Scouts Honor: The Secret Files Of The Boy Scouts Of America

Netflix

Natuurlijk, het gaat om andere mensen, herinneringen en voorbeelden, maar uiteindelijk komt het toch neer op hetzelfde thema, vergelijkbaar verdriet en een identieke doofpot. De documentaire Scouts Honor: The Secret Files Of The Boy Scouts Of America (95 min.) van Brian Knappenberger vertelt in wezen precies hetzelfde verhaal als Irene Taylors Leave No Trace, een geladen docu die onlangs werd uitgebracht via de streamer Disney+. En zoals ‘t een rechtgeaarde Amerikaanse productie betaamt, ligt de hele kwestie al in de eerste minuten op tafel. Zodat iedereen weet wat ie kan verwachten – en vooral doorkijkt.

Dat maakt het enorme aantal meldingen van seksueel geweld bij de Amerikaanse scouting overigens niet minder stuitend. In de jaren twintig en dertig werd er in de media al bericht over de zogenaamde ‘red flag list’ van de scouting en seksueel misbruik van kwetsbare jongetjes. Jeugdactiviteiten trekken nu eenmaal lieden met een ongezonde interesse in kinderen aan, stelt journalist Patrick Boyle, die de hand wist te leggen op de zogenaamde ‘perversion files’. Hij schreef ook een boek over de schokkende kwestie, die de officiële scoutingsorganisatie maar al te graag onder de pet hield.

‘Wil je de waarheid of wat me was opgedragen om te zeggen?’ vraagt oud-politieman Michael Johnson, die in 2010 hoofd jeugdbescherming van de Boy Scouts werd, aan het begin van deze film. Knappenberger is duidelijk: hij wil beide versies horen. En dus gaat de beerput helemaal open. Over seksfeesten, kinderporno en suïcide. Bij een organisatie, die er nog niet zo lang geleden ronduit homofobe ideeën op nahield. En over het toedekken van het misbruik, de wrange dwarsverbanden met de kerk en het ontmoedigen van slachtoffers om aangifte te doen.

Melden betekent toch naar de politie gaan? vraagt Brian Knappenberger voor de zekerheid aan Steve McGowan, juridisch adviseur van de Boy Scouts of America. ‘Voor een scout betekent het dat je naar een volwassene gaat’, antwoordt die. ‘Een ouder, een leider.’ En zo is het spoor dus jarenlang doodgelopen. Inmiddels staat de teller op 82.000 meldingen van seksueel misbruik. 82.000 ervaringsverhalen van voormalige scouts, die jarenlang verborgen zijn gebleven achter de verdedigingslinie die de scoutingorganisatie in zulke gevallen optrekt.

Zoals het indringende relaas van Mark Eaton. Hij werd op tienjarige leeftijd gemolesteerd door een begeleider, die vanwege incidenten bij andere scoutingafdelingen al op de lijst van ‘Ongeschikte Vrijwilligers’ was geplaatst. Daarna ging de man echter gewoon elders in de weer met scouts. ‘Ik wil een deel van het stigma wegnemen rond jongens die slachtoffer zijn’, vertelt Eaton over zijn beweegredenen om zich nu uit te spreken. ‘Er rust nog steeds een erg groot taboe op jongens die het slachtoffer zijn geweest van seksueel misbruik door een man.’

Die schaamte laten Eaton en zijn lotgenoten hier collectief achter zich. Voor de tweede keer, in relatief korte tijd. Tegelijkertijd zit er natuurlijk geen limiet aan het aankaarten van onrecht. Het is nooit genoeg. Totdat het, voorlopig althans, de wereld uit is geholpen.

Scouting For Girls: Fashion’s Darkest Secret

SkyShowtime

De cliëntenlijst is imposant: van Cindy Crawford en Naomi Campbell tot Stephanie Seymour en Linda Evangelista. Stuk voor stuk hebben ze onder contract gestaan bij het Elite Model Agency dat halverwege de jaren tachtig een gat in de markt ontdekt: met de juiste begeleiding kunnen van fotomodellen zomaar supersterren worden gemaakt. Natuurlijk zit er ook een schaduwzijde aan het lumineuze idee: héél mooie en héél jonge meisjes, kinderen nog, komen moederziel alleen in New York terecht en worden daar volledig afhankelijk van wereldwijze modelscouts. ‘We werden klaargestoomd’, vertelt voormalig topmodel Carré Otis, die ook nog een bescheiden filmcarrière zou hebben en enige tijd was getrouwd met acteur Mickey Rourke. ‘We werden geconditioneerd. In het volle zicht. Het gebeurde niet stiekem. Het was overduidelijk.’

Een trip naar Europa fungeert daarbij als lakmoestest voor de minderjarige meisjes, vertelt de Amerikaanse schrijver en journalist Michael Gross, die uitgebreid sprak met Elite’s topman John Casablancas (1942-2013) en andere kopstukken van de modellenindustrie. Hij schreef er het boek Model: The Ugly Business Of Beautiful Women (1995) over. De Elite-meisjes worden in Parijs overgeleverd aan een Europese vertegenwoordiger, Gérald Marie, die volgens Gross ‘geen greintje fatsoen’ heeft. Carré Otis ontdekt al snel ‘s mans cocaïne én Maries totale gebrek aan moraal, vertelt ze in de eerste aflevering van de ontluisterende driedelige serie Scouting For Girls: Fashion’s Darkest Secret (139 min.). Als zijn vriendin, het Canadese supermodel Linda Evangelista, even uit de buurt is, zoekt Gérald Marie direct seksuele toenadering tot Otis – ongeacht wat zij daar als tiener, in een vreemd land en een nóg vreemdere wereld, zelf van vindt.

‘Ik zou nooit zover gaan om tegen een meisje te zeggen: je moet met me naar bed om op de cover te komen’, stelt Marie, die via zijn advocaat alle beschuldigingen ver van zich werpt, nochtans tijdens een interview met Michael Gross. Audio-opnames van deze gesprekken komen regelmatig terug in deze miniserie van de Britse onderzoeksjournalist Lucy Osborne, die eerder over Marie publiceerde in The Guardian. Helder is dat de piepjonge modellen, vaak nog zonder enige seksuele ervaring, ook worden ingezet om Elite’s feestjes op te luisteren, waar ze zich veel oudere kerels van het lijf moeten zien te houden – ook als ze allang zijn teruggekeerd naar hun hotelkamer. Volgens oud-medewerker Omar Harfouch heeft Gérald Marie daarvoor tevens een ‘praktische reden’: maagden zijn volgens hem niet fotogeniek. ‘Dus kort na hun aankomst moeten ze koste wat het kost ontmaagd worden.’

Als het niet zo bruut en banaal was – en zo nadrukkelijk doet denken aan de #metoo-affaires rond de seksuele roofdieren Jeffrey Epstein en Harvey Weinstein – zou het lachwekkend zijn. Een meisje van veertien of vijftien dat volledig is overgeleverd aan de gunsten van de perverseling Gérald Marie, die er volgens Harfouch zelfs een afvinklijst van maagden op nahoudt, of zijn concurrent Jean-Luc Bunuel van Karin Models, die zich al even bedenkelijk gedraagt, zou echter kunnen denken dat dit de normale gang van zaken is binnen de business. En daar houdt iedereen z’n mond. Zelfs een geruchtmakende uitzending van het televisieprogramma 60 Minutes kan daarin geen verandering brengen. ‘Er heerst een zwijgcultuur in de industrie’, vertelt Marie P. Anderson, die van 1986 tot 1989 als modellenagent werkt bij Elite en dan tevergeefs de noodklok luidt. ‘Want de meeste mensen leven in angst. De industrie heeft me uitgespuugd omdat ik me heb uitgesproken.’

Zo’n veertig jaar later hebben de voormalige topmodellen Carré Otis, Shawna Lee, Jill Dodd en Marianne Shine, publiekelijk ondersteund door Linda Evangelista, alsnog juridische stappen gezet tegen de mannen die zich aan hen vergrepen, Jean-Luc Brunel en Gérald Marie. Zij hebben al die jaren, ondanks enkele publicitaire oprispingen, ongestoord hun gang kunnen gaan. En nu is het nog maar de vraag of hun daden niet zijn verjaard. De woede en het verdriet daarover, gekanaliseerd in de slotaflevering van deze goed gedocumenteerde docuserie, zijn in elk geval beslist nog niet geweken en ook gemakkelijk invoelbaar. Zeker als duidelijk wordt dat modellenbureaus als Elite en Karin ook meisjes hebben geleverd aan een man van wie inmiddels bekend is dat hij een onverzadigbare behoefte had aan minderjarige meisjes. Zo bezien is de wereld, althans het deel ervan dat ‘jeugdige godinnen’ als niet meer dan bijzonder smakelijke handelswaar ziet, toch weer kleiner dan menigeen denkt en vreest.

