An Update On Our Family

HBO Max

De tijd dat onhandige papa’s met een fototoestel of een videocamera bibberig de eerste verrichtingen van hun nageslacht probeerden te vereeuwigen, ligt inmiddels al lang en breed achter ons. Een beetje bijdetijds ouderkoppel heeft tegenwoordig een eigen YouTube-kanaal, waarop over alle wederwaardigheden van het gezinsleven wordt gevlogd. Over (positieve) zwangerschapstesten, spugende kinderen en het huis dat maar niet opgeruimd raakt.

Zo kunnen we echt met hen meeleven, vinden devote fans zoals de alleenstaande moeder Hannah Cho uit Phoenix, Arizona. Zij is verslingerd geraakt aan The Stauffer Life, het toch wel behoorlijk professioneel ogende familiekanaal van Myka en James Stauffer. Dat Amerikaanser dan Amerikaanse echtpaar houdt z’n achterban uitstekend op de hoogte van wat er in hun o zo gezellige gezinnetje allemaal gebeurt. Als ze een miskraam heeft gekregen, zit Myka binnen vier uur weer voor de camera. Ook om haar excuses te maken dat ze zo lang niet heeft gevlogd. En wanneer ze daarna toch weer in verwachting raakt, wordt de positieve test voor de camera met de andere kinderen gedeeld. ‘Zwangerschapsaankondigingen krijgen nu eenmaal veel views’, weet ook Hannah Cho.

De Stauffers gelden inmiddels als de zwarte schapen van de mamavlog-wereld. En de kwestie die daarvoor heeft gezorgd – de adoptie van het Chinees jongetje Huxley – gebruikt Rachel Mason als voertuig om alle uithoeken van die gemeenschap te verkennen in An Update On Our Family (139 min.). In de driedelige docuserie, geïnspireerd op het artikel Un-adopted van Caitlin Moscatello in New York Magazine, introduceert Mason tevens de familievloggers Harold en Rachel Earls (Earls Family Vlogs) en Channon Rose (Channon Rose Vlogs), die ’t heel fijn vinden om hun ‘journey’ met de gemeenschap te delen. Er zit trouwens ook een aardig verdienmodel in zo’n familievlog. Als je tenminste weet hoe je jezelf – en je kinderen – moet verkopen.

Deel 2 van deze miniserie zoomt verder in op de adoptie van kinderen uit het buitenland. Zoals dat nieuwe zoontje van de Stauffers. Myka en James laten hun vlogkanaal floreren met een continue stroom updates over de adoptie en wachten Huxley natuurlijk ook met draaiende camera op als hij vanuit een Chinees weeshuis recht in hun armen loopt. Herstel: had moeten lopen. Want erg enthousiast is het joch in eerste instantie niet. En dat blijkt de voorbode van een moeizame episode in het bestaan van die alleraardigste Stauffers, waarbij hun adoptiekind gaandeweg helemaal van het toneel lijkt te verdwijnen. Dan hebben ze echter buiten fanatieke fans zoals Hannah Choh, die zelf is geadopteerd vanuit Korea, gerekend. Zij gaan op zoek naar waar Huxley is gebleven.

Influencer-expert Sophie Ross, die zelf overigens ook verdacht veel lijkt op een influencer, brengt de zaak in mei 2020 buiten de ‘momosphere’ met een messcherpe tweet, waarna de rest van de trending wereld – van Business Insider tot Buzzfeed – ermee aan de haal gaat en de hele familiegoegemeente losgaat op die onfortuinlijke Myka en James Stauffer. Hun vlogroem komt als een boemerang bij hen terug. Een waarschuwing voor al die ouders met een familiekanaal, die nog in de veronderstelling leven dat het delen van beelden van hun kinderen, in deze lekker cringy serie overigens consequent onherkenbaar gemaakt, volstrekt onschuldig is. Terwijl die kids in werkelijkheid natuurlijk allang van de complete gemeenschap zijn geworden.

En al die volgers weten, als digitale huisvriend, véél beter wat goed voor hen is. Te beginnen met die arme Huxley.

The Body Next Door

Videoland

Vooralsnog is het een whoisit, stelt rechercheur Gareth Morgan. In plaats van een whodunnit, waarin de nadruk ligt op het achterhalen van de dader van een misdrijf. Eerst moet de Welshe politie ontdekken wie het slachtoffer is: de man van middelbare leeftijd die zorgvuldig in plastic is gewikkeld en op 24 november 2015 wordt gevonden bij een appartementencomplex in het dorpje Beddau in Zuid-Wales. Pas daarna kan de vraag worden beantwoord wie hem heeft vermoord en vervolgens als een mummie heeft achtergelaten.

Buurvrouw Leigh Sabine zou het antwoord vermoedelijk wel hebben kunnen geven. Zij is alleen een maand voordat The Body Next Door (138 min.) wordt gevonden zelf overleden. De excentrieke dame op leeftijd spreekt tot de verbeelding van de dorpsbewoners, die in deze intrigerende driedelige true crime-serie van Gareth Johnson hun licht laten schijnen over de raadselachtige zaak. Was Leigh nu verpleegster, zangeres of hondenfokster geweest? En waar kwam zij eigenlijk vandaan? Uit Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika of toch gewoon – niet eens zo ver van Wales – uit Reading?

Kortom: whowasshe? Zou het antwoord op die vraag kunnen bijdragen aan een oplossing van het mysterie rond het lijk dat is aangetroffen bij haar appartement aan Trem-Y-Cwn 57 in het voormalige Welshe mijnwerkersdorp? En hoe zit ‘t met die vijf kinderen waarover Leigh Sabine net voor haar dood ineens terloops had gesproken? Bestaan die werkelijk? Of zijn zij een product van de ongebreidelde fantasie van de oudere vrouw, die altijd rookgordijnen rond zich optrok? De ene vraag is nog niet beantwoord in deze puike productie of de volgende dient zich alweer aan.

Whydunnit bijvoorbeeld. Waarom is die onbekende man door wie gedood? Gaandeweg openbaart zich aan de hand van zulke vragen een opzienbarende geschiedenis, die door Gareth Johnson bovendien fraai is vormgegeven en zeer ingenieus wordt uitgepakt. Als een delicaat geoffreerd cadeautje, dat stukje bij beetje z’n geheimen prijsgeeft – en dat dan vaak nét iets anders uitvalt dan de oplettende kijker zelf al had zitten te bedenken. Niet onbelangrijk daarbij: ook terug redenerend blijft het verhaal rond dat vacuüm verpakte lichaam kloppen. En de daarin opgevoerde personages krijgen intussen alsmaar meer diepte.

Trefzeker stevent The Body Next Door zo af op een even ontluisterende als bevredigende ontknoping. Als er nog één laatste vraag wordt beantwoord: whendunnit?

Stephanie Louwrier: Dichterbij Mij

NTR

Het is natuurlijk geen nieuw uitgangspunt: een documentairemaker volgt een kunstenaar tijdens de totstandkoming van een nieuwe voorstelling/plaat/expositie/concertreeks (doorhalen wat niet van toepassing is) en probeert via de hobbels onderweg de essentie van z’n hoofdpersoon te vangen. In de korte docu Stephanie Louwrier: Dichterbij Mij (29 min.) poogt Marcel Goedhart zo, juist, dichterbij het Nederlandse podiumbeest te komen. Stephanie Louwrier werkt aan haar derde theatershow, Let’s Get Louder. En dat gaat – het lijkt zo te horen – bepaald niet vanzelf.

Louwrier begint met een voorstudie. Daarna moeten er try-outs volgen. En die monden dan weer uit in een première, het vanzelfsprekende sluitstuk van deze film. Als het zover komt. Want maken is een kwetsbaar proces. Zeker als je je hebt voorgenomen om ‘ongefilterd eerlijk te zijn’ over alles wat er in je omgaat. En dat is nogal wat: een roerig familieverleden, stembandproblemen en een al dan niet expliciete relatiecrisis. Nadat ze helemaal los is gegaan tijdens een bokstraining blijkt één vraag van Goedhart (wat eruit moet?) al voldoende om haar verdediging te breken. ‘Alles’, zegt Stephanie geëmotioneerd.

