The AI Doc: Or How I Became An Apocaloptimist

Netflix

Na het alarmistische eerste half uur van zijn film The AI Doc: Or How I Became An Apocaloptimist (105 min.) kunnen ze documentairemaker Daniel Roher (Navalny) opvegen. Kunstmatige intelligentie, ofwel AI, zorgt voor de ondergang van de mensheid.

De ontwikkeling van AGI (Artificial General Intelligence), de Heilige Graal van AI, zal een grotere impact hebben dan de Industriële Revolutie. Het systeem wordt slimmer dan de gehele mensheid bij elkaar (!), volstrekt superieur in het herkennen en vervolgens manipuleren van patronen. Zonder enige vorm van ethiek of moraal. Dat kan alleen verkeerd aflopen. Sommige van de vooraanstaande experts in deze zoekende, vlot en aantrekkelijk opgediende denkfilm van Roher en zijn coregisseur Charlie Tyrell gaan er zelfs vanuit dat hun eigen kinderen nooit de middelbare school zullen bereiken.

Dit toekomstperspectief voelt als een klap in het gezicht voor Roher: zijn echtgenote Caroline Lindy, die tevens dienst doet als verteller van deze docu, is zwanger van hun eerste kind. Hij snakt dus naar licht aan het einde van de tunnel. Welkom, Peter Diamandis. ‘De enige tijd die spannender is dan vandaag is morgen’, stelt deze exponent van het ‘data-gedreven optimisme’. Volgens hem is superintelligentie geen bedreiging maar een voorwaarde voor het voortbestaan van de menselijke soort, hét antwoord op grote uitdagingen zoals pandemieën, hongersnood en klimaatverandering.

De aanstaande vader Roher weet nog niet aan welke kant hij staat, bij de doemdenkers of de rasoptimisten. Want zelfs de meest hoopvol gestemde deskundigen maken zich zorgen om de ‘racedynamiek’ rond AI. Hoe kunnen ze daarvan een race naar de top, in plaats van richting de bodem maken? Roher benadert de CEO’s van de vijf belangrijkste AI-bedrijven, ‘de Oppenheimers van dit moment’. Twee van hen staan hem niet te woord over het fenomeen dat net zo bedreigend zou kunnen worden als kernwapens. Mark Zuckerberg (Meta) heeft geen behoefte om te reageren, Elon Musk (xAI) geen tijd.

Sam Altman (OpenAI), Demis Hassabis (Google Deepmind) en Dario Amodei (Anthropic) staan hem wél welwillend te woord. Roher legt hen eerst de vraag voor of het verstandig is om nu een kind op de wereld te zetten en krijgt ogenschijnlijk eerlijk antwoord. Daarna pleiten de AI-hotshots eensgezind voor internationale afstemming en onafhankelijk toezicht. Net als bij nucleaire wapens. ‘Er zijn op dit moment meer regels voor de verkoop van een broodje dan voor de bouw van een AI, die de wereld kan vernietigen’, voegt de computerwetenschapper Connor Leahy daar nog gortdroog aan toe.

Voor het indammen en afremmen van Artificial Intelligence is publieke druk nodig, betoogt Daniel Roher, nadat zijn vrouw Caroline, net moeder geworden, het oorspronkelijke einde van deze urgente en toch ook wel onrustbarende film heeft afgeschoten met de kwalificatie ‘Kumbaya-onzin’. Haar echtgenoot herpakt zich, met een onverbloemde oproep aan alle ‘Apocaloptimisten’ om in actie te komen.

Jay-Z In 8

vanaf zaterdag 19 september op MUBI

Twee mannen van middelbare leeftijd aan een tafel. Tegenover elkaar, in een immense zaal. In zwartwit ook, volledig gericht op elkaar. Een zwarte man, met dreads en een flinke muts op. En een witte, met een kalend hoofd en een volle grijswitte baard. Hiphop-superster Jay-Z en sterproducer Rick Rubin, in wat een Amerikaanse aflevering van Zomergasten of een portretterende podcast zou kunnen zijn. Van bijna zes uur, in acht bedrijven: Jay-Z In 8 (354 min.).

Gastheer Rubin, een cruciale figuur in de ontwikkeling van de Amerikaanse rock en rap, was enkele jaren geleden zelf hoofdpersoon van een docuserie, Shangri-La (2019), en ontving eerder ook al ex-Beatle Paul McCartney voor een diepgaand gesprek in McCartney 3, 2, 1 (2021). Rubin is zen. Geen man voor kritische vragen. Hij heeft zich volledig ondergedompeld in z’n gesprekspartner, neemt (blootsvoets en zo nu en dan ook in kenmerkende kleermakerszit) plaats op zijn stoel en vraagt vervolgens raak, met oprechte interesse, bijna kinderlijk enthousiasme en soms een filosofische inslag.

De geanimeerde conversatie met rapper en producer Shawn Carter, alias Jay-Z, is doorsneden met sleutelsongs uit diens lange loopbaan. De teksten daarvan, waarin hij zijn ziel binnenstebuiten keert, worden zonder poespas in beeld gebracht. Geen blingbling uit de videoclips dus, maar de pure straatpoëzie. De twee mannen luisteren aandachtig, wisselen blikken van herkenning uit en knikken en fluisterrappen zo nu en dan ook enthousiast mee. Twee mannen, jongetjes bijna, in verbinding. Knuffelend zelfs. Bloedsbroeders die voor het oog van de wereld diezelfde wereld even lijken te vergeten.

Tegen die opzet en Rubins werkwijze valt best wat in te brengen – wanneer mondt invoelen bijvoorbeeld uit in stroop om de mond smeren? hoe is bepaald wat er aan de orde komt? – maar hij creëert een veilige omgeving voor Jay-Z om diepgaand te reflecteren op zijn achtergrond, familie, imago, carrière en relatie (met Beyoncé; haar naam valt niet eenmaal). Deze omvangrijke gespreksfilm voelt echt als een samenwerking, waarbij Rubin op de aftiteling staat vermeld als regisseur en Jay-Z als executive producer, en wordt een ongegeneerde viering van Jay-Z’s taal, verhaal en muziek.

Teenage Wasteland

Netflix

De houding van Gary Grossman, de hoofdredacteur van de plaatselijke krant The Times Herald Record, is exemplarisch. Hooghartig wuift hij begin jaren negentig in een live-uitzending van MHS TV, een schoolproject van de Middletown High School, elke suggestie van de hand dat er sprake zou kunnen zijn van een milieuschandaal. Eerder hebben leerlingen, die onderzoek doen naar giftig afval op de lokale stortplaats, al tevergeefs een videotape met hun bevindingen afgeleverd bij zijn krant. En ook bij bestuurders van Middletown in de Amerikaanse staat New York vangen zij bot.

De jeugdige deelnemers aan het project onderzoeksjournalistiek, begeleid door de populaire docent Elektronische Media Fred ‘Hippiefred’ Isseks, laten zich echter niet afschrikken. Ze blijven hun tanden zetten in de ernstig vervuilde bodem en het vergiftige grondwater, die een serieus gevaar voor de volksgezondheid vormen in het Amerikaanse stadje. Ruim dertig jaar later blikken de jongeren van toen, die destijds de ‘Toxic Avengers’ werden genoemd, in de documentaire Teenage Wasteland (alternatieve titel: Middletown, 110 min.) terug op deze kwestie, die hun middelbare schoolperiode heeft gekleurd.

