The Bibi Files

September Film

De zaak is in wezen redelijk simpel, stelt journalist Raviv Drucker. Benjamin ‘Bibi’ Netanyahu en zijn derde vrouw Sara zouden cadeaus ter waarde van een kwart miljoen dollars hebben gekregen van Arnon Milchan. In ruil daarvoor heeft Netanyahu allerlei hand- en spandiensten verricht voor de Joodse Hollywood-producer. Een eenvoudig geval van omkoping. Het betreft alleen wel de langst zittende premier van Israël.

Voor een man in zijn positie lijkt Bibi zich wel heel goedkoop te hebben laten strikken. Voor sigaren, champagne en juwelen, werkelijk waar. Het goeie leven, dat hem uiteindelijk zwaar is bekomen. Kwestie van ‘L’etat c’est moi’, stelt de politieke insider Nimrod Novik in The Bibi Files (115 min.). Geen onderscheid meer zien tussen de staat en jezelf. Dat zou zijn begonnen bij zijn onverwachte verkiezingsoverwinning in 2015.

Volgens deze krachtige documentaire van Alexis Bloom heeft Netanyahu ook geïntervenieerd voor een andere tycoon, Shaul Elovitch. In ruil voor positieve berichtgeving op Elovitch’s nieuwswebsite Walla. ‘We begonnen ons te voelen als een restaurant dat aan slechts één gast serveert’, stelt voormalig hoofdredacteur Avi Alkalay. Ook hiervoor geldt: corruptie, klip en klaar. Als het tenminste kan worden aangetoond.

Om haar betoog te stutten maakt Bloom gebruik van uitgelekte beelden van de politieverhoren van Benjamin Netanyahu en andere direct betrokkenen. King Bibi komt er niet goed vanaf. De man die erom bekend staat dat hij het geheugen van een olifant heeft, kan zich opvallend vaak niets meer herinneren. Hij beweert bovendien consequent dat hij zich van geen kwaad bewust is en bijt flink van zich af naar zijn verhoorders.

Ook zijn vrouw Sara, die hele tirades houdt tegen haar gesprekspartners, en hun zoon Yair, een activist/podcaster met zéér rechtse denkbeelden, schminken zichzelf flink af op de verhoorbeelden. Ze ogen als Israëlische varianten op Imelda Marcos of Don Trump Jr., die liegen alsof ‘t gedrukt staat en routineus afgeven op critici en de linkse media. Ook zij kunnen echter niet voorkomen dat er een rechtszaak wordt opgestart tegen Netanyahu.

Door die beschuldigingen komt Bibi ook politiek steeds meer alleen te staan. Andere partijen besluiten hem te boycotten. Om toch premier te blijven – en uit de handen van zijn eigen minister van justitie, die hem in staat van beschuldiging heeft gesteld – wendt Bibi zich tot de extremisten Itamar Ben-Gvir en Bezalel Smotrich, politici die hij enkele jaren geleden nog meed als de pest. Nu zijn ze allebei minister in zijn kabinet.

Met zulke onverzoenlijke lieden aan z’n zijde werd Netanyahu met de terroristische aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 geconfronteerd. De navolgende vergeldingscampagne in Gaza, het eindpunt van The Bibi Files, was in zekere zin dus te voorspellen. Een permanente oorlog, stellen critici cynisch in dit ontluisterende portret, is sowieso een ideaal middel om aan de macht en uit de cel te blijven.

Graham Taylor: An Impossible Job

Channel 4

Het is een absolute hondenbaan, dat bondscoachschap van Engeland. Bijna net zo erg als door het leven moeten gaan als prinses van Wales, zegt een grapjas in de klassieke voetbaldocu Graham Taylor: An Impossible Job (77 min.). De verwachtingen zijn altijd veel te hoog gespannen en elke misstap wordt uitvergroot en eindeloos herkauwd. Totdat je, als onschuldige voetbaltrainer, ineens tot volksvijand nummer 1 bent verklaard.

In deze observerende film van Ken McGill wordt Graham Taylor, de geplaagde bondscoach van het Britse nationale elftal, gevolgd tijdens de kwalificatie voor het WK van 1994 in de Verenigde Staten. Sterspeler van het team is enfant terrible Paul Gascoigne. Die zit alleen niet lekker in zijn vel. ‘You’ve got good feet’, voegt medespeler Carlton Palmer hem, goedbedoeld, toe tijdens een training. ‘But you’ve got a fucked up knee, a fucked up brain and a fucked up belly.’

Intussen vallen de resultaten tegen. De Britse pers ruikt bloed. Je hebt journalisten die echt geïnteresseerd zijn in het spel, stelt Taylor daarover, en anderen die op zoek zijn naar verhalen. Zulke types vinden altijd wel een relletje. Taylor maakt ’t zichzelf ook niet altijd gemakkelijk. Hij haalt bijvoorbeeld de onverzettelijke linksback Stuart Pearce terug bij de ploeg en bombardeert hem tot aanvoerder. Dat moet de bondscoach alleen nog gaan vertellen tegen de huidige captain David Platt

McGills camera mag dan ook mee. Het resulteert in een aandoenlijk tafereel tussen speler en trainer.  De ongefilterde toegang die de coach geeft, zowel tijdens wedstrijden en trainingen als bij zijn andere activiteiten, is tegenwoordig ondenkbaar. De communicatieafdeling van de voetbalbond zou ongetwijfeld ‘final cut’ bedingen en de verhaallijn bewaken. Zodat ’t misschien lijkt alsof de maker ‘all access’ heeft gekregen, maar in werkelijkheid de officiële communicatielijn uitdraagt.

Graham ‘Do I Not Like That!’ Taylor zou er ook hoogstpersoonlijk voor hebben gezorgd dat McGills cameraploeg toegang krijgt tot de allesbeslissende wedstrijd tegen het Nederlands elftal van Bergkamp, Rijkaard en de Koemannen in Rotterdam. Tijdens de eerdere ontmoeting tussen de twee teams, die werd afgesloten met een 2-2 gelijkspel, was Oranje nog goed weggekomen. Jan Wouters ontsnapte aan een rode kaart nadat hij Paul Gascoigne bruut had geveld met z’n ellenboog. 

Op de persconferentie voor de wedstrijd op 13 oktober 1993 zoekt Taylor doelbewust de confrontatie met een inmiddels vijandige pers. Today-verslaggever Rob Shepherd is naar zijn smaak bijvoorbeeld veel te somber. ‘Ik hoop dat ik morgen kan glimlachen’, reageert de sportjournalist zuinig. ‘Werkelijk waar. Maar ik maak me ernstig zorgen.’ De Britse bondscoach ruikt nu ook z’n kans. ‘Maak je gerust druk, Rob’, sneert hij. ‘Maar laat de rest van ons met rust. Maak je lekker in je eentje zorgen.’

Tijdens de wedstrijd wordt echter al snel duidelijk dat de spanning ook Taylor niet onberoerd laat. Dit levert bijzonder treffende close-ups op: van een voetbaldier, met die alomtegenwoordige bril, dat is bevangen door stress en gedurig uit z’n vel springt. In een klassieke geworden scène vaart hij, na een onbestraft gebleven overtreding van de huidige Nederlandse bondscoach Ronald Koeman, uit tegen de wedstrijdofficial. ‘Ik weet dat jij niets kunt zeggen, maar uiteindelijk krijg ik de zak.’

De man mag de scheidsrechter nog van harte bedanken namens hem. Want Graham Taylor weet als geen ander: wanneer Engeland wordt uitgeschakeld, moet de kop van de bondscoach rollen. Hij heeft nog wel een gouden tip voor zijn opvolger: zorg ervoor dat je elftal niet verliest.

Julia’s Stepping Stones

Netflix

Met de Oscar-winnende documentaire American Factory beleefde Julia Reichert in 2019, samen met (levens)partner Steven Bognar, het hoogtepunt van haar lange carrière als documentairemaker. In de korte egodocu Julia’s Stepping Stones (32 min.) ontleedt Reichert, in de zeventig inmiddels, hoe die carrière ooit is begonnen en wat ze daarvoor, als eigengereide vrouw in het naoorlogse Amerika, heeft moeten overwinnen.