Op de spiegel van Louwriers kleedkamer hangen, ergens onderweg naar (g)een voorstelling, een heleboel geeltjes, die de verschillende onderdelen representeren van wat een heel persoonlijke theatershow moet worden. Vormen ‘latina’, ‘jazz’ en ‘talk dirty to me’ bijvoorbeeld een logisch trio? Moet ‘tekstangst’ inderdaad ná ‘Ryan Gosling is mijn held’ en net vóór ‘ecstatic dance’? En waar horen ‘cellulitis is cool’ en ‘kinderwens’? Horen die er überhaupt wel in? ‘Zeg me dat ’t beter wordt’, zingt de hoofdpersoon dan alvast een stukje van die voorstelling – en zichzelf moed in. ‘Zeg me dat ik veilig ben.’

Er bestaat dus een kans dat die ‘muzikale onewomanshow’ er helemaal niet komt – of in elk geval niet nu. Louwriers vaste regisseur Titus Tiel Groenestege komt, vlak voor het einde van deze intieme film, poolshoogte nemen. Is het een omen? Waarvan dan? En krijgt Marcel Goedhart daarmee een logisch einde voor zijn observerende film?

Paul En Paultje

Mooie Nel / BNNVARA

Binnen luttele minuten heeft zich in deze film een geheel eigen wereld geopend. Zomaar in een rijtjeshuis in Amsterdam-Noord, in zwart-wit vereeuwigd. Een wel heel bizar samengesteld gezin, vervat in pijnlijke scènes en sprekende shots en lekker aangezet met tragikomische muziek. Met twee onvergetelijke personages bovendien: Paul En Paultje (49 min.). Broers: Paul (79) en Paultje (61).

Dat verdient enige uitleg. Ze hebben dus dezelfde vader, maar een andere moeder. En dat klinkt dan weer eenvoudiger dan ’t is. Want Paultje is volgens eigen zeggen ‘een incestkindje’. Pauls zus is zijn moeder. Dat verdient natuurlijk nog veel meer uitleg. En die komt er ook in deze nieuwe versie van de docu waarmee Hugo Drechsler in 2023 is afgestudeerd aan de Filmacademie. Met frisse tegenzin en horten en stoten, dat wel.

Die film begint bij de gevangenis, als Paultje vrijkomt na een ongedefinieerde straf voor een vergrijp dat verder ook niet ter sprake komt. Het doet er blijkbaar niet toe. Paultje ziet geen andere mogelijkheid en reist af naar dat rijtjeshuis in Amsterdam-Noord, waar zijn nurkse oudere broer Paul en diens vrouw Jannie wonen. Paul zit alleen helemaal niet op hem te wachten. ‘Hier kun je ook niet terecht, jongen’, zegt hij bars. ‘Het spijt me voor je.’

Zijn vrouw wil nog wel een keer met de hand over het hart strijken, maar Paul is niet te vermurwen. Hij is vaak genoeg in de maling genomen. ‘Dus je moet maar kijken waar je kunt slapen. Het park is groot genoeg.’ En als hij dan toch, met gezonde tegenzin, overstag is gegaan, kijkt hij z’n broer ongegeneerd de deur uit. ‘Ga jij maar effe lekker boodschappen doen, jongen’, zegt hij dan bijvoorbeeld. ‘En blijf zo lang mogelijk weg.’

De twee broers kampen intussen allebei met ernstige gezondheidsproblemen. Daardoor zijn ze in zekere zin veroordeeld tot elkaar. En anders is er nog wel die gedeelde familiegeschiedenis: hun vader, die ‘teringlijer’. De man die zoveel kapot heeft gemaakt en hen heeft opgescheept met elkaar. Twee mannen die niet meer mét, maar uiteindelijk toch ook niet meer zónder elkaar blijken te kunnen. Broers, tegen wil en dank.

In een hartveroverend dubbelportret, dat een gulle lach oproept, soms verbazingwekkend grimmig wordt en uiteindelijk ook weer oprecht ontroert.

My Sister / My Agent

Flanders Tax Shelter / Watertower TV

Bij toeval is Mélissa Onana in een wereld beland die haar ooit volledig vreemd was. Via haar jongere halfbroer Amadou – dezelfde vader, andere moeder – maakte ze enkele jaren geleden kennis met de internationale voetbalwereld. Toen hij werd uitgenodigd voor een trainingsstage bij Hoffenheim, ging zij mee om hem te begeleiden. Hij verdiende een contract bij de Bundesliga-club, dat zij professioneel uitonderhandelde.

Inmiddels speelt Amadou Onana in de Britse Premier League en het Belgische nationale elftal en is Mélissa, als zwarte vrouw, uitgegroeid tot een professionele spelersmakelaar, die samen met haar compagnon Geoffrey Hoogland een portfolio van ruim dertig betaalde voetballers van veelal Afrikaanse origine beheert. Ze behoort inmiddels tot de gevestigde namen in een business die verder vooral uit witte mannen bestaat.

Met de voetbalacademie IFA probeert Mélissa Onana bovendien nieuwe talenten in haar moederland Senegal te scouten en op te leiden. Ze gelooft daarbij in een ferme aanpak. Geef ze de juiste wapens voor de oorlog, zegt ze over die talenten in My Sister / My Agent (72 min.). Iedereen die zich niet volledig geeft moet direct keihard aangepakt worden. Als ze ’t straks willen redden in Europa, zijn er nu eenmaal geen excuses. Nooit.

Zulke ‘tough love’ geeft ze overigens ook aan zichzelf. Want deze documentaire van Gilles Simonet toont tevens Onana’s kwetsbare kant. Ze kampt al haar halve leven met ernstige gezondheidsproblemen. Als kind was ze bang dat ze vanwege sikkelcelziekte de 35 nooit zou halen. Als Mélissa vertelt hoe ze onlangs toch haar vijfendertigste verjaardag heeft mogen vieren, moet ze voor de camera even een traantje wegslikken.

Terwijl ze haar eigen gezondheid voortdurend in acht moet nemen, ontfermt ze zich als een moederkloek over haar broer en cliënt Amadou, die tussen de wedstrijden en trainingen voldoende rust moet nemen, ook best eens mag ontspannen met het opnemen van een rapnummer en tegelijkertijd nog altijd moet afstuderen (waarvoor zijn zus speciale afspraken probeert te maken met de Belgische voetbalbond).

En dan roept de business weer: spelers die aan een nieuw contract of een andere club moeten worden geholpen. Ogenschijnlijk zonder moeite houdt Mélissa Onana, getuige dit boeiende inkijkje dat ze zelf mede-produceerde, zich staande in de voetbalwereld. Zoals ze ook probleemloos schijnt te kunnen schakelen tussen haar verschillende rollen naar Amadou. Want diens zus mag natuurlijk nooit zijn zaakwaarnemer in de weg zitten.

En die laatste moet aan het eind van het seizoen 2023-2024 aan de slag als de Belgische voetballer – alwéér, na korte verblijven bij Hoffenheim, Hamburger SV, Lille en Everton –een nieuwe stap in zijn carrière wil zetten. Het is alleen de vraag of Mélissa ook nu een goede deal weet uit te onderhandelen.

The Commandant’s Shadow

HBO

Hans Jürgen Höss heeft volgens eigen zeggen ‘een fijne en idyllische jeugd’ gehad. Hij speelde met z’n zusje Inge-Brigitt, bijgenaamd ‘Püppi’, in het zwembad bij hun huis, ravotte met de hond of ging met zijn vader kanoën op de rivier. Als kind had hij er geen idee van dat hij naast het vernietigingskamp Auschwitz woonde – en dat zijn vader Rudolf daarvan de commandant was. Vanuit hun huis konden ze het crematorium zien.