De Beul Van Twente

AVROTROS

In die tijd wordt dierenmishandeling kennelijk nog beschouwd als een soort vandalisme. Een paard, schaap of geit is zo bezien niet meer dan het eigendom van een ander. En daar hoor je vanaf te blijven. In het najaar van 2000 wordt de omgeving van Enschede, die nog moet bijkomen van de Vuurwerkramp, echter opgeschrikt door allerlei gruwelijk gemolesteerde dieren. Het feit dat de dader ook hun geslachtsdelen afsnijdt duidt op een ernstige seksuele perversie.

En daardoor gaan de alarmbellen af in de regio Twente. Want een beetje crimekenner weet: elke seriemoordenaar is ooit begonnen met het mishandelen en verminken van dieren. ‘Het is niet ondenkbeeldig dat iemand op een gegeven moment overgaat op mensen’, stelt hoogleraar forensische psychologie Corine de Ruiter in De Beul Van Twente (118 min.) onderkoeld. Deze driedelige true crime-serie van Duco Coops, die onlangs een enigszins vergelijkbare productie over De Regenboogmoorden in het Kralingse Bos maakte, reconstrueert met direct betrokkenen de jarenlange jacht op de dierenbeul die zijn mes inderdaad ook in mensen zal gaan zetten.

De gemoederen op het Twentse platteland raken ondertussen behoorlijk verhit. Henk ten Napel, een boer uit Enschede, start bijvoorbeeld een burgerwacht als één van zijn paarden ernstig wordt mishandeld. ‘Dat was toch wel heel bijzonder’, herinnert hij zich nu, niet zonder trots en plezier. ‘Midden in de nacht. Echt iedereen met legerkleding aan en zo. Dat was wel heel bizar.’ Ten Napel is alleen zo vaak in de buurt als er een dier is toegetakeld dat hij zelf ook in beeld komt bij pers en politie. De Twent blijkt zelfs een cameraman te hebben ingehuurd om de activiteiten van zijn militie te documenteren. En nét als die erbij is, wordt er natuurlijk een dood dier aangetroffen.

Coops tekent de grimmige sfeer rond de misdrijven en de verknipte geest die daarachter schuilgaat op een typisch true crime-manier op: veel donkere, unheimische beelden, gebruik van slow-motion, dreigende geluiden en muziek en – natuurlijk – een politieprikbord met alle informatie die is verzameld over de vermoedelijke dader. Hij kan tevens putten uit correspondentie van ‘De Beul’, die met een vervormde stem is ingelezen en wordt omkleed met sinistere, in scène gezette beelden. ‘Als ik seksueel geprikkeld was ging ik in de buurt kijken naar plekken waar schapen liepen’, vertelt de engerd bijvoorbeeld. ‘Want de penis van een mens past in een ooi.’

Zou deze psychopaat misschien afkomstig kunnen zijn uit de nabijgelegen TBS-kliniek Oldenkotte in Rekken? vragen de verantwoordelijke rechercheurs zich al snel af. En als ze daadwerkelijk een serieuze verdachte in beeld krijgen, moeten ze nog afdoende bewijsmateriaal tegen hem verzamelen. Ruim twintig jaar na dato volgt deze duistere miniserie dat proces op de voet: hoe ze vanuit het botte geweld tegen dieren en enkele serieuze steekincidenten, die een man op een homo-ontmoetingsplaats in Enschede noodlottig wordt, in het hoofd van De Beul proberen te komen. En daar wil geen levend wezen – mens of dier – al te lang vertoeven.

In De TBS

Hans Faber / BNNVARA

Als iemand overtuigd moet worden van de effectiviteit van TBS, dan is ‘t Hans Faber – of zijn broer Wim en diens gezin. Wims dochter Anne wordt in 2017 op brute wijze vermoord door Michael P., die al eerder is veroordeeld voor gewelds- en zedendelicten en die op dat moment het laatste deel van zijn straf uitzit op de Forensisch Psychiatrische Afdeling Roosenburg in Den Dolder. Tijdens de grootscheepse zoekactie naar Anne en de dramatische nasleep daarvan fungeert Hans Faber als woordvoerder van de geschokte familie.

Na het verschijnen van zijn boek Anne: Kroniek Van Een Familie (2019) wordt Hans gevraagd door regisseur Elena Lindemans of hij wil meewerken aan een documentaireserie over TBS. ‘Mijn journalistieke hart schreeuwt: ja’, zegt hij daarover in één van de voice-overs, waarmee de verschillende verhaalelementen in deze serie met elkaar worden verbonden. ‘Wat is er veranderd na het Anne-drama?’ Zijn broer Wim, Annes vader, is aanmerkelijk minder enthousiast. ‘Je wordt gebruikt voor positieve beeldvorming van de TBS.’ 

Hans Faber snapt de scepsis van zijn broer, maar besluit toch in te stemmen. Op 3 juni 2022 gaat hij voor het eerst op bezoek In De TBS (265 min.), voor wat een jaar bij de Van der Hoevenkliniek in Utrecht zal worden. Justitie heeft daarbij wel een harde eis gesteld: hij mag niet vragen waarom de patiënten, die hij op de leefgroepen ontmoet en ogenschijnlijk vrijelijk mag volgen en bevragen, hier precies zitten. Om hun slachtoffers te beschermen. ‘Je moet TBS-patiënten niet humaner maken dan ze zijn’, heeft zijn broer Wim hem nog meegegeven.’

Toch is dat wel de insteek waarmee Hans de, digitaal geanonimiseerde, TBS’ers tegemoet treedt: als mensen die de kans krijgen – en ook moeten krijgen – om hun leven grondig bij te sturen. De kliniek lijkt intussen soms bijna een ontspanningsoord. De patiënten genieten van allerlei sporten, zitten bij een koor of gaan lekker op wandel- of zeilvakantie. Tegelijkertijd is er wel degelijk controle. Via een drugshond bijvoorbeeld die geregeld de leefgroep afspeurt. Of een ‘herstelkamer’, ofwel separeerruimte, waar iemand tot rust mag (of gewoon moet) komen.

De buitenstaander Hans Faber beziet het ogenschijnlijk welwillend. Ook al weet hij als geen ander waartoe deze mensen in staat kunnen zijn. ‘Begin ik nu verschijnselen te vertonen van een embedded oorlogsjournalist?’ vraagt hij zich op een gegeven moment af. ‘Iemand die niet meer kritisch kan zijn over het leger waarmee hij optrekt?’ En soms zou je inderdaad willen dat hij, al is het alleen om de zaak een keer goed op scherp te zetten, even doorbijt. In de ‘pornotheek’ bijvoorbeeld, waar een patiënt doodleuk de film Dominate Me 2 kan lenen.

Dat is tegelijkertijd ook de kracht van deze vijfdelige serie, waarbij Faber soms ook even uit beeld verdwijnt. Het leven in de kliniek wordt nergens gesensationaliseerd, maar ook niet geromaniseerd. Nuchter en genuanceerd, met oog voor zowel de mens als z’n voetangels en klemmen, brengt Lindemans het dagelijks leven van enkele vaste hoofdpersonen in (en buiten) de kliniek in beeld. Van dichtbij is te zien hoe TBS’ers aan zichzelf werken, ontspannen, uitdagingen aangaan, (gedwongen) reflecteren of, achter slot en grendel, helemaal vastlopen.

Dit resulteert in fraaie, ongemakkelijke en indringende scènes. Een beschadigde vrouw, die soms ook een gevaar is voor zichzelf, gaat bijvoorbeeld voor het eerst in vier jaar met een begeleider de straat op. Een oudere man, die als vader vaak niet thuis heeft gegeven en op het punt staat om grootvader te worden, zingt bij muziekles een duidelijk diepgevoelde versie van Papa van Stef Bos. En een jonge joviale kerel is aan het daten en loopt na achttien jaar eindelijk warm voor transmuraal verlof, maar moet accepteren dat dit langer in beslag neemt dan hij wil.

Als de veiligheid niet kan worden gegarandeerd, krijgt Hans Faber onderweg te horen, gaan de deuren op slot. En daarmee wordt precies het dilemma van TBS weergegeven. Want wanneer is iemand veilig? Wanneer reageert de mens en wanneer diens sociaal wenselijke façade op een kritische vraag of interventie? En als ‘zero tolerance’ zelfs op een plek zonder internet een utopie is, zoals één van de begeleiders toegeeft, hoe kunnen patiënten dan daadwerkelijk uit de buurt worden gehouden van schadelijke elementen, zoals drank en drugs?

Want het leven buiten sijpelt onvermijdelijk naar binnen, voorbij de door patiënten zelf gemaakte tralies. Zoals de mensen binnen, die gemiddeld zo’n acht jaar in de kliniek verblijven, uiteindelijk toch naar buiten gaan – of op z’n minst de hoop daarop moeten houden. Uit de humane benadering van de Van der Hoevenkliniek, die op Hans Faber soms ook als ‘pamperen’ overkomt, spreekt onherroepelijk vertrouwen in de mens. Ook al is dat regelmatig beschaamd en bieden resultaten uit het verleden, positief of negatief, geen enkele garantie voor de toekomst.

‘De TBS als wasstraat waar iedereen weer schoon uitkomt’, concludeert Faber uiteindelijk nuchter maar niet onwelwillend, ‘is een utopie.’

