Easy Riders, Raging Bulls: How The Sex, Drugs And Rock ‘N’ Roll Generation Saved Hollywood

BBC

Vraag een willekeurige kenner van de Amerikaanse cinema om z’n favoriete periode te noemen en dikke kans dat ie met de seventies op de proppen komt, de jaren waarin regisseurs de macht grepen in Hollywood. Peter Biskind schreef daarover in 1998 een machtig interessant boekEasy Riders, Raging Bulls: How The Sex, Drugs And Rock ‘N’ Roll Generation Saved Hollywood (113 min.). Vijf jaar later volgde de bijbehorende documentaire van Kenneth Bowser.

Met de generatie die destijds de ommekeer bewerkstelligde in de filmwereld schetst Bowser hoe grote studio’s zoals Warner Brothers, Paramount en 20th Century Fox halverwege de jaren zestig de concurrentiestrijd met televisie leken te hebben verloren en op omvallen stonden. Uit pure noodzaak ontstond er vervolgens ruimte voor eigenzinnige filmmakers die, gevoed door Europese cinema en opgegroeid binnen het B-film circuit, de vastgelopen industrie daarna een gigantische opdonder verkochten.

Kaskrakers zoals Bonnie And Clyde, Easy Rider, Midnight Cowboy, The Wild Bunch, The Last Picture Show, The Godfather, American Graffiti, Mean Streets, The Exorcist, Chinatown, Taxi Driver en Raging Bull weerspiegelden perfect de tijdgeest en toonden aan dat eigenzinnige films, waarbij de regisseur ‘final cut’ had bedongen, wel degelijk een groot publiek konden bereiken. Met het succes kwamen echter ook de enorme ego’s, neuroses en verslavingen.

Verteller William H. Macy loopt dit interessante stuk filmgeschiedenis netjes door met anti-establishment filmmakers zoals Peter Bogdanovich, Dennis Hopper, Arthur Penn, Paul Schrader en John Milius (waarbij opvalt dat Francis Ford Coppola, Martin Scorsese, William Friedkin en Robert Altman ontbreken; zij zijn wél van de partij in een documentaire uit hetzelfde jaar over precies hetzelfde thema, A Decade Under The Influence). Verder laat hij de acteurs Cybill Shepherd, Peter Fonda, Ellen Burstyn, Richard Dreyfuss en Karen Black aan het woord over hun ervaringen en lardeert hun herinneringen met een stortvloed aan filmfragmenten.

Zo ontstaat een levendig beeld van de jaren waarin de filmgekken voor heel even het gesticht konden overnemen. Totdat Steven Spielberg en George Lucas – zo wil althans de Hollywood-versie van de gebeurtenissen – met respectievelijk Jaws en Star Wars korte metten maakten met de hoogtijdagen van de Amerikaanse auteurscinema en de tijd inluidden van de blockbuster, een nieuwe variant op de aloude B-film die met een gigantisch budget mocht worden gemaakt én gepromoot.

Children Of The Underground

FX Networks

Het zogenaamde ‘stranger-danger’-narratief, hoe ongemakkelijk ook, heeft iets comfortabels. De gedachte dat er mannen rondlopen, ongeschoren en in een lange regenjas natuurlijk, die een gevaar kunnen vormen voor onze kinderen is weliswaar doodeng, maar het idee dat ze ook in onze eigen familie of vriendenkring zijn te vinden is helemaal onverdraaglijk. Toch blijkt uit onderzoek dat juist daar vaak seksueel misbruik voorkomt.

Menige Amerikaanse vrouw heeft in zo’n `benarde situatie de hulp ingeroepen van Faye Yager en haar organisatie Children Of The Underground (234 min.). Als het Amerikaanse justitiële systeem niet ingrijpt wanneer vrouwen hun (voormalige) partner beschuldigen van het misbruiken van hun kind, dan neemt zij het recht in eigen hand, laat moeder en kind ondergronds gaan en probeert hen een nieuwe, valse identiteit te bezorgen. Yager heeft daarvoor een heel persoonlijke motivatie. Haar dochter Michelle is als kind jarenlang misbruikt door haar ex-man, een notoire pedofiel die zelfs op de Ten Most Wanted-lijst van de FBI terecht is gekomen. Michelle vertelt daar gedetailleerd over in deze vijfdelige docuserie.

Met haar opmerkelijke acties wordt Michelles moeder Faye in de jaren tachtig en negentig een graag geziene gast in de talkshows van Geraldo, Oprah en Dr. Phil. Via het praatprogramma van Sally Jessy Raphael maakt ze in 1988 kennis met de voortvluchtige April Curtis en haar vierjarige dochtertje Mandy, de casus die het hart vormt van deze serie van Gabriela Cowperthwaite en Ted Gesing. Zij zijn op de vlucht voor April’s ex. Die ontkent echter ten enenmale dat hij iets heeft misdaan. En dat blijkt een constante in veel kwesties waar Faye Yager zich tegenaan bemoeit: de mannen stellen stuk voor stuk dat ze erin worden geluisd door een wraaklustige oud-partner.

De wijze waarop Yager slachtoffers bevraagt komt al snel onder vuur te liggen. Is ze niet veel te dominant aanwezig in die gesprekken, zodat de slachtoffers vooral zeggen wat ze denken dat zij wil horen? En vliegt ze met haar complotten over bloed drinkende sektes, verhalen die perfect aansluiten bij de ‘satanic panic’ waarvan Amerikaanse media in die jaren maar geen genoeg krijgen, niet volledig uit de bocht? Indianenverhalen zitten de echte getuigenissen immers alleen in de weg. Helder is dat Faye Yagers bijzonder kordate manier van doen continu voor problemen met het gezag zorgt en haar tevens duidelijke voor- en tegenstanders oplevert.

In Children Of The Underground komen alle kampen, inclusief vaderrechtengroepen, uitgebreid aan het woord. Daarmee schetst deze miniserie, die wel wat lang is uitgevallen, een behoorlijk afgewogen beeld van een nog altijd actueel maatschappelijk thema en de vrouw die door riemen en ruiten gaat om dat aan te kaarten. Daarbij maakt ze nogal eens haar eigen regels, zodat anderen zich soms afvragen wat er nu erger is: het middel of de kwaal? In kwesties waarbij je als buitenstaander soms het gevoel krijgt dat je geblinddoekt een mijnenveld wordt ingestuurd, kent Faye Yager echter geen enkele twijfel: kindermisbruik is zo schrijnend dat vrijwel alles geoorloofd is.

If These Walls Could Sing

Disney+

Via Wings, de band van haar ouders Paul en Linda, was Mary McCartney in de jaren zeventig kind aan huis in de Abbey Road Studios. In If These Walls Could Sing (88 min.) loopt de Britse fotografe, schrijfster en documentairemaakster min of meer chronologisch de roemruchte historie door van de Londense opnamestudio, die ook het beste haalde uit dat andere bandje van haar vader, The Beatles. En sir Paul McCartney is zelf natuurlijk ook van de partij.

