Never Let Him Go

Disney+

Het leven neemt soms onverwacht een tragische afslag. De eerste interland van een begaafde voetballer wordt door een ernstige overtreding meteen zijn laatste. Het gevierde fotomodel loopt tegen een héél verkeerd vriendje aan. En een briljante 27-jarige Amerikaanse wiskundige valt nabij Sydney te pletter vanaf een klif. Dit fatale ongeval smoort een uiterst veelbelovend leven in de kiem. Suïcide, meent de plaatselijke politie. Zijn broer Steve kan die verklaring echter niet accepteren.

Op zaterdag 10 december 1988 wordt het levenloze lichaam aangetroffen van de Amerikaan Scott Johnson. Naakt. Een opmerkelijke manier om zelfmoord te plegen. Zeker als duidelijk wordt dat er op die klif, North Head, een zogenaamde ‘gay beat’ was, een plek waar homo’s elkaar ontmoeten voor anonieme seks. En Scott valt inderdaad op jongens en is ook naar Australië gekomen voor een man. Zijn broer Steve Johnson, een internetpionier met hele diepe zakken, start dus een eigen onderzoek naar Scotts overlijden en huurt daarvoor de Amerikaanse journalist Daniel Glick, bekend van de geruchtmakende JonBenét Ramsey-zaak, in als privédetective.

Want in de directe omgeving van Sydney, ‘het Australische San Francisco’ waar ook allerlei potenrammers actief zijn, blijken nog meer mannen zelfmoord te hebben gepleegd. Het lokale politiekorps zit alleen bepaald niet te wachten op een gefortuneerde Yank die zich met hun werk komt bemoeien. Zoals voormalig rechercheur Duncan McNab het toenmalige sentiment omschrijft bij het korps, dat zeker niet vrij is van homofobie: ‘The American with the big, swinging dick is influencing the way we do our business.’ En dat is inderdaad ook wel enigszins ongemakkelijk: zonder Steve’s financiële reserves zou de zaak van zijn broer allang een stille dood zijn gestorven.

Het komt in de vierdelige docuserie Never Let Him Go (218 min.) van Jeff Dupre en Jacob Hickey uiteindelijk tot een frontale botsing tussen het team van Steve Johnson en de officiële onderzoeksleider Pamela Young. Hij vindt dat zij hun inspanningen niet serieus neemt. Zij vraagt zich af waarom ze aan deze ‘cold case’ buitensporig veel meer aandacht zou moeten besteden dan aan alle andere zaken die ze onder haar hoede heeft. Ook daarbij wachten slachtoffers en hun eventuele nabestaanden immers op een antwoord. En zou het écht geen zelfmoord kunnen zijn geweest? Scott Johnson heeft al eens eerder een poging gedaan om zijn leven te beëindigen.

Dupre en Hickey nemen eerst de tijd om Scott, Steve en hun familie te introduceren, het anti-homo klimaat in Sydneys duisterste spelonken te schetsen en op de al dan niet dubieuze rol van de politie daarbij in te zoomen, voordat de zaak na enkele verrassende wendingen alsnog wordt afgerond. In de ontknoping van deze miniserie, die gelukkig nooit afdaalt naar het niveau van een routineuze true crime-productie, krijgt Steve Johnson eindelijk antwoord op de vraag die een levenswerk is geworden: wat is er gebeurd met mijn broer en wie was daarvoor verantwoordelijk? Als alle twijfels daarover zijn weggenomen komt er eindelijk ruimte voor zijn geliefde broer, Scott Johnson.

Een man die zoveel had kunnen worden – een belangrijke wiskundige of toch een heel gewone man met een heel gewoon leven – maar die door een wrede speling van het lot de zeventwintigjarige Amerikaan werd die aan de andere kant van de wereld van een klif viel.

The Queen

Kino Lorber

Jennie Livingstons documentaire Paris Is Burning (1980) geldt als een ijkpunt in de LHBTIQ+-historie. Een vitaal portret van de extravagante ballroom-scene van New York, een subcultuur waarbinnen homo’s, travestieten en transgenders een veilige wereld hebben gecreëerd voor zichzelf.

Twaalf jaar eerder was er echter al The Queen (65 min.), waarin filmmaker Frank Simon organisator en master of ceremonies Flawless Sabrina van de Miss All-America’s Camp Beauty Contest van 1967 en enkele deelnemers aan de schoonheidswedstrijd volgt. De drag queens worden ondergebracht in een hotel, waar ze alvast kunnen gaan werken aan hun voorkomen, uitdossing en performance. Tussendoor spreken ze met elkaar over uiteenlopende onderwerpen zoals (zelf)acceptatie, de oproep om te dienen in het leger en nut en noodzaak van een geslachtsoperatie.

Terwijl de queens zich prepareren voor een grootse avond loopt de spanning op. Lukt het bijvoorbeeld om al te opzichtige baardgroei weg te werken? Hoe kunnen de ‘ladies’ overtuigend een decolleté suggereren? En krijgt Richard, inmiddels verwend met overwinningen, nog op tijd een geschikte pruik geregeld? Als de bevallige Mario Montez met de onvermijdelijke Marilyn Monroe-pastiche Diamonds Are A Girl’s Best Friend de avond heeft geopend, verdwijnen al die issues echter subiet naar achtergrond en kan de missverkiezing van start.

Met een stijlvolle impressie van de verschillende onderdelen maakt Simon er een viering van ieders eigenheid van – al valt op dat het deelnemersveld veel witter is dan de ballroom-scene van Livingstons klassieke film. Daarna is het aan de jury om één van de missen te kronen tot ‘Thé Queen’. Als die geëmotioneerd alle felicitaties in ontvangst heeft genomen mag ze op een imposante troon plaatsnemen. En daarmee roept de winnaar, in een inmiddels klassiek geworden slotscène, de toorn over zich af van een andere deelnemer, Crystal Labeija.

Labija, die ook aan de basis zou staan van het House Of Labeija (waarvan een afvaardiging ook is te zien in Paris Is Burning), had zichzelf een veel betere koningin gevonden en laat dat op niet mis te verstane wijze weten.

Forced Out

SkyShowtime

In 1967 wordt homoseksualiteit in Groot-Brittannië gedecriminaliseerd. In het Britse leger zijn LHBTIQ+’ers echter nog steeds niet welkom. Als ze uit de kast komen, kunnen ze zomaar worden ontslagen. Ofwel: Forced Out (96 min.). Noodgedwongen leven ze dus een dubbelleven, verbergen hun seksuele geaardheid en moeten alle grappen over homo’s en lesbiennes maar zien te verduren.

Voor Craig Jones, die bijna twintig jaar in de Royal Navy dient, is zijn functie niet zomaar een baan, maar een manier van leven. Zijn leven. ‘Ik besefte toen niet dat ik de vrede en vrijheden verdedigde die mijzelf ontzegd zouden worden’, zegt de Britse soldaat, die tijdens ‘The Troubles’ in Noord-Ierland is gestationeerd, over de heksenjacht waarvan hij het slachtoffer wordt. ‘Simpelweg omdat ik homo was.’

Deze gedegen film van Luke Korzun Martin start met de ervaringsverhalen van kapelmeester Robert Ely en verpleegkundige Elaine Chambers, geïllustreerd met een reconstructie van wat hen is overkomen. Zij hebben hun persoonlijk leven jarenlang zorgvuldig afgeschermd en komen dan toch – waarschijnlijk omdat ze er door een ander bij zijn gelapt – op de radar bij de zogenaamde Special Investigation Branch.

Caroline Meagher weet uit eigen ervaring hoever deze militaire inlichtingendienst gaat om LHBTIQ+’ers te (laten) ‘outen’. Als oud-medewerker kent ze de kaartenbakken met potentiële verdachten, die in de gaten worden gehouden en onderzocht. Meagher heeft ongetwijfeld wel eens op haar eigen naam gezocht in het systeem. Want ja: het voormalige schaap in wolfskleren blijkt zelf ook lesbisch.

Ely en Chambers besluiten om in actie te komen na hun ontslag vanwege ‘onnatuurlijk gedrag’. De twee oud-militairen starten de belangenvereniging Rank Outsiders, waarmee ze het verbod op homoseksuelen in het Britse leger aanvechten voor het gerecht. Vanuit de politiek of legertop hebben ze geen steun te verwachten. Die blijven stug beweren dat gays het moreel van de troepen ondermijnen.

