The AI Doc: Or How I Became An Apocaloptimist

Netflix

Na het alarmistische eerste half uur van zijn film The AI Doc: Or How I Became An Apocaloptimist (105 min.) kunnen ze documentairemaker Daniel Roher (Navalny) opvegen. Kunstmatige intelligentie, ofwel AI, zorgt voor de ondergang van de mensheid.

De ontwikkeling van AGI (Artificial General Intelligence), de Heilige Graal van AI, zal een grotere impact hebben dan de Industriële Revolutie. Het systeem wordt slimmer dan de gehele mensheid bij elkaar (!), volstrekt superieur in het herkennen en vervolgens manipuleren van patronen. Zonder enige vorm van ethiek of moraal. Dat kan alleen verkeerd aflopen. Sommige van de vooraanstaande experts in deze zoekende, vlot en aantrekkelijk opgediende denkfilm van Roher en zijn coregisseur Charlie Tyrell gaan er zelfs vanuit dat hun eigen kinderen nooit de middelbare school zullen bereiken.

Dit toekomstperspectief voelt als een klap in het gezicht voor Roher: zijn echtgenote Caroline Lindy, die tevens dienst doet als verteller van deze docu, is zwanger van hun eerste kind. Hij snakt dus naar licht aan het einde van de tunnel. Welkom, Peter Diamandis. ‘De enige tijd die spannender is dan vandaag is morgen’, stelt deze exponent van het ‘data-gedreven optimisme’. Volgens hem is superintelligentie geen bedreiging maar een voorwaarde voor het voortbestaan van de menselijke soort, hét antwoord op grote uitdagingen zoals pandemieën, hongersnood en klimaatverandering.

De aanstaande vader Roher weet nog niet aan welke kant hij staat, bij de doemdenkers of de rasoptimisten. Want zelfs de meest hoopvol gestemde deskundigen maken zich zorgen om de ‘racedynamiek’ rond AI. Hoe kunnen ze daarvan een race naar de top, in plaats van richting de bodem maken? Roher benadert de CEO’s van de vijf belangrijkste AI-bedrijven, ‘de Oppenheimers van dit moment’. Twee van hen staan hem niet te woord over het fenomeen dat net zo bedreigend zou kunnen worden als kernwapens. Mark Zuckerberg (Meta) heeft geen behoefte om te reageren, Elon Musk (xAI) geen tijd.

Sam Altman (OpenAI), Demis Hassabis (Google Deepmind) en Dario Amodei (Anthropic) staan hem wél welwillend te woord. Roher legt hen eerst de vraag voor of het verstandig is om nu een kind op de wereld te zetten en krijgt ogenschijnlijk eerlijk antwoord. Daarna pleiten de AI-hotshots eensgezind voor internationale afstemming en onafhankelijk toezicht. Net als bij nucleaire wapens. ‘Er zijn op dit moment meer regels voor de verkoop van een broodje dan voor de bouw van een AI, die de wereld kan vernietigen’, voegt de computerwetenschapper Connor Leahy daar nog gortdroog aan toe.

Voor het indammen en afremmen van Artificial Intelligence is publieke druk nodig, betoogt Daniel Roher, nadat zijn vrouw Caroline, net moeder geworden, het oorspronkelijke einde van deze urgente en toch ook wel onrustbarende film heeft afgeschoten met de kwalificatie ‘Kumbaya-onzin’. Haar echtgenoot herpakt zich, met een onverbloemde oproep aan alle ‘Apocaloptimisten’ om in actie te komen.

Underland

Oscilloscope Laboratories

In een kooilift daalt Mariangela Lisanti af naar het binnenste van de aarde. Op twee kilometer diepte houdt de natuurkundige pas halt. Ze is gearriveerd op haar werkplek, de SNOLAB Underground Reseach Facility. In het Canadese laboratorium doet ze wetenschappelijk onderzoek naar zogeheten ‘dark matter’. Lisanti’s grootmoeder noemde haar als kind al gekscherend ‘McWhy’ – omdat ze altijd overal vragen over had.

En dat lijkt ze gemeen te hebben met de andere twee hoofdpersonen van Underland (79 min.), de zinnenprikkelende documentaire die Rob Petit maakte aan de hand van het gelijknamige boek van Robert Macfarlane. Op het Mexicaanse schiereiland Yucatán laat de archeologe Fátima Tec Pool zich bijvoorbeeld naar beneden glijden voor een expeditie door een verraderlijke grot, die vroeger ook met een brandende toorts door haar Maya-voorouders werd bezocht. Het inheemse Mexicaanse volk beschouwde grotten als ‘Xibalba’, ingangen naar de onderwereld.

En in Las Vegas heeft urban explorer/schrijver Bradley Garrett zich toegang verschaft tot een ondergronds afwateringssysteem, waar ie sporen vindt van de levens van mensen die zich daar hebben verschanst. Armoede zinkt, constateert hij. Dat is alleen niet ongevaarlijk. Als het in deze ‘storm drain’ begint te regenen, loopt ie gevaarlijk snel vol. ‘In case of rain stop reading’, staat er niet voor niets op de muur gekalkt. Tegelijk ervaart Garrett, die ook al Londense tunnels, Koude Oorlog-bunkers en Parijse catacomben bezocht, juist in zo’n omgeving een gevoel van ultieme vrijheid.

‘We need to go’, zegt Garrett later ineens met de nodige urgentie tegen Petit. ‘Right now.’ Ze vervolgen hun exploratie elders, in een verlaten mijn op een onbekende locatie. Die lijkt dienst te doen als dumpplek. Dingen die mensen proberen te vergeten, aldus de schrijver, in deze filmische reis door het onderland, waarvoor verhalen uit de diepste diepten worden gehaald. Elk hoofdstuk daarvan wordt poëtisch ingeleid door verteller Sandra Hüller en krijgt daarna vorm met prachtig (drone- of onderwater-)camerawerk, verbluffende special effects en een prikkelende soundtrack.

Underland is behalve een film over het rondstruinen in de buik van het beest aarde ook een contemplatieve film over menszijn. Over de onbedwingbare behoefte om het onbekende te exploreren en te begrijpen. Al die inspanningen komen zonder garantie, realiseert Mariangela Lisanti zich terdege in haar ondergrondse laboratorium. Wat als de antwoorden op al haar vragen uitblijven? Zou het ook allemaal voor niets kunnen zijn?

Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

Het Nieuwe Rijksmuseum

Column Film / Cinema Delicatessen

Trefzeker schildert Oeke Hoogendijk in deze vierdelige documentaireserie uit 2013 als een moderne Hollandse meester de eindeloze verbouwing van Het Rijksmuseum in Amsterdam, die in 2003 van start is gegaan en daarna alsmaar averij heeft opgelopen. Tien jaar lang bevindt het museum zich in transitie en wordt er over van alles en nog wat gebakkeleid: binnen het museum zelf en met de Fietsersbond, de Rijksgebouwendienst en de ingehuurde architecten uit Sevilla en Parijs.

Hoogendijk werkt in deze vierdelige serie, oorspronkelijk in twee delen uitgebracht in respectievelijk 2008 en 2013 en later ook nog vervat in een speciaal voor de bioscoop gemaakte film, voortdurend met contrast en synergie. Met een verduiveld slimme parallelmontage, waardoor verhaallijnen samenvloeien of op elkaar botsen, smeedt ze een meeslepend epos, waarin eindeloos gedoe over de restauratie van het museumgebouw, gesymboliseerd door een hoogoplopende publieke ruzie over de onderdoorgang en fietserstunnel, wordt gepaard aan datgene wat alle medewerkers van het museum bindt: hun uitputtende kennis van en pure liefde voor kunst. Elk (gerestaureerd) kunstwerk, elke (mogelijke) nieuwe aankoop en, ja ook, elk twistgesprek is doordesemd van pure passie voor het museum en z’n collectie.

