The Cult Of NatureBoy

ABC / Hulu / Disney+

‘Wie zijn wij?’ roept de charismatische Afro-Amerikaanse leider naar zijn jonge volgelingen, die zich aan weerszijden van hem op een trap hebben opgesteld. ‘Carbon Nation!’ antwoorden zij in koor, terwijl Eligio Bishop, als hun zelfverklaarde Godheid, over de traptreden schrijdt. Het tafereel is duidelijk geënsceneerd, voor een social mediaproductie van Bishops beweging.

‘Wat is Carbon Nation?’ vraagt ie vervolgens. Waarna zij opdreunen wat hij wil horen: ‘Het Christusbewustzijn.’ Bishop, die zich ook wel NatureBoy noemt en die leven in en van de natuur predikt, kijkt om zich heen, naar de fleurig geklede Afro-Amerikaanse mannen en vrouwen die in de houding blijven staan. ‘En wie zijn jullie?’ Zij antwoorden in koor: ‘Engelen van de Allerhoogste. Goddelijke Lichtengelen.’

En dan meldt NatureBoys echtgenote zich. ‘Wie ben ik?’ vraagt Velvet. Ook zij wordt als een vorstin onthaald. ‘Koningin Eliana’, roepen haar onderdanen deemoedig. ‘Opperbevelhebber van het aardse vlak. Mijn hogere zelf.’ Zij weet zelf echter wel beter. Ook Velvet is niet meer dan een figurant in The Cult Of NatureBoy (163 min.), een getroebleerde zwarte jongeling die zich opwerpt als geestelijk leider.

Ten tijde van het potsierlijke ritueel heeft hij in deze vierdelige serie van Benjamin Zand allang zijn ware gezicht laten zien. Het zal nu ook niet lang meer duren voordat hij zijn naam laat tatoeëren op de billen van zijn favoriete ‘godinnen’. Want zo gaat dat met sekteleiders: gaandeweg eigenen ze zich totale macht, al het geld en de vrouwen toe. Dan moeten alleen de mannen nog geknecht en vernederd worden.

Op de beelden die hij zelf via sociale media heeft verspreid vanuit exotische plekken zoals Costa Rica, Belize en Hawaii oogt NatureBoy simpelweg als een doorgedraaide gek, met een Bijbel-tic, misogyne trekjes en een gewelddadige inslag. Bij de jonge mannen en vrouwen van kleur die zich bij hem hebben aangesloten begint dat alleen pas te dagen als het al te laat is en ze ernstige schade hebben opgelopen.

Zand serveert deze klassieke sektegeschiedenis uit als een spannend verhaal, compleet met gelikte reconstructies waarvoor ook de slachtoffers zelf hun beste beentje voorzetten. Hij legt hen verder niet op het rooster: waarom hadden ze behoefte aan een leider die alles lijkt te weten en overal een antwoord op heeft? En zagen ze echt niet aankomen dat in Carbon Nation maar één persoon zou gedijen?

Zulke ongemakkelijke vragen blijven achterwege in de aalgladde miniserie The Cult Of NatureBoy, die de casus van de Carbon Nation, eerder ook wel de Melanation genoemd, behandelt als het kwaadaardige geesteskind van één enkele meestermanipulator, die zich zonder enige terughoudendheid uitgeeft voor de Messias.

Free Nelson Mandela

Channel 4

Eerst bevrijdt muziek de geest, daarna de man. In dit geval: Nelson Mandela. Sinds 1964 zit de leider van het African National Congress (ANC) op Robbeneiland een levenslange gevangenisstraf uit. Zijn strijd tegen het Apartheidsregime, dat al zoveel zwarte Zuid-Afrikanen heeft geknecht of gedood, krijgt gaandeweg echter steeds meer internationale steun. En muziek speelt daarbij een essentiële rol. Eerst als manier om zelfrespect te verkrijgen en uitdrukking te geven aan hoe de zwarte meerderheid van de Zuid-Afrikaanse bevolking lijdt onder het witte minderheidsregime. Later om Mandela te lanceren als een wereldwijd symbool en druk uit te oefenen op datzelfde bewind.

Free Nelson Mandela (92 min.), ter gelegenheid van Mandela’s 65e verjaardag in 1983 uitgebracht door The Special AKA, is daarvan het meest iconische voorbeeld. De compositie van Jerry Dammers, de spil van de Britse skaband The Specials, groeit uit tot hét strijdlied van de Anti-Apartheidsbeweging. Deze boeiende documentaire van James Rogan, die zich in Freddie Mercury: The Final Act (2021) al richtte op hoe muziek het bewustwordingsproces rond AIDS bevorderde, belicht nu de rol van songs van Miriam Makeba, Hugh Masekela, Gill Scott-Heron, Peter Gabriel, Bob Marley & The Wailers, Labi Siffre en Artists United Against Apartheid in de strijd tegen een racistisch maatschappijmodel.

En hoewel Rogan Jerry Dammers en andere westerse artiesten zoals Peter Gabriel, Bono, Steven Van Zandt en Jim Kerr aan het woord laat, krijgen zij nooit de overhand. De filmmaker realiseert zich dat het échte verhaal bij zwarte Zuid-Afrikanen zit en roept de bloedige Apartheid-historie op met schokkende nieuwsbeelden, audiofragmenten van Nelson Mandela en zijn omstreden echtgenote Winnie en interviews met nazaten van ANC-kopstukken zoals Steve Biko, Oliver Tambo en Joe Slovo. Hun gezamenlijke inzet blijkt uiteindelijk succesvol: in 1990 komt Nelson Mandela na ruim 27 jaar gevangenschap vrij. Vier jaar later wordt hij beëdigd als de eerste zwarte president van Zuid-Afrika.

Ruim veertig jaar sociale strijd, weerspiegeld in en ook aangejaagd door muziek, zijn niet zonder resultaat gebleven en hebben nu ook hun weg gevonden naar een even geladen als swingende film.

White With Fear

So Much Film / PBS

Tijdens de Amerikaanse presidentscampagne van 1968 vindt Richard Nixon de sleutel naar verkiezingswinst: maak de witte kiezer bang voor zwarte inwoners, zónder openlijk racistisch te klinken. Hij begint te spreken over ‘law & order’ en de goede verstaander weet dan wel wie/wat hij bedoelt: die vermaledijde zwarte Amerikanen. Sindsdien is datzelfde procedé nog door talloze conservatieve politici toegepast. Ze spreken over ‘welfare queens’, ‘illegal aliens’ of ‘gangbangers’, termen die volgens Ian Haney López, auteur van Dog Whistle Politics, werken als een hondenfluitje.

Het grote geheim van de Amerikaanse politiek, citeert historicus Kevin Kruse de Nixon-fluisteraar Kevin Phillips in de interessante documentaire White With Fear (84 min.), is nu eenmaal: ‘wie haat wie?’ Deze vraag krijgt nieuwe dimensies na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 als de Republikeinse president George W. Bush de oorlog verklaart aan Osama bin Ladens Al-Qaeda en er in zijn land een anti-moslim stemming ontstaat, die vervolgens door de rechtse televisiezender/woedemachine Fox News wordt uitgebouwd tot een heuse cultuuroorlog.

Na de entree van Amerika’s eerste zwarte president Barack ‘Hussein’ Obama, die dus ook nog in verband kan worden gebracht met islam, gaat de ‘witte haat-industrie’ vanaf 2008 helemaal los. ‘De strategie was om reactionaire, racistische beelden over niet-witte immigranten aan de achterban te presenteren als politieke keuzes van de elite om de hardwerkende witte man te verraden’, vertelt Katie McHugh, voormalig medewerker van de website Breitbart, die ziet hoe haar werkgever ook doelbewust wordt ingezet als werktuig van een nieuwe politieke kracht, Donald Trump.

