Jimmy Is Punk – The Story Of Panic

Veroorzaken zij nu die kolkende massa in de zaal? Of was deze energie er allang en mogen zij ermee vandoor gaan? Feit is dat alle remmen losgaan op die derde mei van 1978 in zaal Kunstmin te Gouda. Springen, beuken, dansen is het parool van de uitzinnige meute. Vuist in de lucht, spuiten met bier en alles wat je in je handen krijgt linea recta naar het podium smijten.

Waar de Amsterdamse punkband Panic, die over niet al te lange tijd de pijp aan Maarten zal geven, het beest berijdt alsof het nu al de allerlaatste keer is. Een professionele cameraploeg is ingehuurd om dat voor het nageslacht – jongelui die die hele punkbeweging niet hebben meegekregen of ouwelui die het sowieso nooit zullen begrijpen – te vereeuwigen.

Natuurlijk wordt er na een stief half uur, als de groep met Requiem For Martin Heidegger zijn grootste ‘hit’ heeft afgeleverd, ‘we want more’ geschreeuwd. Panics boomlange zanger Peter Penthouse heeft bovendien een brandblusser gevonden om de feestvreugde te vergroten. Waarna ’t echt een puinzooi wordt. De tent wordt, bijna letterlijk, afgebroken.

Een medewerkster van de zaal wil daarover wel eens een hartig woordje wisselen met de bandleden. Na een stevige woordenwisseling neemt zanger Peter, die inmiddels normale kleding heeft aangetrokken over zijn speedo, met haar de schade op. Het gaat naar verluidt om zo’n drieduizend gulden, die door de verzekering (!) van de band zal worden opgehoest.

Die ene avond in een Zuid-Hollands jeugdhonk, waar zo nu en dan slim het geluid van Panic-platen onder is gemixt, vormt het hart van Jimmy Is Punk – The Story Of Panic (51 min.). Dat verhaal heeft verder niet al te veel om het lijf. Regisseur Duco Donk geeft het concert, met een punky voice-over van Louise Dunne, nog een mythische proloog en epiloog. Dat is het wel zo’n beetje.

Volgens de humorvolle aftiteling zou één van de figuranten in de film overigens als IKON-journalist worden vermoord in El Salvador, ging een ander gitaar spelen in Doe Maar en zou een derde als blowende dichter in zijn eigen rook op gaan. Waarvan akte.

Long Hot Summers – The Story Of The Style Council

The Jam is dood, lang leve The Style Council. Toen zanger en songschrijver Paul Weller begin jaren tachtig klaar was met de melodieuze punkband die hem enkele jaren daarvoor had gebombardeerd tot belangrijke vaandeldrager van de Britse muziek, was hij klaar voor een meer volwassen benadering. Op het drielandenpunt tussen pop, soul en jazz. Dat was even slikken voor de fans die hem na klassiekers als Town Called Malice en Going Underground in de armen hadden gesloten.

En toch – de goede verstaander voelt hem al aankomen; waarom zouden ze anders een kleine 35 jaar later een documentaire maken over de band? – kwam het nog goed met The Style Council. Met zichtbaar plezier blikken Weller en zijn voormalige bandmaten in Long Hot Summers – The Story Of The Style Council (74 min.) op de tropenjaren die zouden volgen. Het gezoek in de beginperiode, alle verplichte pieken en dalen en het einde van de band dat zich te langen leste onvermijdelijk aandient.

Zulke popdocu’s staan of vallen met de houdbaarheid van de muziek (lekkere hits en clips genoeg), de hoeveelheid smeuïge anekdotes (ruim voldoende; zo noemt Weller de liefdadigheidssingle van Band Aid, waaraan hij met zichtbare tegenzin meewerkte, bijvoorbeeld ‘vreselijk’) en de kwaliteit van de opgevoerde celebrities die de loftrompet over de groep mogen steken (behoorlijk: Culture Club-zanger Boy George, acteur Martin Freeman en singer-songwriter Billy Bragg).

Waarbij moet worden aangetekend dat The Style Council veel politieker was dan de soepele sound deed vermoeden en dat daarvoor vanzelfsprekend ook plek is ingeruimd in dit bandportret van Lee Cogswell. Dat is uiteindelijk een vermakelijke film geworden over een groep die tot de blikvangers van de eighties mag worden gerekend. Totdat de rek er echt uit was en het tijd werd voor: The Style Council is dood, leve Paul Weller!

Long Hot Summers – The Story Of The Style Council is hier te bekijken.

Le Grain De Sable Dans La Machine

‘Over tien jaar verlangen we terug naar 2020’, stelt milieuactivist Carola Rackete ferm. De echte grote crisis moet in haar ogen nog komen. Het Coronavirus is niet meer dan een voorbode, de aankondiging van een fundamentele afrekening met onze manier van leven. Toch brengt ook die proloog het leven zoals we dat tot dusver hebben geleid al danig in gevaar.

Kijk maar om ons heen. Of luister naar al die deskundigen in Le Grain De Sable Dans La Machine (88 min.): economen, psychologen, filosofen, biologen, epidemiologen, antropologen, sociologen, fysiologen en ecologen. Vanuit hun eigen gezichtspunt belichten ze in deze documentaire van de Belgische filmmaker Alain de Halleux de Coronacrisis en hoe die de wereld in het jaar 2020 volledig heeft ontwricht.

Het virus zelf – volgens eigen zeggen ‘niet meer dan een zandkorrel, een stukje genetische code’ – laat ook van zich horen, in de vorm van een (in Nederland door acteur Stefan de Walle ingesproken) dwingende voice-over. ‘Ik heb alleen maar aangetoond hoe zwak uw immuniteit is’, zegt de snoodaard tamelijk pedant. De mensheid heeft zijn verdediging veronachtzaamd en betaalt daar nu de tol voor. Simpel, toch?

Het virus beschouwt zichzelf helemaal niet als de ziekte, maar simpelweg als een symptoom daarvan. En trouwens, betogen dat stukje genetische code en alle opgevoerde deskundigen, is de mens zelf ook niet een beetje te vergelijken met een virus dat over de aarde raast? Een virus dat – via z’n nefaste samenlevingsmodel, oneerlijke economische systeem en broze democratie – bovendien zijn eigen antistoffen ontwikkelt.

En dat zichzelf op die manier best wel eens zou kunnen vernietigen. Als de klimaatcrisis hem tenminste niet voor is. Het is natuurlijk geen onbekende boodschap die in deze alarmistische film nog eens goed in de verf wordt gezet: zolang wij onszelf niet veranderen, zouden we zomaar met gezwinde spoed onze eigen ondergang tegemoet kunnen gaan. Het is alleen de vraag of ie nu wél aankomt.

Zodat 2020 niet hoeft te worden geboekstaafd als het jaar van het virus, maar van de grote ommekeer.

Philly D.A.

