Murder On Middle Beach

HBO

Het moordslachtoffer was toegedekt. Beter: de moeder van Madison Hamburg was toegedekt. Hij onderzoekt haar gewelddadige dood in 2010 in de vierdelige serie Murder On Middle Beach (268 min.). Barb werd aangetroffen in de besneeuwde achtertuin van haar eigen huis in Connecticut. In eerste instantie leek het nog een gestorven dier dat daar lag. Het was bedekt met kussens. En bloed, zo bleek later. ‘Het’ bleek echter een ‘zij’.

Wat zegt het over de dader als het slachtoffer volledig is afgeschermd? Wil hij/zij niet geconfronteerd worden met de aanblik ervan? Zeker in situaties waarin dader en slachtoffer elkaar héél goed kenden lijkt dat een bruikbare hypothese. Dit wordt ook het (impliciete) uitgangspunt van Madison Hamburgs zoektocht, die ruim zeven jaar in beslag zal nemen: was het zijn eigen vader Jeffrey? Barbs tante Jill? Haar zus Conway? Of toch Madisons eigen zus (en Barbs dochter) Ali?

Het is alsof Hamburg als zoon en documentairemaker geblinddoekt een mijnenveld in wordt gestuurd, waarbij hij onderweg soms even mag rondkijken of via één van zijn verwanten kort een blik kan werpen op een specifieke kwestie. Zo stuit hij op diverse drama’s: fraude, alcoholisme, borderline, drugsverslaving en een heus piramidespel. Het lijken stuk voor stuk uitwassen van een volledig verwrongen familiesysteem, dat nu zelfs een mensenleven heeft gekost.

Madisons ontdekkingen worden in Murder On Middle Beach als een typische true crime-thriller uitgeserveerd, met onverwachte verhaalwendingen, tijdsprongen en cliffhangers. En een privédetective en verborgen camera-acties, natuurlijk. De persoonlijke insteek – een zoon die op zoek is naar wat zijn moeder fataal is geworden – geeft deze intrigerende serie, die gaandeweg wat stoom verliest, beslist meerwaarde. Voor Madison Hamburg, zoveel is duidelijk, staat er écht wat op het spel.

Zijn eigen positie zorgt tegelijkertijd ook voor complicaties. Zeker in relatie tot zijn vader Jeffrey moet Hamburg soms wel heel nadrukkelijk laveren tussen zijn verschillende rollen als zoon, filmmaker en amateurdetective. Dan wordt hij, de waarheidszoeker en -zegger, een exemplarisch voorbeeld van wat uiteindelijk misschien wel zijn voornaamste probleem is: als je je eigen familie niet (meer) kunt vertrouwen.

How To Steal A Country

EO

Hoe kun je de democratie waarvoor je zo hard hebt moeten strijden zo gemakkelijk verkwanselen? vraagt één van de sprekers in How To Steal A Country (56 min.) zich af. Decennialang vocht het African National Congress (ANC), onder leiding van Nelson Mandela, tegen witte overheersing in Zuid-Afrika. Slechts vijftien jaar nadat het ANC in 1994 eindelijk aan de macht kwam, raakte de partij tijdens het bewind van president Jacob Zuma verwikkeld in een groot corruptieschandaal. Van alle vroegere idealen leek weinig meer over.

Juist de mensen die na de afschaffing van Apartheid terugkwamen uit hun ballingschap of de gevangenis bleken gevoelig te zijn voor douceurtjes. Mochten ze misschien, na al die jaren van opoffering en afzien? Vanuit die houding ontstond volgens voormalig minister van Gezondheid en Overheidsbedrijven Barbara Hogan, die net als allerlei andere gewetensvolle overheidsfunctionarissen aan de kant werd geschoven door Zuma, een nieuwe bourgeoisie, een politieke klasse die uiterst gevoelig bleek voor gemak en geld.

Enter Oakbay Investments. Oftewel ‘de Gupta’s’, drie Indiase broers die met een hele smak geld direct toegang kregen tot de Zuid-Afrikaanse regering, tot de zoon van de president in het bijzonder. Met talloze schimmige deals tot gevolg en het op grote schaal wegsluizen van overheidsgeld. Dat is althans de premisse van enkele onderzoeksjournalisten, die zich vastbijten in de kwestie en uitgroeien tot de helden van deze gedegen film van Rehad Desai en Mark Kaplan. Zij worden intussen van alle kanten tegengewerkt en ‘witgemaakt’, neergezet als handlangers van de oude tegenstanders van de anti-Apartheidsbeweging.

