Super/Man: The Christopher Reeve Story

HBO Max

Het is een tafereel dat meer Hollywood is dan Hollywood: een jaar nadat hij bij een wedstrijd van z’n paard is gevallen, laat acteur Christopher Reeve (1952-2004) zich toejuichen tijdens de Oscar-uitreikingen van 1996. Hij heeft een dwarslaesie opgelopen, kan niet meer zelfstandig ademen en is veroordeeld tot een rolstoel. De wereld waarin hij groot is geworden als Clark Kent/Superman verwelkomt hem met een staande ovatie en betraande ogen.

De ontroerende en ook wel enigszins ongemakkelijke scène markeert de overgang van de oude naar de nieuwe Christopher Reeve. Van de acteur die furore had gemaakt als superheld en daarna al enige tijd op z’n retour leek naar de man die ruw was teruggeworpen op zichzelf, fysiek een slap aftreksel van de imposante man van staal die hij ooit was geweest, en zich toen opnieuw zou uitvinden als een held voor alle mensen met een beperking.

Noem dat gerust ook een Hollywood-verhaal, een gestroomlijnde en vast ook behoorlijk geromantiseerde versie van het leven dat de Amerikaanse acteur daadwerkelijk heeft geleid. Zo wordt het tenminste door Ian Bonhôte en Peter Ettedgui gepresenteerd in de documentaire Super/Man: The Christopher Reeve Story (104 min.), een film waarin Reeves leven en loopbaan tot aan het ongeluk en zijn opvallende remonte daarna parallel worden verteld.

Samen met zijn kinderen Matthew, Alexandra en Will, eerste vrouw Gae, vriend John Kerry, arts Steven Kirshblum en bevriende collega’s zoals Susan Sarandon, Jeff Daniels en Glenn Close bewijzen ze Super/Man twintig jaar na zijn dood alle eer. Alleen zijn beste vriend, de komiek Robin Williams, ontbreekt. Die is zelf ook alweer tien jaar dood, maar pakt desondanks een Oscar-waardige bijrol in deze verfilming van Reeves aangrijpende levensverhaal.

Door zijn ongeluk werd Christopher Reeve een betere man, echtgenoot en vader, zo is het gevoel bij de mensen uit zijn directe omgeving. Typisch Hollywood overigens – en vast ook niet onwaar, hooguit wat vet neergezet. En wat Superman – niet de vliegende adonis, maar de breekbare man in de rolstoel – op het gebied van de emancipatie van mensen met een lichamelijke beperking in gang heeft gezet, wordt anno 2024 nog altijd voortgezet door zijn nabestaanden.

Witches

MUBI

Enkele eeuwen geleden zou ze wellicht op de brandstapel zijn beland – in plaats van in een kliniek voor vrouwen die net een kind hebben gekregen.

Na de geboorte van haar zoon, nu drie jaar geleden, raakte Elizabeth Sankey verstrikt in zichzelf. Een stem in haar hoofd vertelde de Britse filmmaakster dat de wereld beter af zou zijn zonder haar. Ze wilde al snel niet meer leven en was bang dat ze haar eigen kind iets zou aandoen. Deze wirwar van inktzwarte gevoelens ging duidelijk verder dan de ‘baby blues’ waarin sommige moeders belanden. Sankey was terechtgekomen in een postpartum psychose. Binnen een maand na de geboorte moest ze worden opgenomen.

In een andere tijd en wereld, betoogt Sankey in het bekroonde video-essay Witches (90 min.), zou ze wellicht zijn beschouwd als een heks. Want zo ontdeden gemeenschappen zich soms van eigenzinnige, kritische én instabiele vrouwen. Die werden tot ‘outcast’ verklaard en uit hun natuurlijke omgeving verwijderd. Dan hoefden anderen ook niet in te gaan op wat ze zeiden of hun klachten serieus te nemen. De geschiedenis kent talloze voorbeelden van zulke ‘heksen’ die worden verstoten – of definitief uitgeschakeld.

Elizabeth Sankey verbindt haar eigen verhaal en dat van enkele lotgenoten met die beladen geschiedenis. Ook in beeld: met talloze fragmenten uit speelfilms, die op een virtuoze manier worden verknoopt met haar persoonlijke relaas – al is die connectie eerder associatief dan letterlijk en soms ook enigszins gekunsteld. Ze wil duidelijk iets kwijt over hoe we naar vrouwen in het algemeen kijken en hoe zij worden opgezadeld met predicaten als maagd, hoer, meisje, moeder en (goede en slechte) heks.

Sankey doet haar verhaal vanuit een klassiek decor, midden in beeld zittend en recht in de camera kijkend. Alsof ze zich rechtstreeks tot de kijker wil richten, in de overtuiging dat die nodig van de ernst van de situatie moet worden doordrongen. Én zodat zij niet kan worden weggezet als de zoveelste hysterica, die het leven nu eenmaal niet aankan. Zo’n houding is namelijk niet zonder gevaar: zelfdoding is één van de belangrijkste doodsoorzaken bij zwangere vrouwen en vrouwen die net een kind hebben gekregen.

Dave Emson, de enige man in deze indringende film, blijft daarvoor waarschuwen. Zijn vrouw Daksha worstelde al langer met haar psychische gezondheid, maar stopte met haar medicatie toen ze zwanger werd van hun dochter Freya. In stilte, bang om te worden gezien als een slechte moeder en haar kinderen kwijt te raken, worstelde Daksha met een postpartum psychose. Met dramatische gevolgen. ‘Ik kan niet toestaan’, stelt Dave, ‘dat mijn meiden, en andere moeders en baby’s, tevergeefs sterven.’

Met voorbeelden van andere moeders die uit het dal wisten te klimmen en hulp van de supportgroep Motherly Love, waarin vrouwen met elkaar praten over de schaduwkanten van het moederschap, vond Elizabeth Sankey de weg terug naar zichzelf en haar kind. De groep heeft mijn leven gered, zegt ze vanachter de camera tegen oprichtster (en ervaringsdeskundige) Milli Richards. Allebei ervoeren ze hoe heilzaam de stilte verbreken en delen – en de angst, schaamte en schuldgevoelens achterlaten – kan zijn.

Witches brengt die boodschap glashelder, en toch op een volstrekt originele en eigenzinnige manier, over het voetlicht: hoe belangrijk ’t is dat moeders in nood serieus worden genomen en professionele zorg krijgen. Ook, of juist, omdat ’t zo’n beangstigende gedachte is dat zij, de vrouwen die doorgaans de veiligste plek op aarde vormen, hun kind iets zouden kunnen aandoen.

Lowcy Skór

HBO Max

Tussen 2000 en 2002 hebben ambulancemedewerkers in Lodz mogelijk honderden patiënten gedood. Uitroepteken. De Poolse documentairemaakster Aleksandra Potoczek start de vierdelige serie Lowcy Skór (Engelse titel: Skin Hunters, 165 min.) met deze ontluisterende constatering en ontleedt vervolgens het verbijsterende ‘Huidjagers’-schandaal.

Dat begon in zekere zin al in 1989, toen Polen het communisme afzwoer. In tijden van ontluikend kapitalisme zocht menigeen nadrukkelijk de grenzen op. En dus werden er in Lodz, een stad waar altijd al een vrijgevochten sfeer hing, al snel flyers van uitvaartcentra verspreid onder ambulancemedewerkers. Zodat zij wisten waar ze mensen die net waren geconfronteerd met een sterfgeval naartoe moesten sturen.

‘Het was azen op de nabestaanden’, kan Tomasz Wójcik, de eigenaar van uitvaartcentrum Styks, zich nog goed herinneren. Hij kijkt met enige wroeging terug op zijn handel en wandel in die tijd. ‘Die mensen dachten niet logisch na, dus je kon veel geld uit hen krijgen. Voor alles wat werd gedaan: het verplaatsen van het lijk, het gebruik van een brancard in plaats van alleen lakens… Voor alles moest betaald worden.’

En toen die horde eenmaal was genomen, volgden er nog veel meer ethische grenzen om, zonder al te veel nadenken en met een steeds dikkere portemonnee, te passeren. Vaak stonden de begrafenisondernemingen, ingeseind door de centrale van de hulpdiensten, dus al te wachten op de plek waar een ziekenauto naartoe was gestuurd. En als de patiënt dan onverhoopt tóch nog niet dood wilde, gingen ze gewoon langs bij ‘McDonald’s’.