Daarnaast geven zijn bandmaatje Ringo Starr en bekende studiogebruikers zoals Elton John, Cliff Richard, Jimmy Page, David Gilmour en Roger Waters (Pink Floyd), John Williams, George Lucas, Noel & Liam Gallagher (Oasis) en Nile Rodgers acte de présence in deze oerdegelijke muziekdocu. En vanzelfsprekend worden er bij het ophalen van herinneringen aan de opnamestudio, die over minder dan tien jaar zijn honderdjarige jubileum viert, ook allerhande studio-apparatuur, oude geluidsbanden en vaste medewerkers en opnametechnici voor de dag gehaald. Verhalen genoeg over Abbey Road – al zijn ze vast allemaal al eens eerder verteld.

Over de laatste opnames van celliste Jacqueline du Pré bijvoorbeeld, die op jonge leeftijd werd gediagnosticeerd met multiple sclerosis. Het pionierswerk van Pink Floyd, met en zonder de geniale gek Syd Barrett. De stomende jams van afrobeat-icoon Fela Kuti, waarbij ook meesterdrummer Ginger Baker nog kwam opdagen. Opnamesessies met klassieke orkesten voor de onvergetelijke soundtracks van Hollywood-franchises zoals Indiana Jones en Star Wars. Een remonte van de Britse popmuziek met de Beatles-epigonen van Oasis. Moderne gebruikers zoals Kanye West en Celeste. En – natuurlijk! – de klassieke sessies van dat andere bandje van Mary’s papa.

Of zoals die, Paul McCartney dus, ‘t op heilige studiogrond kort en bondig samenvat: als deze muren toch eens konden zingen!

Sean Connery vs James Bond

Arte

Heeft Sean Connery James Bond gemaakt? wil interviewer F. Lee Bailey weten tijdens een bezoek aan de Schotse acteur in 1967. Of heeft James Bond Sean Connery gemaakt? In zijn antwoord neemt de man zelf het woord Frankenstein in mond. Bond, James Bond, was voor hem een monster van Frankenstein geworden, waarvan hij een groot deel van zijn carrière afstand probeerde te nemen. De immense aandacht voor de Britse superspion werkte verstikkend, stelt hij tegen Bailey. ‘Maar het heeft me er nooit van weerhouden om een nieuwe film te maken.’

In de documentaire Sean Connery vs James Bond (53 min.) buigen vrienden, collega’s en deskundigen, zoals collega-acteur Andy Garcia, regisseur John Boorman, biograaf Christopher Bray, auteur Lisa Funnell en producer Murray Grigor zich over Connery’s leven en loopbaan, die worden geïllustreerd met talloze filmfragmenten, (privé)foto’s en tv-interviews. James Bond wordt daarin gaandeweg een vloek waaraan hij echt niet kan ontsnappen. ‘Overal waar hij kwam werd hij aangesproken en meneer Bond genoemd’, vertelt historicus/biograaf Michael Feeney Callan. ‘Hij haatte dat.’

Toen hij de iconische geheimagent eindelijk van zich had afgeschud en allerlei andersoortige rollen had gespeeld (die toch aanmerkelijk minder gage bleken binnen te brengen), besloot Connery in 1983 in arren moede maar om zijn eigen Bondfilm te maken. ‘Het werkte op geen enkele manier’, zegt Feeney Callan daarover. ‘Het was visueel een rotzooitje, Sean zelf is waardeloos en die Fred Astaire-pruik lijkt net een koeienvlaai. Geen idee hoe hij daarmee dacht weg te komen.’ Never Say Never Again legde ’t ook qua inkomsten flink af tegen de officiële Bondfilm Octopussy met Connery’s opvolger Roger Moore.

Zijn faliekant mislukte terugkeer naar Bond werkt vreemd genoeg bevrijdend, laat deze interessante tv-biografie van Gregory Monro zien. ‘s Mans rollen worden beter en succesvoller. En met films als The Name Of The Rose, Indiana Jones And The Last Crusade en The Untouchables komt eindelijk ook de waardering voor hem als acteur. Sean Connery, een man die ook in verband is gebracht met seksisme en huiselijk geweld, krijgt zo het imago van een ‘wise old man’ aangemeten en kan daarmee de rest van zijn leven en carrière vooruit.

Crumb

David Lynch presents… a Terry Zwigoff film: Crumb (116 min.). Althans, met die boodschap begint deze klassieke documentaire uit 1994. In werkelijkheid zou de gevierde filmmaker helemaal niets hebben bijgedragen. Pas toen Crumb al volledig was afgerond, reageerde Lynch op een verzoek om een financiële bijdrage te leveren. ‘s Mans reputatie kon echter uitstekend worden ingezet om de documentaire te promoten.

Deze gevierde film wordt sowieso omgeven door mythen: regisseur Terry Zwigoff zou zijn vriend en hoofdpersoon, de Amerikaanse underground cartoonist Robert Crumb (Fritz The Cat, Mr. Natural en de slogan ‘Keep On Trucking’), hebben gedreigd met zelfmoord als hij niet wilde meewerken aan de productie. Dit broodje aap-verhaal bleek later per ongeluk in omloop te zijn gebracht door de befaamde filmcriticus Roger Ebert – al klopt het wel dat Crumb eigenlijk geen zin had in deze onthullende en verontrustende docu.

Zulke verhalen sluiten naadloos aan bij de aard van de film. Achter het Harold Lloyd-achtige uiterlijk van de hoofdpersoon en zijn ontwapenende glimlach gaat een onvervalste weirdo en provocateur schuil, wiens werk regelmatig met misogynie en racisme in verband is gebracht. Terwijl de kunstcriticus Robert Hughes niets minder dan een moderne Breughel of Goya ziet in Robert Crumb, ontwaren anderen toch vooral een vies, eng mannetje, dat zich (letterlijk) verlustigt aan zijn eigen afzichtelijke creaties.

Crumb wordt echt ongemakkelijk – en ontroerend en, op een vreemde manier, ook grappig – als de kunstenaar zijn familie opzoekt in Philadelphia. Daar woont zijn oudere broer en grote inspiratiebron Charles, zelf een getalenteerd tekenaar, in bij hun moeder Beatrice. Beiden kampen met ernstige psychische problemen, die luchtig worden besproken en consequent weggelachen. In een luizige hotelkamer in San Francisco treft Robert tevens zijn jongere broer Maxon die al even expliciete kunst maakt – en, dat ook, meermaals vrouwen heeft aangerand.

Of deze unheimische film ook een verklaring geeft voor al die zieke geesten in de Crumb-familie? Een begin ervan, misschien. Hun vader Charles, een marinier die ooit actief was als oorlogstekenaar, zou volgens zijn oudste zoon en naamgenoot ‘een sadistische bullebak’ zijn geweest. Maar of dat werkelijk een afdoende antwoord is? De slotsom is in elk geval helder: dit gezin is verworden tot een menselijk rariteitenkabinet (waarbij overigens moet worden aangetekend dat Roberts zussen Sandra en Carol niet aan het woord komen).

Uiterst accuraat schetst Crumb zo de context bij het oeuvre van een toonaangevende Amerikaanse kunstenaar, waarbij een sterke maag soms echt gewenst is en ’s mans werk hem, en ons, tevens lijkt te beschermen tegen grotere ellende.

