Il Caso Yara: Oltre Ogni Ragionevole Dubbio

Netflix

Op de avond van 26 november 2010 verdwijnt het dertienjarige Italiaanse meisje Yara Gambirasio. Ze komt nooit meer thuis na een les ritmische gymnastiek. Ruim drieëneenhalf jaar later, op 16 juni 2014, arresteren de Carabinieri een 43-jarige bouwvakker, Massimo Bossetti, vanwege de moord op Yara. Zijn DNA is aangetroffen op de kleding van het slachtoffer. Dat is het startpunt van de vijfdelige true crime-serie Il Caso Yara: Oltre Ogni Ragionevole Dubbio (252 min.), die vervolgens dik vier uur besteedt aan het op onnavolgbare wijze verknopen van deze twee dramatische gebeurtenissen.

Regisseur Gianluca Neri alterneert daarbij voortdurend tussen 2010, als het onderzoek naar het vermiste meisje uit Brembate di Sopra op gang komt en leidt tot een grootschalig DNA-onderzoek, en 2014, waarin de arrestatie van de verdachte voor allerlei verrassende ontwikkelingen zorgt. Hoewel de uitkomst van beide verhaallijnen op voorhand vast lijkt te staan – moord door Bossetti, toch? – blijkt die opzet heel effectief. Alle tijdssprongen, dwaalsporen en cliffhangers houden kijkers moeiteloos bij de les en zorgen bovendien voor de introductie van intrigerende verhaallijnen en nieuwe personages.

Onderweg haalt Neri met behulp van onder anderen de verantwoordelijke rechercheur, Massimo’s advocaten en zijn vrouw dus heel wat overhoop, maar blijven er, mede omdat enkele sleutelfiguren uit de zaak niet in de serie participeren, ook nogal wat losse eindjes rondslingeren. Hoe zit ’t bijvoorbeeld met de rechtszaak waarbij Yara’s vader als getuige betrokken zou zijn geweest? Heeft de politie werkelijk een video van Massimo’s busje bij haar gymzaal in elkaar geflanst, om hem verder verdacht te maken? En wat betekent de conclusie, getrokken na een genetische omweg, dat Massimo ‘Onbekende 1’ is voor zijn verwanten?

Vragen die in elk geval niet worden beantwoord door Fulvio Gambirasio en Maura Panarese. De ouders van Yara uiten zich tegenwoordig niet meer in het openbaar over de zaak van hun dochter en ontbreken dus ook in deze true crime-productie. Via door hen ingesproken boodschappen, bijvoorbeeld op de voicemail van hun verdwenen dochter, kan Neri echter toch invoelbaar maken wat zij hebben doorgemaakt. Daarmee legt hij een emotioneel fundament onder een ronduit tragisch misdrijf, dat uiteindelijk met DNA-bewijs definitief lijkt te worden opgelost. Totdat dit bewijs zelf ook weer voor twijfel en verwarring zorgt…

How To Rob A Bank

Netflix

Wie is ‘Hollywood’? vragen FBI-agent Shawn Johnson en Mike Magan van de politie van Seattle zich af. Zij jagen begin jaren negentig op een bankovervaller, die soms meerdere malen per dag toeslaat. Hij maakt gebruik van ingenieuze vermommingen en gaat zeer professioneel te werk. Wie is deze ‘meesterovervaller’, die het al snel tot de Most Wanted-lijst van de FBI schopt?

’s Mans identiteit blijft niet lang geheim voor de kijkers van How To Rob A Bank (88 min.). Stephen Robert Morse en Seth Porges introduceren hem vrijwel meteen, via mensen uit zijn directe omgeving. Scott Scurlock is een vrijbuiter, die in zijn directe omgeving vooral bekendheid geniet vanwege een vernuftig gemaakte boomhut, die hij eerst bouwt in de vrije natuur en daarna jarenlang bewoont.

Zijn familie weet niets van zijn andere activiteiten. Veel vrienden tasten ook in het duister – al is de adrenalinejunk vanuit zijn eigen scheikundelab wel betrokken geweest bij de productie van en handel in meth. Hij voldoet echter op geen enkele manier aan het clichébeeld van de oliedomme boef, die direct na het verlaten van de bank, met een zak goudstukken op z’n rug, in de boeien wordt geslagen.

Daarvoor is Scurlock, die zich spiegelt aan de bankrover Bodhi uit de heistfilm Point Break, veel te geslepen. Een Robin Hood-achtige status mag hem echter ook niet worden toegedicht, menen de politiemensen die op hem jagen. Daarvoor heeft hij – samen met zijn handlangers Mark Biggins en Steve Meyers, die beide aan het woord komen in deze film – te veel emotionele schade aangericht.

Het excuus dat een bankoverval een vergrijp zonder slachtoffers is verwijzen zij in elk geval linea recta naar het rijk der fabelen. Ze organiseren dus een klopjacht op de man, die hen steeds te slim af is geweest. Die komt tot een climax rond Thanksgiving 1996, als de overvaller en zijn kornuiten weer eens toeslaan en daarna proberen te vluchten. Een onvervalst spelletje ‘cops & robbers’ komt op gang.

De uitslag daarvan is geen verrassing. How To Rob A Bank moet ’t dus vooral van de psychologische duiding hebben: waarom heeft een ontwikkelde en ogenschijnlijk sociaal bewogen man zoals Scott Scurlock uiteindelijk de afslag richting misdaad genomen, een weg die wel dood móest lopen? En hoe heeft hij dit al die tijd verborgen weten te houden voor het leeuwendeel van zijn directe omgeving?

En daarmee komen Morse en Porges heel aardig weg. Hun film ontwikkelt zich tot een boeiend portret van een man die er klaarblijkelijk van genoot om een middelvinger op te steken naar het gezag en gaandeweg ook niet meer anders leek te kunnen. Met ‘live free or die’ als even treffende als tragische lijfspreuk.

Power

Netflix

Wie is er machtiger? vraagt Yance Ford zich af in de openingsscène van Power (88 min.). Het volk of de politie? Het is de opmaat naar een zeer kritische beschouwing van de Amerikaanse politie, die door hem wordt beschouwd als een staat binnen de staat. En die heeft ‘t in het bijzonder gemunt op minderheden, zwarte Amerikanen in het bijzonder.

De ‘paramilitaire organisatie’ is onder andere voortgekomen uit de slavenpatrouilles. Politiemensen spreken volgens de Afro-Amerikaanse agent Charlie Adams niet voor niets over ‘patrouilleren’. Historicus en socioloog Nikhil Pal Singh verwijst daarnaast naar hoe de politie, halverwege de negentiende eeuw, witte kolonisten steunde bij het overnemen van land van indianenstammen. Of de gemeentepolitie die toen in de steden de arbeidersklasse in het gareel moest houden. De politiemacht wordt nu eenmaal ingezet door de bezittende klasse, betogen diverse deskundigen, om de status quo in stand te houden en uitdagers daarvan klein te houden.

Volgens hen gaat het daarbij in het bijzonder om immigranten – en dus om racisme en xenofobie. Filosoof George Yancy geeft het voorbeeld van de arts Samuel Cartwright. Hij constateerde in de negentiende eeuw dat slaven die de plantages wilden ontvluchten aan de psychische aandoening ‘drapetomanie’ leden. Want zulke inferieure mensen konden natuurlijk met geen mogelijkheid de oprechte behoefte hebben om vrij te zijn. Ze waren immers geboren om slaaf te zijn. Alle reden dus ook om elke vorm van oproer direct de kop in te drukken en onruststokers, zoals burgerrechtenactivist Stokely Carmichael en Black Panther-leider Huey P. Newton, keihard aan te pakken.

Wat in 1838 begon met het allereerste hedendaagse politiekorps in Boston, is een kleine tweehonderd jaar later uitgegroeid tot 18.000 korpsen met ruim een miljoen agenten. Een miljardenbusiness, laat Yance Ford zien in dit polemische beeldessay, dat thematisch verwantschap vertoont met recente films als Riotsville, U.S.A. en Stamped From The Beginning. In een ontluisterende sequentie vragen alle Amerikaanse presidenten van de afgelopen halve eeuw – van Lyndon Johnson tot Joe Biden, met uitzondering van Jimmy Carter – bijvoorbeeld om meer geld voor Law & Order. In 2023 ging het inmiddels om niet minder dan 192 miljard dollar.

