Citizen K

TIFF

Ruim acht jaar van zijn veelbewogen leven bracht hij door in een cel. Als symbool van het verzet tegen Vladimir Poetin. Het kwam de Russische entrepreneur Mikhail Khodorkovsky duur te staan dat hij in 2003 in het openbaar de strijd was aangegaan met de gevreesde president. Poetins tegenzet volgde snel: Citizen K (125 min.) werd gearresteerd vanwege belastingontduiking en fraude. Hij zou voor ettelijke jaren uit het publieke debat worden verwijderd.

Vanuit Londen blikt Khodorkovsky nu met documentairemaker Alex Gibney terug op zijn leven en gevangenschap. Hij heeft zich inmiddels weer in de Russische politiek gemengd. ‘Ik ben bepaald geen ideale persoon, maar ik ben wel iemand met idealen’, zei hij daarover rond zijn veroordeling. ‘En ook voor mij is het moeilijk om in een gevangenis te leven. Ik wil er ook zeker niet doodgaan. Maar als het moet, zal ik niet aarzelen. De zaken waar ik in geloof zijn het waard om voor te sterven.’

Toch is en blijft de oligarch een gemankeerde held, zo blijkt ook uit Gibneys film. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was Mikhail Khodorkovsky één van de ‘gangsterkapitalisten’ die zich in de jaren negentig, gebruikmakend van de mazen in de wet, schaamteloos verrijkten. Alle middelen leken toentertijd geoorloofd voor deze oligarchen. Totdat Vladimir Poetin zijn bewegingsvrijheid begon in te perken, had ook Khodorkovsky waarschijnlijk zelden verder dan zijn eigen belang gekeken. 

Alex Gibney maakt het hem op dat gebied nu niet al te moeilijk. Hij lijkt vooral gericht op wat het persoonlijke relaas van de topman van de Russische oliegigant Yukos vertelt over het moderne Rusland, waar die ene onomstreden leider, die mede door Khodorkovsky aan de macht is geholpen, almachtig is geworden. Poetin heeft zelfs het alleenrecht op de waarheid verworven. Wat hij zegt, of via de staatsmedia laat uitdragen, is waar. Ook al strookt het op geen enkele manier met de feiten.

In deze gesmeerde film, waarin ook Derk Sauer, de Nederlandse oprichter van de onafhankelijke krant The Moscow Times, uitgebreid aan het woord komt, wordt het naargeestige karakter van Poetins bewind ontleed. Met als absurd hoogtepunt een loflied op de grote leider (refrein: ‘Poetin, Poetin, we willen allemaal trouwen met Poetin), dat met Meno Male Che Silvio kan wedijveren om de eretitel van meest potsierlijke campagnelied aller tijden.

Intussen is de bikkelharde zakenman Mikhail Khodorkovsky, tenminste volgens bronnen uit zijn directe omgeving, een beter mens geworden tijdens zijn gevangenschap. Een man die meer oog heeft gekregen voor anderen en tegelijkertijd vasthoudt aan zijn idealen, ook als ze zijn economische belangen schaden en hem en de zijnen in gevaar kunnen brengen. Dat verhaal wordt in deze stevige documentaire behoorlijk goed in de verf gezet.

Putin’s Witnesses

’Waarom stalk je me zo?’ wil Natalja van haar echtgenoot Vitali weten. Hij filmt haar terwijl ze op televisie naar de afscheidsspeech van de Russische president Boris Jeltsin zit te kijken. Het is 31 mei 1999. Jeltsin heeft zelf een opvolger geselecteerd. ‘Ik ben geschokt’, fulmineert Natalja. ‘Eindelijk hebben ze nu de sterke man waar het volk zo van houdt.’ De vertrekkende leider is ondertussen aan het eind van zijn oudejaarsboodschap gekomen. Waarna het vuurwerk, letterlijk en figuurlijk, kan losbarsten en Vladimir Poetin voor het eerst het volk mag toespreken als (waarnemend) staatshoofd van de Russische Federatie.