Het filmmakende duo Jesse Moss en Amanda McBaine, dat eerder samen de documentaires Boys State (2020), The Mission (2023) en Girls State (2024) maakte, laat hen voor deze reconstructie hun eigen reportages, studio-uitzendingen en de docu’s The Wallkill Dump en Garbage, Gangsters And Greed nog eens zien en brengt hen ook bij elkaar om die periode van jeugdig idealisme te herbeleven. Als middelbare schoolleerlingen werden zij de belichaming van het begrip ‘burgerlijke moed’. Hun begeleider Isseks had hen daarvoor een heel simpele instructie gegeven: doe alsof je in een functionerende democratie leeft.

Zo stuiten ze in deze stevige film, niets minder dan een reclamespot voor de journalistiek, op enkele onvergetelijke vuilnisbeltmedewerkers, een sympathiserende natuurpatholoog en een heuse anonieme bron, hun eigen ‘Deep Throat’. Terwijl de gedreven tieners door sommige bewoners van Middletown worden weggezet als notoire complotdenkers, zet de klokkenluider ‘Mr. B.’ hen op het spoor van een gezelschap dat zich als plaatselijke Sopranos onledig houdt met ‘waste management business’: het illegaal én lucratief dumpen van afval, waarbij lokale functionarissen nog wel eens een zakcentje toegestopt krijgen.

Want in deze wereld geldt: garbage is gold.

Molly Vs. The Machines

VPRO / zondag 27 september, om 22.40 uur, op NPO2

Zoals elke avond had hij de voordeur afgesloten. Via de smartphone van zijn puberdochter kwam de buitenwereld echter alsnog binnen. In de nacht van 20 op 21 november 2017 maakte Molly Russell een einde aan haar jonge leven. Sindsdien voert haar vader Ian, namens haar en al die andere tieners die zijn overgeleverd aan social media, strijd tegen de tech-giganten. In de laatste uren van haar leven werd Molly op Instagram, onderdeel van Meta, gebombardeerd met berichten over zelfdoding, depressie en zelfpijniging. Totdat ze daar fatale consequenties aan verbond.

In de urgente documentaire Molly Vs The Machines (uitzendtitel: Molly versus het algoritme, 83 min.), geïnspireerd op het boek The Age Of Surveillance Capitalism van Harvard-hoogleraar Shoshana Zuboff, plaatst Marc Silver de tragische casus van de Britse tiener binnen de evolutie van het internet, het ontstaan van sociale media en de doorontwikkeling daarvan tot platforms voor ‘surveillance kapitalisme’. Uit de levens van gewone burgers destilleert Big Tech voorspellingen, die worden verkocht aan de hoogste bieder. Met hun eigen gebruikers, inclusief kwetsbare kinderen, als handelswaar.

Instagram heeft mijn veertienjarige dochter helpen doden, concludeert Ian Russell, die besluit om terug te vechten tegen de algoritmes en de tech-bro’s voor de rechter daagt. Hij fungeert als hoofdpersoon voor deze ingenieuze film, waarin daarnaast nog een andere verteller, gecreëerd met behulp van AI, wordt geïntroduceerd. Die schetst de techkant van de kwestie. Trefzeker reconstrueert Silver, met acteurs in een onwerkelijk decor, bovendien de rechtszitting, waarin zij tegenover elkaar komen te staan. Molly’s familie, haar vriendinnen en hun advocaten kijken toe.

Molly’s persoonlijke geschiedenis wordt zo vastgeklikt aan het Metaverhaal, waarin we allemaal – inclusief ons dierbaarste bezit, onze kinderen – participeren in een sociaal experiment. Daarbij geeft Silver, via enkele klokkenluiders, een alarmistische boodschap af: de techreuzen zijn zich bewust van de schade die hun product kan veroorzaken, maar willen er niets aan doen. Illustratief is de reactie van Meta-baas Mark Zuckerberg na de herverkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten: het moet afgelopen zijn met censuur op onze platforms.

De vrijheid van meningsuiting staat weer voorop, heet ‘t dan. ‘In reality it’s a trade off’, stelt Zuckerberg. ‘It means we’re gonna catch less bad stuff.’ Ian Russell bekijkt ‘t met een cynische glimlach. Catch. Less. Bad. Stuff. ‘Het is nu wel duidelijk dat veiligheid deze platforms geen ene zier kan schelen’, verzucht hij. Waarna Marc Silver er nog een dwingende call to action aan toevoegt: ‘Eis je slaapkamers weer op als plekken van privacy, veiligheid en zelfbeschikking. Vergeet niet: de macht ligt in jouw handen!’

Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Rien

FC Twente Media / woensdag 23 september, om 21.25 uur, op NPO3

Als één lied het gevoel van verbroedering uitdrukt dat voetbal te weeg kan brengen, dan is het You’ll Never Walk Alone. Rien Kamphuis heeft het vast wel eens meegezongen in het stadion van FC Twente. Toch moet hij zich ook regelmatig zielsalleen hebben gevoeld op de tribune. In 2025 stapt Rien uit het leven. Hij is nog geen 25.

Riens kostje lijkt op het eerste oog gekocht. Hij staat op het punt om wiskundedocent te worden, wordt alom gewaardeerd als jeugdvoetbaltrainer en behoort tot een uitgebreide vriendengroep. In Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Rien (50 min.), een nieuwe aflevering van de Nederlandse docuserie, probeert Martijn Willemen met zijn familie en vrienden te vatten waarom ie desondanks niet meer verder wilde. Riens dood heeft hen allemaal overvallen. Terwijl hij daar, zo blijkt later, in stilte al een hele tijd over nadenkt.

De basis daarvoor – het mag geen verbazing wekken, gezien de titel van deze reeks – ligt ongetwijfeld in zijn pestverleden. Als jong kind is Rien volgens zijn moeder Ilse een ‘knuffelkont’, maar komt ook het plagen en treiteren op gang. Rien kan zich volgens haar verbaal niet zo goed verdedigen en is daardoor een gemakkelijk slachtoffer. Hij wordt uiteindelijk naar een training sociale vaardigheden gestuurd. Hadden ze daar niet beter de pesters naartoe kunnen sturen? vraagt zijn vader Gregor zich nu af.

Het gepest in zijn jonge jaren, dat even ook dreigt over te slaan naar zijn voetbalclub, raakt Rien nooit meer helemaal kwijt. Hij verbergt dat zoveel mogelijk. Zijn Twente-vrienden beschouwen hem zelfs als ‘een sfeermakertje’. In zijn dagboek, dat zijn dierbaren na z’n dood lezen, deelt hij wat er werkelijk in hem omgaat. Het is geschreven in de derde persoon, alsof hij die afstand nodig heeft om in zijn eigen ziel te kijken. Daar weet Rien ook: ik val op jongens. Hij is iets wat hij niet wil zijn, aldus zijn vader.

En dat begint op die tribune, waar zijn voetbalmaten nu een plekje voor hem vrijhouden, steeds meer te wringen, constateren familie en vrienden in deze rechttoe rechtaan docu, die is aangekleed met Riens Spotify-playlist, met daarop bijvoorbeeld Coldplay’s The Scientist: ‘Nobody said it was easy’. Rien probeert de grappen en spreekkoren over homo’s te negeren. ‘Als ik uit de kast moet komen, dan maak ik er een eind aan’, noteert hij voor zichzelf. ‘Deze gedachte is natuurlijk heel erg fout. Maar het gaf mij rust.’

Bij FC Twente hebben z’n voetbalvrinden na zijn dood een spandoek opgehangen: YNWA Rien. De spelers gaan ermee op de foto. You’ll Never Walk Alone.

