The Border Crossed Us

Amstel Film

Als we drugs aantreffen kunnen we de waar innemen en vernietigen, legt de bedachtzame hoofdcommissaris Ramon Gonzalez van de grenspolitie van het Texaanse grensstadje La Joya uit. Bij mensensmokkel is dat veel gecompliceerder. ‘Deze mensen worden steeds teruggestuurd en elke keer opnieuw betalen ze weer voor de overtocht.’ Totdat ‘t lukt. Dan verdwijnen ze zogezegd pas van de markt. Het is een weinig hoopgevende constatering en ook bepaald geen stimulerende gedachte voor politiemensen, die permanent met illegalen en smokkelaars worden geconfronteerd.

Dagelijks proberen zo’n achtduizend illegale migranten de Rio Grande-rivier, de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico, over te steken. Die rivier behoorde vroeger tot Mexicaans grondgebied, maar fungeert tegenwoordig als toegangspoort naar het land van de onbegrensde mogelijkheden. Ofwel: The Border Crossed Us (72 min.), de nieuwe film van de Nederlands-Puerto Ricaanse documentairemaakster Loretta van der Horst. Zij debuteerde in 2019 met Behind The Blood, een grimmige film over de Hondurese stad San Pedro Sula die gevangen zit in een bloedige drugsoorlog.

Deze documentaire, een portret van enkele agenten van La Joya, is minder heftig en meer bespiegelend van toon. Van der Horst volgt haar hoofdpersonen tijdens patrouilles, verhoren van een verdachte of een inval. Tussendoor laat ze hen uitgebreid aan het woord over een gevecht dat misschien niet is te winnen – maar ook niet níet mag worden gevoerd – en over de impact die dat op henzelf heeft. De één strijkt nog wel eens over zijn hart, een ander houdt zich strikt aan de regels. ‘Als ik mijn werk moet doen’, zegt Manuel Casas bijvoorbeeld ferm, ‘doe ik mijn werk.’

Dat wordt tastbaar tijdens een verhoor dat hij heeft met de, geanonimiseerde, vrouw van een mensensmokkelaar. Zij is druk bezig om een verblijfsvergunning te krijgen, maar kan al haar rechten weer kwijtraken en uitgezet worden als blijkt dat ze betrokken was bij de activiteiten van haar echtgenoot. Casas draait haar kalm de duimschroeven aan, zeker als hij zich toegang verschaft tot haar mobiele telefoon en eens langs al haar berichten, filmpjes en foto’s kan scrollen. ‘Ik weet dat het verkeerd is’, zegt zij uiteindelijk verontschuldigend. Hij reageert koel: ‘Het is méér dan verkeerd.’

Veel smokkelaars komen er, tot grote frustratie van de agenten die hen hebben ingerekend, met een voorwaardelijke straf vanaf. Binnen de kortste keren hervatten ze doorgaans hun activiteiten – en anders zorgt het kartel wel voor vervangers. Zo zitten ze in deze stemmige film, die ’t meer van introspectie en sfeer dan van spanning en sensatie moet hebben, aan beide zijden van de wet en van de grens vast in een somber stemmende situatie, waarin nauwelijks beweging is te krijgen en de rollen, afhankelijk van waar je geboren bent, bovendien tamelijk willekeurig lijken te zijn verdeeld.

Cyberbunker: The Criminal Underworld

Netflix

De setting spreekt natuurlijk tot de verbeelding: een voormalige NATO-bunker, op een heuvel nabij het Duitse plaatsje Traben-Trarbach. Daar heeft een stel vrijbuiters zich verschanst. Ze runnen een uitstekend afgeschermd datacentrum. Als de groep er in 2013 neerstrijkt, hoopt de plaatselijke gemeenschap nog dat ze een Europese variant op Silicon Valley zullen starten. In plaats daarvan beginnen ze echter hun eigen onafhankelijke staat: Cyberbunker: The Criminal Underworld (102 min.).

De Nederlandse darknet-goeroe Herman Xennt fungeert er als koning, zijn libertaire landgenoot Sven Olaf Kamphuis als prins. Hij zou betrokken zijn geweest bij enkele geruchtmakende cyberaanvallen en staat in woord en daad een volledig vrij web voor. Zonder enige vorm van beperking. ‘Er is niets wat ik niet zou hosten’, zegt hij in deze documentaire van Max Rainer en Kilian Lieb. Dat hun Cyberbunker de grens heeft gelegd bij kinderporno en alles wat met terrorisme heeft te maken is volgens Kamphuis alleen toe te schrijven aan Xennt. Die had er overigens dan weer geen problemen mee om in zee te gaan met de beruchte Ierse crimineel George Mitchell, alias The Penguin. En de Nederlander zou zich ook hebben ingelaten met drugshandel.

Geen wonder dat de Duitse politie zint op tegenmaatregelen. Enkele rechercheurs vertellen hoe ze de bunkerbewoners proberen af te luisteren en pogingen wagen om te infiltreren in de hermetisch afgesloten bunker. Het politieonderzoek, dat in deze interessante film met behulp van gereconstrueerde bewakingsopnames wordt ontleed, zal uiteindelijk vijf jaar in beslag nemen en in elk geval tot de arrestatie van de hoofdverdachte leiden. Aan het slot van de docu, verrijkt met de verplichte dystopische sciencefiction-beelden en elektronische muziek, laat Herman Xennt zich in de gevangenis van Trier ‘interviewen’.

Dan ligt er nog één vraag nadrukkelijk op tafel: hoe gaat het verder met zijn ‘dark prince’ Sven Olaf Kamphuis? De bunkerbewoner stelt uitdrukkelijk dat hij niet buiten, maar zelfs helemaal naast de Duitse wet staat. Hij is immers ingezetene, minister zelfs, van een buurstaatje. Afgaande op de reactie van de Duitse politiemannen kunnen zij die redenering toch niet helemaal volgen en moet Kamphuis vooral niet denken dat hij boven de, hún, wet staat. Dit verhaal krijgt dus ongetwijfeld nog een staartje. Binnen en buiten de bunker.

Get Gotti

Netflix

Een mediagenieke maffiabaas. Dat is weer eens wat anders dan een bruut in een trainingspak of een stokoude capo die elke vorm van publiciteit mijdt. John Gotti, een gesoigneerde kerel in een strak pak, spreekt tot de verbeelding van pers en publiek en geniet zelf duidelijk ook van de aandacht.

‘The Real Godfather’ komt pas goed in beeld als zijn voorganger als baas der bazen van de New Yorkse Gambino-familie, ‘Big Paul’ Castellano, op 16 december 1985 samen met zijn onderbaas Thomas Bilotti dood wordt aangetroffen bij een steakrestaurant in Manhattan. Koelbloedig geliquideerd, met meer kogels dan absoluut noodzakelijk waren. De opdrachtgever ligt voor de hand: diezelfde John Gotti. De twee hebben namelijk een zakelijk meningsverschil. Castellano is mordicus tegen drugshandel, zijn opvolger ziet er wel brood in. Het geschil wordt opgelost zoals ‘made men’ dat nu eenmaal doen: met enkele professionele huurmoordenaars.

Voor politie en justitie in New York is het duidelijk wat hen te doen staat: Get Gotti (151 min.). Gemakkelijk gaat dat niet. De verschillende politiediensten concurreren soms liever met elkaar dan dat ze samenwerken. En getuigen tegen zo’n prominente maffioso willen nog wel eens, op het allerlaatste moment, van mening veranderen of problemen krijgen met hun geheugen. ‘I Forgotti’ kopt een New Yorkse tabloid bijvoorbeeld als de ooggetuige van een eerdere geweldsuitbarsting van John Gotti zich ineens niets meer kan herinneren van wat hij toch een hele tijd lang zelf heeft beweerd. Iedereen weet wat er is gebeurd, maar probeer dat maar eens te bewijzen.

En daarmee is deze driedelige serie van regisseur Sebastian Smith en de rest van het team dat eerder de miniserie Fear City: New York Vs. The Mafia (2020) afleverde, precies waar ie wil zijn: in de al zo vaak geromantiseerde wereld van de maffia. Waar The Godfather, Goodfellas en The Sopranos elkaar virtueel ontmoeten. Volgens de sterke verhalen van deze gangsters vinden sterren zoals Andy Warhol, David Bowie en Brooke Shields ’t ook maar wat leuk om bij hen rond te hangen. Intussen stellen rechtschapen politiemensen, FBI-medewerkers en leden van de speciale Organized Crime Taskforce (OCTF) alles in het werk om ‘De Deftige Don’ achter de tralies te krijgen.

