Brutalt Broderskab: Bandidos

HBO Max

Na het zoveelste gewelddadige incident in de dertig jaar dat de Bandidos actief zijn in Denemarken, besluit minister van Justitie Peter Hummelgaard in 2023 om in te grijpen. Hij probeert de zeer omstreden motorclub verboden te krijgen. Om de beeldvorming rond hun club te verbeteren, kiezen enkele Bandidos-kopstukken, onder aanvoering van hun Europese leider Michael ‘Kok’ Rosenvold, vervolgens de vlucht naar voren en doorbreken hun stilzwijgen.

In de zesdelige serie Brutalt Broderskab: Bandidos (internationale titel: Gang War: Bandidos, 253 min.) neemt Jon Adelsten met leden van de ‘1%MC’, alsmede journalisten, strafrechtdeskundigen en vertegenwoordigers van de Deense politie en justitie, eerst ‘De Scandinavische Motoroorlog’ door. Sinds begin jaren negentig worden Denemarken en de omringende landen opgeschrikt door een maalstroom van bloedige liquidaties, bom- en raketaanslagen en aanvallen op de gevangenis.

Wanneer na moeizame onderhandelingen eindelijk een staakt het vuren wordt bereikt met hun aartsrivalen van de Hell Angels, begint ’t aan het begin van de 21e eeuw binnen de Bandidos zelf te rommelen. Na interne conflicten moet het ene na het andere lid in ‘bad standing’ de club verlaten. Ook dan geldt het parool dat op Bandidos-insignes en -tattoos prijkt: ‘expect no mercy.’ Als de broederschap wegvalt, waarvoor ze zichzelf vaak op de borst kloppen, wordt er ook met bekende clubleden keihard afgerekend.

Elke dag laat je iets meer van je moraal los, vertelt Lars Toxværd, de voormalige president van de afdeling Holbæk en enige tijd lid van het landelijke Bandidos-bestuur. Na een aanvaring met andere bestuursleden wordt ie beschuldigd van verraad. Hij voelt zich ‘een levende dode’ binnen de club, die hem al snel buiten werkt. Hoewel dat niet zonder gevaar is, kijkt ie nu (zelf)kritisch terug op zijn jaren bij de Bandidos. Alle erecodes ten spijt had hij het gevoel ‘dat je nu juist niet kon vertrouwen op de mensen om je heen.’

Tegenover de klokkenluider Lars Toxværd staan gestaalde soldaten zoals de boomlange bodybuildbiker Claus Palermo. Hij was ooit een talentvolle volleyballer, maar werd betrapt op drugshandel. In de gevangenis leerde ie de Bandidos kennen, een organisatie waarbij hij zich direct thuis voelde en die hij nog altijd te vuur en te zwaard verdedigt. De motorclub is géén criminele organisatie, betoogt Palermo. En wat individuele leden in hun vrije tijd doen – de redenering klinkt zéér vertrouwd – is zijn zaak natuurlijk niet.

Adelsten brengt alle verwikkelingen in beeld met een combinatie van nieuwsreportages, achter de schermen-beelden en gereconstrueerde scènes. Net als Kampen Om Pusher Street (2025), een verwante docuserie over hoe de hippievrijstaat Christiania in Kopenhagen al decennia strijd levert met drugshandel en misdaadbendes, begint Brutalt Broderskab: Bandidos na verloop van tijd wel te lijden onder een overdaad aan interne en externe conflicten, die nauwelijks meer van elkaar zijn te onderscheiden.

Daarbij wreekt zich ook dat de miniserie zelden voorbij de strijd en het geweld kijkt. Over waarom mannen zich aansluiten bij éénprocentclubs zoals de Bandidos, wat dit hen oplevert en waarom de onderlinge dynamiek altijd weer uitmondt in moord en doodslag. Het antwoord laat zich wellicht raden, maar komt alleen in de kantlijn ter sprake in deze reconstructie van een eindeloze bendeoorlog, die toewerkt naar het antwoord op een vraag die ook aan de Deense rechter wordt voorgelegd: Bandidos, verbieden of niet?

En daarvoor brengt de Deense officier van justitie een anonieme getuige, een voormalige prospect met de codenaam Guldfugl, in stelling…

Kho Liang Ie – Ontwerper Van Zijn Tijd

Lex Reitsma / AVROTROS

Op het getuigschrift dat Kho Liang Ie (1927-1975) op 6 juli 1954 kreeg uitgereikt van het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs te Amsterdam, de latere Rietveldacademie, staat dat hij het eindexamen ‘binnenhuiskunst’ met goed gevolg heeft afgelegd. Zijn zoon Eng Tie Kho is er ruim zeventig jaar later nog altijd verguld mee. Kunst. Géén architectuur. ‘Ik denk dat hij juist een kunstenaar was, in wie hij was.’

De man die zou uitgroeien tot een toonaangevende industrieel ontwerper en interieurarchitect was in 1949 van Jakarta naar Nederland gekomen, volgens zijn dochter Mira met het idee dat hij snel zou terugkeren naar huis en dan een Chinese vrouw ging trouwen. Na zijn afstuderen werd hij echter al snel benaderd door Artifort uit Maastricht, de start van een bloeiende carrière als architect die uiteindelijk alleen slechts een jaar of twintig zou duren. Op 47-jarige leeftijd overleed Kho Liang Li, de designer van talloze meubels, interieurs en kantoortuinen, waaronder het interieur van het stationsgebouw van Schiphol.

Ruim vijftig jaar later is Kho Liang Ie – Ontwerper Van Zijn Tijd (52 min.) in de vergetelheid geraakt en beijvert met name zijn zoon Eng Bo zich voor een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam, de plek waar zijn vader bij leven en welzijn al eens exposeerde. Regisseur Lex Reitsma (Het Oog Dat Voelt: De Portretten Van Koos Breukel / Rietveldhuizen: Een Meubel Om In Te Wonen) volgt Ie’s kinderen tijdens de samenstelling van dit retrospectief en zoomt intussen, samen met collega’s en kunsthistoricus Ineke van Ginneke, in op de carrière en het levenswerk van de begenadigde ontwerper.

Hij behandelt diens ontwerpen ook daadwerkelijk als kunstwerken, zorgvuldig uitgestald en gestileerd vereeuwigd, die op geen enkele manier zijn te vergelijken met zielloze gebruiksvoorwerpen en die bovendien de tand des tijds doorgaans glansrijk hebben doorstaan. Zo wordt dit postume portret, in combinatie met de expositie die op dit moment in het Stedelijk Museum is te zien, een waardig eerbetoon aan leven en werk van Kho Liang Ie.

Si Tu Tues, Appelle-Moi

Ladybirds Films

Aan bijnamen heeft hun beroepsgroep nooit een gebrek gehad: maffiamaatje, advocaat van de duivel en – natuurlijk – consigliere. Als juridisch adviseur van een crimineel kopstuk kunnen deze advocaten bovendien zelf in de vuurlinie belanden. Letterlijk. En voor hetzelfde geld worden ze ook meegezogen in het strafrechtelijke moeras waarin hun cliënten al terecht zijn gekomen.

