Operation Varsity Blues: The College Admissions Scandal

Netflix

Prima deal. In ruil voor een aardige donatie krijgt je nageslacht toegang tot een droomschool. Wat is nu een miljoen dollar – of een ietsiepietsie meer – als de toekomst van je kind ervan afhangt? Via een kleine omweg koop je bijvoorbeeld een sportbeurs. Ook al heeft je ‘allesie’ nog nooit een football vastgehouden, een waterpolocap gedragen of op een zeilboot gevaren. En dan staan de deuren van Yale, Harvard of Princeton plotsklaps wagenwijd open en is het kostje van Junior gekocht.

Schoolkeuzecoach Rick Singer was daarvoor jarenlang een perfecte postiljon d’amour. Als geen ander wist hij welk (sport)onderwijsprogramma van een Ivy League-school nog wel wat financiële ondersteuning kon gebruiken. Via hem konden gefortuneerde ouders zo ‘prestige’ inkopen voor hun kroost. Volgens John Reider, voormalig lid van de toelatingscommissie van Stanford University, betekent dat woord in het Frans niet voor niets bedrog. ‘Dat is wat prestige is op de universiteit: het is denkbeeldig, een illusie. En toch geloven mensen erin.’

Regisseur Chris Smith, die in Fyre: The Greatest Party That Never Happened al de gebakken lucht van een gigantisch festivalfiasco blootlegde, ontleedt in Operation Varsity Blues: The College Admissions Scandal (100 min.) hoe Singer zijn schoolzwendel opzette. Dat wordt nooit zo buitenissig of grappig als in Fyre, maar zeker zo pijnlijk. Smith heeft de beschikking over opnamen die de FBI maakte van Singers (telefoon)gesprekken met bereidwillige ouders en schoolmedewerkers. Die heeft hij letterlijk, soms in gecondenseerde vorm, laten naspelen door acteurs, met Matthew Modine in de rol van aalgladde schooladviseur.

Hij, de slinkse ‘coach’, wordt in dit gesmeerde docudrama gepresenteerd als het oliemannetje van een volledig geperverteerd systeem, waarbinnen gefortuneerde ouders, zoals bijvoorbeeld de actrices Felicity Huffman en Lori Loughlin, er geen been in zien om hun kind op onoorbare wijze vooruit te helpen en universiteiten rustig dubieuze donaties incasseren en vervolgens een oogje dichtknijpen als leerlingen onder valse voorwendselen de school worden binnengesmokkeld. Het is al met al een treurige bedoening, de totale verwording van een door en door competitieve maatschappij. 

Die kent natuurlijk ook zijn slachtoffers: behalve alle kinderen die onder de prestatiedruk dreigen te bezwijken gaat het dan ook om bollebozen die door de fraude níet worden toegelaten. ‘Het is gewoon klote om je zo te voelen’, zegt een meisje, dat net heeft gehoord dat ze niet welkom is op de school van haar voorkeur. ‘Maar ik weet zeker dat de iedereen die wel is aangenomen het verdient.’ Daarop introduceert Chris Smith met bijna sardonisch genoegen Olivia Jade, een YouTube-sterretje met miljoenen volgers dat zomaar een plek kreeg toegespeeld in het roeiteam van de prestigieuze University of Southern California. Ze zou nooit aan een training of wedstrijd deelnemen.

In een wereld waarin alleen winnen, of de schijn daarvan, lijkt te tellen kan dat zomaar gebeuren. Uiteindelijk is het wel de vraag of het werkelijk in het belang is van de betrokken kinderen, die vaak overigens niet of nauwelijks op de hoogte waren van de schimmige praktijken van hun ouders, dat ze terechtkomen op een school waar ze eigenlijk niet op hun plek zijn. En wanneer het omkoopschandaal in 2019 plotseling in de openbaarheid komt, nadat de centrale figuur daarvan rücksichtslos dubbelspel is gaan spelen, worden zij bovendien publiekelijk gebrandmerkt als jongeren die het niet op eigen kracht kunnen. Over een slechte deal gesproken.

De Onfatsoenlijken

VPRO

Boos zijn is niet moeilijk. Omdat je het hoofd nauwelijks boven water kunt houden, voortdurend stoot of blijft breken over wat er zoal gebeurt.

Vanwege die kutbaan. Een hennepkwekerij. Dat onterechte ontslag. Het beroerde pensioen. Die eindeloze pesterijen. Onze vertrapte tradities. Abortus. Homohaat. Het verstikkende maatschappelijke debat. De oneindige stroom vluchtelingen. Grootschalig seksueel misbruik. Die beschuldiging van verkrachting. Moord zelfs. Wezensvreemde normen en waarden. Het volk dat je ‘camion’ dreigt te overmeesteren. Die brug waarvan iedereen wist dat ie ooit zou instorten. De toren die wel in brand móest vliegen. De grootschalige corruptie. Moord. Ja, moord!

De algehele onvrede in Europa vertaalt zich overal op het continent in boze burgers en steun voor populistische partijen. De Belgische auteur Jan Antonissen schreef in 2018 een boek over gewone Europeanen die zich hebben afgekeerd van de traditionele politiek, De Onfatsoenlijken (307 min.). Dat vormt nu de basis voor een gelijknamige docuserie van Luc Lemaitre. In zeven thematisch gegroepeerde afleveringen – met titels als Migratie, Restjesmensen en Politieke Correctheid – worden steeds drie kwesties uitgediept met een direct betrokkene: een slachtoffer, (vermeende) dader of klokkenluider.

Zo ontstaat een lappendeken van groot, groter en grootst onrecht in Europa, waarbij de geportretteerde gewone mannen en vrouwen zich in elk geval niet gehoord voelen door de (linkse) elite die de dienst uitmaakt. Niet alle verhalen lijken overigens even goed in dat frame te passen. Zoals het predicaat ‘onfatsoenlijk’ ook zeker niet op alle hoofdpersonen van toepassing is. Lemaitre laat zijn hoofdpersonen in elk geval ongefilterd hun verhaal doen of mening verkondigen. ‘We kunnen niet generaliseren dat ‘homoseksueel’ en ‘pedofiel’ hetzelfde betekenen’, zegt de Poolse anti-abortusactivist Dawid Wachowiak bijvoorbeeld. ‘Desondanks komen de meeste pedofielen uit de homogemeenschap.’

Zo’n bewering wordt door Lemaitre verder niet gestaafd of kritisch bevraagd. Dat lijkt ook niet de bedoeling van De Onfatsoenlijken, dat vooral de beleving wil optekenen van gewone burgers die het gevoel hebben dat er over hen wordt beslist. Door lieden bovendien, die hen kennen noch begrijpen. Hoe verschillend al deze Europeanen ook lijken, ze zijn daardoor verenigd in onvrede. En dus nemen ze deel aan een boerenprotest, rijden met een bloederig ‘abortus is moord’-busje rond, trekken een geel hesje aan, gaan de straat op voor Alternative für Deutschland of zitten gewoon thuis op de bank te fulmineren. Boos.

