Hemel, Hel & Regenboog

EO

Hij valt even helemaal stil en moet echt een ogenblik nemen om zijn emoties weg te slikken. In de openingsscène van de tv-docu Hemel, Hel & Regenboog (50 min.) kijkt John Lapré op zijn laptop naar een preek van een prominent lid van de evangelische gemeente, waarvan hij ooit zelf deel uitmaakte. De man spreekt over homoseksualiteit als ‘een gruwel voor Gods aangezicht.’ John werd als jongeling ooit uit het plaatselijke broederhuis gezet toen bleek dat hij op mannen valt.

‘Het gaat om de leer’, zegt hij nu bitter. ‘Daar moet alles voor wijken. En als dat mensenlevens kost…. So be it. De Waarheid boven alles.’ En dan stelt documentairemaker Noud Holtman, die eerder de documentaire De Kast, De Kerk & Het Koninkrijk maakte, de vraag waardoor zijn gesprekspartner even pas op de plaats moet maken: ‘Hoe bedoel je, mensenlevens?’ John: ‘Ik geloof dat ze in staat zijn om, als ik het leven was gestapt, te zeggen: maar het ligt niet aan ons. Wij hebben geen schuld.’

John Lapré, in het dagelijks leven marineofficier, is een man met een missie. Hij wil reformatorische kerken en scholen inclusiever maken, zodat ze een veilige omgeving worden voor LHBTI’ers. In dat kader spreekt Lapré met vertegenwoordigers van zijn oude middelbare school, de Pieter Zandt Scholengemeenschap in Kampen. Ook ontmoet hij Gert-Jan Segers, de fractievoorzitter van de ChristenUnie, een partij die in de Tweede Kamer tegen een verbod op de zogenaamde conversietherapie stemde.

Die ontmoetingen vinden duidelijk speciaal voor de film plaats. Het bezoek aan zijn geboorteplaats Genemuiden, waarbij John wordt vergezeld door zijn partner Lionel en een man die vroeger als vrouw door het leven ging, oogt een stuk minder opgeprikt. Worden ze bijvoorbeeld écht niet herkend door hun voormalige stadsgenoten of wíllen die hen niet kennen? Tijdens een interview op straat voelen John en zijn gezelschap zich in elk geval zichtbaar ongemakkelijk. Alsof iedereen staat mee te luisteren.

In zulke scènes wordt dat gevoel van er niet bij horen, je niet geaccepteerd voelen door wie je bent, ineens heel tastbaar. De dagen dat niemand van Johns homoseksualiteit wist herleven. Net als de jaren waarin iedereen ervan wist en hij ook thuis een tijdje niet welkom was. En de therapie waarmee hij vervolgens van alles af probeerde te komen, van de geaardheid zelf en het bijbehorende stigma. Dan blijken de Hemel, Hel & Regenboog niet alleen bespreekbaar, maar worden ze ook echt zichtbaar.

Pray Away

Netflix

Homoseksualiteit bleek wel degelijk omkeerbaar. John Paulk en Anne Edward vormden eind jaren negentig het tastbare bewijs. Hij viel ooit op mannen, zij was een voormalige lesbienne. God had hen echter genezen. En nu waren ze te gast in de spraakmakende talkshow van Jerry Springer en stonden ze op het punt om samen in het huwelijksbootje te stappen. Eind goed, al goed.

In de stevige documentaire Pray Away (102 min.) kijken Paulk en andere prominente ex-gays met gemengde gevoelens terug op de periode dat ze onder invloed van de Heer een goed christelijk leven probeerden te leiden. Voormalige ex-gays, welteverstaan. Want de herstel- of conversietherapie die ze ondergingen, bleek uiteindelijk toch niet te beklijven. Hoezeer ze zich in het openbaar – en tot verdriet van andere christelijke homo’s – ook sterk bleven maken voor het afzweren van die tegennatuurlijke levenswijze.

