We Had A Plan

Docmakers

Tien jaar lang hebben ze toegewerkt naar dit moment. Tien jaar van poetsen en sparen, tien jaar zonder familie. En nu is het dan eindelijk zover voor Paul en Daniel: ze keren terug naar de Filipijnen. Ze hebben een flatje geregeld in de hoofdstad Manilla, waar ze een Airbnb beginnen. Daarnaast hebben ze nog een klein huisje voor zichzelf. Zo hebben de twee het zich altijd voorgesteld. Na jaren van harde arbeid in Nederland, zeven dagen per week en ongedocumenteerd, wacht nu het goede leven voor het Filipijnse koppel, te midden van de mensen die van hen houden. Ze kunnen hun geluk niet op.

We Had A Plan (96 min.) – and we love it when a plan comes together, zoiets. Daniel laat het zich lekker aanleunen, Paul raakt om de haverklap overmand door emoties. Bevangen door het geluk dat op hun pad komt. Dat ze overigens zelf hebben afgedwongen, met al die jaren noeste arbeid in de schaduw, en dat hij, de plannenmaker van de twee, al zo vaak heeft gevisualiseerd. Paul wil bovendien gaan ondernemen, terwijl Daniel terugkeert naar zijn oude baan in het ziekenhuis. Kortom: de zon schijnt. Het leven wordt zelfs begeleid door vrolijke muziekjes. Al is dat laatste vooral de keuze van regisseur Suzanne Raes. Alsof ze nu al, nu het Paul en Dan zo voor de wind gaat, wil zeggen: geniet ervan zolang het kan, want dit kan zo niet duren.

Als alles inderdaad niet geheel volgens plan verloopt, blijkt Paul – anders zou hij Paul natuurlijk niet zijn – ook nog een Plan B te hebben. Essentieel is dat Daniel zijn vaardigheden als verpleegkundige weer op peil weet te krijgen in het plaatselijke ziekenhuis, waar hij voor een hongerloon ellenlange diensten moet draaien. Maar: life is what happens to you, while you’re busy making other plans. Het dreigt hen zelfs uit elkaar te spelen. Hun liefdessprookje, zo fraai opgezet door henzelf en Raes en haar Filipijnse coregisseur Venice de Castro Atienza, lijkt te ontsporen in het echte leven, waarin zij onderdeel zijn van grote maatschappelijke thema’s zoals armoede, LHBTIQ+-acceptatie, arbeidsmigratie en de uitdagingen binnen de gezondheidszorg.

We Had A Plan – and we hate it when the plan seems to fall apart – keert echter altijd terug naar de kern: de relatie tussen deze mannen, die voor elkaar lijken te zijn gemaakt. Als twee figuren die inmiddels volledig in elkaar overlopen, net als de knuffelende beeldjes die in hun huis staan. Raes vangt de wisselwerking tussen de twee sowieso met veel oog voor sfeer en detail. Als de één, wanneer het lot hen toch uit elkaar lijkt te drijven, een nachtelijk tochtje maakt door de Amsterdamse grachten, blijkt de ander ineens te roken. De nette sweater van de ander die liefdevol rond een kussen wordt geplooid, zodat je er lekker tegenaan kunt kruipen. Intussen nestelen die dekselse Paul en Daniel, geheel volgens het plan van de filmmaker(s), zich in het hart.

Ze hebben alleen nog wel het één en ander te overwinnen. Voordat alles toch nog volgens plan kan worden afgerond.

The Year Of The Ghost

Pieter van Huystee Film / Mokum

Voor iedereen die Louis Hothothots debuutfilm Four Journeys (2021) heeft gezien, voelt de openingsscène van de opvolger The Year Of The Ghost (96 min.) direct vertrouwd. Het gekibbel tussen zijn Chinese ouders in hun woning in Beijing. De permanente wrevel van zijn oudere zus, die zo’n in China betreurde ‘leftover woman’ dreigt te worden en van ruzie zoeken een sport lijkt te hebben gemaakt. En de gefluisterde voice-over waarmee de sinds 2012 in Nederland woonachtige documentairemaker alle gevoelige thema’s inkadert.

Als hij in 2022 het bericht krijgt dat zijn vader ernstig ziek is, vliegt Louis Hothothot onmiddellijk naar China. Daar moet hij 28 dagen in quarantaine. Hij mist daardoor zowel het overlijden als de uitvaart van de man die hem, in weerwil van de gewraakte Chinese eenkindpolitiek, op de wereld heeft gezet. Als Louis eindelijk mag afreizen naar het dorp waar zijn vader begraven ligt, lijkt zijn moeder daar zowaar te willen blijven. Tot frustratie van z’n zus, die terug wil naar Beijing om alsnog, nu ze nog kinderen kan krijgen, een echtgenoot te vinden.

Haar zoon verdiept zich intussen in het leven van de beste vriendin van zijn moeder. Deze ‘tante’ werd op haar zeventiende, zonder dat ze het zelf doorhad, uitgehuwelijkt aan een plaatselijke man. Voor 100 yuan, zo’n vijftien euro. Samen kregen zij, ondanks die eenkindpolitiek, twee zoons en adopteerden ze een dochter. Bijna een halve eeuw later lijken ze het best goed te hebben met elkaar – al moet zijn tante wel toegeven dat oom haar nog wel eens aanpakt. ‘Maar hij slaat me nooit echt hard’, voegt de oude vrouw er snel aan toe.

Via vrouwen zoals deze tante, zijn eigen moeder en z’n zus verdiept Hothothot zich in deze persoonlijke film in de achtergrond, positie en uitdagingen van Chinese vrouwen. Zijn eigen familie fungeert daarbij opnieuw als pijnlijke spiegel. Hij zet het mes ongenadig in eigen vlees en blijft filmen in ongemakkelijke situaties. Als zijn zus uitvaart tegen hun moeder en bekent dat ze hun overleden vader nog steeds haat, bijvoorbeeld. En wanneer zijn moeder bijna in een hoestbui blijft, wordt de camera draaiend weggezet, voordat zoonlief te hulp schiet.

Van zéér dichtbij – ergens op het slappe koord tussen intiem en voyeuristisch – documenteert Louis Hothothot ook de ontwikkelingen rond zijn moeders gezondheid en het relationele leven van zijn zus. Intussen maakt hij, via krachtige animaties, tevens uitstapjes naar hun gezamenlijke verleden. Zo ontstaat een gecompliceerd portret van zijn eigen familie, als weerslag van een verstikkende cultuur waarin vrouwen vooral onderdanig en loyaal behoren te zijn. Als zoon, broer, man én maker heeft hij zich daar maar toe te verhouden.

Tragedia En El Estadio Corregidora

HBO Max

Het Corregidora-stadion in de Mexicaanse stad Querétaro maakt zich die zaterdag 5 maart 2022 op voor de beladen voetbalwedstrijd van degradatiekandidaat Querétaro Fútbol Club, ofwel de Gallas Blancos, tegen regerend landskampioen Atlas FC uit Guadalajara. Blauwzwart versus roodzwart. Ofwel: supportersgroep La Resistencia Albuazul tegenover La Barra 51. Het wordt een Tragedia En El Estadio Corregidora (internationale titel: Corregidora: The Darkest Night In Mexican Soccer, 147 min.), het Mexicaanse Heizeldrama. Waarbij elke uitwas bovendien met mobiele telefoons is gedocumenteerd.