Deze documentaire, volledig verteld vanuit het perspectief van de gay-militairen en hun pleitbezorgers, reconstrueert de lange, pijnlijke campagne om de LHBTIQ+-ban, gestut met vooroordelen en homofobie (niveau: gevallen zeepje onder de douche), eindelijk van tafel te krijgen. Want deze oorlog – de ondertitel van deze stevige film spreekt van: their fight for pride – mogen ze beslist niet verliezen.

Rock Hudson: All That Heaven Allowed

HBO

Laten we zeggen dat er een Rock Hudson was – en een Roy Fitzgerald. Hudson was ‘the most wanted man in America’, de Adonis van de jaren vijftig en zestig. De ideale protagonist voor elke Hollywood-film: charmant, toegankelijk en verduiveld knap. Elke vrouw werd verliefd op hem en elke man wilde op hem lijken. En daarnaast was er dus Fitzgerald, kind van gescheiden ouders, net uit de marine én homoseksueel. ‘Een seksuele gladiator,’ aldus de schrijver Armistead Maupin, die nog een omstreden rol in zijn leven zou spelen.

Dat Rock Hudson (1925-1985) in werkelijkheid Roy Fitzgerald was, was een publiek geheim in Tinseltown. Hij had niet voor niets onderdak gevonden bij Henry Willson, een Hollywood-agent die jonge, stoere jongens verzamelde – niet alleen voor professionele doeleinden. Willson zorgde ervoor dat de bladen over romances van Hudson met allerlei dames schreef en regelde uiteindelijk zelfs een echtgenote voor hem: zijn eigen secretaresse Phyllis Gates. Zo kon de Amerikaanse acteur zich voor het grote publiek in zijn kast blijven verschuilen. En dat is natuurlijk ook het centrale thema van Rock Hudson: All That Heaven Allowed (104 min.), een aangrijpende documentaire van Stephen Kijak.

Homoseksualiteit kreeg soms overigens wel degelijk een plek in Rock Hudsons films: als een truc om alsnog de ‘love interest’ van de desbetreffende rolprent, Doris Day bijvoorbeeld, voor zich te winnen. Het was een slinkse streek: de stiekeme gay moest een macho spelen die homoseksualiteit voorwendde om een vrouw te scoren. Met die wetenschap zijn sommige scènes buitengewoon ongemakkelijk om te bekijken. Kijak maakt daarvan slim gebruik. Hij recyclet allerlei fragmenten uit Hudsons filmografie en geeft die een rol in zijn visie op diens leven, dat op tragische wijze ten einde komt: Hudson wordt de eerste beroemdheid die en public public bezwijkt aan ‘the gay plague’, AIDS.

Thematisch sluit deze film aan bij de klassieke documentaire over homoseksualiteit in Amerikaanse speelfilms, The Celluloid Closet (1995), en het meer recente Scotty And The Secret History Of Hollywood (2018). Deze films tonen een entertainmentwereld, waarin alleen de buitenkant telt. Ook voor heren. Zij waren gehouden aan een eendimensionaal beeld van de man als koene ridder, eenzame held of geraffineerde ladiesman en moesten dat imago permanent beschermen. Als een tabloid lucht kreeg van het verborgen leven van een beroemdheid, kwamen er onvermijdelijk suggestieve verhalen. Ook Hudson leefde continu met de angst dat hij zou worden ontmaskerd.

Veelal buiten beeld schetsen vrienden, collega’s en ex-geliefden, met soms wel erg plastische herinneringen aan de Rock, in deze film een levendig beeld van de steracteur, zijn imago en de identiteit die daarachter schuilging. Buitengewoon aangrijpend is het relaas van actrice Linda Evans. In de serie Dynasty had zij een zoenscène met de acteur, die destijds nog geheim hield dat hij AIDS had. Toen bekend werd dat hij ziek was, werd ook zij gemeden. ‘Waar is je menselijkheid?’ vroeg ze zich af. ‘Waar is je compassie? En wat is er toch aan de hand met deze wereld?’ Evans ervoer, kort en relatief oppervlakkig, de attitude die haar tegenspeler vreesde.

En Rock Hudson zelf – of moeten we toch Roy Fitzgerald zeggen? – werd vervolgens in harteloze roddelbladen gereduceerd tot ‘the hunk who lived a lie’. Daarmee is hij tevens een symbool geworden, laat Stephen Kijak treffend zien in deze alternatieve Hollywood-film. Van een minderheidsgroep, samenleving en tijd – en tegelijk van iedereen die niet zichzelf kan zijn, elk land waar geen werkelijke vrijheid bestaat en zogezegd dus van alle tijden.

The Matthew Shepard Story: An American Hate Crime

Discovery+

De voorbijganger die hem uiteindelijk aantrof op 7 oktober 1998, vastgebonden aan dat hek op een verlaten landweg in Laramie, Wyoming, dacht in eerste instantie dat hij een vogelverschrikker was. Een hert had Matthew Shepard de hele nacht gezelschap gehouden. Het rende weg toen hij werd ontdekt. De armen van de 21-jarige student waren op z’n rug gebonden. Matthew bleek ernstig mishandeld. Hij stond al achttien uur op zijn plek en was nog min of meer in leven.

Matt Shepard had er nooit een geheim van gemaakt dat hij homo was. Dat vergde moed en lef. Wyoming gold (en geldt) als een uitgesproken conservatieve staat. Tegelijk leek er in het Amerika van de jaren negentig wat meer leefruimte te komen voor jongeren zoals hij. Shepard was zich dus waarschijnlijk van geen kwaad bewust toen hij op een avond in de Fireside Lounge de losgeslagen jongelingen Russell Henderson en Aaron McKinney tegen het lijf liep. Wat er daarna gebeurde werd een ijkpunt in de Amerikaanse LHBTIQ+-historie.

Net als twintig jaar eerder de publieke moord op homo-activist Harvey Milk veroorzaakte Matthews tragische dood, slechts enkele maanden na de huiveringwekkende haatmoord op de jonge zwarte Amerikaan James Byrd, een storm van verontwaardiging. Óók doordat de radicale Westboro Baptist Church van Fred Phelps de gelegenheid misbruikte om z’n abjecte ‘God hates fags’-boodschap onder de aandacht te brengen. Phelps zei hardop wat een deel van conservatief Amerika dacht en alleen in eigen kring uitsprak.

Vijfentwintig jaar na dato roept The Matthew Shepard Story: An American Hate Crime (85 min.) het beruchte haatmisdrijf op met Matthews vrienden, journalisten, activisten en LHBTIQ+-prominenten zoals Rosie O’Donnell, zanger Adam Lambert en acteur Andrew Rannells (die tevens enkele brieven van Matthew Shepard voorleest). In de degelijke tweedelige documentaire zijn bovendien audio-interviews uit 2011 opgenomen met direct betrokkenen, waaronder Matts moeder Judy, vader Dennis, politiemensen en advocaten.

Zo worden het korte bestaan van de homoseksuele jongen en zijn dramatische laatste uren gereconstrueerd. Het tweeluik belicht tevens de mediahype die daarvan de logische consequentie was en het vervolg daarop via The Matthew Shepard And James Byrd, Jr., Hate Crimes Prevention Act van 2009. Inmiddels staan de verworvenheden van de LHBTIQ+-beweging echter weer onder druk, toont deze tweedelige film. Conservatieve krachten in Amerika ondernemen serieuze pogingen om de klok weer terug te draaien.

Het is niet moeilijk om te bedenken wat Matthew Shepard daarvan zou hebben gevonden.

Bij Ons Op Het AZC

Human

Elke donderdagochtend is er meldplicht. Alle 740 bewoners van het asielzoekerscentrum in Zutphen moeten zich dan legitimeren. Één keer niet melden betekent een boete, de tweede keer moeten ze het centrum verlaten. Verder lijkt ‘t er best gemoedelijk aan toe te gaan, getuige de vierdelige serie Bij Ons Op Het AZC (160 min.) van Martijn Heijne. Hij maakte eerder de thematisch verwante miniserie Leven In Limbo.