Tegelijkertijd zijn er de macht, de roem en de inkomsten die bij de job horen. In de interviewdocu Si Tu Tues, Appelle-Moi (internationale titel: If You Kill, Call Me, 55 min.) uit 2022 laat Eduardo Febbro enkele prominente advocaten, die drugskartels, de maffia of andere georganiseerde misdaadorganisaties bijstaan, aan het woord over hun leven en werk en de Capo’s die zij hebben vertegenwoordigd. Ze balanceren in hun professie voortdurend op het slappe koord tussen gewoon hun juridische werk doen en daadwerkelijk onderdeel worden van een crimineel netwerk.

‘Mijn oma zei altijd: advocaten gaan naar de hel’, vertelt Gustavo Salazar, de vaste advocaat van de legendarische Colombiaanse drugsbaas Pablo Escobar, die zelf opgroeide in een arm boerengezin. ‘En ook mijn hele familie was ertegen. Het zijn dieven of leugenaars, zeiden ze tegen me, die niet meer gered kunnen worden. Op een ochtend werd ik echter wakker en zei tegen mijn moeder: ik word advocaat en ga naar de hel.’ Salazar heeft een glashelder uitgangspunt. ‘Vertel mij de waarheid’, zegt hij tegen zijn cliënten. ‘Zodat ik kan liegen tegen de jury.’

Juristen zoals hij kiezen hun woorden doorgaans zorgvuldig, óók in deze aardige rondgang langs met name Mexicaanse vertegenwoordigers van de beroepsgroep, waaronder verschillende advocaten van Joaquin ‘El Chapo’ Guzmán, de leider van het Sinaloa-drugskartel. Zij spreken vooral in algemeenheden, mijden al te concrete voorbeelden of navrante inkijkjes en laten nooit het achterste van hun tong zien. Tegenover hen posteert Febbro een openbaar aanklager, een lid van de Mexicaanse orde van advocaten en de weduwe van een vermoorde advocaat.

Zo wordt in grote lijnen het speelveld van de karteladvocaat afgebakend, waarbij zij vooral aan de zijlijn moeten blijven staan en nooit aan het spel zelf mogen gaan deelnemen. En via hen komt ook het schrikbeeld van een narcostaat in beeld.

Hoeksteen Van De Samenleving

BNNVARA / Frenkie Media / Tomtit Film

’Volgens de Emancipatiemonitor wil meer dan de helft van de heterostellen bij de komst van een kind zorg en werk gelijk verdelen’, stelt documentairemaker Juul Op den Kamp als verteller van haar documentaire Hoeksteen Van De Samenleving (61 min.). ‘Maar slechts negen procent slaagt daar daadwerkelijk in.’

‘Négen procent’, herhaalt schrijfster Anja Meulenbelt. ‘Na een halve eeuw feminisme!’ Alle reden om dat eens nader te onderzoeken. Daarvoor duikt Op den Kamp, aan de hand van fraai archiefmateriaal, eerst de geschiedenis in. Ze gaat terug naar de Industriële Revolutie, de tijd dat de splitsing tussen het privé- en het publieke domein ontstaat. Mannen gaan buitenshuis werken, vrouwen zorgen thuis voor het gezin. Dit wordt ook in de wet verankerd. De Wet handelingsonbekwaamheid zorgt er tot dik in de jaren vijftig voor dat vrouwen afhankelijk zijn van hun echtgenoot.

In de navolgende zeventig jaar is er weliswaar héél veel veranderd, maar binnen de zogeheten kerngezinnen ijlt het traditionele rollenpatroon van man en vrouw nog altijd flink na. Want Nederlandse vrouwen mogen dan hoger opgeleid zijn dan ooit, als het gaat om inkomen en macht hobbelen ze nog steeds achter het andere geslacht aan. Veertig procent van hen is financieel afhankelijk van hun partner, doceert Juul Op den Kamp in deze interessante interviewfilm. En bij vrouwen met een migratieachtergrond of in een lage sociale klasse ligt dat cijfer nog hoger.

In een ouderwetse keuken en traditionele huiskamer spreekt ze over de aanhoudende ongelijkheid in het Nederlandse gezin, waar de komst van kinderen nogal eens zorgt voor een stereotiepe rolverdeling, met vrouwen zoals oud-politicus Hedy d’Ancona, journalist Lynn Berger, historicus Lotte Houwink ten Cate, universitair docent dekoloniale studies Nawal Mustafa en econoom Sophie van Gool – en enkele mannen. Wat er binnen het gezin gebeurt, lijkt misschien een privéaangelegenheid, maar is in werkelijkheid een weerslag van maatschappelijke normen.

Achter de voordeur stoeien man en vooral vrouw, zeventig jaar na de afschaffing van de Wet handelingsonbekwaamheid, dus met ouderschapsverlof, babyboete, deeltijdklem, loonkloof en scheefgroei. Alsof de tijd, ondanks alle verworvenheden van het feminisme en de vrouwenemancipatie, toch een beetje stil heeft gestaan.

Trailer Hoeksteen Van de Samenleving

Tot De Laatste Noot

NTR

De één mist de ‘dodelijke perfectie’ niet, een ander beschouwt haar werk nog altijd als een ‘levenselixer’. In Tot De Laatste Noot (60 min.) portretteert Marlou van den Berge vier operazangeressen op leeftijd. Ze hebben in feite niets meer te bewijzen, maar dat voelt lang niet altijd zo.

Hoewel ze zich soms een marionet van de almachtige regisseur heeft gevoeld en aan het einde van haar carrière volgens een bruuske recensent ‘de vocale bruikbaarheid voorbij’ was, moest de Nederlandse sopraan Charlotte Margiono (1955) wel even wennen toen ze na een voorstelling niet meer werd begroet met een bos bloemen. ‘Dat is echt diva af’, vertelt ze zonder omhaal van woorden. ‘Géén bloemen meer.’

Haar Franse collega Sandrine Piau (1965) is nog altijd actief, maar twijfelt of ze moet doorgaan tot haar stem het begeeft. Iedere zangeres krijgt te maken met een afnemend stembereik, geleidelijk of juist héél plotseling. Dat betekent soms ook rollen opgeven of de componist vragen om de rol om te schrijven naar een iets lagere toonsoort. Maar waar en wanneer bereik je als performer je eigen grens?

De Duitse mezzosopraan Doris Soffel (1948) lijkt zich die vraag niet te willen stellen. Ze staat op late leeftijd nog altijd op de grootste podia en wil duidelijk in het harnas sterven. De Amerikaans-Nederlandse sopraan Roberta Alexander (1949–2025) tenslotte, die tijdens de montage van deze film is overleden, heeft dit uitgangspunt min of meer in de praktijk gebracht. Tot het laatst vraagt ze het uiterste van zichzelf.

Van den Berge (Ademtocht, De Vele Gevechten Van Maite Hontelé, Het Dinsdagavondgevoel en Klaas de Jonge, De Prijs Van Vrijheid) volgt deze vier gelauwerde operazangeressen tijdens repetities, voorstellingen en hun andere bezigheden, laat hen terugkijken naar fragmenten uit hun absolute hoogtijdagen en vangt ondertussen hun bespiegelingen op ouder worden en het dealen daarmee.

De opzet van Tot De Laatste Noot doet denken aan die van Tot De Laatste Snik!? (2022), de documentaire waarin Marcel Goedhart vijf Nederlandse pophelden portretteerde, en is al net zo effectief. Een boeiende film over hoe je als begenadigde veteraan vitaal, relevant én gelukkig blijft.

