Leonard Cohen, Bird On A Wire


Bij een erkende ladiesman als Leonard Cohen verwacht je dat hij in het hiernamaals inderdaad is begroet door ruim zeventig bereidwillige maagden. De Canadese zanger met de sonore stem en zwaarmoedige muziek is nu precies een jaar dood. Ter gelegenheid daarvan vertoont Het Uur Van De Wolf vrijdag de klassieke documentaire Leonard Cohen, Bird On A Wire (106 min.), een film uit 1974 die enkele jaren geleden is gerestaureerd.

De Britse regisseur Tony Palmer volgt de romantische bard tijdens zijn Europese tournee van 1972. Het levert taferelen op die we sindsdien talloze malen hebben gezien in muziekdocumentaires: overvolle kleedkamers, flirtende dames, technische problemen, verplichte interviews, ontmoetingen met handtekeningenjagers en optredens op bijzondere plekken.

Toch blijft deze archetypische tourfilm, hoewel voor hedendaagse kijkers vast wat traag, over de hele linie boeien. De documentaire laat een artiest in topvorm zien. Een man die zijn kwetsbaarheid durft te tonen en die zichzelf gelukkig ook niet altijd even serieus neemt. ‘Leonard Cohen zingt zijn liederen van leed en vertwijfeling’, roept hij tijdens een concert vol zelfspot in de microfoon. ‘Daar komt hij, mensen.’

Behalve talloze memorabele scènes – zoals bijvoorbeeld een verhitte confrontatie met ontevreden fans, die de zanger na een mislukt concert hoogstpersoonlijk hun geld teruggeeft – bevat deze documentaire die van de aardbodem leek te zijn verdwenen ook een uitgebreide selectie Cohen-evergreens (waarvan de teksten voor de liefhebber bovendien netjes in het Nederlands zijn vertaald).

Bird On A Wire is een prima manier om (alsnog) te beginnen aan Leonard Cohen, die nu alweer een jaar de eeuwige jachtvelden afstruint en intussen ook gewoon op dit ondermaanse blijft voortleven.

Joan Didion: The Center Will Not Hold


‘Ik zit hier op dit eiland midden in de Stille Oceaan in plaats van een scheiding aan te vragen’, schrijft de Amerikaanse auteur Joan Didion in 1969 over haar huwelijksproblemen in Life Magazine. Haar echtgenoot, de schrijver John Gregory Dunne, heeft de tekst – zoals altijd – geredigeerd.

‘Hoe werkte dat dan?’, wil haar neef en filmmaker Griffin Dunne weten in de documentaire Joan Didion: The Center Will Not Hold (97 min.). ‘Welke afspraak hadden jullie over het schrijven over jullie innerlijke publieke leven?’ Er was geen deal volgens Didion: ‘Je gebruikte je materiaal. Je schreef wat je had.’

Het dagelijks leven dat nu eenmaal moet worden geleefd, zodat je het vervolgens als voedingsbodem voor boeken, essays en artikelen kunt gebruiken. Connie Palmen en haar toenmalige man Ischa Meijer kozen tijdens een gezamenlijke reis ooit een heel praktische aanpak en verdeelden eerlijk wat ze meemaakten. Over leven om te schrijven gesproken.

Het huwelijk van Joan Didion en haar John, die als echte schrijvers natuurlijk regelmatig elkaars zinnen afmaakten, loopt als een rode draad door deze oerdegelijke film, die via Didions oeuvre tevens de grote Amerikaanse thema’s en persoonlijkheden van de laatste vijftig jaar schetst. Van Charles Manson tot Dick Cheney.

Het is ook een verhaal geworden over het schrijven zelf (want daar schrijven schrijvers nu eenmaal ook graag over) en over hoe dat schrijven het leven van de schrijver drijft, beïnvloedt en – als dat leven je uit handen glijdt – helpt. Een onderhoudend verhaal, geen onbetwiste bestseller.