Dat was dan weer een eufemisme voor een blokje om rijden of even pauze nemen. Totdat een interventie niet meer nodig was – en de patiënt helaas overleden. En anders konden ze die natuurlijk ongevraagd een dosis Pavulon verstrekken, een heftig medicijn dat verstikking kan veroorzaken. Het was daarna vanzelfsprekend nog maar een kleine stap naar het intimideren van klokkenluiders of artsen die niet wilden meewerken aan deze zwendel.

Ruim twintig jaar later is het gewetenloze handelen van de ‘huidjagers’ en de normvervaging binnen een deel van de Poolse gezondheidszorg, zodat een ambulance-arts zonder problemen met de bijnaam ‘de Engel des Doods’ door het leven kon, nog altijd nauwelijks te bevatten. Het is te danken aan enkele onderzoeksjournalisten, die zich helemaal vastbijten in deze morbide handel in leven en dood, dat de zaak überhaupt aan het licht komt.

Aleksandra Potoczek beent de naargeestige kwestie helemaal uit met enkele (geanonimiseerde) direct betrokkenen, klokkenluiders, onderzoekers en nabestaanden, kan beschikken over beelden van de geruchtmakende Huidjagers-rechtszaak en illustreert alle verwikkelingen met fraaie animatiesequenties, waarin kraaien, begeleid door duistere muziek, loeren op potentiële slachtoffers en leven van het leeg pikken van hun lijken.

Terwijl veel sleutelfiguren uiteindelijk aan vervolging wisten te ontsnappen, ontwikkelde ene Andrzej Nowocien, die ervan werd beschuldigd dat hij hoogstpersoonlijk Pavulon zou hebben toegediend, zich tot het gezicht van de huidjagers. De stuurse ambulancemedewerker en enkele andere onderknuppels draaiden op voor het bizarre schandaal, waarbij een mensenleven tegelijkertijd een aardige som geld en helemaal niets waard bleek te zijn.

Martha

Netflix

Het zorgt bijna automatisch voor leedvermaak als iemand die het perfecte leven lijkt te leiden ineens publiekelijk onderuit gaat. Het gebeurt de Amerikaanse zakenvrouw, schrijfster en mediapersoonlijkheid Martha Stewart in 2004. Vanwege handel met voorkennis in ImClone-aandelen moet ze voor vijf maanden naar de gevangenis. Daarna probeert Martha (115 min.), bijna pensioengerechtigd inmiddels, gewoon een comeback te maken.

Voordat ze een influencer avant la lettre werd, de belichaming van de ideale huisvrouw en de koningin van de perfectie, had Stewart al een carrière als fotomodel en beurshandelaar achter de rug. Pas toen ze zich met catering ging bezighouden – en zo ontdekte dat ze gevoel had voor hoe ‘t hoorde, eruit moest zien en zou overkomen – realiseerde ze zich echter waar haar perfectionisme en oog voor detail het best tot hun recht zouden komen.

In deze gedegen film van R.J. Cutler (Belushi, Billie Eilish: The World’s A Little Blurry en Big Vape: The Rise And Fall Of Juul) blikt ‘de selfmade miljardair’ terug op haar lange loopbaan, die uiteindelijk toch een stuk succesvoller is gebleken dan haar persoonlijk leven. Want de relaties van Martha Stewart met haar ouders, echtgenoten en kinderen houden bepaald niet over. Haar huwelijk met eerste echtgenoot Andy strandde bijvoorbeeld na 27 jaar vanwege overspel van manlief.

‘Zullen we over iets leukers praten?’ zegt ze met een ijzige glimlach tegen Cutler als dit ter sprake komt. Wie zonder zonde is, weet Stewart als geen ander, werpe de eerste steen. Ze doet graag zelf haar verhaal en zit niet altijd te wachten op Cutlers interventies. Hij stelt soms pittige vragen. En anderen vullen dat dan weer, buiten beeld, aan met hun eigen herinneringen en gedachten. Daarbij gaat vanzelfsprekend ook veel aandacht uit naar het schandaal dat Stewart haar imago kostte.

Dat is vervat in een iconisch tv-fragment. Als Martha Stewart, in de keuken waar ze voor haar wekelijkse bijdrage aan The Early Show een salade gaat maken, op alle mogelijke manieren heeft geantwoord dat ze zich van geen kwaad bewust was bij de aankoop van ImClone-aandelen, vraagt presentatrice Jane Clayson naar Stewarts smaak nét iets te lang door. ‘Ik wil me nu concentreren op mijn salade’ zegt ze bits, woorden die haar positie en houding perfect weerspiegelen.

En dan moeten de rechtszaak en het vonnis nog komen. ‘Ik vond het verschrikkelijk om dat te moeten doorstaan’, vertelt Stewart nu. Voor ‘die idioten van het Openbaar Ministerie’, waaronder de latere FBI-directeur James Comey, heeft ze nog altijd geen goed woord over. ‘Die aanklagers hadden in de blender gedaan moeten worden’, zegt ze ijzig. ‘Ik was een trofee. Een prominente vrouw, de eerste vrouwelijke miljardair van Amerika. We hebben haar!’

Cutler neemt de tijd voor Stewarts periode in de gevangenis en gebruikt die uiteindelijk om haar te laten transformeren in een nieuwe, opvallend ‘streetwise’ Martha. Een influencer op leeftijd die tegenwoordig net zo gemakkelijk loopt te geinen met rapper Snoop Dogg als dat ze vroeger recepten bereidde of huisvrouwentips deelde. Tegelijk is duidelijk dat Martha Stewart in de voorbije jaren veel is kwijtgeraakt van wat ze in een heel leven had opgebouwd.

En over deze documentaire heeft ze zo haar eigen mening, blijkt uit een interview met The New York Times, waarin Stewart R.J. Cutler van onder uit de zak geeft: het verkeerde interviewshot, een slechte soundtrack en te veel aandacht voor die rechtszaak. Je hoort en ziet ‘t haar bijna zeggen, op koele toon en met een zuinig mondje. Terwijl ze op de valreep zowaar ook nog iets positiefs weet te bedenken over Martha: de eerste helft van die film is eigenlijk heel behoorlijk.

Michel En De Handen Op Zijn Huid

Stephan Vanfleteren / Max

Ze studeren sociologie, geschiedenis, social work of organisatiewetenschappen. En los van elkaar – en toch samen – zorgen ze daarnaast voor Michel, die in zijn laatste levensfase is aanbeland. Gewone studenten met een bijbaan dus, géén zorgprofessionals. En Michel is de Vlaamse acteur Michel van Dousselaere, die in 2014 werd gediagnosticeerd met een zeldzame vorm van progressieve afasie.

Over die aandoening maakte zijn geliefde Irma Wijsman in 2018, samen met Patrick Minks, al eerder een film: Michel – Acteur Verliest De Woorden. In deze persoonlijke documentaire is te zien hoe Van Dousselaere, geholpen door een souffleur, een rol speelt in de theatervoorstelling Borgen en zelfs nog een monoloog kan houden. Zolang een ander maar voor de woorden zorgt. Tegelijkertijd reconstrueert Wijsman met collega’s de carrière van de karakteracteur en laat ze de camera toe op hun meest kwetsbare momenten samen.

In Michel En De Handen Op Zijn Huid (56 min.) geeft ze ‘Does’ een soort leven na de dood. Samen met de vier studenten die hem tijdens zijn laatste jaren intensief hebben verzorgd – en tussendoor ook gewoon lol maakten met de aan hen toevertrouwde man, die ook zonder woorden kon communiceren wie hij was en wat hij waardeerde – maakt ze twee jaar na zijn overlijden een reis naar het Noord-Spanje. Op een bergtop wil zij zijn as uitstrooien. Onderweg praat het gezelschap over de periode die achter hen ligt en toont Wijsman tevens hoogtepunten uit Van Dousselaeres carrière.