Het uitzinnige supportersgeweld van met name de thuisfans wordt vanaf het begin omgeven met geruchten. Waarom was de beveiliging niet beter op orde? Proberen plaatselijke politici misschien af te dekken dat er ook doden zijn gevallen? En gaat het om een vooropgezette actie? Want waarom werden sommige slachtoffers anders tegelijkertijd, op verschillende plekken in het stadion, helemaal uitgekleed en van hun identiteitsbewijs ontdaan? Het lijkt een doelbewuste poging om hen te vernederen. Maar van wie? Alleen van vijandelijke ultra’s? Of toch ook van criminele groeperingen?

Regisseur Alberto Arnaut reconstrueert de afgebroken risicowedstrijd met voetbalfans, slachtoffers, familieleden, beveiligers, hulpverleners en bestuurders. Hun versies van de gebeurtenissen sluiten meestal op elkaar aan, maar botsen ook wel eens. Door die verschillende lezingen ontstaat er ruis – en dus ook ruimte voor complottheorieën. Is Mexico bijvoorbeeld bang om de organisatie van het wereldkampioenschap voetbal kwijt te raken? En in hoeverre spelen ‘huachicol’, de diefstal van staatsolie door misdaadkartels, en ‘shockgroepen’, die de politiek willen destabiliseren, nog een rol?

Arnaut concentreert zich eerst op de bizarre taferelen in het stadion, richt daarna zijn aandacht op de reactie van de autoriteiten en probeert tenslotte, met behulp ook van anonieme bronnen uit duistere kringen, het kaf van het koren rond het al dan niet georkestreerde geweld te scheiden in deze breed opgezette miniserie, die alleen met wel erg ronkende muziek is afgewerkt. Die maakt in elk geval glashelder dat de tragedie in Estadio Corregidora, waar op de gevel pront het woord ‘Tolerancia’ prijkt, méér was dan de toevallige botsing van twee rivaliserende supportersgroepen.

Nobody’s Business

Alan Berliner / IDFA

‘In ieder leven zit wel iets bijzonders’, houdt de Joods-Amerikaanse documentairemaker Alan Berliner z’n vader Oscar voor bij de start van zijn film over hem. ‘Nee’, antwoordt die gedecideerd. ‘Jij probeert van niets iets te maken.’ Terwijl de titel van die film in beeld komt – Nobody’s Business (55 min.) – is nog net te horen hoe Alan reageert: ‘Maar Jij bent mijn vader!’

Hij begeleidt hun permanente gekibbel met zwartwit-beelden van een bokswedstrijd. De ene uppercut volgt op de andere maagstoot. Geen van beiden weigeren ze echter knock-out te gaan. Zoonlief wil terug naar het begin. De oorsprong van de Berliners. Die ligt in Rusland en Polen, maar waar precies? Alans neven en nichten weten het ook niet. Alsof hun geschiedenis pas in Amerika is begonnen. Uiteindelijk weet hij toch een precieze locatie vast te stellen: Rajgrod, een dorp dat afwisselend Pools en Russisch was. ‘Dit kan overal zijn’, reageert Oscar, geheel in stijl. ‘Big fucking deal!’

In zijn voorouders is vader Berliner al even weinig geïnteresseerd. Ich bin ein Berliner, so what? Zijn zoon vraagt zich intussen af hoe zijn vader is gevormd door zijn eigen vader Benjamin, naar verluidt een harde en koude man. Samen met zijn echtgenote, volgens de overlevering wél een warme vrouw, zette hij elf kinderen op de wereld, waarvan Oscar de laatste is. Een knappe en charmante man, zo wil het verhaal. Een geboren verkoper ook. Hij weet zichzelf aan een veel jongere vrouw te verkopen, Alans moeder Regina Cassuto, en graaft daarmee, figuurlijk gezien, zijn eigen graf.

Het huwelijk, dat de jeugd van Alan en zijn zus Lynn heeft getekend, mondt uit in een echtscheiding. Het is de grootste teleurstelling in Oscars leven – en de meest traumatische ervaring in het leven van zijn zoon. Alan wil daarover in gesprek, maar treft ook dan een onwillige participant in zijn vader. Ondanks alle tegenwerking weet de filmmaker hem toch het een en ander te ontfutselen. En voor de rest gaat hij te rade bij andere familieleden. Over waarom Oscar altijd alleen is gebleven en ook weinig vriendschappen heeft opgebouwd – en hoe het kan dat de tijd blijkbaar niet alle wonden heelt.

Oscar wil zelf ook nog wel het één en ander kwijt. ‘Je had accountant, jurist of ingenieur kunnen zijn’, zegt hij, nét iets te scherp, tegen z’n zoon, die in zijn ogen maar een armzalige filmmaker is geworden. Ondanks zulke stekeligheden laten Oscar en Elkaar elkaar niet los. Ze kunnen samen wel wat hebben en beschikken allebei over meer dan genoeg zelfspot. Nobody’s Business (1996) ontwikkelt zich intussen tot een prikkelende exploratie van familiebanden, ingenieus aangekleed met messcherpe beeldsequenties en typografie, aan de hand van de vraag of je jezelf beter leert kennen als je weet waar je vandaan komt.

Chilean Mine Rescue: Race Against Time

National Geographic / Disney+

‘Één van de jongeren zei: ze zullen ons niet vinden’, herinnert Alex Vega zich van de dag dat hij levend begraven wordt. ‘Wat een paar mijnwerkers in Mexico overkwam, gaat ons ook overkomen. Ik zei: ik heb nooit gehoord wat er met mijnwerkers in Mexico is gebeurd. Hij zei: er is een mijn ingestort en er waren veel mijnwerkers binnen en ze deden niks om ze te redden. Ze zetten alleen een grafsteen bij de ingang: hier liggen zoveel mensen.’ Vega ziet hun eigen grafsteen dan ook al voor zich: hier liggen 33 medewerkers van de Chileense San José-mijn, die om het leven zijn gekomen bij een mijninstorting op 5 augustus 2010.

Met de moed der wanhoop gaan plaatselijke reddingswerkers desondanks aan het werk. De ventilatieschacht waarmee hun voorman Pedro Rivero de mijnwerkers één voor één naar boven had willen halen, vanuit maar liefst 700 meter diepte, is alleen ook al ingestort. Alle hoop lijkt verloren. ‘Vergeet het maar’, zegt een expert tegen Laurence Golborne, de kersverse minister van Mijnbouw. ‘Die zijn allemaal dood.’ Waarna de politicus, door president Sebastián Piñeda direct naar de plek des onheils gestuurd, de families van de 33 mannen moet gaan bijpraten. Pas 56 uur na de ramp meldt de Chileense leider zich zelf ter plaatse. Zijn komst luidt wel de ommekeer in.

De afloop van de navolgende reddingsoperatie moge bekend zijn en volgt ook automatisch uit de opzet van Chilean Mine Rescue: Race Against Time (142 min.). In deze driedelige serie van Chloe Campbell en James Parris blikken mijnwerkers, familieleden, hulpverleners, deskundigen en bestuurders terug op de epische reddingsactie, die zich grotendeels live voor de camera afspeelt. Aan de bekende nieuwsbeelden wordt nu ook het perspectief van de mannen zelf toegevoegd. Één van hen heeft onder de grond de beschikking over een telefoon met camera. Die indringende beelden, waarin ze elkaar bijvoorbeeld moed inspreken, zijn voor het eerst te zien.