Terwijl in Politiek Nederland regelmatig heftige discussies losbarsten over de jaarlijkse immigratiecijfers, de opvang van vluchtelingen en de komst van een asielzoekerscentrum – een werkelijkheid die Heijne aan het begin van de afleveringen verwerkt – gaat hij in het AZC juist op zoek naar kleine, menselijke verhalen. Van medewerkers die het hart duidelijk op de juiste plaats hebben en tegelijk te maken krijgen met bewoners die met hun ziel onder hun arm lopen, soms een beetje marchanderen met de regels of plotseling met de noorderzon blijken te zijn vertrokken.

En de verhalen van de mensen die er verblijven, vaak langer dan wie dan ook lief is. De Iraakse verpleegkundige Mazin heeft bijvoorbeeld inmiddels een verblijfsvergunning, maar wacht nog steeds op een huis. Hoewel hij tijdens zijn vlucht naar Nederland z’n diploma is kwijtgeraakt, hoopt Mazin straks zijn oude vak weer op te kunnen pakken. Sidney, die alweer acht jaar geleden is gevlucht vanuit Mali, hoopt nog steeds op zo’n verblijfsvergunning. Zijn eerste aanvraag is echter afgewezen. In afwachting van een herbeoordeling besteedt hij zijn tijd aan vrijwilligerswerk.

Het zijn mensen die, ondanks verdriet en tegenslag, iets van hun leven willen maken. Zo worden ze ook een beetje geportretteerd. Als modelburgers, die elke zichzelf respecterende samenleving onmiddellijk in de armen wil sluiten. Het is bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk om geen compassie te krijgen met Hector en Luís, een homostel dat is gevlucht uit Venezuela. Luís heeft daarbij zijn zoontje moeten achterlaten. Dat doet zichtbaar pijn. Hij had echter geen keus: in zijn vaderland kun je eigenlijk geen homo zijn – en word je sowieso niet geaccepteerd als vader.

Martijn Heijne tekent zulke indringende verhalen sereen op en lardeert die met de dagelijkse activiteiten op het AZC, waar beheerder Berry samen met bewoners het terrein onderhoudt, diverse nieuwkomers de Nederlandse taal onder de knie proberen te krijgen en ook een traditioneel feest zoals Sinterklaas gezamenlijk wordt gevierd. Met een toegankelijke soundtrack, waarin hits van pak ‘m beet Stromae, Lou Reed en The Verve een plek hebben gevonden, zorgt Heijne er bovendien voor dat de serie nooit topzwaar of moeilijk te verteren wordt.

Bij Ons Op Het AZC werkt daardoor als een soort uitnodiging. Via het centrum in Zutphen kan iedereen met eigen ogen aanschouwen dat de populatie van de 180 AZC’s in Nederland vooral uit gewone mensen bestaat. Ieder met zijn eigen verhaal – en meestal geen leuk verhaal – maar vastberaden om hier iets van het leven te maken.

Trailer Bij Ons Op Het AZC

Paragraph 175

Telling Pictures

Als Adolf Hitler in 1933 de macht grijpt, begint hij Duitsland direct te zuiveren van bevolkingsgroepen die niet in zijn ideaalbeeld passen. Veel homoseksuelen en lesbiennes hopen de dans dan nog te kunnen ontspringen. Ze beschouwen zichzelf toch eerst en vooral als Duits en hebben in de frivole jaren van de Weimar-republiek altijd redelijk vrij hun leven kunnen leiden. Het blijkt ijdele hoop. Al snel sluiten de nazi’s bekende Berlijnse gayclubs zoals de Eldorado, waarover onlangs een documentaire is uitgebracht. Homo’s en lesbiennes gaan noodgedwongen ondergronds.

De vrouwen worden doorgaans niet actief vervolgd. Zij raken ‘alleen’ hun sociale leven kwijt en verdwijnen in de anonimiteit. Bijna honderdduizend homoseksuele mannen worden in de navolgende jaren echter gearresteerd. Van hen zijn er naar schatting tien- tot vijftienduizend ook daadwerkelijk naar de concentratiekampen gestuurd. Ruim een halve eeuw later, als Paragraph 175 (70 min.) wordt gemaakt, kan nog slechts een handvol overlevenden getuigen over wat hen destijds, buiten het zicht van alles en iedereen, is overkomen. Zij staan centraal in deze ingetogen en toch indringende film van Rob Epstein en Jeffrey Friedman.

Als filmmakers hebben zij een essentiële rol gespeeld bij het in beeld brengen van de LHBTIQ+-historie. Epstein maakte eerder The Times Of Harvey Milk (1984), een Oscar-winnende documentaire over de vermoorde gay-activist en politicus uit San Francisco. Samen met Friedman was hij bovendien verantwoordelijk voor The Celluloid Closet (1995), een baanbrekende verhandeling over homoseksualiteit in Hollywood-films. Met deze film uit 2000 over de homovervolging in nazi-Duitsland, waarvoor acteur Rupert Everett als verteller fungeert en de historicus Klaus Müller de interviews heeft gedaan, voegen ze daar nog een zwart omrand hoofdstuk aan toe.

De titel Paragraph 175 verwijst naar een beruchte paragraaf uit het Duitse wetboek van strafrecht uit 1871, op basis waarvan burgers die zich schuldig maken aan ‘onnatuurlijke handelingen’ tussen mannen of seks hebben met dieren gevangenisstraf kunnen krijgen. Ook hun burgerrechten kunnen worden afgenomen. Door het dragen van een roze driehoek worden ze bovendien gebrandmerkt en volkomen rechteloos gemaakt. De gaskamer blijft homoseksuele mannen doorgaans weliswaar bespaard, maar door dwangarbeid, chirurgische experimenten en castratie komt uiteindelijk toch twee derde van hen om in de concentratiekampen.

Heinz F. (1905) kan zich nog goed herinneren hoe hij als jongeling ging dansen in de Berlijnse gayclub De Schwanenburg. Ze konden er relatief onbezorgd zichzelf zijn. Als Heinz lekker ‘schwul’ aan het dansen was met zijn vrienden, kon er zomaar iemand voor de grap roepen: de politie komt eraan. En niemand keek daarvan op. Dat werd later wel anders. De inmiddels hoogbejaarde man zou uiteindelijk meer dan acht jaar in de kampen doorbrengen. Hij sprak nooit met iemand over wat hem was overkomen. ‘Schaamte’, zegt hij daarover nu. Heinz had er wel met zijn vader over willen praten, zegt hij en schiet helemaal vol. Die was toen alleen al overleden.

Pierre Seel (1923), opgegroeid in het Franstalige deel van de Elzas, nam zich na de oorlog voor om nooit meer een Duitser de hand te schudden. Ook hij werd voor het leven getekend door de nazi’s. Geestelijk én lichamelijk. Daar heeft Pierre altijd over gezwegen, maar nu diept hij de pijnlijke details toch maar op. ‘Ik schaam me voor de mensheid’, voegt hij eraan toe. Het komt duidelijk vanuit zijn tenen. Het zijn hartverscheurende verhalen van mannen die bovendien de rest van hun leven een strafblad zouden hebben en ook nooit zijn erkend als slachtoffer van de nazi’s. Die gedachte maakt, bijna tachtig jaar na dato, nog altijd woedend.

De Beul Van Twente

AVROTROS

In die tijd wordt dierenmishandeling kennelijk nog beschouwd als een soort vandalisme. Een paard, schaap of geit is zo bezien niet meer dan het eigendom van een ander. En daar hoor je vanaf te blijven. In het najaar van 2000 wordt de omgeving van Enschede, die nog moet bijkomen van de Vuurwerkramp, echter opgeschrikt door allerlei gruwelijk gemolesteerde dieren. Het feit dat de dader ook hun geslachtsdelen afsnijdt duidt op een ernstige seksuele perversie.

En daardoor gaan de alarmbellen af in de regio Twente. Want een beetje crimekenner weet: elke seriemoordenaar is ooit begonnen met het mishandelen en verminken van dieren. ‘Het is niet ondenkbeeldig dat iemand op een gegeven moment overgaat op mensen’, stelt hoogleraar forensische psychologie Corine de Ruiter in De Beul Van Twente (118 min.) onderkoeld. Deze driedelige true crime-serie van Duco Coops, die onlangs een enigszins vergelijkbare productie over De Regenboogmoorden in het Kralingse Bos maakte, reconstrueert met direct betrokkenen de jarenlange jacht op de dierenbeul die zijn mes inderdaad ook in mensen zal gaan zetten.