Zij fungeert zelf als verteller tijdens die trip – al is er ook nog een enigszins larmoyante voice-over van ‘Michel’ zelf, geschreven door Elvis Peeters en op zalvende toon ingesproken door de Belgische acteur Dirk van Dijck. Wijsman praat tijdens de autorit, de pittige bergwandeling in Spanje en het nachtje kamperen nabij de top met de studenten over hoe ‘t is om op jonge leeftijd een zorgtaak op je te nemen. Met eigen ogen hebben zij kunnen waarnemen hoe iemand op z’n allerkwetsbaarste momenten toch z’n persoonlijkheid en menszijn behoudt.

Zo bezien is deze persoonlijke roadmovie, waarin ‘t er soms alleen wel erg dik bovenop ligt, een onverholen pleidooi voor menselijke zorg. Zorg op maat, zoals Irma Wijsman dit zelf noemt. Want die is natuurlijk goed voor de patiënt, maar zeker ook niet slecht voor de zorgverlener.

Jamal

Videoland

De ene na de andere dreun heeft hij in de voorgaande jaren moeten incasseren. In het najaar van 2020 lijkt Jamal ben Saddik eindelijk klaar voor een titelgevecht met zijn grote rivaal Rico Verhoeven. En dan krijgt de Belgische kickbokser ineens ernstige rugpijn. Bovendien wacht hem een halfjaarlijkse controle in het ziekenhuis om te kijken hoe ‘t staat met de schildklierkanker die hem al tweemaal eerder heeft overvallen.

Daarmee is het leed echter nog niet geleden voor Jamal (120 min.) in deze driedelige serie van Duco Coops, die als maker echt met z’n neus in de boter valt. Ben Saddik heeft al sinds december 2018 niet meer gevochten en moet daarom op een andere manier aan z’n brood zien te komen. De zaak waar de vechter uit de beruchte Antwerpse wijk Borgerhout mobiele telefoons verkoopt, bezorgt hem alleen ook weer de nodige problemen. Totdat de Marokkaanse Belg nauwelijks meer een uitweg ziet.

Ben Saddik wil weer terug de ring in, met een nieuwe trainer bovendien: Mike Passenier, de man die ook Badr Hari groot heeft gemaakt. Samen hebben ze eigenlijk te weinig tijd om hem volledig te prepareren voor een gevecht. Coops stapt met hen in de tunnel die Jamal desondanks een heroïsche overwinning moet bezorgen. Eerst wordt hij in Mike’s Gym in Oostzaan zowel fysiek als mentaal klaargestoomd, daarna volgt in het Arnhemse Gelredome de krachtproef met een imposante opponent.

Dit tweegevecht, de apotheose van de tweede aflevering, krijgt bijna Rocky-achtige allure, waarbij de outsider zowaar de gedoodverfde favoriet lijkt te kunnen vloeren. Duco Coops vangt zowel de dramatische aanloop naar het gevecht, inclusief de ‘stare down’, verbeten peptalks en de tergend lange laatste minuten voordat ze eindelijk de ring in mogen, als de adrenaline van de navolgende kamp, waarbij de twee elkaar beurtelings het licht uit de ogen lijken te gaan slaan en trappen.

Als er te langen leste dan toch een overwinnaar is uitgeroepen, wordt de hoofdpersoon in deze geladen miniserie weer teruggeworpen op zichzelf. Alle anderen, zowel zijn begeleiders als tegenstanders, zijn niet meer dan passanten. Uiteindelijk lijkt Jamal Ben Saddik toch vooral tegen zichzelf te vechten – en de beelden die hij bij anderen, inclusief politie en justitie, oproept over zichzelf. Een eenzamere strijd bestaat er niet.

Human Forever

Videoland

‘Goedemiddag, ik ben weer thuis’, groet Teun Toebes zijn medebewoners als hij na een bezoek aan z’n moeder weer bij zijn kamer in Utrecht arriveert. ‘De buurman…’, kondigt hij zichzelf daarna aan bij de oudere vrouw die naast hem woont. ‘Ik vind ‘t fijn om je weer te zien.’ De montere twintiger is terug op de gesloten afdeling van een verpleeghuis, waar een groep dementerende ouderen is ondergebracht en hij zelf enige tijd geleden kamer 3 heeft betrokken.

Dat is geen noodgreep geweest. Verpleegkundige, schrijver en idealist Toebes is er doelbewust gaan wonen, om zo aandacht te vragen voor de kwetsbare positie van Nederlanders met dementie. In de wetenschap dat het aantal dementerenden in de wereld de komende decennia enorm zal toenemen. Jongeren van nu hebben een aanzienlijke kans op een afhankelijke, verwaarloosde en eenzame oude dag. De gedreven jongeling vindt dit duidelijk een onverdraaglijke gedachte. En dat probleem los je zeker niet alleen op met (meer) geld. Sterker: daarover spreekt Toebes helemaal niet.

In Human Forever (79 min.), de film die hij heeft gemaakt met Jonathan de Jong en Bastiaan Brand en die onlangs een Gouden Kalf voor de best bezochte Nederlandse bioscoopdocumentaire heeft gekregen, gaat hij op zoek naar een antwoord op deze kolossale maatschappelijke uitdaging. Toebes steekt daarvoor zijn licht op in zorginstellingen in Moldavië, Denemarken, Zuid-Korea, Zweden, België en Zuid-Afrika en gaat daar in gesprek met bestuurders, deskundigen, professionals en – vooral – de ouderen zelf, een permanente bron van inspiratie voor deze zorgvernieuwer.

Toebes legt gemakkelijk contact, kan van een praatje een gesprek maken en geeft/vraagt ook regelmatig een knuffel. Zijn benadering weerspiegelt het ideaal dat hij voorstaat: menswaardige zorg, waarbij het individu wordt gezien en vat houdt op z’n eigen leven. Hij vervat zijn bevindingen in een wat zalvende, opgelegde voice-over, die nogal nadrukkelijk de toon zet in de film. En dat is toch eerder een pleidooi geworden voor het serieus nemen van zowel dementie als de dementerenden dan een spannende vertelling waarvoor kijkers op het puntje van hun stoel gaan zitten.

Het is vooral Toebes’ natuurlijke omgang met ouderen die ’t moet doen. In Het Zonnehuis te Apeldoorn ontmoet hij bijvoorbeeld een 96-jarige mevrouw, die niet zo nodig honderd hoeft te worden. ‘Ik ben toch helemaal niet meer van enig nut’, zegt ze mismoedig. ‘Heeft u dat gevoel?’ vraagt Toebes. ‘Ja, dat is toch ook zo?’ reageert zij, ogenschijnlijk nog scherp van geest. ‘Wat voor nut heeft ‘t nou nog als ik leef?’ Precies dat gevoel probeert de activist tegenover haar weg te nemen. Elk leven, hoe broos ook, is het waard om ten volle geleefd te worden.

Life Itself

Magnolia Pictures

Hij is een soort merknaam geworden. Voor al uw filmbesprekingen. Ruim tien jaar na zijn dood verschijnen er nog gewoon nieuwe recensies op de website rogerebert.com. Alsof de man zelf, geliefd en gevreesd, nog steeds zijn duim omhoog of omlaag steekt bij elke nieuwe release.

Als de gerenommeerde documentairemaker Steve James in december 2012 begint te filmen voor Life Itself (120 min.), heeft Roger Ebert (1942-2013) nog vijf maanden te leven. Hij ligt met schildklierkanker in het ziekenhuis, krijgt eten toegediend via een infuus en kan alleen nog via een ‘voice synthesizer’ spreken. Zijn gevoel voor humor heeft er niet onder geleden. ‘Ik heb geen angst voor de dood’, zegt hij jolig tegen James. ‘Dood gaan we allemaal. Ik beschouw de dagen die me nog resten als geld op de bank. Als alles op is, word ik ingevorderd.’

Terwijl zijn protagonist onherroepelijk afstevent op het einde van zijn leven, neemt James dat leven, met behulp van ingesproken fragmenten uit Eberts autobiografie, onder de loep. Als jongeling belandt die bij The Chicago Sun-Times, waarvoor hij zijn hele leven zal blijven schrijven, met name als filmjournalist. Ebert ontwikkelt zich tot een autoriteit, een man die een groot publiek bereikt en toch diepte en inhoud heeft. In dit portret wordt dit geïllustreerd met enkele fraaie combinaties van fragmenten uit zijn recensies, versneden met sleutelscènes uit de desbetreffende films.