Intussen kunnen de politieorganisatie of individuele agenten nauwelijks aansprakelijk worden gesteld als ze hun boekje te buiten gaan, stelt Ford. En daarvan zijn in dit prikkelende pamflet talloze voorbeelden te zien, uit vroeger tijden en van recenter datum, zoals bijvoorbeeld de pijnlijke ‘I can’t breathe’-video van Eric Garner of het filmpje van de 75-jarige demonstrant die rücksichtslos omver wordt geduwd door een politieman, op zijn achterhoofd valt en bloedend wordt achtergelaten. Met al die verschillende voorbeelden wordt een repressief systeem geschetst, dat de bovenklasse beschermt en de rest van het volk, desnoods met bruut geweld, probeert te knechten.

The Final: Attack On Wembley

Netflix

Football’s coming home. Op zondag 11 juli 2021 mag Engeland voor het eerst sinds het gewonnen wereldkampioenschap van 1966 in eigen land weer aantreden in de finale van een belangrijk voetbaltoernooi. Ook nu speelt het Engelse elftal een thuiswedstrijd. Tegen het altijd gevaarlijke Italië. En tegen zichzelf. Beter: tegen z’n eigen aanhang.

Deze film begint twaalf uur vóór die finale, op de dag dat het voetbal, vrij naar de slogan van het toernooi, eindelijk thuis moet komen. In The Final: Attack On Wembley (82 min.) reconstrueren Rob Miller en Kwabena Oppong met Engelse supporters, een in Groot-Brittannië woonachtige Italiaanse fan en allerlei professionals (de stadiondirecteur, een steward, enkele sportjournalisten, een vertegenwoordiger van de voetbalbond en een paar lokale wetshandhavers) wat er daarna gebeurt.

In de uren voor het beginsignaal van de wedstrijd loopt de feestvreugde in de directe omgeving van het stadion al snel uit op baldadigheid, roekeloos gedrag en vandalisme. Beveiligingscamera’s, filmcrews en mobiele telefoons leggen genadeloos vast hoe de Engelse fans zich steeds opzichtiger beginnen te misdragen. Wat begint met zuipen, snuiven en feesten mondt onvermijdelijk uit in rellen. En dan lopen er op dat chaotische slagveld ook nog allerlei fans zonder toegangskaartje rond.

De jonge stoere Engeland-aanhanger Dan heeft bijvoorbeeld ook geen ticket, maar het is voor hem onbestaanbaar dat hij de finale aan zich voorbij moet laten gaan. ‘Ik dacht alleen maar: deze wedstrijd ga ik niet missen!’ Vanwege Coronamaatregelen mogen niet alle plaatsen in het stadion bezet zijn. Dat is bijna een uitnodiging voor fans zonder kaartje. ‘Doorbraak!’ klinkt het even later in de controlekamer van het stadion, als een menigte door de toegangspoorten breekt.

Ook Dan loopt daarna, volgens eigen zeggen bewust nonchalant, het stadion binnen. Waarna de wedstrijd gewoon begint – niet alleen de Tour wacht op niemand – en Engeland op jacht gaat naar zijn eerste internationale titel in 55 jaar. Intussen oogt Wembley’s omgeving als de frontlinie in een totaal zinloze oorlog waarbij, wonder boven wonder, slechts negentien agenten gewond zijn geraakt en ook maar 86 ‘supporters’ blijken te zijn gearresteerd. De ravage die zij achterlaten is echter immens.

Deze nauwgezette reconstructie, die enigszins doet denken aan Fatboy Slim – Right Here, Right Now over een gratis strandconcert van de Britse deejay, maakt glashelder dat het veel slechter had kunnen aflopen toen het voetbal – hooligan-style! – thuiskwam.

What Jennifer Did

Netflix

Je hoeft geen geoefende true crime-kijker te zijn om te kunnen bedenken in welke richting de Canadese politie gaat zoeken als het huis van de familie Pan in Markham, Ontario, op 8 november 2010 wordt overvallen. De daders vermoorden moeder Bich en laten vader Hann met een ernstige hoofdwond in coma achter, terwijl de dochter des huizes ongedeerd is gebleven. Kijk gewoon naar de titel en promofoto van deze docu: zij moet op de één of andere manier betrokken zijn bij wat er zich heeft afgespeeld, maar hoe dan en waarom?

Deze film van Jenny Popplewell (American Murder: The Family Next Door) begint bij het eerste verhoor van Jennifer Pan, als de agent van dienst er nog simpelweg van uitgaat dat de jonge Aziatische vrouw het slachtoffer is geworden van een huiveringwekkende misdaad, waarbij in elk geval haar moeder om het leven is gekomen. Tegelijkertijd zijn er audio-opnamen te horen van hoe zij in blinde paniek de meldkamer van 911 belt om de gewelddadige overval te melden. Gaandeweg ontspint zich daarna Pans levensverhaal.

Als kind van Vietnamese immigranten is Jennifer bijzonder streng opgevoed. Haar ouders moesten bijvoorbeeld niets hebben van het vriendje dat ze mee naar huis wilde nemen. Danny Wong was in verband gebracht met drugshandel en sowieso niet goed genoeg voor hun dochter. Zij hadden een serieuze academische carrière in gedachten voor Jennifer. Het was echter nog maar de vraag of hun dochter, tevens een zeer getalenteerde pianiste, zulke ambities kon en wilde waarmaken.

Stukje bij beetje onthult Popplewell met de betrokken rechercheurs, enkele bronnen uit Jennifers directe omgeving en de verhoren van Pan en ex-vriend Danny, opgeleverd met de verplichte verhaalwendingen en spannende geluidjes en muziekjes, het verhaal achter het verhaal van de gewelddadige overval op de Pans. Als alle lijken eenmaal uit de kast zijn gekomen – wees gerust: niet letterlijk – komt de hele zaak inderdaad neer op What Jennifer Did (87 min.).

Jenny Popplewells documentaire is overigens enigszins in opspraak geraakt vanwege foto’s van Jennifer die zouden zijn gemaakt/gemanipuleerd met Artificial Intelligence. Zónder dat dit erbij wordt vermeld.

Holland Pop 1970

In-Edit

Tegenwoordig heeft elk dorp z’n eigen popfestival. Toen organisator Georges Knap en impresario Berry Visser, oprichter van Mojo Concerts, in 1970 aan de slag gingen om een festival te organiseren in het Kralingse Bos te Rotterdam, lag er echter nog helemaal geen infrastructuur. Er was alleen een voorbeeld: het legendarische Amerikaanse Woodstock-festival.

Het Holland Pop Festival, dat uiteindelijk plaatsvond in het weekend van 26-28 juni, werd georganiseerd in het kader van 25 jaar Bevrijding. De wederopbouw van Rotterdam, volledig kapotgeschoten tijdens de Tweede Wereldoorlog, leek een heel eind voltooid. Dat moest gevierd worden volgens de gemeente, die onder de noemer C70 allerlei activiteiten wilde organiseren. Om te voorkomen dat dit met operette-uitvoeringen en zaklopen voor de kinderen enkel een feest voor het establishment zou worden, wilde Knap ook ‘de jeugd van toentertijd’ eens goed bedienen.

In Holland Pop 1970 (71 min.) laat Ferri Ronteltap vanaf de montagetafel oude tijden herleven met Knap, Visser en sprekers zoals feministe/politica Hedy d’Ancona, muzikant Robert Jan Stips (die optrad met de band Supersister) en fotograaf Vincent Mentzel (die er fraaie zwart-wit foto’s maakte). Ronteltap kan ook teruggrijpen op de welbekende beelden uit de film Stamping Ground (1971) over ‘Kralingen’: concertimpressies van Santana, Jefferson Airplane, The Byrds, Pink Floyd, Soft Machine en Country Joe en onvergetelijke beelden van relaxte, uitzinnige en onbeschaamde Nederlandse hippies.

