DeWolff In Europa

NTR

Een cassetterecorder, een synthesizer en een drumsampler. Geen voor de hand liggend instrumentarium voor een band, die het liefst aan het eind van de jaren zeventig een strik om de toenmalige rockmuziek zou hebben gedaan, zodat die vervolgens eindeloos kon worden bewonderd. DeWolff, Limburgse geestverwant van klassieke supergroepen als Led Zeppelin en Deep Purple, wilde het ditmaal alleen eens anders doen. Niet zomaar album numero acht of negen afleveren. Ditmaal dus: géén gitaarversterker, Hammondorgel of drums.

Én schrijven en opnemen tijdens een Europese tournee. De dode uurtjes vullen. In de bus, kleedkamer of gewoon langs de kant van de weg. Met een brakke 4 sporen recorder, die voortdurend de geest dreigt te geven. Totale kosten: nog geen vijftig dollar. En heel veel bloed (nou ja!), zweet en tranen. Het resultaat, Tascam Tapes, ligt inmiddels in de winkel. DeWolff In Europa (59 min.) brengt de totstandkoming daarvan in beeld. Een tv-docu van Marcel de Vré, samengesteld uit maar liefst driehonderd uur beeldmateriaal dat de band zelf ‘on the road’ heeft geschoten.

De Vré houdt de lotgevallen van de rondreizende band en hun haperende opnameapparaat bij elkaar middels interviews met de gebroeders Pablo en Luca van der Poel en hun strijdmakker Robin Piso. Daar put hij wel wat enthousiast uit. Deze roadmovie is werkelijk dichtgeplamuurd met quotes. De opnames voor album numero acht of negen raken daarbij soms wat op de achtergrond, ten faveure van verzuchtingen van de DeWolffers, oude mannen in jonge lijven, over ‘de muziek van tegenwoordig’ en een tamelijk stereotiepe impressie van het tourleven, die uiteindelijk geen échte wanklank toelaat.

De geestdrift van de bandleden, en de drive waarmee ze ook de opnames voor die nieuwe langspeelplaat aanvliegen, vergoedt veel en geeft de hap-slik-weg tourfilm een aanstekelijk Kuifje In Europa-gevoel – en bezorgt de kijker vast zin om ze eens live te gaan zien.

In 2011 maakte Carin Goeijers ook al een film over de toen nog piepjonge retrorockband. De documentaire DeWolff werd vertoond op het IDFA en is nog altijd hier te bekijken op de website van de Limburgse regionale omroep L1.

Ne Me Quitte Pas

Bob (l) en Marcel (r)

‘Het is dus voorbij?’ vraagt Marcel Meijs in de openingsscène van Ne Me Quitte Pas (104 min.), aan zijn echtgenote die op het punt staat om hem te verlaten. Definitief. ‘Nog één keertje neuken dan?’ Zij: ‘Voor de vijftiende keer: nee.’ Marcel, een stugge Waal met een troebele oogopslag, schakelt door: ‘Zelfs niet met een condoom?’ Hij laat een korte stilte vallen. ‘Zelfs dat wil je niet. Je doet het wel met die andere kerel zonder condoom.’

Zijn ex is en blijft echter onverbiddelijk. Na zestien jaar, en drie kinderen later, is het schluss. Marcel is – als hij er geen einde aan maakt, tenminste – nu veroordeeld tot zijn boezemvriend Bob Spaenhoven. En die is toevallig net in het bos, begeleid door een lichtvoetig klassiek muziekje van Pavane, op zoek naar die ene, prachtige boom waarbij hij ooit een einde aan zijn leven wil maken. Maar waar stond dat ding nou? Ze zullen hem toch niet hebben omgehakt?

En dus zetten Marcel en Bob het maar op een ongenadig zuipen in deze documentaire van Sabine Lubbe Bakker en Niels van Koevorden. Dat is vragen om problemen. Hij kan alleen nog aan bier denken, bekent Marcel aan een medewerkster van het ziekenhuis, waar hij een ontwenningskuur gaat volgen. ‘U mag nooit meer drinken’, zegt de vrouw streng, ‘of u zult in de oude verslaving vervallen.’ Maar Marcel weet dat hij echt niet zomaar van de alcohol af is: die roept hem. Elke dag.

