Evil By Design: Surviving Nygård

Viaplay

Als we, met de wijsheid van vijf jaar #metoo, een soort ultiem seksueel roofdier zouden mogen uittekenen, dan zou dat waarschijnlijk verdacht veel lijken op Peter Nygård. De flamboyante Canadese modeontwerper, met de roestvrijstalen glimlach en het uitzinnige lange haar, is een bullebak in Harvey Weinstein-stijl, omringt zich net als Hugh Hefner permanent met modellen en heeft een Jeffrey Epstein-achtige voorkeur voor hele jonge meisjes, die hij – desnoods met geweld – tot de zijne maakt. En de man is er, net als al die andere kerels met veel te diepe zakken, héél lang mee weggekomen, dat ook.

Evil By Design: Surviving Nygård (145 min.) voltrekt zich volgens het welbekende stramien van #metoo-documentaires: ex-medewerkers spreken hun afschuw uit over Nygårds gedrag, (geanonimiseerde) slachtoffers delen indringend hoe hij hen misbruikte, onderzoeksjournalisten vertellen dat het lastig was om bronnen ‘on the record’ te krijgen, advocaten leggen uit hoe ze de kledingmagmaat voor de rechter probeerden te krijgen, deskundigen duiden zijn ontspoorde gedrag én zijn eigen zoon Kai Bickle bevestigt alles wat de anderen vertellen en noemt zijn vader bovendien ‘slecht’.

Dit resulteert uiteindelijk in een soort standaard alfamannen-verhaal dat – na pak ‘m beet Surviving R. Kelly, We Need To Talk About Cosby en het afschminken van Marilyn Manson in Phoenix Rising – ietwat sleets aandoet. Al heeft Nygårds specifieke casus dan wel weer een zekere ‘couleur locale’: zijn onstilbare honger naar zwarte schonen op de Bahama’s, de ‘verwenfeestjes’ op zijn protserige privé-resort waarmee hij hen probeert te paaien en een tamelijk domme vete met zijn eveneens puissant rijke buurman, de hedge fund-manager Louis Bacon, die hem uiteindelijk de das om zal doen.

Peter Nygård ontkent intussen alle beschuldigingen en heeft vanzelfsprekend ook niet meegewerkt aan deze driedelige serie van Sarah Sharkey Pearce, die de zaak tegen hem nog eens stevig in de steigers zet. Na een halve eeuw grenzeloos leven krijgt de meestermanipulator, begin tachtig inmiddels, tijdens de #metoo-jaren dus alsnog de rekening gepresenteerd. Zoals al die andere alfamannetjes, die inmiddels op hun laatste benen lopen.

Alleen Samen

De Haaien

Hoewel er slechts luttele minuten zit tussen hun geboortes, blijft het belangrijk wie het oudste is. Dat weegt een leven lang door. Zoals het een archetypische eeneiige tweeling betaamt, zijn Lisa en Chrisje Moes nochtans onafscheidelijk. ‘Jij bent een blok aan mijn been’, zingen ze vrolijk, maar daar menen ze geen woord van. Als Chris het ouderlijk huis verlaat, belandt ze ‘toevallig’ in het flatgebouw waar Lies ook al woont. ‘Je raakt elkaar toch niet kwijt’, zegt één van de twee – ik weet even niet wie, ook hun stemmen lijken identiek – over de bijzondere band die ze nu eenmaal hebben. ‘Een relatie kan je nog kwijtraken.’

In Alleen Samen (25 min.), een vlotte korte documentaire van Kim Smeekes, lijken de twee extraverte zussen een permanente performance te geven. Ze zingen en dansen dat het een lieve lust is, kijken op het strand wie er het hardste kan rennen en lijken in het algemeen op vol tempo en volume door het leven te struinen. En dan komt er toch een kink in de kabel, waarmee de twee al een leven lang met elkaar verbonden zijn. Vanuit het ziekenhuis stuurt Lisa, ogenschijnlijk toch echt de oudste van de twee, een echo door naar Chrisje: ze is zwanger van haar eerste kindje.

Die blijde gebeurtenis zet een ontwikkeling in gang, die de vanzelfsprekendheid en exclusiviteit van de relatie tussen de twee zussen onder druk zet. Raakt Chrisje door Lisa’s zwangerschap op het tweede of zelfs derde plan? Hoe laat je iemand los zonder wie je jezelf nooit hebt gekend? Kan dat überhaupt? Smeekes staat er bovenop als dat proces van afstand nemen, en toch ook vast proberen te houden, zich voltrekt en met name Chrisje haar eigen weg in het leven moet zien te vinden. Mét en zónder de zus, door wie ze zich nog nooit eenzaam heeft gevoeld.

Free Chol Soo Lee

Dáár, die Chinees heeft ‘t gedaan!, zegt de ene na de andere getuige. Op basis van hun verklaringen verdwijnt Chol Soo Lee in 1973 voor de rest van zijn leven achter de tralies – ook al is hij toch echt een Koreaan en kan iedereen die ook maar iets van Aziaten weet dus direct zien dat hij niet uit China komt. De 21-jarige immigrant, een jongen van de straat, wordt beschuldigd van de brute liquidatie van bendeleider Yip Yee Tak in Chinatown, San Francisco, en zal de rest van zijn leven moeten doorbrengen in een gevangenis, de Deuel Vocational Institute in Tracy, die ook wel bekend staat als ‘Gladiator School’.

En daar, in een penitentiaire inrichting die wordt gedomineerd door allerlei bendes, zal Chol Soo Lee al snel een lid van de Aryan Brotherhood doden. Hij krijgt weer een moord op zijn naam, hoewel hij volgens eigen zeggen niet eens wist dat de man met wie hij had gevochten was gestorven. Dat nieuwe incident is meteen ook een klap in het gezicht voor medestanders zoals advocaat Ranko Yamada en onderzoeksjournalist Kyung Won Lee, die overtuigd zijn geraakt van zijn oorspronkelijke onschuld. Nu worden ook zij geconfronteerd met een nieuwe situatie: de jongeling kan de doodstraf krijgen.