PBS

Philly D.A. is al vergeleken met de vermaarde dramaserie The Wire. Daarin werd eerst de ‘war on drugs’ in de Amerikaanse stad Baltimore in kaart gebracht, waarna geestelijk vader David Simon steeds een laag toevoegde aan zijn vertelling: het bedrijfsleven, de politiek, het onderwijs en de media. Uiteindelijk ontstond zo een verpletterend beeld van een volledig disfunctionele samenleving. Maatschappijkritiek, verpakt als Shakesperiaans drama.

De achtdelige documentaireserie Philly D.A. (440 min.) is een totaal andere productie, maar kijkt al even kritisch naar de weeffouten in het Amerikaanse samenlevingsconstruct. Plaats van handeling is Philadelphia, de stad van ‘brotherly love’ waar nochtans zo’n driehonderd moorden per jaar worden gepleegd, de Opioid Crisis in sommige wijken een menselijke ravage veroorzaakt en ook de Black Lives Matter-beweging vlam vat nadat een politieagent een zwarte man in de rug heeft geschoten.

De linkse advocaat Larry Krasner vindt dat het plaatselijke rechtssysteem fundamenteel moet worden hervormd en stelt zich in 2017 kandidaat voor het ambt van officier van justitie. Eenmaal gekozen gooit hij begin 2018 direct de knuppel in het hoenderhok. Zijn ambtsperiode begint met bijltjesdag: ruim dertig medewerkers op het kantoor van de District Attorney, waarvan een enkeling al tientallen jaren in dienst is, krijgen te horen dat ze per direct hun biezen moeten pakken.

Dat is het startpunt van een serieuze poging om Vrouwe Justitia met een andere mond te laten spreken: (veel) minder repressie, ten faveure van onderwijs, sociaal werk en preventie. Krasner wil zo het perpetuum mobile van ‘mass incarceration’, dat met name zwarte Philadelphians treft, tot stilstand brengen. Daarbij zal hij niet alleen in botsing komen met hardliners binnen zijn eigen gelederen, maar ook met slachtoffers van misdrijven, bezorgde burgers en – niet te vergeten – de machtige vakbond Fraternal Order of Police.

Het is een ideologische strijd – over het nut en de functie van straffen en aanverwante thema’s als voorarrest, borgsommen en voorwaardelijke invrijheidstelling – die behalve een politieke lading natuurlijk ook een persoonlijke dimensie heeft. De ‘bulldozer’ Krasner stond als advocaat immers jarenlang aan de andere kant van de strijd en werd toen beschouwd als een soort aartsvijand van de wetshandhavers. Nu worden ze geacht om samen te werken.

De filmmakers Yoni Brook, Ted Passon en Nicole Salazar sluiten aan bij Team Krasner en documenteren in de navolgende jaren, aan de hand van enkele concrete gevallen, wat zijn komst te weeg brengt. Zo portretteren ze bijvoorbeeld LaTonya Myers, een jonge Afro-Amerikaanse vrouw die meermaals vastzat vanwege relatief kleine vergrijpen. De komende jaren staat ze nog onder supervisie van de reclassering, intussen heeft de nieuwe D.A. haar echter in dienst genomen om het vastgelopen beleid van binnenuit te veranderen.

Aan de andere kant van de steeds hoger oplopende discussie bivakkeert onder anderen Scott DiClaudio, een rechter die er heilig in gelooft dat iemand zelf verantwoordelijk is voor de misdaden die hij pleegt en die bovendien hoogstpersoonlijk een kijkje gaat nemen bij mensen die een taakstraf uitvoeren. Hij en zijn medestanders staan model voor de traditionele benadering van hard, harder en vaker straffen, die het in Philadelphia altijd voor het zeggen heeft gehad.

Dat is de kracht van Philly D.A.: het verhaal wordt weliswaar verteld vanuit het perspectief van Krasner en zijn vertrouwelingen, maar ook hun ideologische opponenten krijgen het woord. En hun bijdrage heeft aanzienlijk meer substantie dan de ‘talking points’ van Fox News, waar officier van justitie Krasner en zijn medewerkers simpelweg worden uitgemaakt voor ‘the enemies of civilisation’, en de insteek van president Trump, die beweert dat Krasner doelbewust killers vrijlaat.

Zo ontstijgt deze boeiende docuserie met gemak het niveau van een politiek pamflet. Brook, Passon en Salazar brengen treffend in kaart hoe weerbarstig de praktijk kan zijn als een volstrekt andere benadering van het recht wordt geïntroduceerd. Wat betekent de nieuwe aanpak bijvoorbeeld voor de criminaliteitscijfers? (Hoe) zien gewone mensen deze benadering terug in hun eigen leven? En kan deze de onvermijdelijke incidenten, die tegenstanders aangrijpen om hun punt te maken, eigenlijk overleven?

My Darling Vivian

mydarlingvivian.com

In de geschiedschrijving is ze gereduceerd tot een soort voetnoot in het leven van zanger Johnny Cash. De vrouw die hij uiteindelijk zou inruilen voor de flamboyante June Carter. Exemplarisch is in dat verband de Cash-biopic Walk The Line uit 2005, waarin Joaquin Phoenix en Reese Witherspoon een onweerstaanbaar koppel neerzetten als Johnny en June. Zij, Vivian Liberto, kreeg in die Hollywood-hit een volstrekt ondergeschikte rol toebedeeld: die van de ontevreden echtgenote die achterbleef met vier dochters terwijl Zij de wereld veroverden.

Rosanne, Kathy, Cindy en Tara belichten datzelfde verhaal nu eens vanuit het perspectief van My Darling Vivian (90 min.), hun moeder die dertien jaar getrouwd was met The Man In Black en de rest van haar leven in de schaduw van Johnny en zijn nieuwe vlam, die soms ook nog doodgemoedereerd haar kinderen claimde, zou blijven staan. Zoals treffend vervat in die ene pijnlijke krantenkop: was Johnny Cash’s eerste vrouw zwart? Dat gerucht had ook ten tijde van hun huwelijk al de ronde gedaan en moest toen, vanwege aanhoudende bedreigingen vanuit de Ku Klux Klan, officieel worden ontzenuwd.

De vier zussen Cash krijgen in deze boeiende, soms wat talky film alle gelegenheid om zulke misverstanden recht te zetten en Vivian weer de plek te geven in het leven van hun vader die haar stelselmatig is onthouden. Regisseur Matt Riddlehoover omlijst hun persoonlijke herinneringen met een ontzaglijke hoeveelheid homevideo’s waarin nu eens de vrouw des huizes de hoofdrol krijgt en niet haar voormalige echtgenoot, aan wie ze haar hele leven verknocht zou blijven. In die zin biedt deze documentaire tevens prima tegenwicht aan The Gift: The Journey Of Johnny Cash, waarin ook Johnny’s relatie met June kundig van z’n glamourrandje is ontdaan.

