeving als decor om het verleden te laten herleven is niet nieuw – men neme bijvoorbeeld Geertjan Lassches De Erfenis Van Een Verzetsheld en onlangs De Dochter Van De Dominee – maar wordt door Kelly Klingenberg, ondersteund door Hetty Nietsch, zeer effectief ingezet. Samen met haar zussen Laura en Kirsten draagt ze dat bakbeest van een televisie naar z’n kastje, zet ze de plant op zijn vaste plek en tilt ze parkiet Kiko en z’n kooi op de kast. Drankflessen, overvolle asbakken en rotzooi op de grond brengen de woning op orde.

Kelly is klaar om gasten te ontvangen (haar moeder, zijn moeder, een jeugdvriend, z’n Tsjechische vriendin en de politieagenten die hem hebben gevonden bijvoorbeeld) en de oorspronkelijke bewoner weer tot leven te brengen: de man en vader die hij ooit geweest moet zijn, voordat de drank hem definitief in z’n greep kreeg. En de schim daarvan, die hij uiteindelijk werd. Totdat Geert-Jan Klingenberg op 58-jarige leeftijd overleed. Het is een intiem, sociaal en pijnlijk proces, dat natuurlijk gepaard gaat met een lach en een traan.

Stuk voor stuk hebben alle bezoekers nét een ander beeld gekregen van Kelly’s vader. De verhalen over drank kennen ze echter allemaal. Tegelijkertijd maakt de man die is te zien op de familiefilmpjes en -foto’s, waarmee dochter Kelly zijn levensverhaal heeft aangekleed, geen sombere indruk. Zoals Alleen Met Jenever uiteindelijk ook geen sombere film is geworden, maar een liefdevol portret van een man die ondanks alles een geliefde vader bleef.

Gebroken

KRO-NCRV

‘Dit is een verslag van de kinderrechter die zich met mij heeft verstaan,’ vertelt Frénk van der Linden. Tijdens een bezoek aan het Noord-Hollands Archief, op zoek naar de echtscheidingspapieren van zijn ouders, is hij aanbeland bij een gespreksverslag van 29 maart 1973. ‘Franciscus Johannes Wilhelmus Theodorus’, staat er te lezen. ‘Dat was ik. Ik was toen vijftien.’

De bekende journalist, schrijver en presentator leest voor uit zijn eigen verklaring: ‘Iedere keer als ik aan het bezoek aan mijn moeder denk word ik hypernerveus. Dit heeft nadelige gevolgen bij mij op school. De laatste drieënhalf jaar in ons gezin zijn een lijdensweg geweest. Mijn moeder heeft die toestand geschapen. Zij was iedere avond weg. Zij hield volgens mij weinig van ons. Nu wil ze de lieve moeder uithangen. Het doet mij helemaal niets meer.’

‘Ben ik dit?’ vraagt Van der Linden zich een kleine halve eeuw later af. De werkelijkheid was natuurlijk veel gecompliceerder, constateert hij in Gebroken (51 min.). De relatie met zijn moeder zou echter worden afgebroken en altijd een gevoelig punt in zijn leven blijven. Als zijn zus Désirée bijvoorbeeld plompverloren vertelt dat ze na de scheiding vooral bij haar vader wilde blijven omdat Frénk daarvoor had gekozen, is hij zichtbaar even van slag.

Deze verzorgde tv-docu van Nan Rosens richt zich op de impact van het verlies van een ouder als gevolg van een vechtscheiding. Bij de tweede hoofdpersoon was het haar vader die volledig buiten beeld raakte. Rianne Rouw-Reffeltrath dacht dat hij geen behoefte had aan contact. Pas jaren later ontdekte ze hoe het werkelijk zat. Samen met de man die ze haar halve jeugd moest missen – en die zelf in die tijd met zijn vaderziel onder z’n arm liep – maakt ze nu de rekening op.