Mama’ku – Van Jakarta Tot De Molukken

Cinema Delicatessen

In de afgelopen jaren lijkt de Nederlandse documentairewereld, oneerbiedig gezegd, een vruchtbare nieuwe afzetmarkt te hebben ontdekt. De grootste bioscoopsuccessen – en documentaires hebben het doorgaans moeilijk in filmtheaters – lijken te komen van films die een specifieke bevolkingsgroep aanspreken: Chinese Nederlanders (Meer Dan Babi Pangang), Papoease Nederlanders (The Promise), Surinaamse Nederlanders (Moeder Suriname) en – vooral – Nederlanders uit de voormalige kolonie Nederlands Indië (Kleinkinderen Van De Oost, Indië Verloren… en Anak Indië).

Op dit terrein beweegt ook Sven Peetoom zich als filmmaker. In 2025 regisseerde hij samen met Juliëtte Dominicus, die eerder al de korte film Indisch Zwijgen (2022) had gemaakt, de intieme documentaire Tussen Wal En Schip – Geruisloos Indisch. Nu volgt Mama’ku – Van Jakarta Tot De Molukken (57 min.). Peetoom is door danseres Cheroney Pelupessy uitgenodigd voor een reis naar Indonesië. Zij wil de plekken bezoeken die haar moeder Laura als kind hebben gevormd. Intussen wil ze werken aan haar lastige relatie met de vrouw die ze nog altijd consequent met ‘u’ aanspreekt.

Deze geladen roadmovie is gelardeerd met gestileerde danssequenties, waarmee Cheroney, alleen of samen met haar moeder of mensen die ze onderweg ontmoet, haar impressies en gevoelens uitdrukt. In het land van hun voorouders stuiten ze samen op pijn uit het verleden: huiselijk geweld, een gedwongen huwelijk en smokkel naar Nederland. Dit leidt overigens niet direct tot toenadering tussen ouder en kind. ‘Als de camera uitstaat, komt de dynamiek van vroeger weer terug’, constateert Cheroney Pelupessy gefrustreerd. ‘Mama sluit zich af, duwt mij weg en keurt alles af.’

Als dochter wil ze gehoord worden. Dat gaat echter niet vanzelf. Daarvoor zijn haar familiegeschiedenis, die zowel in Nederland als op Java en de Molukken ligt, en het intergenerationele trauma dat daardoor is ontstaan wellicht ook te complex. Cheroney en Laura Pelupessy moeten ervoor werken om echt thuis te komen, het, ja, Indische zwijgen achter zich te laten en zich met elkaar te verzoenen, in een broeierige trip down memory lane, waar zowel moeder als dochter natuurlijk een héél klein beetje veranderd uitkomt.

Helden Van De Galaxy

VPRO

Het bericht dat hij samen met zijn moeder en twee broertjes een huis toegewezen heeft gekregen, zorgt bij Abdulatif voor een belangrijke vraag: is er wel een voetbalclub in de buurt? De dertienjarige Syrische jongen is eraan gewend geraakt dat er altijd voetbalvriendjes in de buurt zijn. Hij woont al meer dan twee jaar op de Galaxy, een voormalig cruiseschip dat in de Amsterdamse haven ligt en dat al enige tijd wordt ingezet als asielzoekerscentrum. Er wonen inmiddels zo’n 1500 mensen uit landen als Syrië, Eritrea en Somalië.

Op dat schip volgt Mirjam Marks nog vier Helden Van De Galaxy (64 min.): het elfjarige Libische meisje Nour, Laila (10) uit Jemen en de broers Basel en Mohammad, kinderen die al op jonge leeftijd op drift zijn geraakt met (een deel van) hun familie. Onderweg van daar naar hier en God weet waar proberen ze er het beste van proberen te maken, op een schip dat nog steeds alle ruimte biedt voor vertier. Voetballen op het enorme parkeerdek, bijvoorbeeld. Maar ook: rolschaatsen in de lange gangen, verstoppertje spelen of zelf slijm maken in de Moonlight Bar.

Tussendoor laat Marks hen in deze vierdelige jeugdserie vertellen over hun eigen levens, die ze kleur geeft met metaforische verhaaltjes over respectievelijk een vogelkoning, klein visje, vriendelijke djinn en kleurrijke papegaai, opgedist door verteller Hajar Fargan en geïllustreerd met vrolijke geanimeerde figuurtjes. Zo worden de lotgevallen van de individuele kinderen in een sprookjesachtige context geplaatst, alsof ze simpelweg van het ene in het andere avontuur tuimelen. De levens van de jonge helden krijgen daardoor ook nooit een mistroostig karakter.

Er zit soms ook beweging in: van de Galaxy naar een doodgewone woning, waar het leven in Nederland opnieuw begint – of past echt. Van het schip mist Abdulatif daar eigenlijk niets, bekent hij enkele maanden later, als ie toch nog even op bezoek komt. Behalve: Mohammad. Want vrienden zijn voor deze vindingrijke kids, getuige de hartverwarmende verhalen die Mirjam Marks in vier vlot vertelde afleveringen optekent, in deze onzekere tijden letterlijk van levensbelang.

Dagen Met Blue

VPRO

Ze oogt stoer. Een strijdbare zwarte vrouw. Iemand die altijd haar eigen pad kiest. Onkwetsbaar – zolang je tenminste niet verder kijkt dan je neus lang is. Piercings in de mond, neus en wenkbrauwen. Lange afro-vlechten. Onder haar linkeroog is bovendien een klein hartje getatoeëerd. Met daarnaast: Blue.

Zo noemt de hoofdpersoon van Amanda van Hesterens korte documentaire Dagen Met Blue (48 min.) zich. Haar echte naam is Eliya, blijkt later. De Nederlandse filmmaker zoekt Blue met haar camera op in Marseille en laat zich daar zeven dagen lang meevoeren op de woeste golven van haar leven. Al snel belanden ze samen bijvoorbeeld clandestien bij een exclusief feest, waar Blue ‘Fuck the rich’ begint te roepen.

In de navolgende drie kwartier vangt Van Hesteren flarden van een getroebleerd leven, dat langzaam bij elkaar moet worden gepuzzeld en soms wel wat extra context had kunnen gebruiken. ‘Trauma is net als een onopgemaakt bed, waar je heel lekker in kunt liggen’, zegt Blue zelf. ‘Het heeft alle vlekken van je kindertijd. Op een gegeven moment realiseer je je echter dat dat bed helemaal niet goed voor je is. Het zorgt voor stagnatie.’

Reken alleen maar eens af met een start als kind van een dakloze tienermoeder in Londen. En zonder vader – natuurlijk zou je bijna zeggen. Blue fotografeert vrouwen zoals haar moeder. Ze brengt haar gevoelens onder in poëtische woorden. Wentelt zich in haar veilige queer-omgeving. En lijkt soms behoorlijk losgeslagen. Trippend op paddo’s, op het dak van een hoog gebouw klimmend of zomaar ineens languit liggend op de weg.

‘Ik ben doodmoe van het zoeken naar redenen waarom het leven de moeite waard is’, bekent Blue aan Van Hesteren, als het haar even veel te veel wordt in deze rauwe ‘slice of life’ van een jonge vrouw op zoek naar een basis. ‘Ik moet dat allemaal laten varen en accepteren dat de wereld heel donker is.’