Vivian Liberto, die enkele jaren na de scheiding van haar grote liefde zelf hertrouwde met de politieman Dick Distin, zou die documentaire niet meer meemaken. Zoals ook Walk The Line haar (net) bespaard bleef. In 2005 overleed ze op 71-jarige leeftijd, twee jaar nadat ook Johnny was gestorven. Ze had van hem nog wel toestemming gekregen om haar levensverhaal op te tekenen. De memoires van Vivian Cash (!) I Walked The Line: My Life With Johnny, waarin ook talloze liefdesbrieven van haar ex-man zijn opgenomen, verschenen in het jaar van haar dood.

1971: The Year That Music Changed Everything

Apple TV+

Voor wie vijftig jaar na dato nog altijd niet elke bocht, zijweg en afslag van ‘the trip down memory lane’ richting Boomerland kent, is 1971: The Year That Music Changed Everything (363 min.) zonder enige twijfel een traktatie. De achtdelige reeks van Asif Kapadia (Senna, Amy en Diego Maradona) buigt zich diepgaand over het muziekjaar 1971.

Alle oude favorieten komen weer langs: John Lennon, The Rolling Stones, Alice Cooper, The Doors, T. Rex, The Who, Joni Mitchell, Elton John, Bob Marley, Kraftwerk en Lou Reed. Ze worden gepresenteerd onder een motto dat is ontleend aan David Bowie: ‘We begonnen met de 21e eeuw in 1971.’ Daarbinnen is er ook opvallend veel aandacht voor de zwarte inbreng, middels korte portretten van Marvin Gaye, Sly & The Family Stone, Aretha Franklin, Curtis Mayfield, Ike & Tina Turner, James Brown, The Staple Singers en Bill Withers.

Deze momentopnames van belangwekkende artiesten worden afgezet tegen belangrijke ontwikkelingen in diezelfde periode; van de oorlog in Vietnam en burgerrechtenbeweging tot de seksuele revolutie en opkomst van heroïne en cocaïne. Waarbij ook beeldbepalende figuren zoals Muhammad Ali, Hunter S. Thompson, Charlie Manson, Angela Davis en James Baldwin, die stuk voor stuk al veel vaker in beeld zijn gebracht, natuurlijk niet ontbreken.

De muziek wordt intussen een belangrijke maatschappelijke rol toegedicht – of op zijn minst beschouwd als een wezenlijke weerslag van wat er destijds, met name in de Verenigde Staten, gaande was. Deze reeks is verder vanzelfsprekend gelardeerd met fraaie concertfragmenten, waarbij de songteksten in beeld worden vertoond. Talloze insiders, met quotes die uit de archieven zijn gehaald en nu off screen worden gepresenteerd, voorzien het geheel van commentaar.

Het terrein dat 1971 probeert te bestrijken is natuurlijk al lang en breed afgegraasd. Sterker: de meeste verhalen zijn, ook in documentaires, al eerder en diepgaander verteld. Deze serie – zonder enige twijfel knap gemaakt, maar ook zonder enige urgentie – is daardoor vooral interessant voor muziekliefhebbers die zich nog nooit in dit tijdsgewricht hebben verdiept. Of er altijd in willen blijven hangen.

Zouden die zich volgend jaar in 1972 mogen verlustigen?

The Boy From Medellin

Amazon Prime

Terwijl J Balvin zich voorbereidt op het belangrijkste optreden van zijn leven, een stadionconcert in zijn geboortestad Medellin, raakt zijn land Colombia in het najaar van 2019 steeds nadrukkelijker in de greep van protesten tegen de rechtse president Duque. Die krijgen bovendien een steeds grimmiger karakter. De druk op The Boy From Medelin (95 min.) om zich ook uit te spreken neemt zienderogen toe.

Reggaeton-ster José Alvaro Osorio Balvin, één van de populairste artiesten van deze aardkloot, heeft echter wel wat anders aan zijn hoofd: de druk om te presteren, bijvoorbeeld, en het op afstand houden van de depressies en paniekaanvallen die hem al vaker parten hebben gespeeld. En tussen alle promotionele verplichtingen moet de latin-superster ook zijn fans tevreden zien te stellen – of gewoon van het lijf houden.

Regisseur Matthew Heineman (die in de afgelopen jaren verantwoordelijk was voor de topdocumentaires Cartel Land en City Of Ghosts, twee seizoenen van de serie The Trade en de speelfilm A Private War) begeeft zich een week lang in Balvins kielzog en probeert de gekte om hem heen, en soms ook in hem, te vereeuwigen. De politieke context fungeert daarbij als geluk bij een ongeluk en tilt de film uit boven het niveau van een routineus portret over een artiest met evenveel twijfels als fans (en acute stemproblemen die natuurlijk nét voor het moment suprême moeten worden bezworen).

Hoezeer hij het ook probeert te vermijden, ‘El Niño de Medellin’ wordt gedwongen om stelling te nemen. Terwijl hij volgens eigen zeggen toch echt meer verstand heeft van ‘dromen’ dan van politiek. Uiteindelijk moet zijn manager, talentmanager pur sang Scooter Braun, er zelfs aan te pas komen om hem, in een spannende scène, op zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid te wijzen. Hij is het als muzikant aan zijn stand verplicht om zijn platform te benutten en zich uit te spreken.

J Balvin zal echt kleur moeten bekennen. Een kleurspoelinkje, waarmee hij zichzelf tot dusver steeds heeft heruitgevonden, volstaat niet meer. Nadat hij al zijn rituelen heeft doorlopen, door zijn directe entourage grondig is opgepept en via zijn mobiel de succeswensen van vakbroeders zoals DJ Khaled, Jay-Z en will.i.am van The Black Eyed Peas in ontvangst heeft genomen, volgt tijdens dat swingende thuisconcert het moment van de waarheid, de vanzelfsprekende apotheose van deze boeiende documentaire.

Jodie Foster – Hollywood Survivor

AVROTROS

‘Ik heb altijd in het vak gezeten’, zegt actrice Jodie Foster. ‘Ik kan me m’n leven voor ik ging acteren niet herinneren.’ Als kindsterretje speelde ze in series als Bonanza, Kung Fu en Napoleon And Samantha. En toen moest ze gaan puberen, altijd een gevaarlijke periode voor een jonge actrice in Hollywood. Kon ze de overstap maken naar een volwassen carrière?

Jodie Foster had daarbij bovendien te kampen met Taxi Driver, een bioscoophit waarin ze al op zeer jonge leeftijd een prostituee speelde. Een film ook die ene John Hinckley op haar spoor zette. Hij ontwikkelde een obsessie voor de jonge Jodie, schreef haar talloze brieven en bewees haar vervolgens zijn liefde door in 1981 een (mislukte) aanslag te plegen op de Amerikaanse president Reagan.

Hoe kun je als jonge vrouw, die haar carrière toch al even op pauze had gezet ten faveure van een studie aan de prestigieuze universiteit Yale, dan nog verder? Deze tv-docu van Camille Juza heet echter niet voor niets Jodie Foster – Hollywood Survivor (54 min.). De actrice bleek uiteindelijk een onvervalste Hollywood-heldin. Binnen enkele jaren goed voor twee Oscars bovendien: voor The Accused en The Silence Of The Lambs.