‘Bijzonderheden ten aanzien van de bezoekers’, leest de toenmalige commissaris Cees Ottevanger voor uit de eindrapportage van de politie. ‘Naar het uiterlijk te oordelen bestond het merendeel der bezoekers uit zogenaamde hippies. Bizar gekleed, met vaak zeer lange haren. Variërend in leeftijd van vijftien tot vijfentwintig jaar.’ Sommige bezoekers liepen naakt rond, hadden hun kinderen en huisdieren meegenomen en gebruikten openlijk softdrugs. Het festival verliep volgens Ottevanger daardoor/desondanks ‘volkomen agressieloos’. Eigenlijk kon geen mens er bezwaar tegen hebben.

En, inderdaad, zelfs de Rotterdamse burgemeester Wim Thomassen noemt het verloop van het festival naderhand ‘hartverwarmend’ – al kan hij er eigenlijk pas echt iets over zeggen als de eindbalans is opgemaakt. ‘Één van onze bezorgdheden was de medische en hygiënische kant ervan en of er bepaalde ziekten uit voortkomen, besmettingen of iets van dien aard, dat merken we natuurlijk pas na afloop. Maar tot nu toe zijn we tevreden.’ ’s Mans eigen dochter heeft Kralingen ook bezocht. ‘De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat die vannacht in haar eigen bed is komen te slapen.’

Zij en andere generatiegenoten, tegenwoordig opgezadeld met het predicaat boomer, zullen deze degelijke ‘trip down memory lane’ over het Nederlandse Woodstock ongetwijfeld ook liefdevol omarmen. Terwijl anderen zich erover kunnen verbazen hoeveel van de toenmalige vrijheid sindsdien verloren is gegaan.

A Revolution On Canvas

HBO Max

De reacties in Iraanse kranten op de tentoonstelling van Nickzad Nodjoumi’s schilderijen in Teherans museum voor moderne kunst zijn in 1980 ronduit vijandig. ‘Nodjoumi’s abnormale denkbeelden zijn slim bedrog’, schrijft de één. ‘Hoe kan de moslimmeerderheid deze schilderijen tolereren?’ vraagt een ander zich af. En: ‘Dat deze verrader mag verdrinken in schaamte.’

Een jaar eerder is de Sjah afgezet als leider van het land. Na de revolutie van 1979 is Iran in de greep geraakt van conservatieve krachten. Nodjoumi voelt zich genoodzaakt om de expositie af te breken en zijn werk achter te laten. Ruim veertig jaar later wordt de inmiddels vanuit de Verenigde Staten opererende kunstenaar nog altijd beschouwd als een essentiële criticaster van het Iraanse regime. Het werk waarmee hij destijds zoveel commotie heeft veroorzaakt is echter spoorloos.

In A Revolution On Canvas (95 min.) gaat Nicky samen met zijn dochter Sara Nodjoumi, die deze documentaire regisseerde met haar man Till Schauder, op zoek naar de verloren schilderijen, die een treffende metafoor vormen voor het verdwenen Iran, waarvan Nickzad en zijn echtgenote Nahid Hagigat, eveneens een vooraanstaande kunstenares en een belangrijk rolmodel voor Iraanse vrouwen, deel hebben uitgemaakt. Een verwesterd land, met een protserige potentaat aan de leiding.

Als jonge kunstenaar verblijft Nickzad in de jaren zestig en zeventig vooral in New York. Hij raakt daar betrokken bij studentenprotesten tegen de Sjah en belandt zo in z’n geboorteland op de radar van de geheime politie Savak. Als de spanningen in Iran eind jaren zeventig oplopen, sluit Sara’s vader zich aan bij de demonstraties tegen de Sjah. Hij heeft de religieuze krachten in zijn land echter onderschat. Zodra zij de macht grijpen is er helemaal geen ruimte meer  voor andersdenkenden zoals hij.

Via Nickzad Nodjoumi en zijn geladen werk, waarin ’s mans woede over de ontwikkelingen in z’n geboorteland natuurlijk is doorgesijpeld, vertellen zijn dochter Sara en haar echtgenoot in deze persoonlijke film het verhaal van de recente geschiedenis van Iran, dat alweer enkele jaren in vuur en vlam staat. Terwijl ze samen met haar ouders het verleden doorneemt realiseert Sara Nodjoumi zich hoeveel de strijd van haar vader hen als gezin heeft gekost, haar moeder in het bijzonder.

Als ze contacten proberen te leggen in Iran om het verdwenen werk van Sara’s vader op te sporen, moeten ze bovendien uiterste voorzichtigheid betrachten. Iedere landgenoot die hen helpt neemt een risico. Het Iraanse regime grijpt zo nodig keihard in, blijkt opnieuw tijdens de vrouwenprotesten in Teheran die met bruut geweld worden neergeslagen. Nickzad Nodjoumi weigert, getuige deze krachtige documentaire, echter nog altijd categorisch om zich de mond te laten snoeren.

Once Upon A Time In Northern Ireland

BBC

Ruim 25 jaar geleden, op 10 april 1998, werd het Goedevrijdag-akkoord gesloten. Daarmee kwam er een eind aan ‘The Troubles’, die Noord-Ierland sinds eind jaren zestig in vuur en vlam hadden gezet. Katholieken en protestanten stonden in die dertig jaar recht tegenover elkaar. Republikeinen, die zich los wilden maken van Groot-Brittannië, tegenover loyalisten, die zich daar juist tegen verzetten. Het resultaat was een aaneenschakeling van conflicten, schietpartijen en bomaanslagen.

In de ijzersterke vijfdelige docuserie Once Upon A Time In Northern Ireland (275 min.) brengt James Bluemel de menselijke tol van deze bloedige burgeroorlog in kaart met gewone Noord-Ieren. Van leden van het ondergrondse Republikeinse leger, de IRA, en hun aartsvijanden van de privémilitie Ulster Defence Association (UDA) – fanatiekelingen die de strijd doelbewust hadden opgezocht – tot burgers die ongewild betrokken raakten bij Bloody Sunday, de geruchtmakende hongerstakingen of de zoveelste dodelijke actie.

Zeker de verhalen van willekeurige mensen die plotsklaps werden getroffen door het noodlot, maken diepe indruk. Michael McConville en zijn familie verkeerden bijvoorbeeld dertig jaar in onzekerheid over wat er met zijn moeder Jean was gebeurd. De alleenstaande moeder van tien kinderen werd in 1972 ontvoerd door de IRA. Of het verhaal van June, de vrouw van politieman John Proctor van The Royal Ulster Constabulary. Hij werd in 1981 geliquideerd toen hij in het ziekenhuis naar zijn pasgeboren kind kwam kijken.

En dan zijn er nog de voetsoldaten die veelal met gemengde gevoelens terugkijken op hun eigen betrokkenheid bij The Troubles – en hun partners en kinderen die daar maar mee hadden te leven. Ricky O’Rawe werd bijvoorbeeld gearresteerd tijdens een bankoverval voor de IRA toen zijn vrouw hoogzwanger was. Of Bernadette McDonnell, de tienjarige dochter van de overtuigde Republikein Joe McDonnell. Als kind voelde zij zich verplicht om zijn zaak te bepleiten. Totdat hij na 61 dagen hongerstaking bezweek en een IRA-icoon werd.

‘Als je er nu naar kijkt, is het gestoord’, constateert de ‘vredelievende loyalist’ John Chambers. ‘Maar niet als je geboren bent in een stammenstrijd en je leven wordt bepaald door The Troubles.’ Katholieken zagen er niet uit, stonken en waren voor hem dus de natuurlijke vijand. Chambers liep alleen met een geheim rond: zijn eigen moeder was katholiek. Zo’n detail kon iemand ten tijde van de onlusten in Ulster zomaar fataal worden – al waren er wel degelijk ook Noord-Ieren voor wie religie of politieke voorkeur er niet toe deed.

En toen de Noord-Ierse bevolking zich steeds massaler begon te verzetten tegen het alomtegenwoordige sektarisch geweld – van een aanval op een uitvaart tot een moordaanslag op de gehate Britse premier Margaret Thatcher in een hotel te Brighton – ontstond er zelfs bij de meest geharnaste strijders draagvlak voor een wapenstilstand. In de slotaflevering van deze aangrijpende miniserie reconstrueert Bluemel hoe de verschillende partijen uiteindelijk stapvoets, met zo nu en dan ook een flinke stap achterwaarts, af koersten op vrede.