Roger Ebert breekt echter pas door bij het grote publiek aan de zijde van Gene Siskel, zijn concullega van The Chicago Tribune. Samen introduceren ze een nieuwe vorm van filmkritiek, die daarna wereldwijd school zal maken: twee kenners gaan op de buis het gesprek aan over nieuwe bioscoopfilms en bestrijden elkaar daarbij regelmatig te vuur en te zwaard. In enkele fijne scènes laat deze documentaire uit 2014 tevens zien hoe het er achter de schermen aan toegaat, waarbij de twee tegenpolen tussen de opnames door eindeloos dollen, kibbelen en ruziën met elkaar.

Van rivalen worden ze gaandeweg, zonder dat ze dit nadrukkelijk naar elkaar uitspreken, toch zoiets als vrienden. Samen groeien ze bovendien uit tot een machtsfactor van betekenis in de Amerikaanse filmindustrie. ‘Two thumps up!’ van Siskel en Ebert begint te gelden als de ultieme aanprijzing, die vervolgens een prominente plek op filmposters krijgt. Uiteenlopende cineasten zoals Martin Scorsese, Errol Morris, Ramin Bahrani, Ava DuVernay en Werner Herzog plukken daar de vruchten van en steken in deze film dus de loftrompet over het toonaangevende tweetal.

De nurkse, uitgesproken en grappige Ebert heeft de kijker dan allang voor zich ingenomen. Hij heeft zich laten kennen als een klassiek vat vol tegenstrijdigheden. Een geboren dagbladjournalist, met het spreekwoordelijk radiohoofd, die desondanks een televisiester wordt, de eeuwige vrijgezel die op z’n vijftigste alsnog vol overtuiging in het huwelijksbootje stapt en een absolute eigenheimer die tegen wil en dank beroemd wordt als onderdeel van een duo. En, niet in het minst, als een man die zich durft te laten zien zoals hij is, ook als dat oud, ziek en breekbaar is.

Zonder schaamte toont hij dus ook zijn door operaties en infecties geschonden aangezicht. Tegelijkertijd blijft Roger Ebert – als hij schrijft voor zijn eigen website, waarmee hij z’n tijd eigenlijk best vooruit was – gewoon zijn oude vertrouwde zelf.

Misslukt

c: Otto van den Toorn / KRO-NCRV

Het is weer eens wat anders dan Verbrande Herman, Rooie Jos of Jantje van Amsterdam, de voortdurend tussen de onder- en bovenwereld laverende vrije jongens die hij nu al enkele decennia volgt voor het documentaireproject Foute Vrienden. En dat geldt evenzeer voor Frank MasmeijerRob Scholte en Emile Ratelband, die hij doorlichtte in vlijmscherpe persoonlijke portretten. Want nu heeft Roy Dames een heuse Miss Nederland voor zijn camera. Misslukt (54 min.), dat wel.

Tenminste, zo kijkt fotomodel, onderneemster en presentatrice Stephanie Tency, inmiddels in de dertig, tegenwoordig naar zichzelf. Een nog altijd jonge vrouw, die zich in de afgelopen jaren volledig heeft verloren in plastische chirurgie: Botox-behandelingen, borstimplantaten, neuscorrecties, liposuctie, fillers, facings… ‘Ja, het is eigenlijk meer van: wat heb ik niet gedaan?’ zegt ze, enigszins ongemakkelijk lachend. ‘Ik heb eigenlijk alles gedaan wat je maar kan bedenken.

Stephanie heeft zelf een ‘timeline’ gemaakt van alle cosmetische ingrepen, inclusief onsmakelijke foto’s, filmpjes en vlogs. En die moeten allemaal in deze film, vindt ze. ‘Ik wil een sensationele documentaire, dat mensen met een teiltje naast hun bank moeten gaan zitten.’ Want Stephanie Tency schaamt zich er volgens eigen zeggen voor dat ze al die jaren naar ‘die achenebbisj-praktijken’ is gegaan om aan haar uiterlijk te laten sleutelen en wil jongere meiden daar nu voor waarschuwen.

Tegelijk is het de vraag of ze er zelf eigenlijk wel klaar voor is om zonder borstimplantaten door het leven te gaan. Ze boomt erover met Dames, bezoekt een psycholoog en gaat langs bij actrice Fajah Lourens, die haar siliconenborsten enige tijd geleden heeft laten weghalen. Tussendoor spreekt Stephanie ook met haar ouders. Moeder Carmen maakt zich regelmatig zorgen, terwijl vader Jack vindt dat ze haar lichaam heeft ‘mismaakt’. Hij moet niets hebben van die ‘plofkopklinieken’.

Natuurlijk vraagt zijn dochter zich in deze rechttoe rechtaan-film, een soort vervolg op Dionne Slagters Moordtieten (2021), ook af waarom juist zij zo gevoelig is gebleken voor de verlokkingen van schoonheid. Het antwoord was eigenlijk wel te bedenken – enter: zelfrespect en -acceptatie – en wordt slechts beperkt uitgediept in deze wat eendimensionale film, die gezien het toenemende aantal cosmetische ingrepen natuurlijk wel een bijzonder urgent thema aansnijdt.

‘Wie ben ik zonder mijn uiterlijk?’ vraagt Stephanie Tency zich onderweg naar de apotheose van deze docu, de keuze om wel of niet nieuwe borstimplantaten te nemen, nog maar eens hardop af. ‘Wie is Steph?’

Mijn Nieuwe Vrienden Van Afdeling Drie

KRO-NCRV

Daar loopt hij dan, door zo’n typische ziekenhuisgang. Frans Bromet, de inmiddels tachtigjarige nestor van de Nederlandse camerajournalistiek. Voor de verandering nu eens niet achter zijn camera, maar ervoor. Als onderwerp van zijn eigen film. Dat is ie natuurlijk wel eens vaker geweest, maar nu is ’t per ongeluk gebeurd: hij kreeg een hersenbloeding en belandde in de Amsterdamse revalidatiekliniek Reade.

Daar begint het bloed toch al gauw weer te kruipen waar het eigenlijk niet gaan kan. Als het na enige tijd wat beter met hem gaat, pakt Bromet zijn camera erbij, de lens waardoor hij al zeker een halve eeuw naar de wereld kijkt. Die helpt hem om het leven te begrijpen en accepteren. En dat is nu niet anders. Via die onafscheidelijke kameraad op zijn rechterschouder ontmoet hij nu Mijn Nieuwe Vrienden Van Afdeling Drie (55 min.) en het nieuwe leven en de parallelle wereld waarin zijn medepatiënten (en hijzelf) terecht zijn gekomen.

Bromets persoonlijke betrokkenheid vormt echt een meerwaarde tijdens de intieme gesprekken die hij voert met mannen die te maken hebben gekregen met pak ‘m beet een hersentumor, auto-immuunziekte, psychose, gebroken heup of amputatie. Ieder voor zich heeft zijn eigen malheur een plek moeten geven. En daarbij speelden die anderen, in datzelfde schuitje, een essentiële rol. Frans Bromet heeft ‘t zelf aan den lijve ondervonden, die betrokkenheid en kameraadschap. Ze hebben ook hem erdoorheen getrokken.

Daarmee is dit een wat zachtere film geworden dan de producties die Bromet doorgaans, ondanks zijn hoge leeftijd, nog altijd per strekkende meter aflevert. Natuurlijk, zodra blijkt dat revalidatiecentra zoals Reade moeten bezuinigen en ‘t daardoor nog maar de vraag is of ze de zorg, die hij zelf gedurende zo’n drie weken tot volle tevredenheid heeft ontvangen, wel overeind kunnen houden, schiet de oude rot direct in z’n sceptische stand en bevraagt hij enkele leidinggevenden over wat dit zou en heeft te betekenen.