Yuja Wang

Sky UK & Arte / NTR / maandag 25 mei, om 22.40 uur, op NPO2

‘Het is een goed geoliede machine’, zegt de Chinees-Amerikaanse sterpianiste Yuja Wang, ongemakkelijk lachend, in de documentaire Yuja Wang (55 min.). ‘Hij blijft uit zichzelf doordraaien. En wij zijn niet meer dan de onderdelen. Belangrijke onderdelen. Maar als ik afval, kunnen andere onderdelen me vervangen. Dat klinkt akelig, maar zo zakelijk is het wel.’

Het is een wrange conclusie voor een vrouw, die wordt geroemd om haar ongeëvenaarde techniek en virtuositeit en die geldt als de rockster van de klassieke wereld. Ook zij wordt rücksichtslos vervangen als ze niet meer mee wil draaien. Als Yuja zou besluiten om haar agenda, die enkele jaren vooruit wordt gepland, eens helemaal schoon te vegen. Omdat ze even niet wil – of gewoon niet meer kan.

Documentairemaker Lorna Tucker, die eerder uitgesproken vrouwelijke kunstenaars zoals Greta Garbo, Katharine Hepburn en Vivienne Westwood portretteerde, legt Yuja Wang op een divan en confronteert het voormalige wonderkind met een associatieve beeldenstroom uit haar eigen verleden. Samen met haar muzikale helden, leraren en begeleiders reflecteert Wang ondertussen kritisch op haar leven en loopbaan.

‘Ik wil vanaf het begin al rustiger aan doen’, zegt ze, later in deze nogal weelderig vormgegeven film, waarin ook haar performances worden gematcht aan een wirwar van associatieve beelden die op een ‘green screen’ zijn geprojecteerd. ‘Ik klaag nu. Maar als ik het rustiger aan deed, zou ik ook klagen. Je blijft altijd aan jezelf twijfelen. En je bent onzeker. Wil ik heel productief zijn of liever gelukkiger en rustiger?’

Dit portret van de uitgesproken pianiste wordt zo bijna een update van Paul Cohens observerende documentaire Janine (2010) over Wangs Nederlandse vakzuster Janine Jansen – al worden de eenzaamheid, stress en kritiek van het leven als rondreizende topmusicus in deze film niet alleen zicht- en voelbaar gemaakt, maar ook nog eens zeer expliciet benoemd.

Het Dubbelleven Van Marijn Kuipers

BNNVARA / Joy Hansson

Influencer Marijn Kuipers loopt al negen jaar met een geheim rond. Vriendje Dave Roelvink is op de hoogte van haar eetstoornis, maar haar moeder weet bijvoorbeeld nog van niets. Die moet ze nu dringend bijpraten, want Kuipers is al begonnen met filmen voor deze tv-docu van Mark Leene. Voor de camera licht ze haar moeder in.

De Friese presentatrice en vlogger heeft haar persoonlijke proces al die tijd ook stiekem vastgelegd. Want de camera fungeert voor jonge vrouwen zoals zij nu eenmaal als spiegel: via de lens kijken ze naar zichzelf, ook naar wat er niet naar wens is of gaat, en kunnen ze zichzelf uitdragen: het succesverhaal of juist de keerzijde ervan.

In Het Dubbelleven Van Marijn Kuipers (50 min.) ontmoet ze oude vriendinnen, gaat in gesprek met lotgenoten en start met therapie. Tussendoor bespreekt Marijn met Dave, ook al voor die camera, wat ze heeft meegemaakt, hoe ze zich voelt en op welke manier het nu verder moet. En hij heeft, tevens vanuit eigen ervaring, nog wel wat advies.

Zijn vriendin wil duidelijk schoon schip maken en niet langer de schone schijn ophouden. Met haar eigen kwetsbaarheid kan Marijn Kuipers ook weer een rolmodel worden – en zo een gevoelige snaar raken bij het jonge en vrouwelijke publiek dat met dit (zelf)portret op maat wordt bediend. Waarna ongetwijfeld interviews en de talkshows wachten.

Torn: The Israel-Palestine Poster War On NYC Streets

Metallux Studio

Na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023, waarbij ook een groot aantal Israëlische burgers is ontvoerd, beginnen Amerikaanse familieleden van hen heel New York vol te hangen met felrode ‘Kidnapped’-posters, om aandacht te vragen voor de situatie van de gegijzelden en het onbeschrijflijke leed dat zo wordt veroorzaakt.

Als de situatie in Gaza ondertussen volledig escaleert, slaat de strijd ook over naar de Amerikaanse stad. Tegenstanders van Israëls meedogenloze militaire campagne beginnen diezelfde posters te verwijderen. Ze beschouwen die als niet meer dan propaganda, om de genocide op weerloze Palestijnse burgers te legitimeren.

Genuanceerd brengt Nimrod Shapira in Torn: The Israel-Palestine Poster War On NYC Streets (75 min.), aan de hand van de gebeurtenissen in Israël en Gaza in de laatste maanden van 2023, de ideologische strijd die ontbrandt op de New Yorkse straten in beeld. Over wie de echte slachtoffers zijn en welke slachtoffers aandacht krijgen.

Shapira bevraagt daarbij ook enkele posterplakkers. De verwijderaars wilden hem niet aan het woord staan. Hun standpunten en zorgen verwerkt hij via televisie-interviews en social media-uitingen alsnog in zijn film. Hij legt die ook voor aan de mensen achter de posters, die er serieus op ingaan. Zo komt het zowaar toch tot een soort conversatie.

Hoe anders gaat het er op straat, online en in de buitenwereld meestal aan toe. ‘The person who tore this poster supports the MURDER, RAPE and MUTILATION of Jews’, schrijft een boze Joodse Amerikaan bijvoorbeeld. Zo ontspoort het debat steeds verder en leidt dit ook tot het namen & shamen, cancelen en doxen van de opponent.

De Joodse schrijfster Nina Mogilnik, die zelf een kind met een autismespectrumstoornis heeft en die daardoor extra werd geraakt door de ontvoering van het twaalfjarige autistische jongetje Noya Dan, besluit uiteindelijk te stoppen met posteren. Ze gaat op zoek naar een manier om de woede en morele verontwaardiging achter zich te laten.

Met een stift schrijft ze ‘you are loved’ op de resten van weggerukte posters. Het is een klein menselijk gebaar, in een volledig gepolariseerd debat, dat allang niet meer alleen in New York op hoge toon wordt gevoerd. Die scherpte zorgt ervoor dat gewone mensen zich aangevallen en onveilig voelen en ervoor kiezen om voortaan hun mond te houden.

Torn maakt dit fundamentele ongemak, aan de hand van een concrete casus, pijnlijk voel- en zichtbaar.

Het Hart Van Amsterdam

Verde Films / Mokum

Toen journalist Arnold-Jan Scheer en filmmaker Roy Dames in 1984 begonnen te filmen op de Amsterdamse Wallen, hadden ze vast niet kunnen vermoeden dat hun documentaire nog ruim veertig jaar op zich zou laten wachten. Het Hart Van Amsterdam (99 min.), voltooid met editor/cameraman Sven Jacobs, belicht de gouden jaren van de hoofdstedelijke penoze, vóórdat harddrugs de rosse buurt definitief veranderde. Een periode die sindsdien flink is geromantiseerd. Alsof onenigheid toen nog altijd met de blote vuist werd opgelost – en er naderhand samen nog eens op werd gedronken.