Requiem For Auschwitz

Pink Moon

Ruim twintig jaar heeft componist Roger Moreno-Rathgeb gewerkt aan zijn Requiem For Auschwitz (64 min.). Binnen drie weken had hij de eerste zes delen, bijna drie kwartier muziek, min of meer klaar. En toen stokte zijn dadendrang, vertelt hij in Bob Entrops documentaire Een Stukje Blauw In De Lucht uit 2008. Hij voelde zich helemaal leeg en besloot om zelf een kijkje te gaan nemen bij het vernietigingskamp, waar meer dan een half miljoen leden van zijn gemeenschap, de Sinti en Roma, werden vermoord. ‘En toen was het helemaal voorbij met de inspiratie.’

Uiteindelijk heeft Moreno-Rathgeb de draad toch weer opgepakt, zo blijkt uit deze vervolgfilm van Bob Entrop, de Bredase filmmaker die zich in de afgelopen jaren heeft opgeworpen als chroniqueur van de Nederlandse zigeunergemeenschap. Entrop heeft op die manier een belangrijke rol gespeeld bij zowel de emancipatie van de Nederlandse Sinti en Roma als de erkenning dat ook zij tot de belangrijkste slachtoffers van het verderfelijke naziregime behoren. Ook al wilden – of konden – ze daar in eerste instantie vaak nauwelijks over praten.

In deze documentaire mag natuurlijk ook dat ene hartverscheurende beeld van Settela Steinbach, het meisje dat na de oorlog was uitgegroeid tot hét symbool van de vervolging van Nederlandse Joden, niet ontbreken. Vanuit een treinwagon op Kamp Westerbork kijkt de tiener, die op weg moet naar Auschwitz, desolaat de wereld in. Pas in 1994, vijftig jaar na dato, ontdekte de journalist Aad Wagenaar dat het in werkelijkheid om een Limburgs Sinti-meisje ging. Settela werd opnieuw een symbool: voor de afgevoerde Nederlandse zigeuners en hoe weinig aandacht daarvoor tot dan toe was geweest.

Die tragedie – het verwoesten van een complete gemeenschap en het zwijgen daarover – komt in deze film indringend tot uiting in scènes waarin jonge Sinti en Roma worden geconfronteerd met de herinneringen van vertegenwoordigers van een eerdere generatie zigeuners die de vernietigingskampen overleefden. Intussen is het muziekstuk van Roger Moreno-Rathgeb dan toch klaar om uitgevoerd te worden. Ter voorbereiding daarop brengt de componist met leden van het Nederlands Begeleidingsorkest een bezoek aan Auschwitz-Birkenau. Zodat ze weten en voelen wat ze gaan musiceren.

De beelden van overlevenden die afdalen in het diepste van hun zwartgeblakerde ziel en anderen die zich bij de plekken des onheils en bijbehorende monumenten proberen in te leven hoe het geweest moet zijn om volledig overgeleverd te raken aan een moorddadig regime, mogen dan inmiddels overbekend zijn, echt wennen doen ze nooit. Deze documentaire benadrukt nog maar eens het belang van dat herinneren en herdenken en voegt daar de helende kracht die muziek, hopelijk, kan hebben aan toe. Als balsem voor de gebutste ziel.

Elizabeth: A Portrait In Part(s)

The Searchers

Je kunt er de charme van de monarchie in zien. Of de complete gekte. Elizabeth: A Portrait In Part(s) (85 min.) portretteert op geheel eigen wijze de Britse koningin die inmiddels zeventig jaar op de troon zit. Niet in de vorm van een chronologisch verteld levensverhaal, verantwoord profiel met allerlei hoogwaardigheidsbekleders of psychologisch portret waarbij intimi uit de school klappen. Nee, dit is een typische archieffilm, waarin regisseur Roger Michell (Notting Hill) intuïtief langs alle uithoeken van Queen Elizabeth’s lange periode als staatshoofd zwerft.

De vertelling is onderverdeeld in thematisch gegroepeerde hoofdstukken, met titels als Ma’am, In The Saddle en A Ticklish Sort Of Job, en belicht zo associatief de koningin zelf, haar ambt en wat zij zoal in het Verenigd Koninkrijk heeft losgemaakt. Één hoofdstuk is bijvoorbeeld gewijd aan haar huwelijk, waarbij ze afwisselend is te zien als jonge verliefde vrouw en als helft van een hoogbejaard koppel. De toon is beurtelings gedragen, luchtig en (voorzichtig) spottend. Ook door de uitgesproken en soms ook lekker tegendraadse muziekkeuze: van Madness’ Our House tot de David Bowie-cover Heroes van Moby featuring Mindy Jones bijvoorbeeld.

Met een aansprekende collage van nieuwsreportages, achter de schermen-beelden, fragmenten uit films, series en televisieprogramma’s zoals Star Trek, Peppa Pig en natuurlijk The Crown en prominente figuranten als The Beatles, Lady Di en David Attenborough keert Michell de rituelen, het uiterlijk vertoon en de verplichtingen van het Britse koningshuis en de vrouw die daar al sinds mensenheugenis het gezicht van is binnenstebuiten. Een ‘modern sprookje’ dat zich afspeelt op het snijvlak van traditie, protocol en idioterie. Zoals het een Koningshuis betaamt.

Duty Of Care

Hij vond een uitweg uit de machteloosheid die veel klimaatactivisten al tijden helemaal lamsloeg. Nadat Roger Cox Al Gore’s alarmistische documentaire An Inconvenient Truth (2006) had gezien, realiseerde de Limburgse jurist zich dat de klimaatcrisis de voornaamste uitdaging van onze tijd is en dat het recht een belangrijk instrument zou kunnen zijn om die te bezweren. Namens Urgenda daagde hij de Nederlandse staat voor het gerecht, om zo het verminderen van de uitstoot van schadelijke broeikasgassen af te dwingen, en boekte daarmee een juridische overwinning die in de hele wereld met gejuich werd begroet.

Sindsdien doet in alle windstreken het idee opgeld dat een overheid ook een zogenaamde Duty Of Care (78 min.), een zorgplicht, heeft als het gaat om de staat van de aarde. En dat idee wil de Vlaamse filmmaker Nic Balthazar, die zich al jaren zorgen maakt over het klimaat, samen met 58.000 eisers verder exploreren. Met de Nederlandse advocaat aan hun zijde brengen zij de zaak ook in België voor de rechter. Intussen heeft Roger Cox zich alweer in een nieuwe kwestie vastgebeten: namens Milieudefensie daagt hij multinational Royal Dutch Shell voor het gerecht. Saillant detail: zijn vrouw Saskia, tevens jurist, komt uit een echte Shell-familie.

Balthazar volgt de Nederlandse klimaatadvocaat in deze vlotte activistische film tijdens zijn baanbrekende werk en laat dit inkaderen en becommentariëren door internationale medestanders zoals de activiste Luisa Neubauer, klimaatjurist Farhana Yamin en eurocommissaris Frans Timmermans. Cox is inmiddels een internationale bekendheid geworden. Het invloedrijke Amerikaanse tijdschrift Time riep hem eind 2021 zelfs uit tot één van de honderd invloedrijkste mensen van de wereld. En de motivatie daarbij werd, om de cirkel rond te maken, geschreven door niemand minder dan de voormalige Amerikaanse vicepresident en klimaatactivist Al Gore.