Daarbij begint ze bij het begin: een nerdy meisje met sproeten, vereeuwigd in familiefilmpjes en op persoonlijke foto’s. Een tomboy ook, het buitenbeentje van een typisch arbeidersgezin uit ‘small town America’. Moeder werkte in het ziekenhuis, vader was slager op de vleesafdeling van een supermarkt. In huize Reichert waren geen boeken of schilderijen – al gingen ze wel op vakantie en zagen zo wat van de wereld.

Op haar dertiende kreeg de kleine Julia een camera van haar vader en wist: ik wil meer van die wereld zien. Reichert besloot dat ze journalist wilde worden en ging studeren aan Antioch College in Yellow Springs, Ohio. Daar vertelde ze allerlei verzonnen verhalen over thuis, bekent ze nu in de persoonlijke voice-over waarmee deze tamelijk particuliere film bijeen wordt gehouden. Om haar nederige afkomst te verbloemen.

Tijdens haar studietijd raakte Reichert, als kind van de sixties, diep onder de indruk van de documentaireklassiekers Titicut FolliesHarvest Of Shame en Nuit Et Brouillard, begon radio te maken bij het plaatselijke station WYSO en sloot zich ook aan bij de vrouwenbeweging. Want dat mannen altijd en overal bepaalden wat belangrijk was, daarmee moest ’t maar eens afgelopen zijn. In jargon: ‘Her story’ in plaats van ‘history’.

Toen haar eerste film Growing Up Female (1971) klaar was, besloot Julia Reichert ook om die niet op de traditionele manier in omloop te brengen. Samen met haar toenmalige partner Jim Klein koos ze ervoor om onafhankelijk te gaan opereren. Met New Day Films, nog altijd actief, gingen de twee films uitbrengen die de wereld konden veranderen: van The Last Truck: Closing Of A GM Plant tot 9to5: The Story Of A Movement.

En dat is ook de tamelijk stichtelijk boodschap van deze docu: als mens heb je de mogelijkheid om de wereld te verbeteren, te beginnen met je eigen wereld. En films maken zou daarvoor wel eens een heel effectief middel kunnen zijn.

Aaron Rodgers: Enigma

Netflix

Kan hij niet beter met pensioen gaan? Als quarterback Aaron Rodgers in het najaar van 2023, vrijwel direct na zijn komst naar The New York Jets, ernstig geblesseerd raakt, lijkt zijn seizoen al voorbij. Tegen de tijd dat de American footballer volgens de officiële prognoses weer fit zal zijn, is hij bovendien al veertig. Tijd om de boel definitief in te pakken? Dat is echter buiten Rodgers gerekend: hij hoopt rond de Kerst weer wedstrijden in de National Football League (NFL) te kunnen spelen en wil dan ook gewoon gaan voor de Super Bowl. Hoewel hij in zijn carrière viermaal tot Most Valuable Player van de NFL werd gekozen, zou dat pas zijn tweede hoofdprijs worden.

En daarmee heeft de driedelige sportserie Aaron Rodgers: Enigma (199 min.) meteen een richtpunt: Rodgers miraculeuze terugkeer op het allerhoogste podium – of niet. Maar wordt deze productie van Gotham Chopra en Liam Hughes ook meer dan een antwoord op die elementaire vraag, gecombineerd met een carrièreoverzicht van de gevierde footballer? En heeft Rodgers, die van 2008 tot 2023 het absolute ‘Dreh & Angelpunkt’ van de Green Bay Packers was, werkelijk meer inhoud dan de gemiddelde eendimensionale ‘winner takes all’-alfaman, voor wie elke nederlaag of teleurstelling alleen maar brandstof vormt voor de volgende overwinning?

Aaron Rodgers wil zelf in elk geval méér zijn dan zomaar een American footballer. De perfectionist stamt uit een conservatief christelijk milieu, raakte gebrouilleerd met z’n familie en is sindsdien bezig aan ‘een spirituele reis’, die hem langs de progressieve christelijke leider Rob Bell, Ayahuasca-ceremonies in Costa Rica, de Dalai Lama, plantengeneeskunde, duisternis-retraite en allerlei complottheorieën heeft gebracht. Tijdens de COVID-19 pandemie weigert hij bijvoorbeeld om zich te laten vaccineren, maar suggereert in een interview dat dit wel zo is, om gewoon te kunnen blijven spelen. Als dat uitkomt, wordt Rodgers het middelpunt van een fikse controverse.

Zelf wijt hij dit aan de ‘age of outrage’ waarin beroemdheden zoals hij inmiddels leven. Chopra en Hughes geven hem in deze miniserie alle gelegenheid om zulke zienswijzen te geven. Met de camera volgen ze hun hoofdpersoon op al diens zijsporen, kritische vragen blijven ondertussen achterwege. Ook als Rodgers bijvoorbeeld een ontmoeting heeft met de bekende antivaxxer en alternatieve presidentskandidaat Robert F. Kennedy Jr., inmiddels Trumps beoogde minister van volksgezondheid. Die heeft Aaron Rodgers naar verluidt direct heeft gevraagd of hij zijn vicepresident(skandidaat) wil worden.

Met zulke extracurriculaire activiteiten krijgt dit sportportret inderdaad een extra laag, maar of die werkelijk verder gaat dan het beeld dat Rodgers, die nu eenmaal wil laten zien dat hij meer is dan een bekende footballer, zelf wil uitdragen?

Tik Van De Meule

Human

In een keet in Sint Jansklooster zit een groep werkemannen aan weerszijden van een lange tafel luidkeels mee te zingen met de nieuwste inhaker die Venti zojuist heeft opgezet. De deejay galmt zelf ook flink mee in de openingsscène van deze korte film. Net als zijn vriend De Pallie, die de volumeknop nog nét iets verder opendraait. Alle aanwezigen hebben vandaag ongetwijfeld flink de handen uit de mouwen gestoken en laten de teugels nu vieren met zang en drank. Want iedereen heeft natuurlijk ook een fles bier voor z’n neus. Zo nu en dan glippen ze even naar buiten, voor een broodnodige pitstop.

Vanuit het hoofdkwartier van de radiozender Tik Van De Meule (25 min.) in het Overijsselse dorp wordt Noordoost-Nederland van piratenhits voorzien. ‘Dat is toch mooi: een hobby waarbij je een pilsje mag drinken?’ zegt De Pallie tegen filmmaker Geertjan Lassche, als hij na het weekend de studio gaat opruimen. Samen met Venti voert hij ook de biervoorraad weer aan. Want dinsdag, klokslag om 15.55 uur, begint een nieuwe week en zijn in de hele omgeving weer hun hits te horen. ‘De meeste mensen die werken met de handen luisteren naar geheime zendermuziek’, aldus De Pallie.

Via de twee dragende krachten van Tik van de Meule belicht Lassche, zelf ook een kind van de provincie Overijssel, in deze korte docu een stuk Nederland dat zich nogal eens vergeten en achtergesteld voelt. Noem ’t zoals je wilt: het platteland, de provincie of BBB-achterland. Een wereld van gestampte pot, bloemencorso’s en feesten in grote tenten. Waar ze trots zijn op de boer, dialect spreken en, dat ook, weinig moeten hebben van ‘de hooggeleerde mensen’ in Hilversum. Want daar draaien ze de (Nederlandstalige) muziek niet, waarvan zij weten dat ie in het halve land hartstikke populair is.

Hemelsbreed is Sint Jansklooster slechts zo’n honderd kilometer verwijderd van de randstad. Gevoelsmatig ligt het Overijsselse dorp echter in een compleet andere wereld. Geertjan Lassche kent die als geen ander, maakte er al eerder films (Brommers Kiek’n bijvoorbeeld) en heeft ook duidelijk sympathie voor al die gewone mensen van doorgaans weinig (en al helemaal geen grote) woorden, die normaal doen al gek genoeg vinden en in tijden van nood, die zich ook in deze heel aardige impressie van hun leefwereld onvermijdelijk aandient, wat voor elkaar over hebben.

