The New Corporation: The Unfortunately Necessary Sequel

Volgens de Amerikaanse wet hebben ondernemingen opmerkelijk genoeg dezelfde rechten als mensen. Dat bracht de makers van de documentaire The Corporation er in 2003 toe om bedrijven eens door te lichten aan de hand van de Personality Diagnostic Checklist uit de DSM-IV, het standaardwerk over psychische stoornissen. Als ondernemingen inderdaad vergelijkbaar waren met mensen, concludeerden ze, dan gedroegen die zich als psychopaten. Voor het maximaliseren van de winst was zo’n beetje alles geoorloofd.

Een kleine twintig jaar later heeft menige multinational zijn koers verlegd. Maatschappelijk verantwoord ondernemen lijkt het nieuwe parool. Gaat het om een serieuze koerswijziging of is het vooral een cosmetische ingreep? vragen de makers van dit vervolg zich af. Toevallig is er inmiddels ook een nieuwe editie van de DSM verschenen. Die bevat zowaar een extra kenmerk om psychopatie te scoren: het gebruik van verleiding, charme, welbespraaktheid of vleierij om je doelen te bereiken. Als dat geen aardige invalshoek is voor The New Corporation: The Unfortunately Necessary Sequel (107 min.)…

De documentairemakers Joel Bakan en Jennifer Abbott houden het opereren van grote ondernemingen vervolgens weer ouderwets kritisch tegen het licht. Ze belichten diverse pijnlijke voorbeelden van ‘creative capitalism’ en ontwaren daarin allerlei boeiende tendensen, zoals bijvoorbeeld de pogingen om de overheid steeds onmachtiger te maken, ‘starve the beast’, en daarna, onder het mom van ‘dat kunnen wij beter’, elementaire taken te privatiseren: van de gezondheidszorg en het onderwijs tot de watervoorziening en het leger. Alles moet aan de markt worden overgelaten. En daardoor gaan ondernemingen steeds meer de dienst uitmaken en worden sociale verbanden, de democratie en de aarde zelf steeds verder ontwricht.

The New Corporation brengt een onversneden activistische boodschap, met treffende acties van linkse helden als Alexandria Ocasio-Cortez en Katie Porter en interviews met gekende criticasters van het hedendaagse kapitalisme, zoals de strijder tegen inkomensongelijkheid Robert Reich, Indiase activiste Vandana Shiva, Winner Takes All-schrijver Anand Giridharadasm, activistische burgemeester van Barcelona Ada Colau en filosoof Noam Chomsky. In wezen slaat dit vervolg daarmee op dezelfde trom als de oorspronkelijke Corporation-film en voegt het ook niet zo heel veel toe aan recente documentaires zoals Saving Capitalism en het Thomas Piketty-vehikel Capital In The Twenty-First Century.

Hoewel de inhoud soms echt schokkend is, klinkt die inmiddels toch ook wel erg vertrouwd en zou deze preek dus wel eens alleen de eigen parochianen, van de Linkse kerk natuurlijk, kunnen bereiken.

Murder Among The Mormons

Netflix

Is Joseph Smith nu wel of niet door een witte salamander naar de gouden platen verwezen? Het is niet direct een vraag waarvan de meeste aardbewoners wakker liggen. Laat staan dat ze bereid zijn om ervoor te moorden. Binnen de Mormoonse kerk zorgde de vondst van de zogenaamde Salamander-brief, waarin een heel opmerkelijke draai wordt gegeven aan de totstandkoming van het heilige Book Of Mormon, halverwege de jaren tachtig echter voor heel wat consternatie.

Was deze godslasterlijke brief authentiek – en dus een bedreiging voor de fundamenten onder de geloofsgemeenschap? Of was het een vervalsing en had iemand daar dan iets mee te winnen? Ook letterlijk: in het verhandelen van zulke Mormoonse documenten ging behoorlijk wat geld om. En binnen die lucratieve business speelde één man een sleutelrol: Mark Hofmann. Hij duikelde het ene na het andere unieke document op. En daarmee zou hij allerlei gebeurtenissen in gang zetten, die leidden tot een serie bomaanslagen in het hart van The Church Of Jesus Christ Of Latter-Day Saints te Salt Lake City.

Dat is het startpunt voor Murder Among The Mormons (160 min.), een driedelige documentaireserie waarin Jared Hess en Tyler Measom de wereld achter die wandaden blootleggen. De achtergronden van de misdaden zelf, de zoektocht naar de dader en de persoon die daarbij uiteindelijk in beeld komt, natuurlijk. Maar ook de context waarbinnen de misdaden zich hebben afgespeeld: een geloofsgemeenschap waarin aan heilige geschriften een enorm belang wordt toegekend en aloude waarden plotseling onder druk kunnen komen te staan door de vondst van nieuwe documenten.

Naarmate de serie vordert, wordt dat eigenlijk steeds interessanter. Wat begint als een ogenschijnlijk tamelijk routineuze whodunnit, compleet met larger than life-personages en gelikte reconstructiebeelden, ontwikkelt zich gaandeweg tot een intrigerend portret van een gemeenschap en één persoon daarbinnen, die zich als een gewetenloze parasiet manifesteert en de onderlinge verhoudingen helemaal op scherp zet.

Billie Eilish: The World’s A Little Blurry

Apple TV+

Elke zichzelf respecterende 21e eeuwse popster krijgt z’n eigen documentaire. Letterlijk. Een ‘onthullende’ film over de mens achter de artiest, vaak gemaakt in opdracht van de hoofdpersoon zelf en/of diens vertegenwoordigers. Waarover dan de schijn van openhartigheid hangt, terwijl de productie uiteindelijk toch vooral een promotioneel karakter heeft. Het is een dilemma voor elke zichzelf respecterende documentaireveelvraat: wil je afnemer zijn – of zelfs doorgeefluik – van een slim opererende marketingafdeling? Tegelijkertijd kan ook zo’n ‘product’, soms onbedoeld, een zekere oprechtheid bevatten – of, net zo interessant, zijn eigen onoprechtheid verraden.

Is Billie Eilish: The World’s A Little Blurry (140 min.) ook zo’n film? Het is in elk geval géén aalglad portret van Billie’s opmars naar de wereldtop geworden. Al kan dat natuurlijk ook ‘part of the plan’ zijn, dacht de zichzelf respecterende docufreak er direct achteraan. Billie Eilish is immers een alternatieve popster met een zwaarmoedige inborst, zo nu en dan opspelende Gilles de la Tourette-tics en echt een eigen artistieke visie. Daarbij past geen gladgestreken productie. Deze lijvige documentaire van R.J. Cutler toont hoe ze met haar broer en muzikale partner Finneas O’Connell, die bekent dat hij niet aan Billie mag vertellen dat het zijn taak is om hits te schrijven, thuis werkt aan songs die inderdaad wereldhits zullen worden. Met dank aan de GoPro-camera die moeder Maggie ophing in de slaapkamer. Dat levert fascinerend materiaal op: de wisselwerking tussen broer en zus werkt wonderwel en zal later nog resulteren in de Bond-song No Time To Die, die gewoon even in de tourbus in elkaar wordt gezet.