Een Hart Voor Heerlen

hartvoor

 

Heerlen, de lelijkste stad van het zuiden. Verslaggever Aart Zeeman was er in de jaren negentig vaste gast. Als hij verloedering, prostitutie of drugsoverlast in beeld wilde brengen, kon hij bijna blind afreizen naar het gevaarlijke stadscentrum van Heerlen. Gegarandeerd slecht nieuws. Sinds de sluiting van de plaatselijke steenkoolmijnen, een halve eeuw geleden, had de Limburgse stad elke vorm van grandeur verloren.

Enter Heerlenaar Michel Huisman. Kunstenaar van beroep en een uitgesproken hater van de goedkope en smakeloze architectuur die zijn geboortestad grondig heeft verpest. In een onbezonnen bui stampte hij een ambitieus plan voor een nieuw stadshart uit de grond, dat tot zijn eigen verbazing werd omarmd door het stadsbestuur.

Aart Zeeman zoekt de flamboyante Huisman op en loopt in Een Hart Voor Heerlen (50 min.) samen met hem door zijn geesteskind in aanbouw, het Maankwartier. Met het eigenzinnige project, dat over ruim een jaar klaar zou moeten zijn, heeft hij zowel vrienden voor het leven als gezworen vijanden gemaakt. Sommigen zien in hem een ziener, anderen vinden hem maar een vervelende praatjesmaker en luchtfietser.

Die tegenstanders hebben zijn leven behoorlijk verziekt, aldus Huisman. Nooit eerder kreeg hij in zijn carrière zoveel stront over zich heen als tijdens dit ene, toevallige uitstapje naar de architectuur. Die botsing tussen de droom van een kunstenaar en de zakelijke dadendrang van bepaalde politici en vastgoedmannen geven deze onderhoudende journalistieke documentaire een lekker kartelrandje.

De Erfenis Van Luther


Zou de hedendaagse westerse wereld een moderne Maarten Luther kunnen gebruiken? Die vraagt dringt zich onvermijdelijk op tijdens het bekijken (nee: ondergaan) van De Erfenis Van Luther (55 min.), het eigenzinnige filmessay van Peter Greenaway over Maarten Luther die 500 jaar geleden de protestantse Reformatie in gang zette.

Het vertrekpunt voor dit beeldenbombardement (is het een documentaire?) was nu eens niet het woord. Nee, in den beginne was het beeld, constateert de alom aanwezige verteller Jochum ten Haaf in de openingsscène. Met behulp van schilderijen, tekeningen en prenten uit de zestiende en zeventiende eeuw verbindt hij het leven van Luther en zijn verzet tegen de dominantie en arrogantie van de katholieke kerk vervolgens op onnavolgbare wijze met hedendaagse thema’s.

Het virtuoze De Erfenis Van Luther heeft een behoorlijk hoog instapniveau en verteltempo, waardoor de film waarschijnlijk slechts een select publiek zal bereiken. Greenaways bespiegelingen over de grote hervormer Maarten Luther zijn echter moeiteloos te vertalen naar onze eigen wereld, waarin de aanbidders van Mammon, de God van het (grote) geld, bijvoorbeeld ook wel wat weerwoord en verzet kunnen gebruiken.

Jan Wolkers Spreekt…

NTR

‘Een andere Wolkers dan het cliché van de letterkundige branieschopper.’ Deze documentaire, die tien jaar na zijn dood wordt uitgebracht, legt de lat vanaf het begin hoog. Is het werkelijk mogelijk om het beeld van een gevierde schrijver/kunstenaar, die een heel publiek leven heeft geleid, te doen kantelen?

Voor Jan Wolkers Spreekt… (55 min.) heeft Wim van der Aar toegang gekregen tot privé-opnamen van Jans weduwe Karina Wolkers, die hij heeft aangevuld met een variëteit aan beeld- en geluidsmateriaal, zoals bijvoorbeeld b-roll beelden van de verfilming van Turks Fruit en Wolkers’ allereerste televisie-interview, waarin hij zich opmerkelijk dienstbaar opstelt naar de letterlijk hoog boven hem verheven interviewer.

Van der Aar vist die grabbelton met liefde leeg, waarbij de nadruk ligt op Wolkers’ Amsterdamse bloeiperiode van 1963 tot 1977. Uit dat laatste jaar stamt ook een interviewfragment met Jan Fillekers, dat helemaal aan het eind van de film is geplaatst. Daarin neemt de schrijver alvast een voorschot op zijn eigen nalatenschap.