Wham! The Story Of Last Christmas

Tony McGee

Niets werd in 1984 aan het toeval overgelaten: een onweerstaanbaar popliedje, van twee knappe en jonge tienersterren, met een hartverwarmende videoclip, opgenomen in een idyllisch wintersportoord in Zwitserland. Dit moest dé Kersthit van het jaar worden! Last Christmas zou echter nooit die felbegeerde eerste plek in de Britse hitlijsten bereiken. Daarvoor was er toentertijd simpelweg te veel hongersnood in Afrika.

Veertig jaar later geldt de hitsingle van Wham! als een absolute kerstklassieker. Tijd om, met Kerst natuurlijk, Wham! The Story Of Last Christmas (61 min.) te vertellen. En Andrew Ridgely, één van die twee jeugdidolen, is natuurlijk ook best bereid om met de toenmalige Wham!-entourage, waaronder de achtergrondzangeressen Shirlie Kemp en Pepsi DeMacque-Crockett, af te reizen naar het Zwitserse Saas-Fee, voor een uitgelaten bezoek aan de plek waar toentertijd de magie werd gemaakt. De videoclip, welteverstaan, een gelikt liefdesverhaaltje dat was gemaakt om ieders hart te raken.

Alleen George Michael, de man die de geheide hit schreef en ook helemaal in z’n eentje inzong en -speelde, schittert natuurlijk door afwezigheid. Hij overleed in 2016, op slechts 53-jarige leeftijd. Tijdens Kerstmis, ook dat nog. Via archiefbeelden en -interviews is Michael natuurlijk alsnog aanwezig in deze tv-docu. En via zijn stem, natuurlijk. Als singer-songwriter Sam Smith in de studio bijvoorbeeld de oorspronkelijke zangopname van Last Christmas mag horen, verdwijnt hij helemaal in de stem die tot hem spreekt via de koptelefoon. ‘Hij legt z’n ziel bloot’, constateert Smith geraakt.

Behalve Smith steken ook andere collega’s in deze feelgood-docu de loftrompet over de zanger en songschrijver George Michael: Neil Tennant (Pet Shop Boys), Mary J. Blige en Martin Kemp (Spandau Ballet), de man die uiteindelijk het hart van Wham!s achtergrondzangeres Shirlie wist te veroveren. Hun meerwaarde is beperkt. Interessanter zijn de ervaringen van mensen die daadwerkelijk betrokken waren bij de totstandkoming van Last Christmas, zoals manager Simon Napier-Bell, muzikaal leider Chris Cameron, opnametechnicus Chris Porter en clipregisseur Andy Morahan.

En ook Band Aid-organisator Bob Geldof, de man die in 1984 een stok tussen Wham!s spaken stak met de liefdadigheidssingle Do They Know It’s Christmas?, waarmee ettelijke miljoenen werden opgehaald voor Ethiopië, is van de partij. Daarmee wordt deze typische kerstfilm van Nigel Cole een aardige aanvulling op de recente docu’s over Wham! en de solocarrière van George Michael en een eerbetoon aan het nummer waarmee zij allemaal tot in de oneindigheid zullen worden geassocieerd en dat het uiteindelijk zowaar ook nog tot nummer één in de hitlijsten schopte: Last Christmas.

Spermworld

FX

‘Waarom doneren jullie eigenlijk?’ vraagt Aimee op het USA Sperm Donation-forum, in het bijzonder aan de mensen die dat gratis doen?

James: ‘Ik doe ‘t om de LHBTQ-gemeenschap te helpen.’

Elaine: ‘Dat waarderen we zeer. ‘

Harold: ‘Om Amerika’s beroepsbevolking vooruit te helpen.’

Phil: ‘Zodat ik mijn artistieke en intellectuele capaciteiten kan doorgeven.’

Natasha: ‘Eerlijk gezegd denk ik dat sommigen een fokafwijking hebben.’

Alan: ‘Vooral uit gewoonte tegenwoordig.’

Zomaar één van de online-conversaties, waarmee de verbluffende Amerikaanse documentaire Spermworld (83 min.) is doorvlochten. Lance Oppenheim, de regisseur die in Some Kind Of Heaven en Ren Faire al een geheel eigen wereld opriep, begint deze film in Santa Cruz, Californië. Een vrouw rijdt naar een motel, waar een onbekende man al op haar wacht. Op de kamer legt hij uit wat er staat te gebeuren. Het gaat in totaal zo’n kwartier in beslag nemen. Kun je daarna dan een handstand doen? zegt hij. Zodat het sperma in je blijft – liefst nog met een orgasme erbij.

Na deze onwezenlijke start – een ‘verschrikkelijke one night stand’, aldus de betrokken vrouw, die er wel een kind aan over zal houden – introduceert Oppenheim zijn drie hoofdpersonages. Zij doneren alle drie buiten het reguliere medische circuit om. Voor Ari Nagel is dat zelfs een ‘way of life’. Hij heeft geen eigen huis, maar reist permanent het land door, teneinde aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Dat heeft inmiddels geresulteerd in meer dan 130 kinderen – en de teller staat nog altijd niet stil – met wie hij ook een tamelijk verknipte ouder-kindrelatie probeert te onderhouden.

Tyree Kelly, een zwaarlijvige Afro-Amerikaanse man die eerder gedetineerd was, lijkt het doneren van sperma eerder als een baan dan als een roeping te beschouwen. Zijn verloofde Atasha Peña Clay wil intussen ook zwanger worden. Zij moet alleen gewoon op haar beurt wachten. Steve Walker tenslotte is na zijn echtscheiding ook druk gaan doneren. De vriendelijke oudere man uit Knoxville, Tennessee, zou Rachel Stanley, een 28-jarige vrouw uit Nashville, best ter wille willen zijn. Zij kampt alleen met ernstige gezondheidsproblemen en is ook wel bang dat Steve eigenlijk gewoon een relatie wil.

Via deze drie donoren, met elk hun eigen achtergrond, leefsituatie en motieven, schetst Lance Oppenheim een unheimische wereld, schaars en opvallend blauwgroen uitgelicht en voorzien van een klinische synth-soundtrack, waarin het wonder van nieuw leven wordt teruggebracht tot een al dan niet zakelijke transactie in een desolate motelkamer, op het openbare toilet of gewoon bij de klant thuis, in diens badkamer of desnoods lijfelijk. De één ovuleert en wil zo snel mogelijk moeder worden, de ander heeft nog wel een kwakje over. Een kind is dan slechts ‘een vingerhoedje stijfsel’ weg…

De situatie doet in deze film, die een ontluisterend beeld schetst van voortplanting in het Land van de Onbegrensde Mogelijkheden, regelmatig denken aan een illegale abortus. Terwijl het oogmerk van alle betrokkenen daar juist diametraal tegenover staat: gewenst leven. Geconcipieerd vanuit een ideaal, uit pure medemenselijkheid of toch voor cash. In het duister van Spermworld, dat wel.

Ari Nagel heeft trouwens ook z’n eigen documentaire: The Baby Daddy.

Hayao Miyazaki And The Heron

Netflix

‘Misschien herrijst ie wel’, grapt Hayao Miyazaki. ‘Hij is nu alleen nog botten. Dan zegt ie: waarom ben ik in botten veranderd?’ De hoogbejaarde Japanse animatieregisseur (Spirited Away) kan er zelf wel om lachen, bij de uitvaart van zijn vriend, compagnon en aartsrivaal Isao ‘Pak-san’ Takahata. Even later, als hij officieel moet spreken, is het lachen hem wel vergaan. ’55 Jaar geleden…’ begint Miyazaki, overmand door emoties. ‘Ik zal nooit vergeten wat je zei bij die bushalte na de regen. Bedankt daarvoor.’

