Miguel Ángel Blanco: Las 48 Horas Que Lo Cambiaron Todo

Netflix

Ook de huidige Spaanse koning Felipe VI kan zich de dag waarop Miguel Ángel Blanco is ontvoerd door de Baskische terreurbeweging ETA nog goed herinneren. Donderdag 10 juli 1997. Nadat het 29-jarige gemeenteraadslid van de Partido Popular ‘s middags niet bij een afspraak is verschenen, belt iemand in bij het radiostation Egin Irratia: als er niet binnen 48 uur aan de eisen van de ETA wordt voldaan, zal Blanco worden geëxecuteerd. ‘Lieve help’, zegt de toenmalige kroonprins Felipe. ‘Om de waarheid te zeggen, als ik eraan terugdenk, voel ik al dat verdriet weer en al die verontwaardiging.’

‘Laat alle hoop varen’, houdt Ramón Jáuregui, de secretaris-generaal van de Baskische socialistische partij, Blanco’s directe omgeving meteen voor. ‘Ze gaan jullie vriend vermoorden.’ De ETA is op zoek naar wraak, nadat ze een gevoelige nederlaag heeft geleden. Tien dagen eerder is de gijzelaar José Antonio Ortega Lara na anderhalf jaar bevrijd door de Guardia Civil. Dat kunnen de Baskische extremisten niet over hun kant laten gaan. Maar wie heeft daarbij gedacht aan een onbeduidend raadslid uit Ermua, voor wie politiek niet meer is dan een hobby? En dat hij zou worden verraden door een directe collega uit de gemeenteraad?

Zijn uren tikken letterlijk weg in Miguel Ángel Blanco: Las 48 Horas Que Lo Cambiaron Todo (94 min.), de aangrijpende documentaire waarin journalist Jon Sistiaga, die tevens dienst doet als verteller, samen met Juanjo López het drama reconstrueert dat heel Spanje in z’n greep krijgt. Zij ontvangen zowel verwanten en vrienden van het slachtoffer als bestuurders, politici (zoals de toenmalige premier José Marie Aznar) en hoogwaardigheidsbekleders voor de camera, waaronder dus ook de huidige Spaanse koning Felipe VI, een generatiegenoot van Blanco. ‘Er was een sentiment van ongewoon hechte saamhorigheid’, herinnert hij zich.

De ontvoering zorgt in het hele land voor spontane demonstraties en witte marsen, waarbij Miguels jongere zus Marimar, inmiddels een bekende Spaanse politica, zich manifesteert als een krachtige stem namens de familie, die is overvallen, letterlijk voor een draaiende camera, met het slechtst denkbare nieuws. ‘Het zijn geen Basken’, scandeert een woedende menigte op één van die bijeenkomsten, als Blanco’s laatste uur lijkt te hebben geslagen. ‘Het zijn moordenaars.’ Sistiaga en López brengen dit scharnierpunt in de recente Spaanse historie, dat uiteindelijk het einde van de gevreesde ETA zal inluiden, weer helder in het vizier.

Dit gaat gepaard met beelden die zich op het netvlies branden. Van een volksmenigte bijvoorbeeld, die op de grond gaat zitten, collectief het hoofd buigt en de handen in de nek legt en woedend begint te roepen: ‘ETA, hier is mijn nek.’ Tegen zulke taferelen lijkt uiteindelijk geen (radicaal) politiek ideaal bestand.

Abandonados

Disney+

‘Kent u ze?’, leest Marisa Manera in 1984 op een prikbord van de sociale dienst van Barcelona, bij een foto van een aandoenlijk tweejarig meisje en twee schattige jongetjes. ‘We hebben informatie nodig over deze kinderen. Als u ze kent, neem dan contact op met Montse Martí, sociaal werker.’ De ongewenst kinderloze Marisa meldt zich direct bij Montse: samen met haar man, de leerkracht Lluís Moral, wil ze de kinderen wel in huis nemen. Ruim veertig jaar later is Marisa, zeker na het overlijden van haar echtgenoot, nog altijd hun steun en toeverlaat, hun moeder.

Elvira Moral Manera en haar oudere broertjes Ramón (6) en Richi (4) zijn op 22 april 1984 op het treinstation Estació de Francia spelend in een trein aangetroffen door een conducteur. De drie kinderen zeggen dat ze daar zijn achtergelaten door een Franse man genaamd Denis, die hen vanuit Parijs met een witte Mercedes naar Barcelona zou hebben gebracht. Van hun ouders weten de kinderen, die vooral Frans spreken, verder hoegenaamd niets. Zelfs hun voornaam kunnen ze niet reproduceren. Ze kennen ook hun eigen achternaam niet.

Een half leven later tasten de Abandonados (163 min.) nog altijd in het duister over hun eigen achtergrond. Als Elvira zelf moeder wordt, wil ze echter meer weten over haar oorsprong. Die beslissing zet een enerverende zoektocht in gang, die in deze vierdelige serie door regisseur Carlos Alonso Ojea op de voet wordt gevolgd. Ramón, Richi en Elvira worden daarbij terzijde gestaan door een groepje amateurdetectives en onderzoeksjournalist Carles Porta en zijn team. Stukje bij beetje ontdekken de drie waar – en bij wie – ze vandaan komen.

Daarvoor moeten ze, zoveel jaar na dato, nog steeds onwil wegnemen bij bronnen die hen wellicht verder kunnen helpen. Want al snel wordt duidelijk dat hun ouders zich vermoedelijk in criminele kringen bewogen, waar doorgaans kordaat wordt gehandeld en zorgvuldig wordt gezwegen. Wellicht ligt daar ook het antwoord op de vraag waarom pa en ma hun kinderen – samen en toch moederziel alleen – aan hun lot hebben overgelaten op een treinstation en nooit meer iets van zich hebben laten horen. Toch boeken de broers en zus wel degelijk vooruitgang.

Als dit buitengewone verhaal, dat Ojea stapsgewijs en met de nodige suspense onthult, zijn voorlopige ontknoping nadert, hebben ze kennis gemaakt met pak ‘m beet een beruchte crimineel die in de Modelo de Barcelona-gevangenis wordt geliquideerd, een Parijse speelgoedwinkel met een krokodil aan het plafond en de Gouddieven van Andalusië. Op zoek naar sporen uit het verleden zijn ze bovendien in de landen Frankrijk, België en Zwitserland beland. Tegelijk leren de drie Abandonados zichzelf ook beter kennen – als producten van zowel nurture als nature.

Aan het einde van hun aangrijpende queeste – althans aan het einde van deze overrompelende miniserie, die in de verte aan de ingenieuze real life-thriller Three Identical Strangers (2018) doet denken – zijn ze heel wat wijzer, maar blijft er ook nog het nodige te raden en te wensen over. Zoals één van de sleutelfiguren uit hun speurnetwerk, de forensisch arts Montse Del Rio, hen bij aanvang al heeft gewaarschuwd: dit wordt een lange afstandsrace. En de finish lijkt nog altijd niet in zicht. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Messi: La Cinta Olvidada

ESPN / Disney+

Lionel Messi had de beste voetballer kunnen worden die Spanje ooit heeft gehad. Hoe vaak zou hij wereldkampioen zijn geworden, met zijn vaste maatjes van FC Barcelona, Xavi en Iniesta, aan zijn zijde? Het zal echter anders lopen: de kleine Leo wordt de grote held van zijn geboorteland Argentinië, de enige echte opvolger van Diego Maradona – die hij inmiddels ook wel heeft overvleugeld.

