The Other F Word


Met dat ene F-woord hadden ze nooit al te veel moeite. Fuck the world. The Police. Of gewoon: You! Arrogante smoel opzetten, middelvinger erbij en klaar was kees. Dat andere F-woord kost de ouder wordende punkers in deze kostelijke documentaire aanmerkelijk meer kruim: father.

The Other F Word (99 min.) uit 2011 is een film die de groeipijnen in beeld brengt van eeuwige pubers, die ondanks zichzelf hebben gekozen voor het vaderschap. ‘You can do any fucked up thing you want to and say “I’m punk”’, zegt Fat Mike, de zanger van de Amerikaanse pretpunkband NOFX, over zijn jonge jaren. Nu maakt hij ‘s ochtends – in een badjas met zebraprint, dat wel – een ontbijt voor zijn dochtertje. Hij moet haar nog wel een keer uitleggen wat die twee SM-meesteressen op zijn linkerbovenarm betekenen.

Hoe zijn we van rebelleren tegen onze eigen ouders in Godsnaam zelf in de ouderrol terecht gekomen? vraagt Pennywise-zanger Jim Lindberg, de hoofdpersoon van deze film van Andrea Blaugrund Nevins, zich in een contemplatieve bui af. Na twintig jaar trouwe dienst overweegt hij om de band, en het bijbehorende bestaan ‘on the road’, te verlaten ten faveure van zijn gezin en een reguliere baan. Daarmee moet hij tevens afstand nemen van de gemeenschap waarin hij als misfit opgroeide en zijn oude strijdmakkers in de steek laten. Met een eventueel vertrek draait Lindberg ook hun punkrockdroom de nek om, zo realiseert hij zich.

Binnen de punkscene is het lastig volwassen worden, ook omdat een groot deel van de mensen om je heen dat ten enenmale weigert én omdat dit natuurlijk ook niet past bij het imago van een obstinate punker. Treffend is in dat verband een scène met Red Hot Chili Peppers-bassist Flea en zijn tienerdochter. Nadat ze samen een stukje op de piano hebben gespeeld, is het vader die zijn middelvinger meent te moeten opsteken naar de camera. Zijn dochter staat er, licht gegeneerd, bij te lachen. Hoe kun je je tegen zo’n ouder afzetten?

Als de relatie ouder-kind, en de rolverwarring die daarmee gepaard kan gaan bij deze mannen, ter sprake wordt gebracht, komt The Other F Word tot de kern: veel van de geportretteerde punkers onderhouden nog altijd een bijzondere moeizame relatie met hun eigen ouders. De boosheid daarover moest – en kwam – eruit via furieuze muziek. Als ze nu worden bevraagd over hun getroebleerde jeugd blijken onverwoestbare iconen als Flea, Rancid-brulboei Lars Frederiksen en Art Alexakis (Everclear) ineens heel kwetsbare jongetjes. Met felkleurd haar, ‘fuck authority’ T-shirts en een overdaad aan tatoeages, dat wel.

Over dat andere F-woord, Fuck, werd in 2005 trouwens ook al een documentaire gemaakt. Op het web is echter nauwelijks meer iets te vinden over het (als ik ’t me goed herinner) vermakelijke F*ck.

Gimme Shelter


Alsof de Duivel ermee speelt… Deze klassieke popdocu uit 1970 start met de welhaast demonische klassieker Jumpin’ Jack Flash, opgenomen tijdens een Rolling Stones-concert in New York. Na een absolute killerriff van Keith Richards fleemt Mick Jagger de wereldberoemde openingszinnen in de microfoon: ‘I was born in a cossfire hurricane and I howled at my ma in the driving rain.’

Met zichtbaar plezier kijken Jagger en de andere Stones de beelden terug in de montageruimte. Meteen daarna krijgen ze een radioverslag te horen van de tragische gebeurtenis waarmee de bijbehorende tournee en de weerslag daarvan, de documentaire Gimme Shelter (91 min.) van de gebroeders Albert en David Maysles en Charlotte Zwerin zal eindigen: Altamont.

Tijdens de Stones-show op dat festival, waar ook The Flying Burrito Brothers en Jefferson Airplane optraden, zou een man sterven. Hells Angels, die waren ingehuurd om de boel te beveiligen, staken de concertganger Meredith Hunter neer. Een tragische gebeurtenis die, samen met de moorden van de Manson Family, tegenwoordig wordt gezien als een kwaadaardige afrekening met de sixties.

Je voelt de gehele film aankomen dat het uit de hand gaat lopen op de Altamont Speedway. Voor een band die uitbundig flirtte met zijn Sympathy For the Devil, zou dat eigenlijk niet als een verrassing mogen komen. Toch is Mick Jagger, in een klassiek geworden scène van Gimme Shelter, duidelijk ontdaan als hij voor het eerst de beelden van Hunters gewelddadige dood te zien krijgt.