Met visualisaties van de ingewanden van de mijn, die is opgebouwd als een gigantische kurkentrekker, benadrukken Campbell en Parris verder hun benarde positie en verduidelijken ze het huzarenstukje dat hun redders leveren: van het leggen van een voedsel- en videobelverbinding tot het boren van een tunnel, zodat de mijnwerkers met de speciaal gefabriceerde capsule Fénix naar boven kunnen worden gehaald. Om de mannen ook geestelijk gezond te houden wordt de hulp van het Amerikaanse ruimteagentschap NASA ingeroepen. Zo vinden ze bijvoorbeeld een oplossing voor Ariel Ticona, die per se bij de geboorte van z’n dochter wil zijn. Dat heeft hij zijn vrouw beloofd.

Deze derde Race Against Time-productie – nadat eerder al de tsunami, die in 2004 huishield rond de Indische Oceaan, en de catastrofe, die Orkaan Katrina een jaar later veroorzaakte in de Amerikaanse stad New Orleans, overtuigend zijn opgeroepen – is intussen uitgegroeid tot een indrukwekkende miniserie over menselijke moed, inventiviteit en saamhorigheid, die in alle opzichten recht doet aan het ontzagwekkende karakter van de mijnramp, de 69 (!) dagen die de mijnwerkers doorbrengen in het binnenste van de aarde en de ingenieuze reddingsactie die ondertussen in gang wordt gezet.

Meisjes Van De Goede Herder – Het Vervolg

VPRO

Huub Janssen laat de gifbeker ditmaal aan zich voorbij gaan. De huidige directeur van de katholieke congregatie De Goede Herder, een ogenschijnlijk schappelijke man die in het eerste seizoen van de documentaireserie Meisjes Van De Goede Herder (2024) met de ene na de andere pijnlijke onthulling werd geconfronteerd en daardoor steeds achter de feiten aan liep, heeft bedankt voor dit vervolg. Lies Vissers, Joke de Smit en Roos te Riet, de drie vrouwen die als meisje een barre tijd hadden bij de nonnen die vroeger de scepter zwaaiden in de instellingen van De Goede Herder, zijn wel weer prominent aanwezig in Meisjes Van De Goede Herder – Het Vervolg (184 min.). Zij krijgen versterking van andere slachtoffers en ooggetuigen, die zich na de eerste serie hebben gemeld bij regisseur Britta Hosman en researcher Dore van Duivenbode.

De rechtszaak die advocaat Liesbeth Zegveld namens negentien vrouwen heeft aangespannen om erkenning te krijgen voor misstanden binnen De Goede Herder – van dwangarbeid tot eenzame opsluiting – is inmiddels bij het hoger beroep aanbeland. En ook in Almelo is het onderzoek op de vergeten begraafplaats van de congregatie, waar relatief veel skeletresten van jonge vrouwen zijn aangetroffen, nog niet afgerond. Is er misschien sprake van onnatuurlijke sterfte? Fysisch antropoloog Constance van der Linden probeert aan de botten af te lezen wat de doodsoorzaak zou kunnen zijn. Van de gemeente Almelo mag ze alleen niet bij de opgravingen zelf zijn. De vrouwen hebben daarom aangifte gedaan tegen de gemeente. Zij eisen een openbaar onderzoek. Deze zaak mag niet (langer) onder de pet gehouden worden.

Dit vierdelige tweede seizoen verdiept en verbreedt de tragische casus van de ‘meisjes’ met schrijnende getuigenissen over hun liefdeloze behandeling als kind, herinneringen aan seksueel misbruik, een nieuw verzamelgraf in Zoeterwoude, de twijfelachtige dood van twee jonge zussen en (gedwongen) abortussen in het klooster. Hosman kadert alle ontwikkelingen als alwetende verteller in en probeert zo ook in het hoofd van haar personages te kruipen. Zij geeft woorden aan wat de slachtoffers, hun pleitbezorgers en andere spelers in deze onverkwikkelijke geschiedenis lijken te denken of voelen. Ze vindt intussen ook de symboliek in hun dagelijks leven. Het desolate roken van de zoveelste sigaret. Een auto met panne. Of een zwangere kleindochter, als teken van het verglijden van de tijd en daarmee het verdwijnen van De Goede Herder-wereld.

Bij De Goede Herder mochten deze ‘meisjes’ geen vriendschappen sluiten, nu hebben ze, als door het leven getekende vrouwen, een hechte zusterschap gevormd die hen, ook in dit aangrijpende tweede seizoen, langs de voetangels en klemmen van het verleden helpt.

Boven De Wolken

Hazazah Pictures / EO

Milan Ali (22) is net getrouwd. Toufik Amallah (22) treedt binnenkort in het huwelijk. En Yassine Aït Ben Ameur (21) is nog druk met het afronden van zijn HBO-studie. Alle drie staan ze op de drempel van volwassenheid – en hebben ze geen idee wat hen daarna te wachten staat, ook als vrienden.

Samen gaan ze in Boven De Wolken (25 min.) de Triglav beklimmen, de hoogste berg van Slovenië. Als bestendiging van hun vriendschap en een soort initiatierite naar een ander leven. Regisseur Hanna van Niekerk volgt de drie Nederlanders met Marokkaanse en Koerdische wortels van hun laatste capriolen op een klimmuur via een lange treinreis naar de beklimming van die bergtop. Daarbij worden ze begeleid door bemoedigende berichtjes van familieleden in Nederland.

Van Niekerk zit in deze coming of age-docu dicht op haar hoofdpersonen, stuk voor stuk leuke en serieuze jongens die zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheden in het leven. Voor een film heeft dat ook zo z’n nadelen: verwacht in Boven De Wolken geen plotseling opvlammende conflicten of groot drama, als de Aljaz-toren op die berg van bijna drieduizend meter hoogte in zicht komt.

Milan, Toufik en Yassine moeten tijdens hun zware en sfeervol vastgelegde poging om de imposante Triglav te bedwingen regelmatig diep gaan, stijgen daarbij boven zichzelf uit en gedragen zich intussen als ideale rolmodellen. Die tocht omhoog zorgt tevens voor introspectie en de realisatie dat de jaren des verstands inmiddels zijn aangebroken. Jongens moeten nu echt mannen worden.

Inside The Uffizi

Magnet Film

De Galleria degli Uffizi is ‘een oneindige Ark van Noach’, stelt Claudio di Benedetto, de filosofisch ingestelde bibliothecaris van het museum in Florence. De imposante kunstcollectie van de ooit zo machtige De’ Medici-familie, die grofweg van de veertiende tot en met de achttiende eeuw alomtegenwoordig was in het huidige Italië, wordt in het hier en nu beschikbaar gemaakt voor een groot publiek. Belangrijker nog, vindt Di Benedetto, is dat de klassieke kunstwerken van onder anderen Leonardo Da Vinci, Michelangelo en Caravaggio ook worden gepreserveerd voor de toekomst.

Voor deze verzorgde documentaire gaan Corinna Belz en Enrique Sánchez Lansch letterlijk Inside The Uffizi (96 min.). Hun camera schrijdt door het museum en geeft onze ogen goed de kost, begeleid door ijle klassieke muziek. Kijken, écht kijken, is het parool. Dat is tegenwoordig geen overbodige luxe, stelt huismeester Fabio Sostegni. Sommige bezoekers zijn zo druk met fotograferen dat ze vergeten om echt te kijken. Je hebt eigenlijk zeker vier dagen nodig om alles goed in je op te nemen, vindt hij. ‘Luister, zelfs iemand zoals ik, die hier praktisch woont, ontdekt na al die jaren nog nieuwe details en vraagt zich af waarom die schilders hebben gedaan wat ze hebben gedaan.’