Murder Among The Mormons

Netflix

Is Joseph Smith nu wel of niet door een witte salamander naar de gouden platen verwezen? Het is niet direct een vraag waarvan de meeste aardbewoners wakker liggen. Laat staan dat ze bereid zijn om ervoor te moorden. Binnen de Mormoonse kerk zorgde de vondst van de zogenaamde Salamander-brief, waarin een heel opmerkelijke draai wordt gegeven aan de totstandkoming van het heilige Book Of Mormon, halverwege de jaren tachtig echter voor heel wat consternatie.

Was deze godslasterlijke brief authentiek – en dus een bedreiging voor de fundamenten onder de geloofsgemeenschap? Of was het een vervalsing en had iemand daar dan iets mee te winnen? Ook letterlijk: in het verhandelen van zulke Mormoonse documenten ging behoorlijk wat geld om. En binnen die lucratieve business speelde één man een sleutelrol: Mark Hofmann. Hij duikelde het ene na het andere unieke document op. En daarmee zou hij allerlei gebeurtenissen in gang zetten, die leidden tot een serie bomaanslagen in het hart van The Church Of Jesus Christ Of Latter-Day Saints te Salt Lake City.

Dat is het startpunt voor Murder Among The Mormons (160 min.), een driedelige documentaireserie waarin Jared Hess en Tyler Measom de wereld achter die wandaden blootleggen. De achtergronden van de misdaden zelf, de zoektocht naar de dader en de persoon die daarbij uiteindelijk in beeld komt, natuurlijk. Maar ook de context waarbinnen de misdaden zich hebben afgespeeld: een geloofsgemeenschap waarin aan heilige geschriften een enorm belang wordt toegekend en aloude waarden plotseling onder druk kunnen komen te staan door de vondst van nieuwe documenten.

Naarmate de serie vordert, wordt dat eigenlijk steeds interessanter. Wat begint als een ogenschijnlijk tamelijk routineuze whodunnit, compleet met larger than life-personages en gelikte reconstructiebeelden, ontwikkelt zich gaandeweg tot een intrigerend portret van een gemeenschap en één persoon daarbinnen, die zich als een gewetenloze parasiet manifesteert en de onderlinge verhoudingen helemaal op scherp zet.

Biggie: I Got A Story To Tell

Netflix

‘Fuck the world, fuck my moms and my girl’, rapte Christopher ‘Biggie’ Wallace in het titelnummer van zijn debuutalbum Ready To Die (1994). ‘My life is played out like a jheri curl. I’m ready to die.’ Zijn producer Easy Mo Bee kan zich nog goed herinneren hoe de zwaarlijvige rapper na afloop uit het opnamehokje stapte. ‘Weet je dat je zei: fuck je moeder?’ vroeg hij hem verbaasd. ‘Hij antwoordde dat hij niet klaar was om te sterven. Het was gewoon hoe hij zich voelde. Hoe serieus het destijds was voor hem.’

Christopher Wallace, die zichzelf gaandeweg The Notorious B.I.G. ging noemen, vult zelf aan: ‘Als ik dood was, zou ik me nergens meer zorgen over maken. Ik kon gewoon rusten. In de hemel of in de hel.’ Niet veel later zou de New Yorkse rapper inderdaad in het hiernamaals terechtkomen. Op 9 maart 1997, op slechts 24-jarige leeftijd, werd hij neergeschoten. Als tweede prominente slachtoffer van de ‘oorlog’ tussen hiphoppers van de Amerikaanse west- en oostkust, die eerder al zijn Californische tegenpool Tupac Shakur het leven had gekost.

Regisseur Emmett Malloy besteedt in Biggie: I Got A Story To Tell (98 min.) relatief weinig aandacht aan die volledig uit de hand gelopen rivaliteit, maar richt zich vooral op Wallace’s jeugd als kind van een alleenstaande lerares uit Jamaica, dagelijkse werk als dealer in Brooklyn en opkomst als rapper met meer dan genoeg ‘street credibility’. Een uitgesproken troef daarbij ís het beeldmateriaal van zijn vriend Damion ‘D Roc’ Butler. Hij hield al die jaren een videodagboek bij en voorziet dat nu van commentaar. In een T-shirt met daarop de tekst ‘ready to live’.

Met de gastenlijst van deze film is verder weinig mis: behalve jeugd- en straatvrienden, een bevriende hiphopjournalist en zijn producer Puff Daddy worden ook Biggies moeder Voletta, echtgenote Faith Evans en Jamaicaanse oom Dave en 96-jarige oma Gwendolyn opgevoerd. Zij geven dit gedegen portret, waarin de straffe songteksten van de rapper prominent in beeld worden gebracht, sjeu en kunnen bovendien Biggies opkomst van binnenuit schetsen. Zodat de hiphopheld, die de tijd niet kreeg om de straat in te ruilen voor een blingbling-villa, weer even tot leven komt.

Zoals dat gaat: ready to live, destined to die.

Made You Look: A True Story About Fake Art

Netflix

Het Kleren-van-de-keizer gehalte in deze film over kunstzwendel is heerlijk hoog. Als de gerenommeerde Knoedler Gallery uit New York vanaf begin jaren negentig de hand weet te leggen op onbekende werken van Jackson Pollock, Robert Motherwell en Mark Rothko, kost het natuurlijk geen enkele moeite om kunstliefhebbers met diepe zakken te vinden die erop kicken om thuis een échte ‘vul prestigieuze naam in’ aan de muur te hebben hangen. Zeker als de schilderijen van deze vaandeldragers van het abstract expressionisme best goedkoop worden aangeboden. Nét iets te goedkoop, eigenlijk.

Ann Freedman, een kunstverkoper van The Knoedler Gallery, blijkt de werken op de kop te hebben getikt bij een onbekende handelaar, ene Glafira Rosales, die ze nog nét niet vanuit haar eigen kofferbak verkocht. De precieze herkomst van de schilderijen was in elk geval onbekend. Bij een beetje kunstkenner zouden dan alle alarmbellen moeten afgaan, maar als er zéér gewild werk kan worden verzameld of gewoon absurd veel geld, naar verluidt in totaal zo’n tachtig miljoen dollar, kan worden verdiend, heeft dat natuurlijk effect op het beoordelingsvermogen.

Freedman vindt het nog altijd ‘afschuwelijk’ dat ze zich zo’n vijftien jaar lang in de luren heeft laten leggen door Rosales, haar partner/beroepszwendelaar Jose Carlos Bergantinos Diaz en hun eigenste meestervervalser, de Chinese wiskundeleraar Pei-Shen Qian. Maar ja, zelfs de zoon van Mark Rothko dacht dat het om een authentiek schilderij van zijn vader ging… Kunstkenner Jack Flam, die aangifte deed bij de FBI vanwege oplichting, kan dat echter nauwelijks geloven, zegt hij in Made You Look: A True Story About Fake Art (90 min.). Een doorgewinterde kunsthandelaar als Ann Freedman moet op een gegeven moment door hebben gehad dat ze vervalsingen verkocht. En toch ging ze vrolijk verder.