De gemoederen op het Twentse platteland raken ondertussen behoorlijk verhit. Henk ten Napel, een boer uit Enschede, start bijvoorbeeld een burgerwacht als één van zijn paarden ernstig wordt mishandeld. ‘Dat was toch wel heel bijzonder’, herinnert hij zich nu, niet zonder trots en plezier. ‘Midden in de nacht. Echt iedereen met legerkleding aan en zo. Dat was wel heel bizar.’ Ten Napel is alleen zo vaak in de buurt als er een dier is toegetakeld dat hij zelf ook in beeld komt bij pers en politie. De Twent blijkt zelfs een cameraman te hebben ingehuurd om de activiteiten van zijn militie te documenteren. En nét als die erbij is, wordt er natuurlijk een dood dier aangetroffen.

Coops tekent de grimmige sfeer rond de misdrijven en de verknipte geest die daarachter schuilgaat op een typisch true crime-manier op: veel donkere, unheimische beelden, gebruik van slow-motion, dreigende geluiden en muziek en – natuurlijk – een politieprikbord met alle informatie die is verzameld over de vermoedelijke dader. Hij kan tevens putten uit correspondentie van ‘De Beul’, die met een vervormde stem is ingelezen en wordt omkleed met sinistere, in scène gezette beelden. ‘Als ik seksueel geprikkeld was ging ik in de buurt kijken naar plekken waar schapen liepen’, vertelt de engerd bijvoorbeeld. ‘Want de penis van een mens past in een ooi.’

Zou deze psychopaat misschien afkomstig kunnen zijn uit de nabijgelegen TBS-kliniek Oldenkotte in Rekken? vragen de verantwoordelijke rechercheurs zich al snel af. En als ze daadwerkelijk een serieuze verdachte in beeld krijgen, moeten ze nog afdoende bewijsmateriaal tegen hem verzamelen. Ruim twintig jaar na dato volgt deze duistere miniserie dat proces op de voet: hoe ze vanuit het botte geweld tegen dieren en enkele serieuze steekincidenten, die een man op een homo-ontmoetingsplaats in Enschede noodlottig wordt, in het hoofd van De Beul proberen te komen. En daar wil geen levend wezen – mens of dier – al te lang vertoeven.

De Regenboogmoorden

Prime Video

In het Kralingse Bos komt het begin jaren negentig tot een confrontatie tussen buurtbewoners en de ‘homotoeristen’ die daar mannenontmoetingsplaats bezoeken. Enkele bewoners, waaronder ‘de Robin Hood van Crooswijk’, zijn het spuugzat dat kinderen in het Rotterdamse bos zomaar kunnen worden geconfronteerd met vrijende mannen en voortdurend de schmutzige resten vinden van hun escapades, in de vorm van gebruikte condooms en tissues.

Binnen die gespannen situatie vindt een plaatselijk jongetje, dat dertig jaar later zijn verhaal doet in deze sterke driedelige serie van Duco Coops, op 3 juli 1993 een lijk in het Kralingse Bos. Theo van Lente blijkt met messteken om het leven te zijn gebracht. Volgens zijn vrouw ging hij elke woensdagavond trimmen. Ze heeft geen idee van het dubbelleven dat haar echtgenoot leidde. Drie maanden later wordt er opnieuw een ‘homofiel’, een term die destijds soms nog gewoon werd gebezigd, vermoord op de ontmoetingsplek. En ook in Den Haag vallen in diezelfde periode enkele mannen, waarvan de nabestaanden aan het woord komen, ten prooi aan excessief antihomogeweld.

De Regenboogmoorden (130 min.) roept overtuigend een tijd op, nog niet eens zo lang geleden, waarin homoseksualiteit regelmatig openlijk werd afgekeurd. Ook bij het Nederlandse politiekorps, dat verantwoordelijk was voor het onderzoek naar de moorden. Dat bleek sowieso een lastige klus: de bereidheid om een getuigenverklaring af te leggen was bij homo’s, zeker als ze nog stevig in de kast zaten, over het algemeen zeer beperkt. Het vertrouwen ontbrak dat de overheid er ook voor hen was als ze weer eens ‘viezerik’ waren genoemd of het slachtoffer dreigden te worden van potenrammen – of wat onderzoeker Henk van den Boogaard nu ‘vandalisme tegen mensen’ noemt.

Het pijnlijke gebrek aan kennis en sensitiviteit bij de toenmalige politie wordt ronduit bevestigd door Dick Snaterse, oud-medewerker van het Gay Team van de politie in Rotterdam, en de voormalige woordvoerders Ellie Lust en Klaas Wilting (die de hand ook nadrukkelijk in eigen boezem steekt). Agenten moesten in die tijd ook een enorme omslag in hun denken maken. Waar homoseksualiteit niet lang daarvoor nog strafbaar was en mannen die zich daar toch ‘schuldig’ aan maakten konden worden gearresteerd, daalde langzaam het besef in dat homoseksuelen min of meer gedwongen waren geweest om hun seksualiteit in het geniep te beleven en daarom moesten worden beschermd.

Met Henk Krol (oud-hoofdredacteur van de Gay Krant), Jan Willem Duyvendak (hoogleraar sociologie) en vertegenwoordigers van de Rotterdamse homoscene probeert Coops in De Regenboogmoorden verder het homofobe klimaat te duiden dat Nederland aan het einde van de twintigste eeuw nog altijd in zijn greep had. Het meest tastbaar wordt dat via het indringende relaas van een bezoeker van de Rotterdamse mannenontmoetingsplaats. Met veel gêne en emotie vertelt hij over een nachtelijk rendez-vous in het Kralingse Bos, waarbij hij door enkele mannen in elkaar werd geslagen. Door wie hij was belandde hij letterlijk in de hoek waar de klappen vallen.

De ‘homomoorden’ in het Kralingse Bos bleven intussen heel lang onopgelost. Totdat een speciaal opgericht coldcaseteam, waarvan de leiders ook uitgebreid aan het woord komen in deze miniserie, een poging ondernam om alsnog klaarheid in de zaken te brengen. De zoektocht naar de man die zijn diepgevoelde woede botvierde op bezoekers van de mannenontmoetingsplaats wordt echter nooit meer dan een zijlijn in deze serie. De Regenboogmoorden wil, ondanks die smeuïge titel, helemaal geen reguliere true crime-productie worden. Regisseur Duco Coops documenteert uiteindelijk toch liever een pijnlijk hoofdstuk uit de recente Nederlandse homohistorie.

De Regenboogmoorden wordt daarmee een soort zusterserie van de onlangs verschenen Amerikaanse vierdelige documentaire Last Call. De twee producties kunnen tevens worden opgevat als een waarschuwing. Want zo’n dertig jaar later lijkt homoseksualiteit weliswaar breed geaccepteerd, maar voelen LHBTIQ+’ers zich nog altijd – en met reden, blijkt regelmatig – niet overal even veilig.

Last Call

HBO Max

De term ‘overkill’ vat het treffend samen. De slachtoffers van de onbekende moordenaar blijken begin jaren negentig niet zomaar gedood. Ze zijn afgeslacht, in stukken gezaagd en langs de kant van de weg gedumpt. Dat kan beslist niet los gezien worden van hun seksuele geaardheid. De killer die actief is in de omgeving van New York koestert duidelijk een diepgevoelde haat tegen homoseksuelen.

Daarmee is hij in zekere zin een product van zijn tijd en omgeving. Hoewel New York in die jaren een levendige gayscene heeft, wordt homoseksualiteit in de Verenigde Staten bepaald niet overal geaccepteerd. Homofobie is er aan de orde van de dag. Mannen zoals Thomas Mulcahy en Peter Anderson blijven dus noodgedwongen hun hele leven in de kast en leven ogenschijnlijk een braaf burgermansbestaan. Totdat ze in het uitgaansleven, waarschijnlijk nét voor sluitingstijd, de verkeerde persoon tegen het lijf lopen.

