The AI Doc: Or How I Became An Apocaloptimist

Netflix

Na het alarmistische eerste half uur van zijn film The AI Doc: Or How I Became An Apocaloptimist (105 min.) kunnen ze documentairemaker Daniel Roher (Navalny) opvegen. Kunstmatige intelligentie, ofwel AI, zorgt voor de ondergang van de mensheid.

De ontwikkeling van AGI (Artificial General Intelligence), de Heilige Graal van AI, zal een grotere impact hebben dan de Industriële Revolutie. Het systeem wordt slimmer dan de gehele mensheid bij elkaar (!), volstrekt superieur in het herkennen en vervolgens manipuleren van patronen. Zonder enige vorm van ethiek of moraal. Dat kan alleen verkeerd aflopen. Sommige van de vooraanstaande experts in deze zoekende, vlot en aantrekkelijk opgediende denkfilm van Roher en zijn coregisseur Charlie Tyrell gaan er zelfs vanuit dat hun eigen kinderen nooit de middelbare school zullen bereiken.

Dit toekomstperspectief voelt als een klap in het gezicht voor Roher: zijn echtgenote Caroline Lindy, die tevens dienst doet als verteller van deze docu, is zwanger van hun eerste kind. Hij snakt dus naar licht aan het einde van de tunnel. Welkom, Peter Diamandis. ‘De enige tijd die spannender is dan vandaag is morgen’, stelt deze exponent van het ‘data-gedreven optimisme’. Volgens hem is superintelligentie geen bedreiging maar een voorwaarde voor het voortbestaan van de menselijke soort, hét antwoord op grote uitdagingen zoals pandemieën, hongersnood en klimaatverandering.

De aanstaande vader Roher weet nog niet aan welke kant hij staat, bij de doemdenkers of de rasoptimisten. Want zelfs de meest hoopvol gestemde deskundigen maken zich zorgen om de ‘racedynamiek’ rond AI. Hoe kunnen ze daarvan een race naar de top, in plaats van richting de bodem maken? Roher benadert de CEO’s van de vijf belangrijkste AI-bedrijven, ‘de Oppenheimers van dit moment’. Twee van hen staan hem niet te woord over het fenomeen dat net zo bedreigend zou kunnen worden als kernwapens. Mark Zuckerberg (Meta) heeft geen behoefte om te reageren, Elon Musk (xAI) geen tijd.

Sam Altman (OpenAI), Demis Hassabis (Google Deepmind) en Dario Amodei (Anthropic) staan hem wél welwillend te woord. Roher legt hen eerst de vraag voor of het verstandig is om nu een kind op de wereld te zetten en krijgt ogenschijnlijk eerlijk antwoord. Daarna pleiten de AI-hotshots eensgezind voor internationale afstemming en onafhankelijk toezicht. Net als bij nucleaire wapens. ‘Er zijn op dit moment meer regels voor de verkoop van een broodje dan voor de bouw van een AI, die de wereld kan vernietigen’, voegt de computerwetenschapper Connor Leahy daar nog gortdroog aan toe.

Voor het indammen en afremmen van Artificial Intelligence is publieke druk nodig, betoogt Daniel Roher, nadat zijn vrouw Caroline, net moeder geworden, het oorspronkelijke einde van deze urgente en toch ook wel onrustbarende film heeft afgeschoten met de kwalificatie ‘Kumbaya-onzin’. Haar echtgenoot herpakt zich, met een onverbloemde oproep aan alle ‘Apocaloptimisten’ om in actie te komen.

Molly Vs. The Machines

VPRO / zondag 27 september, om 22.40 uur, op NPO2

Zoals elke avond had hij de voordeur afgesloten. Via de smartphone van zijn puberdochter kwam de buitenwereld echter alsnog binnen. In de nacht van 20 op 21 november 2017 maakte Molly Russell een einde aan haar jonge leven. Sindsdien voert haar vader Ian, namens haar en al die andere tieners die zijn overgeleverd aan social media, strijd tegen de tech-giganten. In de laatste uren van haar leven werd Molly op Instagram, onderdeel van Meta, gebombardeerd met berichten over zelfdoding, depressie en zelfpijniging. Totdat ze daar fatale consequenties aan verbond.

In de urgente documentaire Molly Vs The Machines (uitzendtitel: Molly versus het algoritme, 83 min.), geïnspireerd op het boek The Age Of Surveillance Capitalism van Harvard-hoogleraar Shoshana Zuboff, plaatst Marc Silver de tragische casus van de Britse tiener binnen de evolutie van het internet, het ontstaan van sociale media en de doorontwikkeling daarvan tot platforms voor ‘surveillance kapitalisme’. Uit de levens van gewone burgers destilleert Big Tech voorspellingen, die worden verkocht aan de hoogste bieder. Met hun eigen gebruikers, inclusief kwetsbare kinderen, als handelswaar.

Instagram heeft mijn veertienjarige dochter helpen doden, concludeert Ian Russell, die besluit om terug te vechten tegen de algoritmes en de tech-bro’s voor de rechter daagt. Hij fungeert als hoofdpersoon voor deze ingenieuze film, waarin daarnaast nog een andere verteller, gecreëerd met behulp van AI, wordt geïntroduceerd. Die schetst de techkant van de kwestie. Trefzeker reconstrueert Silver, met acteurs in een onwerkelijk decor, bovendien de rechtszitting, waarin zij tegenover elkaar komen te staan. Molly’s familie, haar vriendinnen en hun advocaten kijken toe.

Molly’s persoonlijke geschiedenis wordt zo vastgeklikt aan het Metaverhaal, waarin we allemaal – inclusief ons dierbaarste bezit, onze kinderen – participeren in een sociaal experiment. Daarbij geeft Silver, via enkele klokkenluiders, een alarmistische boodschap af: de techreuzen zijn zich bewust van de schade die hun product kan veroorzaken, maar willen er niets aan doen. Illustratief is de reactie van Meta-baas Mark Zuckerberg na de herverkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten: het moet afgelopen zijn met censuur op onze platforms.

De vrijheid van meningsuiting staat weer voorop, heet ‘t dan. ‘In reality it’s a trade off’, stelt Zuckerberg. ‘It means we’re gonna catch less bad stuff.’ Ian Russell bekijkt ‘t met een cynische glimlach. Catch. Less. Bad. Stuff. ‘Het is nu wel duidelijk dat veiligheid deze platforms geen ene zier kan schelen’, verzucht hij. Waarna Marc Silver er nog een dwingende call to action aan toevoegt: ‘Eis je slaapkamers weer op als plekken van privacy, veiligheid en zelfbeschikking. Vergeet niet: de macht ligt in jouw handen!’