Hoewel de twee getuigenissen inhoudelijk en emotioneel gelijkwaardig en complementair zijn, lijkt de documentaire toch een beetje uit balans. Het relaas van ‘Bekende Nederlander’ Frénk van der Linden – die regelmatig zijn verhaal heeft gedaan over de scheiding van z’n ouders, daarover eerder al een documentaire maakte (Verloren Band, 2009) en inhoudelijk waarschijnlijk ook zijn stempel op de film heeft gedrukt – trekt nu eenmaal automatisch veel aandacht naar zich toe.

Om het boeiende en maatschappelijk relevante thema van ouders die na een echtscheiding (voorgoed) uit beeld verdwijnen goed in de verf te zetten had deze film daarom nog wel een extra casus kunnen gebruiken. En anders had Rosens misschien toch rücksichtslos moeten kiezen voor het persoonlijke relaas van Frénk van der Linden, voor wie het vertellen van dit signatuurverhaal (ook) een therapeutisch karakter lijkt te hebben.

Britney vs Spears

Netflix

Als het bij één beroemdheid logisch is dat documentairemakers met elkaar wedijveren om haar unieke verhaal te kunnen vertellen, dan is het bij de Amerikaanse zangeres Britney Spears. Tegelijkertijd is het bijzonder tragisch dat zij zelf, terwijl ze al enkele jaren met haar vader/curator Jamie in gevecht is om weer zeggenschap te krijgen over haar eigen leven, ook over dat verhaal weinig tot niets te zeggen heeft. Britney is van iedereen geworden. Van iedereen, behalve van zichzelf.

En dus is er na Framing Britney Spears, opvolger Controlling Britney Spears, The Battle For Britney, Toxic: Britney Spears’ Battle For Freedom en allerlei B-docu’s over dezelfde kwestie nu de ambitieuze Netflix-productie Britney vs Spears (94 min.). Documentairemaker Erin Lee Carr en Rolling Stone-journalist Jenny Eliscu, die de popster enkele keren interviewde, zijn er naar verluidt al tweeënhalf jaar geleden aan begonnen, ruim voordat de Britney-gekte van 2021 losbarstte.

Hun film verschijnt natuurlijk wel te midden van die commotie, als Spears bovendien serieuze pogingen onderneemt om af te komen van de ondertoezichtstelling waarmee ze al sinds 2008 heeft te kampen. De twee makers zijn ook niet helemaal neutraal aan hun project begonnen: Carr was als kind fan van Britney Spears en Eliscu heeft in het verleden meegewerkt aan een poging om de zangeres een verzoek te laten ondertekenen waarin ze om een nieuwe advocaat vroeg.

Het is duidelijk dat het tweetal serieuze twijfels heeft over waarom Britney Spears al jarenlang – een periode waarin ze gewoon albums maakt, blijft optreden en jurylid is in het tv-programma X Factor – onder curatele staat. Hun zoektocht naar bewijsmateriaal en documenten en de verzameling bronnen uit Spears’ directe omgeving die ze weten te verleiden om (desnoods anoniem) te getuigen maken nochtans een gedegen indruk en brengen opvallende kwesties aan het licht over de aanhoudende ondertoezichtstelling.

Britney vs Spears legt zich volledig toe op zulke onderzoeksjournalistiek en laat het verplichte carrière-overzicht, bespiegelingen over hoe de entertainmentindustrie z’n eigen sterren helemaal kan opvreten of een portret van de doldwaze #FreeBritney-beweging achterwege. Dit is de achterkant van het gevecht tussen Britney Spears en haar curatoren, waarvan haar eigen vader het gezicht is geworden. Die opponenten komen overigens niet aan het woord in deze krachtige film. Net als de zangeres zelf.

Natuurlijk, zou je bijna zeggen.

Echo – Theater In De TBS

Nederlands Film Festival

‘Ik denk dat stafleden in de kliniek in de regel wat meer echo’s zijn en de patiënten wat meer Narcissus zijn’, vertelt geestelijk verzorger en scriptschrijver Okke Wisse in Echo – Theater In De TBS (85 min.). ‘Dus het gevaar van het staflid is, is dat het alleen maar de echo is van de patiënt. En het gevaar van de patiënt is, is dat ie alleen maar de ander, het staflid, kan gebruiken voor zichzelf. Wat je eigenlijk zou hopen is dat op het toneel wat de kliniek is de Echo’s en Narcissussen gaan begrijpen dat ze vastzitten in zichzelf.’