Wilder

Getty Images / NTR

Trekkebenend loopt hij als snoepfabriekeigenaar Willy Wonka de fameuze film Willy Wonka & The Chocolate Factory (1971) in. Het is een idee van acteur Gene Wilder zelf. Als Wonka’s wandelstok zogenaamd vast komt te zitten in het asfalt, laat ie zich voorover vallen en maakt daar vervolgens een koprol van. Hij sluit af met een buiging. Zo begroet Wonka de kinderen die een bezoek brengen aan zijn snoepfabriek. Waarom hij zo z’n entree wil maken in de film, die is gebaseerd op Roald Dahls kinderboek Sjakie En De Chocoladefabriek? vraagt regisseur Mel Stuart. ‘Omdat ze vanaf dat moment nooit meer weten of ik lieg of de waarheid spreek’, antwoordt Wilder.

Het is exemplarisch voor de werkwijze van de acteur, regisseur en persoon Gene Wilder (1933-2016), die furore maakt met (komische) films zoals The Producers, Blazing Saddles en Young Frankenstein. Achter de lol zitten altijd kwetsbaarheid, melancholie en een zekere labiliteit. Om de man achter het personage te pakken te krijgen verlaat regisseur Chris Smith zich in dit postume portret op Wilders neef (en filmmaker) Jordan Walker-Pearlman, voor wie hij een soort surrogaatvader was. Hij deed eind jaren negentig ook een interview met hem, dat nu als onderlegger fungeert voor Wilder (uitzendtitel: Gene Wilder – Achter de lach, 85 min.), een docu die verder uit filmfragmenten, archiefbeelden en oude interviews bestaat.

De man die bekend zal worden als Gene Wilder komt ter wereld als Jerry Silverman. In 1961 meet hij zich die artiestennaam aan, een verwijzing naar zijn moeder Jeanne die net daarvoor is overleden. Nadat zij, als hij nog maar zeven is, een hartaanval heeft gehad, zegt de dokter al tegen de kleine Gene: zorg dat je haar nooit kwaad maakt. Dat zou het einde van haar leven kunnen betekenen. Laat haar lachen! En dat zal zijn parool worden. Hij oogt daarbij als een menselijke variant op zo’n beschadigd Japans kunstwerk waarvan de breuklijnen zijn opgevuld met goud- of zilverlak, stelt zijn neef Jordan. De barsten en littekens worden niet verborgen, maar zijn juist veredeld.

Wilder blijft desondanks een ongrijpbare figuur in deze documentaire, waarin zijn carrière – en van daaruit ook mondjesmaat zijn privéleven – wordt uitgelicht. Smith doet dit aan de hand van drie personen die hem bij de hand hebben genomen: regisseur en acteur Mel Brooks (waarnaar Wilder opkijkt als een grote broer), komiek Richard Pryor (met wie hij een zeer succesvol filmduo vormt) en Saturday Night Live-ster Gilda Radner (op wie hij smoorverliefd wordt). Met en via hen kan hij zichzelf verwerkelijken, een man die volgens eigen zeggen via het acteren de liefde probeert te krijgen die ontbreekt in zijn leven. En dat lijkt, afgaande op dit alleraardigste portret, heel behoorlijk gelukt.

Welcome To The Family: The Murder Of Dan Markel

Disney+

Hij was naar verluidt een zeer strenge rechtendocent, maakte met zijn blog Prawlsblawg bepaald niet alleen vrienden en stond een New Yorkse rabbi bij in de geruchtmakende Prodfather-zaak. Als Daniel Markel op de ochtend van 18 juni 2014 koel wordt geliquideerd op de oprit van zijn eigen huis in een nette wijk van Tallahassee, een zaak die half Amerika in z’n greep krijgt, weet de politie van Noord-Florida nog niet in welke hoek ze de dader of diens opdrachtgever moet vinden.

Twaalf jaar later maakt de titel van deze vierdelige true crime-serie op voorhand al duidelijk waar volgens regisseur Sebastian Smith het echte verhaal zit: Welcome To The Family: The Murder Of Dan Markel (169 min.). Bij Markels schoonfamilie om precies te zijn, de Adelsons, een gefortuneerde familie uit Miami in Zuid-Florida. Ten tijde van zijn dood was Markel verwikkeld in een vechtscheiding met zijn ex-vrouw Wendi Adelson, die hun twee zoontjes wilde meenemen naar het zuiden van de staat.

Die strijd om de voogdij lijkt een aannemelijk motief en is mogelijk ook de aanzet geweest voor het opzetten van een huurmoord. Daarmee zou zo’n 15.000 dollar gemoeid zijn, volgens Wendi’s nieuwe (en al snel ook alweer ex-)vriend Jeff Lacasse. Die stelt ook: de Adelson-familie is ‘ongezond verstrengeld’. Wendi’s vader Harvey, moeder Donna en broer Charlie zouden een al even ongezonde diepgewortelde ‘Dan-haat’ hebben. Alleen oudste broer Robert, het zwarte schaap van de Adelsons, blijft daarbuiten.

Smith pluist alle intriges rond de moord op die gehate zwager/schoonzoon uit met de betrokken rechercheurs, getuigen, vrienden, kennissen en, jawel, een true crime-podcaster. Bij dat complot zouden zoveel verschillende personen betrokken zijn geraakt dat hij de onderlinge verhoudingen bovendien in beeld brengt met wassen poppetjes, zonder gezichtsuitdrukking, die samen een tamelijk verknipte familie-opstelling vormen en de rechtbankverklaringen, verhoorbeelden en telefoonopnames aanvullen.

Met een even ingenieuze als twijfelachtige undercoveroperatie proberen de FBI en de politie de moordzaak, die dan al jaren aansleept, uiteindelijk vlot te trekken. Uitgangspunt daarbij is dat niet alleen degenen die de trekker overhaalden hun straf moeten uitzitten. Ook hun vermoedelijke opdrachtgevers, Dan Markels ‘monsters-in-law’, mogen de dans niet ontspringen. Vooralsnog wanen die zich echter onaantastbaar en laten ze zich ook zeker niet zomaar in de val lokken of inrekenen.

De Adelsons vormen zo, ook voor de nét iets te gretig meelevende Amerikaanse true crime-gemeenschap en kijkers van deze adequate miniserie, een prettig doelwit. Net als bijvoorbeeld de Dursts en Murdaughs, steenrijke families die eveneens betrokken raakten bij spraakmakende misdrijven, representeren zij een kaste die overal mee lijkt weg te komen en nu maar eens hardhandig tot de orde moet worden geroepen.

Billy Idol Should Be Dead

Live Nation

Zijn arrogante grijns wordt inmiddels omlijst door een oude mannengezicht. Het haar is, een kleine halve eeuw nadat hij met zijn band Generation X onderdeel werd van de eerste punkgolf, in elk geval nog altijd peroxideblond. En, ogenschijnlijk zonder al te veel moeite, krijgt hij ook die gebalde vuist nog wel stoer in de lucht.

In zijn jonge jaren was Billy Idol even onuitstaanbaar als onweerstaanbaar. Een wandelend – nee: continu poserend – rock & roll-cliché, zeker toen hij eenmaal solo en naar New York was gegaan. Samen met MTV werd Idol groot en scoorde hij in de eighties hits als White Wedding, Rebel Yell en Eyes Without A Face. Rockend, snuivend en neukend in de allerhoogste versnelling – op weg naar het totale niets.

Want uiteindelijk wordt de act Billy Idol zelfs William Broad, kind van een net middenklassegezin uit Bromley in Greater London, te veel. Halverwege de jaren tachtig begint dat ongenaakbare imago, en het bijbehorende destructieve gedrag, hem steeds meer op te breken. Hij is voortdurend ‘coked up’, neemt nogal eens een overdosis en heeft een motorongeluk. Wel met een Harley-Davidson, gelukkig.