Daarmee staan de pionnen op het bord voor deze vermakelijke documentaire van Barry Avrich, waarin Freedman, Flam, Bergantinos en een keur aan journalisten, advocaten, aanklagers, verzamelaars, kunstcritici en handelaren hun licht laten schijnen over ‘het grootste kunstschandaal uit de Amerikaanse geschiedenis’. Een kwestie, opgediend met speelse klassieke muziek, die al tot diverse rechtszaken en reputatieschade bij vrijwel alle direct betrokkenen heeft geleid. Want niemand wordt er graag mee geconfronteerd dat hij al een hele tijd geen kleren aan blijkt te hebben. Of dat hij het was die tegen een ander heeft gezegd dat die er, poedelnaakt, zo beeldig uitzag.

Palme, Pappa En Ik

VPRO

In het voorjaar van 2020 krijgt ze een opmerkelijk bericht: kloppen de geruchten dat jouw vader de moordenaar van Olof Palme is? Signe Zeilich-Jensen, een Zweedse vrouw die tegenwoordig in Nederland woonachtig is, kan haar oren niet geloven. Wát? Ze gaat online op zoek naar meer informatie en vindt daar een interview met Maria, de ex-vrouw van haar vader Leif.

‘Het is mijn ex-man’ zegt ze, ‘die is gestorven in 1992.’ Een dag nadat de Zweedse premier Palme, op 28 februari 1986, werd vermoord in Stockholm, zou hij bij haar zijn langsgekomen. Leif had de snor afgeschoren die hem al sinds jaar en dag kenmerkte en oogde blij en opgetogen. ‘Ik weet wie Palme heeft doodgeschoten’, zou hij tegen haar hebben gezegd.

Belachelijk!, meent Signes moeder. ‘Hij kon mij niet eens vermoorden.’ Uitroepteken. Signe kan zich er echter ook niets bij voorstellen. Toch blijft de kwestie aan haar knagen. Het zal toch niet? Op naar Scandinavië dus, om de opmerkelijke levensloop van haar vader na te gaan en het raadsel te ontcijferen rond Palme, Pappa En Ik (50 min.).

Het wordt een persoonlijke zoektocht naar een man – en wie weet: een moordenaar – met wie ze al op jonge leeftijd gebrouilleerd raakte. Een academicus die gaandeweg, tijdens ontmoetingen met mensen die hem gekend hebben, tot leven komt. Typeringen als: charismatisch. Rechts, dat ook. Dominant. Excentriek. Drankzuchtig.

Leif Zeilich-Jensen was een verhalenverteller, zegt de één. Hij wilde een leidersfiguur zijn, constateert een ander. En gedroeg zich, volgens weer iemand anders, als een bedrieger. Maar een moordenaar? Zijn volwassen dochter, die deze egodocu maakte met haar echtgenoot Niek Koppen, kan ’t zich niet indenken. Al past vader wel opvallend goed in het daderprofiel.

35 Jaar en 134 potentiële daders later is de geruchtmakende moord op de Zweedse sociaaldemocratische premier, die destijds wereldnieuws was, nog altijd onopgelost. De zaak heeft een ‘moord op Kennedy’-achtige status gekregen, inclusief overactieve (amateur)detectives en allerlei mogelijke theorieën over wat er gebeurd zou kunnen zijn.

Terwijl Signe Zeilich-Jensen onderzoekt of haar vader daarin een rol heeft gespeeld, leert ze vooral de man zelf, zijn dubbelleven en de schimmige werelden waarin hij zich begaf beter kennen. Die ontdekkingstocht, nuchter en zonder goedkoop effectbejag uitgeserveerd, levert talloze antwoorden op. Het blijft alleen tot het eind ongewis of ook die ene vraag kan worden beantwoord.

Yab Yum

Wat gebeurt in Yab Yum (75 min.), blijft in Yab Yum. De meeste oud-medewerkers van het vermaarde Amsterdamse bordeel hullen zich bijvoorbeeld nog altijd in stilzwijgen over de toenmalige clientèle. Want er kwam van alles: internationale beroemdheden, Bekende Nederlanders, vermaarde zakenmensen, het halve Saoedische koningshuis én de topcriminelen over wie sindsdien boeken zijn geschreven en films gemaakt.

En daar praten de voormalige eigenaar Theo Heuft en zijn manager, barkeepers, portier en gastvrouwen liever al helemaal niet over. Want de Amsterdamse penoze begon de exclusieve gelegenheid aan de Singel op een gegeven moment als zijn eigen clubhuis te beschouwen. En daarmee was het lot van de club bezegeld. Yab Yum verwerd tot een plek waar schimmige deals werden beklonken, zwart in wit geld veranderde en vetes tot heftige confrontaties konden leiden.

In het Amsterdamse grachtenpand, waar de kogelgaten nog in het plafond zitten, leidt Anna Maria van ’t Hek haar gesprekspartners door het woelige verleden van de chique club; van de jaren van vrijheid blijheid via de doemtijd van het AIDS-virus naar de verstikkende wurggreep van de onderwereld. De filmmaakster omkleedt hun smeuïge herinneringen met een zinnenprikkelende verbeelding van Yab Yums geleidelijke aftocht naar de hel, waar boosaardige engelen voortaan de dienst zouden uitmaken.

En wat al die oud-medewerkers niet over hun lippen krijgen, wordt ingevuld door voormalig politiewoordvoerder Klaas Wilting, die namen en rugnummers geeft bij de onvermijdelijke neergang van wat eens ‘het beroemdste bordeel van de wereld’ was. Onvermijdelijk, want bordelen lijken van lieverlee altijd in verkeerde handen te belanden. Sommige sprekers in deze boeiende documentaire blijken de teloorgang nog altijd te betreuren. Als het kon, zouden ze zo weer aan de bar plaats nemen tussen de klanten die alleen al 75 gulden hadden afgetikt om binnen te mogen.

Om naar ‘boven’ te mogen met een ‘dame’ kwamen daar nog gauw enkele honderden guldens bij. Voor ‘een beetje jeuk aan je snikkel en één vingerhoedje stijfsel’, zouden de Klisjeemannetjes zeggen. Maar daarmee zou dit hoogwaardige etablissement gelijkgeschakeld worden met een ordinair bordeel en, in elk geval volgens de direct betrokkenen, danig tekort worden gedaan.