Julie Ha en Eugene Yi tekenen in Free Chol Soo Lee (85 min.) op hoe de onfortuinlijke Koreaan een symbool wordt van onrecht, van ernstige vooroordelen tegen hemzelf en Aziatische Amerikanen in het algemeen. Actiecomités eisen dat hij wordt vrijgesproken van de huurmoord in Chinatown en een nieuw en eerlijk proces krijgt voor het sterfgeval in de gevangenis. Chol Soo is dankbaar voor alle steun, maar strijdt in stilte tegen donkere gedachten. Die worsteling kunnen de filmmakers inzichtelijk maken met persoonlijke teksten van hun protagonist, ingesproken door Sebastian Yoon.

Die vormen een welkome aanvulling op de herinneringen van alle mensen die toentertijd voor Chol Soo Lee in de bres sprongen en die zich gaandeweg, in de slotakte van deze aangrijpende film, beginnen af te vragen of hij wel is te redden. Dan wordt ook pas echt duidelijk hoeveel klappen het leven aan Chol Soo heeft uitgedeeld. Dat ene fatale ogenblik, waarop het vooroordeel dat alle ‘Chinezen’ nu eenmaal allemaal op elkaar lijken werd gericht op hem, is niet meer dan een scharnierpunt geweest in een ronduit tragisch bestaan.

De Stand Van Het Gras

SNG Film

Aan de andere kant van de schutting is het gras altijd groener. Op weg naar een perfect gazon zet menige Nederlander zijn beste beentje voor: knippen, harken, bemesten, sproeien, verticuteren en maaien natuurlijk. Handmatig, elektrisch of – als ie het doet – met een robot. En als het gewenste resultaat uitblijft, wordt er gewoon een compleet nieuwe grasmat gelegd.

De korte documentaire De Stand Van Het Gras (23 min.) toont allerlei gewone burgers – vanuit het perspectief van pieren, egels, mollen, eksters en slakken – terwijl ze dat eigen kleine stukje natuur onbekommerd hun wil opleggen. Regisseur Rashel van der Schaaf plaatst de camera regelmatig bijna op grondhoogte of juist in de lucht en vangt van daaruit de werkzaamheden in het groen en flarden van de gesprekjes die intussen worden gevoerd.

Het is Nederland in een notendop. Terwijl ze er voor waken dat het gras twee kontjes hoog wordt, harken al die tuiniers tevens hun eigen levens aan. Waarbij liefst niets aan het toeval wordt overgelaten. Dat is best een aardig gezicht. Herkenbaar. Lekker kneuterig ook. Al is het na dik twintig minuten – zonder duidelijke hoofdpersonen, helder narratief of heel bijzondere scènes – ook echt wel klaar.

Walk The Land

Stef Tijdink / Docmakers / Human

Twintig jaar geleden werden de Nederlandse filmmaker Peter Delpeut en cameraman Stef Tijdink, tijdens het maken van de film In Loving Memory (2001), verliefd op de Yorkshire Dales, ‘het mooiste landschap van de wereld’. Ze besluiten om opnieuw naar Noord-Engeland af te reizen, waar ze rond de eeuwwisseling de spoorlijn van Leeds naar Carlisle volgden. De tijd heeft ook hier niet stilgestaan – hoewel het soms wel zo lijkt.

Voor de documentaire Walk The Land (56 min.) nemen ze, niet geheel toevallig, de omgekeerde weg. Ze starten in Carlisle en trekken van daaruit naar het zuiden. Wat in eerste instantie een reguliere trip nostalgia dreigt te worden – met typisch Engelse wandelaars en treinspotters, nostalgische muziek en Delpeut als bespiegelende verteller – krijgt gaandeweg een gelaagder karakter. Want die idyllische, typisch Engelse wereld heeft natuurlijk ook een schaduwzijde, die ze tijdens hun vorige trip nauwelijks hebben opgemerkt – of, al dan niet, bewust hebben genegeerd.

De literatuurhistoricus Corinne Fowler vergelijkt de Yorkshire Dales bijvoorbeeld met een ‘schuldig landschap’, de term waarmee de Nederlandse schrijver/kunstenaar Armando het landschap omschreef dat een loodzwaar verleden met zich meetorst. Het verbergt in haar ogen de achterkant van het grote Britse rijk, in het bijzonder de veelal gekleurde slachtoffers daarvan. Was Heathcliff, de achternaamloze (anti)held van Emily Brontë’s klassieke roman Wuthering Heights uit 1847, bijvoorbeeld wel een witte man? Of toch een slachtoffer van de destijds welig tierende slavenhandel?

Tijdens hun gesprekken met ‘andere’ inwoners van het Verenigd Koninkrijk stuiten Delpeut en Tijdink ook op de zwarte rapper/theatermaker Testament. ‘Dit is mijn land’, zegt hij. ‘Hier ben ik geboren, maar het is wel gebouwd op de rug van zwarte Afrikanen.’ Terwijl ze samen met Testament het prachtige uitzicht op zich laten inwerken, vraagt Delpeut zich af: ‘Van wie is een landschap? Waarom kwam die vraag niet eerder in ons op?’ Voor hem is dat Engeland alleen maar raadselachtiger geworden. Een wereld die echt meer vragen oproept dan ze beantwoordt.

Zoals het een echte reisfilm betaamt laat Walk The Land zijn publiek zo met andere ogen naar een prachtig, vaak allang bekend landschap kijken, terwijl de makers ervan een emotionele ontwikkeling doormaken. Zij gaan anders tegen zichzelf en hun verhouding tot de wereld aankijken.

Elisabetta

VPRO

Een klein donker meisje met twee aandoenlijke staartjes in het haar doolt door een soort eindeloze groene gang. Zo nu en dan gaat ze een kamer binnen. Een andere keer stuit ze op een gesloten deur. In diverse symbolische sequenties representeert het kind Elisabetta (25 min.), de hoofdpersoon, naamgever en maker van deze korte documentaire.

