The Quiet Epidemic

First Run Features

‘Het is niets minder dan een oorlog, een oproer tegen geneeskunde die zich baseert op wetenschappelijke feiten’, schrijft een medewerker van de National Institutes of Health (NIH) ontzet aan zijn collega’s. ‘Het is tijd om terug te vechten.’ Hij heeft ‘t niet over coronasceptici. Samen met de Centers for Disease and Control (CDC) bindt de Amerikaanse evenknie van het RIVM de strijd aan met de ‘anti-wetenschap’ die wordt gepropageerd door de zogenaamde ‘Lyme Loonies’.

De Ziekte van Lyme, die kan ontstaan na een tekenbeet, werkt al jaren als een splijtzwam binnen de Amerikaanse gezondheidszorg. De aandoening, begin jaren zeventig voor het eerst vastgesteld bij jonge mensen met artritis uit het stadje Lyme in de staat Connecticut, wordt volgens dokter Richard Horowitz, die zich heeft gespecialiseerd in de behandeling van Lyme-patiënten, gemakkelijk verward met het chronische vermoeidheidssyndroom, fibromyalgie, reumatische artritis, lupus, multiple sclerosis en dementie.

The Quiet Epidemic (101 min.) documenteert de strijd van Horowitz en enkele collega’s om Lyme – en dan met name de omstreden chronische variant daarvan, die door tien tot twintig procent van de patiënten zou worden ontwikkeld – geaccepteerd te krijgen door het medische establishment. Daarbij spelen verzekeraars een twijfelachtige rol. De intensieve zorg die de Lyme-artsen verstrekken – voor een officieel niet-bestaande, of in elk geval moeilijk aan te tonen, aandoening – wordt door hen niet meer vergoed.

Wat dit in de praktijk betekent, laten de filmmakers Lindsay Keys en Winslow Crane-Murdoch zien via Julia Bruzzese en haar vader Enrico. Als negenjarig meisje werd Julia gebeten door een teek. Sindsdien heeft ze last van allerlei symptomen, die voor de officiële wetenschap lastig zijn te verklaren. Ze zit tegenwoordig zelfs in een rolstoel. En haar vader heeft zijn baan opgezegd, om permanent voor haar te zorgen. Zouden haar klachten ingebeeld kunnen zijn? Met andere woorden: leidt Julia misschien aan een conversiestoornis?

Keys en Crane-Winslow stellen zich in deze stevig doortimmerde film op aan de kant van de Lyme-patiënten en hun onvermoeibare pleitbezorgers, waarbij ze niet alleen de slachtofferverhalen vertellen maar ook diepgaand aandacht besteden aan de wetenschappelijke verklaringen daarvoor. Het blijft alleen jammer dat de vertegenwoordigers van de officiële gezondheidsorganisaties, die volgens hun criticasters de ziekte onvoldoende serieus nemen en behandeling zelfs in de weg staan, de kans laten lopen om te reageren.

Zonder zulk weerwoord kan The Quiet Epidemic alleen een onverhuld pleidooi worden om de Ziekte van Lyme nu eindelijk eens serieus te nemen. Om er een Loud Epidemic van te maken, zogezegd. Zodat de medische wetenschap zich genoodzaakt voelt om écht in actie te komen.

Emergency NYC

Netflix

Met Emergency NYC borduren de makers van de bijzonder indringende ziekenhuisserie Lenox Hill (2020) verder op hetzelfde concept. En dan komt dus ook de oorspronkelijke bespreking goed van pas. Met enkele kleine aanpassingen (vetgedrukt) is die zomaar geschikt te maken voor deze vervolgserie:

’Joe is veertig, heeft twee kinderen, een vrouw en een grote familie’, stelt neurochirurg David Langer de patiënt voor aan zijn collega’s. De man heeft bij een ongeluk een kogel in zijn rug gekregen. ‘Hij komt oorspronkelijk uit Oekraïne. Zijn hele familie is Oekraïens. Het is best een trieste situatie, maar we gaan doen wat we kunnen.’ Na tien seconden stilte gaat het team aan de slag.

Weinig omgevingen vormen een vruchtbaarder decor voor documentaires dan een ziekenhuis – of een traumahelikopter of ambulance. In elke kamer liggen de verhalen voor het oprapen. Van mensen die ziek, gewond of zwanger zijn en nodig geholpen moeten worden. Door artsen en verpleegkundigen die onder voortdurende hoogspanning werk van levensbelang doen. Waarbij de ‘uitslag’ op voorhand vaak nauwelijks is te voorspellen. Intussen moeten ze bovendien oog zien te houden voor de mens: de patiënt, hun collega’s én zichzelf. In zulke hachelijke omstandigheden laten mensen zien, of ze dat nu willen of niet, uit welk hout ze zijn gesneden.