Vandaar ongetwijfeld ook de titel van deze typische rockdoc: Billy Idol Should Be Dead (135 min.), waarin regisseur Jonas Åkerlund behalve Billy zelf ook zijn moeder Joan, zus Jane, ex Perri en kinderen Willem, Bonnie en Brant, allerlei profi’s uit de muziekbusiness en bekende collega’s zoals Miley Cyrus, Nile Rodgers, Billie Joe Armstrong, Steve Jones en Pete Townshend aan het woord laat.

Zijn lotgevallen hebben vaak een karikaturaal randje. Als hij probeert te stoppen met heroïne, vertelt Billy Idol bijvoorbeeld over zijn bijzonder hardnekkige drugsverslaving, stapt ie over naar crack. Zulke sterke verhalen zijn door Åkerlund vervat in comic-achtige animaties, die ‘s mans cartooneske karakter nog eens bevestigen en laten zien dat hij, zonder dat motorongeluk, ook carrière had kunnen maken als actieheld.

Totdat het zelfs voor hem, de Britse bloedsbroeder van onze eigen Herman Brood, te zwaar wordt om ‘Mr. Rock & Roll 24/7’ te zijn. De schuinsmarcheerder van weleer lijkt tegenwoordig zelfs eerst en vooral een echt familiemens, dat bovendien zeker niet onsympathiek overkomt. Maar of dit betekent dat hij ook een brave burgerman is geworden?

FLY – Beyond The Spectrum

Cinema Zed / Dalton

Laten we eerst een open deur intrappen: aan hun voorkomen valt op geen enkele manier af te lezen met welk predicaat ze door het leven gaan. Jules Tilborghs, Kieran Verswijvelen, Brian Fonteyn en Jason Strijp ogen als volstrekt normale jongvolwassenen – ook al zijn ze alle vier gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. De Vlamingen zijn druk doende om hun eigen plek te vinden in de wereld.

In 2015 zaten ze nog samen op een school voor buitengewoon secundair onderwijs in Sint-Niklaas, SBSO Baken. Regisseur Steven Janssens verzorgde daar toen een filmworkshop, die blijkbaar nogal uit de hand is gelopen. Tien jaar lang werkten ze samen aan de hybride documentaire FLY – Beyond The Spectrum (73 min.). Dat is dus geen film óver neurodiverse jongeren, maar ván en mét neurodiverse jongeren.

Zij hebben hun eigen ontwikkeling, en die van hun vrienden en klasgenoten, zelf gefilmd, maar zijn ook de straat opgegaan om vox pops van gewone Belgen over autisme op te halen. Kieran heeft bovendien foto’s en de soundtrack verzorgd, terwijl Jules daarin, als JTSO, enkele persoonlijke songs zingt en produceert. Dit emancipatoire project is echt in co-creatie tot stand gekomen en geeft een straf beeld van hun levens en belevingswereld.

Ze hebben elk hun eigen uitdagingen. Kieran voelt zich een outsider en zoekt nu na een bewogen schoolperiode naar z’n plek. Jules heeft het Alice In Wonderland-syndroom, een neurologische aandoening die de waarneming verstoort, en wil in Amerika een toekomst opbouwen met z’n vriendin. Brian heeft behalve autisme ook ADHD en Gilles de la Tourette. Hij is trots op z’n baan, maar heeft medicatie nodig om die vol te houden.

Jason tenslotte onderhoudt een lastige relatie met zijn ouders en baalt ervan dat hij zijn eigen geld niet mag beheren. ‘Geen zeg over m’n eigen’, legt hij bozig uit. Jason voelt zich gevangen en wil meer vrijheid. Bij hem wordt de spanning die zij allemaal soms ervaren in hun leven, net als veel leeftijdsgenoten overigens, het meest manifest. Tegelijk toont hun film hem ook helemaal in zijn element, boksend en werkend op een vissersboot.

Want FLY – een afkorting van First Love Yourself – reikt voorbij de stereotiepe beelden die een autismespectrumstoornis nog altijd kan oproepen.  Zonder de uitdagingen in hun levens weg te poetsen, laat de film clichés links liggen en presenteert Kieran, Jules, Brian en Jason, zowel via de inhoud als de vorm, als jongvolwassenen met hun eigen kansen, talenten en doelen – en, uiteindelijk, ook het zelfvertrouwen om daar achteraan te gaan.

The Match

September Film / vanaf donderdag 17 september in de bioscoop

De Falkland-oorlog van 1982 werpt vier jaar later nog altijd z’n schaduw over de wedstrijd tussen Engeland en Argentinië, in de kwartfinale van het wereldkampioenschap voetbal in Mexico op 22 juni 1986. Het is de dag waarop ‘de Hand van God’ zal interveniëren in een voetbalwedstrijd – en één enkele speler boven alle gewone stervelingen zal uittorenen.

Toch is The Match (91 min.), de gestileerde documentaire van Juan Cabral en Santiago Franco, meer dan simpelweg het verhaal van Diego Maradona, aan de hand van zijn meesterstuk. Cabral en Franco plaatsen de Britse teamcaptain Gary Lineker (terzijde gestaan door de oud-internationals John Barnes en Peter Shilton) en zijn Argentijnse tegenhanger Jorge Valdano (ondersteund door z’n ploeggenoten Oscar Ruggeri, Jorge Burruchaga, Ricardo Giusti en Julio Olarticoechea) in een breed opgezette vertelling, die de context, het belang en de reikwijdte van die ene legendarische wedstrijd met veel bravoure uitdiept. Lineker en Valdano krijgen ook meteen de rol van verteller toebedeeld.

Die match begint overigens pas halverwege. De filmmakers nemen eerst de tijd om alle bouwstenen voor dat titanengevecht te schetsen. Het wegzenden van de Argentijnse speler Antonio Rattín tijdens het WK van 1966 in Engeland bijvoorbeeld, de directe aanleiding voor de wereldvoetbalbond FIFA om rode kaarten, en gele, te introduceren. Of de onverwachte entree van Diego Maradona tijdens een concert van de Britse rockband Queen in Argentinië, voor zijn eigen versie van de klassieker Another One Bites The Dust. En, natuurlijk, het plotseling opvlammende gewapende conflict tussen de twee landen rond Las Malvinas, ofwel de Falklandeilanden, voor de kust van Argentinië.

In het Azteca-stadion duurt het tot de tweede helft voordat de wedstrijd loskomt. Eerst door Maradona’s handsbal, één van de meest omstreden doelpunten uit de voetbalhistorie. Drie minuten later gevolgd door zijn allermooiste doelpunt, een weergaloze solo langs vijf verbouwereerde Engelsen. Cabral en Franco laten de fameuze goal in eerste instantie niet zien. Ze geven simpelweg de Argentijnse commentator van dienst alle ruimte en tonen ondertussen close-ups van de gebiologeerde gezichten van de oud-spelers, terwijl zij de beelden aanschouwen die hun verdere leven hebben bepaald – al is ook de zogeheten ‘Nek van God’ essentieel geweest voor de Argentijnse overwinning.

The Match wordt zo een lekker lyrische film over sport, politiek en mythologie, die het gejuich in het hier en nu of toen en daar ontstijgt. Over een wedstrijd die véél meer is geworden dan een krachtmeting tussen twee voetbalelftallen – en topsport behandelt als de hartslag van een land, tijd en wereld.

Patrice: The Movie

ABC News Studios / vrijdag 18 september, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

Het leven lacht Patrice Jetter toe. De Afro-Amerikaanse vrouw, rond de zestig inmiddels, kan er niet over uit: ze heeft een fijne job als klaarover, kan helemaal wegdromen bij haar uitbundig aangeklede modeltreinenbaan en vormt samen met lief Garry Wickham bovendien een aandoenlijk kunstschaatsduo.

