The Most Dangerous Animal Of All

FX

Zou Gary Stewart meer van zichzelf begrijpen als hij wist wie zijn ouders waren? De vraag stellen is hem beantwoorden. Zijn biologische moeder Jude had de ambitieuze Amerikaanse ondernemer, die in een adoptiegezin opgroeide en zelf inmiddels aan zijn vijfde huwelijk bezig is, snel gevonden.

Of hem dat enige gemoedsrust gaf? Nee, haar antwoorden riepen alleen maar meer vraagtekens op. Iets met een ‘Ice Cream Romance’. Over een 27-jarige man die zij als veertienjarige scholier in 1962 ontmoette bij de bushalte. De ‘pedofiele’ relatie die vervolgens tussen hen ontstond. En de manier waarop zij zich vervolgens ontdeden van hem, hun ongewenste kind.

Die kerel, Earl van Best Jr., zou hij nog in leven zijn? En, helemaal onvoorstelbaar, zou die onbekende vader misschien The Most Dangerous Animal Of All (175 min.) kunnen zijn? Een man met meerdere levens op zijn geweten. Een héél beruchte seriemoordenaar, ook omdat hij zelf nadrukkelijk de media opzocht en zo zijn naam, een ingenieuze nom de plume vervat in een symbool, probeerde te vestigen.

Is Gary’s vader, kortom, het antwoord op een vraag die al een halve eeuw openstaat? In deze gestileerde en vet aangezette serie van Ross M. Dinerstein en Kief Davidson gaat hij zelf op onderzoek uit, vergezeld door de wat morsige true crime-auteur Susan Mustafa. Samen schreven ze in 2014 het boek, dat het startpunt vormde voor deze vierdelige docu.

Als de twee dieper in de kwestie duiken, lijkt elk antwoord in dezelfde richting te wijzen: ‘Van’ moet de man zijn die een kleine halve eeuw geleden San Francisco onveilig maakte en heel Amerika in zijn greep kreeg. Maar welke rol speelde Gary’s moeder Jude, die naderhand getrouwd blijkt te zijn met de leider van het bijbehorende politie-onderzoek, dan in deze legendarische cold case?

Conspiracy theory, cover-up of een ander woord met een C? Of tóch een aannemelijke hypothese? Gary Stewart twijfelt niet over het antwoord. Als buitenstaander blijft het lastig oordelen: leiden alle sporen inderdaad naar de man die hem op de wereld dumpte? Of heeft Gary selectief in het bewijsmateriaal gewinkeld, teneinde zijn eigen queeste zin en drama te geven? In de onverwacht enerverende ontknoping volgt het verrassende antwoord.

‘This is not the …… speaking.’

Very Ralph

Het schijnt een begrip te zijn: Very Ralph (108 min.). Als in: iets – een kledingstuk, tafereel of totaalplaatje – dat precies die geheel eigen blik op de wereld van Ralph weerspiegelt. Ralph is, natuurlijk, modeontwerper Ralph Lauren. Wie anders? De vleesgeworden Polo. Hij staat inmiddels aan de vooravond van zijn vijftigjarig jubileum.

Deze oerdegelijke film van Susan Lacy reconstrueert trouw het levensverhaal en de carrière van de Amerikaanse autodidact, die een centrale plek in de modewereld veroverde en het begrip ‘mode’ gaandeweg oprekte tot ‘lifestyle’. Behalve Ralph zelf en zijn familie komen daarbij ook mensen met wie hij werkte (zoals fotograaf Bruce Weber en model Naomi Campbell), collega’s als Calvin Klein, Donna Karan en Karl Lagerfeld en allerlei journalisten en deskundigen aan het woord.

Ook de onvermijdelijke celebrities – ditmaal vertegenwoordigd door onder anderen filmmaker Woody Allen, politicus Hillary Clinton, rapper Kanye West en actrice Jessica Chastain – laten zich niet onbetuigd. Er valt (natuurlijk) nauwelijks een onvertogen woord. Want Ralph zelf mag dan geen man ván superlatieven zijn, hij blijkt wel een man vóór superlatieven. Ralph verkoopt, natuurlijk, niets minder dan ‘the American dream’. Hij heeft een ‘zesde zintuig om te weten wat de wereld wil’. En waar voor menigeen geldt dat ‘life imitates art’, is dat onderscheid bij Ralph nauwelijks te maken.