Dat gruwelijke uitgangspunt – het gelukkig gezinnetje Höss, naast een moordmachine zonder gelijke – vormde natuurlijk al het uitgangspunt voor de Oscar-winnende speelfilm The Zone Of Interest (2023). De documentaire The Commandant’s Shadow (103 min.) zorgt voor verdere context. Rudolf Höss’s zoon Hans Jürgen houdt daarin vol dat hij zich als kind geen moment bewust is geweest van wat er zich daar, aan de andere kant van de tuinmuur, afspeelde. Zijn eigen zoon Kai, de kleinzoon van de commandant en zelf pastor in een kerk te Stuttgart, kan zich dat nauwelijks voorstellen. Hij vermoedt dat zijn vader die herinneringen, uit pure zelfbescherming, heeft verdrongen.

In deze film van Daniela Volker gaat Hans Jürgen eindelijk de confrontatie aan. Hij verdiept zich bijvoorbeeld in de memoires van zijn vader. Als hij leest hoe die tijdens het afvoeren van vrouwen en kinderen naar de gaskamers moest denken aan zijn eigen gezin, reageert Hans Jürgen geschokt. Zo komt ’t wel heel dichtbij. Hij reist ook af naar de Verenigde Staten voor een ontmoeting met ‘Püppi’, die hij al ruim een halve eeuw niet heeft gezien. Hun vader was ‘een goed mens’, houdt zij dan staande, ook tegenover zichzelf. Hij was ergens in beland waaruit ie niet meer kon ontsnappen. En hun moeder Hedwig schermde de kinderen af, zodat zij een onbezorgd leventje konden leiden.

Tegenover de verschillende leden van de familie Höss plaatst Volker de Joodse vrouw Anita Lasker-Wallfish, die als celliste een plek veroverde in het kamporkest van Auschwitz en mede daardoor de oorlog overleefde, en haar dochter Maya, die met typische tweede generatie-problematiek kampt. ‘Ik ben de verkeerde moeder voor mijn dochter’, stelt Anita. ‘Ik ben heel simpel. Getraumatiseerd? Vergeet ‘t. Ga door met je leven.’ Maya wil die geschiedenis echter verder onderzoeken en legt in dat kader contact met vader en zoon Höss. Hun ontmoeting vormt de climax van deze stemmige film over verzoening met een verleden waarmee geen mens zich eigenlijk kan verzoenen.

Hans Jürgen en zijn zoon moeten accepteren dat ze afstammen van, in Kais woorden, ‘de grootste massamoordenaar uit de menselijke historie’, Anita en haar dochter dat zelfs hun traumatisch verleden geen enkele garantie biedt voor de toekomst. Want om hen heen zien ze hoe de tegenstellingen weer ouderwets worden opgepookt en ook de zondeboktheorie gewoon weer opgeld doet.

Droombeeld

NTR

Via andere Turkse vrouwen probeert de fotografe Çiğdem Yüksel haar oma te vinden. Die overleed toen zij veertien was. Zeynep, zomaar een vrouw die haar man begin jaren zeventig naar het verre Nederland volgde. Hij ging in IJmuiden werken bij Hoogovens, zij in de plaatselijke visfabriek. Als migranten deden zij daar het zwaarste werk.

Behalve voor haar kinderen en kleinkinderen is Çiğdems grootmoeder helemaal uit beeld verdwenen. Sterker: zij is eigenlijk nooit in beeld geweest. Oma Zeynep behoort tot de onzichtbare vrouwen, de echtgenotes van de eerste generaties gastarbeiders. Voor je het weet zijn ze definitief verdwenen, moet haar kleindochter hebben gedacht – of voorgoed vastgelegd in die stereotiepe beelden van gesluierde oudere moslima’s, veelal vanaf de rug vastgelegd, die nauwelijks van elkaar zijn te onderscheiden.

Çiğdem Yüksel besluit om de generatie van haar grootmoeder te vereeuwigen. Daarvoor kan ze terugvallen op Vrouwen Te Gast, een boek dat de fotografe Bertien van Manen eind jaren zeventig uitbracht. Zij portretteerde toen een aantal vrouwen van buitenlandse afkomst die in Nederland waren beland. Ruim veertig jaar later heeft Çiğdem nu geprobeerd om deze vrouwen te vinden. Zodat ze hen opnieuw kan portretteren – en zo kan vereeuwigen wie zij waren en wat ze hebben betekend.

En dat is een missie die haar oma overstijgt, blijkt in de verzorgde korte documentaire Droombeeld (31 min.) van Rosa Ruth Boesten (Master Of Light). Yüksel wil aantonen dat zij – die vrouwen, hun echtgenoten én hun nageslacht – er mogen zijn. ‘Ik ben ook heel hard bezig met dit project om maar te kunnen rechtvaardigen dat we in dit land horen’, vertelt ze. Met hun keiharde werk hebben zij volgens haar ‘bijgedragen aan de Nederlandse economie’, maar dreigen ze nu in de vergetelheid te verdwijnen.

Yüksels foto hebben een plek gekregen in de tentoonstelling Je Moest Eens Weten in Het Nederlands Fotomuseum, waar bezoekers tevens een video-installatie en tuftwerk  van haar grootmoeder kunnen zien  ‘Ik wil dat ze gaan zitten in de schoot van mijn oma’, legt Çiğdem uit, ‘wat is bekleed met patronen uit haar kleding.’ Want daar, bij de vrouw die de spil van haar familie vormde, voelde zij zich als kind zeer geborgen. En dat gevoel – van een (groot)moeder, een vrouw, een generatie – mag niet verloren gaan.

Home Game

Cinema Delicatessen

‘Lidija kan zich niet voorstellen dat haar wereld zou kunnen verdwijnen’, vertelt Lidija Zelovic in de persoonlijke documentaire Home Game (94 min), in de derde persoon, over haar vroegere zelf. ‘Dat oorlog ook haar kan overkomen. Dus zelfs als ze zelf de oorlog aankondigt, heeft ze dat niet door.’ 

‘In Bonn wordt de erkenning van Slovenië en Kroatië geëist’, leest een jonge Zelovic vervolgens, begin jaren negentig, voor in een Joegoslavische nieuwsuitzending. ‘De Kroatische president Franjo Tudjman heeft de bewegingsvrijheid beperkt van alle mannen tussen achttien en zestig jaar oud’, zegt ze in een ander journaal. Gevolgd door, in alweer een uitzending: ‘Rond één uur vannacht heeft er een schietpartij plaatsgevonden in Pakrac. Het mortiervuur duurde tot half acht in de ochtend. Tientallen gebouwen werden geraakt. De watertoevoer is afgesloten.’

En dan is die oorlog inderdaad begonnen. Joegoslavië, bijna dertig jaar bijeengehouden door de almachtige leider Josep Tito, spat uiteen. Ideeën over broederschap, eenheid en multiculturalisme sterven een pijnlijke dood. ‘De ander’ wordt voortaan beschouwd als een gevaar. Lidija Zelovic vlucht uiteindelijk van Sarajevo naar Nederland en bouwt daar als jonge vrouw een nieuw bestaan op. Haar familieleden volgen enkele jaren later. Samen met hen maakt ze in de egodocu My Own Private War (2015) de balans op van wat die oorlog in hun levens heeft aangericht.

Negen jaar later zijn er opnieuw belangrijke bijrollen voor Zelovic’s ouders Vojo en Vesna, haar broer Davor en zoon Sergej in Lidija’s nieuwe film over het leven dat ze nu al ruim dertig jaar leidt in Nederland, een land van rust, orde en harmonie. ‘Wat een ongelooflijk geluk dat ik hier terecht ben gekomen!’ constateert ze eerst nog, om later tot de conclusie te komen dat ze hier altijd ‘een vluchteling’ blijft. Intussen raakt ook dat gelijkmatige Nederland op drift. In het land dat van polderen z’n tweede natuur had gemaakt begint het te rommelen, donderen en bliksemen. 