Doelwit

Matty Siersema / KRO-NCRV

Wat hebben Muntendam, Bergen op Zoom, Oldenbroek, Amstelveen, Enschede en Rotterdam met elkaar gemeen? Niet dat lokale bestuurders van die gemeenten te maken hebben gekregen met intimidatie, bedreiging en geweld. Dat geldt helaas voor veel meer Nederlandse steden en dorpen. Vijfendertig procent van de in totaal 10.000 plaatselijke bestuurders krijgt ermee te maken. Het leeuwendeel daarvan zwijgt.

(Voormalige) wethouders van bovenstaande zes gemeenten spreken zich in deze tv-docu van Nan Rosens echter nadrukkelijk uit. Zij willen niet langer als Doelwit (48 min.) fungeren voor redeloze dan wel zeer gerichte acties tegen hun persoon, achtergrond, filosofie of beslissingen. Via een soort videobrieven, recht in de camera uitgesproken, richten ze zich tot hun veelal anonieme bedreigers. Tegelijkertijd verhalen ze indringend over de impact van die sinistere boodschappen op hen en hun directe familie.

De dreiging, ook al lijkt die voorlopig niet concreet te worden, kruipt onherroepelijk onder de huid. Matty Siersema, wethouder in Muntendam, laat bijvoorbeeld één van de boodschappen horen, die een plaatselijke man op haar antwoordapparaat achterliet. ‘Maar ik zeg je: kom mij niet tegen in het donker. Je mag gerust naar de politie gaan, maar dan moet je wel weten dat ze me daar nooit levenslang voor geven. Ik kom altijd weer vrij. En dan vind ik je. Denk erom.’ Probeer zo’n boodschap maar eens koeltjes weg te relativeren als lokale bestuurder.

Gezamenlijk maken de wethouders uiteindelijk de staat op van onze huidige democratie. Die ondervindt de gevolgen van maatschappelijke ontwikkelingen zoals de opkomst van sociale media, het toenemende individualisme en de keuze voor een participatiesamenleving. Het respect dat notabelen in vroeger tijden nog als vanzelf ten deel viel is mede daardoor geërodeerd. Waar ooit vriendelijk de hoed werd afgenomen en vervolgens bedeesd een vraag werd gesteld, eisen sommige burgers nu anoniem waar ze recht op menen te hebben. Of ze vieren simpelweg hun algehele onvrede bot op de eerste de beste bestuurder die op hun pad komt.

Het lijkt een geest die niet zomaar terug in de fles is te krijgen. En dan besteedt deze boeiende documentaire nog niet eens aandacht aan hoe de georganiseerde misdaad in bepaalde delen van het land bestuurders het leven onmogelijk maakt. Dat is ook nog wel een film waard. Maar durft iemand die te maken?

Crime Scene: The Vanishing At The Cecil Hotel

Netflix

In de openingsscène van deze vierdelige serie ligt ‘t er meteen duimendik bovenop: het Cecil Hotel in Skid Row, een beruchte wijk in het centrum van Los Angeles, is een verdoemde plek. Je kunt er zomaar dope gebruiken of dealen, in de prostitutie verzeild raken of tragisch aan je einde komen. ‘De Cecil is een plek waar seriemoordenaars zich ontspanden’, zegt de plaatselijke historica Kim Cooper over het low-budget hotel waar veelal jonge toeristen terechtkwamen te midden van verschoppelingen die er zo’n beetje permanent hun intrek hadden genomen. Richard Ramirez, berucht geworden als The Night Stalker verbleef er bijvoorbeeld een tijdje.

Heeft Elisa Lam, een jonge Canadese vrouw die eind januari 2013 incheckte bij het hotel, deze duivelse plek ooit nog verlaten? Ze is spoorloos verdwenen. En rechercheurs die de zaak onderzoeken hebben haar op beelden van beveiligingscamera’s alleen naar binnen zien gaan. Lam lijkt nooit meer naar buiten te zijn gekomen. Dat is de uitgangspositie voor Crime Scene: The Vanishing At The Cecil Hotel (219 min.) van true crime-crack Joe Berlinger, die genreklassiekers als de Paradise Lost-trilogie, Cold Blooded: The Clutter Family Murders en Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes op zijn naam heeft staan.

Een sinistere video van de 21-jarige Elisa Lam, die zich vreemd gedraagt in de hotellift, gaat viral en zet allerlei dubieuze amateurdetectives aan het werk. Ze beginnen de beelden te analyseren en spitten daarna de online-historie van de jonge vrouw door. Op zoek naar aanwijzingen voor wat er kan zijn gebeurd. Daarmee belandt Crime Scene op hetzelfde terrein als de zenuwslopende series Don’t F##k With Cats: Hunting An Internet Killer en Love Fraud. Van dat niveau is deze vet aangezette productie – een bonte verzameling ‘deskundigen’, duistere en suggestieve reconstructiebeelden en een unheimische soundtrack – evenwel niet.

Berlinger geeft opvallend veel ruimte aan wilde speculaties over wat er kan zijn gebeurd en allerlei bizarre complottheorieën over het ‘spookhotel’ Cecil die daar weer uit voortvloeien. De verantwoordelijke figuren – een soort onuitstaanbare combinatie van influencer, ramptoerist en allesweter – vliegen gaandeweg helemaal uit de bocht. Uiteindelijk is het de documentairemaker daar ook om te doen: terwijl deze zelfbenoemde onderzoekers vanachter hun eigen toetsenbord een gruwelijk misdrijf proberen op te lossen, gewoon als aardig tijdverdrijf of als mogelijkheid om zichzelf te profileren, richten ze heel veel schade aan. En het onderzoek naar wat er echt is gebeurd met Elisa Lam wordt er alleen maar door gehinderd.

Deze kanteling van het verhaal – van whodunnit naar schotschrift tegen social media-klopjachten – wordt door Joe Berlinger pas redelijk laat ingezet en plaatst de start van de serie in een verrassend perspectief. En daarna ontstaat er zowaar ruimte om de kwestie rond Elisa Lam écht op zijn merites te beoordelen. Helaas wordt dat effect dan weer een beetje teniet gedaan door het wel erg cheesy einde, waarin de tragische jonge vrouw, op z’n Amerikaans, ineens allerlei héle bijzondere kwaliteiten worden toegedicht. Want zelfs een noodlottige kwestie heeft een echte heldin nodig.

Assassins

Het tafereel op het vliegveld van Kuala Lumpur is zo bizar dat geen thrillerschrijver ermee zou wegkomen…

Een Aziatische man wordt op 14 februari 2017, rond negen uur ‘s ochtends, van achteren benaderd door twee jonge vrouwen. Ze leggen hun handen voor zijn ogen en lijken tegelijkertijd iets op zijn gezicht te smeren. Beveiligingscamera’s leggen vervolgens vast hoe de vrouwen zich, ogenschijnlijk opgetogen, uit de voeten maken. De man legt intussen aan de politie uit wat er is gebeurd. Terwijl hij samen met agenten naar een hulppost wandelt, begint hij met een been te trekken. Lopen gaat al snel steeds moeilijker.