Via de zoektocht naar deze seriemoordenaar belicht de vierdelige serie Last Call (215 min.) van Anthony Caronna en Howard Gertler het onverdraagzame klimaat waarbinnen de LHBTIQ+-beweging, die ook al is geconfronteerd met de AIDS-epidemie, zich eind twintigste eeuw staande moet houden en de impact van de moorden op hun dagelijks leven. Strijdbare belangengroepen zoals het New York City Anti-Violence Project eisen serieuze actie tegen het gruwelijke geweld dat in hun gemeenschap wordt aangericht.

Want erg veel prioriteit lijkt de NYPD in eerste instantie niet te geven aan de ‘pick up crimes’ van de zogenaamde Last Call Killer. Het gaat tenslotte om homoseksuele mannen die zich willens en wetens, op zoek naar seks en vertier, in het gaycircuit hebben begeven. Die houding doet denken aan de attitude van de Rotterdamse politie als er begin jaren negentig enkele homoseksuele mannen worden vermoord in het Kralingse Bos (waarover onlangs ook de thematisch verwante serie De Regenboogmoorden is uitgebracht).

Last Call legt de nadruk op de slachtoffers, hun nabestaanden en de angst binnen de queer-gemeenschap en vermijdt al te nadrukkelijke ‘seriemoordenaarsporno’. Pas in de slotaflevering van deze indringende serie, die getuige recente geweldsincidenten tegen homo’s en transmensen nog altijd actueel is, komt er een verdachte in beeld. Naar zijn motief blijft het gissen. Zou het een vorm van ‘gay panic’, de blinde razernij die bepaalde mannen overvalt als een andere man avances maakt, kunnen zijn? Of toch zoiets elementairs als zelfhaat?

Eldorado: Alles, Was Die Nazis Hassen

Netflix

Hun levenspaden kruisen elkaar aan het einde van de jaren twintig in de queerclub Eldorado te Berlijn. Magnus Hirschfeld, een Joodse seksuoloog die het Institut für Sexualwissenschaft heeft opgericht en actief homoseksuelen en transmensen ondersteunt. Ernst Röhm, een vertrouweling van Hitler, die de paramilitaire Sturmabteiling (SA) van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij leidt. Hij is homoseksueel en probeert dat zoveel mogelijk geheim te houden, maar zal uiteindelijk toch in opspraak raken. Toptennisser Gottfried von Cramm is getrouwd, maar wordt verliefd op een man, de Joodse acteur en theatermaker Manasse Herbst. Von Cramms vrouw Lisa heeft intussen avontuurtjes met andere vrouwen. En de Joods-Amerikaans intellectueel Charlotte Charlaque en haar grote liefde, de kunstenares Toni Ebel, behoren tot de allereerste mensen die een genderbevestigende operatie ondergaan. En de transvrouwen overleven deze experimentele behandeling nog ook.

In de historische documentaire Eldorado: Alles, Was Die Nazis Hassen (92 min.) van Benjamin Cantu, waarvoor Matt Lambert gedramatiseerde scènes heeft geregisseerd waarmee de atmosfeer in Duitsland en de Berlijnse nachtclub wordt opgeroepen, is een filmpje te zien van Charlotte, Toni en een andere transvrouw, Dorchen Richter. Het zijn unieke beelden, van meerdere transpersonen tegelijk. Ze ogen vrolijk en tevreden. Hoewel homoseksualiteit in die tijd nog verboden is, op straffe van een gevangenisstraf, kunnen de drie met een speciale ‘transpas’ gaan en staan waar ze willen. Intussen grijpen de nazi’s echter langzamerhand de macht in het land om hen heen. Vlak voor Hitlers machtsovername in 1933 sluit Eldorado definitief de deuren en verliest de LHBTIQ+-gemeenschap een belangrijke ontmoetingsplaats. En ook de ‘Schwulen’ zullen niet ontsnappen aan het streven van de nationaalsocialisten om Het Derde Rijk te zuiveren van moreel verderfelijke burgers en hun gedrag.

Van de vrijheid-blijheid die Berlijn enkele jaren heeft gekenmerkt is al snel helemaal niets meer over. Ernst Röhms grote rivaal Heinrich Himmler ziet zijn kans schoon en onderneemt een serieuze poging om homoseksualiteit uit te roeien. ‘Het is een smet op alles wat er is bereikt en tast het fundament aan’, stelt de leider van de beruchte SS. ‘Alleen mensen met veel kinderen mogen aan de macht komen en de wereld overheersen. Homoseksualiteit moet koste wat het kost bestreden worden. Anders is het Germaanse rijk ten dode opgeschreven.’ Het blijkt de aanzet tot een donkere periode. Die wordt in deze krachtige film, een soort vervolg op de klassieker Paragraph 175, met diverse deskundigen en enkele getuigen trefzeker opgeroepen. De zogenaamde ‘roze lijsten’ met praktiserende homoseksuelen, waar eerder nog weinig mee werd gedaan, belanden nu op het bureau van de Gestapo. Die begint hen verbeten te vervolgen.

Deze jaren zullen een zware wissel trekken op de levens van markante karakters zoals Charlotte Charlaque en Toni Ebel, Magnus Hirschfeld, de Von Cramms en ook Ernst Röhm. En na de Tweede Wereldoorlog, die in deze documentaire nu eens vanuit een zwartomrand roze perspectief is belicht, wordt het klimaat voor LHBTIQ+’ers eigenlijk verrassend weinig beter. Daarvan gaat meteen een dringende waarschuwing uit: de vrijheid en veiligheid die nu vanzelfsprekend lijkt is uiterst fragiel en kan morgen worden ingeruild voor onverdraagzaamheid en repressie.

Zon In de Nacht

VPRO

In een gesprek met haar overleden grootvader probeert filmmaakster Anne Vaandrager vat te krijgen op haar familiegeschiedenis. ‘Heb ik een graf?’ wil hij weten. ‘Nee’, antwoordt zij resoluut. ‘Oh, jammer’, klinkt opa Cees, alias acteur Eelco Smits, enigszins verrast. ‘Ik besta niet meer?’ Terwijl in beeld een golvende zee is te zien, blijft Anne onverbiddelijk: ‘Nee. Volgens mij ben jij uitgestrooid over zee.’

Via scènes uit het huwelijk van haar opa Cees en oma Ursula, gespeeld door Smits en Nazmiye Oral, probeert Vaandrager een gesprek uit te lokken met hun zoon, haar eigen vader Kees. Want over dat verleden, haar grootvader in het bijzonder, wordt nauwelijks gesproken in de familie. Dat zit haar dwars: de schaamte van haar vader is haar eigen schaamte geworden, constateert ze gefrustreerd. Die wil ze kwijt.

Voor de korte documentaire Zon In De Nacht (27 min.) heeft ze letterlijk een decor geconstrueerd waarbinnen de olifant in de kamer eindelijk eens kan worden benoemd. Ze heeft zelf wat op haar lever, maar wil ook haar vader en oudtante Ineke, de zus van opa Cees, eens goed (uit)horen. Over het ophouden van de schone schijn en de disfunctionele familiedynamiek die daardoor aan het zicht moest worden onttrokken.

De acteurs mengen zich, al dan niet geregisseerd door Anne Vaandrager, ook nog in die conversatie. Zodat alle familieleden uiteindelijk het achterste van hun tong moeten laten zien – en hun tranen de vrije loop kunnen laten. Zo helpt de gecontroleerde setting, een bedachte en theatrale vorm, eenieder om oprechte emoties te tonen. Die waren anders, al blijft dat natuurlijk altijd koffiedik kijken, wellicht binnengehouden.

George Michael – Portrait Of An Artist

Channel 4

Dit is hoe je een postuum portret van een tot de verbeelding sprekende artiest dus niet maakt.

George Michael (1963-2016), de Britse popzanger die in de jaren tachtig een tieneridool werd met Wham!, daarna een al even succesvolle solocarrière opbouwde en de allerlaatste sceptici voor zich won tijdens het Freddie Mercury Tribute Concert For AIDS Awareness in 1992, waar hij, zowat als enige, het stembereik van de Queen-zanger leek aan te kunnen. Zo’n man, een sekssymbool bovendien dat stiekem worstelde met zijn eigen seksualiteit, verdient een documentaire die zijn kunst recht doet en een oprechte poging onderneemt om achter het gordijn te komen.