Bij haar eigen familie, die aan den lijve heeft ondervonden hoe alsmaar oplopende polarisatie kan uitmonden in oorlog, komen de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, de opkomst van Geert Wilders en het Toeslagenschandaal extra hard binnen. En Lidija heeft altijd een camera bij de hand om haar eigen bespiegelingen, de gesprekjes met haar opgroeiende zoon en de discussies binnen de familie vast te leggen. Zelf is ze er bepaald niet gerust op. ‘Hier gaat het niet escaleren’, herhaalt Lidija in een krachtige scène tegen zichzelf. ‘Hier gaat het niet escaleren.’

Home Game is behalve een zelfportret van een vrouw die de zwartgeblakerde ziel van haar moederland met zich meedraagt ook een film over twee werelden. Die zijn bij de Zelovicen volledig met elkaar versmolten geraakt. Terwijl ze gezamenlijk naar voetbalwedstrijden van Ajax kijken, discussiëren ze ongemeen fel over de Bosnische aanvaller Edin Džeko. Tijdens een trip naar haar geboorteland ontspant moeder Vesna zich met het Nederlandse televisieprogramma We Zijn Er Bijna. En Lidija’s broer Davor galmt thuis al z’n emoties eruit bij een levenslied van André Hazes.

Tegelijkertijd maakt deze film tastbaar hoe ze stuk voor stuk de herinnering aan het voormalige Joegoslavië met zich meedragen – en de waarschuwing die daarvan uitgaat. Welvaart en voorspoed mogen nooit vanzelfsprekend worden. ‘Mijn beste kinderen, als alles in je leven prachtig lijkt, doe dan een steen in je schoen’, zei Lidija’s grootmoeder, die zelf twee wereldoorlogen overleefde, vroeger tegen haar. ‘Zodat er iets is dat je dwarszit.’ Ze moesten er altijd en overal op voorbereid zijn dat het dak van de wereld met donderend geraas naar beneden zou kunnen komen.

Daarmee doet Home Game ook onvermijdelijk nadenken over Nederland. Kan het ook hier zo gaan? Dat de oorlog in feite al is aangekondigd, zonder dat iemand ‘t echt doorheeft?

Blink

Disney+

Straks hebben ze de hele wereld gezien. En die beelden raken ze nooit meer kwijt. Edith wil het visuele geheugen van haar kinderen laden. Meer kan ze als moeder niet doen. En samen met haar echtgenoot Sebastien Pelletier wil ze zo graag iets doen. Konden ze hun aandoening maar ongedaan maken! Drie van hun vier kinderen lijden aan Retinitis Pigmentosa. Ze zullen steeds slechter gaan zien. Totdat, vroeger of later, hun blikveld drastisch is vernauwd – of het licht zelfs helemaal uitgaat.

Samen met Mia, Colin en Laurent – en Léo, hun enige kind dat verschoond is gebleven van de oogaandoening – stellen de Pelletiers een bucket list op. Tijdens een reis rond de wereld, vereeuwigd door Edmund Stenson en Daniel Roher in Blink (83 min.), gaat het Canadese gezin zoveel mogelijk afvinken. Op safari in Afrika. Voldaan! Paardrijden in Mongolië. Dikke V. En een kasteel bezoeken in Oman. Done that! Zo volgen ze het licht en houden ze de donkerte voorlopig op afstand.

Die meldt zich zo nu en dan toch, bijna terloops, bijvoorbeeld als het jongste kind Laurent aan z’n moeder vraagt wat ‘blind’ zijn eigenlijk betekent. Na het gesprek heeft Edith het gevoel dat ze het vijfjarige joch van z’n onschuld heeft ontdaan. Zoals ‘t een kind eigen is, lijkt Laurent er alleen weinig last van te hebben. Samen met zijn oudere broers en zus gaat hij elk avontuur onvervaard aan. Zij kijken niet naar de toekomst, maar zien wel wat er in het hier en nu op hen afkomt.

Zulke levenslessen zijn er natuurlijk in overvloed in deze inherent optimistische film over een levenslustig gezin, waarbij het gemakkelijk inleven en meevoelen is. En als de Pelletiers in Ecuador vast komen te zitten in een berglift, wordt deze fraaie en zoete documentaire, die duidelijk appelleert aan een groot publiek, zelfs nog even eng en spannend. Ook dan geven Edith en Sebastien echter het goede voorbeeld en houden ze als ouders het hoofd (ogenschijnlijk) koel.

En dan, na een jaar van de blik verruimen, komt onvermijdelijk het moment om, met een plunjezak aan levenservaringen en een vrijwel lege bucket list, het gewone bestaan weer op te pakken en een begin te maken met een ongewisse toekomst.

A Want In Her

Inland Films

Moeder en dochter hebben een stilzwijgende afspraak: als Nuala dronken is, laat Myrid haar links liggen. Toch kan ze ‘t niet laten om naar haar moeder te kijken als ze haar dronken op een bankje in Belfast ziet zitten, met een fles wijn binnen handbereik. Ze besluit Nuala zelfs even te filmen – en voelt zich daar later dan weer schuldig over.

Filmen doet de jonge Ierse kunstenares Myrid Carten al van jongs af aan. Samen met mensen uit haar directe omgeving zet ze van alles in scène. Haar moeder, ooit sociaal werker in Donegal, blijkt een geliefd subject. Een vrouw die worstelt met een bipolaire stoornis en zo nu en dan helemaal van de radar verdwijnt. Soms denkt ze dat ze Bobby Sands is. Ook haar broer Danny heeft psychische problemen. Als het hen te veel wordt, grijpen ze al gauw naar de fles – al bezweert hij dat ie die nu toch al een hele tijd heeft afgezworen.

In de egodocu A Want In Her (80 min.) richt Carten, inmiddels woonachtig in Londen, haar zoekende camera op haar eigen familie. Op haar moeder die periodes van zelfmedicatie afwisselt met sobere episodes, waarin ze haar leven probeert te beteren. Op Danny, die zo nu en dan onaangekondigd in een verrotte stacaravan bij hun ouderlijk huis overnacht. En op hun broer Kevin, Myrids oom, die de menselijke ravage regelmatig moet opruimen en dat eigenlijk spuugzat is. Hij wordt stelselmatig overvraagd.

Met een grillige combinatie van homevideo’s, direct cinema-scènes en beelden van video-installaties exploreert Myrid Carten de wissel die psychische- en verslavingsproblematiek trekken op mensen in de directe omgeving. Dit leidt ook tot confrontaties met haar moeder Nuala, die Myrid verwijt dat ze haar een schuldgevoel aanpraat. Zij stelt op haar beurt dat Nuala zwelgt in zelfmedelijden en elke vorm van verantwoordelijkheid probeert te ontlopen. Zo dreigt ze haar verwanten met zich mee te trekken door de modder.

Dat is geen nieuwe thematiek, die in A Want In Her bovendien met de nodige omwegen wordt uitgewerkt – al stuurt Carten, met behulp van de bezwerende muziek van Lankum en Fontaines DC, uiteindelijk aan op een krachtige climax.

Vodu

Nozem Films / AVROTROS

Met enige goede wil kun je er een klassiek held(inn)enverhaal in zien: de uitverkorene probeert de lokroep van haar lot telkenmale te weerstaan. Ze kruipt ervoor weg, probeert de signalen te negeren en begint die uiteindelijk zelfs actief te bevechten. Tevergeefs, natuurlijk. De beelden blijven komen, totdat ze er echt niet meer aan kan ontkomen en in arren moede dat lot maar omarmt.