Als tiener is Messi, die op z’n dertiende al naar Barcelona is verkast, echter buiten beeld geraakt bij de nationale jeugdteams van Argentinië. De Spaanse voetbalbond staat tegelijk klaar om hem in te lijven. Dat is Messi’s agent Horacio Gaggioli toch te gortig. Hij vraagt journalist Jaume Marcet van Barça TV om een videoband samen te stellen met hoogtepunten van de behendige en watervlugge linkspoot.

Messi: La Cinta Olvidada (internationale titel: Messi: The Forgotten Tape, 24 min.) is het verhaal van die VHS-tape. Claudio Vivas, de assistent-trainer van het Argentijnse nationale elftal is direct overtuigd. Hij laat de compilatievideo zien aan bondscoach Marcelo Bielsa. ‘Laat eens zien, speel wat af’, zegt die, herinnert Vivas zich. ‘Maar speel hem op normale snelheid af.’ De assistent kan zijn eigen ogen ook nauwelijks geloven. ‘Marcelo, dit is normale snelheid. Ik drukte alleen op afspelen.’

De Mythe Messi is geboren. Een speler die sneller denkt en handelt dan gewone stervelingen, waaronder gerenommeerde voetbaltrainers, kunnen bevatten. Zelfs nu hij tegen de veertig loopt. In deze alleraardigste korte docu van Nicolás Salazar is de jonge Messi te zien, een dartele tiener die iedereen helemaal doldraait – en die zijn voormalige jeugdtrainers en medespelers nog altijd in verrukking brengt.

Een heerlijk klein verhaal over een grote voetballer, in de markt gezet dus met een videoband. Omdat zien in zijn geval nu eenmaal automatisch tot geloven leidt. Ineens krijgt de Argentijnse voetbalbond dus haast. Op 1 juni 2004 wordt ‘Leonel André Mecci Cuccittini’ opgeroepen voor een nationaal elftal van zijn geboorteland. Argentijnse voetbalfans krijgen daarna nog volop gelegenheid om zijn naam te leren spellen.

Eat More Trees

M&N Film Distribution

De woestijn dreigt hen in te halen, vertelt Yanniek Schoonhoven. Ze woont samen met haar echtgenoot Alfonso Chico de Guzmán en hun kinderen op de familieboerderij La Junquera in Zuid-Spanje. Met regeneratieve landbouw proberen ze om te gaan met de aanhoudende droogte en andere gevolgen van klimaatverandering. In dat kader dromen ze er ook van om de rivier, die acht jaar geleden is opgedroogd, weer terug te brengen in de nabijgelegen Quipar-vallei en zo hun leefgebied nieuw leven in te blazen.

Vanuit deze casus maakt landschapsontwerper/filmmaker Louis De Jaeger in de documentaire Eat More Trees (79 min.), die hij samen met regisseur Arne Focketyn heeft gemaakt, een rondgang langs allerlei inspirerende initiatieven elders op aarde. Bij The Land Institute in de Amerikaanse staat Kansas worden bijvoorbeeld gewassen verbouwd die bestand zijn tegen bodemerosie en klimaatverandering. Op een biologische boerderij in het Britse Reading stimuleert Iain Tolhurst de biodiversiteit en hoopt zo de uitgeputte bodem te reanimeren. Bij de Green Pastures Farm in Missouri proberen ze het grasland te herstellen met grazend vee. En in het sterrenrestaurant Blue Hill at Stone Barns van chefkok Dan Barber in New York wordt het farm-to-table principe gehanteerd.

Het moet uit zijn, betoogt verteller Hanna Verboom namens De Jaeger en Focketyn, met de industriële landbouw en het algehele kortetermijndenken. Door ontbossing dreigt binnen enkele generaties bijvoorbeeld ook savannevorming in het Braziliaanse regenwoud. En dat is – het mag geen nieuws meer zijn – uiteindelijk catastrofaal voor de gehele aarde. Initiatieven zoals het voedselbos van Pedro Diniz, een voormalige Formule 1-coureur uit Brazilië, zijn daarom essentieel om natuurlijke regeneratie op gang te brengen en de ontbossing tot staan te brengen. De aarde spreekt, zegt Benki Piako, de leider van de Ashaninka-stam die in het Amazonegebied de inheemse agroforestry-beweging heeft opgericht, met het nodige drama. Maar wanneer gaan we luisteren?

De ‘call to action’ van deze onvervalste film met een boodschap is onontkoombaar: met concrete maatregelen, zoals bijvoorbeeld de keuze voor polycultuur, meerjarige gewassen en verantwoord waterbeheer, is het tij nog altijd te keren. Hoe kunnen wij voor het land zorgen, vat één van de sprekers de basisgedachte van Eat More Trees samen, zodat het land voor ons kan zorgen?

Ultras: Pasion Y Muerte

HBO Max

Op 13 januari 1991 bereikt de alsmaar verder ontsporende rivaliteit tussen Boixos Nois, de harde kern van FC Barcelona, en de beruchte Brigadas Blanquiazules van stadgenoot Espanyol een nieuw dieptepunt: de Espanyol-supporter Frederic Rouquier gaat de boeken in als het eerste dodelijke slachtoffer in de geschiedenis van georganiseerd supportersgeweld in Spanje. Het gaat vermoedelijk om een wraakactie: een maand eerder is Boixos Nois-lid Sergi Segarra ernstig gewond geraakt.

Rouquier heeft een karakteristiek profiel, met extreemrechtse antecedenten. Hij is afkomstig uit Frankrijk, heeft een verleden in het Front National en werkt sinds enige tijd in een Spaanse winkel waar skinheadkleding wordt verkocht. Daarmee past hij prima in een subcultuur, die in 1982 is ontstaan nadat Britse hooligans het WK in Spanje bezochten en die in Spanje regelmatig wordt gelinkt aan neonazi’s en fascisten. Rouquiers dood staat centraal in de eerste aflevering van de driedelige serie Ultras: Pasion Y Muerte (internationale titel: Ultras: Passion And Death, 133 min.).

Daarna zoomt regisseur Pedro García Campos in op een volgend ijkpunt binnen de Spaanse hooliganscene waarin relschoppende kaalkoppen in bomberjacks en legerkistjes de dienst uitmaken. Afwisselend steken zij hun middelvinger op, maken de Hitlergroet of gaan op de vuist (en erger). Bij een wedstrijd tussen Atletico Madrid en Real Sociedad wordt op 9 december 1998 Aitor Zabaleta, een 28-jarige fan uit San Sebastián, doodgestoken door een lid van Frente Atletico. De fatale steekpartij dreigt de spanningen tussen Baskenland en de rest van Spanje te verergeren.

In de laatste aflevering van deze grimmige, door geanonimiseerde ultra’s bevolkte en met reconstructies aangeklede miniserie belicht Campos een massale vechtpartij in 2014, tussen Frente Atletico en de radicale supportersgroep Riazor Blues van Deportivo La Coruna. Die kost de Galicische fan ‘Jimmy’ leven kost. Als hij aan de rand van een brug hangt, wordt ie met flessen op zijn hoofd geslagen. Jimmy valt bewusteloos in een rivier. En Jan en alleman kan via talloze filmpjes van het geweld meegenieten. Zijn dood geldt als de eerste Spaanse ‘voetbalmisdaad in het digitale tijdperk’.