Géén film die al dat fraaie beeld- en geluidsmateriaal – tv-interviews, videoclips, concerten, B-roll en media-optredens – helemaal kapotsnijdt, ten faveure van een hele stoet, al even vlot gemonteerde pratende hoofden; van lieden uit zijn periferie (tourmanagers, bandleden en geluidstechnici) en collega-artiesten (Stevie Wonder, Rufus Wainwright en Sananda Maitreya, alias Terence Trent D’Arby) tot de onvermijdelijke beroemdheden (Piers Morgan, Paul Gambaccini en Stephen Fry) en biografen, journalisten, homoactivisten, psychologen en andere ‘kenners’.

Met gezwinde spoed stiefelt Simon Napier-Bell, die zijn sporen ooit verdiende als bandmanager van groepen als The Yardbirds, T. Rex en Wham! (!), in George Michael – Portrait Of An Artist (94 min.) chronologisch door het leven en carrière van de zanger, die op slechts 53-jarige leeftijd overleed. Deze turbulente halve eeuw heeft meer dan voldoende euforie, drama en muziek opgeleverd voor ruim negentig minuten kijkvoer. Dat de film tot het tragische einde blijft boeien is evenwel volledig op het conto te schrijven van het vat vol tegenstrijdigheden genaamd Georgios Kyriacos Panayiotou.

Zijn creativiteit, ego, idealisme, ambitie, twijfel, drugsgebruik, provocaties, aandachtshonger en depressies máken deze documentaire. En dan moeten we Napier-Bell maar vergeven dat hij die dichtsmeert met ‘sfeermuziek’, de enige persoon die écht dichtbij Michael stond (zijn voormalige vriend Kenny Goss) wel héél weinig speeltijd geeft en citaten van vooraanstaande figuren zoals Jean-Paul Sartre, Jackson Pollock en Vladimir Nabokov gebruikt om elk hoofdstuk in te leiden. Want dat is dus niet hoe je een postuum portret van een tot de verbeelding sprekende artiest maakt.

George Michael had zelf overigens ook uitgesproken ideeën over hoe een film over zijn leven en carrière eruit zou moeten zien. Die werd in 2017, eveneens postuum, wereldwijd uitgebracht: George Michael: Freedom

Conversations With A Killer: The Jeffrey Dahmer Tapes

Netflix

De documentaire als bijsluiter voor een op ware gebeurtenissen gebaseerde dramaproductie. Is het (meer dan) een doorzichtige poging om het momentum rond een nieuwe titel te verlengen? Bij Netflix lijkt er in elk geval sprake van een voorzichtige trend. Thai Cave Rescue werd bijvoorbeeld vergezeld door The Trapped 13: How We Survived The Thai Cave. Bij Blonde hoort The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes. En Extremely Wicked, Shockingly Evil And Vile heeft als ‘companion documentaryConversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes.

En dat laatste trucje was blijkbaar voor herhaling vatbaar. Want enkele weken na de omstreden serie Dahmer – waartegen slachtoffers van de Amerikaanse seriemoordenaar onlangs luidkeels protesteerden omdat ze van mening zijn dat hun persoonlijke leed, opnieuw, wordt geëxploiteerd voor een ‘lekker’ smeuïge true crime-productie – volgt Conversations With A Killer: The Jeffrey Dahmer Tapes (180 min.). Daarbij kun je natuurlijk dezelfde bedenkingen hebben: is het werkelijk nodig om alle gruweldaden van de gestoorde killer wederom op te rakelen?

Dat is beslist een relevante vraag, waarop schrijver dezes – veelpleger, als het gaat om het bekijken van misdaaddocu’s – het antwoord ook even schuldig moet blijven. En doet het er dan toe dat de driedelige serie van Joe Berlinger, een maker met een aanzienlijk true crime-strafblad (behalve de Conversations With A Killer-series over Bundy en John Wayne Gacy ook de Paradise Lost-trilogie, Cold Blooded: The Clutter Family Murders en de franchise Crime Scene), zeer kundig is gemaakt en de wereld van de psychopaat, met behulp van 32 uur opnames van gesprekken die hij tussen juli en oktober 1991 had met zijn advocate Wendy Patrickus, overtuigend oproept?

De nadruk ligt wel volledig bij Jeffrey Dahmers duistere geest en zijn huiveringwekkende daden. De slachtoffers, veelal jonge homoseksuele mannen van kleur, worden nooit meer dan pionnen in het Duivelse spel van – opgepast: schokkende seriemoordenaarsnaam op komst! – ‘The Milwaukee Cannibal’. Net zoals ze dat voor hemzelf waren als hij in zijn donkerste ‘Exorcist’-modus kwam. En ook voor al die voormalige politiemensen, advocaten en psychiaters, die steeds blijven opdraven in dit soort horrorverhalen en daar bijna een carrière aan hebben overgehouden, lijken ze soms een soort ‘materiaal’ geworden, personages in het signatuurverhaal van hun (professionele) leven.

Een gruwelijke geschiedenis rond een bijzonder kwetsbare groep Amerikaanse jongens/mannen, die destijds het HIV-virus op afstand moest zien te houden en die in de publieke ruimte nauwelijks werd beschermd door de politie, wordt zo, met al z’n ongelooflijke ontwikkelingen en gore details, op een verwrongen manier ‘sexy’ gemaakt. Net als de omstreden serie Dahmer dus: kijkvoer om bij weg te kijken of blijven. Dat wil alleen – de menselijke geest, ook de mijne, is nu eenmaal zwak – niet helemaal lukken.

For Heaven’s Sake

Ziggo

De 31-jarige Harold Heaven vertrok in het weekend van 27 oktober uit zijn afgelegen hut en werd daarna nooit meer gezien. Het is een kwestie die de Canadese familie Heaven uit Haliburton County, Ontario, al geruime tijd bezighoudt: wat zou er toch met hem zijn gebeurd? Een familielid, de nerdy acteur/comedian Mike Mildon, en zijn doortastende vriend Jackson Rowe, twee ontzettende true crime-fans, besluiten om de cold case – zeg maar gerust: icecold case! – te gaan onderzoeken voor hun eigen epische misdaadklassieker: de achtdelige docuserie For Heaven’s Sake (244 min.), geregisseerd door Tim Johnson.

Één ding weet het olijke duo zeker: Harold Heaven zelf zullen ze niet meer vinden. Hij verdween immers al in 1934 en zou inmiddels zo’n 115 jaar oud zijn. En al zijn vrienden, mogelijke getuigen en potentiële verdachten zijn natuurlijk ook allang kassiewijlen. Mike en Jackson zijn voor hun kansloze missie (?) dus aangewezen op het originele politieonderzoek én op de Heaven-familie. Want die brengt al generaties lang amateurdetectives voort, op wie de verdwijning van Harold een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefent. En één ding weten die dan weer zeker: hun excentrieke (oud-)oudoom stierf beslist geen natuurlijke dood.

De twee speurneuzen lopen in elke aflevering een andere onderzoekspiste af: van zelfdoding en criminele wegwerkers tot boze buurmannen en ontvoering door buitenaardse wezens. Intussen diepen ze allerlei bewijsmateriaal op, doen hoogstpersoonlijk onderzoek, laten enkele cruciale gebeurtenissen naspelen en tuigen natuurlijk een heus true crime-overzichtsbord met verdachten, motieven en dwarsverbanden op. Wat lijkt te beginnen als een uit de hand gelopen grap krijgt gaandeweg een serieuzer karakter. Met hun zoektocht krijgen Mike en Jackson daadwerkelijk het nodige boven tafel en slagen ze er ook in om de wereld van die ene verdwenen man op te roepen.