Binnen een uur is de man dood. Slachtoffer van VX-zenuwgas. Hij wordt op een brancard afgevoerd. Het is Kim Jong-nam, de halfbroer van de Noord-Koreaanse dictator King Jong-un. Als oudste zoon was hij ooit de beoogde opvolger van hun vader Kim Jong-il. Toen die in 2011 overleed, werd de scepter echter overgedragen aan die andere nazaat Kim Jong-un. Die stelt sindsdien alles in het werk om de absolute macht naar zich toe te trekken en schroomt daarbij niet om mensen die zijn positie zouden kunnen bedreigen uit de weg te ruimen.

Na Kim Jong-nams dood zijn de Assassins (104 min.) snel gevonden: Siti Aisyah en Doan Thi Huong. Het leidt geen twijfel dat deze twee jonge vrouwen, uit respectievelijk Indonesië en Vietnam, daadwerkelijk de dood van Kim Jong-nam, van wie wordt vermoed dat hij als informant werkte voor de CIA, hebben veroorzaakt. Maar wat was hun oogmerk? Hebben ze zich welbewust laten inzetten als werktuig in een complot van het moorddadige Noord-Koreaanse regime? Of zijn ze toch – hoe ongelofelijk dat ook klinkt – erin geluisd toen ze dachten te participeren in een ‘prank video’, waarbij een onbekende voor de camera bij de neus zou worden genomen?

Regisseur Ryan White belicht het misdrijf vanuit het perspectief van de twee vrouwen en hun advocatenteams, aangevuld met de goed ingevoerde Maleisische journalist Hadi Azmi. Hij plaatst de gebeurtenissen bovendien overtuigend binnen de campagne van de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un om zijn schrikbewind te bestendigen. Het resultaat is een spannende docuthriller, die van het ongeloofwaardige uitgangspunt uiteindelijk toch een aannemelijk scenario maakt en die, voor de zoveelste keer, het angstaanjagende karakter van de totalitaire staat Noord-Korea aan de kaak stelt.

The Agony And Ecstacy Of Phil Spector

Over dat hele proces maak ik me geen seconde druk, zet de hoofdpersoon aan het begin van The Agony And Ecstacy of Phil Spector (100 min.) een geheel eigen redenering op. ‘Alleen het vonnis boezemt me angst in.’ De legendarische producer staat in het voorjaar van 2007 terecht voor de moord op de actrice Lana Clarkson. Phil Spector zou haar dood hebben geschoten in zijn eigen huis in Los Angeles.

Nou had Spector, om het mild uit te drukken, al een reputatie. Zo zou hij, volgens hardnekkige verhalen, de punkband The Ramones tijdens de opnames van hun album End Of The Century onder schot hebben gehouden met een pistool uit zijn uitbundige wapenverzameling. Waar Phil Spector was, zoveel werd steeds weer duidelijk, kwam gedoe. Altijd en overal. En geweldige muziek, dat ook. Altijd en overal.

Zijn geheel eigen stijl kreeg zelfs een aparte naam: de Wall Of Sound. Tegen de achtergrond van de rechtszaak gaat het megalomane enfant terrible in deze hele fijne film van Vikram Jayanti uit 2009 openhartig, lekker dwars en met ontzettend veel humor in op zijn eigen leven en carrière, die hem in de studio en achter de mixtafel bracht bij een ongelooflijke rij hitartiesten: The Crystals, The Righteous Brothers, The Ronettes, Leonard Cohen, Ike & Tina Turner en, jawel, The Beatles.

Spectors signatuursongs, in z’n geheel in de film opgenomen en bovendien voorzien van hele fijne citaten uit de biografie Tearing Down The Wall Of Sound van Mick Brown, gaan een bijzonder fijn huwelijk aan met de verwikkelingen tijdens het proces tegen de omstreden dwingeland. Op een gegeven moment meen je zelfs in de gesuikerdste pophits de psychopaat Spector te kunnen ontwaren. Een geduchte prestatie. En op een vreemde manier ook een perfect eerbetoon aan één van de gekste en geniaalste geesten uit de pophistorie.

Night Stalker: The Hunt For A Serial Killer

Netflix

Hij wil de angst in hun ogen zien, meent rechercheur Gil Carrillo van de Los Angeles County Sheriff’s Department. Voordat hij hen misbruikt of afmaakt. De onbekende engerd maakt daarbij geen onderscheid des persoons: hij richt zich op zowel mannen als vrouwen. Ze komen op gruwelijke wijze aan hun einde. Steeds op een andere manier bovendien. En hij ontvoert en misbruikt ook kinderen. Die laat de psychopaat naderhand weer vrij.

Carrillo’s theorie over een willekeurig verkrachtende en moordende freak, zonder kenmerkende doelgroep of vaste werkwijze, kan op hoon rekenen van collega’s en deskundigen. Zo’n seriemoordenaar is er nog nooit geweest. Gil ziet spoken, menen critici. Of hij wil zich gewoon op een oneigenlijke manier profileren. Bij elke legendarische slechterik hoort immers ook een dappere politieagent, die hem heeft ontmaskerd en ingerekend. Het gaat vast gewoon om een serie losstaande misdrijven.

In de vierdelige serie Night Stalker: The Hunt For A Serial Killer (189 min.) reanimeert documentairemaker Tiller Russell de man die wel degelijk halverwege de jaren tachtig Los Angeles en omgeving terroriseerde. Hij verlaat zich daarbij vooral op het detectiveduo, Carillo en zijn oudere kompaan Frank Salerno, dat de geruchtmakende zaak tot een oplossing moest brengen. Hun werk werd bepaald niet gemakkelijker toen ook de media een patroon ontdekten in de serie wandaden en hoorden dat de dader soms mysterieuze boodschappen, zoals een pentagram, achterliet op de plaats delict.

Russell gebruikt het spoor van vernieling dat de Night Stalker door Zuid-Californië trok en de klopjacht die vervolgens op hem werd geopend door de politie om een typische true crime-productie op te tuigen: schokkende getuigenissen van overlevenden en grimmige foto’s en archiefbeelden zijn gelardeerd met dramatische close-ups van details uit de verschillende misdrijven, van een unheimische onderlaag voorzien door onheilspellende geluiden en muziek en doorsneden met cryptische quotes van de man die ze uiteindelijk in de kraag zullen grijpen.

De serie wordt soms wel erg hijgerig en werkt toe naar een uitkomst, die voor geen enkele ‘misdaadliefhebber’ een verrassing kan zijn. De man die dan vanuit de duisternis tevoorschijn komt, een archetypische angstaanjagende freak, blijkt echter zo sinister en grotesk dat het toch nog choqueert.