Die houdt nu al ruim 25 jaar, met veel pijn en moeite, stand.

De Gijzeling In De Apple Store

Videoland

Is het hem echt om het geld te doen? De gijzelnemer heeft een onrealistisch hoog bedrag geëist: tweehonderd miljoen euro in cryptovaluta. Of moet De Gijzeling In De Apple Store (90 min.) toch worden beschouwd als een wanhoopsdaad? Op 22 februari 2022 dringt een gewapende man de winkel op het Leidseplein in Amsterdam binnen en gijzelt een klant. Medewerker Alex Manuputty en enkele andere klanten weten zich voorlopig in veiligheid te stellen in een soort bezemkast. Op een andere verdieping van het pand zitten een aantal medewerkers van een advocatenkantoor bovendien vast op hun werkplek. Zij zijn overgeleverd aan een ogenschijnlijk volstrekt onberekenbare man.

Intussen kijkt half Nederland mee hoe de gijzeling, die nauwgezet is gereconstrueerd door Roos Gerritsen voor deze tweedelige documentaire, zich verder ontwikkelt. De man, die camouflagekleding en een bomgordel draagt en later geïdentificeerd zal worden als Abdel A., houdt duidelijk zichtbaar een gegijzelde man vast en zwaait intussen vervaarlijk met een automatisch wapen. ‘Ik wil een onderhandelaar’, roept hij door de openstaande deur naar de politie, die het Leidseplein heeft afgezet. ‘Als jullie schieten, ik breng jullie naar het stenen tijdperk, hè?’ Om zijn woorden kracht bij te zetten, lost de gijzelnemer zo nu en dan, ogenschijnlijk lukraak, enkele kogels.

Met niet eerder vertoond beeldmateriaal (waaronder van Abdels bodycam), audioverkeer van de politie, het telefonische contact met de mensen in de kast en de communicatie tussen de gijzelnemer en een onderhandelaar van de politie wordt de stress van de situatie invoelbaar gemaakt. De onderhandelaar houdt Abdel aan de praat, probeert zo een band op te bouwen en ontfutselt hem ondertussen informatie over wie hij is en wat zijn motieven zijn. Locoburgemeester Rutger Groot Wassink en vertegenwoordigers van de politie, de Dienst Speciale Interventies en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie kaderen de opeenvolging van gebeurtenissen verder in.

En dan komt de zaak plotseling in een stroomversnelling. De dramatische afloop moge dan bekend zijn, de impact ervan, die je als kijker van deze stevige reconstructie nu van binnenuit kunt beleven, is toch aanzienlijk. ‘In wat voor film heb ik gezeten?’ vraagt Apple Store-medewerker Alex Manuputty zich naderhand af, als hij is bevrijd uit de winkel waar hij de hachelijkste werkuren van zijn leven heeft doorgebracht. En waarom was het de hoofdrolspeler daarvan nu werkelijk te doen?

Lover, Stalker, Killer

Netflix

Geen wapen, geen lijk en zelfs nauwelijks een plaats delict. Hoezo kan het dan een moordzaak zijn? De openingsscène van de true crime-docu Lover, Stalker, Killer (90 min.), waarin alvast wordt vooruitgeblikt naar wat er de komende anderhalf uur nog gaat komen, roept meteen een elementaire vraag op: wie is uiteindelijk wie in de duivelse driehoeksverhouding tussen de hoofdpersonages Dave, Liz en Cari, die ten grondslag ligt aan het spannende drama dat zich rondom hen gaat voltrekken?

Hebben zij elk hun eigen rol, zoals bijvoorbeeld in de film The Good, The Bad And The Ugly? Of is één van hen zowel geliefde als stalker en moordenaar? En zo ja, wie dan? Automonteur Dave Kroupa, die na een stukgelopen huwelijk wel zin heeft in een avontuurtje? Liz Golyar, de eigenaresse van een schoonmaakbedrijf, met wie Dave via een datingsite kennismaakt? Of toch Cari Farver, de aantrekkelijke dame die hem bepaald niet koud laat als zij toevallig eens langskomt in zijn garage?

Als de twee vrouwen elkaar in het najaar van 2012 per ongeluk tegen het lijf lopen bij Dave’s appartement, ontvouwt zich een real life-thriller, die zo nu en dan doet denken aan de Hollywood-hit Fatal Attraction. Over een man die een slippertje heeft met de verkeerde vrouw. En de muziek die alle navolgende intriges in Lover, Stalker, Killer begeleidt lijkt zowaar een echo van de Basic Instinct-soundtrack, ook al zo’n film over een argeloze man die in een dodelijke affaire verzeild raakt.

Dave raakt steeds meer in het nauw als – tromgeroffel, paukengeschal, doodse stilte – Cari zich openbaart als de wraaklustige maîtresse uit ieders bangste dromen. Zij maakt zijn leven, dat van Liz en zelfs van zijn ex Amy tot een levende hel. Althans, met die gedachte stuurt regisseur Sam Hobkinson (The Kleptocrats, Fear City: New York Vs. The Mafia en Misha And The Wolves) z’n kijkers doelbewust het bos in. Totdat ze volledig verdwaald zijn in wie nu wat heeft gedaan – en waarom ook alweer.

Pas als een bijna karikaturaal rechercheduo uit Pottawattamie County, dat zo uit een Coen Brothers-film lijkt te zijn weggelopen, zich met de zaak begint te bemoeien, komt er langzaam maar zeker klaarheid in wat er is gebeurd tussen Dave, Liz en Cari. Hobkinson houdt de aandacht zo tamelijk probleemloos vast – al ziet een beetje oplettende kijker de ontknoping al wel een tijdje aankomen en is het tevens de vraag of hij de waarheid soms ook niet een handje heeft geholpen.

Never Let Him Go

Disney+

Het leven neemt soms onverwacht een tragische afslag. De eerste interland van een begaafde voetballer wordt door een ernstige overtreding meteen zijn laatste. Het gevierde fotomodel loopt tegen een héél verkeerd vriendje aan. En een briljante 27-jarige Amerikaanse wiskundige valt nabij Sydney te pletter vanaf een klif. Dit fatale ongeval smoort een uiterst veelbelovend leven in de kiem. Suïcide, meent de plaatselijke politie. Zijn broer Steve kan die verklaring echter niet accepteren.

Op zaterdag 10 december 1988 wordt het levenloze lichaam aangetroffen van de Amerikaan Scott Johnson. Naakt. Een opmerkelijke manier om zelfmoord te plegen. Zeker als duidelijk wordt dat er op die klif, North Head, een zogenaamde ‘gay beat’ was, een plek waar homo’s elkaar ontmoeten voor anonieme seks. En Scott valt inderdaad op jongens en is ook naar Australië gekomen voor een man. Zijn broer Steve Johnson, een internetpionier met hele diepe zakken, start dus een eigen onderzoek naar Scotts overlijden en huurt daarvoor de Amerikaanse journalist Daniel Glick, bekend van de geruchtmakende JonBenét Ramsey-zaak, in als privédetective.

Want in de directe omgeving van Sydney, ‘het Australische San Francisco’ waar ook allerlei potenrammers actief zijn, blijken nog meer mannen zelfmoord te hebben gepleegd. Het lokale politiekorps zit alleen bepaald niet te wachten op een gefortuneerde Yank die zich met hun werk komt bemoeien. Zoals voormalig rechercheur Duncan McNab het toenmalige sentiment omschrijft bij het korps, dat zeker niet vrij is van homofobie: ‘The American with the big, swinging dick is influencing the way we do our business.’ En dat is inderdaad ook wel enigszins ongemakkelijk: zonder Steve’s financiële reserves zou de zaak van zijn broer allang een stille dood zijn gestorven.

Het komt in de vierdelige docuserie Never Let Him Go (218 min.) van Jeff Dupre en Jacob Hickey uiteindelijk tot een frontale botsing tussen het team van Steve Johnson en de officiële onderzoeksleider Pamela Young. Hij vindt dat zij hun inspanningen niet serieus neemt. Zij vraagt zich af waarom ze aan deze ‘cold case’ buitensporig veel meer aandacht zou moeten besteden dan aan alle andere zaken die ze onder haar hoede heeft. Ook daarbij wachten slachtoffers en hun eventuele nabestaanden immers op een antwoord. En zou het écht geen zelfmoord kunnen zijn geweest? Scott Johnson heeft al eens eerder een poging gedaan om zijn leven te beëindigen.