Regisseur Kristine Stolakis zet hun ervaringen, die stuk voor stuk uitmonden in een persoonlijke catharsis (‘hoe kun je dat je eigen mensen aandoen?’ vraagt een propagandist van het discriminerende wetsvoorstel Proposition 8 zich af), af tegen de activiteiten van Jeffrey McCall. Nog niet zo lang geleden wilde deze bekeerling van geslacht veranderen, nu lijkt hij een alternatief te hebben gevonden in het geloof. McCall waarschuwt ouders dat ze hun kinderen niet naar een school moeten sturen, waar hun kinderen hormonen kunnen krijgen of hun lichaam chirurgisch mogen laten verminken.

De manier waarop Stolakis hem plaatst te midden van de getuigenissen van ex-ex gays en hun ervaringen met (verwoestende) bekeertherapieën laat er weinig misverstand over bestaan over hoe ze zijn rol ziet. Ook hij zal mettertijd waarschijnlijk oversteken naar wat ze in conservatief christelijke kringen ‘the dark side’ noemen. Het is alleen de vraag hoeveel kwaad hij, ongetwijfeld met de beste bedoelingen, in de tussentijd zal aanrichten. En of het überhaupt zover komt dat hij wederom uit de kast komt.

Amerikaans onderzoek heeft immers uitgewezen, zo valt te lezen in de aftiteling, dat deelnemers aan conversietherapie tweemaal zo vaak een einde aan hun leven maken als andere LGBTQ-jongeren.

Ik Deed Aangifte Tegen De Minister Van Onderwijs

VPRO

‘Op de middelbare school kwam ik er pas achter wat een homo is’, vertelt Maarten. ‘En dat ik dat dan had.’ Interviewster Yora Rienstra kan haar oren bijna niet geloven. ‘Hád?’ De domineeszoon moet er zelf om lachen. ‘Ja, die geaardheid.’ Yora bijt door: ‘Dat klinkt alsof je een ziekte had? Voelde dat zo?’ Maarten: ‘Ik denk het wel. Mijn hele middelbare schoolperiode was ik een soort van aan het bewijzen dat ik het niet was.’

Maartens ouders vertellen dat ze het heel erg verdrietig vinden dat hun zoon zo lang met zijn seksualiteit heeft geworsteld. Tegelijkertijd vinden zij die ook niet gemakkelijk. Hun hele omgeving wijst zijn geaardheid, met de bijbel in de hand, categorisch af. En dat is precies het terrein dat Rienstra, die zelf op vrouwen valt, met de tv-docu Ik Deed Aangifte Tegen De Minister Van Onderwijs (51 min.) in kaart wil brengen. De film is een vervolg op, inderdaad, de aangifte die zij eind vorig jaar deed tegen minister Arie Slob (ChristenUnie). Hij had gezegd dat reformatorische scholen homoseksualiteit mogen afkeuren zolang ze maar zorgen voor een veilig leerklimaat. En toen kwam de stoom dus uit haar oren.

Niet alle gelovige gays zitten overigens te wachten op zo’n aangifte, van een theatermaakster uit Amsterdam nota bene. Helpt die jonge homo’s en lesbiennes in een christelijke omgeving werkelijk verder? Nadat Yora Rienstra haar oor bij hen te luister heeft gelegd, besluit ze ook in gesprek te gaan met vertegenwoordigers van religieuze scholen. Daar vindt ze uiteindelijk een gewilliger oor dan ze had verwacht, al wordt ook meteen duidelijk dat het in deze kwestie spitsroeden lopen blijft voor zowel christenhomo’s als hun gemeenschap.

Ik Deed Aangifte Tegen De Minister Van Onderwijs geeft zo ruimte aan de verschillende gezichtspunten over homo’s en religie en is daardoor uiteindelijk beduidend minder scherp – of: genuanceerder – dan de titel wellicht doet vermoeden.

Lourdes

Zeker drie miljoen mensen maken jaarlijks de pelgrimstocht naar het Franse bedevaartsoord Lourdes (90 min.), meldt de begintekst van deze documentaire. Sinds 1858 zou dit hebben geresulteerd in zo’n zevenduizend onverwachte genezingen. Zeventig ervan worden officieel als wonder erkend door het Vaticaan.