In dat kijken zit ook de voornaamste kracht van deze film, die geen dwingende verhaallijn heeft. Kijken. Naar Uffizi’s Duitse directeur Eike Schmidt die, afwisselend in vloeiend Italiaans, Engels en Duits, alles in goede banen probeert te leiden – ook als er verschil van mening ontstaat met de Britse kunstenaar Antony Gormley over de plaatsing van één van diens sculpturen. Naar de begeesterde rondleidster die een groep kinderen op de grond laat liggen, zodat ze de plafondschilderingen extra goed kunnen zien. En naar de precieze herstelwerkzaamheden aan een schilderij dat in 1993 ernstig beschadigd is geraakt bij een autobom. Tijdens de restauratie wordt ’t als het ware herboren.

Uit al die los-vast met elkaar verbonden verhaalelementen spreekt een diepe eerbied voor de kunst en de makers daarvan. En dat komt allemaal samen in de krop in de keel van die ene suppoost, die vertelt hoe dankbaar ie is dat hij dagelijks in contact staat met zulke bijzondere kunstwerken. ‘En dat dit mag in zo’n belangrijk museum als het Uffizi maakt het extra speciaal.’

Teenage Wasteland

Netflix

De houding van Gary Grossman, de hoofdredacteur van de plaatselijke krant The Times Herald Record, is exemplarisch. Hooghartig wuift hij begin jaren negentig in een live-uitzending van MHS TV, een schoolproject van de Middletown High School, elke suggestie van de hand dat er sprake zou kunnen zijn van een milieuschandaal. Eerder hebben leerlingen, die onderzoek doen naar giftig afval op de lokale stortplaats, al tevergeefs een videotape met hun bevindingen afgeleverd bij zijn krant. En ook bij bestuurders van Middletown in de Amerikaanse staat New York vangen zij bot.

De jeugdige deelnemers aan het project onderzoeksjournalistiek, begeleid door de populaire docent Elektronische Media Fred ‘Hippiefred’ Isseks, laten zich echter niet afschrikken. Ze blijven hun tanden zetten in de ernstig vervuilde bodem en het vergiftige grondwater, die een serieus gevaar voor de volksgezondheid vormen in het Amerikaanse stadje. Ruim dertig jaar later blikken de jongeren van toen, die destijds de ‘Toxic Avengers’ werden genoemd, in de documentaire Teenage Wasteland (alternatieve titel: Middletown, 110 min.) terug op deze kwestie, die hun middelbare schoolperiode heeft gekleurd.

Het filmmakende duo Jesse Moss en Amanda McBaine, dat eerder samen de documentaires Boys State (2020), The Mission (2023) en Girls State (2024) maakte, laat hen voor deze reconstructie hun eigen reportages, studio-uitzendingen en de docu’s The Wallkill Dump en Garbage, Gangsters And Greed nog eens zien en brengt hen ook bij elkaar om die periode van jeugdig idealisme te herbeleven. Als middelbare schoolleerlingen werden zij de belichaming van het begrip ‘burgerlijke moed’. Hun begeleider Isseks had hen daarvoor een heel simpele instructie gegeven: doe alsof je in een functionerende democratie leeft.

Zo stuiten ze in deze stevige film, niets minder dan een reclamespot voor de journalistiek, op enkele onvergetelijke vuilnisbeltmedewerkers, een sympathiserende natuurpatholoog en een heuse anonieme bron, hun eigen ‘Deep Throat’. Terwijl de gedreven tieners door sommige bewoners van Middletown worden weggezet als notoire complotdenkers, zet de klokkenluider ‘Mr. B.’ hen op het spoor van een gezelschap dat zich als plaatselijke Sopranos onledig houdt met ‘waste management business’: het illegaal én lucratief dumpen van afval, waarbij lokale functionarissen nog wel eens een zakcentje toegestopt krijgen.

Want in deze wereld geldt: garbage is gold.

Welcome To The Family: The Murder Of Dan Markel

Disney+

Hij was naar verluidt een zeer strenge rechtendocent, maakte met zijn blog Prawlsblawg bepaald niet alleen vrienden en stond een New Yorkse rabbi bij in de geruchtmakende Prodfather-zaak. Als Daniel Markel op de ochtend van 18 juni 2014 koel wordt geliquideerd op de oprit van zijn eigen huis in een nette wijk van Tallahassee, een zaak die half Amerika in z’n greep krijgt, weet de politie van Noord-Florida nog niet in welke hoek ze de dader of diens opdrachtgever moet vinden.

Twaalf jaar later maakt de titel van deze vierdelige true crime-serie op voorhand al duidelijk waar volgens regisseur Sebastian Smith het echte verhaal zit: Welcome To The Family: The Murder Of Dan Markel (169 min.). Bij Markels schoonfamilie om precies te zijn, de Adelsons, een gefortuneerde familie uit Miami in Zuid-Florida. Ten tijde van zijn dood was Markel verwikkeld in een vechtscheiding met zijn ex-vrouw Wendi Adelson, die hun twee zoontjes wilde meenemen naar het zuiden van de staat.

Die strijd om de voogdij lijkt een aannemelijk motief en is mogelijk ook de aanzet geweest voor het opzetten van een huurmoord. Daarmee zou zo’n 15.000 dollar gemoeid zijn, volgens Wendi’s nieuwe (en al snel ook alweer ex-)vriend Jeff Lacasse. Die stelt ook: de Adelson-familie is ‘ongezond verstrengeld’. Wendi’s vader Harvey, moeder Donna en broer Charlie zouden een al even ongezonde diepgewortelde ‘Dan-haat’ hebben. Alleen oudste broer Robert, het zwarte schaap van de Adelsons, blijft daarbuiten.

Smith pluist alle intriges rond de moord op die gehate zwager/schoonzoon uit met de betrokken rechercheurs, getuigen, vrienden, kennissen en, jawel, een true crime-podcaster. Bij dat complot zouden zoveel verschillende personen betrokken zijn geraakt dat hij de onderlinge verhoudingen bovendien in beeld brengt met wassen poppetjes, zonder gezichtsuitdrukking, die samen een tamelijk verknipte familie-opstelling vormen en de rechtbankverklaringen, verhoorbeelden en telefoonopnames aanvullen.

Met een even ingenieuze als twijfelachtige undercoveroperatie proberen de FBI en de politie de moordzaak, die dan al jaren aansleept, uiteindelijk vlot te trekken. Uitgangspunt daarbij is dat niet alleen degenen die de trekker overhaalden hun straf moeten uitzitten. Ook hun vermoedelijke opdrachtgevers, Dan Markels ‘monsters-in-law’, mogen de dans niet ontspringen. Vooralsnog wanen die zich echter onaantastbaar en laten ze zich ook zeker niet zomaar in de val lokken of inrekenen.

De Adelsons vormen zo, ook voor de nét iets te gretig meelevende Amerikaanse true crime-gemeenschap en kijkers van deze adequate miniserie, een prettig doelwit. Net als bijvoorbeeld de Dursts en Murdaughs, steenrijke families die eveneens betrokken raakten bij spraakmakende misdrijven, representeren zij een kaste die overal mee lijkt weg te komen en nu maar eens hardhandig tot de orde moet worden geroepen.