Zij wil bestáán. Kort na haar geboorte in de Noord-Italiaanse stad Brescia, nu zo’n dertig jaar geleden, heeft Elisabetta’s moeder haar identiteit aan een ander meisje gegeven. Daardoor heeft Elisabetta Agyeiwas, die via een tante in Nederland is beland, nog altijd geen officieel bewijs van haar eigen bestaan. En sinds het overlijden van haar Nederlandse pleegmoeder, staat ze er als AMA (Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker) ook nog eens helemaal alleen voor.

In deze persoonlijke film richt Elisabetta zich tot haar biologische, van oorsprong Ghanese moeder. ‘Alle gesprekken die ik voer leiden naar jou’, zegt ze bijvoorbeeld in één van de voice-overs waarmee de vertelling wordt gestuurd. ‘Waarom heb je ervoor gekozen om mij niet op te voeden?’ Uiteindelijk besluit de jonge vrouw om bij de Nederlandse politie aangifte te doen van identiteitsfraude en hoogstpersoonlijk verhaal te gaan halen in Italië.

Elisabetta’s moeder wil haar echter niet te woord staan, haar vader is sowieso helemaal buiten beeld en de zaak zelf blijkt zo gecompliceerd dat ie in beide landen vastloopt. Ze gaat daarover in gesprek met haar tante, de voormalige adjunct-directeur van haar basisschool, een vertegenwoordiger van de Nederlandse politie en de honorair consul in Verona. Zo probeert zij klaarheid te krijgen in een zaak die voor niemand echt van levensbelang lijkt. Behalve voor haar.

Elisabetta dreigt verloren te raken op een stukje niemandsland in hartje Europa, vastgeketend aan een kwestie die ook de kijker met de nodige onbeantwoorde vragen achterlaat. Terwijl de jonge vrouw juist op dit moment, nu ze een volgende stap in haar leven gaat zetten, zo’n behoefte heeft aan vaste grond onder de voeten.

Een filmpje van/over Elisabetta van enkele jaren geleden:

Ongepland

Newbe

Nu is mijn leven voorbij, moeten de mannen hebben gedacht. Of, althans, de versie van dat leven die ze tot dan toe hebben geleefd. De één had er niet al te veel over nagedacht toen ze zonder voorbehoedsmiddel vreeën, een ander ging er vanuit dat ‘zij’ aan de pil was. En dan worden de drie Nederlandse mannen uit de interviewfilm Ongepland (25 min.) met hun neus op de feiten gedrukt: ze worden vader.

De drie worden bevraagd door Janetta Ubbels, die deze korte docu samen met Robin Zwaan heeft gemaakt. Zij is 37 en heeft een kinderwens, maar haar partner is nog niet zover. ‘Het enige wat erop zit is er gewoon niet over praten, maar gewoon doen, hè’, heeft haar vader Janetta geadviseerd, tijdens een emotioneel telefoongesprek aan het begin van de documentaire. ‘Op laten aankomen.’ Want zo’n man draait wel bij. Maar kan ze dat eigenlijk wel maken?

Ubbels spreekt nu met mannen die inmiddels van de hoed en de rand weten. Over hoe ze hoorden over de zwangerschap, soms pas ná de kritieke twaalf weken-grens. Over de gevoelens die vervolgens loskwamen: woede, verdriet en ook schaamte. Over hoe ze een relatie met de aanstaande moeder probeerden te onderhouden – of nog moesten gaan opbouwen. Over de bevalling, natuurlijk. En over hoe ze tenslotte een relatie met hun kind probeerden aan te gaan.

Ubbels en Zwaan larderen de ontboezemingen van de drie vaders – waarbij er twee van dichtbij recht in de camera kijken en de derde alleen ‘en profil’ in beeld wordt gebracht – met symbolische sequenties van een lege speeltuin, wesp die vastzit in een omgekeerd glas, doolhof, half gevuld babyflesje en kinderkleertjes op het wasrek. Intussen loopt Janetta nog altijd met die ene kwestie. Die legt ze op de valreep voor aan één van de vaders:

‘Kun je het een man aandoen om gewoon zwanger te raken, om het gewoon te doen en ‘t er niet over te hebben?’ vraagt ze aan het eind van deze onderhoudende korte film. ‘Je bedoelt ethisch gezien?’ vraagt die. ‘Ik denk toch meer dat de vraag moet zijn: kun je het een kind aandoen?’

Overgave

Docmakers

‘Dus ik moet me voorstellen dat ik dood ben?’ vraagt Annemarie Eigenhuis bij de start van de documentaire Overgave (56 min.) aan haar vriendin Marijn Frank, die de regie van de productie voor haar rekening neemt. Zij heeft haar ook gevraagd om in het interview niet óver maar tégen haar dochtertje Anna te praten. Voor als ze er, later, niet meer zal zijn.

Later blijkt, slechts even later, allang te zijn begonnen. Annemarie is in 2018 overleden. En sindsdien lijkt ook het leven van Marijn ernstig te stroppen. De gedachte aan haar beste vriendin beneemt haar de lust om te leven. Ze gaat uiteindelijk hardlopen, net als Annemarie, om het tij te keren – ook al heeft ze daar eigenlijk een bloedhekel aan. En de lat wordt meteen hoog gelegd: met coach Hesdy Lonwijk gaat Frank zich voorbereiden op de marathon van Berlijn.

Terwijl ze met frisse tegenzin begint te rennen en daarbij al snel tegen haar eigen grenzen oploopt spreekt Marijn Frank, die eerder al de egodocu Vleesverlangen maakte, tegen de persoon die ze als haar ‘zelfgekozen familie’ beschouwt. Intussen schetst ze parallel daaraan ook Annemarie’s laatste levensfase. Dat gaat gepaard met veel verdriet en zorg om haar dochtertje, die ze alvast kaartjes schrijft voor alle verjaardagen die ze zonder haar moeder moet vieren.

De levens van de twee hartsvriendinnen lopen zo nog eenmaal samen op. Totdat ze elkaar los moeten laten in dit Over Mijn Lijk-achtige drama, ditmaal verteld vanuit het perspectief van degene die moet achterblijven. Met bespiegelende, aan haar vriendin gerichte voice-overs, waarmee beelden uit haar privéleven en impressies van haar looptrainingen worden verbonden aan het lot van Annemarie, slaagt Frank erin om haar rouw bij de kladden te grijpen.