Jan Wolkers beweert dat hij altijd zijn manuscripten verbrandt en zojuist het originele typoscript van zijn onlangs verschenen roman De Kus heeft geslachtofferd. ‘Ze vinden van mij niks terug’, zegt hij ferm (nadat we bijna een uur naar materiaal uit ‘s mans archief hebben zitten kijken). ‘Het boek, het eindproduct, dat is het. Dat ben ik.’

Zou Jan Wolkers destijds al hebben geweten dat dit je reinste onzin was? Op 19 oktober jongstleden, zijn tiende sterfdag, verscheen ook al Het Litteken Van De Dood. Een boek, geschreven door Onno Blom, de biograaf die Wolkers vlak voor zijn dood zelf aanwees. Blijkbaar wilde de grote schrijver toen allang zijn sporen niet meer uitwissen.

Ik Hoor Alles – Vincent Bijlo


Alsof de kamer waarin je je levenlang comfortabel hebt gewoond elke dag nét een beetje kleiner wordt. Totdat je er uiteindelijk niet meer kunt staan, zitten of liggen. Zo ongeveer, weet ik veel, moet het voelen voor de blinde cabaretier Vincent Bijlo. Zijn gehoor, de levenslijn naar andere mensen én zijn liedjes, gaat zienderogen achteruit.

Ik Hoor Alles – Vincent Bijlo (51 min.) van Floris Alberse, afgelopen donderdag te zien bij Het Uur Van De Wolf, is een film in de direct cinema-traditie. De camera volgt en observeert, ogenschijnlijk zonder dat de maker ingrijpt. Met subtiele geluidseffecten probeert hij de kijker echter wel degelijk mee te nemen naar Bijlo’s belevingswereld, waarin oorsuizingen zijn communicatie met de wereld en muzikale werk beginnen te bedreigen.

Ogenschijnlijk gelaten accepteert Vincent Bijlo zijn lot. Als hij een luistertest moet ondergaan, en zijn gehoor weer blijkt te zijn verslechterd, voel je als kijker echter de onderliggende wanhoop. Even later spreekt hij die uit in een lied: ’Er zit helemaal geen klootzak in mijn oren die langzaam de volumeknop dichtdraait. Het is gewoon een stom genetisch foutje.’

Het is een van de spaarzame momenten waarop de aimabele hoofdpersoon het onzegbare uitspreekt: een wereld waarin hij niet kan zien én horen. Zover zal het hopelijk niet komen. Waarschijnlijk wacht hem een toekomst waarin zijn natuurlijk gehoor wordt vervangen door een implantaat. Met een beetje pech draait dat gehoorapparaat alleen wel elk gevoel voor melodie de nek om.

Dat vooruitzicht hangt in deze sensitieve film als een zwaard van Damocles boven Vincent Bijlo’s al even sensitieve hoofd.

De Stamhouder


Een onvervalste bestseller is nog geen garantie voor een overrompelende film. In het boek De Stamhouder heeft journalist en voormalig correspondent in Moskou Alexander Münninghof op meeslepende wijze zijn bijzondere familiehistorie opgetekend.

De gelijknamige documentaire van Ger Poppelaars voelt een beetje als een herhalingsoefening. De Stamhouder (55 min.) is traditioneel van opzet, erg praterig (met bovendien een tamelijk statige voice-over) en raakt slechts zelden het grote drama aan dat het boek zo bijzonder maakt.

Waar het verhaal van Münninghofs moeizame relatie met zijn vader, die in de tweede wereldoorlog voor de Waffen-SS koos, in zijn autobiografie bijvoorbeeld vonkt en schrijnt, blijft die in de film tamelijk vlak. Alexander is een uitstekende, beschouwende verteller, maar wordt voor de camera nooit echt zoon.

De geschiedenis van de Münninghofs, die de familie van Riga tot pak ’m beet Oss heeft gevoerd, blijft niettemin een heel bijzonder verhaal. En op de momenten dat de hoofdpersoon wordt geportretteerd te midden van zijn eigen gezin, weet deze verfilming zich soms heel even aan de schaduw van het boek te ontworstelen.