Documentairemaker Andrew Goldberg akkert de tumultueuze historie van het exploiteren van latente onlustgevoelens bij witte Amerikanen, vervat in talloze unheimische speeches, uitspraken en campagnefilmpjes, door met insiders uit beide politieke partijen, zoals Hillary Clinton en Steve Bannon, en een aantal neutrale beschouwers. Trump – en de man die hem zijn meest extreme taal influistert: Stephen Miller – is zo bezien een logisch gevolg van ruim een halve eeuw, vanuit zowel electorale als financiële motieven, doelbewust inspelen op de onderbuik.

‘Het fascinerende aan Donald Trump is dat hij het hele spelbord heeft omgegooid’, stelt de historicus Rick Perlstein, auteur van Nixonland. ‘Van het hondenfluitje heeft hij een stoomfluit gemaakt. Dat zou hem natuurlijk nooit zijn gelukt zonder het fundament van 55 jaar Republikeins hondengefluit.’ Waarna Donald Trump daar in zijn acceptatiespeech op de Republikeinse conventie van 2016 hoogstpersoonlijk een uitroepteken achter plaatst, met een Nixonesk eufemisme: ‘We worden een land van law & order.’

Once Upon A Time In Space

BBC / NTR

De Russen zijn de Amerikanen in de jaren zestig steeds nét een stapje voor in de ruimtewedloop. De eerste man in de ruimte? De eerste vrouw? De eerste ruimtewandeling? Stuk voor stuk succesverhalen, waarvoor de Sovjet-Unie zich op de borst kan kloppen. En als de Amerikanen in de jaren zeventig een spaceshuttle ontwikkelen die zowaar meerdere keren de ruimte in kan, brengen de Russen een permanent ruimtestation, Mir, in een baan om de aarde. Het is dan nog ondenkbaar dat de aartsrivalen zullen samenwerken.

In het eerste deel van Once Upon A Time In Space (224 min.) schetst James Bluemel hoe het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, dat van oudsher wordt gedomineerd door witte mannen, zich eerst langzaam openstelt voor Afro-Amerikanen. ‘Van slavernij naar ruimtevaart in vier generaties’, constateert Carl, de broer van de zwarte astronaut Ron McNair. NASA begint daarna ook vrouwen te rekruteren. Anna Fisher, de eerste moeder in de ruimte, moet zich alleen wel verweren tegen kritiek die nog geen vader heeft gekregen. Of ze niet thuis moet blijven voor haar dochter Kristin?

Bluemel, die ook al puike Once Upon A Time-series maakte in Irak en Noord-Ierland, concentreert zich in deze vierdelige serie op zulke persoonlijke verhalen. ‘Papa verdween naar Sterrenstad om hard te trainen voor z’n missie’, vertellen de allang volwassen dochters van ‘kosmonaut en held van Rusland’ Aleksandr Lazutkin bijvoorbeeld over hun jeugd. ‘Hij maakte sterrenstelsels van glow-in-the-dark-sterren op ons plafond.’ Zij kunnen dan nog niet bevroeden wat er nog op hun pad komt – en dat hun vader innig bevriend zal raken met een NASA-astronaut, Michael Foale.

Gedwongen door de omstandigheden – het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en economische malheur in de VS – moeten de Russen en Amerikanen namelijk gaan samenwerken. Niet veel later ontstaat er ook een commerciële variant, MirCorp, die voor de eerste burger in de ruimte zal zorgen. Private partijen zoals Elon Musks SpaceX zijn zich tegen die tijd actief met ruimtevaart gaan bemoeien. Elke vorm van Koude Oorlog lijkt dan definitief uit de ruimtewedloop te zijn verdwenen. Russische en Amerikaanse bemanningsleden bouwen een uitstekende verstandhouding op.

‘We dachten dat we ons hele leven vrienden zouden blijven’, vertelt de Amerikaanse astronaut Terry Virts. En dan valt Rusland in 2014 de Krim binnen, de opmaat naar de inval in Oekraïne in 2022, en wordt alles ineens anders. Ook aan boord van de ruimtevaartuigen. De opnieuw opgelaaide strijd tussen de aartsvijanden drijft zelfs een wig tussen ervaren ruimtereizigers die samen de aarde achter zich hebben gelaten, toont deze boeiende serie over de mens binnen de ruimtevaart. ‘Wie de baas is in de ruimte’, stelt de Russische kosmonaut Sergei Zalyotin nuchter, ‘is de baas over de wereld.’

F*ck Drugs

Tangerine Tree / BNNVARA

Nadat hij in Samen Vreemdgaan? (2024) enkele leden van de swingersgemeenschap heeft geportretteerd, volgt Jesse Bleekemolen in F*ck Drugs (60 min.) nu drie Nederlandse queers die zich regelmatig overgeven aan ‘chemsex’: (groep)seks onder invloed van drugs.

Het procedé is eigenlijk vergelijkbaar met zijn eerdere film: hij portretteert enkele hoofdpersonen in hun thuisomgeving, nodigt hen dan uit om openlijk te spreken over hun (seks)leven en volgt hen daarna naar de plekken waar zij zich volledig kunnen overgeven aan hun lustgevoelens. Zo maakt hij een subcultuur toegankelijk, die doorgaans alleen binnen de eigen ‘safe space’ z’n ware gezicht toont. Een broeierige wereld die door Bleekemolen bovendien is vervat in enkele gestileerde erotische sequenties.

Anthony (35) heeft één keer per week seks, vertelt hij lachend in de openingsscène van de film: ‘Het hele weekend!’ In de voorbije tien jaar heeft hij volgens eigen zeggen zo’n 376 feesten bezocht. Davo (22) gaat nu ongeveer tweeëneenhalf jaar naar chemsex-feesten. Hij kan er zijn wildste fantasieën uitleven en heeft volgens eigen zeggen verder geen behoefte aan een romantische relatie. Voor Erik (61) komen de feesten tegemoet aan zijn avontuurlijke inborst en zijn behoefte aan autonomie.

Met een shotje GHB, ketamine en/of een lijntje (of spuit) 3-MMC verdwijnen alle belemmeringen en kunnen ze helemaal los. Vanachter de extase komt echter ook een andere wereld tevoorschijn: van soms haperende zelfacceptatie, onbegrip vanuit de directe omgeving, heteronormativiteit en angst voor echte intimiteit. ‘In mij zit een afschuwelijke ijsvlakte die maar niet ontdooit en die ik zelf dus ook in stand houd’, constateert Erik, die ook thuis 3-MMC is gaan injecteren. Hij zorgt er zo voor dat ook Bleekemolen, achter de camera, even heel kwetsbaar wordt.

Net als eerder Samen Vreemdgaan? wordt F*ck Drugs daarmee een film over de mens achter de seks. Kwetsbaar en behoeftig, op zoek naar lust en bevestiging. Zoals we dat waarschijnlijk allemaal zijn, ieder op z’n eigen manier.

Een Gevleugelde Herinnering

Daiara Tukano in het Mauritshuis / Ida Does / NTR

In 1644 keert Johan Maurits van Nassau-Siegen terug uit Brazilië met dertien schepen vol suiker, tabak, ivoor, tropisch hout, kunst en goud, ter waarde van toen 2,6 miljoen gulden. Met zijn Braziliaanse fortuin laat ‘Mauricio de Nassau’, die ook het pad effende voor de trans-Atlantische slavernij, in Den Haag het Mauritshuis bouwen, dat sinds 1882 dienst doet als museum met een historische collectie.