Weduwman Bob is op zich geen problematische drinker – dat vindt hij tenminste zelf – al werkt hij wel een halve liter rum per dag weg. ’s Mans gebit heeft eronder te lijden: de man heeft nauwelijks nog een tand in zijn mond. Volgens zijn kompaan Marcel drinkt de aimabele Vlaming, die snakt naar contact met zijn volwassen kinderen, overigens zeker een liter meer. Anderhalve liter rum per dag.

Aan tristesse bepaald geen gebrek in Ne Me Quitte Pas. Behalve pijnlijk is de observerende film echter ook grappig en aandoenlijk. Op de één of andere manieren kruipen de twee ‘alcoholiekers’ moeiteloos in je hart. Het zijn ook gewoon arme stumpers – zoals wijzelf – die met vallen en opstaan, letterlijk in dit geval, hun levensweg vervolgen.

Soulmates: Ladies Of Soul

NTR

De som is weer eens meer dan de delen. Alleen kunnen ze een zaal als de Ziggo Dome waarschijnlijk niet vullen, maar samen lukt dat heel aardig. Glennis Grace, Edsilia Rombley, Berget Lewis en Candy Dulfer alias The Ladies Of Soul. Achter de sisters gaat een brother schuil: Tjeerd Oosterhuis. Juist, de broer van: Trijntje, die oorspronkelijk ook deel uitmaakte van het gezelschap.

Gezamenlijk vormen ze een succesvolle tributegroep, die de hoogtijdagen van soul en disco probeert te laten herleven. In de tv-docu Soulmates: Ladies of Soul (62 min.) van Marcel de Vré nemen de dames en heer de ontstaansgeschiedenis door van de gelegenheidsformatie, die elk jaar een paar keer met een band en dansers het podium opgaat om met veel bravoure Aretha, Whitney en hun geestverwanten eer te betonen.

Terwijl de Ladies Of Soul toewerken naar nieuwe shows, zoomen ze in op zowel hun gezamenlijke als persoonlijke geschiedenis. Erg diep graaft dat allemaal niet en de dames zijn ook wel erg lief voor elkaar, maar de sisterhood van de Ladies lijkt oprecht en ze hebben duidelijk ook lol in wat ze doen. En die soulklassiekers werken, als je er gevoelig voor bent, natuurlijk altijd als een tierelier. Succes verzekerd.

Robert Jan Stips – De Tovenaar Van De Nederpop

Bart Chabot leidt de hoofdpersoon van deze documentaire op geheel eigen wijze in: nee, hij is niet zo bekend als Barry Hay of Herman Brood, maar hij is de beste muzikant van de Nederlandse popscene, iedereen wil met hem werken en toch wordt-ie niet herkend op straat. Heeft u al door over welke Onbekende Nederlander de inmiddels dolenthousiaste Chabot het heeft? Gelukkig worden nu de usual suspects voorgesteld die de man in kwestie verder zullen duiden: Cesar Zuiderwijk, Henk Hofstede, Anton Corbijn, Rinus Gerritsen en Freek de Jonge. Stuk voor stuk hebben ze gewerkt met – tromgeroffel, doodse stilte, trompetgeschal! – Robert Jan Stips – De Tovenaar Van De Nederpop (59 min.).

In strandpaviljoen De Fuut in zijn thuisstad Den Haag tovert Stips aan een nieuwe plaat, waarmee hij wil voortborduren op het magische werk van zijn eerste bandje Supersister. Hij laat zich daarbij tevens ondersteunen door vroegere vrienden uit die vermaarde progrockgroep uit de sixties. Ook de ‘simpele rock & roll-muzikanten’ van enkele vooraanstaande vaderlandse bands melden zich voor de opnamesessies. Terwijl de oude kameraden elkaar begroeten en onder leiding van Stips samen gaan musiceren, loopt regisseur Marcel Goedhart de carrière van de multi-instrumentalist door: van Supersister via Golden Earring, Gruppo Sportivo, Sweet D’ Buster en The Nits naar Freek de Jonge.