Dat leven is zo bijzonder dat ze er een film aan heeft gewijd: Patrice: The Movie (102 min.), geregisseerd door Ted Passon. Patrice heeft daarvoor tekeningen gemaakt van haar eigen leven. Ze gebruikt die als decor om haar eigen geschiedenis, met kinderen in de rol van haar ouders en andere sleutelfiguren uit haar kleurrijke bestaan, na te spelen. In een docu die laat zien dat het leven met een beperking ten volle kan worden geleefd – ook al was (en is) het lang niet altijd gemakkelijk.

Één ding zit de uitgesproken Patrice nog wel dwars. Garry en zij zijn verplicht aan het latten. Want als ze zouden trouwen raken zij hun uitkering kwijt. De twee voelen zich gestraft voor gevoelens die iedereen heeft. Ze mogen zelfs niet samen in een huis wonen. Patrice en Garry besluiten dus een soort huwelijksceremonie te organiseren, waarbij ze elkaar een ring gaan overhandigen. Die waren slechts twintig dollar per stuk, bij de Walmart. Want ze moeten wel op de centjes letten.

‘Ze kunnen de rambam krijgen’, zegt Garry strijdbaar. ‘Ze kunnen misschien tegenhouden dat we gaan trouwen of samenwonen, maar niet dat we van elkaar houden.’ Terwijl de twee zich voorbereiden op de ceremonie en de bijbehorende geldproblemen, nog eens verergerd door een kapotte rolstoelbus, proberen te tackelen, starten ze dus ook een campagne op tegen deze ‘huwelijksstraf’. Met hulp van hun autistische vriendin Elizabeth, die even gevoelig als doortastend en vindingrijk blijkt.

En daarmee heeft deze onweerstaanbare feel good-docu meteen een missie. Passon fietst er zo tegelijk, zonder dat zijn film ook maar een ogenblik topzwaar wordt, een groter thema in: de achtergestelde positie van Amerikanen met een functiebeperking. Een mensenrechtenkwestie waarvoor Patrice, Garry en hun vrienden de perfecte pleitbezorgers zijn. Hartveroverende personages, die voor een lach en een traan zorgen en van deze documentaire een héérlijke kijkervaring maken.

Turning Point: Generation 9/11

Laurel Homer / Netflix

Met de Turning Point-serie heeft Brian Knappenberger in de afgelopen jaren de recente Amerikaanse historie in kaart gebracht: van de Koude Oorlog en de Vietnamoorlog tot de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Bij die laatste dag, de meest traumatische gebeurtenis voor Amerikanen sinds Pearl Harbor en de moord op president John F. Kennedy, start ook Turning Point: Generation 9/11 (99 min.). Over de generatie die is opgegroeid met – en steeds vaker ook: zonder – de onvergetelijke beelden van hoe Al Qaeda’s vliegtuigen zich in het World Trade Center en het Pentagon boorden.

Over enkele jaren is het merendeel van de Amerikanen ná 9/11 geboren, stelt de historicus Garrett M. Graff, auteur van het boek The Only Plane In The Sky. Hij was zelf twintig ten tijde van de terroristische aanval in 2001. Terwijl hij gewone Amerikanen laat vertellen over hun herinneringen aan die traumatische dag en ook het leven daarna met hen bespreekt, vermeldt Knappenberger steeds hun leeftijd op die ene elfde september. Om het verglijden van de tijd en de hiaten die onderweg dreigen te ontstaan in het collectieve geheugen te illustreren – en aan te tonen dat 9/11 25 jaar later nog altijd doorwerkt in het hedendaagse Amerika.

Dat grote geopolitieke verhaal – de ‘war on terror’ in Irak en Afghanistan en afrekening met Al-Qaeda’s leider Osama bin Laden bijvoorbeeld – wordt in deze ferme film dus vooral vervat in persoonlijke verhalen. Laurel Homer (10 maanden) bijvoorbeeld, de dochter van LeRoy Homer, copiloot tijdens de beruchte United 93-vlucht. Zijn toestel, waarin passagiers de Al-Qaeda-kapers wisten te overmeesteren, crashte op 11 september bij Shanksville in Pennsylvania. Op sociale media wordt Laurel nog regelmatig geconfronteerd met 9/11, de uitzinnige complotten rond de aanslagen en de post-truth van het Trump-tijdperk.

Of de Amerikaanse moslima Azmat Khan (16). Na 11 september ervoer ook zij hoe haar geloofsgenoten verantwoordelijk werden gehouden voor Bin Ladens terreurdaad. Ze voelden zich buitenlanders in eigen land. Later onderzocht zij als journalist van The New York Times hoe militaire acties tegen Al-Qaeda’s erfgenaam Islamitische Staat tot een aanzienlijk aantal burgerslachtoffers onder de moslimbevolking leidden. Marinier Michael Smoak (5) was er tenslotte bij toen de Amerikanen zich in 2021 terugtrokken uit Afghanistan en zo de Taliban, die ten tijde van 11 september 2001 nog Bin Laden hadden gehuisvest, weer aan de macht lieten in Kaboel.

Via zulke zorgvuldig geselecteerde hoofdpersonen laat Knappenberger zien dat het huidige Amerika – van de operaties van ICE tot de oorlog met Iran – alleen valt te begrijpen vanuit 9/11 – ook al heeft straks niet meer elke Amerikaan automatisch de twee vliegtuigen die zich in de Twin Towers boren op z’n netvlies staan. ‘Bin Laden geloofde nooit dat hij de VS kon vernietigen’, stelt Garrett Graff, ‘maar door de Verenigde Staten aan te vallen, door in de randen van het Amerikaanse imperium te prikken, kon hij ervoor zorgen dat de VS zichzelf vernietigde.’

Mysteriet Om Den Danske Nazi-Donor

DR

Inmiddels zijn ze met vijftien. En de lijst met halfbroers en -zussen blijft gestaag groeien. Ze stammen allemaal af van één en dezelfde man. Dat is hen overigens pas later, véél later, duidelijk geworden. Toen hij allang dood was.

Thomas Rasmussen maakt zich aan het begin van de straffe driedelige documentaireserie Mysteriet Om Den Danske Nazi-Donor (internationale titel: The Nazi Donor Mystery, 90 min.) van Søren Klovborg op om drie van zijn halfbroers en -zussen voor het eerst te ontmoeten in zijn huis op het Deense schiereiland Sjællands Odde. Ze delen een donorvader met een uiterst dubieus verleden: Walther Frisch (1917-1992) zat tijdens de Tweede Wereldoorlog drie jaar bij de Waffen-SS.

In de loop van de jaren zestig heeft de Deense SS’er Frisch in zeker vier landen – Zweden, Finland, Denemarken en Duitsland – kinderen op de wereld gezet. Heeft hun vader daarmee het credo van zijn voormalige baas Heinrich Himmler in de praktijk gebracht? Volgens hem zou elke SS-officier minimaal vier kinderen moeten hebben. ‘Zijn wij het resultaat van die ideologie?’ vraagt zijn zoon Mats Rydberg, een Zweedse halfbroer van Thomas, zich nu af. ‘Of zijn we gewoon verwekt omdat hij dat kon?’

Samen met hun halfbroer Matthias Kötter en halfzus Charlotte Kudsk proberen Mats en Thomas ongemakkelijke vragen te beantwoorden. Over het oorlogsverleden van hun vader, natuurlijk. Welke rol speelde Walther Frisch bijvoorbeeld bij een massa-executie in april 1944 in Graz, waarbij meer dan tweehonderd mensen werden vermoord? Na de oorlog beweerde hun vader in de rechtbank dat hij op dat moment elders was, maar volgens deskundige Dennis Larsen loog hij dat het gedrukt stond.