Moeten ze niet veel meer de barricaden op? vraagt hij als alle bespiegelingen over ‘afschalen’, ‘FTE’s’ en ‘slimmer werken’ hem even zwaar te moede worden. Dan klinkt hij gewoon weer als de onverslijtbare Frans Bromet die zich al tientallen jaren vanachter de camera manifesteert. In Mijn Nieuwe Vrienden Van Afdeling Drie blijft de nadruk echter altijd liggen op zijn lotgenoten, mensen die van een ingrijpende levensgebeurtenis ‘een positieve belevenis’ proberen te maken. Zoals hij ook zelf doet met deze intieme interviewfilm.

Kiezen, Snijden, Zwijgen

VPRO

Een psycholoog vroeg aan Sharan Bala of ze een lotgenoot wilde ontmoeten. Bij een koffietentje maakte ze kennis met Marieke Schoutsen. ‘Vet ongemakkelijk’, vertelt Sharan. ‘Zaten we allebei zo te fluisteren naar elkaar. Dat was heel bizar, want ik sprak voor het eerst met iemand die precies hetzelfde had meegemaakt. Alle shit waar ik mee zat, daar zat zij ook mee.’ Marieke: ‘Het was eigenlijk een openbaring. Van hé: ik ben niet de enige alien op deze planeet.’

Zulke ‘buitenaardse wezens’ noemen we tegenwoordig intersekse. Ze hebben een lichaam dat zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken vertoont. De twee hoofdpersonen van Kiezen, Snijden, Zwijgen (60 min.) ogen nochtans duidelijk vrouwelijk. Samen met Chris van den Brink en Femke Klein Obbink leggen ze in deze moedige film een jaar lang hun ervaringen vast: als ze in hun eigen medische dossiers duiken, daarin nieuwe informatie over zichzelf ontdekken en hun geheim delen met hun directe omgeving.

Marieke en Sharan spreken tevens met intersekse onderzoeker Margriet van Heesch van de Universiteit van Amsterdam. Zij vertelt over de dominante theorie die de Nieuw-Zeelandse psycholoog John Money ontwikkelde rond mensen die toen nog ‘hermafrodiet’ werden genoemd. ‘Het idee was dat je elk kind tot een jongetje of meisje kon kneden. Dat was zijn idee om kinderen met een intersekse-variatie te genezen. In een cultuur die maar twee mensen toeliet: heteroseksuele mannen en heteroseksuele vrouwen.’

Vanuit deze gedachte moest die heteroseksualiteit dan ‘bewezen’ worden met seks: penis in vagina. ‘Dus als jouw penis niet groot genoeg was om te penetreren, dan moest je een meisje worden’, legt Van Heesch uit. ‘En als je geen vagina had, moest die voor jou gemaakt worden.’ En daarover werden alle betrokkenen dan geacht om hun mond te houden. Ofwel: kiezen, snijden, zwijgen. Juist dat laatste aspect zit zowel Marieke en Sharan als hun ouders, blijkt tijdens persoonlijke gesprekken, nog altijd dwars.

Mariekes moeder herinnert zich als de dag van gisteren hoe haar dochter op haar achtste vroeg: ‘Mam, schaam jij je voor mij?’. Ze ervoer dit als een ‘dolksteek’. Vreemd was die vraag overigens niet: op advies van artsen hadden ze hun dochter voorgehouden om er vooral niet over te vertellen aan anderen. En bij Sharan werd er zelfs wezenlijke informatie achtergehouden. Toen zij nog heel jong was, hebben artsen keuzes met heel verstrekkende gevolgen gemaakt. Ze is er boos over: ‘Dat kleine jongetje, dat nooit heeft mogen bestaan.’

Het is een pijnlijke constatering, diep persoonlijk ook, illustratief voor het taboe dat er nog altijd rust op het thema intersekse. Van de ongeveer tachtigduizend mensen in Nederland, die niet helemaal voldoen aan de oppositie man-vrouw, zijn er volgens schattingen van de Nederlandse Organisatie voor Seksediversiteit slechts veertig helemaal uit de kast. ‘Jullie maken 41 en 42’, zegt Margriet van Heesch tegen Marieke Schoutsen en Sharan Bala. ‘Dus het allerbelangrijkste is dat je je verhaal blijft vertellen.’

Met deze aangrijpende film maken ze de gecompliceerde problematiek rond intersekse, die onlangs ook al zijn weg vond naar de indringende documentaire Who I Am Not, inzichtelijk en tastbaar. Het moet tegelijkertijd ongelooflijk spannend zijn om die het levenslicht te laten zien.

One South: Portrait Of A Psych Unit

HBO Max

‘Sara, waarom ben je zo lelijk?’ zegt de negentienjarige Sara regelmatig tegen zichzelf. ‘Sara, waarom ben je zo dik? Sara, waarom kan je niet lopen?’ Die vragen zeggen iets over de gemoedstoestand van het Amerikaanse meisje dat in behandeling is in The Behavioral Health Pavilion van het Northwell Zucker Hillside Hospital in Queens, New York. Vreemd zijn die gevoelens overigens niet. Sara heeft in haar jonge leven nogal wat te verstouwen gekregen. Als kind liep ze een infectie met het griepvirus H1N1 op, moest ze een hart- en niertransplantatie ondergaan en werd één van haar benen geamputeerd. Sindsdien kampt ze ook met PTSS en depressies.

Meisjes zoals Sara kunnen terecht op de speciale gesloten afdeling One South, waar jongvolwassenen, studenten in het bijzonder, worden behandeld. Daar proberen ze de patiënten op korte termijn te stabiliseren, zodat ze daarna, met een behandelingsplan voor de lange termijn, weer de samenleving in kunnen. Een verblijf duurt gemiddeld zeven tot tien dagen, maar wordt vanwege omstandigheden soms verlengd. In de tweedelige documentaire One South: Portrait Of A Psych Unit (155 min.) volgen Alexandra Shiva en Lindsey Megrue de dagelijkse gang van zaken op de psychiatrische afdeling, in een land waar naar verluidt één op de tien Amerikaanse jongeren een ernstige mentale stoornis heeft.

Zoals verpleegkundestudent Courtney. Zij voelt zich al enige tijd hopeloos. Als ze aan haar vriend vertelt dat ze een vuurwapen in huis heeft, slaat die alarm. Psychiater Jason Yan brengt Courtney nu in contact met dialectische gedragstherapie (DGT). In een treffende scène laat hij haar hardop herhalen wat ze steeds tegen zichzelf zegt: ‘piece of shit’. De pijnlijke zelfkwalificatie wordt daarmee voor even van zijn destructieve karakter ontdaan. Een andere patiënt, ‘Jane’, is na een overdosis opgenomen. Zij wilde volgens eigen zeggen haar ouders een schuldgevoel bezorgen omdat die haar pijn hebben gedaan. ‘Jane’ weigert echter om de ernst van haar situatie in te zien. Al snel schrijft ze zelfs een zogenaamde 72-hour letter, een officieel ontslagverzoek.

Na afloop van een gesprek waarin ze maar geen vat krijgt op ‘Jane’, voelt haar behandelaar, psycholoog Rachel Reich, zich gefrustreerd en machteloos. Ze refereert daarbij aan een angst van veel zorgverleners: dat één van hun patiënten zelfmoord pleegt. Het werk vraagt duidelijk veel van de begeleiders, laat deze observerende film treffend zien. Menigeen ontwikkelt op termijn een burnout. Het blijft voor hen ook lastig om patiënten al heel snel los te laten. Zijn die er écht klaar voor om weer de wereld in te gaan of doen ze zich beter voor om maar weg te kunnen? Het zijn duivelse dilemma’s, waarbij zelfs de meest ervaren hulpverlener op voorhand geen absolute zekerheid voelt over de juistheid van de keuzes die ze maken.

Ook de omgeving moet soms voorbereid worden op de terugkeer van een getroebleerde geliefde, illustreert een online-groepsgesprek van Sara en haar ouders dat Rachel Reich in goede banen probeert te leiden. Hun zorgen en frustraties, hoe begrijpelijk ook, bemoeilijken het herstel van het meisje. Via momentopnames uit de levens van jonge getormenteerde Amerikaanse adolescenten brengt One South zo genuanceerd en zonder franje alle aspecten en complicaties van een spoedopname op een psychiatrische afdeling in beeld. Hoe een jong leven daar even op pauze wordt gezet, zodat het daarna hopelijk weer met een fris gemoed op gang kan komen.