En dan sluiten de betraliede deuren zich, aan het begin van deze intrigerende film van Ingrid Kamerling, voor de beslotenheid van de Van der Hoeven Kliniek in Utrecht. Daar werken geanonimiseerde patiënten in een intieme setting met behandelaars aan hun toekomst. Tegelijkertijd wordt er gerepeteerd voor een uitvoering van het klassieke verhaal van Narcissus, verliefd op zijn eigen spiegelbeeld, en de nimf Echo, die tevergeefs zijn aandacht probeert te trekken. De TBS-kliniek gaat overigens niet helemaal op slot, want ook wijkbewoners zijn van harte welkom om aan te sluiten bij de repetities voor de voorstelling.

Tijdens heel persoonlijke gesprekken met de verschillende hulpverleners, die veel dichter bij hun patiënten komen dan je als buitenstaander misschien zou verwachten, laat Kamerling de camera als spiegel fungeren. Letterlijk: in de cameralens is zij zelf als interviewer te zien, zodat haar gesprekspartners recht in de camera kunnen spreken. En figuurlijk: de camera als spiegel voor de werkelijkheid en ieders visie daarop. Aan de behandelaars legt de documentairemaakster, die tevens werkzaam is als psycholoog, bovendien de vraag voor wat zij eigenlijk komen halen en brengen in de kliniek – en of dat nog wel te dragen is.

Een jaar geleden bracht Ingrid Kamerling al de korte film Rusteloze Zielen: Echo’s Uit De TBS uit. In die voorstudie stonden enkele patiënten en hun theaterlessen centraal. Met deze groter opgezette zusterfilm, waarvoor drie jaar is gefilmd in de kliniek, wordt ook hun behandelteam vol in de spotlight gezet. Via (zelf)reflectie, interactie en theaterscènes van zowel patiënten als hulpverleners schildert Kamerling zo een alternatief portret van een wereld, die vaak als eng en gevaarlijk is afgespiegeld – en nochtans wordt bevolkt door gewone mensen, met stuk voor stuk hun eigen thema’s, verwachtingen en issues.

Van Vader Op Zoon

BNNVARA

Hij móést zingen. Niet van zichzelf. Van zijn vader. Die zag het talent. Een nieuwe André Hazes. Pas later werd zingen leuk voor Mart Hoogkamer, zegt hij. De jonge levensliedzanger uit Leiden heeft net een platencontract ondertekend. De droom van zijn vader. En van zijn eveneens zingende jongere broer Luciano.

Marts vader was vroeger een kindersterretje. Ook hij had toen een platendeal. Bij het label van George Baker, Nico Haak én André Hazes. Trots laat Martin de singletjes zien aan zijn zoon. En krantenknipsels uit lang vervlogen tijden: ‘Martin Hoogkamer jr. (13) kweelt het hoogste lied in de randstad.’

En toen kwam er iets in zijn keel: de baard. ‘En dan zijn ze je ook zo vergeten’, zegt Martin met spijt in zijn stem. ‘Dat is gewoon zo.’ Zijn talent heeft hij echter doorgegeven aan een nieuwe generatie Hoogkamers, Van Vader Op Zoon (37 min.). En zoon Mart geniet met volle teugen van het optreden, de fans en de studio-opnames.

Pa Martin ziet het geëmotioneerd aan. Hij kan er niet altijd zijn voor z’n jongens. Soms is hij zomaar even weg. ‘Een pakkie sigaretten halen’, volgens Mart. Al komt de politie hem daarvoor speciaal ophalen. ’Daar leer je als klein kind mee leven’, vertelt de jonge zanger aan zijn producer Bram Koning. ‘Je bent ermee opgegroeid.’

De relatie tussen vader en zoon Hoogkamer vormt het hart van deze sfeervolle korte documentaire van Arjen Sinninghe Damsté, die de psychologie van de levensliedzanger en zijn vader probeert te doorgronden. Die zit ‘m niet altijd in de woorden. Al die zijn er ook: spaarzaam, maar recht op hun doel af. Wat onbesproken blijft, wordt treffend zichtbaar gemaakt. Voelbaar.