Als je wilt zien of horen wat een geweldige rock n’ roll-band The Rolling Stones (ooit) waren, luister dan naar de klassieke rocksong waaraan deze documentaire zijn naam ontleent of kijk naar de documentaire Crossfire Huricane van Brett Morgen.

Heaven Is A Traffic Jam On The 405


De Oscar voor beste korte documentaire ging eerder dit jaar geheel terecht naar Heaven Is A Traffic Jam On The 405 (40 min.), een aangrijpende kleine film over de getormenteerde Amerikaanse kunstenares Mindy Alper die kampt met smetvrees, dwangneuroses en depressies en tussen de problemen door prachtige tekeningen, sculpturen en schilderijen maakt.

Ze voelt zich nooit gelukkiger dan in een file op haar vaste stukje snelweg, waar ze naar de auto’s en mensen kan kijken. Haar eigen kleine stukje hemel. In deze film van Frank Stiefel daalt ze ook regelmatig af naar haar eigen hel, waar innerlijke demonen (opgeroepen door haar vader en moeder?) een normaal leven vaak onmogelijk maken.

Roy Orbison: Love Hurts

Wikipedia

Zijn gitzwarte outfits en eeuwige zonnebril spreken dertig jaar na zijn dood bijna net zoveel tot de verbeelding als zijn hits Oh, Pretty Woman, Crying en Only The Lonely. Want daarachter gaapt bij zanger Roy Orbison altijd die onmetelijke afgrond: een diep tragische familiegeschiedenis, met eerst een fataal motorongeluk en daarna een vernietigende huisbrand.

In Roy Orbison: Love Hurts (58 min.) verhalen zijn zoons Wesley, Roy Jr. en Alexander over hun beroemde vader, die carrière maakte in de gloriejaren van de rock & roll, in de seventies een midlife-crisis en bijbehorende hartaanval overleefde en als vijftiger een prachtige punt achter zijn carrière zette als lid van de superband Traveling Wilburys, met verder Bob Dylan, George Harrison, Jeff Lynne en Tom Petty in de gelederen.

Die zoons vormen de meerwaarde van dit soepele eerbetoon. In gedachten klimmen ze waarschijnlijk nog regelmatig op Roys knie en kijken van daaruit liefdevol op naar hun vader, die altijd een inspiratiebron is gebleven. Met het Royal Philharmonic Orchestra hebben de Orbison-broers ‘s mans dramatisch getoonzette liedjes onlangs van een nieuwe aankleding voorzien, de directe aanleiding voor deze popdocu. En met behulp van de moderne techniek kunnen ze tegenwoordig zelfs het podium op met hun veel bewierookte vader.

Binnenkort dus, springlevend!, in een theater bij u in de buurt, nu alvast in volle glorie op de kijkbuis: Roy Orbison!

Grizzly Man


Bij regisseur Werner Herzog dringt zich altijd de vraag op wie er nu eigenlijk het gekste is: de paradijsvogels en obsessievelingen die hij portretteert in zijn films? Of toch de bezeten filmmaker zelf, die steevast over ieders grenzen heengaat?

Zo portretteerde hij in de documentaire Little Dieter Needs To Fly, een verhaal dat Herzog later overigens ook als basis voor de speelfilm Rescue Dawn zou gebruiken, ooit een voormalige oorlogspiloot die jarenlang in een gevangenenkamp had gezeten. Hij had er een flinke tic aan overgehouden. Als Dieter Dengler een ruimte betrad of verliet, opende en sloot hij de deur voor de zekerheid nog een keer opnieuw (en opnieuw).

Dat dwangmatige gedrag was natuurlijk een prachtige metafoor voor het trauma dat Dengler in gevangenschap had opgelopen en de enorme behoefte aan vrijheid die hij sindsdien ervoer. Één klein probleempje: Herzog had die tic zelf verzonnen en zijn hoofdpersoon overtuigd/gedwongen om deze in zijn dagelijkse routine te incorporeren zolang de camera’s draaiden.

Welkom in de wereld van een filmmaker die altijd zijn eigen waarheid creëren. Voor objectieve feiten kun je beter je toevlucht nemen tot een willekeurig telefoonboek, zegt hij in de film Capturing Reality: The Art Of Documentary, een documentaire over het maken van documentaires. Daarvan moeten we het dus ook niet hebben in één van Herzogs aangrijpendste films, Grizzly Man ( 104 min.) uit 2005.

De berenman in kwestie, ene Timothy Treadwell, heeft zichzelf wijsgemaakt dat hij een soort huisvriend is geworden van een kleine groep grizzlyberen in Alaska. Voor zijn camera haalt hij, als een vlogger avant la lettre, ijzingwekkende toeren uit met levensgevaarlijke dieren waarbij een normaal mens uit de buurt zou blijven. De afloop laat zich dan ook raden – en is op een huiveringwekkende manier in deze film verwerkt.

