Unstoppable: Sean Scully And The Art Of Everything

Nick Willing

Als gekooide tijgers staan ze naast elkaar. Grijnzend en loerend. Tegenwoordig zijn ze allebei gevierde kunstenaars, maar ooit, in het New York van de jaren tachtig, was Sean Scully de leraar en Ai Weiwei de leerling. ‘Hij heeft me ontwapend’, zegt die laatste. ‘Ik zei dat hij niet moest schilderen’, vult Scully aan. ‘Ik heb z’n leven gered. Anders was hij een waardeloze schilder geworden.’ Ai Weiwei vertelt dat hij toentertijd regelmatig in Scully’s atelier kwam. ‘Stapels schilderijen. Betere schilderijen dan hij nu maakt.’

Die opmerking blijft nog wel even hangen. ‘Het kan me echt geen moer schelen wat hij denkt’, zegt Scully even later. Maar twijfelt hij dan nooit aan zichzelf? wil filmmaker Nick Willing weten. ‘Nee, ik ken geen twijfel’, beweert hij. ‘Volgens mij heeft twijfel geen enkel nut.’ Die onverschrokken benadering – van zijn kunst en het leven in het algemeen – loopt dwars door Unstoppable: Sean Scully And The Art Of Everything (54 min.), een geladen portret van de Britse topkunstenaar.

Deze film volgt hem van de ene naar de andere expositie en loopt ondertussen leven en carrière door van de man die aan zijn jeugd in een Londense arbeidersbuurt echt een vechtersmentaliteit overhield en volgens eigen zeggen abstracte kunst uit de handen wil grissen van de mensen met gefronste wenkbrauwen en wil teruggeven aan het gewone volk. Al moet je dan wel blijven uitleggen wat je waarom doet. ‘Je kunt niet iets maken dat zo arrogant is als een abstract schilderij’, stelt hij in deze stevige documentaire. ‘En dan zeggen: zoek het maar uit, anders ben je dom.’ Waarvan acte.

Punt Uit – Schluss Aus – Full Stop

Cinema Delicatessen

Hij is niet meer de man die hij ooit was en wordt nog steeds elke dag een beetje minder die man. Michael Hellgardt is in de allerlaatste fase van zijn bestaan aanbeland. ‘Mijn leven is voorbij’, meent hij. Michael besluit dat hij wil stoppen met eten. Heeft Rosie, zijn levensgezel, dat goed gehoord? Staat het op camera? Was er geluid? Welnu, dan is er dus bewijs.

Rosemarie Blank tekent in Punt Uit – Schluss Aus – Full Stop (79 min.) nauwgezet het laatste jaar van haar partner op, wiens lichaam en geest ontzettend broos zijn geworden. Alles in het leven kost hem tegenwoordig moeite. En dan is er nog die gekmakende tinnitus in zijn kop (die ook voor de kijker tastbaar wordt gemaakt). ‘Ik heb geen ‘ik’ meer’, zegt Michael tegen zijn huisarts, die het einde zal begeleiden. Zodra hij het zeker weet, tenminste.

Gaandeweg toont Blank, via oude foto’s en video-opnames, ook welke persoon er schuilgaat achter de breekbare en scheefgetrokken man, die zich (letterlijk) nauwelijks meer staande kan houden. Met compassie, maar zonder de waarheid rooskleuriger af te spiegelen dan hij is, documenteert ze het ontluisterende proces dat ze samen doormaken. Waarbij Michael nogal eens van mening verandert: wil hij echt niet verder of zou hij toch nog wel eens naar hun huis in Toscane willen?

Punt Uit is een intieme, pijnlijke en warme film over een man, en zijn vrouw, die de regie probeert te houden over zijn laatste levensfase en eigenlijk te veel van het leven houdt om er afscheid van te kunnen nemen. Ook al is datzelfde leven een lijdensweg geworden.

Dirty Money – Season 2

Netflix

In de eerste reeks exploreerde de documentaireserie Dirty Money, geproduceerd door het bedrijf van de gerenommeerde filmmaker Alex Gibney, de wereld van het smerige geld, met afleveringen over onder andere de sjoemelsoftware van Volkswagen, stuitend gemanipuleer met medicijnprijzen en de Amerikaanse evenknie van Dirk Scheringa, een linkmiegel met zijn eigen autoraceteam.

Dit zesdelige tweede seizoen van Dirty Money (349 min.) waaiert wederom breed uit; van het witwassen van criminele opbrengsten met goud (en de gevolgen daarvan voor gewone gouddelvers in Peru) en de nietsontziende haaienmentaliteit bij de Amerikaanse bank Wells Fargo tot Maleisisch gemeenschapsgeld waarmee The Wolf Of Wall Street is gefinancierd (ook al onderwerp van de fijne docu The Kleptocrats) en grootschalige grond- en watervervuiling in Texas door een plasticfabrikant uit Taiwan, die zich nergens wat van aantrekt. Daarbij gaat het er soms stevig aan toe. ‘Wanneer je bang begint te worden weet je dat je de juiste weg bent ingeslagen’, meent Diane Wilson bijvoorbeeld, die actie voert tegen de vervuiler Formosa.

Niet alle afleveringen zijn even sterk: de bewijsvoering in deel 5 voor misbruik van voogdijschap bij (gefortuneerde) ouderen is bijvoorbeeld niet altijd even overtuigend. De bejaarden zouden niet meer voor zichzelf kunnen zorgen en worden vervolgens helemaal leeggeplukt door gewiekste bewindvoerders en hun entourage. Één van de slechts twee opgevoerde ouderen komt zelf echter helemaal niet aan het woord. Alleen zijn veel jongere vrouw en haar belangenbehartigers. Dat maakt wat wantrouwig.