Zij observeren wat de leden van de Gambino-familie uitvreten, zetten ratten (ofwel: informanten) in en luisteren Gotti en zijn zware jongens stiekem af, waardoor die onbedoeld belastend bewijs tegen zichzelf aanleveren. Dit kat- en muisspel wordt door insiders vanuit de georganiseerde misdaad en de wetshandhavers die op hen jagen met zichtbaar plezier nog eens opgehaald. Smith laat hen aan het woord vanuit halletjes, archiefruimtes, wegrestaurants, fabriekshallen en – natuurlijk – luxe auto’s. Zolang ‘t er maar schemerig is. Het blijft tenslotte true crime.

Deze gesmeerd lopende serie is verder afgewerkt met tamelijk schreeuwerige vormgeving en een smakelijke eightiessoundtrack en werkt gestaag toe naar het moment waarop  ‘De Teflon Don’ – nee, aan bijnamen geen gebrek in deze productie, waarin het gangsterleven weer eens ouderwets wordt verheerlijkt – toch voor de bijl lijkt te gaan. En dat is best aardig kijkvoer, voor de liefhebbers van maffiafilms, waarin de ‘good guys’ heel veel moeite moeten doen om de ‘bad guys’ te laten brommen voor hun daden.

Navajo Police Class 57

HBO Max

De opzet van deze miniserie voelt direct vertrouwd: klas 57 van de Navajo Politieacademie begint met 28 rekruten aan de basisopleiding van 28 weken. Met z’n hoevelen bereiken ze straks de eindstreep? Gemiddeld valt zo’n vijftig procent af. Aan de instructeurs zal het, natuurlijk, niet liggen. Zij beulen de nieuwelingen af, schelden hen uit en voeren de druk steeds verder op. Zo bereiden ze hun nieuwe collega’s, althans in hun eigen beleving, optimaal voor op het zware politiewerk dat op hen wacht in het grootste indianenreservaat van de Verenigde Staten.

Als enige stam leiden de Navajo’s hun eigen agenten op. De komende vijf jaar zijn er vijfhonderd nieuwe krachten nodig. Voorlopig liggen ze alleen flink achter op schema. Alle hoop is nu dus gevestigd op Navajo Police Class 57 (166 min.). Da’s ook wel zo fijn, als uitgangspunt voor deze driedelige docuserie van Kahlil Hudson, Alex Jablonski en David Nordstrom. Daarin worden enkele gestaalde instructeurs en hun pupillen, zowel op de academie zelf als in hun thuissituatie, gevolgd tijdens een opleidingstraject waarin ze tot het uiterste worden uitgedaagd.

De klok begint direct te tikken als de serie start. Nog 28 weken te gaan. En nog 28 rekruten. Beide metertjes lopen gestaag terug. Na het openingsweekend zijn er al vier aspirant-agenten vertrokken. Nog 24 over dus. Om straks het zwaar overvraagde politiekorps te versterken. Met nog geen tweehonderd medewerkers moet dat op dit moment de orde handhaven in Navajo Nation, een gebied dat in totaal 70.000 vierkante kilometer beslaat. En de reservaten van ‘Native Americans’ worden al sinds jaar en dag overwoekerd door werkloosheid, alcoholisme en huiselijk geweld.

Ter voorbereiding op hun entree als wetshandhaver in een omgeving, waar de criminaliteit soms welig tiert, worden de rekruten flink afgeknepen en moeten ze met scherp leren schieten, omgaan met traangas en hoe te handelen in stresssituaties. Dat levert de voor dit soort opleidingsfilms verplichte hachelijke momenten, psychologie van de koude grond en onbetaalbare levenslessen op en resulteert tevens in het vertrek van enkele hoofdpersonen van de serie, die vrijwillig dan wel gedwongen hun opleiding staken. Ook zulk drama is in dit type docu verplicht.

Navajo Police Class 57 bewandelt in dat opzicht dus gebaande paden, maar is wel aardig gemaakt en bovendien gesitueerd in een interessante omgeving, bij de inheemse bevolking van de Verenigde Staten en de geheel eigen cultuur die daar wordt gekoesterd. En dan lijkt het alleen nog de vraag hoeveel rekruten bij de diploma-uitreiking hun penning krijgen. Alleen is dat dus niet de afsluiting van deze miniserie, want die laat daarna ook nog zien hoe de nieuwe agenten van de Navajo Nation Police zich staande houden in hun veeleisende job – en óf dat eigenlijk wel lukt.

The Devil On Trial

Netflix

‘Hallo’, zegt een sinistere stem. ‘Jullie gaan eraan.’

‘Wie en wat ben jij?’ antwoordt een vrouw angstig.

‘Gaat je niks aan.’

‘David?’ probeert zij nog eens.

Een onheilspellend gegrom.

‘Mama is er’, doet ze opnieuw een poging. ‘Ga maar staan. Kom, we gaan. Ga weg. Ga m’n zoon uit!’

‘Nééé!’ krijst David.

‘Ik ben je moeder.’

‘Je bent een sukkel.’

Waarna een demonisch gelach klinkt.

Als David Glatzel zelf, zijn broers Carl en Alan en hun zus Debbie en haar echtgenoot Arne ruim veertig jaar later de audio-opnamen terug horen die Davids ouders in augustus 1980 van hem hebben gemaakt, kijken ze toch even ongemakkelijk. Wat ging de elfjarige David tekeer tegen zijn moeder! Alsof hij, inderdaad, bezeten was door de Duivel. 

Ze weten allemaal hoe ’t verder ging: hun ouders schakelden het echtpaar Ed en Lorraine Warren in. Hij noemde zichzelf demonoloog, zij stond bekend als medium. En samen joegen zij op spoken en geesten. Die ze dan ook weer netjes uitdreven. Nou ja, netjes… Exorcisme is geen klus voor tere zieltjes. Een demon laat zich alleen met veel gedoe en geschreeuw verjagen.

Ed en Lorraine hadden hun zaakjes echter netjes voor elkaar. Binnen korte tijd bevrijdden ze, als zelfbenoemde ‘paranormale politie’, die arme David uit de wurggreep van de één of andere Duivel. Toen maakte de daarbij aanwezig Arne Cheyenne Johnson, Debbie’s aanstaande echtgenoot, alleen een cruciale fout: hij daagde ‘het beest’ uit.

Een jaar later zou de ‘demonische bezetenheid’ van David Glatzel, via een kleine omweg, tot een veelbesproken rechtszaak over een onfortuinlijke moord leiden: The Devil On Trial (91 min.). Waarbij Martin Minnella, de advocaat van de verdachte, z’n toevlucht nam tot een wel heel opmerkelijke verdedigingsstrategie: The devil made me do it.

Ideaal verhaal, moet regisseur Chris Holt hebben gedacht, waarbij ik voor de gereconstrueerde scènes in deze documentaire alle denkbare goedkope horroreffecten voor de dag kan halen. Voor alle filmfans die The Exorcist of The Conjuring, gebaseerd overigens op een boek van de Warrens, nog niet hebben gezien of er gewoon nooit genoeg van krijgen.

Voor alle anderen vormt al die griezelarij – of zeg maar gewoon: kletskoek – wel een serieuze barrière naar het slot van de film, waarin de gebeurtenissen in de Glatzel-familie van een andere, uiteindelijk veel aannemelijkere verklaring worden voorzien. Het kwaad is dan alleen al geschied: ook The Devil On Trial is z’n geloofwaardigheid een heel eind verloren.

Terwijl de documentaire toch ook is gesitueerd in een wereld, met name in de Verenigde Staten, waarin de Duivel daadwerkelijk een kracht is om te vrezen en te bestrijden – en om een aardige boterham mee te verdienen, dat ook. De Satanic Panic van de jaren tachtig en negentig, onlangs nog vervat in de docu Satan Wants You, is daar beslist niet los van te zien.