Een wereld waarin wel eens geen plek zou kunnen zijn geweest voor een ‘zonderling’ zoals Harold Heaven. En hoewel deze slimme true crime-pastiche zowaar nog best spannend wordt ook, ontleent For Heaven’s Sake, lekker laconiek verteld en met veel melige humor, z’n bestaansrecht toch vooral aan zijn bijzondere positionering: op het kruispunt van familiemythe, lokale geschiedschrijving en ‘urban legend’. Waar de jacht, zoals dat gaat in dit soort amateurdetective-producties, bijna altijd mooier is dan de vangst…

Larry Kramer In Love & Anger

HBO Max

Staand bij het katheder lijkt hij even in gedachten verzonken. En dan ineens begint Larry Kramer (1935-2020) aan zo’n kenmerkende tirade over het HIV-virus, dat in de voorgaande jaren een ravage heeft veroorzaakt in zijn gemeenschap. ‘De pest’, roept hij. ‘De pest is hier uitgebroken.’ Het is september 1991. Kramer kijkt woest de zaal in en herhaalt nog maar eens. ‘De pest. Veertig miljoen besmette mensen. Het is een plaag en niemand durft het toe te geven.’ De Amerikaanse schrijver en AIDS-activist sluit zijn speech uiteindelijk in stilte af. En met een hele diepe zucht.

In Larry Kramer In Love & Anger (81 min.) gaat regisseur Jean Carlomusto terug naar de oorsprong van de woede van haar hoofdpersoon. Ze belandt bij diens onverdraagzame vader en komt via een ongelukkige studietijd en korte, heftige periode als scenarioschrijver in Hollywood uit bij Kramers controversiële debuutroman Faggots (1978). Daarin stelt hij de preoccupatie met seks in de gaywereld aan de kaak. ‘Ik ben boos op mezelf en m’n vrienden, maar uiteindelijk mag je doen wat je wilt’, zegt hij daarover tijdens een televisie-interview met homoactivist Vito Russo. ‘Ga daarna alleen niet klagen dat alles tegenvalt.’ Hij specificeert: ‘Het leven is geen makkie en een relatie ook niet, maar er wacht je een mooie beloning als je iets verder kijkt dan het orgasme.’

En dan wordt de wereld, die hij van binnenuit keihard heeft aangepakt, begin jaren tachtig ineens overvallen door een ziekte die ‘homokanker’ wordt genoemd. In eerste instantie is er in de Verenigde Staten weinig aandacht voor het HIV-virus en de verpletterende gevolgen daarvan. Niet gek volgens Larry Kramer, die zoals gebruikelijk van zijn hart nooit een moordkuil maakt. ‘De patiënten zijn flikkers, nikkers, latino’s, junkies en hoeren. Daarom!’ Toch geeft AIDS hem ook de gelegenheid om ‘hate to say I told you so’ te zeggen. Kramer houdt staande dat iemands geaardheid méér is dan zijn of haar geslachtsdeel. Die boodschap wordt alleen zeer wisselend ontvangen binnen de homowereld: als een broodnodige wake-up call of juist als een pijnlijke expressie van zelfhaat.

Die tweespalt is exemplarisch voor Larry Kramers positie in zijn eigen gemeenschap, zo laat dit portret uit 2015 treffend zien. Met zijn eloquentie en drift wint hij harten, maar veroorzaakt hij ook deining en ongemak. Befaamd zijn z’n aanvallen op Ed Koch, de burgemeester van New York waarover wordt gefluisterd dat hij zelf homoseksueel was, en zijn aanvaringen met immunoloog Anthony Fauci, de overheidsfunctionaris die later ook het gezicht zou worden van Amerika’s respons op het Coronavirus. De gayactivist spoorde hem op alle mogelijke manieren aan om in actie te komen. Ruim dertig later kijkt Fauci niettemin met waardering terug op Kramers rol. En die is op zijn beurt ook mild over de man die uiteindelijk een succesvol AIDS-beleid ontwikkelde.

Toen deze documentaire werd gefilmd, was Larry Kramer inmiddels een broze, oude man geworden. Hij lag in het ziekenhuis om te herstellen van een levertransplantatie en was nauwelijks nog te herkennen als de militante activist die zowel mede- als tegenstanders de stuipen op het lijf kon jagen. Larry Kramer In Love & Anger is desondanks een passend eerbetoon aan een man die zijn eigen strijd werd en zo, met het nodige kunst- en vliegwerk, de wereld een heel klein beetje beter maakte.

Dilemma’s Van Dokters: Wie Krijgt Een Kind?

KRO-NCRV

Kan het, mag het en willen we het? Dat zijn de elementaire vragen die bij gynaecoloog Marieke Schoonenberg aan de orde van de dag zijn. In haar vruchtbaarheidskliniek krijgt de Brabantse arts te maken met allerlei verschillende wensouders. Zelf kent ze de bijbehorende thematiek van binnenuit: met haar echtgenote had Schoonenberg zelf ook een kinderwens. Inmiddels zijn ze de trotse ouders van drie bloedjes van kinderen.

Toch weegt de verantwoordelijkheid soms zwaar op de fertiliteitsarts, getuige de driedelige serie Dilemma’s Van Dokters: Wie Krijgt Een Kind? (120 min.): wie is zij om voor een ander te beslissen of die een kind mag krijgen? In het geval van de fanatieke vlogger Annick is dat bijvoorbeeld een confronterende vraag. Nog niet zo lang geleden overwoog de alleenstaande vrouw uit Best om uit het leven te stappen.

Als de beslissing om iemand de kans te gunnen om ouder te worden eenmaal positief is beantwoord, dienen de volgende vragen zich alweer aan: eigen donor of bankdonor? Met andere woorden: een bekende als ‘vader’ of sperma van onbekende oorsprong? Melissa en Dyonne kiezen voor het laatste en willen tevens gaan voor Shared Lesbian Motherhood. Het eitje van de één wordt geplaatst in de buik van de ander.

Zo brengt deze serie van Els van Driel en Miranda Grit via enkele concrete casussen een grotere thematiek in beeld. Dat gebeurt op een manier die we inmiddels kennen van series als Schuldig, Stuk en – onlangs – Leven In Limbo. Via een betrokken verteller, in dit geval actrice Olga Zuiderhoek, proberen de makers in het hoofd en hart te kruipen van enkele tot de verbeelding sprekende hoofdpersonen, die van zeer dichtbij worden geportretteerd.

Dave en Jan Willem willen bijvoorbeeld dolgraag een kind. Dave’s veertigjarige zus is ook bereid om voor een eitje te zorgen, maar is zij eigenlijk niet te oud? En wie gaat er dan de zwangerschap verzorgen? Zonder draagmoeder stokt het proces. Mirjam wil dan weer met zaad van haar man Gerben de eicel van een vriendin bevruchten, die daarna wordt ingebracht bij een draagmoeder. Zo hopen ze ‘met zijn vieren’ een kind te krijgen.

Het zijn heel persoonlijke kwesties die elk hun eigen dilemma’s meebrengen, zeker ook voor de begeleidende artsen. Zij moeten regelmatig, zoals Marieke Schoonenberg ‘t uitdrukt, een ‘middenweg vinden tussen duidelijkheid en botheid’. Om haar blik te verbreden steekt ze in de afsluitende aflevering met een collega haar licht op in Engeland, waar de twee spreken met een vrouw die een draagmoederbank runt en een alleenstaande man die een kind wilde.

Die verhaallijn, die voor nadere verdieping zorgt, haalt de focus wel een heel klein beetje weg bij dat exemplarische groepje Nederlanders met een (onvervulde) kinderwens en de artsen die hen terzijde staan – op de grens van wat kan, mag en gewenst is – waaraan deze geslaagde miniserie uiteindelijk zijn zeggingskracht ontleent.

Ryan Is Zwanger

BNNVARA

Afgaande op de openingsscène van deze documentaire, waarin Ryan Ramharak en David Paul Ramharak-Peters in het huwelijk treden, zou je als kijker nog kunnen denken dat deze film gaat over een regulier homokoppel met een kinderwens. Al snel wordt echter duidelijk, via vlogs van de twee hoofdpersonen, dat Ryan net is gestopt met het nemen van testosteron en zwanger wil worden.

Want Ryan was ooit een vrouw, maakte daarna de transitie naar man en moet nu in zekere zin weer de weg terug nemen om een kind te kunnen krijgen. Hoewel de baard en lage stem gewoon kunnen blijven, zorgt die keuze ook voor twijfel en ongemak. ‘Ik vind het jammer dat ik geen borstvoeding kan geven’, zegt Ryan nadat-ie een aflevering van de documentaireserie Babies heeft gekeken. ‘Tegelijkertijd weet ik ook meteen dat ik absoluut geen borsten zou willen.’