Zoals elke ouder wil Mart Sr. simpelweg het beste voor zijn kinderen. En dat ze niet de fouten maken die hem de das hebben omgedaan. En Mart Jr. wil zich losmaken van die druk. Al weet hij zelf ook wel dat dit nooit helemaal lukt. ‘Vergeet nooit waar je vandaan komt’, zingt hij tot besluit, met een onvermijdelijke snik in zijn stem. ‘Waar je wiegje heeft gestaan, heeft je gemaakt tot wie je bent.’

No Hay Camino

‘Ik heb het gevoel dat hoe minder ik over de dood nadenk’, vertelt Heddy Honigmann aan Johanna ter Steege, de hoofdrolspeelster van haar speelfilm Tot Ziens (1995), ‘hoe langer ik ga leven.’

Voor het eerst in haar lange carrière als filmer heeft ze geen idee waar ze mee bezig is. Voor het eerst ook zal ze de hoofdrol spelen in haar eigen film, die ze ook nog gewoon moet regisseren. Het was niet Honigmanns idee, deze film die wel eens haar allerlaatste zou kunnen worden: No Hay Camino (92 min.). Vrij vertaald: er is geen weg. Ze moest ervan worden overtuigd om ‘m te maken. In deze roadmovie reist de documentairemaakster, die ongeneeslijke ziek is, naar haar geboorteland Peru. Op weg naar… Ja, naar wat eigenlijk? Naar de vader, met wie ze zo’n lastige relatie had?

‘Laat ik niet melodramatisch doen’, veegt ze haar tranen weg als ze in Lima eindelijk het huis heeft gevonden waar ze is opgegroeid. Heddy Honigmann (O Amor NaturalCrazy en Buddy) moet vervolgens praten als brugman om even binnen te mogen kijken. ‘Als je verderop gaat, Adri, maak dan maar een portret van mij en m’n lantaarnpaal’, instrueert ze als regisseur haar cameraman. ‘Dat is het portret van mijn jeugd.’ Al te veel geduld heeft de hoofdpersoon Heddy Honigmann, tegenwoordig veroordeeld tot een rolstoel of rollator, vervolgens niet met de opnames die Adri Schrover van haar maakt. ‘Oké, basta’, klinkt het ferm.

Terwijl Honigmann in gesprek gaat met haar zus, vriendin Kristien Hemmerechts of Peruanen waarmee ze in haar lange carrière te maken heeft gehad, dwalen ze automatisch ook door haar omvangrijke oeuvre en houden halt bij beelden of mensen die daarmee zijn verbonden: de Peruaanse taxichauffeurs uit Metaal En Melancholie (1994), het jongetje dat in El Olvido (2008) zegt geen enkele leuke herinnering te hebben en de man die (sneller) alle doden op een kerkhof te Sarajevo moet introduceren in Goede Man, Lieve Zoon (2002). Intussen blijft ze zelf soms een wat nukkige hoofdpersoon voor de ervaren regisseur, bedreven de situatie naar haar hand zettend, die ze nog altijd is.

Op haar vader – een Joodse kunstenaar die na de oorlog naar Peru emigreerde en daar bekendheid verwierf als cartoonist – krijgt ze ook slechts met moeite vat. Anderen blijken heel andere herinneringen te hebben aan de man waarmee zij nog echt in het reine moet komen. En eenmaal terug in Nederland wil Honigmann van haar eigen zoon Stefan, die haar vergezelt naar ziekenhuisbehandelingen, weten of zij zelf misschien ook een overheersende ouder was. Het leven is in dat opzicht net als film maken, constateert ze tenslotte met collega José Luis Guerin, die een korte film heeft gemaakt waarmee deze persoonlijke en bespiegelende film (bijna) wordt afgerond:

Er is geen weg. Je vindt de weg door langzaam te lopen. En als je achterom kijkt, zie je de weg die je hebt afgelegd.