En daar, in de exploitatie van die redeloze angst, vanuit ideologische dan wel commerciële motieven, was voor Chris Holt meer te halen geweest dan in het uitdrijven van al dan niet ingebeelde duivels.

Inside The Iranian Uprising

PBS

Zonder social media zou de wereld waarschijnlijk geen idee hebben gehad van hun bestaan – en hoe ruw dat werd afgebroken. In de beginscène van Inside The Iranian Uprising (57 min.) zijn allerlei Iraanse jongeren te zien in filmpjes die ze zelf hebben gemaakt met hun smartphone. Zoals dat overal ter wereld gebeurt, zegt de verteller van dienst. Alleen zijn al deze jongeren inmiddels overleden, gedood tijdens grootschalige demonstraties tegen hun eigen regering.

Zonder social media zou de 22-jarige Iraanse studente Mahsa Amini op 13 september 2022 ongetwijfeld ook hardhandig zijn gearresteerd in Teheran, omdat ze volgens de moraalpolitie niet gepast gekleed was. Ze zou in elkaar zijn geslagen, in coma geraakt en enkele dagen later in stilte overleden. En de autoriteiten zouden helemaal geen verklaring hebben gegeven voor haar overlijden en ook niet hoeven vol te houden dat ze een hartaanval had gehad.

Toen verschenen er online echter videobeelden van hoe Mahsa daar in het ziekenhuis lag en kon iedereen zien hoe ze was toegetakeld. Er brak een volksoproer uit in de Islamitische republiek. Vrouw, leven, vrijheid, scandeerden vrouwen tijdens massale demonstraties. Ze knipten uit protest hun haren af en verbrandden de hijabs die ze verplicht moesten dragen. En ook daarvan zou de wereld waarschijnlijk niet veel hebben vernomen zonder social media.

Het is zo bezien niet meer dan logisch dat de Iraanse autoriteiten het internet probeerden af te sluiten. In deze journalistieke documentaire reconstrueert Majed Neisi met beeldmateriaal dat zich desondanks via social media heeft verspreid, enkele direct betrokkenen en prominente Iraanse bannelingen zoals mensenrechtenactiviste Awin Mostafazadeh en actrice Zar Amir Ebrahimi hoe de situatie in het najaar van 2022 helemaal uit de hand liep.

Voor wie daar nog over twijfelde wordt ook aannemelijk gemaakt dat de zestienjarige demonstrante Nika Shahkarami bijvoorbeeld helemaal niet van een gebouw is geduwd en dat de jeugdige influencer Sarina Esmailzadeh ook geen einde aan haar leven heeft gemaakt. Ook zij stierven door bruut politieoptreden. De laatste beelden van hun leven, gemaakt door moedige Iraniërs, vertellen het grotere verhaal, dat wordt aangevuld met enkele schokkende ervaringsverhalen.

Zonder het bewijsmateriaal dat kon worden verzameld op social media zou ook deze gedegen documentaire, een krachtige aanklacht tegen het Iraanse regime, waarschijnlijk nooit zijn gemaakt.

Ganz Normale Männer: Die “Vergessene Holocaust”

Netflix

Ze hóefden helemaal niet te schieten. Het is een schokkende constatering, bij de start van Ganz Normale Männer: Der “Vergessene Holocaust” (58 min.). De mannen die in 13 juli 1942 in Polen van dichtbij zo’n 1500 Joodse mannen, vrouwen en kinderen doodschoten, hadden dat bevel naast zich neer kunnen leggen. ‘Als je durfde te zeggen: “ik wil niet schieten” werd je misschien gezien als een lafaard en kreeg je een aantekening in je dossier’, stelt historicus Christopher Browning, wiens boek Ordinary Men als onderlegger fungeerde voor deze film. ‘Maar je werd niet zwaar gestraft.’

Wat was dan toch de motivatie van deze gewone Duitse mannen? vraagt de Britse acteur Brian Cox, die dienst doet als verteller van deze pijnlijke en met acteurs aangeklede historische exploratie, namens regisseur Manfred Oldenburg. Het waren géén bloedfanatieke nazi’s, doorgewinterde criminelen of zorgvuldig geselecteerde psychopaten. De killers leken gewoon een onopvallende dwarsdoorsnede van de burgerbevolking van Hamburg en directe omgeving. Zij zouden zich desondanks te buiten gaan aan gruwelijke oorlogsmisdaden.

Nadat hun geliefde majoor Wilhelm ‘papa’ Trapp het bevel had gegeven, dat hemzelf duidelijk zwaar viel, deed hij zijn mannen zelfs nog een aanbod: ‘Als iemand het niet kan opbrengen kun je eruit stappen en hoef je niet mee te doen.’ Slechts een tiental mannen van het reservepolitiebataljon 101 zou daarvan gebruik maken. De rest reageerde niet, ongetwijfeld in een poging om niet uit de toon te vallen. Zij leverden vervolgens een significante bijdrage aan de beruchte dodenlijsten van de nazi’s, die uiteindelijk miljoenen namen zouden bevatten.

Met historici, psychologen, sociologen en de befaamde jurist Benjamin Ferencz (hoofdaanklager bij het zogenaamde Einsatzgruppen-proces in 1947 en 1948 te Neurenberg, waarbij na de Tweede Wereldoorlog leden van de doodseskaders van de nazi’s werden berecht) onderzoekt Oldenburg wat de mannen achter zulke massa-executies, waarbij dader en slachtoffer oog in oog met elkaar kwamen te staan, heeft bezield? Was het groepsdruk, de ‘sociale straf’ die ongetwijfeld zou volgen? Duidelijk is dat hun gruweldaden ook voor hen niet zonder gevolgen bleven.

‘Veel van de schutters zijn getraumatiseerd door het moorden’, stelt verteller Cox en trekt vervolgens een bijzonder wrange conclusie. ‘Dat is een van de redenen dat eind 1941 grote vernietigingskampen zoals Auschwitz ontstonden. Het proces van massamoord moest effectiever en milder zijn voor de daders.’

5 Seasons Of Revolution

Docmakers

Ze wist altijd al dat haar land Syrië in wezen een politiestaat was. Toch wordt dat idee voor Lina, een jonge vrouw uit de betere buurten van hoofdstad Damascus en de maker en hoofdpersoon van 5 Seasons Of Revolution (95 min.), pas echt concreet als haar goede vriend Malaz bij een controlepost wordt aangehouden. Er is een grap over president Assad op zijn telefoon ontdekt. Samen met haar vrienden Bassel, Susu en Rima blijft Lina vervolgens de hele nacht op: ze veranderen Malaz’s wachtwoorden, verwijderen allerlei berichten van zijn apparaten en seinen z’n directe omgeving in.

Lina neemt zelf ook maatregelen. Ze begint haar leven op te delen in losse compartimenten. Als videojournalist opereert ze voortaan onder de naam ‘Maya’. Bij activisten gaat ze zichzelf ‘Maiss’ noemen. Collega-filmmakers leren haar kennen als ‘Layla’. En in de verwoeste stad Aleppo wordt ze later ook nog ‘Lama’. Het is pure noodzaak. ‘Zo kon Lina apolitiek blijven’, vertelt ze in een voice-over, waarmee deze persoonlijke film over de sleuteljaren van de Syrische burgeroorlog (2011-2015) wordt aangestuurd. ‘Het was alleen zaak om ze niet door elkaar te halen.’

Met een klein groepje getrouwen documenteert ‘Lina’ – haar achternaam blijft onbenoemd – de dramatische ontwikkelingen die haar land en hun jonge levens in de greep krijgen. De één begint zich in stilte bezig te houden met protest, een ander roept publiekelijk op tot ‘Stop het moorden’. Ook de vraag of ze zelf de wapens moeten gaan opnemen komt aan de orde. Want, zo constateert de filmmaakster somber: ‘good guys don’t win wars’. De individuele keuzes die ze maken stellen zo hun onderlinge loyaliteit op de proef. En ze lopen gevaar. Niet iedereen zal ‘t er levend vanaf brengen.