Geëmotioneerd zoekt hij zijn plaats in de zaal weer op. ‘Dat van die bushalte verzon ie’, beweert Toshio Suzuki, de vinnige producer die al sinds mensenheugenis met de twee animatoren samenwerkt bij Studio Ghibli, even later. ‘Ik was namelijk bij hem toen hij het zich herinnerde. Hij stopte even, keek in de verte en zei toen: een bushalte, in de regen.’ Suzuki kan wel lachen om Miyazaki ‘s strapatsen. ‘Ik dacht: dat is uit Totoro. Hij gebruikt steeds dezelfde thema’s.’ Waarna Kaku Arakawa in de documentaire Hayao Miyazaki And The Heron (120 min.) daadwerkelijk de bewuste filmscène laat zien: feit of fictie?

Hayao Miyazaki (1941) is enige tijd geleden eigenlijk al met pensioen gegaan – al meerdere keren zelfs. Die roeping blijft alleen roepen. Beter: zeuren, smeken, eisen. Hij kan helemaal niet zonder, zou in elk geval niet weten hoe. En hij heeft een opdracht meegekregen van Ghibli’s kleurontwerper Michiyo Yasuda, die al in 2016 overleed. Op zijn werkplek hangt een briefje, ter herinnering: ‘Nog eentje van Michiyo’. Deze docu documenteert de ontstaansgeschiedenis van die productie: The Boy And The Heron. Die zal in 2023 worden beloond met een Oscar, BAFTA en Golden Globe voor beste animatiefilm.

Onderweg naar dat succes is er echter constant twijfel. ‘Ik heb mijn hersenpan te ver geopend’, zegt Miyazaki somber. ‘Ik moet ‘m sluiten, maar weet niet meer hoe. Hij zit vast. Misschien is dat een teken dat je gek wordt. Ik ga naar de rand van de waanzin. Als ik de grens niet opzoek, wordt de film niet goed.’ Ook producent Suzuki lijkt zich zorgen te maken over zijn sterregisseur –  al zou dat net zo goed bij hun vaste ritueel kunnen horen. ‘Voor het eerst in zijn leven is hij de controle kwijt’, zegt hij. ‘Als ik bij hem ben, word ik doodmoe. Hij reist tussen deze wereld en de volgende. Als je dat doet, hou je ze niet meer uit elkaar.’

Realiteit en fictie lopen in elk geval permanent door elkaar heen, ook in deze vluchtig gefilmde en zeer snel en associatief gemonteerde portret. De film springt heen en weer in de tijd, floept op en neer tussen verschillende personen, activiteiten en plekken, en hopt van Miyazaki’s dagelijks leven naar fragmenten uit zijn werk – en weer terug. Arakawa filmt de animeester nu al zo’n twintig jaar en behoort inmiddels dus tot het interieur bij Studio Ghibli. De documentairemaker/cameraman fungeert als ieders praatpaal, om zorgen te delen, openlijk te twijfelen of te roddelen over één van de anderen.

Een heel enkele keer stelt Kaku Arakawa een vraag, maar meestal zwijgt ie en luistert. ‘Niet doodgaan, oké?’, zegt Miyazaki, als ze tijdens een wandeling door de regen wéér een sterfgeval in zijn directe omgeving hebben besproken. Want de dood is een vast thema in ’s mans inmiddels vergevorderde bestaan. ‘Dat is wat er gebeurt in je nadagen’, constateert de oude meester mismoedig. Hij deelt constant zulke genadeloze oneliners uit, ook aan zichzelf. En Hayao Miyazaki And The Heron markeert inderdaad het einde van een tijdperk – en daarmee ook van een fenomeen, van een kunstenaar, van een man.

Dat zeer intieme proces wordt feilloos gedocumenteerd in deze aangrijpende documentaire, die eindigt bij de première van Miyazaki’s laatste project. Alhoewel…

De Earring & Ik

NTR

Toen gitarist George Kooymans werd gediagnosticeerd met de slopende ziekte ALS, viel plotseling het doek voor Golden Earring. Enkele jaren na dat gedwongen afscheid is er nog altijd geen definitieve documentaire over de grootste Nederlandse rockband. De Earring & Ik (55 min.) heeft die pretentie ook niet. De film van Yael Vinckx en Joris Postema beperkt zich tot het afscheidsconcert dat de fans onlangs voor de band gaven, omdat die zelf nooit een afscheidsoptreden heeft kunnen geven.

Dat idee van een fanconcert, uitgevoerd op 30 september 2024 in Rotterdam Ahoy, is natuurlijk geleend van Rockin’1000, een hartveroverend initiatief uit 2015 om met duizend muzikanten het Foo Fighters-liedje Learn To Fly uit te voeren en zo Dave Grohl en zijn band te verleiden om in de Italiaanse stad Cesena te komen optreden. Die actie vormde uiteindelijk de basis voor een nog altijd lopende concertreeks en de onweerstaanbare feel good-documentaire We Are The Thousand (2020).

Deze collageachtige docu over, voor en ook een beetje mét Golden Earring doet tevens denken aan de fanfilm Springsteen & I, waarin aanhangers van ‘The Boss’ verhalen over hun bijzondere band of ervaring met Bruce, en het ontstaan van The PoguestrA, een internationale tributeband voor de Ierse folkgroep The Pogues die in de Coronajaren via YouTube begon te musiceren. Zulke loffelijke initiatieven tonen nog maar eens, ten overvloede, de onverwoestbare verbindende kracht van muziek aan.

De Earring & Ik trekt die lijn moeiteloos door. Vader Harry en zoon Sydney gaan bijvoorbeeld samen hun liefde voor de Haagse rockband delen in Ahoy. Bassist Herbert heeft een ‘dikke connectie’ met zowel de Earring als ALS. En Noah speelt mee als eerbetoon aan zijn verongelukte vriend Haron, waarvan moeder Helma dan weer op de tribune zit. Daar neemt ook weduwnaar John plaats – tenminste, als hij niet gewoon gaat staan en in gedachten danst met z’n geliefde Judith.

Stuk voor stuk hebben ze hun eigen herinneringen aan Golden Earring. De zussen Winy en Yvonne kunnen zich bijvoorbeeld nog goed voor de geest halen hoe de band vroeger bij het café van hun ouders in Zoeterwoude repeteerde. Later verzorgde hun vader regelmatig de catering bij de groep. Toen hij na een lang ziekbed overleed, kwamen gitarist George Kooymans en bassist Rinus Gerritsen naar zijn begrafenis en lag er ook een enorm bloemstuk namens de band. ‘Dat was heel mooi en lief.’

In zekere zin wordt deze film van Yael Vinckx en Joris Postema zo wel degelijk de ultieme Golden Earring-docu. Want is, als puntje bij paaltje komt, wat muziek dóet niet veel belangrijker dan met welke single een groep doorbrak, wie wanneer en waar in en uit de band ging en – zeker – wie er welk lijntje snoof van de billen van een doorgedraaide groupie? Deze film is een eerbetoon aan de zeggingskracht van Golden Earring. En die heeft, ook na het einde van de band, nog niets aan kracht ingeboet.

Kouwe Koppen

Moondocs / Omroep Max

Ondanks een gevoel van weerstand toch het water ingaan en er dan naderhand weer geheel verkwikt uitkomen. Het is een ervaring die alle Kouwe Koppen (57 min.) in deze warme documentaire van Nicole van Damme wel herkennen.

Die film ontstond vanuit eigen ervaring. Toen de 55-jarige filmmaakster werd geconfronteerd met een te hoog cholesterolgehalte en dreigende suikerziekte besloot ze eindelijk te gaan doen wat al zo lang voor de hand lag: het kanaal rond haar woonark opzoeken en regelmatig gaan zwemmen. Sindsdien is ze volgens eigen zeggen vrolijker, sterker en fitter.