Met zijn focus op het hooliganisme, waarbij oudgediende José Luis Ochaita van Real Madrids omstreden Ultra Sur nog de rol van spijtoptant op zich neemt, wordt Ultras: Pasion Y Muerte bijna het tegendeel van de documentaire Ultras (2026), waarin Ragnhild Ekner juist voorbij het geweld kijkt en de rol van supportersgroepen als sociaal netwerk benadrukt. Campos komt bovendien tot de conclusie dat het einde nog lang niet in zicht is. De ongeregeldheden verplaatsen zich naar kleinere clubs en naar buiten het stadion. Rivaliserende clans spreken nu ook rustig in de bossen af.

The Spy In Your Mobile

BBC

‘We verkopen het alleen aan overheden en entiteiten waarvan we weten, of willen geloven, dat ze de mogelijkheden niet zullen misbruiken’, laat Shalev Hulio, CEO van de Israëlische NSO Group, optekenen tijdens een televisie-interview in april 2020. En we beschikken over alle mechanismen, voegt hij er met het nodige aplomb aan toe, om ervoor te zorgen dat klanten geen misbruik maken van het systeem.

Slechts enkele maanden later krijgen medewerkers van het journalistieke netwerk Forbidden Stories in Parijs een databestand in handen met ruim 50.000 telefoonnummers. Op deze telefoons is in het diepste geheim NSO’s voornaamste product Pegasus geïnstalleerd. Met de spyware kunnen buitenstaanders stiekem meelezen, -kijken en -luisteren. Het is de ideale tool voor repressieve regimes, stelt journalist Paul Lewis van de Britse krant The Guardian. Nooit was surveillance van kritische burgers gemakkelijker. De technologie is niet voor niets verkocht aan zo’n veertig landen.

Samen met tachtig nieuwsorganisaties uit zeventien landen gaat Forbidden Stories de kwestie verder onderzoeken. Terwijl documentairemaker Anne Poiret meekijkt, proberen ze de personen achter de nummers op te sporen. Aan het begin van The Spy In Your Mobile (86 min.) stuiten ze bijvoorbeeld op de Azerbeidzjaanse journaliste Khadija Ismayilova, die al een hele tijd wordt geïntimideerd door de machthebbers in haar land. Zij is níet verrast dat haar telefoon is gehackt, wél dat dit is gebeurd zonder dat ze zelf ook maar iets heeft aangeklikt. Én ze voelt zich schuldig, tegenover haar familie, vrienden én bronnen.

Ook de regeringen van Mexico en Saudi-Arabië zetten Pegasus in om kritische geluiden de kop in te drukken, stellen CNN-journaliste Carmen Aristegui en de mensenrechtenactiviste Hatice Cengiz. Bij de moord op Cengiz’s Saudische verloofde Jamal Khashoggi in 2018 zou Pegasus zelfs een faciliterende rol hebben gespeeld – ook al ontkent The NSO Group dit ten stelligste. In deze duistere wereld mag immers niets lijken wat het is. Het bedrijf komt voort uit de Israëlische defensie-industrie en weet zich in de rug gedekt door de regering Netanyahu, die vindt dat cyberveiligheid zo min mogelijk belast en gereguleerd moet worden.

Als de onderzoekers ontdekken dat ook de Franse president Macron en andere leden van zijn regering worden bespioneerd en hun gezamenlijke deadline in 2021 nadert, loopt de spanning op in deze typische journalistenfilm. De lancering van The Pegasus Project veroorzaakt wereldwijd opwinding en verontwaardiging. De Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden luidt dan nog eens de noodklok. Volgens hem zijn er nog véél meer bedrijven zoals NSO. ‘Als we veilig willen zijn, moeten we het spel fundamenteel veranderen.’

En ook als het Pegasus-verhaal eenmaal op straat op straat ligt, duiken er nog talloze nieuwe slachtoffers op. Het Europese parlement ziet zich genoodzaakt om The NSO Group ter verantwoording te roepen. Uiteindelijk moet de Israëlische onderneming bekennen dat ze ook veertien landen van de Europese Unie als cliënt heeft. NSO ontkent verder de meeste aantijgingen in deze film. En ook de regering Netanyahu werpt de suggestie dat Pegasus als politiek wisselgeld is aangeboden aan andere landen ver van zich. Waarvan akte.

The Spy In Your Mobile is hier te zien.

Rafa

Netflix

Terwijl de Spaanse toptennisser Rafael Nadal in 2024 nog eenmaal terug probeert te komen aan de top, zodat hij voor de vijftiende keer kan deelnemen aan zijn favoriete toernooi Roland Garros, blikt hij in de vierdelige serie Rafa (226 min.) van Zach Heinzerling terug op een lange carrière die hem 22 Grand Slam-titels heeft bezorgd. Als einddertiger oogt hij fragieler dan ooit. Nadal lijkt nauwelijks meer op de krijger van weleer, een Samson-achtige figuur met een ‘morgen bestaat niet’-attitude. De zweetband is gebleven, maar zijn haar is tegenwoordig een stuk korter en begint uit te dunnen. En Rafa draagt ook geen shirts zonder mouwen of ‘piratenbroeken’ meer.

Hij begon ooit met een achterstand, blijkt uit de eerste aflevering. Rafael Nadal werd al jong gediagnosticeerd met de Ziekte van Müller-Weiss. Hij is de enige topsporter met deze chronische voetaandoening, die waarschijnlijk is verergerd doordat hij al op zeer jonge leeftijd intensief begon te sporten en die hem al zijn hele loopbaan parten speelt. Een orthopedische inlegzool vermindert de pijn, maar kan die nooit helemaal weghalen. Die voeten blijven zijn achilleshiel als topsporter – al lijkt ie anno 2024 van de ene in het andere kwetsuur te belanden. Kan Nadal accepteren dat zijn topsportleven er (bijna) opzit en de rest van zijn bestaan, met vrouw en kinderen, nu echt gaat beginnen?

In deel twee van Rafa kijkt hij terug op zijn rivaliteit met de Zwitser Roger Federer, die heeft geresulteerd in talloze heroïsche tweekampen, op Wimbledon in het bijzonder, en die hen allebei naar grootse hoogten heeft opgestuwd. De laatste twee afleveringen van deze miniserie belichten respectievelijk zijn periode als nummer één van de wereld die krijgt te maken met nóg een ‘tennisgod’, Novak Djokovic, en zijn remonte aan de zijde van een nieuwe coach, z’n grote voorbeeld Carlos Moya. Intussen blijft hij in zijn laatste tennisjaar verwoede pogingen doen om waardig afscheid te nemen en nog eenmaal te schitteren op Roland Garros, het graveltoernooi dat hij veertien (!) maal won.

Met impressies van zijn grootste finales, fraaie jeugdfilmpjes en kwetsbare achter de schermen-scènes van z’n comeback, ondersteund door gesprekken met de tenniscrack zelf en zijn persoonlijke en professionele entourage, toont Heinzerling de achterkant van een groot kampioen, die ook maar een gewoon mens blijkt te zijn. Met z’n eigen twijfels en angsten, zorg over het gewoeker met zijn gezondheid en een permanent ongemak rond roem. Een man van grootse daden, maar zeker niet van grote woorden. En toch behept – of daarmee opgezadeld door de bikkelharde coach die hem van jongs af aan begeleidde, zijn eigen oom Toni – met de onstuitbare drang om te (blijven) winnen.

Een man die doorgaat tot het écht niet meer gaat. Ook daarom is deze impressie van het laatste jaar van zijn tenniscarrière interessanter dan het afscheid van zijn grote rivaal (en dierbare vriend) Roger Federer, dat is vervat in de tamelijk beperkte en bleke film Federer: Twelve Final Days (2024). Die match heeft Rafael Nadal tot nader order – het definitieve Federer portret volgt vast nog – in elk geval gewonnen.