In de sfeervolle korte docu Vodu (30 min.) van Eva van Weeghel vertelt Dzifa Kusenuh dat ze in haar dromen soms bijna wordt gedwongen om in de toekomst te kijken. Het zijn lang niet altijd fijne beelden. Zo kreeg de jonge Ghanees-Nederlandse actrice eens een unheimisch visioen over een meisje op het Amsterdamse station Sloterdijk. En daarmee liep het later, inderdaad, niet goed af.

Zulke gebeurtenissen boezemen haar angst in. Ze doen haar ook denken aan haar vader Atsu. Hij staat voortdurend in contact met hun voorouders. Dzifa besluit om samen met hem af te reizen naar Ghana. Zij wil de Vodu-cultuur die Atsu aanhangt beter leren kennen. Via dromen lijkt die ook al nadrukkelijk naar haar te lonken. Zonder dat ze er echt vat op krijgt of eraan durft toe te geven.

Wat heeft ze van haar voorouders te verwachten? Dzifa is bang dat ze niets van haar moeten hebben. En wat nu als ze die connectie wél krijgt? vraagt ze zich hardop af, in een dagboekachtige voice-over. Dat ze net als haar vader met hen gaat communiceren en dat zij dan in haar dromen gaan terugpraten? Wil ze die beerput werkelijk openmaken, op het gevaar af dat ie nooit meer dichtgaat?

Gaandeweg raakt ze in haar vaderland echter steeds meer vertrouwd met de fysieke en spirituele wereld van haar vader, waarvan zijzelf onmiskenbaar ook een onderdeel is. Van Weeghel kijkt mee tijdens dit intieme proces van het aan zichzelf twijfelende kind en de vader, die haar liefdevol aanspoort om haar lot te omarmen en te vertrouwen op zichzelf – en op hem en haar voorvaderen.

Met behulp van enkele vaste gebruiken wordt Dzifa Kusenuh klaargestoomd om de rol te aanvaarden die altijd al voor haar was weggelegd. ‘Ik heb jou vandaag geblessed, zegt Atsu plechtig tegen z’n dochter tijdens een soort doop- en reinigingsritueel. ‘Ik heb jou gecleansed vandaag. En je kan altijd bij de goden komen. Dit is wat ik je wilde geven. En het is het laatste. Jij moet zelf verder gaan.’

Alles Komt Goed

Prospektor / Human

Twee meisjes spelend in het bos en de duinen. Twee zussen. Muqat van tien, Samrawit van nog nét zeventien. De jongste rennend, klimmend en schuilend in de Nederlandse natuur, de ander voortdurend coachend. Want ze spelen haar herinneringen na. Harder rennen dus. Ze wordt achterna gezeten door apen. Een gorilla zelfs.

Dat kan in Eritrea. Op z’n minst in de belevingswereld van een achtjarig meisje. Zo oud was Samrawit toen ze haar land ontvluchtte. Samen met twee leeftijdsgenoten, maar zonder familie. Zelf dacht ze er destijds weinig over na. ‘In mijn gedachten had ik niet zo: ik ben nog maar acht’, herinnert ze zich. ‘Ik dacht bij mezelf: ik kan alles.’

En nu zit Samrawit, een tiener inmiddels, gewoon op school in Almelo en blijkt de Nederlandse taal een harde dobber. Ze wil ook graag meer contact met Nederlanders, niet alleen met jongeren uit een ander land zoals zij zelf. Ze wil vooruit, weg van wat ze heeft achtergelaten en op naar wat ze wil worden. Achttien, om te beginnen.

Volwassen. Een eigen leven. Dat gaat niet vanzelf. Een liedje van Jaap Reesema biedt dan houvast in deze jeugddocu van Eefje Blankevoort en Lara Aerts. ‘Als het voelt of je alleen bent, kom ik rennen naar je toe’, zingt Samrawit, ook tegen zichzelf. ‘Leg je hoofd maar op mijn schouders. Alles komt, alles komt, Alles Komt Goed (Engelse titel: Everything Will Be Allright, 32 min.).’

Tussendoor schetst ze met ruwe pennenstreken het vluchtverhaal van haar familie. Ze zijn in Ethiopië, Soedan, Libië en Italië geweest en uiteindelijk in Nederland beland. Terwijl ze terugblikt, zinspeelt Samrawit op gebeurtenissen die niet concreet – en misschien is dat ook maar beter zo – worden benoemd. Ze kijkt liever naar de toekomst, in Nederland.

En die begint op het ROC Twente en hopelijk binnenkort ook met een eigen huis. Dan komt alles, zo lijkt haar stellige overtuiging in dit warme portret dat op het International Documentary Festival Amsterdam werd uitgeroepen tot beste jeugddocu, vast wel goed. Het is de hoop die doet leven. Zonder kan het bestaan niet bestaan.

Une Famille

Le Bureau Films / Rectangle Productions / Periscoop

Eerst durft Christine Angot niet aan te bellen. Zodra ze die stap tóch heeft gezet en de stem van een oudere vrouw zich meldt via de intercom, vindt Angot ineens een ongekende daadkracht in zichzelf. ‘Hallo, het is Christine’, zegt ze ferm. ‘Kunt u mij binnenlaten, alstublieft?’ Als de zoemer voor het openen van de deur daadwerkelijk klinkt, duwt ze die resoluut open en stapt, begeleid door een draaiende camera, het huis in Straatsburg binnen. ‘Nee, geen foto’s’, zegt Elizabeth Weber nog. ‘Alsjeblieft!! Christine, ik wil geen foto’s.’

Die is echter onverbiddelijk, stormt de kamer binnen en houdt de deur open voor de cameravrouw die ze mee naar binnen heeft genomen. ‘Waarom doe je dit?’ vraagt Elizabeth, de tweede vrouw van Christines vader Pierre. Het komt tot een fikse confrontatie tussen de twee Franse vrouwen. En gaandeweg wordt ook voor de kijker duidelijk waar ’t hier om draait: als dertienjarig meisje is Christine misbruikt door haar vader. Ze heeft zich nooit gesteund gevoeld door Elizabeth en werpt haar dat nu bikkelhard voor de voeten.

Als schrijfster publiceerde Angot al over dit seksueel misbruik in de roman L’Inceste (1999) en enkele andere boeken. Daarmee riep ze heel wat over zichzelf af. En nu wil ze alsnog verhaal halen bij de mensen die er op de één of andere manier bij betrokken waren. Want haar vader is allang dood. De man die zij beschrijft beweert Elizabeth zelfs helemaal niet te kennen als echtgenote. Ze heeft Christines beschuldigingen ook nooit bij hem kunnen verifiëren, zegt ze. Tegen die tijd leed Pierre al aan Alzheimer en was hij niet meer aanspreekbaar.

Het is een zeer ongemakkelijke scène, helemaal aan het begin van Christine Angots persoonlijke en confronterende film Une Famille (81 min.), waarin zij de confrontatie opzoekt met de mensen uit haar directe omgeving, die direct of zijdelings betrokken zijn geweest bij haar jeugdtrauma: haar eigen moeder Rachel Schwartz, haar inmiddels ex-echtgenoot Claude Chastagner en haar eigen dochter Léonore Chastagner (met wie ze ook gedurig op oude, ogenschijnlijk onschuldige familiefilmpjes uit de jaren negentig is te zien).

Een buitenstaander voelt zich onherroepelijk een voyeur bij het aanschouwen van al die lange en geladen ontmoetingen en moet in eerste instantie ook naar houvast zoeken in Angots zoektocht naar rekenschap, die tamelijk ruw gefilmd en gemonteerd is. Gaandeweg openbaart zich in deze wrange film echter wat er is gebeurd, hoe dat heeft kunnen gebeuren en wat de gevolgen daarvan zijn. Hoe incest niet alleen het slachtoffer in z’n greep houdt, maar ook doorsijpelt naar andere levens – en ook daar onherstelbare schade veroorzaakt.