Over het algemeen wordt er in deze ambitieuze serie echter stevige (onderzoeks)journalistiek bedreven, waarmee tegels worden gelicht in maatschappelijk relevante dossiers. Óók rond Bekende Amerikanen. In de eerste Dirty Money-serie was bijvoorbeeld een aflevering gewijd aan de dubieuze deals van de Amerikaanse president Donald Trump, ditmaal komt zijn schoonzoon Jared Kushner aan de beurt in een ontluisterende episode genaamd ‘Slumlord Millionaire’. Diens schandelijke praktijken als huisjesmelker en onroerend goed-man (die er zowaar een bedrijf met de naam 666, het duivelsgetal, op nahoudt) vormen de basis voor de sterkste aflevering, geregisseerd door Daniel DiMauro en Morgan Pehme, van deze tweede afdaling in de beerput van het grote geld.

The Trade – Season 2

Showtime

In 2015 bracht Matthew Heineman in Cartel Land op een meeslepende manier de bloedige drugsoorlog in beeld, die in Mexico en het grensgebied met de Verenigde Staten wordt uitgevochten. Die geweld(dad)ige film kreeg drie jaar later een onofficieel vervolg met de vijfdelige documentaireserie The Trade, waarin de Amerikaanse filmmaker alle hoeken en gaten van de Amerikaanse Opioid Crisis belichtte: van de Mexicaanse drugsdons en federale agenten die daar poppyvelden laten platbranden tot de gewone dealers en gebruikers in de Verenigde Staten en de politieagenten die fanatiek op hen jagen.

En nu is er seizoen 2 van The Trade (200 min.), waarin Heineman het spoor verlegt van de handel in drugs naar de handel in mensen: vluchtelingen, illegale immigratie, smokkel, slavernij, seksuele uitbuiting en Amerikanen zonder geldige verblijfsvergunning. De documentairemaker richt zich in deze vierdelige reeks op enkele hoofdpersonen, die elk een deel van de problematiek representeren, en observeert hen terwijl ze hun eigen kleine rolletje spelen in het drama dat zich in Midden- en Noord-Amerika voltrekt. Van zulke gewone mensen maakt hij memorabele personages.

Een vrouw uit Honduras die na de moord op haar echtgenoot, een voormalig bendelid van het beruchte MS-13, met haar dochtertje aanhaakt bij de vluchtelingenkaravaan naar de Verenigde Staten. Texaanse rechtshandhavers die de wacht houden bij de grens met Mexico. Een mensenrechtenactivist die strijdt tegen vrouwenhandel en seksueel misbruik. Mensen die al decennia illegaal in de Verenigde Staten verblijven en nu, met achterlating van hun partner en kinderen, dreigen te worden uitgezet. En een vrouw, een beetje een fremdkörper in deze vertelling, die getuigt tegen de leider van een invloedrijke Mexicaanse kerkgemeente, die stelselmatig kinderen zou hebben misbruikt.

Ook in dit tweede seizoen van The Trade, hoewel wellicht wat minder overweldigend dan z’n voorganger, legt Matthew Heineman met oog voor detail, de menselijke natuur en het grotere geheel een welhaast duivels systeem bloot, waarin gewone mensen helemaal vast kunnen komen te zitten en het beste/slechtste uit zichzelf naar boven halen.

Hart Van De Democratie

NTR

‘Iedereen doet hetzelfde. Want als je iets anders doet, dan mis je iets’, stelt politiek commentator Kees Boonman over zowel de Haagse politiek als de journalistiek die daar bedreven wordt. Hij heeft zich zojuist losgemaakt uit een kluwen verslaggevers, fotografen en cameramensen die een halve cirkel vormden rond de bewindspersoon, die op dat moment ’Het Nieuws’ vertegenwoordigde. ‘Iedereen wil het anders doen’, constateert Boonman. ‘En het wordt steeds moeilijker om iets anders te doen.’

De routinier leidt de kijker als een ervaren gids rond door het Hart Van De Democratie (87 min.). Als tegenpool voeren de filmmakers Suzanne Raes en Liesbeth Witteman de jonge journaliste Charlotte Nijs op, de eerste politieke verslaggever van het SBS6-programma Hart Van Nederland. Via hen gaan ze op zoek naar het antwoord op de vraag of de Nederlandse parlementaire democratie, net als het Tweede Kamergebouw zelf, aan een grondige renovatie toe is.

Boonman spreekt in dat kader prominente politici als Johan Remkes, Khadija Arib en Alexander Pechtold over het veranderde ambt van parlementariër en neemt met hen de staat van ons bestel op. Volgens Pechtold is er bijvoorbeeld geen reden voor ernstige ongerustheid. De democratie heeft gewoon een stevige griep. Maar aan een verwaarloosde griep kun je dood gaan, werpt Boonman tegen. In het volgende shot zit niet geheel toevallig Thierry Baudet piano te spelen in een reportage van Nijs. ‘Weet je wat het is, Charlotte?’ vraagt hij vanachter de vleugel. ‘Een Schuman-kamerconcert ga ik spelen.’ De verslaggeefster kijkt het fragment terug op een montagecomputer. ‘Nou, één soundbiteje lijkt me voldoende’, zegt ze lachend tegen haar editor.

De film telt talloze van zulke lekkere doorkijkjes naar de wisselwerking tussen pers en politiek. Zo is er bijvoorbeeld een prachtige scène waarbij Boonman zuchtend achterblijft nadat hij enkele aalgladde quotes te verduren heeft gekregen van de zojuist gepresenteerde nieuwe fractievoorzitter van D66, Rob Jetten. Daarna werkt hij in zijn eentje een stukje van de bijbehorende feesttaart weg. Even later duidt voormalig kamerlid Gerard Schouw zijn voormalige stagiair Jetten: die jongen is gewoon in en in keurig. ‘Alleen of hij slecht genoeg is… Je moet ook wel een beetje een slecht mens zijn, hè?’ Boonman beaamt. Schouw moet er smakelijk om lachen.