Enter Emergency NYC (355 min.), een achtdelige serie waarin de filmmakers Ruthie Shatz en Adi Barash enkele New Yorkse artsen en verpleegkundigen volgen, ook in hun privéleven. Dat levert indringende verhalen op, zoals het tragische relaas van de zeventienjarige Josh die bij een schietpartij op een feestje meerder schotwonden oploopt. Terwijl hij vecht voor zijn leven, staat zijn moeder Leslie aan z’n bed. Traumachirurg Jose Prince en zijn collega’s gaan toch proberen om het probleem te verhelpen. Het wordt een aangrijpende tocht langs hoop en wanhoop, waarvan de eindbestemming bepaald niet vaststaat.

Te midden van de vaak dramatische ontwikkelingen rond hun patiënten krijgen de artsen en zorgverleners zelf ook het nodige te verstouwen. Zo treden er bij de vrijwel voltooide zwangerschap van verpleegster MacKenzie Labonte complicaties op en is het nog maar de vraag of Mirtha Macri, een arts van Spoedeisende Hulp die in Lenox Hill nog hoogzwanger was, het leven van enkele kwetsbare patiënten kan bijsturenDavid Langer zelf krijgt een ski-ongeluk en wordt gediagnosticeerd met een mogelijke dwarslaesie. Kunnen zijn collega John Boockvar en de andere gedreven neurochirurgen hem helpen of zelfs redden? En hoe is ‘t voor het ‘cocky’ hoofd van de afdeling om zijn lot nu in handen van anderen te leggen?

Shatz en Barash exploreren de persoonlijke drijfveren van de artsen en verpleegkundigen, zitten hen voortdurend dicht op de huid en dringen zo diep door in de parallelle wereld van het zorgsysteem, waar een medewerker die zich niet wil laten vaccineren bijvoorbeeld moet vertrekken, alle dagelijkse beslommeringen wegvallen en het echt op leven en dood aankomt. Ze laten daarbij alles zien, waarbij ook de operatiekamer niet wordt geschuwd. Dit resulteert in zéér expliciete, bloedige en persoonlijke scènes – op het ongemakkelijke af. Hoewel sommige passages daardoor het best met afgewend gezicht kunnen worden bekeken, laat deze serie vooral zien hoe de artsen en verpleegkundigen werkelijk alles in het werk stellen om hun patiënten optimaal bij te staan.

Ook Emergency NYC ontwikkelt zich zo tot een bijzonder indringend pleidooi voor menselijke gezondheidszorg, dat wederom diepe sporen achterlaat bij de kijker.

Dying To Live

Tellavision

Patiënten werken voor elke arts als een spiegel, waarin ze kunnen zien hoe het leven kan lopen en welke rol ziekte daarin mogelijk speelt, maar ook hoe datzelfde leven ooit en ergens moet eindigen. Dit geldt zeker voor de Heerlense huisarts Mirjam Willemsen. Behalve steun en toeverlaat voor mensen die in de laatste levensfase zijn aanbeland, is ze zelf ook ongeneeslijk ziek. Zoals de echtgenote van meneer Stolk, een oudere man met uitgezaaide longkanker, het uitdrukt: ‘Onze huisarts heeft het ook.’

Meneer Stolk – die volgens eigen zeggen van ‘de afdeling pluk de dag’ is – illustreert in Dying To Live (88 min.) hoe grillig dat bewandelen van het pad naar het levenseinde kan zijn. Onderweg komt hij pieken en dalen, horten en stoten, berusting en onwil tegen. En Willemsen, die zelf al negen jaar met longkanker leeft, probeert dit samen met zijn vrouw enigszins in goede banen te leiden. Totdat de keuze hoe de aimabele man afscheid wil nemen echt niet langer kan worden uitgesteld.

Tussendoor moet Mirjam Willemsen, die zelf als verteller fungeert voor deze documentaire van Mariska en Bart Beckers en de enigszins stroeve voice-over verzorgt, met haar echtgenoot Jeoffrey regelmatig voor controles naar het ziekenhuis. Als arts herkent ze bij zichzelf de signalen of het goed of minder goed gaat natuurlijk als geen ander, maar ze voelt schroom om die altijd direct met haar gezin te delen. Zo nu en dan maakt Willemsen even pas op de plaats met haar coach Sylvia Janssen.

Via de bevlogen arts/patiënt brengt deze serene film – ondertitel: making the end of life, part of life – van zeer nabij de levenseindezorg in beeld. ‘Je mag verdrietig zijn samen met de patiënt’, houdt Mirjam Willemsen verpleegkundigen en verzorgenden voor tijdens een symposium over palliatieve zorg. ‘Je hoeft er niet boven te staan, ga ernaast zitten. En vraag naar het leven.’ Ze laat vervolgens een spreuk van Loesje zien: als het leven bewust gepland wordt, kan dat met de dood ook.

Dying To Live brengt dit proces zeer intiem in beeld en wordt daarmee een onverholen pleidooi voor het bespreekbaar en hanteerbaar maken van het levenseinde, waarbij Mirjam Willemsen, ook doordat ze zelf weet hoe het is om ziek te zijn, zich een trouwe, deskundige en eerlijke metgezel toont voor haar patiënten en hun verwanten. Via hen wordt zij – en wij – bovendien geconfronteerd met haar eigen leven en de keuzes die daarbij wellicht nog in het verschiet liggen.