Depp v. Heard

Netflix

@AndySignore van PopcornedPlanet.com dankt zijn achterban voor de enorme hoeveelheid liefde en steun die de Justice For Johnny Depp-beweging inmiddels heeft gekregen. De als Spiderman vermomde host van het YouTube-kanaal Darthn3ws spreekt voor de zekerheid nog maar eens uit dat iedereen van Johnny houdt – en dus Amber Heard háát. En de juridische commentator Emily D. Baker, herkenbaar aan haar paarsblauwe haarlok, voorziet elke ontwikkeling in de scandaleuze rechtszaak, die in het voorjaar van 2022 is gestart, live van snedige opmerkingen.

Behalve over de voormalige echtelieden Johnny en Amber, ofwel Depp v. Heard (145 min.), gaat deze driedelige serie van Emma Cooper vooral ook over hen: de opiniemakers, de beschouwers, de roddelaars, de grappenmakers en – natuurlijk – de kritiekloze fans. En over ons, hun publiek. De lieden die gedachtenloos met hen meekijken naar een ‘droomkoppel’ dat voor het oog van de wereld in een gigantisch moddergevecht verzeild is geraakt en het mediaspektakel dat we daarvan met zijn allen van maken. Dat ons even weg houdt van pak ‘m beet de oorlog in Oekraïne, de zoveelste kabinetscrisis of onze eigen miezerige leventjes. De perfecte storm in een glas water.

Emma Cooper (The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes) loopt de hele affaire in deze serie methodisch door, waarbij ze de verklaringen van het in onmin geraakte stel – en, niet te vergeten, de luistershots van hun voormalige wederhelft – met elkaar versnijdt en aanvult met de waaier aan reacties die deze online losmaken, in het bijzonder op TikTok en YouTube. Alsof ‘Johnny’ en ‘Amber’ niet meer zijn dan personages in het social mediacircus, een moderne variant op het aloude gladiatoren- of stierengevecht en een vervolg op klassieke rechtszaken rond de Amerikaanse celebrities O.J. Simpson en Britney Spears. Tijdloos vertier voor bij de dagelijkse dingen des leven, zoals Cooper treffend laat zien met beelden van willekeurige wereldburgers die tijdens hun dagelijkse beslommeringen steeds met een half oog naar de zaak kijken.

Deze miniserie, die verder volledig uit bestaand materiaal bestaat en geen extra interviews bevat, ontworstelt zich daardoor aan het gebruikelijke hij/zij-theater, waaraan de halve wereld zich verlekkert en de rest zich kapot ergert. Natuurlijk, de drol die aan Depps kant van het echtelijke bed wordt aangetroffen wekt nog altijd verbazing: is ‘t een uit de hand gelopen grap, een opgestoken middelvinger naar de inmiddels gehate ex of toch simpelweg een ongelukje van hond Boo? Maar de manier waarop het verweesde uitwerpsel een eigen leven gaat leiden in ‘the court of public opinion’ – waar Team Johnny, al dan niet met behulp van bots, heer en meester blijkt – is zeker zo interessant.

Zoals de stukgelopen relatie van Depp en Heard sowieso een arena lijkt te zijn geworden waarbinnen al onze hedendaagse thema’s een plek krijgen: #metoo, cancelcultuur, memes, grensoverschrijdend gedrag, ‘victim blaming’, lastercampagnes, PTSS, misogynie en online-haat. Een strijdtoneel waarbinnen schaamte niet schijnt te bestaan of gewoon niet welkom lijkt. Is dit de wereld die Neil Postman bedoelde toen hij schreef over ‘amusing ourselves to death’? Via een casus die hoe dan ook, desnoods met dichtgeknepen neus, fascinerend kijkvoer oplevert bericht Depp v. Heard in elk geval over het maatschappelijke discours waarin we verzeild zijn geraakt – en types als Andy Signore, Emily D. Baker en een malloot met een Spiderman-masker een prominente positie kunnen innemen.

The Secrets Of Hillsong

Disney+

Hij lijkt in niets op zo’n archetypische Amerikaanse kerkleider. Carl Lentz oogt niet vroegoud, heeft geen gebeeldhouwde grijswitte haarhelm en zwaait ook niet voortdurend met een vertoornde vinger. Zijn glimlach is zelfs eerder ondeugend dan vaderlijk. Lentz paart een vlotte babbel, traditionele waarden en een optimistisch verhaal aan een gespierd lichaam, coole tattoos, skinny jeans en leren jacks van Yves Saint Laurent. Als leider van Hillsong New York ontwikkelt hij zich zo tot ‘pastor van de sterren’. Justin Bieber, Selena Gomez, Kylie Jenner en Tyson Chandler scharen zich graag aan zijn zijde.

Elk weekend wordt de megakerk Hillsong in dertig landen door zo’n 150.000 mensen bezocht. Ze staan in de rij voor diensten, die een christelijke mixture van een one man show en rockconcert lijken. Deze bijeenkomsten, en de bijbehorende muziek, lifestyle en merchandise, genereren enorme inkomsten voor de pinkstergemeente. Sterpastor Lentz is echter niet meer dan Hillsongs ‘poster boy’, die via de (sociale) media ook de jeugd weet te bereiken. En dan is het, volgens De Wet Van Religieuze Leiders, niet meer de vraag óf maar wanneer deze man van God, netjes getrouwd natuurlijk, publiekelijk van zijn sokkel dondert – en of/hoe hij de complete kerkgemeenschap met zich meetrekt.

The Secrets Of Hillsong (250 min.), focust zich in eerste instantie grotendeels op de zondeval van Carl Lentz, maar krijgt een andere wending als de voormalige pastor en zijn vrouw Laura, vergezeld door zo’n beetje hun hele familie, voor de camera verschijnen. Zij zullen in deze vierdelige docuserie van Stacey Lee hun hart luchten, schoon schip maken over misstanden binnen de kerk en menig (krokodillen?)traantje wegpinken. Hun statements, ondersteund door diverse andere insiders, klokkenluiders en enkele journalisten die zich in de historie van Hillsong hebben verdiept, worden begeleid door dramatische sequenties die het duistere karakter van deze onverkwikkelijke geschiedenis moeten benadrukken.

Gaandeweg komt zo steeds nadrukkelijker de échte kwade genius van dit verhaal in beeld: Hillsongs Australische oprichter Brian Houston. En hij is dan weer een waardige erfgenaam van zijn vader Frank Houston (1922-2004). Die is als kerkleider meermaals beschuldigd van kindermisbruik. En zijn zoon zou dat jarenlang hebben verdoezeld. Zo’n beetje elke Hillsong-medewerker heeft een geheimhoudingsverklaring moeten tekenen. Zodat de ‘bedrijfsgeheimen’ binnenskamers blijven. Uiteindelijk komen Hillsongs lijken toch úit de kast en ín deze wel erg lijvige documentaireserie, waaraan Brian Houston vanzelfsprekend geen medewerking heeft verleend.

De aard daarvan mag, gezien een andere Wet Van Religieuze Leiders, geen verbazing wekken: iets met seks, macht en geld. Het blijft tegelijkertijd verbazingwekkend dat die Leiders er steeds mee weg (denken te) komen. Intussen heeft Carl Lentz – althans de geheel gereviseerde versie daarvan, die door zijn vrouw en gezin weer in genade is aangenomen – blijkens het zoete outro van The Secrets Of Hillsong na z’n breed uitgemeten ‘pastorale burnout’ toch nog zijn ware roeping gevonden.

Clean

Periscoop Film

Zonder haar stonden familie, vrienden en buren in Melbourne er waarschijnlijk nog steeds alleen voor, betoogt Sandra Pankhurst. Met enorme overlast en mogelijk zelfs allerlei trauma’s tot gevolg. Nu wordt bij een onverwacht overlijden, een onverbeterlijke hoarder of een bloedige (zelf)moord de hulp ingeroepen van Specialized Trauma Cleaning (STC). Pankhursts bedrijf maakt de boel weer Clean (92 min.). Grondig en professioneel, maar ook altijd met oog voor de mens.

Want dat is de filosofie van STC’s oprichtster, die sinds het verschijnen van haar autobiografie The Trauma Cleaner in 2017 is uitgegroeid tot een bekende persoonlijkheid en veelgevraagde spreker in Australië. Uit eigen ervaring weet zij hoe het is om in de hoek te zitten waar, letterlijk, de klappen vallen. Als geadopteerd meisje bleek zij in haar nieuwe gezin uiteindelijk toch niet gewenst. Toen er onverwacht nog een nieuw ‘eigen’ kind kwam was de kleine, sowieso al ontwortelde Sandra zelfs helemaal niet meer welkom in huis.

Na die ontluisterende ervaring volgde een turbulent leven, dat pas tot bedaren kwam toen ze begin jaren negentig haar lotsbestemming vond in een eigen traumareiningsbedrijf. Dat wordt tegenwoordig niet alleen bij calamiteiten ingeschakeld, maar assisteert ook mensen die vanwege een verslaving, psychische problemen of een beperking niet voor zichzelf kunnen zorgen. Filmmaker Lachlan McLeod sluit voor deze docu bij enkele medewerkers aan en legt via hen het achterstallig onderhoud vast dat een mensenleven soms oplevert of de totale ravage waarin dit ook kan uitmonden.