One More Time With Feeling

Pulse Films

Als een grauwsluier hangt het drama boven elke scène van de diep ontroerende documentaire One More Time With Feeling (113 min.), zonder dat het tragische ongeluk zelf steeds ter sprake komt. Arthur, de vijftienjarige zoon van zanger Nick Cave, viel van een klif. Sindsdien is niets meer hetzelfde.

Cave liep nooit voorop in de polonaise binnen het feesten- en partijencircuit. In zijn zwartgeblakerde muziek zocht hij nadrukkelijk de schaduwzijden en rafelranden van het leven op. Die Cave had nochtans iets onaantastbaars. Alsof de zwaarmoedigheid van zijn muziek nooit écht vat kreeg op de man zelf.

Tot die fatale veertiende juli in 2015 kon hij moeiteloos doorgaan voor de ongenaakbare hogepriester van de alternatieve popmuziek. Een positie die hij in de overrompelend mooie documentaire 20.000 Days On Earth uit 2014 nog op weergaloze wijze uitbuit. Welnu, die Nick Cave bestaat niet meer. Nooit meer, vermoedelijk.

In de man die in stemmig zwart-wit wordt geportretteerd in One More Time With Feeling (2016) is iets kapot gegaan. Via muziek probeert hij samen met zijn gezin en muzikale partners de weg terug naar het leven te vinden. Regisseur Andrew Dominik vertelt dat verhaal niet lineair, doet nauwelijks aan duiding en hengelt ook niet opzichtig naar grote emoties.

Met aangrijpende interviewfragmenten, verloren scènes en prachtige muziek, die uiteindelijk zijn weg heeft gevonden naar het Nick Cave-album Skeleton Tree, laat hij een man in verwarring zien. Rouw is nu eenmaal geen logisch proces waarin je stapsgewijs alle verplichte fasen doorloopt, waarna aan het eind van de tunnel altijd prachtig licht gloort.

Sinds hij ooit woest aan de rock & roll-deur klopte met zijn band The Birthday Party is Nick Cave een geliefd onderwerp van Nederlandse televisiemakers. Zo portretteerde Bram van Splunteren Cave bijvoorbeeld dertig jaar geleden in Stranger In A Strange Land, een portret dat integraal op YouTube is te vinden.

Echt Herman Koch

Witfilm

De literatuurlijst op middelbare scholen moet onmiddellijk worden afgeschaft. Dat is niet mijn mening, maar die van Neerlands succesvolste schrijver Herman Koch. Als je iets moois de nek wilt omdraaien, zo is zijn stellige overtuiging, dan moet je het verplicht stellen op school.

In de boeiende documentaire Echt Herman Koch (52 min.) portretteert regisseur Pieter Verhoeff de eeuwige rebel, die ooit bekend werd via het satirische televisieprogramma Jiskefet en zich daarna toelegde op het schrijverschap.

Verhoeff kan daarbij putten uit prachtig beeldmateriaal (Herman Koch in een bandje, met (lang) haar en schmierend in obscure filmpjes en klassieke Jiskefet-scènes) en spreekt met (jeugd)vrienden zoals Michiel Romeyn, Frans Thomése en Griet op de Beeck.

Met hen probeert hij de enigmatische Koch te duiden. De hoofdpersoon zelf, ‘een Mexicaanse sluipschutter’ aldus Romeyn, komt voornamelijk aan het woord via voorgelezen boekfragmenten en publieke optredens in het kader van de Boekenweek. Vanaf de buitenkant probeert Verhoeff zo aan Kochs binnenkant te komen.

Gaga: Five Foot Two

Netflix

Afgelopen week moest Lady Gaga vanwege (fysieke) klachten haar Europese tournee afzeggen. Het klinkt cru, maar in wezen was dat bericht een passend vervolg op de documentaire Gaga: Five Foot Two(100 min.), die enkele dagen later op Netflix zou verschijnen. Het zorgde bovendien voor een nieuwsmomentje waarmee die film nog eens extra onder de aandacht kon worden gebracht.