Les Mots De La Fin

Human

In het Centre Hospitalier Régional de la Citadelle te Luik houdt dokter Damas spreekuur. Hij ontvangt geen gewone patiënten, maar mensen met een doodswens. Sinds België in 2002 euthanasie legaliseerde, kunnen zij, bij ongeneeslijk en ondraaglijk lijden, in het ziekenhuis een afspraak maken voor een levenseinde-consult.

In Les Mots De La Fin (71 min.) kijken Gaëlle Hardy en Agnès Lejeune met de camera mee bij deze indringende gesprekken. Mevrouw Hox meldt zich bijvoorbeeld. De hoogbejaarde vrouw is gediagnosticeerd met ALS en ziet dat haar mogelijkheden steeds beperkter worden. Ze wil liefst zo snel mogelijk euthanasie, betoogt ze, met haar nicht aan haar zijde. Liefst binnen enkele weken.

Een andere patiënt, mevrouw Dubois, mankeert nog weinig. Zij heeft echter gezien hoe haar echtgenoot en schoonmoeder hebben geleden. Dat wil ze zelf toch graag voorkomen. Mevrouw Bonsignore is dan weer geestelijk helemaal uitgeput, maar voor de trein springen wil ze vanwege haar zoons ook niet. Die zijn overigens nog niet op de hoogte van haar plannen.

Tijdens indringende gesprekken tasten arts en patiënt elkaar af. Is euthanasie werkelijk de beste – of in elk geval: minst slechte – oplossing? Voldoen de vragers aan alle voorwaarden? En (hoe) hebben ze hun verwanten meegenomen in deze ingrijpende keuze? Dokter Damas staat in principe welwillend tegenover hun verzoek, maar geeft wel degelijk ook de én zijn grenzen aan.

Sommige verzoeken worden ook nog belemmerd door een andere grens: die tussen België en Frankrijk, waar de wet aanmerkelijk minder ruimte biedt aan mensen voor wie het leven vooral lijden is geworden. Damas worstelt daarmee en brengt die vraag ook in bij een interdisciplinair overleg over levensbeëindiging, een ander belangrijk bestanddeel van deze gespreksfilm.

Verder bestaat de documentaire vrijwel volledig uit afzonderlijke levenseinde-consulten, zo nu en dan onderbroken door verdwaalde shots van het ziekenhuis en de omgeving, aangekleed met stemmige muziek. De daad zelf, het verrichten van euthanasie, wordt bewaard voor het slot van de film. En ook dan zijn alleen de voorbereidingen te zien en is het levenseinde zelf slechts te horen.

Les Mots De La Fin richt zich volledig op de beweegredenen van mensen met een doodswens en de gesprekken die zij daarover voeren met hun arts. Aan het eind gaat dokter Damas nog op bezoek bij de familie van een ernstig zieke jonge vrouw die hij van het leven heeft verlost. Dan laat de man die iedereen professioneel te woord heeft gestaan even zijn artsenmasker zakken.

Want euthanasie mag dan inmiddels tot het standaardrepertoire van sommige artsen behoren, deze serene film laat zien dat (hulp bij) het beëindigen van het leven – ook al is dat een kwestie van ongeneeslijk en ondraaglijk lijden geworden – nooit routine wordt – of mag worden.

My Old School

Dogwoof

Zijn klasgenoten kunnen het zich een kleine dertig jaar later nog goed herinneren. In 1993 kwam er een nieuwe jongen in hun klas op de Bearsden Academy, gelegen in één van de betere wijken van Glasgow. Het was een bijzondere, vroegwijze figuur, opgegroeid in Canada als zoon van een operazangeres. Toen zijn moeder overleed bij een auto-ongeluk, ging hij als zestienjarige bij zijn grootmoeder in Schotland wonen.

En nu zat Brandon Lee dus naast hen in de schoolbanken. Ze vonden dat overigens wel een opvallende naam. De zoon van karatelegende Bruce Lee heette toch ook Brandon? En was die niet net om het leven gekomen bij een schietongeluk tijdens de opnames van de film The Crow? Pas later begonnen ze er echt over na te denken: Brandons personage in The Crow stond op uit de dood. Zou hij nu aan een tweede leven zijn begonnen op – of all places – Bearsden Academy?

Brandon wil tegenwoordig best terugblikken op zijn tijd op My Old School (109 min.). Hij wil alleen niet in beeld. Daarom verschijnt acteur Alan Cumming, die ooit in de running was om de rol van Lee op zich te nemen in een uiteindelijk nooit gemaakte speelfilm, nu voor de camera om te lip syncen bij het audio-interview met de voormalige scholier. Die had van klasgenoten destijds al snel de bijnaam ‘Thirty-Something’ gekregen. Want in zekere zin leek hij veel ouder – en wijzer – dan zij.

Met zichtbaar plezier kijken ze, gezeten in een schoolbank, terug op de mysterieuze figuur die hun formatieve jaren op de middelbare school inkleurde, een periode die door regisseur Jono McLeod met cartoonachtige animaties is verbeeld. McLeod, die zelf ook op Bearsden in de klas zat bij Brandon, neemt erg veel tijd om dat ‘stranger than fiction’-verhaal op te zetten, maar knoopt in de tweede helft van de film alle losse eindjes aan elkaar en lost ook de eerder afgegeven clous netjes in.