Cruijff

Lusus / Box To Box / NTR

Cruijffie, El Salvador of simpelweg Johan. Waar hij ook kwam als voetballer, coach of opiniemaker, Johan Cruijff (1947-2016) veroorzaakte een revolutie. Bij Ajax, Oranje en FC Barcelona – en, helemaal aan het eind van zijn spelerscarrière, zelfs bij Ajax’s aartsrivaal Feyenoord. Een natuurtalent, totaalvoetballer, nummer veertien, rockster, dirigent, rebel, dwarsligger, geldwolf, visionair, bevrijder, leider, familieman, cijfergek, mislukt zakenman, betweter, ruziezoeker, hartpatiënt, baas, vaderfiguur en oneindige inspiratiebron.

Tien jaar na de dood van de bekendste Nederlander van de afgelopen honderd jaar is er de epische vierdelige serie Cruijff (192 min.), een internationale productie van het team achter de iconische documentaires Senna, Amy en Diego Maradona. Met een ontzagwekkende collectie archiefmateriaal en toegang tot familieplakboeken belicht regisseur Sam Blair het wereldwijde fenomeen Cruyff. Intussen probeert hij met zijn echtgenote Danny, kinderen Chantal, Susila en Jordi, en Cruijff-adepten zoals Pep Guardiola, Jan Mulder, Wim Jonk, Xavi Hernandez en Frank Rijkaard die volstrekt ongrijpbare figuur, niet alleen op het veld overigens, definitief vast te pakken.

Blair kan daarbij ook beschikken over de stem van de man zelf. Niet alleen via Cruijffs talloze interviews en media-optredens, maar ook via de persoonlijke geluidsopnames die z’n hoofdpersoon in de laatste fase van zijn leven maakte, om zijn verhaal en filosofie door te geven aan volgende generaties. In zinnen die zijn doorspekt met ingewikkelde redeneringen, omdenken avant la lettre en onvervalste Cruijffismen blikt hij terug op bijna zeventig jaar op z’n zelf gecreëerde barricaden staan. In de woorden van het orakel zelf: je ziet het of je ziet het niet. Maar, voegt hij er dan op onnavolgbare wijze aan toe: wat zie je? En die vraag is dan vast weer – het ultieme Cruijff-woord – ‘logisch’.

Johan Cruijff is ook een typisch Nederlands fenomeen. De ideale exponent van een kikkerlandje, dat altijd en overal wat op heeft aan te merken. Daarmee krijgt ie zelf ook constant te maken. Nadat Cruijff begin jaren zeventig drie keer achter elkaar de Europa Cup I heeft gewonnen met Ajax, een voorheen onmogelijk geachte prestatie, volgt er behalve lof ook kritiek. ‘Laat hem maar oprotten!’, concluderen enkele gewone Amsterdammers bijvoorbeeld als hun absolute sterspeler naar FC Barcelona verkast. Daar groeit hij uit tot de verlosser, de man die Catalonië bevrijdt van het Madrileense juk. Bij de gedachte daaraan houdt voormalig Barcelona-voorzitter Joan Laporta ’t nog steeds niet droog.

Deze ambitieuze miniserie doet zo ook recht aan het mondiale symbool Cruijff, dat door Blair met een scherpe soundtrack, sprekers zoals de Britse schrijver David Winner en psychoanalyticus Hans van den Hooff en een lekker associatieve montage, waarin links worden gelegd met de tijdgeest, cultuur en politieke verhoudingen, nog eens wordt benadrukt. En aan het eind wordt Johan Cruijff in deze vertelling, na de verloren WK-finale van 1974, zowaar alsnog wereldkampioen als ‘zijn’ Spaanse elftal in 2010 een veel te defensief, onCruijffiaans Oranje verslaat. Cruijff is dan allang de totaalproductie geworden die deze gestorven levende legende verdient – en feitelijk ook zelf afdwingt.

Just Our Heart

Amstelfilm

Rouw is liefde die z’n bestemming is kwijtgeraakt, zegt de boeddhistische schrijfster en rouwdeskundige Joan Halifax, één van de hoofdpersonen van Just Our Heart (105 min.), de nieuwe documentaire van Maartje Nevejan (Ik Ben Er Even Niet / Descending The Mountain). In deze spirituele reis onderzoekt de Nederlandse filmmaakster, die zelf een verlies heeft te dragen en die bij haar kinderen ziet hoe ook de verwording van de aarde tot rouw kan leiden, naar nieuwe rituelen om afscheid te nemen en te treuren.

De film begint direct met zo ongeveer de gemakkelijkst invoelbare vorm van rouw: het verdriet van kinderen die plotseling hun ouders zijn kwijtgeraakt. De vader en moeder van de Belgische zussen Linde (10) en Bente (7) zijn tien maanden eerder omgekomen bij een auto-ongeluk. Theatermaakster Barbara Raes neemt hen mee naar een schip, voor een reis op zee waarbij ze met spel, muziek en andere rituelen hun verlies onder ogen mogen zien en een plek kunnen geven. Dit resulteert in aangrijpende taferelen, zowel voor de verweesde meisjes zelf als hun directe omgeving.

Ook de verliesverhalen van de deelnemers aan een wetenschappelijk studie van de psycholoog Déborah González naar het gebruik van ayahuasca bij rouw zijn onmiddellijk herkenbaar. Bij La Montaña de Montserrat, een berg in de omgeving van Barcelona, verkennen zij met behulp van de hallucinogene thee hun binnenwereld en het verdriet dat daar wild rondgaat, in de hoop dat ze na dit overgangsritueel doorstromen naar een nieuwe fase in de omgang daarmee. Zodat ze, in de woorden van Joan Halifax, kunnen terugkeren naar hun leven. Als een andere persoon, dat wel.

Bij de andere stations die Nevejan aandoet in haar stemmige reis is de rouw abstracter en betreft ie geen verloren mensenlevens maar de verwording van de aarde en de giftige erfenis van het kolonialisme. Ibelisse Guardia Ferraggutti organiseert bijvoorbeeld rouwrituelen voor Moeder Aarde. Op de heilige berg Cerro Rico laat zij oude gebruiken van de inheemse bevolking van Bolivia herleven. Eeuwenlang werd daar zilver gedolven dat vervolgens naar Spanje werd gebracht. Terwijl miljoenen arbeiders stierven, werd volgens haar zo het fundament voor de westerse welvaart gelegd.

Ecoloog Monica Galiano is intussen tot de overtuiging gekomen dat de westerse mens opnieuw moet leren om mens te zijn en te co-creëren met z’n natuurlijke omgeving. ‘Als we onszelf terugplaatsen binnen de familie van de aarde, dan hoeven we onszelf niet meer als een plaag zien’, stelt ze. ‘We zouden dan gewoon tot de kinderen behoren.’ Samen met Joan Halifax fungeert Galiano als getuige-deskundige in Nevejans sfeervolle exploratie, die echt de tijd neemt om diep in de materie door te dringen en zo de verschillende vormen en stadia van verdriet en rouw te verbeelden.

Met z’n beladen thematiek, zweverige beelden en etherische muziek lijkt Just Our Heart wel een trip die niet iedereen zal willen aangaan. Deze film is vooral bestemd voor degenen die hun verbinding met de aarde, het leven en de dood, en zichzelf verder willen verkennen. Teneinde, om Monica Galiano te parafraseren, het anker uit te kunnen werpen op de enige geschikte plek: het hart.