Hun persoonlijke levensverhalen, door Lina geïllustreerd met foto’s, verborgen camera-beelden en clandestiene interviews, (waarbij de participanten vaak onherkenbaar zijn gemaakt) zetten in 5 Seasons Of Revolution de oorlog, die door de ontwikkelingen in pak ‘m beet Oekraïne en Iran z’n momentum kwijt lijkt te zijn, weer vol in de aandacht. Niet zo ‘in your face’ als de klassieke Syrië-docu’s For Sama en The Cave, maar met wat meer oog voor de grotere maatschappelijke ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor een nieuwe generatie weldenkende Syriërs, waarvan een deel noodgedwongen zijn heil elders, soms ook in Nederland, is gaan zoeken.

Las Cintas De Rosa Peral

Netflix

Volgens de verdediging van Rosa Peral is Albert López de dader. De advocaat van Albert wijst dan weer naar Rosa. En openbaar aanklager Félix Martín is ervan overtuigd dat de twee politiemensen van de Guárdia Urbana in Barcelona het samen hebben gedaan. Hij wil bovendien bewijzen dat het om moord met voorbedachte rade gaat, waarbij ook Rosa’s ex-echtgenoot Rubén nog zijdelings betrokken is geraakt.

Feit is dat Rosa’s huidige partner Pedro Rodriguez, tevens politieman, op 1 mei 2017 dood wordt aangetroffen in een uitgebrande auto. En dat Rosa en Albert stiekem eveneens een relatie hebben gehad is ook geen geheim meer. Toch houdt Rosa Peral, inmiddels veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf, staande dat ze onschuldig is. Een slachtoffer van de omstandigheden – of simpelweg van één of meerdere jaloerse mannen. De zaak steekt in elk geval heel anders in elkaar dan in al die scandaleuze artikelen in de Spaanse media is gesuggereerd.

Daarin is met name haar promiscuïteit hoog opgespeeld. Ze wordt ‘de zwarte weduwe‘ van de stadspolitie genoemd, een femme fatale die dwangmatig mannen verleidt en altijd meerdere potjes op het vuur heeft staan. Uitroepteken. Volgens haar advocaat heeft Rosa op een gegeven moment aan haar gevraagd: ‘Word ik veroordeeld vanwege het aantal bedpartners of vanwege de moord op Pedro?’ Vanuit haar cel probeert haar veelbesproken cliënt in Las Cintas De Rosa Peral (Engelse titel: Rosa Peral’s Tapes, 80 min.) nu het narratief bij te sturen.

Deze documentaire van Carles Vidal Novellas en Manuel Pérez Cáceres, die als bijsluiter voor een zesdelige dramaserie (El Cuerpa En Llamas / Burning Body) over dezelfde kwestie wordt uitgebracht, kan daarbij terugvallen op een registratie van de rechtszaak en laat tevens haar vader Francisco, de aanklagers en enkele journalisten aan het woord. Een eensluidend antwoord over wat er nu precies is gebeurd, wie daarvoor verantwoordelijk is en of de misogyne berichtgeving over Rosa de uitkomst van de rechtszaak heeft beïnvloed geven zij natuurlijk niet.

Zodat het speculeren over deze geruchtmakende driehoeksverhouding met fatale afloop ook na deze gelikte true crime-film gewoon kan blijven doorgaan. Dus: Rosa Peral, een in alle opzichten verdorven vrouw of toch het slachtoffer van een gewelddadige geliefde? Wie het weet, denk te weten of er zomaar een gooi naar doet, mag het zeggen.

Waar Zijn We Mee Bezig?

&Bromet / KRO-NCRV

‘Hee man, mafketel, laat me los, man! Ik kom je helpen’, schreeuwt brandweerman Michel tegen de kerel die hem van een balkon op acht hoog dreigt af te duwen. Michel, die op een melding van brand in de flat is afgekomen, merkt dat zijn gezicht bloedt en zijn hand openligt. Pure overlevingsdrang neemt bezit van hem. Hij probeert de man te ‘overrulen’ en weet zichzelf uiteindelijk te bevrijden.

Het is zomaar één van de incidenten die aan de orde komt in Frans Bromets interviewfilm Waar Zijn We Mee Bezig? (54 min.). De nestor onder de Nederlandse camerajournalisten spreekt verder met een verpleegkundige van de spoedeisende hulp, apotheker, ambulancemedewerker en twee politieagenten over het geweld waarmee zij in hun werk worden geconfronteerd.

Verbale agressie behoort tot de dagelijkse routine, blijkt uit hun verhalen. Vaak zijn de daders onder invloed van drank en drugs. Ook fysiek geweld wordt niet geschuwd: spugen, slaan en – bepaald niet prettig als onduidelijk is of iemand iets onder de leden heeft – bijten. En op oudjaarsnacht wordt er traditiegetrouw gegooid met vuurwerk, dat allang niet meer lijkt op de onschuldige rotjes van vroeger.

Geweld tegen hulpverleners neemt nog altijd toe. In 2022 is 92 procent van hen in aanraking gekomen met geweld of agressie. Corona heeft daarbij waarschijnlijk als katalysator gewerkt. Er wordt alom schande van gesproken, maar wat er daadwerkelijk aan gebeurt? Volgens direct betrokkenen lopen dit soort zaken bij de rechter vaak met een sisser af, terwijl zij met de gevolgen ervan blijven rondlopen.

Zo hebben de politieagenten Xue-Ann, die in haar vrije tijd assisteerde bij een aanhouding en daarbij en plein public onzedelijk werd betast, en Daniël, waarbij een mes op de keel werd gezet toen hij ingreep bij een relationele ruzie, tijdelijk een stapje terug moeten doen. Fysieke en mentale klachten belemmeren hen om het vak uit te oefenen, waaraan ze mettertijd verknocht zijn geraakt.

Want ook dat valt op aan de hulpverleners in deze Typische Bromet: ze hebben het hart nog altijd op de juiste plaats, ook al is het dan al eens (bijna) vertrapt, en willen niets liever dan ‘gewoon’ hun werk doen.

Teaser Waar Zijn We Mee bezig?

Last Call

HBO Max

De term ‘overkill’ vat het treffend samen. De slachtoffers van de onbekende moordenaar blijken begin jaren negentig niet zomaar gedood. Ze zijn afgeslacht, in stukken gezaagd en langs de kant van de weg gedumpt. Dat kan beslist niet los gezien worden van hun seksuele geaardheid. De killer die actief is in de omgeving van New York koestert duidelijk een diepgevoelde haat tegen homoseksuelen.

Daarmee is hij in zekere zin een product van zijn tijd en omgeving. Hoewel New York in die jaren een levendige gayscene heeft, wordt homoseksualiteit in de Verenigde Staten bepaald niet overal geaccepteerd. Homofobie is er aan de orde van de dag. Mannen zoals Thomas Mulcahy en Peter Anderson blijven dus noodgedwongen hun hele leven in de kast en leven ogenschijnlijk een braaf burgermansbestaan. Totdat ze in het uitgaansleven, waarschijnlijk nét voor sluitingstijd, de verkeerde persoon tegen het lijf lopen.

Via de zoektocht naar deze seriemoordenaar belicht de vierdelige serie Last Call (215 min.) van Anthony Caronna en Howard Gertler het onverdraagzame klimaat waarbinnen de LHBTIQ+-beweging, die ook al is geconfronteerd met de AIDS-epidemie, zich eind twintigste eeuw staande moet houden en de impact van de moorden op hun dagelijks leven. Strijdbare belangengroepen zoals het New York City Anti-Violence Project eisen serieuze actie tegen het gruwelijke geweld dat in hun gemeenschap wordt aangericht.

Want erg veel prioriteit lijkt de NYPD in eerste instantie niet te geven aan de ‘pick up crimes’ van de zogenaamde Last Call Killer. Het gaat tenslotte om homoseksuele mannen die zich willens en wetens, op zoek naar seks en vertier, in het gaycircuit hebben begeven. Die houding doet denken aan de attitude van de Rotterdamse politie als er begin jaren negentig enkele homoseksuele mannen worden vermoord in het Kralingse Bos (waarover onlangs ook de thematisch verwante serie De Regenboogmoorden is uitgebracht).

Last Call legt de nadruk op de slachtoffers, hun nabestaanden en de angst binnen de queer-gemeenschap en vermijdt al te nadrukkelijke ‘seriemoordenaarsporno’. Pas in de slotaflevering van deze indringende serie, die getuige recente geweldsincidenten tegen homo’s en transmensen nog altijd actueel is, komt er een verdachte in beeld. Naar zijn motief blijft het gissen. Zou het een vorm van ‘gay panic’, de blinde razernij die bepaalde mannen overvalt als een andere man avances maakt, kunnen zijn? Of toch zoiets elementairs als zelfhaat?