Werner Herzog kreeg meer dan honderd uur beeldmateriaal van de berenknuffelaar (en zijn cameraschuwe vriendin Amie) in handen. Met dit found footage, dat hij paart aan interviews met mensen uit zijn directe omgeving, ontrafelt hij Timothy Treadwells tragische verhaal en onderneemt een meeslepende zoektocht door het op hol geslagen hoofd van de man die vanaf de uiterste rand van de samenleving hunkerde naar aandacht.

De Duitse filmmaker laat zich zelf natuurlijk ook niet onbetuigd. Met zoals altijd zwaar aangezette voiceovers met Duits accent, boordevolle uiterst diepe bespiegelingen over mens en leven, trekt Herzog Treadwells verhaal volledig naar zich toe. Het resultaat is een fascinerende film, die ook regelmatig voor jeuk op ongemakkelijke plekken zorgt en je mede daardoor lang bijblijft.

Jean-Michel Jarre: A Journey Into Sound


De gastenlijst voor zijn recente albums Electronica 1 en 2 leest als een who’s who van de elektronische muziek: van Moby, Massive Attack en The Pet Shop Boys tot deejay Armin van Buuren en filmcomponist Hans Zimmer. Die uitputtende verzameling figuranten werpt tevens een licht op de status van Jean-Michel Jarre binnen datzelfde muziekgenre. Voor het Electronica-project wist hij bovendien Who-gitarist Pete Townshend en de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden te strikken.

In de oerdegelijke televisiedocu Jean-Michel Jarre: Journey Into Sound (52 min.) van Birgit Herdlitschke worden plichtsgetrouw het leven en de carrière doorgenomen van de befaamde Franse componist/performer, die in 1976 met Oxygen het pad effende voor de moderne elektronische muziek. Tussen het vertellen door, in bijna verplicht ‘Allo Allo’-Engels, werkt Jarre met zijn prominente gasten aan de Electronica-cd’s. Stuk voor stuk hebben ze warme woorden en superlatieven te over voor de goed gecoiffeerde synthesizerpionier.

De nadruk blijft nadrukkelijk op Jarres muziek liggen. Hoewel hij spreekt over de moeizame relatie met zijn vader, de filmcomponist Maurice Jarre(Lawrence Of Arabia, Doctor Zhivago), en ook zijn tweede ex-vrouw, de Britse actrice Charlotte Rampling, uitgebreid aan het woord komt, is dit geen psychologisch portret van de mens Jean-Michel Jarre. Het is vooral een eerbetoon aan een invloedrijke muzikant.

How The Beatles Changed The World


Valt er, bijna vijftig jaar nadat ze het bijltje erbij neergooiden, nog iets te ontdekken over The Beatles? Alles lijkt zo langzamerhand toch wel gezegd over de meest bewonderde popgroep ter wereld (die ik als Stones-fan – ik zal het nu maar gewoon bekennen – in een provocerende bui wel eens de meest overschatte band uit de pophistorie noem)?

Aan superlatieven natuurlijk ook geen gebrek in het stevig doortimmerde carrièreoverzicht How The Beatles Changed The World (109 min.). In de eerste twee minuten van deze film van Tom O’Dell krijgt de ‘fab four’ bijvoorbeeld al de credits voor zo’n beetje elke politieke en culturele ontwikkeling die zich sinds de ‘swingin’ sixties’ heeft voorgedaan in de westerse wereld.

Nee, dit is niet de documentaire die de Beatles-films eens kritisch doorlicht, constateert dat sommige delen van het Lennon/McCartney-songboek toch wel erg zoetsappig zijn of – andere invalshoek – onderzoekt of Paul McCartney eigenlijk nog wel leeft. Deze televisiedocumentaire is en blijft eerst en vooral een eerbetoon aan de legendarische ‘Liverpudlians’.

Met een weldaad aan archiefmateriaal brengt O’Dell de stormachtige manier waarop de band de wereld veroverde tot leven en plaatst die overtuigend in zijn historische context. Ook het vaste contingent bewonderende kenners, dat zo’n beetje elke serieuze popdocu bevolkt, is weer ingevlogen. Met de gebruikelijke hyperbolen en superlatieven duiden ze The Beatles (en pikken intussen ook iets van de glans van de band mee voor zichzelf).

Zij moeten ook een beetje verhullen dat de belangrijkste nog levende spelers, Paul McCartney en Ringo Starr, niet aan het woord komen in deze verder behoorlijk complete docu. Daardoor blijft How The Beatles Changed The World toch wat op afstand. De film maakt wel overtuigend het punt dat ‘John, Paul, George en Ringo’ inderdaad de wereld veranderden. Maar, brengt de ongelovige Thomas in mij, daartegenin: dát deed mijn oude liefde, The Stones, ook.

The Man Who Would Be Polka King

Netflix

Netflix geeft je op dit moment de keuze: verkies je de werkelijkheid of de Hollywood-versie daarvan? Concreet: de gloednieuwe speelfilm The Polka King, met de comedian Jack Black in de hoofdrol, óf de documentaire waarop die is gebaseerd, The Man Who Would Be Polka King (67 min.) uit 2009. Het mogelijk duidelijk zijn voor welke film ik heb gekozen.

