51 Birch Street

Copacetic Pictures

Als Mina, de moeder van filmmaker Doug Block, plotseling overlijdt, komt zijn 83-jarige vader Mike er na ruim vijftig jaar huwelijk ineens alleen voor te staan. Doug zoekt de man, met wie hij nooit een hechte band heeft gekregen, op voor wat tamelijk ongemakkelijke ontmoetingen zullen worden. Pas na het nodige aftasten komen ze, heel voorzichtig, wat dichter bij elkaar.

En dan, slechts drie maanden na de dood van zijn vrouw, schokt Mike de hele familie. Hij zoekt zijn voormalige secretaresse Kitty, die hij ruim dertig jaar niet heeft gezien, weer op en is binnen de kortste keren getrouwd met haar. Als de twee op de bruiloft verliefd dansen op ‘hun’ nummer Only You – die titel alleen al! – moeten zijn drie volwassen kinderen het nodige ongemak wegslikken.

En wat doet een filmmaker in zo’n geval? Hij laat zijn camera draaien. Wat ooit, ruim vóór het overlijden van Mina, is gestart als het voor privédoeleinden vereeuwigen van zijn vader en moeder, wordt in 2005 een serieuze documentaire: 51 Birch Street (88 min.), een persoonlijke film over het leven van zijn ouders, twee mensen die jong verliefd werd en daarna veroordeeld bleven tot elkaar.

Als Mike besluit om bij Kitty in Florida in te trekken, moet Blocks ouderlijk huis in Port Washington, New York, ontmanteld worden. Een prima gelegenheid voor Doug om samen met zijn vader en zussen Ellen en Karen de balans van dat huwelijk op te maken. Al is Mike in eerste instantie een onwillige gesprekspartner. Spreek alleen goeds over het verleden en de doden, houdt hij zijn zoon voor.

Op Dougs video-opnamen is zijn echtgenote, die in Mike’s ogen vastzat in ‘fantasieliefde’, intussen een stuk uitgesprokener. ‘Als een vrouw van mijn generatie niet trouwde’, zegt Mina, ‘dan was ze in feite dood.’ Mike zit naast haar, luistert mee en denkt er duidelijk het zijne van. Haar echtgenoot is in elk geval, stelt Mina even later, ‘a hell of a lot better than most men of my generation that I know’.

En met dat ‘compliment’ heeft hij ‘t moeten doen, constateert Mike, inmiddels getrouwd met Kitty, nu berustend. Meer zat er niet in. ‘Ze hield zoveel van mij als ze van iemand kon houden.’ En die constatering doet Doug Block ook over zijn eigen huwelijk nadenken – en over zijn bijbaan als bruiloftsfotograaf. Wat doen relaties met mensen? Hoe houd je ze gezond? En wat als dat niet lukt?

In de zoektocht naar zijn ouders wordt Block intussen met een serieus dilemma geconfronteerd. Tijdens het opruimen van z’n ouderlijk huis treft hij persoonlijke dagboeken van zijn moeder aan. Mag hij die als zoon inzien en dan ook nog gebruiken als filmmaker? Hij legt de vraag voor aan een vriendin van Mina. Wat zou zij gewild hebben? En: wil je als kind werkelijk alles weten van je eigen ouders?

Met alles wat hem ter beschikking staat construeert Doug Block zo z’n film: een aangrijpend portret van zijn ouders, die net als de meeste mannen en vrouwen van hun generatie vastzaten in hun rol. En een prikkelende exegese van het huwelijk en relaties in het algemeen. En zoals dat gaat bij egodocu’s, maakt de hoofdpersoon zelf ook nog een ontwikkeling door: Doug bouwt een band op met z’n vader.

They Called Him Mostly Harmless

HBO Max

Kun je worden gevonden en toch van de aardbodem zijn verdwenen?

Op 23 juli 2018 wordt op een afgelegen kampeerterrein in Florida een felgeel tentje aangetroffen, met daarin een overleden man. Hij is broodmager en weegt slechts 38 kilo. Elke vorm van informatie over zijn identiteit ontbreekt. Navraag in de hikersgemeenschap leert dat enkele wandelaars de onbekende onderweg zijn tegengekomen. Hij was bezig met de zogenaamde Appalachian Trail, van het noorden van de Verenigde Staten naar het zuiden.

Ze leerden hem kennen als Denim of zijn ‘trailname’ Mostly Harmless, maar wie de man werkelijk is blijft volstrekt onduidelijk. Hij lijkt zijn sporen doelbewust – en duidelijk met kennis van zaken – te hebben uitgewist. Wat begint als een regulier, hoewel tamelijk frustrerend politieonderzoek wordt zo al snel de dagelijkse bezigheid van enkele overtuigde ‘internet sleuths’. Zij speuren alle uithoeken van het web af, om te ontdekken wie Harmless is.

In They Called Him Mostly Harmless (88 min.) reconstrueert filmmaker Patricia E. Gillespie niet alleen hun online-onderzoek. Zij portretteert meteen ook de figuren die zich achter hun beeldscherm een belangwekkende detective wanen en de deskundigen, ooggetuigen en ‘verdachten’ die zij op hun pad naar de waarheid vinden. Stuk voor stuk lijken zij status te ontlenen aan hun betrokkenheid bij deze tot de verbeelding sprekende zaak.

In een subcultuur waarin iedereen de nieuwe true crime held denkt te kunnen worden, zijn complottheorieën natuurlijk ook onvermijdelijk. Net als crowdfundingsacties om al die af te lopen onderzoekspistes te financieren. Al snel ontstaan er zelfs concurrerende kampen, die elkaar met alle mogelijke middelen proberen af te troeven. In Facebook-groepen zijn de speculaties over die mysterieuze wandelaar dan ook niet van de lucht.

Deze boeiende documentaire beweegt zich zo in het voetspoor van enerverende amateurdetective-docu’s zoals Don’t F**k With Cats, Love Fraud en het Nederlandse Bureau Dupin en is er tevens een commentaar op. Op alle gewone huis, tuin en keuken-burgers die tegenwoordig een soort grotere missie vinden in de jacht op een dader, motief of definitief antwoord. En in dit geval jagen ze ook nog eens op een ‘knappe held’, die een onmiskenbaar Into The Wild-gevoel oproept.

De speurneuzen beginnen Mostly Harmless allerlei nobele kwaliteiten en motieven toe te dichten en speculeren vrijelijk over wat hem in de natuur van Florida is overkomen. Want ook naar de precieze doodsoorzaak blijft het gissen. Intussen werkt Gillespie toe naar het moment waarop de man achter het symbool wordt gevonden. De ‘wisdom of the crowd’ speelt daarin uiteindelijk toch een essentiële rol – al is de conclusie vast niet helemaal waarop ze hadden gehoopt.