De film ruimt verder opvallend veel tijd in voor haar concerten, met bijzondere aandacht voor de hartstochtelijk meezingende jeugdige fans die elke beweging die zij maakt vastleggen met hun smartphone. Terwijl Billie zelf tussendoor gewoon de dingen blijft doen die een tiener nu eenmaal doet – rijbewijs halen, liefdesverdriet hebben en net te lang in bed blijven liggen, óók als de Grammy-nominaties bekend worden gemaakt – komt ze tevens in aanraking met de entertainmentwereld. Lekker gênant is in dat verband de kennismaking met Katy Perry en haar verloofde, waarvan Billie pas later in de gaten krijgt dat het de acteur Orlando Bloom is. Hij omhelst en kust haar alsof ze al jaren zielsverwanten zijn. Het voorval demonstreert hoezeer zij, de misfit, nog altijd een buitenstaander is in de wereld die haar op stel en sprong heeft omarmd. Maar voor hoe lang nog?

Zoals elk zichzelf respecterend pubermeisje koesterde Billie ooit een totaal onbereikbare liefde. Als twaalfjarige was ze smoor op Justin Bieber. Nu blijkt dat hij ook helemaal weg is van haar. Of ze misschien met hem wil samenwerken? ‘Ik zou mijn hond voor hem doodmaken’, flapt ze er direct uit in één van de vele ontwapenende scènes van deze observerende film. Maar dat is toch ook wel doodeng. Een remix van haar hit Bad Guy dan maar. Billie, die echt gewoon zichzelf lijkt voor de camera, maakt van haar hart geen moordkuil: ‘Ik zou al blij zijn als hij een keer ‘poep’ zou roepen tijdens het nummer.’ En dan, het is eigenlijk al geen verrassing meer, arriveert inderdaad Biebers versie van Bad Guy.

Op het Coachella-festival van 2019 komt het zowaar tot een ontmoeting. Billie durft haar held bijna niet aan te kijken en rent in eerste instantie zelfs van hem weg. En huilt tenslotte ongegeneerd in zijn armen. Het is de scène waarin de hele film samenkomt: hoe ze voor even met haar eigen idool en geestverwant versmelt. Terwijl de twee, natuurlijk, worden omringd door allerlei tieners die zich aan hen vergapen en het hele tafereel, natuurlijk, vastleggen. En dan moet Billie nog achttien worden en staat ook de uitreiking van die Grammy Awards nog op het programma, de apotheose van deze film, die direct en trefzeker het ongelooflijke zeventiende levensjaar van deze belangwekkende stem van Generatie Z vereeuwigt.

En dat is ongetwijfeld precies wat Billie – en haar complete entourage met haar – ook wil uitstralen. Zodat elke zichzelf respecterende documentairekenner zich na afloop achter zijn oren krabt. Tijdloos document over de opkomst van de Bob Dylan, Madonna of Radiohead van haar generatie Of toch slim in de markt gezet product om Billies status als popster van het moment verder uit te bouwen? Ik – laat ik daar niet verder omheen draaien – ben weer geneigd te zeggen: allebei. Als Eilish erin slaagt om haar huidige succes te continueren, zou deze film niets minder dan de 21e eeuwse variant op Dont Look Back, Truth Or Dare of Meeting People Is Easy kunnen worden, waarin de formatieve jaren van een beeldbepalende act voor het nageslacht zijn vereeuwigd.

En anders is The World’s A Little Blurry op zijn minst een weldadige weerslag van hoe een getroebleerde tiener met haar diepste zielenroerselen zomaar ineens, voor even, de maat der dingen kon worden.

We Are: The Brooklyn Saints

Netflix

Zij moeten het beter krijgen dan ze het zelf hebben gehad. En ze moeten beter worden dan zij zelf ooit zijn geweest. American football is voor de begeleiders van The Brooklyn Saints van levensbelang. Via sport brengen ze de kinderen die aan hen zijn toevertrouwd normen en waarden bij. En met een beetje geluk worden de kids zo goed dat ze er een sportbeurs mee verdienen. Daarmee zijn ze verzekerd van een goede opleiding – en een leven buiten Brooklyn.

Want de New Yorkse wijk heeft nog altijd een reputatie. Sommige tegenstanders komen zelfs liever niet naar Brooklyn om tegen één van de jeugdteams van The Saints uit te komen. Documentairemaker Rudy Valdez portretteert in deze vierdelige serie enkele spelertjes van de club, hun directe verwanten en de gedreven vrijwilligers, voor wie American Football vooral een voertuig is om te komen tot zelfontplooiing.

Dat gaat gepaard met ontzettend veel goede bedoelingen, de nodige (tough) love en alle denkbare sportclichés. We Are: The Brooklyn Saints (189 min.) betreedt daarmee het terrein dat ook schoolseries als America To Me en Klassen bestrijken. Ditmaal zijn het alleen geen professionals die zich bekommeren om de opgroeiende kinderen, maar bevlogen mannen die weten wat het is als niet alles in je leven vanzelf op zijn plek valt en willen dat de volgende generatie ‘t op dat gebied beter treft.

Dat wordt prachtig geïllustreerd als het onder negen-team in het kader van teambuilding gaat kamperen. ‘Hoeveel van jullie hebben hier politie of een ambulance gezien?’ vraagt de bevlogen coach Gawuala aan zijn jongens. ‘Niemand, hè? Daarom doen we dit. Om jullie uit je dagelijkse omgeving te halen.’ Terwijl hij hen levenslessen probeert bij te brengen, moet Gawuala zelf een job zien te vinden. Hij zit sinds enige tijd werkeloos thuis en is bang dat hij voor een eventuele nieuwe baan zijn coachschap, waarmee hij zijn eigen leven zin en richting geeft, eraan moet geven.

Eerst en vooral is deze serie een verhaal over mannen, groot en klein, die vooruit proberen te komen. Waarbij ‘vaders’ zoals Gawuala, vaak afwezig in het leven van dit soort opgroeiende jongens, een hoofdrol claimen. In elke tegenvaller vinden ze een kans om zo’n typisch Amerikaanse peptalk te geven. Die recht vanuit het hart komt. En daar meestal ook lijkt te landen.

The Agony And Ecstacy Of Phil Spector

Over dat hele proces maak ik me geen seconde druk, zet de hoofdpersoon aan het begin van The Agony And Ecstacy of Phil Spector (100 min.) een geheel eigen redenering op. ‘Alleen het vonnis boezemt me angst in.’ De legendarische producer staat in het voorjaar van 2007 terecht voor de moord op de actrice Lana Clarkson. Phil Spector zou haar dood hebben geschoten in zijn eigen huis in Los Angeles.