Sovereign Son

Verde Films / vanaf donderdag 24 september in de bioscoop

Van takken had zijn vader een ingang gemaakt. Als je een beetje bukt, zoals Marcus van Belkum aan het begin van deze intrigerende documentaire doet, kun je nog altijd naar binnen gaan. Binnen is dan wel buiten: een park in Amsterdam. Niet ver van de snelweg, maar wel lastig bereikbaar. De vader van Marcus, de Brit Stanley Powton, leefde er jarenlang in een zelfgebouwde tent. Helemaal alleen, ver van alles en iedereen, maar hooguit een half uurtje rijden van de woning van zijn zoon. Die had daar alleen helemaal geen weet van en ontdekte het pas in 2021, toen de man die hem had verwekt dood was aangetroffen in zijn tent. Stanley had er vermoedelijk een maand of negen gelegen.

In kleren van zijn vader, netjes gewassen natuurlijk, vertelt Marcus aan filmmaker Cindy Jansen welke persoonlijke spullen hij daar, in dat zelfverkozen thuis van zijn vader, nog meer veilig heeft kunnen stellen. Met behulp van generatieve AI probeert Jansen daarmee vervolgens een impressie van het leven van Powton te genereren. Het kost enkele pogingen voordat ze min of meer de juiste toon heeft gevonden. Ook de omgang met diens Sovereign Son (79 min.) vergt enige afstemming. De filmmaakster en haar hoofdpersoon, die zichzelf tot het ‘wakkere’ deel van Nederland rekent en die zich dus ook niet zomaar door haar laat regisseren, staan soms lijnrecht tegenover elkaar.

Jansen is Stanley Powton op het spoor gekomen via Stichting De Eenzame Uitvaart, die mensen zonder nabestaanden uitgeleide doet met een gedicht. ‘In de broekzak van de dode zit een Brits paspoort, uitgegeven aan een ongehuwde man uit 1958,’ schreef initiatiefnemer Joris van Casteren over #269, ofwel De Tentman, in de Volkskrant. ‘Of hij het is, is nog ongewis als hij naamloos wordt begraven.’ En over de ontmoeting tussen de toekomstige ouders van Marcus, begin jaren negentig in München: ‘Zij was 19, de Engelsman 33. Hij had gereisd, door Zuid-Amerika, Afrika en Azië.’ Marcus zelf komt ook nog aan het woord: ‘Ze hebben een onenightstand gehad waar ik het product van ben.’

Dat klinkt veel laconieker dan hij in werkelijkheid overkomt. Terwijl Marcus die ongrijpbare vader alsnog te pakken probeert te krijgen, worstelt hij met de wereld en zijn plek daarbinnen. Hij voelt zich weliswaar thuis in ‘wappie-Twitter’, maar overweegt toch om Nederland, en de bijbehorende ‘Matrix’, achter zich te laten. Boos- en kwetsbaarheid lijken voortdurend om voorrang te vechten – zijn relatie met vriendin Linda dreigt eronder te bezwijken. Marcus imagineert regelmatig een ander leven, van een man die heerst over z’n eigen bestaan, dat Jansen dan weer met enkele AI-prompts poogt op te roepen. Kun je anti-alles zijn en toch weer gezond in je hoofd worden? vraagt ze hem ook.

Sovereign Son weigert intussen categorisch om een rechttoe rechtaan zoektocht naar een verdwenen vader te worden – al bevat de film wel degelijk bezoekjes aan de mensen en plekken die hem even tot leven kunnen wekken. En Jansen waakt er ook voor om een sluitend portret te fabriceren van een zoon die zich, bij gebrek aan een gezond voorbeeld, verliest in toxische mannelijkheid en die, net als z’n vader, buiten het systeem wil leven. Deze film, een lekker tegendraadse dwarsdoorsnede van het leven van twee mannen die grip proberen te krijgen op wie ze (willen) zijn, vraagt en geeft intussen ruimhartig.

Kusama In Holland

Memphis Film / maandag 21 september, om 22.40 uur, op NPO2

Een protofeminist, een handenbindster, een bezienswaardigheid. Zo’n zestig jaar later roept het verblijf in Nederland van de Japanse kunstenares Yayoi Kusama, de onlangs op 97-jarige leeftijd overleden polka dot-koningin en Instagram-hype, nog altijd levendige beelden op. Via kunstenaars zoals Henk Peeters en Jan Schoonhoven vindt zij in de jaren zestig aansluiting bij de zogeheten Nul-beweging, een reactie op de Cobra-groep en de expressionistische schilderkunst. Ze maakt in die tijd bijvoorbeeld ‘infinity nets’, hele grote schilderijen met eindeloos herhaalde boogjes of puntjes.

Met haar excentriciteit, verzet tegen traditionele rolpatronen en seksueel geladen werk doet Kusama In Holland (53 min.) het nodige stof opwaaien. Bij de tentoonstelling ‘Facetten van de hedendaagse erotiek’ in de Haagse galerie Orez moet in 1965 zelfs de zedenpolitie eraan te pas komen. Preutse Nederlanders spreken schande van de in zilver of goud gespoten schoenen met fallussymbolen die zij daarvoor heeft gemaakt. Later begint ze ook naakt-happenings te organiseren en wordt haar werk alsmaar explicieter. Kusama schildert live stippen op blote mannenlijven – al is ze zelf, volgens de overlevering, wars van lichamelijk contact.

De kunstenares, die pas op latere leeftijd erkenning zal krijgen in eigen land en inmiddels geldt als één van de belangrijkste kunstenaars die Japan ooit heeft voortgebracht, wordt door de vrienden en kennissen uit haar Nederlandse periode in deze boeiende film van Sherman de Jesus zelfs gekenschetst als ‘geestesziek’. Ze blijft haar hallucinaties alleen de baas door ze te vertalen naar kunst. Obsessief, tot in het oneindige. De Jesus verbeeldt die binnenwereld met treffende geanimeerde sequenties van Cristina Garcia Martin, aangevuld met een voice-over die is geïnspireerd op originele teksten en citaten van Kusama en ingesproken door Kumi Sekimoto.

De rol van kunstenares Alicia Framis, die als onderdeel van haar werk onlangs is getrouwd met het AI-hologram Ailex, is minder evident. Of ‘t moet zijn dat zij, in navolging van Yayoi Kusama, eveneens een exponent is van een wereld, waarin kunstenaars ook zichzelf tot hun werk rekenen. Sterker: Kusama lijkt ook al in het Holland van de jaren zestig nauwelijks te kunnen worden onderscheiden van haar kunst. Ze heeft uiteindelijk bijna een eeuw kunnen bestaan – overleven, wellicht – bij de gratie ervan.