Die tweede film was behalve een kassucces echter ook omstreden. Werden LGBT’ers daarin niet erg negatief voorgesteld? En was dat niet juist pijnlijk omdat Jodie zelf… nou ja, over haar werd gezegd dat ze… weleens lesbisch zou kunnen zijn? Daar sprak ze alleen nooit over. Volgens filmcriticus B. Ruby Rich knoopte Foster al jong een heel eenvoudige les in haar oren voor castings. ‘Als die mannen denken dat je niet met ze neukt, nemen ze je niet.’

Jodie Foster laat zich nog altijd niet uit over zulke persoonlijke kwesties. Ook niet in dit onderhoudende portret, dat door louter secundaire bronnen wordt bevolkt. Geen echte intimi. Wel veel filmfragmenten, B-roll beelden en oude interviews met Foster. En een verteller die van haar leven een gesmeerd lopend verhaal maakt. Geen typisch Hollywood-verhaal misschien, maar wel een verhaal dat zich alleen daar, in Tinseltown, had kunnen afspelen.

The People Vs. Agent Orange

IDFA

‘Als je denkt dat je te klein bent om het verschil te maken, heb je nog nooit met een mug van doen gehad.’

Terwijl Agent Orange vanaf 1971 niet meer gebruikt mocht worden bij de oorlog in Vietnam, bleven ze het ontbladeringsmiddel gewoon gebruiken in Amerikaanse natuurgebieden. In Oregon zag Carol Van Strum wat de gevolgen daarvan bij haar thuis waren: haar kinderen werden ziek, hun tuin veranderde in een woestenij en de hond ging dood. Ze kon niet meer lijdzaam toekijken. Met de actiegroep Citizens Against Toxic Sprays (CATS) begon Carol informatie te verzamelen over de ontbladering van haar leefomgeving. Die strijd duurt tot op dag van vandaag en heeft haar echt ongelooflijk veel gekost – méér dan wat een mens eigenlijk kan dragen.

In Vietnam is Tran To Nga, die een kind verloor als gevolg van het gebruik van Agent Orange, ondertussen ook in het geweer gekomen. Ze heeft de producenten aangeklaagd. Hun herbicide werd ingezet als chemisch wapen, om delen van haar land te ontdoen van begroeiing die de communistische vijand kon beschermen. Agent Orange heeft in Trans land uiteindelijk gewerkt als een massavernietigingswapen, waarvan de schade ruim een halve eeuw later nog altijd zichtbaar is. Dat wordt in The People Vs. Agent Orange (87 min.) treffend geïllustreerd met een schokkende scène in een Vietnamees kinderziekenhuis. 

Gaandeweg onthullen de filmmakers Kate Taverna en Alan Adelson hoe diep de beerput eigenlijk is, zowel in Vietnam als in de Verenigde Staten zelf, en hoezeer de dreggers daarvan, weggezet als notoire complotdenkers, zijn tegengewerkt. Door de Amerikaanse overheid en de betrokken multinationals: verdwenen bewijsmateriaal, intimidatie en – naar het zich laat aanzien – bruut geweld. Zulk onrecht kan eigenlijk geen mens onberoerd laten. De volksgezondheid – niet alleen van voormalige vijanden, maar ook van gewone Amerikaanse burgers – is rücksichtslos opgeofferd voor bedrijfs- of regeringsbelangen.

Voor Carol en Tran wordt de strijd intussen een race tegen de klok: leven ze lang genoeg om hun recht te halen of hebben hun tegenstrevers uiteindelijk toch een langere adem? Dat is om woest van te worden.

Q: Into The Storm

HBO

Vanuit de duisterste uithoeken van het internet – 8chan, een online forum waar iedereen anoniem kan publiceren – heeft zich in de afgelopen jaren een geheimzinnige klokkenluider gemeld, die regelmatig cryptische boodschappen afgeeft aan een groeiende schare volgelingen. Deze QAnon – of kortweg: Q – lijkt te opereren als een soort gezichtsloze generaal voor Donald Trump en lanceert de ene na de andere complottheorie over de oorlog van de ‘deep state’ tegen de president.

Documentairemaker Cullen Hoback gaat in de zesdelige serie Q: Into The Storm (356 min.) op zoek naar wie deze mysterieuze bron, die steeds rept over ‘the calm before the storm’, zou kunnen zijn. Volgens aanhoudende geruchten houdt hij/zij zich op in de directe omgeving van de voormalige Amerikaanse president. Is het misschien Trumps voormalige spin doctor Steve Bannon, de omstreden generaal Michael Flynn of toch de Republikeinse dirty trickster Roger Stone?

Voor zijn onderzoek belandt Hoback op de Filipijnen, waar drie andere verdachten zijn neergestreken. In Manila is bijvoorbeeld 8chan-ontwerper Fredrick Brennan woonachtig, een internetwizard die vanwege de aandoening Osteogenesis Imperfecta al zijn hele leven in een rolstoel zit. Hij is inmiddels in onmin geraakt met oud-militair Jim Watkins en zijn nerdy zoon Ron, die het digitale prikbord tegenwoordig in bezit hebben.

De drie gedragen zich als de nét iets te vet aangezette personages uit een tweederangs spionagefilm. Ze flirten voortdurend met hun mogelijke relatie met Q en ontkennen uiteindelijk toch elke betrokkenheid. Terwijl zij van dat schimmenspel lijken te genieten, vallen de theorieën van QAnon intussen in vruchtbare aarde bij zogenaamde QTubers als Dustin Nemos, Craig James en Liz Crokin. Zij hebben inmiddels een dagtaak aan Q – en, dat ook, verdienen er een aardige boterham aan.

Dat resulteert in ronduit absurde taferelen. Zo stelt Craig James, die vol overgave zijn eigen platform Just Informed Talk beheert, bijvoorbeeld met een stalen gezicht tegen Cullen Hoback dat er een epische strijd komt tussen echte patriotten zoals hij en de neppatriotten van links. Gevolgd door: ‘En die gaan we helemaal uitmoorden.’ De diepgelovige kolos steekt zijn duim omhoog. Hij moet er zelf smakelijk om lachen.

‘Het is een psychologische operatie van het allerhoogste niveau’, constateert Nick Noe, een ex-militair en medewerker van de afvallige generaal Paul Vallely, even later over Q. Daarna begint hij aan een paranoïde verhaal over de dood van Osama Bin Laden. Die zou volledig in scène zijn gezet. Noe wordt meermaals onderbroken door een puberaal boerende en lachende James. De bizarre claim zal enige tijd later niettemin gewoon worden geretweet door Donald Trump.