Beide films vertellen het wonderlijke verhaal van Jan Lewan(dowski), een Poolse zanger die begin jaren zeventig naar de Verenigde Staten vlucht om er de American Dream te gaan leven. Daar, ver van huis, herontdekt hij de muziek van thuis, de polka. Niet veel later heeft hij een heus polka-imperium opgebouwd, inclusief een bedrijf dat Poolse snuisterijen verkoopt en reisjes regelt waarbij gefortuneerde landgenoten op de foto mogen met prominente Polen als Lech Walesa en Paus Johannes Paulus II.

Intussen troggelt hij iedereen in zijn directe omgeving geld af, in een soort polka-variant op het pyramidespel waarmee Bernie Madoff enkele jaren later de Amerikaanse financiële sector zou ontwrichten. Lewan kon een iglo aan een eskimo verkopen, zegt een van de gedupeerden in deze smakelijke documentaire van John Mikulak en Johua Brown, die nog diverse andere larger than life-personages presenteert, zoals Lewans echtgenote Rhonda, een (krokodillen)tranen plengende voormalige Mrs. Pennsylvania, én de morsige verteller van deze film, de kroegtijger Stan Tadrowski.

Op basis van alleen de trailer van de speelfilm, waarin Jack Black een koddige versie van de geboren charlatan neerzet, durf ik gerust te beweren dat ook in dit geval ‘truth’ echt weer ‘stranger than fiction’ is. Alhoewel waarheid? Ook het kostelijke The Man Who Would Be Polka King bevat een vleugje Hollywood en helpt de werkelijkheid soms een handje: tijdens de aftiteling blijkt dat de schmutzige verteller Stan Tadrowski een typetje is van de acteur Greg Korin. Een inhoudelijke keuze die, achter bezien, prima aansluit bij het ‘too good to be true’-karakter van dit verhaal.

The Untold Tales Of Armistead Maupin


Hij was de man die acteur Rock Hudson vlak voor zijn dood ongevraagd outte. Schrijver Armistead Maupin kwam zelf pas op latere leeftijd uit de kast als homoseksueel en vond dat hij de Hollywood-held Hudson, die stervende was aan aids, moest helpen met schoon schip maken. Of de vermeende womanizer dat nu wilde of niet.

Het is één van de weinige keren dat The Untold Tales Of Armistead Maupin (91 min.) een weerhaakje vindt bij de chroniqeur van de gayscene van San Francisco, die met zijn eigen rubriek Tales Of The City in de plaatselijke krant een menselijk gezicht gaf aan de ontluikende LGBT-cultuur in de Verenigde Staten. Maupin had in deze zachte en ook wat veilige film van Jennifer M. Kroot, waarin zijn schrijfwerk een prominente plek krijgt en celebrities als Laura Linney en Ian McKellen de loftrompet over hem steken, soms wel wat scherper bevraagd mogen worden.

Hij oogt tegenwoordig als de gedistingeerde Republikeinse heer, die zijn conservatieve ouders ooit voor ogen moeten hebben gehad in de tijd dat hij, nog altijd stevig in de kast, een baantje had bij de rabiate homohater, senator Jesse Helms. Sindsdien is Maupin opgeschoven naar de andere kant van het politieke spectrum, naar homo-activisme. Toen het HIV-virus ongenadig huishield in de Amerikaanse homoscene en er, ook voor Armistead Maupin, geen weg terug meer was naar de bloeiperiode van San Francisco’s gaywijk Castro, die hij ooit zo treffend had opgetekend.

A Gray State


De overheid is de vijand van het volk. Het is tijd voor verzet. Gewapend verzet, natuurlijk. Om de geheime politiestaat voor eens en altijd een halt toe te roepen. De Amerikaanse Irak-en Afghanistan-veteraan David Crowley loopt al een tijdje rond met het idee om in dat kader een activistische film te maken, Gray State.

Er ligt al een script. Met een crowdfunding-actie is zelfs genoeg geld opgehaald om een spraakmakende trailer te maken, die viral gaat in alt-right kringen. Zelfs Amerika’s bekendste complotdenker Alex Jones maakt zich sterk voor de film, waarvoor een productiemaatschappij een behoorlijk bedrag wil neertellen.

En dan wordt het stil rond de Libertarische filmmaker Crowley. Todat hij dood in zijn huis in Minnesota wordt aangetroffen. Op de muur is met het bloed van zijn vrouw Komel, die eveneens is vermoord, ‘Allahu akbar’ geschreven. Even verderop liggen een opengeslagen Koran en het lichaam van hun vijfjarige dochtertje Raniya.

Alle ingrediënten voor een paranoïde thrillerdocu zijn voorradig. Toch wordt A Gray State (93 min.) van Erik Nelson een andere film dan je op basis van dat uitgangspunt verwacht. Ook omdat de ontknoping van het Crowley-drama niet in kringen van moslimfundamentalisten moet worden gezocht – al is niet iedereen daarvan overtuigd.