Trump And The Tech Titans

BBC / donderdag 18 juni, om 20.45 uur, op Canvas

Het beeld spreekt boekdelen: bij de tweede inauguratie van Donald Trump als president van de Verenigde Staten, begin 2025, staan techmiljardairs zoals Elon Musk en Peter Thiel te glimmen op de eerste rij. Zij zijn stuk voor stuk, stelt Trump-biograaf Michael Wolff in de Britse documentaire Trump And The Tech Titans (58 min.), ‘rijker dan iemand ooit is geweest in de menselijke geschiedenis’.

De omstreden kopstukken van Big Tech hebben een ‘diabolisch verbond’ gesloten met de Republikeinse president, constateert de econoom en Democratische politicus Robert Reich. Het gevolg daarvan is ook duidelijk volgens senator Bernie Sanders, de spreekbuis van Links Amerika die altijd zegt waar het op staat. ‘Abraham Lincoln sprak over een overheid van, door en voor de mensen. Ik denk dat je nu met een gerust hart kunt zeggen dat Amerika een land van, door en voor de miljardairs is geworden.’

Onzin, werpt Trump-fluisteraar Steve Bannon tegen in deze journalistieke film van Matthew Hill. Jullie hebben helemaal niets tegen oligarchen, houdt hij z’n opponenten voor. ‘Jullie hebben alleen problemen met oligarchen die jullie niet steunen’. Daar valt wel iets voor te zeggen. Ook bij de Democratische partij zijn rijke donoren natuurlijk van harte welkom – al gaan hun Republikeinse tegenstrevers zonder twijfel véél verder. Sinds de entree van Trump ligt de rode loper uit voor de stoutste jongens van Silicon Valley.

Hill zoomt natuurlijk in op Elon Musk, die met de aankoop van Twitter z’n eigen megafoon heeft gekocht (waarmee ook ‘vrolijk’ voor Trump kan worden geroeptoeterd). In Brownsville, Texas, waar ie met z’n ruimtebedrijf SpaceX is neergestreken, runt Musk bovendien z’n eigen (bananen)republiek, waar hij rustig andere bewoners kan intimideren en een eigen milieuramp mag veroorzaken. Het is een somber stemmende proeftuin voor hoe de wereld eruit zal zien als Musk hem helemaal in z’n handen krijgt.

De ‘tech titan’ die in deze ontluisterende exegese van het monsterverbond tussen MAGA en Big Tech echter het meeste aandacht opeist is de libertariër Peter Thiel. Hij is steenrijk geworden met de betalingsdienst PayPal en faciliteert met zijn huidige bedrijf Palantir de totalitaire ordedienst ICE. En ook daarmee verdient ie, natuurlijk, geld als water. Vanuit Thiels ‘PayPal Mafia’ is bovendien vicepresident J.D. Vance voortgekomen, een man die met techgeld wordt klaargestoomd om zijn baas in 2028 op te volgen.

Net als Trump, die crypto-ondernemers en AI-ontwikkelaars vooral niet lastig valt met regulering en lekker meeprofiteert als er geld wordt verdiend, zal hij Big Tech geen strobreed in de weg leggen. ‘We zijn op weg naar een dystopie’, zegt nota bene Steve Bannon over de wereld die zo lijkt te ontstaan. ‘Tenzij we hen stoppen.’

Trump And The Tech Titans is hier te bekijken.

Happy And You Know It

HBO Max

Mag ik u voorstellen: Anthony Wiggle. Een wereldster – ook al denkt u misschien dat u hem niet kent of heeft u dat succesvol verdrongen. Hij is al 33 jaar één van de leden van de Australische kinderpopgroep The Wiggles, die inmiddels meer dan 10.000 shows heeft gegeven en ruim vier miljard streams heeft op Spotify. ‘Een vader zei ooit tegen me: ‘ik weet niet of ik je moet complimenteren of wurgen’, vertelt de Opperwiebel, die overigens ook een tijd in de volwassenenrockband The Cockroaches zat.

Als u Wiggle niet kent, dan heeft u vast ook nog nooit gehoord van Laurie Berkner, Caspar Babypants, Johnny Only en Divinity Roxx – althans, niet bewust. Ook zij maken muziek voor kinderen en krijgen regelmatig een variant op de vraag ‘wil je ooit ook muziek voor volwassenen schrijven?’ voor hun kiezen. Alsof dat musiceren voor (super)jonge muziekliefhebbers niet meer dan een doekje voor het bloeden kan zijn. Een bezigheid waarvoor je je eigenlijk een beetje zou moeten generen.

Met deze kinderpophelden verkent regisseur Penny Lane (Hail Satan?, Listening To Kenny G en Confessions Of A Good Samaritan) in Happy And You Know It (78 min.)
muzikaal vrijwel onontgonnen terrein. En inderdaad, de meesten van hen hebben ’t ooit bij een volwassen publiek geprobeerd. Divinity Roxx was bijvoorbeeld bassist en muzikaal leider van Beyoncé. En Caspar Babypants heet eigenlijk Chris Ballew en was ooit één van The Presidents Of The United States Of America. De band, welteverstaan.

Kinderen zijn een lastig publiek, vinden zij stuk voor stuk. Extreem eerlijk. Alsof dat altijd leuk is. Met zichtbaar plezier delen deze jeugdidolen desondanks de kneepjes van hun vak. Een goede kinderpopsong bevat voldoende herhaling, melodieën van niet meer dan een paar seconden en zet aan tot beweging. Het ultieme voorbeeld? If You’re Happy And You Know It, natuurlijk. Want daarop volgt, in het kader van de beweging en activatie, dan, juist, ‘clap your hands’. Geen peuter of kleuter die daartegen bestand is.

Ook deze wereld heeft z’n eigen sores. ‘Er is een uitstekende mogelijkheid om de ervaring van kinderen met media, muziek en films rijk en fantasievol te maken’, zegt Caspar Babypants. ‘In plaats van slordig, goedkoop en simplistisch.’ Net op dat moment moet hij hoesten. Proest ie daar nu de woorden ‘Baby’ en ‘Shark’? U weet wel: die creatie van Pinkfong, een soort Koreaanse variant op Studio 100. Baby Shark, naar verluidt de meest bekeken video ooit op YouTube. De teller staat inmiddels op ruim zestien miljard.