Gaga’s noodgedwongen pitstop levert ongetwijfeld ook ooit weer een nieuwe plaat of creatie op. Zo werkt dat in het door haar gecreëerde universum. Zoals de dood van haar 19-jarige tante Joanne, veertig jaar eerder, de basis vormde voor het album, waaraan de zangeres werkte tijdens de filmopnames voor deze intrigerende documentaire.

Die tante, waarmee Lady Gaga zich gaandeweg is gaan identificeren, levert de fly on the wall-film van Chris Moukarbel tevens een memorabele scène op als Gaga een aan haar opgedragen liedje voor het eerst laat horen aan Joannes moeder, haar eigen oma. Die wil alleen maar niet zo emotioneel worden als haar kleindochter waarschijnlijk had verwacht/gehoopt.

Als het bijbehorende album, tevens Joanne getiteld, enige tijd later uitkomt, is de naam van Gaga’s tante inmiddels uitgewerkt tot een soort logo, dat is te vinden op billboards en trainingsjacks. Het innerlijk lijkt in Lady Gaga’s wereld zo steeds volledig te worden veruiterlijkt.

De camera betrapt Gaga (de échte, welteverstaan) in de documentaire op haar kwetsbaarste momenten – en voor de liefhebbers ook topless. De echte Stefani Germanotta, een uiterst getalenteerde artieste, laat zich nochtans zelden zien in de voorstelling die Lady Gaga opvoert in Five Foot Two. Imago en identiteit zijn ogenschijnlijk helemaal door elkaar gaan lopen.

Het lijkt soms alsof ze geen idee meer heeft wie ze was, is of wil zijn. Of juist veel te goed. Als kijker zie je ’t met een gevoel van opperste vervreemding aan. Alsof je met de armen over elkaar langs de kant van de weg staat te wachten tot dat gruwelijke ongeluk gebeurt, waaraan je je vervolgens kunt verlekkeren.

Deze film, waarin Lady Gaga zelf wordt opgevoerd als producer, is uiteindelijk niets minder dan een (onbedoeld) demasqué. Niet zozeer van de persoon Stefani Germanotta, als wel van de wereld waarvan zij het gloriërende, supergedreven of juist diepbedroefde middelpunt moet zijn. Het prinsesje dat, ondersteund door haar gedienstige hofhouding en joelende onderdanen, moet zien te overleven in Gagaland.

Metallica: Some Kind Of Monster


Samen met zijn inmiddels overleden samenwerkingspartner Bruce Sinofsky heeft Joe Berlinger op zijn minst drie onvervalste documentaireklassiekers op zijn naam staan: het tragische relaas van enkele wereldvreemde broers in Brother’s Keeper, de hartverscheurende true crime-trilogie Paradise Lost en deze nietsontziende blik in het zwarte hart van ’s werelds grootste metalband.

Metallica: Some Kind Of Monster (141 min.) werd door Berlinger en Sinofsky gefilmd in de jaren 2001-2003 en was oorspronkelijk gewoon bedoeld als een verslag van de opnames van album nummer zoveel, St. Anger. Niemand kon voorzien dat de pleuris zou uitbreken bij de Amerikaanse methalheads.

Eerst ruimt bassist Jason Newsted het veld, daarna raakt zanger James Hetfield helemaal verstrikt in zichzelf en laat hij zich opnemen in een ontwenningskliniek. Na zijn terugkeer barst de echte crisis los: de frontman komt lijnrecht tegenover drummer en voormalige boezemvriend Lars Ulrich te staan. Er moet zelfs een therapeut aan te pas komen, die de boel, ondanks talloze groepssessies, maar niet gelijmd krijgt.

Terwijl de twee haantjes elkaar naar de keel vliegen blijft de camera genadeloos draaien. Intussen is er ook nog altijd geen nieuwe bassist gevonden. Het voortbestaan van de band Metallica, die eigenlijk te groot is geworden voor z’n individuele leden, hangt in deze zinnenprikkelende documentaire voortdurend aan een zijden draadje.