Dupre en Hickey nemen eerst de tijd om Scott, Steve en hun familie te introduceren, het anti-homo klimaat in Sydneys duisterste spelonken te schetsen en op de al dan niet dubieuze rol van de politie daarbij in te zoomen, voordat de zaak na enkele verrassende wendingen alsnog wordt afgerond. In de ontknoping van deze miniserie, die gelukkig nooit afdaalt naar het niveau van een routineuze true crime-productie, krijgt Steve Johnson eindelijk antwoord op de vraag die een levenswerk is geworden: wat is er gebeurd met mijn broer en wie was daarvoor verantwoordelijk? Als alle twijfels daarover zijn weggenomen komt er eindelijk ruimte voor zijn geliefde broer, Scott Johnson.

Een man die zoveel had kunnen worden – een belangrijke wiskundige of toch een heel gewone man met een heel gewoon leven – maar die door een wrede speling van het lot de zeventwintigjarige Amerikaan werd die aan de andere kant van de wereld van een klif viel.

De Wereld In Ter Apel

BNNVARA

Als er één onderwerp is waarbij feiten en fabels voortdurend door elkaar lopen, dan is ‘t wel de Nederlandse asielcrisis. Aan de journalistiek de taak om het kaf van het koren te scheiden en de feiten, en de daarbij betrokken personen, te laten spreken. Waar de miniserie Bij Ons Op Het AZC onlangs het dagelijks leven binnen het asielzoekerscentrum van Zutphen in beeld bracht en de mensen portretteerde die daar verblijven en werken, kiest De Wereld In Ter Apel (212 min.) nu een systeembenadering: hoe werkt het veelbesproken Nederlandse asielbeleid in de praktijk?

De vierdelige serie van Martin Maat en Hans Hermans, het duo dat de afgelopen jaren ook al De Boerenrepubliek en Een Porseleinen Huwelijk uitbracht, start op 21 november 2023, de avond vóór de Tweede Kamerverkiezingen, die een politieke aardverschuiving te weeg brengen. In het veelbesproken aanmeldcentrum in het Groningse dorp, ‘de enige voordeur van Nederland’ brengen 165 asielzoekers dan de nacht door op de vloer van drie wachtkamers. Het is het beschamende sluitstuk van een turbulent jaar, waarin de filmmakers hebben meegekeken in Ter Apel.

Daarna gaat de miniserie terug naar het begin van 2023, als het nog relatief rustig is in het centrum. Stapsgewijs lopen Maat en Hermans in eerste instantie de verschillende elementen van de asielprocedure door, waarbij ze getuige zijn van verhoren door de vreemdelingenpolitie, IND-gehoren en terugkeergesprekken met mensen uit landen als Syrië, Colombia, Somalië, Marokko en Iran. Na afloop delen de makers, die de gebeurtenissen via een voice-over op neutrale toon inkaderen, de uitkomst ervan. Meestal is dat een variant op: de procedure loopt, de uitkomst ervan laat nog op zich wachten.

Tegelijkertijd neemt De Wereld In Ter Apel ook elders in de wereld poolshoogte. In Raqqa bijvoorbeeld, waar het leven door de Syrische burgeroorlog nog altijd volledig ontregeld is. Bij het oerbos tussen Polen en Belarus, waar vluchtelingen, in strijd met Europees en internationaal recht, gedwongen worden teruggestuurd. Op de Middellandse Zee, ‘de dodelijkste grens ter wereld’, waar Artsen Zonder Grenzen vluchtelingen uit gammele boten proberen te redden. En in Ethiopië, waar honderdduizenden gevluchte Somaliërs ‘in de eigen regio’ worden opgevangen.

Hoewel de verwikkelingen in binnen- en buitenland soms echt met elkaar gematcht moeten worden, is de bedoeling duidelijk: de Nederlandse asielcrisis is niet los te zien van ontwikkelingen in de rest van de wereld en dus ook niet zomaar vanuit hier bij te sturen. Intussen loopt de situatie in de loop van 2023 steeds verder uit de hand. Ter Apel kampt met veel te weinig plekken en overlast gevende asielzoekers. In de rest van het land blijft er een schrijnend tekort aan opvanglocaties en is er ook weinig animo om bij te springen. En Den Haag blijft maar bakkeleien over de spreidingswet.

Daarmee krijgt deze serie, die nuchter, kalm en beschrijvend begint, gaandeweg steeds meer drama en urgentie. Als het systeem aan de basis helemaal dreigt vast te draaien. Omdat elders het vermogen of de bereidheid ontbreekt om de maatregelen te nemen die nodig zijn om deze uitdaging, die het kleine Nederland natuurlijk ontstijgt, beheersbaar te houden.

Natascha Kampusch – A Lifetime In Prison

Videoland

Zij werd naamgever van de zaak. Niet hij. Zoals meestal. Het slachtoffer, in plaats van de dader – ook omdat die al dood was toen de zaak aan het licht kwam. Wolfgang Priklopil bleef dus relatief onbekend. En Natascha Kampusch groeide uit tot wereldnieuws.

Als tienjarig kind werd Natascha op 2 maart 1998 ontvoerd. Een 35-jarige Oostenrijkse eenzaat sleurde het meisje in zijn witte busje en hield haar vervolgens ruim acht jaar lang gevangen in zijn huis, ergens in de buurt van Wenen. 3096 dagen zat ze vast, meestentijds in de bedompte kerker, drie meter onder de grond, waaraan hij vier jaar lang had geklust. Hij deed er het licht aan (of niet). Hij zorgde voor eten (of niet). En hij liet haar even naar boven of zelfs naar buiten gaan (of niet). Ze was, kortom, van hem. Jarenlang.

Zover had ’t overigens niet hoeven te komen. De politie stond al snel na haar verdwijning bij Wolfgang Priklopil voor de deur – omdat een getuige had gezien dat het meisje was meegenomen door iemand in een wit busje – maar de dienstdoende agenten achtten Priklopil, één van de zevenhonderd eigenaars van zo’n busje in de regio Wenen, niet in staat tot dit misdrijf. En ook een concrete aanwijzing, een brief over ‘s mans gestoorde persoonlijkheid die zes weken na de kidnapping binnenkwam bij de Oostenrijkse politie, werd genegeerd.

In de eerste twee delen van de miniserie Natascha Kampusch – A Lifetime In Prison (155 min.) doorloopt Nicole Horanyi de geruchtmakende zaak met Natascha zelf, haar moeder Brigitta Sirny (die al die jaren als verdachte werd beschouwd), andere betrokkenen én de gebruikelijke deskundigen. Één van hen, profiler Mark T. Hofmann, heeft een bijzondere rol: via gesprekken met Natascha Kampusch, ook in een replica van de kelder waar ze jarenlang verbleef, moet hij zicht krijgen op de dader, die nooit eens grondig is doorgelicht door een psycholoog.

Diens slachtoffer kenschetst Wolfgang Priklopil nu als ‘hulpeloos’. Ze had zelfs medelijden met hem – al was dit ongetwijfeld ook onderdeel van het Stockholmsyndroom dat onvermijdelijk lijkt voor een meisje in haar situatie. ‘Eerlijk gezegd vond ik hem altijd zwakker dan ik. Alleen fysiek sterker.’ Over de details daarvan zwijgt ze. Kampusch geeft sowieso duidelijk haar grenzen aan over wat ze wel en niet kwijt wil. Om zichzelf, haar verwanten en mensen in een vergelijkbare situatie te beschermen.

Tegelijkertijd vertelt ze ook heel veel wél. Over de wanhoop die haar alsmaar nadrukkelijker in z’n greep kreeg bijvoorbeeld. ‘M’n gedachten gingen steeds meer van: ik kom hier nooit meer weg’ naar: dit is niet meer vol te houden’, vertelt ze. Je wist, vat Hofmann samen, dit houdt pas op als één van jullie twee sterft? Op 23 augustus 2006, na bijna 8,5 jaar, komt het daadwerkelijk zover. Zijn verhaal komt ten einde – en dat van haar gaat door, met nóg een pijnlijk, onsmakelijk en voor buitenstaanders misschien zelfs nóg interessanter hoofdstuk.