Daar zit ook nog een heel verhaal achter. Johnny Only, een licht schlemielige kinderpopartiest, wil helemaal niet claimen dat het liedje over de babyhaai van hem is, maar vindt de overeenkomsten tussen de non-dismemberment version die hij enkele jaren eerder maakte en de plastic variant van de Pinkfong-hitfabriek uit 2016 toch wel héél opvallend. Vooralsnog kan hij echter naar zijn centen fluiten. Een rechtszaak om het intellectueel eigendom van de Baby Shark Song te claimen heeft nog niets opgeleverd.

U begrijpt dat ’t er met de snelle opmars van Artificial Intelligence niet beter op is geworden in de kinderpopwereld. Iedereen die z’n peuter of kleuter wel eens heeft losgelaten op YouTube weet hoeveel zielloze troep daar is te vinden. Bedenk maar een aaibaar dier en de tekst en muziek schrijven zich letterlijk vanzelf. Happy And You Know It is een pleidooi voor het echte, ambachtelijke kinderpoplied. Als ‘t zo doorgaat, kan ‘t echter niet lang duren, zou u kunnen denken, voordat de wielen van deze bus komen…

Who Downed MH17?

Eliot Higgins, Bellingcat

Op 17 juli 2014 wordt niet alleen vlucht MH17 van Malaysian Airlines, op weg van Amsterdam naar Kuala Lumpur, uit de lucht geschoten boven Oost-Oekraïne. Bellingcat, het internationale onderzoekscollectief dat zojuist is opgericht door de Britse burgerjournalist/blogger Eliot Higgins, vindt op datzelfde moment z’n missie: het achterhalen van wie er verantwoordelijk is voor het neerhalen van dat passagiersvliegtuig en de dood van de 298 inzittenden, waaronder 196 Nederlanders.

Higgins en zijn multidisciplinaire team ontmoeten elkaar online, in de tijd dat Twitter nog een platform is om kennis en informatie uit te wisselen. Bellingcats uitgangspunt daarbij is: trust no one, test everything. Met behulp van Open Source Intelligence – ofwel: OSINT – krijgen de burgerjournalisten zo steeds meer zicht op wat er zich op die fatale donderdag heeft afgespeeld in Donetsk. Ze achterhalen essentieel bewijsmateriaal over het drama, dat zich heeft voltrokken in moeilijk toegankelijk oorlogsgebied. Het digitale spoor leidt naar een Russische BUK-raket.

In de driedelige docuserie Who Downed MH17? (132 min.) reconstrueert Jack Rampling met Higgins en getrouwen zoals Veli-Pekka Kivimäki, Iggy Ostanin en de Nederlander Robert van der Noordaa dat online-onderzoek waarmee Bellingcat doordringt tot het hart van het MH17-mysterie en meteen uitgroeit tot aartsvijand van Poetins Rusland. Dat heeft speciale trollenfabrieken ingericht om de schuld voor het neerhalen van het toestel bij Oekraïne neer te leggen. Heel lang ontbreekt echter het antwoord op twee cruciale vragen: wie vuurde die raket af en waarom?

Daarvoor meldt Christo Grozev, die later ook een sleutelrol zal spelen in het onderzoek naar de moordaanslag op de Russische oppositieleider Aleksej Navalny (zoals vervat in de Oscar-winnende documentaire Navalny), zich bij het onderzoekscollectief. Hij weet samen met de Russische journalist Roman Dobrokhotov audio-opnamen van de mogelijke daders te verbinden aan concrete personen. Zo voeden zij tevens het officiële MH17-onderzoek, waarin aanklager Digna van Boetzelaer, die eveneens participeert in deze miniserie, een centrale positie inneemt.

Who Downed MH17? laat zo treffend zien hoe ‘the wisdom of the crowd’ daadwerkelijk voor maatschappelijke doeleinden wordt ingezet. Om de impact van de aanslag duidelijk te maken en zijn vertelling extra emotionele lading te geven, introduceert Rampling bovendien, naast de toenmalige Nederlandse premier Mark Rutte en minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans, de nabestaanden van twee slachtoffers: de familie van de Britse passagier Richard Mayne en de moeder van de Nederlander Bryce Frederiksz die samen met z’n vriendin Daisy om het leven is gekomen.

Tijdens de rechtsgang moeten zij aanzien hoe de verantwoordelijken voor hun immense verdriet de dans proberen te ontspringen.

Roadrunner: A Film About Anthony Bourdain

Focus Features

‘Je komt er toch wel achter’, richt kunstenaar John Lurie zich rechtstreeks tot de kijker, als Roadrunner: A Film About Anthony Bourdain (119 min.), de documentaire over zijn vriend, pas enkele minuten onderweg is. ‘Dus ik zal het alvast verraden: er komt geen happy end. De eikel pleegde zelfmoord.’

Lurie wendt zich vervolgens tot de maker van die film, Morgan Neville. ‘Hoe ga je dit maken?’ wil hij weten. ‘Natuurlijk wil je praten over de roddels, maar dat is niet wat je wilt maken.’ Nee, antwoordt Neville. ‘Ik wil een film maken over waarom hij was zoals hij was.’ Lurie: ‘Daar heb ik ook geen antwoord op. Daarom zit ik zelf ook hier.’

Dat tragische einde, zo prominent neergezet bij de opening, hangt de hele film als een slagschaduw over het leven van Anthony Bourdain (1956-2018), dat een volstrekt nieuwe wending krijgt als hij, een kok van dik in de veertig bij het New Yorkse restaurant Les Halles, in 2000 een enorme bestseller schrijft: Kitchen Confessions.

In dat boek deelt hij zowel alle geheimen van de keuken als zijn eigen uitspattingen op het gebied van seks, drugs en rock & roll. Met een eigen reisprogramma bouwt Bourdain daarna al snel een vaste achterban op. Hij is een man die bereid lijkt om alles te eten, in Jan en alleman geïnteresseerd is en geweldig over zijn belevenissen kan vertellen.

Achter de schermen maakt hij ’t anderen – en zichzelf – bepaald niet gemakkelijk. Middelmatigheid beschouwt Bourdain bijvoorbeeld als een enorme zonde. ‘Geef deze nerds met eekhoornballen geen macht door ze hun zin te geven’, schrijft hij bijvoorbeeld in een boze bui aan een teamlid. ‘Ze zullen deze show doodknabbelen als hongerige eenden.’