My Own School komt dan zowel mooi rond als achter de façade van Brandon Lee, een jongen met een onverwoestbare droom: dokter worden. Een man ook met een dubbelleven dat hem uiteindelijk, voor het oog van de natie, flink zal opbreken. Dat schandaal wordt hier nog eens met verve, van binnenuit en met bijpassend beeldmateriaal, tot in detail uit de doeken gedaan. Want deze schooltijd vergeet niemand meer.

L’Assassin De Ma Fille

Netflix

Volgens de Duitse autoriteiten is het vijftienjarige meisje Kalinka op 10 juli 1982 een natuurlijke dood gestorven. Haar vader, de Franse accountant André Bamberski, weigert die uitleg te accepteren. Hij verdenkt Dieter Krombach, de tweede echtgenoot van zijn ex-vrouw Danièle, ervan dat hij de hand heeft gehad in Kalinka’s overlijden. Heeft Krombach, die eerder al Bamberski’s huwelijk kapot heeft gemaakt, nu geprobeerd om seksueel misbruik van zijn stiefdochter Kalinka te maskeren?

Dieter Krombach, een gewaardeerde dokter uit het kuuroord Lindau aan de Bodensee, ontkent alle beschuldigingen. En ook Danièle is ervan overtuigd dat haar man niets heeft misdaan. Bamberski neemt daar echter geen genoegen mee en bijt zich vast in L’Assassin De Ma Fille (84 min.). Met hem en andere direct betrokkenen analyseert regisseur Antoine Tassin in deze degelijke docu de beschuldigingen tegen de omstreden arts en het politieonderzoek dat daarnaar heeft plaatsgevonden.

Tassin neemt ruim de tijd om de gebeurtenissen in de ruim dertig jaar die sinds Kalinka’s dood zijn verstreken in kaart te brengen. Daarbij gaat de vaart er soms behoorlijk uit. Het boeiendst wordt deze film als Krombach, via de spaarzame interviews die hij ooit heeft gegeven, zelf aan het woord komt over de relatie met zijn stiefdochter en andere vrouwen waarmee hij, al dan niet met hun toestemming, seks heeft gehad. Op zulke momenten laat hij zich ongewild in de kaarten kijken.

Zo leren we een man kennen die zich onaantastbaar waant en denkt dat hij overal mee wegkomt. André Bamberski, aangemoedigd door een handlanger die bereid is om de grenzen van de wet op te zoeken, wil heel ver gaan om dat te voorkomen.

Dilemma’s Van Dokters: Wie Krijgt Een Kind?

KRO-NCRV

Kan het, mag het en willen we het? Dat zijn de elementaire vragen die bij gynaecoloog Marieke Schoonenberg aan de orde van de dag zijn. In haar vruchtbaarheidskliniek krijgt de Brabantse arts te maken met allerlei verschillende wensouders. Zelf kent ze de bijbehorende thematiek van binnenuit: met haar echtgenote had Schoonenberg zelf ook een kinderwens. Inmiddels zijn ze de trotse ouders van drie bloedjes van kinderen.

Toch weegt de verantwoordelijkheid soms zwaar op de fertiliteitsarts, getuige de driedelige serie Dilemma’s Van Dokters: Wie Krijgt Een Kind? (120 min.): wie is zij om voor een ander te beslissen of die een kind mag krijgen? In het geval van de fanatieke vlogger Annick is dat bijvoorbeeld een confronterende vraag. Nog niet zo lang geleden overwoog de alleenstaande vrouw uit Best om uit het leven te stappen.

Als de beslissing om iemand de kans te gunnen om ouder te worden eenmaal positief is beantwoord, dienen de volgende vragen zich alweer aan: eigen donor of bankdonor? Met andere woorden: een bekende als ‘vader’ of sperma van onbekende oorsprong? Melissa en Dyonne kiezen voor het laatste en willen tevens gaan voor Shared Lesbian Motherhood. Het eitje van de één wordt geplaatst in de buik van de ander.

Zo brengt deze serie van Els van Driel en Miranda Grit via enkele concrete casussen een grotere thematiek in beeld. Dat gebeurt op een manier die we inmiddels kennen van series als Schuldig, Stuk en – onlangs – Leven In Limbo. Via een betrokken verteller, in dit geval actrice Olga Zuiderhoek, proberen de makers in het hoofd en hart te kruipen van enkele tot de verbeelding sprekende hoofdpersonen, die van zeer dichtbij worden geportretteerd.

Dave en Jan Willem willen bijvoorbeeld dolgraag een kind. Dave’s veertigjarige zus is ook bereid om voor een eitje te zorgen, maar is zij eigenlijk niet te oud? En wie gaat er dan de zwangerschap verzorgen? Zonder draagmoeder stokt het proces. Mirjam wil dan weer met zaad van haar man Gerben de eicel van een vriendin bevruchten, die daarna wordt ingebracht bij een draagmoeder. Zo hopen ze ‘met zijn vieren’ een kind te krijgen.

