De Dochter Van De Dominee

Filmacademie

‘Heb ik nou wel eens echt getwijfeld of God bestond?’ vraagt broer Tjeerd zich hardop af. ‘Nee, volgens mij niet.’ Frans en Symen, de andere twee broers van Christine Boersma, hebben zich wél afgewend van het geloof van haar ouders, het domineesechtpaar Boersma. Ook Christine zelf, als De Dochter Van De Dominee (24 min.), kent fundamentele twijfel. Ze zou haar vader en moeder de bijbehorende pijn alleen liever besparen.

In een replica van hun vroegere huiskamer ontvangt ze na haar oudere broers ook vader Jan en moeder Henriëtte. Zij nemen naast elkaar plaats op de familiebank. Een foto van de dag waarop Christine ooit belijdenis deed zorgt aan beide kanten al direct voor emoties. En dan moet de maakster van deze afstudeerproductie, die werd beloond met de VPRO-documentaireprijs 2021, nog gaan vertellen dat ook zij afstand gaat doen van haar geloof.

Ouders en dochter gaan in deze interviewfilm vervolgens een liefdevolle – en juist daardoor zo aangrijpende – dialoog met elkaar aan. Over het doorgeven van waarden en normen en het respecteren van elkaars keuzes, maar daardoor uiteindelijk ook het afscheid moeten nemen van elkaar. Want pa en ma komen straks na de dood in de hemel, waarin hun dochter, ook tot haar eigen spijt, niet meer kan geloven.

‘Jij gelooft in God, dus jij gaat naar de hemel’, citeert Christine’s vader, ternauwernood zijn tranen bedwingend, uit de evergreen Papa van Stef Bos. ‘En ik geloof in niets. Dus we komen elkaar na de dood nooit meer tegen.’ Terwijl Christine, vanachter de camera, die keiharde waarheid probeert te bevatten, omarmen ze elkaar als familie en vinden daarin een soort houvast.

Dit Ben Ik Niet

Nederlands Film Festival

In eerste instantie heeft ze ‘het volste vertrouwen’ in hem. Ontspannen vertrouwt Rian haar levensverhaal toe aan haar 42-jarige zoon Joris, die speciaal voor de gelegenheid enkele weken bij haar is ingetrokken, inclusief de feestdagen. Een zus van Joris Koptod Nioky geeft dan weer direct aan dat ze helemaal geen zin heeft in het oprakelen van het verleden. Bang voor de grote emoties die loskomen. Dat kwartje valt pas later bij Rian. Als de film bijna klaar is, heeft ze spijt als haren op haar hoofd dat ze heeft besloten om mee te werken.

Dit Ben Ik Niet (102 min.), constateert Rian boos en diep teleurgesteld als ze een voorlopige montage van de egodocu te zien krijgt. Joris wil oud zeer bovenhalen, misschien zelfs rekeningen vereffenen. Deze film kan een manier zijn om weer verbinding tot stand te brengen binnen de familie, zegt hij onderweg, maar dat lijkt eerlijk gezegd toch echt niet de insteek. Als een film daarvoor überhaupt een geëigend middel zou zijn. De maker kan de camera immers als wapen inzetten en heeft later ook nog altijd de montage – scherp, associatief en humorvol, in dit geval – om de vertelling naar zich toe te trekken.

Het ogenschijnlijk bijna lukraak samengestelde gezin waarbinnen de documentairemaker opgroeide – een uitvloeisel van de woongroepen van de jaren zeventig – is nooit een veilige omgeving voor hem geworden, betoogt hij. Joris en zijn (half)broers en -zussen zijn beschadigd uit de strijd gekomen die hun jeugd gaandeweg werd. Rian, die bang is dat ze wordt geportretteerd als een ‘tokkie’, herinnert zich dat totaal anders. De vragen van haar zoon en diens conclusies ervaart ze als een koude douche. ‘Als ik jou zou opnemen, dan zou jij ook van alles zien over jezelf’, zegt ze verontwaardigd. ‘Nou, dat is wat ik nu zie.’