Where Dragons Live

Cinema Delicatessen

In dit huis zijn ze altijd kind gebleven. Cumnor Place, nabij Oxford. Het landhuis van Jane en Oliver Impey. Hun ouders. Nu hun moeder in 2021 op 82-jarige leeftijd is overleden, nadat vaderlief vijftien jaar daarvoor al is weggevallen, staan de volwassen kinderen Impey voor de taak om dat huis leeg te ruimen. Daarmee sluiten ze hun bevoorrechte jeugd in een idyllische omgeving af en kunnen ze tevens in het reine komen met het verleden en hun eigenzinnige ouders.

Cumnor Place is volgens hen een plek waar draken wonen. Dat begon al direct met de aankoop ervan in 1966. Olivers moeder had Saint George and the Dragon verkocht, een veertiende eeuws schilderij van Rogier van der Weijden. Over Joris en de draak, juist. Die het onderspit delft, dat ook. Het kunstwerk bracht 220.000 pond op en behoort tegenwoordig tot de collectie van The National Gallery of Art in Washington. Met het verkoopbedrag kon destijds dit huis worden gekocht. Het was een bouwval, die helemaal moest worden opgeknapt door de Impeys. Zodat ze er ruim een halve eeuw konden wonen.

In Where Dragons Live (82 min.) beginnen hun zoons Edward, Lawrence en Matthew en enige dochter Harriet aan de ontmanteling van datzelfde leven. Een huishouden dat zonder twijfel werd bestierd door hun moeder Jane. Zij kon soms ongenadig vuur spuwen als iets haar niet zinde. Overal hangen nog ge- en verboden van de vrouw des huizes, een vooraanstaande wetenschapper. ‘Beware of…’ Of: ‘Do not…’ Gevolgd door een verbod. Via deze boodschappen is ze nog altijd prominent aanwezig in het huis dat nu klaar wordt gemaakt voor de verkoop.

Wat mag er weg en wat moet er blijven? Hier of elders. Het zijn bekende dilemma’s voor iedereen die ooit, overmand door gevoelens en herinneringen, een ouderlijk huis heeft moeten ontruimen. Het decor is in dit geval echter onvergetelijk – en wordt door regisseur Suzanne Raes en cameraman Victor Horstink ook ten volle uitgenut. Een sprookjesachtig, typisch Brits landhuis, net buiten het dorp en omgeven door een enorme tuin met allerlei vergeten hoekjes en een zwembad. Een plek om bij weg te dromen. Om doodsbang van te worden. Of wilde avonturen bij te verzinnen.

Met draken bijvoorbeeld. Vader Oliver, zoöloog en kunsthistoricus, zag ze overal. Hij verzon er zelfs Latijnse namen voor en praatte er volgens zijn kinderen over alsof ze echt bestonden. Het huis staat nog altijd vol met draken-parafernalia. En ze spelen natuurlijk de hoofdrol in verhalen. Ook in deze zinnenprikkelende film, via literaire fragmenten uit onder andere Beowulf, Harry Potter en Dragons World. De mythische dieren representeren voor Raes angsten, die onschadelijk moeten worden gemaakt of heroïsch kunnen worden gedood. Met de kracht van de rede of onze verbeelding.

Via herinneringen van de vier Impey-kinderen, en de avonturen van hun kroost in het bijzonder fotogenieke Cumnor Place en directe omgeving, pakt de Nederlandse filmmaakster kalm en methodisch, met behulp van fraaie familiefilmpjes, tevens de geschiedenis van deze upper class familie uit. Waarbij tussen de regels door kleine en grotere pijntjes aan de orde worden gesteld. Een vader die de ene zoon beduidend interessanter vond dan de andere bijvoorbeeld. Of de realisatie van sommige kinderen dat ze zich meer thuis voelden bij het kindermeisje dan bij hun eigen moeder.

In wezen gebeurt er verder weinig op het Britse landgoed, maar Raes zet de kleine gebeurtenissen in deze sfeervolle film vaardig naar haar hand. Van kleinkinderen die spelen in het zwembad – waarbij Orlando tot ‘waterdraak’ wordt gebombardeerd – maakt ze met beeld en tekst bijvoorbeeld een tot de verbeelding sprekend drakengevecht. En als de kinderen over het gras rennen, tekent er zich, hoog boven hen, zowaar even een schaduw af in de lucht. Zou ’t dan toch?

I’m Not A Monster: The Lois Riess Murders

HBO Max

‘Ik hoop dat dit het juiste is om te doen’, zegt de hoofdpersoon bij de start van I’m Not A Monster: The Lois Riess Murders (165 min.). 

‘Wat zeg je?’ reageert Erin Lee Carr, de maakster van die tweedelige documentaire, nogal bruusk.

Lois Riess herhaalt geëmotioneerd: ‘Ik hoop dat dit het juiste is om te doen.’

Riess, een ogenschijnlijk onopvallende Amerikaanse vrouw van middelbare leeftijd, is veroordeeld vanwege de moord op haar eigen echtgenoot Dave, een goedlachse kerel met één grote passie: vissen. Op 23 maart 2018 wordt hij aangetroffen in hun huis in Blooming Prairie, Minnesota, waar ze sinds 2005 samen een larvenkwekerij runnen. Het gemoedelijke koppel staat er eigenlijk goed bekend.

David Riess blijkt al een dag of tien dood in z’n eigen woning te liggen. En zijn echtgenote Lois is ervandoor gegaan. Snel daarna wordt er een ‘manhunt’ gestart. Op een vrouw van 56, dat wel. Geen jonge (en wilde) blom, maar volgens een kennis wel een ‘click-off’. Iemand waarbij je altijd al het gevoel had dat er iets mis was – en die nu in deze documentaire voor het eerst opening van zaken geeft.

Na de dood van haar echtgenoot heeft Lois Riess nog dagenlang gewoon haar leven geleid in hun gezamenlijke huis. Terwijl daar dus ook Dave lag, de man met wie ze al een half leven samen is en drie kinderen heeft. ‘Ik ben geen monster’, zegt ze desondanks tegen Carr. ‘Niemand weet wat ik heb meegemaakt.’ Want Dave had volgens haar een aanstekelijke lach, maar ook een heel kort lontje.

Feit is ook dat Lois Riess bepaald geen onbeschreven blad is. Ze is erfelijk belast, blijkt al snel. Lois stamt uit een gezin waar meerdere leden kampen met mentale problemen. Haar moeder werd bijvoorbeeld gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis en maakte van hun huis een typische hoarderswoning. En ook haar dochter heeft zo haar issues: depressies, gokproblemen en – logisch – een geldtekort.

Haar echtgenoot blijkt gaandeweg een kwelgeest voor Lois. De ondertitel van dit tweeluik luidt alleen niet voor niets The Lois Riess Murders. Met een ‘s’. Meervoud. Na Daves gewelddadige dood kruist Lois zo het pad van een man die een karikatuur op een Amerikaanse politieagent was geweest als ie niet daadwerkelijk zo’n ‘all-American cop’ zou zijn: sheriff Carmine Marceno van Lee County, Florida.

‘Het laatste wat ik wilde’, zegt hij nu ferm, ‘was een seriemoordenaar op de vlucht.’ Binnen de kortste keren gaat Lois Riess door het leven als de ‘killer grandma’. Haar verhaal, zoals ‘t wordt verteld door Erin Lee Carr en een hele zwik kleurrijke personages, begint dan steeds absurdere vormen aan te nemen. Volgens een joviale barman die ze onderweg tegenkomt, gedraagt Lois zich zelfs ‘kierewiet’.