‘Volgens mij zijn we allemaal één of twee slechte beslissingen verwijderd van deze manier van leven’, zegt STC-medewerker Rod Wyatt, terwijl hij samen met enkele collega’s een ongelooflijk hoardershuis uitruimt. ‘Of je nu aan de rand van de financiële afgrond staat, psychische problemen hebt of kampt met een trauma.’ Ergens in de gigantische rommel hopen de puinruimers ondertussen nog een verlovingsring aan te treffen. Ze doen hun werk met compassie, stelt Wyatt. Want uit eigen ervaring weten ze maar al te goed hoe gemakkelijk het leven uit de bocht kan vliegen.

Clean houdt intussen, netjes natuurlijk, het midden tussen een innemend portret van een bijzonder kleurrijke persoonlijkheid, die vanwege de longaandoening COPD inmiddels meer verleden dan toekomst heeft, en een observerende film over de activiteiten van haar medewerkers, die letterlijk met de keerzijden van het menselijk bestaan worden geconfronteerd. Te midden van alle malheur en rotzooi is een levensles te vinden over menselijkheid en vooral niet te snel oordelen. Een hartveroverende ode ook aan in alle opzichten veeleisend werk: schoonmaken met mededogen.

The Stroll

HBO

Ze waren simpelweg veroordeeld tot sekswerk. Andere arbeid was aan het eind van de twintigste eeuw niet toegankelijk voor (zwarte) Amerikaanse transvrouwen. En toch bleek het leven op 14th Street in het New Yorkse Meatpacking District zeker niet alléén ellendig, stelt Kristen Lovell, die zelf destijds ook actief was in de tippelzone. Samen met co-regisseur Zackary Drucker probeert ze nu het leven op The Stroll (82 min.), die allang helemaal is schoongeveegd, opnieuw op te roepen.

Lovell gaat in gesprek met oud-collega’s, die soms wel 25 jaar deel uitmaakten van ‘de vleesmarkt’ in die verre uithoek van het toenmalige Amerika. Transvrouwen met illustere namen als Egyptt, Izzy “Cashmere” en Lady P. Ze vertellen openhartig en zonder schaamte over het ontdekken van hun eigen identiteit, de eerste keer als sekswerker, klanten, (seksueel) geweld en zelfverdediging, dakloosheid, drugsgebruik en -handel, intimidatie door de New Yorkse politie, arrestaties, (zelf)acceptatie en ouder worden (al heeft het leeuwendeel van de toenmalige ‘workin’ ladies’, stellen de overlevers, de veertig nooit gehaald).

Via deze kleurrijke personages vertellen Lovell en Drucker de tragische historie van een gemeenschap die in de afgelopen jaren weliswaar nadrukkelijk in de openbaarheid is getreden, maar die tot voor kort veroordeeld was tot de absolute rafelranden van de samenleving en zich zelfs in de LHBTIQ+-gemeenschap nauwelijks gezien of gehoord voelde. Die emancipatiestrijd, geïllustreerd met fraai archiefmateriaal en enkele animatiesequenties, mag vooral op het conto van onvermoeibare activisten zoals Sylvia Rivera en Marsha P. Johnson, die de belangenvereniging Street Transvestites Action Revolutionaries (STAR) oprichtten.

Zij verzetten zich bijvoorbeeld met hand en tand tegen de omstreden Walking While Trans-wet, waardoor met name transvrouwen van kleur wel héél gemakkelijk gearresteerd konden worden. Binnen de gemeenschap ontstond zo een zusterschap, die het mogelijk maakte om zelfs in de meest barre omstandigheden te overleven. Met de komst van het internet dienden zich bovendien andere mogelijkheden aan om een boterham te verdienen. Inmiddels hadden de New Yorkse autoriteiten ook hun zinnen gezet op het Meatpacking District. Daarvan kon – zonder die ‘travestiehoeren’ – wel eens een heel aantrekkelijke wijk gemaakt worden.

Met hun vertrek van 14th Street begon ook, vermoedelijk, het romantiseren van die verdorven plek en tijd. Tegenwoordig schamen transvrouwen zoals Kristen Lovell, die met deze film een elementair stuk Amerikaanse LHBTIQ+-geschiedenis heeft vereeuwigd, zich helemaal niet (meer) voor hun tippeljaren. Zoals ze het zelf zeggen: je kunt een meid van The Stroll halen, maar je kunt The Stroll niet uit een meid halen.

Satan Wants You

Cargo

‘Ik, Michelle Smith, werd op mijn vijfde door mijn moeder overgedragen aan een groep praktiserende satanisten, die me daarna een jaar lang gevangen hielden en me zowel mentaal als fysiek misbruikten als onderdeel van het demonische ritueel The Feast Of The Beast’, start de spreekstalmeester van het televisieprogramma To Tell The Truth, de Amerikaanse versie van Wie Van De Drie, alweer een nieuwe aflevering op.

‘Na deze beproeving leefde ik normaal en gelukkig tot 1976. Toen begon ik me ongemakkelijk te voelen en zocht psychiatrische hulp’, galmt de stem verder. ‘Al mijn verdrongen herinneringen heb ik toen hervonden met de hulp van dokter Lawrence Pazder. En dokter Pazder en ik hebben mijn verhaal nu verteld in een boek genaamd Michelle Remembers.’ Was getekend, Michelle Smith, ‘patient zero’ van de Satanic Panic, die zich uitstrekt van metalmuziek en het fantasyspel Dungeons & Dragons tot geruchtmakende misdaden zoals bijvoorbeeld de West Memphis Three-moorden.

Waarna de uitzending van Wie Van De Drie, waaraan die psychiater natuurlijk ook zijn medewerking verleent, kan beginnen en een schier eindeloze stroom van horrorverhalen over ritueel misbruik, marteling, verminking en – natuurlijk! – het drinken van bloed lanceert. Door geheimzinnige sektes van satanische pedofielen, die talloze kinderlijken op hun geweten zouden hebben. Zulke geruchten veroorzaken maatschappelijke onrust in de jaren tachtig en negentig. En Smith en Pazder hebben die ‘trend’ aangezwengeld, met een boek dat was gebaseerd op hun gezamenlijke therapiesessies.

Opnamen daarvan zijn ook te horen in deze documentaire van Sean Horlor en Steve J. Adams. ‘Laat het maar komen zoals het komt’, zegt Pazder bijvoorbeeld tegen zijn cliënt in november 1976. ‘Oordeel niet.’ Er weerklinkt onheilspellend gekreun. ‘Laat het zijn wat het is’, spoort de therapeut Smith nogmaals aan. Zij begint vervolgens geëmotioneerd te associëren, teksten die in bloedrode letters in beeld worden geprojecteerd: ‘Ik kon niet wegkomen. Niemand was goed. Ze deden me pijn en zorgden maar niet voor me. Ik kan het niet aan om ze daar te zien staan.’

Met hun verhalen over ‘Satanic Ritual Abuse’ worden Smith en Pazder, die er een ongezonde relatie op na blijken te houden, graag geziene gasten in de talkshows van Geraldo Rivera en Sally Jessy Raphael. Met Smiths zus Charyl, Pazder ex-vrouw Marylyn en dochter Theresa, podcaster Sarah Marshall, Blanche Barton (Magistra van de Church Of Satan), psycholoog Elizabeth Loftus en onderzoeksjournalist Debbie Nathan ontleden (en ontzenuwen) Horlor en Adams nu de wilde geruchten en beschuldigingen, die voor direct betrokkenen vaak ernstige consequenties hadden.

Michelle Smith en Larry Pazder waren niet meer dan cynische verkopers, stelt socioloog Jeff Victor, met de angst voor de Duivel als voornaamste product. En zulke handelaars in angst, zo maakt deze duister getoonzette film eveneens duidelijk, zijn van alle tijden. Zij haken aan bij maatschappelijke vrees – de horrorverhalen rond Jeffrey Epstein bijvoorbeeld, of in Nederland Robert M. – en voegen daar vervolgens hun eigen dosis spanning en sensatie aan toe. Ze oreren over pak ‘m beet Qanon, Pizzagate of Bodegraven, scoren daarmee volop aandacht en verdienen er ook nog een dik belegde boterham mee.

De boodschap van Satan Wants You blijft daarmee uiterst actueel. Want het gevaar schuilt niet in de Duivel. Althans niet in de gehoornde versie daarvan, hooguit in de mens die het slechtste in zichzelf aanboort. Teneinde een ander ermee te raken.