Totdat er een enorme hoeveelheid interne communicatie uitlekt, een affaire die al snel ‘Guptaleaks’ wordt gedubd, en het grote graaien van de Zuma-clan en het bijbehorende systemische falen van de Zuid-Afrikaanse staatsinstituties en hun gerenommeerde adviseurs, bedrijven als KPMG en McKinsey, vol in het zicht komen te staan. Dat zorgt voor een verdere escalatie van de vuile oorlog die al in de politiek, media en rechtszaal werd uitgevochten en die het land weer ouderwets verdeelt.

Shut Up & Sing

Terwijl het Amerika van president George W. Bush zich in het voorjaar van 2003 opmaakt voor een bijzonder omstreden militaire inval in Irak, geeft het populaire countrytrio The Dixie Chicks uit zijn thuisbasis Texas een optreden in Londen. ‘Wij zijn tegen deze oorlog, dit geweld’, zegt zangeres Natalie Maines daarbij. ‘En we schamen ons dat de president van de Verenigde Staten uit Texas komt.’ Ze moet er zelf om lachen. Het was geen vooropgezet plan. De woorden zijn haar per ongeluk ontsnapt.

Na afloop van het concert lijkt er geen vuiltje aan de lucht. De drie vrouwen en hun management zijn tevreden over de show. Ze hebben geen idee dat half Amerika, het patriottische deel, straks over hen heen zal vallen. Regisseur Barbara Kopple registreert vervolgens van dichtbij hoe Maines en de zussen Martie Maguire en Emily Robison reageren als de conservatieve countrywereld z’n favoriete dochters in de ban doet, hun cd’s publiekelijk worden vernietigd en de algehele sfeer rond de dames ronduit bedreigend wordt.

’Ze schaden onze mannen overzee’, zegt een gast in een praatprogramma. ‘Dit zijn de domste bimbo’s die ik ooit heb gezien’, stelt een ander. En de beruchte talkshowhost Bill O’Reilly concludeert dat iemand die meiden eigenlijk eens alle hoeken van de kamer moet laten zien. Shut Up & Sing (92 min.) documenteert hoe The Dixie Chicks in de drie jaar na Maines’ slip of the tongue de storm proberen te trotseren, hun persoonlijk leven verder gestalte geven én de weg terug naar het hart van Amerika hopen te vinden.

Het is uiteindelijk een klein en menselijk verhaal over hoe je in tijden van nationale eenheid ineens helemaal uit de gratie kunt raken en hoe moeilijk het dan is om in zo’n storm, ook al raast die slechts in een glas water, echt bij jezelf te blijven. En dan, als die oorlog in Irak maar blijft voortduren en slachtoffers blijft maken, verandert zowaar de ‘you’re either with us or with the terrorists’-attitude in het land en worden de moed en standvastigheid van The Dixie Chicks (die sinds kort overigens door het leven gaan als The Chicks) alsnog beloond.

Tricky Dick And The Man In Black

Netflix

Wie had de Amerikaanse president Richard Nixon eigenlijk uitgenodigd in het Witte Huis? Johnny Cash, de rebel van Folsom Prison Blues, die zich identificeerde met bajesklanten en Amerikaanse indianen? Of de godvrezende man met dezelfde naam, die in 1970 op het punt stond om opnieuw vader te worden en die zich afficheerde met de befaamde televisiedominee Billy Graham?

Tricky Dick dacht in elk geval een typische zoon van het zuiden te hebben binnengehaald, een authentieke country & western-zanger die hem wel even de electorale steun van de zogenaamde ‘silent majority’ kon bezorgen. De Republikeinse president had Cash zelfs gevraagd om de patriottische redneck-song Okie From Muskogee, een aanklacht tegen zo’n beetje alles wat met de toenmalige Tegencultuur had te maken, en het vileine Welfare Cadillac, over een man die zijn uitkering ophaalt in een patserbak, te zingen.

Nixon, die later nog met een pijnlijk protest (‘Stop the killing’) kreeg te maken tijdens een optreden van The Ray Conniff Singers in het Witte Huis, had eigenlijk beter moeten weten. Johnny Cash leek de gevraagde verzoeknummers inderdaad te gaan zingen, maar besloot uiteindelijk toch anders. Zijn optreden, voor een ongemakkelijke president en zijn eerste rij van getrouwen, vormt de apotheose van Tricky Dick And The Man In Black (58 min.), een boeiende documentaire van Barbara Kopple en Sara Dosa.