Deze kostelijke documentaire kijkt zo met een antropologische bril naar de Tweede Kamer, waarbij reacties op Twitter de botte, grappige of juist onverschillige respons daarop vanuit de samenleving vertegenwoordigen. Die buitenwereld meldt zich ook letterlijk in het huis van de democratie middels demonstranten, rondleidingen en een reünie van kabinet Den Uyl. De mores en omgangsvormen mogen dan veranderen, het Hart Van De Democratie blijft onverminderd kloppen: soms wild, dan weer lui of onregelmatig.

Hart Van De Democratie is hier te bekijken.

There’s Something Wrong With Aunt Diane

Op zondag 26 juli 2009 komt er via alarmnummer 911 een melding binnen bij de politie van Sleepy Hollow. Op de Taconic State Parkway heeft een spookrijder een gruwelijke ongeluk veroorzaakt. Acht mensen zijn dood: de bestuurster van het rode busje zelf, haar tweejarige dochter Erin, drie nichtjes van acht, zeven en vijf, en de drie passagiers van een tegenligger. Alleen het vijfjarige zoontje Bryan van de automobiliste overleeft de ramp. En dan komen de testresultaten binnen: had de 36-jarige Diane Schuler werkelijk gedronken en ook nog eens geblowd?

Zes maanden na de ramp benadert filmmaker Liz Garbus Dianes familie en gaat samen met hen op zoek naar wat er gebeurd kan zijn. Haar echtgenoot, broer, zwager en vriendinnen kunnen zich niet voorstellen dat de vrouw die zij kennen onder invloed achter het stuur is gaan zitten. Garbus zoekt tevens contact met ooggetuigen en familieleden van de slachtoffers uit de SUV waarop Diane frontaal is gecrasht. Met deze bronnen, officiële bewijsstukken en het audioverkeer tussen de hulpdiensten reconstrueert ze de fatale autorit, de aanloop daarnaartoe en de verpletterende gevolgen ervan.

There’s Something Wrong With Aunt Diane (100 min.), zou één van de nichtjes tijdens een paniekerig telefoongesprek tegen haar ouders hebben gezegd, toen hun tante zich onderweg niet goed leek te voelen en ronduit roekeloos begon te rijden. Had ze te veel Wodka gedronken, uit een fles die vreemd genoeg sowieso standaard in de auto lag? Was het de medicatie vanwege tandpijn, die onderweg met haar op de loop ging? Of werd Diane tóch plotseling overvallen door het één of andere medische probleem?

Die laatste theorie wordt in elk geval door Dianes verwanten aangehangen. Garbus mengt zich samen met hen actief in het onderzoek naar het tragische ongeval. Zo hopen ze in deze indringende film uit 2011 dichter bij de waarheid te komen – óf bij acceptatie van het noodlot dat over/door Schuler is afgeroepen. Want zit onder die weigering om de officiële lezing van de fatale crash te accepteren niet gewoon, en heel begrijpelijk, het onvermogen om te dealen met de (verborgen) gebreken van een geliefd familielid?

Farewell Paradise

Persicoop Film

De mise-en-scène spreekt boekdelen. Een stemmige interviewsetting met twee stoelen. Links neemt een oudere man plaats in een gemakkelijke zwarte stoel: vader Ueli. Rechts op een witte fauteuil gaat vervolgens een dame op leeftijd zitten: moeder Dorine. Ze worden gescheiden door een veelzeggende zwarte streep. Van ver klinkt kindergezang, ondersteund door idyllische beelden van een gezin aan het strand, met vier dochters in matchende rode badkleding. Waarna de titel van de film in beeld verschijnt: Farewell Paradise (96 min.).

Filmmaakster Sonja Wyss legt aan haar ouders uit wat ze van plan is: ze wil hun kant van het verhaal horen over hun gezamenlijke verleden. Dat begint met een zwart-wit foto: van hun vertrek uit de Bahama’s. Niet veel later nemen ook haar drie oudere zussen in hetzelfde decor plaats. Eerst Kathrin, dan Chriggi en tenslotte Bettina. Gezamenlijk ontleden ze hun roerige familiegeschiedenis, die hen aan het eind van de jaren zestig van een tropisch eiland naar het koude Zwitserland leidt en die ieder van hen voor de rest van hun bestaan met zich zal meedragen.

Sonja Wyss spaart haar familieleden niet in deze persoonlijke interviewfilm, waarin enkele goed getimede intermezzo’s de openhartige ontboezemingen van de talking heads zo nu en dan kleur geven. Zo pleegt ze vivisectie op een huwelijk, kindertijd en familiesysteem, waarbinnen mensen zichzelf en elkaar zowel kunnen kwijtraken als (weer) terugvinden. Daarmee zegt Wyss iets over haar eigen gezin, maar benadert ze ook het wezen van elke familie.

The Rise Of Jordan Peterson

Hij verzet zich tegen radicaal-links en is zo het gezicht van radicaal-rechts geworden. Waar de omstreden Canadese klinisch psycholoog Jordan Peterson komt, komt commotie. Voor zijn supportersschare van veelal witte mannen is hij een metershoge held die eindelijk eens de vinger op de zere plek legt, opponenten zien in hem een man die onverdraagzaamheid uitdraagt en dus monddood moet worden gemaakt.

In de genuanceerde documentaire The Rise Of Jordan Peterson (90 min.) worden die beide reacties gepersonifieerd via fans die maar al te graag een selfie willen maken met de rockster van rechts en linkse activisten die keihard lawaai aanzetten zodra hij begint te speechen. ‘Dit is hoe ik er echt uitzie’, zegt hij tegen regisseur Patricia Marcoccia en zet vervolgens een eng masker op. ‘En dit is hoe ik eruit zie volgens mensen die een hekel aan me hebben.’