Nou had Spector, om het mild uit te drukken, al een reputatie. Zo zou hij, volgens hardnekkige verhalen, de punkband The Ramones tijdens de opnames van hun album End Of The Century onder schot hebben gehouden met een pistool uit zijn uitbundige wapenverzameling. Waar Phil Spector was, zoveel werd steeds weer duidelijk, kwam gedoe. Altijd en overal. En geweldige muziek, dat ook. Altijd en overal.

Zijn geheel eigen stijl kreeg zelfs een aparte naam: de Wall Of Sound. Tegen de achtergrond van de rechtszaak gaat het megalomane enfant terrible in deze hele fijne film van Vikram Jayanti uit 2009 openhartig, lekker dwars en met ontzettend veel humor in op zijn eigen leven en carrière, die hem in de studio en achter de mixtafel bracht bij een ongelooflijke rij hitartiesten: The Crystals, The Righteous Brothers, The Ronettes, Leonard Cohen, Ike & Tine Turner en, jawel, The Beatles.

Spectors signatuursongs, in z’n geheel in de film opgenomen en bovendien voorzien van hele fijne citaten uit de biografie Tearing Down The Wall Of Sound van Mick Brown, gaan een bijzonder fijn huwelijk aan met de verwikkelingen tijdens het proces tegen de omstreden dwingeland. Op een gegeven moment meen je zelfs in de gesuikerdste pophits de psychopaat Spector te kunnen ontwaren. Een geduchte prestatie. En op een vreemde manier ook een perfect eerbetoon aan één van de gekste en geniaalste geesten uit de pophistorie.

End Of The Century: The Story Of The Ramones

One-two-three-four. Het aftellen vooraf was integraal onderdeel van het nummer zelf. Zoals het ook bij Bruce Springsteen niet is weg te denken. Één. Twee. Drie. Vier. En dan gaan als een banaan. Bij The Ramones mocht je dat gerust letterlijk nemen: lange halen, snel thuis. Overstuurde gitaren, opgejaagd door een onstuimige ritmetandem. Met onweerstaanbare slogans over lobotomie voor tieners, nazischatjes en lijm snuiven eroverheen. Punkrock pur sang, kortom. Domme muziek voor slimme mensen.

In de documentaire End Of The Century: The Story Of The Ramones (108 min.) uit 2003 komt de gehele familie Ramone aan het woord, inclusief de dan al overleden zanger Joey (over wie de Nederlandse regisseur David Kleijwegt een jaar eerder de tv-docu Joey Ramone – A Wonderful Life maakte). Ze worden terzijde gestaan door familieleden, jeugdvrienden, managers, producers, platenbazen, popcritici en collega’s uit bands zoals Blondie, The Clash, Sex Pistols, Red Hot Chili Peppers en Metallica.

Gezamenlijk schetsen zij de opkomst en ondergang van de punkpioniers uit de donkerste krochten van New York en de bijbehorende muziekstroming, die via hen halverwege de jaren zeventig de oversteek naar het Verenigd Koninkrijk maakte en van daaruit echt de wereld zou veroveren. Dat relaas is door Jim Fields en Mark Gramaglia vanzelfsprekend opgeleukt met rauwe concertbeelden van de cartoonachtige band, die altijd in de underground bleef steken en in 2002 tóch werd opgenomen in de Rock And Roll Hall Of Fame.

Goede vrienden werden Joey, Dee Dee, Johnny, Tommy en Marky Ramone niet in de ruim twintig jaar dat ze hun elementaire songs, in deze film regelmatig ondertiteld, op elk denkbaar podium stonden af te raffelen. Sterker: de spanning was soms te snijden, zeker tussen de linksige zanger Joey en oerconservatief Johnny. Waarbij de verhoudingen nog eens extra op scherp werden gezet toen de gitarist er met het vriendinnetje van de frontman vandoor ging. Die scheef er meteen een klassieker en bijna-hit over: The KKK Took My Baby Away. Ook gezellig.

Intussen voegden ze zich moeiteloos bij bands zoals The MC5, New York Dolls en The Stooges in het rijtje aartsvaders van de punk, een muziekgenre dat inmiddels al bijna een halve eeuw schaamteloos huishoudt in ‘s werelds rockholen en daarbij nog steeds het onverwoestbare parool van The Ramones huldigt, zoals dat is vervat in hun signatuursong Blitzkrieg Bop: Hey! Ho! Let’s go!

The Dissident

Het begint bijna een trend te worden: meerdere Amerikaanse documentaires over één en hetzelfde onderwerp, die binnen een kort tijdsbestek worden uitgebracht. Na concurrerende films over Trump-fluisteraar Roy Cohn, misbruik in de Amerikaanse turnwereld en zangeres Whitney Houston zijn er nu twee ambitieuze producties over de moord op de Saoedische journalist Jamal Khashoggi: eerst Kingdom Of Silence van Rick Rowley, geproduceerd door het bedrijf van Alex Gibney. En nu The Dissident (117 min.) van Bryan Fogel, die met zijn vorige film Icarus, over het Russische dopingschandaal, een Oscar won.

Fogels voornaamste troeven zijn Jamal Khashoggi’s verloofde Hatice Cengiz en zijn jongere vriend Omar Abdulaziz Akzahrani, die samen met hem (online) de strijd aanbond met het huidige Saoedische regime. Behalve hun herinneringen aan de man en aan wat zij aan zijn zijde meemaakten hebben ze ook audio-opnamen van persoonlijke telefoongesprekken en appverkeer beschikbaar gesteld. Die geven echt inzicht in Khashoggi’s belevingswereld en hoe hij steeds nadrukkelijker de hete adem van de wraakzuchtige Saoedische kroonprins Mohammad bin Salman (MBS) in zijn nek begint te voelen.

Ook het gevecht op sociale media om de befaamde dissident monddood te maken of juist een stem te geven krijgt een prominente plek en is met animaties meeslepend verbeeld in deze sowieso bijzonder vet vormgegeven film. Deze tweede Khashoggi-docu concentreert zich daarnaast vooral op het onderzoek naar de marteling en moord, met daarin ook een prominente rol voor enkele medewerkers van het Turkse justitieapparaat. Zij hebben de gruwelijke gebeurtenissen op 2 oktober 2018 op het Saoedische consulaat in Istanboel tot in detail uitgespit.

Khashoggi’s complexe levensloop, zijn positie in de recente historie van Saoedi-Arabië en de ingewikkelde relatie van dat land met de Verenigde Staten (van president Donald Trump) worden in Kingdom Of Silence, dat de kwestie meer met een helikopterview bekijkt, echt beter uitgediept. De Jamal Khashoggi van The Dissident lijkt vooral een typische Hollywood-held: een koene ridder, zonder smetjes of krasjes, die zich met gevaar voor eigen lijf en leden verzet tegen dictatoriale tendensen in zijn geboorteland. Hoewel ook Bryan Fogel dus een knap gemaakte en enerverende documentaire over deze onverkwikkelijke kwestie heeft afgeleverd, verdient Rick Rowleys film daardoor toch de voorkeur.