Het zijn heel persoonlijke kwesties die elk hun eigen dilemma’s meebrengen, zeker ook voor de begeleidende artsen. Zij moeten regelmatig, zoals Marieke Schoonenberg ‘t uitdrukt, een ‘middenweg vinden tussen duidelijkheid en botheid’. Om haar blik te verbreden steekt ze in de afsluitende aflevering met een collega haar licht op in Engeland, waar de twee spreken met een vrouw die een draagmoederbank runt en een alleenstaande man die een kind wilde.

Die verhaallijn, die voor nadere verdieping zorgt, haalt de focus wel een heel klein beetje weg bij dat exemplarische groepje Nederlanders met een (onvervulde) kinderwens en de artsen die hen terzijde staan – op de grens van wat kan, mag en gewenst is – waaraan deze geslaagde miniserie uiteindelijk zijn zeggingskracht ontleent.

Our Father

Netflix

Is er na de Nederlandse miniserie Het Zaad Van Karbaat en de Amerikaanse tegenhanger daarvan, Baby God, ruimte voor nóg een documentaire over een fertiliteitsarts die, ongevraagd natuurlijk, zijn eigen zaad heeft gebruikt om patiënten te bevruchten en zo een enorm nageslacht blijkt te hebben nagelaten? In tegenstelling tot zijn twee collega’s, Jan Karbaat en Quincy Fortier, is de stiekeme spermadonor van Our Father (97 min.) in elk geval nog in leven. Donald Cline kan zich dus hoogstpersoonlijk in de zaak mengen en verdedigen tegen alle aantijgingen. Als hij dat tenminste zou willen…

Verder voelt deze documentaire van Lucie Jourdan, wellicht simpelweg door de timing van de release, als een wandeling op bekend terrein. Terwijl het verhaal eigenlijk te gek voor woorden blijft. Net als de Cline-geschiedenis een wel erg hoog mosterd-na-de-maaltijd gehalte dreigt te krijgen, neemt de vertelling ‘gelukkig’ een sinistere wending, die associaties oproept met zowel The Handmaid’s Tale als het beruchte Lebensborn-project. De achtergronden daarvan zitten kernachtig vervat in Cline’s favoriete Bijbelcitaat: ‘Voordat ik u vormde in uw moeders schoot, kende ik u’ (Jeremiah, 1:5). Die intrigerende verhaallijn wordt alleen nauwelijks uitgediept.

Even later hervat Our Father zijn vertrouwde – en natuurlijk toch nog schokkende – betoog over die sjoemelende dokter weer. Met ouders die zich ernstig bedrogen voelen en kinderen die zich schamen voor wie ze (blijkbaar) zijn. De vraag dringt zich op: zou dit altijd al usance zijn geweest in de vruchtbaarheidsbusiness? De kans dat de ware aard van het zaad werd ontdekt leek in het pré-DNA tijdperk immers vrijwel nihil. Was het dan vreemd dat deze artsen, die tenslotte vrijelijk over nieuw leven konden beschikken, een soort God-complex ontwikkelden en begonnen te denken dat de wereld er alleen maar beter van zou worden als zij zich lustig zouden vermenigvuldigen?

Inmiddels zijn er in de Verenigde Staten een kleine vijftig van zulke hulpvaardige artsen tegen de lamp gelopen. Donald Cline, tevens kerkouderling in Indiana, geldt vooralsnog als de productiefste. Zijn nazaten hebben alleen weinig met hem op. Hij wordt door hen consequent ‘Cline’ of ‘that man’ genoemd. Voor hen is hij geen vader, eerder een verkrachter. En dat is dan weer vervat in een vrij plastisch tafereel dat Jourdan, net als andere kerngebeurtenissen uit deze onverkwikkelijke geschiedenis, met acteurs en afstammelingen heeft gereconstrueerd: nét voor de bevruchting maakt Cline zich in een zijkamertje letterlijk klaar voor de klus. Zodat er genoeg zaad is…

Het viezige karakter van ‘s mans levenswerk – zijn heilige missie? – wordt daarmee treffend verbeeld. In een film die een flinke dosis persoonlijk leed blootlegt, veroorzaakt door een man die vindt dat hij mag wikken en beschikken over het lot van een ander. Our Father legt het desondanks af tegen Het Zaad Van Karbaat, waarin dezelfde thematiek met meer diepte, nuance en (beeld)poëzie is uitgewerkt.

Dood Op Verzoek

IKON

‘We moeten er niet mee wachten’, zegt Cees van Wendel de Joode met veel moeite tegen zijn huisarts Wilfred van Oijen. ‘Want het slikken gaat ook moeilijk.’ Zijn vrouw Anthoinette helpt hem formuleren: ‘En ademhalen gaat erg achteruit.’ Van Oijen adviseert om het euthanasieverzoek formeel in gang te zetten en een tweede arts in te schakelen nu Cees zich nog enigszins kan uitdrukken. Waarna die onbedaarlijk begint te huilen.