‘Welke van de twee klopt?’ wil Marcoccia weten. Misschien wel allebei, antwoordt Peterson, die in deze film wordt geportretteerd met zowel zijn gezin, ouders, vrienden en medestanders als ideologische tegenstanders. Daarbij is een speciale rol weggelegd voor zijn (voormalige) vriend Bernard Schiff, bij wie hij ooit zelfs vijf maanden inwoonde. Die schreef in 2018 een spraakmakend opiniestuk: ‘I was Jordan Peterson’s strongest supporter. Now I think he’s dangerous.’

‘Er is de Jordan Peterson die ik ken, de Jordan Peterson die ik zie op Twitter en dan is er de mythe van Jordan Peterson die ook zijn eigen ideeën heeft’, zegt zijn vriend Wil Cunningham, zelf professor in de psychologie, met lichte verbazing. ‘En die houden soms nauwelijks verband met wat hij echt vindt.’ Cunningham vindt tegelijkertijd dat zijn kameraad in het openbaar soms stuitende dingen zegt en zo al die ophef ook over zichzelf afroept.

Waarna de filmmaakster enkele van die provocerende beweringen laat zien. ‘Weigeren feministen om de islam te bekritiseren omdat ze eigenlijk onbewust hunkeren naar mannelijke dominantie?’ tweette de (anti)held van alt-right bijvoorbeeld in het najaar van 2017. Of, in een televisie-interview over maatregelen tegen seksuele intimidatie op het werk zei hij: ‘Hoe zou het zijn zonder make-up op het werk? Of zonder hoge hakken?’

Via the man you love to hate (of hate to love) Peterson agendeert deze afgewogen film tevens het thema vrijheid van meningsuiting en of die, zolang er geen discriminatie of geweld aan te pas komt, eigenlijk mag worden begrensd.

Lamentations Of Judas

Witfilm

‘Wanneer hoorde je voor de eerste keer het woord ‘Apartheid’?’ wil de interviewer weten van Domingos Carlos. ‘Toen ik dat woord voor het eerst hoorde, was ik geschokt’, antwoordt het voormalige lid van Bataljon 32, een eenheid van zwarte huurlingen die in de jaren zeventig door Zuid-Afrika werd ingezet om de prille communistische volksrepubliek Angola te destabiliseren. ‘Dat was niet goed.’

‘Had je niet het gevoel dat je zelf het witte Apartheidsregime hielp tegen de zwarte bevolking?’ vraagt de interviewer door. ‘Dat gevoel had ik wel’, bekent Domingos tijdens het gesprek, dat plaatsvindt terwijl hij participeert in een re-enactment van het lijdensverhaal van Jezus Christus.  ‘Maar ik was aan het werk. Ik probeerde mijn kost te verdienen.’

Volgende vraag dan maar: ‘Toen we daarnet Jezus filmden, was jij één van zijn Apostelen. Wat ging er toen door je heen?’ De man gaat eens verzitten. ‘Ik dacht dat we iets goeds deden.’ De interviewer duwt door: ‘Waar dacht je aan toen die Romeinse soldaten Jezus arresteerden?’ Domingos: ‘Ik vond het vervelend voor Jezus, want hij kwam om goede dingen te doen voor de mensen. De bewakers die hem pakten waren bezeten door de Duivel.’

‘Welke straf zouden ze die bewakers moeten geven?’ probeert de interviewer het nog eens. Het kwartje wil echter niet vallen bij Domingos. Of waarschijnlijker: hij wil het niet laten vallen. Wat zijn gesprekspartner ook doet, hij weigert het verband te leggen tussen het verraad van Judas Iskariot en zijn rol bij Bataljon 32, bijgenaamd ‘The Terrible Ones’. Verder dan zijn eigen variant op ‘Befehl ist Befehl’ komt hij niet.

Het ongemakkelijke gesprek raakt aan het hart van Lamentations Of Judas (98 min.), waarin filmmaker Boris Gerrets de strijders die zijn achtergebleven in het Zuid-Afrikaanse woestijndorp Pomfret in de juiste geestestoestand probeert te brengen om écht te reflecteren op hun dubieuze rol in Angola: in hoeverre hebben zij zich destijds als verraders gedragen? En hebben ze daarover nu schuldgevoelens?

Deze gestileerde documentaire, waarin Gerrets alterneert tussen een sfeervolle verfilming van het lijdensverhaal van Jezus en indringende zitinterviews met figuranten daaruit, vraagt even tijd en investering, maar kruipt stilaan onder de huid als enkele mannen hun schild laten zakken en de confrontatie met het verleden aangaan.

Stop Filming Us

Doxy

Is het een goed idee om een koekje te geven aan plaatselijke kinderen? vraagt de Nederlandse regisseur Joris Postema aan de plaatselijke medewerkers van de filmcrew met wie hij filmt in de Congolese stad Goma. Maakt hij zich daarmee misschien schuldig aan koloniaal gedrag? Postema kijkt een beetje beteuterd als de mannen hem inderdaad uitgebreid de les lezen. Die zag hij toch niet helemaal aankomen.

In Stop Filming Us (95 min.) probeert Joris Postema voorbij het beeld te komen dat buitenstaanders doorgaans hebben van de situatie in de Democratische Republiek Congo en dat door westerse filmmakers driftig wordt bevestigd: een desolaat land waar sinds jaar en dag oorlog wordt gevoerd. Alles wordt geframed vanuit dat uitgangspunt, ook door de talloze hulporganisaties die actief zijn in het gebied (en waarvoor Postema  tien jaar geleden een film maakte over ‘de ergste plek op aarde’).