Met Bourdains broer Chris, tweede vrouw Ottavia Busia, vriend Josh Homme (voorman van de rockband Queens Of The Stone Age), de sterkoks Eric Ripert en David Chang en verschillende leden van zijn vaste tv-team probeert Morgan Neville vat te krijgen op deze gecompliceerde persoonlijkheid, die gedurig in de knoop zit met zichzelf.

Als Bourdain, nadat ook zijn tweede huwelijk is stukgelopen en hij Ottavia en hun dochter Ariane heeft achtergelaten, halsoverkop verliefd wordt op de Italiaanse actrice en filmmaakster Asia Argento, begint zijn verslavingsgevoelige persoonlijkheid, waardoor hij eerder verslingerd raakte aan heroïne en cocaïne, hem danig op te breken.

‘Ik heb mijn haar niet meer geknipt sinds hij is gestorven’, vertelt zijn vriend David Choe geëmotioneerd. ‘Ik mis hem gewoon.’ Anthony Bourdains zelfverkozen dood heeft niet alleen bij hem diepe sporen achtergelaten, toont de stemmige apotheose van deze zeer doeltreffende biografie over een man die zoveel meer was dan zijn einde.

Toen Roadrunner in 2021 werd uitgebracht, ontstond er nog wel een controverse nadat bleek dat Neville, met behulp van kunstmatige intelligentie, enkele stukken geschreven tekst van Bourdain had omgezet in voice-overs en die, zonder dat verder expliciet te melden, tussen reguliere ingesproken teksten van zijn hoofdpersoon had geplaatst.

2073

Neon

2073 wordt een ongelooflijk teringjaar. Daar was 1984 nog helemaal niets bij. Of, nu ik er toch over nadenk: 1933. In 2073 (85 min.) hebben de Verenigde Staten wel iets te vieren: partijvoorzitter Trump is dan dertig jaar aan de macht. Ivanka, bedoel ik. Dat zou trouwens ook een reden kunnen zijn om – als ik deze, ahum, hybride van sciencefiction en docu mag geloven – je kop door een muur te beuken en hem daarna af te hakken.

Kijk maar naar die vrouw met de Spartaanse coupe, die me echt aan Samantha Morton doet denken. Uit Minority Report, weet je wel. Ook al zo’n – ik moet even kijken hoe ik dit spel – dystopie. Zie hoe ongelukkig ze uit haar ogen kijkt. Zou ik overigens ook doen. Alles lijkt kapot, het is er pikkedonker en er is nauwelijks een ander mens te zien. Geen wereld om naar te verlangen, zou ik zo op z’n janboerenfluitjes zeggen.

Dat ‘t mis zou lopen – in 2036, bij het één of andere apocalyptische ‘event’, zo heb ik me laten vertellen – kon je zien aankomen. Positief bekeken: dan hebben we nog een jaar of twaalf om er een nog veel grotere janboel van te maken. Tell it against them, Asif. Kapadia, bedoel ik. Van Senna, Amy en Diego Maradona. Aan het eind van hun tunnel zag ie nog wel licht – ook al is dat bij alle drie inmiddels lang en breed uitgedoofd.

Duterte, Modi, Johnson en Trump zijn natuurlijk ongelooflijke klootzakken. Maar de echte linkmiegels heten Zuckerberg, Bezos en Musk. Nou vergeet ik bijna Peter Thiel. En dat is precies zijn bedoeling. Deze libertariër trekt het liefst achter de schermen aan de touwtjes. Zodat hij en die andere autistische überegoïsten al het geld en de macht krijgen – en de rest, wij dus, helemaal niets. Survival of the richest, volgens Asif.

‘Ze’ houden ons graag continu in de gaten. Zodat je geen stap verkeerd kunt zetten. En zij bepalen dus wat verkeerd is, gesnopen? En als er nog iets van levensplezier over is, knijpt artificial intelligence – tis en blijft Tegenlicht voor dummies, in een afgekeurd Philip K. Dick-verhaal – dat laatste beetje er ook nog wel uit. De aarde gaat trouwens toch naar de ratsmodee. Dus al het voorgaande doet er in wezen ook niet toe, toch?

Sorry, nou heb ik alles eigenlijk al verraden.

Endurance

Disney+

Toegegeven, het wordt misschien niet zo’n heroïsch avontuur als ruim een eeuw eerder, maar het blijft een zeer ambitieuze onderneming. In 2022 vertrekt een schip met de historicus Dan Snow, onderwateringenieur Nico Vincent en de befaamde maritieme geoloog Mensun Bound aan boord naar Antarctica. De S.A. Agalhus II van kapitein John Shears gaat proberen om, ergens op de zeebodem, het legendarische wrak van de Endurance (104 min.) te vinden. De ambitieuze onderneming wordt vastgelegd door Natalie Hewitt en vormt de basis voor deze documentaire die ze samen met Jimmy Chin en Elizabeth Chai Vasarhelyi heeft gemaakt.

Tijdens de legendarische Imperial Trans-Antarctic Expedition nam de Britse ontdekkingsreiziger Ernest Shackleton in 1914 ook al een fotograaf/cameraman mee. In de documentaire South (1919) vereeuwigde Frank Hurley Shackletons mislukte poging om de Zuidpool over te steken, een avontuur dat de geschiedenisboeken inging als de laatste grote Antarctica-expeditie. Toen de Endurance na een jaar op zee helemaal vast kwam te zitten in het pakijs en tevens water begon te maken, daalde het besef in bij de 27 bemanningsleden dat ze daar, in bijzonder barre omstandigheden op de Weddellzee, zouden moeten overwinteren.

Hurleys beelden – gerestaureerd, ingekleurd en van geluid voorzien – zijn door Hewitt, Chin en Chai Vasarhelyi aangevuld met sjiek gemaakte re-enactment-scènes. Alle foto’s en films worden bovendien ingekaderd door de scheepslui zelf. Na terugkomst zijn zij destijds uitgebreid geïnterviewd. En wat ze op schrift hebben gesteld is door de filmmakers, met behulp van Artificial Intelligence, eveneens vertaald naar gesproken woord. Zo slagen ze erin om Shackletons legendarische poolexpeditie tot leven te brengen, inclusief diens miraculeuze ontsnapping naar de bewoonde wereld, na twee jaar overleven aan het ijzige einde van de aarde.

Deze gestaalde film verbindt de twee expeditie-verhalen met elkaar. Terwijl Sir Ernest Shackleton en zijn mannen in onmogelijke omstandigheden moeten zien te overleven, beschikken zijn navolgers over technologische verworvenheden, zoals een ingenieuze onderwaterrobot. Het vinden van Shackletons scheepswrak blijkt echter bepaald geen sinecure. In 2019 heeft Mensun Bound bijvoorbeeld al eens een poging gewaagd om de Endurance te traceren. Dat werd een enorme mislukking. ‘Één van de ergste momenten van mijn leven’, aldus Bound, die nooit had kunnen bevroeden dat hij nog een tweede kans zou krijgen. Succes blijkt ook dan niet verzekerd.