Queen Of Chess

Netflix

Boontje komt om z’n loontje. ‘Het zijn beroerde schakers’, zei schaaklegende Bobby Fischer ooit, geringschattend lachend, over schaaksters. ‘Ze zijn gewoon niet zo slim.’

De jongste grootmeester aller tijden kan dan nog niet bevroeden dat hij door een vrouw zal worden onttroond. Beter: door een meisje van vijftien jaar en vier maanden. In 1991 wint Judit Polgár, die op haar twaalfde al de beste vrouwelijke speelster ter wereld is geworden, het Hongaarse kampioenschap en wordt zo automatisch grootmeester. De Queen Of Chess (94 min.) is twee maanden jonger dan Fischer. En daarna ligt de weg voor haar open naar een tweekamp met de ongenaakbare wereldkampioen, Garry Kasprov.

Judit is samen met haar zussen Susan en Sofia van jongs af aan klaargestoomd om schaakkampioen te worden. Hun vader László zorgt ervoor dat ze elke dag urenlang schaaktraining krijgen. Al snel maken de Polgárs naam in de schaakwereld. Het communistische regime van Hongarije geeft hen alleen geen toestemming om in het buitenland te spelen. De zussen mogen het Oostblok niet verlaten. Totdat ze uiteindelijk toch naar het westen mogen, om zich met de rest van de wereld te meten – en met mannen.

Met de familie Polgár, schaakinsiders en andere topspelers reconstrueert de Amerikaanse documentairemaakster Rory Kennedy hoe Judit zich toegang probeert te verschaffen tot de herenclub van het internationale schaken. Ze wordt daarbij continu geconfronteerd met seksisme en vooroordelen. En die blijken zeer hardnekkig. ‘Een typische zwakheid van vrouwelijke spelers is dat ze onder druk in paniek raken’, zegt de Russische oud-kampioen Garry Kasparov, die allang beter zou moeten weten, wederom met droge ogen.

Gaandeweg richt Kennedy zich in deze vlotte, toegankelijke en met lekker dwarse rockmuziek opgepepte film steeds meer op de tweestrijd tussen Polgár en Kasparov, de beste schaker van haar tijd. Die moet het definitieve bewijs leveren dat vrouwelijke spelers niet onder hoeven te doen voor hun mannelijke concurrenten. Van schaken maakt ze intussen ook voor leken een heel aardig schouwspel, waarbij aartsrivalen elkaar met durf, intellect en psychologische oorlogsvoering van het bord proberen te spelen.

Ondanks Judit Polgárs prestaties geldt schaken overigens nog altijd als een echte mannensport. Totdat, ooit, het nieuws komt dat de koning dood is. Waarna dan volgt: lang leve de koningin.

Het Magische Leven Van Kazàn

SkyShowtime

‘Als je aan tafel zat, verdween er altijd wel een zoutvaatje of vloog er een servet over de tafel’, herinnert zoon Oscar zich zijn jeugd met goochelaar Hans Kazàn. ‘En, uiteraard, op verjaardagsfeestjes deed m’n vader altijd trucjes voor m’n vriendjes. Want hij was natuurlijk altijd bezig met het maken van nieuwe televisieshows en hij moest altijd nieuwe goocheltrucs uitproberen. En aan wie liet hij z’n trucs dan zien? Ja, aan ons!’

Kazàn (echte naam: Mulders) werd in de jaren zeventig een landelijke bekendheid door zijn bijdrage aan het jeugdprogramma Ren Je Rot, waarin hij eenvoudige trucjes uitlegde aan kinderen. De goochelboekjes die hij in die tijd ook uitbracht, raakten een gevoelige snaar bij ene Hans Klok uit Purmerend, tegenwoordig illusionist van beroep en nog altijd vol lof over Kazàn. Volgens sommige concullega’s overtrad die echter een beroepscode. Want over trucs hield je te allen tijde je mond. Het kwam de goochelaar zelfs op bedreigingen te staan, vertelt hij in Het Magische Leven Van Kazàn (58 min.).

In deze vlotte docu neemt Jelmar Hoekstra met de hoofdpersoon zelf, zijn gezin, medewerkers zoals regisseur Rolf Meter en assistente Antje Monteiro en de populaire komiek Andre van Duin de loopbaan door van de goochelaar, die ook nog ettelijke honderden afleveringen van het televisieprogramma Prijzenslag presenteerde. Intussen viel de appel niet ver van de boom. Kazàns zoons Renzo en Oscar vormden samen met schoondochter Mara jarenlang het trio Magic Unlimited. En Steven, de jongste telg van de Kazànnetjes, maakte eveneens naam als goochelaar en komiek.

En net als deze docu een wel erg vluchtige goednieuwsshow dreigt te worden, een promofilm voor het merk Kazàn bijna, passeren de zeldzame spierziekte van dochter Lara en het financiële fiasco rond hun eigen theater Magic Palace in Torremolinos, die de altijd goedlachse Hans aan de rand van de afgrond heeft gebracht, nog de revue. Zodat voor eens en altijd duidelijk wordt dat het lachen zelfs een ‘mensenmens’ zoals Hans Kazàn kan vergaan. Al duurt dat in deze magische versie van het leven van de Kazàns nooit héél erg lang.

When Chueca Dies

De Productie / KRO-NCRV

Als we Chueca laten sterven, dan sterft er iets wezenlijks. Chueca, de befaamde roze wijk van Madrid, wordt de laatste jaren regelmatig als strijdtoneel gebruikt door fervente tegenstanders van de LHBTIQ+-gemeenschap. Mannen met ‘Leave Our Kids Alone’ op hun T-shirt bijvoorbeeld. Of lieden die opruiende leuzen scanderen zoals ‘homo’s en AIDS-lijders weg uit de homoslaapkamer van Madrid’.

Vanuit de boekenwinkel Berkana, waar Milagros Hernandes en haar partner Mar in de jaren negentig de basis legden voor de Madrileense queerthuishaven, worden in een uitzending van Radio Chueca Libertaria, die als een rode draad door deze hybride van documentaire en theater van Ramón Gieling loopt, de teloorgang van de ‘oase van vrijheid’ en de uitdagingen van de bijbehorende beweging doorgenomen.

In theatrale scènes, met zang en dans, roepen enkele buurtbewoners, waaronder transpersonen, drag queens en andere vertegenwoordigers van ‘de derde sekse’, bovendien taferelen uit het LHBTIQ+-heden en verleden op en speculeren over de toekomst die hen wacht. Daarbij is één ding vaste prik: angst, weerzin en zelfs openlijke vijandigheid tegenover ‘de ander’, die meestal op z’n minst uitmondt in verbaal geweld.

Bijna zakelijk somt een jonge lesbienne, recht in de camera kijkend, bijvoorbeeld een enorme lijst scheldwoorden op, die mensen zoals zij krijgen te verduren. Dat komt aan. Later volgen nog een reeks huiveringwekkende geweldsincidenten tegen LHBTIQ+’ers uit allerlei verschillende landen en een overzicht van de naties waar homoseksualiteit nog altijd strafbaar is. Het belang van een veilige thuisbasis zoals Chueca is evident.