Het Nieuwe Rijksmuseum (217 min.) heeft ook zijn eigen ‘helden’ voortgebracht: de degelijke hoofddirecteur Ronald de Leeuw, bijvoorbeeld, die had gehoopt het nieuwe Rijksmuseum op te kunnen leveren voor zijn pensioen. Diens flamboyante opvolger Wim Pijbes, die altijd wel een steen in zijn achterzak lijkt te hebben, om in de vijver te gooien. En de purist Taco Dibbits, die eerst als hoofd conservator 17e eeuw en later als directeur collecties openlijk warm loopt voor de topfunctie (en die in 2016 ook daadwerkelijk hoofddirecteur zal worden). Pijbes claimt later als directeur van een nieuw migratiemuseum ook een prominente rol in The Road To Fenix, terwijl Dibbits vanuit Het Rijksmuseum nog in diverse documentaires (Mijn Rembrandt, Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij en De Vereniging Rembrandt) zal figureren.

Behalve deze kopstukken stelen ook talloze stille krachten van Het Rijksmuseum op hun eigen manier de show. De kakkineuze hoofdconservator 18e eeuw Reinier Baarsen bijvoorbeeld, onvermoeibaar druk met het inrichten van zijn ideale ruimte. Huismeester Leo van Gerven, een noeste werker die dagelijks waakt over het gebouw en met een buks jaagt op duiven. En het zachtmoedige hoofd van het Aziatische Paviljoen Menno Fitski, wiens ogen beginnen te glinsteren bij alles wat met de aankoop van twee levensgrote beelden van Japanse tempelwachters heeft te maken. Het zijn boeiende karakters binnen een wereld die, met behulp ook van een kleurrijke klassieke soundtrack, nog niet eerder zo meeslepend in beeld is gebracht. En als alles is overwonnen en uitgevochten, volgt een aangrijpende apotheose: de officiële opening van Het Nieuwe Rijksmuseum.

Matter Of Time

Netflix

Zijn machtige stem is niet meer dan een voertuig. ‘Good evening, Seattle’, opent Eddie Vedder z’n solo-optreden in de thuisbasis van zijn band Pearl Jam. Die stem, begeleid door alleen een akoestische gitaar, leidt zijn publiek in de Benaroya Hall door ‘s mans eerste nummer, de Pearl Jam-klassieker Elderly Woman Behind The Counter In A Small Town. ‘I just want to scream hello’, galmt ie, bijgestaan door enthousiaste fans. Als Vedder is aanbeland bij het bespiegelende ‘Hearts and thoughts, they fade away…’, zingt de hele zaal mee.

Die machtige stem is echter niet meer dan een voertuig, een manier om ‘de ergste ziekte waar je nog nooit van hebt gehoord’, aldus Eddies vrouw Jill, onder de aandacht te brengen tijdens een benefietconcert. Want in de zaal zitten ook ‘vlinderkinderen’ met hun families, overgekomen uit alle hoeken van Noord-Amerika, en wetenschappers die onderzoek doen naar epidermolysis bullosa (EB), de zeldzame genetische huidaandoening waar zij aan lijden. Volgens Vedder zijn er genoeg ontwikkelingen om vertrouwen en hoop uit te putten. ‘Het moeilijkste is alleen geduld opbrengen.’

Via Pearl Jam-evergreens zoals Lukin, Wishlist, Just Breathe, Porch en – opgedragen aan een overleden jongen met EB – Better Man loodst die stem de kijker van Matt Finlins documentaire Matter Of Time (106 min.) langs de aangrijpende verhalen van enkele kinderen met de vlinderziekte. Hun aandoening zorgt in het gunstigste geval voor jeuk, irritatie en pijn, maar kan ook resulteren in chronische wonden, huidkanker en een voortijdige dood. Eddie en Jill Vedder maken zich al jaren sterk voor onderzoek naar EB. Volgens optimistische prognoses behoort genezing binnen tien jaar tot de mogelijkheden, maar daarvoor moet er nog heel wat water door de Rijn.

Nieuwe behandelingen worden uitgeprobeerd op ‘oudere’ patiënten zoals de 27-jarige Garrett, die duidelijk al veel heeft geleden. ‘Ik doe het voor de jongere generatie in de hoop dat hun wonden kunnen genezen’, legt hij uit. ‘Misschien krijgen zij er dan nog tien, twintig of dertig jaar bij. Hopelijk hoeven ze niet alles te doorstaan wat ik heb doorstaan.’ Één van die kinderen is de zesjarige Eli. Hij is geadopteerd uit China en wordt regelmatig aangestaard op straat. Samen met z’n grote zus Lily bedacht hij een T-shirt om de ban te breken: come say hi!. Het schattige joch zit ook in de zaal als Eddie Vedder een liedje aan hem opdraagt, dat massaal wordt meegezongen. ‘I come and say hi when I see Eli.’

Vedder heeft duidelijk hart voor de zaak, gunt diverse vlinderkinderen hun momentje in de spotlights en slikt zo nu en dan zelf een brok in de keel weg. Met zijn stem vraagt hij intussen geld en aandacht voor een akelige ziekte en steekt hij de kinderen en hun ouders een hart onder de riem. En zijn laatste nummer van de avond voorspelt dat ie voorlopig ook niet van zins is om daarmee te stoppen: I won’t back down.

IVF In België

VRT

Louise Brown, het allereerste IVF-kind ter wereld, was nog geen vijf jaar oud toen in de zomer van 1983 ‘de eerste Belgische proefbuisbaby’ Ellen werd geboren bij de Katholieke Universiteit Leuven. De Belgische kerk zag deze ontwikkeling destijds met lede ogen aan.

In-vitrofertilisatie was in die jaren een kwestie van pionieren. Zowel voor de ongewenst kinderloze stellen, lesbische koppels en alleenstaande vrouwen met een kinderwens als voor de betrokken artsen en zorgverleners. In de historische documentaire IVF In België (50 min.) blikken zij terug op deze bewogen periode, waarin de vernieuwende behandeling permanent onder een vergrootglas lag.

Begin jaren negentig werd in Brussel ook de ICSI-techniek ontwikkeld, een vruchtbaarheidsbehandeling die later in de hele wereld school zou maken. Tegenwoordig vindt zo’n zeventig procent van de kunstmatige inseminaties op deze manier plaats. En de aanvankelijke toename van het aantal meerlingen daarbij werd met het zogeheten ‘Belgian Model’ ook een heel eind getackeld.

De nadruk ligt in deze tv-film op zulke grote ontwikkelingen, waarbij de gespannen relatie tussen de katholieke universiteiten en het Vaticaan steeds opnieuw aandacht vraagt. Die worden toegelicht door de betrokken artsen en wetenschappers. De verhalen van enkele wensouders – hun kinderen komen niet aan bod – dienen daarbij vooral als menselijk illustratiemateriaal bij het grotere verhaal.

Intussen schrijdt de techniek nog altijd verder en is het de vraag of de betrokken mensen en organisaties dat nog wel kunnen bijbenen, het thema van het slot van deze interessante IVF-terugblik. In 2019 heeft bijvoorbeeld een 74-jarige Indiase vrouw twee kinderen gekregen. Zij geldt als de oudste moeder ter wereld. Of dat een goede ontwikkeling is? Daarover lopen de meningen natuurlijk uiteen.

Want deze wetenschap begeeft zich nu eenmaal altijd op de grens tussen de autonomie van de patiënt en de ethiek van diens arts. Voor professor Reproductieve Geneeskunde Gianpiero Palermo is ’t in wezen simpel: zolang het geen risico inhoudt voor de patiënt of diens embryo, doet hij wat die wil. Ethiek is volgens hem iets voor oudere collega’s die wetenschappelijk niets meer bij te dragen hebben.