You Were My First Boyfriend

HBO Max

‘Is dit een eerbetoon of een traumaoefening?’ vraagt de Amerikaanse veertiger Cecilia Aldarondo aan haar zus Laura, terwijl ze samen de videoclip Crucify van Tori Amos, een toonaangevende artiest uit hun tienerjaren, proberen na te spelen. ‘Maar jij bent prachtig’, reageert Laura. Cecilia is niet overtuigd: ‘Ik ben het verkeerde soort mooi.’ Ze probeert haar tranen weg te poetsen. ‘Wat maakt het uit dat je een andere maat hebt?’ probeert haar zus. Cecilia laat zich echter niet van de wijs brengen. ‘Ze noemden me niet voor niets dik.’ Even later liggen de twee alweer in een deuk om al die ‘dunne, saaie mensen’. Cecilia: ‘Als je zo dun bent, waar blijft je ziel dan?’

Eenmaal uitgelachen beginnen de zussen alsnog aan een minutieuze reconstructie van de clip van Tori Amos, die voor hen destijds gold als de belichaming van krachtige vrouwelijkheid. In de egodocu You Were My First Boyfriend (93 min.) roept Cecilia Aldarondo nog meer onuitwisbare herinneringen aan haar tijd als onhandige puber in Winter Park, Florida op. Ze ontmoet bijvoorbeeld de jongen, een kalende man inmiddels, op wie ze jarenlang heimelijk verliefd was, bezoekt een schoolreünie en reconstrueert, terwijl de persoon in kwestie meekijkt, een scène waarin de populaire meisjes van haar school een gezet klasgenootje pesten en zij zelf niet ingrijpt.

Met acteurs en mensen uit haar directe omgeving reconstrueert ze enkele ijkpunten van haar jeugd. De ene keer proest Cecilia ’t dan uit van het lachen, een andere keer is ze tot tranen toe geroerd. Want die tienerjaren waren voor haar, een onzekere puber met wortels in Puerto Rico, bepaald geen onverdeeld genoegen. Ze wilde populair zijn, maar dat lukte maar niet. En van de vriendin die ze wél had – de nerdy Caroline, die nog een sleutelrol zal spelen in deze film – nam ze uiteindelijk afstand. Van het kijken naar Monty Python, praten in filmquotes en naspelen van scènes uit Wayne’s World word je immers ook niet per se een High Class-type.

‘Waarom bewaar ik de dingen die me pijn doen?’ vraagt Cecilia zich nu af. Waarom koester ik niet gewoon de dingen waarop ik trots ben of die me blij maken? Deze particuliere film, die toch ook wel weer herkenbaar is voor iedereen die een onzekere tiener is geweest (en wie was dat niet?), is haar poging om in het reine te komen met de trauma’s van haar jeugdjaren en die een nieuwe plek te geven in het leven dat ze nu leidt als volwassen vrouw. De vorm die ze daarvoor kiest is best origineel, maar wat die nu precies oplevert? Kun je bijvoorbeeld werkelijk een vriendschap leren begrijpen door samen met een actrice enkele herinneringen na te spelen?

In deze verlate teencomedy, aangekleed met signatuursongs van Pearl Jam en Buffalo Tom, natuurlijk wel. Aan het eind van de zoektocht ligt, zoals het hoort bij een Amerikaanse film, een wijze levensles te wachten. En Cecilia Aldarondo neemt die natuurlijk gretig in ontvangst. Waarna ze in de slotscène nog een hommage brengt aan twee van haar favoriete films, Big en Postcards From The Edge.

Als De Nacht Maar Niet Valt

Cinema Delicatessen

‘Heb je meer dan eens aanvallen gehad, waarbij je je plotseling angstig voelde?

‘Heb je ooit de indruk gehad dat iemand of een kracht buiten jezelf ervoor zorgde dat je je gedroeg zoals je dat normaal niet doet?’

‘Verloor je toen ook wel eens de controle over jezelf?’

De vragen die enkele Noorse kinderen krijgen voorgelegd  over hun depressies en angsten stapelen zich op, de antwoorden ook. De keuze lijkt simpel: nooit – soms – vaak – heel vaak. En de implicaties daarvan zijn dat uiteindelijk ook: wel of geen psychische stoornis. Ooit, in de toekomst. Of: nooit. Vooralsnog worstelen ze ‘gewoon’ met zichzelf en het leven. Zoals tieners nu eenmaal doen.

‘If only monsters would go to bed early’, declameert de Vlaamse actrice Viviane De Muynck streng. ‘If only night wouldn’t fall.’ Zij fungeert in Als De Nacht Maar Niet Valt (82 min.) als ‘inner voice’, geschreven door Saskia de Jong. Deze essayistische film van documentairemaker Marc Schmidt is de weerslag van een zoektocht naar waar het voorkomen van psychische problemen eindigt en overcontrole begint.

‘Do you like being treated before falling ill?‘ vraagt De Muynck bij droneshots van Lake Nona, een ogenschijnlijk perfecte nieuwbouwwijk in Orlando, Florida. Never – rarely – sometimes – often. Tijdens het Lake Nona Life Project kunnen ‘citizen scientists’ participeren in een gezondheidsproject dat is gesitueerd in het echte leven. Met de nieuwste technische snufjes pogen deelnemers supergezond te blijven.

‘We willen ervoor zorgen dat je gelukkig bent’, zegt hoofd innovatie Juan Santos. ‘Daarom proberen we elke vorm van weerstand te verwijderen.’ Marc Schmidt heeft er duidelijk zijn vraagtekens bij. Hij portretteert het leven in de ‘masterplan community’ als steriel en levenloos. Een geplastificeerd bestaan, continu gadeslagen door camera’s, met allerhande apps en vanachter beeldschermen.

‘Waanzin is menselijk’, constateert de Nederlander Maarten Nijssen tegelijkertijd. Hij is op de terugweg van een ernstige psychose en wordt tijdens het re-integratietraject aan een indringend onderzoek onderworpen. Het leidt tot een wat ongemakkelijke conclusie: het gewone leven is eigenlijk maar saai. Tijdens zijn paranoïde wanen voelde Nijssen zich misschien wel meer zichzelf dan nu.

Zo bevraagt Schmidt de ‘dataficering van de geestelijke gezondheidszorg’, die wordt neergelegd in computermodellen, mental health-apps en eindeloze questionnaires. Komt met al dat onderzoek, de mogelijkheid om jezelf door te laten meten en vervolgens te verbeteren, ook de druk om psychisch gezond – en dus gelukkig – te zijn? En wat raken we kwijt met deze surveillance en ’meten = weten’-attitude?

‘Perhaps we’re off on a detour’, stelt inner voice Viviane De Muynck nog maar eens in deze bespiegelende film, waarin Marc Schmidt zijn vragen niet alleen stelt, maar ook vervat in krachtige beeldtaal en een unheimisch geluidsdecor. ‘Perhaps the body isn’t a code, but an ode to the senses.’

Take Care Of Maya

Netflix

Hun dochter Maya wordt in 2015 voor vijf dagen in coma gebracht. Op advies van dokter Ashraf Hanna laten Jack en Beata Kowalski haar een experimentele behandeling ondergaan, die alleen in Mexico wordt aangeboden. Maya heeft allerlei lichamelijke klachten: ademhalingsproblemen, hoofdpijn, een branderige huid, pijn aan de armen, naar binnen gekeerde benen en een algemeen lusteloos gevoel. Het Amerikaanse kind is door een arts gediagnosticeerd met CRPS: Complex Regionaal Pijn Syndroom.