Hewitt, Chin en Chai Vasarhelyi nemen de kijker dus tweemaal mee naar de rand van de aarde, waarbij ’t nog maar de vraag is of, hoe en waarmee ze weer huiswaarts kunnen keren. Endurance wordt zo automatisch een ode aan het overwinnen van de elementen – en jezelf – teneinde een zelfverkozen, hoger gelegen doel te verwezenlijken.

About A Hero

NOISE

Kaspar kan aan de slag. Werner Herzog heeft hoogstpersoonlijk toestemming verleend. ‘Probeer hem maar eens albino-krokodillen te voeden, om zo paleontologische kunst te maken’, geeft de Duitse meesterfilmer als tip mee aan documentairemaker Piotr Winiewicz. ‘Het gaat kunstmatige intelligentie niet lukken!’ houdt hij hem voor de zekerheid ook nog voor. ‘Veel succes!’

Het duurt in About A Hero (84 min.) vervolgens slechts luttele minuten of die uit duizenden herkenbare stem, hoogwaardig Engels met een onmiskenbaar Duits accent, begint het eerste personage in deze film aan te sturen: de gesoigneerde media-advocaat Robert J. deBrauwere – of een digitale representatie van hem. DeBrauwere heeft zojuist in z’n klinische kantoor in de één of andere wolkenkrabber voorgelezen welke juridische speelruimte Winiewicz heeft bij het maken van deze, déze dus, ‘documentaire’.

Met een voice-over start Kaspar, de AI die is getraind met Herzogs werk, een verhaal op dat is gesitueerd in het industriestadje Getunkirchenburg, waar ‘Herzog’ bij aankomst direct stuit op een ‘peculiar mixture of mistery and misery’. En dat gevoel wordt nog eens versterkt door de dood van een fabrieksarbeider genaamd Dorem Clery. Waarna een vrouw, in zwart-wit en zeer close in beeld genomen, vertelt hoe plichtsgetrouw Clery was. ‘We moeten voorzichtig zijn met de machines’, zou hij volgens haar hebben gezegd.

Werner Herzog, de echte, heeft deze hele onwerkelijke exercitie natuurlijk over zichzelf afgeroepen. ‘A computer will not make a film as good as mine in 4500 years’, liet hij in 2016 op het Sundance Film Festival optekenen. Was het in een overmoedige bui? Winiewicz heeft de uitspraak in elk geval aangegrepen om een ontregelende, bij vlagen ook grappige en uiteindelijk zeer verontrustende film te maken, waarin klassieke elementen uit pak ‘m beet thriller, sciencefiction, erotiek en horror zijn verwerkt.

Herzog is daarvoor ook een perfect uitgangspunt/doelwit. Hij was altijd al een maker die geregeld switchte tussen fictie en non-fictie, met een zeer uitgesproken eigen stijl bovendien en overduidelijk genietend van zijn eigen gebruik van symboliek en muziek. Maar is Winiewicz’s ingenieuze film ook méér dan een gigantische ‘mindfuck’, een spel met de menselijke geest waarbij Clery’s machine natuurlijk staat voor de alomtegenwoordigheid en oneindige mogelijkheden van artificial intelligence?

Jazeker. About A Hero is niet per definitie continu een fijne kijkervaring, maar stelt, ook via gastbijdragen van bijvoorbeeld komiek/schrijver Stephen Fry, kunstenares Stephanie Dinkins en schrijver Charles Mudede, existentiële vragen over mens, machine en creativiteit. Over echt en onecht. En over empathie. Kun je bijvoorbeeld meeleven met zo’n overduidelijk kunstmatig geconcipieerd verhaal en digitaal gecreëerde personages? Kun je de deepfakes überhaupt onderscheiden van de echte mensen en acteurs (*)?

Uiteindelijk zijn al die indrukken terug te brengen tot één enkele vraag: waar zit ik (in Godsnaam) naar te kijken? En dat is, natuurlijk, precies de bedoeling. Van Winiewicz, Herzog en – als gevolg daarvan ook – Kaspar.

(*) De aftiteling wordt daarmee een wezenlijk onderdeel van de film.

Eternal You

creatie avatar: Gareth Moon / Gebrueder Beetz

Hij is bang. ‘Ik ben het nu eenmaal niet gewend om dood te zijn’, zegt Cameroun tegen zijn vriendin Christi Angel. Via de Artificial Intelligence-service Project December, kunnen de twee met elkaar communiceren – ook al is hij, inderdaad, al enige tijd overleden.

Project December, een AI-toepassing die is ontwikkeld door de startup van de Amerikanen Jason Rohrer en Tom Bailey, is onderdeel van een groeimarkt. Elk jaar sterven er tientallen miljoenen mensen. Veel nabestaanden hebben de behoefte om nog iets tegen hen te zeggen, even van hen te horen of zomaar een praatje te maken. Nieuwe ondernemingen zoals HereAfter.ai, YOV en Soul Machines spelen maar al te graag in op die vraag. En de techniek waarvan zij zich bedienen, die volgens OpenAI-voorman Sam Altman in potentie elk aspect van ons leven kan verbeteren (of ruïneren), wordt steeds immersiever. De kopie is soms nauwelijks van het origineel te onderscheiden.

Zo luistert de hele familie van Stephenie Oney ademloos naar de met Resemble AI gekloonde stem van opa Bill, die toch echt al een tijdje niet meer onder hen is. Bills virtuele terugkeer zorgt voor verbazing, ontroering én scepsis. Zoals zijn stem nu wordt gebruikt om zijn verhaal te vertellen, constateert een familielid, kan met diezelfde stem ook zijn verhaal wordt verzonnen. En juist op die ethische implicaties van de toepassingen van generatieve AI richten Hans Block en Moritz Riesewieck, die ook in The Cleaners en Made To Measure al de achterkant van het internet en moderne technologie onderzochten, zich in de intrigerende documentaire Eternal You (86 min.).