Het bevalt Robert Jan Stips wel, die rol in ‘de subtop’. Op die manier heb je als muzikant een langer leven, meent hij. Misschien is het ook een manier om enigszins op afstand te blijven, ga je als kijker denken. Zeker als je vervolgens zijn dramatische familieverhaal krijgt te horen (dat Goedhart ondersteunt met enkele fraaie geanimeerde scènes). Met name de relatie met zijn vader, die in zijn hart misschien ook kunstenaar had willen zijn, maar zijn dagen sleet als ambtenaar, speelt Stips nog altijd parten. ‘Het vaderschap heb ik zelf moeten uitvinden. En daar ben ik ook niet altijd even goed in’, zegt hij. ‘Ik vind het lastig om heel warm te zijn naar het gezin toe. Dat zou wel warmer kunnen.’ Zelfs in de muziek is dat zo, constateert hij. ‘Misschien maak ik daarom ook wel andersoortige muziek dan blues of liefdesliedjes.’

Met die muziek heeft hij niettemin vrienden voor het leven gemaakt, in de Nederlandse muzikantenscene, maar ook ver daarbuiten. Met de internationaal vermaarde fotograaf en filmregisseur Anton Corbijn bijvoorbeeld, die zich nog goed kan herinneren hoe hij in 1973 als middelbare scholier een fotoshoot mocht doen met de band waarvan hij al enkele jaren fan was. Als tegenprestatie, vertelt hij met hartverwarmend enthousiasme, stelde Corbijn alles in het werk om vele jaren later de Supersister-evergreen She Was Naked een plek te geven in zijn debuutfilm Control. En dat viel weer in goede aarde binnen de internationale progrockscene, waarbinnen de eerste band van Stips – Arjay voor zijn Amerikaanse fans – nog altijd een cultstatus heeft.

Zo ontvouwt zich een liefdevol portret van een gewaardeerde muzikant, die op een gracieuze manier ouder en grijzer is geworden (al zijn die strakblauwe kijkers gebleven). En daarbij neem je de wat gekunstelde barscène met Bart Chabot, die natuurlijk ook op gedragen toon een punt mag zetten achter de film, over waarom die nederpoptovenaar nooit een Bekende Nederlander is geworden maar voor lief. Zou het misschien kunnen – in de oren van Hay- en Brood-adepten klinkt dat wellicht ongeloofwaardig – dat Robert Jan Stips ‘gewoon’ prettig bescheiden is (gebleven) en ervoor kiest om vooral via zijn instrumentarium te spreken?

Mohammad & Jafar

2mei_Mohammad_en_Jafar_1993_©NTR

 

‘Je kunt de jongen wel uit het kamp halen, maar het kamp niet uit de jongen, zeggen ze hier’, stelt Marcel Goedhart halverwege zijn film Mohammad & Jafar (54 min.). Hij volgt al 25 jaar twee jongens uit Dheisheh, een Palestijns kamp nabij Bethlehem, op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Het kamp is intussen een soort stad geworden, Mohammad en Jafar mannen van tegen de veertig. Zo’n beetje alles is in die jaren veranderd. Behalve die ene droom.

Het verlangen om terug te keren naar hun geboortegrond, het dorp Sufla dat hun voorouders in 1948 onder druk van Israëlische troepen hebben moeten verlaten, is nooit gestorven en leeft inmiddels voort in de volgende generatie van Dheisheh. Via de levens van twee gewone mannen vertelt Goedhart zo het verhaal van een ontheemd volk dat met het aanstaande zeventigjarige bestaan van de staat Israël nog steeds hartstochtelijk hunkert naar zijn eigen land.

Hij volgt daarbij de werkwijze van Michael Apted in de legendarische Up-serie; met tussenpozen van enkele jaren bezoekt Goedhart de gematigde Mohammad en de van nature wat militantere Jafar en legt dan hun persoonlijke leven en ontwikkeling vast. In de montage snijdt hij heden en verleden door elkaar, zodat hun vroegere dromen botsen op de realiteit van vele jaren later. Tegelijkertijd laat hij zien of oude wonden zijn geheeld of nog elk moment kunnen worden opengereten.

Ooit beschouwden de twee oude vrienden zichzelf als strijders in de Intifadah. Met stenen als voornaamste wapen vochten ze tegen de bezetter. Voor hetzelfde geld waren ze allebei martelaar geworden. Een kwart eeuw later zijn ze allebei nog springlevend. Gehavend door diezelfde strijd, dat wel. Jafar spendeerde enkele jaren in een gevangenis, Mohammad verloor al op jonge leeftijd zijn vader. Door een Israëlische sluipschutter, zo weet hij zeker.

