Ronnie Wood: Somebody Up There Likes Me

Piece Of Magic

Hij was de goedlachse sfeermaker, die de lastpost Mick Taylor moest vervangen. Die had op zijn beurt Brian Jones afgelost. De gitarist die de machtsstrijd binnen The Rolling Stones verloor van de tandem Mick Jagger en Keith Richards en daarna letterlijk ten onder was gegaan in een zwembad. Nee, Ronnie Wood had niet al te veel spatjes toen hij lid werd van ‘the greatest rock & roll band on earth’. Lekkere gitarist, complementaire persoonlijkheid bovendien.

In Ronnie Wood: Somebody Up There Likes Me (72 min.) wordt de man in eerste instantie gepresenteerd als schilder, een activiteit die hij op advies van zijn vriend, de kunstenaar Damien Hirst, zou hebben opgenomen. Regisseur Mike Figgis bevraagt hem intussen, via het trekken van thematische kaarten, over zijn voorliefde voor drank, sigaretten en vrouwen. ‘Ik ben mentaal nooit ouder dan 29 geworden’, bekent Wood, die tegenwoordig toch echt zo oud oogt als hij is: in de zeventig. Met datzelfde rattensmoeltje, dat wel. En ravenzwart haar, nog altijd.

Dit portret neemt zijn leven en loopbaan door met alle mensen die je daarin verwacht: vriend Rod Stewart (met wie hij in zowel The Jef Beck Group als The Faces zat), zijn natuurlijk veel jongere vrouw Sally Wood en de drie andere Stones, een band waarvan hij inmiddels alweer bijna een halve eeuw deel uitmaakt. Met riffmeister ‘Keef’ vormt Wood een hecht duo, dat volgens eigen zeggen ‘de oeroude kunst van het vervlechten’ beoefent en duidelijk nog altijd met veel plezier samen op het podium staat.

Het interessantst wordt Somebody Up There Likes Me als de hoofdpersoon ingaat op zijn excessieve drank- en drugsgebruik, dat hij kan herleiden tot zijn vroegste jeugd (‘We wisten nooit in welke tuin m’n vader wakker zou worden.’) en dat uiteindelijk tot een serieuze crisis zou leiden. Dan komt Figgis even voorbij de rock & roll-clichés die natuurlijk ook weer her en der opduiken in deze vermakelijke popdocu over een zeventiger van nog nét geen dertig.

Murder To Mercy: The Cyntoia Brown Story

Netflix

‘De baarmoeder van mijn moeder had op haar zestiende verwijderd moeten worden’, zegt Joan Warren, het type morsige Amerikaanse vrouw, voor wie het predicaat ‘white trash’ lijkt te zijn uitgevonden. Als ze het allemaal had geweten, was ze zelf ook nooit aan kinderen begonnen, zegt Joan ferm. Haar dochter Georgina Mitchell zit ernaast en moet er, enigszins gegeneerd, om lachen. Zij was verslaafd aan alcohol en crack, zat een tijd in de gevangenis en kreeg op haar zestiende een dochter: Cyntoia Brown.

En ook die zit vast, levenslang zelfs. Op haar zestiende zou ze, weggelopen bij haar adoptiegezin en zichzelf prostituerend, in koelen bloede een klant hebben vermoord. Dat Cyntoia de trekker heeft overgehaald staat buiten kijf, maar zou het ook noodweer kunnen zijn? En mag je zo’n jong meisje, met een bijzonder getroebleerde achtergrond bovendien, zomaar als een volwassene berechten? Dat zijn de centrale vragen van Murder To Mercy: The Cyntoia Brown Story (97 min.)

Regisseur Daniel H. Birman volgt de zaak al sinds 6 augustus 2004, de dag waarop de ontspoorde tiener een fatale black-out had, en maakte er in 2011 ook al een film over: Me Facing Life: Cyntoia’s Story. Dit vervolg laat zien hoe de kwestie vervolgens jarenlang aansleept en uiteindelijk een zwieper krijgt als celebrities zoals Rihanna, Lana del Rey en Kim Kardashian op Instagram (via de hashtag #FreeCyntoiaBrown) aandacht beginnen te vragen voor het lot van de jonge vrouw die heeft moeten opgroeien in de gevangenis.