Joris laat zijn 71-jarige moeder naar getuigenissen van enkele van haar (stief)kinderen kijken. ‘Is er nou nooit iemand geweest – een docent, een buurman, een buurvrouw, een vriend, iemand die vaak over de vloer kwam – die zag dat het niet in orde was bij ons?’ vraagt een broer van Joris zich af. Rian vertrekt ogenschijnlijk geen spier als ze wordt gedwongen om via hen naar zichzelf te kijken. Ook letterlijk: Joris zet een laptop op het salontafeltje voor haar. Op het beeldscherm ziet ze zichzelf zitten zoals ze daar nu zit: een oudere vrouw, met een kussen op haar schoot, die participeert in wat ze zelf ‘een lelijke film’ noemt. Een documentaire die onderdeel zal worden van een hevig ontsporende familieruzie.

Haar zoon houdt de teugels intussen stevig in handen bij deze ontleding van wat hij als zijn eigen verhaal beschouwt: close-up beelden van een huishouden van Jan Steen, strak gearrangeerde gesprekken, tijdsprongen, parallel gemonteerde gesprekken, ontregelende geluiden en spannende muziek (waaronder een ingenieus slotduet). Als maker trekt Koptod Nioky alles uit de kast om zijn persoonlijke betoog kracht bij te zetten, maar van wie is dat verhaal eigenlijk? Van hem als kind? Van zijn moeder? Of van andere familieleden, waarvan sommigen zijn missie ondersteunen en anderen juist verafschuwen wat hij bij zijn naasten aanricht?

Als de film wordt ontdaan van zijn morele dimensies – kan dat überhaupt en is dat gewenst? – dan resteert een enerverende, zinnenprikkelende en slim gestructureerde vertelling over een kind dat zijn moeder wil laten zien wie ze volgens hem is – en dat wil dat ze ook hem nu eindelijk eens ziet. Als buitenstaander zie je daarnaast een gecompliceerde familiesituatie die, voor het oog van de wereld, verder op scherp wordt gezet.

Het Zaad Van Karbaat

VPRO

Het hele café stroomt vol met Karbaatjes. Sommigen kennen elkaar al. Anderen ontmoeten elkaar voor het eerst. In de ander zien ze zichzelf. Of juist niet. Alle aanwezigen stammen af van één en dezelfde man: de beruchte Nederlandse fertiliteitsarts Jan Karbaat (1927-2017). Hij gebruikte stiekem zijn eigen sperma om onvruchtbare vrouwen te ‘helpen’. Dit zou geresulteerd kunnen hebben in maar liefst honderden kinderen. Precieze aantallen ontbreken.

In 2018 studeerde Miriam Guttmann af aan de Filmacademie met de gestileerde korte documentaire Het Zaad Van Karbaat, waarin ze vrouwen en kinderen van de omstreden dokter aan het woord liet. Deze film blijkt niet meer dan een vingeroefening voor de groots opgezette driedelige serie Het Zaad Van Karbaat (134 min.), die begin dit jaar in première is gegaan op het prestigieuze Amerikaanse Sundance Film Festival onder de noemer Seeds Of Deceit.

Over een soortgelijke kwestie, de sperma-strapatsen van arts Quincy Fortier uit Las Vegas, is onlangs ook een Amerikaanse documentaire uitgebracht: Baby God. Deze ambitieuze Nederlandse productie bestrijkt echter een breder terrein en reikt ook dieper. Aflevering 1 concentreert zich op Karbaats ‘wensmoeders’, in de tweede aflevering staan de zogenaamde ‘Karbastards’ centraal en de laatste aflevering verbreedt de kwestie naar de trouwste donoren van de wonderdokter, twee mannen die ook meewerken aan deze documentaire, en de kinderen die zij weer op de wereld hebben gezet.

Zo ontstaat een verbazingwekkend verhaal over een arts die op eigen houtje, voor een deel wellicht onbewust en onbedoeld, een immoreel sociaal experiment rond erfelijkheid opzet, waarmee de aloude nature-nurture discussie nieuw leven kan worden ingeblazen. De omvang van wat hij in gang zette is bovendien nog altijd nauwelijks te overzien. Uit alle hoeken en gaten kunnen nieuwe Karbaatjes tevoorschijn komen. Ze worden dan onderdeel van een lukraak samengestelde familie, die bijna letterlijk voor het oog van de camera tot stand komt.