Captive Audience: A Real American Horror Story

Disney+

Over zijn jaren als Dennis Gregory Parnell laat hij zo min mogelijk los. Zeven jaar lang gaat Steven Stayner in Comptche, Californië door voor de zoon van Kenneth Parnell. Zijn vriendinnen, klasgenoten, leraren en eerste vriendinnetje, die in de driedelige docuserie Captive Audience: A Real American Horror Story (138 min.) stuk voor stuk aan het woord komen, weten niet dat hij in 1972 als zevenjarig jongetje door diezelfde Parnell is ontvoerd. Als Stayner op veertienjarige leeftijd eindelijk aan zijn kidnapper ontsnapt, en dan meteen ook een vijfjarig jongetje bevrijdt, wordt hij onthaald als een held en lijkt het leven hem toe te lachen.

Stevens jarenlange ontvoering vormt de basis voor de tweedelige tv-film I Know My First Name Is Steven. Die wordt eind mei 1989 op de Amerikaanse televisie uitgezonden en trekt bijna veertig miljoen toeschouwers. Steven zelf heeft een klein bijrolletje als politieagent in de film, die ook nog wordt genomineerd voor vier Emmy Awards. Zijn verhaal is wel een beetje bijgewerkt, zodat het geschikt is voor een groot publiek. Tijdens zijn research voor de productie heeft scenarioschrijver JP Miller met Steven en enkele familieleden gesproken. De weerslag daarvan, tientallen uren audio-opnames, vormt nu de onderlegger voor deze driedelige docuserie van Jessica Dimmock, waarin ook beraadslagingen tussen de verschillende leden van het productieteam zijn opgenomen.

Dimmock maakt bovendien veelvuldig gebruik van fragmenten uit de tv-film en vraagt de acteurs Corin Nemec en Todd Eric Andrews, die daarin respectievelijk Steven en zijn oudere broer Cary Stayner vertolken, om bepaalde gespreksfragmenten opnieuw in te spreken. Op die manier ontstaat een gelaagde vertelling, waarin de spanning zichtbaar wordt tussen het ‘ware verhaal’ en de film die daarop is gebaseerd. Daarmee wordt deze miniserie, die nóg een onrustbarende verhaallijn opdiept uit de diepste krochten van de Stayner-familie, meteen ook een soort commentaar op het true crime-genre in het algemeen: wat gebeurt er als Hollywood zich ontfermt over dramatische gebeurtenissen? En welke gevolgen heeft die interpretatie dan weer voor het échte echte leven?

Steven Stayners vrouw Jody, dochter Ashley, zoon Steven Jr., moeder Kay en zus Cory kunnen in elk geval vanuit de eerste hand vertellen hoe hun bestaan volledig is ontwricht door enkele familietrauma’s en de manier waarop Amerikaanse media daarmee aan de haal zijn gegaan. Die kwestie wordt in het intrigerende Captive Audience overtuigend uitgediept – al blijven er, zoals bijna onvermijdelijk in dit soort true crime-series, ook nog wel wat losse eindjes rondslingeren.

Leave No Trace

Disney+

‘Mam, meneer Barnes is geen goede man en hij doet slechte dingen met mij’, zei Stuart Lord als jongetje tegen zijn moeder. Hij had al zijn moed bijeen geraapt en zelfs van tevoren gerepeteerd wat hij zou gaan zeggen. ‘Mijn moeder werd die ochtend wakker’, vertelt Lord, ettelijke decennia later. ‘Ze struikelde en kreeg een beroerte. Mijn moeder stierf en daarmee ook de enige persoon bij wie ik de moed had gehad om het te vertellen. Ik verdween weer in diepe stilte en nam me voor om het aan niemand te vertellen.’

Stuart Lord en enkele andere van de in totaal 82.000 (!) Amerikaanse jongens en mannen die in de afgelopen decennia als padvinder werden misbruikt, doen hun verhaal in Leave No Trace (108 min.). Hun ervaringen staan haaks op het werkelijk onberispelijke imago dat de befaamde schilder Norman Rockwell de Boy Scouts ooit bezorgde in de Verenigde Staten. In zijn werken toonde hij een idyllische wereld, waarin een nieuwe generatie mannen werd klaargestoomd voor nobele taken. Amerika zou op hen kunnen bouwen. ‘Wees altijd vriendelijk en dapper’, luidde een typische scoutingslogan. ‘Een jongen die eerlijk en eervol is, is een eer voor zijn God en zijn land.

Diezelfde organisatie hield er, getuige deze geladen film van Irene Taylor, echter decennialang een doofpotcultuur op na, die alleen vergelijkbaar lijkt met de manier waarop de katholieke kerk wereldwijd seksueel misbruik door priesters probeerde te smoren in stilzwijgen. The cover-up is worse than the crime, zeggen ze dan – al kan daar in dit geval eigenlijk geen sprake van zijn. Het toedekken van het misbruik is eerder te vergelijken met een, ook al zo’n pijnlijke term, ‘second rape’. En de mannen die dat hebben moeten ondergaan worden nu consequent ‘survivor’ genoemd. Omdat ze categorisch weigeren om zich te laten reduceren tot een ‘victim’.

Daar, in die pijnlijke ervaringsverhalen, zit de essentie van Leave No Trace, dat tevens het fenomeen scouting zelf probeert te duiden en dan ook, enigszins onnodig, uitwaaiert naar nevenschade zoals de al jaren afnemende ledenaantallen, de hoge beloning van topfunctionarissen en de verslechterende financiële situatie van de landelijke organisatie. Dat laatste element wordt overigens wel weer relevant als alle OV-dossiers – de administratieve weerslag van de meldingen over stafleden die met een eufemistische term ‘Ongeschikte Vrijwilligers’ worden genoemd – boven tafel komen en er moet worden gesproken over compensatie van de veroorzaakte schade.

Dat wordt dan een zaak van epische proporties – hoewel de ellende die de Barneses, en de scoutingafdelingen die hen de hand boven het hoofd hielden, hebben veroorzaakt, met geld natuurlijk nooit teniet kan worden gedaan.

Netflix heeft met Scouts Honor: The Secret Files Of The Boy Scouts Of America overigens een documentaire over hetzelfde thema uitgebracht.

Arnold

Netflix

Waar een wil is, is een weg. Als je het kunt imagineren, al dan niet met een sigaar in je mond, kun je het dus ook worden. Mister Olympia bijvoorbeeld. Een actieheld. Of – als geboren Oostenrijker – gouverneur van de Amerikaanse staat Californië. Arnold Schwarzenegger, zittend op zijn praatstoel met een sigaartje erbij, kan er smakelijk over vertellen. En Leslie Chillcott, de regisseur van de driedelige serie Arnold (190 min.) geeft hem alle ruimte en vult ‘s mans herinneringen, bekentenissen en bespiegelingen aan met bijdragen van mensen uit zijn periferie: sportvrinden, concurrenten, een ex-vriendin, zijn acteercoach, medespelers, regisseurs, medewerkers en politieke opponenten. 

De indeling van deze aangeklede autobiografie, uitgebracht als er toevallig ook net een nieuwe serie loopt van Arnie (FUBAR), is al even logisch: aflevering 1: bodybuilding, 2: film en 3: politiek. Als een geboren verteller kneedt Schwarzenegger – met drama, humor en een enkel kwetsbaar moment – van zijn opmerkelijke, uitbundig op camera gedocumenteerde levensloop een onderhoudende vertelling. Over de ontmoeting met zijn grote held, bodybuilder en Hercules-acteur Reg Park (wiens zoon Jon Jon acte de présence geeft in deze miniserie) bijvoorbeeld. Zijn rivaliteit met die andere actieheld van eind twintigste eeuw (Sylvester Stallone, die best wil vertellen over zijn voormalige grote vijand). En hoe hij als politieke novice, die overigens wel getrouwd was met een ‘Kennedy’, een succesvolle bestuurder wordt.

Hoewel hij zich soms beslist kwetsbaar opstelt, bijvoorbeeld als het overlijden van zijn broer en vader of zijn huwelijkse problemen aan de orde komen, blijft Arnold in controle. Hij heeft en houdt te allen tijde de regie en verkoopt zijn leven met een enorme hoeveelheid ‘Schmäh’, een combinatie van pure bluf en klinkklare nonsens. Dat roept onvermijdelijk de vraag op: wordt deze miniserie ooit meer dan het narratief dat de inmiddels bejaarde Arnold zelf van zijn leven wil maken? De vraag stellen…. Dit is de Hollywood-versie. Schwarzeneggers heldenverhaal. Waarin beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag tegenover vrouwen en seksuele escapades dus vooral dienen als (fikse) hobbel op de weg naar wie je altijd al wilde worden en een uiteindelijk toch wel happy end.

Je vormt je leven nu eenmaal door het je voor te stellen – vooraf, als de jonge hond die je ooit was – en door datzelfde leven naderhand in een bepaald perspectief te plaatsen – achteraf dus, als de oude leeuw die je bent geworden. Én door het hier en nu, als de epiloog na een enerverende vertelling, nog wat sjeu te geven met ritjes in een tank, mijmeringen bij de aanblik van imposante bergtoppen en het uitlaten van je eigen ezels, pony’s en andere boerderijdieren. Het is tenslotte de Arnold Schwarzenegger Show! Vermaak gegarandeerd, wanneer het gordijn eenmaal is opengegaan. Maar wat er daarachter werkelijk schuilgaat? Arnold zal het uit zichzelf niet vertellen.