Met de mensen die zij tijdens haar vlucht heeft ontmoet schildert Erin Lee Carr losjes de (mentale) tocht die haar hoofdpersoon heeft afgelegd, van allemansvriend naar meervoudige moordenares. Die reis lijkt net zo belangrijk als de uiteindelijke bestemming: het in de kraag grijpen van dat monster (of, afhankelijk van je zienswijze, de verwarde vrouw die blijkbaar aan het moorden is geslagen).

Carr zet Riess zo nu en dan ook de duimschroeven aan – dit was natuurlijk al min of meer aangekondigd in de openingsscène – als ze in haar getuigenis de schuld al te gemakkelijk bij Dave neerlegt of een loopje met de waarheid lijkt te nemen. I’m Not A Monster blijft desondanks meer een karakterschets van een getroebleerde vrouw en haar entourage dan een traditionele true crime-docu.

Bloedband

Anaïs Lopez

Anaïs Lopez’s oma verdween tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze moest volgens Anaïs dus wel Joods zijn. ‘Hoe kom je daarbij?’ reageert haar moeder Carla verbaasd. ‘Nee, lijkt me heel onwaarschijnlijk.’ Veel meer dan dat ze in 1946 is vertrokken, weet Carla zelf overigens ook niet. ‘Ik heb ’t gewoon weggestopt’, zegt ze over de moeder, die haar als klein kind achterliet bij haar vader. ‘Ik wilde er niets over weten.’ Dat is echter buiten haar eigen dochter gerekend. ‘Ik wil weten hoe ’t zit’, zegt Anaïs stellig in de ferme voice-over waarmee ze deze persoonlijke film aanstuurt. ‘Voordat het te laat is.’

Zo ontvouwt zich, letterlijk voor de camera, een roerige familiegeschiedenis, waarin verzonnen verhalen de waarheid nog wel eens in de weg blijken te zitten. Maar of de naakte feiten nu werkelijk zijn te verkiezen boven de romantische fantasieën die je, zeker als kind, ook kunt koesteren bij het verleden, is nog maar de vraag. Want de zoektocht van Anaïs Lopez naar de waarheid rond haar grootmoeder Willy maakt in Bloedband (30 min.) nogal wat los. Ze zou een losbol zijn geweest, die bij Duitsers op schoot zat en op een zeker moment met een nazi naar Brazilië is gevlucht.

Het spoor leidt uiteindelijk naar Frankrijk, waar oma een nieuw leven heeft opgebouwd. En er moeten DNA-tests aan te pas komen om te bepalen wie van haar kinderen nu precies bij wie hoort. Met onvoorziene ontwikkelingen, die voor de camera moeten worden ondergaan, als gevolg. ‘Mijn God, wat heb ik gedaan?’ vraagt Anaïs zich dan af in deze inventieve en fraai vormgegeven weerslag van haar enerverende zoektocht door het verleden, waarvan niemand weet waarnaar die leidt. ‘Ik heb nooit stilgestaan bij de mogelijke consequenties. En nu heb ik de familie stukgemaakt.’

Intussen komt de filmmaakster wel degelijk dichter bij de kern van de geschiedenis waarvan ze met verve het stof heeft afgeblazen: het levensverhaal van haar oma, de keuzes die zij heeft gemaakt en de gevolgen daarvan die nog meerdere generaties doorwerken. En dat begint bij de beperkte bewegingsvrijheid die een vrouw toentertijd had, in de mannenwereld van halverwege de twintigste eeuw. Willy Schram – volgens Carla, met hedendaagse ogen bekeken, een eigenzinnige, geëmancipeerde vrouw – had achteraf bezien misschien wel helemaal geen keus.

Zo bouwt Anaïs Lopez tijdens het maken van deze korte documentaire, die een mooi rond verhaal bevat, toch iets van begrip op voor die onbegrijpelijke oma – en daarmee ook voor haar eigen moeder.

Leven Op Zijn Kop

Human

School is niet zijn ding. En hij is ook niet zo van het praten. David Kitoyan volgt liever zijn gevoel. Dat kan hij het beste kwijt in breakdancen. De dertienjarige jongen verkiest zogezegd het Leven Op Zijn Kop (25 min.). Zo heeft hij inmiddels een hele prijzenkast vol gedanst. ‘Ik wil de beste worden’, zegt David lachend, liggend op de grond van een lege fabriekshal waarop hij net z’n beste ‘moves’ heeft laten zien. ‘Maar ik ben al de beste.’

Tegelijkertijd is David ook een jongen met een leerachterstand, een typische puber én het kind van een alleenstaande moeder, Mery. Die is als tiener gevlucht uit Armenië, een land met heel veel verleden en ogenschijnlijk een al even lastige toekomst. Een thema dat ook voortdurend op de achtergrond aanwezig is in deze korte docu – net als Davids afwezige vader – maar waaraan wel héél weinig woorden vuil worden gemaakt. Net als in z’n echte leven waarschijnlijk.

Documentairemaakster Barbara de Baare portretteert de hechte twee-eenheid via intieme snapshots uit een dagelijks leven, waarin Davids danscarrière een centrale plek lijkt te hebben. Haar publiek moet dan wel tussen de regels door kunnen lezen. David gaat bijvoorbeeld vissen met een vriendje, dat Turks blijkt te zijn, maar het is de vraag of dat kwartje bij elke kijker valt. Want de roerige geschiedenis van de Turken en Armeniërs komt slechts zijdelings aan de orde.

Terwijl de jonge breakdancer zijn kunsten voor een groot publiek mag vertonen, dringt De Baare steeds dieper door in het bestaan van David en Mery Kitoyan en hun directe familie. Filmisch en op de huid, met veel close-ups. Met fraaie danssequenties ook. In een zaal, op de buis en in de vrije natuur. Waar David zichzelf en zijn moeder even vanuit de dagelijkse sores naar een soort zevende hemel danst. Waarna ongetwijfeld het gewone leven weer wacht.

De Chinese Keizerin

VPRO

‘Ik vind het jammer dat we dit niet gewoon in een thuissituatie kunnen bespreken’, zegt Jonnah Brons vader, nadat hij op dezelfde bank heeft plaatsgenomen als zijn ex-vrouw. ‘Dat jij camera’s en zo nodig hebt om dit te bespreken. Dat vind ik wel jammer.’

‘En jij, mam?’ vraagt zijn bijna dertigjarige dochter bij de start van haar egodocu.

‘Nee, ik denk dat je dit wel nodig hebt’, antwoordt haar moeder.

‘Dit is mijn stok achter de deur’, legt Jonnah uit. Zomaar een gesprek met hen aanknopen vindt ze eng. ‘Het is wel grappig dat jij dat dan eng vindt’, grijpt vader z’n kans. ‘Ik vind dit eng!’

En daarmee zitten alle figuren op de bank, liefst zo ver mogelijk van elkaar verwijderd, om over de onderlinge verhoudingen te spreken en oude familiefilmpjes te bekijken. Ze zijn al 29 jaar met elkaar verbonden – al zijn Jonnahs vader en moeder ook alweer een jaar of veertien uit elkaar. Een echt thema wordt die scheiding evenwel nooit in De Chinese Keizerin (26 min.).

Jonnah wil met haar ouders bespreken waarom ze maar geen echt intieme band met hen voelt en het ook moeilijk vindt om zich kwetsbaar op te stellen naar hen. Om dat te illustreren zitten vader en dochter eerst met het bord op schoot voetbal te kijken en zijn moeder en dochter even later onder een dekentje gekropen om ieder voor zich op hun smartphone te turen.

Het zijn geënsceneerde en tamelijk clichématige beelden om de afstand tussen Jonna en haar ouders te illustreren. Haar ouders. Niet: haar adoptieouders – hoewel ze dat wel zijn. Jonnah was zeven maanden oud toen ze vanuit China naar Nederland is gekomen. ‘Je bent ergens ontworteld’, zegt haar moeder. ‘En je zult moeten erkennen dat dat ook een stuk van je leven is.’