En over wat er na er na de Tweede Wereldoorlog gebeurde: hoe kon het dat hun vader, ondanks zijn betrokkenheid bij oorlogsmisdaden, door het Zweedse Karolinska Sjukhuset werd ingezet als zaaddonor? Gebeurde dat gewoon tijdens werktijd of stiekem, in de donkere uurtjes, door specialisten van het ziekenhuis met nazisympathieën? En welke motieven had de man die werd omschreven als een leuke, grappige en genereuze persoon – ‘op dat ene ding na’ – daarvoor zelf?

Daarmee voegt Klovborgs miniserie een navrant element toe aan de stroom scandaleuze verhalen die in de afgelopen jaren al zijn losgekomen vanuit de ‘fertiliteitsindustrie’. Van de ene na de andere vruchtbaarheidsarts is inmiddels gebleken dat hij, in een tijd waarin ze zich onbespied waanden, onzorgvuldig is omgegaan met de selectie van spermadonoren en/of de bevruchting van patiënten met een kinderwens – of dat hij daarvoor, zoals de Nederlandse arts Jan Karbaat, zelfs zijn eigen zaad heeft gebruikt.

Die pijnlijke geschiedenissen zouden nooit boven tafel zijn gekomen zonder de introductie van DNA. En daar zijn ook de zoektochten van enkele Frisch-nazaten begonnen. Bij een onbezonnen DNA-test, soms zelfs als gevolg van een verjaardagscadeau. Met verstrekkende gevolgen. Terwijl zij de implicaties van die keuze proberen te bevatten, krijgen de vier zestigers met een onverwacht en ongewild oorlogsverleden vooralsnog nul op het rekest bij het Karolinska-ziekenhuis.

Zijn zij de belichaming van een doelbewust plan om nazi-genen veilig te stellen? Of simpelweg de nazaten van één enkele man die een geheel eigen en uiterst twijfelachtig levenspad heeft gekozen?

The Darkest Web

BBC

De beelden op het ‘dark web’, het onguurste hoekje van het internet, pakken iets van je af, stelt Greg Squire, een Amerikaanse speciaal agent die namens Homeland Security strijdt tegen de verspreiding van kinderporno. Maar ze geven je ook iets terug: brandstof om te gáán. Jagen op de mensen die kinderen misbruiken en de weerslag daarvan online plaatsen.

Squire deelt in The Darkest Web (84 min.) zijn eerste echte zaak: The Lucy Investigation. Onvermoeibaar blijven ze jacht maken op een man die jarenlang hetzelfde meisje misbruikt en de wanstaltige beelden daarvan deelt op duistere internetfora. Elk detail in het beeldmateriaal wordt uitgeplozen. Zonder resultaat. Totdat de agenten besluiten om de bakstenen in zijn slaapkamer te laten analyseren. Een medewerker van de Texaanse Acme Brick Company herkent de stenen direct, type Flaming Alamo, en kan zelfs het vermoedelijke afzetgebied daarvoor identificeren. Niet veel later kunnen Squire en zijn collega’s een verdachte inrekenen. Hij krijgt ruim zeventig jaar gevangenisstraf.

Met zulke verhalen zoekt Sam Piranty hetzelfde terrein op als de schokkende documentaire The Children In The Pictures (2022). Agenten van speciale units uit de Verenigde Staten, Portugal, Brazilië en Rusland worden gevolgd tijdens (undercover) operaties. Ze jagen bijvoorbeeld op Twinkle, de beheerder van de schmutzige website Babyheart. Als de Portugese agent Ricardo Vieira deze Twinkle op het spoor komt, valt hij direct zijn huis binnen en gaat op zoek naar de harde schijf van z’n computer. Die blijkt te zijn begraven in het bos. Viera documenteert ’t met z’n bodycam. Twinkle stond blijkbaar net op het punt om een weekendje weg te gaan met een ‘webvriend’ en enkele kinderen.

Behalve op hun werk richt Piranty zich in deze gestaalde documentaire ook op het effect dat dit heeft op de agenten. PTSS lijkt bijna onvermijdelijk. Zeker als je, zoals Greg Squire, zelf ook kinderen hebt. Hij moet leren leven met beelden, waaraan nooit meer valt te ontsnappen – al is het ook de vraag of hij ooit nog ander werk wil/kan doen. Want als geen ander weet Squire wat (of wie) er op het spel staat. In de slotscène wordt dit nog eens heel duidelijk tijdens een ontmoeting met een geanonimiseerde jonge vrouw: Lucy.

Travis Barker: Louder Than Fear

Disney+

Travis Barker heeft zijn eigen kledingmerk, rent marathons en is getrouwd met een Kardashian, Kourtney. Eerst en vooral is hij echter drummer. Barker speelt alles wat los en vast zit. Als een bezetene. Bij de punkbands Blink-182, Transplants en Box Car Racer bijvoorbeeld, zijn natuurlijke habitat. Maar ook rappers zoals Eminem, Lil Wayne en Trippie Redd voorziet hij van een drive en fundament.

Bij de start van de documentaire Travis Barker: Louder Than Fear (100 min.), in de loop van negen jaar gefilmd (2017-2026) gefilmd door Michael Dwyer en Justin Krook, krijgt ie dan ook uitgebreid lof toegezwaaid door zijn vakbroeders Stewart Copeland (The Police), Lars Ulrich (Metallica), Questlove? (The Roots), Tommy Lee (Mötley Crüe), Sheila E. (Prince) en wijlen Taylor Hawkins (Foo Fighters).

De filmmakers portretteren hem als een authentiek drumbeest, een vleesgeworden variant op de Muppets-drummer Animal (die op zijn beurt weer een pastiche van Keith Moon van The Who is). Zijn moeder Gloria, veel te jong overleden, spoorde Barker aan om drummer te worden. Op z’n vijftiende nam hij er meteen enkele goed zichtbare tatoeages bij. Zodat ie nooit kan terugvallen op een reguliere baan.

Drummen is ook zijn therapie. Voor een rottige jeugd, de aanhoudende worsteling met verslaving en dat ene vliegtuigongeluk, in september 2008, waarbij hij enkele vrienden en collega’s verloor. Zelf kwam Travis Barker in kritieke toestand in een brandwondencentrum terecht, liefst 65 procent van zijn lichaam was verbrand. Er wachtten 27 operaties op hem – en, natuurlijk, survivor’s guild.

Sindsdien weigert hij te vliegen. Als er weer een wereldtournee voor de deur staat, reist hij per boot. Per cruiseschip, waar gewoon geoefend moet worden. Die crash, verwerkt in een zeer vurige drumsolo, heeft hem als mens getekend en fungeert ook als vliegwiel voor dit portret van een maniakale muzikant, dat gaandeweg, als al zijn andere activiteiten ook nog kort moeten worden belicht, wel wat wegloopt.

Travis Barker, zoveel is dan allang duidelijk, is er een treffend voorbeeld van dat ook drummers een apart slag volk zijn. Apart slagvolk.

Germaine Acogny – The Essence Of Dance

AVROTROS

‘Zweet is nooit verspild’, zegt Germaine Acogny overtuigd. ‘En ook al hebben we veel moeilijkheden moeten overwinnen, dat zweet is niet voor niets geweest.’ In Senegal runt de inmiddels hoogbejaarde ‘koningin van de hedendaagse Afrikaanse dans’ samen met haar Duitse echtgenoot Helmut Vogt een eigen dansschool, l’École des Sables. Het is steeds weer een heel gedoe om alles geregeld te krijgen voor die school en de zoektocht naar geld lijkt nooit op te houden, stelt ze, maar met haar eigen opleiding kan ze er wel voor zorgen dat de ‘Acogny-techniek’, haar geheel eigen vermenging van traditionele West-Afrikaanse en moderne westerse dans, nooit verloren gaat.