SanPa: Luci E Tenebre Di San Patrignano

Netflix

San Patrignano mocht dan in de geest van de jaren zestig zijn opgericht en bovendien een commune worden genoemd, oprichter Vincenzo Muccioli was toch eerst en vooral een man van de ‘tough love’. Hij schroomde niet om de ‘gasten’ van zijn afkickcentrum in het Italiaanse Rimini in het openbaar te vernederen, te laten aframmelen of dagenlang vast te ketenen in hun eigen isoleercel. Ze moesten en zouden stoppen met het gebruik van heroïne en/of cocaïne. Goedschiks dan wel kwaadschiks. Zonder hulpmiddelen bovendien. Gewoon ‘cold turkey’.

Veertig jaar na dato heeft de veelbesproken ‘goeroe’, die inmiddels al 25 jaar dood is, nog altijd fervente voor- en tegenstanders. In de vijfdelige serie SanPa: Luci E Tenebre Di San Patrignano (298 min.) krijgen ze alle ruimte om hun kant van het verhaal te doen: Muccioli’s zoon Andrea en broer Pier Andrea, een journalist en tv-presentator die verslag deden van de kwestie SanPa, de rechter die bij de zaak betrokken raakte en diverse ex-verslaafden, onder wie de huidige therapeutisch directeur van de instelling. Voor de één is Muccioli nog altijd een onomstreden rolmodel, voor de ander een machtswellustige charlatan.

Bijna vijf uur speeltijd is alleen wel erg ruim bemeten voor een in essentie tamelijk eenduidig verhaal over een man met een missie – met grootheidswaanzin, zou je voor hetzelfde geld kunnen zeggen – die hard in aanvaring komt met de autoriteiten en gaandeweg steeds meer onder vuur komt te liggen. Regisseur Cosima Spender neemt echt te veel tijd om allerlei deelonderwerpen uit te werken, die ook met een enkele pennenstreek hadden kunnen worden afgedaan.

Daardoor verdwijnt de in wezen interessante thematiek van San Patrignano – hoe hard je mag/moet zijn in de omgang met verslaving en verslaafden – in een brei van uitgebreide beschrijvingen, brisante onthullingen en maatschappelijke ontwikkelingen. Strengere selectie en een hoger verteltempo hadden van SanPa (internationale titel: SanPa: Sins Of The Savior) een véél betere productie gemaakt. Van een uurtje of anderhalf. Hooguit twee.

McKellen: Playing The Part

Achteraf lijkt het logisch dat juist hij, Sir Ian McKellen, in The Lord Of The Rings werd gecast en als Gandalf zou uitgroeien tot één van de meest tot de verbeelding sprekende filmpersonages. Geen acteur wordt echter geboren als charismatische tovenaar in één van de grootse successen uit de bioscoophistorie. Heel lang leek het er zelfs op dat McKellens filmcarrière helemaal niet van de grond zou komen. Hij was voorbestemd om het collectieve geheugen in te gaan als zo’n typisch Britse theateracteur, die met de ene na de andere Shakespeare-voorstelling het land doortrok.

Toch zou het, uiteindelijk, anders lopen voor de charmeur uit Wigan die nu ook nog eens de hoofdrol speelt in het portret McKellen: Playing The Part (91 min.). Want je bent nu eenmaal acteur of niet. Óók als je wordt geacht om jezelf te zijn. Dit is de monoloog van zijn leven (die slechts een heel enkele keer wordt onderbroken door regisseur Joe Stephenson). Een in memoriam avant la lettre, zoals hij het zelf gekscherend noemt. Ian neemt plaats op zijn praatstoel en loopt, ogenschijnlijk moeiteloos, leeg over zijn leven, carrière en dat ene onbesproken thema dat vanuit de achtergrond toch wel heel veel bepaalde, zijn seksuele geaardheid. ‘Ik had een geheim’, zegt hij in deze documentaire uit 2017. ‘Sprak er niet over, begreep het niet. Maar het was van mij.’

Pas toen het AIDS-virus in de jaren tachtig genadeloos toesloeg en de Britse premier Margaret Thatcher bovendien een wet probeerde in te voeren die het bespreekbaar maken van homoseksualiteit bij opgroeiende jongeren moeilijker zou maken, kwam hij uit de kast. Op televisie. In een programma, dat twee dagen later zou worden uitgezonden. Zoveel tijd had hij dus om de mensen uit zijn directe omgeving in te lichten. Het was alsof er een last van zijn schouders viel, vertelt hij nu, een last waarvan hij zich nooit bewust was geweest dat hij die permanent met zich meedroeg.

McKellen is een vaardige verteller die, zo geeft hij grif toe, zich altijd bewust blijft van de boodschap die hij wil afgeven en het publiek dat daarbij hoort. Dat is in deze film, waarin enkele van zijn vroegste herinneringen knap (en lipsynchroon) zijn gedramatiseerd met acteurs, natuurlijk niet anders. Hier spreekt een man zijn publiek toe. Over de mens achter de gevierde acteur en zijn issues. Al kan het achteraf natuurlijk ook een prachtige karakterrol blijken te zijn geweest.

Joe Strummer: The Future Is Unwritten

Hij werd als diplomatenkind John Graham Mellor geboren in het Turkse Ankara, moest opgroeien op een typisch Engelse kostschool en werd volwassen op de kunstacademie. Waar zijn oudere broer David in zijn tienerjaren extreemrechts en het absolute zwart opzocht, zou Joe Strummer een onvervalste globalist en socialist worden. En het boegbeeld van The Clash, de Britse band die deze idealen vervatte in eerst dampende punk en later muziek die naar alle windstreken uitwaaide.

En toen, op 22 december 2002, hield het ineens op. Een fatale hartaanval. Joe was slechts vijftig. Hij had nog een hele toekomst voor zich, leek het. Regisseur Julien Temple roept de slordige halve eeuw die hem wél waren gegund overtuigend op in Joe Strummer: The Future Is Unwritten (119 min.). Hij bedient zich daarbij van zijn kenmerkende collagemontage, waarin beelden van Strummer en zijn bands samensmelten met speelfilmfragmenten, nieuwsbeelden en scènes uit de tekenfilm Animal Farm.

Als een soort radiodeejay verbindt Joe zelf alle elementen met elkaar. Een hele stoet sprekers – van vriendinnen, intimi en Clash-leden tot beroemde fans als Johnny Depp, Bono en Martin Scorsese – kleurt het personage Joe Strummer verder in. Want dat was het: een personage. Waar je als buitenstaander lastig doorheen kwam. Een man met een aanzienlijk ego ook. Met vastomlijnde ideeën over wie of wat hij wilde zijn. Die ruzies daarover bepaald niet uit de weg ging. En zichzelf nogal eens in de voet schoot.