Hechtingsproblematiek, houdt ze haar dochter voor. En Jonnah kan zelf verstandelijk gezien ook wel beredeneren dat een deel van wat ze voelt misschien met haar adoptie te maken heeft, maar ze wil zichzelf tegelijkertijd ook niet zien als ‘een cliché-Aziaat’. Gaandeweg moet ook zij echter erkennen dat (ook) daar de sleutel ligt voor hun soms moeizame relatie.

Een film die een confrontatie leek te worden met ouders die haar maar niet kunnen begrijpen wordt voor de maakster uiteindelijk een confrontatie met zichzelf. Is zij wie ze is door wie ze ooit was of werd? Ook dat wordt zichtbaar. Als ze zich laat knuffelen door haar vader, voelt dat ‘wel een beetje ongemakkelijk’ – al kan dat natuurlijk ook aan de aanwezige camera liggen.

Want dat blijft altijd een beetje ongemakkelijk aan dit soort persoonlijke confrontatiefilms: was het echt nodig, zoals ook vader wilde weten, om dit in het openbaar te bespreken? Hoe kijken Jonnahs broer en zus naar haar ervaringen? En in hoeverre heeft de camera invloed gehad op wat er zich voor de lens afspeelt?

Into The Fire: The Lost Daughter

Netflix

De verdwijning van haar dochter is niet onopgelost, zegt Cathy Terkanian stellig. Die is gewoon nooit onderzocht. Een kleine 35 jaar later is ze er nog altijd woest over. ‘Ik ga haar vinden.’

Cathy ontdekte overigens pas in 2010 dat Aundria vermist was. Ze was zelf zestien toen het meisje in 1974 werd geboren, vertelt ze in het tweeluik Into The Fire: The Lost Daughter (151 min.). Negen maanden later stond Cathy haar af voor adoptie. En toen werd ze, zo’n 36 jaar later, ineens benaderd door de politie. Of ze DNA wilde afgeven. Er was een ongeïdentificeerd lichaam aangetroffen in een maisveld. Misschien was ’t haar dochter, die toen al 21 jaar, sinds 1989, verdwenen bleek te zijn.

Een tijdlijn – eigenlijk een vast onderdeel van true crime-producties – had bepaald niet misstaan in deze tamelijk gecompliceerde vertelling over de vermissing van de veertienjarige Aundria Michelle Bowman, die door Cathy overigens consequent Alexis, haar eigenlijke naam, wordt genoemd. Bijna vijftien jaar bijt moeder zich nu al vast in de zaak van haar verloren dochter – óók omdat ze concrete aanwijzingen denkt te hebben over wie er verantwoordelijk is voor de mysterieuze verdwijning.

Cathy Terkanian begint zelfs een campagne tegen Aundria’s/Alexis’ vermeende moordenaar. Die zet deze ontluisterende tweedelige docu van Ryan White (Ask Dr. RuthAssassins en Pamela, A  Love Story) in gang. En White valt haar niet lastig met impertinente vragen daarover. Over het recht in eigen hand nemen bijvoorbeeld. Het spelen van amateurdetective in andere strafzaken. Of het feit dat haar moedergevoelens blijkbaar pas opspeelden toen haar dochter al 21 jaar werd vermist.

Feit is: deze ‘pitbull met lippenstift’, aldus medestander Sue Engweiler, lijkt wel degelijk iets op het spoor te zijn. En met die kennis in het achterhoofd oogt alles wat anders als laster of stalking was betiteld ineens logisch en redelijk. Feit is ook: Into The Fire komt, met name door enkele verhaalwendingen in deel 2, flink op stoom, waarbij White de beschikking heeft over de verhoren van en communicatie tussen personen die een sleutelrol hebben gespeeld in Aundria’s verdwijning.

Met deze schokkende opnames kan White inzicht geven in hun gedragingen en motieven en wordt ook het naargeestige karakter van deze zaak nog maar eens geïllustreerd. Een tragische geschiedenis met één kwade genius – of, afhankelijk van hoeveel naïviteit en vergevingsgezindheid een directe omstander zich kan permitteren: twee – en héél véél verliezers. Waaronder Cathy en de dochter die ze pas 36 jaar na haar geboorte – als ze al voorgoed is verdwenen – heeft leren kennen.

In Between These Mountains

Mint Film Office / Cinema Delicatessen

‘Ik wil niet opgroeien en net zoals jullie worden’, verzucht ‘Ollie’ tijdens de wandeltocht die hij met zijn vader Tony en z’n inmiddels in de Verenigde Staten woonachtige halfbroer Erik, maakt door een Californisch berglandschap. Vader kan z’n lach niet inhouden. ‘Verdomme, je bent een volwassen man. Het is aan jou. Het is jouw keuze.’

Het contact tussen de jonge Nederlandse filmmaker Olivier S. Garcia (TorsoGewoon Boef en Een Gat In Mijn Hart) en zijn vader en twintig jaar oudere broer, mannen bij wie hij al z’n hele leven lang aansluiting zoekt, verloopt lang niet altijd soepel. En tussen de andere twee zit er heel wat oud zeer. ‘Ik vertrouw je niet’, voegt Erik zijn vader bijvoorbeeld boos toe, als ze met z’n drieën in de auto zitten, voor hun gezamenlijke roadtrip. De door Olivier geïnstalleerde camera registreert de confrontatie van zeer dichtbij. ‘Je bent een vreemde voor me die wat sperma heeft gedoneerd.’

Tony Garcia stamt uit een Mexicaanse familie, is opgegroeid in het Los Angeles van de jaren vijftig en op latere leeftijd verhuisd naar Nederland, waar hij films ging maken en Erik soms ook een rolletje gaf. Vader worden was ooit een ongelukje, bekent Tony in deze persoonlijke docu. Hij was pas negentien en zat in de gevangenis toen Erik werd geboren. Zijn zoon, zelf inmiddels vijftig, is later ook in de cel beland. Sterker: bij de start van In Between These Mountains (80 min.) is Erik nog gedetineerd in Texas. Tony en Olivier, die zijn broer vijf jaar niet heeft gezien, gaan hem daar ophalen.

Ze lopen de zogenaamde John Muir Trail, een langeafstandspad van Yosemite Valley naar Mount Whitney, en willen elkaar onderweg beter leren kennen én begrijpen. Het is onvermijdelijk dat daarbij ook de pijnpunten tussen hen naar boven komen. Niet alleen Erik botst met zijn vader. Ook Olivier heeft z’n issues met Tony, die hun gezin verliet toen hij nog maar een jongetje van zes was. ‘Was het mijn schuld dat hij vertrok?’ vraagt hij zich nu fluisterend af, in een ‘random thought’, één van de voice-overs waarmee hij zijn film richting geeft. ‘Hoe zou ik ooit zelf vader kunnen worden?’

Met een kleine camera documenteert Ollie het moeizame pad dat ze samen afleggen. De reis door hun eigen wildernis, waarin ze verbinding zoeken en elkaar ook niet sparen. Erik noemt het gekscherend hun ‘werkvakantie over mannelijkheid’. Schmierend: ‘Zie je de compassiespier aan het werk?’ Met zijn scherpe tong houdt hij de andere twee regelmatig op afstand. En op een gegeven moment is Erik ook helemaal klaar met die vader die maar geen krimp geeft en dat jongere broertje dat zo nodig alles moet filmen. ‘Dit is weer een Garcia-filmproject waar ik geen zin in heb.’

Zoals ’t een ware roadmovie betaamt, is de reis net zo belangrijk als de eindbestemming en speelt die zich net zo goed af in de mensen als op hun tocht. Met deze delicate en associatief gemonteerde documentaire exploreren Olivier en de andere mannelijke Garcia’s elkaar en hun bloedband. Tijdens dat intieme proces komt ook de filmer niet weg met een comfortabele plek achter de camera. Zowel Tony als Erik hebben vragen voor hem en dwingen hem om na te denken over zichzelf.