Van Damme is verknocht geraakt aan het zwemmen in buitenwater. En ze is niet de enige, ontdekte ze via een Facebook-groep met maar liefst 10.000 leden. Ze delen ervaringen, adviezen en selfies. En die foto’s kan zij dan weer naschilderen. Deze schilderijen dienen nu als anker voor de film die ze wilde gaan maken over deze bijzondere watergemeenschap.

Zou iedereen zijn eigen belevenissen willen filmen? Ze besluit een oproep te plaatsen, die bepaald niet onbeantwoord bleef. Deze collageachtige documentaire vormt het tastbare resultaat: een ode aan de vriendschap, verbondenheid en vrijheid van het buitenzwemmen, die het land dat we allemaal al zo goed denken te kennen van een heel andere kant laat zien.

Vanuit het water of vanaf de kant oogt alles anders en tonen deze bijzondere Nederlanders zichzelf. Liselot moet het sluiten van haar winkels bijvoorbeeld een plek geven en intussen schulden wegwerken. Geoffrey probeert zijn verslaving en depressie op afstand te houden. En Christina, die borstkanker heeft gehad, wil om het leven te vieren de hele winter doorzwemmen.

Dat heeft Nicole van Damme zich zelf ook voorgenomen. Maar is dit werkelijk wat ze wil? Een wak in het ijs hakken en dan in de bittere kou te water? Voor doorgewinterde buitenzwemmers is dat misschien gesneden koek, maar voor een zelfverklaarde koukleum is ’t nog een hele toer. Zo heeft het water voor elke kouwe kop zijn eigen aantrekkingskracht en uitdagingen.

Intussen biedt deze fijne film broodnodige verkoeling aan alle heethoofden en kunnen kouwe koppen met angst voor open water, geheel verkwikt, gewoon aan de kant blijven liggen.

Inquilab Di Kheti

IDFA

‘Als deze wetten niet worden ingetrokken, zal ik, Rakesh Tikait, een einde aan mijn leven maken’, verklaart de geëmotioneerde Indiase vakbondsleider, woordvoerder van de verzamelde sikh-boeren uit de Punjab-regio, met overslaande stem tegenover een cameraploeg. Het is 26 januari 2021, Onafhankelijkheidsdag. De Indiase premier Narendra Modi heeft net hard laten ingrijpen bij de massale boerenprotesten tegen het landbouwbeleid van zijn regering.

De schokkende uitspraak van de vakbondsman markeert het dieptepunt in de confrontatie en is door regisseur Nishtha Jain precies halverwege de documentaire Inquilab Di Kheti (Engelse titel: Farming The Revolution, 105 min.) geplaatst. Het conflict is enkele maanden eerder, in het najaar van 2020, begonnen met zeer omstreden nieuwe wetgeving van de regering om grote bedrijven toegang te geven tot landbouwgrond, ten koste van plaatselijke boeren en landarbeiders.

Daarmee heeft premier Modi een epische ‘stare down’ met de boerenvakbond in gang gezet. Al snel wordt de hoofdstad New Delhi omsingeld door enkele honderdduizenden demonstranten, die de snelweg blokkeren en met hun tractoren een gigantisch tentenkamp inrichten. Ze zijn gekomen om te blijven, totdat Modi zijn desastreuze plannen intrekt. En zijn regering probeert de boeren op z’n beurt, via regeringsgezinde media, te framen als terroristen en religieuze fanatici.

Dat boerenprotest is overigens een kleurrijke bedoening, met die enorme verzameling sikhs en hun tulbanden en hoofddoeken, vlaggen en tenten. Terwijl zij zich met elkaar verpozen, luisteren naar vurige toespraken over binnen- en buitenlandse ‘parasieten’ en worden opgezweept met protestsongs, laat Farming The Revolution ook zien hoe het gewone leven in Punjab doorgaat. Bij toerbeurt reizen plaatselijke mannen en vrouwen af naar de frontlinie om te participeren in de demonstraties. 

Nishtha Jain richt zich op het collectieve karakter van de actie en licht er enkele individuele activisten een klein beetje uit. Los van elkaar kunnen zij de loop der dingen niet beïnvloeden, zo lijkt de klassieke arbeidersboodschap, maar samen staan ze sterk. En dat gevoel houdt hen ook bij elkaar, als de weersomstandigheden beginnen op te spelen en er echt Ausdauer wordt gevraagd in deze degelijke registratie van een cruciale gebeurtenis in de recente Indiase historie.

Het zal uiteindelijk ruim een jaar duren voordat duidelijk wordt wie er voor het eerst met z’n ogen knippert: de regering Modi of toch de verzamelde boeren.

Elton John: Never Too Late

Disney+

Achter al het succes gaapt een enorme leegte. Elton John maakt zich in 1975 op voor het grootste concert van zijn leven in het Dodger Stadion te Los Angeles. 110.000 fans wachten op de 27-jarige superster, die in de voorgaande vijf jaar talloze hits heeft gescoord. Hij is alleen doodongelukkig. Bijna een halve eeuw later staat diezelfde Elton John op het punt om met pensioen te gaan. Met zijn band werkt hij in 2022 toe naar een afscheidsconcert in datzelfde Dodger Stadium.

Met die twee verhaallijnen – over een jonge ster die op weg naar de top steeds meer met zichzelf overhoop komt te liggen en een gearriveerde held die zijn loopbaan afsluit, in elk geval als optredend artiest, en zich opmaakt voor een gemoedelijke ouwe dag – kan Elton John: Never Too Late (102 min.) van start. Het regisseursduo R.J. Cutler, maker van beeldbepalende portretten over bekendheden zoals John BelushiBillie Eilish en Martha Stewart, en Elton Johns partner David Furnish alterneren in deze gesmeerd lopende documentaire voortdurend tussen deze twee ijkpunten uit het leven en de loopbaan van Reg Dwight, alias Elton John.

Audiocassettes met gesprekken die de hoofdpersoon voor zijn memoires voerde met de journalist Alexis Petridis fungeren daarbij als anker, met animaties worden bovendien enkele cruciale gebeurtenissen uit Elton Johns verleden verbeeld. Never Too Late wordt echter nooit een regulier, chronologisch opgebouwd carrièreoverzicht. Aan de welhaast vijftig jaar tussen 1975 en nu wordt bijvoorbeeld nauwelijks aandacht besteed. En ‘s mans brillencollectie, voetbalclub Watford of de monsterhit Nikita komen helemaal niet aan de orde. Zoals ’t ook tevergeefs zoeken blijft – en dat is niet onprettig – naar sappige quotes van intimi, andere pophelden en deskundigen.

Cutler en Furnish focussen zich liever op de emotionele ontwikkeling die hun protagonist heeft doorgemaakt. Van een wereldberoemde man, die voor de buitenwereld in de kast bleef en zich intussen steeds meer verloor in drank en drugs, naar een ogenschijnlijk gelukkig getrouwd LHBTIQ+-icoon dat stopt met touren om meer tijd met z’n gezin door te kunnen brengen. ’s Mans songboek fungeert als smeermiddel om die ontwikkeling op te tekenen, waarbij er daarnaast ook plek is ingeruimd voor Elton Johns stiekeme relatie met zijn manager John Reid, de allerlaatste keer dat John Lennon (bij hem) optrad en zijn muziekpodcast Rocket Hour.

‘Het heeft me 43 jaar gekost om te leren functioneren als mens, in plaats van een rockster’, zegt Elton John er zelf over in deze film, die zijn leven als twee hapklare, onlosmakelijk met elkaar verbonden brokken uitserveert: succes -> eenzaamheid -> verslaving -> afkicken -> loslaten -> geluk. Zodat zijn verhaal, als ook voor de Britse zanger definitief het doek valt, in elk geval helemaal rond is gemaakt.