Look Away

BBC

De situatie vraagt bijna om misbruik. De relatie tussen rocksterren, aanbeden als goden, en groupies, jonge vrouwen die hen maar al te graag willen aanbidden, is zó ongelijk dat het wel tot grensoverschrijdend gedrag móet leiden. Alsof je een roofdier permanent ogenschijnlijk gewillige – en vaak ook véél te jonge – prooien aanbiedt. Hoe kunnen zulke vrouwen nog een grens trekken of alarm slaan als die rücksichtslos wordt overschreden?

Seks met minderjarige meisjes was sowieso nooit een taboe in de rock & roll en is ook regelmatig verheerlijkt in songs. Sophie Cunningham en Ben Steele starten deze #metoo-documentaire over de rockwereld met enkele treffende voorbeelden. ‘I can see that you’re fifteen years old. I don’t want your ID’, zongen The Rolling Stones in Stray Cat Blues. Ted Nugent nam ook geen blad voor de mond in Jail Bait: ‘Well I don’t care if you’re just thirteen years, you look too good to be true.’ En Iggy Pop pochte over zijn escapades met een tiener in het nummer waaraan deze film zijn titel ontleent, Look Away (87 min.): ‘I slept with Sable when she was thirteen. Her parents were too rich to do anything.’

Daarna komen enkele vrouwen aan het woord over hun ervaringen met beroemde muzikanten, met name in ‘the seventies’, de jaren waarin alles leek te kunnen en mogen. Zo was Julia Holcomb bijvoorbeeld zestien en nét iets te sexy gekleed toen ze in 1973 Aerosmith-zanger Steven Tyler ontmoette. Hij was tien jaar ouder en nam haar mee op tournee. Tyler werd zelfs haar wettelijke voogd. Dat weerhield hem er overigens niet van om haar zwanger te maken. Zij was toen nog altijd maar zeventien. Terwijl hij alweer een ander had. Tyler vereeuwigde haar later, ongevraagd, in het nummer Sweet Emotion en beschreef zijn ‘teen lover’ ook met naam en toenaam in een autobiografie.

Holcombs ervaringen staan bepaald niet op zichzelf. Sheila Kennedy, voormalig Penthouse Pet Of The Year, was wél meerderjarig toen ze Axl Rose ontmoette, maar haar ervaringen met de Guns N’ Roses-zanger waren niet veel beter. Ze merkte al snel dat zij bepaald niet de enige was bij wie de notoire ‘bad boy’, een imago dat hij zorgvuldig cultiveerde, persoonlijke grenzen overschreed. En ook vrouwen die zelf in een band zaten waren niet veilig, volgens Jackie Fuchs. ’Wat mij overkwam was op geen enkele manier rock & roll’, stelt de bassiste van de Amerikaanse meidenrockgroep The Runaways over de man die haar als minderjarig meisje zou hebben verkracht en die ze nog altijd niet bij naam wil noemen – ook al is in deze documentaire glashelder wie ze bedoelt.

Aan de hand van deze slachtofferverhalen, kracht bijgezet door mensen uit de directe entourage van deze rockhelden (die zelf hun vingers overigens niet branden aan hun kant van het verhaal), schetst Look Away de algehele misogynie in de (hard)rocksene. In deze onvervalste mannenwereld – opgeroepen met duistere beelden van clubs, hotelkamers en een stad bij nacht, the city of (broken) dreams Hollywood – zorgt machismo voor status en worden vrouwen, te midden van alle bravoure en drank- en drugsgebruik, nogal eens gereduceerd tot gebruiksvoorwerp. Dat kan – en mag – eigenlijk geen verbazing wekken, maar het wordt in deze #metoo-film nog eens helder uiteengezet en van concrete voorbeelden voorzien.

Victim / Suspect

Netflix

‘Ik wil je geen leugenaar noemen’, zegt de agent van dienst tegen Dyanie Bermeo, een 21-jarige Amerikaanse studente die aangifte heeft gedaan van aanranding tijdens een verkeerscontrole. ‘Maar….’

En dan volgt een lange lijst met inconsistenties in haar verklaring, die tot een voor Dyanie verpletterende conclusie leidt: ze wordt aangeklaagd voor het doen van een valse aangifte. ‘Als je bekent, doen we een goed woordje voor je bij het OM’, zou de man die haar heeft verhoord erbij hebben gezegd. Niet veel later ontdekt Bermeo’s huisgenote een bericht dat de politie van Washington County, in de Amerikaanse staat Virginia, op Facebook heeft geplaatst. De jonge vrouw wordt met naam en toenaam genoemd. Er is ook een foto van haar bijgeplaatst. De reacties laten zich voorspellen.

Van slachtoffer van aanranding is Dyanie Bermeo binnen korte tijd veranderd in een verdachte, die in ‘the court of public opinion’ ook meteen wordt veroordeeld. En ze is bepaald niet de enige, ontdekt Rachel de Leon, een onderzoeksjournalist van The Center For Investigative Reporting en de hoofdpersoon van de documentaire Victim / Suspect (95 min.), die deze actuele maatschappelijke kwestie probeert te agenderen. De Leon is allerlei valse aangiftes op het spoor gekomen, die vermoedelijk helemaal niet vals waren. ‘Is aangifte doen het risico waard?’ vraagt ze zich op basis daarvan af.

De kans dat een melding van seksueel geweld tot een veroordeling leidt is sowieso zeer klein, concludeert de journaliste na jarenlang graafwerk. En het slachtoffer loopt het risico dat ze zelf tot verdachte wordt gebombardeerd. Regisseur Nancy Schwartzman volgt De Leon tijdens haar werk aan enkele casussen (waarvoor waarschijnlijk ook enkele scènes, getuige een paar wat opgeprikte gesprekken en scènes, zijn gereconstrueerd). Dat levert een schrijnend beeld op: van agenten die slachtoffers verhoren en de bijbehorende verdachten, waarmee ze soms ook wel erg familiair omgaan, veelal ongemoeid laten.

Om bekentenissen uit te lokken – van slachtoffers, welteverstaan – mogen ondervragers zelfs hun toevlucht nemen tot ‘listen’, een mooi woord voor leugens en verzinsels. Zo kunnen agenten tijdens een verhoor bijvoorbeeld inbrengen dat de verklaring van de jonge vrouw niet strookt met beveiligingsbeelden – ook al hebben ze die beelden zelf nooit gezien (of bestaan die misschien zelfs helemaal niet). En het meisje, vermoedelijk getraumatiseerd, heeft zich daar dan maar tegen te verdedigen. Houdt ze voet bij stuk of trekt ze haar aanklacht in, met daarbij het risico dat ze vervolgens zelf in de beklaagdenbank belandt?

Waar bij de mannen in de genoemde voorbeelden de onschuldpresumptie te allen tijde leidend blijft, lijkt een vrouw die aangifte durft te doen bij voorbaat al verdacht. Óók omdat zo’n omgekeerde aanklacht in de praktijk – over perverse prikkels gesproken – vaak minder werk oplevert voor de betrokken politieman dan een regulier onderzoek naar seksueel geweld. Het is een tragische constatering, die deze soms wel erg Amerikaanse film een bijzonder schrijnend karakter geeft. Dit is victim blaming in het kwadraat, die voor de aangeefsters ongetwijfeld voelt als de spreekwoordelijke ‘second rape’.

Mutzenbacher

IDFA

‘Noch nicht spritzen’, zegt de man geanimeerd. ‘Jesus, Maria! Wenn mein Mann so vögeln könnte… Ah, das ist gut. So hat’s mir noch keiner gemacht. Ah, das gespüre Ich bis in Mund herauf! Ah, wenn ich das gewußt hätte, wie Sie’s können. Dann hätte Ich’s schon lang hergegeben.’

Het is een tamelijk surrealistisch tafereel: een kale man, staand bij een piano in een oude fabriekshal, leest met de tekst in de hand een erotische scène vanuit vrouwelijk perspectief voor. De verhitte passage is afkomstig uit Josefine Mutzenbacher, Oder Die Geschichte einer Wienerischen Dirne Von Ihr Selbst Erzählt, een anoniem verschenen erotische roman uit 1906 die doorgaans wordt toegeschreven aan de schrijver van Bambi (!), Felix Salten. Het zeer expliciete boek over een minderjarige prostituee uit Wenen was lang verboden, maar werd niettemin veel gelezen.

Na een oproep in de krant laat de Oostenrijkse filmmaakster Ruth Beckermann (The Waldheim Waltz) ruim honderd mannen auditie doen voor Mutzenbacher (101 min.). Zij nemen plaats op een sofa die zo afkomstig zou kunnen zijn uit een bordeel – een casting couch, zo je wilt – en gaan aan de hand van de scandaleuze roman met haar in gesprek over hun persoonlijke ervaringen met seksualiteit en ideeën over erotiek, pornificatie, toxische mannelijkheid en verpreutsing. Daarbij spelen onvermijdelijk ook gevoelens van schaamte, ongemak en lol op – of een combinatie daarvan.