In Germaine Acogny – The Essence Of Dance (88 min.) portretteert Greta-Marie Becker de gelauwerde danser en choreograaf, die nadat ze in haar jonge jaren klassieke dans studeerde in Parijs een geheel eigen plek wist te verwerven in de internationale danswereld – een wereld die niet per definitie op haar zat te wachten. Deze film is doorsneden met dampende dansscènes en hoogtepunten uit haar lange loopbaan, zoals die ene avond in 2021, waarop Acogny tijdens de Biënnale van Venetië een Gouden Leeuw voor dans krijgt overhandigd. ‘Haar unieke stem verhaalt niet alleen over haar eigen ervaringen’, ronkt de jury, ‘maar reikt en resoneert véél verder.’

In deze ene krachtige vrouw komen liefde voor dans, vrijheid en een eigen culturele identiteit samen. Acogny durft zich ook uit te spreken. Over kolonialisme, voor vrouwenrechten en tegen seksueel geweld. Op haar eigen school spoort ze dansers uit alle windstreken intussen aan om vooral hun eigen stem te ontdekken. ‘De borst is de zon’, vertelt de mater familias, terwijl ze de Acogny-techniek aan een nieuwe generatie doceert. De billen zijn de maan, legt ze uit. En het schaambeen vormt de sterren. ‘We hebben dus een minikosmos in ons lichaam.’ Waarna ze het geleerde, onder haar bezielende leiding en opgestuwd door trommels, in de praktijk brengen.

Dans wordt zo een collectieve vorm van vrijheidsbeleving – een bevrijding van al wat ooit was, met tegelijk daarin opgesloten de belofte van wat nog komen kan. Zowel een kunstvorm als een idee om door te geven, de laatste opdracht die Germaine Acogny zichzelf lijkt te hebben gegeven.

Freefall: A Reckoning For Boeing

Netflix

’Ik wilde even je mening vragen’, spreekt een undercoverjournalist in de Dreamliner-fabriek van Boeing in South Carolina een medewerker van de vliegtuigfabrikant aan. ‘M’n schoonouders vliegen met zo’n toestel. Zijn ze veilig, denk je?’ Het geanonimiseerde personeelslid draalt even en probeert zich er dan met een grapje vanaf te maken. ‘Het zijn je schoonouders maar.’ De vragensteller vraagt echter door. ‘Zou jij erin vliegen?’ Daarop heeft de Boeing-medewerker een helder antwoord: ‘nee.’ En hij is zeker niet de enige in de fabriek in Charleston.

‘Moet er dan eerst een vliegtuig neerstorten voordat ze zeggen: we hadden moeten luisteren?’ vraagt John Barnett, van 1985 tot 2017 kwaliteitsmanager bij Boeing en de hoofdpersoon van Freefall: A Reckoning For Boeing (96 min.), zich ten einde raad af. Al zijn signalen over misstanden en mankementen zijn steeds aan dovemansoren gericht geweest. Sinds er een nieuwe wind waait bij de Amerikaanse vliegtuigfabrikant staat winstmaximalisatie voorop. Documentairemaker Rory Kennedy tekende de gevolgen daarvan eerder al op in Downfall: The Case Against Boeing (2022). In deze opvolger zoomt ze verder in op de aanhoudende problemen bij het luchtvaartbedrijf.

Het antwoord op Barnetts vraag komt op 10 maart 2019. Een vliegtuig van Ethiopian Airlines stort neer. Alle 157 passagiers en bemanningsleden komen om. Onder hen is Mick Ryan, een medewerker van de Verenigde Naties. Zijn weduwe Naoise Connolly Ryan laat het er niet bij zitten. Al snel blijkt het niet de eerste crash met een hagelnieuw Boeing-toestel. Vijf maanden eerder is een ander 737 MAX-vliegtuig zomaar uit de lucht gevallen in Indonesië. Boeings CEO Dennis Muilenberg, verantwoordelijk voor die crashes, krijgt bij zijn afscheid desondanks tweehonderd miljoen dollar mee. En het luchtvaartbedrijf zelf gaat onverstoorbaar verder en lijkt met de schrik vrij te komen.

Dan hebben ze echter buiten Ryan en klokkenluiders zoals Barnett gerekend. Kennedy geeft hen in deze woede opwekkende documentaire alle gelegenheid om hun zaak tegen Boeing goed in de verf te zetten. Zo tekent zich een ontluisterend beeld af van een bedrijf dat z’n oren volledig laat hangen naar de aandeelhouders en intussen speelt met de levens van vliegtuigcrews en reizigers. En elke medewerker die daarover zijn zorgen uitspreekt, eerst intern en daarna in het openbaar, wordt het leven onmogelijk gemaakt en zo snel mogelijk buiten gewerkt. Met John Barnett, de man die zijn leven heeft verbonden aan Boeing, als tragisch voorbeeld.

The Last Days Of Kabul

LOOKSfilm / Filippo Genovese

Aan het eind van de eerste aflevering van deze driedelige serie valt de Afghaanse hoofdstad Kaboel voor het eerst. De Taliban, fundamentalistische moslims die het land vijf jaar lang met ijzeren hand hebben geregeerd, worden afgezet door de Amerikanen. Die zijn een ‘war on terror’ gestart nadat Osama bin Ladens terreurorganisatie Al-Qaeda op 11 september 2001 een aanslag heeft gepleegd, waarbij de Twin Towers in New York zijn gesneuveld. Bin Laden woont dan al een tijdje in bij de Taliban.

De ‘bevrijding’ van Afghanistan in 2001 is het sluitstuk van ruim twintig jaar onrust in het Aziatische land. Na een inval van de Sovjets, die vervolgens worden verjaagd door Moedjahedien-strijders, raakt het land verzeild in een permanente burgeroorlog. Ergens onderweg, in vluchtelingenkampen in buurland Pakistan, wordt de basis gelegd voor wat de Taliban zal worden. En die laat zich niet definitief verjagen. Twintig jaar later, op 15 augustus 2021, valt Kaboel opnieuw en komen de Taliban weer aan de macht.

In The Last Days Of Kabul (uitzendtitel: De laatste dagen van Kaboel, 180 min.) nemen Bence Máté en Lucio Mollica de tijd om de aanloop naar de tweede machtsovername van de moslimfundamentalisten te schetsen met insiders uit binnen- en buitenland. Hun voornaamste troeven zijn ex-president Ashraf Ghani (2014-2021), een in het westen opgeleide diplomaat, en z’n vicepresident, de omstreden krijgsheer Abdul Rashid Dostum. Die opmerkelijke tandem symboliseert Afghanistans verscheurdheid, die het vrijwel onmogelijk maakt om echte vooruitgang te boeken.

Te midden van alle onenigheid moet Ghani een vrij en democratisch Afghanistan vormgeven. Daarnaast krijgt ie ook te dealen met de wispelturige Amerikanen en dienst hij zich de Taliban, in deze miniserie vertegenwoordigd door medeoprichter Sayed Abdul Wasi Motasim, van het lijf te houden. Als de Amerikaanse regering van Donald Trump, via diens zalvend lachende ambassadeur Zalmay Khalilzad, begin 2020 in Doha een zeer omstreden deal sluit met de (voormalige) vijand, zijn Ashraf Ghani’s dagen geteld.

Máné en Mollica nemen deze ontwikkelingen ook door met vooraanstaande Afghaanse vrouwen, zoals de mensenrechtenactiviste Asila Wardak en minister van vrouwenzaken Hasina Safi. De hoop die zij hebben als Kaboel voor het eerst valt in 2001 is twintig jaar later, aan het einde van deze stevig doortimmerde miniserie, totaal vervlogen. ‘Ik kon nog maar aan één ding denken’, vertelt de journaliste Farahnaz Forotan bijvoorbeeld, als haar begint te dagen wat er op stapel staat. ‘Hoe gaan de Taliban me aanvallen?’