Nu wil Mohammad zelf vader worden. Jafar vreest intussen dat zijn zoon in zijn voetsporen zal treden. Zal hij uiteindelijk ook met de schrik vrij komen of toch eindigen als martelaar? Over een jaar of acht mag Marcel Goedhart daarover rapporteren in het volgende hoofdstuk van dit boeiende documentaire-feuilleton over twee heel gewone mannen, Mohammad en Jafar, in heel ongewone omstandigheden.

Watani – My Homeland

 

Als de zevenjarige Farah beschrijft hoe ze zag dat een bevriende man werd onthoofd toen de bom die hij maakte voortijdig ontpofte, lopen de koude rillingen over je rug. De horror van oorlog, door de ogen van een kind. Dat went nooit. Ook de andere kinderen van het Syrische gezin, dat enkele jaren wordt gevolgd in Watani: My Homeland (51 min.), krijgen nauwelijks de kans om gewoon kind te blijven.

Het duurde acht jaar voordat ze kinderen konden krijgen, vertelt hun vader Abu Ali aan het begin van de documentaire. En nu, constateert hij vertwijfeld, brengt hij zijn zoon en drie dochters zelf in gevaar omdat hij zo nodig moet vechten in het (gematigde) Vrije Syrische Leger. Als niet veel later het noodlot toeslaat en Abu Ali in handen valt van IS, verlaat zijn gezin huis en haard voor een onzeker bestaan als vluchteling.

Regisseur Marcel Mettelsiefen doet verslag van hoe het hen daarna vergaat in deze boeiende film, die eerder dit jaar was genomineerd voor een Oscar voor beste korte documentaire. In Europa proberen moeder Hala en haar vier kinderen een nieuw leven op te bouwen. Intussen wachten ze, met stijgende ongerustheid, op nieuws van/over vader Abu Ali…

0,03 Seconde

 

‘Iedereen kent de Olympisch kampioen’, stelt gouden medaille-winnaar Ferry Weertman in 0,03 Seconde (90 min.). ‘Maar hoeveel ken je er die tweede zijn geworden?’ Toch is het een ‘verliezer’ die je hart wint in deze documentaire over vijf zwemmers die vorig jaar deelnamen aan de Olympische Spelen in Rio de Janeiro.

Regisseur Suzanne Raes zet haar geld op de even kwets- als aaibare Femke Heemskerk. De andere helden van deze meeslepende film (titelfavoriet Ranomi Kromowidjojo en haar vriend Ferry, de ambitieuze Sebastiaan Verschuren en Heemskerks lange afstandsmaatje Sharon van Rouwendaal) zijn allemaal gepositioneerd rond de lotgevallen van de met haar vorm en gemoed worstelende Femke.

Heemskerks omgang met haar voormalige coach Marcel Wouda wordt geportretteerd als een liefdesaffaire die door omstandigheden niet kan worden geconsumeerd. Intussen zit ze opgescheept met de barse macho Philippe Lucas als trainer, een Franse variant op schaatscoach Peter Müller (die ooit z’n pupil Marianne Timmer verschalkte).

In een verlaten zwembad in het Franse Narbonne bezwijkt Femke bijna onder Lucas’ gestaalde regime, terwijl haar maatje Sharon er juist sterker en sterker van wordt. De beelden van topsporters die in afzondering gedwongen worden het uiterste uit zichzelf te halen behoren tot de grootste troeven van 0,03 Seconde.

Waarschijnlijk werd de sport zwemmen ook nooit eerder van zo dichtbij vastgelegd. Door het sublieme camerawerk, afgetopt met een weelderig geluidsdecor, is het bijna alsof je als kijker zelf onderdeel wordt van die voortdurende race tegen de klok, coach en concurrentie, die slechts een enkeling kan winnen.

De afloop van alle inspanningen (of wie welke medaille wint) mag dan bekend zijn, maar het hoe en waarom van de weg ernaartoe blijft fascinerend. Zeker omdat Suzanne Raes de opofferingen die de zwemmers en hun directe omgeving zich moeten getroosten voor Rio zo groots en tegelijk intiem in beeld brengt; kleine levens, in dienst van grote prestaties.

En Femke? Die schijnt weer terug te zijn bij Marcel.