Op weg naar de climax laat Nelson de teugels bovendien nog wel eens flink vieren, waardoor A Gray State eigenlijk nooit zo spannend wordt als zijn eigen premisse.

The First Monday In May


Elke designer brengt zijn eigen muze mee. Een medewerkster van het Met-gala begint aan een opsomming van de iconen die straks over de rode loper zullen paraderen: ‘Prada heeft Emily Blunt. Ralph Anne Hathaway. Versace heeft J.Lo. Beyoncé, Kim en Kanye, Rihanna, Cara, Amber Heard, Chastain, Julianne Moore, al die mensen zijn van ons, geloof ik.’ En daarmee heeft ze slechts een begin gemaakt met de schier eindeloze lijst celebrities die zich melden voor deze Superbowl van de modewereld. En dan moet er ook nog een tafelschikking worden gemaakt.

‘China: Through The Looking Glass’, zo heet de tentoonstelling waarmee het New Yorkse Metropolitan Museum Of Art opnieuw het snijvlak tussen mode en kunst opzoekt. De Britse curator Andrew Bolton stelt hem samen en de onvermijdelijke Anna Wintour, de daadkrachtige hoofdredactrice van Vogue, houdt zich hoogstpersoonlijk bezig met de organisatie. Regisseur Andrew Rossi, die eerder een film maakte over The New York Times, volgt het tweetal tijdens de maandenlange voorbereidingen op The First Monday In May (90 min.) van 2015.

Daarbij ligt de nadruk op de keuze van de kunstwerken en de context waarbinnen die worden getoond. Hoe voorkom je bijvoorbeeld dat het beeld dat je creëert van China een hoog Disney- of Efteling-gehalte krijgt? Hoeveel draken en Ming-vazen kun je dan laten zien? En wie strijk je tegen de borst als je Mao te midden van Boeddha-beelden laat zien? Bolton en Wintour laveren in deze archetypische backstage-film voortdurend tussen twee culturen en ontkomen er niet aan om zo nu en dan politiek te bedrijven. Het sprankelende eindresultaat, waaraan door een strak aangestuurd team keihard is gewerkt, wordt uiteindelijk met veel grandeur ten overstaan van half Hollywood gepresenteerd.

Faithfull


‘I sit and watch as tears go byyy-hyyy-hyy-hyyy.’ Dat catchy refrein, speciaal voor haar geschreven door Mick Jagger en Keith Richards, raakt ze nooit meer kwijt. Marianne Faithfull, de onwillige (?) hoofdpersoon van dit traditioneel opgezette en met veel fraai archiefmateriaal aangeklede portret, zingt ’t ruim een halve eeuw later nog steeds.

Van het bevallige en brave meisje, dat in 1964 werd gelanceerd door de gewiekste Rolling Stones-manager Andrew Loog Oldham, is echter weinig meer over. De tranen hebben een spoor door haar leven en gezicht trokken. De gemakkelijke verklaring daarvoor is Mick Jagger, de man aan wie ze eerst vol-le-dig verslingerd raakte en daarna he-le-maal kapot ging. Totdat ze als de eerste de beste junk op een hoek van de straat belandde.

Sister Morphine, het nummer dat zij schreef en dat The Stones bekend maakten, is echter niet autobiografisch, zo bezweert ze in het wat brave Faithfull (61 min.) van de Franse actrice/regisseuse Sandrine Bonnaire. Na Jagger raapte ze zichzelf bij elkaar en vervolgde haar pad als een vrouw van het leven, met zwaar doorrookte stem en meer dan genoeg levenservaring voor een interessant muzikaal oeuvre.

Voyeur

Netflix

Het boek The Voyeur’s Motel moet in 2016 de kroon op de glorieuze carrière van Gay Talese als literaire journalist worden. Hij schreef over Frank Sinatra, Joe DiMaggio en de onlangs overleden Charles Manson en onderzocht in het veelbesproken boek Thy Neighbour’s Wife de seksuele moraal van Amerika in de jaren zestig en zeventig. Zo’n mooi verhaal, over een gluurder met zijn eigen motel, werd hem in zijn lange en imposante carrière echter niet eerder in de schoot geworpen.

De tintelende documentaire Voyeur (95 min.) belicht de pas de deux van twee hoogbejaarde mannen die hun leven en carrière met een daverende klap willen besluiten: de gevierde schrijver Talese, representant van de New Yorkse elite, en de schmutzige moteleigenaar Gerald Foos uit Colorado, die jarenlang via speciaal aangelegde roosters zijn eigen gasten bespiedde. Sinds 1980 hebben de mannen contact met elkaar. Ruim 35 jaar later besluiten ze om eindelijk naar buiten te treden.

De filmmakers Myles Kane en Josh Koury volgen de schrijver en zijn heerlijke ‘larger than life’-personage in de aanloop naar de publicatie van Taleses long read over Foos in The New Yorker, waarmee zijn boek lekker in de markt moet worden gezet. Niet veel later slaat de twijfel toe bij de oude rot Gay Talese, die alles al meegemaakt denkt te hebben: is dit een mooi verhaal óf gewoon te mooi om waar te zijn?