Tis maar dat u het weet. Very Ralph wordt daarmee een traditioneel, erg Amerikaans portret van een letterlijk beeldbepalende ontwerper. Een nette, fraaie en complete, maar ook volstrekt ongevaarlijke biografie, die wel een rafelrandje had kunnen gebruiken. Very… eh, ja, komt u maar… Ralph.

Jane Fonda In Five Acts

 

Zij is inmiddels tachtig, maar zo oud wil ze natuurlijk niet lijken. In die zin is Jane Fonda nog altijd een typische Hollywood-diva. Aan de uitreiking van de Golden Globes gaat dus een hele beautysessie vooraf, zodat haar make-up, kapsel en kleding helemaal tiptop in orde zijn en ze onbevreesd richting de rode loper kan. Stralend als een jonge blom.

 

Jane Fonda In Five Acts (134 min.) is een tamelijk lang uitgevallen biografie van de bekende Amerikaanse actrice, activiste en fitnessgoeroe. De vijf bedrijven van deze film zijn opgehangen aan de mannen uit haar leven: vader Henry (de befaamde acteur, die volgens Janes broer Peter een script nodig had om zijn vaderrol te kunnen spelen) en drie exen: regisseur Roger Vadim, burgerrechtenactivist Tom Hayden en entrepreneur Ted Turner. Het afsluitende bedrijf, act five, heet simpelweg Jane.

 

Die structuur vertelt eigenlijk het gehele verhaal in deze verder traditioneel opgezette, nét iets te gladde biopic van Susan Lacy. Bij elke man vindt Jane zichzelf opnieuw uit, compleet met nieuw uiterlijk en activiteitenpatroon. Totdat ze helemaal aan het eind, zoals je van een Hollywood-verhaal mag verwachten, eindelijk terugkeert bij zichzelf.

 

Waarna je je heel even afvraagt of de hoofdpersoon in de voorafgaande twee uur zichzelf heeft laten zien of heel overtuigend Jane Fonda heeft geacteerd.

Robin Williams: Come Inside My Mind

 

De twee kanten van zijn persoonlijkheid zijn nog altijd moeiteloos te herkennen in het werk van Robin Williams. De manische mafketel, even vaak irritant als grappig, duikt bijvoorbeeld op in de comedyserie Mork and Mindy, zijn standup-optredens en allerlei bezoekjes aan talkshows. Terwijl de introverte somberaar daarachter zijn opwachting maakt in speelfilms als Dead Poets Society, Awakenings en Good Will Hunting.

Hij was een typische clown, zou je kunnen zeggen; in het openbaar altijd de lach aan zijn kont, maar intussen privé volledig gevangen in zijn eigen wurggreep. Dat beeld rijst in elk geval op uit de documentaire Robin Williams: Come Inside My Mind (116 min.) van Marina Zenovich, waarin intimi, vrienden en collega’s als Dave Letterman, Eric Idle (Monty Python), Steve Martin en Whoopi Goldberg terugblikken op het leven van de man die in 2014 koos voor de dood.

Zo vertelt Mark Romanek, die Williams regisseerde in de ijzingwekkende thriller One Hour Photo, bijvoorbeeld hoe zijn hoofdrolspeler tussen de geladen opnames door dwangmatig grappig deed. De drang om mensen te laten lachen was bijna ziekelijk, onderdeel van een niet te stillen honger naar bevestiging. ‘Die lach is een drug’, zegt zijn boezemvriend en comedian Billy Crystal daarover. ‘Die acceptatie, die opwinding, daar kan niets tegenop.’

Zonder publiek aan zijn voeten bleef er verdacht weinig over van de Hollywood-ster Robin Williams. Hoe kon een man die zo succesvol was zich zo’n minkukel voelen? vraagt zijn zoon Zak zich af in deze klassieke biopic. Zijn vader was vaak lange periodes weg van zijn gezin en zocht regelmatig zijn toevlucht tot zelfmedicatie, in de vorm van drank en drugs. Aan het eind kwam daar Lewy Body-dementie bij. ‘De terrorist in zijn hoofd’, volgens zijn weduwe Susan Schneider Williams in het tijdschrift Neurology. Totdat hij echt geen uitweg meer zag.