Enige tijd later, in het najaar van 2016, gaat het toch weer slechter met Maya. Het inmiddels tienjarige meisje wordt begin oktober opgenomen in het Johns Hopkins All Children’s Hospital in Tampa Bay, Florida. Daar vermoeden ze dat er wel eens sprake kan zijn van ‘medische kindermishandeling’. Haar moeder Beata wordt ervan verdacht dat ze lijdt aan Münchhausen By Proxy. Bij deze psychiatrische aandoening, eerder indringend vereeuwigd in de true crime-docu Mommy Dead And Dearest, zoeken mensen steeds medische hulp voor gefingeerde of zelf veroorzaakte stoornissen of ziektes bij iemand die aan hun zorg is toevertrouwd. Op basis van zulke vermoedens wordt Maya nu onder staatsvoogdij geplaatst. Het contact met haar ouders wordt geminimaliseerd. Met ronduit dramatische gevolgen.

In Take Care Of Maya (104 min.) reconstrueert Henry Roosevelt deze bijzonder tragische geschiedenis, die in september 2023 ein-de-lijk voor de rechter zal worden gebracht. Roosevelts voornaamste bron is vader Jack, die terzijde wordt gestaan door zijn advocaten, dokter Hanna en de journaliste Daphne Chen, die de situatie rond Maya en soortgelijke kwesties heeft onderzocht. Zulke zaken zijn nooit zwart-wit, zegt zij. Deze documentaire had echter wel wat meer grijstinten kunnen gebruiken. Want doordat de betrokken hulpverleners, waaronder de zeer omstreden expert Sally Smith van de geprivatiseerde kinderbeschermingsorganisatie Suncoast Center, niet kunnen of willen reageren, lijkt Roosevelts film bijna een opstapje naar het pleidooi dat de advocaat van Kowalski straks in de rechtszaal gaat houden.

Dat betoog kan overigens voor een belangrijk deel worden geschraagd met de getuigenissen van ouders met soortgelijke ervaringen en officiële verklaringen van Maya, haar vader Jack en broertje Kyle, medewerkers van het ziekenhuis, politieagenten én Sally Smith. Aan informatie en documentatie is sowieso geen gebrek in deze voor alle betrokkenen bijzonder pijnlijke zaak. Óók doordat alles, ook persoonlijke gesprekken en telefoontjes met instanties, lijkt te zijn vastgelegd en opgenomen. In het bijzonder door Beata Kowalski, waarschijnlijk om er later de tegenpartij mee om de oren te kunnen slaan. Vanuit een moeder in nood bezien is dat begrijpelijk, maar het tekent ook de argwaan die vanaf het allereerste begin in De Zaak Maya is geslopen – en de wantrouwende samenleving waarbinnen die is gesitueerd.

De tragedie die zich mede daardoor aftekent voor de Kowalski’s wordt door Take Care Of Maya uitstekend invoelbaar gemaakt. Tegelijkertijd maakt de film ook benieuwd naar dat andere perspectief, van hulpverleners die zich genoodzaakt zagen om in te grijpen. Dat had de ‘waarheid’ van het kwetsbare kind en haar directe familie beslist kunnen verrijken.

God Forbid: The Scandal That Brought Down A Dynasty

Disney+

Hoogmoed komt voor de val. Terwijl Jerry Falwell Jr., rector magnificus van de christelijke Liberty University, en zijn vrouw Becki zo’n beetje worden beschouwd als het koninklijke echtpaar van evangelisch Amerika, leiden ze in werkelijkheid een losbandig bestaan. In maart 2012 slaan ze in Miami een twintigjarige ‘pool boy’ aan de haak. Als Becki seks heeft met deze Giancarlo Granda kijkt haar echtgenoot Jerry verlekkerd toe. Ofwel: cuckolding. Een spel waarbij BDSM en voyeurisme elkaar ontmoeten. En deze pikante driehoeksverhouding, die door Jerry overigens wordt ontkend, houdt in totaal zo’n zeven jaar stand.

In eerste instantie richt God Forbid: The Scandal That Brought Down A Dynasty (109 min.) zich vooral op het persoonlijke relaas van Giancarlo Granda. Over hoe hij als bleue Cubaans-Amerikaanse jongeling langzaam maar zeker verstrikt raakt in het web van de christelijke drinkebroer en zijn onverzadigbare ‘cougar’. Hij was geil en naïef, concludeert Granda nu. En Jerry wilde vooral dat Becki gelukkig was, stelt Mark Ebner, de grofgebekte schrijver van het boek Off The Deep End: Jerry And Becki Falwell And The Collapse Of An Evangelical Dynasty. En dat was ze volgens hem met name ‘when Giancarlo Granda was balls deep inside of her’.

Die ferme oneliner – en Ebner schudt er nog veel meer uit zijn mouw – is exemplarisch voor de toonzetting van deze documentaire van Billy Corben, die is opgeleukt met slicke nagespeelde scènes met acteurs en volgestort met catchy deuntjes (waarbij ook orgelwonder Klaus Wunderlich soms een deuntje lijkt mee te spelen). Dit kan evenwel niet verhullen dat het ondeugende tabloidverhaaltje, dat gaandeweg ook nog uitmondt in een schimmige onroerend goeddeal, gaandeweg een veel groter maatschappelijk thema blootlegt: de toenemende invloed van evangelische Amerikanen op de koers van hun land en het grimmige geweld dat daardoor soms loskomt.

Want Falwell is de zoon van één van de bekendste en meest invloedrijke tv-predikanten die de Verenigde Staten ooit hadden. Moral Majority-leider Jerry Falwell Sr. maakte in de jaren zeventig van de strijd tegen abortus een cultuuroorlog, voerde tevens een kruistocht tegen porno en gaf later gays zowaar de schuld van de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Als prominente vertegenwoordiger van christelijk nationalisme liet Jerry Sr. volgens historicus Matthew Sutton zien ‘dat je met politiek, demagogie en hysterie geld kon verdienen en meer invloed en macht kon krijgen. Jerry Jr. erkent dit en zet het werk van zijn vader voort.’

En daarmee maakt zowaar ook Donald Trump zijn entree in de film. Eerst als succesvolle zakenman, mediapersoonlijkheid en kennis van de Falwells, later ook als kandidaat-politicus. Als zijn ‘enforcer’ Michael Cohen stuit op ‘persoonlijke foto’s’ van het echtpaar en hun zwembadjongen, worden die rücksichtslos ingezet om christelijk rechts aan Trumps kant te krijgen. En Falwell Jr. zal zich tijdens Donald Trumps campagne en presidentschap inderdaad opwerpen als één van zijn loyaalste medestanders – ook als die zich steeds openlijker gedraagt als een despoot. Zolang hij maar trouw aan de bijbel blijft zweren – of Cohen stiekem aan die foto’s refereert.