Het is een hartverscheurend tafereel, waarin de essentie van Dood Op Verzoek (57 min.) uit 1994 is vervat. De 62-jarige Cees van Wendel de Joode heeft de spierziekte ALS. Zijn overlijden komt zienderogen dichterbij. Om een ontluisterende dood te voorkomen, wil hij euthanasie. Daarvoor moet hij dus in gesprek gaan met een tweede, onafhankelijke arts. Die moet bevestigen dat de Amsterdamse man inderdaad ondraaglijk lijdt en voldoet aan de andere voorwaarden voor een vredige dood.

‘Geslaagd’, constateert Cees glunderend als dat inderdaad het geval blijkt te zijn. Hij heeft zijn gevoel voor humor behouden. Als documentairemaker Maarten Nederhorst later vraagt wat zijn vrouw voor hem betekent, antwoordt hij simpelweg: ‘Alles.’ Zij moet er zelf aan te pas komen om de zin ‘Zonder haar zou ik het geen dag meer volhouden’ af te maken. Waarmee de afhankelijkheid van haar echtgenoot, die zich wel uitdrukt in een dagboek (voorgelezen door Frederik de Groot), nog maar eens wordt geïllustreerd.

Bij de man die Cees uit zijn lijden moet verlossen, huisarts Van Oijen, drukt de euthanasie zwaar op zijn gemoed. Of hij het er erg moeilijk mee heeft? wil zijn patiënt weten op de dag waarop hij afscheid gaat nemen van het leven. ‘Nou, ik kom hier wel een beetje met lood in m’n schoenen naartoe, ja.’ Als hij op de gezondheid van zijn vrouw en de dokter heeft gedronken, typt Cees nochtans onverbiddelijk op zijn letterbord een ferme zin in: laten we het maar niet uitstellen. Waarna hij zijn rolstoel richting het bed stuurt.

Bijna dertig jaar later maakt de film, die destijds in de halve wereld commotie veroorzaakte en volgens dit indringende interview met Wilfred van Oijen ook tot een stormloop op zijn praktijk leidde, nog altijd enorm indruk. Dood Op Verzoek koerst uiteindelijk trefzeker af op de ongelooflijk intieme scènes waarin de dappere arts het overlijden van Cees in gang zet en hem samen met de al even dappere Anthoinette naar het einde begeleidt. En daarna is het even héél stil en moet het overlijden van Cees van Wendel de Joode officieel worden geregistreerd.

Dood Op Verzoek is hier te bekijken.

De Bellers

Remko Liebregts / KRO-NCRV

Een speciaal team onderhoudt het contact met de familie van de patiënten. Vanwege de strenge Corona-maatregelen, tijdens de eerste golf in het voorjaar van 2020, moeten ze dat telefonisch doen. Vrijwel dagelijks informeren De Bellers (75 min.) verwanten over hoe het gaat met hun vader, moeder of broer, die is opgenomen op de Intensive Care-afdeling van Amsterdam UMC.

Het zijn intensieve gesprekken. De familieleden aan de andere kant van de lijn, die vaak al een hele tijd zijn afgesneden van hun geliefde, snakken naar goed nieuws. Soms kunnen de artsen van het speciale support team hen inderdaad hoop geven, andere keren moeten ze die hoop juist de bodem inslaan. De bijbehorende emoties zijn regelmatig van hun gezicht af te lezen als ze de familie empathisch en toch professioneel proberen te informeren.

Die telefoongesprekken vormen het hart van deze observerende documentaire van Meral Uslu, Maria Mok, Paul Cohen en Martijn van Haalen, die verder nog enkele indringende scènes vanuit het ziekenhuis zelf bevat. De gesprekken geven enerzijds inzicht in wat er ook op menselijk vlak van ziekenhuisartsen wordt gevraagd en laten tegelijkertijd zien hoe zij dat deel van hun werk tijdens de pandemie echt met één arm op de rug gebonden moeten doen.

Tijdens sommige telefoontjes, met familieleden die niet of nauwelijks Nederlands spreken, worden ze gedwongen om nóg een extra omweg, via een tolk, te nemen. ‘Goeiedag, meneer’, begint dokter Remko Liebregts bijvoorbeeld zo’n gesprek. ‘We hebben elkaar dit weekend gesproken. Toen ging het nog niet zo goed met uw broer, maar de situatie lijkt nu wat gunstiger te zijn.’

Nadat de arts heeft uitgelegd dat de patiënt minder ondersteuning nodig heeft van beademingsapparatuur, neemt de Imam en geestelijk verzorger van het ziekenhuis het over. ‘Met Allah’s hulp is zijn toestand verbeterd’, geeft Mohammed Ben Ayad een vrije vertaling van Liebregts’ boodschap aan het familielid aan de andere kant van de lijn. ‘Moge Allah jullie kracht geven, zodat jullie sterk blijven. En dat Hij jullie gebeden mag accepteren en dat Hij jullie beloont.’ De man reageert geëmotioneerd. ‘God zij dank’, klinkt het. ‘God zij geprezen.’

Het Coronavirus blijkt echter een grillige vijand. De patiënt die nu uit de gevarenzone lijkt te zijn, kan morgen weer in kritieke toestand geraken. De medici kunnen soms niet meer dan volgen en proberen de verwanten daarin mee te nemen. Dat verzacht beslist de pijn – al kan die lang niet altijd worden weggenomen.