Het spannende verhaal van Talese en ‘peeping tom’ Gerald Foos heeft natuurlijk ook de interesse van Hollywood gewekt. Steven Spielberg en Sam Mendes hadden zelfs concrete plannen om er een speelfilm van te maken. Toen ze hoorden van de documentaire Voyeur hebben ze die echter afgeblazen.

Score


Zodra dat uit duizenden herkenbare surfgitaarloopje weerklinkt, waan je je direct in de wereld van Agent 007 die wordt bedreigd door het Spectre van Ernst Stavro Blofeld. Bij die overbekende pompeuze synthesizerklanken krijg je direct de neiging om als een ongetrainde Rocky Balboa een enorme trap te beklimmen en vervolgens zegevierend je vuisten ten hemel te heffen. En het dreigende Jaws-thema zorgt ervoor dat je zelfs in het poedelbadje van je kinderen op zoek gaat naar een opstomende haaienvin.

In Score (89 min.) zet regisseur Matt Schrader de schijnwerper op (de geschiedenis van) filmmuziek en de invloed die soundtracks hebben gehad op de ontwikkeling van het medium film. Aan de hand van grote componisten als John Williams, Thomas Newman en Hans Zimmer stoomt de documentaire van filmklassieker naar blockbuster. Behalve een feest der herkenning voor cinefielen levert dat ook tips en tricks van de musici op en inzicht in de psychologische betekenis van filmmuziek.

‘De componist fungeert bijna als een soort therapeut’, beweert Hollywood-icoon James Cameron. ‘Uit wat de regisseur zegt haalt hij de essentie.’ Soms wordt bijna tastbaar hoe dat in zijn werk gaat. Kijk bijvoorbeeld hoe Rachel Portman live op haar piano meespeelt met een voorlopige montage van de film Race, op zoek naar de juiste toon. Score, waarin ook de Nederlander Tom Holkenborg (Mad Max: Fury Road) uitgebreid aan het woord komt, is gelardeerd met zulke fascinerende scènes, aangevuld met een stortvloed aan hoogtepunten uit de filmhistorie.

Radiohead: Meeting People Is Easy


Als je er al je hele leven van droomt om eens met een wereldberoemde band de wereld rond te toeren, neem dan beslist Meeting People Is Easy (93 min.) tot je. Geloof me, deze documentaire van Grant Gee over Radiohead werkt als een ontmoedigingscursus en geneest je vast voorgoed van die behoefte.

Het is nu twintig jaar geleden dat de Britse groep zijn derde langspeler OK Computer uitbracht, een plaat die in de hele wereld werd onthaald als een absoluut meesterwerk. Tot afgrijzen van de band zelf. Niet veel later ging Radiohead op wereldtournee. En Gee’s camera mocht mee. Nooit eerder (of later) werd het leven ‘on the road’ zo genadeloos opgetekend.

Het Engelse vijftal laat het zich eerst nog braaf aanleunen; de overspannen loftuitingen, schijninterviews, tijdvretende fotosessies, ongemakkelijke ontmoetingen met hysterische fans, zenuwslopende clipopnames, kunstjes in televisieprogramma’s waarnaar ze zelf nooit zouden kijken, meetings met plaatselijke platenmaatschappijmedewerkers en tergend trage reisuren. Alsof het nooit, echt nooit, genoeg is.

Gaandeweg begint de alternatieve popgroep uit Oxford te morren en komt voorzichtig in verzet. Vanuit het besef dat deze lopende band, niet voor niets de muziekindustrie genoemd, pas halt houdt als je he-le-maal bent leeg getrokken en alles uit je handen laat vallen – of dreigt om dat te doen. Als een vijfkoppige zombie gaat Radiohead uiteindelijk ruim een jaar later huiswaarts.

Je kunt Grant Gee verwijten dat hij zijn roze bril bewust thuis heeft gelaten en elk willekeurig tafereel grijsgrauw inkleurt. Dat levert nochtans onvergetelijke scènes op – zoals het moment waarop zanger Thom Yorke tegen heug en meug het popblad NME bedankt voor het uitroepen van OK Computer tot album van het jaar – die bovendien wonderwel aansluiten bij de atmosfeer van Radioheads zwaarmoedige muziek.

Meeting People Is Easy is een soort eindeloze treurmars door de hele godganse popwereld, die je langzaam maar zeker, in het kielzog van Radiohead zelf, helemaal verzwelgt. De vervreemdende videotrack bij de collectie lijfliederen waarmee een complete generatie alto’s is opgegroeid in de jaren negentig.

Boudewijn Büch: Verdwaald Tussen Feit En Fictie

NTR

Hij heeft zich wat mij betreft onsterfelijk gemaakt, schrijver/televisiepersoonlijkheid Boudewijn Büch, met zijn messcherpe aanklacht tegen de publiek beleefde rouw na de moord op Pim Fortuyn in 2002: ‘De dood dient dood te blijven: stil, verdrietig en ongelooflijk doodstil.’