De hypocrisie van de Falwells dient in deze smeuïge film uiteindelijk vooral als casus om de wisselwerking tussen conservatieve christenen en met name Republikeinse politici aan te kaarten. Uit principiële of puur praktische overwegingen sluiten zij de rijen. Falwell Sr. en Jr. kunnen daarbij allebei terugvallen op een speciale relatie met hun ‘eigen’ president, Ronald Reagan en Donald Trump. En daartussen zijn, zo laat Corben zien in een spannende parallelmontage, opvallende overeenkomsten. Als deze conservatieve christenen hun zin krijgen, zo toont deze documentaire eveneens, kunnen de VS wel eens uitgroeien tot een theocratie.

God verhoede ‘t, zal menigeen denken.

Last Flight Home

Ondi & Eli Timoner / MTV Documentary

Als de dokter eenmaal is geweest, begint de klok te lopen. Eli Timoner wil dood, maar moet nog zeker vijftien dagen wachten. Op 3 maart 2021, toevallig ook de verjaardag van zijn arts, mag de bedlegerige Amerikaanse man zelf zijn leven beëindigen. Want van een dokter die euthanasie verzorgt, zoals we dat in Nederland inmiddels kennen, kan geen sprake zijn. Anderen mogen de medicatie weliswaar prepareren, maar Eli zal die zelfstandig moeten opdrinken.

Terwijl hij afscheid neemt van het leven en de mensen die hem dierbaar zijn, treffen zijn kinderen praktische voorbereidingen voor Eli’s naderende einde – en zijn dochter Ondi Timoner (Dig!, We Live In Public en Mapplethorpe) filmt het hele proces en blikt intussen terug op het veelbewogen bestaan van haar vader, die ooit een eigen vliegtuigmaatschappij (Air Florida) oprichtte, een hele tijd succesvol was als ondernemer en in 1982 plotseling linkszijdig verlamd raakte.

De verplichte vijftien dagen wachttijd verschaffen Eli in Last Flight Home (106 min.) intussen de gelegenheid om zich eindelijk los te maken van schuldgevoelens waarmee hij al geruime tijd kampt, elke bezoeker een op hem of haar toegespitste levenswijsheid te offreren en zijn echtgenote Lisa, met wie hij meer dan een halve eeuw getrouwd was, en hun kinderen Ondi, David en Rachel ruimte te geven om hem nog eenmaal hun dank en onvoorwaardelijke liefde te betuigen.

Dit is een kwetsbaar en intiem proces, dat door Ondi Timoner sereen en gedetailleerd is vastgelegd en dat door haar zus Rachel, in het dagelijks leven rabbi, kundig en liefdevol wordt begeleid. Alle betrokkenen lijken slechts één doel te hebben: hun geliefde (groot)vader een waardige laatste reis bezorgen. Totdat Eli Timoner, in de indringende climax van deze zeer persoonlijke film, toch nog één keer helemaal op zichzelf is aangewezen. Als zijn geliefden hem niet mogen assisteren bij het met beverige hand helemaal leegdrinken van de allerlaatste gifbeker.

Murder On A Sunday Morning

Prime

James, de echtgenoot van de 65-jarige Mary Ann Stephens en tevens de enige ooggetuige van het misdrijf, heeft hem hoogstpersoonlijk aangewezen: Brenton Butler is degene die hen op zondagochtend 7 mei 2000 bij het Ramada Inn-hotel in Jacksonville, Florida heeft overvallen. In de rechtszaal bevestigt Stephens nog maar eens dat het de vijftienjarige zwarte jongen was die Mary Ann heeft vermoord.

Brentons advocaat Pat McGuinness is niettemin overtuigd van de onschuld van zijn cliënt. Die is simpelweg het slachthuis van raciaal profileren. De politie heeft gewoon de eerste de beste Afro-Amerikaanse tiener van de straat geplukt en tot een bekentenis gedwongen, meent hij. Documentairemaker Jean-Xavier de Lestrade sluit aan bij het verdedigingsteam van McGuinness en zijn collega Ann Finnell voor wat een true crime-klassieker zal worden: Murder On A Sunday Morning (111 min.), in 2002 bekroond met de Oscar voor beste documentaire.

De Lestrade, die enkele jaren later nóg een genretopper zal afleveren met de docuserie The Staircase over een vrouw die thuis van de trap is gevallen/geduwd, volgt de rechtszaak tegen Brenton Butler op de voet en brengt tevens in beeld hoe zijn advocaten het proces voorbereiden en verder uitzoeken. Zij gaan er helemaal voor, ervan overtuigd dat hun cliënt onschuldig is en bovendien doelbewust gemaltraiteerd door scoringsbeluste politieagenten. Zeker de verbeten Pat McGuinness gaat er in de rechtszaal regelmatig met gestrekt been in.

‘Als een hond op je tapijt plast en je straft hem niet, dan blijft hij op je tapijt plassen’, zegt hij daarover tegen De Lestrade. ‘Als je een getuige die liegt niet tot de orde roept of vernedert, dan blijft ie dat doen.’ Zulke publieke tuchtigingen gaan de Ierse straatvechter goed af. En hij lijkt er ook lol in te hebben om rotte agenten – althans, in zijn ogen – genadeloos met hun eigen verklaringen om hun oren te slaan. Op die manier wil hij de zaak van openbaar aanklager Laura Starrett onschadelijk maken en de jury ervan overtuigen dat ‘Bren’ moet worden vrijgesproken.

De juryleden hebben uiteindelijk welgeteld 45 minuten nodig om tot een vonnis te komen in deze klassieke rechtbankdocu, die nauwgezet laat zien hoe het Amerikaanse justitiële systeem (niet) werkt en die tevens aantoont hoe belangrijk het is dat ook, of júist, verdachten die de schijn tegen hebben, al is het alleen door de bevolkingsgroep waartoe ze behoren, met kennis, passie en vernuft worden verdedigd.

Girl In The Picture

Netflix

Als de moeder van Tonya Hughes in het voorjaar van 1990 wordt opgebeld met het gruwelijke nieuws dat haar dochter, een stripper uit Oklahoma City, dood langs de kant van de weg is aangetroffen, reageert die resoluut: dat kan helemaal niet, Tonya is al twintig jaar dood. Uitroepteken. En dan blijkt de echtgenoot van ‘Tonya’ al jaren voortvluchtig te zijn. Deze Clarence Hughes, een veel oudere man, houdt er bovendien meerdere valse identiteiten op na en blijkt een flink strafblad te hebben.

Wie is de Girl In The Picture (102 min.) in werkelijkheid en welke rol heeft ‘Clarence Hughes’ gespeeld in haar korte leven? Uitstekende vragen voor een intrigerende true crime-docu, waarin regisseur Skye Borgman stukje bij beetje de tragische geschiedenis ontrafelt van Tonya, haar echtgenoot en de zoon, een tweejarige peuter genaamd Michael, die zij samen opvoedden. Het is een verhaal dat nog diverse onverwachte afslagen zal nemen en op enkele schokkende plekken gaat belanden.