Op een terrasje zinspeelt Roger Cox tegenover Nic Balthazar ondertussen alweer op nieuwe grensverleggende juridische stappen: kunnen de CEO’s van multinationals ook persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de milieuschade die zij veroorzaken?

Freddie Mercury: The Final Act

NTR

‘Er gaat het gerucht dat we uit elkaar gaan’, roept Freddie Mercury tijdens een concert van Queen in het Wembley-stadion in 1986. ‘Wat denken jullie?’ Hij wijst demonstratief naar zijn achterste. ‘Ze praten vanuit híer!’ Mercury neemt nog even de tijd om zijn punt te maken: ‘Vergeet al die geruchten: wij blijven bij elkaar tot onze dood!’ Het zullen, helaas, profetische woorden blijken te zijn.

Op dat moment had de Britse zanger al aangegeven bij zijn medebandleden dat hij niet meer wilde toeren. Het HIV-virus zat hem op de hielen. Zonder dat zij het wisten overigens. Officieel dan. Mercury was een ‘dead man walking’, maar over dat onderwerp werd niet gesproken. Hij wilde dat ook niet. De zanger zou uiteindelijk op 24 november 1991 overlijden, op slechts 45-jarige leeftijd.

Via het tragische einde van de Queen-frontman belicht documentairemaker James Rogan in Freddie Mercury: The Final Act (90 min.) de AIDS-epidemie, die de sfeer van onverdraagzaamheid die er in het Groot-Brittannië van Margaret Thatcher sowieso al was ten opzichte van homoseksuelen nog eens versterkte. Was dit misschien de straf die zij kregen – van God natuurlijk – voor hun tegennatuurlijke gedrag?

Do I look like i’m dying of AIDS? fumes Freddie, kopte de Britse tabloid The Sun in die jaren bijvoorbeeld uiterst speculatief. ‘Dat zorgde destijds voor een enorme haat bij mij voor de journalistieke benadering van de Murdoch-kranten’, vertelt Queen-drummer Roger Taylor, die samen met gitarist Brian May uitgebreid terugblikt op dit dramatische hoofdstuk uit de bandhistorie.

Verder komen in deze boeiende documentaire ook Mercury’s zus Kashmira Bulsara, vriendin Anita Dobson en z’n personal assistant Peter Freestone, die zijn ziekteproces van dichtbij meemaakte, aan het woord. Hun herinneringen worden gepaard aan de getuigenissen van enkele homoseksuele mannen die tijdens de AIDS-crisis opgroeiden en zagen wat die aanrichtte.

Intussen is er altijd de muziek van Queen, die binnen deze context helemaal tot zijn recht komt en extra diepte krijgt. Alsof ineens duidelijk wordt wat Freddie Mercury eigenlijk probeerde te zeggen. En in die muziek ligt natuurlijk ook de sleutel naar de verwerking van het verdriet na zijn overlijden en de afronding van deze film: het befaamde Freddie Mercury Tribute Concert For AIDS Awareness.

Op 20 april 1992 verzamelden zich talloze popgrootheden, in Wembley natuurlijk, om eer te bewijzen aan de man en zijn songs. Dan dreigt deze film even een standaard-popdocu te worden, waarin collega’s als Roger Daltrey, Lisa Stansfield en Paul Young ruimte krijgen om uit te spreken hoe bijzonder Freddie Mercury wel niet was. Ook de derde akte levert echter bijzondere verhalen op.

Over het duet bijvoorbeeld dat Elton John, zelf homoseksueel en bovendien een intieme vriend van de Queen-zanger, moest zingen met Guns N’ Roses-zanger Axl Rose, die destijds werd beschuldigd van homofobie. Uiteindelijk reikten ze elkaar tijdens Bohemian Rhapsody letterlijk de hand. En dan is er nog het drama rond George Michael die niet voor niets boven zichzelf uitsteeg in Somebody To Love.

Zulke indringende episodes tillen deze film uit boven het individuele verhaal van Freddie Mercury. Hoewel dat op zichzelf natuurlijk ook al meer dan genoeg tot de verbeelding spreekt.

Rebellion

IDFA

Als je niet in de gevangenis zit, zit je niet echt in het verzet. Punt. Roger Hallam, één van de initiatiefnemers van Extinction Rebellion (XR), kijkt ferm in de camera van Maia Kenworthy en Elena Sánchez Bellot. Hij gelooft heilig in disruptie. Met zijn rebellenclub richt hij zich op het verstoren of zelfs lamleggen van de maatschappij. Pas dan zijn machthebbers bereid om te luisteren, zegt hij in Rebellion (81 min.). Geen woorden dus maar daden.

Bij de zogenaamde ‘april rebellion’, waarbij Londen in het voorjaar van 2019 het strijdtoneel wordt van massale acties om aandacht te vragen voor de klimaatcrisis, pakt dat geweldig uit. Nadat de stad bijna anderhalve week stil heeft gestaan, met toch heel veel lawaai, mag XR aan tafel met de Britse minister Michael Gove en lijkt daarbij zelfs wat binnen te halen. Oudere jongere Roger Hallam, met de verplichte paardenstaart en gebreide trui, wrijft zich in de handen.

Het duurt echter niet lang of er ontstaan haarscheuren binnen de organisatie, waarvoor hij de tactiek wil bepalen. Steen des aanstoots is een poging om met drones het vliegverkeer van en naar Heathrow Airport te ontregelen. ‘Als deze actie wordt aangekondigd en op de één of andere manier onder de noemer Extinction Rebellion wordt ondersteund, dan gaan wij onze eigen weg’, kondigt één van de aanwezigen bij een verhitte bijeenkomst aan.

Het is Hallams eigen dochter Savannah die een steen in de vijver werpt. Een conflict met haar vader is onvermijdelijk. Zoals interne strijd sowieso hoort bij een protestbeweging als XR. Die wordt niet onder het tapijt geveegd in deze vlotte en aanstekelijke documentaire, waarin kopstukken terugblikken op de tumultueuze eerste jaren van de organisatie die van burgerlijke ongehoorzaamheid weer een serieus strijdmiddel heeft gemaakt.

Extinction Rebellions acties, waarvan de ethiek of methodiek verder overigens niet kritisch wordt bevraagd, zijn verrassend effectief, constateert ook Farhana Yamin. Als internationaal klimaatjurist beijvert zij zich al decennia voor serieuze maatregelen en was ze bijvoorbeeld ook betrokken bij het klimaatakkoord van Parijs. Zelden kreeg Yamin echter meer aandacht dan toen ze zich aan het trottoir vastlijmde bij het hoofdkantoor van Shell.

Die bedrijfsnaam wordt door sommige overtuigde XR’ers – tis maar dat u ‘t weet – overigens consequent zonder S geschreven.

Boogie Man: The Lee Atwater Story

Zijn naam blijft voor altijd verbonden aan die van Willie Horton. De zwarte Amerikaan heette in werkelijkheid William Horton, maar Willie klonk nu eenmaal gevaarlijker. Zoals het beleid om weekendverlof te geven aan gedetineerden ook niet afkomstig was van de Democratische gouverneur van Massachusetts Michael Dukakis, maar van één van diens voorgangers, Francis Sargent, een Republikein nota bene.