Ida Does start de documentaire Een Gevleugelde Herinnering (Portugese titel: Uma Memória Emplumada, 56 min.), een logisch vervolg op haar film Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij, met een zeer uitgebreide uitleg over de historische context van het museum. De boodschap is helder: de huidige beheerders van het Mauritshuis hebben zich te verhouden tot deze koloniale geschiedenis en de kunstwerken die daaruit zijn voortgevloeid.

De Braziliaanse kunstenares Daiara Tukano heeft inmiddels de opdracht gekregen om een muurschildering te maken. Als zij rondkijkt in het Mauritshuis, verbaast ze zich over sommige kunstwerken. Op een schilderij van Mary Stuart lijkt een donkere jongen bijvoorbeeld vooral als exotische accessoire te dienen. Waarom weten we niets van die jongen? vraagt ze zich af. Het is sowieso de vraag waarom zwarte personages eigenlijk altijd een onderdanige positie innemen?

Tegelijkertijd krijgt directeur Martine Gosselink – vertelt ze tijdens een bezoek van Braziliaanse museumdirecteuren – regelmatig ook de kritiek dat het Mauritshuis z’n eigen nest bevuilt en zijn oprichter te negatief benadert. Het is een ongemakkelijk gesprek. Kun en mag je van de schoonheid van kunst genieten, zonder de politieke en historische context ervan in ogenschouw te nemen? En hoe kan de dominantie van het witte westerse verhaal worden doorbroken?

Does heeft deze dialoog ingebed in een breed uitwaaierende vertelling, die zich voor een belangrijk deel ook in Brazilië afspeelt, waar Daiara en haar vader, een leider van het Tukano-volk, hun perspectief toevoegen. Die kijk op de pijnlijke historie, inheemse cultuur en thema’s en de kunst die deze hebben voortgebracht worden bovendien tot leven gewekt, met behulp van inheemse rituelen, poëzie en kunst en een bloemrijke soundtrack van Bernardo Bravo du Gomide.

Op de presentatie van Daiara Tukano’s muurschilderij, tijdens de Braziliëdag van 2024, komen deze elementen samen in het Mauritshuis, tijdens een nog wat onwennig gezamenlijk gezongen inheems lied. Zo klinken al die stemmen samen, als het rumoer voor even is verstomd.

Daley – Olympic Superstar

BBC

‘Hij heeft het Duitse volk beloofd dat hij thuiskomt met de gouden medaille’, zegt de Britse tienkamper Daley Thompson, tijdens een persconferentie bij de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984, over zijn Duitse concurrent Jürgen Hingsen. ‘Dat betekent óf dat hij mijn gouden medaille gaat stelen óf dat hij gaat meedoen aan een andere wedstrijd.’

Het is Thompson ten voeten uit, de grootste Britse olympiër aller tijden én een hork eerste klas. Bij de start van de puike sportdocu Daley – Olympic Superstar (102 min.) wordt de man alvast kort samengevat: arrogant, egoïstisch en lomp. En daarna verschijnt hij zelf voor de camera: een goedlachse man van inmiddels dik in de zestig, die overduidelijk trots is op z’n eigen prestaties en zijn gedrag inmiddels in perspectief kan plaatsen.

Thompson is het kind van een witte moeder en een zwarte vader. Zij is vooral aan het werk en toont hem weinig liefde, hij zit intussen in de bak en wordt daarna al snel om het leven gebracht. In de Londense wijk Notting Hill is de jonge Daley aan zichzelf overgeleverd. Hij ontdekt dat ie in de wieg is gelegd voor het koningsnummer van de atletiek, de decatlon. Zijn moeder komt alleen nooit kijken bij zijn wedstrijden. ‘Dat is toch vreemd, of niet?’

Tegelijkertijd kan regisseur Vadim Jean natuurlijk niet om ‘s mans onbehouwen gedrag heen. Dat T-shirt bijvoorbeeld dat hij droeg na de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984, waarbij Carl Lewis vier gouden medailles won: ‘Is the world’s 2nd best athlete gay?’ Wat vind je er nu van als je hem toen ernstig hebt beledigd? vraagt Jean. ‘Ik zou het heel triest vinden als ik hem daarmee, zonder dat dit mijn bedoeling was, pijn heb gedaan.’

‘Voor Daley was het niet genoeg om een wedstrijd te winnen’, legt de Britse Olympiër Sebastian Coe uit. ‘Hij wilde z’n opponenten ook vernietigen.’ Die indruk wordt bevestigd door oud-topatleten zoals Caitlyn Jenner, Steve Cram en aartsrivaal Jürgen Hingsen. Voor Daley Thompson is alles, inclusief psychologische oorlogsvoering, geoorloofd om te winnen. ‘The Terminator doesn’t stop until he gets what he wants’, stelt sprinter Linford Christie.

De meeslepend gemonteerde sportdocu Daley – Olympic Superstar toont de man achter de onverbeterlijke winnaar: de eerste zwarte sportheld in een veelal witte wereld, de verweesde jongen op zoek naar een vaderfiguur én de afwezige ouder, die verloren tijd wil inhalen met zijn vijf kinderen, waaronder zoon Elliot die zich eveneens toelegt op de tienkamp– al realiseert ie zich terdege hij nooit op kan tegen z’n pa. Die had de Griekse goden nog kunnen verslaan.

I’m Carl Lewis!

VRT

Als negenjarig joch mag Carl Lewis op de foto met de Afro-Amerikaanse atletieklegende Jesse Owens. Een kleine vijftien jaar kan Lewis zowaar in de voetsporen treden van zijn grote held, die tijdens de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn vier gouden medailles in de wacht sleepte. Hij staat bij de Spelen van 1984 in Los Angeles aan de start bij dezelfde onderdelen als Owens: de 100 meter en 200 meter sprint, het verspringen en de 4×100 meter estafette.

Vier gouden medailles maken van hem echter nog geen volksheld. Ondanks zijn kamerbrede glimlach wordt Carl Lewis beschouwd als arrogant, geldbelust en veel te berekenend. Zeker geen aaibare allemansvriend. Er wordt bovendien gefluisterd dat hij homo is. Die geruchten bezorgen hem ook een weinig vleiende bijnaam: The Flying Faggot. Het feit dat Lewis zich uitstapjes richting de entertainmentwereld veroorlooft werkt daarbij ook niet in zijn voordeel.

In de gedegen sportdocumentaire I’m Carl Lewis! (99 min.) blikt de voormalige ‘wonder boy’ op zijn lange carrière. Hij wordt daarbij in de rug gesteund door onder anderen zijn broer Cleve (oud-voetballer) en zus Carol (voormalige verspringer), coach Tom Tellez, Nike-oprichter Phil Knight en concurrent Mike Powell. Zij plaatsen hem op één lijn met de iconen Michael Jordan, Tiger Woods en Muhammad Ali, als één van de grootste Amerikaanse sporters aller tijden.

De filmmakers Julie Anderson en Chris Hay maken het Lewis verder niet al te moeilijk. Ook niet als zijn rivaliteit met de Canadese sprinter Ben Johnson aan de orde komt. In de aanloop naar de Spelen van 1988 in Seoul beschuldigt Lewis zijn concurrent van dopinggebruik. Nadat Johnson de 100 meter heeft gewonnen, test ie daadwerkelijk positief. Hij moet z’n gouden plak afstaan aan Lewis. Enkele maanden eerder is die alleen zelf, zo blijkt later, ook betrapt.

