9to5: The Story Of A Movement

In één van de eerste 9to5-blaadjes was hun positie in een woord of tien treffend samengevat: ‘We are referred to as “girls” until the day we retire without pension.’ In de jaren zeventig werkten talloze Amerikaanse vrouwen als secretaresse, klerk of typiste. Ze voelden zich echter niet gehoord door de burgerrechtenbeweging, de eerste feministische golf en de bedrijfswereld waarvan ze onderdeel uitmaakten.

De vrouwen zaten vast in een Groundhog Day-achtige aflevering van Mad Men: ze maakten hele lange dagen op kantoor, werden daarop behandeld als veredelde koffiejufrouw en kregen een schamel loon dat paste bij die status. Totdat enkele activistische vrouwen, bevangen door de tijdgeest, besloten om hun recht te gaan opeisen. En elke seksistische ‘boss’ kon zijn borst natmaken.

‘Sommige chefs beschouwen hun secretaresse als een soort kantoorvrouw, die ze zowel een memo kunnen dicteren als koffie kunnen laten zetten’, constateerde de legendarische tv-journalist Walter Cronkite in zijn aankondiging van een reportage over één van de stakingsacties, de zogenaamde Coffee Rebellion. ‘Maar in Chicago vroegen sommige van die vrouwen vandaag echtscheiding aan.’

In 9to5: The Story Of A Movement (86 min.), de tamelijk conventionele nieuwe documentaire van Julia Reichert en Steven Bognar (die dit jaar een Oscar wonnen voor American Factory), blikken kernfiguren van de emancipatiebeweging terug op hun strijd met ‘male chauvinist pigs’ en scepsis in de eigen gelederen. Die vormde ook de inspiratie voor de Hollywood-comedy Nine To Five, met de activiste actrice Jane Fonda in de hoofdrol.

De speelfilm, en de titelsong die Dolly Parton daarvoor schreef, zou hun ideeën naar de mainstream brengen, waar gelijke rechten voor vrouwen op de maatschappelijke agenda kwamen te staan en ook de term ‘seksuele intimidatie’ gemeengoed zou worden. Die historie wordt in deze documentaire, met veel aansprekend archiefmateriaal en vlotte muziekjes, hartstikke netjes opgetekend.

Das Spiel

IDFA

Alleen als hij volstrekt onzichtbaar is, kan hij eigenlijk uitgroeien tot de beste man van het veld. Het is de tragiek van de scheidsrechter. Man in het zwart. Geliefde pispaal van alles en iedereen. Hondenlul zelfs. En de hoofdpersoon van de hele fijne korte documentaire Das Spiel (17 min.). Fedayi San, om precies te zijn. Een Zwitserse arbiter die het Super League-duel tussen Young Boys en Lugano leidt.

Souverein, zo lijkt het. Op basis van deze korte film, die verwantschap vertoont met de fascinerende scheidsrechtersfilm Kill The Referee (2009), krijg je daar echter slechts beperkt zicht op. Want regisseur Roman Hodel heeft nauwelijk oog voor de wedstrijd zelf. Behalve de scheidsrechter en zijn assistenten observeert hij de fans op de tribune, de commentatoren en de crew die de televisie-uitzending in goede banen leidt. En Sans trotse vader die een mooie plek in het stadion heeft gekregen.

Alles, behalve de bal eigenlijk. In de hele docu is ‘het lederen monster’ nauwelijks te zien. Of het moet zijn in die ene heerlijke scène van een steward, die met zijn rug naar het veld staat en geconcentreerd de tribune in de gaten houdt. De man met het gele hesje kijkt nauwelijks op of om als de doelman achter hem een doelpunt incasseert. Voetbal is echt de belangrijkste bijzaak in zijn wereld.

Eerst en vooral is Das Spiel (Engelse titel: The Game) echter een psychologisch portret van een topscheidsrechter in het heetst van de strijd. Rennend, fluitend en gebarend. Voortdurend communicerend met spelers. Corrigerend ook. Fedayi San is bovendien altijd in contact met zijn assistenten, via een audioverbinding die ook in de documentaire is te horen. En haalt zich – hoe kan het ook anders? – regelmatig de woede op de hals van de ‘Schlachtenbummler’ uit Bern of Lugano.

In de rust kijkt hij samen met zijn assistenten op z’n smartphone een twijfelachtig moment uit de eerste helft terug. Penalty of niet? Ze weten het niet zeker. En dan roept de wedstrijd weer in dit prachtige portret van het spel zonder bal.

We Are The Thousand

Niemand is een ster. En iedereen. 250 zangers, 150 bassisten, 250 drummers en – kwestie van de Goden verzoeken – 350 gitaristen. Amateurs. Uit elke uithoek van Italië overgekomen. Op eigen kosten bovendien. Om op een grasveld in Cesena één enkel liedje te gaan spelen. Met duizend mannen, vrouwen en kinderen tegelijk. Learn To Fly. Van de Amerikaanse rockband The Foo Fighters. Omdat zanger Dave Grohl en zijn mannen nodig eens bij hen in Italië moeten komen optreden.

Het was een wild idee van ene Fabio Zaffagnini, dat groter werd dan hij in zijn stoutste dromen had kunnen bedenken. Het duurt in We Are The Thousand (78 min.) niet lang of de droom wordt, na het nemen van de verplichte obstakels, zowaar werkelijkheid. En zie die brok in de keel dan maar eens weg te slikken als argeloze kijker. Learn To Fly, niet voor niets inmiddels meer dan vijftig miljoen keer bekeken op YouTube. Een onwaarschijnlijk mooi moment. Van duizend, op zichzelf net zo onbetekenende, mensen als jij en ik die samen uitgroeien tot iets groots en waarachtigs. Dat ook nog rockt.

Het is de vraag of regisseur Anita Rivaroli daar nog overheen kan komen in deze onweerstaanbare feel good-documentaire, waarin gewone (oudere) jongeren, ook tijdens interviews, even in de spotlights komen te staan. De vervolgstap ligt natuurlijk voor de hand: Grohl en z’n Foo Fighters verleiden om naar Italië te komen. Maar dan? Zaffagnini en z’n kompanen van Rockin’1000 weten opnieuw een list te verzinnen. En de argeloze kijker gaat ook dan weer volledig overstag.

A Thousand Cuts

IDFA

#FreeMariaRessa. Als de Filipijnse journaliste, CEO van de onafhankelijke nieuwsorganisatie Rappler, wordt gearresteerd, leidt dat wereldwijd tot consternatie.