Voor Lee Atwater (1951-1991), de spin doctor van de Republikein George H. Bush, was dat in 1988 echter helemaal geen beletsel: presidentskandidaat Dukakis werd persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor de roofoverval, gewelddaden en verkrachting die de archetypische boze zwarte man ‘Willie’ pleegde tijdens zijn verlof. ‘Tegen de tijd dat wij klaar zijn’, pochte Atwater toentertijd zonder enige vorm van schaamte, ‘denken mensen dat Willie Horton de running mate van Dukakis is.’

De beruchte racistische campagnespot zou een sleutelrol spelen in de verkiezing van zijn baas tot president van de Verenigde Staten. Hoewel Lee Atwater ook een rol(letje) zou spelen bij andere Republikeinse presidenten zoals Nixon, Reagan en Bush Jr., stellen vrienden, collega’s en opponenten in Boogie Man: The Lee Atwater Story (88 min.) dat hij eigenlijk helemaal geen zwaar doortimmerd conservatief gedachtengoed had. De politieke profi uit South Carolina had maar één ideaal: winnen. Ten koste van alles en iedereen, waaronder hijzelf.

In dat verband bevond de man met ‘the eyes of a killer’ zich voortdurend in goed gezelschap, kerels die nog altijd met liefde en plezier over Atwater vertellen: Ed Rollins (een belangrijke politieke adviseur van het Republikeinse icoon Reagan en tevens de leermeester van Atwater, die hem een mes in zijn rug zou steken), Karl Rove (Atwaters voormalige rechterhand en de mannetjesmaker van George W. Bush) en Roger Stone (Donald Trumps dirty trickster). Om de huidige Republikeinse partij te kunnen begrijpen, is kennis van de persoon, tacticus en straatvechter Lee Atwater eigenlijk onontbeerlijk.

Dit traditioneel opgebouwde portret van Stefan Forbes uit 2008 belicht weliswaar ’s mans getraumatiseerde jeugd, zijn affiliatie met de opper-segregationist Strom Thurmond en die opmerkelijke voorliefde voor de bluesgitaar, maar concentreert zich natuurlijk vooral op het centrale verhaal van Atwaters carrière: de presidentscampagne van ‘88. En daarbij komen zowaar ook Bush’ grote tegenstrever Michael Dukakis en zijn echtgenote Kitty aan het woord. Zij werden voor het leven getekend door de vuile trucs van ‘de Amerikaanse Machiavelli’.

Uiteindelijk zouden de malicieuze aantijgingen ook Lee Atwater zelf inhalen. Een typisch geval van boontje komt om zijn loontje. Toen de spin doctor par excellence als dertiger terminaal ziek werd en toch nog wroeging leek te krijgen, bleek hij zich niet meer los te kunnen maken van zijn eigen creatie: Willie Horton was een toonbeeld geworden van racisme in de Amerikaanse politiek en Atwater ging de herinnering in als de gewetenloze instigator daarvan.

Q: Into The Storm

HBO

Vanuit de duisterste uithoeken van het internet – 8chan, een online forum waar iedereen anoniem kan publiceren – heeft zich in de afgelopen jaren een geheimzinnige klokkenluider gemeld, die regelmatig cryptische boodschappen afgeeft aan een groeiende schare volgelingen. Deze QAnon – of kortweg: Q – lijkt te opereren als een soort gezichtsloze generaal voor Donald Trump en lanceert de ene na de andere complottheorie over de oorlog van de ‘deep state’ tegen de president.

Documentairemaker Cullen Hoback gaat in de zesdelige serie Q: Into The Storm (356 min.) op zoek naar wie deze mysterieuze bron, die steeds rept over ‘the calm before the storm’, zou kunnen zijn. Volgens aanhoudende geruchten houdt hij/zij zich op in de directe omgeving van de voormalige Amerikaanse president. Is het misschien Trumps voormalige spin doctor Steve Bannon, de omstreden generaal Michael Flynn of toch de Republikeinse dirty trickster Roger Stone?

Voor zijn onderzoek belandt Hoback op de Filipijnen, waar drie andere verdachten zijn neergestreken. In Manila is bijvoorbeeld 8chan-ontwerper Fredrick Brennan woonachtig, een internetwizard die vanwege de aandoening Osteogenesis Imperfecta al zijn hele leven in een rolstoel zit. Hij is inmiddels in onmin geraakt met oud-militair Jim Watkins en zijn nerdy zoon Ron, die het digitale prikbord tegenwoordig in bezit hebben.

De drie gedragen zich als de nét iets te vet aangezette personages uit een tweederangs spionagefilm. Ze flirten voortdurend met hun mogelijke relatie met Q en ontkennen uiteindelijk toch elke betrokkenheid. Terwijl zij van dat schimmenspel lijken te genieten, vallen de theorieën van QAnon intussen in vruchtbare aarde bij zogenaamde QTubers als Dustin Nemos, Craig James en Liz Crokin. Zij hebben inmiddels een dagtaak aan Q – en, dat ook, verdienen er een aardige boterham aan.

Dat resulteert in ronduit absurde taferelen. Zo stelt Craig James, die vol overgave zijn eigen platform Just Informed Talk beheert, bijvoorbeeld met een stalen gezicht tegen Cullen Hoback dat er een epische strijd komt tussen echte patriotten zoals hij en de neppatriotten van links. Gevolgd door: ‘En die gaan we helemaal uitmoorden.’ De diepgelovige kolos steekt zijn duim omhoog. Hij moet er zelf smakelijk om lachen.

‘Het is een psychologische operatie van het allerhoogste niveau’, constateert Nick Noe, een ex-militair en medewerker van de afvallige generaal Paul Vallely, even later over Q. Daarna begint hij aan een paranoïde verhaal over de dood van Osama Bin Laden. Die zou volledig in scène zijn gezet. Noe wordt meermaals onderbroken door een puberaal boerende en lachende James. De bizarre claim zal enige tijd later niettemin gewoon worden geretweet door Donald Trump.

Wat in de beginjaren misschien nog kon doorgaan voor (onsmakelijke) spielerei, heeft gezien bijvoorbeeld de terroristische aanslag op een moskee in het Nieuw-Zeelandse Christchurch in 2019 en de bestorming van het Capitool op 6 januari jongstleden dan allang een levensecht karakter gekregen. De samenzweringstheorieën van en rond QAnon hebben wel degelijk consequenties in het echte leven. De Qanon-storm dreigt inderdaad op te steken.

Tijdens zijn even trashy als intrigerende tocht langs alle randfiguren, die het dark web rond Q bevolken en die ook in de gewone mensenwereld voor meer dan genoeg spanning en sensatie zorgen, komt Cullen Hoback intussen tot zijn eigen theorie over wie of wat QAnon nu precies is: complete complotgekte, psychologische oorlogsvoering of toch een volledig uit de hand gelopen prank die allang niet meer leuk is?

Tina

HBO

De Bruin, Fey of Trucker? Nee, met Tina wordt natuurlijk Turner bedoeld. De achternaam die ze erfde van haar eerste echtgenoot Ike. De voornaam verzon hij, zonder overleg overigens, voor haar: Tina (117 min.). Die dus eigenlijk Anna Mae Bullock heet. En nu haar eigen documentaire heeft. Na eerder al een autobiografie (I, Tina: My Life Story), een speelfilmhit die daar weer op was gebaseerd (What’s Love Got To Do With It) en onlangs nog eens Tina: The Musical.