Crack: Cocaine, Corruption & Conspiracy

Netflix

In het Amerika van de Republikeinse president Ronald Reagan (1981-1989) wordt de kloof tussen arm en rijk zienderogen groter en groter. Ze krijgen zelfs hun eigen drugs: een snuifje cocaïne voor elke getapte (witte) jongen met een dikke portemonnee. En de goedkope variant daarop: crack, rookbare coke voor (veelal zwarte) armoedzaaiers.

In de probleemwijken van grote steden ontstaat meteen een alternatieve economie rond dit verwoestende middel, dat gebruikers binnen enkele seconden superhigh maakt en hen al snel helemaal in zijn greep heeft. Het duurt niet lang of ‘straatkapitalisten’, verslaafden en (bad) cops maken het normale leven volstrekt onmogelijk.

Met (voormalige) gebruikers, dealers, dominees, politici, agenten, journalisten en historici begeeft deze documentaire van Stanley Nelson zich naar het hart van de crackepidemie in de jaren tachtig en negentig, als complete gemeenschappen volledig worden ontwricht en de crisis ondertussen uitgroeit tot een enorme mediahype. Met bijvoorbeeld broodje aap-verhalen over talloze ‘crackbaby’s’ tot gevolg.

Dat vraagt om draconische maatregelen. En die komen er dan ook: crackgebruik wordt grondig gecriminaliseerd. Het betekent de definitieve escalatie van de Amerikaanse ‘war on drugs’, die zich vooral op de lagere echelons van de bevolking richt. En zo komt de ‘mass incarceration’ van opmerkelijk genoeg vooral zwarte Amerikanen op gang, die nog altijd zijn sporen achterlaat in de hedendaagse maatschappij.

Dat maatschappelijke drama is al eerder opgetekend, maar wordt in Crack: Cocaine, Corruption & Conspiracy (89 min.) nog eens kundig gereconstrueerd, met grauw archiefmateriaal vanuit de frontlinie en een lekkere soundtrack met gekende raphits. Het sterkst wordt de film als oud-gebruikers en –dealers geëmotioneerd de rekening opmaken en bekijken wat al dat gebruik en gehossel hen op persoonlijk en sociaal vlak heeft gekost.

Terwijl het volgens Ronald en zijn vrouw Nancy Reagan toch allemaal zo simpel was: just say no.

The Dissident

Het begint bijna een trend te worden: meerdere Amerikaanse documentaires over één en hetzelfde onderwerp, die binnen een kort tijdsbestek worden uitgebracht. Na concurrerende films over Trump-fluisteraar Roy Cohn, misbruik in de Amerikaanse turnwereld en zangeres Whitney Houston zijn er nu twee ambitieuze producties over de moord op de Saoedische journalist Jamal Khashoggi: eerst Kingdom Of Silence van Rick Rowley, geproduceerd door het bedrijf van Alex Gibney. En nu The Dissident (117 min.) van Bryan Fogel, die met zijn vorige film Icarus, over het Russische dopingschandaal, een Oscar won.

Fogels voornaamste troeven zijn Jamal Khashoggi’s verloofde Hatice Cengiz en zijn jongere vriend Omar Abdulaziz Akzahrani, die samen met hem (online) de strijd aanbond met het huidige Saoedische regime. Behalve hun herinneringen aan de man en aan wat zij aan zijn zijde meemaakten hebben ze ook audio-opnamen van persoonlijke telefoongesprekken en appverkeer beschikbaar gesteld. Die geven echt inzicht in Khashoggi’s belevingswereld en hoe hij steeds nadrukkelijker de hete adem van de wraakzuchtige Saoedische kroonprins Mohammad bin Salman (MBS) in zijn nek begint te voelen.

Ook het gevecht op sociale media om de befaamde dissident monddood te maken of juist een stem te geven krijgt een prominente plek en is met animaties meeslepend verbeeld in deze sowieso bijzonder vet vormgegeven film. Deze tweede Khashoggi-docu concentreert zich daarnaast vooral op het onderzoek naar de marteling en moord, met daarin ook een prominente rol voor enkele medewerkers van het Turkse justitieapparaat. Zij hebben de gruwelijke gebeurtenissen op 2 oktober 2018 op het Saoedische consulaat in Istanboel tot in detail uitgespit.

Khashoggi’s complexe levensloop, zijn positie in de recente historie van Saoedi-Arabië en de ingewikkelde relatie van dat land met de Verenigde Staten (van president Donald Trump) worden in Kingdom Of Silence, dat de kwestie meer met een helikopterview bekijkt, echt beter uitgediept. De Jamal Khashoggi van The Dissident lijkt vooral een typische Hollywood-held: een koene ridder, zonder smetjes of krasjes, die zich met gevaar voor eigen lijf en leden verzet tegen dictatoriale tendensen in zijn geboorteland. Hoewel ook Bryan Fogel dus een knap gemaakte en enerverende documentaire over deze onverkwikkelijke kwestie heeft afgeleverd, verdient Rick Rowleys film daardoor toch de voorkeur.

SanPa: Luci E Tenebre Di San Patrignano

Netflix

San Patrignano mocht dan in de geest van de jaren zestig zijn opgericht en bovendien een commune worden genoemd, oprichter Vincenzo Muccioli was toch eerst en vooral een man van de ‘tough love’. Hij schroomde niet om de ‘gasten’ van zijn afkickcentrum in het Italiaanse Rimini in het openbaar te vernederen, te laten aframmelen of dagenlang vast te ketenen in hun eigen isoleercel. Ze moesten en zouden stoppen met het gebruik van heroïne en/of cocaïne. Goedschiks dan wel kwaadschiks. Zonder hulpmiddelen bovendien. Gewoon ‘cold turkey’.

Veertig jaar na dato heeft de veelbesproken ‘goeroe’, die inmiddels al 25 jaar dood is, nog altijd fervente voor- en tegenstanders. In de vijfdelige serie SanPa: Luci E Tenebre Di San Patrignano (298 min.) krijgen ze alle ruimte om hun kant van het verhaal te doen: Muccioli’s zoon Andrea en broer Pier Andrea, een journalist en tv-presentator die verslag deden van de kwestie SanPa, de rechter die bij de zaak betrokken raakte en diverse ex-verslaafden, onder wie de huidige therapeutisch directeur van de instelling. Voor de één is Muccioli nog altijd een onomstreden rolmodel, voor de ander een machtswellustige charlatan.

Bijna vijf uur speeltijd is alleen wel erg ruim bemeten voor een in essentie tamelijk eenduidig verhaal over een man met een missie – met grootheidswaanzin, zou je voor hetzelfde geld kunnen zeggen – die hard in aanvaring komt met de autoriteiten en gaandeweg steeds meer onder vuur komt te liggen. Regisseur Cosima Spender neemt echt te veel tijd om allerlei deelonderwerpen uit te werken, die ook met een enkele pennenstreek hadden kunnen worden afgedaan.