Dit tweede deel van Netflix’s nieuwe serie ReMastered, een reeks historische muziekdocumentaires, zoomt net als zijn voorganger over Bob Marley in op een voetnoot uit de popgeschiedenis, waarmee een groter maatschappelijk verhaal kan worden verteld. Ditmaal over muziek als politiek verleidings- dan wel drukmiddel. Aan het woord komen een broer, zus en zoon van Cash, terwijl Nixons communicatiemedewerker Pat Buchanan en medewerker Alexander Butterfield de kant van de omstreden president voor hun rekening nemen.

Tricky Dick And Johnny Cash zet twee mastodonten tegenover elkaar, die elk vanuit hun eigen invalshoek het Amerika van na de Tweede Wereldoorlog kleur hebben gegeven. Zwart, om precies te zijn. In zekere zin leken ze ook op elkaar. Nixon en Cash groeiden allebei op in diepe armoe en verloren op jonge leeftijd een broer, een ervaring die hen voor het leven zou tekenen en voor even, heel even, in Washington zou samenbrengen op een broeierige dag in april 1970.

Ook het bezoek van Elvis Presley aan de omstreden Richard Nixon, de enige Amerikaanse president die ooit is afgetreden, spreekt overigens tot de verbeelding. Er is zelfs al een speelfilm aan gewijd.

The End Of Fear


‘Het is een onvervangbaar werk wat vermoord is’, aldus Wim Beeren, de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het is 21 maart 1986. Een ‘verwarde’ 31-jarige man heeft met een stanleymes Who’s Afraid Of Red, Yellow And Blue III toegetakeld. Het omstreden schilderij van Barnett Newman, in 1969 aangekocht voor een kleine 300.000 gulden en inmiddels ettelijke miljoenen waard, heeft maar liefst vijftien messteken te verwerken gekregen.

Newmans abstracte werk riep wel vaker agressie op. Vier jaar eerder werd in de Nationalgalerie van Berlijn ook al een ander schilderij van de Amerikaanse kunstenaar aangevallen. Barbara Visser onderzoekt in The End of Fear (69 min.) de achtergronden van deze ingrijpende acties, die een felle discussie binnen de kunstwereld weerspiegelden, en het bijzonder moeizame, door schandalen omgeven restauratieproces van Newmans enorme doek.

De ‘moordverdachte’, een onbekende realistische kunstenaar die abstractie in de kunst als ‘een plaag’ zag en die vanuit de achtergrond ook een rol speelt in deze documentaire, had wel een bijdrage willen leveren aan de restauratie van het grotendeels rode doek, zo verklaart zijn advocaat tijdens de rechtszaak. ‘Juist dit werk zou zich prima lenen voor een goedkope replica.’ Hij wilde er nog net geen plaatselijk schildersbedrijf voor inhuren. Het is overigens nog maar de vraag of de ingehuurde Amerikaanse restaurateur Daniel Goldreyer het er veel beter vanaf heeft gebracht.

Intussen heeft Barbara Vissser de jonge kunstenares Renske van Enckevort gevraagd om voor deze zorgvuldig gestileerde film, waarin primaire kleuren een prominente plek hebben gekregen, een eigen versie te maken van Who’s Afraid Of Red, Yellow And Blue III. Aan de hand daarvan stelt The End Of Fear elementaire vragen over kunst en dringt zich ook de vraag op wie in dit geval de kunstenaar is: degene die verantwoordelijk is voor het concept of degene die dat vervolgens, op geheel eigen wijze, heeft uitgewerkt?

Evil Genius: The True Story Of America’s Most Diabolical Bank Heist

Netflix

Het is een angstaanjagend tafereel: op een parkeerplaats zit een man met een bom om zijn nek. Hij heeft zojuist een bank overvallen. Agenten en experts van het explosievenopruimingsdienst houden hem omsingeld. Opeens begint het ding te piepen. Het zal toch niet? En dan gaat de bom af…

Werd pizzabezorger Brian Wells uit Erie, Pennsylvania slachtoffer van een sinister complot? Of was hij op die gruwelijke 28e augustus in 2003 betrokken bij een bezopen plan, dat helemaal verkeerd liep? Dat is de beginvraag van de documentaireserie Evil Genius: The True Story Of America’s Most Diabolical Bank Heist (192 min.), die The Pizzabomber Mystery als uitgangspunt neemt en al snel op de verknipte Marjorie Diehl-Armstrong en haar entourage van ‘deplorables’ stuit.