Ramón Gieling laat bovendien de extreemrechtse influencer David Santos aanschuiven in de radiostudio, waar hij de gelegenheid krijgt om te betogen dat (zijn) haat geen kwaad kan. ‘Waarom moet ik jullie LHBTIQ-publiciteit slikken en jullie onophoudelijke softe gezeur en het infiltreren in alle lagen van de bevolking, tot en met lagere scholen met kinderen?’ Zijn retoriek klinkt vertrouwd, maar is daarmee niet minder fnuikend.

Santos wordt direct van republiek gediend met close-ups van zoenende mannen- en vrouwenkoppels. Daarna draait de filmmaker, die ook in eerdere producties zoals The Disciples – Een Straatopera, De Dood Van Antonio Sànchez Lomas en L’Amour La Mort al opzichtig speelde met het veredelen van de realiteit, de rollen om: hoe zou het zijn als hetero’s op straat in elkaar worden getrapt omdat zij zo nodig seks willen hebben met vrouwen?

Met zulke onwerkelijke taferelen, gepaard aan intieme slaapkamerscènes met en aangrijpende getuigenissen van Madrileense queers, klimt Gieling op de schouders van Spaanse helden zoals cineast Pedro Almodovar en schrijver Garcia Lorca en benadrukt het belang van een vitale, inclusieve en veilige LHBTIQ+-gemeenschap. Want When Chueca Dies (97 min.)…

The Shepherd And The Bear

Willa

In 2004 stierf de laatste bruine beer die was geboren in de Ariège, een streek in de Franse Pyreneeën. Sinds enige tijd zet de OFB, het Franse Bureau voor Biodiversiteit, echter weer beren uit in het idyllische berggebied. En net als de wolf, elders in Europa, zorgt dit voor onrust bij de mensen en dieren die in het gebied wonen en werken.

Als de oudere herder Yves Raspaud, de hoofdpersoon van The Shepherd And The Bear (101 min.), één van de schapen uit zijn kudde dood aantreft en daarbij ook berenharen vindt, is dat vooral een bevestiging: het herintroduceren van de beer is een heilloze weg, die ten koste zal gaan van mensen zoals hij en hun manier van leven. Tijdens een felle discussie met natuurbeschermers over de ‘probleembeer’ Goiat, die zich naar verluidt heel listig aan de andere kant van de grens met Spanje heeft verschanst, is hij dan ook glashelder: schiet gericht en met scherp. ‘We moeten hem laten zien dat de mens de baas is.’

Yves wordt langzamerhand ook te oud voor het vak van schaapsherder. Zijn opvolging blijft evenwel lastig, nieuwe aanwas van herders is er nauwelijks. Yves prijst zich gelukkig met Lisa Laguerre, een jonge vrouw die bij hem in de leer is en zich hopelijk niet laat verjagen door die vervloekte beer. Tegelijkertijd introduceert regisseur Max Keegan de al even jonge boerenzoon Cyril Balthasar, die juist helemaal geobsedeerd is door het wilde dier. Hij wil hem koste wat het koste in levende lijve zien en ambieert een plek bij de natuurpolitie, de organisatie die de kwetsbare berenpopulatie beschermt tegen herders en jagers en hun geweren. 

Met oog voor zowel de mensen als hun oogstrelende biotoop observeert Keegan het leven op en rond de bergen, dat onderdeel is geworden van een venijnige ideologische strijd. Yves Raspaud ziet met lede ogen aan hoe het herdersbestaan waarmee hij is opgegroeid naar z’n einde loopt. ‘Jouw school is daar’, zei zijn vader vijftig jaar geleden tegen de jonge Yves en wees vervolgens naar de berg. Inmiddels is hij bijna een heel leven verder. De nurkse herder kent de eenzaamheid en de vrijheid, de verbondenheid die hij voelt met zijn dieren en hoe zij nu allebei gevaar lopen door een nieuwe oude gast die ook z’n territorium wil afbakenen.

Terwijl zijn honden de schapen naar boven drijven, over een weg waarop ‘zeg nee tegen beren’ staat, lijken confrontaties onvermijdelijk. Heel veel meer dan een zaklamp heeft Yves, een man die is wat hij doet, dan niet om zichzelf te verdedigen. En als de beren zich daardoor al laten verjagen, dan wacht nog altijd het verglijden van de tijd. Zijn dagen zijn geteld, de precieze uitslag is alleen nog niet bekend. Keegan begeleidt Raspauds herderswerk met prachtige beelden en weemoedige muziek en vangt enkele magische scènes, waarmee de relatie tussen mens en dier en hun verhouding tot de wereld om hen heen nog eens wordt benadrukt.

In wezen willen de herders, boeren en jagers geen andere wereld dan hun opponenten, de natuurbeheerders die de afnemende biodiversiteit proberen te keren. The Shepherd And The Bear laat tegelijkertijd zien hoe de spanningen oplopen in het rustieke landschap, dat voor de eeuwigheid bedoeld lijkt te zijn.

Operation Dark Phone: Murder By Text

Channel 4 / Videoland

Het is alsof ze ‘de sleutels van het koninkrijk’ ontvingen, herinnert één van de betrokken Britse agenten zich. Terwijl de Coronacrisis op gang komt, krijgen specialisten van de National Crime Agency (NCA) begin 2020 plotseling toegang tot EncroChat, het systeem waarmee de georganiseerde misdaad via versleutelde mobiele telefoons communiceert. Ineens wordt een soort Pandora’s doos geopend, bomvol verwijzingen naar drugshandel, wapensmokkel en liquidaties. Maar wie gaan er schuil achter gebruikersnamen als Live-long, Tyrion Lannister en Ace Prospect?

Operation Dark Phone: Murder By Text (190 min.) combineert nagespeelde scènes van de zware criminelen met de chats en foto’s die zij gedurende 74 dagen, tijdens het begin van de pandemie, met elkaar delen. Ongefilterd, in de veronderstelling dat zij onder elkaar zijn. Intussen kan de politie, samen met collega’s uit andere Europese landen, meelezen en -kijken op deze ‘Linkedin van de georganiseerde misdaad’ en proberen te deduceren wie er verantwoordelijk zijn voor de miljoenen zeer expliciete, van geweld en illegale zaken doortrokken, berichten die zij onderling uitwisselen.

Nauwgezet reconstrueren de Britse rechercheurs in deze vierdelige serie van Luned Tonerai en Sophie Oliver  de grootschalige, internationaal gecoördineerde operatie. Het duurt niet lang of ook de Nederlandse onderwereld komt daarbij nadrukkelijk in beeld. Vanaf aflevering 2 zoomt politiechef Andy Kraag, ondersteund door de Nederlandse misdaadjournalisten Jan Meeus en Wouter Laumans, in op de groepering rond de Rotterdamse crimineel Piet Costa, die in het Brabantse dorp Wouwse Plantage een onderwereldgevangenis met martelkamer in aanbouw heeft.

Één van de direct betrokkenen, sportschoolhouder Robin van O., verschijnt zelfs voor de camera, om alle beschuldigingen ver van zich te werpen. En ook Costa’s advocaat Jan-Hein Kuijpers krijgt nog even de gelegenheid om diens straatje schoon te vegen. Intussen vorderen de pogingen van diverse politiekorpsen om criminele netwerken in kaart te brengen – fraai en overzichtelijk gevisualiseerd – gestaag. Alle betrokkenen zijn zich ervan bewust dat het niet lang kan duren voordat de gangsters in kwestie doorkrijgen dat hun volstrekt onkraakbare telefoons tóch gekraakt zijn.