‘Internationale belangenorganisaties voor journalisten stellen dat dit een aanval op de media is’, zegt een interviewer tegen president Rodrigo Duterte. ‘Ach, gossie!’, reageert die sarcastisch. ‘Wat is uw beleid ten opzichte van kritische media?’ wil een andere journalist weten. ‘Jullie zijn de mensen met kritiek’, riposteert de Filipijnse leider. ‘Als dat je je leven kost, is dat je eigen schuld. Ik zal daar geen traan om laten.’

Sinds hij in 2016 voor zes jaar werd geïnstalleerd als president voert Duterte een schrikbewind. Hij propageert openlijk geweld tegen drugsgebruikers en -handelaren. Volgens critici betekent dat de facto een oorlog tegen de armen, die zonder enige vorm van proces naar de andere wereld mogen worden geholpen. Het is alleen niet verstandig om dat in het openbaar uit te spreken, zo bleek al uit grimmige documentaires als On The President’s Orders en The Kingmaker. En dat wordt nog eens onderstreept door A Thousand Cuts (100 min.), een unheimische film die is gelardeerd met allerlei messcherpe Rappler-headlines. Want Duterte is niet alleen van de woorden, maar ook van de daden.

Behalve de onafhankelijk opererende journalist Maria Ressa en haar moedige medewerkers volgt regisseur Ramona S. Diaz (eerder verantwoordelijk voor Motherland) in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen van 2019 ook de vrouwelijke oppositiekandidaat Samira Gutoc, de brute Duterte-vazal Bato ‘ik zou doden voor de president’ dela Rosa die zich kandidaat heeft gesteld voor de Senaat en de populaire zangeres/influencer Mocha Uson. Zij voorziet Duterte van een miljoenenpubliek en pompt zonder scrupules desinformatie en laster over zijn critici rond. Met bijvoorbeeld de hashtag #ArrestMariaRessa tot gevolg.

Gezamenlijk roepen ze in A Thousand Cuts, een titel die verwijst naar de talloze kleine stapjes waarmee een democratie om zeep kan worden geholpen, een naargeestige wereld op, waarin het recht van de wreedste lijkt te gelden en mensen zoals Maria Ressa zich allerlei intimidatie, zowel online als fysiek, moeten laten welgevallen. Deze dappere waakhond, in 2018 verkozen tot Person Of The Year van het Amerikaanse tijdschrift Time, laat zich echter niet zomaar muilkorven door ‘Duterte Harry’, de Filipijnse variant op Clint Eastwoods gewelddadige politieagent. Al heeft die behalve straffe oneliners en een enorme blaffer ook een compleet overheidsapparaat tot zijn beschikking.

Feels Good Man

Het is een soort monster van Frankenstein geworden. De Amerikaanse cartoonist Matt Furie verzon ooit een onschuldige stripfiguur, Pepe The Frog. Die groeide al snel uit tot een immens populaire internetmeme. De verpersoonlijking van de sullige outsider, met als laconieke lijfspreuk Feels Good Man (94 min.). Lekker melige slackershumor, waarschijnlijk geconcipieerd onder invloed van een flinke joint. En volstrekt ongevaarlijk.

Tenminste, totdat de kikker in de duisterste uithoeken van het wereldwijde web, het internetforum 4chan in het bijzonder, werd gekaapt door de alt-right beweging en vervolgens een soort menselijke bloedsbroeder kreeg: Donald Trump. Die veegde zijn achterwerk af met elke vorm van politieke correctheid en zou zich ontwikkelen tot de katalysator die van Pepe een wereldwijd symbool van racisme, haat en antisemitisme maakte. Met humor als dekmantel.

Furie besluit zijn geesteskind op een gegeven moment zelfs maar ten grave te dragen. Er is geen redden meer aan. Pepe The Frog lijkt dan eenzelfde lot beschoren als Jacobse & Van Es van De Tegenpartij, die zo succesvol werden als parodie op extreemrechtse partijen dat buitenstaanders nauwelijks nog het verschil zagen en hun scheppers Kees van Kooten en Wim de Bie zich genoodzaakt zagen om het duo te laten sterven.

Regisseur Arthur Jones reconstrueert de levensgeschiedenis van de uncoole kikker met zijn geestelijk vader en diens directe (werk)omgeving, illustreert die met alle mogelijke Pepes en koerst in deze boeiende en actuele film uiteindelijk af op een juridische confrontatie tussen Furie en meestercomplotdenker Alex Jones van InfoWars, die zich de koddige kikker heeft toegeëigend en posters met zijn beeltenis verkoopt.

Kan Matt Furie met een rechtszaak over inbreuk op zijn auteursrecht de controle terugkrijgen over zijn eigen creatie en Pepe redden van de extreemrechtse troepen die hem in de afgelopen jaren hebben gegijzeld? En kan dat ooit meer worden dan een Pyrrusoverwinning, die vooral hem persoonlijk een aardige afkoopsom oplevert? Feels Good Man geeft een dubbelzinnig antwoord.

The Life And Trials Of Oscar Pistorius

ESPN

De Blade Runner was in werkelijkheid een Blade Gunner, schreeuwde een krantenkop. Oscar Pistorius, de paralympische atleet uit Zuid-Afrika die als eerste sporter met een functiebeperking ook aan de reguliere Olympische Spelen deelnam, had op 14 februari 2013 zijn vriendin Reeva Steenkamp neergeschoten. Hij zou haar hebben aangezien voor een indringer. Of was er toch sprake van volledig uit de hand gelopen huiselijk geweld? De politiewoordvoerder ter plaatse leek daar in elk geval op te zinspelen, waarna er direct een enorme mediastorm opstak. Barbertje moest hangen. Of juist niet.

De zaak tegen Pistorius vertoont onmiskenbare parallellen met de enorme mediahype die een kleine dertig jaar eerder ontstond rond voormalig footballheld O.J. Simpson. Hij werd beschuldigd van de moord op zijn ex-vrouw Nicole Brown en haar vriend Ron Goldman. En net als de Oscar-winnende docuserie over die geruchtmakende zaak, O.J.: Made In America, plaatst The Life And Trials Of Oscar Pistorius (358 min.) het delict overtuigend in z’n persoonlijke, historische en maatschappelijke context. Raciale spanningen in de Verenigde Staten tegenover de Zuid-Afrikaanse Apartheid, met geweld tegen vrouwen als gemene deler.