Na die openingsscène in huiselijke kring richt Vitaly Mansky zich in Putin’s Witnesses (95 min.) op de nieuwe president zelf. De filmmaker was in de tijd van Poetins opkomst werkzaam voor de Russische staatstelevisie en moest, met het oog op de presidentsverkiezingen die enkele maanden later zouden plaatsvinden, een promofilm voor de nieuwe leider maken. Bijna twintig jaar later kunnen met het ruwe beeldmateriaal daarvan de eerste stappen van Ruslands huidige autocraat worden gereconstrueerd. Om Poetin, die zich officieel niet verwaardigde om campagne te vieren, neer te zetten als een hartelijke leider ensceneerde Mansky bijvoorbeeld hoogstpersoonlijk een bezoek aan zijn oude schooljuf.

De campagne om Vladimir Poetin op het schild te hijsen, concludeert Mansky in één van de voice-overs waarmee hij de film bijeenhoudt, begon eigenlijk enkele maanden eerder. Op 8 september 1999, om één minuut voor middernacht, om precies te zijn. Toen werd in Rusland de eerste van enkele flatgebouwen opgeblazen, aanslagen die tegenwoordig vooral in verband worden gebracht met Poetins geheime diensten. Naderhand weerklonk in Rusland de roep om een sterke man. Poetin was op dat moment zegge en schrijve 22 dagen premier onder president Jeltsin en kon de crisis goed gebruiken om zichzelf in de markt te zetten. Dat werd vervat in een uitspraak die tegenwoordig wordt beschouwd als de start van zijn presidentscampagne: ‘We verdelgen ze tot op de plee.’

Met de wijsheid van nu voorziet Mansky bijna twintig jaar na dato de gebeurtenissen voor zijn camera van commentaar. Wat in dat eerste regeringsjaar nog onbetekenende details leken, bleken bijvoorbeeld kiemen voor de politiek die Poetins Rusland zou gaan kenmerken. En sommige mensen die destijds nog tot de directe entourage van de nieuwe president behoorden, zouden later tot persona non grata worden gebombardeerd of simpelweg uit de weg geruimd. In het land dat Vladimir Poetin, voor de lens van Vitaly Mansky, naar zijn hand begon te zetten, zou dat allemaal tot de mogelijkheden gaan behoren.

Zijn voorganger Boris Jeltsin begon dat enkele maanden na zijn vertrek al te beseffen, zo blijkt uit een spannende scène die werd opgenomen tijdens de verkiezingsavond op 26 maart 2000. De zojuist officieel tot president verkozen Poetin neemt al niet eens meer de moeite om de man te bedanken die hem enkele maanden eerder in het zadel hielp. Aan het eind van de film, als Poetins eerste jaar als president erop zit, lijkt bij Jeltsin het besef in te dalen dat hij zelf een volstrekt irrelevante figuur is geworden en dat de Vladimir Vladimirovitsj, die hij na enkele ontmoetingen selecteerde als zijn opvolger, wel eens een wolf in schaapskleren zou kunnen zijn geweest.

Intussen vraagt Vitaly Mansky zich in deze interessante, maar ook wat trage film af of hij als ooggetuige misschien medeplichtig is geworden aan het land dat Rusland onder de leiding van Vladimir Poetin is geworden.

Man With A Movie Camera

Ik geloofde mijn ogen niet en spoelde even terug. Had ik in die sequentie over leven en dood, te midden van een huwelijksceremonie, publieke uitvaart en het (met afgeschermd gezicht) tekenen van de scheidingspapieren, werkelijk gezien hoe een vrouw haar kind krijgt? Nee, de baby blijkt al te zijn gebaard. Alleen de navelstreng moet nog worden doorgeknipt.

Het is niettemin een erg expliciete scène. Negentig jaar na dato kun je zo als argeloze kijker nog altijd van de ene in de andere verbazing vallen bij Man With A Movie Camera (99. min.) uit 1929. De stomme film van Dziga Vertov portretteert via een alom tegenwoordige cameraman en zijn (veelal verborgen) mechanische oog het dagelijks leven in Sovjetsteden als Moskou, Kiev en Odessa. Van zonsopgang tot zonsondergang.