Deze boeiende miniserie maakt inzichtelijk hoe zowel de politie als de criminelen, die hun tentakels hebben uitgeslagen naar landen als Frankrijk, Dubai, Spanje, Ierland en Australië, inmiddels over de landsgrenzen heen denken en zeer creatief te werk kunnen gaan. En als de internationale klopjacht via Encrochat naar z’n einde loopt – omdat de politie via het meelezen uiteindelijk ook zichzelf in de kaarten laat kijken – verplaatst die zich automatisch maar een ander terrein, waar de criminelen zich opnieuw onbespied wanen. Totdat de jagers daar weer een ingang vinden naar hun prooi.

Tardes De Soledad

Imagine

Met een ongenaakbare blik in de ogen treedt hij de vijand tegemoet. Vertrokken mond, verwaande tronie. In zijn mooiste showpak. Rood, afgezet met zwart stiksel. Of geel. Zolang ’t maar afkleedt – en de rollen in dit duivelse spel bevestigt. Koene ridder versus dommekracht. De borst fier vooruit, een holle rug, beloert hij hem. De rode doek, een lap, stevig in de hand. Achter de rug, ingeklapt of uitdagend uitgestald.

Totdat het dier bezwijkt en aanvalt. De hoorns vooruit. Steeds weer. Ins Rote hinein. Als een blinde stier. En in het stof bijtend. Een geduchte tegenstander nochtans, die tot voorzichtigheid maant. Al staat de uitslag op voorhand vast: híj eindigt straks, briesend, bezweet en dodelijk gewond, in de modder. Terwijl de trotse matador de staande ovatie in ontvangst neemt, die al het hele ‘gevecht’ in de lucht hing.

Andrés Roca Rey is de naam, stierenvechter zijn beroep. Hij komt uit Peru en wordt beschouwd als een meester in zijn stiel. Regisseur Albert Serra observeert hem in Tardes De Soledad (Engelse titel: Afternoons Of Solitude, 125 min.) voor en na zijn entree in de arena, maar vooral tijdens de tweekamp met die oliedomme mannetjesputter. Rey is vrijwel de volledige film in beeld, de absolute ster ervan.

Serra stelt geen vragen aan zijn hoofdpersoon en werpt ook geen vragen op over diens dagelijkse bezigheid. Die laat hij aan zijn publiek. Over hoe een dier met vereende kracht – stierenvechten is een soort teamsport – en en plein public wordt uitgedaagd, verwond, afgebeuld, vernederd en uiteindelijk, vermoedelijk vanuit een verwrongen soort compassie, uit zijn lijden wordt verlost. Waarna het wrede spel uit is.

‘De verwachtingen zijn hooggespannen, Andrés’, houdt een collega de matador voor als hij op het punt staat om de arena te betreden. ‘Jij bent een grote jongen in het stierenvechten. Dat schept verwachtingen.’ Die spanning is zichtbaar en voelbaar in de lang uitgesponnen scènes van Reys voorbereiding, terwijl naderhand al even duidelijk is hoe die ook weer van hem afglijdt en hij de schade, ook bij zichzelf, opneemt.

Het is geen fraai schouwspel, dat stierenvechten. En, als je de ethische component probeert weg te denken, ook weer wel. Deze zeer lijvige film, een sfeertekening van een archaïsche wereld, laat in zekere zin de schoonheid ervan zien, maar kan net zo goed worden beschouwd als een aanklacht. Dat zit in ‘the eye of the beholder’, het oog van de toeschouwer. Kan die de pijn en het bloed negeren? En mag ie dat ook?

El Minuto Heroico: Yo También Dejé El Opus Dei

HBO Max

Je moet een tapijt zijn om andermans voetstappen te verzachten. Met die boodschap werden nieuwe numenairs voorbereid op wat hen te wachten stond binnen Opus Dei. Ze waren zorgvuldig uitgezocht: kwetsbare en buigzame meisjes, bij voorkeur uit grote katholieke gezinnen, die hun leven wilden geven aan God en het religieuze genootschap.

In de vierdelige docuserie El Minuto Heroico: Yo También Dejé El Opus Dei (Engelse titel: How I Left The Opus Dei, 204 min.) getuigen dertien vrouwen over hun ervaringen binnen de conservatieve katholieke organisatie die in 1928 werd opgericht door de inmiddels heilig verklaarde Spaanse priester Jozefmaria Escrivá (1902-1975). Hun herinneringen lijken exemplarisch: ze stammen uit verschillende landen (Spanje, Mexico, Engeland, Argentinië en Ierland) en omspannen ruim een halve eeuw.

De voormalige Opus Dei-leden verhalen stuk voor stuk over een sober, ingetogen en liefdeloos bestaan. De vrouwen werden verplicht om zich volledig aan God te wijden, stelselmatig als sloof en voetveeg gebruikt, financieel uitgeknepen en intussen zorgvuldig losgeweekt van hun families. Zelfkastijding was bovendien de norm. Met een slim verhulde cilicium, een soort zelfpijnigingsband voor rond het been, en een boetegesel, soms afgezet met scheermesjes, om alle zonden eruit te slaan.

Al die persoonlijke getuigenissen, aangevuld door enkele kenners van Opus Dei, stapelen wel behoorlijk en zorgen ervoor dat deze miniserie van Mònica Terribas erg praterig en stroperig wordt. Gedramatiseerde scènes met de Spaanse actrice Claudia Traisac, soms gadegeslagen en becommentarieerd door de voormalige Opus Dei-leden, geven de vertelling weliswaar lucht, maar kunnen uiteindelijk niet voorkomen dat zeker de eerste drie delen van El Minuto Heroico een behoorlijk lange zit worden.

In de afsluitende aflevering vertellen de vrouwen over wat die periode in Opus Dei, die soms meerdere decennia omvatte, heeft nagelaten in hun leven en tonen, in scènes die de andere afleveringen ook wel hadden kunnen gebruiken, hoe ze daarna toch nog iets van hun bestaan hebben proberen te maken. Intussen besteedt Terribas aandacht aan hoe de christelijke organisatie uiteindelijk toch onder vuur is komen te liggen, buiten én binnen de kerk.

Javier Bardem’s Metamorphoses

Javier Bardem en Penélope Cruz in Jambón Jambón / VPRO

Hoe kan één en dezelfde man transformeren in zoveel verschillende mensen? De angstaanjagende huurmoordenaar Anton Chigurh in No Country For Old Men van de Coen-broers. Een onverbeterlijke charmeur in Woody Allens romantische komedie Vicky Cristina Barcelona. De aan een rolstoel gekluisterde euthanasie-activist Ramon Sampedro in Mar Adentro. Een karikaturale schurk in de James Bond-film Skyfall. En de homoseksuele Cubaanse dichter Reinaldo Arenas in de film die zijn internationale doorbraak betekende, Before Night Falls (2000).

Dat Javier Bardem acteur zou worden leek heel lang zo vanzelfsprekend dat hij er serieus werk van heeft gemaakt om aan dat lot te ontsnappen. Als vijfjarig jongetje stond Bardem, telg van een bekende Spaanse acteursfamilie, voor het eerst op een filmset. Hij vluchtte huilend weg en nam zich daarna, volgens de tv-docu Javier Bardem’s Metamorphoses (53 min.) van regisseur Sergio G. Mondelo, voor om alles te worden in zijn leven, behálve acteur. Die missie is, kunnen we enkele decennia later zonder enige terughoudendheid constateren, glorieus mislukt.