Zelfs Mark Fuhrman, de Amerikaanse detective die een kwalijke rol in de Simpson-kwestie zou hebben gespeeld, komt nog even langs. Als ervaringsdeskundige die zijn licht laat schijnen over de schietpartij in Huize Pistorius. Die zaak heeft overigens ook gewoon zijn eigen ‘dirty cop’, hoor. Hij speelt een bijrol in deze vierdelige documentaire, die een afgewogen en genuanceerd beeld schetst van het (sport)leven van en de rechtszaak tegen de gevallen volksheld. Daarbij komen zowel directe familieleden en pleitbezorgers van Oscar als criticasters en verwanten van zijn slachtoffer uitgebreid aan het woord.

Zo ontstaat een fascinerende vertelling, waarvan ik vooralsnog alleen de eerste twee delen heb gezien, die perfect past in het oeuvre van de Britse regisseur Daniel Gordon. Hij slaagt er, getuige eerdere sportdocu’s zoals 9.79The Fall en The Australian Dream, als geen ander in om via sport(ers) actuele maatschappelijke thema’s aan te snijden en daar grootse, meeslepende films van te maken. En Oscar Pistorius, die zelf niet is geïnterviewd voor dit portret, doet daarbij als (anti)held niet onder voor Gordons eerdere protagonisten Ben Johnson, Zola Budd en Adam Goodes. Een Blade Runner, natuurlijk. Een koelbloedige moordenaar of juist een enorme pechvogel. En een man die zoveel heeft te bieden en die door één enkel moment is getekend voor het leven.

Confessions To dEUS

Fleur Boonman

Over bands en hun betekenis…

De helende waarde van muziek, belicht via een langspeler die inmiddels de twintig jaar aantikt: The Ideal Crash. Het signatuuralbum van dEUS uit 1999, leeft nog altijd voort. De Belgische groep rond zanger en frontman Tom Barman wijdde er onlangs een serie optredens aan in heel Europa. Die vormen weer de basis voor deze documentaire van Fleur Boonman.

Confessions To dEUS (84 min.) is evenwel geen typisch bandverhaal, geen making of-exercitie en ook geen regulier tourverslag. En in zekere zin ook weer wel. Maar dan vanuit het perspectief van de fans. De dEUS-aanbidders namen na afloop van die concerten plaats in een soort biechtstoel en vertelden aan Boonman wat de muziek van de Belgische band voor hen betekent. En vooral wat die in hen losmaakt. Verhalen over de valkuilen van de liefde en het bestaan, tevens de thematiek van de plaat die hun favoriete album werd.

En dat verleidt de individuele bandleden van dEUS weer tot persoonlijke ontboezemingen over hun zielen- en relatieleven. Bassist Alan Gevaert vertelt bijvoorbeeld aangrijpend over een diepe depressie die hij doormaakte, over hoe hij zich toen ‘een levende dode’ voelde. Was dat nu een ideal crash? Het voelde vooral alsof er geen einde aan kwam. De vraag was of er überhaupt nog een einde was.

Door die persoonlijke insteek wordt deze boeiende film méér dan de zoveelste nostalgische popdocu, waarin met alle egards een klassiek album wordt afgestoft. Hoewel Boonman natuurlijk niet de verleiding kan weerstaan om te eindigen met het absolute prijsnummer Instant Street, dat ook twintig jaar na dato, met behulp van de choreografie en dansers die destijds glorieerden in de uitzinnige videoclip, gewoon voor een zinderende apotheose zorgt.

Over bands en hun blijvende betekenis…

The Mole Agent

‘Gezocht: oudere man’, luidt de kop van de krantenadvertentie. ‘Gepensioneerd, tussen de tachtig en negentig jaar. Onafhankelijk, discreet en technisch onderlegd.’ Diverse oudere heren hebben zich laten verleiden door de vacature en wachten nu tot ze op gesprek mogen voor deze bijzondere klus. Ze kunnen het bijna niet geloven. ‘Als ik normaal bij een sollicitatiegesprek zeg hoe oud ik ben, is het meestal meteen afgelopen’, zegt één van de hoogbejaarde kandidaten.

Het gaat echter om een heel bijzondere opdracht. De privédetective Rómulo Aitken zoekt een man die drie maanden undercover wil gaan in een Chileens verpleeghuis, waar voornamelijk vrouwen wonen. The Mole Agent (90 min.) moet daar onderzoeken of de moeder van Aitkens cliënt wordt gemaltraiteerd, bestolen en geslagen. ‘Jij wordt mijn ogen en oren’, zegt de strenge detective tegen de man die uiteindelijk wordt geselecteerd voor de job: de 83-jarige weduwnaar Sergio Chamy.

Chamy moet zich alleen de bijbehorende techniek, een bril met verborgen camera bijvoorbeeld of gewoon een smartphone, nog eigen zien te maken. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zodra de gedistingeerde heer helemaal is bijgespijkerd, kan hij echter zijn intrek nemen in het verpleeghuis, het startpunt voor deze kostelijke film van Maite Alberdi. Het onderzoek van de ‘spion’ lijkt daarbij vooral een voorwendsel te zijn om in te zoomen op het leven in het tehuis.

Dat wordt bevolkt door allerlei kleurrijke personages. Zo is er de licht paniekerige Marta, een vrouw die zich steeds hardop afvraagt waarom ze haar moeder zo weinig ziet. Zo nu en dan krijgt ze telefoon van een begeleidster die doet alsof ze haar moeder is. ‘Mama, ik heb je zo gemist’, zegt Marta dan. ‘Je komt nooit bij me op bezoek. Maar ik ben hier. Je moet me komen ophalen.’ Bij Sergio Chamy lijkt ze zowaar soms tot rust te komen.

De mannelijke nieuwkomer maakt sowieso indruk. De bevallige Berta is bijvoorbeeld direct verkikkerd op hem geraakt. Ze begint zelfs al over een huwelijk te praten. Ook de gesprekken van de charmeur met Rubiro, hoewel anders van toon, hebben een onmiskenbaar intiem karakter. Zij is zich er intussen maar al te zeer van bewust dat haar geheugen nogal eens hapert. Sergio blijft echter geduldig als hij haar moet uitleggen hoe hun vorige ontmoeting ook alweer is verlopen.