Whitney: Can I Be Me

Showtime

Je kunt het meisje wel uit ‘the hood’ halen, maar haal je ‘the hood’ daarmee ook uit het meisje? Whitney Houston, de zwarte zangeres die in de jaren tachtig werd verkocht als een blanke popster, kon er eigenlijk geen vrede mee hebben. Mag ik alstjeblieft mezelf zijn?, schijnt ze regelmatig te hebben gevraagd.

De aangrijpende documentaire Whitney: Can I Be Me (100 min.) van Nick Broomfield en Rudi Dolezal komt achter de facade van het wereldwijde fenomeen Whitney Houston en richt zich op het meisje met de koosnaam ‘Nippy’, dat opgroeide in een volksbuurt van Newark en daar een tragische voorliefde voor drugs opdeed.

Whitney: Can I Be Me is te vergelijken met de Oscar-winnende film over de Britse zangeres Amy Winehouse, die eveneens aan een langverwachte overdosis overleed. Eigenlijk vind ik deze documentaire zelfs beter omdat ie er ook echt in slaagt om Houstons onvermijdelijke ondergang te duiden.

Hoewel diverse familieleden en direct betrokkenen van de zangeres, onder wie haar zingende moeder Cissy Houston, aan het woord komen is Whitney een ongeautoriseerde film. Kevin MacDonald (Marley) werkt intussen aan een officiële documentaire over de zangeres, die ook binnen afzienbare tijd moet uitkomen.

Dancer


Als de openingsscène van een film over een balletdanser wordt begeleid door een klassieker van de metalband Black Sabbath, dan weet je dat het niet om zomaar een danser gaat. Dat klopt. Hij heet Sergei Polunin en lijkt daadwerkelijk de Iron Man van het internationale ballet.

De meeslepende documentaire Dancer (77 min.), die donderdag wordt uitgezonden door Het Uur Van De Wolf, wrikt de deur open bij de Oekraïense ‘bad boy of ballet’ en komt zo voorbij het dwarse gedrag, de opzichtige tatoeages en nonchalant geëtaleerd drugsgebruik.

Filmmaker Steven Cantor gaat op zoek naar de twintiger die zijn jeugd heeft geofferd voor zijn gave. Terwijl hij als jongetje naar een exclusieve balletschool in Kiev werd gestuurd, vertrokken zijn vader en oma naar respectievelijk Portugal en Griekenland om te werken, zodat die opleiding ook kon worden betaald. Niet veel later lag het hele gezin Polunin aan diggelen.

In Dancer stelt Sergei zich de vraag of ’t het allemaal waard was en wat dansen eigenlijk nog betekent in zijn leven. Leeft hij zijn eigen droom of die van een ander?

Eagles Of Death Metal: Nos Amis

HBO

Wat als een fijn hoofdstuk had moeten worden bijgeschreven in Het Grote Popgeschiedenisboek (rockheld neemt boezemvriend op sleeptouw en maakt vervolgens ook hem wereldberoemd) kreeg een inktzwarte bladzijde in de maag gesplitst: Bataclan.

Eagles Of Death Metal, de band van zanger/gitarist Jesse Hughes en zijn behulpzame vriend Josh Homme (frontman van Queens Of The Stone Age en voormalig gitarist van de invloedrijke woestijnrockband Kyuss), is onlosmakelijk verbonden geraakt met de terroristische aanslag bij een concert in Parijs op 13 november 2015.

Op die barre avond vonden 89 fans de dood. Eagles Of Death Metal: Nos Amis (83 min), een documentaire van acteur/regisseur (en zoon van) Colin Hanks, reconstrueert de gruwelijke gebeurtenissen en werkt toe naar de moedige terugkeer van de Amerikaanse rockband naar Parijs, slechts drie maanden later.

Zoals The Roling Stones in 1969 de tragedie bij Altamont (toen een festivalganger werd gedood door Hells Angels die waren ingehuurd als beveiliging) te boven kwam en Pearl Jam het Roskilde-festival van 2000 (toen negen fans werden dood gedrukt) overleefde, proberen Jesse Hughes en zijn band Bataclan een plek te geven.