Want dan duikt de hele wereld op hun gezamenlijke zaak en moet zij die verdedigen tegen roddel en laster. Het is een schoolvoorbeeld van ‘victim blaming’, waarbij ook allerlei complottheorieën opgeld doen. En die zijn niet eens afkomstig uit de donkerste krochten van het internet, blijkt in de ontluisterende slotaflevering van deze driedelige serie, maar van gewezen rechters en politici. De aanhoudende commotie maakt van Natascha Kampusch een mediapersoonlijkheid, een rol die ze gaandeweg omarmt en met eigen media-adviseurs vorm geeft.

Die traumatische ervaring is een soort tweede huid geworden en zij daarmee haar eigen verhaal: De Zaak Kampusch.

Murder In Boston: Roots, Rampage & Reckoning

HBO Max

Het is de lont in het kruitvat. Op 23 oktober 1989 belt Chuck Stuart in bij het noodnummer van de politie in Boston. Samen met zijn hoogzwangere vrouw Carol is hij overvallen door een Afro-Amerikaanse man. Haar baby kan met een keizersnee nog worden gered, maar zij sterft enkele uren later. In de buurt weten ze wat het betekent als een zwarte man ervan wordt verdacht dat hij een witte vrouw heeft vermoord. ‘Het jachtseizoen op zwarte mensen was geopend’, stelt Ron Bell, inwoner van de achterstandswijk Mission Hill. ‘Het was echt een klopjacht.’

Één van de politiemannen die bij het onderzoek naar de moord betrokken raakt is de inmiddels gepensioneerde agent Bill Dunn. De witte agent is berucht in Mission Hill, de wijk waarnaar de overvaller na de schietpartij zou zijn gevlucht. ‘Ik hielp graag goede mensen en was graag gemeen tegen de schurken’, vertelt Dunn, het type rouwdouwer, niet zonder trots. Hij legt uit: ‘Je hebt erg veel macht. Je kunt iemand z’n vrijheid ontnemen.’ Als Dereck Jackson, die als tiener betrokken raakt bij de zaak, de beelden van het interview ziet, zegt hij: ‘Ja, dat deden ze.’

Jackson kijkt sceptisch naar Dunn, die inmiddels goed in z’n verhaal zit en nog altijd nauwelijks twijfel kent. ‘Doe gewoon wat de politie zegt’, stelt hij. ‘Niet dat we pestkoppen zijn, maar dat maakt het makkelijker voor iedereen. Dan blijven we allebei ongedeerd. Houd je gewoon aan de regels. Handen op je rug. Het is niet moeilijk.’ Jackson: ‘Hij was een tiran. Meer dan een pestkop. Een pestkop kan ik aan. Maar een agent, een witte agent die erom bekend staat dat hij mensen erin luist en mensen mishandelt… Hij was een gevaarlijke agent.’

Met de twee interviews, slim tegen elkaar weggesneden, zijn grofweg de twee uitersten van het conflict in de verscheurde stad vertegenwoordigd in de driedelige serie Murder In Boston: Roots, Rampage & Reckoning (155 min.): Dunn, die vrijwel direct een tamelijk willekeurige zwarte man inrekent, en Jackson, als vertegenwoordiger van een gemeenschap die in de hoek zit waar de klappen vallen. Uiteindelijk zullen ze samen in een verhoorkamer belanden, met desastreuze gevolgen. Voor Dereck Jackson, de zwarte gemeenschap van Boston én de waarheid.

Met direct betrokkenen, juristen en vertegenwoordigers van de zwarte gemeenschap analyseert regisseur Jason Hehir de moord op Carol Stuart, het navolgende politieonderzoek en de tendentieuze berichtgeving in de lokale media. En dan neemt de zaak ineens een andere wending, die het misdrijf en het daardoor blootgelegde racisme in een nóg schriller licht plaatsen. Murder In Boston laat zich ook dan niet reduceren tot een reguliere true crime-productie, maar blijft gericht op het grotere maatschappelijke verhaal: over hoe vooroordelen tot een pijnlijke vorm van kokerzicht leiden.

John Lennon: Murder Without A Trial

vanaf 6 december op Apple TV+

Een ‘journey into the mind of a killer’, belooft verteller Kiefer Sutherland bij aanvang van John Lennon: Murder Without A Trial (118 min.), een driedelige docuserie van Nick Holt over de geruchtmakende moord op de voormalige Beatle op 8 december 1980. De serie begint echter met een minutieuze reconstructie van John Lennons laatste uren en de dood die de wereld schokte, waarbij de persoonlijkheid van de verdachte, Mark David Chapman, nauwelijks aan de orde komt.

Holt heeft daarbij de beschikking over een indrukwekkende collectie ooggetuigen, die vaak voor het eerst in de openbaarheid treden: een radioproducer (die Lennon op z’n sterfdag interviewde, zijn eerste vraaggesprek in vijf jaar), Lennons producer Jack Douglas (die op de dag zelf zijn allerlaatste studio-opnamen begeleidde en zich nog altijd schuldig voelt dat hij hem alleen thuis heeft afgezet en niet is meegelopen tot aan de deur) en de portier van het Dakota Building waar Lennon woonde met zijn partner Yoko Ono (die buiten een vreemde handtekeningenjager ontwaarde en aansprak).

Verder komen in de eerste aflevering ook een taxichauffeur (die Chapman naar de plaats delict vervoerde), zijn collega (die ooggetuige was van de vijf schoten die werden afgevuurd op Lennon), de conciërge van het gebouw (die de gevierde muzikant in doodsnood opving en naderhand bedekt was met zijn bloed), de eerste politieagenten ter plaatse (die de moordenaar in de boeien sloegen), de verpleegkundigen en arts van de Eerste Hulp van het Roosevelt Hospital (die Lennon probeerden te reanimeren) en de New Yorkse rechercheur (die de verdachte als eerste moest gaan ondervragen).

In deel 2 komt dan de ‘killer’ in beeld, die bij zijn aanhouding een kopie van J.D. Salingers klassieke roman The Catcher In The Rye omhoog hield. ‘Weet je wel wat je hebt aangericht’ vraagt politieagent Tony Palma hem even later. Hij kan zich de respons nog woordelijk herinneren. ‘Ja, ik heb mezelf gedood, want ik ben John Lennon.’ Palma moet zich volgens eigen zeggen bedwingen om hem niet het raam uit te gooien. Later zegt Chapman, in geluidsopnamen van zijn verhoren, dat hij na de moord in Holden Caulfield, de getormenteerde hoofdpersoon van The Catcher In The Rye, zou veranderen.

Is deze man toerekeningsvatbaar? luidt dan de vraag voor de slotaflevering. Openbaar aanklager Kim Hogrefe is overtuigd van wel. Hij weigert nog altijd om diens naam uit te spreken, overtuigd dat het Chapman om de roem te doen was. ‘s Mans verdedigingsteam houdt echter staande dat hij krankzinnig is en niet in staat om berecht te worden. En dan zet deze docuserie eindelijk helemaal in op het nader onderzoeken van wie Mark David Chapman nu eigenlijk is, bijvoorbeeld met zijn ex-vriendin Jessica Blankenship. Zij kan getuigen over ’s mans innerlijke demonen en inzinkingen.

Trefzeker en relatief sober schetst deze miniserie zo een indringend beeld van de achtergronden bij de moord op John Lennon, een wereldwijd icoon dat ten prooi valt aan de wanen van een dolende geest. Lennons wake in het New Yorkse Central Park wordt overigens bijgewoond door een man, die de commotie met bijzondere interesse heeft gevolgd. John Hinckley Jr. heeft ook een exemplaar van The Catcher In The Rye, een ongezonde liefde voor actrice Jodie Foster én snode plannen met de nieuwe Amerikaanse president, die hij enkele maanden later ook ten uitvoer zal brengen.