De intieme en respectvolle contacten tussen mensen die hun levenseinde zien naderen kenmerken deze hartverwarmende film, die qua toon en setting doet denken aan The Grown-Ups, de docu die Alberdi maakte in een activiteitencentrum voor mensen met een verstandelijke beperking. Met liefdevolle blik observeert ze de interacties tussen de verschillende bewoners en dringt zo op onnadrukkelijke wijze door tot hun belevingswereld. Sergio’s detectivewerk begint ondertussen, hoe vermakelijk ook, een beetje te voelen als een kunstgreep.

The Mole Agent heeft ook weinig tierelantijnen nodig om stiekem het hart te veroveren. Van de San Francisco-dames, die tijdens het jubileumfeest een dansje met hem wagen. Én van de aandachtige kijker, die uiteindelijk geen detectiveverhaaltje nodig heeft om geïntrigeerd, verrukt en ontroerd te raken van deze open blik in de wereld van mensen die inmiddels beduidend meer verleden dan toekomst hebben en er in het heden toch wat van willen/moeten maken.

Linda Ronstadt – The Sound Of My Voice

NTR

Ze is een geboren performer, met een geweldig stembereik. Hoewel Linda Ronstadt zelf geen liedjes schrijft, heeft de Amerikaanse zangeres een geheel eigen signatuur. Tenminste, dat zeggen mensen die het kunnen weten in Linda Ronstadt – The Sound Of My Voice (91 min.). Ze luisteren naar namen als Dolly Parton, Bonnie Raitt, Ry Cooder, Don Henley, Jackson Browne, JD Souther, Aaron Neville en Emmylou Harris en bivakkeerden stuk voor stuk naast Ronstadt terwijl die op het podium of in de studio de sterren van de hemel stond te zingen.

Deze tamelijk routinematige popbio van Rob Epstein en Jeffrey Friedman laat ook nog popprofessionals aan het woord die jarenlang een boterham aan Ronstadt hebben verdiend, zoals platenbaas David Geffen, popjournalist Robert Hilburn en producer John Boylan. Stuk voor stuk lichten ze een tipje van de sluier op van de zeer wendbare zangeres Linda Ronstadt, die met name in de jaren zeventig en tachtig immens succesvol was en tegenwoordig in de luwte leeft.

De vrouw zelf heeft slechts weinig woorden nodig en laat, in steeds wisselende gedaanten en stijlen, horen wat ze zoal in haar mars heeft – waarbij hits als You’re No Good, It’s So Easy en Don’t Know Much (met Aaron Neville) natuurlijk niet (mogen) ontbreken. Het interessantst wordt dit portret als Ronstadt op latere leeftijd echt een eigen koers begint te varen en daarbij ook onverwachte afslagen, richting operette en traditionele Mexicaanse muziek bijvoorbeeld, besluit te nemen. Zo bouwt ze niet alleen een succesvolle, maar uiteindelijk ook een eigenzinnige loopbaan op, die hier nauwgezet en met veel aandacht voor de muziek wordt doorgenomen.

All In: The Fight For Democracy

Amazon Prime

Als het gemakkelijker zou worden om te stemmen, zou er nooit meer een Republikein worden gekozen in dit land. Was getekend Donald Trump. Toen de Democratische partij begin dit jaar vanwege het Coronavirus initiatieven ontplooide om stemmen per post, kiezerregistratie en stemmen vóór verkiezingsdag gemakkelijker te maken, sprak de Amerikaanse president hardop uit wat veel van zijn partijgenoten denken.

In een Amerika dat steeds kleurrijker wordt, is de heerschappij van de witte man nu eenmaal niet meer vanzelfsprekend. En dan grijpt die, betoogt All In: The Fight For Democracy (102 min.), terug op beproefde methoden van ‘voter suppression’ om het stemmen door deze groepen te ontmoedigen: stembelasting, een geletterdheidstest, sluiting van stembureaus, de verplichting om een identiteitsbewijs met foto te overleggen, het uitsluiten van (voormalige) gedetineerden en – als dat allemaal niet helpt – regelrechte intimidatie en bot geweld.

Deze documentaire van Liz Garbus en Lisa Cortés belicht vanuit die optiek de historie van het Amerikaanse democratische experiment, dat zichzelf altijd als een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld heeft gezien. Toen George Washington in 1789 werd gekozen tot eerste president, mocht echter slechts zes procent van de inwoners stemmen. In de navolgende eeuwen hebben allerlei bevolkingsgroepen hun toegang tot het stemrecht moeten bevechten: vrouwen, zwarten, hispanics, native Americans en armen.

Het komt allemaal samen in de centrale kwestie van deze typische ‘preaching to the choir’-film: de strijd om het gouverneurschap van de staat Georgia in 2018, tussen de Afro-Amerikaanse Democrate Stacey Abrams en haar Republikeinse opponent Brian Kemp, die als ‘secretary of state’ verantwoordelijk is voor het verloop van die verkiezing en daarbij volgens het Kamp Abrams alles uit de kast heeft gehaald om de uitslag in zijn eigen voordeel te beïnvloeden.

En daarmee gaat er van deze documentaire meteen een waarschuwing uit voor de komende presidentsverkiezingen: lange rijen voor de stembureaus in kiesdistricten met veel minderheden, hardnekkige klachten over niet te tellen of niet getelde stemmen en steeds weer opduikende verhalen over al dan niet verzonnen stemfraude. Het blijven helaas vertrouwde beelden, waardoor het opnieuw de vraag zal zijn of ‘every vote counts’.

Slay The Dragon

Slay The Dragon (104 min.) opent met een citaat: ‘Democracy never lasts long. It soon wasts, exhausts and murders itself. There never was a democracy yet that did not commit suicide.’ Hoe actueel wil je het hebben? Aan het woord is echter John Adams, een van de founding fathers van de Verenigde Staten. De tweede Amerikaanse president, na de legendarische George Washington, sprak deze onrustbarende woorden uit in 1814, toen het Amerikaanse experiment nog geen halve eeuw onderweg was.

Inmiddels zijn er ruim twee eeuwen verstreken en lijkt de democratie in de Verenigde Staten inderdaad op zijn allerlaatste benen te lopen. Republikeinen en Democraten staan elkaar bijna letterlijk naar het leven, de rechterlijke macht is volledig geīncorporeerd in het politieke spel en het grote geld lijkt werkelijk alles te domineren. Stemmen wordt bijvoorbeeld alleen aangemoedigd als het voor de eigen kandidaat of partij is. En anders hebben de politieke partijen altijd nog middelen om ervoor te zorgen dat die stemmen er helemaal niet toe doen.