Wat in de beginjaren misschien nog kon doorgaan voor (onsmakelijke) spielerei, heeft gezien bijvoorbeeld de terroristische aanslag op een moskee in het Nieuw-Zeelandse Christchurch in 2019 en de bestorming van het Capitool op 6 januari jongstleden dan allang een levensecht karakter gekregen. De samenzweringstheorieën van en rond QAnon hebben wel degelijk consequenties in het echte leven. De Qanon-storm dreigt inderdaad op te steken.

Tijdens zijn even trashy als intrigerende tocht langs alle randfiguren, die het dark web rond Q bevolken en die ook in de gewone mensenwereld voor meer dan genoeg spanning en sensatie zorgen, komt Cullen Hoback intussen tot zijn eigen theorie over wie of wat QAnon nu precies is: complete complotgekte, psychologische oorlogsvoering of toch een volledig uit de hand gelopen prank die allang niet meer leuk is?

Demi Lovato: Dancing With The Devil

YouTube

Nu gaan ze, zangeres Demi Lovato en de mensen uit haar directe omgeving, wél de waarheid vertellen. Hand op het hart. Niet zoals in die nooit uitgebrachte documentaire, waarin Demi werd gefilmd tijdens haar wereldtournee van 2018 en iedereen nog netjes de schijn ophield. Totdat dit – doordat Demi op 23 juli wereldnieuws werd via een bijna fatale overdosis – met geen mogelijkheid meer was vol te houden en het filmen rigoureus werd gestopt. Einde tourfilm.

Welkom échte documentaire: Demi Lovato: Dancing With The Devil (88 min.). Alhoewel, écht? Deze serie van regisseur Michael D. Ratner, bestaande uit vier handzame delen, komt gewoon uit de koker van Team Demi. We mogen nu toch wél over de heroïne vertellen? vraagt één van de sprekers halverwege de eerste aflevering voor de zekerheid. Het antwoord luidt bevestigend. Welke verhalen echter niet in het gekozen narratief passen en dus toch nog binnenskamers worden gehouden, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Als we dat al zouden willen.

Niet dat er op het eerste oog veel onbesproken blijft in dit onthullende portret: seksueel misbruik, eetstoornissen, verslaving, automutilatie en psychiatrische problematiek. Behalve de hoofdpersoon zelf komt ook Demi’s complete entourage aan het woord: haar moeder, zussen, stiefvader, beste vrienden en een hele zwik medewerkers: een personal assistent, business manager, hoofd beveiliging/stafchef, case manager, choreograaf/creatief directeur en ook nog een ‘gewone’ manager. Voor de zekerheid komt Demi er nog wel even naast zitten of spoort ze hen vooraf aan om vooral de complete waarheid te vertellen – en, waar nodig, hun eigen naam te zuiveren.

Dat voelt allemaal heel Amerikaans: elk dieptepunt blijkt uiteindelijk vooral een aanloop naar een moment van diep inzicht. Het probleem is alleen: die diepere inzichten, zo blijkt uit archiefmateriaal, heeft ze al eerder gehad. En die hebben uiteindelijk dan toch weinig effect gesorteerd. In dat verband zou het interessant zijn geweest als ook Lovato’s vorige management, dat haar ten tijde van die overdosis in 2018 aan strikte regels onderwierp en dat sindsdien aan de kant is geschoven, spreektijd had gekregen. Wat zou dit voor effect hebben gehad op dat roestvrijstalen narratief van in de diepste put vallen en er weer geheel gelouterd uitklimmen?

Échte reflectie – op hoe een leven in de spotlights, vanaf heel jonge leeftijd, jou en je omgeving tekent – ontbreekt evenwel in deze échte documentaire, die uiteindelijk toch eerst en vooral weer een promotool lijkt. Want Demi Lovato: Dancing With The Devil wordt natuurlijk opgeleverd met een gelijknamige hitsingle. En in de bijbehorende videoclip speelt ze, ter leering ende vermaeck, haar eigen overdosis nog eens vol overgave na. Dat kun je dapper noemen. Of smakeloos.

The Dilemma Of Desire

Kartemquin Films

‘Wát?’ dacht biologe Stacey Dutton toen ze de ‘cliteracy’-tekeningen zag van kunstenares Sophia Wallace. ‘Dus zo ziet een clitoris eruit?’ Tegelijkertijd schaamde ze zich. ‘Hoe kan het dat ik er als vrouwelijke bioloog geen idee van heb hoe mijn eigen biologie eruit ziet?’

Sophia Wallace had haar eigen openbaring toen ze na de dood van haar oma, moeder van vijf kinderen, hoorde dat die nooit een orgasme had gehad. Sophia kon daar niet over uit. Toen één van haar vriendinnen vroeg of ze eigenlijk wel wist dat de clitoris een hartstikke groot orgaan is, ging de New Yorkse kunstenares op onderzoek uit. Ze ontdekte tot haar verbazing dat ze nauwelijks wist hoe haar lichaam in elkaar stak, inclusief het inwendige deel van de clitoris.

Intussen wisten beide vrouwen natuurlijk alles over de penis. Want, zo betoogt de interessante, nét iets te lijvige documentaire The Dilemma Of Desire (108 min.) van Maria Finitzo: het mannelijke perspectief domineert op alle mogelijke manieren onze seksuele opvoeding en beleving. Aan de hand van Wallaces werk en de persoonlijke verhalen van enkele vrouwen die hun eigen seksualiteit hebben (her)ontdekt belicht de film welke voetangels en klemmen ze daarbij tegenkomen. Waarbij de man toch steeds weer een sleutelrol speelt. Als partner in crime, agressor of (dominant) rolmodel.

Zo zou de vibrator bijvoorbeeld ooit door mannelijke artsen zijn ontwikkeld om hysterische vrouwen een climax te laten beleven en weer in het gareel te krijgen. In de woorden van industrieel ontwerper Ti Chang, die met haar eigen bedrijf Crave smaakvolle erotische producten maakt: ‘Genot was een ziekte.’ Die drempel is, een dikke eeuw later, nog altijd niet geheel geslecht. En dat gaat ons allemaal aan, vindt Sophia Wallace. Niet alleen vrouwen. Zoals ze het uitdrukt in een projectie op Trump Tower: ‘Democracy Without Cliteracy… is a phallusy.’

The Reason I Jump

Over hen is al zoveel gezegd. Zelf komen ze alleen zelden aan het woord. Ook omdat ze niet altijd in taal kunnen of willen uitdrukken wat hen bezighoudt. In onze taal, welteverstaan. Voor neurotypische mensen is het sowieso erg lastig om zich te verplaatsen in iemand met een autismespectrumstoornis. En zij ervaren de wereld die voor ‘ons’ herkenbaar en vertrouwd voelt dan weer vaak als wezensvreemd en gevaarlijk.

Toen Naoki Higashida in 2007 de bestseller Waarom Ik Soms Op En Neer Spring uitbracht, was dat voor sommige neurotypes dan ook niets minder dan een openbaring. Hier wist een autist, een dertienjarige Japanse jongen nota bene, die in het gewone leven niet of nauwelijks sprak, perfect inzichtelijk te maken hoe hij in elkaar stak en de wereld ervoer. Ineens bleken die vreemde gedragingen eigenlijk volstrekt logisch.