Daardoor verdwijnt de in wezen interessante thematiek van San Patrignano – hoe hard je mag/moet zijn in de omgang met verslaving en verslaafden – in een brei van uitgebreide beschrijvingen, brisante onthullingen en maatschappelijke ontwikkelingen. Strengere selectie en een hoger verteltempo hadden van SanPa (internationale titel: SanPa: Sins Of The Savior) een véél betere productie gemaakt. Van een uurtje of anderhalf. Hooguit twee.

The Art Of Political Murder

HBO

Twee dagen nadat de Guatemalteekse bisschop Juan Gerardi een rapport over mensenrechtenschendingen had gepresenteerd, werd hij op zondag 26 april 1998 bruut vermoord. Blijkbaar zat niet iedereen te wachten op ‘s mans bevindingen over de burgeroorlog die tussen 1960 en 1996 woedde in Guatemala en zo’n 200.000 burgerslachtoffers had gemaakt. Of zat er toch een persoonlijk motief achter zijn uiterst gewelddadige dood? Kort nadat hij moest zijn gestorven, zag een dakloze man hoe een kerel met ontbloot bovenlichaam Gerardi’s woning verliet.

The Art Of Political Murder (89 min.) laat de tijd herleven dat het Midden-Amerikaanse land nog volledig werd verscheurd door de strijd tussen de militaire regering van stijfrechtse signatuur en linkse rebellen, die werden ondersteund door de oorspronkelijke Maya-bevolking van Guatemala. Deze tweespalt zou ook de loop van het politieonderzoek naar de moord op de bisschop en mensenrechtenactivist beïnvloeden. Kon het recht ooit zijn loop hebben binnen zo’n politiek geladen context? Zou er überhaupt een fatsoenlijk onderzoek naar de ware toedracht kunnen plaatsvinden?

Ruim twintig jaar na dato kijken de officier van justitie, direct betrokkenen en de dakloze ooggetuige, die nog een kaart in zijn mouw blijkt te hebben, in deze krachtige documentaire van Paul Taylor terug op Guatemala’s nationale tragedie, waarbij ook Gerardi’s eigen huisgenoot, eerwaarde Mario Orantes, nog een opmerkelijke rol zal spelen.

The Vow

HBO/Ziggo

Hoe zou het toch komen dat ik van letterlijk elk afzonderlijk personage van The Vow koude rillingen krijg?

Even recapituleren dan maar: eerst hebben ze zich stuk voor stuk volledig overgegeven aan een beweging die de maakbaarheid van het zelf tot religie heeft verklaard. Daarna zijn ze alles wat ze in die tijd deden of zeiden, op het enge af, gaan documenteren op papier, video en audio. Omdat dit van zulk wezenlijk belang was – voor de gehele mensheid, waarschijnlijk – dat er geen woord of idee verloren mocht gaan. En tenslotte zijn ze hun blijde boodschap met typische Amerikaanse overtuigingskracht, alsof er geen andere waarheid bestaat, op elk denkbaar podium gaan uitdragen.

En als de schellen dan eindelijk van hun ogen vallen over de aard van hun leider Keith Raniere en diens organisatie NXIVM – iets wat elke buitenstaander in één oogopslag had kunnen vaststellen – en ze zien dat ze onderdeel zijn geworden van een doodordinaire sekte, besluiten ze om met hetzelfde vuur datgene te gaan bestrijden waarvan ze zelf jarenlang onderdeel hebben uitgemaakt (en de misstanden die ze, al dan niet bewust, hebben gefaciliteerd). En ook dat wordt dan tot in detail vastgelegd en direct met de wereld gedeeld. Omdat ze ook nu voor de goede zaak staan en de waarheid in pacht hebben. Je hebt nu eenmaal het reli-gen of je hebt net niet.

Het is bijvoorbeeld bijna onverteerbaar om documentairemaker Mark Vicente (What The #$*! Do We know!?), één van de hoofdpersonen van deze negendelige serie van Jehane Noujaim en Karim Amer (The Square en The Great Hack), in beeld te zien transformeren van ideale NXIVM-discipel, die overal zijn TED Talk-versie op het leven verkondigt of simpelweg instemmend knikt als de kleine grote leider iets semi-diepzinnigs zegt, naar ideale NXIVM-afvallige, die overal zijn TED Talk-versie op het sekteleven verkondigt of simpelweg begripvol knikt als een vrouwelijk sektelid vertelt welk misbruik haar ten deel is gevallen op instigatie van diezelfde kleine grote leider.

Nu heeft Raniere het ook wel bont gemaakt. Vrijwel elke aflevering van deze met veel drama uitgeserveerde serie, die jeuk op alle mogelijke plekken veroorzaakt, brengt weer nieuwe onthullingen. Van supergeheime ‘sisterhoods’ en brandmerken tot wraakzuchtige rechtszaken en ‘collateral’ (chantagemateriaal, in de vorm van pijnlijke geheimen of naaktfoto’s, dat de ‘slaven’ moeten overleggen om hun trouw aan de organisatie te bewijzen). Waarbij opvalt hoeveel jonge Hollywood-acteurs en –actrices de kleine grote leider in zijn tent weet te lokken. En naar de tent in zijn broek, natuurlijk.

The Vow (526 min.) is overcompleet, eenzijdig en véél te lang. Met zijn ongelooflijke inkijk in de inwendige machinerie van NXIVM – vrijwel elke activiteit, conversatie of training lijkt te zijn vastgelegd – is de serie op de één of andere verwrongen manier tóch een aanrader voor iedereen met oprechte interesse in de werking van sekte-achtige organisaties en/of de diepgevoelde behoefte om zich eens ongegeneerd te ergeren aan mensen die het staren in hun eigen navel tot kunst hebben verheven.

Zoals ik al zei: koude rillingen over mijn hele lichaam (en toch voldoende goesting in datzelfde lijf om door te kijken – en door!).

En niet getreurd: er is inmiddels een tweede seizoen van The Vow aangekondigd.

The Ripper

Netflix

Pas als een gewoon zestienjarig meisje- en geen prostituee – het slachtoffer wordt van de onbekende moordenaar, dringt het verhaal van The Yorkshire Ripper halverwege de jaren zeventig eindelijk door tot Londen. Tot dat moment is het nieuws van de moorden in Noord-Engeland blijven hangen. Omdat het feit dat vrouwen uit de rosse buurt worden afgeslacht nu eenmaal slechts een beperkte nieuwswaarde heeft.

In de vierdelige serie The Ripper (196 min.) reconstrueren Ellena Wood en Jesse Vile met voormalige agenten, overlevenden, journalisten, ooggetuigen en kinderen van slachtoffers nauwgezet de jacht op de man, die jarenlang dwangmatig vrouwen om het leven bracht en ze vervolgens als menselijk afval dumpte. De speurders moesten het in die tijd nog zonder DNA doen en tastten volledig in het duister. Uiteindelijk smeekten ze hem zelfs om zichzelf aan te geven.