Maar hoe kijkt de lokale bevolking naar diezelfde leefomgeving? En kun je als westerse filmmaker ooit los komen van je eigen rol en positie en daar enigszins vat op krijgen? Postema probeert dit andere perspectief te vangen via enkele plaatselijke filmers en fotografen. Hij doet via hen ook aan zelfonderzoek, maar krijgt daarbij regelmatig te horen dat hij beter kan inpakken en zijn geld aan een lokale regisseur kan geven. Maar zou die het leven in Goma dan wél eerlijk (kunnen) laten zien?

In het intrigerende Stop Filming Us gaat Postema, vanuit zijn eigen bevoorrechte en bevooroordeelde positie, zo op zoek naar ongemakkelijke waarheden. De film wordt gekenmerkt door een meta-benadering, waarbij de maker inzichtelijk maakt hoe de documentaire wordt geproduceerd, welke dilemma’s hij daarbij tegenkomt en – vooral – welke vragen hij daarbij stelt (of welke vragen er aan hem worden gesteld).

En voor wie is de film nu eigenlijk een eye opener: voor de westerse kijker, die nodig een ander perspectief voorgeschoteld dient te krijgen? Of toch voor de lokale bevolking die al even nodig gedekoloniseerd moet worden?

Everybody’s Everything

Netflix

‘Lieve kleinzoon, mijn profeet, mijn getatoeëerde poëet, de lieverd’, schrijft Jack ‘Pack Ack’ Womack aan zijn kleinzoon Gustav Elijah Åhr, alias rapper Lil Peep. ‘De wonden die je vader je gaf, genas God niet, maar hij sloot ze, mogelijk als littekens, zodat je de kracht kreeg tegen hem op te komen voor jezelf. Om als een jongen je onafhankelijkheid te verklaren en om te zorgen dat je jezelf kon worden.’ De brieven van opa aan ‘Gus’ fungeren als structurerend element voor deze hartroerende film over het Amerikaanse megatalent, dat op 15 november 2017, twee weken na zijn 21e verjaardag, bezweek aan een overdosis.

Everybody’s Everything (115 min.) is een gelaagd portret van Lil Peep, met een uitgebreide sprekerslijst: van zijn moeder, grootouders en (ex-)vriendinnen tot samenwerkingspartners, collega’s en deskundigen. Iedereen, behalve zijn vader. Gezamenlijk proberen ze de vinger te leggen op het woelige bestaan van die expressieve jongen met de opvallende (gezichts)tatoeages (waaronder een net iets te groot uitgevallen ‘crybaby’ boven zijn rechteroog), die volgens zijn oma vooral waren bedoeld om een outsider van hem te maken. Uit een vreemd soort zelfbescherming. Om te voorkomen dat hij ooit voor een reguliere baan in aanmerking zou komen. Tegelijkertijd hield hij er ook nog opmerkelijke doelen op na als ‘het kapitalisme uit de muziekbusiness halen’.

Deze meeslepende film van Sebastian Jones en Ramez Silyan put uit een kortstondig, maar met kinderfilmpjes, backstage-video’s en vlogs uitbundig gedocumenteerd leven en is daarmee in zekere zin een logisch vervolg op de dramatische biopics van jeugdhelden van eerdere generaties, zoals Kurt Cobain, Amy Winehouse en Avicii: jonge, buitengewoon getalenteerde en zeer getroebleerde mensen die de uitersten van het bestaan blijven opzoeken en zichzelf zo onherroepelijk naar de gallemiezen helpen. Lil Peep lijkt iemand die zichzelf niet wilde zijn. Die zichzelf niet kón zijn. En die dus, en plein publique, helemaal kapot ging. Via zelfverdoving en zelfverminking naar – te langen leste – zelfdestructie.

Je zou tegen deze documentaire kunnen inbrengen dat de persoon Gus Åhr een beetje wordt geïdealiseerd en dat de film een erg lange aanloop neemt naar het drama dat zich uiteindelijk ontvouwt, maar die opzet zorgt er wel voor dat je echt iets krijgt met de jongen achter Lil Peep, zijn openhartige ‘emo-hiphop‘ en de bijbehorende subcultuur, gepersonifieerd door de onvermijdelijke entourage van (pseudo-)vrienden, uitzuigers én klaplopers. Jones en Silyan krijgen er weliswaar niet helemaal de vinger achter wat Gus precies dwarszat en de kop heeft gekost, maar blijven tegelijkertijd ook behoorlijk uit de buurt van de speculaties die openbare, turbulente en vroegtijdig in de knop gebroken levens zoals dat van Lil Peep nu eenmaal altijd omgeven.

Everybody’s Everything, over een jongen die in slechts 21 jaar meer pieken en dalen kende dan een gemiddelde honderdjarige en die daarna met donderend geraas definitief tot stilstand kwam, stemt niet per definitie vrolijk. ‘Ik denk dat het alleen zal helen op een manier dat de pijn nooit zal weggaan’, zegt opa tot besluit. De oorspronkelijke schok zwakt volgens hem af, maar ineens kan iets kleins ervoor zorgen dat hij kleine Gus weer springlevend voor zich ziet. Pack Ack zucht hardop en neemt een ogenblik adempauze. ‘Het grijpt je aan.’ En daarmee vat hij ook deze prachtfilm treffend samen.

Verstoten Vaders

BNNVARA

Met een verrekijker staat een man van middelbare leeftijd in het schemerdonker vanuit de bosjes naar een hockeytraining te kijken. Daar, ergens in de verte, schijnt zijn tienerzoon te spelen. Gerard heeft hem al enkele jaren niet gezien. ‘Ik vraag me af wat je aan het doen bent, wat je voelt en waar je bent’, schrijft hij in een open brief aan zijn kind. ‘Nieuwe dingen die je vandaag geleerd hebt op school en hoe je hebt geslapen. Ik zie je al zo lang niet meer.’