In de documentaire The Reason I Jump (82 min.) gebruikt regisseur Jerry Rothwell passages uit Higashida’s boek, ingesproken door acteur Jordan O’Donegan, als leidraad voor een zinnenprikkelende ontdekkingstocht door de autistische belevingswereld. ‘Wanneer jij een object ziet, lijk je allereerst het geheel te zien’, spreekt hij het neurotype bijvoorbeeld rechtstreeks aan. ‘Pas daarna ontwaar je de details. Terwijl ik in eerste instantie alleen die details zie en pas gaandeweg, detail na detail, het geheel in beeld krijg.

Rothwell portretteert in deze gestileerde film ook vijf niet-sprekende jongeren met een autismespectrumstoornis en hun directe omgeving. Ze komen uit Groot-Brittannië, India, Sierra Leone en de Verenigde Staten en ervaren de wereld elk op hun eigen manier. Want net als bij neurotypische mensen bestaat er ook geen autistische stereotype. Wat ze wel met elkaar gemeen lijken te hebben, is dat de buitenwereld vrijwel permanent hun staat van zijn lijkt te verstoren en moeilijk is in te passen in hun dagelijkse routines.

De documentairemaker laat dit zien en geeft hun verwanten de ruimte om het te verduidelijken, maar laat de neurotypische kijker vooral ook zelf ervaren hoe het is als je vaste gewoonten ruw worden doorbroken of als je plotseling wordt overweldigd door nét iets te opdringerige beelden of veel te harde geluiden. Behalve een mindmap van de autistische wereld wordt The Reason I Jump daardoor ook een zintuiglijke ervaring, die uiteindelijk alleen tot begrip en acceptatie kan leiden. Hoe weerbarstig de praktijk van alledag voor en met autisten soms ook uitpakt.

Maddy The Model

Als achttienjarige maakte ze in 2015 haar debuut op de New York Fashion Week. Madeline Stuart was het allereerste model met het Syndroom van Down op de catwalk. Twee jaar later overheerst bij moeder en manager Rosanne nochtans teleurstelling: haar dochter wordt nog altijd niet behandeld én betaald als een topmodel.

Die carrière was enkele jaren daarvoor zonder al te veel illusies begonnen. Nadat Maddy The Model (92 min.) voor het eerst een modeshow had gezien, kreeg ze van haar moeder een professionele fotoshoot cadeau. Het resultaat daarvan was zo verbazingwekkend dat Rosanne Stuart, inmiddels ook Madelines belangenbehartiger, de foto’s online plaatste. Ze verzon er meteen een prikkelende slogan bij: Getting Down To Modelling. Niet veel later hing New York aan de lijn.

Maar is de Australische tiener sindsdien meer geworden dan een curiosum op de catwalk, een voorbeeld van de inclusiviteit die de internationale modellenwereld nastreeft of zegt na te streven? Rosanne legt zich er in elk geval niet zomaar bij neer dat haar dochter, die door haar verstandelijke beperking van jongs af aan een zorgenkindje is geweest, te midden van al die mooie mensen automatisch aan het kortste eind trekt.

Daarbij speelt onvermijdelijk de vraag op wie van de twee nu eigenlijk droomt van een modellencarrière – en in hoeverre een rol speelt of/dat Rosanne moeite heeft om Madelines beperking te accepteren. ‘Ik doe dit niet voor mezelf, oké’, zegt ze snibbig tegen haar dochter als die geen zin heeft in weer een show. Even daarvoor heeft ze Maddy al proberen te verleiden om nog één laatste interviewer te woord te staan: ‘Een interview en dan een ijsje.’

Thuis, bij haar lieve vriendje Robbie in Brisbane, lijkt Madeline meestal net zo gelukkig als in pak ‘m beet Parijs, Dubai, Londen, Kampala of Palm Beach, waar de schone schijn regeert en zij een plek moet zien te verwerven. Moeder blijft in deze observerende film van Jane Magnusson intussen onverminderd pushen en mopperen. Het is bewonderenswaardig dat ze zo onvoorwaardelijk in haar kind gelooft – of onuitstaanbaar dat ze die haar eigen dromen blijft opdringen.

Afhankelijk van de bril waarmee je deze documentaire bekijkt, is Maddy The Model dus een fraai portret van twee diversiteitsstrijders die door het glazen plafond proberen te breken. Of een onvervalste kromme tenen-film over een behoorlijk ongezonde moeder-dochter verhouding. Óf – dat kan ook nog – een lekker schurende combinatie van die twee.

Soupçons: Les Dessous De L’Affaire Wesphael

Netflix

Heeft ze de hand aan zichzelf geslagen? Of is Véronique Pirotton toch vermoord door haar echtgenoot? Op die fatale 31e oktober van 2013 verbleven ze samen op kamer 602 van Hotel Mondo te Oostende. Daar hadden ze eerst uitbundig de liefde bedreven – eerst tot vermaak en later tot ergernis van andere hotelgasten – en vervolgens gigantisch ruzie gemaakt. De consternatie eindigde met een enorme dreun.

Die echtgenoot was een bekende Belg, de Waalse politicus Bernard Wesphael. Hij had de schijn tegen: zijn vrouw had een affaire. Al houdt Wesphael in Soupçons: Les Dessous De L’Affaire Wesphael (179 min.) bij hoog en bij laag vol dat hij daarvan geen idee had. Hij meende dat ze last had van een stalker. Onzin! stellen familieleden van het slachtoffer. Wesphael liegt dat hij zwart ziet. En hij is zo schuldig als wat.

Véronique en Bernard hielden er in elk geval een tumultueuze relatie op na, zo moet de hoofdverdachte toegeven. Met veel hartstocht, drank en conflicten. Volgens hem was ze al langer instabiel, gebruikte ze veel medicatie en had ze bovendien al diverse zelfmoordpogingen ondernomen. Nu was het haar, in een letterlijk bezopen bui, eindelijk gelukt. Of was er toch, hypothese 3, sprake van een spontane dood?

Bernard Wesphael blijft in deze vijfdelige true crime-serie in elk geval onverminderd pleiten voor zijn onschuld. In tamelijk bizarre scènes gaat hij daarnaast terug naar locaties die een rol speelden in de noodlottige gebeurtenissen en acteert daarbij onbekommerd zichzelf, bijvoorbeeld als hij in de gevangenis van Brugge verliefd wordt op een ander. Het lijkt bijna alsof hij ervan geniet om de hele kwestie weer eens lekker op te rakelen.

Regisseur Alain Brunard illustreert ‘s mans beweringen en de (conflicterende) verklaringen van getuigen, deskundigen en familieleden met beveiligingscamerabeelden uit het hotel, de verhoren van Wesphael en een politiereconstructie van wat er ter plaatse gebeurd kan zijn. De politieke loopbaan van de hoofdverdachte in deze zaak die de Belgische media jarenlang beheerste blijft opmerkelijk genoeg volledig onbelicht.