Girls Girls Girls

NTR

Als negentienjarige zag Soulaima El Khaldi de documentaireserie Girls Girls Girls (1998) van Ireen van Ditshuyzen en Walther Grotenhuis, die vier jaar later werd gevolgd door Voorheen Girls. Ze herkende zich in de biculturele vrouwen die aan het woord kwamen over hun ambities en kijk op Nederland. ‘Door deze serie wist ik: ik ben niet gek’, stelt ze. ‘Deze thema’s spelen echt.’ Vijfentwintig jaar later heeft El Khaldi vier vrouwen uit de serie opgezocht voor zes nieuwe afleveringen van Girls Girls Girls (240 min.). Via hen wil ze opnieuw de vraag beantwoorden: hoe is Nederland als je afwijkt van de norm?

Zo stelt oud-PvdA politica Amma Asante, inmiddels voorzitter van het Commissariaat voor de Media, bijvoorbeeld dat niemand vrij is van institutioneel racisme. ‘Het kan iedereen overkomen. Ook mij.’ Of je als niet-witte vrouw ooit goed genoeg bent? wil El Khaldi van haar weten. ‘Het is pas genoeg als ik wit word’, zegt Asante opvallend bitter. Toch blijft ze zich – net als bijvoorbeeld Sylvana Simons, met wie ze zich verwant voelt en ook in gesprek gaat – inzetten voor een inclusievere samenleving. Voormalig advocaat Gülsen Alkan, tegenwoordig dansleraar en festivalorganisator, noemt Nederland een schijndemocratie en overweegt of ze zich verkiesbaar wil stellen voor de politieke partij Denk. Ze heeft nog altijd weinig nodig om boos te worden, constateert ze zelf.

Theatermaakster Marjorie Boston meent dat witte Nederlanders anno 2023 nog altijd anders naar zwarte mensen kijken. En dat heeft directe gevolgen voor mensen zoals zij: ‘We moeten weten wat onze plek is.’ Intussen studeert haar dochter Joni rechten. Zij is in een studentenhuis beland met allerlei typische rechtenmeisjes, die ook wel heel veel op elkaar lijken. Inge Verton tenslotte was politieagent in Rotterdam. Na een dienstverband van bijna twintig jaar had ze het gevoel dat die pet haar toch echt niet meer paste. Inmiddels werkt ze als masseuse en begeleidt chi kung-sessies. Zeker sinds de Coronacrisis is Verton het vertrouwen in grotere verbanden en organisaties helemaal kwijtgeraakt en staat ze een alternatieve manier van leven voor.

Na deze vier portretten (waarbij de omstreden columniste Ebru Umar, die in de eerdere series nog wel een prominente rol speelt en ook in het daarvan gebruikte archiefmateriaal regelmatig aan het woord komt, dus ontbreekt) volgt een aflevering waarin de hoofdpersonen samen terugkijken naar (verhitte) groepsgesprekken uit de oorspronkelijke reeks en met elkaar in dialoog gaan over thema’s als uitsluiting en racisme, de positie van vrouwen in Nederland en het fundamentele gebrek aan vertrouwen bij sommigen van hen in het huidige politieke systeem en bestuur (dat soms verdacht dicht tegen complottheorieën aanschuurt). Die gesprekken zijn wederom scherp en gepassioneerd, maar waaieren ook wel erg breed uit.

In het slotdeel komt vervolgens een nieuwe generatie biculturele vrouwen aan het woord: multidisciplinair kunstenaar Yén-Nhi Lê, onderzoeker en docent Oumaima Hajri en rechtenstudent Patrisha Hassell (die een lichamelijke beperking heeft). Hoewel zij zich vrij voelen om zichzelf te zijn en zich uit te spreken, zijn ze ook van mening dat de positie van jonge vrouwen zoals zij nog altijd te wensen overlaat. Dat geldt eerlijk gezegd ook een beetje voor deze serie. Die snijdt weliswaar prikkelende thema’s aan die nog altijd actueel en urgent zijn, maar zou ook wel hebben gevaren bij enige kritische distantie bij de maakster en scherpe eindredactie van iemand die wat minder dicht op de materie zit. Zodat het kaf nét iets meer van het koren was gescheiden.

Girls Girls Girls is hier te zien.

The Stroll

HBO

Ze waren simpelweg veroordeeld tot sekswerk. Andere arbeid was aan het eind van de twintigste eeuw niet toegankelijk voor (zwarte) Amerikaanse transvrouwen. En toch bleek het leven op 14th Street in het New Yorkse Meatpacking District zeker niet alléén ellendig, stelt Kristen Lovell, die zelf destijds ook actief was in de tippelzone. Samen met co-regisseur Zackary Drucker probeert ze nu het leven op The Stroll (82 min.), die allang helemaal is schoongeveegd, opnieuw op te roepen.

Lovell gaat in gesprek met oud-collega’s, die soms wel 25 jaar deel uitmaakten van ‘de vleesmarkt’ in die verre uithoek van het toenmalige Amerika. Transvrouwen met illustere namen als Egyptt, Izzy “Cashmere” en Lady P. Ze vertellen openhartig en zonder schaamte over het ontdekken van hun eigen identiteit, de eerste keer als sekswerker, klanten, (seksueel) geweld en zelfverdediging, dakloosheid, drugsgebruik en -handel, intimidatie door de New Yorkse politie, arrestaties, (zelf)acceptatie en ouder worden (al heeft het leeuwendeel van de toenmalige ‘workin’ ladies’, stellen de overlevers, de veertig nooit gehaald).

Via deze kleurrijke personages vertellen Lovell en Drucker de tragische historie van een gemeenschap die in de afgelopen jaren weliswaar nadrukkelijk in de openbaarheid is getreden, maar die tot voor kort veroordeeld was tot de absolute rafelranden van de samenleving en zich zelfs in de LHBTIQ+-gemeenschap nauwelijks gezien of gehoord voelde. Die emancipatiestrijd, geïllustreerd met fraai archiefmateriaal en enkele animatiesequenties, mag vooral op het conto van onvermoeibare activisten zoals Sylvia Rivera en Marsha P. Johnson, die de belangenvereniging Street Transvestites Action Revolutionaries (STAR) oprichtten.

Zij verzetten zich bijvoorbeeld met hand en tand tegen de omstreden Walking While Trans-wet, waardoor met name transvrouwen van kleur wel héél gemakkelijk gearresteerd konden worden. Binnen de gemeenschap ontstond zo een zusterschap, die het mogelijk maakte om zelfs in de meest barre omstandigheden te overleven. Met de komst van het internet dienden zich bovendien andere mogelijkheden aan om een boterham te verdienen. Inmiddels hadden de New Yorkse autoriteiten ook hun zinnen gezet op het Meatpacking District. Daarvan kon – zonder die ‘travestiehoeren’ – wel eens een heel aantrekkelijke wijk gemaakt worden.

Met hun vertrek van 14th Street begon ook, vermoedelijk, het romantiseren van die verdorven plek en tijd. Tegenwoordig schamen transvrouwen zoals Kristen Lovell, die met deze film een elementair stuk Amerikaanse LHBTIQ+-geschiedenis heeft vereeuwigd, zich helemaal niet (meer) voor hun tippeljaren. Zoals ze het zelf zeggen: je kunt een meid van The Stroll halen, maar je kunt The Stroll niet uit een meid halen.

All Light, Everywhere

Super LTD

‘Het is een heel duidelijk visueel signaal dat er elk ogenblik iets slechts met je kan gebeuren’, vertelt Steve Tuttle van Axon International, terwijl hij de cameraploeg van de documentaire All Light, Everywhere (109 min.) rondleidt door het bedrijf. Zoals hij het moment beschrijft waarop een politieman één van Axons Tasers richt op een verdachte, heeft dit louter een de-escalerend effect. Het is, kortom, niets minder dan een zegen dat de Amerikaanse politie de beschikking heeft over Tasers.