Writing Hawa

Amstelfilm

Nadat de Taliban in 2001 door Amerikaanse troepen zijn verjaagd uit de Afghaanse hoofdstad Kaboel, hebben vrouwen weer min of meer hun rechtmatige plek in de Afghaanse samenleving kunnen innemen. De herinnering aan het vijfjarige schrikbewind van de moslimfundamentalisten is echter nog nauwelijks vervaagd en speelt ook direct weer op als zij in augustus 2021 opnieuw aan de macht komen in Afghanistan.

Documentairemaakster Najiba Noori vlucht dan halsoverkop naar Parijs. Ze moet alles achterlaten. Alleen een koffer met tien kilo bagage en twee harde schijven met beeldmateriaal, dat ze vanaf 2019 heeft gemaakt van haar moeder Hawa en de rest van de familie, gaan mee. Die zullen de basis vormen voor Writing Hawa (82 min.), een film waarvoor haar broer Ali na Najiba’s vertrek nog aanvullende opnames heeft gemaakt.

Hun moeder Hawa is als dertienjarig meisje uitgehuwelijkt aan Najiba’s dertig jaar oudere vader. Hij is inmiddels hulpbehoevend, begint te dementeren en komt hun huis in Kaboel nauwelijks meer uit. Dat trekt een zware wissel op zijn vrouw en gezin, maar schept tegelijk ook ruimte voor Hawa om haar eigen bestaan op te bouwen. Ze neemt zich voor om te leren lezen en schrijven en begint na te denken over een eigen bedrijfje.

De onverwachte komst van Hawa’s veertienjarige kleindochter Zahra lijkt niets minder dan een zegen. Nadat haar moeder, Hawa’s dochter Fatima, twaalf jaar eerder van haar gewelddadige man is gescheiden, heeft het meisje haar familie niet meer gezien. Na een ruzie is de tiener nu weggevlucht uit het dorp van haar vader en op zoek gegaan naar haar moeder. In Kaboel komen zowel het meisje als haar grootmoeder Hawa tot bloei.

Intussen rukken de Taliban steeds verder op. ‘Ze nemen jonge meisjes mee en dwingen hen om te trouwen’, zegt Hawa tegen haar kleindochter. ‘Dat is het ergste wat je kan overkomen.’ De conclusie is onvermijdelijk: Zahra loopt gevaar en kan niet langer blijven. De verslagen blik van het meisje als ze haar tas inpakt zegt alles. Ze moet terug naar het dorp van haar vader. Daar zijn de nieuwe machthebbers voorlopig niet te verwachten.

Via haar eigen moeder en familie brengt Najiba Noori de gevolgen van de terugkeer van de Taliban – ‘hersendode monsters’, aldus een terneergeslagen Hawa – voor de positie van Afghaanse vrouwen in beeld. Najiba’s moeder moet, via nieuwsuitzendingen van de Afghaanse televisie, aanzien hoe alle persoonlijke vooruitgang die zij – en vrouwen zoals zij – heeft geboekt weer teniet wordt gedaan. Ze voelt zich machteloos en moedeloos.

Terwijl een thematisch verwante film zoals Bread & Roses zich richt op de veelal hoogopgeleide vrouwen die openlijk in het verzet komen tegen alle beperkingen die hen worden opgelegd door de Taliban, concentreert Writing Hawa zich juist op gewone vrouwen die lijdzaam (moeten) ondergaan hoe de klok wordt teruggedraaid naar een Afghaanse variant op de Middeleeuwen. Waar geen vrouw wil leven…

The Kings Of Tupelo: A Southern Crime Saga

Netflix

‘Nu wordt alles duidelijk’, concludeert Kevin Curtis. ‘Denk erover na: Steve Holland, volksvertegenwoordiger, directeur van een uitvaartcentrum, orgaanoogsten, lijken…’ In het hoofd van Curtis worden ineens allerlei verbanden gelegd. De Elvis-imitator uit Tupelo, de geboorteplaats van ‘The King of rock & roll’, is al enige tijd bevangen door een complottheorie over de handel in lichaamsdelen op de zwarte markt en weet ‘t nu zeker: Holland, volksvertegenwoordiger in de Amerikaanse staat Mississippi, maakt zich daaraan schuldig en wordt door alles en iedereen in de rug gedekt.

Het zaadje voor deze steeds ingewikkeldere samenzweringstheorie is in Curtis’ hoofd geplant tijdens zijn werk als schoonmaker in het North Mississippi Medical Center. In het mortuarium van dat ziekenhuis zou hij in een vriezer het afgehakte hoofd hebben gevonden van een patiënt die twee dagen eerder nog gewoon in leven was. Kort daarna werd ‘KC’ ontslagen omdat hij zich op verboden terrein had begeven en begon hij via allerlei websites wilde complottheorieën over ‘orgaanoogsten’ te verspreiden. En zo dreef hij dan weer een wig tussen hemzelf en zijn broer, de verzekeringsagent Jack Curtis, met wie hij al enige tijd een act had als het Elvis-imitatieduo Double Trouble.

Volgt u ‘t nog? Ja, tis wel opletten geblazen in The Kings Of Tupelo: A Southern Crime Saga (193 min.), een driedelige serie van Chapman Way en Maclain Way (Wild Wild Country en de Untold-serie) over de doldwaze lotgevallen van de ‘crazy Southerner’ Kevin Curtis, die na ledematenhandel ook complotten rond ‘chem trails’, 9/11 én zijn eigen vervolging ontdekt. Hij duikt van het ene in het andere konijnenhol en wordt alsmaar meer paranoïde. Ten einde raad zou hij in 2013 vervolgens brieven hebben gestuurd aan een assistent-aanklager in Mississippi, rechter Sadie ‘moeder van Steve’ Holland, de Republikeinse senator Wicker en president ‘Barack Hussein Obama’. De enveloppen bevatten het dodelijke gif ricine.

‘I am KC and I approve this message’, stond er onder de bijbehorende dreigbrieven. Hoe heeft ’t zover kunnen komen? Dat is ook de vraag die deze miniserie probeert te beantwoorden. De gebroeders Way kiezen ervoor om deze kwestie met veel humor aan te vliegen, de sowieso al kleurrijke personages nog eens extra dik aan te zetten en Curtis zelf alle ruimte te geven. Samen met een volvette soundtrack, illustratieve tekeningen en een slicke verhaalopbouw zorgt dit voor een bijna campy vertelling, waarbinnen de ernst van ‘s mans mentale problemen en zijn afdaling in steeds uitzinnigere complotten vooral voer zijn voor verbazing en vermaak – niet voor serieuze ongerustheid. The Kings Of Tupelo maakt er liever een gimmick van dan een invoelbaar persoonlijk verhaal.

En dan – aflevering 3 van deze kluchtige serie is al begonnen – steekt er met de introductie van een ander larger than life-personage, J. Everett Dutschke, nog een andere vraag de kop op: is Kevin Curtis eigenlijk wel de (enige) afzender van die dodelijke brieven?

Sporen Van Een Spermabank

KRO-NCRV / vanaf dinsdag 17 december op NPO Start

Zouden sommige vruchtbaarheidsartsen, donoren en medewerkers van spermabanken in het verleden de overtuiging hebben gehad dat het doel alle middelen heiligde? En dat toch niemand erachter zou komen hoe ze hun klus klaarden? De misstanden die in de afgelopen jaren, met behulp van moderne DNA-toepassingen, zijn blootgelegd in de fertiliteitswereld – van pak ‘m beet het zaad van de beruchte vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat tot de duizend kinderen van de Nederlandse ‘vikingdonor’ Jonathan Meijer – doen vermoeden van wel.

De excessen daargelaten lijkt er in het algemeen, bij mensen die doorgaans natuurlijk vanuit de beste bedoelingen handelden, sprake te zijn geweest van onachtzaamheid, gebrek aan invoelend vermogen en doodgewone slordigheid. Donorkinderen worden echter donorvolwassenen, zoals Roos, zelf kind van een donor, ‘t treffend uitdrukt in de vierdelige serie Sporen Van Een Spermabank (145 min.). De vragen over oorsprong, verwantschap en aanleg volgen dan vanzelf. En mannen die ooit (anoniem) zaad doneerden kunnen dan ineens worden aangesproken als vader.