Deze aangrijpende film zou een prima startpunt kunnen zijn. En dan zien we voor het gemak door de vingers dat Hughes’ controversiële uitspraken tijdens zijn terugkeer in Parijs, bijvoorbeeld over Bataclan-beveiligers die betrokken zouden zijn bij de aanslag, volledig achterwege zijn gelaten. Laten we die (logisch) onderdeel van een ongetwijfeld heftig rouwproces noemen.

The Wrecking Crew


Waar pak ’m beet The Byrds, Sonny & Cher en The Beach Boys met de eer gingen strijken, was het in werkelijkheid een select groepje sessiemuzikantenen uit Los Angeles dat het leeuwendeel van hun grootste hits inspeelde. De fijne documentaire The Wrecking Crew (101 min.), die donderdag door Het Uur Van De Wolf wordt uitgezonden, ontrukt hen aan de vergetelheid.

Gezamenlijk kunnen deze onbekende klasbakken, die ook fungeerden als huisband voor sterproducer Phil Spector, een compleet hitdossier met fifties en sixties-klassiekers vullen; van Da Doo Ron Ron en You’ve Lost That Lovin’ Feeling tot Good Vibrations en These Boots Are Made For Walkin’.

Het bekendste lid van The Wrecking Crew, de onlangs overleden Rhinestone Cowboy Glen Campbell, slaagde er overigens in om ook een succesvolle solocarrière op te bouwen. Over zijn allerlaatste tournee, waarin hij bijgestaan door familieleden de gevolgen van Alzheimer probeerde te maskeren, werd onlangs een prachtige documentaire gemaakt.

Terwijl The Wrecking Crew opereerde vanuit de Amerikaanse westkust, was er aan de oostkust, in Detroit om precies te zijn, nog een andere verborgen superband. En natuurlijk werd ook daar een documentaire over gemaakt. In Standing In The Shadows Of Motown worden de zogenaamde Funk Brothersin het zonnetje gezet, de band achter een hele schoenendoos vol aan onuitwisbare soulhits.

Over helden op de achtergrond gesproken: op Netflix is nog altijd de Oscar-winnende documentaire 20 Feet From Stardom te zien, een film die achtergrondzangeressen als Darlene LoveMerry Clayton en Cindy Mizellevoor eens en voor altijd vol in de spotlights zet.

De Erfenis


27 Jaar na zijn dood is het werk van Ed van der Elsken nog altijd springlevend. Dit voorjaar was er bijvoorbeeld een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam, genaamd De Verliefde Camera, die was gewijd aan zijn werk als fotograaf en cineast.

De Erfenis (72 min.) richt zich op het privéleven dat Van der Elsken zelf ook zo vaak gebruikte in zijn werk. De hoofdpersoon van deze indringende documentaire is zijn beschadigde zoon. Daan, die als jongeling behoorlijk ontspoorde, is inmiddels in de vijftig en blijft stelselmatig vastlopen in het leven.

Ironisch genoeg gaat hij nu wederom voor het oog van de camera, ditmaal van zijn goede vriend Joris Postema, op zoek naar zijn jeugd met die beroemde vader en de rol die deze decennia later nog altijd speelt in zijn getormenteerde bestaan.

Wilde Ed echt alleen zijn vader zijn als hij wist dat de camera draaide? Of was en is er meer aan de hand in het leven van zijn zoon Daan van der Elsken? Deze fascinerende film probeert een antwoord te formuleren.

I Think We’re Alone Now


De documentaire I Think We’re Alone Now (74 min.) van Sean Donnelly schildert een dubbelportret van twee mannen die helemaal idolaat zijn van – zeg maar gerust: geobsedeerd zijn door – het Amerikaanse tienersterretje Tiffany.

De een, Jeff Turner (die al eens een contactverbod opgelegd heeft gekregen), noemt zichzelf liever vriend dan fan van de zangeres die één wereldhit had. De ander, de hermafrodiet Kelly McCormick, is ervan overtuigd dat Tiffany en hij zijn voorbestemd voor elkaar.

Beiden zijn gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, het syndroom van Asperger, en leiden een bestaan aan de rafelranden van de samenleving. Met minder oog voor hun persoon en situatie zou je hen simpelweg kunnen afdoen als (gevaarlijke) stalker.