De zoon van Gerard behoort tot de 16.000 kinderen die jaarlijks na een (v)echtscheiding het contact met één van hun ouders verliezen. In de tv-documentaire Verstoten Vaders (51 min.) portretteert Elena Lindemans nog twee mannen, zelf overigens ook opgegroeid zonder vader, die het contact met hun kroost hebben moeten staken. Die kinderen, onderwerp van evenveel verhalen als conflicten, blijven buiten beeld. Op de onvermijdelijke foto’s met hun vaders zijn ze onherkenbaar gemaakt.

De huizen van de mannen herbergen nog talloze sporen van het bestaan dat ze ooit met hun kinderen leidden of zouden willen leiden: verweesd speelgoed of juist nieuw aangeschafte spullen, teneinde straks weer in de smaak te vallen. Intussen zijn er verwijten gekomen en beschuldigingen, waarbij je als man vaak schuldig lijkt totdat het tegendeel is bewezen. En dan meldt zich natuurlijk een arbiter, jeugdzorg, die onvermijdelijk ook partij wordt in de schermutselingen.

Met lange, indringende shots brengt Lindemans het speelveld In kaart van deze ‘dwaze vaders’, die verder zonder weerwoord hun kant van het verhaal mogen doen. De lezing van hun voormalige partners laat ze voor een andere gelegenheid. Het is nochtans een somber beeld dat spreekt uit deze stemmige film: van mensen die ooit geliefden waren en daarna het vermogen zijn kwijtgeraakt om op een normale manier met elkaar te communiceren. Met hun bloedeigen zoons en dochters als kind van de rekening.

Babies

Netflix

In de documentaire Babies uit 2010 volgde de Franse documentairemaker Thomas Balmès vier pasgeborenen en hun verwanten gedurende hun eerste levensjaar. De kinderen waren afkomstig uit zeer uiteenlopende landen en culturen (Verenigde Staten, Mongolië, Namibië en Japan) en schetsten gezamenlijk een veelkleurig beeld van de rituelen en gebruiken waarmee nieuwe wereldbewoners worden verwelkomd.

De gelijknamige documentaireserie Babies (301 min.) borduurt tien jaar later voort op hetzelfde thema en voorziet de verhalen van vijftien gezinnen uit alle windstreken van een wetenschappelijke context. Vragen als: Wat zit er nu werkelijk in moedermelk en wat betekent dit voor de ontwikkeling van een kind? Hoe leren baby’s communiceren met hun omgeving of konden ze dat altijd al? En hoe belangrijk is goede nachtrust voor de ontwikkeling van het kinderbrein?

De zes afleveringen zijn thematisch gegroepeerd en bieden stuk voor stuk interessante inzichten, die voor lichte verbazing of juist een Aha-erlebnis zullen zorgen bij (jonge) ouders. Babies moet het daarbij niet hebben van spectaculaire ontwikkelingen of tranentrekkende persoonlijke verhalen, maar biedt een populair-wetenschappelijk overzicht van actuele opvattingen over geboorte en ontwikkeling van jonge kinderen, dat tegelijkertijd demonstreert hoeveel er nog valt te leren over de aard van het mens-zijn.

When Are You Coming Back, Kees?

Movies That Matter

Terug naar ‘het geroofde land’. In 1987 maakte Kees Schaap als filmstudent De Kinderen Van Mevrouw Al Areidy, een documentaire over enkele Palestijnen die zich verzetten tegen de Israëlische bezetting van hun geboortegrond. Die film is echter nooit uitgezonden en heeft dus geen enkel verschil gemaakt. Schaap voelt zich er nog altijd schuldig over. Terwijl zijn eigen carrière daarna goed op gang kwam, raakten zijn Palestijnse vrienden alleen maar verder in de verdrukking. Joodse kolonisten pikten stelselmatig hun land in.

Samen met zijn zoon Mark besluit de Nederlandse filmmaker zijn toenmalige hoofdpersonen te gaan opzoeken. Schaap heeft de voormalige strijder Adnan Al Areidy, diens moeder Oem Mohammed en zijn eigen vertaler Hisham Sharabati 31 jaar niet gezien. When Are You Coming Back, Kees? (54 min.) is de weerslag van die trip nostalgia naar de Westelijke Jordaanoever, waarbij Kees herinneringen ophaalt en de balans opmaakt met zijn oude kameraden en zijn zoon met hun kinderen in gesprek gaat.

Kees en Mark Schaap doorsnijden hun lotgevallen met passages uit de dertig jaar oude documentaire. Uiteindelijk moet het ook tot een vertoning van die film komen, zodat pa Schaap eindelijk, en dat voelt wat gekunsteld, zijn excuses kan aanbieden aan de familie Al Areidy. Ook zijn film heeft hun land niet kunnen redden. Intussen kan die nieuwe documentaire, constateert zoon Mark nuchter, misschien bewerkstelligen dat diezelfde familie voor het eerst in tijden weer eens als eenheid opereert.

Alles Wat We Wilden

All we ever wanted is everything, kalkte de Amerikaanse filmer, schrijver en graphic designer Mike Mills ooit op een poster. De slogan doet dienst als leidmotief voor deze persoonlijke film van Sarah Domogala en vat tevens heel aardig de levenshouding samen van veel millennials. In Alles Wat We Wilden (49 min.) uit 2010 portretteert de filmmaakster enkele jongvolwassenen uit de creatieve sector.

Die zijn stuk voor stuk jong, mooi en gelukkig. Ze hebben een creatief beroep: vormgever, fotograaf, modeontwerper, illustrator of scenarioschrijver. En ze zijn internationaal georiënteerd en wonen rustig in het ene land terwijl ze er in het andere een werkplek op nahouden. Aan hun helblauwe lucht is werkelijk geen vuiltje te ontdekken, zo lijkt het.