The Border Crossed Us

Amstel Film

Als we drugs aantreffen kunnen we de waar innemen en vernietigen, legt de bedachtzame hoofdcommissaris Ramon Gonzalez van de grenspolitie van het Texaanse grensstadje La Joya uit. Bij mensensmokkel is dat veel gecompliceerder. ‘Deze mensen worden steeds teruggestuurd en elke keer opnieuw betalen ze weer voor de overtocht.’ Totdat ‘t lukt. Dan verdwijnen ze zogezegd pas van de markt. Het is een weinig hoopgevende constatering en ook bepaald geen stimulerende gedachte voor politiemensen, die permanent met illegalen en smokkelaars worden geconfronteerd.

Dagelijks proberen zo’n achtduizend illegale migranten de Rio Grande-rivier, de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico, over te steken. Die rivier behoorde vroeger tot Mexicaans grondgebied, maar fungeert tegenwoordig als toegangspoort naar het land van de onbegrensde mogelijkheden. Ofwel: The Border Crossed Us (72 min.), de nieuwe film van de Nederlands-Puerto Ricaanse documentairemaakster Loretta van der Horst. Zij debuteerde in 2019 met Behind The Blood, een grimmige film over de Hondurese stad San Pedro Sula die gevangen zit in een bloedige drugsoorlog.

Deze documentaire, een portret van enkele agenten van La Joya, is minder heftig en meer bespiegelend van toon. Van der Horst volgt haar hoofdpersonen tijdens patrouilles, verhoren van een verdachte of een inval. Tussendoor laat ze hen uitgebreid aan het woord over een gevecht dat misschien niet is te winnen – maar ook niet níet mag worden gevoerd – en over de impact die dat op henzelf heeft. De één strijkt nog wel eens over zijn hart, een ander houdt zich strikt aan de regels. ‘Als ik mijn werk moet doen’, zegt Manuel Casas bijvoorbeeld ferm, ‘doe ik mijn werk.’

Dat wordt tastbaar tijdens een verhoor dat hij heeft met de, geanonimiseerde, vrouw van een mensensmokkelaar. Zij is druk bezig om een verblijfsvergunning te krijgen, maar kan al haar rechten weer kwijtraken en uitgezet worden als blijkt dat ze betrokken was bij de activiteiten van haar echtgenoot. Casas draait haar kalm de duimschroeven aan, zeker als hij zich toegang verschaft tot haar mobiele telefoon en eens langs al haar berichten, filmpjes en foto’s kan scrollen. ‘Ik weet dat het verkeerd is’, zegt zij uiteindelijk verontschuldigend. Hij reageert koel: ‘Het is méér dan verkeerd.’

Veel smokkelaars komen er, tot grote frustratie van de agenten die hen hebben ingerekend, met een voorwaardelijke straf vanaf. Binnen de kortste keren hervatten ze doorgaans hun activiteiten – en anders zorgt het kartel wel voor vervangers. Zo zitten ze in deze stemmige film, die ’t meer van introspectie en sfeer dan van spanning en sensatie moet hebben, aan beide zijden van de wet en van de grens vast in een somber stemmende situatie, waarin nauwelijks beweging is te krijgen en de rollen, afhankelijk van waar je geboren bent, bovendien tamelijk willekeurig lijken te zijn verdeeld.

Cyberbunker: The Criminal Underworld

Netflix

De setting spreekt natuurlijk tot de verbeelding: een voormalige NATO-bunker, op een heuvel nabij het Duitse plaatsje Traben-Trarbach. Daar heeft een stel vrijbuiters zich verschanst. Ze runnen een uitstekend afgeschermd datacentrum. Als de groep er in 2013 neerstrijkt, hoopt de plaatselijke gemeenschap nog dat ze een Europese variant op Silicon Valley zullen starten. In plaats daarvan beginnen ze echter hun eigen onafhankelijke staat: Cyberbunker: The Criminal Underworld (102 min.).

De Nederlandse darknet-goeroe Herman Xennt fungeert er als koning, zijn libertaire landgenoot Sven Olaf Kamphuis als prins. Hij zou betrokken zijn geweest bij enkele geruchtmakende cyberaanvallen en staat in woord en daad een volledig vrij web voor. Zonder enige vorm van beperking. ‘Er is niets wat ik niet zou hosten’, zegt hij in deze documentaire van Max Rainer en Kilian Lieb. Dat hun Cyberbunker de grens heeft gelegd bij kinderporno en alles wat met terrorisme heeft te maken is volgens Kamphuis alleen toe te schrijven aan Xennt. Die had er overigens dan weer geen problemen mee om in zee te gaan met de beruchte Ierse crimineel George Mitchell, alias The Penguin. En de Nederlander zou zich ook hebben ingelaten met drugshandel.

Geen wonder dat de Duitse politie zint op tegenmaatregelen. Enkele rechercheurs vertellen hoe ze de bunkerbewoners proberen af te luisteren en pogingen wagen om te infiltreren in de hermetisch afgesloten bunker. Het politieonderzoek, dat in deze interessante film met behulp van gereconstrueerde bewakingsopnames wordt ontleed, zal uiteindelijk vijf jaar in beslag nemen en in elk geval tot de arrestatie van de hoofdverdachte leiden. Aan het slot van de docu, verrijkt met de verplichte dystopische sciencefiction-beelden en elektronische muziek, laat Herman Xennt zich in de gevangenis van Trier ‘interviewen’.

Dan ligt er nog één vraag nadrukkelijk op tafel: hoe gaat het verder met zijn ‘dark prince’ Sven Olaf Kamphuis? De bunkerbewoner stelt uitdrukkelijk dat hij niet buiten, maar zelfs helemaal naast de Duitse wet staat. Hij is immers ingezetene, minister zelfs, van een buurstaatje. Afgaande op de reactie van de Duitse politiemannen kunnen zij die redenering toch niet helemaal volgen en moet Kamphuis vooral niet denken dat hij boven de, hún, wet staat. Dit verhaal krijgt dus ongetwijfeld nog een staartje. Binnen en buiten de bunker.

Get Gotti

Netflix

Een mediagenieke maffiabaas. Dat is weer eens wat anders dan een bruut in een trainingspak of een stokoude capo die elke vorm van publiciteit mijdt. John Gotti, een gesoigneerde kerel in een strak pak, spreekt tot de verbeelding van pers en publiek en geniet zelf duidelijk ook van de aandacht.

‘The Real Godfather’ komt pas goed in beeld als zijn voorganger als baas der bazen van de New Yorkse Gambino-familie, ‘Big Paul’ Castellano, op 16 december 1985 samen met zijn onderbaas Thomas Bilotti dood wordt aangetroffen bij een steakrestaurant in Manhattan. Koelbloedig geliquideerd, met meer kogels dan absoluut noodzakelijk waren. De opdrachtgever ligt voor de hand: diezelfde John Gotti. De twee hebben namelijk een zakelijk meningsverschil. Castellano is mordicus tegen drugshandel, zijn opvolger ziet er wel brood in. Het geschil wordt opgelost zoals ‘made men’ dat nu eenmaal doen: met enkele professionele huurmoordenaars.

Voor politie en justitie in New York is het duidelijk wat hen te doen staat: Get Gotti (151 min.). Gemakkelijk gaat dat niet. De verschillende politiediensten concurreren soms liever met elkaar dan dat ze samenwerken. En getuigen tegen zo’n prominente maffioso willen nog wel eens, op het allerlaatste moment, van mening veranderen of problemen krijgen met hun geheugen. ‘I Forgotti’ kopt een New Yorkse tabloid bijvoorbeeld als de ooggetuige van een eerdere geweldsuitbarsting van John Gotti zich ineens niets meer kan herinneren van wat hij toch een hele tijd lang zelf heeft beweerd. Iedereen weet wat er is gebeurd, maar probeer dat maar eens te bewijzen.

En daarmee is deze driedelige serie van regisseur Sebastian Smith en de rest van het team dat eerder de miniserie Fear City: New York Vs. The Mafia (2020) afleverde, precies waar ie wil zijn: in de al zo vaak geromantiseerde wereld van de maffia. Waar The Godfather, Goodfellas en The Sopranos elkaar virtueel ontmoeten. Volgens de sterke verhalen van deze gangsters vinden sterren zoals Andy Warhol, David Bowie en Brooke Shields ’t ook maar wat leuk om bij hen rond te hangen. Intussen stellen rechtschapen politiemensen, FBI-medewerkers en leden van de speciale Organized Crime Taskforce (OCTF) alles in het werk om ‘De Deftige Don’ achter de tralies te krijgen.