Hermanos Por Accident

Netflix

Jorge Bernal valt in 2014 van de ene in de andere verbazing. Nadat de 25-jarige jongeling eerst heeft ontdekt dat er elders in Colombia een carbonkopie van hemzelf rondloopt, ene William Cañas Velasco, volgt even later nóg een opzienbarende ontdekking: deze William heeft, net als hijzelf, een tweelingbroer. En Carlos en Wilber lijken ook weer als twee druppels water op elkaar!

De conclusie is onvermijdelijk: ze hebben elkaars levens geleid – en een ander heeft hún leven geleefd. Na hun geboorte in december 1988 moet er iets fundamenteel mis zijn gegaan op de couveuseafdeling van het ziekenhuis in Bogota. Of heeft er zich toch een Three Identical Strangers-scenario voltrokken – of om het dicht bij huis te houden: een Peter en Erik-je – en zijn enkele verlekkerde onderzoekers hun boekje helemaal te buiten gegaan?

De Hermanos Por Accidente (Engelse titel: The Accidental Twins, 85 min.) zouden zomaar onderdeel kunnen zijn van een soort ideaal wetenschappelijk experiment rond nature-nurture, waarbij dan wel alle denkbare ethische codes zijn geschonden. Want de twee broederparen blijken ook nog in de stad en op het platte land terecht te zijn gekomen. Domme pech is echter ook bepaald niet uitgesloten, blijkt in deze documentaire van Alessandro Angulo Brandestini.

De gevolgen zijn in elk geval aanzienlijk. Niet alle ouders zijn bijvoorbeeld nog in leven. Daar hebben alle vier de broers maar mee te dealen. En waar horen ze uiteindelijk thuis, bij hun biologische familie in hoofdstad Bogota of bij de familie waarbij ze zijn opgegroeid in Santander, dat ruim tien uur verderop ligt op het Colombiaanse platteland? Of andersom, natuurlijk. En wie is eigenlijk hun échte broer? En hoe verhouden ze zich dan tot die andere (twee)?

Het verhaal van de Colombiaanse dubbelbroers groeit al snel uit tot een enorme mediahype, die zich zelfs uitstrekt tot The New York Times. Het bizarre gegeven van die twee identieke tweelingen – die hun allereerste ontmoeting zelfs hebben vastgelegd, inclusief het zenuwachtige ongeloof dat daarmee gepaard gaat – is overigens enerverender dan deze film. Géén Three Identical Strangers zogezegd, waarin de kijker steeds via een soort valluik in een nieuwe verhaallaag belandt.

Hermanos Por Accidente is vooral een adequate weergave van vier levensverhalen, die op een onmogelijke wijze met elkaar zijn vervlochten.

I Am: Celine Dion

Amazon MGM Studios / Prime Video

Voor de camera van documentairemaakster Irene Taylor neemt een gebroken mens plaats. Een wereldberoemde zangeres die 250 miljoen platen verkocht en die nu haar stem kwijt is. Haar steun en toeverlaat. Ze kon er altijd blindelings op vertrouwen. Totdat het Stiff-Person Syndrome (SDS) in haar leven kwam. De neurologische aandoening, die stijfheid en spasmen kan veroorzaken, gaf al zo’n zeventien jaar geleden z’n eerste signalen af bij Celine Dion.

‘Vóór SDS was mijn stem de dirigent van mijn leven’, vertelt ze in de documentaire I Am: Celine Dion (102 min.). ‘En die volgde ik. In de trant van: bepaal jij de weg maar, ik volg wel. Daar voelde ik me ook goed bij. Ik had de tijd van mijn leven. Als je stem je vreugde brengt, ben je de beste versie van jezelf.’ Daarnaar is het echter al enige tijd zoeken voor de Canadese wereldster. Ze heeft zelfs haar vaste concertreeks in Las Vegas moeten stilleggen.

‘Muziek, ik mis het enorm’, vertelt ze geëmotioneerd. ‘En de mensen, ik mis ze.’ Ze oogt kwetsbaar, intens verdrietig. Tegenover dat zielige hoopje mens plaatst Taylor de Celine Dion die de wereld heeft leren kennen. Een ongenaakbare zangeres, florerend op het podium. Met die kolossale stem, die immense presence, ogenschijnlijk blakend van zelfvertrouwen. Het contrast met haar huidige voorkomen en gemoedstoestand kan bijna niet groter.

Die aanpak, van op elkaar botsende uitersten, sluit naadloos aan bij Celine Dions muziek. Die is ook vaak héél groot. Duidelijk. Daarmee heeft ze miljoenen mensen weten te raken. En met deze film zal dat, op een geheel andere manier, niet anders zijn. Deze vrouw maakt van haar hart geen moordkuil en weigert om haar dirigent los te laten – ook al heeft die haar in de afgelopen jaren zo nu en dan, tot haar grote verdriet, en plein public in de steek gelaten.

Tussendoor blikt ze terug op haar jeugd met dertien broers en zussen in Charlemagne, Quebec, de komst van haar kinderen en het overlijden van haar echtgenoot en toont Taylor haar protagonist tevens in werkmodus. Als ze bijvoorbeeld een bijdrage levert aan een documentaire over zanger John Farnham. De door haar management uitgeschreven quote, vol lof natuurlijk, leest ze gewoon op van de autocue. Net echt. It’s all in a day’s work for Celine Dion.

En gaandeweg bekruipt je in deze film, waarbij Celine en haar eigen team ongetwijfeld ook een vinger in de pap hebben gehad, toch het idee dat die niet alleen bedoeld is om haar fragiele staat van zijn op te tekenen, maar ook om de zangeres opnieuw in de markt te zetten. Als de vrouw die haar dirigent weer in zijn kracht heeft gezet en nu klaar is om opnieuw te gloriëren. Gelouterd en – na een strijd op leven en dood met haar eigen lichaam – volledig herboren.

De climax van deze documentaire is in dat opzicht voorspelbaar: na een laatste, pijnlijk intieme crisis, waarin je geen cent meer geeft voor haar verdere carrière, volgt het bewijs dat ze ’t toch nog/weer kan. Want deze vrouw, zo laat dit intieme film zien, zal waarschijnlijk nooit capituleren voor SDS. Die stem is nu eenmaal wat ze is en wil zijn.

Hack Your Health: The Secrets Of Your Gut

Netflix

Als we deskundigen zoals Giulia Enders, de schrijver van de bestseller Gut: The Inside Story Of Our Body’s Most Underrated Organ (2015) en de centrale figuur van de documentaire Hack Your Health: The Secrets Of Your Gut (80 min.) mogen geloven, zijn onze darmen net zo interessant als pak ‘m beet het melkwegstelsel.

‘Vroeger zag ik mezelf als hoofd, brein en de rest’, vertelt de jonge Duitse wetenschapper en auteur. ‘Ik dacht dat in het leven alle gevoelens en gedachten hier ontstonden. Dat is een onnozel idee en doet me denken aan hoe m’n neefje mensen tekent. Hij tekent een hoofd met twee voetjes. We weten nu dat ons darmstelsel ons brein adviseert.’

‘Van suiker eten krijg je suikerlievende bacteriën’, legt microbiële ecoloog Jack Gilbert uit. ‘Van vet eten krijg je vetlievende bacteriën. Als ik in China ben en weinig suiker eet omdat daar weinig suiker wordt gebruikt, verdwijnt m’n verlangen naar chocolade. In Noord-Amerika heb ik elke dag zin in chocolade.’ Zo stuurt het microbioom, de verzameling bacteriën in onze darmen, ons aan.

Het darmstelsel is ons tweede brein, beweert de Ierse neurowetenschapper John Cryan zelfs in deze populair wetenschappelijke documentaire van Anjali Nayer. In de (Engelse) taal zijn daarvoor ook meer dan genoeg aanknopingspunten: je voelt iets in je ‘gut, spreekt over een ‘gutsy’ stap of bent na een teleurstelling ‘gutted’. Om over vlinders in je buik nog maar te zwijgen.