‘Denk je dat de Axon-body camera’s een vergelijkbaar effect hebben?’ vraagt documentairemaker Theo Anthony. ‘Oh, zeker weten, camera’s hebben datzelfde effect’, antwoordt Tuttle enthousiast. ‘Kijk maar naar het effect dat het nu op mij heeft: ik heb me netjes aangekleed en gedraag me professioneel. Ik gebruik bijvoorbeeld helemaal geen scheldwoorden.’ De vertegenwoordiger van Axon is er zich maar al te zeer van bewust dat hij nu wordt gefilmd. ‘Jouw cameraman stelt zich ook heel professioneel op omdat hij mij moet filmen’, vervolgt Tuttle. ‘Zo doen we allebei ons werk.’

Door de aanwezigheid van een camera gaan mensen zich anders gedragen, wil Axons woordvoerder maar zeggen. En datzelfde geldt voor wapens. Steve Tuttle is ervan overtuigd dat het om een positieve gedragsverandering gaat. Theo Anthony gebruikt ’s mans rondleiding als rode draad voor dit filmische essay over de relatie tussen camera’s en wapens. In Baltimore, één van de meest gewelddadige steden van de VS die als strijdtoneel van de oneindige ‘war on drugs’ werd vereeuwigd in de klassieke serie The Wire, wordt Axons bodycam-systeem geïntroduceerd bij een politieafdeling.

Zulke camera’s werken overigens niet als alziend oog, maar mogen volgens Steve Tuttle alleen vastleggen wat de politieman in kwestie ook ziet. Anders kan achteraf nooit worden beoordeeld op basis van welke beelden de agent heeft gehandeld. Deze zienswijze sluit aan bij wat Anthony met deze film lijkt te willen betogen: ook de camera is een wapen. Om de beeldvorming te sturen, anderen in beeld te krijgen of de wereld in de gaten kunnen houden (zoals bij het surveillancesysteem dat een firma, elders in de film, aan de man wil brengen als een live-versie van Google Earth).

Anthony stut zijn betoog over cameravoering, beeldvorming en framing en de ethische implicaties daarvan, waarin hij tevens toont hoe de film zelf tot stand komt en welke rol hij zelf speelt tijdens de opnames en montage, met een historische bespiegeling door een mechanisch klinkende vrouwelijke verteller. Ligt de macht niet altijd bij degene die het beeld bepaalt – en over de wapens beschikt om dat bij te stellen? En welke impact heeft dat beeld dan op ons? vragen enkele neurowetenschappers zich af. Tijdens een test registreren zij hoe het brein van enkele subjecten reageert op mediacontent.

Zo houdt dit prikkelende en soms ook wat taaie essay, dat zich niet bekommert om vaste hoofdpersonen of een duidelijke verhaalstructuur, tegelijkertijd onze beeldcultuur, de private wapenindustrie, het maken van documentaires én ieders assumpties daarover kritisch tegen het licht.

Victim / Suspect

Netflix

‘Ik wil je geen leugenaar noemen’, zegt de agent van dienst tegen Dyanie Bermeo, een 21-jarige Amerikaanse studente die aangifte heeft gedaan van aanranding tijdens een verkeerscontrole. ‘Maar….’

En dan volgt een lange lijst met inconsistenties in haar verklaring, die tot een voor Dyanie verpletterende conclusie leidt: ze wordt aangeklaagd voor het doen van een valse aangifte. ‘Als je bekent, doen we een goed woordje voor je bij het OM’, zou de man die haar heeft verhoord erbij hebben gezegd. Niet veel later ontdekt Bermeo’s huisgenote een bericht dat de politie van Washington County, in de Amerikaanse staat Virginia, op Facebook heeft geplaatst. De jonge vrouw wordt met naam en toenaam genoemd. Er is ook een foto van haar bijgeplaatst. De reacties laten zich voorspellen.

Van slachtoffer van aanranding is Dyanie Bermeo binnen korte tijd veranderd in een verdachte, die in ‘the court of public opinion’ ook meteen wordt veroordeeld. En ze is bepaald niet de enige, ontdekt Rachel de Leon, een onderzoeksjournalist van The Center For Investigative Reporting en de hoofdpersoon van de documentaire Victim / Suspect (95 min.), die deze actuele maatschappelijke kwestie probeert te agenderen. De Leon is allerlei valse aangiftes op het spoor gekomen, die vermoedelijk helemaal niet vals waren. ‘Is aangifte doen het risico waard?’ vraagt ze zich op basis daarvan af.

De kans dat een melding van seksueel geweld tot een veroordeling leidt is sowieso zeer klein, concludeert de journaliste na jarenlang graafwerk. En het slachtoffer loopt het risico dat ze zelf tot verdachte wordt gebombardeerd. Regisseur Nancy Schwartzman volgt De Leon tijdens haar werk aan enkele casussen (waarvoor waarschijnlijk ook enkele scènes, getuige een paar wat opgeprikte gesprekken en scènes, zijn gereconstrueerd). Dat levert een schrijnend beeld op: van agenten die slachtoffers verhoren en de bijbehorende verdachten, waarmee ze soms ook wel erg familiair omgaan, veelal ongemoeid laten.

Om bekentenissen uit te lokken – van slachtoffers, welteverstaan – mogen ondervragers zelfs hun toevlucht nemen tot ‘listen’, een mooi woord voor leugens en verzinsels. Zo kunnen agenten tijdens een verhoor bijvoorbeeld inbrengen dat de verklaring van de jonge vrouw niet strookt met beveiligingsbeelden – ook al hebben ze die beelden zelf nooit gezien (of bestaan die misschien zelfs helemaal niet). En het meisje, vermoedelijk getraumatiseerd, heeft zich daar dan maar tegen te verdedigen. Houdt ze voet bij stuk of trekt ze haar aanklacht in, met daarbij het risico dat ze vervolgens zelf in de beklaagdenbank belandt?

Waar bij de mannen in de genoemde voorbeelden de onschuldpresumptie te allen tijde leidend blijft, lijkt een vrouw die aangifte durft te doen bij voorbaat al verdacht. Óók omdat zo’n omgekeerde aanklacht in de praktijk – over perverse prikkels gesproken – vaak minder werk oplevert voor de betrokken politieman dan een regulier onderzoek naar seksueel geweld. Het is een tragische constatering, die deze soms wel erg Amerikaanse film een bijzonder schrijnend karakter geeft. Dit is victim blaming in het kwadraat, die voor de aangeefsters ongetwijfeld voelt als de spreekwoordelijke ‘second rape’.

Een Amerikaanse Nachtmerrie

BNNVARA

Hoe zou de ideale true crimezaak eruit zien? Een maker stuit op een gerechtelijke dwaling, achterhaalt na allerlei dramatische verhaalwendingen, doodlopende onderzoekspistes en gigantische cliffhangers wat er werkelijk is gebeurd en pleit vervolgens zijn protagonist vrij, zodat die alsnog in vrijheid van de rest van zijn leven kan genieten? Zo eenvoudig en plooibaar is de werkelijkheid doorgaans echter niet, hoezeer sommige makers hem ook hun wil proberen op te leggen.

Ook Hans Pool zal misschien, toen hij zich zes jaar geleden in De Zaak Singh begon te verdiepen, héél even hebben gedacht dat hij de Nederlandse Errol Morris zou worden en dat Jaitsen Singh wellicht kon uitgroeien tot zíjn Randall Adams, de Amerikaan die door Morris werd vrijgepleit van moord in de true crime-klassieker The Thin Blue Line (1988). Pool is echter geen Amerikaanse amateurdetective die even snel en gemakkelijk wil scoren met Een Amerikaanse Nachtmerrie (internationale titel: The Singh Case, 235 min), maar een gelauwerde Nederlandse documentairemaker, met bijvoorbeeld een Emmy Award voor Bellingcat – Truth In A Post-Truth World op zak. Hij wil zich ook niet zomaar voor iemands karretje laten spannen – al is dat in deze gecompliceerde zaak bepaald geen sinecure. Hoe voorkom je bijvoorbeeld dat je aan de tunnelvisie gaat lijden die je bij de politie vermoedt? Of een instrument wordt van de aanklagers of verdediging?