De voormalige topatleet doet dat een kleine dertig jaar later af als een vergissing. ‘Ik heb nooit prestatieverhogende middelen gebruikt’, zegt Lewis stellig. ‘Die had ik niet nodig.’ Een Chinees kruidensupplement zou destijds voor de positieve test hebben gezorgd – hoewel in Daniel Gordons documentaireklassieker 9.79 (2012), waarin alle finalisten van die beruchte 100 meter aan het woord komen, toch echt wordt geïmpliceerd dat ook Carl Lewis niet brandschoon was.

Hij is uiteindelijk echter min of meer onbeschadigd uit de strijd gekomen, met maar liefst negen Olympische gouden medailles. Er wordt hem inmiddels ook een sleutelrol toegedicht in de professionalisering en commercialisering van zijn sport. Lewis zit er tegenwoordig duidelijk ook warmpjes bij. Als hij alleen in een bubbelbad in zijn tuin zit en vertelt dat hij nog nooit een lange relatie heeft gehad, krijgt dat echter ook wel iets treurigs. Wie is hij behalve de gewezen sportheld?

New Order – Power, Corruption & Lies

Mark Fenna-Roberts / NTR

Ze besluiten zowaar om een oujijabord te raadplegen. Zanger Ian Curtis is dood, hun band Joy Division lijkt daarmee wel klaar en nu blijkt al hun apparatuur, na studio-opnames in New York, nog te zijn gestolen ook. Halverwege 1980 is hun situatie tamelijk hopeloos, stelt gitarist Bernard Sumner. ‘Hoeveel erger kan ‘t nog worden?’

‘The band that used to be Joy Division’, aldus drummer Stephen Morris, vindt zichzelf echter opnieuw uit, met Gillian Gilbert (keyboards) als nieuw groepslid en Sumner als nieuwe oude frontman. En ze besluiten meteen om signatuursongs zoals Day Of The Lords, Isolation en Love Will Tear Us Apart niet meer te gaan spelen.

De vraag is wel of er iemand zit te wachten op New Order. In 1981 verschijnt het debuutalbum van de tegendraadse Britse groep. ‘Movement is een Joy Division-plaat met New Order-vocalen’, stelt oud-bassist Peter Hook. ‘Tegen de tijd dat we Power, Corruption & Lies uitbrachten, maakten we New Order-muziek met New Order-vocalen.’

Op die tweede langspeler (1983) heeft de vernieuwde band z’n eigen niche gevonden, op het kruispunt van rock- en dancemuziek, werelden die voorheen strikt van elkaar werden gescheiden. Met de 12 inch-single Blue Monday / The Beach, fraai vormgegeven als een floppydisk, toont New Order nog eens ondubbelzinnig z’n bestaansrecht aan.

In de muziekdocu New Order – Power, Corruption & Lies (72 min.) van David Barnard blikken de vier bandleden, ondersteund door ontwerper Peter Saville en de producers Arthur Baker en Michael Johnson, terug op deze jaren en de totstandkoming van hun tweede album, dat is vernoemd naar een citaat uit George Orwells Animal Farm.

In een aardige archiefscène uit 1983 leggen ze in het Nederlandse tv-programma Countdown bijvoorbeeld uit hoe ze gebruik hebben gemaakt van synthesizers. ‘Wat is New Order?’ wil presentator Erik de Zwart weten. ‘Computerprogrammeurs of muzikanten? ‘Geen van beide eigenlijk’, antwoordt Bernard Sumner. ‘Bankrovers.’

Die attitude is nog altijd zichtbaar in de no-nonsense manier waarop de vier leden in deze gedegen popfilm terugblikken op de formatieve jaren van New Order. Zonder overdadige pretenties of al te nostalgische gevoelens. Tevreden, dat wel. Over al wat ze hebben gepresteerd en de lol die ze daarbij – ondanks alle meningsverschillen – hadden.

Natchez

VPRO

‘Hou je aan het script’, kreeg de Afro-Amerikaanse huiseigenaar Debbie Cosey te horen toen ze tijdens haar huizentour in Natchez (85 min.) halt hield bij een slavenverblijf en een verhaal vertelde over de tot slaaf gemaakte Dicey. Zulke verhalen zijn tegen het zere been van sommige andere eigenaren van plantagehuizen, die mensen rondleiden in het stadje in Mississippi. Natchez groeide in de 19e eeuw, met dank aan de talloze plantages, uit tot één van de welvarendste centra van het ‘Cotton Kingdom’.

Een deel van de huidige bewoners houdt graag vast aan ‘Zuidelijke sprookjes’, zoals bijvoorbeeld de folklore rond het zogeheten Pelgrimage-koningspaar: elk jaar worden daarvoor twee plaatselijke jongeren gekozen. Zij draagt dan als traditionele ‘southern belle’ een hoepelrok. Hij hijst zich in een uniform van het Geconfedereerde leger, dat in de Amerikaanse burgeroorlog streed tegen de afschaffing van de slavernij.

Toerisme is een belangrijke inkomstenbron voor Natchez. De revenuen daarvan lopen alleen zienderogen terug. De zwarte pastor Tracy ‘Rev’ Collins, die z’n eigen Rev’s Country Tours organiseert, weet wel hoe dit komt. Millennials zitten helemaal niet te wachten op die ‘Gone With The Wind’-verhalen. Daar maakt hij dus korte metten mee. De kolossale huizen die ze om zich heen zien, vertelt Rev bijvoorbeeld aan de passagiers in zijn busje, zijn gebouwd door slaven. Tijdens z’n tour laat hij de katoenstad van zijn lelijkste kant zien.

Voor een slavenmarktmuseum gaan natuurlijk niet bij elke bewoner van Natchez de handen op elkaar, blijkt in deze documentaire van Suzannah Herbert. ‘Dat vind ik niks’, zegt buurman Gene Williams die al een bod heeft afgewezen om zijn grond te verkopen. ‘Ik was er niet bij. Niemand van ons. En anders had ik het niet gedaan.’ Einde verhaal, wil hij maar zeggen. Net als het neerhalen van al die standbeelden van geconfedereerde generaals, een ander actueel thema in het zuiden van de Verenigde Staten.

Als de geschiedenis wordt herschreven, is het nu eenmaal onvermijdelijk dat de (voormalige) winnaars vasthouden aan hun eigen rozige versie van dat verleden of in het verzet komen – zeker als ze ook in hun portemonnee worden geraakt. Via enkele zorgvuldig gekozen hoofdpersonen toont Herbert die barsten in de gemeenschap: waar de één erkenning wil voor historische misstanden en een ander zich daarvoor best wil openstellen, houden sommige inwoners van Natchez stug vast aan hoe het ooit was.

En als die zich onder elkaar wanen in één van die statige herenhuizen, zo wordt pijnlijk duidelijk in de apotheose van deze scherpe zedenschets van de ‘Deep South’, kan zelfs die ene, allang in onbruik geraakte term, onder het mom van een grapje natuurlijk, als de façade even niet hoeft te worden opgehouden, zomaar weer van stal worden gehaald: ni**er. Dat went gelukkig nooit meer.

Richard Pryor: Omit The Logic

Showtime

De enige die niet aan de kant voor hem ging toen hij brandend naar buiten kwam gerend, vertelt Richard Pryor in zijn onemanshow, was een ouwe dronkelap. ‘Die vroeg om een vuurtje.’ Zo geeft hij de verplichte komische draai aan de dag, maandag 9 juni 1980, waarop ‘t ook voor de buitenwereld glashelder wordt dat het helemaal mis is met de Afro-Amerikaanse stand-upcomedian. Tijdens het freebasen van cocaïne heeft Pryor zichzelf – al dan niet bewust – in brand gestoken. Bij dit crack-incident, waarbij een kleine veertig procent van zijn lichaam verbrand raakt, zal ‘t altijd de vraag blijven of het misschien toch een desolate zelfmoordpoging was.