Of ze de werkelijkheid daarbij af en toe een beetje heeft gestroomlijnd? Haar rouwproces en voorbereidingen op de marathon komen in elk geval, na de nodige tegenslagen, heel mooi samen in een enigszins Amerikaans aandoend einde. Met haar film heeft Marijn Frank de kijker ondertussen in het gat laten turen dat de dood van een dierbare in je leven kan slaan. Het is een persoonlijk afscheid geworden van Annemarie – en ongetwijfeld van onschatbare waarde voor haar dochter Anna.

Ningdu

Periscoop Film

In The Missing Picture (2013) brengt de Cambodjaanse filmmaker Rithy Panh een historisch verhaal waarvan nauwelijks beelden bestaan opnieuw tot leven. Aan de hand van zijn eigen familiegeschiedenis reconstrueert hij met kleipoppetjes het gruwelregime van De Rode Khmer, dat in de tweede helft van de jaren zeventig twee miljoen mensen van huis en haard verdreef en uitgestrekte ‘killing fields’ achterliet.

Ningdu (104 min.), de debuutfilm van de Chinese animator Lei Lei, is een soortgelijke tour de force, waarin met behulp van kleurrijke stop-motion, popart en animatie, gecombineerd met zwart-wit foto’s en archiefbeelden, een persoonlijke geschiedenis over het voetlicht wordt gebracht en zo het grotere verhaal wordt verteld van een vernietigend maatschappijmodel, dat eveneens onnoemelijk veel mensen het leven onmogelijk heeft gemaakt – of heeft gekost. Plaats van handeling is China in de jaren vijftig en zestig. Gevangen tussen De Grote Sprong Voorwaarts, die van het agrarische land een moderne industriële natie moet maken, en de navolgende Culturele Revolutie, die ‘communistische puurheid’ als uitgangspunt heeft.

Lei Lei spreekt in deze collageachtige film met zijn vader Lei Jiaqi. Ook diens vader Lei Ting, de opa van de filmmaker, komt aan het woord. Hun herinneringen worden door hem als nakomeling, bijzonder inventief en gebruikmakend van surrealistische taferelen, aangekleed en op smaak en tempo gebracht met een experimentele jazzsoundtrack. De vertellers zelf blijven buiten beeld en schetsen vanuit die positie de achterkant van de grote geschiedenis. Levendig verhalen ze bijvoorbeeld over hoe Lei Ting in de jaren vijftig van huis wordt gestuurd om een radertje te worden in China’s massaproductiemachine. Als thuis zijn vrouw overlijdt, worden zijn kinderen naar een weeshuis gestuurd.

Wanneer de man enige tijd later hertrouwt en het gezin dus kan worden herenigd, verkondigt de Chinese leider Mao in 1966 zijn Culturele Revolutie en wordt Lei Ting publiekelijk te kijk gezet als een lid van de bourgeoisie – compleet met pak, stropdas en dikke sigaar – en vervolgens als klassenvijand naar een heropvoedingskamp gestuurd. Het is een tragische geschiedenis die nog altijd doorweegt in het heden, maar desondanks met een zekere nuchterheid uit de doeken wordt gedaan. De betrokken familieleden weten simpelweg niet beter en zijn elkaar, ondanks alle ontberingen, altijd vast blijven houden. Deze film is hun getuigenis, in beelden vervat door de getalenteerde kleinzoon.

Rouw

Marleen van der Werf

Wat eens vertrouwd was, heeft nu al zijn herkenbaarheid verloren. Filmmaker Marleen van der Werf gaat in de natuur van haar directe omgeving op zoek naar beelden die haar gevoel voor verlies en vergankelijkheid kunnen uitdrukken.

Het beeldessay Rouw (31 min.) blijft bijna volledig woordloos – wellicht omdat letters, in welke volgorde je ze ook zet, toch altijd tekort schieten – en is ook vrijwel ontdaan van kleur – zoals dat kan gebeuren als iets of iemand een krater in je bestaan slaat. Geluiden zijn eveneens nauwelijks te ontwaren.

Traag zinkt Van der Werf weg in die grauwe en onherbergzame wereld, waarin ze niettemin soms een teken van leven ontwaart. Een slak die stilletjes uit zijn huisje kruipt, het zwarte paard dat roerloos de regen trotseert en een os die tegen de gure wind in een besneeuwde heuvel oploopt. Tekenen van hoop of juist accentuering van wat was en nooit meer is?

Rouw is geen lineair proces. Zoals deze korte documentaire ook geen verhaal met een duidelijke kop en staart bevat. De goede verstaander zal zelf zin moeten geven aan de stelselmatig tussen donker en licht laverende ontdekkingstocht, die gaandeweg wel – of is dat de schijn die bedriegt? – iets aan kleur lijkt te winnen.

Brandstof

July Film

Plotseling kwamen ze zonder Brandstof (25 min.) te zitten. Jong nog, in wat de bloei van hun leven had moeten zijn, in een enkel geval zelfs al op dertienjarige leeftijd, moesten ze noodgedwongen pas op de plaats maken. Een burn-out.

De één kijkt er in deze interviewfilm van Bo van der Meer en Roswitha de Boer-Zuiderveen met enige afstand op terug, een ander lijkt er nog heel dicht op te zitten. Volledig opgebrand. Terwijl het vuur juist zou worden opgepookt – of op zijn minst brandende moest worden gehouden. Teruggeworpen op zichzelf.

‘Ik wil zoveel doen, maar m’n lichaam laat het me gewoon niet doen’, zegt één van de zes sprekers, gezeten in een sobere studiosetting. ‘M’n hoofd laat het me ook gewoon niet doen. En, tuurlijk, ik had mezelf kunnen pushen, maar ik merkte gewoon dat het ‘not done’ was. Dat was niet iets wat ik m’n lichaam moest aandoen.’

De filmmakers presenteren de ervaringsverhalen van hun hoofdpersonen met een minimale, maar zeer smaakvolle omlijsting: fraaie gestileerde sequenties die een (te) prikkelrijk bestaan verbeelden, treffende muziek en een serie shots van hun personages in een omgeving waar ze zich wél senang lijken te voelen.