Hun onmacht is ruim veertig jaar na dato nog altijd tastbaar. Dit monster moest tot stoppen worden gebracht. Maar hoe? En hoeveel slachtoffers zou hij in de tussentijd nog kunnen maken? De man antwoordde uiteindelijk met een reeks provocerende brieven. Ondertekend met ‘Jack the Ripper’, de naam van zijn nooit ontmaskerde voorganger, die aan het eind van de negentiende eeuw een aantal prostituees vermoordde in Londen.

The Ripper onderscheidt zich van al die andere films en series over beruchte seriemoordenaars door zijn typisch Britse karakter. Deze true crime-productie speelt zich af tegen de achtergrond van verpauperde industriesteden zoals Leeds en Bradford en belicht de schokkende zaak bovendien tamelijk sec, zonder al te veel poespas of effectbejag. Zodat de ontluisterende ontknoping van de zaak uiteindelijk nóg harder binnenkomt.

Want deze Ripper hadden de jagers, ondanks al hun beperkingen, allang in het vizier kunnen én moeten hebben.

The Mole

Piraya Film / Wingman Media / VPRO

Wie is The Mole? Die vraag ligt voor de hand. Het antwoord ook: Ulrich Larsen, een onopvallende Deense huisvader. Hij begeeft zich als Scandinavische vertegenwoordiger van de Korea Friendship Association jarenlang in schimmige deals met de schurkenstaat Noord-Korea. Als westerse mol welteverstaan, in opdracht van en in samenspraak met regisseur Mads Brügger.

Sinds de Deense documentairemaker in 2009 een kritische film maakte over Kim Jong-Un’s onwezenlijke dictatuur, genaamd Det Røde Kapel, is hij daar zelf persona non grata. Na de release van die film wordt Brügger echter benaderd door Larsen, die hem alsnog de mogelijkheid biedt om de ware aard van het regime in Pyongyang te tonen.

Voor het zover is, zet de regisseur nog wel even enkele extra pionnen op het bord: Mr. James, een cokedealer in ruste die zich gaat voordoen als potentiële investeerder in Noord-Korea. En een voormalige geheimagente van MI5, Annie Machon, die zowel deze Mr. James als de mol na afloop grondig gaat debriefen. Zie daar de opzet voor de real life-spionagefilm The Mole (125 min.), waarin (waarschijnlijk) niemand is zoals hij/zij zich voordoet.

En net als in eerdere films als The John Dalli Mystery en Cold Case Hammarskjöld claimt Mads Brügger hoogstpersoonlijk de vertellersrol. In Engelstalige voice-overs met een moddervette Deense tongval, die welhaast net zo herkenbaar is als het Sauerkraut-Engels van zijn Duitse collega Werner Herzog. Trefzeker koerst Brügger door een internationaal schimmenspel, veelal vastgelegd met verborgen camera’s, dat zich voor een groot deel afspeelt op anonieme hotelkamers en in kale vergaderruimtes en dat soms zo grotesk lijkt dat het ongeloofwaardig wordt.

Hoe ze bijvoorbeeld het Oegandese eiland hebben gevonden om stiekem een wapenfabriek op te starten? ‘Google’, antwoordt Mr. James met een grote grijns op zijn gezicht. Mads Brügger heeft er achteraf wel spijt van dat hij de nepinvesteerder daarna naar China heeft laten vertrekken, waar zijn leven wellicht gevaar loopt. ‘Maar Mr. James is een man die van actie houdt en ik ben een filmmaker die van sensatie houdt. Dus is hij maar gegaan.’

Het is zulke onmiskenbare zelfspot, waarmee zijn serieuze onderzoeksjournalistiek een absurdistisch vernislaagje krijgt, die ook deze nieuwste ambitieuze onderneming van Mads Brügger kenmerkt. Daarmee reikt hij ditmaal niet zo enorm hoog als in bijvoorbeeld zijn onderzoek naar de dood van Verenigde Naties-topman Dag Hammarskjöld – ook doordat The Mole wel erg veel schimmige beelden van schimmige mannen op schimmige locaties bevat – maar laat hij opnieuw zien dat hij een geweldige neus heeft voor waar het stinkt.

Aan het eind resteert alleen nog steeds de vraag: wie is The Mole nu werkelijk? Wat heeft hij in al die jaren precies uitgevreten? En waarom ook alweer?

Murder On Middle Beach

HBO

Het moordslachtoffer was toegedekt. Beter: de moeder van Madison Hamburg was toegedekt. Hij onderzoekt haar gewelddadige dood in 2010 in de vierdelige serie Murder On Middle Beach (268 min.). Barb werd aangetroffen in de besneeuwde achtertuin van haar eigen huis in Connecticut. In eerste instantie leek het nog een gestorven dier dat daar lag. Het was bedekt met kussens. En bloed, zo bleek later. ‘Het’ bleek echter een ‘zij’.

Wat zegt het over de dader als het slachtoffer volledig is afgeschermd? Wil hij/zij niet geconfronteerd worden met de aanblik ervan? Zeker in situaties waarin dader en slachtoffer elkaar héél goed kenden lijkt dat een bruikbare hypothese. Dit wordt ook het (impliciete) uitgangspunt van Madison Hamburgs zoektocht, die ruim zeven jaar in beslag zal nemen: was het zijn eigen vader Jeffrey? Barbs tante Jill? Haar zus Conway? Of toch Madisons eigen zus (en Barbs dochter) Ali?

Het is alsof Hamburg als zoon en documentairemaker geblinddoekt een mijnenveld in wordt gestuurd, waarbij hij onderweg soms even mag rondkijken of via één van zijn verwanten kort een blik kan werpen op een specifieke kwestie. Zo stuit hij op diverse drama’s: fraude, alcoholisme, borderline, drugsverslaving en een heus piramidespel. Het lijken stuk voor stuk uitwassen van een volledig verwrongen familiesysteem, dat nu zelfs een mensenleven heeft gekost.

Madisons ontdekkingen worden in Murder On Middle Beach als een typische true crime-thriller uitgeserveerd, met onverwachte verhaalwendingen, tijdsprongen en cliffhangers. En een privédetective en verborgen camera-acties, natuurlijk. De persoonlijke insteek – een zoon die op zoek is naar wat zijn moeder fataal is geworden – geeft deze intrigerende serie, die gaandeweg wat stoom verliest, beslist meerwaarde. Voor Madison Hamburg, zoveel is duidelijk, staat er écht wat op het spel.

Zijn eigen positie zorgt tegelijkertijd ook voor complicaties. Zeker in relatie tot zijn vader Jeffrey moet Hamburg soms wel heel nadrukkelijk laveren tussen zijn verschillende rollen als zoon, filmmaker en amateurdetective. Dan wordt hij, de waarheidszoeker en -zegger, een exemplarisch voorbeeld van wat uiteindelijk misschien wel zijn voornaamste probleem is: als je je eigen familie niet (meer) kunt vertrouwen.