Richard Pryor (1940-2005), de man die de weg bereidde voor zwarte entertainers zoals Eddie Murphy, Will Smith en Kevin Hart, stamt uit een familie van hoeren en pooiers in Peoria, Illinois. Die achtergrond op de grens van de boven- en onderwereld zou de rest van zijn onstuimige bestaan zichtbaar blijven. Zijn voormalige manager Sandy Gallin zag in de jaren zestig een ruwe diamant in hem. Als ik hem zover krijg dat hij twee zinnen zonder schuttingtaal erin achter elkaar kan zetten, dacht Gallin toen, wordt hij een grote ster. Pryor moest, kortom, een beetje meer Bill Cosby worden. Die gold toen nog, pré-#metoo, als een acceptabele zwarte ster.

Richard Pryor wilde echter niet alleen de populairste zwarte entertainer zijn, vertelt regisseur Paul Schrader in Richard Pryor: Omit The Logic (83 min.), maar ook de zwartste. Dat bracht hem in talloze Hollywood-hits én frontaal in botsing met televisieproducenten. Hij verzette tegelijk baanbrekend werk. ‘Als comedy is te vergelijken met een vrouw waarop ik verliefd ben, dan heeft Richard Pryor haar al in alle lichaamsopeningen genomen’, stelt Dave Chapelle, op z’n geheel eigen wijze, in deze krachtige documentaire van Marina Zenovich uit 2013. ‘Is er ook nog maar één plekje te vinden waar hij zijn pik niet in heeft gestoken?’

Daarover gesproken: Pryor hield er getuige dit portret ook een onstuimig relatieleven op na. Hij was negen keer getrouwd. Ongeveer. Waarbij moet worden aangetekend dat Jennifer Lee zowel vrouw 4 als 7 was. En Flynn Belaine nummertje 5 en 6. Pryor wilde per se getrouwd zijn, vertelt zijn ex-vriendin Patricia von Heitman, maar als hij eenmaal getrouwd was, was de magie weg. ‘Want dan had hij gewonnen.’ Zolang hij je wilde, had jij de macht in handen, vertelt een andere ex, Kathy McKee. ‘Die was direct weg als hij je had. Dan ging hij meteen achter een ander aan. Dat was zijn spel. En dan stelde hij alles in het werk om jou het huis uit te krijgen.’

Intussen werkte hij zich, vooral door overmatig drugsgebruik, steeds verder in de nesten. Totdat er geen redden meer aan was. ‘Soms is het beste wat je hebt niet goed genoeg’, zegt Pryors laatste manager Skip Brittenham, die afstand nam toen hij zag dat Pryor opnieuw het donkerste hoekje van zijn verslaving opzocht, geëmotioneerd in dit postume portret van een zelfverklaarde ‘ni**er’, die volstrekt grenzeloos leek te leven. ‘En dan kun je iemand niet meer redden van zichzelf.’

Being Eddie

Netflix

Zijn generatiegenoten Michael Jackson, Prince en Whitney Houston hadden volgens hem allemaal ‘een zelfdestructief karakter’. ‘Mijn grootste zegen, de allergrootste, is niet m’n komische talent’, zegt Eddie Murphy precies halverwege de typisch Amerikaanse documentaire Being Eddie (103 min.), als hij plaats heeft genomen op een fauteuil in één van de kamers van zijn kolossale huis. ‘M’n grootste zegen is dat ik van mezelf hou en al heel vroeg wist wat ik wilde doen. En daarom ben ik niet in bepaalde vallen gelopen. Omdat ik in de basis van mezelf hou.’

Murphy houdt tegelijkertijd staande dat hij nooit heeft gedronken of cocaïne heeft gebruikt. De man die voor de camera van Angus Wall heeft plaatsgenomen, om zichzelf te (laten) portretteren, lijkt in wezen nauwelijks op de sexy, macho en vuil gebekte patser, liefst in een rood leren pak, van de bijzonder succesvolle one man shows Delirious en Raw, waarmee hij in de jaren tachtig naam maakte, of op de gisse geinponem die met 48 HoursTrading PlacesBeverly Hills CopComing To America en The Nutty Professor alsmaar Hollywood-hits bleef scoren.

Zijn jong gestorven vader was, zo gaat het verhaal, de gangmaker op elk feest. ‘Ik ben nooit de gangmaker’, vertelt Eddie en begint vervolgens te lachen. Hij doet ’t routinematig: grapje maken en er zelf om lachen. ’s Mans aanstekelijke lach behoort al sinds het begin van z’n carrière tot zijn vaste gimmicks. Hij lacht er in deze film van alles mee weg: zijn jeugdtrauma’s, de dwangstoornis die hij zegt te hebben en het idee dat hij nooit een Oscar heeft gewonnen – naar verluidt omdat hij zich tijdens een uitreiking kritisch heeft uitgelaten over de achterstelling van zwarte acteurs.

In deze film is echter vooral ruimte voor de loftrompet. Tussen allerlei filmfragmenten door laten collega’s zoals Dave Chappelle, Jerry Seinfeld, Arsenio Hall, Tracy Morgan, Chris Rock, Kevin Hart, Jamie Foxx en Adam Sandler ‘m uitbundig schallen voor de man die op de schouders van helden zoals Muhammad Ali en Richard Pryor ging staan en zo zelf ook een sleutelrol heeft gespeeld in de emancipatie van Afro-Amerikaanse acteurs en komieken. Being Eddie is daardoor geslaagder als portret van het fenomeen Eddie Murphy dan van de man die daarachter schuilgaat.

The Perfect Neighbor

Netflix

Ze kennen haar inmiddels in de buurt. En ook bij de politie gaat er direct een belletje rinkelen. Susan Lorincz, een alleenstaande oudere vrouw, belt meerdere malen per week naar het bureau. Om haar beklag te doen over de jeugd. Plaatselijke kinderen komen op haar terrein. Vindt zij. Ze maken lawaai en rotzooi en zijn brutaal. Ze hangt, tevergeefs, borden op: ‘Private Property. No trespassing.’ Andere wijkbewoners vinden, om ‘t mild uit te drukken, dat ze zeurt. Om het minste of geringste staat Susan weer te tieren tegen een willekeurig kind. En daarna wordt al snel de politie van Marion County ingeschakeld.

Agenten melden zich dan weer in het stadje Ocala te Florida – soms met frisse tegenzin, altijd met een filmende bodycamera – en proberen de boel te sussen. Totdat ze te laat komen. Beter: totdat ze op vrijdag 2 juni 2023 pas worden gebeld als het kwaad al is geschied, een hartverscheurend tafereel. Dan rest hen nog slechts één ding: ontdekken hoe ’t in Godsnaam zover heeft kunnen komen. En dat is ook wat Geeta Gandbhir zich ten doel heeft gesteld met de documentaire The Perfect Neighbor (98 min.). Die bestaat voor het leeuwendeel uit beelden van bodycams en beveiligingscamera’s, in de loop van bijna twee jaar gemaakt.

‘Ik ben heel rustig’, zegt Susan Lorincz op die beelden tegen de politie, als die zich bij haar meldt na alwéér een overlastmelding. ‘De perfecte buurvrouw. Je ziet me nauwelijks.’ De agenten proberen geen partij te kiezen, maar denken er duidelijk het hunne van. ‘Psycho’, denkt één van hen zelfs hardop als ze weer vertrekken bij Susans huurappartement. Gandbhir laat het oordeel zoveel mogelijk aan de kijker. Ze toont simpelweg wat er is gebeurd – althans: wat er door de camera’s is gevangen – en serveert dit zonder commentaar uit. Alleen een dwingende soundtrack kleurt de gebeurtenissen in.