Tezamen vormen de getuigenissen een verhaal over deze tijd, waarin we veel vragen van elkaar en onszelf. En dan is het niet verwonderlijk dat sommigen van ons bezwijken onder de (zelf opgelegde) druk. Tegelijkertijd voegt Brandstof aan die allang bekende constatering nauwelijks nieuwe inzichten of bijzondere vergezichten toe.

De film is daarmee vooral een momentopname, van enkele jonge levens op, of net na, een breekpunt. En de vraag hoe het dan, daarna, verder moet.

Skandal! Bringing Down Wirecard

Netflix

Zonder voorbehoud afficheert Wirecard zichzelf als ’’s werelds grootste innovator in digitale financiële technologie’. En CEO Markus Braun is niets minder dan ‘de Steve Jobs van de Alpen’. Het duurt niet lang of de aandelen van de Duitse ‘FinTech’-onderneming gaan door het dak. Bondskanselier Angela Merkel gaat het bedrijf zelfs hoogstpersoonlijk aan de man brengen in China.

Hoewel zulke succesverhalen regelmatig gepaard gaan met de geur van gebakken lucht, lijkt het zaakje bij deze schimmige variant op PayPal écht te stinken. In Skandal! Bringing Down Wirecard (93 min.) reconstrueert James Erskine met de journalisten Dan McCrum, Paul Murphy en Stefania Palma van de Financial Times hoe zij via zogenaamde ‘short sellers’, beleggers die inzetten op bedrijven waarvan ze verwachten dat de beurskoers ervan zal gaan dalen, schadelijke informatie over de Duitse onderneming in handen krijgen en vervolgens ontdekken dat Wirecard in wezen als een criminele organisatie opereert.

Tijdens hun onderzoek krijgen de FT-verslaggevers tegelijkertijd het gevoel dat ze voortdurend in de gaten worden gehouden, afgeluisterd en gehackt. Met informatie die over hen is verzameld wordt bovendien de suggestie gewekt dat zij onder één hoedje spelen met de short sellers en samen met hen miljoenen verdienen als Wirecard onderuit gaat. Zelfs de Duitse overheid lijkt de mening toegedaan dat McCrum, Murphy en Palma er vooral op uit zijn om het bedrijf te vernietigen. Binnen zo’n vijandige klimaat moeten zij gewoon hun journalistieke handwerk blijven doen: follow the money.

Daarbij stuiten ze op nepfirma’s, witwaspraktijken en ongemakkelijke politieke dwarsverbanden. Erskine serveert hun soms tamelijk ingewikkelde bevindingen in hapklare brokken uit, maakt ondertussen van CEO Markus Braun en diens ondoorgrondelijke operationeel directeur Jan Marsalek tot de verbeelding sprekende personages en brengt zijn vertelling tenslotte op smaak met kekke muziekjes en animaties (die, vreemd genoeg, aan superheldenstrips doen denken). Zo maakt hij van Skandal! een even smakelijke als relevante financiële thriller.

De Vele Gezichten Van Tineke Schouten

BNNVARA

Het woord ‘neuken’ krijgt ze nog altijd nauwelijks over haar lippen. Volgens eigen zeggen is Tineke Schouten ‘een heel keurig mens’. Eenmaal op het podium, als één van haar vele volkse typetjes met liefst een plat Utrechtse tongval, deinst ze echter nergens voor terug. ‘Dat ben ik niet’, zegt ze daarover in De Vele Gezichten Van Tineke Schouten (59 min.). ‘Dat is een ander. Dat is dat mens waar ik naar heb zitten kijken en die dat allemaal durft te zeggen.’

In deze gedegen documentaire van Hetty Nietsch en Lisa Bom, tevens moeder en dochter, sleutelt de geroutineerde cabaretière met haar vaste team, onder leiding van manager/producent Jacques de Cock, aan haar 25e theatershow Dubbel. Daarbij horen de gebruikelijke taferelen: de eerste repetities, het aanmeten van de juiste kleding (concreet: voor elk typetje een andere pruik), de try-outs… Voordat de voorstelling echter daadwerkelijk in heel het land kan worden gespeeld, worden de theaters, precies halverwege de film, dichtgegooid vanwege het Coronavirus.

Op bezoek bij collega Richard Groenendijk wil Tineke Schouten, die de pensioengerechtigde leeftijd inmiddels heeft bereikt, desondanks van geen stoppen weten. Al ruim veertig jaar opereert ze nu in het spoor van volkskomieken als Toon Hermans en André van Duin. Ze laat de mensen in het land, waarvoor ze de wereld met liefde en plezier versimpelt, een avondje lekker lachen. En daarbij imiteert Schouten net zo gemakkelijk Máxima als Nana Mouskouri, Amy Winehouse, Erica Terpstra of André Hazes. En, ja, net als haar voorgangers voelt ook zij zich soms miskend.

Dit wordt nog eens geïllustreerd tijdens het kneden van haar show, die na de lockdown toch een doorstart kan maken. Op zoek naar de juiste mix van sketches en liedjes hangt steun en toeverlaat De Cock toch vooral aan de humor, terwijl zij ook nadrukkelijk haar persoonlijke liedjes wil zingen – die hij er voor de televisieregistraties vaak rücksichtslos laat uitsnijden. Want thuis op de bank zitten ze waarschijnlijk toch vooral op de grappen en grollen te wachten. Die wisselwerking tussen cabaretier en manager is één van de aardigste elementen van dit portret, dat de hoofdpersoon tevens privé toont, met haar ernstig zieke echtgenoot en twee volwassen dochters.

Zonder pruiken of koddige kleding laat Tineke Schouten zich daar kennen als een zorgzame moeder, die bang is dat ze vroeger toch te vaak de vrouw is geweest die op zondag het vlees aansnijdt. Een heel keurig mens dat, inderdaad, voor geen meter op Lenie uit de Takkestraat, Toiletjuffrouw of Bep Lachebek lijkt.