Door alle tegenstrijdige lezingen over wat er die laatste avond is gebeurd en hoe de driehoeksverhouding tussen de politicus, diens getroebleerde vrouw en haar geheime minnaar in elkaar stak, is het vrijwel onmogelijk vast te te stellen hoe de vork precies in de steel zit. Feit is dat Véronique Pirottons dood, die doet denken aan het noodlottige ongeluk/de slinkse moord in de true crime-klassieker The Staircase, meer dan stof genoeg biedt voor drie uur vermakelijk giswerk.

The Walrus And The Whistleblower

Op Twitter noemt hij zichzelf de @walruswhisperer. Phil Demers is in de afgelopen jaren het gezicht geworden van het verzet tegen MarineLand, een groot opgezet zeezoogdierenpark nabij Niagara Falls. Demers werkte er zelf jarenlang als trainer van de orka’s, dolfijnen en zeeleeuwen. Totdat hij de manier waarop de dieren werden behandeld niet langer kon aanzien en demonstratief ontslag nam. 

Sindsdien is Demers uitgegroeid tot de aartsvijand van MarineLands eigenaar John Holer. Geen grotere fanatiekeling immers dan de bekeerling. De hipster dierenactivist weet ook hoe hij pers en publiek moet bespelen. Zo heeft hij zijn strijd bijvoorbeeld, heel gewiekst, een gezicht gegeven: het aandoenlijke smoelwerk van Smooshi, een walrus waaraan Demers volgens eigen zeggen zijn hart heeft verpand. Hij zou het dier het liefst direct als een soort stiefkind in huis nemen.

In The Walrus And The Whistleblower (89 min.) zet filmmaker Nathalie Bibeau Phil Demers’ campagne tegen zijn voormalige werkgever, die hem voor de rechter brengt en zelfs de aandacht van het Canadese parlement oplevert, nog eens goed in de verf. Hij lijkt er ook wel van te genieten. Al zijn hele leven is hij altijd wel bij het één of andere gevecht betrokken geweest, bekent hij onderweg. Die hebben stuk voor stuk bijgedragen aan zijn heroïsche stellingname tegen MarineLand. Dit is zíjn moment.

Dat is in alle opzichten voelbaar. Behalve een principieel gevecht lijkt zijn strijd tegen MarineLand voor Demers ook een uitgelezen mogelijkheid om zichzelf te manifesteren. Barbeau plaatst daarbij geen vraag- of uitroeptekens, maar maakt van The Walrus And The Whistleblower een wat gladde en pamflettistische film die het spraakmakende Blackfish (2013), waarin misstanden bij SeaWorld in Florida werden aangekaart, naar de kroon probeert te steken.

Daarvoor blijft het dierenleed – oneerbiedig gezegd – echter te beperkt, zit er te weinig ontwikkeling in de vertelling en voelt ook de constructie rond de bevrijding van Smooshi, die met #FreeSmooshi natuurlijk z’n eigen hashtag heeft gekregen, wat al te simplistisch en geforceerd. Intussen zit het aaibare dier, dat natuurlijk geen weet heeft van de epische oorlog die rond hem wordt uitgevochten, overigens nog altijd te verpieteren in MarineLand.

Soul Boys Of The Western World

Natuurlijk, dit is zo’n typische banddocu. Die chronologisch uiteenzet hoe de som uiteindelijk – pas na een slordige 24 minuten – meer werd dan de delen. Waarin de grote successen van de helden (True, Gold en natuurlijk Through The Barricades) vanzelfsprekend uitbundig worden gevierd. En die niet geheel toevallig werd uitgebracht toen hun groep, Spandau Ballet, na ruim twintig jaar een onverwachte comeback had gemaakt.

Soul Boys Of The Western World (110 min.) is niettemin een joyeuze viering van hoe de ‘working-class lads’ uit Noord-Londen, na diverse valse starts, ergens in de jaren tachtig de synthesizer ontdekten, zich precies het juiste imago aanmaten en een eigentijdse en poppy draai gaven aan hun voorliefde voor soul. Ze werden er even héél succesvol mee: echte popsterren, de vervulling van al hun jongensdromen. En toen begonnen de steeds verder opgeblazen ego’s, gepersonifieerd door zanger Tony Hadley en songschrijver Gary Kemp, ongenadig te botsen. Vanwege een ordinaire centenkwestie kwamen de bandleden zelfs tegenover elkaar te staan bij de rechter.

Regisseur George Hencken serveert dat al duizenden malen vertelde verhaal over de opkomst, ondergang en wederopstanding van een popgroep aanstekelijk uit, laat het off screen becommentariëren door de individuele bandleden en heeft daarnaast genoeg oog voor de maatschappelijke context in het toenmalige Verenigd Koninkrijk, straf geleid door ‘iron lady’ Margaret Thatcher, om er nét iets meer van te maken dan alleen een routineuze vertelling over een dertien-in-een-dozijn bandje. Ook als je weinig hebt met hun muziek – understatement – en zelfs wel een beetje moet grinniken om hun uitbundige kapsels, zorgvuldige gestylede kostuums en nét iets te kleine speedo’s – bekentenis – houdt deze film je bijna twee uur bij de les.

Slechts enkele jaren na het uitbrengen van deze popdocu uit 2014 was er overigens tóch weer herrie in de tent bij Spandau Ballet. Sindsdien moeten de overjarige glamourboys het doen zonder frontman Tony Hadley. Totdat ook die in zijn portemonnee weer de dringende noodzaak begint te voelen om zich en plein publique te verzoenen met zijn jeugdvrienden. En de camera’s wellicht kunnen gaan draaien voor Soul Boys Of The Western World – The Sequel.

Michelin Stars: Tales From The Kitchen

KRO-NCRV

‘Als we een ster zouden kwijtraken, zou ik me niet door m’n kop schieten’, zegt Rasmus Kofoed, chef-kok van het sterrenrestaurant Geranium in Kopenhagen, ontspannen lachend. ‘Ik zou even bedroefd zijn en uiteraard proberen uit te zoeken waarom.’ Want laten we wel wezen: een Michelinster erbij of eraf kan een wereld van verschil maken. En je hebt er zo weinig vat op als gerenommeerde chef. Behalve: presteren, élke dag. Want je weet nooit of er een inspecteur voor de deur staat.

Ze eten anoniem en betalen altijd de rekening, stelt Michael Ellis, de algemeen directeur van De Michelingids, over zijn ‘geheimagenten’ in Michelin Stars: Tales From The Kitchen (56 min.). De gevreesde gids ontstond ruim honderd jaar geleden als een marketinginstrument van de Franse autobandenfabrikant. Goede restaurants zorgden ervoor dat mensen in de auto stappen, zo was de redenering. En hoe meer kilometers ze dan maken, hoe sneller ze nieuwe banden nodig hebben.