Niet elke arts of wetenschapper stelt ‘t zo scherp. ‘Men moet altijd open blijven voor nieuwe ideeën’, vindt klinisch bioloog André van Steirteghem, die samen met gynaecoloog Paul Devroey baanbrekend werk verrichtte. ‘Als je met iets nieuws begint, dan moet je durven grenzen te verleggen’, zegt hun collega Stephan Gordts. ‘Dat is de enige manier, denk ik, waarop de geneeskunde vooruit kan gaan.’

‘De wetenschap heeft stappen vooruit gezet en maakt iets mogelijk’, concludeert Mieke Felix, één van de gelukkige moeders, als ze terugkijkt. ‘En wij hebben daar mogen gebruik van maken. Er is ons een cadeau gegeven.’

Trailer IVF In België

The Sadeck Effect

AVROTROS

Met behulp van een lineaaltje tekent hij zijn choreografieën uit op papier. Zijn werk is in feite geometrie, legt Sadeck Berrabah uit, te vergelijken met de rotaties van een Rubik’s kubus. En hijzelf is dan te beschouwen als de leider van een vlucht vogels, die het tempo en de richting aangeeft. ‘Als we allemaal met elkaar verbonden zijn’, stelt hij in The Sadeck Effect (54 min.), ‘kunnen we magnifieke dingen creëren.

Inmiddels is de Franse choreograaf, die zich ook wel Sadeck Waff noemt en sterk is beïnvloed door hiphop, martial arts, Michael Jackson en manga, een gevierde ster. Via de televisietalentenjacht America’s Got Talent bereikte zijn dansgezelschap enkele jaren geleden een groot publiek. Sindsdien werkt hij samen met wereldsterren zoals Shakira en in opdracht van gerenommeerde organisaties en bedrijven.

Ooit was ie een zorgenkindje, vertelt Sadeck in het gestileerde portret dat Stéphane Carrel van hem maakte. Een stotteraar uit het plaatsje Forbach in het noordoosten van Frankrijk. Zoon van vroeg gescheiden ouders. En een tiener die afhaakte op school. Als achttienjarige werd Sadeck door zowel z’n vader als z’n moeder buitengezet. Hij leefde een tijdje op straat en verkaste daarna naar Montpellier.

Daar haalde Sadeck z’n rijbewijs, begon hij met z’n handen te werken en werd ie voor het eerst vader. Intussen kwam zijn danscarrière op gang. Toen hij in 2017 samen met een vriend een nieuw concept bedacht, gebaseerd op geometrie en menselijke beweging, en vanuit dat idee de video Geometrie Variable maakte, ging die direct ‘viral’. Zijn wereld veranderde compleet. Al snel stroomden de aanbiedingen binnen.

Tijdens deze film werkt Sadeck samen met zijn getrouwen, waaronder enkele broers, aan de theatervoorstelling Murmuration, een show die zich afspeelt op het snijvlak van wiskunde, wetenschap en de natuur. En die begint voor hem, letterlijk, op de tekentafel, met het uitwerken van ideeën op papier. Daarna volgt de vertaling naar een groep dansers die zijn tableaus nauwgezet uitbeeldt.

Zo werkt de gedreven choreograaf toe naar de spectaculaire uitvoering van Murmuration in de Parijse concertzaal Zénith, het eindstation van deze fraaie film die ‘s mans overweldigende werk vol in de schijnwerpers zet. Aan dat succes zit, natuurlijk, ook een keerzijde. Het heeft Sadeck Berrabah weliswaar status en zelfvertrouwen gegeven, maar zorgt ook voor druk, vermoeidheid en afstand tot zijn kinderen.

Want de afstemming tussen zijn bestaan als veelgevraagd kunstenaar en z’n verplichtingen als huisvader luistert eveneens héél nauw.

Project Nim

HBO

Nim Chimpsky is in november 1973 nauwelijks geboren in de Birthing Compound van het Institute For Primate Studies te Oklahoma of de babychimpansee wordt weggehaald bij z’n moeder Carolyn. Project Nim (95 min.) kan van start. De jonge aap zal in het gezin van Stephanie LaFarge worden opgevoed als een normaal mensenkind. Ze gaan hem gebarentaal leren.

Dit wetenschappelijke project is het geesteskind van de psycholoog Herbert Terrace van Columbia University. Met het experiment wil hij zijn bijdrage leveren aan het aloude nature-nurture debat. Al snel haalt Terrace Nim toch weer weg bij de LaFarges. De chimpansee heeft bepaald geen klik met Stephanies echtgenoot Wer. Hij wordt daarna geplaatst in een zorgvuldig afgeschermde omgeving, waar een jonge assistente, Laura-Ann Petitto, een speciaal educatieprogramma voor hem opzet.

Ook zij zal Nims leven echter relatief snel weer verlaten. Als de relatie die zij – natuurlijk, zou je bijna zeggen – met Terrace is begonnen spaak loopt. Ze laat de aap achter, met een aanzienlijke woordenschat en nog veel meer brute kracht. Nim is inmiddels nauwelijks meer te beteugelen als iets hem niet zint. En van zulke momenten komen er meer en meer. Totdat het, halverwege deze documentaireklassieker van James Marsh (Wisconsin Death Trip / Man On Wire) uit 2011, goed fout gaat.

Als het wetenschappelijke experiment vervolgens wordt afgebroken, belandt de mensaap weer gewoon tussen z’n soortgenoten – en krijgt hij daadwerkelijk een beestenleven, uiteindelijk zelfs als proefkonijn. Laura-Ann Petitto had ‘t al voorzien. ‘You can’t give human nurturing to an animal that can kill you’, constateert ze afgemeten in deze pijnlijke, met fraai archiefmateriaal aangeklede film, die Terrace’s taalonderzoek met de onfortuinlijke chimpansee als totaal onverantwoord neerzet.

De wetenschapper zelf is overigens van mening dat de kwaliteit van zijn werk ernstig tekort wordt gedaan in Project Nim. De documentaire portretteert hem bovendien als zo’n wetenschapper die anderen slechts als pion in z’n eigen spel ziet – zoals er wel meer leken te zijn in de jaren zestig en zeventig. Wat daarnaast beklijft zijn de beelden van een aap die ogenschijnlijk ontspannen met een kat kroelt, zindelijkheidstraining krijgen en samen met z’n mensenvrinden zowaar een joint rookt.

Net een mens – maar nooit echt, natuurlijk.

The White House Effect

Netflix

Mensen die zich druk maken over het broeikaseffect, zegt de Amerikaanse vicepresident en Republikeinse presidentskandidaat George H. Bush tijdens de hittegolf van 1988, vergeten The White House Effect (97 min.). Als president wil Bush namelijk korte metten maken met de opwarming van de aarde, die voor extreem hoge temperaturen en aanhoudende droogte zorgt.

In 1977 is één van zijn voorgangers, de Democraat Jimmy Carter, in een memorandum al gewaarschuwd voor ‘een catastrofale klimaatverandering’ en dringend opgeroepen om over te schakelen naar non-fossiele brandstoffen. Carter houdt een alarmerende speech en neemt concrete initiatieven om de situatie te verbeteren, bijvoorbeeld op het gebied van zonne-energie. ‘Energiebesparing moet een manier van leven worden.’

Niet veel later staan er echter lange rijen bij Amerikaanse tankstations. En die worden Carter aangewreven. Bij de presidentsverkiezingen van 1980 wordt hij verslagen door Ronald Reagan en zijn vicepresident Bush, een echte ‘oilman’ uit Texas. Zij nemen zich voor om bedrijven weer veel meer armslag te geven. Indachtig Reagans fameuze oneliner: Government is not the solution to our problem. Government is the problem.’

Dat blijkt vragen om problemen, laat deze archieffilm van Bonni Cohen, Pedro Kos en Jon Shenk nog eens fijntjes zien. ‘We kunnen óf proberen om onze samenleving aan te passen aan het leven op een warmere planeet’, constateren onderzoekers van oliegigant Exxon al in 1984 in een intern rapport, ‘óf, om dat probleem te voorkomen, het gebruik van fossiele brandstoffen sterk inperken.’ Maar regulering wil Exxon niet.