Salvar Al Rey

HBO Max

Don Alfonso de Borbón y Borbón stierf in 1956 op veertienjarige leeftijd. Ruim 65 jaar na dato kunnen enkele oudere Spaanse journalisten nog altijd nauwelijks geloven dat in de berichtgeving over prins Alfonso’s overlijden toentertijd niet de ware toedracht werd vermeld.

‘Dood door tragisch ongeluk’, schreeuwt een krantenkop. ‘Er ging een pistool af bij het schoonmaken’, stelt het bijbehorende artikel. Geen woord over wie de fatale kogel heeft afgevuurd: ‘s mans broer Juan Carlos, de latere koning van Spanje. ‘Dit is heel typisch voor de censuur van de dictatuur’, constateren de journalisten eensgezind. De almachtige generaal Franco hield zulke onwelgevallige berichten stelselmatig onder de pet.

Insiders, kenners en critici buigen zich in de scandaleuze miniserie Salvar Al Rey (Engelse titel: Saving The King, 147 min.) over het turbulente leven van de Spaanse vorst Juan Carlos I. Waarbij opvalt dat de monarch zich graag laat fêteren, nooit te beroerd is om naar een extra zakcentje te vragen en een voorliefde heeft voor mooie, jonge vrouwen. Volgens artikel 56 van de Spaanse grondwet is hij nu eenmaal onschendbaar, de enige persoon die werkelijk boven de wet staat.

Dit wil natuurlijk niet zeggen dat het gedrag van Juan Carlos onbesproken blijft. Tijdens zijn regeerperiode stapelen de schandalen zich op. Als hij de actrice Bárbara Rey tegen het bevallige lijf loopt bijvoorbeeld. Zij begint direct opnamen te maken van hun amoureuze ontmoetingen, die natuurlijk ook hun weg hebben gevonden naar deze miniserie van Santi Acosta. Het betere afperswerk dus. Tegen die tijd is er geen dictator meer die elk gerucht met het nodige machtsvertoon afdekt.

En als Bárbara uit beeld is, verschijnt een andere schone. Corinna Larsen schijnt zelfs 65 miljoen euro over te hebben gehouden aan haar contacten met Juan Carlos. Zo blijft de koning tot na zijn min of meer gedwongen aftreden in 2014 steeds onderwerp van gesprek. Want, inderdaad, zelfs mensen zoals hij komen uiteindelijk niet overal mee weg. Salvar Al Rey is desondanks – althans voor diegenen onder ons die niet in sprookjes wensen te geloven – niets minder dan een demasqué van de monarchie.

Anderen zien waarschijnlijk gewoon iemand die zich als een vorst gedraagt.

De DS Keyzer

Jaap Vriens / Oldenstein Films / BNNVARA

Over een dag of tien, op woensdag 1 juli 2020, moet het pand van De DS Keyzer (51 min.) leeg zijn, zodat de volgende eigenaar erin kan trekken. Tot die tijd moet er nog heel wat gebeuren: opruimen, afvoeren en verhuizen. En dan sluit de autogarage van David Kostelijk in Amsterdam-West, die zich heeft ontwikkeld tot een soort clubhuis voor Citroën DS-bezitters, definitief zijn deuren. Na bijna veertig jaar zullen ‘citrofielen’ dus een ander toevluchtsoord moeten zoeken. De gelijkmoedige oud-verpleegkundige Kostelijk, die het bedrijfspand ooit kraakte, gaat ‘t rustiger aan doen.

Terwijl er druk wordt gesloopt, uitgeruimd en verkocht en het pand van DS De Keyzer zienderogen leger wordt, realiseren de garagehouder en zijn (oud-)medewerkers zich pas echt dat ze een periode van hun leven gaan afsluiten. In de weemoedige documentaire van Doret van der Sloot, naar een idee van Wieger Wielinga, wordt dat proces van dichtbij opgetekend. Terwijl de ene oud-medewerker, Jaap Vriens, alles uit de kast haalt om zijn voormalige baas en vriend bij te staan, kan een andere ’t bijvoorbeeld niet opbrengen om zich nog in de garage te vertonen.

David Kostelijk zelf lijkt intussen spijt te hebben van zijn beslissing om het bedrijf van de hand te doen. Hij moet zich troosten met de gedachte dat zijn dochter Beatrijs er nog even kan blijven wonen en dat het pand tenminste niet is opgekocht door een anonieme projectontwikkelaar. Het sluiten van De DS Keyzer staat echter wel degelijk model voor het verdwijnen van een bepaald soort bedrijvigheid. Zoals ook de meeste platenzaken, sigarenboeren en videotheken in de afgelopen jaren uit het straatbeeld zijn verdwenen, ten faveure van de anonimiteit van winkel- of bedrijfsketens.

Deze aardige volgdocu, die rustig naar de onvermijdelijke sleuteloverdracht toewerkt, laat nog eens zien dat een bedrijf meer is dan alleen een entiteit die productie moet draaien, zodat er voldoende geld binnenkomt. Een garage zoals De DS Keyzer is eerst en vooral ook een verzameling mensen, die op de één of andere manier een eenheid zijn gaan vormen en in die hoedanigheid ook voor elkaar zorgen.

Sins Of Our Mother

Netflix

De verhouding tussen Lori Vallow en haar vierde echtgenoot Charles wordt er zacht gezegd niet beter op als zij ervan overtuigd raakt dat hij een ‘duistere geest’ is geworden en een demon in zich verbergt. Van deze ‘Nick Schneider’ wil ze zich maar al te graag ontdoen. Niet veel later – op 11 juli 2019 in Chandler, Arizona om precies te zijn – beslecht Lori’s broer Alex met enkele kogels een ruzie met Charles. Noodweer, zegt hij. En zijn zus/Charles’ vrouw lijkt daar niet echt van op te kijken of wakker van te liggen.

Lori, de hoofdpersoon van de driedelige docuserie Sins Of Our Mother (139 min.), heeft dan al een turbulent leven achter de rug. De knappe blondine deed bijvoorbeeld mee aan de Miss Texas-verkiezing, draafde op in het welbekende tv-spelprogramma Wheel Of Fortune en raakte gaandeweg steeds dieper verwikkeld in haar eigen interpretatie van het geloof, dat ze als kind van de Mormoonse Fundamentalist Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints (LDS) had meegekregen.