Toch sloten ze hem allemaal in hun hart, beweren de sprekers, die door Temple rond een soort (virtueel) kampvuur zijn gepositioneerd. En daar komen hun stemmen en die akoestische gitaar natuurlijk ook goed van pas. Die ontspannen setting, gemodelleerd naar de Strummerville-campfires die zijn foundation sinds Joe’s dood organiseert op het Glastonbury-festival, doet deze film uit 2007 goed. Die werkt toe naar een dramatische climax als Strummer, net als hij weer richting lijkt te hebben gevonden na een jarenlange midlifecrisis, bezwijkt aan dat wild kloppende hart van hem.

The Disappearance of My Mother

Ooit belichaamde Benedetta Barzini alles wat ze tegenwoordig veracht: een vrouw zoals mannen die wilden zien. Een Italiaans fotomodel, in de glamoureuze jaren zestig. De vleesgeworden (witte) mannenfantasie. En nu is Benedetta oud en verrimpeld en wil ze de wereld het liefst stilletjes verlaten.

Dan heeft de oudere vrouw echter buiten haar zoon gerekend. Voor Beniamino Barrese is moeder een muze waarvan hij nooit genoeg krijgt. Hij is nu zelfs op zoek naar jonge modellen die klassieke foto’s van haar tot leven kunnen wekken. Ze krijgen de opdracht om met een oogpotlood die kenmerkende moedervlek op hun wang aan te brengen.

The Disappearance Of My Mother (97 min.) moet Benny’s afscheid worden van de vrouw die hij al zijn hele leven filmt en fotografeert. Zij zet zich intussen ongenadig af tegen de industrie waarvan ze zowat haar hele leven deel uitmaakte en benadrukt, als feminist en als docent, het belang van imperfectie. Tegelijkertijd heeft ze ook heel wat te stellen met haar filmende zoon, die van geen ophouden wil weten – ook niet als ze boos wordt, van hem wegrent of gewoon ‘klotecamera!’ roept.

Een ontmoeting met voormalig topmodel Lauren Hutton wordt erdoor verpest – of, tis maar hoe je het bekijkt, voor de eeuwigheid opgetekend. Gaandeweg laat echter ook Benedetta een zekere ambivalentie zien. Ze participeert, met allerlei jonge modellen en enkele oud-collega’s, in een show van modeontwerper David Koma en poseert uiteindelijk toch als een profi in haar mooiste jurk voor de camera van haar gewillige zoon.

Wil Benedetta eigenlijk verdwijnen van de wereld, omdat ze daarmee niets meer gemeen heeft? Of wil ze juist verdwijnen voor die wereld, omdat ze deze niets meer te bieden denkt te hebben? En projecteert Beniamino zijn eigen gevoelens over schoonheid op haar? Is deze film tevens een schreeuw om aandacht? Of is het toch een treffend eerbetoon aan die moeder die hij adoreert? Die vragen blijven gedurig opspelen tijdens deze ontmanteling van een model(len)leven en alles wat dat heeft betekend.

Moeder en zoon laten daarbij ook zien hoe deze film wordt gemaakt: hij alsmaar regisserend, zij luidkeels daartegen protesterend. Dat amuseert, irriteert en fascineert. Zodat deze exhibitionistische egodocu soms voor een vieze smaak in de mond zorgt en vreemd genoeg toch naar meer blijft smaken.

A Lion In The House

Ze worden kaal, blazen langzaam helemaal op of verliezen plotseling één of meerdere lichaamsfuncties. Al op zeer jonge leeftijd moeten de hoofdpersonen van A Lion In The House (230 min.) dealen met de meest gevreesde ziekte van onze tijd.

Toen Steven Bognar en Julia Reichert, de makers van deze tweedelige documentaire uit 2006, door het kinderenziekenhuis in Cincinnati werden gevraagd om te komen filmen, had hun eigen dochter net een behandeling tegen kanker achter de rug. Toch stemden ze toe, om het verhaal van enkele zieke kinderen en hun families te vertellen. Daarbij nemen ze afwisselend de voice-over voor hun rekening.

Over Alex bijvoorbeeld, een schattig meisje van nauwelijks zeven. Ze heeft op die leeftijd al diverse terugvallen en remissies achter de rug. Haar prognose blijft zorgwekkend. Alex’s moeder Judy vraagt zich af hoever ze nog moeten gaan met behandelingen. Haar echtgenoot Scott wil echter van geen wijken weten. En dus wordt de kleine Alex steeds weer met nieuwe tegenslagen en ontberingen geconfronteerd. ‘Papa had beloofd: geen auwtjes meer’, kermt ze op een gegeven moment wanhopig.

Door de jeugdige leeftijd van de meeste patiëntjes zijn het eigenlijk hun ouders die als hoofdpersonen voor deze indringende film fungeren. Hun twijfel over wat het beste is voor hun kind staat centraal. Hun verdriet. Hun onmacht. En ook: hun onenigheid. Want het pad naar een gezonde toekomst – of de dood – dient zich niet vanzelfsprekend aan, maar moet steeds, elke keer weer, onderweg ontdekt worden. Artsen en verpleegkundigen staan hen daarbij terzijde.

Dat kan ook een heel eenzaam proces worden. De afro-Amerikaanse puber Tim heeft bijvoorbeeld al een veelbewogen leven achter de rug als hij wordt gediagnosticeerd met een nektumor. Zijn vader werd vermoord toen hij nog maar een kind was. Sindsdien staat zijn moeder Marietha er helemaal alleen voor. Ze kan zijn ellende en verdriet er eigenlijk niet bij hebben. De jongen heeft intussen een leerachterstand opgelopen en ook zijn complete sociale leven is naar de gallemiezen. En dan blijft ook die K-ziekte steeds terugkomen.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld een tv-programma zoals Over Mijn Lijk ontbreekt in deze film de Bucketlist: de insteek van vrijwel alle betrokkenen is niet gericht op het verzamelen van zoveel mogelijk piekervaringen voordat Magere Hein dan toch langskomt, maar volledig op het leven redden, verlengen of op zijn minst menswaardig laten eindigen. En dat blijkt al moeilijk genoeg.

The Art Of Political Murder

HBO

Twee dagen nadat de Guatemalteekse bisschop Juan Gerardi een rapport over mensenrechtenschendingen had gepresenteerd, werd hij op zondag 26 april 1998 bruut vermoord. Blijkbaar zat niet iedereen te wachten op ‘s mans bevindingen over de burgeroorlog die tussen 1960 en 1996 woedde in Guatemala en zo’n 200.000 burgerslachtoffers had gemaakt. Of zat er toch een persoonlijk motief achter zijn uiterst gewelddadige dood? Kort nadat hij moest zijn gestorven, zag een dakloze man hoe een kerel met ontbloot bovenlichaam Gerardi’s woning verliet.