Hoewel hij volgens zijn Democratische opponent Michael Dukakis behoort tot de ‘milieusloopploeg’, wil George Bush in 1988 wél werk gaan maken van het milieu. Als president geeft hij de natuurbeschermer William K. Reilly een toppositie in zijn regering. Die wordt direct geconfronteerd met een gigantische milieuramp als de olietanker Exxon Valdez op Bligh Reef botst en tientallen miljoenen liters olie in de zee begint te lekken.

Binnen de regering Bush klinken er, via chefstaf John Sununu, alleen ook tegengeluiden. De fossiele industrie fluistert hem in dat hun belangen moeten worden beschermd. In de slotverklaring van de internationale klimaatconferentie in Noordwijk van 1989, geïnitieerd door de Nederlandse milieuminister Ed Nijpels, wordt 2000 als streefjaar voor de reductie van CO2-uitstoot dus geschrapt – en economische groei toegevoegd.

Het blijkt een scharnierpunt in het Amerikaanse klimaatbeleid. De fossiele industrie is zich dan ook in het publieke debat gaan mengen. Tegenover vooraanstaande wetenschappers zoals Stephen Schneider plaatsen zij de klimaatsceptici Richard Lindzen, Patrick Michaels, Fred Singer en Sherwood Idso. Over ‘false balance’ gesproken: échte deskundigen versus door de business betaalde charlatans.

Met bestaand archiefmateriaal en interne documenten vanuit het Witte Huis en de fossiele industrie, aangevuld met onrustbarende statistieken, toont deze docu ondubbelzinnig aan dat die desinformatiecampagne werkt. De wetenschappelijke consensus over de oorzaken van het broeikaseffect is in twijfel getrokken. En intussen is er ook een valse tegenstelling gecreëerd tussen ‘het milieu’ en ‘de economie’.

The White House Effect zet de hele flikkerse boel nog eens op een rijtje. Over hoe door ontzettende kortzichtigheid, ingegeven door financiële, sociale en electorale belangen, elk zicht op de lange termijn wordt ontnomen. Want ook president George H. Bush verkoopt, na lang twijfelen, zijn ziel weer en gooit z’n klimaattsaar Reilly tijdens de zogeheten ‘Earth Summit’ van Rio de Janeiro in 1992 rücksichtslos voor de bus.

De ironie wil overigens dat Bush’ opvolger Bill Clinton, met het uiterst groene congreslid Al Gore als zijn vicepresident, er intern een duidelijk uitgangspunt voor de campagne op nahoudt: it’s the economy, stupid. Uitroepteken.

The Stanford Prison Experiment: Unlocking The Truth

National Geographic

Weinig wetenschappelijke experimenten hebben zich zo in het collectieve geheugen genesteld als het gevangenisexperiment dat de Amerikaanse psycholoog Philip Zimbardo van de Stanford-universiteit in 1971 uitvoerde – of ‘t moet het al even beruchte Milgram Experiment van enkele jaren eerder zijn, waarbij gewone Amerikanen werd gevraagd om steeds heftigere pijnimpulsen te geven aan willekeurige slachtoffers. Hoever zouden zij gaan? Zimbardo’s uitgangspunt was net zo prikkelend: wat gebeurt er als je goede mensen in een slechte situatie plaatst?

De opzet van zijn spraakmakende experiment leek eenvoudig: 24 deelnemers werden in een gevangenis geplaatst, de helft als bewaarders en de rest als hun gevangenen. Ze waren zorgvuldig geselecteerd, hadden willekeurig een rol toebedeeld gekregen en ontvingen voor de loop van het project kost, inwoning en 15 dollar loon per dag. Er was wel één voorwaarde: ze mochten de ‘gevangenis’ niet voortijdig verlaten. En (bijna) alles werd gefilmd, te beginnen met de arrestaties thuis. Het vervolg is bekend: binnen zes dagen moest het omstreden experiment, dat twee weken zou gaan duren, al worden afgebroken, omdat de situatie volledig was geëscaleerd.

Philip Zimbardo’s punt was daarmee gemaakt: in de juiste verkeerde omstandigheden is ieder mens tot gruweldaden in staat. En daarop zou hij een hele carrière bouwen. De wetenschapper werd een graag geziene gast – ook door zichzelf – in de media. ‘s Mans lezing van het experiment is echter een leugen, stelt de Franse schrijver en onderzoeker Thibault le Texier. En hij wordt in deze driedelige docuserie The Stanford Prison Experiment: Unlocking The Truth (172 min.) van Juliette Eisner bijgevallen door een aantal deelnemers aan het experiment, waarvan sommigen beweren dat eigenlijk nog nooit iemand naar hún ervaringen heeft gevraagd.

In de eerste aflevering lopen Zimbardo’s versie van het experiment en de herinnering van de participanten nog min of meer parallel. Daarna zoomt Eisner uit en bekijkt hoe de wetenschapper te werk ging, van zijn bevindingen een smeuïg verhaal kneedde en vervolgens overal aan de man bracht. Er hoefde ergens maar een geweldsuitbarsting te zijn of Zimbardo kwam langs om die te duiden; van de opstand in de Attica-gevangenis, slechts een paar weken later, tot het Amerikaanse martelschandaal in de Iraakse Abu Ghraib-gevangenis. En al die kennis was terug te voeren op een experiment waarbij serieuze vragen zijn te stellen – en niet alleen op ethisch vlak.

Zimbardo blijkt nogal selectief met de feiten te zijn omgegaan. Alleen wat paste in zijn eigen hypothese – die bijvoorbeeld perfect aansloot bij Hannah Arendts studie van de nazi-bureaucraat Adolf Eichmann en ‘de banaliteit van het kwaad’ – zou uiteindelijk in z’n eigen conclusies terechtkomen. Later bleek hij de bewaarders vooraf bijvoorbeeld uitgebreid te hebben geïnstrueerd. Bovendien beweren zij nu ook dat hen destijds te verstaan was gegeven dat zij alleen het bestuderen van de gevangenen faciliteerden, niet dat ze zelf ook onderdeel van die studie waren. Bewaker Dave Eshleman, alias ‘John Wayne’, zag dit als een vrijbrief om een genadeloze bruut te acteren.

In een replica van het cellencomplex heeft Eisner op basis van officiële stukken en – iets gladder ijs, zou je zeggen – de herinneringen van participanten reconstructies van het Stanford-experiment laten uitvoeren. In aanwezigheid en soms ook onder regie van de toenmalige deelnemers. Want hoewel de sociaal psycholoog ‘t soms anders deed voorkomen, was dit zeker niet in z’n geheel gefilmd. Van de in totaal ongeveer 150 uur dat de gevangenis open was, bestaat slechts zes uur beeldmateriaal. Dit laat wel precies datgene zien wat Phil Zimbardo met de wereld wilde delen: in een onmenselijk systeem gaan de mensen zich ook als onmensen gedragen.

In de slotaflevering van deze fascinerende miniserie komt hij zich zowaar verdedigen en nuanceert hij tevens het beeld van de ‘mad scientist’, dat anderen van hem hebben geschetst. De wetenschapper plaatst ook kanttekeningen bij de herinneringen van de deelnemers. Zijn die niet gewoon onderdeel van een coping strategie, waarmee ze hun eigen gedrag rationaliseren? Zimbardo – bijgestaan door zijn vrouw, de psychologe Christina Maslach, die hem er destijds van zou hebben doordrongen om het experiment stop te zetten – is tegelijkertijd ook zelfkritisch: waarom zag hij zelf niet dat de situatie in de Stanford-gevangenis volledig uit de hand liep?

Zo werpt The Stanford Prison Experiment: Unlocking The Truth nieuw licht op een controversieel wetenschappelijk experiment – al is daar natuurlijk al eerder kritisch over gepubliceerd, ook in Nederland – dat ruim een halve eeuw na dato nog altijd stof tot nadenken en discussiëren oplevert.