Verteller Sharon Mann loodst de kijker langs de hoogtepunten en dieptepunten uit Bardems carrière en laat zich daarbij influisteren door bronnen als theaterregisseur Juan Carlos Corazza, filmhistoricus Rafael Nieto, Hollywood-correspondent Guillermo de Mulder, regisseur Fernando León De Aranoa, Bardems vriend en producer Alvaro Longoria en zijn neef, de regisseur Miguel Bardem. Javier Bardem zelf laat zich alleen zien via archiefinterviews. Net als die andere helft van het acteurskoppel waarvan hij nu al een kleine twintig jaar deel uitmaakt, Penélope Cruz.

Gaandeweg verplaatst Mondelo zijn aandacht van Javier Bardems filmcarrière naar ’s mans linkse signatuur en activisme. Zijn hoofdpersoon spreekt zich uit over de deplorabele situatie van de Sahrawi’s, de oorspronkelijke bewoners van de Westelijke Sahara die nu al decennia in vluchtelingenkampen leven. Hij ondertekent in 2014 een brief tegen genocide door Israël in Gaza (die hem bijna op een boycot komt te staan). En hij gaat vier jaar later met een boot van Greenpeace naar Antarctica, om zo aandacht te vragen voor klimaatverandering (zoals is te zien in de documentaire Sanctuary).

Wie de man met de vele gezichten achter al die films en acties is, blijft intussen ongewis in dit vaardig vertelde portret van een geboren acteur die zijn lot uiteindelijk met verve heeft aanvaard.

#SeAcabó: Diario De Las Campeonas

Netflix

Achteraf bezien was de wereldtitel die het Spaanse vrouwenvoetbalteam in 2023 won geen logische conclusie van de voorgaande periode. De kus die bondsvoorzitter Luis Rubiales tijdens de medaille-uitreiking gaf aan speelster Jenni Hermoso was dat in feite wel. Daarmee zette Rubiales zijn eigen aftocht in gang en legde hij meteen de conflicten bloot die de kersverse wereldkampioen al jarenlang parten speelden.

#SeAcabó: Diario De Las Campeonas (95 min.) reconstrueert de hele affaire nog eens met vrijwel alle betrokken voetbalsters. Die begint enkele jaren eerder met algehele onvrede over bondscoach Jorge Vilda. Hij weet zich echter permanent gesteund door zijn vriend Rubiales. En dat noopt vijftien speelsters uiteindelijk tot het besluit om zich publiekelijk terug te trekken uit de nationale ploeg. Met het wereldkampioenschap in Australië en Nieuw-Zeeland keert een aantal van hen later echter terug op z’n schreden en stelt zich toch weer beschikbaar.

Het geheel gereviseerde voetbalteam wint vervolgens in de zomer van 2023 dus de wereldcup, maar daarmee is de interne onrust nog niet de kop ingedrukt. Er blijft frustratie over hoe de Spaanse voetbalbond is omgegaan met de klachten, niet in het minst bij de speelsters die het wereldkampioenschap noodgedwongen thuis vanaf de bank hebben moeten volgen. En de waardering voor ‘succescoach’ Vilda houdt ook nog altijd nog niet over. Het gevoel overheerst dat ze eerder ondanks dan dankzij hem kampioen zijn geworden.

‘De kus’ doet de emmer simpelweg overlopen – en wordt misschien ook wel gebruikt als stok om te slaan. Al heeft Luis Rubiales die ongetwijfeld meermaals zelf aangereikt. In deze gladde docu van Joanna Pardos zit bijvoorbeeld een potsierlijke peptalk, die hij voor de WK-kwartfinale tegen Zweden geeft. ‘Alèxia, wie is sterker?’ vraagt hij aan middenveldster Alèxia Putellas. ‘Wij.’ ‘Harder.’ ‘WIJ.’ ‘Aitana, wie is slimmer, wij of zij?’ Na enig aandringen antwoordt FC Barcelona-speelster Aitana Bonmatí: ‘WIJ.’ ‘En wie’, balt Rubiales zijn vuisten, ‘heeft er grotere eierstokken?’

En dan is er ook nog het fragment waarop hij uit pure vreugde bijna demonstratief in z’n kruis grijpt. Kus mijn kloten, lijkt hij te willen zeggen. Het zou interessant zijn geweest om te horen hoe Rubiales hier – en naar alle andere gebeurtenissen voor en na ‘de kus’, inclusief de navolgende mediacampagne – zelf naar kijkt. Zover komt ‘t niet. Dit lijkt ook niet in Pardos’ opzet te passen. Zij wil duidelijk het verhaal van de vrouwen vertellen. Luis Rubiales en Jorge Vilda hebben daarbinnen geen plek. Net als de verdeeldheid die er soms ook was tussen de speelsters.

#SeAcabó: Diario De Las Campeonas wordt daarmee een ondubbelzinnig pamflet tegen het machismo binnen de Spaanse voetbalwereld, dat weinig ruimte laat voor nuance.

Michel En De Handen Op Zijn Huid

Stephan Vanfleteren / Max

Ze studeren sociologie, geschiedenis, social work of organisatiewetenschappen. En los van elkaar – en toch samen – zorgen ze daarnaast voor Michel, die in zijn laatste levensfase is aanbeland. Gewone studenten met een bijbaan dus, géén zorgprofessionals. En Michel is de Vlaamse acteur Michel van Dousselaere, die in 2014 werd gediagnosticeerd met een zeldzame vorm van progressieve afasie.

Over die aandoening maakte zijn geliefde Irma Wijsman in 2018, samen met Patrick Minks, al eerder een film: Michel – Acteur Verliest De Woorden. In deze persoonlijke documentaire is te zien hoe Van Dousselaere, geholpen door een souffleur, een rol speelt in de theatervoorstelling Borgen en zelfs nog een monoloog kan houden. Zolang een ander maar voor de woorden zorgt. Tegelijkertijd reconstrueert Wijsman met collega’s de carrière van de karakteracteur en laat ze de camera toe op hun meest kwetsbare momenten samen.

In Michel En De Handen Op Zijn Huid (56 min.) geeft ze ‘Does’ een soort leven na de dood. Samen met de vier studenten die hem tijdens zijn laatste jaren intensief hebben verzorgd – en tussendoor ook gewoon lol maakten met de aan hen toevertrouwde man, die ook zonder woorden kon communiceren wie hij was en wat hij waardeerde – maakt ze twee jaar na zijn overlijden een reis naar het Noord-Spanje. Op een bergtop wil zij zijn as uitstrooien. Onderweg praat het gezelschap over de periode die achter hen ligt en toont Wijsman tevens hoogtepunten uit Van Dousselaeres carrière.

Zij fungeert zelf als verteller tijdens die trip – al is er ook nog een enigszins larmoyante voice-over van ‘Michel’ zelf, geschreven door Elvis Peeters en op zalvende toon ingesproken door de Belgische acteur Dirk van Dijck. Wijsman praat tijdens de autorit, de pittige bergwandeling in Spanje en het nachtje kamperen nabij de top met de studenten over hoe ‘t is om op jonge leeftijd een zorgtaak op je te nemen. Met eigen ogen hebben zij kunnen waarnemen hoe iemand op z’n allerkwetsbaarste momenten toch z’n persoonlijkheid en menszijn behoudt.

Zo bezien is deze persoonlijke roadmovie, waarin ‘t er soms alleen wel erg dik bovenop ligt, een onverholen pleidooi voor menselijke zorg. Zorg op maat, zoals Irma Wijsman dit zelf noemt. Want die is natuurlijk goed voor de patiënt, maar zeker ook niet slecht voor de zorgverlener.