Sommige scènes, als ze contact proberen te krijgen met hun idool of pochen over hun innige relatie met haar, zijn bijna te pijnlijk om aan te zien. Na het bekijken van het huiveringwekkende I Think We’re Alone Now vechten oprechte compassie en koude rillingen om voorrang.

Je krijgt daarnaast ook echt te doen met Tiffany.

Begin 2023 verschenen enkele updates van Sean Donnelly over hoe de film is gemaakt en hoe het nu is met Jeff Turner en Kelly McCormick.

To Stay Alive


Is lijden noodzakelijk om de poëzie in jezelf te ontdekken? Ik vat de basisgedachte achter de gestileerde documentaire To Stay Alive (60 min.) maar even op zijn Jan Boerenfluitjes samen (al blijf ik ergens het gevoel houden dat ik niet tot de kern van de film ben doorgedrongen).

Regisseur Erik Lieshout heeft gepoogd het manifest Overleven – een handleiding van de Franse schrijver Michel Houellebecq te verbeelden. Als verteller kiest hij voor Iggy Pop, zanger van de legendarische band The Stooges. Hij wordt omringd met enkele gevoelige misfits die zich staande proberen te houden in de grote boze buitenwereld.

De documentaire is poëtisch, maar ook heel erg geconstrueerd. Ik mis ruimte voor spontaniteit, de mogelijkheid dat er iets onverwachts zou kunnen gebeuren dat de hele vertelling doet kantelen. Bovendien oogt de archetypische rockgod Iggy Pop buiten zijn gebruikelijke setting soms bijna als een goedkope poseur, compleet met Frank Underwood-achtige onderonsjes met de kijker.

Hoewel To Stay Alive toewerkt naar een krachtige apotheose, waarin Pop en Houellebecq worden samengebracht, is het een documentaire die even vaak intrigeert als irriteert. Een film waar je ook niet altijd vat op krijgt. En dat vinden de makers, zo vermoed ik, vast geen al te groot probleem.

Hier Komt Piet Hein Eek

hierkomt

Donderdag herhaalt Het Uur Van De Wolf de boeiende documentaire Hier Komt Piet Hein Eek (55 min.) over de uiterst succesvolle Eindhovense ontwerper. Eek is de man die sloophout van de stort redde en er basismateriaal voor zeer gewilde designmeubels van maakte. Sinds kort heeft hij zelfs een eigen collectie bij Ikea, genaamd JASSA.
Regisseur Niek Koppen zoekt in zijn portret van Piet Hein Eek en het bedrijf dat hij samen met enkele getrouwen heeft opgebouwd de spanning op tussen de kunstenaar en de ondernemer Eek. Hoe kan hij zijn werkplaats, winkel en restaurant draaiende houden en toch trouw blijven aan zijn eigen ideeën en idealen?
En wie/wat moet er wijken voor Eeks ambitie?

A Modern Man

VPRO

Als een soort James Bond van de viool dendert hij door het bestaan: in een splinternieuwe Porsche, tijdens handtekeningensessies met verrukte (vrouwelijke) fans en als model voor Boss en Armani.

Charlie Siem, de loverboy van de klassieke muziek, speelt de hoofdrol in de observerende documentaire A Modern Man (58 min.) van regisseur Eva Mulvad. Hij wil koste wat het kost excelleren en daarvoor moet eigenlijk alles wijken. Vrienden heeft hij daarom niet, pocht Siem op een terrasje tegenover een aantrekkelijke dame.

De film speelt zich volledig af op openbare plekken: kleedruimtes, restaurants en hotelkamers. Alsof Siem helemaal geen persoonlijk leven heeft. Ook de mensen waarmee hij zich omringt, of het nu fans zijn of z’n ouders of persoonlijke assistent, worden nooit meer dan figuranten. Echt contact lijkt er nauwelijks te ontstaan.

Gaandeweg begint de Teflonlaag van de mediagenieke violist echter slijtageplekken te vertonen en wordt hij toch, ondanks zichzelf, geconfronteerd met de schaduwkanten van zijn levensstijl. Aan het eind van deze straffe documentaire resteert een man(netje) alleen. Shaken not stirred, zo vermoed ik.