In de stoet gelovigen die dagelijks voorbijtrekt aan de grot van Massabielle, waar de Heilige Maagd Maria in de negentiende eeuw zou zijn verschenen aan de veertienjarige Bernadette Soubirous, bevinden zich mensen met allerlei aspiraties en verwachtingen. In de hoop dat zij als wonder 71 de geschiedenisboeken ingaan, of anders worden geboekstaafd als herstelgeval 7001. Hun bedevaart lijkt een uiting van oprechte (wan)hoop.

Daar – op de plek waar wonderen (moeten) gebeuren, verlichting van alle kwalen kan worden verkregen of op zijn minst vergeving voor ieders zonden wordt verleend – liggen de verhalen natuurlijk voor het oprapen. Op elke straathoek is iemand met een tot de verbeelding sprekend persoonlijk relaas te vinden. Zulke Lourdes-verhalen zijn al veel vaker verteld, maar niet vaak zo sfeervol, van dichtbij en met oog voor detail en drama als in deze film.

De documentairemakers Thierry Demaizière en Alban Teurlai introduceren bijvoorbeeld een gehandicapte man die als kind uit huis ontsnapte en vervolgens werd geschept door een voertuig. Het jongetje dat met zijn vader gaat bidden voor zijn doodzieke kleine broertje. Een man in een rolstoel met de progressieve spierziekte ALS die nog altijd op herstel hoopt. Een tienermeisje dat lijdt onder online pesterijen. En de oudere mannelijke prostituee uit Parijs, die altijd nog eens misdienaar had willen zijn.

Stuk voor stuk bidden ze tot de Heilige Maagd. Deze persoonlijke gebeden, waarvan het audio zéér intiem is vastgelegd, behoren tot de meest overtuigende elementen van een stemmige film, die de massale devotie in het Franse stadje van allerlei verschillende gezichten voorziet. Demaizière en Teurlai werken uiteindelijk toe naar een bijna sacrale slotscène, waarin hun hoofdpersonages mogen baden in ijskoud water uit de heilige grot.

En dan zit de bedevaart naar Lourdes er alweer op, zo op het eerste gezicht zonder wonderbaarlijke genezingen.

De Jongens Van De Broederweg

EO

Er wordt luidkeels gezongen. En gedronken natuurlijk. ‘t Is en blijft tenslotte een studentenvereniging. Gewoon nette jongens en meisjes die nog even de bloemetjes buiten zetten, zou je denken. Totdat de plicht roept en het volwassen bestaan een aanvang neemt. Als buitenstaander zie je er in elk geval niet aan af dat een belangrijk deel van de aanwezigen zich geroepen voelt tot God. Ze studeren theologie en zijn voorbestemd om predikant te worden.

In de verzorgde korte documentaire De Jongens Van De Broederweg (30 min.) worden drie jongens geportretteerd, die samen in een studentenhuis te Kampen wonen en zich voorbereiden op een leven als dominee. Natuurlijk kampen ze soms met twijfels over hun lotsbestemming. ‘Soms heb je wel zoiets van: ja, het had me ook wel leuk geleken om wat anders te doen’, zegt Ben van Steenis, die op een stoel naast een kratje Jupiler-bier zit. In de weekends thuis in Bleskensgraaf werkt hij gewoon bij een tanktransportbedrijf en hangt hij rond met zijn oude vrienden. Toch blijft het geloof roepen. ‘Gewoon voor God leven. En als ik daarmee bezig kan zijn, vind ik dat gewoon mooi.’

Via de drie dominees in spe brengt filmmaker Michiel van de Kamp de toekomst van gelovig Nederland in beeld. Tweedejaars student Simon Haverkamp loopt bijvoorbeeld stage en mag zijn eerste preek verzorgen in de voor hem onbekende gemeente Steenwijk. Onderweg naar dat grote moment raakt hij alleen verdwaald. ‘Ik heb ’t er wel voor over’, constateert hij over zijn roeping. ‘Maar ik weet niet of ik het aankan.’ Martin Kamp is intussen bijna afgestudeerd. Hij gaat een beetje gebukt onder de verwachtingen die het ambt oproept. Een predikant moet in zijn ogen zonder zonden zijn. ‘Ik voel me daar toch een beetje los van staan.’ Misschien is jeugdwerk toch meer iets voor hem?