Datzelfde ‘too bad to be true’-verhaal heeft eerder al z’n weg gevonden naar twee boeken van Matt Birkbeck, A Beautiful Child en Finding Sharon, en wordt nu geduldig uitgeserveerd, waarbij Borgman gedurig op en neer springt in de tijd, cruciale verhaalelementen heeft gereconstrueerd en nieuwe bronnen pas introduceert als de vertelling weer een oplawaai kan gebruiken. En al die tijd hangt boven de markt wat de ware identiteit is van de ‘mooie jonge vrouw die gevangen zat in het kwaad’ en wat er is geworden van haar kind.

En als (vrijwel) alle vragen aan het eind zijn beantwoord, dringt pas echt door hoe triest het leven van Tonya Hughes moet zijn geweest. Ze wist zelf niet eens wie ze was.

I Am Another You

Dylan Olsen lijkt haar een perfect symbool voor Amerikaanse vrijheid. De Chinese filmstudente Nanfu Wang, even daarvoor naar de Verenigde Staten gekomen, ontmoet de dakloze jongeling in Florida en besluit hem te gaan filmen. Aan de zijde van deze onbekommerde avonturier, die voor het vrije leven heeft gekozen, leert zij het straatleven kennen: slapen in de buitenlucht, eten uit vuilnisbakken en wassen op het toilet van een restaurant.

Gaandeweg raakt ze echter teleurgesteld in die blonde jongen met de stralende glimlach. Als hij een gekregen zak bagels probeert door te verkopen, keert Wang verontwaardigd terug naar haar veilige leventje in New York. Enkele jaren later gaat ze hem toch zoeken in I Am Another You (81 min.): wat zou er zijn geworden van de jongeling die zijn mormoonse familie achterliet in Utah? En waarom heeft hij er eigenlijk voor gekozen om op straat te gaan leven?

Nanfu Wang, die later tot aanzienlijke hoogte zou stijgen met de documentaires One Child Nation en In The Same Breath, daalt in deze delicate film uit 2017 steeds verder af in Dylans leven. Hoewel ze enkele jaren daarvoor een dikke maand intensief met de flierefluiter heeft opgetrokken, blijkt er toch nog altijd heel wat te ontdekken. Heeft ze destijds wel goed naar hem gekeken? vraagt de documentairemaakster zich in een persoonlijke voice-over af. Heeft hij werkelijk gekózen voor een dakloos bestaan?

En heeft zij misschien, dat ook, iets in hem gezocht waarnaar ze zelf al haar hele leven op zoek is? Een gevoel van totale vrijheid dat eigenlijk alleen in de menselijke geest kan bestaan.

Cuban Dancer

VPRO

Op het vliegveld danst Alexis Valdes voor de allerlaatste keer met zijn vaste partner en geliefde Yelenia. Daarna krijgt ze een hartstochtelijke zoen. En weg is-ie, naar het beloofde land. De tiener laat Cuba achter zich, het eiland waar hij de laatste jaren aan de Nationale balletschool in Havana studeerde. Het is geen vrijwillig vertrek: Alexis moet simpelweg met de rest van het gezin mee, naar zijn oudere zus die al enkele jaren in de Verenigde Staten verblijft.

Als hij in 2016 in Florida arriveert, begint de Cuban Dancer (97 min.) weer op nul. Alexis spreekt nauwelijks Engels en is aangewezen op de enige taal die hij echt machtig is: die van de dans. De jongen belandt op de prestigieuze HARID Conservatory in Boca Raton, waar hij een professionele balletopleiding krijgt. Terwijl hij daar met harde hand de wetten van het vak krijgt bijgebracht, begint de charismatische balletdanser zich steeds meer thuis te voelen in zijn vaderland. En hij krijgt ook weer een vaste danspartner.

Gedurende vier jaar volgt Roberto Salinas de Cubaanse tiener en zijn familie. Op de achtergrond speelt de eerst ontdooiende en daarna toch weer bevriezende relatie tussen Cuba en de Verenigde Staten, maar die lijkt nauwelijks vat te krijgen op Alexis en zijn familie. Grote drama’s blijven uit. Cuban Dancer richt zich vooral op de ontwikkeling van de jonge danser, die nog eens wordt geaccentueerd met fraai gestileerde dansscènes in zijn directe leef- of leeromgeving.

Als hij na enkele jaren opnieuw voet zet op zijn geboortegrond – en ook weer oog in oog komt te staan met de bevallige Yelenia – is hij niet meer de jongen die hij ooit was en al een heel eind de danser die hij toen wilde worden.

Some Kind Of Heaven

Hulu

Op hun oude dag leven ze (alsnog) ‘The American Dream’. Uitroepteken. Bij The Villages, de grootste ouderengemeenschap van de Verenigde Staten in de enige echte ‘Sunshine State’ Florida, horen nu eenmaal uitroeptekens. Dat is… een droomstad voor babyboomers! Het nirvana! Disneyworld voor gepensioneerden! De fontein van de jeugd! Elke dag vakantie! Of zoals het Amerikaanse droomstadje zichzelf enthousiast afficheert: Florida’s Friendliest Hometown!

Some Kind Of Heaven (83 min.) kortom. Een bepaalde variant op wat voor sommigen onder ons de hemel op aarde is. Een enclave met meer dan 100.000 bejaarden. All inclusive, natuurlijk. Met de verplichte tennisbanen, palmbomen, zwembaden, kerkdiensten en golfbanen. En met een slagboom, dat ook. Regisseur Lance Oppenheim laat in deze gestileerde film ongenadig de achterkant van de idylle zien. Hij portretteert enkele ‘gewone’ ouderen die door het plastic paradijs dolen.

Reggie wil zijn leven eindigen met ‘een glimlach op mijn gezicht’, maar zijn echtgenote Anne maakt zich na 47 jaar huwelijk echt zorgen over hoe zijn ontremde gedrag steeds vaker voor problemen zorgt, ook met de wet. Vrijgezel Dennis sneakt elke dag de stad binnen vanuit de bus waarin hij leeft, in de hoop een gefortuneerde dame aan de haak te slaan. En de weduwe Barbara kan ternauwernood het hoofd boven water houden en is intussen aan het daten met een nét iets te getapte (oudere) jongen.

Net als een verwante documentaire als King Of The Cruise, van de Nederlandse maakster Sophie Dros, toont Some Kind Of Heaven de schijn van het zijn. Een perfecte perfide wereld – vereeuwigd met een zekere compassie, veel symmetrie en warme kleuren – waar alles ‘goed verzorgd’ is, behalve de menselijke ziel. En die eigenlijk alleen met een mengeling van gêne en mededogen is aan te zien.

Blackfish

Een orka heeft één van de trainers gegeten! Bij de alarmcentrale komt op 24 februari 2010 een verontrustend telefoontje binnen vanuit SeaWorld in Orlando. In het Amerikaanse attractiepark is iets helemaal misgegaan. En het was geen eenmalig incident, bezweren allerlei voormalige trainers in Blackfish (83 min.). Dit was nu typisch een geval van een ongeluk dat stond te gebeuren. De vraag was alleen: wanneer?