Lorincz komt recht tegenover Ajike Owens te staan. Een zwarte vrouw, op en top moeder. Zij voedt alleen vier kinderen op en is daarnaast manager bij McDonald’s. Een min of meer normale burenruzie tussen hen ontspoort volledig. Het N-woord zou zijn gevallen. Er is geïntimideerd. En uiteindelijk moet er een beroep worden gedaan op ‘noodweer’ – en kan worden bepaald of de ‘Stand Your Ground’-wetgeving van toepassing is. Op eigen terrein is in sommige Amerikaanse staten dodelijk geweld immers geoorloofd. The Perfect Neighbor, waarvoor Gandbhir op het Sundance Film Festival de regieprijs won, is een niet te negeren aanklacht daartegen.

Een ontluisterende film over hoe wapengebruik volledig is genormaliseerd in de Verenigde Staten en hoe verbijsterend de gevolgen daarvan kunnen zijn.

Rebel Royals: An Unlikely Love Story

Netflix

Nee, hij werd niet beschouwd als koninklijk materiaal, dat kunnen we gerust stellen. Voor de Noorse prinses had werkelijk niemand ‘een zwarte, biseksuele sjamaan’ in gedachten gehad. Een man die in de toekomst – God verhoede ‘t! – wellicht zelfs koning zou kunnen worden. Zelfs Durek Verrett zelf niet. Zegt hij. Hooguit zijn aanstaande, de lieftallige prinses Märtha Louise van Noorwegen.

Nu is zij zelf ook niet het archetypische lid van een koninklijke familie, dat haar gezicht altijd in plooi houdt en netjes binnen de lijntjes kleurt. Ze ervaart haar prinsessenleven regelmatig als een keurslijf, is volgens eigen zeggen hoog sensitief en beschikt zowaar over paranormale gaven. Toen ze Sjamaan Durek voor het eerst zag, dacht ze: ik ken je al. Niet vreemd: de twee ontmoetten elkaar al tijdens een vorig leven in Egypte. ‘Het voelde alsof ik naar Harry Potter-land kwam’, constateert ze tevreden. Als Märtha Louise een prins was geweest, zou er vast iemand op samenzweerderige toon hebben gefluisterd: midlifecrisis. Ze heeft nochtans drie dochters om op te voeden. En die zijn eveneens met bijzondere gaven behept: Maud is een getalenteerde kunstenares, Leah een bekend model en influencer en Emma een uitstekende amazone.

En nu moet dat ‘marriage made in another dimension’, waarop iedereen wel wat heeft aan te merken, nog worden voltrokken. In het Noorse dorp Geiranger, de eerste plek waar de Vikingen ooit landden. Net Lord Of The Rings. Dan staat er nog maar één belangrijke vraag open: moet hij, de sjamaan van Hollywoods sterren en onversaagde Gwyneth Paltrow-fluisteraar, zijn vrouw straks in het openbaar ‘majesteit’ of ‘uwe koninklijke hoogheid’ noemen? En net als Rebel Royals: An Unlikely Love Story (101 min.), nog eens aangezet door een lichte, soms bijna ludieke Bachachtige soundtrack, wel erg gemakkelijk tussen suikerzoet,  aalglad en (onbedoeld) komisch lijkt door te glibberen, vindt documentairemaakster Rebecca Chaiklin (Tiger King) zowaar ook nog wat drama in het familieleven en de gezondheid van het onwaarschijnlijke koppel.

En dan weer door, voorwaarts mars, naar de voorbereidingen op dat Disney-huwelijk. Daarbij houden de lafhartige aanvallen van de Noorse pers op de vreemde snoeshaan, die sinds een bijna-doodervaring geesten ziet en ook nog eens met hen kan communiceren, natuurlijk onverminderd aan. Zoals ook Janteloven, de wet van Jante die in Noorwegen door Jan en alleman wordt gepredikt, met voeten wordt getreden door het koninklijk paar in spe. Doe vooral niet te gewoon, lijken Märtha en Durek tegen zichzelf te zeggen, je doet niet snel gek genoeg. Zo werkt dit 21e eeuwse sprookje toe naar een groots opgezette, overigens met privaat geld gefinancierde, droombruiloft. Waarna er natuurlijk maar één einde kan komen: en ze leefden nog….

Seen & Heard: The History Of Black Television

HBO Max

Ze hebben hun positie moeten bevechten en bevechten en bevechten. De Amerikaanse televisie was van oudsher een wit bastion, waar Afro-Amerikanen heel lang een volstrekt ondergeschikte rol speelden. Op het scherm waren ze veroordeeld tot bij-of schurkenrollen, achter de schermen kregen ze nauwelijks ruimte of moesten ze zich uiteindelijk toch schikken naar een witte man – ook al had die soms best goede intenties, zoals Norman Lear, de man achter de ‘zwarte’ sitcoms Sanford And Son, Good Times en The Jeffersons.

In het lijvige tweeluik Seen & Heard: The History Of Black Television (146 min.) belicht Giselle Bailey deze getroebleerde geschiedenis, een weerspiegeling van de emancipatiestrijd die Zwart Amerika sowieso al sinds jaar en dag voert, met Afro-Amerikaanse kopstukken van voor en achter de schermen zoals Tyler Perry, Shonda Rhimes, Issa Rae, Lena Waithe en Ava DuVernay. Hun verhalen over stereotypen en karikaturen, misstanden in verleden en heden en het belang van representatie voor het zelfbeeld van Amerikanen van kleur zijn gelardeerd met fragmenten uit beeldbepalende televisieprogramma’s zoals The Cosby Show, In Living Color en Black-ish.

‘Ik wilde zwartheid vermenselijken’, vertelt Oprah Winfrey, die met haar immens populaire talkshow, die inmiddels is uitgegroeid tot een heus imperium, bewust stelling nam en de keuze maakte om positieve verhalen te gaan vertellen. Zo maakte zij in Amerika’s huiskamer ruimte voor de mensen, onderwerpen en thema’s van de zwarte gemeenschap. Inmiddels heeft een nieuwe generatie Afro-Amerikaanse makers zoals zij z’n eigen platforms gecreëerd en zo een positie verworven in de entertainmentindustrie. Het belang daarvan voor de beeldvorming en het zelfbeeld van Zwart Amerika wordt er in Sean & Heard met tal van voorbeelden flink in gehamerd.

Deze viering van de zwarte televisiecultuur wordt daardoor soms ook bijna een lange spot voor zwarte makers, hun producties en de kritiek die zij hebben op de wereld waarbinnen zij moeten opereren. Dat heeft ongetwijfeld z’n waarde, maar voelt soms ook wel heel erg als een preek voor eigen parochie.

Être Noir À L’Opéra

Arte

Met het Manifeste De La Question Raciale A L’Opéra National De Paris gooien vierhonderd medewerkers van de Opéra van Parijs in het najaar van 2020 de knuppel in het hoenderhok: het prestigieuze gezelschap moet nu eindelijk eens inclusiever worden. De ondertekenaars bepleiten het afschaffen van praktijken die voortkomen uit kolonialisme en/of slavernij. Geen ‘blackface’ of ‘yellowface’ dus meer. En een divers repertoire en materiaal, zoals make-up en maillots, dat is aangepast aan de huidskleur van de artiesten. Het moet, kortom, afgelopen zijn met ballet als een typisch witte kunstvorm.