Mysteriet Om Den Danske Nazi-Donor

DR

Inmiddels zijn ze met vijftien. En de lijst met halfbroers en -zussen blijft gestaag groeien. Ze stammen allemaal af van één en dezelfde man. Dat is hen overigens pas later, véél later, duidelijk geworden. Toen hij allang dood was.

Thomas Rasmussen maakt zich aan het begin van de straffe driedelige documentaireserie Mysteriet Om Den Danske Nazi-Donor (internationale titel: The Nazi Donor Mystery, 90 min.) van Søren Klovborg op om drie van zijn halfbroers en -zussen voor het eerst te ontmoeten in zijn huis op het Deense schiereiland Sjællands Odde. Ze delen een donorvader met een uiterst dubieus verleden: Walther Frisch (1917-1992) zat tijdens de Tweede Wereldoorlog drie jaar bij de Waffen-SS.

In de loop van de jaren zestig heeft de Deense SS’er Frisch in zeker vier landen – Zweden, Finland, Denemarken en Duitsland – kinderen op de wereld gezet. Heeft hun vader daarmee het credo van zijn voormalige baas Heinrich Himmler in de praktijk gebracht? Volgens hem zou elke SS-officier minimaal vier kinderen moeten hebben. ‘Zijn wij het resultaat van die ideologie?’ vraagt zijn zoon Mats Rydberg, een Zweedse halfbroer van Thomas, zich nu af. ‘Of zijn we gewoon verwekt omdat hij dat kon?’

Samen met hun halfbroer Matthias Kötter en halfzus Charlotte Kudsk proberen Mats en Thomas ongemakkelijke vragen te beantwoorden. Over het oorlogsverleden van hun vader, natuurlijk. Welke rol speelde Walther Frisch bijvoorbeeld bij een massa-executie in april 1944 in Graz, waarbij meer dan tweehonderd mensen werden vermoord? Na de oorlog beweerde hun vader in de rechtbank dat hij op dat moment elders was, maar volgens deskundige Dennis Larsen loog hij dat het gedrukt stond.

En over wat er na er na de Tweede Wereldoorlog gebeurde: hoe kon het dat hun vader, ondanks zijn betrokkenheid bij oorlogsmisdaden, door het Zweedse Karolinska Sjukhuset werd ingezet als zaaddonor? Gebeurde dat gewoon tijdens werktijd of stiekem, in de donkere uurtjes, door specialisten van het ziekenhuis met nazisympathieën? En welke motieven had de man die werd omschreven als een leuke, grappige en genereuze persoon – ‘op dat ene ding na’ – daarvoor zelf?

Daarmee voegt Klovborgs miniserie een navrant element toe aan de stroom scandaleuze verhalen die in de afgelopen jaren al zijn losgekomen vanuit de ‘fertiliteitsindustrie’. Van de ene na de andere vruchtbaarheidsarts is inmiddels gebleken dat hij, in een tijd waarin ze zich onbespied waanden, onzorgvuldig is omgegaan met de selectie van spermadonoren en/of de bevruchting van patiënten met een kinderwens – of dat hij daarvoor, zoals de Nederlandse arts Jan Karbaat, zelfs zijn eigen zaad heeft gebruikt.

Die pijnlijke geschiedenissen zouden nooit boven tafel zijn gekomen zonder de introductie van DNA. En daar zijn ook de zoektochten van enkele Frisch-nazaten begonnen. Bij een onbezonnen DNA-test, soms zelfs als gevolg van een verjaardagscadeau. Met verstrekkende gevolgen. Terwijl zij de implicaties van die keuze proberen te bevatten, krijgen de vier zestigers met een onverwacht en ongewild oorlogsverleden vooralsnog nul op het rekest bij het Karolinska-ziekenhuis.

Zijn zij de belichaming van een doelbewust plan om nazi-genen veilig te stellen? Of simpelweg de nazaten van één enkele man die een geheel eigen en uiterst twijfelachtig levenspad heeft gekozen?

De Non En De Wegwerpkinderen

WNL

Het imago van Truus Kuijpers heeft zich op min of meer dezelfde manier ontwikkeld als de beeldvorming rond interlandelijke adoptie. Eerst werd de Nederlandse non beschouwd als een weldoener, die arme kindertjes uit Chili een warm thuis bezorgde in haar eigen moederland. Later volgden de vragen over hoe ze dit eigenlijk had gedaan en wat daarvan de gevolgen waren. Inmiddels is ‘zuster Gertrudis’ al net zo omstreden als de adoptievorm, waarmee ze zich haar hele leven bezig heeft gehouden. ‘Ik wilde dus gewoon helpen’, beweert ze in een interview met Hart van Nederland uit 2022, tien dagen voordat ze op 89-jarige leeftijd zal overlijden. ‘Dat moet toch kunnen?’

In datzelfde interview zegt ze ook: ‘Ik heb nooit gewerkt voor ouders die een kind zoeken. Wij hadden kinderen die ouders zochten.’ Daarover is echter fundamentele twijfel ontstaan. Tanja Kok, die ook het Hart-interview met Kuijpers deed, zoekt het verder uit in de journalistieke documentaire De Non En De Wegwerpkinderen (66 min.), die is geregisseerd door Foeke de Koe. De term ‘wegwerpkinderen’ schijnt de adoptienon overigens zelf te hebben gebruikt. Direct betrokkenen stellen nu alleen dat sommige van die kinderen op oneigenlijke manieren zijn afgenomen van hun biologische moeders of zelfs zijn ontvoerd. Kuijpers zou op bestelling kinderen hebben geleverd.

Chili was in die tijd een kinderfabriek, stelt Marisol Rodriguez, een vertegenwoordigster van Hijos y Madres del Silencio, ‘de kinderen en moeders van de stilte’. Kok spreekt met hen en gaat ook poolshoogte nemen bij het voormalige kindertehuis Las Palmas in Santiago de Chile. In totaal hebben daar meer dan 800 kinderen gezeten, waarvan er ongeveer 200 naar Nederland zijn gekomen. De verhalen van deze inmiddels volwassen Chileense Nederlanders zijn buitengewoon schrijnend. Ze voelen zich bij de neus genomen door zuster Truus. In elk geval bij de adoptie zelf – en soms ook nog tijdens de lucratieve rootsreizen die zij eind jaren negentig begon te organiseren.

‘M’n zoon is van de vuilnisbelt teruggekomen’, zegt Orfelina, de moeder van Alejandro Quezada, als zij het volwassen kind dat ze in september 1979 op veertienjarige leeftijd ter wereld heeft gebracht een half leven later voor het eerst ontmoet. Hij was gestorven, hadden ze haar wijsgemaakt – omdat zíj hem te vaak had opgepakt. En daarna was ie simpelweg afgevoerd. In werkelijkheid is ‘dat dode kindje’ bij een stel in de Achterhoek beland. Eenmaal herenigd krijgen moeder en zoon van zuster Gertrudis nog geen half uur om opnieuw kennis te maken. Tot het eind probeert de adoptienon de regie te houden over haar levenswerk, dat in deze Spoorloos 2.0 definitief wordt ontheiligd.

Het tragische verhaal van Mirjam Hunze, één van de Chileense adoptiekinderen, is overigens ook al uit de doeken gedaan in de podcast De Gestolen Kinderen. Tanja Kok maakte voor Hart van Nederland bovendien al een podcast over Truus Kuijpers: De Adoptienon.