Deze miniserie van Annemieke Ruggenberg en Martijn Willemen concentreert zich op misstanden binnen het Arnhemse Rijnstate-ziekenhuis en laat zien – op basis van achtergrondgesprekken en inzage in medische dossiers, onderzoeksrapporten en vertrouwelijke stukken – waartoe al dat geïmproviseer kan leiden. Donoren met veel meer nageslacht dan ze door hadden bijvoorbeeld. ‘Het is gewoon veel te veel’, zegt Peter, die zelf geen kinderwens had, maar inmiddels naar schatting zestig tot tachtig kinderen heeft verwekt. Hij betrapt zichzelf op ‘de hoop dat kinderen zich niet melden’. 

Bij donoren zoals Peter, die soms zelfs al zijn vergeten dat ze ooit zaad hebben gedoneerd, kan er echter zomaar een brief van de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting op de deurmat vallen: één van hun kinderen wil contact. Hans ziet zichzelf bijvoorbeeld niet als vader, maar eerder als ‘biologische veroorzaker’. Ook hij heeft er inmiddels echter diverse malen aan moeten geloven. Het ene na het andere kind meldde zich. Voor de camera van deze serie wordt Hans opgezocht door een gezelschap van vijf volwassen dochters, waarvan hij er eentje zelfs voor het eerst ontmoet.

De eerste twee delen van deze boeiende journalistieke productie richten zich op de donorkinderen en hun donoren, het derde deel speelt zich vooral binnen het ziekenhuis zelf af. Waar artsen en medewerkers van het matchen van wensouders en donoren nogal eens een (administratief) rommeltje hebben gemaakt. Met alle gevolgen van dien: voor onwetende/onwillige donoren, de betrokken ouderparen en – vooral – hun inmiddels volwassen kinderen, die in het duister tasten over van wie ze afstammen – of uitermate ongelukkig worden van de informatie die ze daarover krijgen verstrekt.

De volle reikwijdte van wat er toentertijd mis is gegaan in het Rijnstate dringt pas echt door in de afsluitende aflevering van Sporen Van Een Spermabank, die is opgebouwd rond een onthulling van Karbaat-achtige proporties. Dit bijzonder pijnlijke verhaal krijgt ongetwijfeld nog een staartje en maakt ook erg benieuwd naar de inhoudelijke reactie van het ziekenhuis en de betrokken arts.

Stephanie Louwrier: Dichterbij Mij

NTR

Het is natuurlijk geen nieuw uitgangspunt: een documentairemaker volgt een kunstenaar tijdens de totstandkoming van een nieuwe voorstelling/plaat/expositie/concertreeks (doorhalen wat niet van toepassing is) en probeert via de hobbels onderweg de essentie van z’n hoofdpersoon te vangen. In de korte docu Stephanie Louwrier: Dichterbij Mij (29 min.) poogt Marcel Goedhart zo, juist, dichterbij het Nederlandse podiumbeest te komen. Stephanie Louwrier werkt aan haar derde theatershow, Let’s Get Louder. En dat gaat – het lijkt zo te horen – bepaald niet vanzelf.

Louwrier begint met een voorstudie. Daarna moeten er try-outs volgen. En die monden dan weer uit in een première, het vanzelfsprekende sluitstuk van deze film. Als het zover komt. Want maken is een kwetsbaar proces. Zeker als je je hebt voorgenomen om ‘ongefilterd eerlijk te zijn’ over alles wat er in je omgaat. En dat is nogal wat: een roerig familieverleden, stembandproblemen en een al dan niet expliciete relatiecrisis. Nadat ze helemaal los is gegaan tijdens een bokstraining blijkt één vraag van Goedhart (wat eruit moet?) al voldoende om haar verdediging te breken. ‘Alles’, zegt Stephanie geëmotioneerd.

Op de spiegel van Louwriers kleedkamer hangen, ergens onderweg naar (g)een voorstelling, een heleboel geeltjes, die de verschillende onderdelen representeren van wat een heel persoonlijke theatershow moet worden. Vormen ‘latina’, ‘jazz’ en ‘talk dirty to me’ bijvoorbeeld een logisch trio? Moet ‘tekstangst’ inderdaad ná ‘Ryan Gosling is mijn held’ en net vóór ‘ecstatic dance’? En waar horen ‘cellulitis is cool’ en ‘kinderwens’? Horen die er überhaupt wel in? ‘Zeg me dat ’t beter wordt’, zingt de hoofdpersoon dan alvast een stukje van die voorstelling – en zichzelf moed in. ‘Zeg me dat ik veilig ben.’

Er bestaat dus een kans dat die ‘muzikale onewomanshow’ er helemaal niet komt – of in elk geval niet nu. Louwriers vaste regisseur Titus Tiel Groenestege komt, vlak voor het einde van deze intieme film, poolshoogte nemen. Is het een omen? Waarvan dan? En krijgt Marcel Goedhart daarmee een logisch einde voor zijn observerende film?

The Only Girl In The Orchestra

Netflix

Ze is allang niet meer de enige vrouw, maar ze was wel ooit het eerste meisje dat fulltime bij het New York Philharmonic speelde. Toen Orin O’Brien in 1966 toetrad tot het orkest, was dat bepaald geen vanzelfsprekend. Ze werd onderdeel van een mannenwereld, waar een vrouw met argusogen werd bekeken en soms ook ronduit seksistisch werd benaderd. Zo schreef een krant destijds zonder gêne dat O’Brien net zo ‘curvy als her double bass’ was.

Dan drukte Leonard Bernstein zich respectvoller uit. ‘Ik hou van Orins stralende energie in het orkest’, zei de befaamde dirigent. ‘Ze gaat volledig op in de muziek en telkens als ik haar kant op kijk en steevast haar aandachtige blik vang verbaas ik me over haar concentratie.’ Niet gek: Orin O’Brien voelde zich altijd volledig op haar plek binnen het New York Philharmonic. ‘Als we van het podium komen, kijken we elkaar aan en zeggen we: hier doe ik het voor als muzikant’, vertelt ze in deze korte film van haar nicht Molly O’Brien. ‘Voor deze ervaring.’

Als contrabassist moet je volgens The Only Girl In The Orchestra (35 min.) bovendien tweede viool kunnen spelen. In Orins woorden: je plek kiezen in de buik van de onderzeeër en genieten van de complete machinerie om je heen. En vooral niet de aandacht willen trekken. Dat gevoel heeft ze waarschijnlijk overgehouden aan haar ouders George en Marguerite. Die wilden als acteurs altijd in de belangstelling en konden ’t niet velen dat de schijnwerper gaandeweg op anderen werd gezet. Hun dochter blijft liever op de achtergrond.

Voor haar nicht Molly, een kind van haar jongere broer, blijft Orin niettemin een lichtend voorbeeld, een vrouw en een carrière om tegenop te kijken – en om te eren als ze met pensioen gaat. Want dat is de aanleiding voor dit liefdevolle portret: na 55 jaar neemt Orin O’Brien afscheid. Een professioneel leven, dat in gang werd gezet toen ze op haar dertiende halsoverkop verliefd werd op Beethoven, gaat daarmee richting z’n einde – al blijft ze doceren. Want haar liefde voor muziek – en heel praktisch: haar instrumenten – wil ze doorgeven aan een nieuwe generatie.

Flipside

Oscilloscope Laboratories

Waar gaat de film over en waar wil ie naartoe? In tijden van formats is ook bij documentaires doorgaans binnen twee minuten duidelijk wat een film wil zijn. Deze productie lijkt dan te gaan over de Amerikaanse fotograaf Herman Leonard, die halverwege de twintigste eeuw iconische zwart-wit portretten maakte van jazzgrootheden zoals Dexter Gordon, Duke Ellington, Louis Armstrong, Billie Holiday en Miles Davis. Herman heeft niet lang meer te leven, documentairemaker Chris Wilcha heeft de opdracht gekregen om hem op de valreep nog te portretteren. Een tot mislukken gedoemde opdracht, die dan ook op niets zal uitlopen.