Een kleine twintig jaar eerder is er al een incident geweest met Tilikum, de enorme orka die tot de aanval was overgegaan. Samen met twee andere ‘killer whales’ zou hij toen een trainster onder water hebben getrokken. Zij verdronk voor de ogen van een geschokt publiek. Het imago van de orka als een sociaal en intelligent dier, dat in de vrije natuur bovendien nog nooit een mens zou hebben aangevallen, bleef niettemin volledig intact.

Tijdens de groots opgezette SeaWorld-shows in Florida werd Tilikum onverminderd ingezet als topattractie. Achter de schermen was echter allang bekend dat het dier onberekenbaar en zelfs gevaarlijk kon zijn. Regisseur Gabriela Cowperthwaite laat daarover diverse oud-medewerkers aan het woord. Zij schetsen ook de achterkant van zijn gedrag: de manier waarop de dieren worden gedrilld, met ferme straffen en verplichte isolatie.

Cowperthwaite illustreert dit met angstaanjagende beelden van eerdere incidenten met andere orka’s, die door de attractieparken zorgvuldig onder de pet werden gehouden. Als contrast laat ze de supergelikte commercials van SeaWorld zelf zien, waarin de ‘killer whales’ een Disney-achtige aaibaarheid wordt toegedicht. Ideaal familievermaak. Tótdat er eentje geïrriteerd raakt. Dan wordt het Jaws in een nèt iets te klein zwembad.

Deze knap gemaakte film uit 2013 wordt daarmee zowel een enerverende real life-thriller als een overtuigend pleidooi tegen de inzet van dit soort gekooide wilde dieren voor gelikt entertainment.

Rudi – Achtervolgd Door 9/11

Videoland

‘Ik zeg altijd: 9/12 is mijn 9/11’ vertelt Rudi Dekkers over de terroristische aanslagen van 11 september 2001. ‘Het was voor mij een ver van mijn bed-show op dat moment. Want wie had er nou de indruk dat ik ermee te maken zou hebben?’ En toen stonden er, een dag nadat twee ‘kisten’ de World Trade Centers-torens waren binnenvlogen, ineens FBI-agenten voor de deur bij Dekkers’ vliegschool in Florida. Ze wilden enkele dossiers inzien. De Nederlander wist direct over welke klanten ze meer informatie wilden hebben: Mohamed Atta en Marwan El Shehhi.

De Al-Qaeda-terroristen hadden hun vliegbrevet gehaald bij Huffman Aviation in Venice. En dat namen veel gewone Amerikanen de eigenaar kwalijk, vertelt die in Rudi – Achtervolgd Door 9/11 (111 min.). Rudi Dekkers voelde zich uitgekotst door het land van de onbegrensde dromen, waar hij in de jaren negentig naartoe was geëmigreerd. En nieuwe klanten kwamen er ook niet meer. Waardoor eerst zijn bedrijf op de fles ging en daarna zijn huwelijk stukliep. Rudi werd volgens eigen zeggen ‘destroyed’ door 9/11. Hij bleef uiteindelijk volledig berooid achter, woedend op de ‘government’.

Toen kennissen van zijn nieuwe geliefde hem vroegen of hij eens van Houston naar Miami of North Carolina wilde vliegen, rook de Nederlander direct onraad. Hij zat echter ‘compleet aan de grond’ en stemde dus tóch toe. ‘Eerlijk gezegd was Rudi geen goede crimineel’, zegt zijn advocaat John T. Floyd daar nu over. ‘Dit was de eerste keer dat hij bij zoiets betrokken was. En hij heeft zijn sporen bepaald niet goed uitgewist.’ Rudi Dekkers vroeg om problemen en kreeg ze dus ook, eerst met justitie en later in de gevangenis.

In deze driedelige serie laat hij zich kennen als een stronteigenwijze man, die nog altijd achter zijn eigen keuzes lijkt te staan. Hoe verkeerd die soms ook zijn uitgepakt. Omdat hij nu eenmaal op ‘zwart zaad’ zat of met zijn rug ‘ín de muur’ stond. En dat is nog veel erger dan tégen de muur! Regisseur Alessio Cuomo laat zijn hoofdpersoon helemaal leeglopen, stut diens relaas met interviews met een persoonlijke vriend, zijn ghost writer, een FBI-agent en de Nederlandse correspondent Max Westerman en laat er uiteindelijk ook, via zijn zoon, enkele flinke kanttekeningen bij plaatsen.

Een logisch en compleet verhaal wordt dit – ondanks, of door, een overdaad aan sterke verhalen, dikke muziek en slow motion-sequenties – uiteindelijk niet. Waarbij het ook de vraag is of de gebeurtenissen op 9/11 en de nasleep daarvan, gecombineerd met ‘s mans moeilijke jeugd, werkelijk een verklaring vormen voor Dekkers’ aanvaringen met de wet. Doordat Cuomo allerlei tijdsprongen maakt, zijpaden bewandelt en losse eindjes achterlaat wordt zijn betoog soms echt onsamenhangend. Zelfs nieuwe informatie over Rudi’s rol in het onderzoek naar 11 september, helemaal aan het eind van de serie geoffreerd, slaat daarom een beetje dood.

Cocaine Cowboys: The Kings Of Miami

Netflix

Het waren getapte jongens, Sal Magluta en Willy Falcon. In hun powerboats maakten ze in de jaren tachtig zo’n beetje onderling uit wie er met het Amerikaanse kampioenschap vandoor ging. En zoals dat gaat bij dit soort onweerstaanbare schelmen waren er in hun aanwezigheid altijd feestjes, mooie vrouwen en drugs. Cocaïne, om precies te zijn. Waar de twee Cubaanse Amerikanen dan weer zelf op grote schaal in handelden.

Als eerste generatie-immigranten hadden ze aan den lijve ondervonden wat armoe was, vertellen familie, vrienden en collega’s in de zesdelige serie Cocaine Cowboys: The Kings Of Miami (272 min.). En dus kon je het Sal en Willy toch moeilijk verwijten dat ze gevoelig waren voor het snelle geld? Daarbij gedroegen ze zich overigens netjes, hoor: het olijke duo uit ‘The Sunshine State’ Florida hield zich altijd ver van geweld.

Tenminste, tótdat de grond hen echt te heet onder de voeten werd. Toen ze in de jaren negentig voor de rest van hun leven in de cel dreigden te verdwijnen, lieten hun advocaten in een juristen- en gevangenistijdschrift een lijst met potentiële getuigen van justitie publiceren. Die werden rücksichtslos uit de weg geruimd. It’s all in a day’s job for cocaine cowboy (die het appartement waar ze gingen feesten doodleuk ‘Scarface‘ noemden).

En regisseur Billy Corben laat alle ‘muchachos’, gangsterliefjes, consiglieres en domme krachten in deze pastiche op Miami Vice, The Sopranos en Narcos nu gewoon lekker leeglopen. Kritische kanttekeningen blijven achterwege. Hij voorziet hun sterke verhalen liever van kekke montagetrucs, popi humor en – natuurlijk – een overload aan latin-muziekjes, onderbroken door een enkele eighties-klassieker.