De Amerikaanse zangeres is inmiddels begin tachtig, maar wordt nog altijd geassocieerd met Ike, de ploert die ze alweer bijna een halve eeuw geleden verliet. Enkele jaren later zou ze, via een openhartig interview met het tijdschrift People in 1981, eindelijk schoon schip proberen te maken. Over de jaren waarin ze met de Ike & Tina Turner Revue de wereld veroverden – en hij haar achter de schermen alle hoeken van de (kleed)kamer liet zien.

Dat interview met Carl Arrington, gepubliceerd onder de kop ‘Tina Turner, The Woman Who Taught Mick Jagger To Dance’, krijgt ook weer een prominente plek in deze biopic van Daniel Lindsay en T.J. Martin. Zoals het misbruik Anna Mae haar hele leven zou blijven achtervolgen. Ook toen ze in de jaren tachtig als soloartiest een onverwachte comeback maakte en uitgroeide tot een absolute wereldster, bleef iedereen maar vragen naar Ike. Nooit kwam ze los van die vent. Ook nu niet.

Het is de tragiek van een vrouw die, tegen wil en dank, een voorbeeld werd voor andere vrouwen die gebukt gaan onder huiselijk geweld. In die zin biedt deze ongebreidelde lofzang op Tina Turner ook weinig nieuws over dat oude vertrouwde verhaal – verteld door de hoofdpersoon zelf en haar vriendin Oprah Winfrey, achtergrondzangeres/danseres Le’Jeune Fletcher, ghostwriter Kurt Loder, manager Roger Davies en Zwitserse echtgenoot Erwin Bach.

Behalve dan dat het vertellen van dat verhaal nog altijd zwaar weegt op Anna Mae. En dat daarachter nog een ander verhaal schuilgaat. Over een liefdeloze jeugd. Dat al wat later kwam – wellicht – een beetje verklaart. En dat in deze liefdevolle film, waarin haar huidige familieleven overigens behoorlijk wordt afgeschermd, als opmaat fungeert naar de gelikte apotheose. De documentaire die volgens haar man Erwin een soort punt zet. Achter Tina’s leven en carrière.

Turner.

The Trump Dynasty

A&E

Nicht Mary schreef een kritisch boek. Jongere broer Robert overleed op 71-jarige leeftijd. En Melania, Ivanka, Eric, Tiffany en Don Jr. (en diens vriendin Kimberly) spraken op de Republikeinse presidentscampagne. Niet eerder stond de familie Trump zo nadrukkelijk in de belangstelling als nu, in de nazomer van 2020. En dat allemaal door dat ene familielid: vastgoedman, mediapersoonlijkheid en president Donald. Is hij de logische optelsom van een familie die zich maar al te graag, zo lijkt het althans, wil ontwikkelen tot The Trump Dynasty (245 min.)?

Feit is dat Donald Trump een logische voortzetting lijkt van zijn grootvader Friedrich en vader Fred, twee bijzonder harde en ambitieuze mannen voor wie niets ging boven geld en naam maken. Toen het tijd werd om ruimte te maken voor Donalds generatie, maakte zijn vader daar een genadeloze competitie van. Die kostte zijn oudste zoon en beoogde opvolger Fred Jr. uiteindelijk de kop. Hij zou wegzinken in een alcoholverslaving. En zo ontstond er ruimte voor de zoon die net zo rücksichtslos was als Fred zelf en bovendien een ongelooflijk gevoel voor showbusiness had.

Enter ‘The Donald’, een man die van zichzelf en zijn achternaam een merk maakte en die maar drie dingen belangrijk lijkt te vinden in het leven: winnen, winnen en nog eens winnen. En als dat bijvoorbeeld betekende dat hij onder een valse naam (John Barron) de pers moest bellen om met bullshit een hogere plek op de Forbes-ranglijst van rijkste Amerikanen te claimen, dan deed hij dat zonder problemen, zoals is te horen in tamelijk gênant geluidsmateriaal van die gesprekken. Allemaal (p)art of the deal.

Deze zesdelige serie licht Trumps doopceel met een fijne collectie archiefmateriaal, laat geen onderwerp onbesproken (inclusief duistere zaakjes en geruchten daarover) en voert een imposante lijst sprekers op: klasgenoten, medewerkers, historici, journalisten, critici én prominente medestanders zoals Sean Hannity en Roger Stone. Het fenomeen zelf komt aan het woord via audio-opnamen van interviews die biograaf Michael D’Antonio in 2014 met hem had.

Zo ontstaat een kritisch, compleet en behoorlijk afgewogen overzicht van het leven van een man die als geen ander de Amerikaanse mediacultuur verpersoonlijkt, waarbij opvalt dat de jonge Donald een veel gematigdere indruk maakt dan de karikaturale figuur die nu in de Oval Office huist. Aan zijn kroost, waarvan het nog maar de vraag is of die in staat zal zijn om de Trump-dynastie definitief te vestigen, wordt verder geen enkele aandacht besteed. De kinderen staan volledig in de schaduw van de huidige Trump-patriarch.

Hij zou niet anders willen. Of kunnen.

Outfoxed: Rupert Murdoch’s War On Journalism

Hoe zou de eerste ambtstermijn van Donald Trump eruit hebben gezien zónder de kabelzender Fox News? Het is de vraag of hij überhaupt ooit president had kunnen worden zonder de onvoorwaardelijke steun van Fox’s oerconservatieve eigenaar Rupert Murdoch, CEO Roger Ailes (een voormalige spin doctor van de Republikeinse partij) en bijzonder partijdige talkshow hosts zoals Sean Hannity, Laura Ingraham en Tucker Carlson.

In de activistische documentaire Outfoxed: Rupert Murdoch’s War On Journalism (77 min.) uit 2004 ontleedde de linkse filmmaker Robert Greenwald al de modus operandi van de nieuwszender, die zich destijds afficheerde met slogans als ‘fair & balanced’ en ‘we report, you decide’ en intussen doelbewust geen enkel onderscheid meer maakte tussen feiten en meningen daarover. Alles, werkelijk alles, werd consequent bezien vanuit een bijzonder rechtse bril.

Daarmee leverde Fox een aanzienlijke bijdrage aan de vergiftiging van het Amerikaanse politieke klimaat. Om over de verruwing van het debat nog maar niet te spreken. ‘Shut up’ werd bijvoorbeeld het vaste mantra van de toenmalige ster van de nieuwszender, Bill O’Reilly, ‘some people say’ een slim voorwendsel om oncontroleerbare meningen in te brengen in het gesprek, zo laat Outfoxed zien. Het werkte wel: de benadering van Fox News bleek zowel succesvol als lucratief.

Greenwalds politieke pamflet komt enigszins traag op gang en heeft met linkse kopstukken als Bernie Sanders en Al Franken ook een wat eenzijdige bronnenlijst, maar overlegt uiteindelijk overtuigend bewijsmateriaal van de ontzettend partijdige manier waarop Fox bericht over onderwerpen als het homohuwelijk, abortus en de verkiezingen van 2000, waarbij de rechtse zender het pleit echt in het voordeel van de Republikein George W. Bush probeert te beslechten.