Join Or Die

Abramorama

Waarom slaagt de ene democratie wel en faalt de andere jammerlijk? Heeft het te maken met welvaart? Met technologische ontwikkeling? Of toch met opleidingsniveau? Nee, ontdekte de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam. De succesfactor is gemeenschapszin. Om er een officiële term op te plakken: het sociale kapitaal van een samenleving. Halverwege de jaren negentig stelde Putnam in de Verenigde Staten een aanzienlijke afname daarvan vast. Een maatschappelijke crisis was onvermijdelijk.

Met het opiniestuk Bowling Alone: America’s Declining Social Capital gooide hij de knuppel in het hoenderhok. Herkenbaar, reageerde de één. Gezwets, vond een ander. Vijf jaar wetenschappelijk onderzoek later verscheen het boek Bowling Alone: The Collapse And Revival Of American Community (2000), waarmee Robert Putnam zijn stelling over de correlatie tussen burgerlijke betrokkenheid en een effectieve democratie en het belang van burgerbewegingen verder onderbouwde.

In Join Or Die (90 min.) nemen ‘s mans oud-student Pete Davis en diens zus Rebecca samen met Putnam en gelijkgestemde wetenschappers zijn voornaamste bevindingen nog eens door: er is een schrijnend tekort aan clubs, verenigingen, genootschappen, netwerken en broederschappen. Of beter: te weinig Amerikanen – lees: westerse burgers, Nederlanders, wij! – zijn actief lid van een club. Solidariteit is daardoor gaandeweg vervangen door individualisme.

‘We kijken nu naar Friends, in plaats van dat we vrienden hebben’, verpakt Putnam dit ogenschijnlijk nogal voor de hand liggende idee in een pakkende oneliner. En die ontwikkeling heeft bijvoorbeeld desastreuze gevolgen voor de criminaliteitscijfers, schoolprestaties en levensverwachting van Amerikanen – en Democratische kopstukken zoals Hillary Clinton en Pete Buttigieg vallen hem daarin bij. Het is geen fijne boodschap om te verkondigen, zeker voor een rasoptimist zoals Robert Putnam.

En dus is de Amerikaanse wetenschapper tevens op zoek gegaan naar de oorzaken voor dit sociale verval. Ook die bevindingen hebben natuurlijk hun plek gekregen in deze fijne film, die toegankelijk en op tempo wordt gehouden met een vlotte voice-over en is opgeleukt met kleurrijke animaties. Putnam ziet bijvoorbeeld parallellen met hoe de Verenigde Staten de donkere ‘Gilded Age’ achter zich wisten te laten. Daaruit volgt ook automatisch wat er nu kan worden gedaan. Herstel: wat wíj eraan kunnen doen.

Putnams boodschap is uiteindelijk bedrieglijk simpel: ga bowlen. Niet voor Columbine natuurlijk, maar samen. Of bedenk iets anders, zolang ’t maar met anderen is. Word, kortom, een joiner. Want anders gaan we met z’n allen naar de haaien.

Interplay

Docmakers / Ammodo Docs

Als malariaonderzoeker bewandelt Teun Bousema de omgekeerde weg. Hij begint bij hoe de mug, die later via een beet de mens besmet, zelf besmet raakt met de malariaparasiet. Van daaruit zoekt Bousema naar manieren om de menselijke bescherming tegen malaria te verbeteren. Want de tropische ziekte mag in Nederland dan slechts een beperkt aantal mensen raken. Wereldwijd maakt malaria jaarlijks nog altijd zo’n 600.000 dodelijke slachtoffers.

Alle reden dus voor de Nederlandse epidemioloog besmettelijke ziekten van het Radboud UMC in Nijmegen om onderzoek te doen in allerlei verschillende landen in Afrika, het werelddeel waar malaria van oudsher het meeste slachtoffers maakt. Bousema krijgt daar bovendien met een opmerkelijke uitdaging te maken: de parasieten zijn langzamerhand resistent geworden voor malariamedicijnen. Het middel waarmee de ziekte sinds de eeuwwisseling effectief leek te kunnen worden ingedamd, begint daardoor zijn werking te verliezen.

In de sfeervolle korte documentaire Interplay (20 min.) volgt Sanne Rovers hoe Bousema en zijn promovendus Daniel Ayo in Noord-Oeganda, een potentiële brandhaard voor een nieuwe uitbraak, naar een ingang zoeken om de scheuren in de menselijke bescherming weer te herstellen. Dat is een delicate kwestie, waarvoor een scherpe blik en lange adem nodig is. In een beladen omgeving bovendien. Nog niet zo lang geleden werd daar, bij de grens met Zuid-Soedan, een bloedige oorlog uitgevochten. Ayo heeft pijnlijke herinneringen aan die tijd.

Die lijken echter volledig naar de achtergrond te verdwijnen als de Afrikaanse onderzoeker en zijn Nederlandse mentor door hun microscoop turen, om zo een minuscule, maar zeker zo gevaarlijke vijand in het oog te krijgen. En Sanne Rovers kijkt al even gebiologeerd mee, met een oog voor detail dat ook haar hoofdpersonen kenmerkt. The devil zit zeker hier, in een episch gevecht dat je desondanks zomaar over het hoofd zou kunnen zien, in the detail.

The Shadow Scholars

IDFA

Een geslaagde documentaire ontsluit een nieuwe onbekende wereld of laat een bekende wereld op een nieuwe manier zien. In The Shadow Scholars (98 min.) legt Eloïse King de verborgen industrie van ‘academic writing’ bloot. Tegen betaling schrijven hoogopgeleide Kenianen stiekem schoolopdrachten, verslagen en proefschriften voor westerse studenten. Dat wringt in alle opzichten. ‘Soms zie ik een student afstuderen met een uitstekend cijfer’, zegt zo’n schrijver. ‘En dan denk ik: ‘dat had ik zelf kunnen zijn!’

Als protagonist voert King verder Patricia Kingori, de jongste vrouwelijke en zwarte professor van Oxford, ten tonele. Zij heeft jarenlang onderzoek gedaan naar deze clandestiene betaalde service, waarvan naar schatting inmiddels 37 miljoen westerse (ex-)studenten gebruik hebben gemaakt. Aanvankelijk wilde Kingori zelf niet in de documentaire – die moest immers om de Afrikaanse ‘ghost writers’ en hun onmogelijke positie in deze markt draaien – maar uiteindelijk heeft ze zich toch laten overtuigen.

En bij nader inzien bleken haar eigen ervaringen als zwarte wetenschapper ook wel exemplarisch voor de grotere thematiek die deze film eveneens wil aansnijden: hoe zwarte mensen vaak automatisch aan het kortste eind trekken. Zo ging het vroeger al: plantagehouders claimden bijvoorbeeld doodgemoedereerd de ideeën van hun slaven. Sindsdien is er in wezen weinig veranderd. Via de zogenaamde ‘essay mills’, waar vraag en aanbod samenkomen, worden Afrikaanse schrijvers vaak met een fooi afgescheept.

Erkenning voor hun werk zit er in elk geval niet in. Ze willen onze ideeën, maar ons niet, zegt één van deze schrijvers, die stuk voor stuk alleen onherkenbaar aan de film willen meewerken. Met deepfake-technologie zwarte gezichten maskeren blijkt – hoe treffend – alleen nog behoorlijk bewerkelijk. De meeste deelnemers hebben zich overigens in het echt ook wel eens voorgedaan als wit en woonachtig in een westers land, in de hoop zo een opdracht binnen te slepen of een docent om de tuin te kunnen leiden.