Dat is een ronduit fascinerend schouwspel, waarbij mensen die zich soms altijd wat onthecht hebben gevoeld in een willekeurig café ineens een bloedverwant kunnen ontmoeten. Guttmann vervat hun ervaringen in een smeuïge en zinnenprikkelend verbeelde vertelling en probeert daarin ook vat te krijgen op de man zelf, die in zijn reguliere leven ook nog eens negen kinderen, onder wie een zoon uit een buitenechtelijke relatie, op de wereld zette. Was hij nou een gewetenloze dokter, een oversekste ladiesman of toch eerder een rommelende idealist?

En dan dient ook de eerste Karbaat-afstammeling uit het buitenland zich aan…

Het Zaad Van Karbaat is hier te bekijken.

Acasă, My Home

Astra Film

Dit verhaal zou zich kunnen afspelen op een onontgonnen stuk wildernis in Zuid-Amerika. Of op een nagenoeg verlaten Indonesisch eiland. Met ontblote bast peddelt een groepje verwilderde jongens in een bootje door het water. Op zoek naar vis, een zwaan achtervolgend. Volledig één met de natuur. Op de achtergrond prijkt alleen een rijtje grauwe flats. De Roemeense hoofdstad Boekarest bevindt zich op nauwelijks een steenworp afstand.

Twintig jaar geleden nam de gypsy Gica Enache, teleurgesteld in de reguliere maatschappij, zijn vrouw Niculina mee naar Vacaresti, een verwaarloosd natuurgebied met meren en wilde dieren vlakbij de stad. Daar voedden ze samen maar liefst negen kinderen op. De pater familias doet denken aan het Viggo Mortensen-personage uit de fraaie speelfilm Captain Fantastic, een vader die zijn kroost in de bossen probeert te behoeden voor de consumptiemaatschappij. Tagline: he prepared them for everything except the outside world.

Zoals ook de vergelijking met de documentaire The Wolfpack, over de zes broers Angulo die van hun dominante vader jarenlang hun New Yorkse appartement nauwelijks mochten verlaten, zich onvermijdelijk aandient bij  Acasă, My Home (86 min.). Zeker omdat ook hier de buitenwereld zich steeds nadrukkelijker meldt in de wereld van de Enaches, in de vorm van ambtenaren die van Vacaresti een beschermd natuurpark willen maken en de kinderbescherming die zich zorgen maakt over het welzijn van de kinderen.

Dat kan niet goed gaan. En dat doet het dus ook niet. ‘Wil je zien hoe ik mezelf in brand steek?’ roept de patriarch theatraal als zo’n groepje bemoeials zich meldt op het vervuilde erf bij zijn hut. ‘Gewoon voor de show.’ Voordat hij, met een peuk in de hand, de daad bij het woord kan voegen, wordt de boel gesust. De Enaches zullen moeten terugkeren naar de maatschappij die ze de rug toe hadden gekeerd. En vader Gica, die kampt met gezondheidsproblemen en mede daardoor de controle verliest, gaat mee. Of hij dat nu wil of niet.

De kinderen worden daar eens goed gewassen, gaan naar de kapper en stromen ook in op school, waar ze lezen, schrijven en rekenen kunnen leren. De domesticatie van de zigeuners, een bevolkingsgroep waarop menige Roemeen neerkijkt, verloopt desondanks niet zonder strubbelingen. In deze fraaie debuutfilm van onderzoeksjournalist Radu Ciorniciuc blijven twee totaal verschillende ideeën over het leven met elkaar botsen. Aarden in de nieuwe wereld gaat dus bepaald niet vanzelf, terwijl terugkeren naar de oude eveneens onmogelijk is.

Het is het centrale dilemma van de familie Enache – en vrijbuiters in het algemeen – dat Ciorniciuc vervat in een beeldende vertelling, waarin vissen en het eten of verkopen daarvan een symbolische lading krijgt. Als manier van in contact blijven met de natuur, als product om in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien en als activiteit die in de bewoonde wereld alleen op afgesproken plekken geoorloofd is. Het komt allemaal samen in een film die inmiddels diverse filmprijzen won, waaronder de Cinematography Award op het Amerikaanse Sundance Film Festival.