En daarmee zijn we aanbeland bij het thema van deze documentaire van Barak Goodman en Chris Durrance: gerrymandering. Tijdens het zogenaamde ‘redistricting’, elke tien jaar na de volkstelling, worden de grenzen van kiesdistricten zo getrokken dat er eigenlijk maar één partij kan winnen. In de regel is dat tegenwoordig de Republikeinse partij, die het aloude middel om de zittende macht in het zadel te houden in 2010 geheel nieuwe dimensies heeft gegeven met het project Redmap.

Een gemiddeld district ziet er inmiddels uit als een platgeslagen octopus, waarbij minderheidsgroeperingen doorgaans volledig in hetzelfde gebied zijn gepropt (packing) of juist zijn verdeeld over allerlei districten waarin ze nooit een meerderheid kunnen vormen (cracking). Zodat het uitgangspunt ‘one person, one vote’ gevoeglijk in de prullenbak kan worden gegooid, je met minder stemmen dan de tegenpartij tóch de verkiezingen kunt winnen en er een politieke klasse ontstaat die aan niemand verantwoording schuldig is.

Het gaat daarbij niet om incidentele gevallen, maar om een landelijk gecoördineerde actie, betoogt David Daley. ‘Het start met het trekken van nieuwe grenzen zodat ze alle kiesdistricten kunnen winnen’, zegt de auteur van het boek Ratf**ked. ‘Het tweede deel van datzelfde proces behelst allerlei vormen van ‘voter suppression’, zodat het moeilijker wordt voor Democraten en minderheden om te stemmen.’ Die houding is ook duidelijk zichtbaar in de huidige presidentsverkiezingen, waarbij alles uit de kast wordt gehaald om andersdenkenden te ontmoedigen om gebruik te maken van hun democratische rechten.

Deze boeiende documentaire is niets minder dan een pamflet tegen zulke praktijken. Daarbij volgen Goodman en Durrance de initiatiefnemers van het burgerinitiatief Voters Not Politicians in Michigan, die een handtekeningenactie opstarten om het gerommel met kiesdistricten ongedaan te maken. Daarbij stuiten ze op de gebruikelijke politieke profi’s, die met hun giftige attitude, goedgevulde bankrekening en liefst ook nog een bijbel in de hand mensen die dromen van een eerlijke democratie proberen te dwarsbomen.

Het is moeilijk om niet cynisch te worden van Slay The Dragon. Toch biedt de film, in de vorm van allerlei gewone burgers die opkomen voor hun recht, ook een zekere vorm van hoop. Hun weg leidt in 2018, met de steun van niemand minder dan Arnold Schwarzenegger, naar het Amerikaanse hooggerechtshof, dat moet bepalen of gerrymandering in strijd is met de grondwet.

Phil Lynott: Songs For While I’m Away

Piece Of Magic

Achter het podiumbeest, dat moeiteloos alle aandacht naar zich toetrok, ging een verlegen joch schuil. Een half-zwart joch bovendien. Vroeger, in Dublin, scholden ze hem uit voor ‘Blackie’. Toen hij halverwege de jaren zeventig wereldberoemd werd als frontman van de rockband Thin Lizzy, had Phil Lynott echter allang alle schroom afgeworpen. Hij was een archetypische rockster geworden, met een voorliefde voor mooie vrouwen, feesten en drank en drugs. En dan laat de afloop van het verhaal zich doorgaans wel raden…

De biografie Phil Lynott: Songs For While I’m Away (113 min.) reconstrueert het turbulente leven van de charismatische Ierse zanger/bassist met een hele berg archiefmateriaal, dat door regisseur Emer Reynolds is voorzien van sjieke vormgeving en met de nodige bravoure tot een krachtige vertelling wordt gemonteerd. De bijbehorende inkijkjes en anekdotes komen van een afgewogen lijst sprekers; van de verplichte beroemde fans (zoals Metallica-zanger James Hetfield, Suzi Quatro en Adam Clayton, de bassist van U2) tot Lynotts voormalige kompanen in de verschillende incarnaties van Thin Lizzy. En ook zijn eerste vriendin, vrouw Caroline en inmiddels volwassen dochters Sarah en Cathleen ontbreken niet.

Philip Lynott (1949-1986) zelf komt zo nu en dan ook aan het woord via een persoonlijk audio-interview. Verder is het, zoals gebruikelijk in dit soort hommages aan een gevallen popheld, toch de muziek die het ‘m moet doen. Opwindende concertbeelden genoeg. En enkele songs waarmee de tijd die hijzelf nu al weg is moeiteloos kan worden overbrugd, zoals Dancing In The Moonlight, Jailbreak en – natuurlijk! – het jonge honden-anthem The Boys Are Back In Town. Sinds 2005 staat er in het centrum van Dublin al een standbeeld van de stoere rocker met de romantische inborst. Dertig jaar na zijn dood is er met dit stevige portret nu ook een ‘moving statue’ voor de enige echte Phil Lynott opgericht.

When You Hear The Divine Call

VPRO

‘De mens lijkt op de aarde’, zegt een nette Nederlandse vrouwenstem in de openingsscène bij beelden van het Afrikaanse platteland. ‘En keert uiteindelijk ook terug naar diezelfde aarde.’ De titel van de film verschijnt in beeld: When You Hear The Divine Call (20 min.). Donkere mannen trommelen bij een vuur. ‘We komen via hetzelfde proces op deze wereld’, constateert een Afrikaanse stem. Bliksem. Hij vervolgt: ‘Ik hoop dat je de goddelijke roeping hoort. Alle creaties in dit universum zijn gelijk voor de schepper.’

Één van die schepselen zit in het volgende shot, gewoon in Nederland overigens, met een tutje in zijn mond in een stoeltje. Het is Genson, het pasgeboren neefje van documentairemaker Festus Toll. Hij luistert naar een wiegenliedje. <Rewind> Naar beelden van Tolls oom Mike, die in 1993 aan het strand in Kenia een blowtje rookt. Hij vertrok op zijn 22e naar Europa en besloot onlangs terug te keren naar Afrika. Neef Festus reist hem nu achterna, op zoek naar wat hen als drie verschillende generaties Afrikaanse Europeanen bindt en bepaalt.