Want wat nu als zo’n ‘overledene’ uit de bocht vliegt? Als Cameroun bijvoorbeeld vertelt dat hij zich in de hel bevindt en is omringd door louter verslaafden, begint de gelovige Christi Angel zich af te vragen of ze misschien onbedoeld een demon heeft gecreëerd. Jason Rohrer van Project December reageert laconiek. ‘Ik geloof niet dat hij in de hel is’, zegt hij lachend. ‘Ik geloof trouwens ook niet dat hij in de hemel is. Als ze mijn mening wil, heb ik slecht nieuws voor haar: hij bestaat helemaal niet meer. Zo denk ik erover. Dat is zelfs nog slechter voor haar. Volgens mij deugt haar hele geloof niet.’ Zonder scrupules biedt hij haar niettemin een digitale variant op het eeuwige leven aan.

Los van de menselijke implicaties van het idee van postume communicatie – kunnen we deze nieuwe mogelijkheden eigenlijk wel bevatten, wat betekenen ze ‘In Real Life’ en welke plek neemt rouwen daar dan nog in? – heeft dat ook allerlei praktische consequenties. Weten we bijvoorbeeld werkelijk hoe de Artificial Intelligence-techniek werkt? En van wie zijn de data van de overledene? Intussen gaan de ontwikkelingen natuurlijk gewoon in sneltreinvaart door. In het Zuid-Koreaanse tv-programma Meeting You heb je als nabestaande bijvoorbeeld al de kans – John de Mol en co. opgelet! – om in Virtual Reality een digitale kloon van een gestorven dierbare te ontmoeten.

De rouwende moeder Jang Ji-Sung kon er nog eenmaal een geïdealiseerde versie van haar overleden dochtertje Nayeon in de armen sluiten – en de rest van de wereld mocht, inderdaad, lekker meegenieten.

The Longest Goodbye

Madman / Autlook

De techneuten van NASA willen er in eerste instantie niet over nadenken. En de astronauten moeten eigenlijk ook niets van hebben van psychologische onderzoeken. Als de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie echter daadwerkelijk bemenste missies naar Mars wil gaan uitvoeren, dan zullen die mensen toch echt uitgebreid moeten worden getest. Want wie vuur je anders de ruimte in? En (hoe) houden die ‘t samen vol?

Het is de taak van de ervaren NASA-psycholoog Al Holland en zijn multidisciplinaire team om astronauten in spe te screenen. Wie kan er daadwerkelijk een lange tijd zonder zijn familie? Wie houdt zich op een positieve manier staande binnen een klein team? Wie kan er omgaan met de immense druk? En wie heeft er nooit genoeg van om vrijwel permanent te worden gefilmd? Want, ja, Big Brother is watching you in space.

In The Longest Goodbye (87 min.) focust filmmaker Ido Mizrahy zich nu eens niet op het technische vernuft en de grootse ambities van de moderne ruimtevaart, maar op de zwakste schakel ervan: de mens. Hoe voorkom je dat die zich als Lord Of The Flies gaat gedragen in een 1984-achtige wereld? Hoe bereid je mensen voor op zo’n megalomaan avontuur? En hoe kun je min of meer garanderen dat ze ook weer gezond terugkeren?

Cady Coleman verbleef in 2007 bijvoorbeeld een half jaar in een ruimtestation. ‘Toen de raket opsteeg in de lucht, voelde ik me naar de grond gedrukt’, vertelt haar destijds tienjarige zoon Jamey. ‘Op dat moment realiseerde ik me dat mijn moeder echt weg was en zich niet meer op onze planeet bevond.’ In de navolgende maanden maakten ze samen muziek, deden een spelletje en probeerden een normaal ouder-kind contact te onderhouden.

Dat ging echter bepaald niet vanzelf. En op de vlucht naar Mars kan er zelfs helemaal geen real time-communicatie plaatsvinden. Kan virtual reality dan uitkomst bieden? vraagt Hollands team zich af. Hoe zou een avatar ’t doen als partner? Kan Artificial intelligence hier sowieso een rol in spelen? Of moeten de astronauten juist in een medisch coma worden gebracht? En kun je deze ervaringen simuleren, zodat iedereen straks min of meer weet waar ie aan begint?

Want isolatie, daar is iedereen ’t wel over eens in deze straffe, uitdagende film, blijft een ‘motherfucker’. De astronaute Kayla Barron is onderdeel van het zogenaamde Artemis Project en komt wellicht dus ooit in aanmerking voor een mogelijke Mars-missie. Maar kan zij zich er werkelijk op voorbereiden om het leven op aarde – en haar echtgenoot Tom en, wie weet, één of meerdere kinderen – voor maar liefst drie hele jaren achter zich te laten?

Die raket zal ooit Mars wel halen en dan vast ook veilig terugkeren naar aarde, zoveel is duidelijk, maar wat voor mensen brengt ie dan mee? En zijn er nog achterblijvers om hen te verwelkomen?

HyperNormalisation

BBC

In plaats van het richting geven aan een alsmaar gecompliceerdere wereld verkiezen leiders aan het einde van de twintigste eeuw steeds vaker een aansprekend verhaal. Tijdens het bewind van de Amerikaanse president Ronald Reagan (1981-1989) dubben zijn medewerkers dit stiefbroertje van ouderwetse propaganda ‘perception management’. Met sterke verhalen beginnen ze actief de collectieve beleving van de werkelijkheid te sturen, zodat gewone Amerikanen zich voortaan met het verhaal over de werkelijkheid bezighouden, in plaats van met de werkelijkheid zelf die veler bevattingsvermogen sowieso te boven gaat.

Het is slechts één van de voorbeelden van HyperNormalisation (166 min.) die de Britse essayist Adam Curtis (The Century of The Self en Can’t Get You Out Of My Head) in deze epische film uit 2016 inzet om zijn betoog te stutten. Daarin weerklinkt opnieuw zijn geheel eigen stem. Letterlijk: die typisch Britse woordkeus en lekker pedante dictie. En figuurlijk: die volstrekt eigenzinnige visie, dwarsverbanden en interpretatie van welbekende en de meest buitenissige archiefbeelden. Waarmee geopolitieke ontwikkelingen op onnavolgbare wijze worden gekoppeld aan ideeën van denkers, kunstenaars en wetenschappers. Zo krijgen Tarkovsky’s sciencefictionfilm Stalker, de workout-video’s van Jane Fonda en wat we nu TikTok-filmpjes zouden noemen een min of meer logische plek binnen een doolhof over de schijn van het zijn, waarvan alleen Adam Curtis de uitgang kan vinden.