De zaak leek in eerste aanleg, vanuit het verre Nederland, vast nog bedrieglijk simpel: Jaitsen Singh, een Surinaamse Nederlander die met zijn gezin ooit ‘The American Dream’ was gaan najagen, zit al sinds halverwege de jaren tachtig in een Amerikaanse cel als vermeende opdrachtgever van de moord op zijn vrouw Grace en stiefdochter Daphne. Onschuldig, welteverstaan. Singh zou erin zijn geluisd door een overijverige openbaar aanklager, die warm liep voor een politieke carrière en veel te graag wilde scoren, en een verslaafde crimineel, die in ruil voor strafvermindering bereid was om op te treden als kroongetuige. Maar is de werkelijkheid net zo simpel als het verhaal dat ervan kan worden gemaakt? Van de andere kant: het kan toch ook niet zo zijn dat Jaitsen Singh, zoals de aanklagers lijken te beweren, simpelweg een gewetenloze killer is, die een overval op zijn eigen huis heeft geënsceneerd en daarbij zijn eigen echtgenote en stiefkind heeft laten ombrengen?

Via Singhs Nederlandse advocate Rachel Imamkhan, die in de afgelopen jaren uitgebreid zijn onschuld heeft bepleit in Nederlandse media en vanaf het begin betrokken is geweest bij deze Nederlandse Making A Murderer, komt Hans Pool ook in direct contact met Jaitsen Singh zelf. Hij stelt dat zijn zaak, net als de veelbesproken dood van George Floyd, ’voor honderd procent puur op racisme gebaseerd is’. Zó eenvoudig zijn de beschuldigingen tegen hem echter zeker niet te weerleggen. Behoedzaam pelt Pool de verschillende lagen er vanaf, in de hoop zo bij de kern te komen. Hij neemt de kijker daarbij letterlijk mee in zijn onderzoek. In beeld, als de man die Singhs verleden doorwandelt en uiteindelijk zelfs voor het spreekwoordelijke true crimebord belandt. En via verbindende voice-overs, waarmee hij zijn bevindingen, gevoelens én twijfels deelt. Want waar de filmer ooit begon vanuit het idee dat zijn protagonist waarschijnlijk onschuldig vastzit, krijgt hij daarbij gaandeweg steeds meer vragen.

Een Amerikaanse Nachtmerrie blijft mede daardoor vijf afleveringen lang onverminderd boeien. Ook omdat Pool al zijn bronnen, achtergrondinformatie en ontdekkingen slim en gedoseerd uitserveert en er dus steeds een andere verhaallijn of -laag wordt blootgelegd. Elk nieuw stukje informatie plaatst wat je al denkt te weten over de twee moorden en de achtergronden daarvan in een nieuw perspectief. Een echte true crimezaak dus, die zich echter niet zomaar laat reduceren tot een hap-slik-weg misdaadverhaal. Daarvoor is De Zaak Singh te ingewikkeld en diffuus. Hans Pool wordt er bijna zichtbaar ‘sadder and wiser’ van en weerstaat tegelijkertijd de verleiding om al te gemakkelijke conclusies te trekken. Samen met productiemaatschappij Submarine is de filmmaker desondanks in een conflict verzeild geraakt over wat hij wel of niet wil, mag en kan vertellen. Via de rechter hebben Singh en zijn advocaat, vooralsnog tevergeefs, geprobeerd om uitzending van de serie te verhinderen.

De IRT Affaire

Prime Video

Met één arm op de rug gebonden moet de Nederlandse politie in de jaren tachtig de strijd aangaan met de georganiseerde misdaad. Als de rechercheurs al eens wat overuurtjes mogen schrijven, dan vallen die volledig in het niet bij de oneindige oorlogskas van de bendes waarop ze jagen. Het is net ‘een aflevering van Tom & Jerry, waarbij de muis altijd won’, zegt één van de mannen uit de directe entourage van topcriminelen zoals Klaas Bruinsma en Mink Kok. Voor het eerst vertellen zij in deze boeiende vierdelige serie over de tijd waarin de Nederlandse onderwereld, in de woorden van misdaadjournalist Bas van Hout, van ‘softcrime’ overgaat op ‘hardcrime’. Hun verklaringen zijn ingesproken door stemacteurs. En Daniel Belinfante, een kompaan van Kok en zelf ook een zware jongen, geeft zelfs gewoon in beeld tekst en uitleg.

In 1988 besluit het Ministerie van Justitie tot oprichting van het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland / Utrecht, dat zich gaat richten op georganiseerde misdaad en daarbij gebruik maakt van omstreden opsporingsmiddelen. Dat zal enkele jaren later resulteren in een enorm schandaal: De IRT Affaire (169 min.). De politie blijkt jarenlang doelbewust enorme partijen drugs doorgelaten te hebben – de bijzonder omstreden Delta-methode – om zo de drugskartels in beeld te krijgen en te kunnen oprollen. Intussen begint de onderwereld zich inderdaad van steeds grovere methoden te bedienen, zoals intimidatie en criminele afrekeningen. Een treffend voorbeeld daarvan is de moord op de drugshandelaar Jaap van der Heijden in 1993. Hij treft een tas met de springstof Semtex aan bij zijn voordeur, die tot ontploffing wordt gebracht.

In deze miniserie ontleedt showrunner Thijs Schreuder en het team dat ook Over Grenzen maakte, een serie over hoe Nederland en België een spilfunctie hebben gekregen in de internationale drugshandel, met politiekopstukken, IRT-medewerkers en insiders de affaire die Nederland begin jaren negentig op z’n grondvesten doet schudden. De nadruk ligt daarbij op het criminele milieu rond de erven van Klaas Bruinsma, die in 1991 wordt geliquideerd. Tussen de zogenaamde Delta-groep van beruchte criminelen zoals Stanley Hillis, Jan Femer en Mink Kok en de politie ontstaat een kat- en muisspel, waarbij het inderdaad maar de vraag wie nu eigenlijk de muis is. Want de criminelen durven groot te denken en opereren dan allang internationaal, kunnen twee ex-leden van het Colombiaanse Calikartel en een kolonel uit doorvoerland Ecuador bevestigen.

In de slotaflevering van deze goed onderbouwde misdaadserie, die is aangekleed met archiefbeelden, illustratieve fictiescènes en privéfilmpjes van de betrokken criminelen, volgt de plotselinge ontmanteling van het IRT en de parlementaire enquête over de werkwijze van het rechercheteam, dat gebruik maakte van criminele informanten en volgens de overlevering dus een eigen drugslijn zou hebben gerund. Het koningskoppel van de criminele inlichtingendienst in Haarlem, Joost van Vondel en Klaas Langendoen (die uitgebreid aan het woord komt in deze serie), werd daarvoor destijds verantwoordelijk gehouden. Dit zou echter wel eens een ernstige simplificatie van de situatie kunnen zijn geweest. En dat lijkt dan weer de resultante van een richtingenstrijd binnen de politie, die dwars door de jacht op de criminelen heen liep.

Na recente crimeproducties zoals Martin H. en Mijn Vader De Hasjkoning brengt De IRT Affaire zo opnieuw een stukje Nederlandse misdaadhistorie in kaart. Daarbij blijven er nog wel wat vragen onbeantwoord en beschuldigingen onweersproken. Dat is waarschijnlijk echter onvermijdelijk bij een kwestie, waarover nog altijd een fundamenteel verschil van mening bestaat en die bovendien diepe wonden heeft geslagen.

Missing: Dead Or Alive

Netflix

In het meest optimistische scenario eindigt hun zoektocht met een teken van leven. Rechercheur Vicki Rains en haar collega’s van de Missing Persons Unit van de politie van Richland County vrezen echter dat Lorraine Garcia niet meer in leven is. En haar volwassen zoon Tony zou daarvoor dan wel eens verantwoordelijk kunnen zijn. De Irak-veteraan heeft op zijn minst wat uit te leggen: waarom heeft hij niet gemeld dat ze al twee maanden wordt vermist, ruikt haar hele huis naar bleekmiddel en blijkt die woning ook nog eens zomaar verkocht?