Aan de zijde van alweer een nieuwe liefde, de zelfverklaarde ziener Chad Daybell, begint Lori Vallow vervolgens steeds meer tekenen te vertonen van een bijzonder gevaarlijke vorm van godsdienstwaanzin, die zomaar enkele ‘zombies’ uit haar directe omgeving het leven zou kunnen kosten. En dan dient het einde der tijden zich ook nog aan, natuurlijk. Kortom: koren op de molen voor een true crime-crack zoals Skye Borgman, die eerder dit jaar ook al Girl In The Picture en I Just Killed My Dad afleverde.

Het is Lori’s oudste zoon Colby Ryan, ondersteund door enkele andere familieleden en kennissen, die voorgaat in deze afdaling in Lori Vallows eigen versie van de hel. Zijn jongere zus Tylee Ryan en broertje JJ Vallow zijn intussen ook nog vermist geraakt. Borgman serveert al die tragische verwikkelingen vet en vakkundig uit, totdat ze zijn gecondenseerd tot zo’n typisch ‘bizar verhaal’, waarvan de goegemeente lekker kan gruwen. Zoals dat gaat bij true crime, het ideale tijdverdrijf voor brave burgers zoals jij en ik.

Nikki

Doclines / vanaf 26 september op Videoland

Het lijkt soms een klein wonder als het wél goed gaat met Nikki (112 min.). In de jaren dat documentairemaker Monique Nolte (Het Beste Voor Kees) de tiener volgt zit ze namelijk voortdurend tussen twee vuren. Tussen vader Fred, die grote delen van haar leven buiten beeld is en meteen stress veroorzaakt als hij wel even, letterlijk, ‘in the picture’ verschijnt. En moeder Karin, die beslist het beste voorheeft met Nikki, maar ook kampt met borderline.

Op de basisschool gaat het desondanks best goed met het meisje. Ze krijgt een HAVO-advies en meldt zich vol goede moed op het Christelijk Lyceum Zandvliet in Den Haag. Daar blijven haar resultaten, mede door opvallend hoog verzuim, echter toch achter en begint al het tumult in haar jonge bestaan als KOPP-kind, een kind van ouders met psychische problemen, zich te wreken. Hoezeer Karin haar daartegen ook probeert te beschermen.

Monique Nolte nestelt zich met haar camera jarenlang in de omgeving van moeder en dochter en sluit ook aan bij sleutelmomenten op school of met hulpverleners. Zo vangt ze van zeer nabij de ontwikkelingen in het leven van de opgroeiende tiener. In dat opzicht doet Nikki enigszins denken aan Alicia (2017), de verpletterende film van Maasja Ooms over een meisje dat helemaal verdwaald raakt in de Nederlandse jeugdzorg, met buitengewoon tragische gevolgen.

Zo schrijnend is deze observerende documentaire niet – al komt ie soms gevaarlijk dichtbij. Nolte maakt ook uitgesproken artistieke keuzes: ze kiest bijvoorbeeld voor het incorporeren van geanimeerde sequenties, die droom- en angstbeelden van haar hoofdpersoon tastbaar maken. Het is de vraag of de film die nodig heeft. Bij sommige aangrijpende scènes kan de kijker zelf ook wel bedenken wat er in het hoofd van de puber omgaat.

Dit laat onverlet dat ook deze film regelmatig aanvoelt als een stomp in de maagstreek. Nikki moet zich door het ene na het andere loyaliteitsconflict banen en ervoor zorgen dat ze onderweg zichzelf niet kwijtraakt. Het is de tragiek van een jong meisje met een moeder die volgens eigen zeggen een gat van binnen heeft dat door anderen moet worden gevuld en een papa die niet weet hoe hij vader moet zijn. Hoe kan een kind in zo’n omgeving opgroeien tot een (psychisch) gezonde volwassene?

The Rolling Stones: Crossfire Hurricane

Na het succes van The Beatles werden ze door manager Andrew Loog Oldham doelbewust gemodelleerd tot anti-Beatles. Elk goed verhaal heeft immers helden en antihelden nodig. Goeieriken en slechteriken. En The Rolling Stones waren begin jaren zestig best bereid om zich het imago van ‘bad boys’ aan te meten en eens lekker rotzooi te gaan trappen.

In de audio-interviews die documentairemaker Brett Morgen, ter gelegenheid van het vijftigjarige jubileum van de band in 2012, had met alle groepsleden, inclusief voormalig gitarist Mick Taylor en oud-bassist Bill Wyman, halen ze met liefde en plezier herinneringen op aan hoe concerten steevast uit de hand liepen, tienermeisjes daarbij soms van opwinding in hun broek plasten en ze zelf na afloop regelmatig moesten rennen voor hun leven. Intussen gaven met name Mick Jagger en Keith Richards hun ogen goed de kost bij (zwarte) Amerikaanse vakbroeders, zodat ze al snel artistiek geheel op eigen benen konden staan. De basis voor een lange, lánge, carrière was daarmee gelegd.

Ruim een halve eeuw later laat The Rolling Stones: Crossfire Hurricane (111 min.) de permanente beroering van die beginjaren herleven – terwijl ook meteen helder wordt dat The Stones nooit een serieuze bedreiging voor de gevestigde orde zijn geweest. Deze film, waarvoor Brett Morgen de beschikking kreeg over een enorme collectie (nog niet eerder opgediept) archiefmateriaal, concentreert zich volledig op de eerste twintig jaar uit de bandhistorie, waarbij ijkpunten zoals hun steeds terugkerende problemen met het gezag vanwege drugsbezit, de tragische dood van oprichter Brian Jones en het gigantische debacle van Altamont natuurlijk niet mogen ontbreken. Die brengen de band ook langzaam maar zeker naar de rand van de afgrond.