Totdat je nog eens goed kijkt. Achter de façade van een jaloersmakend succesvol bestaan, door Domagala zorgvuldig geënsceneerd in een gestileerde film, gaat heel gewone menselijke kwetsbaarheid schuil: twijfel, onzekerheid en angst. Gevoelens die nog eens worden versterkt door het leven dat zij leiden in het publieke domein, waar werkelijk iedereen jong, mooi en gelukkig is.

Domogala agendeerde dit thema, dat heden ten dage alomtegenwoordig lijkt in het leven van opgroeiende jongeren, dus al tien jaar geleden en geeft tevens voorbeelden van de problematiek die daaruit kan voortvloeien, zoals burnout, faalangst, paniekaanvallen en depressie. In die zin voelt deze egodocu als een aanklacht tegen de schijn van het zijn.

Ze verpakt die boodschap met fraaie figuratieve beelden en een kekke soundtrack, waaronder dEUS, CocoRosie en Beirut, en schuwt ook kritische vragen niet. Is dit niet gewoon gezeur? houdt ze haar ogenschijnlijk geprivilegieerde gesprekspartners voor. Of luxeproblematiek? En zouden mensen in Afrika ook last hebben van dit soort problemen?

Die vraag stellen is hem tevens beantwoorden. Maar wat heb je daaraan als talentvolle en ambitieuze Nederlandse adolescent, die zijn eigen leefomgeving natuurlijk ook niet zelf heeft uitgekozen?

De Slag Om Het Vrouwenhart

VPRO

Waarom worden hartklachten bij vrouwen consequent gemist? Heeft de beperkte aandacht daarvoor te maken met het feit dat de cardiologie nog echt een mannenbolwerk is? En in hoeverre heeft actie daartegen dan in wezen een feministisch karakter?

Hella de Jonge, die al een boek schreef over haar eigen ‘hartschade’, spreekt in de tv-docu De Slag Om Het Vrouwenhart (58 min.) met lotgenoten, belangenbehartigers en (vrouwelijke) artsen over de oorzaken van de onderschatting van vrouwelijk hartfalen en wat daaraan kan worden gedaan.

Volgens De Jonge is een mentaliteitsverandering nodig, de ‘protocollencultuur’ (waarbij mannen en het mannenlichaam nog altijd als uitgangspunt gelden) volstaat niet meer. Er is behoefte aan serieuze aandacht voor de lichamelijke klachten van vrouwen, die aan het hart in het bijzonder.

De Jonge vindt daarmee aansluiting bij actuele bevindingen van met name vrouwelijke cardiologen, die zelfs in het theater aandacht vragen voor deze problematiek. Hun gezamenlijke strijdbare boodschap domineert deze film, die vooral een aaneenschakeling van gesprekjes lijkt.

De thematiek wordt zo wel uitgebreid geagendeerd, maar dit levert niet per definitie ook een meeslepende film op.

Woman

Cherry Pickers

Hoe is het om vrouw te zijn aan het begin van de 21e eeuw? Er zijn minder ambitieuze uitgangspunten voor een film. Toch is dat precies wat Woman (108 min.) beoogt: een totaalbeeld geven van het vrouw zijn, met vertegenwoordigers van alle leeftijden, uit alle windstreken en van alle mogelijke gezindten.

Liefst tweeduizend vrouwen zouden er zijn geïnterviewd voor deze epische productie. Uit meer dan vijftig landen bovendien. Hun persoonlijke ontboezemingen, recht in de camera, worden doorsneden met gestileerde thematische sequenties rond de verschillende rollen die vrouwen in hun leven (moeten) aannemen,

Kleine, particuliere ervaringen worden in handen van de filmmakers Anastasia Mikova en Yann Arthus-Bertrand onderdeel van het universele verhaal van het ‘zwakke’ geslacht. Waarbij mannen slechts een bijrol spelen: als echtgenoot, concurrent en – helaas maar al te vaak – agressor.

Woman duikt door de gekozen opzet, waarbij elke vrouw maar eenmaal en slechts kort aan het woord komt, nergens echt de diepte in, maar laat door zijn grootse karakter wel de enorme verscheidenheid aan vrouwen zien, die met elkaar verbonden zijn door thema’s die hen allemaal raken.

Allen Tegen Allen

Cinema Delicatessen

Vanuit een ontwenningskliniek bedankte hij uiteindelijk voor de eer. Namens de Rapaille Partij was de zwerver Had-Je-Me-Maar zojuist gekozen voor de Amsterdamse gemeenteraad. In het partijprogramma voor de verkiezingen van 1921 stond eigenlijk maar één belangrijk punt: gratis jenever voor iedereen.

Achter de Rapaille Partij, één van de eerste Nederlandse fascistische partijen, ging de mislukte kunstenaar/dichter Erich Wichman schuil. Hij had een afkeer van democratie. Van de mensen was volgens hem zestig procent gek, stelt kenner en verzamelaar Joep Haffmans. Dus als een meerderheid van de bevolking mocht kiezen, zou het land gegarandeerd door gekken geregeerd worden. Wichman zwoer bij een sterke leider.

De Rapaille Partij is maar één van de vele vergeten splinterpartijen, die gezamenlijk de historie van het vaderlandse fascisme vormen. In Allen Tegen Allen (104 min.) akkert Luuk Bouwman de complete stamboom van Bruin Nederland door. Uiteindelijk zou maar één partij de geschiedenisboeken halen: de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert, die van 1942-1945 de door nazi-Duitsland gesanctioneerde leider van het Nederlandse volk werd.