Het Zaad Van Karbaat

VPRO

Het hele café stroomt vol met Karbaatjes. Sommigen kennen elkaar al. Anderen ontmoeten elkaar voor het eerst. In de ander zien ze zichzelf. Of juist niet. Alle aanwezigen stammen af van één en dezelfde man: de beruchte Nederlandse fertiliteitsarts Jan Karbaat (1927-2017). Hij gebruikte stiekem zijn eigen sperma om onvruchtbare vrouwen te ‘helpen’. Dit zou geresulteerd kunnen hebben in maar liefst honderden kinderen. Precieze aantallen ontbreken.

In 2018 studeerde Miriam Guttmann af aan de Filmacademie met de gestileerde korte documentaire Het Zaad Van Karbaat, waarin ze vrouwen en kinderen van de omstreden dokter aan het woord liet. Deze film blijkt niet meer dan een vingeroefening voor de groots opgezette driedelige serie Het Zaad Van Karbaat (134 min.), die begin dit jaar in première is gegaan op het prestigieuze Amerikaanse Sundance Film Festival onder de noemer Seeds Of Deceit.

Over een soortgelijke kwestie, de sperma-strapatsen van arts Quincy Fortier uit Las Vegas, is onlangs ook een Amerikaanse documentaire uitgebracht: Baby God. Deze ambitieuze Nederlandse productie bestrijkt echter een breder terrein en reikt ook dieper. Aflevering 1 concentreert zich op Karbaats ‘wensmoeders’, in de tweede aflevering staan de zogenaamde ‘Karbastards’ centraal en de laatste aflevering verbreedt de kwestie naar de trouwste donoren van de wonderdokter, twee mannen die ook meewerken aan deze documentaire, en de kinderen die zij weer op de wereld hebben gezet.

Zo ontstaat een verbazingwekkend verhaal over een arts die op eigen houtje, voor een deel wellicht onbewust en onbedoeld, een immoreel sociaal experiment rond erfelijkheid opzet, waarmee de aloude nature-nurture discussie nieuw leven kan worden ingeblazen. De omvang van wat hij in gang zette is bovendien nog altijd nauwelijks te overzien. Uit alle hoeken en gaten kunnen nieuwe Karbaatjes tevoorschijn komen. Ze worden dan onderdeel van een lukraak samengestelde familie, die bijna letterlijk voor het oog van de camera tot stand komt.

Dat is een ronduit fascinerend schouwspel, waarbij mensen die zich soms altijd wat onthecht hebben gevoeld in een willekeurig café ineens een bloedverwant kunnen ontmoeten. Guttmann vervat hun ervaringen in een smeuïge en zinnenprikkelend verbeelde vertelling en probeert daarin ook vat te krijgen op de man zelf, die in zijn reguliere leven ook nog eens negen kinderen, onder wie een zoon uit een buitenechtelijke relatie, op de wereld zette. Was hij nou een gewetenloze dokter, een oversekste ladiesman of toch eerder een rommelende idealist?

En dan dient ook de eerste Karbaat-afstammeling uit het buitenland zich aan…

Het Zaad Van Karbaat is hier te bekijken.

Baby God

HBO

De Nederlandse fertiliteitsarts Jan Karbaat lijkt verwant te zijn aan een arts in de Verenigde Staten. Quincy Fortier (1912-2006) was een Amerikaanse gynaecoloog, bij wie vrouwen die jarenlang onvruchtbaar leken ineens toch in verwachting raakten. ‘Vrouwen werden zwanger als ze bij hem langs waren geweest’, vertelt zijn volwassen zoon Quincy Jr. ‘Andere doktoren kregen dat niet voor elkaar. Hij wel. Hij wist wat hij moest doen – of wat er gedaan moest worden.’

Thuis maakte Fortier senior er geen geheim van: in zijn eigen Womens Hospital ‘hielp’ hij patiënten met zijn eigen sperma, dat net zulke wonderen bleek te kunnen verrichten als het in Nederland zo omstreden zaad van Karbaat. Ook de Amerikaanse arts had zichzelf in stilte benoemd tot een Baby God (78 min.). Hij kon destijds natuurlijk niet vermoeden dat er ooit zoiets als DNA-onderzoek zou worden ontwikkeld. En dat gewone burgers daarvan gebruik konden gaan maken.

Wendi Babst, een net gepensioneerde politieagente, had op haar beurt geen idee dat de man die ze haar hele leven ‘papa’ had genoemd niet haar biologische vader was. Haar moeder tastte ook in het duister. Toen Wendi een genealogisch onderzoek opstartte, stuitte ze echter plotseling op allerlei verwanten met een voor haar onbekende achternaam: Fortier.

Hoe moet je die naam eigenlijk uitspreken? wil een andere nazaat weten. Hij lijkt als twee druppels water op de omstreden dokter en vraagt zich af of alle dingen die hij van zichzelf niet begrijpt misschien tot deze onbekende ‘donor’ zijn te herleiden? Nannette en Sonia, de twee dochters die Fortier als alleenstaande man van in de vijftig adopteerde, zijn ondertussen nog altijd overtuigd van diens goede bedoelingen en nemen het voor hem op in deze wrange documentaire van Hannah Olson.