Die praktijk is een bijeffect van het succes van Kenia: een groot deel van de beroepsbevolking is ‘overqualified & underemployed’ en bijna genoodzaakt om bij te dragen aan deze Afrikaanse oplossing voor een westers probleem. King pelt die kwestie helemaal af en voegt ook steeds nieuwe elementen toe, zoals het koloniale karakter van de hele transactie, het gevaar dat deelnemers ermee kunnen worden gechanteerd en de opkomst van artificial intelligence, die de werkgelegenheid inmiddels flink drukt.

Daarvoor neemt ze wel ruim de tijd. Na ruim een uur is haar centrale punt wel duidelijk – bijvoorbeeld via het voorbeeld van een alleenstaande moeder die slechts met heel veel moeite het hoofd boven water kan houden – en ligt er nog slechts één terrein braak: dat van de westerse opdrachtgevers. Wie zijn de studenten die een ander vragen om binnen een 24 uur een paper over een zéér specifiek onderwerp te schrijven? Die kwestie laat Eloïse King doelbewust (veelal) liggen: haar focus ligt ondubbelzinnig bij de zwarte pijn.

Life And Other Problems

Jacob Sofussen / Bullitt Film / VPRO

De aanleiding is relatief eenvoudig: mag de dierentuin van Kopenhagen de giraffe Marius doden? Het dier is twee jaar oud – een tiener dus – en leeft ogenschijnlijk gezond en gelukkig. Er is alleen geen plek meer voor Marius. De giraffepopulatie van de dierentuin mag niet te groot worden.

Al snel staat de halve wereld op z’n achterste benen. De schandaalpers voorop. Een gezond dier afschieten, dat doe je niet! Een Zweedse dierentuin – of is ‘t toch een dierenhandel? – wil Marius wel opvangen. Claus Hjelmbak, een Deense mannetjesmaker in Hollywood, regelt een miljoen dollar om de giraffe in een Amerikaans reservaat onder te brengen. En zelfs de Tsjetsjeense dictator Ramzan Kadyrov, boezemvriend van Vladimir Poetin, spreekt uit dat hij hem wil adopteren.

Het management van de dierentuin geeft alleen geen krimp. En dan is de wereld dus te klein. Zo eenvoudig als die kwestie rond Marius in eerste instantie lijkt, zo gelaagd en gecompliceerd blijkt de werkelijkheid. Tenminste, voor iedereen die bereid is om er eens écht goed naar te kijken. Voor de Deense filmmaker Max Kestner is de controverse rond de giraffe in elk geval aanleiding om na te denken over het mysterie van het leven en daarover in gesprek te gaan met enkele wetenschappers.

Bestaan wij en andere entiteiten ondanks of juist dankzij elkaar? En op basis waarvan ontwikkelt het leven zich eigenlijk? Is er een te bereiken eindstation? Wanneer is er dan sprake van bewustzijn? En bij wie? In hoeverre zijn orka’s en wolven bijvoorbeeld vergelijkbaar met de mens? Kestner spreekt daarover met de Britse schrijver en wetenschapper Charles Foster. Hij wilde ervaren hoe ’t is om een wild dier te zijn en heeft voor zijn bestseller Being A Beast een tijd geleefd als een vos, hert en das.

Met een bespiegelende voice-over meandert de Deense cineast in Life And Other Problems (99 min.) intussen ook door zijn eigen bestaan en het onvermijdelijke einde daarvan. ‘Voor m’n kinderen zal ik dan een herinnering zijn’, constateert hij. ‘Ik laat m’n DNA achter dat doorleeft in volgende generaties. En toch voel ik mij geen DNA maar wat anders. Ik voel mij iemand die ‘s ochtends eieren bakt voor z’n zoon. Iemand die legpuzzels doet met één dochter en boos wordt op de andere als ze rookt.’

Zo duikt Max Kestner steeds dieper in de vraag wie hij, wij en zij zijn, hoe de mens zich verhoudt tot het andere leven op aarde en waarin wij dan als soort daarvan verschillen – of we überhaupt anders zijn. En steeds als de film te filosofisch dreigt te worden, dient De Casus Marius zich weer aan. Want de directie van de Deense dierentuin bakt, ook als de hele wereld toekijkt, bepaald geen zoete broodjes. En hoe rechtlijnig en consequent ook, het zorgt bij menigeen voor ongemak en woede.

‘Waarom eten ze geen varkensvlees?’ roept een demonstrant bijvoorbeeld kwaad als in Kopenhagen de leeuwen worden gevoerd. ‘Net als wij.’

The Waste Land

Bantam Film

Ruim honderd jaar geleden schreef T.S. Eliot een gedicht dat wordt beschouwd als één van de belangrijkste literaire werken van de twintigste eeuw. In ruim vierhonderd verzen probeert de Amerikaans-Britse schrijver en filosoof – in de woorden van een leek, die bij voorbaat al tekortschieten – de uitzichtloosheid van het bestaan, de dood van een wereldbeeld en zijn eigen verwarring en wanhoop daarover uit te drukken. Met de verfilming van The Waste Land (105 min.) onderzoekt Chris Teerink welke betekenis het ondoorgrondelijke werk van Thomas Stearns Eliot (1888-1965) nog heeft in de 21e eeuw.

Terwijl hij schrijvers, sociologen, activisten, economen en filosofen, waaronder Qiu Xiaolong, Vandana Shiva en Ilja Leonard Pfeiffer, confronteert met het epische gedicht, dat even vaak houvast biedt als opperste verwarring schept, toont Teerink alle uithoeken van de wereld. Van typische grote stadstaferelen tot uitgestrekte woestijnvlaktes en zo’n beetje alle aardse verschijningsvormen daartussen. Hij maakt daarbij nauwelijks gebruik van bewegend beeld, maar verlaat zich op foto’s en stills. Die worden gestut met een weelderig geluidsdecor en zijn door Blaudzun van muziek voorzien. 

Intussen is iedereen in deze zoekende film op zichzelf aangewezen. ‘Zelfs het bestaan van The Waste Land als gedicht is voor mij al een uitgang uit de gevangenis van het dagelijks bestaan’, zegt de één met gevoel voor drama. ‘Je zit in een film’, stelt een ander, niet zonder humor, ‘vergeleken waarmee David Lynch maar een amateur lijkt.’ Waarop weer een andere spreker toegeeft dat hij zich er bijna voor geneert dat The Waste Land hem eigenlijk helemaal niet aanspreekt. Het geniale van T.S. Eliots gedicht, meent schrijver Carolyn Steel echter, is ‘dat het je iets zegt, zelfs als je het niet snapt.’

Dat lijkt meteen een passend uitgangspunt voor deze associatieve fotodocu, die Eliots poëzie verbindt met uiteenlopende actuele onderwerpen in ‘het barre land’, zoals pak ‘m beet de klimaatproblematiek, het basisinkomen (‘de politiek van het paradijs’, aldus econoom Guy Standing) en de oorlog in Oekraïne. The Waste Land is dus geen poging om Eliots pièce de résistance te doorgronden of verklaren, maar een serieuze krachtsinspanning om het werk in al zijn complexiteit in de hedendaagse wereld te plaatsen en te verrijken. Waarmee Eliots woordenvloed dan z’n eigen dynamiek aangaat.

Make People Better

Rhumbline Media

Het nieuws over de geboorte van de CRISPR-tweeling Lulu en Nana zorgt in 2018 wereldwijd voor controverse. De Chinese wetenschapper He ‘JK’ Jiankui heeft met behulp van de omstreden CRISPR-gentherapie het erfelijke materiaal van de embryo’s aangepast. ‘Ik kan me geen mooier en heilzamer geschenk voor de samenleving voorstellen’, zegt hij daarover. Als journalisten JK aan de tand willen voelen over deze revolutionaire stap en de ethische implicaties daarvan, is de onderzoeker van SUSTech in de Chinese stad Shenzhen echter al van het toneel verdwenen.