Fragments Of Belonging

Verde Films

Je hebt mensen nodig ‘die weten wanneer je zingt en wanneer je huilt’, zegt een familielid tegen Tatjana Božić. En dat is precies wat de Kroatische filmmaakster regelmatig mist. Ze heeft het gevoel dat zij er in Nederland, waar ze samen met haar tienerzoon Waldemar woont, niet echt bij hoort. Er lijkt een ‘onzichtbare muur’ te bestaan tussen haar en anderen. Daarover gaat Fragments Of Belonging (Tragovi Pripadanja, 81 min.), een film over haar eigen eenzaamheid als vrouw uit ‘Oost-Europa’, met hooggespannen verwachtingen, een Slavisch accent en onzalige plannen.

Tot voor kort had Božić nog nooit ergens langer dan tien jaar gewoond. Ze werd geboren in een Kroatisch dorp en verhuisde later naar de Sovjet-Unie. Daarna was ze achtereenvolgens woonachtig in Londen, Zagreb en Amsterdam. En op die laatste plek kreeg ze een kind met een Nederlander, in wie zonder al te veel moeite collega-filmmaker Rogier Kappers (en het glasorgel, uit zijn persoonlijke film Glas, Mijn Onvervulde Leven) is te herkennen. Inmiddels is Tatjana een alleenstaande moeder en verhuisd naar een buitenwijk. Komt ze hier nog weg? En zal ze er ooit écht bij horen?

Zij groeide op als onderdeel van een gemeenschap en is nu terecht gekomen in een wereld, waar het individu centraal staat. Aansluiting vinden gaat niet vanzelf. Of ze nu lid wordt van een fietsclub of de slaapkamer van haar zoon begint te verhuren als hotelkamer, in de hoop dat er zo nieuwe vrienden in huis komen. Via een familie-opstelling probeert Tatjana Božić vat te krijgen op waarom ze zoveel moeite heeft om zich ergens thuis te voelen. Hoort dit bij haar geboorteland, dat in half Europa gastarbeiders heeft afgeleverd? Of zit het opgesloten in haar eigen familieverhaal?

Niemand is in hun dorp blijven wonen. Ze zijn uitgewaaierd naar zeven verschillende landen, waar ze nu bezoek mogen verwachten van dat ene ontheemde familielid, dat maar niet ‘ingeburgerd’ raakt in haar huidige thuisland. Božić moet op haar tocht, gelardeerd met persoonlijke gesprekken en begeleid door Balkan-muziek, ook de confrontatie aangaan met de moederrol in haar leven: de omgang met haar zoon en, onlosmakelijk daarmee verbonden, de verhouding tot haar eigen moeder. In deze film probeert ze, tussen alle lachen en tranen door, de weg te vinden naar een thuis.

Zeg maar gerust: een inclusieve wereld. Waldemar heeft er zo z’n twijfels bij. ‘Het is net alsof je er stiekem van houdt om nergens bij te horen’, zegt hij. Zijn moeder wíl volgens hem gewoon een buitenstaander zijn. En zij heeft zich daar maar toe te verhouden.

Miguel Ángel Blanco: Las 48 Horas Que Lo Cambiaron Todo

Netflix

Ook de huidige Spaanse koning Felipe VI kan zich de dag waarop Miguel Ángel Blanco is ontvoerd door de Baskische terreurbeweging ETA nog goed herinneren. Donderdag 10 juli 1997. Nadat het 29-jarige gemeenteraadslid van de Partido Popular ‘s middags niet bij een afspraak is verschenen, belt iemand in bij het radiostation Egin Irratia: als er niet binnen 48 uur aan de eisen van de ETA wordt voldaan, zal Blanco worden geëxecuteerd. ‘Lieve help’, zegt de toenmalige kroonprins Felipe. ‘Om de waarheid te zeggen, als ik eraan terugdenk, voel ik al dat verdriet weer en al die verontwaardiging.’

‘Laat alle hoop varen’, houdt Ramón Jáuregui, de secretaris-generaal van de Baskische socialistische partij, Blanco’s directe omgeving meteen voor. ‘Ze gaan jullie vriend vermoorden.’ De ETA is op zoek naar wraak, nadat ze een gevoelige nederlaag heeft geleden. Tien dagen eerder is de gijzelaar José Antonio Ortega Lara na anderhalf jaar bevrijd door de Guardia Civil. Dat kunnen de Baskische extremisten niet over hun kant laten gaan. Maar wie heeft daarbij gedacht aan een onbeduidend raadslid uit Ermua, voor wie politiek niet meer is dan een hobby? En dat hij zou worden verraden door een directe collega uit de gemeenteraad?

Zijn uren tikken letterlijk weg in Miguel Ángel Blanco: Las 48 Horas Que Lo Cambiaron Todo (94 min.), de aangrijpende documentaire waarin journalist Jon Sistiaga, die tevens dienst doet als verteller, samen met Juanjo López het drama reconstrueert dat heel Spanje in z’n greep krijgt. Zij ontvangen zowel verwanten en vrienden van het slachtoffer als bestuurders, politici (zoals de toenmalige premier José Marie Aznar) en hoogwaardigheidsbekleders voor de camera, waaronder dus ook de huidige Spaanse koning Felipe VI, een generatiegenoot van Blanco. ‘Er was een sentiment van ongewoon hechte saamhorigheid’, herinnert hij zich.

De ontvoering zorgt in het hele land voor spontane demonstraties en witte marsen, waarbij Miguels jongere zus Marimar, inmiddels een bekende Spaanse politica, zich manifesteert als een krachtige stem namens de familie, die is overvallen, letterlijk voor een draaiende camera, met het slechtst denkbare nieuws. ‘Het zijn geen Basken’, scandeert een woedende menigte op één van die bijeenkomsten, als Blanco’s laatste uur lijkt te hebben geslagen. ‘Het zijn moordenaars.’ Sistiaga en López brengen dit scharnierpunt in de recente Spaanse historie, dat uiteindelijk het einde van de gevreesde ETA zal inluiden, weer helder in het vizier.

Dit gaat gepaard met beelden die zich op het netvlies branden. Van een volksmenigte bijvoorbeeld, die op de grond gaat zitten, collectief het hoofd buigt en de handen in de nek legt en woedend begint te roepen: ‘ETA, hier is mijn nek.’ Tegen zulke taferelen lijkt uiteindelijk geen (radicaal) politiek ideaal bestand.

Bliksem

VPRO

‘Als onze families onze liefde zouden zien, zou dat wellicht iets doorbreken en zouden we meer verbonden kunnen zijn’, verwoordt Aiman Hassani, bij de start van Bliksem (59 min.), het gevoel waarmee hij deze persoonlijke film over z’n relatie met Tim inging. Want hoewel ze al ruim vijf jaar samen waren, hadden hun families elkaar nog nooit ontmoet. Tim en Aiman wilden graag delen hoe gelukkig zij samen waren. En toen bleek de ware Jacob er een verborgen leven op na te houden.

Tim stamt uit een gehucht in de Achterhoek, Aiman groeide op in een Marokkaanse familie uit de omgeving van Utrecht. Ze zeiden ‘u’ tegen elkaar – teder! – en waren heel lang elkaars veilige plek. Ook nadat alles op losse groeven is komen te staan, blijft Hassani zijn leven documenteren. Om greep te krijgen op die nieuwe realiteit en zichzelf onder controle te houden. Alsof hij in de spiegel naar zichzelf blijft turen en elk afzonderlijk element van z’n eigen verlies wil optekenen.