Zij observeren wat de leden van de Gambino-familie uitvreten, zetten ratten (ofwel: informanten) in en luisteren Gotti en zijn zware jongens stiekem af, waardoor die onbedoeld belastend bewijs tegen zichzelf aanleveren. Dit kat- en muisspel wordt door insiders vanuit de georganiseerde misdaad en de wetshandhavers die op hen jagen met zichtbaar plezier nog eens opgehaald. Smith laat hen aan het woord vanuit halletjes, archiefruimtes, wegrestaurants, fabriekshallen en – natuurlijk – luxe auto’s. Zolang ‘t er maar schemerig is. Het blijft tenslotte true crime.

Deze gesmeerd lopende serie is verder afgewerkt met tamelijk schreeuwerige vormgeving en een smakelijke eightiessoundtrack en werkt gestaag toe naar het moment waarop  ‘De Teflon Don’ – nee, aan bijnamen geen gebrek in deze productie, waarin het gangsterleven weer eens ouderwets wordt verheerlijkt – toch voor de bijl lijkt te gaan. En dat is best aardig kijkvoer, voor de liefhebbers van maffiafilms, waarin de ‘good guys’ heel veel moeite moeten doen om de ‘bad guys’ te laten brommen voor hun daden.

Navajo Police Class 57

HBO Max

De opzet van deze miniserie voelt direct vertrouwd: klas 57 van de Navajo Politieacademie begint met 28 rekruten aan de basisopleiding van 28 weken. Met z’n hoevelen bereiken ze straks de eindstreep? Gemiddeld valt zo’n vijftig procent af. Aan de instructeurs zal het, natuurlijk, niet liggen. Zij beulen de nieuwelingen af, schelden hen uit en voeren de druk steeds verder op. Zo bereiden ze hun nieuwe collega’s, althans in hun eigen beleving, optimaal voor op het zware politiewerk dat op hen wacht in het grootste indianenreservaat van de Verenigde Staten.

Als enige stam leiden de Navajo’s hun eigen agenten op. De komende vijf jaar zijn er vijfhonderd nieuwe krachten nodig. Voorlopig liggen ze alleen flink achter op schema. Alle hoop is nu dus gevestigd op Navajo Police Class 57 (166 min.). Da’s ook wel zo fijn, als uitgangspunt voor deze driedelige docuserie van Kahlil Hudson, Alex Jablonski en David Nordstrom. Daarin worden enkele gestaalde instructeurs en hun pupillen, zowel op de academie zelf als in hun thuissituatie, gevolgd tijdens een opleidingstraject waarin ze tot het uiterste worden uitgedaagd.

De klok begint direct te tikken als de serie start. Nog 28 weken te gaan. En nog 28 rekruten. Beide metertjes lopen gestaag terug. Na het openingsweekend zijn er al vier aspirant-agenten vertrokken. Nog 24 over dus. Om straks het zwaar overvraagde politiekorps te versterken. Met nog geen tweehonderd medewerkers moet dat op dit moment de orde handhaven in Navajo Nation, een gebied dat in totaal 70.000 vierkante kilometer beslaat. En de reservaten van ‘Native Americans’ worden al sinds jaar en dag overwoekerd door werkloosheid, alcoholisme en huiselijk geweld.

Ter voorbereiding op hun entree als wetshandhaver in een omgeving, waar de criminaliteit soms welig tiert, worden de rekruten flink afgeknepen en moeten ze met scherp leren schieten, omgaan met traangas en hoe te handelen in stresssituaties. Dat levert de voor dit soort opleidingsfilms verplichte hachelijke momenten, psychologie van de koude grond en onbetaalbare levenslessen op en resulteert tevens in het vertrek van enkele hoofdpersonen van de serie, die vrijwillig dan wel gedwongen hun opleiding staken. Ook zulk drama is in dit type docu verplicht.

Navajo Police Class 57 bewandelt in dat opzicht dus gebaande paden, maar is wel aardig gemaakt en bovendien gesitueerd in een interessante omgeving, bij de inheemse bevolking van de Verenigde Staten en de geheel eigen cultuur die daar wordt gekoesterd. En dan lijkt het alleen nog de vraag hoeveel rekruten bij de diploma-uitreiking hun penning krijgen. Alleen is dat dus niet de afsluiting van deze miniserie, want die laat daarna ook nog zien hoe de nieuwe agenten van de Navajo Nation Police zich staande houden in hun veeleisende job – en óf dat eigenlijk wel lukt.

The Devil On Trial

Netflix

‘Hallo’, zegt een sinistere stem. ‘Jullie gaan eraan.’

‘Wie en wat ben jij?’ antwoordt een vrouw angstig.

‘Gaat je niks aan.’

‘David?’ probeert zij nog eens.

Een onheilspellend gegrom.

‘Mama is er’, doet ze opnieuw een poging. ‘Ga maar staan. Kom, we gaan. Ga weg. Ga m’n zoon uit!’

‘Nééé!’ krijst David.

‘Ik ben je moeder.’

‘Je bent een sukkel.’

Waarna een demonisch gelach klinkt.

Als David Glatzel zelf, zijn broers Carl en Alan en hun zus Debbie en haar echtgenoot Arne ruim veertig jaar later de audio-opnamen terug horen die Davids ouders in augustus 1980 van hem hebben gemaakt, kijken ze toch even ongemakkelijk. Wat ging de elfjarige David tekeer tegen zijn moeder! Alsof hij, inderdaad, bezeten was door de Duivel. 

Ze weten allemaal hoe ’t verder ging: hun ouders schakelden het echtpaar Ed en Lorraine Warren in. Hij noemde zichzelf demonoloog, zij stond bekend als medium. En samen joegen zij op spoken en geesten. Die ze dan ook weer netjes uitdreven. Nou ja, netjes… Exorcisme is geen klus voor tere zieltjes. Een demon laat zich alleen met veel gedoe en geschreeuw verjagen.

Ed en Lorraine hadden hun zaakjes echter netjes voor elkaar. Binnen korte tijd bevrijdden ze, als zelfbenoemde ‘paranormale politie’, die arme David uit de wurggreep van de één of andere Duivel. Toen maakte de daarbij aanwezig Arne Cheyenne Johnson, Debbie’s aanstaande echtgenoot, alleen een cruciale fout: hij daagde ‘het beest’ uit.

Een jaar later zou de ‘demonische bezetenheid’ van David Glatzel, via een kleine omweg, tot een veelbesproken rechtszaak over een onfortuinlijke moord leiden: The Devil On Trial (91 min.). Waarbij Martin Minnella, de advocaat van de verdachte, z’n toevlucht nam tot een wel heel opmerkelijke verdedigingsstrategie: The devil made me do it.

Ideaal verhaal, moet regisseur Chris Holt hebben gedacht, waarbij ik voor de gereconstrueerde scènes in deze documentaire alle denkbare goedkope horroreffecten voor de dag kan halen. Voor alle filmfans die The Exorcist of The Conjuring, gebaseerd overigens op een boek van de Warrens, nog niet hebben gezien of er gewoon nooit genoeg van krijgen.

Voor alle anderen vormt al die griezelarij – of zeg maar gewoon: kletskoek – wel een serieuze barrière naar het slot van de film, waarin de gebeurtenissen in de Glatzel-familie van een andere, uiteindelijk veel aannemelijkere verklaring worden voorzien. Het kwaad is dan alleen al geschied: ook The Devil On Trial is z’n geloofwaardigheid een heel eind verloren.

Terwijl de documentaire toch ook is gesitueerd in een wereld, met name in de Verenigde Staten, waarin de Duivel daadwerkelijk een kracht is om te vrezen en te bestrijden – en om een aardige boterham mee te verdienen, dat ook. De Satanic Panic van de jaren tachtig en negentig, onlangs nog vervat in de docu Satan Wants You, is daar beslist niet los van te zien.

En daar, in de exploitatie van die redeloze angst, vanuit ideologische dan wel commerciële motieven, was voor Chris Holt meer te halen geweest dan in het uitdrijven van al dan niet ingebeelde duivels.