Marten & Oopjen: Portret Van Een Huwelijk

NTR

Met de veel gelauwerde documentaireserie Het Nieuwe Rijksmuseum bracht Oeke Hoogendijk in 2014 de perikelen rond de renovatie van het Amsterdamse museum op prachtige wijze in beeld. In Marten & Oopjen – Portret Van Een Huwelijk (55 min.), een film over de mogelijke aankoop van twee schilderijen van Rembrandt, valt ze terug op twee vertrouwde gezichten uit die serie: voormalig directeur Wim Pijbes (2008-2016) en huidig directeur Taco Dibbits (2016-heden). De spanning tussen hen is soms voelbaar.

De twee krijgen in deze film gezelschap van de aandoenlijke Franse baron Eric de Rotschildt, een telg van de puissant rijke familie die de twee schilderijen in privébezit heeft, en Sébastien Allard, de directeur schilderijen van het concurrerende Franse museum het Louvre, die de kunstwerken ook maar wat graag aan de collectie wil toevoegen. 160 miljoen moeten ze opbrengen. Kunnen de musea Marten en Oopjen misschien samen aanschaffen? Dat lijkt een goed idee. Totdat het Rijksmuseum het bedrag ook in zijn eentje denkt te kunnen ophoesten…

Op een gegeven moment dreigt zelfs een diplomatieke rel tussen Nederland en Frankrijk. Met bravoure, zo nu en dan wat venijn en het nodige gevoel voor humor ontrafelt Hoogendijk het roerige aankoopproces, dat door meerdere crises gaat. Wie daarvoor verantwoordelijk is, daarover verschillen de meningen. Over één ding zijn de direct betrokkenen het echter allemaal eens: het is van eminent belang dat deze twee essentiële Rembrandts in Europa toegankelijk worden gemaakt voor publiek.

En uiteindelijk, na de fraai in beeld gebrachte restauratie, is het dan zover en kunnen Marten en Oopjen aan de wereld worden getoond, een vanzelfsprekende apotheose voor deze chique film, die kleiner van opzet en minder gelaagd is dan Het Nieuwe Rijksmuseum, maar een uitstekende nabrander vormt voor Hoogendijks pièce de résistance.

Stories We Tell


‘Elke familie heeft een verhaal’, stelt de ondertitel van deze overrompelende egodocumentaire van Sarah Polley uit 2012, die donderdag wordt herhaald op NPO2. Je zou die zin ook kunnen parafraseren: elke familie wórdt een verhaal – en zou dus het decor kunnen vormen voor een zeer persoonlijke film zoals Stories We Tell (108 min.).

Die verhalen kunnen de waarheid natuurlijk ook in de weg zitten. Want corresponderen de verhalen die we over onszelf vertellen werkelijk met het leven zoals we dat leven of hebben geleefd? Of overwoekert onze behoefte om de protagonist te worden in onze eigen vertelling, met een kop en (liefst een bevredigende) staart, de ware gebeurtenissen? En in hoeverre worden we eigenlijk voor de gek gehouden door ons geheugen?

In de aangrijpende speelfilm My Life Without Me vertolkte Sarah Polley ooit de rol van een zieke moeder die in het geheim scenario’s voor haar man en kinderen schrijft, voor een toekomst waarvan ze zelf geen deel meer zal uitmaken. In Stories We Tell gaat ze op zoek naar haar eigen moeder. Diane Polley overleed toen dochter Sarah elf was en liet haar gezin vooral achter met mogelijke scenario’s voor het verleden: wie was bijvoorbeeld Sarahs biologische vader? En (hoe) kun je vooruit als die vraag nog niet is beantwoord?

De regisseuse laat daarbij ostentatief zien hoe ze haar eigen verhaal stuurt. Ze instrueert de man die ze jarenlang als haar vader beschouwde, acteur Michael Polley, bij het inspreken van voice-overs, demonstreert hoe ook interviews uiteindelijk geënsceneerde situaties zijn waarover alleen zij als maakster controle heeft en fabriceert zelfs authentiek ogende familiefilmpjes die ze versnijdt met originele video’s van het gezin Polley. Stories We Tell is haar verhaal, wil ze maar zeggen. Haar waarheid.

En een verhaal vertellen kan ze, deze Canadese filmmaakster. Ze lardeert haar persoonlijke zoektocht met kleine valkuilen, milde humor en verraderlijke cliffhangers en werkt uiteindelijk toe naar een bijzonder bevredigend einde. Stories We Tell is, kortom, het werk van een geboren verhalenverteller, die ook nog eens verdacht dicht bij de – nee, laten we zeggen: een – waarheid lijkt te komen.