Hassani filmt bijvoorbeeld hoe hij een filmpje terugkijkt dat hij ooit samen met Tim maakte tijdens het koken. En dat krijgt de kijker van Bliksem dan weer te zien. Meermaals. Zoals die ook wordt meegenomen naar de sportschool, waar Aiman een nieuwe routine vindt – en een nieuwe versie van zichzelf, met een wasbord. Hij gaat ook nog naar de kapper. Het lijken afscheidsrituelen, van een jonge man die op drift is geraakt/gebracht. Losgeraakt, ook van zijn familie.

‘Niemand heeft je afgewezen omdat je anders bent’, zegt zijn ernstig zieke vader, in wat misschien wel hun laatste gesprek wordt. ‘Wij houden van jou omdat je Aiman bent. Jij bent onze zoon.’ Die boodschap moet nog even doordringen bij de filmmaker in deze even particuliere als universele registratie van de ontmanteling van het ene leven, om aan het volgende te kunnen beginnen.

Eat More Trees

M&N Film Distribution

De woestijn dreigt hen in te halen, vertelt Yanniek Schoonhoven. Ze woont samen met haar echtgenoot Alfonso Chico de Guzmán en hun kinderen op de familieboerderij La Junquera in Zuid-Spanje. Met regeneratieve landbouw proberen ze om te gaan met de aanhoudende droogte en andere gevolgen van klimaatverandering. In dat kader dromen ze er ook van om de rivier, die acht jaar geleden is opgedroogd, weer terug te brengen in de nabijgelegen Quipar-vallei en zo hun leefgebied nieuw leven in te blazen.

Vanuit deze casus maakt landschapsontwerper/filmmaker Louis De Jaeger in de documentaire Eat More Trees (79 min.), die hij samen met regisseur Arne Focketyn heeft gemaakt, een rondgang langs allerlei inspirerende initiatieven elders op aarde. Bij The Land Institute in de Amerikaanse staat Kansas worden bijvoorbeeld gewassen verbouwd die bestand zijn tegen bodemerosie en klimaatverandering. Op een biologische boerderij in het Britse Reading stimuleert Iain Tolhurst de biodiversiteit en hoopt zo de uitgeputte bodem te reanimeren. Bij de Green Pastures Farm in Missouri proberen ze het grasland te herstellen met grazend vee. En in het sterrenrestaurant Blue Hill at Stone Barns van chefkok Dan Barber in New York wordt het farm-to-table principe gehanteerd.

Het moet uit zijn, betoogt verteller Hanna Verboom namens De Jaeger en Focketyn, met de industriële landbouw en het algehele kortetermijndenken. Door ontbossing dreigt binnen enkele generaties bijvoorbeeld ook savannevorming in het Braziliaanse regenwoud. En dat is – het mag geen nieuws meer zijn – uiteindelijk catastrofaal voor de gehele aarde. Initiatieven zoals het voedselbos van Pedro Diniz, een voormalige Formule 1-coureur uit Brazilië, zijn daarom essentieel om natuurlijke regeneratie op gang te brengen en de ontbossing tot staan te brengen. De aarde spreekt, zegt Benki Piako, de leider van de Ashaninka-stam die in het Amazonegebied de inheemse agroforestry-beweging heeft opgericht, met het nodige drama. Maar wanneer gaan we luisteren?

De ‘call to action’ van deze onvervalste film met een boodschap is onontkoombaar: met concrete maatregelen, zoals bijvoorbeeld de keuze voor polycultuur, meerjarige gewassen en verantwoord waterbeheer, is het tij nog altijd te keren. Hoe kunnen wij voor het land zorgen, vat één van de sprekers de basisgedachte van Eat More Trees samen, zodat het land voor ons kan zorgen?

Maternal Instinct

Netflix

Hun dochter zal Clancy Gaile Griffin gaan heten. Op sociale media brengt Taylor Parker de hele wereld ervan op de hoogte dat ze zwanger is van Wade Griffin, een boerenjongen die ze kort daarvoor heeft leren kennen in de Texaanse dorpsgemeenschap New Boston. Op 9 oktober 2020 belt Taylor echter in naar de hulpdiensten. Politieagenten treffen de 27-jarige vrouw aan langs de kant van de weg. Ze heeft net in haar auto een kind gekregen. Tenminste, dat beweert ze. Medewerkers van het ziekenhuis concluderen even later echter dat deze patiënt met geen mogelijkheid kan zijn bevallen van de baby die ze bij zich draagt.

Het zéér ongemakkelijke tafereel is vastgelegd met bodycams van agenten en hulpverleners, beelden die blijkbaar tot het publieke domein zijn gaan behoren en waarmee Jessica Dimmock nu de documentaire Maternal Instinct (96 min.) opstart. Daarna gaat zij met Wade, zijn familie en een veelheid aan vrienden en kennissen terug in de tijd, om van daaruit weer toe te werken naar het unheimische moment dat Taylor hysterisch de politie te woord staat in haar auto op de vluchtstrook. Het gedrag van de jonge vrouw is dan al grondig ontleed: Taylor Parker lijkt een beroepsfantast. Ze kijkt niet op een leugentje meer of minder en fabuleert er lustig op los.

Maar, zoals dat dan gaat in Amerikaanse true crime-docu’s, de waarheid blijkt altijd nog véél vreemder – en schokkender – dan wat we hadden kunnen verzinnen. Met vaste hand stuurt Dimmock de kijker door het doolhof dat haar hoofdpersoon rondom zichzelf heeft opgetrokken. Parker stamt bijvoorbeeld uit een zéér gefortuneerde familie, heeft allerlei aandoeningen onder de leden gehad en is nu dus zwanger. Niets blijft daarbij privé en (vrijwel) alles mag in beeld worden gebracht – ook als Taylor de controle over haar verhaal verliest en wordt geconfronteerd met haar eigen daden. Het is een enerverende kijkervaring, waarna je je als buitenstaander wel een beetje vies voelt.

‘Iedereen kan worden vergeven’, zegt één van haar slachtoffers dodelijk kalm. Alleen niet door ons.’

Poldi

Netflix

Bij de meeste voetbaldocu’s gaat tachtig procent over de carrière van de hoofdpersoon en slechts twintig over zijn privéleven. De Duitse aanvaller Lukas Podolski, die maar liefst 130 keer uitkwam voor ‘Die Mannschaft’, zou dat in ‘zijn’ documentaire graag omdraaien. Terwijl hij op z’n veertigste bezig is aan zijn ‘vermoedelijk laatste seizoen’ als speler van de Poolse club Górnik Zabrze, maakt de zakenman Podolski bijvoorbeeld al overuren. In een sportwinkel overlegt hij met enkele medewerkers over een ‘goodbye collection’, om zijn pensionering als voetballer ook te gelde te maken. Één van de anderen stelt een LD-tuinkabouter voor. Poldi (94 min.) twijfelt. Iedereen heeft al een tuinkabouter. ‘Klopt’, antwoordt één van de anderen. ‘Maar niet eentje die op jou lijkt.’