Fundamentele vragen over identiteit spelen daarbij op: wie ben ik? Waar kom ik vandaan? En (hoe) bepaalt dit waar ik naartoe ga? Dat klinkt concreter dan het in When You Hear The Divine Call wordt. Deze korte documentaire, thematisch een logisch vervolg op Tolls debuutfilm We Will Maintain, weigert ten enen male om een lineair opgebouwde zoektocht naar zoiets elementairs als ‘thuis’ te worden, maar overkomt de nietsvermoedende kijker eerder als een desoriënterende koortsdroom. Waarbij de filmmaker zijn publiek slechts beperkt houvast geeft en zelf de mogelijke antwoorden laat construeren.

Bibian Mentel: Leef

Videoland

‘Vroeger was ze dwars, nu is ze ook nog laesie’, grapt echtgenoot Edwin over snowboardkampioen Bibian Mentel, die al jaren een gevecht op leven en dood levert met kanker. Sinds enige tijd zit ze ook in een rolstoel. Het verhindert haar niet om in het najaar van 2019 deel te nemen aan Dancing With The Stars. ‘Dit is mijn overlevingsstrategie’, zegt ze daar zelf over in deze persoonlijke tv-docu.

In het ziekenhuis, wachtend op alweer een uitslag, verbaast Mentel zich over het feit dat ze zelfs de finale van het televisieprogramma heeft gehaald. Even later krijgt ze van haar arts zorgwekkend nieuws. Dat heeft ook weer gevolgen voor de finale trainingen. Extensie van de rug moet volgens hem worden voorkomen. ‘Je wilt geen calamiteit hebben op de dansvloer daar’, klinkt het eufemistisch.

In Bibian Mentel: Leef (55 min.) volgt regisseur Jesse Bleekemolen Mentel, haar man Edwin en zoon Julian gedurende een periode waarin de eindigheid van haar leven steeds nadrukkelijker in zicht komt. Een portret dat direct heftig begint. In de openingsscène doet een huilende Mentel haar echtgenoot in een persoonlijke videoboodschap een belofte: ‘Ik beloof jou dat ik zal knokken.’

Dat zal ook het parool van deze documentaire worden – en een sleutel om haar leven te begrijpen. ‘Wat niet kan, dat kan niet’, zegt een begeleider van Dancing With The Stars bij de start van het programma bijvoorbeeld tegen de vrouw, die er dan nog aan moet wennen dat ze voortaan in een rolstoel zit. ‘Whoa, ik zal je laten zien wat ik kan!’ reageert Mentel vol bravoure.

Daarmee wordt Bibian Mentel: Leef, net als eerder Nada’s van Nie’s docu Marc de Hond: Tot De Dood Ons Scheidt, een uiterst toegankelijk eerbetoon aan mensen die – om de terminologie van de eveneens verwante Gouden Televizier-Ring winnaar Over Mijn Lijk te hanteren – ‘niet rustig willen wachten op de dood en er juist nog een mooie tijd van proberen te maken’.

Waarbij de kijker zich verwondert over de hoeveelheid moed van de hoofdpersoon, al dan niet stiekem met haar een traantje wegpinkt en zich tegelijkertijd ook een héél klein beetje een voyeur voelt.

Aileen Wurnos: The Selling Of A Serial Killer / Aileen: Life And Death Of A Serial Killer

Toen bekend werd wie de hoofdrol zou gaan spelen in de verfilming van haar leven, moet menigeen zijn hart hebben vastgehouden. De beeldschone actrice Charlize Theron, gezicht van modehuis Dior, leek toch in de verste verte niet op Aileen Wuornos? Kon zij werkelijk doorgaan voor de bekendste vrouwelijke seriemoordenaar?

Een Oscar en talloze filmprijzen voor Monster later had Theron, die er als kind getuige van was hoe haar moeder haar alcoholische vader doodschoot en die de keerzijde van de medaille dus wel degelijk had leren kennen, zich al lang en breed bewezen. Zo doodgewoon, angstaanjagend en toch zielig als de échte Aileen kon ze desondanks met de beste wil van de wereld niet worden. Die was door Nick Broomfield en Joan Churchill al in volle glorie gepresenteerd in twee beruchte true crime-docu’s: Aileen Wuornos: The Selling Of A Serial Killer (85 min.) uit 1992 en Aileen: Life And Death Of A Serial Killer (90 min.) uit 2003. Een ernstig beschadigde vrouw die zelf ook heel wat schade had aangericht. ‘Thank you. I’ll be up in heaven while y’all rot in hell’, voegt ze bijvoorbeeld de rechter toe, die haar ter dood veroordeelt. ‘May your wife and kids get raped, right in the ass.’

De Brit Broomfield fungeert intussen zelf als protagonist, die tevens dienst doet als zijn eigen geluidstechnicus, voor een lang uitgesponnen roadmovie door white trash-Amerika. Hij hoopt zo alle duistere details te kunnen opdiepen over de lesbische liftster die tijdens haar werk als prostituee zeven mannen zou hebben vermoord. Zelf houdt die de boot vooralsnog af. Aileen wil geld zien en heeft haar tamelijk louche advocaat Steve Glazer, die meteen de gelegenheid te baat neemt om zijn eigen muziek te pluggen, opdracht gegeven om het onderste uit de kan te halen. Pas aan het einde van de eerste film komt Broomfield, na een tamelijk ranzige rondgang langs hele en halve Wuornos-kenners, uiteindelijk oog in oog te staan met de gevreesde mannenhaatster.

Twaalf jaar later wordt de Britse documentairemaker, die er soms ronduit dubieuze methoden op nahoudt, als getuige opgeroepen in het proces dat moet leiden tot de executie van zijn subject. Tijd voor een tweede documentaire over Aileen Wuornos (die overigens behoorlijk dubbelt met z’n voorganger). De vrouw die eerder zo moeilijk benaderbaar leek, stelt zich nu ogenschijnlijk helemaal open voor hem en corrigeert bovendien haar eerdere getuigenissen, waarin ze stelde dat er sprake was zelfverdediging. Nee, ze heeft die kerels destijds toch echt gewoon in koelen bloede afgemaakt. Broomfield weet al snel niet meer wat hij moet geloven. Houdt ze hem nu voor de gek of deed ze dat juist eerder? En met welke reden dan? Wuornos heeft bovendien een uiterst ongemakkelijk verzoek voor hem: nu hij er toch is, wil hij er dan ook getuige van zijn hoe zij plaatsneemt op ‘old sparky’, de elektrische stoel?