Het is aan Vicki en haar collega-agenten om vast te stellen: Missing: Dead Or Alive (192 min.)? In deze vierdelige serie volgt Alexander Irvine-Cox (Beneath The Surface), ogenschijnlijk in real time, het onderzoek van de speciale eenheid uit South Carolina. Na de casus van de verdwenen moeder, die uiteindelijk heel anders uitpakt dan verwacht, volgt bijvoorbeeld de vermissing van de tienjarige Amirah Watson, die na haar allereerste weekendbezoek niet is teruggebracht naar haar wettige voogd, vader Mansoor. Want moeder Tynesha Brooks is ervan overtuigd dat hij zijn dochter mishandelt. En dan is er nog een vermiste oudere man. Zijn truck wordt langs de kant van de snelweg aangetroffen. Hij was op weg om een winnend kraslot, goed voor 10.000 dollar, te gaan verzilveren.

Voor een buitenstaander blijft het verbazingwekkend dat elementaire onderdelen van het politieonderzoek, zoals een huiszoeking, het benaderen (en vermanend toespreken) van getuigen en de verhoren van mogelijke verdachten, zomaar kan worden gefilmd en dat de direct betrokkenen daarmee blijkbaar – tenminste, daar gaan we vanuit – akkoord zijn gegaan. Dit pakt soms enerverend en dramatisch uit (waarbij het wel de vraag is of de waarheid zo nu en dan misschien een handje is geholpen) en op andere momenten juist erg cheesy en Amerikaans (want de betrokken politiemensen zijn zich er duidelijk van bewust dat ze worden gefilmd, weten wat er van hen wordt verwacht en hebben zich daarbij ongetwijfeld ook nog flink laten regisseren).

Het zit in de aard van dit soort politiewerk dat niet elke verhaallijn, waarvan de ontknoping doorgaans overigens wordt uitgesteld tot de volgende aflevering, een bevredigende afloop heeft. Tussendoor portretteert Irvine-Cox de verschillende teamleden, die ingaan op waarom ze dit vak uitoefenen, welke zaken het meeste indruk op hen hebben gemaakt en hoe (en óf) ze het volhouden. Want de race tegen de klok in emotioneel belastende zaken drukt soms zwaar op hun gemoed in deze miniserie, die zo nu en dan een beetje ‘too good to be true’ lijkt te zijn.

Tony, Een Observatie In Het Pieter Baan Centrum

Human

Hij is in zijn leven inmiddels tot 28 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Tony van H. is desondanks pas 43. Met zoveel veroordelingen is het wonderlijk dat hij nog zoveel tijd heeft gehad om delicten te plegen, vindt psychiater Pieter Ronhaar van het Pieter Baan Centrum, een psychiatrische observatiekliniek in Almere waar de geanonimiseerde veelpleger zeven weken lang wordt onderzocht door een multidisciplinair team.

‘Ik word gewoon gedreven door iets’, heeft ‘de observandus’ zelf al tijdens een politieverhoor gezegd. ‘Ik weet niet door wat. Het lijkt of het mij niet gegund is om een goed leven te leiden.’ In eerste instantie lijkt de hoofdpersoon van de fascinerende film Tony, Een Observatie In Het Pieter Baan Centrum (62 min.) nochtans van goede wil. Hij begint direct met het schoonmaken van zijn nieuwe kamer, maakt gezellig een praatje en is ogenschijnlijk ook bereid om naar zichzelf te kijken.

Naarmate deze observerende documentaire van Ditteke Mensink uit 2011 vordert, wordt Tony echter defensiever. Want écht kijken – vóórbij het helpen van oude vrouwtjes, wat hij ook regelmatig schijnt te doen – doet soms pijn. Dat betekent de confrontatie aangaan. Met je verleden en wat jou toen is aangedaan, maar vooral ook met je huidige zelf, jouw daden en de gevolgen daarvan. Voor de vrouw die je koelbloedig overviel, bijvoorbeeld. En je zoon, die je meesleepte in de criminaliteit.

Mensink legt die ontwikkeling, waarin Tony steeds meer van zichzelf moet prijsgeven, via de onderzoekers vast: een psychiater, klinisch psycholoog of een milieurapporteur, die zijn levensloop uitpluist. Zij is erbij als ze met hem afspreken, leest mee in hun rapportages en spreekt, ogenschijnlijk zonder al te veel beperkingen, over hun bevindingen. Via deze ene casus wordt zo inzichtelijk gemaakt wat er gebeurt in de zwarte doos die een plek zoals het Pieter Baan Centrum soms lijkt.

Dat gewroet in Tony’s psyche, delicten en privéleven moet uiteindelijk leiden tot een conclusie. ‘Hoe wilsvrij is iemand nu eigenlijk geweest om tot dit delict te komen?’ vat Michaël van Ekeren die samen. Als procespsychiater spreekt hij Tony zelf niet, maar is hij wel verantwoordelijk voor het gezamenlijke advies aan de rechter. Dan wordt de vraag beantwoord: heeft iemand een keuze kunnen maken om dit delict te plegen? Of had ie ook de keuze kunnen maken om er vanaf te zien?’

Deze conclusie, tevens het logische eindpunt van een film die de deur naar een doorgaans verborgen wereld open wrikt, bepaalt hoe het verder gaat met ‘de observandus’: kan die gewoon z’n straf ondergaan voor een delict dat hij blijkbaar willens en wetens heeft begaan? Of is er toch een stoornis in het spel, die ervoor heeft gezorgd dat hij tot zijn daad is gekomen? Dat laatste lijkt in eerste instantie misschien een prettige uitkomst, maar wordt door veel daders beschouwd als een doodvonnis.

Want daarna volgt dan onvermijdelijk dat ene advies aan de rechter: TBS met dwangverpleging.

Hoe het Tony van H. na de observatie in het Pieter Baan Centrum verging is in dit artikel te lezen.

De documentaire Tony, Een Observatie In Het Pieter Baan centrum is hier te bekijken.

American Manhunt: The Boston Marathon Bombing

Netflix

De zoektocht naar de daders wordt ditmaal niet belemmerd door te weinig bewijsmateriaal. Van de bomaanslagen tijdens de marathon van Boston op 15 april 2013 zijn in eerste instantie simpelweg juist veel te veel beelden. Er zijn zoveel foto’s en filmpjes dat de politie niet weet waar ze ‘t moet zoeken. Pas als het materiaal van verschillende camera’s wordt gecombineerd, vindt het onderzoeksteam toch een aanknopingspunt: een jonge man die nonchalant een rugzak achterlaat. En, even later, een andere man die met in contact hem lijkt te staan. Daar stokt het onderzoek echter weer: wie zijn deze twee kerels?

Als de politie, FBI en officier van justitie in arren moede maar besluiten om de beelden van Verdachte 1 en Verdachte 2 vrij te geven, ontstaat er een ongekende klopjacht op de twee mannen, die simpelweg bekend komen te staan als ‘Zwarte pet’ en ‘Witte pet’. Gedurende enkele dagen zijn zij de meest gezochte personen van de Verenigde Staten. Intussen gaat het geschokte Boston in lockdown. Totdat de jacht, na ruim honderd uur, voor het oog van de natie uitmondt in een dramatische shootout. Die periode van dik vier dagen wordt in de driedelige serie American Manhunt: The Boston Marathon Bombing (177 min.) gereconstrueerd met de kopstukken van die jacht en de politieagenten en gewone inwoners van Boston die de twee verdachten meesleuren in hun vlucht.

Gaandeweg worden zij geïdentificeerd als de Tsjetsjeense broers Tsarnaev. Dan zoomt regisseur Floyd Russ ook verder in op hun achtergrond en probeert hij met mensen uit de directe omgeving van de twee islamitische bommenleggers vat te krijgen op hun achtergrond en beweegredenen, zowel persoonlijk als politiek en religieus. Zo ontstaat een behoorlijk complete reconstructie van de terreuraanslag en de dramatische afwikkeling daarvan, waarin alleen relatief weinig aandacht is voor de slachtoffers. Russ heeft duidelijk meer interesse voor het kat- en muisspel tussen Tamerlan en Dzhokhar Tsarnaev en de autoriteiten, dat met een vette montage van nieuwsbeelden en ferme quotes van insiders kan worden omgevormd tot een enerverende race tegen de klok.

Waarna het alleen nog de vraag is of de twee broers als ‘lone wolves’ opereerden of toch onderdeel waren van een groter netwerk. Duidelijk is dat zij met hun heilloze missie niet alleen talloze onschuldige levens hebben verminkt, maar ook de positie van moslims in de Verenigde Staten ernstig hebben beschadigd.