Daarmee is de toon gezet voor een voetbalportret dat vooral geen routineuze sportdocu mag worden. Natuurlijk komt Podolski’s loopbaan, die hem langs clubs als FC Köln, Bayern München, Arsenal, Inter Milan en Galatasaray heeft geleid, aan de orde in deze film van Nicolas Berse-Gilles, Simone Schillinger en Kai Sehr, maar, ondanks de bijdrage van Duitse kopstukken zoals Joachim Löw, Oliver Kahn, Toni Kroos, Thomas Müller en Bastian Schweinsteiger, gebeurt dit met mate. De nadruk ligt meer op de man dan op de voetballer. In 1987 verkaste die als peuter met zijn hele familie, stuk voor stuk ‘positiv verrückt’ aldus Podolski, van Polen naar Duitsland. Als kind van een migrantengezin werd ‘geen woorden maar daden’ zijn levensfilosofie. Ofwel: wer schläft verliert.

Samen met zijn vrouw, zoon, ouders, zus, tantes en oma laat hij zijn achtergrond, jeugd, gezinsleven, zakelijke carrière én voetbalbestaan de revue passeren. Dat gebeurt open, nuchter en met veel humor. Als ze zijn aanbeland bij Podolski’s periode in Londen, snijden de filmmakers bijvoorbeeld een pijnpuntje aan: ‘We hebben beelden van Arsenal die we graag zouden gebruiken. Ze vragen daar [****] euro voor.’ Poldi vertrekt geen spier. ‘Dat gaat dan ten koste van je budget’, antwoordt hij grinnikend en loopt vervolgens alle leden van de filmcrew na. ‘Als iedereen [****] lapt, dan is het voor de bakker.’ Daarna verschijnt er een tekst in beeld: ‘Het geld werd niet ingezameld. Vandaar alleen een foto.’ Van Lukas Podolski, glunderend in een Arsenal-shirt. Hij heeft vermoedelijk net gescoord.

Zo nemen Berge-Gilles, Schillinger en Podolski in deze zeer vermakelijke documentaire behalve zichzelf ook consequent de dertien-in-een-dozijn sportfilm op de hak. Waarbij ze zich, helemaal aan het eind, zelfs nog bezondigen aan een kostelijk staaltje geschiedvervalsing en de hoofdpersoon Duitsland hoogstpersoonlijk naar de wereldtitel laten schieten.

World Wide Mafia, ‘Ndrangheta

Disney+

De operatie Rinascita-Scott is jarenlang voorbereid. Op 20 december 2019 willen hoofdaanklager Nicola Gratteri en zijn team driehonderd leden van de ‘Ndrangheta, de maffia van de Italiaanse regio Calabrië, tegelijkertijd oppakken. Enkele dagen van tevoren lijkt de supergeheime operatie echter te zijn uitgelekt. Gratteri neemt een gedurfde beslissing: Rinascita-Scott wordt een dag vervroegd, in de hoop de gevreesde ‘Ndrangheta-clan alsnog te kunnen verrassen. Het is de grootste operatie in de geschiedenis van de ‘Carabinieri’.

In de vierdelige serie World Wide Mafia, ‘Ndrangheta (187 min.) van François Chayé en Jacques Charmelot blikt de gestaalde ‘crimefighter’, een erfgenaam van de vermoorde maffiabestrijders Giovanni Falcone en Paolo Borsselino, samen met enkele naaste medewerkers terug op hun strijd met de ‘Ndrangheta. Daarbij beschikken ze over een opmerkelijke troef: Emanuele Mancuso, een telg van de beruchte Mancuso-familie uit Limbadi. Na zijn arrestatie is hij ‘pentito’ geworden. Hij werkt mee aan het onderzoek van de Italiaanse justitie naar de criminele organisatie en zijn eigen familie.

Nicola Gratteri is in Calabrië opgegroeid met de ‘Ndrangheta, die zich inmiddels naar alle uithoeken van de wereld heeft vertakt. Terwijl de Siciliaanse maffia La Cosa Nostra sinds jaar en dag veel stof doet opwaaien, slaagt haar Calabrese evenknie er meestal in om onder de radar te blijven. Intussen dringt de criminele organisatie door tot in de haarvaten van de samenleving, in Italië en ver daarbuiten. En de ‘Ndrangheta kijkt niet op een lijk meer of minder om haar belangen te beschermen. Met ‘verraders’ zoals Emanuele Mancuso kennen de clans al helemaal geen genade.

In een bunkerrechtszaal komt in 2021 één van de grootste maffiaprocessen aller tijden op gang, met sleutelrollen voor de spijtoptant Mancuso en de theatrale advocaat Salvatore Staiano. Aan de hand van deze zaak duiken Chayé en Charmelot in deze gedegen miniserie ook in de werkwijze en roerige historie van de ‘Ndrangheta, die is vergeven van dreiging en geweld en die de Italiaanse samenleving op alle mogelijke manieren ondermijnt. Zo’n wereld kan niet zonder mensen met stalen zenuwen, zoals Nicola Gratteri en zijn team, die het recht willen laten zegevieren.

Mama’ku – Van Jakarta Tot De Molukken

Cinema Delicatessen

In de afgelopen jaren lijkt de Nederlandse documentairewereld, oneerbiedig gezegd, een vruchtbare nieuwe afzetmarkt te hebben ontdekt. De grootste bioscoopsuccessen – en documentaires hebben het doorgaans moeilijk in filmtheaters – lijken te komen van films die een specifieke bevolkingsgroep aanspreken: Chinese Nederlanders (Meer Dan Babi Pangang), Papoease Nederlanders (The Promise), Surinaamse Nederlanders (Moeder Suriname) en – vooral – Nederlanders uit de voormalige kolonie Nederlands Indië (Kleinkinderen Van De Oost, Indië Verloren… en Anak Indië).

Op dit terrein beweegt ook Sven Peetoom zich als filmmaker. In 2025 regisseerde hij samen met Juliëtte Dominicus, die eerder al de korte film Indisch Zwijgen (2022) had gemaakt, de intieme documentaire Tussen Wal En Schip – Geruisloos Indisch. Nu volgt Mama’ku – Van Jakarta Tot De Molukken (57 min.). Peetoom is door danseres Cheroney Pelupessy uitgenodigd voor een reis naar Indonesië. Zij wil de plekken bezoeken die haar moeder Laura als kind hebben gevormd. Intussen wil ze werken aan haar lastige relatie met de vrouw die ze nog altijd consequent met ‘u’ aanspreekt.

Deze geladen roadmovie is gelardeerd met gestileerde danssequenties, waarmee Cheroney, alleen of samen met haar moeder of mensen die ze onderweg ontmoet, haar impressies en gevoelens uitdrukt. In het land van hun voorouders stuiten ze samen op pijn uit het verleden: huiselijk geweld, een gedwongen huwelijk en smokkel naar Nederland. Dit leidt overigens niet direct tot toenadering tussen ouder en kind. ‘Als de camera uitstaat, komt de dynamiek van vroeger weer terug’, constateert Cheroney Pelupessy gefrustreerd. ‘Mama sluit zich af, duwt mij weg en keurt alles af.’

Als dochter wil ze gehoord worden. Dat gaat echter niet vanzelf. Daarvoor zijn haar familiegeschiedenis, die zowel in Nederland als op Java en de Molukken ligt, en het intergenerationele trauma dat daardoor is ontstaan wellicht ook te complex. Cheroney en Laura Pelupessy moeten ervoor werken om echt thuis te komen, het, ja, Indische zwijgen achter zich te laten en zich met elkaar te verzoenen, in een broeierige trip down memory lane, waar zowel moeder als dochter natuurlijk een héél klein beetje veranderd uitkomt.