The Trump Dynasty

A&E

Nicht Mary schreef een kritisch boek. Jongere broer Robert overleed op 71-jarige leeftijd. En Melania, Ivanka, Eric, Tiffany en Don Jr. (en diens vriendin Kimberly) spraken op de Republikeinse presidentscampagne. Niet eerder stond de familie Trump zo nadrukkelijk in de belangstelling als nu, in de nazomer van 2020. En dat allemaal door dat ene familielid: vastgoedman, mediapersoonlijkheid en president Donald. Is hij de logische optelsom van een familie die zich maar al te graag, zo lijkt het althans, wil ontwikkelen tot The Trump Dynasty (245 min.)?

Feit is dat Donald Trump een logische voortzetting lijkt van zijn grootvader Friedrich en vader Fred, twee bijzonder harde en ambitieuze mannen voor wie niets ging boven geld en naam maken. Toen het tijd werd om ruimte te maken voor Donalds generatie, maakte zijn vader daar een genadeloze competitie van. Die kostte zijn oudste zoon en beoogde opvolger Fred Jr. uiteindelijk de kop. Hij zou wegzinken in een alcoholverslaving. En zo ontstond er ruimte voor de zoon die net zo rücksichtslos was als Fred zelf en bovendien een ongelooflijk gevoel voor showbusiness had.

Enter ‘The Donald’, een man die van zichzelf en zijn achternaam een merk maakte en die maar drie dingen belangrijk lijkt te vinden in het leven: winnen, winnen en nog eens winnen. En als dat bijvoorbeeld betekende dat hij onder een valse naam (John Barron) de pers moest bellen om met bullshit een hogere plek op de Forbes-ranglijst van rijkste Amerikanen te claimen, dan deed hij dat zonder problemen, zoals is te horen in tamelijk gênant geluidsmateriaal van die gesprekken. Allemaal (p)art of the deal.

Deze zesdelige serie licht Trumps doopceel met een fijne collectie archiefmateriaal, laat geen onderwerp onbesproken (inclusief duistere zaakjes en geruchten daarover) en voert een imposante lijst sprekers op: klasgenoten, medewerkers, historici, journalisten, critici én prominente medestanders zoals Sean Hannity en Roger Stone. Het fenomeen zelf komt aan het woord via audio-opnamen van interviews die biograaf Michael D’Antonio in 2014 met hem had.

Zo ontstaat een kritisch, compleet en behoorlijk afgewogen overzicht van het leven van een man die als geen ander de Amerikaanse mediacultuur verpersoonlijkt, waarbij opvalt dat de jonge Donald een veel gematigdere indruk maakt dan de karikaturale figuur die nu in de Oval Office huist. Aan zijn kroost, waarvan het nog maar de vraag is of die in staat zal zijn om de Trump-dynastie definitief te vestigen, wordt verder geen enkele aandacht besteed. De kinderen staan volledig in de schaduw van de huidige Trump-patriarch.

Hij zou niet anders willen. Of kunnen.

Personae

Nederlands Film Festival

Preludes To Face The World, luidt de tagline voor deze korte documentaire van Maartje Bakers, die onlangs werd genomineerd voor een Gouden Kalf. Een beeldessay over vrouwelijkheid, aan de hand van de ochtendrituelen van zes verschillende vrouwen. Bakers observeert hen terwijl ze zich gereed maken om de wereld weer tegemoet te treden. Vanaf het moment dat ‘s ochtends de wekker gaat totdat ze zich uiteindelijk blootstellen aan andermans blik.

Kalm en aandachtig laat Personae (25 min.) hen zien in hun eigen domein, waar ze zich overgeven aan hun vaste gewoonten. Van ochtendmens transformeren de vrouwen, in de badkamer, aan de make-up tafel en bij de kledingkast, langzaam in een toonbare variant van zichzelf. Dat is een heel intiem proces, waarbij ze letterlijk veel van zichzelf laten zien. Van zowel hun persoonlijke ruimte als van hun lichaam. En waarbij ze ook heel nadrukkelijk naar zichzelf kijken. Niets zo indringend immers als The Female Gaze.

Gesproken wordt er verder niet. De camera, gesitueerd op een vaste plek, moet het werk doen, aan het begin en einde in de rug gedekt door doeltreffende muziek. Zo dwingt deze film om echt te kijken, in een poging om de vrouwen te zien voor wie ze werkelijk zijn. En daaruit komen onvermijdelijk vragen naar voren over wat vrouwelijkheid is en behoort te zijn en hoeveel vrouwen in zichzelf moeten investeren, teneinde de wereld te kunnen trotseren.

Unfit: The Psychology Of Donald Trump

Quizvraag: aan welke Amerikaanse politicus moet u denken bij de volgende termen: narcisme, paranoia, antisociale persoonlijkheid en sadisme? Vast niet aan Joe Biden. Al is er volgens psychiater John Gartner een dikke kans dat de Democratische presidentskandidaat in elk geval een narcist is. Dat geldt immers voor de meeste politici. Niet alleen de Amerikaanse overigens.

Nee, hij heeft het natuurlijk over – tromgeroffel, doodse stilte, paukengeschal – Donald J. Trump. En diens narcisme is bepaald niet het grootste probleem. Die andere drie kwalificaties maken hem in de ogen van Gartner pas echt gevaarlijk. Ga maar na: ’s mans complottheorieën, zijn slachtofferschap, het kleineren en demoniseren van anderen, zijn leugenachtigheid, het schenden van andermans rechten, zijn totale gebrek aan elke vorm van spijt en het overtreden van alle mogelijke normen en regels. Samengevat: kwaadaardig narcisme.

En natuurlijk, er bestaat zoiets als The Goldwater Rule, vernoemd naar de Republikeinse presidentskandidaat Barry Goldwater die in 1964 publiekelijk allerlei psychische stoornissen kreeg aangepraat door psychiaters. Sindsdien geldt het uitgangspunt: als psychiater houd je in het openbaar je mond over de mentale gesteldheid van een politicus. Maar dan treedt volgens Gartner en zijn collega’s de Tarasoff-regel in werking: het is de plicht van een therapeut om anderen te waarschuwen als ‘de patiënt’, volgens Commander In Cheat-schrijver Rick Reilly ook een notoire valsspeler op de golfbaan, een gevaar voor hen vormt.