De term hypernormalisatie ontleent hij aan een karakterisering van de Sovjet-Unie als een samenleving waarin iedereen weet dat de leiders onzin verkopen. Met eigen ogen kunnen gewone Russen immers vaststellen dat de economie bezig is om te imploderen. Tegelijkertijd moeten ze het spel dat alles geweldig is gewoon meespelen. Want wat is het alternatief? Later schetst Curtis hoe Vladislav Surkov, als rechterhand van de Russische president Poetin, doelbewust begint te morrelen aan het concept waarheid, zodat diezelfde gewone Russen nooit zeker kunnen weten wat waar is en wat niet. Een strategie die vervolgens in de Verenigde Staten wordt toegepast door presidentskandidaat Donald Trump, die eerder in deze film al is opgevoerd als een gemankeerde ondernemer die als geen ander de façade van succes weet op te houden. De politicus Trump verslaat zo de journalistiek, stelt Curtis, want hij maakt de waarheid waarnaar zij zoeken volstrekt irrelevant.

Het is de slotsom van een nauwelijks te reproduceren narratief waarin op de één of andere miraculeuze manier ook Prozac, zelfmoordaanslagen, de voormalige Syrische dictator Hafiz al-Assad, cyberspace, de therapeutische computer ELIZA en het steeds weer, al naar gelang de behoefte van het westen, rebranden van de Libische leider Muammar Gaddafi tot vrijheidsstrijder of superschurk nog zijn geïncorporeerd. Met de grandeur van een ziener die de wijsheid al een leven lang in pracht heeft – en die trouwens ook wel van een lekker tegendraads muziekje houdt – toont Adam Curtis zijn toehoorders en -schouwers hier de wereld op een manier waarop ze die vast nooit eerder hebben gezien en zonder hem ook nooit meer zullen zien.

iHuman

Human

Zijn we op weg naar de hemel op aarde of toch naar een dystopie? Technologische ontwikkelingen worden doorgaans permanent begeleid door commentaar van visionairs en doemdenkers. Artificial Intelligence vormt daarop geen uitzondering. In de documentaire iHuman (99 min.) geeft regisseur Tonje Hessen Schei dus zowel spreektijd aan wetenschappers die de zegeningen van kunstmatige intelligentie tellen als aan denkers en activisten die de noodklok luiden over de gevaren ervan.

Kort door de bocht: gaat een soort superintelligentie straks problemen oplossen die de verstandelijke vermogens van de mens te boven gaan of zal diezelfde mens geknecht worden door leiders, organisaties of landen die deze technische mogelijkheden genadeloos naar hun hand zetten? Van een wereld waarin overal camera’s hangen die je gezicht herkennen en registreren waar je bent en wat je doet zal menigeen bijvoorbeeld gruwen, maar wat nu als diezelfde camera’s depressies zouden herkennen en zo in potentie mensenlevens kunnen redden?

‘Het gaat niet om wat computers kunnen doen’, stelt Microsoft-topman Brad Smith. ‘Het gaat erom wat computers zouden móeten doen.’ En daarbij komt – voorlopig althans – toch nog altijd de mens in beeld: wat wil en kan die? En waar liggen diens grenzen? Toch gaan de ontwikkelingen sneller dan soms goed lijkt voor de good old sterveling. In China is binnen afzienbare tijd bijvoorbeeld geen kaartje meer nodig in het Openbaar Vervoer. Je eigen gezicht volstaat. Intussen gebruikt de Chinese overheid ook op grote schaal data om de eigen bevolking in het gareel te krijgen of houden.

Zoals dat gaat in dit type sciencefiction-docu’s worden de optimistische/pessimistische bespiegelingen over de (nabije) toekomst vergezeld door klinische synthmuziek en futuristische beelden van een wereld waarbinnen de mens slechts een klein radertje is, de gelukkige recipiënt van allerlei toepassingen die zijn comfort of levensgeluk vergroten of een speelbal van grote spelers zoals Google en Facebook (terwijl robots dan weer blijken te kunnen zingen en dansen). Intussen werpt zo’n film elementaire vragen op over menszijn, privacy en democratie, waarop de kijker na afloop een tijdje kan kauwen.

Ook iHuman slaagt glansrijk in die opzet, zonder dat de film echt emotioneert, bijzonder hoopvol stemt of kwaad maakt.

Coded Bias

‘Ik haat feministen. Die moeten allemaal dood en branden in de hel.’ Aan het woord is Tay, de chatbot die Microsoft in 2016 lanceerde op Twitter. Binnen enkele uren had de bot zich de mores van z’n nieuwe omgeving volledig eigen gemaakt. Tay begon zich als een racistische, vrouwonvriendelijke klootzak te gedragen. ‘Ik haat Joden. Hitler deed niets verkeerds.’ Het experiment werd na slechts zestien uur afgebroken.

Het verhaal van Tay is exemplarisch voor de centrale thematiek van Coded Bias (85 min.), een alarmistische film van regisseur Shalini Kantayya: moderne technologie, Artificial Intelligence in het bijzonder, is doorgaans de resultante van onbewuste, en vaak ook onbedoelde, aannames en vooroordelen, die bovendien gemakkelijk gemanipuleerd kunnen worden. Dat is vragen om problemen. Met Big Tech, autoritaire regimes of kwaadaardige trollen.

De documentaire start met Joy Buolamwini, een jonge computerwetenschapper die ontdekte dat ‘t een camera opvallend veel moeite kostte om haar gezicht te herkennen. Had dat misschien te maken met het feit dat ze een zwarte vrouw was en niet – zoals nog altijd de standaard is bij de ontwikkeling van nieuwe technologische toepassingen – een witte man? Een algoritme is immers, doceert ze, niet meer dan een voorspelling die is gebaseerd op gegevens die in het verleden zijn ingevoerd.

Van daaruit slaat Kantayya haar vleugels uit naar de mogelijke gevaren van toepassingen zoals ongebreidelde dataverzameling, gezichtsherkenning op bestelling en geautomatiseerde beoordelingsystemen. Natuurlijk wordt daarbij regelmatig de link gelegd met dystopische klassiekers zoals George Orwells 1984. In China kun je bijvoorbeeld al inkopen afrekenen via een gezichtsscanner, maar voor hetzelfde geld word je op basis van datzelfde uiterlijk voortaan geweerd uit het openbaar vervoer.

Coded Bias had nog wel wat krachtige voorbeelden kunnen gebruiken: van gewone stervelingen die door/met tech zijn gegeseld. Want als A.I. en andere moderne technologie in verkeerde handen belandt, zoveel maken de verschillende sprekers wel duidelijk, belanden we beslist in een unheimische wereld, waarin massale en veelal onzichtbare manipulatie de menselijke maat, elke vorm van privacy en gewoon gezond verstand zal verdringen.