Al die vergeten would be-führers, Raspoetins en trouwe volgelingen van partijen als De Bezem, Nederlandse Oranje Nationalisten en Zwart Front, die na de oorlog ogenschijnlijk zonder al te veel wroeging weer zouden opgaan in het gewone Nederland, worden onder het stof vandaan gehaald door enkele bevlogen historici, auteurs en verzamelaars.

Bouwman illustreert hun gloedvolle verhalen met brieven, attributen, officiële documenten, curiosa en een overvloed aan beeld- en geluidsmateriaal en raakt duidelijk ook gefascineerd door hun fascinatie voor het fascisme. Hij omkleedt dit geheel vervolgens met grootse shots van het hedendaagse Nederland en kadert de verwrongen familie-opstelling in met een bespiegelende voice-over over de psychologie van het fascisme.

Zo ontstaat een uitputtend overzicht van een verborgen geschiedenis, die allerlei relevante en actuele lessen oplevert.

De Vlucht Van Ronnie

VPRO

‘Elke ochtend word ik wakker met tien aanvragen voor hulp..’, verzuchtte de Nederlandse rapper/producer Ronnie Flex eerder deze week op Twitter. ‘Mijn docu komt volgende week uit.. ga het checken dan ga je zien dat ik jouw hulp nodig heb.’

Die hulpvraag heeft zonder twijfel te maken met het vaderschap. Hoe moet Flex het jonge hondenbestaan dat hij altijd heeft geleid combineren met de behoeften van een kind, dochter Nori Dua? Die afstemming kost Ronell Plasschaert de nodige moeite. ‘Ga je roken?’ vraagt zijn ex-vriendin bijvoorbeeld als hij er tijdens een bezoekje aan het tweetal even tussenuit piept. ‘In welk jaartal ga je stoppen?’

Even later babbelen vader en moeder ogenschijnlijk ontspannen over dat hun dochter toch echt worteltjes moet eten, niet de favoriete bezigheid van de nederhopper. ‘Aan tafel moet ik sowieso groenten gaan doorslikken voor haar ogen, ook al wil ik het niet’, zegt Ronnie, vooral tegen zichzelf. ‘Maar ja, op een gegeven moment, als zij oud genoeg is, moet zij ook wel begrijpen: Papa wil dat niet, maar ik moet het wel.’

Flex lacht er wat bedremmeld bij. Als de jongen die hij ook nog gewoon is, getuige De Vlucht Van Ronnie (51 min.) van regisseur Sacha Vermeulen, die de rapper in 2017 al eens portretteerde in de documentaire Ronnie Flex: Alleen Met Iedereen. Een jongen met een enorme voorliefde voor ‘jonko’ bovendien: zonder pretsigaret komt er nauwelijks iets uit zijn handen.

Dat begint hij zelf ook wel als problematisch te zien, maar stoppen is gemakkelijker gezegd dan gedaan – ook al komt de peptalk in dit geval van Ali B. De vlucht van Ronnie ontwikkelt zich zo tot een klassiek coming of age-drama over een jongen die móet opgroeien. Of hij dat nu wil of niet. En, omdat hij nu eenmaal een Bekende Nederlander is, ook nog eens in het openbaar.

Vermeulen maakt zich intussen heel klein en legt Plasschaerts persoonlijke proces, met vallen en opstaan, gedurende een jaar van héél dichtbij vast. Zo vangt ze ook de somberte en existentiële eenzaamheid van de rapper, die misschien wel meer hulp nodig heeft dan hij zelf door heeft, om definitief een begin te kunnen maken met het andere leven dat hij zegt te willen.

De Vlucht Van Ronnie is hier te bekijken.

Blasphemy

VPRO

‘Onthoofd alle godslasteraars’, scanderen de bezoekers van een politieke bijeenkomst van Tehreek-e-Labbaik Pakistan (TLP) in het najaar van 2018. Khadim Hussain Rizvi, leider van de religieuze partij, zet de menigte naar zijn hand. Hij heeft zijn zinnen gezet op de politieke macht in Pakistan. De man oogt als de archetypische extremistische moslim. Type Taliban of Islamitische Staat. Met het vuur in de ogen, een gal spuitende mond en nog net geen kromzwaard in de hand.

Voor de gemiddelde westerling slaat Rizvi onbegrijpelijke, angstaanjagende taal uit. ‘Een ieder die de Heilige Profeet beledigt of zijn status als de laatste Profeet betwist is volgens de sharia een godslasteraar’, zegt de scherpslijper bijvoorbeeld. ‘Zo’n ernstig vergrijp is onvergeeflijk.’ En sinds 1986 staat er inderdaad de doodstraf op godslastering in Pakistan. Getuige de documentaire Blasphemy (75 min.) zorgt dit voor een ronduit unheimische atmosfeer in het islamitische land.

Om de eer van de profeet te redden (of gewoon om een onderlinge rekening te vereffenen) kan iemand zomaar worden beschuldigd van blasfemie en wordt geweld tegen ongelovigen min of meer gelegitimeerd, met moord en doodslag op de ‘lasteraars’ of de mensen die het voor hen opnemen tot gevolg. Filmmaker Mohammed Ali Naqvi geeft beide zijden van het debat het woord: de aanklagers en geestelijken die blasfemie genadeloos willen afstraffen en de vermeende lasteraars en hun pleitbezorgers, die worden beperkt in hun vrijheid van meningsuiting en bovendien ernstig bedreigd.

Terwijl de verkiezingen van 2018 naderen, wordt de discussie steeds verder op de spits gedreven en kan nog meer geweld bijna niet uitblijven. Blasphemy registreert dit proces nauwgezet en brengt zo tevens een naargeestige, beklemmende en, voor de gemiddelde westerling, ook totaal onbegrijpelijke wereld in beeld. Waar de overtuiging van de één, desnoods met redeloos geweld, wordt opgelegd aan een ander.

De documentaire Blasphemy is hier te bekijken.