Was JK zo’n typische geniale wetenschapper die te ver voor de muziek uitliep en dus nodig moest worden teruggefloten? Of is er iets toch anders aan de hand? Cody Sheehy onderzoekt in Make People Better (82 min.) de achtergronden van He Jiankui’s onderzoek en het internationale speelveld waarop hij actief was. Want de Chinese onderzoeker opereerde bepaald niet in een vacuüm. Kort voordat hij wereldnieuws werd en verdween wist hij zich zelfs nog verzekerd van de steun van de Chinese autoriteiten én een belangrijk deel van zijn vakbroeders in het buitenland.

Tijdens de ophef, die iedereen had kunnen voorspellen, stond JK er ineens helemaal alleen voor. In deze boeiende docuthriller krijgt hij alsnog rugdekking van de Amerikaan ‘Ryan’, een geanonimiseerde getuige à charge die met JK samenwerkte en een persoonlijke motivatie heeft om zich bezig te houden met ‘human genetic engineering’. Want de eerste toepassing daarvan is zeker niet het creëren van de ideale mens – en het angstbeeld daarbij: designer baby’s – maar het verhogen van de menselijke immuniteit, uitbannen van erfelijke ziekten en tegengaan van veroudering.

Sheehy brengt deze baanbrekende wetenschap, waarbij de maatschappelijke acceptatie standaard achterloopt op de technische ontwikkelingen, verder in kaart met insiders zoals de befaamde Amerikaanse geneticus George Church (Harvard), wetenschapsjournalist Antonio Regalado (die de primeur had van JK’s CRISPR-baby’s) en bio-ethicus Ben Hurlbut. Zij leggen tevens het verband met de geboorte van de eerste IVF-baby. Die gebeurtenis was in 1978 ook wereldnieuws. Sindsdien zijn er wereldwijd miljoenen kinderen geboren via In Vitro Fertilisatie en kraait er geen haan meer naar.

Zou het anders gaan met genetisch gemanipuleerde kinderen? ‘We steken onze kop in het zand als we denken dat dit niet allang gebeurt’, zegt ‘Ryan’. ‘Als je de kans hebt om je kind te modificeren en ervoor te zorgen dat het, voor pak ‘m beet vijfduizend of tienduizend dollar, gezonder is en beschermd tegen ziekte’, stelt Ben Hurlbut zelfs, ‘is dat dan geen welbesteed geld aan de toekomst van mijn kind?’ Dat klinkt vast niet onredelijk, maar zitten er ook grenzen aan dat idee van ‘making people better’? En wat als de commercie, bijvoorbeeld in de één of andere voormalige Sovjet-republiek, ermee aan de haal gaat…

The Disappearance Of Shere Hite

IDFA

Het hielp ongetwijfeld dat ze er, als voormalig fotomodel, uitzag als een mysterieuze nimf uit een andere wereld. Shere Hite leek dan ook de ideale persoon om de boodschap van haar eigen onderzoek naar vrouwelijke seksualiteit, The Hite Report (1976), uit te dragen. En Hite werd inderdaad al snel een graag geziene gast bij de Amerikaanse televisie, waar ze onverbloemd over het belang van masturbatie, de clitoris en het vrouwelijk orgasme kon vertellen.

Voor haar onderzoek had Shere Hite (1942-2020) zo’n drieduizend Amerikaanse vrouwen een uitgebreide vragenlijst laten invullen. Het boek dat daaruit voortkwam, de opvolger en tegenhanger van de vermaarde Kinsey Reports (1948 en 1953), werd een ongelooflijke bestseller en behoort nog altijd tot de bestverkochte Amerikaanse boeken aller tijden. Toch is de schrijfster ervan allang in de vergetelheid geraakt.

Deze oogstrelende documentaire van Nicole Newnham poogt The Disappearance Of Shere Hite (118 min.) weer ongedaan te maken met exen, intimi, medestanders en deskundigen. Daarbij komt het goed van pas dat de hoofdpersoon zo mediageniek was. Newnham heeft behalve over Hite’s persoonlijke nalatenschap ook de beschikking gekregen over talloze treffende fragmenten uit reportages, interviews en talkshows met haar protagonist.

En daarin werd ze bepaald niet altijd met fluwelen handschoenen aangepakt. Zeker mannen, bang dat ze zouden worden beschouwd als overbodig of irrelevant, wilden haar nog wel eens frontaal attaqueren. Hite was gevoelig voor die kritiek, in het bijzonder wanneer haar geloofwaardigheid als wetenschapper ter discussie werd gesteld. Als ze op slinkse wijze zwart werd gemaakt bijvoorbeeld, met een verwijzing naar die naaktreportage in Playboy.

In het optekenen van dat messcherpe maatschappelijke klimaat, waarin vooruitstrevende vrouwelijke wetenschappers en de vertegenwoordigers van de tweede feministische golf recht tegenover traditionele machomannen en religieus rechts kwamen te staan, is deze nét iets te lijvige film op zijn sterkst. De persoon Shere Hite blijft intussen – ondanks intieme persoonlijke geschriften, die zijn ingelezen door de actrice Dakota Johnson – een enigma.

Tegelijkertijd blijft ze daardoor waarschijnlijk ook tot de verbeelding spreken. Als een ongrijpbaar fenomeen uit vervlogen tijden, waarin de mannelijke hegemonie en de fixatie op de masculiene seksualiteitsbeleving eens serieus werden bevraagd.

The Enfield Poltergeist

Apple TV+

Het is duidelijk wie de hoofdrolspelers zijn, in dat behekste huis in de Londense deelgemeente Enfield: Janet Hodgson, een meisje van elf met heel veel verbeeldingskracht. En haar moeder Margaret ‘Peggy’ Hodgson, een gescheiden Britse vrouw van 47 met vier kinderen. Omdat een klopgeest regelmatig hun huis bezoekt, worden zij vanaf 1977 twee jaar lang intensief geobserveerd door zakenman en uitvinder Maurice Grosse, die paranormale zaken ‘op een wetenschappelijke manier’ wil onderzoeken, en zijn assistent, geestenexpert Guy Playfair. De twee maken uiteindelijk meer dan tweehonderd uur audio-opnamen in ‘the haunted house’ aan 284 Green Street.

En die vormen nu het fundament onder The Enfield Poltergeist (234 Min.). Want op basis van die tapes heeft regisseur Jerry Rothwell, die enkele jaren geleden de immersieve autismefilm The Reason I Jump maakte, belangrijke gebeurtenissen gereconstrueerd. Acteurs spelen in een ingenieus decor lip sync mee met het oorspronkelijke geluid. Deze vierdelige serie bestaat dus voor een belangrijk deel uit gedramatiseerde scènes, het audio daarbij is echter authentiek en rechtstreeks afkomstig van de geluidsbanden van Grosse en Playfair. Dat is even wennen – in de Nederlandse documentaire Moeders deed Nirit Peled ’t overigens ook al – maar werkt wonderwel.

Rothwell spreekt daarnaast met (directe familie van) de Hodgsons, de woordvoerder van de zogenaamde Society For Psychical Research, medewerkers van The Daily Mirror, de BBC-verslaggever die er destijds op af werd gestuurd en diverse psychologen en (neuro)wetenschappers, die een kijkje gingen nemen bij de Hodgsons of met de wijsheid van nu naar de bizarre gebeurtenissen aldaar kijken. Ook Maurice Grosse’s aanvankelijk erg sceptische zoon Richard komt uitgebreid aan het woord. Hij liet zich gaandeweg verleiden om toch een bezoek te brengen aan het huis. Richard sprak daar toen – hij kan zich er nog altijd nauwelijks toe zetten om het te zeggen – met een geest.

Dat is maar één van de vele vreemde zaken in Enfield: er klinken allerlei sinistere geluiden, objecten vallen om of belandden op een andere plek en er wordt, natuurlijk, volop geklopt. En alles speelt zich af in, om of door de tiener Janet, die als medium lijkt te fungeren voor iets wat zich tussen hemel en aarde beweegt, een overledene wellicht die verleden heeft in dat vervloekte huis. Vanzelfsprekend ontmoet Maurice Grosse ook scepsis als hij verhaalt over zijn bevindingen. De psychologe Anita Gregory komt bijvoorbeeld eens kijken in Enfield en zet daarna in het rapport Problems In Investigating Psychokinesis grote vraagtekens bij de authenticiteit van wat zich daar afspeelt.