Hoewel het gaat om een schrijnende kwestie – was Cyntoia achteraf bezien eigenlijk wel een prostituee, of toch eerder een minderjarig slachtoffer van vrouwenhandel? – wordt Murder To Mercy nooit écht enerverend of aangrijpend. Daarvoor is de documentaire te traag en voorspelbaar. Bovendien wordt het familieverhaal, dat toch als basis dient voor de zoveelste beroepszaak, slechts beperkt uitgewerkt. Daar had Birman de diepte in gekund – en gemoeten.

Nu wordt de zaak rond Cyntoia Brown, hoe tragisch ook, nooit meer dan een dertien-in-een-dozijn true crime-verhaal, waarin de pleitbezorgers van een gedetineerde voor diens (vroegtijdige) vrijlating ijveren.

This Is Me

EO

This Is Me (15 min.), met die woorden wordt Allen Tumusiime in de slotscène het podium opgestuurd in deze gestileerde korte documentaire van Els van Driel en Imke Renee Slump. Een gestileerde film over een meisje uit Oeganda, dat het gevoel had dat ze daar zichzelf niet kon zijn en dat zich bovendien voortdurend beperkt, en seksueel geïntimideerd, voelde als ontluikende jonge vrouw.

‘Als je alleen loopt kan een man je meenemen en misbruiken’, vertelt ze. ‘Dat overkomt veel meisjes in Oeganda.‘ Allen begon zich daarom te verbergen, te vermommen als jongetje. In Nederland, waar ze inmiddels twee jaar woont met haar moeder, probeert ze nu een nieuw leven op te bouwen en haar gevoelens over heden en verleden uit te drukken in dans.

Of zoals haar coach het treffend uitdrukt: haar innerlijke strijd te verbeelden op het podium en aan anderen te laten zien. Zónder daarbij de controle te verliezen. Dat gevoel van de baas zijn in je eigen leven drukt Allen in dit fraaie miniatuurtje uit in enkele krachtige danssequenties, waarvoor ze zelf de choreografie heeft verzorgd.

Ze Noemen Me Baboe

Cinema Delicatessen

‘Ba’ betekent juffrouw, ‘boe’ moeder. Ze noemen haar dus Baboe. Juffrouwmoeder. Oftewel: kindermeisje. Haar echte naam doet er niet toe. Het is zelfs maar de vraag of de ‘Belandas’ die kennen: Alima. Op de vlucht voor een gearrangeerd huwelijk is de Javaanse vrouw bij het Nederlandse gezin beland. Niet veel later zit ze zelfs met hen op de boot naar Holland. ‘Baboe’ draagt voortaan zorg voor de aandoenlijke peuter Jantje.

Eenmaal terug in Nederlands Indië worden zij en haar bijna-familie eerst geconfronteerd met de Japanse bezetting en daarna met de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, die voor Alima een heel persoonlijke dimensie krijgt via de onweerstaanbare revolutionair Riboet. Het is een tijd waarin haar loyaliteiten, en die van vele andere lokale gezinshulpen, danig op de proef worden gesteld.

Het kindermeisje doet in Ze Noemen Me Baboe (78 min.) zelf haar verhaal. Althans, regisseur Sandra Beerends heeft op basis van getuigenissen van (kinderen en kleinkinderen van) voormalige baboes en Nederlandse kinderen die een baboe hadden een poëtische voice-over tekst geschreven. Vanuit het perspectief van een fictief kindermeisje, Alima dus, dat zich richt tot haar jong gestorven moeder.

De filmmaakster heeft dit persoonlijke relaas – van een gewone vrouw die op een scharnierpunt in de Nederlandse koloniale historie belandt – verbeeld met een vloeiende combinatie van privé-video’s en (nooit eerder vertoond) beeldmateriaal uit Nederlandse en Indonesische archieven. Een subtiel geluidsdecor en zorgvuldig samengestelde soundtrack kleuren de zwart-wit beelden verder in.