Scheer fungeert als gids en verteller in deze nostalgische rondgang door een wereld die werd gedomineerd door twee illustere personages: Zwarte Joop, de eigenaar van de bekende seksclub Casa Rosso aan de Oudezijds Achterburgwal, en de ongekroonde koning van de Zeedijk, Frits van de Wereld. ‘Ome Frits’, op diverse momenten geïnterviewd, komt daarbij veelvuldig zelf aan het woord en maakt van zijn hart bepaald geen moordkuil – al is het de vraag of hij altijd het achterste van zijn tong laat zien. Intussen worden de werkwijze en invloed van zijn concurrent Maurits ‘Zwarte Joop’ de Vries goed in de verf gezet door diens pleegzoon, misdaadjournalist Bas van Hout. 

Verder wordt deze anekdotische film bevolkt door een bonte stoet van vrije jongens, (kleine) criminelen en dames/heren van lichte zeden, zoals ‘De Godmother’ Thea Moear, vechtsporter/beveiliger Chris Dolman, de tweelingzussen Martine en Louise Fokkens, oud-sekswerker Rob van Delden en Henk de Vries, de grote man achter de bekende coffeeshopketen The Bulldog. Met Amsterdamse tongval, lekkere stelligheid en zo nu en dan wat volkse humor verhalen zij over een buurt met een slechte reputatie, z’n geheel eigen codes en ook het nodige persoonlijke leed. Want stuk voor stuk groeiden ze op met wat we nu een rugzakje zouden noemen en liepen ze ook naderhand nog butsen op.

De één had een psychopaat als moeder, de ander nooit een vader gehad. De Tweede Wereldoorlog had sommigen hard genoeg gemaakt voor een leven achter het raam, terwijl een ander juist op jonge leeftijd bewust voor dat beroep koos en zich later afvroeg of ze er eigenlijk wel klaar voor was geweest. En de ene zoon werd net als zijn vader souteneur, terwijl een ander kind juist ten onder ging aan de harddrugs waarin zijn vader naar alle waarschijnlijkheid, ook al ontkende hij dit ten stelligste, tóch handelde. Die wereld, met al z’n (valse) romantiek, geheel eigen moraal en dubbele bodems, wordt in Het Hart Van Amsterdam nog eens met grove pennenstreken opgetekend.

Een levendig tijdsdocument, met meer (sterke) verhalen dan diepgaande (zelf)reflectie, van een aards, hard, grappig en ogenschijnlijk ongecompliceerd Amsterdam, dat in de volksmond nog altijd doorgaat voor het échte Mokum.

Michael Jackson: The Trial

Videoland

Het bioscoopsucces van de nieuwe speelfilm Michael, door de erven Jackson vakkundig weggestuurd van de hardnekkige beschuldigingen van kindermisbruik tegen de Amerikaanse zanger, songschrijver en danser, zet de schijnwerper weer vol op Michael Jackson (1958-2009). Het is onvermijdelijk dat daarbij die onwelgevallige verhalen over de King Of Pop tóch weer opduiken.

Terwijl de BBC-serie Michael Jackson: An American Tragedy uitzoomt en de impact van de beschuldigingen op Jacksons leven en carrière probeert te vatten, zoomt deze miniserie van Channel 4 juist in: op de rechtszaak die voortvloeit uit Martin Bashirs scandaleuze documentaire Living With Michael Jackson (2003), waarin de wereldvreemde popster vertelt dat het dertienjarige jongetje Gavin Arvizo, dat tijdens het interview nét iets te intiem tegen hem aanzit, gewoon bij hem in bed mag slapen. Later zal Gavin verklaren dat de zanger hem dronken heeft gevoerd en misbruikt.

In de vierdelige docuserie Michael Jackson: The Trial (184 min.) van Gillian Pachter komt, behalve een aantal sprekers uit het kamp Jackson en anderen die hem juist veroordeeld probeerden te krijgen, ook de hoofdpersoon zelf aan het woord. ‘Als je me nu zou vertellen dat ik nooit meer een kind zou zien, zou ik er een eind aan maken’, zegt Michael Jackson bijvoorbeeld, in audio-opnames uit 2000-2001 van gesprekken met zijn vertrouwenspersoon, de rabbijn Shmuley Boteach, één van de bronnen die in beide producties participeren. ‘Dat zweer ik. Want ik heb niets anders om voor te leven.’

Zulke uitspraken zijn natuurlijk voor tweeërlei uitleg vatbaar – al roepen die allebei vragen op over Jacksons geestesgesteldheid. Ook het idee om een privéfilm van Arvizo en hem te maken, waarin de twee hand in hand voor de camera lopen, is op z’n minst twijfelachtig te noemen. De artiest wil bovendien dat zijn eigen mierzoete compositie I’ll Be There daaronder wordt gemonteerd. ‘Ik heb nooit zijn seksuele kant gezien’, stelt Jacksons vaste cameraman Christian Robinson (2001-2004) niettemin. ‘Ik zag een aseksuele man die twaalf jaar wilde zijn en met waterballonnen wilde spelen.’

Met z’n ‘less is more’-insteek werkt The Trial als een nadere inkleuring van An American Tragedy. De miniserie kruipt naar de binnenkant van een maatschappelijk en raciaal geladen schandaal en belandt daarmee op hetzelfde terrein als Ezra Edelmans epische docuserie O.J.: Made In America (2016), over de geruchtmakende rechtszaak tegen O.J. Simpson. In Pachters productie komen de onkreukbare openbaar aanklager Ron Zonen en Jacksons advocaat Brian Oxman, die als een Amerikaanse televisiedominee de zaak van zijn beroemde cliënt met veel theater blijft bepleiten, tegenover elkaar te staan.

Zij vertegenwoordigen de zoektocht naar de waarheid en het koste wat het kost beschermen van de nalatenschap van de grootste popster van de wereld, krachten die zeventien jaar na Jacksons dood nog altijd in gevecht met elkaar zijn. Intussen lijkt de muziek van Michael Jackson alweer uit het verdomhoekje te zijn gehaald.

Kort na Michael Jackson: The Trial werd door Netflix Michael Jackson: The Verdict uitgebracht. Een driedelige serie die eveneens de rechtszaak in 2005 belicht.

De MOB Methode

Hollandse Helden / KRO-NCRV

Het uitgangspunt lijkt zo logisch als wat: de Nederlandse overheid moet zich aan z’n eigen wetten houden. Toch maakt Mobilisation for the Environment (MOB) zeker niet alleen vrienden met z’n juridische procedures om de staat bij de les te houden. Met het door MOB afgedwongen stikstofslot heeft de ‘milieuclub’ volgens critici het halve land platgelegd. ‘Ik ga nog liever dood dan dat ik met MOB ga spreken’, heeft BBB-kamerlid Caroline van der Plas bijvoorbeeld ooit laten optekenen.

In De MOB Methode (60 min.) volgt Ingeborg Jansen oprichter Johan Vollenbroek en enkele andere centrale figuren van de activistische stichting. Zij bevinden zich ogenschijnlijk vrijwel permanent voor de rechter, tegenover grote bedrijven zoals Tata Steel, Schiphol en Cosun (de voormalige Suiker Unie) en vertegenwoordigers van de overheid. Vanuit de zaal kijken dan vaak direct betrokkenen mee, zoals bijvoorbeeld pluimveehouder Frank Rooijakkers uit de Peel.