En die Enfield Poltergeist is, vanaf enige afstand bekeken, natuurlijk ook ‘too bad to be true’. Soms lijkt ie te citeren uit The Exorcist, een horrorfilm die halverwege de jaren zeventig immens populair is. Op andere momenten is het dan weer alsof de dan wereldberoemde ‘lepeltjesbuiger’ Uri Geller als z’n inspiratiebron heeft gefungeerd. De gebeurtenissen in de Londense deelgemeente trekken in elk geval zoveel aandacht dat zelfs de beruchte Amerikaanse spokenjagers Ed en Lorraine Warren, onlangs nog te zien in de documentaire The Devil on Trial, even poolshoogte komen nemen. En er is ook een Nederlandse connectie: het medium Dono Gmelig-Meyling meldt zich. 

Rothwell neemt dit spraakmakende verhaal krachtig bij de hand en blijft zoveel mogelijk uit de buurt van effectbejag, maar speelt alle ontwikkelingen wel bijzonder slim uit, waarbij hij bijvoorbeeld zeer gedoseerd informatie deelt. Zo valt zijn publiek eerst van de ene verrassing in de andere en wordt daarna ook nog geraakt door personages zoals Janet, Margaret en Maurice, die elk hun eigen issues meebrengen naar dat veelbesproken huis in Enfield. Het resultaat is een absolute tour de force, een bijzonder inventieve, enerverende en toch ook heel menselijke serie die het midden houdt tussen een documentaire- en een ‘based on a true story’-productie en die na bijna vier uur speeltijd nog een flinke tijd nazindert.

Alledaagse Waardigheid

NTR

‘Ontzettend dankbaar dat je mij daar waardig voor vond’, zegt de Nederlandse prinses Irene tegen Philomena Essed, hoogleraar Critical Race, Gender and Leadership Studies. Lachend: ‘Klinkt een beetje onderdanig…’ Essed vindt ‘t in de documentaire Alledaagse Waardigheid (75 min.) van Ida Does (Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij) ook te veel eer. ‘Kom op…’

Het was in 1984 echter een gedurfde keuze geweest van de wetenschapper en haar uitgeefster Anja Meulenbelt om juist een lid van het Koningshuis te vragen om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen van Alledaags Racisme, het allereerste boek over racisme in Nederland. In eigen kring werd er door sommigen zelfs schande van gesproken dat een vertegenwoordiger van het kolonialisme zoals prinses Irene zo’n prominente rol had gekregen. Philomena Essed wilde van de boekpresentatie echter nadrukkelijk ‘geen onderonsje met zwarte vrouwen’ van maken.

Haar boek, inmiddels bijna veertig jaar oud, legt de vinger op de zere plek: ook in Nederland, dat zichzelf graag op de borst klopt als een progressief land, is racisme aan de orde van de dag. Elke zwarte Nederlander herkent dat, constateert Essed. Al spreken ze er meestal niet of alleen in besloten kring over. De Surinaams-Nederlandse wetenschapster benoemt in haar baanbrekende boek ook het institutioneel racisme, dat onlangs nog pijnlijk zichtbaar is geworden in het Toeslagenschandaal. Ze maakt er bepaald niet alleen vrienden mee.

Met Philomena Essed zelf, Anja Meulenbelt, emeritus hoogleraar Gender en Etniciteit Gloria Wekker, de sociologe Hellen Felter, schrijfster/regisseur Marion Bloem én prinses Irene van Lippe-Biesterfeld maakt Ida Does de balans op: wat heeft Esseds boek in binnen- en buitenland teweeg gebracht en in hoeverre is dat alledaagse racisme nog steeds herkenbaar in het moderne Nederland, dat zo langzamerhand toch wel van zijn witte onschuld is ontdaan en inmiddels bijvoorbeeld ook afstand heeft genomen van de controversiële figuur Zwarte Piet?

Does spreekt tevens met erfgenamen van Essed, zoals Jessica de Abreu (The Black Archives) en de initiatiefnemers van Zetje In, die na de Black Lives Matter-demonstraties van 2020 hebben bewerkstelligd dat racisme verplicht moet worden behandeld op school. Intussen kijkt ze ook mee hoe Philomena Essed haar eigen familiegeschiedenis onderzoekt. Ze blijkt af te stammen van een Surinaamse vrouw, die in 1800 in vrijheid werd gesteld door haar slavenhouder. Hij heette A. Dessé en gaf haar zijn eigen achternaam mee – al moest die dan wel worden omgedraaid.

Het is een treffend voorbeeld van hoe het verleden nog altijd zijn schaduw werpt over het heden. Zo onderstreept deze actuele en urgente film meteen het belang van grondig wetenschappelijk onderzoek naar het vroegere en huidige Nederland.

King Of Clones

Netflix

Hij is letterlijk naar de woestijn gestuurd. De omstreden Koreaanse wetenschapper Hwang Woo-Suk opereert tegenwoordig vanuit een biotech onderzoekscentrum te Abu Dhabi in de Verenigde Arabische Emiraten. Daar heeft hij de legendarische showkameel Mabrukan gekloond. Die was al elf jaar dood, maar Hwang had aan één enkele cel voldoende om hem te reproduceren. Talloze malen, zelfs.

Hij heeft inmiddels ook koeien, varkens, wolven, coyotes, katten, paarden en zo’n 1600 honden op zijn naam staan. Genetische kopieën van een origineel. Hwang Woo-Suk gold dan ook lang als een wetenschappelijke superster, die met ‘therapeutisch klonen’ ook voor doorbraken kon zorgen in de generatieve geneeskunde, het herstellen van menselijke cellen, weefsels of lichaamsdelen.

Als zijn onderzoeksteam van de universiteit van Seoel in 2004 menselijke embryo’s produceert, komt de King Of Clones (85 min.) echter zelf onder het vergrootglas te liggen: hoe komt hij aan vrouwelijke eicellen? Zuid-Koreaanse onderzoeksjournalisten gaan op onderzoek uit en ontdekken dat Hwang, die mateloos populair is en in eerste instantie onaantastbaar lijkt, allerlei (ethische) regels aan zijn laars lapt.

Deze stevige film van Aditya Thayi reconstrueert de opkomst en ondergang van de man die de wetenschappelijke wereld aan zijn voeten had liggen en daarna zijn krediet grotendeels verspeelde. Zelf is hij inmiddels wel weer op aarde terug gekomen. Van een God-complex, waarvan hij door de jaren heen talloze malen is beschuldigd, lijkt geen sprake meer. Daarvoor zorgt de val die na hoogmoed komt.

’s Mans demasqué heeft ook directe gevolgen voor gewone stervelingen. ‘Betekent dit dat ik nooit meer zal kunnen lopen?’ vroeg Hyeon bijvoorbeeld aan zijn vader Kim Jae Un, toen in het nieuws kwam dat Hwang werd beschuldigd van wetenschappelijke fraude. Het jongetje was na een auto-ongeluk in een rolstoel beland en had al zijn hoop gevestigd op die ene man die ver voor de troepen uitliep.

‘Goede bedoelingen zijn geen excuus voor slecht gedrag’, stelt de Amerikaanse bioloog en ethicus Paul Root Wolpe daarover. Wetenschap kan in zijn ogen nooit zonder ethiek – al holt die meestal wel wat treurig achter technologische ontwikkelingen aan. Is het bijvoorbeeld werkelijk wenselijk dat een gefortuneerde man als Alex Ruebben zijn geliefde Franse bulldog Csillo de dood kan laten overleven?

En moeten er straks écht weer mammoets rondlopen op deze aardkloot?