Want het moet natuurlijk wel leuk blijven, zo’n trip nostalgia door de gouden jaren van de cokebusiness. Gaandeweg krijgt Cocaine Cowboys een iets grimmiger karakter, als het politieonderzoek naar en de rechtszaken tegen de drugsbaronnen en hun trawanten de aandacht beginnen op te eisen. Deze gladde miniserie verzuimt echter om hun wereld écht bloot te leggen en blijft daardoor aan de, weliswaar best vermakelijke, oppervlakte steken.

They Call Me Dr. Miami

Met vermeldingen in songs als I Don’t Care, Cuddle My Wrist en 4 AM droegen de rappers Snoop Dogg, Future en 2 Chains eraan bij Dr. Miami een begrip werd in de Amerikaanse plastische chirurgie. Dé man om een snelle ‘boob job’, ‘tummy tuck’ of ‘butt lift’ te krijgen. Op social media laat deze karikaturale variant op onze eigen Robert Schumacher zich ook zelf niet onbetuigd. Via popi filmpjes op Instagram en Snapchat geeft hij potentiële klanten alvast een kijkje in zijn catalogus, operatiekamer of slechte gevoel voor humor.

Achter het personage van de supersnelle dokter, die je voor een paar duizend dollar van een ‘perfect’ en volstrekt inwisselbaar uiterlijk kan voorzien, blijkt in deze documentaire van Jean-Simon Chartier de gladjanus Michael Salzhauer schuil te gaan. Deze Joodse businessman hoopt dat hij nog maar een dikke tien jaar hoeft te werken en daarna lekker kan gaan rentenieren. Tot die tijd gaat hij z’n product ongegeneerd aan de man/vrouw brengen – en die op de loer liggende burn-out op afstand proberen te houden.

Die geldingsdrang moet zijn onzekerheid compenseren, stelt echtgenote Eva in het tamelijk treurige portret They Call Me Dr. Miami (78 min.). Ze lijkt zich soms behoorlijk te generen voor de publieke escapades van haar man, die zich voor wat extra aandacht nergens voor lijkt te schamen en die thuis bovendien de gelovige familieman uithangt. Salzhauers dochter heeft zich zelfs afgewend van de sociale media. Dat lijkt bepaald geen onnatuurlijke reactie voor een kind dat zich moet zien te verhouden tot een vader, die zo’n beetje alles representeert wat de influencer-cultuur zo intens leeg kan maken.

Al te veel om het lijf heeft deze film, die met de Franse slag ook nog wat ethische kwesties rond cosmetische chirurgie aan de orde stelt, uiteindelijk niet. Het is vooral een ontluisterend portret van een man die zich, ondanks zijn innig beleefde relatie met het Joodse geloof, met recht een plastic arts mag noemen.

Us Kids

Cargo Films

‘No way to prevent this, says only nation where this regularly happens’, kopt de satirische website The Onion steevast na elke uitbarsting van vuurwapengeweld in de Verenigde Staten. Zoals het leeuwendeel van de politici dan ‘thoughts & prayers’ offreert, de National Rifle Association (NRA) roept dat alleen een ‘good guy with a gun’ die ‘bad guy with a gun’ een halt toe kan roepen en voorstanders van strengere wapenwetten tevergeefs echte hervormingen eisen. En dan wordt het al snel weer stil. Tot de volgende geweldseruptie.

Deze rituele dans werd ook weer met verve opgevoerd na de zogenaamde Parkland-school shooting in Florida op 14 februari 2018, waarbij veertien leerlingen en drie schoolmedewerkers de dood vonden. De overlevenden, scholieren van de Marjorie Stoneman Douglas High School, namen er alleen geen genoegen mee. Ze begonnen zich uit te spreken voor stringentere wapenwetten en tegen het grote geld dat politici al sinds jaar en dag aannemen van de wapenindustrie. Hun activiteiten mondden op 24 maart uit in de March Of Our Lives, die in Washington en bijna negenhonderd andere Amerikaanse steden een enorme mensenmassa op de been bracht en van leerling Emma Gonzalez – ze hield zes minuten en twintig seconden, precies de tijd die de schutter nodig had, haar mond op het podium – een soort ster maakte.

In Us Kids (96 min.) volgt regisseur Kim A. Snyder, die eerder een korte en een lange documentaire maakte over de gruwelijke moordpartij op de Sandy Hook-basisschool in Newtown, hoe het de groep Parkland-leerlingen in de achttien maanden na de tragedie vergaat. Ze worden al snel omgeven door scepsis (wat weten die jonkies nou?) en verdachtmakingen (het zijn acteurs, marionetten van die vervloekte ‘liberals’) en op sommige plekken zelfs opgewacht door zwaarbewapende verdedigers van het ‘second amendment’, het artikel uit de Amerikaanse grondwet dat het recht om een wapen te dragen beschermt. Gezichten van de beweging zoals David Hogg en Cameron Kasky worden – opnieuw – doelwit van destructieve krachten als ze de NRA de genadeklap proberen toe te brengen.

Bijzonder aangrijpend is het verhaal van Samantha Fuentes, die gewond raakte bij de schietpartij en zag hoe haar klasgenoot Nick Dworet, een talentvolle zwemmer, voor haar ogen stierf. Terwijl ze contact onderhoudt met diens jongere broer Alex, die zelf ook verwondingen opliep bij de school shooting, probeert ze het podium dat haar door de tragische gebeurtenissen wordt geboden zo goed mogelijk te benutten. Tot kotsen aan toe. Want tegelijkertijd kampt ze met de trauma’s die ook sommige andere participanten steeds meer parten beginnen te spelen.

Us Kids is een empathisch portret van een groep activisten tegen wil en dank. Zij vertegenwoordigen een nieuwe generatie Amerikanen, die de hoop op een betere wereld nog niet heeft verloren. Snyder weet hun tragische strijdbaarheid perfect te vangen en geeft die bovendien kleur met een eigentijdse soundtrack met bijdragen van onder anderen Andra Day, LCD Soundsystem en Michael Kiwanuka (waarbij ook Sam Fuentes zelf nog enkele hartroerende liedjes ten gehore brengt).

Intussen is er enkele jaren later, alle inspanningen van de kids ten spijt, nog altijd weinig veranderd. Of het moet zijn dat de NRA onlangs zijn faillissement heeft aangevraagd. De cynische oneliner van The Onion zorgt echter nog steeds regelmatig voor een grimlach in ‘Merica.

Aileen Wurnos: The Selling Of A Serial Killer / Aileen: Life And Death Of A Serial Killer

Lafayette Film

Toen bekend werd wie de hoofdrol zou gaan spelen in de verfilming van haar leven, moet menigeen zijn hart hebben vastgehouden. De beeldschone actrice Charlize Theron, gezicht van modehuis Dior, leek toch in de verste verte niet op Aileen Wuornos? Kon zij werkelijk doorgaan voor de bekendste vrouwelijke seriemoordenaar?