Met deze absolute tour de force brengt Beerends zo op een klein en menselijk niveau, via de empowerment van een kindermeisje, een pregnant stuk Nederlandse historie tot leven.

Life Overtakes Me

De kinderen stoppen met praten. Ze gaan gewoon liggen. En daarna willen ze steeds minder eten en drinken. Totdat ze er helemaal mee ophouden. In catatonische toestand vervolgen ze hun leven. Doods liggend in een rolstoel. Of gewoon op bed. In een soort coma. Voor enkele maanden. Een compleet jaar. Of… En hun ouders denken dat ze doodgaan.

De korte documentaire Life Overtakes Me (40 min.) belicht het zogenaamde berustingssyndroom, waaraan maar liefst honderden vluchtelingenkinderen in Zweden zouden lijden. De filmmakers John Haptas en Kristine Samuelson portretteren bijvoorbeeld een Oekraïense familie, die zich in eigen land bedreigd voelde en is gevlucht. Als de asielaanvraag van het gezin wordt afgewezen, begint hun ooit zo actieve dochter Daria zich terug te trekken in haar eigen wereld. Al acht maanden oogt ze als Sneeuwwitje, die nodig wakker gekust moet worden.

Ook de andere ‘afwezige’ kinderen in deze sobere film, die in leven moeten worden gehouden met sondevoeding, hebben hun eigen verhaal. Getuige van een moord, aanwezig bij een verkrachting. Getraumatiseerd, dat zeker. Tegenslagen in hun nieuwe vaderland zetten hun lijf vervolgens helemaal op slot. Is het zelfbescherming? Of belazeren deze kinderen en ouders de kluit, zoals sommige criticasters beweren, om zo een verblijfsvergunning voor hun familie af te dwingen?

De psychologen die in Life Overtakes Me aan het woord komen twijfelen niet aan het Resignation Syndrome, maar waarom juist vluchtelingen uit de Balkan of de voormalig Sovjet-republieken deze problemen hebben en waarom die zich vrijwel uitsluitend in Zweden manifesteren? Daarover tast eigenlijk iedereen in het duister. Intussen is het pijnlijk om te zien hoe de ouders, in afwachting van een definitief besluit over hun asielaanvraag, moeten hannessen met kinderen, die bevangen lijken te zijn door pure angst.

Follow Me

Afgelopen week stak Memphis, die overigens ook heel aardig kan voetballen, en plein publique een dikke sigaar op omdat zijn Instagram-account inmiddels vijf miljoen volgers heeft. Depay, die de voorkeur geeft aan zijn voor/merknaam ‘Memphis’, geldt tegenwoordig niet alleen als begaafde spits. Hij is net zo goed ‘influencer’. Wat dat ook moge zijn.

In Follow Me (86 min.) duikt Asri Bendacha uit Dubai in de wereld van Instagram, Facebook, Snapchat en YouTube. Asri wil ook ‘beïnvloeder’ worden, zegt hij. Zijn startpositie is echter belabberd: op de kop af nul volgers. Want daar draait het allemaal om in de wereld van de sociale media. Niet: wie ben je, wat kun je of waar sta je voor? Maar: hoeveel likes en volgers heb je?

Bendacha spreekt met diverse influencers, met name uit het Midden-Oosten. In hoeverre voelen ze zich verantwoordelijk voor hun posts en volgers? Of laten ze zichzelf zonder al te veel nadenken reduceren tot wandelende reclamezuil? Zoals DJ Khaled die onder de douche laat zien met welke zeep hij zichzelf wast. ‘Alles is zo echt aan hem’, zegt de bevriende radiomaker DJ Nasty niettemin met een stalen gezicht tegen Bendacha. ‘Mensen houden daarvan. Het is authentiek.’