De Spaanse culinair journalist José Carlos Capel is ervan overtuigd dat er nog steeds een correlatie is tussen het aantal sterren en de bandenverkoop in een land, zegt hij in deze smaakvolle documentaire van Rasmus Dinesen uit 2017. Die neemt verder een kijkje in de, ja, keuken bij gelauwerde restaurants als Guy Savoy in Parijs, Narisawa in Tokio en Noma in Kopenhagen. Waar koken tot kunst is verheven en eten echt wordt beschouwd als een stukje cultuur.

Michelin Stars dient dit met gevoel voor sfeer en oog voor detail op en belicht daarnaast, enigszins hapsnap, ook de schaduwzijden van de competitieve gastronomie, waarbij je ineens uit de smaak kunt vallen. Del Posto in het Amerikaanse Austin raakte bijvoorbeeld één van zijn twee sterren kwijt, waarna chef-kok Mark Ladner direct 25 tafels liet verwijderen. En toen Michelin besloot om te stoppen met een speciale gids voor Oostenrijk, viel restaurant Taubenkobel zelfs helemaal van de kaart.

‘Michelin is als een ex-vriendje dat je nooit meer wil zien’, zegt eigenaresse Barbara Eselböck daarover enigszins verbitterd. Van het ene op het andere moment kwamen er nauwelijks meer internationale gasten. De druk in de keuken kan door dat soort zaken behoorlijk oplopen, zo toont ook het tragische verhaal van l’Hôtel de Ville in Crissier aan. Het Zwitserse driesterrenrestaurant moest – en ging – plotseling door met een nieuwe chef.

Dinesen staat er niet al te lang bij stil. Zwierig laveert de documentairemaker langs verschillende deelonderwerpen, restaurants en eetculturen en brengt zo de wereld van ‘fine dining’ aantrekkelijk in beeld.

The New Corporation: The Unfortunately Necessary Sequel

Volgens de Amerikaanse wet hebben ondernemingen opmerkelijk genoeg dezelfde rechten als mensen. Dat bracht de makers van de documentaire The Corporation er in 2003 toe om bedrijven eens door te lichten aan de hand van de Personality Diagnostic Checklist uit de DSM-IV, het standaardwerk over psychische stoornissen. Als ondernemingen inderdaad vergelijkbaar waren met mensen, concludeerden ze, dan gedroegen die zich als psychopaten. Voor het maximaliseren van de winst was zo’n beetje alles geoorloofd.

Een kleine twintig jaar later heeft menige multinational zijn koers verlegd. Maatschappelijk verantwoord ondernemen lijkt het nieuwe parool. Gaat het om een serieuze koerswijziging of is het vooral een cosmetische ingreep? vragen de makers van dit vervolg zich af. Toevallig is er inmiddels ook een nieuwe editie van de DSM verschenen. Die bevat zowaar een extra kenmerk om psychopatie te scoren: het gebruik van verleiding, charme, welbespraaktheid of vleierij om je doelen te bereiken. Als dat geen aardige invalshoek is voor The New Corporation: The Unfortunately Necessary Sequel (107 min.)…

De documentairemakers Joel Bakan en Jennifer Abbott houden het opereren van grote ondernemingen vervolgens weer ouderwets kritisch tegen het licht. Ze belichten diverse pijnlijke voorbeelden van ‘creative capitalism’ en ontwaren daarin allerlei boeiende tendensen, zoals bijvoorbeeld de pogingen om de overheid steeds onmachtiger te maken, ‘starve the beast’, en daarna, onder het mom van ‘dat kunnen wij beter’, elementaire taken te privatiseren: van de gezondheidszorg en het onderwijs tot de watervoorziening en het leger. Alles moet aan de markt worden overgelaten. En daardoor gaan ondernemingen steeds meer de dienst uitmaken en worden sociale verbanden, de democratie en de aarde zelf steeds verder ontwricht.

The New Corporation brengt een onversneden activistische boodschap, met treffende acties van linkse helden als Alexandria Ocasio-Cortez en Katie Porter en interviews met gekende criticasters van het hedendaagse kapitalisme, zoals de strijder tegen inkomensongelijkheid Robert Reich, Indiase activiste Vandana Shiva, Winner Takes All-schrijver Anand Giridharadasm, activistische burgemeester van Barcelona Ada Colau en filosoof Noam Chomsky. In wezen slaat dit vervolg daarmee op dezelfde trom als de oorspronkelijke Corporation-film en voegt het ook niet zo heel veel toe aan recente documentaires zoals Saving Capitalism en het Thomas Piketty-vehikel Capital In The Twenty-First Century.

Hoewel de inhoud soms echt schokkend is, klinkt die inmiddels toch ook wel erg vertrouwd en zou deze preek dus wel eens alleen de eigen parochianen, van de Linkse kerk natuurlijk, kunnen bereiken.

Murder Among The Mormons

Netflix

Is Joseph Smith nu wel of niet door een witte salamander naar de gouden platen verwezen? Het is niet direct een vraag waarvan de meeste aardbewoners wakker liggen. Laat staan dat ze bereid zijn om ervoor te moorden. Binnen de Mormoonse kerk zorgde de vondst van de zogenaamde Salamander-brief, waarin een heel opmerkelijke draai wordt gegeven aan de totstandkoming van het heilige Book Of Mormon, halverwege de jaren tachtig echter voor heel wat consternatie.

Was deze godslasterlijke brief authentiek – en dus een bedreiging voor de fundamenten onder de geloofsgemeenschap? Of was het een vervalsing en had iemand daar dan iets mee te winnen? Ook letterlijk: in het verhandelen van zulke Mormoonse documenten ging behoorlijk wat geld om. En binnen die lucratieve business speelde één man een sleutelrol: Mark Hofmann. Hij duikelde het ene na het andere unieke document op. En daarmee zou hij allerlei gebeurtenissen in gang zetten, die leidden tot een serie bomaanslagen in het hart van The Church Of Jesus Christ Of Latter-Day Saints te Salt Lake City.

Dat is het startpunt voor Murder Among The Mormons (160 min.), een driedelige documentaireserie waarin Jared Hess en Tyler Measom de wereld achter die wandaden blootleggen. De achtergronden van de misdaden zelf, de zoektocht naar de dader en de persoon die daarbij uiteindelijk in beeld komt, natuurlijk. Maar ook de context waarbinnen de misdaden zich hebben afgespeeld: een geloofsgemeenschap waarin aan heilige geschriften een enorm belang wordt toegekend en aloude waarden plotseling onder druk kunnen komen te staan door de vondst van nieuwe documenten.

Naarmate de serie vordert, wordt dat eigenlijk steeds interessanter. Wat begint als een ogenschijnlijk tamelijk routineuze whodunnit, compleet met larger than life-personages en gelikte reconstructiebeelden, ontwikkelt zich gaandeweg tot een intrigerend portret van een gemeenschap en één persoon daarbinnen, die zich als een gewetenloze parasiet manifesteert en de onderlinge verhoudingen helemaal op scherp zet.