Ook de 23-jarige danser Guillaume Diop zet zijn handtekening. Drie jaar later wordt hij gekozen tot étoile, de eerste zwarte sterdanser van L’Opéra. ‘Als je zwart en Aziatisch bent, heb je te maken met positieve discriminatie’, vertelt hij in Être Noir À L’Opéra (52 min.), de film die Virginie Plaut en Youcef Khemane maakten over het delicate proces dat in de afgelopen jaren binnen het door en door witte instituut is ingezet. ‘Elke keer als je iets bereikt, vraag je je af of het daardoor komt. Daarom heb ik me kapot gewerkt, want ik wilde niet dat mensen zeggen: je hebt dat alleen bereikt omdat je zwart bent.’

Sulivan Loiseau, die later in de documentaire wordt geïntroduceerd als hoofdpersoon, herkent dat gevoel. De contrabassiste uit Martinique is vooralsnog veroordeeld tot een volledig witte orkestbak, waarin ze samen met haar collega’s de voorstelling De Notenkraker instudeert. Ook op het conservatorium was ze al de eerste zwarte vrouw. Ze doet er laconiek over. Klassieke muziek is nu eenmaal de muziek van witte Europeanen, legt Sulivan uit aan een toetseniste van kleur, met wie ze thuis muziek opneemt. ‘Dus is het raar dat er meer witten zijn? Niet per se.’ Soms wil je echter onder mensen zijn die je niets hoeft uit te leggen over racisme of discriminatie.

Binnen de ‘adviescommissie diversiteit’ wordt intussen besproken wat er en wel niet kan binnen die inclusieve realiteit, waarin oude zekerheden ruimte moeten maken voor nieuwe uitgangspunten en niet alleen de dansers op hun tenen lopen. Deze film, die evenveel onwennige gesprekken en discussies als zorgvuldig gearrangeerde balletscènes bevat, doet in dat verband enigszins denken aan White Balls On Walls, de documentaire van Sarah Vos over de herijking van het Stedelijk Museum Amsterdam. Verandering komt nu eenmaal nooit zonder strijd. Tegelijkertijd blijft ook gewoon gelden: geen geluk zonder schoonheid.

The Truth About Jussie Smollett?

Netflix

Zo zou het zijn gegaan… De bekende Afro-Amerikaanse acteur Jussie Smollett gaat op dinsdagnacht 29 januari 2019 na thuiskomst nog wat eten scoren. Op straat, in het ijzig koude Chicago, wordt hij aangesproken door twee onbekende mannen. ‘Ben jij niet die zwarte homo uit Empire?’ roepen ze en beginnen vervolgens op hem in te beuken. ‘Dit is MAGA-land’, roepen ze erbij. Ze laten Smollett achter met een strop om zijn nek. Alsof de Ku Klux Klan terug is van nooit weggeweest. Is Jussie Smollett ook virtueel gelyncht? Het gaat in elk geval om een haatmisdrijf, daarover kan geen twijfel bestaan. Tenminste, als ‘t inderdaad ook zo is gegaan… 

De aanval op de zwarte ster is natuurlijk direct groot nieuws, maar als er twijfels ontstaan of die wel echt heeft plaatsgevonden ontploft de zaak helemaal. Is Jussie Smollett een Amerikaanse variant op Jules Croiset, de Nederlandse acteur die ooit zijn eigen ontvoering in scène zette? Of toch het slachtoffer van een kwaadaardige campagne van Chicago’s omstreden politiekorps? In The Truth About Jussie Smollett? (87 min.) probeert Gagan Rehill het kaf van het koren te scheiden en te ontdekken wat er werkelijk is gebeurd. Hij krijgt ook de hoofdpersoon zelf te spreken, die zes jaar na dato dit podium kiest om voor eens altijd korte metten te maken met de zaak die zijn carrière heeft ontregeld en zijn hele leven is gaan beheersen.

Smollett wordt in de rug gedekt door zijn vroegere personal assistant April en steradvocate Tina Glandian, maar krijgt weerwoord van de voormalige politiechef van Chicago Eddie Johnson, het hoofd van de recherche Melissa Staples en de Nigeriaanse broers Ola en Abel ‘Bola’ Osundairo, die als dommekracht een sleutelrol zouden hebben gespeeld bij de vermeende ‘hoax’. Kijkend naar bodycammateriaal van de politie en beveiligingscamerabeelden van het incident lijkt het al snel een uitgemaakte zaak wat er is gebeurd, maar dan zou deze smeuïge docu na een kleine drie kwartier al kunnen worden afgerond. Rehill heeft dus nog de nodige nieuwe verhaallijnen en onverwachte plotwendingen in petto, die de zaak op z’n kop – en op z’n kop en op z’n kop  – zetten.

Buitenstaanders blijven uiteindelijk in verwarring achter, dubbend over wie er nu eigenlijk de waarheid spreekt en wie liegt alsof het gedrukt staat. En dat was vast ook de bedoeling. Niet alleen van de maker overigens. Iedereen die wat te verbergen heeft, is erbij gebaat om zoveel mogelijk stof op te werpen. Zodat het zicht op de waarheid wordt belemmerd.

Disco’s Revenge

Elevation Pictures / SkyShowtime

In de New Yorkse gayscene werden swingende huisfeestjes georganiseerd. Vanuit Philadelphia weerklonk de Philly Sound. En latino’s brachten hun Boogaloo-songs in. Daarmee waren begin jaren zeventig alle grondstoffen aanwezig voor het ontstaan van een inclusieve nieuwe muziekstroming: disco.

Bij een popup-disco in New York hoorde Nile Rodgers in 1977 voor het eerst de klassieke hit Love To Love You Baby van Donna Summer, vertelt hij in Disco’s Revenge (102. In.). ‘Voor een ‘brother’ zoals ik was dat als de eerste keer seks hebben en vliegen’, vertelt de slaggitarist, die met z’n muzikale partner Bernard Edwards (bas) een sleutelrol speelde in de ontwikkeling van de lekker gelikte discosound.

Binnen twee weken had hij zijn eerste hit voor z’n groep Chic geschreven, Everybody Dance. En weer enkele weken later werd hij gevraagd om naar de nachtclub The Night Owl te komen. ‘De deejay draaide ‘t – en ik zeg dit niet om dramatisch te doen – tenminste een uur achter elkaar.’ Het was een onvergelijkelijk gevoel, dat Rodgers volgens eigen zeggen z’n hele verdere muziekleven zou blijven najagen. 

Met Nile Rodgers en andere disco-kopstukken zoals Earl Young (The Trammps), Nona Hendryx (Labelle) en Kathy Sledge (Sister Sledge) en de essentiële deejays Nicky Siano en Jellybean Benitez belichten Peter Mishara en Omar Majeed in deze gedegen film de opkomst, glorieperiode en ondergang – toen op ‘disco’ automatisch ‘sucks’ leek te volgen – van de muziekstroming die aan z’n eigen succes ten onder ging.

Death to disco, kopte Punk Magazine, het tijdschrift waarin de tegenpool van disco, punk, werd bewierookt. Disco was toen al naar Jan Modaal gebracht met de film Saturday Night Fever. Iedere zichzelf respecterende artiest had z’n eigen discohit uitgebracht. En in de überhippe club Studio 54 was het zien en gezien worden met alleen de grootste sterren. Een beetje purist wilde daar niet bijhoren.

En ook Conservatief Amerika zette zich opzichtig af tegen disco. Zou die weerstand, vervat in de discoplatenverbranding van radiodeejay Steve Dahl in 1979, ook te maken met het feit dat disco in essentie de muziek van de zwarte- en homogemeenschap was? Daarover kan geen misverstand bestaan volgens de sprekers in Disco’s Revenge, voor wie de AIDS-crisis in de eighties de definitieve genadeklap vormde.