Afghanistan lijkt weer volledig terug bij af.

De val van Kaboel is in de afgelopen jaren overigens al vaker onderwerp geweest van documentaireseries: Escape From Kabul (2022), Leaving Afghanistan (2022) en de Nederlandse serie Holland Gate – De Vlucht Uit Kabul (2026).

Conversations With A Killer: The Charles Manson Tapes

Netflix

Wat Charles Manson onderscheidt van Ted BundyJohn Wayne GacyJeffrey Dahmer en The Son Of Sam – aan wie true crime-specialist Joe Berlinger eerder een Conversations With A Killer-docuserie wijdde – is dat hij zelf geen bloed aan zijn handen lijkt te hebben gehad. Althans, niet letterlijk. Manson liet anderen voor zich moorden en werd zo, als de man die de geest van de jaren zestig hoogstpersoonlijk de nek omdraaide, net zo berucht als échte seriemoordenaars.

De vraag is wel wat de driedelige serie Conversations With A Killer: The Charles Manson Tapes (172 min.) nog kan toevoegen aan de eindeloze stroom documentaires over de maniakale hippie-sekteleider. Die is in de afgelopen jaren nog eens verrijkt met een Errol Morris-productie die onderzoekt of de Manson-moorden het resultaat waren van een uit de hand gelopen CIA-project, Chaos: The Manson Murders (2025), en een persoonlijke film van een jonge vrouw die Mansons kleindochter blijkt te zijn, My Grandfather Charles Manson (2026).

Eerlijk gezegd: vrij weinig. Naast de verplichte rechercheurs, deskundigen en Manson-biografen laat Berlinger ook de Family-leden Dianne LakeCatherine ‘Gypsy’ ShareStephanie Schram en Bobby Beausoleil (die inbelt vanuit de gevangenis) leeglopen over hun periode als Manson-discipel. Samen lopen ze netjes ’s mans levenswandel, het ontstaan van zijn losgeslagen sixties-enclave en de aanloop naar en afwikkeling van de beruchte Tate/LaBianca moorden af. Hij ondersteunt hun herinneringen met nogal opzichtige reconstructies.

Alle bekende elementen uit het Manson-verhaal passeren weer de revue. Zijn gefnuikte muziekcarrière die om wraak vraagt. Zijn opdrachten aan volgelingen om ‘creepy crawls’, inbraken in willekeurige huizen waarbij zomaar wat spullen worden verzet, te ondernemen. En zijn tirades over een rassenoorlog en de vermeende aankondiging daarvan in het Beatles-nummer Helter Skelter. De geluidsopnames, waaraan deze franchise z’n naam en bestaansrecht ontleent, spelen bovendien slechts een beperkte rol en voegen ook weinig toe.

‘Hij heette Roman Polanski omdat hij de Jood was die de Rooms-katholieke kerk bestuurde’, zegt Manson bijvoorbeeld met van sarcasme druipende stem, over de rouwende filmregisseur die na de moord op zijn hoogzwangere vrouw Sharon Tate en enkele van hun vrienden zelfs nog even verdacht werd gemaakt in de schandaalpers. ‘Hoeveel mensen stierven er vanwege die films? Rosemary’s Baby. Al die waanzin. Denk je dat Christus, als hij terugkwam, dat zou goedkeuren? En als hij het niet zou goedkeuren, zou hij dan worden afgewezen en verstoten?’

Voor iedereen die nooit genoeg krijgt van zulke diabolische gekte en die zich (opnieuw) wil verlustigen aan de infame Manson-moorden en de bizarre nasleep daarvan – een mediaspektakel van jewelste, binnen de rechtszaal met de publiciteitsgeile openbaar aanklager Vincent Bugliosi en daarbuiten met Mansons grondig gehersenspoelde harem – biedt deze true crime-miniserie een handzaam overzicht. Verder is ie tamelijk overbodig.

Trustorhärvan

Netflix

Vanuit een Deense gevangenis, waar hij een straf uitzit voor oplichting, begint Joachim Posener halverwege de jaren negentig het ‘Team Moyne’ samen te stellen. Voor een klus, de frauduleuze overname van een beursgenoteerd bedrijf, waarmee ze helemaal gaan binnenlopen. Zijn flamboyante neef Thomas Jisander, ‘consultant’, zal functioneren als z’n postiljon d’amour, terwijl diens maatje Peter Mattsson, kind van een bevoorrechte familie uit Gothenburg, voor de contacten zorgt. Zakenman Lindsay Smallbone wordt de beoogde ‘managing director’. En de Britse Lord Moyne, het zwarte schaap van een familie die fortuin heeft gemaakt met Guinness-bier, moet het geheel voldoende cachet geven. Zij worden Poseners stromannen in de Trustor-affaire.

Posener wil de aankoop van de Zweedse investeringsmaatschappij Trustor financieren met haar eigen kasreserve. Uitroepteken. Zo zet hij in 1997 een enorm oplichtingsschandaal, waarbij honderden miljoenen Zweedse kronen verdwijnen, in gang. Trustor wordt leeg geplunderd. En Posener had naderhand vermoedelijk niet eens de benen hoeven te nemen als zijn patserige neef Thomas, bijgenaamd Mr. No Limit, daarna niet ongegeneerd met geld was gaan smijten. ‘s Mans champagnefeesten in Saint-Tropez worden binnen de kortste keren een begrip. En Jisander laat zich, getuige enkele smakelijke scènes in Trustorhärvan (internationale titel: Inside The Trustor Scandal, 102 min.), nog altijd graag voorstaan op het luxe leven.

‘Als die jongens niet waren gaan pierewaaien aan de Côte d’Azur, waren ze er waarschijnlijk mee weggekomen’, stelt de doorgewinterde financier Björn Björnsson, een hardliner met naar verluidt de bijnaam ‘de Terminator van de zakenwereld’, in deze ferme witte boorden-docu van Karin Af Klintberg. Als er stront aan de knikker blijkt te zijn, moet hij als liquidateur de belangen van de aandeelhouders veiligstellen. Intussen heeft Trustors adjunct-directeur Richard Djursén, volgens Björnsson niet meer dan een ‘useful idiot’, in het openbaar de klappen opgevangen. De affaire zit de brave burgerman Djursén, bijna dertig jaar na dato, nog altijd zeer hoog. Hij gaat zichtbaar gebutst door het leven – al zit ie er tegenwoordig ook opvallend warmpjes bij.

Af Klintberg heeft daarmee enkele van de belangrijkste spelers voor de camera gekregen, waaronder zowaar ook Posener zelf. Hij is al drie decennia een enigma. Op de vlucht voor Interpol wordt ie in zowat elke uithoek van de wereld gespot. Nu de misdrijven zijn verjaard, wil hij er eindelijk openlijk over praten. Samen met de Zweedse rechercheur Jochum Söderström en journalist Gunnar Lindstedt leiden deze Team Moyne-leden de filmmaakster door het doolhof van de Trustor-affaire, waar wetten niet meer dan richtlijnen zijn – voor als het zo uitkomt – en de waarheid een zeer rekbaar begrip blijkt. Zij benadert hen met gezonde scepsis, kadert hun beweringen in met een snedige voice-over en probeert zo de feiten van de fictie te scheiden.

Met die no nonsense-attitude, gepaard aan een gedegen uitleg van allerlei ondoorzichtige malafide constructies en soms een opzichtige knipoog, tekent Trustorhärvan een financieel schandaal op, dat uiteindelijk een nogal ironische uitkomst krijgt. Op rekening van de belastingbetaler.