Diens oorlog in Irak zorgt bovendien voor heel wat tromgeroffel op Fox News. En pijnlijke taferelen. Als Jeremy Glick, de zoon van een man die sneuvelde bij de aanslagen van 11 september 2001, zich in The O’Reilly Factor bijvoorbeeld tegen die oorlog uitspreekt, krijgt hij meermaals van de gastheer te horen dat hij zijn bek moet houden. ‘Ik hoop dat je moeder dit niet zit te kijken.’ Bijna een jaar na het bewuste twistgesprek wordt Glick in uitzendingen nog altijd regelmatig zwartgemaakt door O’Reilly.

Sindsdien heeft het stijfrechtse Fox News bepaald geen gas teruggenomen. Zo heeft de zender, onbewust, de bodem gelegd voor een populistische politicus als Donald Trump, die als president regelmatig blindelings de ‘talking points’ van zijn favoriete programma Fox & Friends doortweet en soms zelfs beleid lijkt te ontwikkelen op basis van wat Murdochs zender hem die dag voorschotelt. Intussen blijkt uit allerlei publicaties dat Fox News-kijkers er inmiddels een geheel eigen wereldbeeld op nahoudt.

‘Fox News maakt zijn kijkers immuun voor bewijsmateriaal dat niet past in hun wereldbeeld’, constateerde Alvin Chang al in dit onderzoek van Vox uit 2018. Inmiddels heeft zich met One America News Network (OANN) bovendien een nóg extremere nieuwszender aangediend, die ongegeneerd naar de gunsten van de Amerikaanse president dingt.

In de nabrander Outfoxed Effect: Ten Years Later blikt Robert Greenwald terug op hoe ze de documentaire maakten (bijvoorbeeld door met een team letterlijk 24 uur per dag Fox News te kijken) en het effect dat die had.

The Show Must Go On: The Queen + Adam Lambert Story

Queen Productions LTD / NTR

Hoe kun je als wereldberoemde band verder zonder je zanger, frontman en blikvanger? Kan dat überhaupt? En: mág het eigenlijk wel?

Na het overlijden van Freddie Mercury in 1991 beet menige topvocalist zich stuk op Queens breed uitwaaierende repertoire en het imposante stembereik van die geboren frontman. Zijn band leek dood en begraven. Of veroordeeld tot een stille dood in het golden oldies-circuit. Deze zanger, voor wie elk superlatief (blijkbaar) tekort schiet, was écht niet te vervangen.

‘Er zijn veel Freddie-na-apers, met een plaksnor en geel jackje aan’, zegt drummer Roger Taylor in deze gelikte tv-docu van Christopher Bird en Simon Lupton. ‘Nou, veel succes ermee. Op het cruiseschip.’ Het bleef echter kriebelen bij de overgebleven Queen-leden. Zou er dan tóch een opvolger zijn, iemand die Freddies vocale spierballenvertoon kon interpreteren in plaats van kopiëren? Het antwoord laat zich raden: jawel, American Idol-runner up Adam Lambert.

The Show Must Go On: The Queen + Adam Lambert Story (86 min.) toont de lange weg die gitarist Brian May en drummer Roger Taylor moesten afleggen om, na de nodige bokkensprongen en zijstappen, met Lambert een volwaardige nieuwe incarnatie van hun band uit de grond te stampen. Queen 8.0, of zoiets. Die ontwikkeling wordt van commentaar voorzien door bekendheden als het wereldberoemde jurylid Simon Cowell, Foo Fighters-drummer Taylor Hawkins en Rami Malek, de acteur die Freddie Mercury speelde in de gelijknamige biopic uit 2018.

Vanzelfsprekend valt er geen onvertogen woord in deze lofzang op alles wat met Queen te maken heeft – niemand wil zich tenslotte bezondigen aan heiligschennis – die helemaal is dicht gesmeerd met uitbundige live-versies van de hits van de superband. En van bovenaf zag Freddie – dat is tenminste de stellige overtuiging van zijn oude bandmakkers – dat het goed was…

The Apollo

HBO

In een volledig gesegregeerde wereld gaf The Apollo in Harlem, New York een thuis aan de Afro-Amerikaanse cultuur. Sinds 1934 kreeg vrijwel elke zwarte muzikant, comedian of theatermaker wel eens de vloer in het roemruchte theater. Het was de plek waar ‘black is beautiful’ daadwerkelijk gestalte kreeg. Of zoals James Brown, die er meer dan tweehonderd keer op het podium stond en in 1963 een absolute klassieker opnam met Live At The Apollo, het verwoordde: ‘Say it loud! I’m black and I’m proud!’

In de collageachtige documentaire The Apollo (102 min.) roept Roger Ross Williams de hoogtijdagen van het kleine theater (ruim 1500 plekken) op met beeldbepalende figuren als Pharrell Williams, Smokey Robinson, Gladys Knight, Aretha Franklin, Jamie Foxx, Angela Bassett en Paul McCartney (die met de roomblanke Beatles optrad in het zwarte bolwerk). Het portretteren van een gebouw en z’n historie blijft echter een lastig verhaal, want de stenen zelf léven natuurlijk niet.

Williams vervlecht hedendaagse activiteiten in het theater, zoals repetities voor een eerbetoon aan Ella Fitzgerald en een rondleiding door de historicus van dienst, met hoogte- en dieptepunten uit de lange historie van het podium. De film krijgt daardoor een anekdotisch karakter. Als er al een duidelijke lijn is te ontdekken, dan zit die in de voortdurende emancipatoire strijd die zwart Amerika heeft moeten voeren en de manier waarop die werd en wordt uitgedrukt in kunst.

Dat levert overigens wel mooie verhalen op, bijvoorbeeld over het notitiesysteem van Frank Schiffman, die decennialang de scepter zwaaide in het Apollo-theater. Op 7 juni 1946 maakte hij bijvoorbeeld een cataloguskaartje aan voor Billie Holiday. ‘Vocalist. Zingt smartlappen’. Vijf jaar later: ‘Gaf een goede show. Zeer behulpzaam in de finale. Zong behoorlijk goed. Geen wangedrag.’ Op 14 augustus 1953 noteerde hij echter: ‘Verschrikkelijk! Ze was ziek, maar leek ook onder invloed van stimulerende middelen. Alleen een wonder kan dit meisje nog redden.’

Ook fraai: de bikkelharde competitie tijdens de zogenaamde ‘amateur nights’. In een, achteraf bezien, dolkomische scène wordt een piepjonge Lauryn Hill tijdens één van deze talentenavonden genadeloos uitgejouwd. Niet erg, lijkt de redenering. Daar wordt ze hard van. Als volgroeid artiest steelt Hill enkele jaren later inderdaad de show in een volgepakte zaal. De ongegeneerde kritiek heeft haar boven zichzelf doen uitstijgen.

Zo worden de mores van dit stukje heilige grond voor zwart Amerika aardig in beeld gebracht, waarbij ook de eerste Afro-Amerikaanse president natuurlijk niet mag ontbreken. In 2012, tijdens zijn herverkiezingscampagne, zong Barack Obama er een stukje van Al Greens Let’s Stay Together. Een grotere erkenning van en voor de zwarte cultuur was nauwelijks denkbaar.