Zie daar het centrale dilemma van de intrigerende documentaire Unfit: The Psychology Of Donald Trump (85 min.) van Dan Partland, waarin psychologen, historici en critici vanuit eigen kring zoals George Conway (de echtgenoot van Trumps adviseur Kellyanne), zijn voormalige perschef voor een dag of tien, Anthony Scaramucci, en conservatief boegbeeld Bill Kristol de man en het fenomeen Trump proberen te duiden. Daarbij komen en passant ook thema’s als de psychologie van het hedendaagse Amerika en moderne wetenschappelijke inzichten over leiderschap en groepsvorming aan de orde.

Waarbij de psychologische bevindingen en politieke ideeën van de sprekers over de Amerikaanse president natuurlijk volledig verknoopt raken, bijvoorbeeld als die omstreden parallel tussen Trump en autoritaire leiders als Mussolini en Hitler aan de orde komt. Die wordt overigens behoorlijk aannemelijk gemaakt, zonder dat The Donald meteen wordt gelijkgeschakeld aan Il Duce of Der Führer. Dat de vergelijking überhaupt wordt gemaakt zal voor critici echter al voldoende reden zijn om het lekker vlot gemonteerde en met animaties opgeleukte Unfit zonder omhaal van woorden af te doen als ‘hopeloze Trump-bashing’.

Als we Gartner en consorten mogen geloven wordt er tijdens de verkiezingen van dinsdag 3 november hoe dan ook een narcist tot president gekozen. Het is vooral de vraag of die regelmatig een hole-in-one slaat.

A Night At The Louvre: Leonardo da Vinci

Piece Of Magic

Zou het daadwerkelijk een alternatief kunnen zijn? Niet gewoon achteraan aansluiten in de rij, tussen opgewonden Japanse toeristen, en dan als het moment komt in alle haast, met nét te veel ogen in de rug, wereldberoemde werken mogen bewonderen. Maar op een zelfverkozen plaats en tijd: gewoon thuis of in de bioscoop. Compleet ontspannen en tegelijkertijd volledig geconcentreerd door leven en werk van een wereldberoemde kunstenaar wandelen.

In A Night At The Louvre: Leonardo da Vinci (95 min.) leidt verteller Coraly Zahonero, ondersteund door de bevlogen conservatoren Vincent Delieuvin en Louis Frank, kunstliefhebbers door de expositie die in het najaar van 2019 ruim een miljoen bezoekers naar het Parijse museum bracht. Voor een retrospectief met 160 werken van homo universalis Leonardo da Vinci, die vanuit de gehele wereld waren ingevlogen en inmiddels stuk voor stuk alweer naar hun plek van herkomst zijn teruggekeerd.

Regisseur Pierre-Hubert Martin laat de camera door het nachtelijke Louvre schrijden voor een sfeervolle, door klassieke muziek begeleide tocht, die uiteindelijk culmineert in het onvermijdelijke bezoek aan de Mona Lisa, waar een gepast moment van stilte wordt ingelast. ‘Misschien is de Mona Lisa zo iemand die de ruimte betreedt en stilletjes observeert’, probeert de alomtegenwoordige Zahonero haar gehoor aan het denken te zetten. Zou de mysterieuze dame daarom zo glimlachen? Elke dag mag ze immers zo’n 30.000 bezoekers begluren.

Die 29.999 anderen kunnen de meeste museumbezoekers waarschijnlijk wel missen. Voor hen zou deze virtuele rondleiding inderdaad een alternatief kunnen zijn, al moeten ze zich dan wel overgeven aan de blik van de regisseur, zijn artistieke keuzes en de informatie die hij hen laat influisteren. In dat opzicht zou A Night At The Louvre in een interactieve vorm waarschijnlijk nóg beter tot z’n komen. Als de kunstliefhebber iets van het eigenaarschap van zijn museumbezoek kan behouden.

Under The Wire

underthewiremovie.com

Ze moest letterlijk een oog geven voor haar missie. In 2001 te Sri Lanka, tijdens een bloedige burgeroorlog. Een ooglapje zou het handelsmerk worden van de Amerikaanse oorlogscorrespondent Marie Colvin. Net als dat ze voor de Duvel niet bang was en koste wat het kost, ongeacht de omstandigheden, de verhalen van gewone mensen wilde vertellen. Zo zou ze ook aan haar einde komen, bij een raketaanval in de Syrische stad Homs op 22 februari 2012.

Colvin was zo’n vrouw waarover films worden gemaakt: A Private War (het speelfilmdebuut van de gevierde documentairemaker Matthew Heineman, met Rosamund Pike als de onvervaarde journaliste) en de documentaire Under The Wire (93 min.) van Chris Martin. Beide films uit 2018 zijn zowel een eerbetoon aan de vrouw zelf als aan haar stiel, de oorlogsjournalistiek, en vormen tevens een vlijmscherpe aanklacht tegen oorlog in het algemeen.

Waar de speelfilm Colvins complete loopbaan probeert te vatten, inclusief haar trauma’s en drankmisbruik, reconstrueert deze docu alleen de helletocht die zou leiden tot haar dood (en die van haar Franse collega Rémi Ochlik). ‘Er is een vrouw dood’, roept een man op huiveringwekkende amateurbeelden, die de paniek van het moment perfect weerspiegelen. ‘Wie?’ reageert een ander. ‘Marie van The Sunday Times?’ Het antwoord slaat alle hoop de bodem in: ‘Ja, Marie van The Sunday Times. Ze is dood.’

Maar, om een bekende boutade te parafraseren: achter elke succesvolle vrouw staat een sterke man: fotograaf Paul Conroy. Colvins vaste partner in crime is de eigenlijke hoofdpersoon van deze beklemmende documentaire. Die is ook gebaseerd op het boek dat hij schreef over hun werkreis naar Assads Syrië. Nadat ze samen de voorpagina van de krant hadden gehaald en zij dat met de dood moest bekopen, belandde hij weer bij de benauwde kilometerslange tunnel die hen op de plek des onheils had gebracht.

Conroy had nog maar één missie: zijn verhaal vertellen. Hun verhaal. Samen met enkele collega’s die erbij waren op dat fatale moment en in de rug gedekt door een slimme combinatie van reconstructiebeelden en shockerende opnamen van de ‘slachting’ ter plaatse brengt hij de horror tot leven. Dat komt hard binnen. Marie, een ijzervreter van het zuiverste water, zou vast niet anders gewild hebben.