‘Geil’, constateert een oudere man bijvoorbeeld, nadat hij een erotische scène van de jeugdige hoofdpersoon met haar eigen vader heeft voorgelezen. ‘Mooi. Incest.’ Hij laat een kleine stilte vallen. ‘Natuurlijk.’ De man zoekt weer heel even naar woorden. ‘Goed geschreven, volgens mij.’ Waarna hij begint te grinniken. ‘Beviel het jou ook?’ vraagt hij vervolgens aan de jongere man die naast hem op de bank zit. ‘Ik zou zeggen dat je toch even tijd nodig hebt om dat helemaal te laten indalen’, antwoordt die diplomatiek, terwijl hij zijn gêne probeert te beteugelen.

Even later neemt dezelfde oudere man het voortouw tijdens één van de door Ruth Beckermann strak geregisseerde groepsscènes. ’Was tut der Schwanz in der Fut?’ laat zij hem luid vragen aan de anderen. Waarna die eensgezind antwoorden: ‘Vögeln!’ Daarna moet hij hen een opsomming laten declameren van allerlei benamingen voor ‘de oudste beweging der wereld’. ‘Pudern’, antwoordt het mannenkoor, na enige instructie en oefening, in een wederom surrealistische scène, die echter nooit een gimmick wordt. ‘Ficken, Remmeln, Bimsen, Petschieren, Stemmen.’

Vastberaden bevraagt Beckermann verder de seksuele moraal van deze mannen en of/hoe die door de jaren heen is veranderd. Dat boek dwingt hen ook om zich te verplaatsen in de belevingswereld van een (héél) jonge vrouw, waarbij het alleen de vraag is of Josefine’s seksavonturen, vermoedelijk dus opgetekend door een manspersoon, destijds ook waren bedoeld als alibi voor mannelijk wangedrag. Als in: natuurlijk dienen vaders of priesters in principe van minderjarige meisjes af te blijven, maar als die er zo duidelijk zelf van genieten kan daarmee feitelijk ook weinig mis zijn.

Mutzenbacher dwingt z’n hoofdpersonen zo om de confrontatie met zichzelf, en mannen zoals zij, aan te gaan en confronteert de kijker bovendien met z’n eigen seksuele normen en waarden.

Beneath The Surface

Spring Films

Ze werden zogezegd geboren aan de verkeerde kant van het fjord, een wetteloze plek waar alcoholisme, (huiselijk) geweld en drugs welig tierden. Decennialang hulde de Sami-gemeenschap van Tysfjord, gelegen in de poolcirkel, zich in stilzwijgen over wat er zich in haar binnenste afspeelde. Langzaam maar zeker ging echter de deksel van de beerput. In 2016 publiceerde de Noorse krant VG over elf meldingen van seksueel misbruik. In totaal zouden er ruim honderdvijftig meldingen worden gedaan, op een gemeenschap van slechts tweeduizend zielen.

Hele generaties Sami-kinderen groeiden ermee op. Het moet een publiek geheim zijn geweest. En ook de Noorse autoriteiten, aan de andere kant van dat fjord, keken blijkbaar jarenlang de andere kant op. Daar waren ze erop gericht om de Sami-minderheid in hun land, die tegen hun zin ‘Lappen’ werden genoemd, bij wet te verplichten om te assimileren en zo ongemerkt op te gaan in de samenleving. Dat had dan weer zijn effect op die gemeenschap zelf. Een gebrek aan waarde leidt immers onherroepelijk tot geen eigenwaarde, zelfhaat vervolgens tot zelfdestructie.

Zo ongeveer luidt de, enigszins onbevredigende, verklaring voor het grootschalige misbruik in Beneath The Surface (89 min.), een stemmige film waarin regisseur Alexander Irvine-Cox (Missing: Dead Or Alive) VG-journalist Harald Amdal volgt als hij in gesprek gaat met slachtoffers, die de hardnekkige zwijgcultuur binnen hun volk hebben doorbroken. Hun herinneringen worden geïllustreerd met ogenschijnlijk idyllische familiefilmpjes en beelden van de imposante leefomgeving van de Sami, een gebied dat ook wel Lapland wordt genoemd en zich uitstrekt over meerdere Scandinavische landen.

Een schuldig landschap zou de Nederlandse schrijver en kunstenaar Armando ’t noemen, dat leed en geheimen verbergt. Die van de ene op de andere generatie blijken te zijn doorgegeven. Door mannen én vrouwen. Ouders, grootouders, broers en andere familieleden. Leden van een geslagen (nomaden)volk. Alles van waarde is weerloos, constateerde de dichter Lucebert al, maar deze zware, danig op het gemoed werkende documentaire bewijst dat dit evenzeer geldt voor datgene waar nauwelijks waarde aan wordt toegekend: door de betrokkenen zelf en een onverschillige overheid.

Anita: Speaking Truth To Power

First Run Features

Hij kwam onlangs opnieuw in opspraak. Clarence Thomas, het langstzittende lid van het Amerikaanse hooggerechtshof. Niet omdat hij samen met de conservatieve meerderheid in het hof, waarvan hij inmiddels wordt beschouwd als de grote architect, het landelijke recht op abortus heeft afgeschaft en nu pogingen lijkt te ondernemen om positieve discriminatie de nek om te draaien, maar omdat hij zich blijkbaar al jaren laat fêteren door de rechtse miljardair Harlan Crow. Zijn echtgenote Ginni, een conservatieve activiste, ligt overigens ook al een tijdje onder vuur omdat ze nog altijd weigert om de verkiezingsoverwinning van president Biden in 2020 te accepteren.

Voor Clarence Thomas, misschien wel de machtigste zwarte man van de Verenigde Staten, is al die controverse bepaald niet vreemd. Hij was ook onderdeel van wat ruim dertig jaar na dato de eerste geruchtmakende #metoo-zaak kan worden genoemd. Tijdens zijn benoemingsproces voor het hooggerechtshof in 1991 meldde zich een voormalige medewerkster van Thomas, Anita Hill, die hem beschuldigde van seksuele intimidatie. Sindsdien hebben zich, stelde journalist Jane Mayer onlangs in de interessante tv-docu Clarence & Ginni Thomas (2023), overigens nog méér vrouwen met slechte ervaringen met Thomas gemeld. Die heeft zelf altijd in alle toonaarden ontkend.

Anita: Speaking Truth To Power (76 min.), een film van Freida Lee Mock uit 2013, concentreert zich op de oorspronkelijke affaire, waarin ook Joe Biden, als voorzitter van de speciale senaatscommissie die Thomas’ voordracht door de Republikeinse president George H. Bush moet beoordelen, nog een essentiële rol speelt. Hij laat de zwarte vrouw Hill, die eerst helemaal niet wilde getuigen, tot in detail verklaren voor een commissie die volledig uit witte mannen bestaat. Over hoe Thomas aan haar zou hebben gevraagd ‘who put pubic hair on my coke?’, routineus sprak over films met groeps- en dierenseks en zichzelf vergeleek met een goed toegeruste pornoacteur, Long Dong Silver.

Deze film is eerst en vooral het persoonlijke relaas van Anita Hill, die inmiddels hoogleraar sociaal beleid, rechten en vrouwenstudies aan de Brandeis University in Massachusetts is. Over hoe zij, ongewild, verzeild raakte in een partijpolitieke ‘shitstorm’ en vervolgens het slachtoffer werd van een serieuze lastercampagne. Haar herinneringen worden in deze documentaire aangevuld door Jill Abramson en Jane Mayer (de schrijvers van het boek Strange Justice: The Selling Of Clarence Thomas), enkele medestanders en deskundigen. Thomas zelf speelde intussen doelbewust de ‘rassenkaart’ en noemde de zaak voor de senaatscommissie ‘a high tech lynching for uppity blacks’.

Het moddergevecht tussen de Democraten en Republikeinen, aan de hand van een typische ‘he said, she said’-kwestie, zou een voorbode blijken van de strijd rond de hooggerechtshofnominatie van Brett Kavanaugh in 2018, ruim 25 jaar na de kwestie rond Thomas en vijf jaar na deze documentaire daarover. Ook hij werd beticht van seksueel geweld, ditmaal door universitair docent Christine Blasey Ford. En de slotsom was hetzelfde: zowel hij als zij werden publiekelijk besmeurd, maar uiteindelijk trok hij toch echt aan het langste eind. Zowel Thomas als Kavanaugh werden voor het leven benoemd in het hooggerechtshof en konden zo de koers van hun land naar rechts bijsturen.

Het laatste, wel erg zoete deel van Anita: Speaking Truth To Power behandelt de nasleep van de Thomas-affaire voor Anita Hill. Het werd haar als zwarte vrouw zeer kwalijk genomen dat ze zich publiekelijk had uitgesproken tegen zo’n prominente Afro-Amerikaan. Tegelijkertijd verschafte die rol haar ook een positie in de strijd voor meer gelijkheid in haar land. Van de rechter zelf zou Hill trouwens nooit meer iets vernemen. Diens vrouw Ginni zou zich nog wel melden: in 2010 vroeg zij Hill in een voicemail-bericht om nu eindelijk eens haar excuses aan te bieden, het startpunt van deze nog altijd actuele film. Was ze het echt? Of toch een flauwe grappenmaker?