Ryan Is Zwanger (55 min.), een tv-film van Özgür Canel, is daarmee een Nederlandse variant op Jeanie Finlays spraakmakende documentaire Seahorse: The Dad Who Gave Birth, waarin een Britse transman wordt geportretteerd die in verwachting is. En net als bij die productie zijn de reacties na afloop voorspelbaar: een deel van de kijkers reageert geshockeerd, de rest viert de voortgaande emancipatie van transmensen en constateert tegelijkertijd dat er nog een wereld is te winnen.

Canel behoort duidelijk tot de tweede categorie en voelt als filmmaker ook niet de behoefte of noodzaak om Ryan en David kritisch te bevragen. Het koppel verbaast zich er bijvoorbeeld over dat op Ryans paspoort geen X mag worden vermeld als geslacht, probeert zwangerschapsverlof te regelen voor de aanstaande ouder (hoewel die ‘als M in het systeem staat’) en besluit hun kind een genderneutrale naam te geven (Ravi) en ook niet op te zadelen met een geslacht.

Davids moeder Nel vindt dat laatste wel lastig. ‘Want de eerste vraag die komt is: goh, is het een jongen of een meisje?’ David: ‘En dan zeg je: doet er niet toe.’ Zo koerst het stel in deze geheel bijdetijdse documentaire op eigen voorwaarden – indachtig het motto dat op Ryans arm is getatoeëerd: buiten de lijntjes is zoveel meer ruimte – af op wat een zo normaal mogelijke bevalling moet worden.

De Roze Supporters

KRO-NCRV

Terwijl er op het veld (officieel) nog altijd geen homoseksuele speler rondloopt, vullen de tribunes bij het Nederlandse betaald voetbal zich heel voorzichtig met LHBTIQ+-supporters. In Den Haag zorgt de supportersvereniging De Roze Règâhs al een jaar of acht voor een tolerantere atmosfeer in het stadion. Volgens voorzitter (en oud-hooligan) Maron Pots worden er bij ADO tegenwoordig een stuk minder homo-onvriendelijke slogans gescandeerd.

Ook enkele Feyenoord-supporters zijn van zins om een speciale fanclub op te richten. Zodat er voortaan een bijgewerkte versie van het befaamde clublied van de tribunes schalt: ‘Hand in hand, tegen homofobie’. Zover is het echter nog lang niet. De officiële oprichting van Roze Kameraden komt voorzitter Paul van Dorst op ernstige bedreigingen te staan. Zelfs zijn sportschool wordt doelwit van homofobe hooligans. En de club Feyenoord laat intussen nauwelijks van zich horen.

De vierdelige serie De Roze Supporters (172 min.) belicht deze en andere pogingen van LHBTIQ+-supporters in de rest van het land om, zoals de voormalige Haagse wethouder Rabin Baldewsingh het treffend uitdrukt, gewoon ‘erbij te horen’. In Duitsland is dat volstrekt normaal, toont deze fijne docuserie van Marieke Slinkert, waarvoor Klaas van Kruistum de voice-over verzorgt. Elke zichzelf respecterende Bundesliga-club heeft een roze supportersgroep. En in stadions hangt een inclusieve sfeer.

Elders in Europa hebben homoseksuelen – niet alleen de voetbalsupporters – het soms zwaar. Zo vertrekken de rivalen uit Den Haag en Rotterdam in de zomer van 2021 bijvoorbeeld gezamenlijk naar Boedapest om daar tijdens het Europees Kampioenschap het Nederlands elftal te ondersteunen. Hongarije heeft dan net anti-homowetgeving aangenomen en zit dus bepaald niet te wachten op Oranje-fans met ‘Gay is oké’-shirts of regenboogkleding. Maar die willen toch echt het stadion in…

De Roze Supporters brengt zo van binnenuit de emancipatie van LGBTIQ+-supporters in beeld. Hoewel de situatie, met name bij Feyenoord, soms echt een grimmig karakter krijgt, blijft de grondtoon van deze empowerment-serie positief: die inclusieve voetbalwereld gaat er komen. Hoe dan ook. Of, zoals opper-Roze Règâh Maron Pots het kort en bondig samenvat: ‘Heel Nederland zal moeten toegeven dat het betaalde voetbal gezelliger is met LHBT-mensen op de tribune.’

En dan, zou je zeggen, volgen de homoseksuele spelers vanzelf. Zodat ‘ons voetbal’, indachtig de officiële KNVB-slogan, gaandeweg écht van iedereen wordt.

De Roze Supporters is hier te bekijken.

The Andy Warhol Diaries

Netflix

Een man, een kunstenaar, een genie, een mythe, een personage, een evenement zelfs. Andy Warhol (1928-1987), één van de bekendste kunstenaars van de twintigste eeuw, laat zich in deze serie niet zomaar in één enkele omschrijving vangen. ‘Andy Warhols belangrijkste kunstwerk is Andy Warhol’, stelt kunstkenner Jeffrey Deitch. ‘Hij is een perfect voorbeeld van de kunstenaar als kunst. Hij valt daarmee in dezelfde categorie als Gertrude Stein, Salvador Dali en Oscar Wilde.’

De Andy Warhol van The Andy Warhol Diaries (398 min.) is een man die het al lang en breed heeft gemaakt. De zesdelige docuserie is opgebouwd rond fragmenten uit een dagboek dat hij sinds 24 november 1976 bijhield en dat in 1989, twee jaar na zijn dood, onder redactie van zijn persoonlijke assistent Pat Hackett (aan wie hij het ook dicteerde) werd uitgebracht. Regisseur Andrew Rossi heeft Warhols stem met behulp van Artificial Intelligence gekloond en acteur Bill Irwin vervolgens de teksten laten inspreken. Die techniek is omstreden, maar lijkt in dit geval, ook gezien Warhols eigen kopieerkunst, zeker te billijken en zorgt bovendien voor een ongefilterde kijk in het hoofd en hart van een man, die doorgaans niet gemakkelijk in zijn ziel liet kijken.

Aan het woord komen verder Jay Johnson (de tweelingbroer van Andy’s eerste serieuze liefde Jed Johnson), Jay Gould (de tweelingbroer van Andy’s tweede serieuze liefde Jon Gould), vrienden, medewerkers, collega’s, kunstkenners en een flinke parade van sterren, die elk op hun eigen manier hun door Warhol voorspelde ’15 minutes of fame’ hebben geconsumeerd: Debbie Harry, Rob Lowe, John Waters, Julian Schnabel, Mariel Hemingway, Fab 5 Freddy en Jerry Hall. Zij kenschetsen hem als een man die zich van jongs af aan schaamt voor zijn uiterlijk, voordoet als aseksueel en – hoewel hij nooit écht uit de kast is gekomen – graag omringt met mooie jonge mannen. Een man ook waarbij de AIDS-crisis flink zal huishouden.

Behalve zijn relationele leven belichten zij tevens de artistieke ontwikkeling van Warhol. Daarbij ligt de nadruk op zijn latere carrière als hij allang zijn eigen merk is geworden, zich meer en meer als een typische celebrity gaat gedragen en tegelijkertijd steeds minder serieus wordt genomen binnen de kunstscene. Warhols formatieve jaren, inclusief daarmee verbonden begrippen zoals popart, The Factory en The Velvet Underground, worden slechts in de kantlijn behandeld. In plaats daarvan is er uitgebreid aandacht voor zijn rol als beschermheer voor een nieuwe generatie (straat)kunstenaars zoals Keith Haring en met name Jean-Michel Basquiat, met wie hij een win-winrelatie ontwikkelt die gaandeweg toch helemaal spaak loopt.

En dan nadert Andy Warhols oneindige ‘feest’ plotseling toch zijn eind, na een tragisch verlopen galblaasoperatie. Op één van de laatste schilderijen die hij maakt staat de tekst: heaven and hell are just one breath away! Als hij die laatste adem uitblaast, halverwege de laatste aflevering, heeft de kijker beslist een relatie opgebouwd met deze ‘mechanische voyeur’ uit een andere tijd, die als één van de allereerste influencers (en een eigenzinnige beschouwer van de bijbehorende cultuur) kan worden beschouwd. Ook al heeft diezelfde kijker, net als Warhols tijdgenoten, tegelijk nooit helemaal vat gekregen op de man, de kunstenaar, het genie, de mythe, het personage en het evenement Andy Warhol.