Over ‘authenticiteit’ gesproken: sommigen Instagrammers hebben last van ernstige ‘influenza’ en kopen volgers: echte (levende mensen, die op je posts gaan reageren) of volledig verzonnen volgers (de zogenaamde bots). Als een vleesgeworden avatar werpt ook Bendacha zichzelf in de strijd om de aandacht – al wordt dat nooit helemaal geloofwaardig en soms ronduit krampachtig. In Los Angeles vraagt hij bijvoorbeeld aan willekeurige mensen of ze weten waar Selena Gomez woont, de beroemdheid met de meeste Instagram-volgers. Zij zou hem aan een grotere achterban kunnen helpen.

En natuurlijk probeert Asri Bendacha z’n populaire interviewkandidaten ook voor zijn eigen karretje te spannen. Of ze hem alstjeblieft kunnen gaan volgen en een oproepje willen doen aan hun volgers. Zodat hun netwerk het zijne wordt. Uiteindelijk geldt echter voor zowel Follow Me als voor de maker ervan, die tot dusver is blijven steken op een (blijkbaar) treurig aantal van 5000 volgers: in tegenstelling tot Memphis schoppen ze niet echt een deuk in een pakje boter.

En alsof de Duivel ermee speelt – en in het geval van Instagram zou dat best toepasselijk zijn – verscheen er vorige week nóg een documentaire getiteld Follow Me. Met een hashtag ervoor ditmaal. #followme (49 min.) dus.

De Nederlander Nicolaas Veul verbaast zich over de schijn van ‘Insta’, het kopen van nepvolgers en Instagram als stiekeme winkeletalage. Een interessante televisiedocu over de uitwassen van de social media-cultuur, die zijn naamgenoot uit Dubai eigenlijk moeiteloos overvleugelt.

De Nederlandse documentaire #followme is hier te bekijken.

Unrest

 

Zolang er nog geen breed gedragen consensus bestaat over de precieze oorzaak blijft er waarschijnlijk altijd een zweem van twijfel hangen rond het Chronische Vermoeidheidssyndroom (ook wel ME of CVS genaamd). Gaat het om louter psychosomatische klachten (en is het dus een hedendaagse variant op wat ze vroeger hysterie noemden)? Of bestaat er wel degelijk een lichamelijke trigger voor al die ontwrichtende pijn en vermoeidheid?

In de indringende documentaire Unrest (97 min.) belicht Jennifer Brea de aandoening vanuit haar eigen persoonlijke perspectief. Hoe ze zelfs tijdens de geringste inspanning, zoals bijvoorbeeld een trap oplopen, vaak even moet uitrusten. Hoe ze door een overdaad aan prikkels volledig overstuur kan raken en dan alleen nog onverstaanbare klanken uitbrengt. En hoe ze uiteindelijk (vrijwel) elke dag volledig uitgeput en afgebrand in bed belandt, te moe en terneergeslagen om te leven.

Vanuit datzelfde bed heeft Brea ook een belangrijk deel van deze egodocu gemaakt; via haar laptop legt ze contact met medepatiënten, doctoren en wetenschappers en bespreekt met hen de oorzaken en gevolgen van het bestaan achter de dichtgetrokken gordijnen. Die persoonlijke betrokkenheid geeft de documentaire een echte meerwaarde: dit is niet zomaar een film over CVS-patiënten, maar een film ván en mét gewone mensen die gebukt gaan onder een ontluisterende aandoening, die behalve allerlei lichamelijke en geestelijke consequenties ook allerlei sociale implicaties meebrengt.

Met de ferme stomp in de maag Unrest, die inmiddels allerlei prijzen won en op de short list staat voor de Oscars, geeft Jennifer Brea het veelal verborgen leed van de CVS-lijder en zijn/haar directe omgeving een gezicht – twee, als je haar partner Omar meetelt, wiens leven ook volledig is ontregeld. Intussen doet Brea een dringend beroep op de (medische) wereld om de ziekte te erkennen en het gevecht ertegen met vereende kracht aan te gaan.