In onze darmen is ook het antwoord te vinden op obesitas, stress, depressies, voedselallergie en verschillende eetstoornissen, betogen allerlei wetenschappers in deze informatieve, toegankelijke en speels vormgegeven tocht door ons darmstelsel. Met testjes, onderzoek en animaties (al dan niet met pluchen objecten) tonen ze het belang aan van ieders microbioom.

Daarbij zet Nayer ook een divers samengesteld testteam in: een zwaarlijvige Afro-Amerikaanse moeder, doctoraalstudente met chronische buikpijn, Japanse wedstrijdeter en gothic sterkok die eerst anorexia had en nu orthorexia, een enorm wantrouwen naar eten, heeft ontwikkeld. Zij weten uit eigen ervaring hoe het microbioom in de darmen hun leven bepaalt.

Daarbij worden gevoelige verbanden niet geschuwd. John Cryan onderzoekt bijvoorbeeld mensen met zowel darm- als hersenproblemen. ‘Denk aan autisme, de ziekte van Parkinson en stressgerelateerde psychiatrische aandoeningen zoals angst en depressie. De vraag is altijd wat er eerst was.’ Kan een tekort of teveel aan bepaalde bacteriën ook andere problemen triggeren?

Zo ontwikkelt een documentaire, waarvan je ‘gut’ je eigenlijk vertelde dat je nog liever een fax uit Darmstad zou ontvangen, zich tot een boeiende rondleiding door ons tweede brein, met tevens een positieve boodschap voor het eerste brein: die darmen beïnvloeden jou, maar je kunt ze zelf ook beïnvloeden.

Moederhart

KRO-NCRV / donderdag 9 mei op NPO2

Moeder ben je voor je hele leven. Ook als je kind, in zekere zin, altijd kind blijft – en jij toch gewoon steeds ouder wordt. Job Sligting loopt inmiddels tegen de zestig. Zijn moeder Tineke is al in de negentig. Hij is een kolos van een vent, twee meter lang, maar met de verstandelijke vermogens van een kind van anderhalf. En zij een vrouw die nog midden in het leven staat en onverminderd blijft zorgen voor haar volwassen zoon, die al sinds zijn jeugd in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking woont. Ze blijft Job daar trouw bezoeken.

Samen maken ze ook uitstapjes naar het zwembad of de snackbar. Het is alleen de vraag hoe lang Tineke het fysiek nog volhoudt om Job mee te nemen in de auto. Voor en na uitstapjes moet hij bijvoorbeeld helemaal aan- en uitgekleed worden, inclusief luier, kniebraces en orthopedische schoenen. ‘Mensen zeggen wel eens: ik wil niet achter de geraniums zitten’, zegt ze met kenmerkende nuchterheid in de documentaire Moederhart (53 min.). ‘En ik denk zo vaak: had ik maar eens meer tijd om achter de geraniums te gaan zitten…’

Hoewel de jaren beginnen te tellen, is het de vraag of Tineke eigenlijk wel anders kan of wil. Naarmate dit ontroerende portret van Nousjka Thomas vordert, wordt duidelijk dat het leven al de nodige klappen heeft uitgedeeld aan de montere oudere vrouw. Job is daarbij een permanente bron van zorg geweest, maar ook iemand waarbij zij al haar liefde kwijt kan. Tegelijk dwalen haar gedachten regelmatig af naar de grootste uitdaging van elke op leeftijd rakende ouder met een hulpbehoevend kind: hoe ziet de toekomst eruit zonder mij?

Zonder haar zal Job beslist minder toekomen aan de dingen die zijn leven kleur geven. Dat laat de personele bezetting op zijn leefgroep – en in de zorg in het algemeen – simpelweg niet toe. Als mantelzorger, al zal zij zichzelf waarschijnlijk nooit zo noemen, is ze eigenlijk onmisbaar. Tineke durft het in dat verband bijna niet uit te spreken, maar zou het eigenlijk niet beter zijn voor Job als hij vóór haar gaat? De dood van een kind is het ergste wat een ouder kan overkomen, dat weet zij als geen ander, maar in dit geval is het misschien ook wel een uitkomst.

Zoiets is alleen niet te sturen. Het gebeurt als het gebeurt – of niet. Tot die tijd doen ze samen verder. En Thomas observeert hen, respectvol en waarschijnlijk niet zonder bewondering, tijdens hun vaste routines. Een natuurlijke twee-eenheid van moeder en kind, die voor het leven met elkaar zijn verbonden. Totdat de dood ook hen ooit scheidt.

Samen Alleen

KRO-NCRV

Hij loopt voor z’n gevoel als een dronken man. Filmproducent Kees Rijninks moet continu op zijn evenwicht letten. Anders kan hij zomaar ineens vallen. Dat is ook een permanente angst. Dan verstijft hij. Letterlijk. Freeze. Sinds enkele maanden heeft Kees het gevoel dat hij de strijd met de ziekte van Parkinson, die hij nu al negen jaar onder de leden heeft, aan het verliezen is. Lichamelijk levert hij steeds meer in, terwijl hij ook als persoon lijkt te veranderen. De evenwichtige man van weleer is een onrustige piekeraar geworden, die zo’n beetje permanent in een zwart gat kijkt.

‘Ik denk dat het slecht afloopt’, sombert ook zijn vrouw, regisseur Carmen Cobos, elders in deze persoonlijke film over hoe de ziekte hun leven in een wurggreep houdt. ‘Zoals bij elke Parkinson-patiënt. Er is geen uitweg.’ Daarmee is de toonzetting van Samen Alleen (75 min.) wezenlijk anders dan van Samen (2020), de documentaire die ze eerder maakten over hun leven met Parkinson. Daarin spraken Cobos en Rijninks ook met andere patiënten en hun verwanten, mensen die ieder voor zich en toch samen het beste probeerden te maken van het lot dat het leven hen had toebedeeld.

De positieve grondtoon waarmee ze Parkinson toen nog leken te verduren, mede gevoed door het maken van een film erover, heeft zeker bij Kees plaats gemaakt voor wanhoop. ‘Ik voel me verraden door m’n lichaam en m’n geest’, constateert hij bedrukt, tussen allerlei afspraken met artsen, neurowetenschappers en psychiaters in. Het leidt tot een ‘verlies van mezelf’ én afstand tot zijn vrouw, die naarmate de film vordert steeds duidelijker zichtbaar wordt. Het moet een crime zijn geweest om dat te laten zien voor de camera en om het vervolgens ook nog te delen met de buitenwereld.

Het optimistische idee dat Kees Rijninks en Carmen Cobos koesterden ten tijde van zijn diagnose – over tien jaar is er een medicijn tegen Parkinson – lijkt in elk geval vervlogen en heeft plaatsgemaakt voor onmogelijke keuzes: leven met of zonder een medicijnpomp, een ingrijpende hersenoperatie wellicht om de klok enkele jaren terug te zetten (waarna ie overigens weer gewoon begint te tikken) of zelfs het overwegen van euthanasie. Godsonmogelijke dilemma’s waarvoor ze zich samen gesteld zien, maar die ze ook ieder voor zich, vanuit hun eigen rol en positie, van een antwoord moeten voorzien.

Deze pijnlijk intieme film, waarin het lot van twee felgroene vogeltjes die Kees en Carmen vanuit hun raam kunnen observeren symbool lijk te staan voor hun eigen wel en wee, maakt treffend invoelbaar hoe een ziekte als Parkinson niet alleen het lichaam van een patiënt sloopt, maar ook in diens psyche en sociale leven kruipt en daar onmetelijke schade toebrengt.

Scootmobiel

NTR

Frans maakt er wel wat van. Stuur de senior onder de Nederlandse camerajournalisten maar ergens op af en hij vindt de verhalen wel en haalt ze er dan op z’n geheel eigen manier uit.

Frans Bromet wordt binnenkort tachtig en blijft nog altijd per strekkende meter tv-docu’s afleveren. Ditmaal is hij door zijn team op Nederlanders met een Scootmobiel (50 min.) afgestuurd. En niet iedereen heeft meteen helder wat hij komt doen. ‘U vraagt me het hemd van het lijf’, zegt een oudere mevrouw, die waarschijnlijk nog nooit een Frans Bromet-film heeft gezien. ‘En daar had ik helemaal niet op gerekend. U komt voor die scootmobiel. En nou moet ik… ja.’ Ze denkt even na en stelt dan een Bromet-achtige vraag: ‘Doe je dat bij iedereen?’