Zijn bedrijf dreigt door de rechtsgang van MOB z’n natuurvergunning kwijt te raken. Voel je je slachtoffer van onze acties? vraagt Vollenbroek, als hij met z’n markante elektrische autootje is afgereisd naar de Brabantse kippenboer. Rooijakkers heeft er slapeloze nachten van, bekent hij. Hij heeft het gevoel dat ie aan de schandpaal wordt genageld. Die procedures zijn geen laatste redmiddel voor de natuur, maar een doodlopende weg! Het is een scherp gesprek dat niettemin respectvol blijft.

MOB procedeert niet om het procederen, stelt Max Haan, één van de juristen van de stichting. Hij vindt de methode die ze hanteren soms zelfs bijna kinderachtig. ‘Het is een beetje alsof je gaat klikken bij de meester, maar soms kom je met een bedrijf in gesprek en lukt het om onderling afspraken te maken. En dat is voor iedereen het beste.’ Daarvoor wordt dan wel eerst een juridisch breekijzer ingezet, ten overstaan van rechters die puur oordelen op basis van de voorliggende feiten.

Zo kunnen ze wanbestuur’ corrigeren, vinden de gepensioneerde chemicus Vollenbroek en zijn groene strijders. De natuur, dieren en biodiversiteit dienen koste wat het kost te worden beschermd – hoeveel tegels daarvoor ook gelicht en beerputten geleegd moeten worden. En daarbij nemen de MOB’ers op de koop toe dat ze heel wat Nederlandse bedrijven en boeren, die het gevoel hebben dat ze persoonlijk gepakt worden door een stelletje fanatiekelingen, tegen de haren instrijken.

Deze boeiende documentaire brengt hun idealistische strijd, de onwrikbare overtuigingen daarachter en de belangen waarop ze zo botsen helder in beeld. Het is een film over het hedendaagse Nederland, een land vol tegenstellingen die soms nauwelijks meer kunnen worden overbrugd. Waar polderen heeft plaatsgemaakt voor strijd, met het risico dat gedeelde belangen uit het oog verdwijnen.

Het Nieuwe Rijksmuseum

Column Film / Cinema Delicatessen

Trefzeker schildert Oeke Hoogendijk in deze vierdelige documentaireserie uit 2013 als een moderne Hollandse meester de eindeloze verbouwing van Het Rijksmuseum in Amsterdam, die in 2003 van start is gegaan en daarna alsmaar averij heeft opgelopen. Tien jaar lang bevindt het museum zich in transitie en wordt er over van alles en nog wat gebakkeleid: binnen het museum zelf en met de Fietsersbond, de Rijksgebouwendienst en de ingehuurde architecten uit Sevilla en Parijs.

Hoogendijk werkt in deze vierdelige serie, oorspronkelijk in twee delen uitgebracht in respectievelijk 2008 en 2013 en later ook nog vervat in een speciaal voor de bioscoop gemaakte film, voortdurend met contrast en synergie. Met een verduiveld slimme parallelmontage, waardoor verhaallijnen samenvloeien of op elkaar botsen, smeedt ze een meeslepend epos, waarin eindeloos gedoe over de restauratie van het museumgebouw, gesymboliseerd door een hoogoplopende publieke ruzie over de onderdoorgang en fietserstunnel, wordt gepaard aan datgene wat alle medewerkers van het museum bindt: hun uitputtende kennis van en pure liefde voor kunst. Elk (gerestaureerd) kunstwerk, elke (mogelijke) nieuwe aankoop en, ja ook, elk twistgesprek is doordesemd van pure passie voor het museum en z’n collectie.

Het Nieuwe Rijksmuseum (217 min.) heeft ook zijn eigen ‘helden’ voortgebracht: de degelijke hoofddirecteur Ronald de Leeuw, bijvoorbeeld, die had gehoopt het nieuwe Rijksmuseum op te kunnen leveren voor zijn pensioen. Diens flamboyante opvolger Wim Pijbes, die altijd wel een steen in zijn achterzak lijkt te hebben, om in de vijver te gooien. En de purist Taco Dibbits, die eerst als hoofd conservator 17e eeuw en later als directeur collecties openlijk warm loopt voor de topfunctie (en die in 2016 ook daadwerkelijk hoofddirecteur zal worden). Pijbes claimt later als directeur van een nieuw migratiemuseum ook een prominente rol in The Road To Fenix, terwijl Dibbits vanuit Het Rijksmuseum nog in diverse documentaires (Mijn Rembrandt, Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij en De Vereniging Rembrandt) zal figureren.

Behalve deze kopstukken stelen ook talloze stille krachten van Het Rijksmuseum op hun eigen manier de show. De kakkineuze hoofdconservator 18e eeuw Reinier Baarsen bijvoorbeeld, onvermoeibaar druk met het inrichten van zijn ideale ruimte. Huismeester Leo van Gerven, een noeste werker die dagelijks waakt over het gebouw en met een buks jaagt op duiven. En het zachtmoedige hoofd van het Aziatische Paviljoen Menno Fitski, wiens ogen beginnen te glinsteren bij alles wat met de aankoop van twee levensgrote beelden van Japanse tempelwachters heeft te maken. Het zijn boeiende karakters binnen een wereld die, met behulp ook van een kleurrijke klassieke soundtrack, nog niet eerder zo meeslepend in beeld is gebracht. En als alles is overwonnen en uitgevochten, volgt een aangrijpende apotheose: de officiële opening van Het Nieuwe Rijksmuseum.

Jean-Paul Goude: Breaking The Frame

AVROTROS

De man en zijn kunst zijn niet veranderd, betoogt de centrale verteller bij de start van Jean-Paul Goude: Breaking The Frame (52 min.). Maar de wereld wel.

Het werk van de Franse illustrator, regisseur, fotograaf, beeldhouwer, modeontwerper, reclamemaker en designer, zo lijkt de implicatie, moet dus vooral in z’n context worden gezien. In Goudes werk is een permanente fascinatie voor het menselijk lichaam, liefst van kleur, terug te zien. En bij zijn pogingen om barricaden tussen verschillende culturen te halen heeft hij zich regelmatig – andere tijd! – verlaten op exotische stereotypen. Daarmee is hij ook opgegroeid. Sla er Kuifje in Afrika bijvoorbeeld maar eens op na. Is een koloniale blik, ondanks al zijn goede bedoelingen, dan niet logisch?

In de jaren zeventig verwerft Jean-Paul Goude, laat Michel Guerrin zien in dit gedegen portret, de bijnaam ‘The French Correction’: met alle mogelijke middelen probeert hij – in het pre-Photoshop tijdperk, als ook plastische chirurgie nog niet wijdverbreid is – met slimme trucs en aanpassingen het uiterlijk van zijn modellen te verbeteren. Deze missie vervolmaakt hij met de supermodellen Radiah Frye, Farida Khelfa en Grace Jones (voor wie hij bijvoorbeeld haar kenmerkende kubistische kapsel bedacht). Goude maakt talloze iconische beelden van/met deze kleurrijke vrouwen.