Al zou disco natuurlijk nooit echt sterven. Hiphop (hier vertegenwoordigd door Grandmaster Flash), house (licht pionier Kevin Saunderson toe) én het Coronavirus (getuige D-Nice’s Club Quarantine) zorgden elk voor hun eigen revival van die onweerstaanbare four-on-the-floor beat. En Nile Rodgers zou nog diverse keren héél dicht in de buurt komen van dat ene onvergetelijke gevoel…

Den Sorte Svane

DR Sales

De afspraak is helder: ze mag zich niet schuldig maken aan strafbare feiten. De Deense bedrijfsjuriste Amira Smajic, bijgenaamd De IJskoningin, onderhoudt al jaren nauwe banden met criminele motorbendes zoals de Hells Angels, Bandidos en Satudarah. Ze opereert voortdurend op de scheidslijn van onder- en bovenwereld, heeft intussen al menige dubieuze deal gesloten en wil daarover nu open kaart spelen.

Samen met documentairemaker Mads Brügger, die in The Mole al eens een informant in een zaak rond Noord-Korea runde, heeft de Bosnische vluchtelinge Smajic een nieuwe kantoorruimte geopend, die is volgehangen met camera’s en opnameapparatuur. Een journalistenteam kijkt vanuit een controlekamer mee hoe ze vervolgens criminelen, zwendelaars en corrupte advocaten ontvangt en schimmige zaakjes met hen opzet.

Één van de vaste gasten van Den Sorte Svane (Engelse titel: The Black Swan, 217 min.) is de van origine Pakistaanse crimineel Fasar Abrar Raja. Hij behoort tot de motorbende Bandidos, is actief binnen de illegale handel in verontreinigde grond en blijkt gaandeweg bij nog ernstigere misdrijven betrokken te zijn. Fasar, die zou zijn gediagnosticeerd met een ernstige psychische stoornis, laat zich kennen als een zeer onberekenbaar heerschap.

Tegelijkertijd is ook Jimmy Skjoldborg, een klassieke biker die behoort tot de leiding van de Bandidos, regelmatig bij Amira op kantoor te vinden. Hij draagt een ‘expect no mercy’-badge. Volgens de politie is dat een teken dat hij in naam van de club geweld heeft gebruikt. Skjoldborg heeft volgens eigen zeggen echter geen strafblad. De autoriteiten zijn er nooit in geslaagd om voldoende bewijs tegen hem te verzamelen.

Bij dit gezelschap voegt zich de tamelijk kakkineuze jongeman Martin Malm Hansen, die een ingenieus systeem met valse facturen heeft opgezet om zwart geld wit te wassen. Hij krijgt echter al snel serieuze betalingsproblemen en roept dan de hulp in van advocaat Nicolai Dyhr, partner bij het prestigieuze kantoor Horten uit Kopenhagen. Die moet ervoor zorgen dat er bij een faillissement van Hansen geen lijken uit de kast vallen.

Met verborgen camera’s documenteert deze unheimische vierdelige serie hoe de onder- en bovenwereld eendrachtig samenwerken om de wet te omzeilen of te breken. Amira Smajic betoont zich intussen een vaardige manipulator, die de gasten op haar kantoor verleidt – en soms ook bijna uitlokt – om zich uit te spreken over zaken die het daglicht niet kunnen verdragen en die en passant ook bewijsmateriaal tegen hen verzamelt.

In een soort verhoorsetting probeert Brügger, zelf ook niet vies van een dramatisch opgezet rollen- of dubbelspel, ondertussen te vatten wat Smajic’s motivatie is voor deze waaghalzerij voor de camera, die de hele (onder)wereld straks kan aanschouwen. Waarom is ze bereid om haar eigen veiligheid op het spel te zetten? Ook hij kan De IJskoningin echter moeilijk peilen – al maakt haar dat meteen een intrigerend personage.

Brügger maakt soms echt een ingewikkeld schimmenspel van deze miniserie, maar toont tegelijk ondubbelzinnig aan dat ook Denemarken, in de afgelopen jaren zesmaal gekozen tot minst corrupte land ter wereld, zeker niet vrij is van ondermijning. En dat heeft desastreuze gevolgen voor enkele vertegenwoordigers van de bovenwereld die, zo laten die verborgen camera’s feilloos zien, hun morele kompas hebben uitgeschakeld.

Daarmee ondermijnen ze niet alleen hun eigen positie, maar ook die van al hun integere vakgenoten.

Beest

Dalton

Op het televisietoestel in de rommelige woonkamer is de Nederlandse popgroep BZN te ontwaren. Het geluid is weggedraaid. Luid snuivend gaat Walter Arfeuille op zoek naar een rol tape. De morsige oudere Vlaming scheurt er twee stukken af en plakt die aan de zijkant van zijn hoofd, bij de slapen. Daarna trekt hij voor de spiegel rubberen handschoenen aan, nog altijd heel nadrukkelijk ademend. Arfeuille begint vervolgens eerst zijn lange baard en daarna zijn haren in te smeren met zwarte haarverf. In gedachten lijkt hij zo nog altijd op de viriele sterke man die ooit 220 kilogram kon tillen.

Walter Arfeuille is inmiddels al even in de zeventig. In zijn jonge jaren kon dit beest met zijn tanden ijzer buigen of een trein voorttrekken, maar nu is een fietstocht van nog geen driehonderd kilometer eigenlijk al te veel gevraagd. Toch is dat precies wat hij zich heeft voorgenomen, met de ijzeren wil die hem nog altijd kenmerkt. De voormalige spierbundel uit het West-Vlaamse dorp Vlamertinge wil het graf bezoeken van zijn grote held, de Belgische gewichtheffer Serge Reding. Die stierf op z’n 34e, naar verluidt als gevolg van dopinggebruik. Walter Arfeuille wil daar echter niets van weten.

Joost Laperre en Jillis Schriel gebruiken de fietstocht van hun (anti)held, die noodgedwongen wordt uitgesmeerd over diverse dagen, als geraamte voor hun tragikomische portret Beest (72 min.). Ondertitel: De laatste krachttoer van Walter Arfeuille. Ze doorsnijden die met impressies uit het leven van Arfeuille, een man die groot durfde te dromen, maar altijd in de schaduw bleef staan van zijn eeuwige rivaal John Massis, een bluffer die zichzelf en de concurrent, die zich had voorgenomen om hem al zijn records af te pakken, tot steeds uitzinnigere krachtpatserij dreef.

In West-Vlaams dialect steekt het Beest van wal over zijn leven, grootste prestaties en de concurrentiestrijd met Massis. In zijn eigen ogen is hij geboren voor grootsheid, in de praktijk is ’t er alleen niet altijd helemaal van gekomen. Die tragiek, gekoppeld aan een ontaarde koppigheid, maakt van hem een onweerstaanbaar filmpersonage. Niet in het minst omdat ook zijn karakterzwakheden gaandeweg steeds nadrukkelijker in het oog springen. Als getrouwde man met drie kinderen verwekte hij bijvoorbeeld twee kinderen bij een vriendin, die hij er ook weer alleen mee achterliet. Zij ziet hem nog altijd graag.

Terwijl een afgematte versie van het beest dat hij ooit was, eigenlijk altijd al een echte einzelgänger, puffend en zwoegend de verschillende etappes van zijn fietstocht naar Herbeumont probeert af te leggen, komen er ook nog wat andere lijken uit de kast en wordt het tijd voor een confrontatie met de man die stug in zijn eigen mythes wil blijven geloven.