Zo zijn de twintigers, net als hun leeftijdsgenoten, op zoek naar hoe ze hun volwassen leven willen invullen. Welke rol zal God daarin spelen? En kunnen ze de eenzaamheid van het predikantschap wel aan? Van de Kamp maakt een sfeervolle momentopname, met drie jonge mensen die aan de vooravond staan van wat een betekenisvol leven moet worden. Hij gaat daarbij de plekken waar het schuurt, knarst of wringt niet uit de weg, maar zoekt die ook niet doelbewust op. Dat resulteert in een empathisch portret van een nieuwe kerkgeneratie.

God’s Address

KEG2010002G

(Geert van Kesteren)

 

God in Jeruzalem heeft het er maar druk mee. Via briefjes die zijn gemaild of verzonden naar de Westelijke Muur, volgens de overlevering het centrum van de wereld waar direct contact tussen mens en God mogelijk is, krijgt hij talloze brieven: ‘Heer, bescherm mij en mijn familie en het bedrijf.’ ‘Heer, help me om de vrouw te zijn die ik wil zijn.’ En natuurlijk: ‘Heer, ik heb gezondigd.’

Mensen van allerlei slag wenden zich tot het opperwezen van hun keuze in God’s Address (54 min.), een filmische ontdekkingsreis door gelovig Jeruzalem, de Israëlische stad waar het jodendom, de islam en het christendom samen (moeten) leven. Drie geloven op één kussen, daar slaapt zéker de Duivel tussen. Want natuurlijk beschouwt iedere stroming zijn eigen eigen God ook als De Enige Ware.

De onverzoenlijke houding van sommige stadsbewoners wordt in deze beklemmende film verpersoonlijkt door twee ijzeren Heinige vrouwen uit Oost-Jeruzalem, een joodse en islamitische fundamentalist. Van vreedzame coëxistentie lijken zij nog nooit te hebben gehoord. Aangevuurd door hun extremistische politieke leiders zoeken ze voortdurend de confrontatie.

De filmmakers Noa Ben-Shalom en Geert van Kesteren laten daarnaast met grootse, meeslepende beelden zien hoe intens en massaal religie wordt beleefd in de bakermat van het Jodendom en het christendom, die tegenwoordig door zowel Israël als de Palestijnen wordt opgeëist. Geloven lijkt behalve een persoonlijke aangelegenheid vooral ook een collectief gebeuren, waarbij de verschillende religies zichzelf in vervoering brengen en daarnaast met elkaar in botsing komen.

De joodse archeoloog en historicus Israel Finkelstein, christelijke filoloog en theoloog Thomas Römer en Palestijnse politicoloog Mohammed Dajani Daoudi voorzien de soms bijna middeleeuwse taferelen in deze documentaire van (hun eigen) context en plaatsen deze binnen de lange historie van de heilige stad Jeruzalem, die al van oudsher heeft te kampen met religieuze spanningen.

God heeft het er maar druk mee.

Jesus Camp


Het evangelie heeft in Jesus Camp (84 min.), te zien op Netflix, bepaald niet altijd een liefdevol gezicht. In de hoogtijdagen van de Republikeinse president George W. Bush, die mede door christelijk rechts in het zadel was geholpen, reisden de documentairemakers Rachel Grady en Heidi Ewing af naar een Amerikaans bijbelkamp.

Daar legden ze genadeloos vast hoe kleine kinderen de leer van Jezus kregen bijgebracht (of werden gehersenspoeld tot strijders voor een boze religie, zo je wilt). De liefde voor de heiland ging (en gaat) in deze contreien van het christendom in elk geval vaak gepaard met haat naar niet- of andersgelovigen.

Het resultaat is een beklemmende en bij vlagen huiveringwekkende film, die in 2006 niet voor niets werd genomineerd voor een Oscar. Enkele scènes etsen zich echt in je ziel. Het duurt bijvoorbeeld wel even voordat je weer neutraal naar babypoppen kunt kijken, nadat je hebt gezien hoe daarmee de gruwelen van abortus worden uitgelegd.