In de parade van Apollo-sterren ontbreekt overigens comedian/presentator Bill Cosby, die diverse keren optrad in het kleine theater. Sinds hij in 2018 werd veroordeeld vanwege zedendelicten, is ‘Amerika’s favoriete zwarte huisvader’ echter geen man meer waarmee je als gemeenschap of podium wil pronken.

Where’s My Roy Cohn?

Altimeter Films

Where’s My Roy Cohn? (98 min.), schijnt Donald Trump nog wel eens te roepen als er een smerig klusje opgeknapt moet worden. Roy Cohn (1927-1986) was de spreekwoordelijke bullebak, die letterlijk over lijken ging om zijn cliënt te dienen. Een soort ‘Moszkowicz from hell’, met verdacht weinig respect voor de wet. En een man die intussen consequent aan ‘the wrong side of history’ belandde.

Bij het proces dat leidde tot de ter dood veroordeling van de Amerikaanse communisten Julius en Ethel Rosenberg, bijvoorbeeld. Of als rechterhand van senator Joe McCarthy, die een heksenjacht op vermeende communisten ontkende, het zogenaamde McCarthyisme. In een consigliererol voor de New Yorkse maffia ook. Én als een soort peetvader voor de jonge Donald Trump, die Cohns parool ‘als ze jou slaan, sla ze dan tien keer zo hard terug’ sindsdien volledig heeft verinnerlijkt.

Matt Tyrnauer portretteert het larger than life-personage Cohn met familieleden, geliefden, collega’s, journalisten en ‘dirty trickster’ Roger Stone, die de kneepjes van het vak kreeg bijgebracht door de diabolische Cohn en in de afgelopen jaren zelf als klusjesman voor Donald Trump fungeerde. Zij strooien met spraakmakende verhalen en smeuïge anekdotes, die door Tyrnauer met de nodige zwier aan fraai archiefmateriaal zijn geknoopt en met bombastische muziek worden opgediend.

Where’s My Roy Cohn? stevent uiteindelijk af op een tragische climax als de (niet al te) stiekeme homoseksueel ten prooi valt aan de meest gevreesde ziekte van zijn tijd. In dat kader zal hij na zijn dood nog worden vereeuwigd in het vermaarde theaterstuk Angels In America. Dit boeiende portret toont bovendien aan hoe invloedrijk de rücksichtslose Cohn is geweest. Ruim dertig jaar na zijn dood werpt hij nog altijd een schaduw over het hedendaagse Amerika, waar zijn voormalige protegé het zowaar tot president geschopt heeft.

In Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn schetst documentairemaker Ivy Meeropol vanuit een persoonlijk uitgangspunt een portret van de gevreesde advocaat, die er mede voor zorgde dat haar grootouders ter dood werden veroordeeld vanwege landverraad.

Divide And Conquer: The Story Of Roger Ailes

Een film over Roger Ailes, de grote baas van de rechtse Amerikaanse nieuwszender Fox News. Van Jigsaw Pictures, het productiebedrijf van documentaire-crack en erkend tegellichter Alex Gibney. Dan verwacht je een scandaleuze film waarin voortdurend wordt uitgedeeld. Door Ailes zelf, natuurlijk. Die niet anders kon – of wilde. En door filmmaakster Alexis Bloom, die vast alle gelegenheid heeft gekregen om haar omstreden subject eens grondig te laten incasseren.

Divide And Conquer: The Story Of Roger Ailes (107 min.) wordt echter nooit het zinnenprikkelende portret van de man en tijd die Donald Trump hebben voorgebracht dat het in potentie wel is. Aanknopingspunten genoeg in het levensverhaal van de flamboyante Ailes: zijn opmars aan het eind van de jaren zestig als nietsontziende media-adviseur van talloze toonaangevende Republikeinse politici, de manier waarop hij daarna Amerika’s succesvolste nieuwszender uit de grond stampte en de politieke moddergevechten, ordinaire ruzies en – natuurlijk – #metoo-affaires die daarmee gepaard gingen.

En dan hebben we het nog niets eens over zijn lachwekkend grote ego. Zo zou Barack Obama, een politicus die ondanks een serieuze lastercampagne van Fox News tweemaal tot president van de Verenigde Staten werd verkozen, hem bijvoorbeeld ooit hebben begroet als ‘de belangrijkste man van de wereld’. Tenminste, volgens Roger Ailes zelf. Waarna ze, breed lachend natuurlijk (maar waarom eigenlijk?), samen met hun echtgenotes op de foto gingen. Een getuige herinnert zich echter een heel ander verhaal. Nee, dat had Obama toch nét iets anders geformuleerd.

Ook treffend: hoe Ailes het plaatselijke sufferdje in zijn eigen woonplaats opkoopt om ook daar zijn wil op te leggen aan de gemeenschap en zo, opnieuw, tweespalt creëert. Dat lijkt een treffende metafoor voor zijn complete leven. Het geeft hem ook iets treurigs: de bullebak die alleen maar vijanden kent. Omdat hij geen echte vriendschap kan sluiten. Deze film schildert treffend dat (on)vermogen, maar slaagt er slechts beperkt in om het een plek te geven in het leven van de man die nooit een gevecht uit de weg ging – of kón gaan. Ook het maatschappelijke klimaat dat Roger Ailes zou creëren/faciliteren en waarop Donald Trump zou floreren komt slechts beperkt aan bod.

Divide And Conquer is aldus een vakkundig gemaakte hitjob. Maar ook niet meer dan dat.

Voor een vlijmscherp, stijflinks pamflet tegen Fox News kun je overigens terecht bij de documentaire Outfoxed: Ruper Murdoch’s War On Journalism van Robert Greenwald uit 2004, die in zijn geheel op YouTube is te zien.

Jane Fonda In Five Acts


Zij is inmiddels tachtig, maar zo oud wil ze natuurlijk niet lijken. In die zin is Jane Fonda nog altijd een typische Hollywood-diva. Aan de uitreiking van de Golden Globes gaat dus een hele beautysessie vooraf, zodat haar make-up, kapsel en kleding helemaal tiptop in orde zijn en ze onbevreesd richting de rode loper kan. Stralend als een jonge blom.

Jane Fonda In Five Acts (134 min.) is een tamelijk lang uitgevallen biografie van de bekende Amerikaanse actrice, activiste en fitnessgoeroe. De vijf bedrijven van deze film zijn opgehangen aan de mannen uit haar leven: vader Henry (de befaamde acteur, die volgens Janes broer Peter een script nodig had om zijn vaderrol te kunnen spelen) en drie exen: regisseur Roger Vadim, burgerrechtenactivist Tom Hayden en entrepreneur Ted Turner. Het afsluitende bedrijf, act five, heet simpelweg Jane.

Die structuur vertelt eigenlijk het gehele verhaal in deze verder traditioneel opgezette, nét iets te gladde biopic van Susan Lacy. Bij elke man vindt Jane zichzelf opnieuw uit, compleet met nieuw uiterlijk en activiteitenpatroon. Totdat ze helemaal aan het eind, zoals je van een Hollywood-verhaal mag verwachten, eindelijk terugkeert bij zichzelf.

Waarna je je heel even afvraagt of de hoofdpersoon in de voorafgaande twee uur zichzelf heeft laten zien of heel overtuigend Jane Fonda heeft geacteerd.