The Art Of Political Murder (89 min.) laat de tijd herleven dat het Midden-Amerikaanse land nog volledig werd verscheurd door de strijd tussen de militaire regering van stijfrechtse signatuur en linkse rebellen, die werden ondersteund door de oorspronkelijke Maya-bevolking van Guatemala. Deze tweespalt zou ook de loop van het politieonderzoek naar de moord op de bisschop en mensenrechtenactivist beïnvloeden. Kon het recht ooit zijn loop hebben binnen zo’n politiek geladen context? Zou er überhaupt een fatsoenlijk onderzoek naar de ware toedracht kunnen plaatsvinden?

Ruim twintig jaar na dato kijken de officier van justitie, direct betrokkenen en de dakloze ooggetuige, die nog een kaart in zijn mouw blijkt te hebben, in deze krachtige documentaire van Paul Taylor terug op Guatemala’s nationale tragedie, waarbij ook Gerardi’s eigen huisgenoot, eerwaarde Mario Orantes, nog een opmerkelijke rol zal spelen.

The Vow

HBO/Ziggo

Hoe zou het toch komen dat ik van letterlijk elk afzonderlijk personage van The Vow koude rillingen krijg?

Even recapituleren dan maar: eerst hebben ze zich stuk voor stuk volledig overgegeven aan een beweging die de maakbaarheid van het zelf tot religie heeft verklaard. Daarna zijn ze alles wat ze in die tijd deden of zeiden, op het enge af, gaan documenteren op papier, video en audio. Omdat dit van zulk wezenlijk belang was – voor de gehele mensheid, waarschijnlijk – dat er geen woord of idee verloren mocht gaan. En tenslotte zijn ze hun blijde boodschap met typische Amerikaanse overtuigingskracht, alsof er geen andere waarheid bestaat, op elk denkbaar podium gaan uitdragen.

En als de schellen dan eindelijk van hun ogen vallen over de aard van hun leider Keith Raniere en diens organisatie NXIVM – iets wat elke buitenstaander in één oogopslag had kunnen vaststellen – en ze zien dat ze onderdeel zijn geworden van een doodordinaire sekte, besluiten ze om met hetzelfde vuur datgene te gaan bestrijden waarvan ze zelf jarenlang onderdeel hebben uitgemaakt (en de misstanden die ze, al dan niet bewust, hebben gefaciliteerd). En ook dat wordt dan tot in detail vastgelegd en direct met de wereld gedeeld. Omdat ze ook nu voor de goede zaak staan en de waarheid in pacht hebben. Je hebt nu eenmaal het reli-gen of je hebt net niet.

Het is bijvoorbeeld bijna onverteerbaar om documentairemaker Mark Vicente (What The #$*! Do We know!?), één van de hoofdpersonen van deze negendelige serie van Jehane Noujaim en Karim Amer (The Square en The Great Hack), in beeld te zien transformeren van ideale NXIVM-discipel, die overal zijn TED Talk-versie op het leven verkondigt of simpelweg instemmend knikt als de kleine grote leider iets semi-diepzinnigs zegt, naar ideale NXIVM-afvallige, die overal zijn TED Talk-versie op het sekteleven verkondigt of simpelweg begripvol knikt als een vrouwelijk sektelid vertelt welk misbruik haar ten deel is gevallen op instigatie van diezelfde kleine grote leider.

Nu heeft Raniere het ook wel bont gemaakt. Vrijwel elke aflevering van deze met veel drama uitgeserveerde serie, die jeuk op alle mogelijke plekken veroorzaakt, brengt weer nieuwe onthullingen. Van supergeheime ‘sisterhoods’ en brandmerken tot wraakzuchtige rechtszaken en ‘collateral’ (chantagemateriaal, in de vorm van pijnlijke geheimen of naaktfoto’s, dat de ‘slaven’ moeten overleggen om hun trouw aan de organisatie te bewijzen). Waarbij opvalt hoeveel jonge Hollywood-acteurs en –actrices de kleine grote leider in zijn tent weet te lokken. En naar de tent in zijn broek, natuurlijk.

The Vow (526 min.) is overcompleet, eenzijdig en véél te lang. Met zijn ongelooflijke inkijk in de inwendige machinerie van NXIVM – vrijwel elke activiteit, conversatie of training lijkt te zijn vastgelegd – is de serie op de één of andere verwrongen manier tóch een aanrader voor iedereen met oprechte interesse in de werking van sekte-achtige organisaties en/of de diepgevoelde behoefte om zich eens ongegeneerd te ergeren aan mensen die het staren in hun eigen navel tot kunst hebben verheven.

Zoals ik al zei: koude rillingen over mijn hele lichaam (en toch voldoende goesting in datzelfde lijf om door te kijken – en door!).

En niet getreurd: er is inmiddels een tweede seizoen van The Vow aangekondigd.

The Ripper

Netflix

Pas als een gewoon zestienjarig meisje- en geen prostituee – het slachtoffer wordt van de onbekende moordenaar, dringt het verhaal van The Yorkshire Ripper halverwege de jaren zeventig eindelijk door tot Londen. Tot dat moment is het nieuws van de moorden in Noord-Engeland blijven hangen. Omdat het feit dat vrouwen uit de rosse buurt worden afgeslacht nu eenmaal slechts een beperkte nieuwswaarde heeft.

In de vierdelige serie The Ripper (196 min.) reconstrueren Ellena Wood en Jesse Vile met voormalige agenten, overlevenden, journalisten, ooggetuigen en kinderen van slachtoffers nauwgezet de jacht op de man, die jarenlang dwangmatig vrouwen om het leven bracht en ze vervolgens als menselijk afval dumpte. De speurders moesten het in die tijd nog zonder DNA doen en tastten volledig in het duister. Uiteindelijk smeekten ze hem zelfs om zichzelf aan te geven.

Hun onmacht is ruim veertig jaar na dato nog altijd tastbaar. Dit monster moest tot stoppen worden gebracht. Maar hoe? En hoeveel slachtoffers zou hij in de tussentijd nog kunnen maken? De man antwoordde uiteindelijk met een reeks provocerende brieven. Ondertekend met ‘Jack the Ripper’, de naam van zijn nooit ontmaskerde voorganger, die aan het eind van de negentiende eeuw een aantal prostituees vermoordde in Londen.

The Ripper onderscheidt zich van al die andere films en series over beruchte seriemoordenaars door zijn typisch Britse karakter. Deze true crime-productie speelt zich af tegen de achtergrond van verpauperde industriesteden zoals Leeds en Bradford en belicht de schokkende zaak bovendien tamelijk sec, zonder al te veel poespas of effectbejag. Zodat de ontluisterende ontknoping van de zaak uiteindelijk nóg harder binnenkomt.

Want deze Ripper hadden de jagers, ondanks al hun beperkingen, allang in het vizier kunnen én moeten hebben.