Alle elementen voor een bingehit in de trant van Making A Murderer, Netflix’s true crime-sensatie uit 2015, lijken aanwezig: een lijk in een vrieskist, volledig vervuilde hoardershuizen, een geplande vadermoord en een cast met bizarre personages. Toch zal Evil Genius vermoedelijk niet zo’n hype worden als de serie rond de (ten onrechte?) voor moord veroordeelde Stephen Avery, waarvan dit jaar zowel vervolgafleveringen als een tegenhanger (Convicting A Murderer, verteld vanuit het perspectief van de aanklagers) wordt verwacht.

Regisseur Barbara Schroeder heeft Evil Genius – een weinig subtiele titel overigens voor een film die handelt over een vrouw die in werkelijkheid kampt met serieuze psychische problematiek, een bipolaire stoornis – gestructureerd als een Hollywood-thrillerserie, met slim opgebouwde spanning, onaangekondigde verrassingen die het verhaal op zijn kop zetten en cliffhangers waarmee de aandacht vervolgens moet worden vastgehouden. Dat werkt: het opzienbarende verhaal laat zich hap-slik-weg verorberen.

Schroeder worstelt alleen een beetje met de rol van co-regisseur Trey Borzillieri, die de zaak blijkbaar al jaren onderzoekt en intussen een verwrongen vriendschap met Diehl-Armstrong heeft opgebouwd. In ruil voor een interview voor de camera regelt hij bijvoorbeeld een advocaat voor de vrouw, die nog altijd voor haar recht vecht en daarvoor ook ‘zijn film’ gebruikt. Hij neemt op zijn beurt elk gesprek met haar (stiekem?) op en benadert achter haar rug andere getuigen, die haar lezing van het verhaal tegenspreken.

Zijn handelswijze roept zo nu en dan ethische vragen op. Borzillieri fungeert daarnaast als verteller, maar verdwijnt soms ook hele perioden uit het verhaal en moet er dan weer tamelijk gekunsteld ingefietst worden. Aan het eind neemt hij de kijker nadrukkelijk bij de hand als de serie aanstuurt op een stevige climax, die je uiteindelijk toch wat onbevredigd achterlaat. Want zowel in de zaak zelf als in Diehl-Armstrongs intrigerende achtergrond zijn nog wel wat losse eindjes blijven liggen.

Harlan County USA


‘Which side are you on?’, zingt de inmiddels bejaarde activiste Florence Reece de stakende mijnwerkers en hun vrouwen toe in een sleutelscène van deze Oscar-winnende documentaire uit 1976. De legende wil dat ze het nummer als twaalfjarig meisje schreef toen haar vader deelnam aan een mijnwerkersstaking. Zelf houdt ze ’t op de jaren dertig, toen de crisis ongenadig huishield in Anytown, USA.

‘Mijn vader stierf in een kolenmijn’, vertelt ze haar gehoor met schorre stem. ‘En mijn man gaat ten onder aan stoflongen.’ Echt goed zingen kan ik niet, beweert ze even later. Waarna ze op onvaste toon ieders hart verovert. Conclusie: je bent een vakbondsman of een stuk tuig dat voor de bazen werkt. Aan welke kant sta jij eigenlijk?

Harlan County, USA (104 min.) van Barbara Kopple roept een vergeten wereld en verloren manier van leven op. Van mannen met verweerde koppen, die afdalen naar de diepste krochten van de aardkloot om zwart goud boven te halen. En van ouderwetse huisvrouwen, met gebloemde jurkjes en haar op de tanden, die ervoor zorgen dat ze hun rug recht houden als die verrekte bazen hun ziel aan de Duivel proberen te verkopen.

De mijnen mochten niet dicht. Nooit! Maar dat gingen ze natuurlijk wel. Veertig jaar later is het moeilijk om je voor te stellen hoe het anders had kunnen lopen. Maar toen, te midden van ellenlange stakingen die het uiterste vroegen van gewone mannen, vrouwen en hun gezinnen, was dat simpelweg ondenkbaar. Met de moed der wanhoop spreken, zingen en schreeuwen de mijnwerkersfamilies elkaar in deze meeslepende film naar een acceptabele deal, die uiteindelijk weinig waard zou blijken te zijn.