Na enkele minuten schakelt Wilcha dus noodgedwongen door. Naar een film over… – ja, waarover eigenlijk? – de zin, het gevoel of pak ‘m beet de keerzijde van het bestaan: Flipside (96 min.). Een documentaire over de documentairemaker zelf, Chris Wilcha. Herstel over commercialmaker Chris Wilcha. En over zijn vader, de eigenaar van zijn favoriete platenzaak, diens lokale concurrent die ook Dan heet, comedyschrijver Judd Apatow, would be-schrijfster Starlee Kine, radiohost Ira Glass, popsnob Tracy Flipside, gewezen tv-held Uncle Floyd, de vermaarde showrunner David Milch en, ja, Herman Leonard. En over heel veel ongemaakte documentaires – die nu alsnog zijn afgerond.

Die film gaat daarnaast ook over respect hebben voor wie je was, tevreden zijn over wie je bent geworden en vrede hebben met waar je nog zult uitkomen. ‘Één van de vreemde inzichten van middelbare leeftijd is dat je diep van binnen weet dat twee volledig tegengestelde ideeën allebei waar zijn’, probeert Wilcha de basisgedachte van zijn persoonlijke film onder woorden te brengen, in één van de voice-overs waarmee hij richting geeft aan dit zoveelste tot mislukken gedoemde documentaireproject. ‘Dat je je echt rot kunt voelen over de dingen die je nooit hebt gedaan en ook nooit zult gaan doen. En dat je tegelijkertijd houdt van het leven dat je wél hebt geleid.’

Die realisatie heeft geresulteerd in – of is juist het resultaat van – een nauwelijks na te vertellen vertelling, die afwisselend – en soms tegelijkertijd – blij, melancholisch en tot nadenken stemt. Flipside is Amerikaans, indie, Gen Z., High Fidelity, (anti)marketing, Mr. Peanut, hotelzeepjes, midlife én David Bowie. Een film die vrijwel tot het einde toe nog alle kanten op kan, ongericht en toch helemaal raak. Net als het leven, één groot onafgewerkt project dat maar om aandacht blijft vragen.

Biggest Heist Ever

Netflix

Was het Rusland, Noord-Korea of toch Iran? Als het Bitfinex-fonds uit Hongkong in 2016 op ingenieuze wijze wordt gehackt, denken insiders meteen aan een schurkenstaat. De onbekende daders hebben maandenlang rondgeneusd en een flinke slag geslagen. Dit is niet het werk van kwaadbedoelende amateurs, zo is het algehele gevoel.

De daders kampen alleen met één probleem: transacties met het buitgemaakte geld zijn voor de hele wereld te volgen. Het is alsof de buit gewoon op straat ligt, voor alles en iedereen zichtbaar. Hoe haal je die dan stiekem binnen? Intussen loopt de waarde van de gestolen Bitcoins zienderogen op: tot maar liefst 4,5 miljard dollar.

Amerikaanse opsporingsambtenaren tasten een hele tijd volledig in het duister over de identiteit van de cryptoboeven. Totdat ze via enkele opmerkelijke transacties een adres in New York op het spoor komen: Wall Street 75, het thuisadres van twee wannabe-influencers met opvallend diepe zakken, Ilya ‘Dutch’ Lichtenstein en Heather Morgan.

De twee blijken er online nogal een opmerkelijk leven na op te houden. Met name Morgan trekt de aandacht als een kneuzige parodie op een vrouwelijke rapper, die echter serieus bedoeld lijkt te zijn: @Razzlekhan, volgens een kennis een soort ‘Heather maal honderd’. Met wanstaltige ‘hits’ als Versace Bedouin en Vacuum Cleaner.

De Amerikaanse documentaire-lopende band Chris Smith krijgt in Biggest Heist Ever (87 min.) maar geen genoeg van de online-strapatsen van de vermeende Bitcoins-dievegge. En ook haar nerdy echtgenoot Dutch, met wie zij op extravagante wijze in het huwelijk is getreden, mag zich in zijn warme belangstelling verheugen.

Met zichtbaar plezier volgt Smith ook de Amerikaanse speurders tijdens hun zoektocht door het darknet, waarbij ‘follow the money’ nog altijd een bruikbaar uitgangspunt blijkt te zijn om, te midden van alle rookgordijnen en dwaalsporen, de naakte waarheid bloot te leggen, zodat ze deze Bitcoin-Bonnie & Clyde dan toch kunnen inrekenen.

Waarbij het dan nog wel de vraag is hoe een hoogopgeleide en kosmopolitische Amerikaanse vrouw en haar Russische echtgenoot de vaardigheden en mogelijkheid hebben verkregen om zich wederrechtelijk zo’n ontzettende smak virtueel geld toe te eigenen? Wacht, even terugspoelen… Rússisch? Zou ’t dan misschien tóch?

Aan het eind van deze smakelijke film zijn er evenveel vragen beantwoord als weer opgeworpen – en komt de cryptoleek desalniettemin ‘verrijkt’ de krochten van het internet weer uit.

Paul En Paultje

Mooie Nel / BNNVARA

Binnen luttele minuten heeft zich in deze film een geheel eigen wereld geopend. Zomaar in een rijtjeshuis in Amsterdam-Noord, in zwart-wit vereeuwigd. Een wel heel bizar samengesteld gezin, vervat in pijnlijke scènes en sprekende shots en lekker aangezet met tragikomische muziek. Met twee onvergetelijke personages bovendien: Paul En Paultje (49 min.). Broers: Paul (79) en Paultje (61).

Dat verdient enige uitleg. Ze hebben dus dezelfde vader, maar een andere moeder. En dat klinkt dan weer eenvoudiger dan ’t is. Want Paultje is volgens eigen zeggen ‘een incestkindje’. Pauls zus is zijn moeder. Dat verdient natuurlijk nog veel meer uitleg. En die komt er ook in deze nieuwe versie van de docu waarmee Hugo Drechsler in 2023 is afgestudeerd aan de Filmacademie. Met frisse tegenzin en horten en stoten, dat wel.

Die film begint bij de gevangenis, als Paultje vrijkomt na een ongedefinieerde straf voor een vergrijp dat verder ook niet ter sprake komt. Het doet er blijkbaar niet toe. Paultje ziet geen andere mogelijkheid en reist af naar dat rijtjeshuis in Amsterdam-Noord, waar zijn nurkse oudere broer Paul en diens vrouw Jannie wonen. Paul zit alleen helemaal niet op hem te wachten. ‘Hier kun je ook niet terecht, jongen’, zegt hij bars. ‘Het spijt me voor je.’

Zijn vrouw wil nog wel een keer met de hand over het hart strijken, maar Paul is niet te vermurwen. Hij is vaak genoeg in de maling genomen. ‘Dus je moet maar kijken waar je kunt slapen. Het park is groot genoeg.’ En als hij dan toch, met gezonde tegenzin, overstag is gegaan, kijkt hij z’n broer ongegeneerd de deur uit. ‘Ga jij maar effe lekker boodschappen doen, jongen’, zegt hij dan bijvoorbeeld. ‘En blijf zo lang mogelijk weg.’

De twee broers kampen intussen allebei met ernstige gezondheidsproblemen. Daardoor zijn ze in zekere zin veroordeeld tot elkaar. En anders is er nog wel die gedeelde familiegeschiedenis: hun vader, die ‘teringlijer’. De man die zoveel kapot heeft gemaakt en hen heeft opgescheept met elkaar. Twee mannen die niet meer mét, maar uiteindelijk toch ook niet meer zónder elkaar blijken te kunnen. Broers, tegen wil en dank.

In een hartveroverend dubbelportret, dat een gulle lach oproept, soms verbazingwekkend grimmig wordt en uiteindelijk ook weer oprecht ontroert.