Wat na bijna twee uur archiefmateriaal, televisie-interviews en persoonlijke bespiegelingen van de man zelf rest, is het beeld van een tragische figuur, die zichzelf op virtuoze wijze overschreeuwde. Die constatering zorgt er tegelijkertijd voor dat al die bekende grappen en grollen zwaar op de maag gaan liggen. In essentie zijn het vooral tot mislukken gedoemde pogingen om eigenwaarde te verkrijgen. Waar anderen kostelijk om konden lachen, dat dan weer wel.

The Final Year

 

Het lijkt al een eeuwigheid geleden dat de Verenigde Staten konden doorgaan voor de onbetwiste leider van de vrije wereld – ondanks de kritiek die je óók toen kon hebben op de grootmacht. Tegenwoordig lijkt de kwalificatie Vernederde Staten toepasselijker: een land dat soms verdacht veel weg heeft van een veredelde bananenrubriek, geleid door een onverlichte despoot die de hele wereld per tweet de wetten van de reality tv probeert op te leggen. Elke vorm van diplomatie lijkt de huidige Amerikaanse president, die voor iedereen wel een denigrerende bijnaam heeft, volledig vreemd.

De opkomst van Trump toont in elk geval op pijnlijke wijze aan hoe kwetsbaar de Amerikaanse democratie is – hoe kwetsbaar democratieën überhaupt zijn. In The Final Year (89 min.) van Greg Barker zien we Trumps voorganger aan het werk, ene Barack Obama, een naam uit een grijs verleden toen de economische crisis van 2008 nog volop nasmeulde, Democraten en Republikeinen elkaar ook al de tent uit vochten en Donald Trump daadwerkelijk de hoofdpersoon was van zijn eigen televisieprogramma, The Apprentice (dat volgens hem een Emmy Award had moeten winnen, elk jaar natuurlijk).

Deze observerende documentaire richt zich op de drie medewerkers die Obama’s buitenlandbeleid vormgeven: minister van buitenlandse zaken John Kerry, speechschrijver/confidant Ben Rhodes en de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties Samantha Power. Met bijrollen voor veiligheidsadviseur Susan Rice en de cerebrale president zelf. In de laatste twaalf maanden van zijn ambstermijn proberen ze nog een aantal belangrijke pijnpunten weg te werken en Obama’s erfenis veilig te stellen. Terwijl de tijd van de eerste zwarte Amerikaanse president zienderogen opraakt, dient Donald Trump zich steeds nadrukkelijker aan als potentiële nieuwe president.

The Final Year maakt de dagelijkse praktijk van internationale diplomatie op boeiende wijze inzichtelijk: het masseren en confronteren van medestanders en opponenten achter de schermen, de met veel ceremonieel omgeven officiële gelegenheden en het continue reizen, van de ene kant van de aardbol naar de andere. Tussen de bedrijven door – onderweg in de auto of het vliegtuig, in de aanloop naar of na afloop van alweer een internationale top en tijdens de spaarzame momenten thuis – reflecteren de bureaucraten op hun idealen, de weerbarstige praktijk en hoe ze die met elkaar in overeenstemming proberen te brengen.

Soms komen ze daarbij lijnrecht tegenover elkaar te staan; de cocky en zakelijke Rhodes en de idealistische, emotioneel betrokken Power zijn het bijvoorbeeld helemaal niet eens over hoe het verder moet met Syrië. Op de een of andere manier moeten ze samen toch tot een coherent beleid zien te komen. Gelukkig is er altijd de onvermoeibare Kerry, die van geen ophouden wil weten, ondanks de deprimerende berichten vanuit steden als Aleppo. Intussen telt ieder voor zich Obama’s zegeningen: een deal met Iran, het klimaatakkoord van Parijs en de ontspanning tegenover Cuba. Een erfenis, die inmiddels, ruim een jaar later, voor een groot deel om zeep is geholpen door de regering Trump.