Met hedendaagse ogen bekeken kunnen sommige Goude-creaties, constateren nieuwe generaties vrouwen, ook in deze film, helemaal niet door de beugel. Dit verrast Farida Khelfa. Zij heeft zich als model altijd laten voorstaan op haar Arabische roots. ‘Ik ben verbaasd dat mensen het niet gewoon als kunst kunnen zien.’ Jean-Paul Goude vindt de ophef rond sommige beelden die hij heeft gecreëerd zelfs ‘pure hypocrisie’. Bits: ‘Ze zien tegenwoordig overal racisme in.’ Tegelijkertijd zou hij sommige beelden, van een vrijwel naakte Grace Jones in een kooi bijvoorbeeld, liever niet hebben gemaakt.

Goude heeft nooit een statement willen maken, stelt hij met de wijsheid van nu. Hij is vooral op zoek geweest naar schoonheid.

The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets

Peacock

Het nieuws is de afronding van The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets (257 min.) al vooruitgesneld. Slechts twee weken nadat de Amerikaanse architect Rex Heuermann op 8 april 2026 officieel bekent dat hij acht vrouwen heeft vermoord, zal er een extra aflevering worden toegevoegd aan deze aanvankelijk uit drie delen bestaande true crime-serie van Jared P. Scott uit 2025. Nadat in de eerste afleveringen al Heuermanns echtgenote Asa Ellerup en dochter Victoria uitgebreid hun verhaal hebben gedaan, komt nu ook The Long Island Serial Killer zelf aan het woord. Over zijn ‘kill room rituals’.

Dat gebeurt via een omweg. De psycho- en familietherapeut Alison Winter speelt daarbij een sleutelrol. Zij begeleidt de verschillende gezinsleden bij het verwerken van wat er sinds de arrestatie van Rex op 13 juli 2023 op hen af is gekomen en heeft van hen ook toestemming gekregen om dit te delen – de vraag is wel waarom. Na de aanhouding van de man des huizes zijn Asa, Victoria en Heuermanns stiefzoon Christopher Sheridan in elk geval volledig beduusd. Ze kunnen niet geloven dat hun man/vader, die ze van haver tot gort denken te kennen, The Long Island Serial Killer is en willen dit uit zijn eigen mond horen. En daarin probeert Winter faciliterend te zijn.

Documentairemaker Jared P.  Scott is niet aanwezig bij deze sessies, maar bespreekt die wel uitgebreid na met Heuermanns gezinsleden en mag ook doorfilmen als de man zelf zich telefonisch bij hen meldt om nog het één en ander door te spreken. Dit levert ook extra informatie op over zijn misdrijven. Hij blijkt Karen Vergata bijvoorbeeld te hebben vermoord in 1996, toen de twee maanden zwangere Asa al naar Zweden was vertrokken om met hem in het huwelijk te treden. Had het één met het ander te maken? In hoeverre hield hun relatie sowieso verband met Rex Heuermanns moordlust? Of leefde de man écht twee volledig van elkaar gescheiden levens?

Het schokkende van deze miniserie zit uiteindelijk ook niet in de huiveringwekkende details van het ‘four day plan’, waarmee Rex Heuermann zijn daden vooraf tot in detail plande of de rituelen waarmee hij ze vervolgens daadwerkelijk ten uitvoer bracht, maar in de verknipte familiedynamiek rond de seriemoordenaar, die zich voor de camera ook ontwikkelt. De gevreesde ‘ogre’, boeman, lijkt vooralsnog ‘gewoon’ onderdeel van zijn gezin te blijven. ‘Ik wil die andere kant van Rex leren kennen’, vertelt zijn vrouw Asa Ellerup, die zelfs van plan is in Rex’s geheel gerenoveerde ‘kill room’ te blijven slapen, bijvoorbeeld nét iets empathisch. ‘Ik wil weten waarom hij al die vrouwen heeft gedood.’

Een buitenstaander zou wellicht denken: weg uit dat moordhuis, nooit meer een woord verspillen aan die killer. Zo gaat het echter niet in Huize Heuermann. Daar wordt na acht moorden – en de teller loopt… – nog altijd verbinding gezocht. Wat zegt dat over dit onfortuinlijke gezin of het trauma dat daarbinnen huishoudt? Feit is dat The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets een unieke inkijk geeft in het persoonlijke leven van een beruchte seriemoordenaar, dat verder nog psychologisch wordt ingekaderd door de befaamde FBI-profiler John Douglas (Mindhunter), en de indirecte slachtoffers van z’n daden, zijn eigen vrouw en kinderen.

Als gevolg daarvan is er aan het eind van deze zeer indringende miniserie nauwelijks nog aandacht voor zijn andere slachtoffers en hun nabestaanden, die in series als Gone Girls: The Long Island Serial Killer en Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders overigens al ruimschoots aan bod zijn gekomen. En hoewel Scott met zijn verwanten behoorlijk wat informatie over Heuermanns achtergrond opdiept, komt er ook op de waarom?-vraag – wat is de reden dat juist deze gewone en, behalve zijn grootte, tamelijk onopvallende man is gaan moorden? – uiteindelijk geen bevredigend antwoord. Als dat al bestaat…

Verweesd Eigendom

The Film Kitchen / Max

Ruim tachtig jaar later zijn ruim drieduizend objecten, persoonlijke bezittingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s werden geroofd van Joodse families en kunsthandelaren, nog altijd verweesd.

Tegenwoordig zijn de schilderijen, kasten, tapijten en andere spullen in bewaring bij de Nederlandse staat. Een groot deel bevindt zich in het depot van het Collectiecentrum Nederland te Amersfoort. Researchers gaan vier jaar lang onderzoek doen om deze ‘verweesde objecten’ te koppelen aan nabestaanden van de oorspronkelijke eigenaren, die de Tweede Wereldoorlog doorgaans niet hebben overleefd.

In de geserreerde documentaire Verweesd Eigendom (50 min.) volgen Piet de Blaauw en Frénk van der Linden dit proces aan de hand van twee concrete voorbeelden. De casus Van Son bijvoorbeeld. Als de Joodse familie uit Hilversum in 1940 met de boot naar Engeland is vertrokken, trekt een NSB’er in hun huis. Na de oorlog blijkt het meubilair en de kunstverzameling te zijn verdwenen.

Het schilderij Lezende Vrouw van de kunstenaar Jan Sluijters uit 1911 is bijvoorbeeld weg. Enkele jaren later duikt het werk ineens op bij de Biënnale in Venetië, waarna het wordt aangekocht door Het Van Abbemuseum in Eindhoven. Namens de jongste zoon Mischa van Son, wiens gezondheid inmiddels erg broos is, probeert familievriend André Broers het schilderij nu terug te krijgen.

De zussen Renée en Denise Citroen krijgen intussen bericht dat er servies is getraceerd van hun grootouders, die zijn vermoord in het vernietigingskamp Auschwitz. Of ze een claim willen indienen? Dat idee haalt emotioneel heel wat overhoop. In de praktijk blijkt het echter bijzonder lastig om de borden van het echtpaar, dat in Amsterdam een juwelierszaak runde, daadwerkelijk te verkrijgen.

Want hoewel alle betrokken functionarissen en organisaties welwillend zijn om geroofde spullen terug te bezorgen, zit de bureaucratie hen danig in de weg. Tot grote frustratie van de nabestaanden, die het gevoel krijgen dat ze blij zijn gemaakt met een dode mus. Tegelijk wordt de ‘culturele shoah’, constateren de zussen Citroen verontwaardigd in deze ingetogen pijnlijke film, niet gecorrigeerd.