Enkele maanden later overleed Büch zelf, op 53-jarige leeftijd. Zoals hij zelf al had aangekondigd: hij kon niet meer leven met Het Carnaval Der Rouwenden. Na Büchs dood bleven de raadselen over zijn leven, die inmiddels de grondstof hebben gevormd voor de biografie Boud en twee documentaires.

In Boudewijn Büch  – De Dichter, De Dodo En Het Demasqué (52 min.) uit 2008 probeert Coen Verbraak samen met intimi en prominenten, zoals Diederik van Vleuten, Gerrit Komrij en Maarten ’t Hart, de ‘trieste ADHD-dichter’ (Harry de Winter), ‘dancing clown’ (vriendin Loan Son) en ‘een raar, dik, klein presentatortje uit Holland’ (Büch zelf) te duiden.

Centrale thema daarin is de fascinerende manier waarop hij in zijn verhalen, zowel zijn beweringen tegenover vrienden als de gebeurtenissen die uiteindelijk in romanvorm werden gegoten, omgaat met de (on)waarheid. ‘Het verzonnen leven’, zoals Adriaan van Dis dit noemt. Of ‘het personage Boudewijn Büch’, met zijn eigen breed uitgemeten fascinaties. Voor Mick Jagger, Goethe en blonde jongetjes bijvoorbeeld.

Die verhalen – waar, flink aangedikt of geheel verzonnen – domineren ook Boudewijn Büch – Verdwaald Tussen Feit & Fictie (56 min.) uit 2016. Deze spannende film van Leo de Boer, die donderdag wordt herhaald in Het Uur Van De Wolf, voert zijn biografe Eva Rovers op als verteller. Zij doorzocht Büchs persoonlijke archieven en diepte daaruit ook allerlei persoonlijke geschriften op, die worden voorgelezen door mensen uit zijn directe omgeving.

Waar Verbraak via Büchs werk en carrière stiekem bij hem naar binnen probeert te sluipen, richt De Boer zich vrijwel volledig op Boudewijns innerlijke leven. Tezamen schetsen de twee documentaires een indringend portret van een kleurrijke, gecompliceerde en tragische figuur, die blijkbaar niet met de naakte waarheid kon of wilde leven.

Chasing Trane


Halverwege de jaren vijftig lijkt zijn kostje gekocht. John Coltrane heeft een plek bemachtigd in de band van jazzlegende Miles Davis. De wereld ligt open voor de Amerikaanse stersaxofonist. Net als veel andere grootheden uit zijn metier heeft hij echter één probleem: die godvergeten naald. Eerder werd hij al eens door Dizzy Gillespie ontslagen vanwege drugsgebruik.

Coltrane heeft geen keuze, zo realiseert hij zich. Hij moet afkicken en gaat dus ‘cold turkey’, waarna hij zonder die eeuwige aap op zijn rug z’n loopbaan vervolgt. ‘Trane’ komt terecht bij alweer een jazzicoon (Thelonious Monk), start een solocarrière en mag later zowaar terugkeren bij Davis om het legendarische album Kind Of Blue op te nemen. Hij is terug van eigenlijk nooit weggeweest. Op weg naar muziek waarin hij ziel en zaligheid kan leggen, vereeuwigd op de langspeler A Love Supreme.

Chasing Trane (84 min.) van John Scheinfeld is een liefdevol portret van de ongrijpbare saxofonist, waarbij acteur Denzel Washington een stem geeft aan Coltrane zelf, met teksten uit interviews en liner notes. Hij wordt in de rug gedekt door een keur aan Amerikaanse prominenten; zijn jazzcollega’s Sonny Rollins en Jimmy Heath, de Afro-Amerikaanse intellectueel Cornel West, amateursaxofonist (en o ja, oud-president) Bill Clinton en popmuzikanten zoals Carlos Santana, Common en John Densmore (The Doors).

Hun verhalen en bespiegelingen, gepaard aan Coltranes weldadige muziek en fraaie archiefbeelden van de man in topvorm, schetsen een gloedvol beeld van de rasmuzikant, die op veertigjarige leeftijd overleed en in 1992 postuum een Grammy Lifetime Achievement Award kreeg.

Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring A Very Special, Contractually Obligated Mention Of Tony Clifton

Netflix

Met de speelfilm Man On The Moon uit 1999 presteerden enkele grootheden uit het metier op de top van hun kunnen. Had topregisseur Milos Forman zijn oude dag bijvoorbeeld beter kunnen beginnen dan met deze ontroerende film? Schreef de Amerikaanse band R.E.M. in zijn lange carrière een mooier liedje dan de melancholieke titeltrack? En was de Amerikaanse komiek Jim Carrey ooit beter op dreef als serieus acteur?