In het kielzog van Wendi Babst, die zich helemaal heeft vastgebeten in de affaire, belandt zij op het spoor van nog andere sinistere zaakjes van de dokter. Zodat deze Amerikaanse evenknie van de Nederlandse documentaire Het Zaad Van Karbaat, waarvan binnenkort een nieuwe driedelige variant in première gaat op het Sundance Film Festival, nog een venijnig kartelrandje krijgt.

Ask Dr. Ruth

Het is gemakkelijk om haar te onderschatten en af te doen als dat kleine kittige vrouwtje met het bijna karikaturale Duitse accent, dat werkelijk alles weet over seks. Dokter Ruth Westheimer noemt zichzelf misschien geen feminist, maar ze heeft met haar seksuele adviezen wel degelijk een sleutelrol gespeeld in de emancipatie van de Amerikaanse vrouw en het bespreekbaar maken van alle denkbare vormen van seksualiteit.

In Ask Dr. Ruth (99 min.) wordt de goedlachse seksuoloog, die al decennia een vaste gast in de internationale media is, gevolgd terwijl ze van de ene naar de andere activiteit stiefelt. Ze is de negentig inmiddels gepasseerd, maar aan energie nog altijd geen enkel gebrek bij ‘oma Freud’. Ze geniet duidelijk ook van de aandacht. Tussen alle mediaoptredens door bezoekt ze in deze film de mensen en plekken die haar leven hebben bepaald.

Achter dokter Ruth Westheimer gaat Karola Siegel schuil, het enige kind van een orthodox-Joods gezin in Frankfurt an Main. Op tienjarige leeftijd werd ze naar Zwitserland gestuurd, om daar te ontsnappen aan de grijpgrage klauwen van Hitlers nationaal-socialisme. Ze zou haar ouders nooit meer zien. Als ‘wees van de Holocaust’ moest ze zichzelf helemaal opnieuw uitvinden. Zonder familie, in een vreemd land.

Dat tragische verleden wordt in deze documentaire van Ryan White opgeroepen met een combinatie van dagboekfragmenten en animaties, die de gebeurtenissen enigszins een Disney-laagje geven. Erg bijzonder is het traditioneel opgebouwde Ask Dr. Ruth sowieso niet. Het zijn de onverschrokken vrouw en haar bijzondere verhaal die het uiteindelijk moeten doen in deze eikenhouten film.

Protocol Van Mijn Vader

EO

Een man jogt alleen door de Nederlandse polder. Hij sleept een beetje met een been, maar zijn ademhaling klinkt regelmatig en hij houdt behoorlijk tempo. Intussen horen we een telefoontje naar 112. Een vrouw zegt: ‘Mijn man wordt net wakker en hij praat heel onduidelijk. Ik kan hem niet verstaan.’ De medewerker van 112 besluit om met spoed een ambulance te sturen. Intussen gaat de joggende man steeds langzamer lopen. In slow-motion. De camera zoomt op hem in, op zijn hoofd in het bijzonder.

De openingsscène van Protocol Van Mijn Vader (53 min.) is spannend en filmisch. Daarna volgt een wat overcomplete voice-over van maakster Melliena Beckmann, die erg veel van het navolgende verhaal prijsgeeft. De hardlopende man is haar vader, die enkele jaren geleden een zogenaamde ‘wake-up stroke’, een herseninfarct tijdens zijn slaap, heeft gehad. Vader Beckman was eigenlijk ten dode opgeschreven, maar werd voor de poorten van de hel weggesleept door dokter Bonte, de dienstdoende neuroloog van het ziekenhuis.

Jan Bonte is een karakteristiek heerschap. Als Beckmann hem anderhalf jaar later volgt tijdens een dagje als freelancer in het ziekenhuis, draagt hij onder zijn openhangende witte jas een T-shirt met de tekst ‘I’m pretty confident my last words will be “well shit, that didn’t work”’ erop. Een arts kortom, die de gebaande paden durft te verlaten en zo nodig zijn eigen plan trekt. ‘No guts, no glory’, zoals hij dat zelf noemt, Maar als hij de protocollen doorbreekt, zoals in het geval van Beckmanns vader, kan hij natuurlijk ook tegenover zijn directe collega’s komen te staan.

Samen met haar familie en de rebelse arts (ander shirt: ’skilled enough to become a doctor, crazy enough to love it’) reconstrueert Melliena Beckmann de gebeurtenissen na het herseninfarct van haar vader en de gevolgen daarvan. Lukt het hem om zijn leven weer op te pakken? En hoe is dat voor zijn echtgenote? Beckmann, die haar ouders netjes met u aanspreekt, brengt het herstelproces met een combinatie van privéfilmpjes en documentairemateriaal treffend in beeld. Het eindresultaat is wel wat onevenwichtig: een ‘kleine’ egodocu, die tevens wat halfslachtig een ‘grote’ ethische kwestie probeert aan te snijden.