Totdat, zo wil in elk geval het verhaal, nieuwe gitarist Ron Wood halverwege de jaren zeventig de boel revitaliseert en Richards, jarenlang op nummer 1 in rock’s dodenlijst, zijn inname van dope besluit in te perken. Dan begint de machine weer op volle kracht te draaien. ‘The Stones waren van de meest gehate band de meest geliefde band geworden’, zegt Mick Jagger over de remonte die zijn groep heeft doorgemaakt. ‘Van onacceptabel tot totaal acceptabel.’ Voor ‘the greatest rock n’ roll band on earth’ is zo’n constatering eigenlijk de dood in de pot. Gelukkig heeft Brett Morgen tegen die tijd – met fraai en straf gemonteerd concertmateriaal, waaronder klassiekers als Jumpin’ Jack Flash, Sympathy For The Devil en het onvermijdelijke (I Can’t Get No) Satisfaction – allang de daadkracht, energie en opwinding van de band in z’n absolute hoogtijdagen weten te vangen.

Luc

IJswater Films

‘Ik heb kankerveel schijt aan de rechter!’ schreeuwt Lucas van der Laan tegen de zee, op een verlaten strand waar hij volgens eigen zeggen een enorm gevoel van vrijheid ervaart. Hij gaat nog even door. Het moet er duidelijk uit. De ene ‘fock’ na de andere. Gevolgd door: ‘En niemand die je hoort zeiken.’

De vijftienjarige jongen is net weggelopen uit een gesloten jeugdzorginstelling. Zijn jas heeft hij daar achtergelaten. Hij mag die van Tim Bary wel even lenen. De filmmaker volgt Luc (30 min.) al enkele maanden. De tiener heeft een tijd op straat geleefd en vraagt zich af of hij nu misschien bij zijn vader, met wie hij een lastige relatie lijkt te hebben, kan overnachten. 

Lucas is een echte jongen van de straat. Zo klinkt hij tenminste – en wil hij waarschijnlijk ook klinken. ‘Nee, mán’, zegt hij. Of: ‘tantoe lekker.’ En werkelijk te pas en te onpas: ‘je weet toch?’ Als smeermiddel voor zo’n beetje elke zin. En dan is er nog de ‘waggie’ om in te pitten. Want daarop lijkt het uit te draaien: samen met de documentairemaker overnachten in diens auto.

En zo wordt Tim Bary in deze korte docu, de weerslag van enkele uren in de nabijheid van een ontwortelde puber, langzaam maar zeker in het leven van zijn hoofdpersoon gezogen. Die vraagt zelfs of hij misschien bij hem thuis mag slapen, maar dat gaat de jongeman achter de camera toch nog te ver. Dan liever samen in de auto een filmpje kijken.

Luc is niet meer dan een momentopname uit het woelige bestaan van de jongen die zich groter voor lijkt te doen dan hij is. Dat is de beperking én de kracht van de film. Bary geeft de kijker nauwelijks context. Die moet wat er is gebeurd met Lucas zelf maar bij elkaar zien te sprokkelen – en komt daarmee ongetwijfeld een heel eind, op zijn minst in de goede richting.

Misschien doen de precieze details van dit ene leven op drift er ook niet toe en is Lucas van der Laan vooral een voorbeeld van al die jongeren die, vaak zonder al te veel perspectief, in een gesloten inrichting zitten. Wachtend op de dag dat ze terug kunnen naar het leven dat ze noodgedwongen moesten verlaten of simpelweg tot hun achttiende verjaardag.

Een buitenstaander kan alleen hopen dat er in de tussentijd geen onherstelbare schade is ontstaan.

Beste Meneer Bouterse

Amstelfilm

‘Een land dat zijn verleden niet onder ogen durft te komen heeft geen toekomst’, constateert de Surinaams-Nederlandse journalist Ananta Khemradj. Zij was nog niet geboren toen in 1982 de zogenaamde Decembermoorden plaatsvonden in Suriname. Deze traumatische gebeurtenis, waarbij vijftien tegenstanders van het bewind van president Desi Bouterse werden vermoord, splijt het land nog altijd in tweeën.

In de persoonlijke documentaire Beste Meneer Bouterse (63 min.) richt Khemradj rechtstreeks het woord tot de voormalige legerleider, ex-president en politiek leider van de NDP over de tweespalt in Suriname. ‘Ik snap niet dat u ervoor kiest het gezicht te worden van het land’, zegt ze bij beelden van hoe Bouterse wordt toegejuicht door zijn hondstrouwe aanhang. ‘Wetende dat u zoveel mensen pijn hebt gedaan.’

Terwijl ze door Suriname reist gaat Khemradj in gesprek met allerlei landgenoten. Van de huidige president Chan Santokhi en filmmaker Pim de la Parra, de man achter de eerste Surinaamse speelfilm Wan Pipel na de onafhankelijkheid in 1975, tot pro-Bouterse stemmen zoals oud-woordvoerder Ricardo Panka, NDP-jongere Raynel Enfield en voormalig minister Jennifer van Dijk-Silos.

De ‘Boutisten’ pleiten ervoor om de blik te richten op de toekomst, terwijl hun opponenten vinden dat die pas kan beginnen als er recht is gedaan aan het verleden. Daardoor zit het land in een patstelling en lopen veel Surinamers nog altijd op eieren wanneer ze worden bevraagd op politieke kwesties. Als Ananta Khemradj met jongeren wil praten over hoe het verder moet met Suriname stuit ze dan ook regelmatig op onwil, angst en boosheid.

Deze documentaire is bedoeld om een begin te maken met zoiets als nationale verzoening. Dat is erg hoog gegrepen voor één enkele film. En ook Khemradj’s poging om na een gesprek met Jan Pronk, de Nederlandse minister die destijds verantwoordelijk was voor Suriname’s onafhankelijkheid, toegang te krijgen tot vertrouwelijke stukken over de toedracht van de Decembermoorden, lijkt gedoemd om te mislukken.

Beste Meneer Bouterse is vooral een loffelijke poging om het maatschappelijke gesprek toch weer te openen en te bekijken hoe een nieuwe generatie Surinamers zich zou kan loswrikken van de traumatische geschiedenis, die het land nu al veertig jaar in verschillende facties verdeelt.