Room 2806: The Accusation

Netflix

Had ‘Parijs’ de hand in de plotse neergang van Dominique Strauss-Kahn? De directeur-generaal van het Internationaal Monetair Fonds werd er in 2011 van beschuldigd dat hij Nafissatou Diallo, een kamermeisje van het New Yorkse Sofitel Hotel, zou hebben misbruikt. En volgens journalist/schrijver Edward Jay Epstein kon dat geen toeval zijn. Die twee hotelbeveiligers, vastgelegd door een beveiligingscamera, maakten niet voor niets een overwinningsdans nadat ze Diallo ervan hadden overtuigd om de politie in te schakelen.

Epstein doet zijn boude bewering in de vierdelige docuserie Room 2806: The Accusation (198 min.), waarin ook Diallo zelf, een alleenstaande moeder uit de Bronx, veelvuldig aan het woord komt. DSK laat verstek gaan, maar wordt vertegenwoordigd door zijn advocaten en enkele (politieke) vrinden. Het contrast tussen de twee kernfiguren in deze geruchtmakende zaak kan bijna niet groter zijn: een anonieme immigrante uit West-Afrika versus de man van de wereld, die veelvuldig wordt genoemd als president van Frankrijk.

Nicolas Sarkozy en Francois Hollande, Strauss-Kahns potentiële rivalen voor die positie, spinnen in elk geval garen bij diens arrestatie. Zeker als daardoor ook DSK’s promiscue leven, in het bijzonder een incident van acht jaar eerder, weer in het middelpunt van de belangstelling komt te staan. De jonge journaliste Tristane Banon beweert dat ze in 2003 is lastiggevallen toen ze hem ging interviewen en schroomt niet om een boekje open te doen over Dominique Strauss-Kahn in deze gelikte politieke thriller van Jalil Lespert.

Intussen laat de bewijsvoering voor Edward Jay Epsteins complottheorie lang op zich wachten. Heeft hij aanwijzingen gevonden voor een smerige campagne om een politieke rivaal kalt te stellen? Of is zijn bewering simpelweg een opzichtige poging van Team DSK om Diallo’s geloofwaardigheid te ondermijnen? En wie is Dominique Strauss-Kahn dan? Een onverbeterlijke Don Juan of toch een ‘male chauvinist pig’?

Het zijn vragen die nog altijd lastig zijn te beantwoorden omdat er van de essentie van dit soort #MeToo-zaken, gebeurtenissen tussen een individuele man en vrouw, doorgaans maar twee getuigen zijn: de dader en het slachtoffer. Als ze dat al zijn.

The Mole

Piraya Film / Wingman Media / VPRO

Wie is The Mole? Die vraag ligt voor de hand. Het antwoord ook: Ulrich Larsen, een onopvallende Deense huisvader. Hij begeeft zich als Scandinavische vertegenwoordiger van de Korea Friendship Association jarenlang in schimmige deals met de schurkenstaat Noord-Korea. Als westerse mol welteverstaan, in opdracht van en in samenspraak met regisseur Mads Brügger.

Sinds de Deense documentairemaker in 2009 een kritische film maakte over Kim Jong-Un’s onwezenlijke dictatuur, genaamd The Red Chapel, is hij daar zelf persona non grata. Na de release van die film wordt Brügger echter benaderd door Larsen, die hem alsnog de mogelijkheid biedt om de ware aard van het regime in Pyongyang te tonen.

Voor het zover is, zet de regisseur nog wel even enkele extra pionnen op het bord: Mr. James, een cokedealer in ruste die zich gaat voordoen als potentiële investeerder in Noord-Korea. En een voormalige geheimagente van MI5, Annie Machon, die zowel deze Mr. James als de mol na afloop grondig gaat debriefen. Zie daar de opzet voor de real life-spionagefilm The Mole (125 min.), waarin (waarschijnlijk) niemand is zoals hij/zij zich voordoet.

En net als in eerdere films als The John Dalli Mystery en Cold Case Hammarskjöld claimt Mads Brügger hoogstpersoonlijk de vertellersrol. In Engelstalige voice-overs met een moddervette Deense tongval, die welhaast net zo herkenbaar is als het Sauerkraut-Engels van zijn Duitse collega Werner Herzog. Trefzeker koerst Brügger door een internationaal schimmenspel, veelal vastgelegd met verborgen camera’s, dat zich voor een groot deel afspeelt op anonieme hotelkamers en in kale vergaderruimtes en dat soms zo grotesk lijkt dat het ongeloofwaardig wordt.

Hoe ze bijvoorbeeld het Oegandese eiland hebben gevonden om stiekem een wapenfabriek op te starten? ‘Google’, antwoordt Mr. James met een grote grijns op zijn gezicht. Mads Brügger heeft er achteraf wel spijt van dat hij de nepinvesteerder daarna naar China heeft laten vertrekken, waar zijn leven wellicht gevaar loopt. ‘Maar Mr. James is een man die van actie houdt en ik ben een filmmaker die van sensatie houdt. Dus is hij maar gegaan.’

Het is zulke onmiskenbare zelfspot, waarmee zijn serieuze onderzoeksjournalistiek een absurdistisch vernislaagje krijgt, die ook deze nieuwste ambitieuze onderneming van Mads Brügger kenmerkt. Daarmee reikt hij ditmaal niet zo enorm hoog als in bijvoorbeeld zijn onderzoek naar de dood van Verenigde Naties-topman Dag Hammarskjöld – ook doordat The Mole wel erg veel schimmige beelden van schimmige mannen op schimmige locaties bevat – maar laat hij opnieuw zien dat hij een geweldige neus heeft voor waar het stinkt.

Aan het eind resteert alleen nog steeds de vraag: wie is The Mole nu werkelijk? Wat heeft hij in al die jaren precies uitgevreten? En waarom ook alweer?

The Analogues: Op Weg Naar Abbey Road

Daniel Burdett / NTR

Oké, boomer.

Over The Beatles mag dan zo langzamerhand écht alles al zijn gezegd in een ware stortvloed aan documentaires. Voor de Nederlandse tributeband The Analogues geldt dat natuurlijk nog niet – al zijn die, geloof het of niet, inmiddels ook aan documentaire drie toe. Want een film over ‘iets wat met The Beatles te maken heeft’ trekt nog altijd meer bekijks dan het leeuwendeel van de docu’s over een actueel muzikaal fenomeen. Legt hand voor zijn ogen. En schudt eens met zijn hoofd.

Oké: punt gemaakt (of althans een halfbakken poging daartoe). Na The Analogues – Sgt. Pepper 50 Jaar Later en The Analogues In Liverpool is er nu dus The Analogues: Op Weg Naar Abbey Road (63 min.), wederom van regisseur Marcel de Vré. En daarin gaan de helden – ik bedoel hun Nederlandse afgietsels daarvan (en nu houd ik op, écht!) – naar de befaamde Londense studio, waar The Beatles vijftig jaar eerder hun allerlaatste album opnamen. ‘Dit is de moeilijkste die we ooit gedaan hebben’, constateren ze al snel.