Kim Novak: Hollywood’s Golden Age Rebel

Arte

Als een klassieke ‘blonde bombshell’, aan de man gebracht onder de noemer ‘The Lavender Blonde’, werd Kim Novak begin jaren vijftig door Hollywood in de markt gezet. Als de opvolgster bij filmstudio Columbia Pictures van Rita Hayworth en een geduchte rivale van Marilyn Monroe, de ster van de concurrerende studio 20th Century Fox. In Alfred Hitchcocks klassieker Vertigo (1958) zou de Amerikaanse actrice tot grote hoogte stijgen met een ijzingwekkende dubbelrol.

Tegelijkertijd werd ze behandeld zoals vrouwen nu eenmaal werden behandeld in het mannenbolwerk dat Hollywood zeker in die tijd was. Haar schoonheid voelde daardoor eerder als een juk dan als een zegen. ‘Ik herinner me nog goed dat het hoofd publiciteit van een filmstudio ooit tegen me zei: vergeet nooit dat je niet meer bent dan een stuk vlees’, stelde ze toentertijd verontwaardigd tijdens een tv-interview. ‘Net als in een slagerij. En het erge is: zo word je ook behandeld.’

Daarmee slaat Kim Novak: Hollywood’s Golden Age Rebel (52 min.) een vergelijkbare toon aan als de recente portretten van klassieke ‘sekssymbolen’ zoals Mae West, Marilyn Monroe en Anita Ekberg. Zij mochten stuk voor stuk nooit meer worden dan de vleesgeworden mannelijke fantasie. Novak voelde zich bepaald niet senang bij deze rol, die haar automatisch was toebedeeld. ‘Ik wilde mijn ziel laten zien op het scherm’, vertelde ze op latere leeftijd. ‘Niet mijn borsten.’

Volgens dit klassiek gemaakte portret van Jessica Menéndez was zij sowieso een ster tegen wil en dank. Novak wilde eigenlijk kunstenares worden en liep voortdurend tegen de beperkingen op die ze als eigenzinnige vrouw kreeg opgelegd. Dat werd nog eens pijnlijk duidelijk toen in de media het verhaal rondging dat ze een relatie had met Sammy Davis Jr. Een witte ster die zich inliet met een zwarte man. Dat was vragen om problemen in de oerconservatieve filmindustrie.

Bezien vanuit het #metoo-tijdperk lijkt het Hollywood uit deze degelijke tv-docu, waarin een verteller de kijker langs allerlei filmfragmenten, archiefmateriaal en enkele filmhistorici loodst, één grote vleesfabriek en ‘casting couch’. Zo bekeken is het helemaal niet vreemd dat één van de grootste sterren van de fifties al na een kleine vijftien jaar besloot om zich voortaan vooral op schilderen te gaan richten.

Blazen In Het Vuur: Afscheid Van Sogyal Rinpoche

bodhitv.nl

In juli 2017 gaat er een schokkende brief rond door de boeddhistische gemeenschap. Uitvoerig beschrijven acht studenten van de Tibetaanse leraar Sogyal Rinpoche, schrijver van Het Tibetaanse Boek Van Leven En Sterven, ‘jaren van fysiek, emotioneel en seksueel misbruik van leerlingen en het gebruik van donaties om zijn exorbitante levensstijl te bekostigen.’ Hun leraar slaat op de vlucht en vertrekt van zijn tempel in Frankrijk naar Thailand. 

Inmiddels is de gevallen meester daar overleden. Hij zal aan de voet van de Himalaya worden gecremeerd. En zijn Nederlandse volger Frank van Velthoven, die na 25 jaar afstand heeft genomen van diens organisatie Rigpa, wil deze crematie gaan bijwonen. Waarom? vraagt Chris Frieswijk, die al enige tijd handpan speelt bij de Tibetaanse mantra’s van muzikant/componist Frank, zich af. Wat hoopt zijn vriend daar nog te vinden? Met deze vragen en zijn camera volgt hij Van Velthoven naar het hart van het boeddhisme.

De documentaire Blazen In Het Vuur: Afscheid Van Sogyal Rinpoche (52 min.) is het verslag van Franks diep persoonlijke reis: naar de gemeenschap waarvan hij al zo lang deel uitmaakt én naar zijn eigen twijfel, over zichzelf en de leraar die hij intens heeft liefgehad. Kan hij zich nog verbonden voelen met andere volgelingen, die dezelfde vragen niet hebben of er zelfs niet eens over willen nadenken? En is hij zelf niet medeverantwoordelijk voor wat er is gebeurd? Frank twijfelt openlijk. In voice-overs voor deze bespiegelende film en in gesprekken met andere Rigpa-leden.

‘Ik kan niet ontkennen dat hij mijn leraar is’, zegt hij bijvoorbeeld tegen z’n vriend Boon, die niet erg happig lijkt op een gesprek over Rinpoche. ‘Ik ben heel dankbaar voor de lessen en voor de gulheid, die ik van hem heb ontvangen. Tegelijkertijd ben ik ook kritisch over zijn gedrag.’ Het gesprek wordt onderbroken vanwege de ruisende wind. Boon krijgt een zendermicrofoon opgespeld, maar grijpt die gelegenheid aan om het gesprek te stoppen. ‘Ik wil best met jou praten’, zegt hij tegen Frank. ‘Maar niet voor de camera.’

Zo zal het vaker gaan. De Nederlander begint zich eenzaam te voelen, in een omgeving die zo lang als thuis voelde. Chris Frieswijk observeert dit proces van dichtbij en stelt zo nu en dan indringende vragen. Eenmaal terug in Nederland en enkele confrontaties rijker, vooral met zichzelf, kan Van Velthoven de balans opmaken: wat betekenen de man aan wiens hand hij ‘de natuur van de geest’ heeft leren kennen en de beweging waarvan hij onderdeel uitmaakte nog voor hem?

Take A Chance

Prime Video

‘Waarom heb je het uitgemaakt met mij?’ schrijft Gert van der Graaf in een nooit te verzenden brief aan zijn grote liefde. ‘Het ligt heel gevoelig, want het is nog niet over. Voor mij niet, tenminste.’ Ruim twintig jaar geleden is de vorkheftruckchauffeur uit Coevorden veroordeeld vanwege deze ‘liefde’, die door de rest van de wereld als ‘stalking’ wordt beschouwd. Dat is voor hem echter geen reden geweest om te stoppen met dat – voor buitenstaanders volledig verknipte – ‘houden van’, vertelt Van der Graaf aan psychiater Michiel Hengeveld bij wie hij in therapie is.

Gert van der Graaf spreekt vloeiend Zweeds. Anders had hij natuurlijk ook nooit kunnen communiceren met de vrouw die hij op zijn achtste voor het eerst zag tijdens het Eurovisie Songfestival van 1974. Hij kan een glimlach nog altijd nauwelijks onderdrukken als hij de beelden van Waterloo, voor de honderdduizendste keer, terugkijkt. ‘Na die avond was ik helemaal gek van ABBA.’ Toen het Zweedse kwartet in 1982 besloot om te stoppen, nadat eerder al de twee stelletjes binnen de groep uit elkaar waren gegaan, zag de Nederlandse fan zijn kans schoon: Agnetha Fältskog, de blonde van de twee zangeressen, zou de zijne worden.

‘Soms denk ik: als ik dit aan mensen vertel, denken ze waarschijnlijk dat ik lieg’, zegt hij in Take A Chance (86 min.). ‘Wij hielden van elkaar.’ In deze unheimische documentaire reconstrueert Maria Thulin met Gert van der Graaf zelf, oud-klasgenoten en zijn chef, alsmede een select gezelschap (pop)journalisten, gedragsdeskundigen en ABBA-kenners, waaronder de Nederlandse zangeres Tessa de Jong en ABBA-impersonator Geert Dekkers, vakkundig de ongelófelijke liefde tussen Agnetha en haar superfan. Die, als zij duidelijk aangeeft dat ze geen contact (meer) wil met hem, een hel wordt. Want geen liefde kan een verliefde man zoals hij nu eenmaal nooit accepteren.

Dat gevoel van een aanbeden beroemdheid als opgejaagd wild – of je nu Jodie FosterTiffany of Harry Sacksioni heet – is treffend vervat in deze film, die verder wél beelden maar helemaal géén muziek van ABBA bevat. Het roofdier in kwestie heeft ogenschijnlijk niet eens kwaad in de zin, maar leidt waarschijnlijk aan erotomanie, ofwel het Syndroom van Clérambault. De drie fasen die deze vermaarde Franse psychiater ooit beschreef zijn in elk geval duidelijk herkenbaar bij Van der Graaf: hoop, teleurstelling en rancune. Zolang hij zijn contactverbod niet schendt of anderszins de wet overtreedt, is daar alleen verdacht weinig tegen te doen.

Zodat fan zijn – en, zeker, fans hebben – een absolute bezoeking wordt.