De Nederlandse autoriteiten hebben te veel een ambtenarenmentaliteit om zich emotioneel in te kunnen leven, stelt ook Andre Broers bozig. Het aanvragen van restitutie blijkt steeds weer een mijnenveld waarin het gemakkelijk verdwalen is – en gewond raken bijna onvermijdelijk lijkt. Met als gevolg dat sommige rechthebbenden niet eens meer aan de pijnlijke en dure procedure beginnen.

De Adviescommissie-Asscher adviseerde onlangs overigens aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: maak Joodse roofkunst uit depots zichtbaar.

Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders

Prime Video

De conclusie is even pijnlijk als onvermijdelijk: The Long Island Serial Killer heeft alleen zo lang z’n gang kunnen gaan omdat zijn slachtoffers sekswerkers waren.

Als er rond de eeuwwisseling jonge vrouwen beginnen te verdwijnen in de regio New York, komt het onderzoek daarnaar maar niet echt op gang. De politie gaat er blijkbaar voetstoots van uit dat de sekswerkers zich zelf uit de voeten hebben gemaakt. En ook de aanname dat toch vrijwel niemand hen zal missen – wie zit er tenslotte te wachten op een vrouw die zich online aanbiedt als escort? – draagt vermoedelijk niet bij aan de urgentie van het politieonderzoek naar wat er met hen is gebeurd. Totdat er in 2010 en 2011 maar liefst tien verminkte lichamen worden aangetroffen op Gilgo Beach.

Begin april 2026 heeft de architect Rex Heuermann, de man die verantwoordelijk wordt gehouden voor deze verdwijningen, eindelijk bekend dat hij in de periode van 1993 tot en met 2010 in elk geval acht van deze vrouwen heeft vermoord. Deze beer van een vent (ook wel ‘ogre’, ofwel boeman, genoemd) uit Massapequa Park in Long Island gaat ongetwijfeld de geschiedenis in als een klassieke seriemoordenaar, van het kaliber Ted Bundy, Jeffrey Dahmer en John Wayne Gacy. Net zoals zij zal Heuermann nog tot in de lengte der jaren in true crime-boeken, -films en -documentaires worden opgevoerd.

Dat is overigens al ruim vóórdat hij in de boeien wordt geslagen begonnen. Met het boek Lost Girls (2013), later verfilmd door Liz Garbus, vestigt journalist Robert Kolker de aandacht op de dan nog onbekende killer. Sinds Heuermanns arrestatie op 13 juli 2023 volgen ook de documentaires elkaar in rap tempo op. Na producties zoals Garbus’ Gone Girls: The Long Island Serial Killer en The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets, waarin zijn verbijsterde echtgenote en dochter aan het woord komen, is er nu de gestaalde vierdelige serie Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders (171 min.).

Inmiddels is het nieuws dat Rex Heuermann de dader is alweer enkele jaren oud. Nu de zaak binnenkort voor de rechter komt, besteedt regisseur Emma Cooper dus beperkt tijd aan de vermissing van de vrouwen, de weerslag daarvan op hun nabestaanden en het haperende politieonderzoek. Ze schakelt halverwege door naar de man die al deze jonge levens op z’n geweten heeft. Cooper brengt dan een voormalige klasgenoot, secretaresse en enkele collega’s voor de camera en heeft zelfs een sekswerker getraceerd, die beweert dat ze op een date is geweest met The Long Island Serial Killer.

Ronduit onrustbarend wordt deze true crime-serie als Cooper inzoomt op wat er zoal in de kelder van Rex Heuermanns verwaarloosde huis, dat hij sinds jaar en dag met zijn gezin bewoont, wordt aangetroffen. Op ’s mans computer vindt de politie bijvoorbeeld het Word-document HK 2002-04, een zelf gemaakte checklist voor een seriemoordenaar. Waarop Heuermann nauwkeurig vastlegt wat hij bij zijn gruweldaden nodig heeft, hoe hij die het beste kan voorbereiden en waar hij naderhand op moet letten. Zodat er voldoende – koude rillingen over de rug – ‘play time’ overblijft.

En het einde van deze nachtmerrie lijkt voorlopig nog niet in zicht: Rex Heuermann bezit ook huizen in Las Vegas en South Carolina en heeft ook daar wellicht slachtoffers gemaakt. Wordt dus vervolgd. In nieuwe true crime-producties – of updates van al opgezette series.

Het Bloed Van Mijn Vader

BNNVARA / Tangerine Tree

Een belangrijk deel van wat Kimberley van haar biologische vader weet, weet ze uit het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Op zaterdagochtend 25 januari 2014 is Kenneth Renaldo Richards dood aangetroffen in zijn Amsterdamse woning. De Surinaamse café-eigenaar, bijgenaamd ‘Flaco’, is om het leven gebracht. ‘Kenneth deed niet zomaar voor iedereen open’, stelt presentatrice Anniko van Santen. ‘Nee, hij was daar zelfs heel kritisch in’, beaamt politiewoordvoerder Ellie Lust. ‘Dat hij zo voorzichtig was, kan te maken hebben met het feit dat hij in 1996 ontvoerd is geweest vanwege een drugsgerelateerd conflict.’

Kenneths dochter Kimberley is zeventien als hij wordt vermoord. Ze kennen elkaar slechts beperkt. Ruim tien jaar later zoekt zij nog altijd naar antwoorden: wat is er destijds gebeurd en wie was haar vader eigenlijk? Ze reist naar Suriname en begint eens rond te bellen in de familie- en vriendenkring. ‘Wanneer iemand is overleden, kan jij die persoon niet meer zien’, houdt één van haar gesprekspartners Kimberley voor. ‘Maar vanuit de hemel ziet ie alles. Hij ziet ‘t.’ Ze herhaalt: ‘Hij ziet ‘t.’ Veel wijzer wordt z’n dochter verder niet. Mensen die haar vader hebben gekend laten het achterste van hun tong niet zien of willen hem niet in een kwaad daglicht stellen.

Een Surinaamse paragnoste kenschetst Kenneth dan weer als een levensgenieter. ‘Hij heeft bijna alles gedaan wat God verboden heeft’, zegt ze tegen Kimberley. ‘Ik hoop dat je dat weet.’ Daarmee moet de jonge vrouw ’t zo’n beetje doen. Kenneth Richards wil maar niet meer worden dan een schim uit het verleden. Terwijl zij in Het Bloed Van Mijn Vader (52 min.) de man die haar op de wereld heeft gezet probeert te vatten en ook stappen zet om officieel zijn dochter te worden, komt ook haar eigen achtergrond steeds duidelijker in beeld. Op het moment dat haar vader stierf, was Kimberley bijvoorbeeld zelf uit huis geplaatst. Ze werd beschouwd als een probleemjongere.

Hoewel ze in de praktijk niet veel verder komt, boekt Kimberley in haar hoofd wel degelijk vooruitgang. Regisseur Jorn Koning omlijst dit persoonlijke proces met sfeervolle sequenties die haar gemoedstoestand weerspiegelen en mythische dronebeelden van de Surinaamse jungle, waarin allerlei familiegeheimen verborgen lijken te zijn én blijven. Het is uiteindelijk aan Kimberley Richards zelf – de jonge vrouw die voorheen bekend stond als Kimberley van Friderici – om de man die achter haar herinneringen vandaan komt te omarmen. Ondanks – of juist door – dat haar vader was wie hij was.