Het antwoord is kort en kernachtig: ja. En ‘s mans wedervraag al even direct: kan je je herinneren dat je je voor het eerst oud voelde? Het is Frans Bromet ten voeten uit. Hij vraagt maar/steeds raak. Of het leven nog wel de moeite waard is? Wat iemand nou zo de hele dag doet? Of ie misschien ongelukkig is? En als hij zijn gesprekspartners op hun praatstoel heeft gekregen, houdt hij het gesprek op gang met een ‘oh’, een ‘ja’ of – als hij zelf in een toegeeflijke bui is – een ‘oh ja?’. Of hij herhaalt gewoon hun laatste woorden, sinds jaar en dag zijn handelsmerk.

En dat werkt, altijd weer – ook al oogt ’t soms ook een béétje gemakzuchtig. Bromet krijgt uiteindelijk iedereen aan het praten en herkent dan feilloos waar het schuurt. Bij de eigenaars van een scootmobiel, die hij thuis of tijdens een toertocht (opgeleukt met Klaus Wunderlich-achtige muziek) ontmoet, gaat de onverschrokken interviewer op zoek naar de mens achter de beperking, die hij vervolgens, inderdaad, het hemd van het lijf vraagt en tóch in z’n waarde laat. Zonder overigens dat dit tot héél diepgravende inzichten of bijzondere doorkijkjes leidt.

Duidelijk is: Frans heeft er weer iets van gemaakt.

Confessions Of A Good Samaritan

Sandbox Films

Natuurlijk hebben ze ‘t haar gevraagd: doe je dit voor de film? ‘En wat dan nog, als dat zo was?’ vraagt Penny Lane. ‘Het blijft nog steeds een goed ding om te doen.’ Tegelijkertijd voelt het niet goed, zo’n vraag. Zelf voor de camera verschijnen, vindt de Amerikaanse documentairemaakster (Our NixonHail Satan? en Listening To Kenny G) sowieso verschrikkelijk. Een kennis heeft haar ervan moeten overtuigen dat een film levens kan redden omdat ie anderen aanspoort om ook een orgaan te doneren.

Één week voordat ze in augustus 2019 de operatie moet ondergaan, om een nier te doneren aan een vreemde, krijgt Lane de kriebels. ‘Het voelt nu alsof ik een verschrikkelijke fout heb gemaakt’, zegt ze bij het begin van Confessions Of A Good Samaritan (103 min.). De alleenstaande filmmaakster heeft zich nochtans drie jaar voorbereid op de ingreep, een proces dat ze heeft gedocumenteerd met dagboekfragmenten. Zowel haar persoonlijke overwegingen en dilemma’s als de professionele kant ervan: het maken van deze egodocu.

En daarin stelt ze ook allerlei vragen die haar eigen positie overstijgen. Waarom zijn mensen bijvoorbeeld altruïstisch? Wat gebeurt er dan in hun hersenen? En hoe verhoudt dit zich bijvoorbeeld tot (het gebrek aan) empathie bij psychopaten? ‘Dertien mensen sterven vandaag omdat ze geen werkende nier hebben’, vertelt Michael Lollo, één van de andere ‘altruïstische donoren’ die ze spreekt in deze intelligente, gelaagde en vermakelijke film, over waarom hij zijn nier beschikbaar stelt. ‘Dat was dus een appeltje-eitje voor mij.’

Intussen duikt Lane in de historie van orgaantransplantatie. Van ongewenst is dat door de jaren heen, via diverse stadia van onmogelijk, uiteindelijk onvermijdelijk geworden. Dat het kan en mag betekent alleen nog niet dat het ook gebeurt. Er is een permanent tekort aan donoren. Terwijl transplantatie voor mensen die bijvoorbeeld zijn overgeleverd aan nierdialyse echt een kwestie van leven en dood is. De meeste donoren komen uit de directe omgeving van de patiënt, die bij hoogopgeleiden, wrang genoeg, veel vaker een geschikte nier oplevert.

Tegelijkertijd schrijdt de techniek voort. Zijn er op termijn eigenlijk nog wel menselijke donoren met een ‘spare part’ nodig? Het roept ongemakkelijke beelden op: kan een varken op termijn misschien ook een nier leveren, bijvoorbeeld vlak nadat Lane zelf haar orgaan heeft gedoneerd? ‘Dan is Penny Lane niet langer een Beatles-song’, grapt bio-ethicus en psychiater Jacob Appel, die zich heeft gespecialiseerd in de ethische dilemma’s rond ingrijpende medische keuzes. ‘Maar de naam van de laatste persoon die een orgaan heeft gedoneerd.’

Naarmate Confessions Of A Good Samaritan, fraai vormgegeven als een soort zoektocht door Lanes computer en voorzien van een bloemrijke soundtrack, vordert, komt het persoonlijke verhaal van de documentairemaakster langzaam maar zeker meer naar de voorgrond en toont Penny Lane zich van haar kwetsbaarste kant. Het is de vanzelfsprekende climax van een persoonlijke film, die het particuliere desondanks gemakkelijk ontstijgt en aanzet tot nadenken, invoelen en afwegen.

Staal

Human

Beter een goede buur dan een verre vriend, zegt een medewerker van Tata Steel. De relatie met de bewoners van de buurgemeenten IJmuiden en Wijk aan Zee is essentieel voor het voortbestaan van de staalfabriek. Het voormalige Hoogovens zorgt al ruim honderd jaar voor werkgelegenheid in de IJmond-regio, maar ligt de laatste jaren steeds meer onder vuur vanwege de uitstoot van enorme hoeveelheden CO2 en stikstof.

Staal (200 min.), een vierdelige serie van Pelle Asselbergs en Maaik Krijgsman, belicht het protest tegen de grafietregens en zwarte sneeuw die Tata Steel in de omgeving achterlaat. Die zorgen voor gezondheidsproblemen bij zowel mens als dier. Tegelijkertijd is er aandacht voor het bedrijf zelf, dat onder leiding van de alomtegenwoordige directeur Hans van den Berg z’n deuren opent en permanent in dialoog is met z’n (kritische) buren en de onvrede daar probeert weg te nemen.

Tata Steel is tevens een bron van trots voor de talloze medewerkers van het bedrijf, zoals het ’lastige’ ondernemingsraadlid Mendes Stengs. Zijn zoon werkt inmiddels ook alweer twee jaar bij de fabriek en vertegenwoordigt daarmee de vierde generatie van de familie in het bedrijf, dat zich tegenwoordig sterk maakt om ‘groen staal in een gezonde omgeving’ te gaan produceren. Tot het zover is, moet de huidige productie op peil blijven. Stengs is kritisch en dat wordt niet door iedereen gewaardeerd.

Behalve enkele medewerkers portretteert Staal ook enkele omwonenden die zich verzetten tegen de emissie van Tata of zelfs een tijdje naar het buitenland vertrekken om gezondheidsklachten voor te zijn. Intussen blijft journalist Bart Vuijk van het Noordhollands Dagblad kritische artikelen publiceren over de staalfabriek onder vuur en lopen de spanningen steeds verder op. Ook intern begint ’t wat te rommelen en worden enkele medewerkers, soms tot hun eigen verbazing, op een zijspoor gezet.

De verhalen van al deze personages, waarbij hier en daar nog wel wat losse eindjes blijven liggen, spelen zich af tegen het bijzonder fotogenieke decor van de IJmond, dat door Asselbergs en Krijgsman ook zeer fraai in beeld wordt gebracht. Het industriële karakter van de omgeving wordt bovendien nog eens benadrukt met een rauwe, garage-achtige soundtrack die er erg vet onder – of beter: op – is gelegd. En in de leadermuziek lijkt hart & ziel-zanger Tom Waits zowaar de titel ‘Staal’ te grommen.

Staal wordt daarmee een heel aardig portret van een arbeidersgemeenschap in transitie, waarbij de mastodont uit het industriële tijdperk die nog altijd ieders leven bepaalt zich staande moet zien te houden in de 21e eeuw.