Een Oscar en talloze filmprijzen voor Monster later had Theron, die er als kind getuige van was hoe haar moeder haar alcoholische vader doodschoot en die de keerzijde van de medaille dus wel degelijk had leren kennen, zich al lang en breed bewezen. Zo doodgewoon, angstaanjagend en toch zielig als de échte Aileen kon ze desondanks met de beste wil van de wereld niet worden. Die was door Nick Broomfield en Joan Churchill al in volle glorie gepresenteerd in twee beruchte true crime-docu’s: Aileen Wuornos: The Selling Of A Serial Killer (85 min.) uit 1992 en Aileen: Life And Death Of A Serial Killer (90 min.) uit 2003. Een ernstig beschadigde vrouw die zelf ook heel wat schade had aangericht. ‘Thank you. I’ll be up in heaven while y’all rot in hell’, voegt ze bijvoorbeeld de rechter toe, die haar ter dood veroordeelt. ‘May your wife and kids get raped, right in the ass.’

De Brit Broomfield fungeert intussen zelf als protagonist, die tevens dienst doet als zijn eigen geluidstechnicus, voor een lang uitgesponnen roadmovie door white trash-Amerika. Hij hoopt zo alle duistere details te kunnen opdiepen over de lesbische liftster die tijdens haar werk als prostituee zeven mannen zou hebben vermoord. Zelf houdt die de boot vooralsnog af. Aileen wil geld zien en heeft haar tamelijk louche advocaat Steve Glazer, die meteen de gelegenheid te baat neemt om zijn eigen muziek te pluggen, opdracht gegeven om het onderste uit de kan te halen. Pas aan het einde van de eerste film komt Broomfield, na een tamelijk ranzige rondgang langs hele en halve Wuornos-kenners, uiteindelijk oog in oog te staan met de gevreesde mannenhaatster.

Twaalf jaar later wordt de Britse documentairemaker, die er soms ronduit dubieuze methoden op nahoudt, als getuige opgeroepen in het proces dat moet leiden tot de executie van zijn subject. Tijd voor een tweede documentaire over Aileen Wuornos (die overigens behoorlijk dubbelt met z’n voorganger). De vrouw die eerder zo moeilijk benaderbaar leek, stelt zich nu ogenschijnlijk helemaal open voor hem en corrigeert bovendien haar eerdere getuigenissen, waarin ze stelde dat er sprake was zelfverdediging. Nee, ze heeft die kerels destijds toch echt gewoon in koelen bloede afgemaakt. Broomfield weet al snel niet meer wat hij moet geloven. Houdt ze hem nu voor de gek of deed ze dat juist eerder? En met welke reden dan? Wuornos heeft bovendien een uiterst ongemakkelijk verzoek voor hem: nu hij er toch is, wil hij er dan ook getuige van zijn hoe zij plaatsneemt op ‘old sparky’, de elektrische stoel?

3 1/2 Minutes, 10 Bullets

Was het de loop van een geweer? Of toch een loden pijp? Of, zoals de vrienden van Jordan Davis beweren, niet meer dan wat uitdagende woorden? Feit is dat Michael Dunn, een 45-jarige witte Amerikaan, op 23 november 2012 bij een tankstation het vuur opende op de zwarte tiener. 3 ½ Seconds, Ten Bullets (98 min.).

Of ging het toch gewoon om te harde muziek? Klotemuziek, dat wel. Gangsterrap. ‘Rapcrap’, aldus Dunn. ‘Kun je die muziek zachter zetten?’ zou hij hebben gevraagd. ‘Ik kan mezelf niet eens horen denken.’ En Jordan reageerde naar zijn maten in de trant van: ‘Fuck dat, zet die muziek weer aan!’ Net iets te agressief. Waarna Michael Dunn zijn pistool pakte, het wapen opzichtig doorlaadde en de trekker overhaalde. Tien maal dus. Uit zelfbescherming, beweert hij. Hij voelde zich bedreigd. Maar rechtvaardigt dat zulke drastische maatregelen? Zeker als dat wapen van de zeventienjarige jongen nooit wordt gevonden.

Marc Silver onderzoekt in deze stemmige documentaire uit 2015 wat er daadwerkelijk is gebeurd op die dramatische Black Friday in Jacksonville, Florida. Hij laat in dat kader ooggetuigen aan het woord, toont beeldmateriaal van beveiligingscamera’s en de politieverhoren van Michael Dunn en laat telefoongesprekken horen die deze na afloop met zijn verloofde Rhonda Rouer voerde. Intussen volgt Silver via Davis’ ouders de rechtszaak tegen Dunn. Die blijkt op de fatale dag naar de bruiloft van zijn zoon te zijn geweest. Had Michael Dunn daar misschien te veel gedronken? Of was hij soms geïrriteerd doordat de muziek op het feest hem niet aanstond? En hoe geloofwaardig is zijn verweer dat hij zich bedreigd voelde?

Het zijn vragen die in de rechtszaal tot in detail worden behandeld en ook in deze stevige film uitgebreid aan de orde komen. Die trekt daardoor soms een beetje. Tegelijkertijd zijn nuance en context wel degelijk van eminent belang om deze zaak in zijn volle omvang te begrijpen. De ‘loud music-shooting’ paste immers binnen een trend. Enkele dagen na de fatale schietpartij bij het benzinestation werd Jordans vader benaderd door de vader van Trayvon Martin, een zwarte tiener die negen maanden eerder was doodgeschoten door een witte man. ‘Welkom bij de club waarvan niemand lid wil zijn’, zei hij volgens Ron Davis. Een nieuwe hashtag zou opgeld doen en een begrip worden in het hedendaagse Amerika: #BlackLives Matter. 

Elián


Was het een wonder toen Elián Gonzalez tijdens Thanksgiving 1999 als drenkeling uit het water tussen Cuba en de VS werd gevist? Een vijfjarig jongetje uit Cardenas, aan de Noordzijde van het eiland Cuba, dat uiteindelijk Miami bereikte nadat zijn moeder op zee was verdronken.

In de documentaire Elián (108 min.) van Tim Golden en Ross McDonnell, worden zijn redding en de navolgende mediastorm gereconstrueerd. De filmmakers portretteren de tumultueuze ontwikkelingen rond het mediagenieke joch als de culminatie van het conflict tussen de Verenigde Staten en Fidel Castro’s Cuba.

In die zin is de film vergelijkbaar met OJ: Made in America, het vijfluik over OJ Simpson dat eerder dit jaar de Oscar voor beste documentaire in de wacht sleepte. Het ‘kleine’ verhaal van een kleuter, waaraan zowel vanuit Cuba (zijn vader) als Florida (andere familieleden) gigantisch wordt getrokken, is afgezet tegen het grote conflict: Fidels (vermeende) dictatuur versus de ‘vrijheid’ van Amerika.

De belangen van het kind raken al snel volledig ondergesneeuwd als pro- en anti-Castro activisten in de media alle ruimte krijgen om op hoge toon Eliáns terugkeer naar zijn geboorte-eiland of juist zijn gecontinueerde verblijf in het land van de onbegrensde mogelijkheden te bepleiten.

Het steekspel rond het jongetje zou zelfs, zo betoogt deze enerverende film, een doorslaggevende rol hebben gespeeld in de Amerikaanse verkiezingen van 2000, waarbij een paar honderd (Cubaanse) stemmen in Florida de Republikein George W. Bush president maakten. Over wonderen gesproken.