En dat zorgt soms ook voor complicaties tussen de verschillende groepsleden, die uit alles uit de kast moeten trekken om de magie van weleer te laten herleven. Daaruit spreekt professionaliteit en oprechte liefde voor The Fab Four, die ook tot uiting komt in hun verduiveld knappe interpretatie van het (nooit eerder live uitgevoerde) Beatles-oeuvre. Ze proberen niet zozeer elke noot te reproduceren als de geest ervan te pakken te krijgen.

De Vré volgt dat proces, een jongensboekverhaal dat gewoon werkelijkheid wordt, en vraagt tussendoor aan de individuele bandleden om het te becommentariëren. Tussendoor laat hij enkele Beatles-kenners de laatste episode uit het heldenverhaal van John, Paul, George & Ringo nog eens goed uit de doeken doen. En dan, op 30 juni 2019, komen alle inspanningen tot een vanzelfsprekende climax op ‘heilige grond’, tijdens de opnames van The Analogues in Studio One van Abbey Road.

‘Dichterbij The Beatles kom je niet’, zegt één van Nederlanders die daarbij aanwezig mag zijn. ‘Supergaaf!’ Een Britse fan vergelijkt het zelfs met ‘een religieuze ervaring’. Het is glashelder dat ook The Analogues zelf er in die termen op terugkijken. Al heeft het tegelijk iets ongemakkelijks dat de groepsleden met hun eigen bands nooit zo succesvol zijn geweest of kunnen worden als nu met deze uitstekende – ga ik het woord gebruiken? – coverband. Maar dat kan natuurlijk ook aan mij liggen.

Oké, boomer?

The Hunt For Gaddafi’s Billions

VPRO

Na een uur krijgt hij telefoon en moet plotseling weg. George Darmanovic laat zijn gesprekspartners Misha Wessel en Thomas Blom met allerlei vragen achter. De Zuid-Afrikaanse geheimagent weet alles over de weggesluisde miljarden van de Libische leider Muammar Gaddafi, maar heeft het achterste van zijn tong nog niet laten zien.

Darmanovic vertrekt met de belofte dat hij bij een volgend interview foto’s en ander bewijsmateriaal zal laten zien. Wessel en Blom zullen hem echter nooit meer ontmoeten. Zes weken later wordt zijn ontzielde lichaam gevonden in de Servische hoofdstad Belgrado. Hij is geliquideerd. Later volgen ook de twee huurmoordenaars die Darmanovic zouden hebben neergeschoten.

Deze kille afrekeningen lijken aan te tonen dat er echt wat op het spel staat in The Hunt For Gaddafi’s Billions (91 min.). Ettelijke miljarden dollars, zoals het zich laat aanzien. Toen de grond hem te heet onder de voeten werd, ten tijde van de Arabische Lente van 2011, besloot de Libische leider Gaddafi een groot deel van zijn vermogen, geschat op zeker 150 miljard dollar, clandestien naar het buitenland te verplaatsen. Als een enorme oorlogskas of voor – wie zal het zeggen? – een riant bestaan als pensionado.

Wat is er met dat geld gebeurd? En wie heeft er zich over ontfermd? Het spoor in deze groots opgezette internationale productie leidt naar Zuid-Afrika, waar een deel van de verdwenen cash werd vrijgemaakt voor een wapendeal en daarna spoorloos is verdwenen. Twee concurrerende groeperingen – bestaande uit dubieuze diplomaten, privédetectives, geheimagenten, wapenhandelaren, premiejagers en huurlingen – zetten de jacht in op de verdonkeremaande schat. Voor de goede zaak, hun land of – zo gaat dat in deze schimmige wereld – het op te strijken vindersloon.

Hun jarenlange speurtocht naar waar Gaddafi’s erfenis terecht is gekomen leidt Wessel en Blom naar de donkerste spelonken van de internationale diplomatie, waar ze stuiten op enkele politieke kopstukken die zich ogenschijnlijk in duistere zaakjes hebben begeven. Onderweg hebben de Nederlandse onderzoeksjournalisten zowaar ook een ontmoeting met een Deep Throat-achtige anonieme bron. In een parkeergarage, natuurlijk.

Stukje bij beetje komen ze in deze enerverende jacht op Gaddafi’s geld en de bijbehorende goudzoekers zo steeds dichter bij wat er met die miljarden gebeurd zou kunnen zijn.

Zappa

Piece Of Magic

In het huis dat hij ooit bewoonde is in een aparte vleugel zijn complete oeuvre opgeslagen. De weerslag van bijna 53 jaar Frank Zappa. Méér dan een mensenleven eigenlijk kan bevatten. Regisseur Alex Winter kreeg voor deze definitieve biografie toegang tot het persoonlijke archief van de muzikant, provocateur en ‘experimentalist’ Zappa (129 min.), die in 1993 na een veelbewogen leven en carrière zijn laatste adem uitblies.

De dwarse Amerikaan was een genre op zich, wars van gebaande paden en de mainstream. Creatief, gedreven en bijzonder eigenzinnig. Nooit tevreden ook. De muziek die hij maakte klonk nooit zo mooi als hij hem in zijn hoofd had gehoord, volgens zijn voormalige gitarist Steve Vai. De componist Zappa leed echt onder de beperkingen – in geld, middelen of de capaciteiten van zijn muzikanten – die hem werden opgelegd. Vai kan er wel om lachen: ‘Sorry, Frank!’

In deze lijvige documentaire is het vooral Zappa zelf, die het woord voert. Hij wordt bijgevallen door echtgenote Gail, zijn vaste illustrator Bruce Bickford en leden van zijn begeleidingsband The Mothers Of Invention. Zoals het bij leven en welzijn ook meestal ging. Frank zette de toon. Een welbespraakte vrijdenker, met uitgesproken opinies, veel dadendrang en niet al te veel oog voor zijn directe omgeving. Zelfs voor zijn eigen gezin.

Treffend is in dat verband de anekdote rond de ontstaansgeschiedenis van het nummer Valley Girl. De aanleiding was een briefje dat zijn dochter Moon, om wie hij zich slechts beperkt bekommerde, onder de deur naar zijn studio doorschoof: ‘Daddy, hi! I’m 13 years old. My name is Moon. Up until now I have been trying to stay out of your way while you record. However, I have come to the conclusion that I would love to sing on your album, if you would like to put up with me.’ En zo geschiedde. Het zou Zappa’s enige hit worden.

Hij was verder niet van de aaibare muziek. Geen aaibare man ook. Een eenzaat. De vleesgeworden contramine. Met die karakteristieke snor en sik, spottende lach en altijd een sigaret in de hand. Totdat de tijd hem inhaalde, in de vorm van die K-ziekte. Deze weelderig aangeklede film, waarvoor zijn archief liefdevol is geplunderd, getuigt van ‘s mans onbedwingbare drang om te scheppen.