Carrey verloor zich tijdens de opnames volledig in zijn personage, de dwarse comedian Andy Kaufman en diens helemaal onmogelijke alter ego Tony Clifton. Ook als de camera’s niet draaiden bleef hij op de filmset volledig ‘in character’ alles en iedereen ontregelen. Waaronder zichzelf. Vóóral zichzelf, zou je kunnen zeggen.

‘Ging ik te ver?’, vraagt hij zich nu af voor de camera van Chris Smith. De ronduit fascinerende documentaire Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring A Very Special, Contractually Obligated Mention Of Tony Clifton (93 min.) wordt volledig verteld vanuit het point of view van Jim Carrey. Via Andy Kaufman (her)ontdekt hij zichzelf.

Hij krijgt die kans letterlijk. Voor Man Of The Moon werd een zogenaamde Electronic Press Kit gemaakt, die nooit is uitgebracht. De filmmaatschappij wilde destijds niet dat mensen door het filmpje ‘Andy Lives’ zouden gaan denken dat Carrey ‘een asshole’ was – of dat ze, ook niet onlogisch, aan zijn geestelijke vermogens zouden gaan twijfelen.

Het is bijna eng om te zien hoe Jim in die achter de schermen-beelden Andy wordt. Leven en kunst zijn volledig met elkaar verknoopt geraakt. Hoe kom je daar weer gezond uit? De openhartige acteur zelf verwoordt het nu vrij simpel: hij had vakantie van Jim Carrey. Naderhand wachtte gewoon weer zijn eigen leven, met al z’n gebruikelijke tekortkomingen en frustraties.

An Open Secret


#MeToo. Sinds de schandalen rond onder anderen Harvey Weinstein, Kevin Spacey en Job Gosschalk is seksuele intimidatie, en de bijbehorende doofpotcultuur, ‘the talk of town’ in zowel Hollywood als Hilversum. Drie jaar geleden maakte Amy Berg al een film over dit thema, An Open Secret (99 min.)

En een geheim zou het ook blijven. Er kraaide geen haan naar de film, die nochtans was gemaakt door een gerenommeerde filmmaakster die enkele jaren daarvoor nog een Oscar-nominatie had gekregen voor Deliver Us From Evil. In die documentaire richtte Berg zich op seksueel misbruik binnen de katholieke kerk. Toen ze haar aandacht verlegde naar Hollywood, kwam daar echter aanmerkelijk minder respons op.

Is An Open Secret simpelweg aan de aandacht ontsnapt of – samenzwerinnggg! – doelbewust onschadelijk gemaakt? Wie zal het zeggen? Omdat de film nu ineens heel actueel is geworden, heeft Amy Berg hem in zijn geheel op Vimeo gezet. Zodat iedereen alsnog kan kijken naar het relaas van enkele kinder- en tieneracteurs die in handen vielen van onvervalste Hollywood-roofdieren.

De film begint met fragmenten uit een aflevering van de populaire eighties-sitcom Diff’rent Strokes, waarin een oudere man het schattige joch Arnold probeert te verleiden. Voor de acteur Todd Bridges, die Willis speelde in de Amerikaanse televisieserie, kwam dat nét iets te dichtbij. Hij liep al enkele jaren rond met een geheim, dat hij maar niet kreeg kwijtgespeeld.

En daarin blijkt Bridges bepaald niet de enige. In deze schokkende documentaire komen zowat alle situaties en voorbeelden voorbij, die in de afgelopen weken al zoveel tumult hebben veroorzaakt in Medialand. De slachtoffers zijn alleen (nog) jonger. Afgaande op de beerput die in An Open Secret voorzichtig open wordt getrokken, zal de stroom geruchten, beschuldigingen en ontkenningen/bekentenissen uit de entertainmentindustrie voorlopig niet opdrogen.

La Chana

IDFA

‘Als ik danste, was ik gelukkig’, zegt Antonia Santiago Amador met gebroken stem. ‘Want ik ben geboren om te dansen.’ Die constatering spat werkelijk vanaf de allereerste seconde van La Chana (83 min.). Als de muziek weerklinkt, haar handen en voeten dat duizelingwekkende ritme vinden en ze haar kin weer fier omhoog steekt, wordt Antonia wie ze in wezen altijd is gebleven: de grootste flamencoster van haar tijd.

In deze intense documentaire, de publieksfavoriet van het IDFA in 2016, is ook een andere Amador te zien, die in weinig doet denken aan de gewezen flamencodanseres La Chana: een bejaarde zigeunervrouw die lam is geslagen door het leven, nadat ze dertig jaar geleden van het ene op het andere moment de schijnwerpers moest verlaten die haar zo gesierd hadden.

In het uiterst sfeervolle La Chana van regisseur Lucija Stojevic neemt de Spaanse danseres nog eenmaal de handschoen op. Hoewel ze tegenwoordig breekbaar oogt en bovendien minder goed ter been is, besluit Amador uit haar eigen schaduw te stappen en opnieuw de bühne, die haar ooit zo vertrouwd was, op te stappen en de confrontatie aan te gaan met haar publiek.