Behalve ‘a slice of life’ uit een verloren wereld offreert Vertov, zonder duidelijke verhaalstructuur of uitgewerkte personages, echter vooral een keur aan revolutionaire film- en montagetechnieken die in de navolgende decennia een vanzelfsprekend onderdeel zullen worden van onze beeldtaal; van slow- en fast motion tot split screen, (extreme) close-ups en de vreemdste kadreringen. En al die elementen worden met ongelooflijk veel vaart, schwung en oog voor detail uitgeserveerd.

Destijds, in de begindagen van het nieuwe medium, begrepen ze er naar verluidt weinig van. De avant-garde documentaire Man With A Movie Camera werd door critici afgeserveerd als een typisch geval van vorm boven inhoud. Pas later kwamen de erkenning en bewondering. En een vaste plek in elk zichzelf respecterend overzicht van de beste documentaires aller tijden.

Voor een cinematografisch hoogstandje dat, zeker met de meeslepende moderne soundtrack erbij die The Cinematic Orchestra in 2003 maakte, nog altijd een lust voor oog en oor blijkt. Vertovs experimentele film is niet minder dan een uitbundige viering van wat cinema is – en in die tijd: zóu kunnen zijn. Een venster naar de toekomst van film, documentaire in het bijzonder, waarin de kunstvorm naar alle windstreken zal uitwaaieren. 

Nureyev

Ineens sta je, 23 jaar oud, op een keerpunt in je leven. 

Je bent geboren tijdens een reis van de Transsiberië Express, op weg naar Wladiwostock, waar je vader is gestationeerd met het Rode Leger. Je groeit op in bittere armoede en weet je via dans uiteindelijk aan je lot te onttrekken. Op je twintigste ben je uitgegroeid tot één van de sterren van het vermaarde Kirov-ballet en word je samen met astronaut Yuri Gagarin beschouwd als het trotse gezicht van de communistische heilstaat.

En dan is het ineens 16 juni 1961. Je hebt met veel succes een periode opgetreden in de decadentste stad van het westen, Parijs. Je hebt er het goede leven geleid en conflicten gehad. Tegen de regels in ga je daar om met gewone westerlingen. Je zou zelfs in homobarren zijn gezien. Dan bereikt je het bericht dat je wordt teruggeroepen naar de Sovjet-Unie.

Je hebt nauwelijks tijd om na te denken. Ga je terug, met het gevaar dat je carrière wellicht rigoureus wordt beëindigd? Óf kies je voor jezelf, in de wetenschap dat je je familie (voorlopig) niet meer ziet en dat zij zullen boeten voor de keuze die jij nu wilt maken? Breek zijn benen, zal de KGB er later geen misverstand over laten bestaan, als jij al hebt gekozen voor defectie.

Je bent 23 en gaat nog ruim dertig jaar leven. Een bestaan waarin je grootse triomfen zult vieren en behoorlijke tegenslagen moet overwinnen, maar waarin je nooit helemaal los zult komen van die ene keuze. Ruim 25 jaar na je dood op 6 januari 1993, aan de gevolgen van de veel gevreesde ziekte die huishoudt onder jou en de jouwen, is er de biopic Nureyev (109 min.).

Over jou, Rudolf. De filmmakers Jacqui en David Morris hebben de archieven helemaal uitgeplozen om jou in volle glorie te kunnen laten zien en bovendien nog ontbrekende sleutelmomenten uit je leven gereconstrueerd met speciaal voor de docu gemaakte moderne dansscènes van Russell Maliphant. En mensen die je hebben gekend of jouw oeuvre, als grootste balletdanser van je generatie, op waarde weten te schatten, geven je levensverhaal (off screen) context.

Je mag er trots op zijn, op die film. Die je laat zien als de wervelwind die je was. En toont hoe, als je dagen al zijn geteld, alsnog de kans komt om, al is het maar voor heel even, de klok terug te draaien.

The Distant Barking Of Dogs

 

Samen met zijn oma loopt de tienjarige Oleg Afanasyev aan het begin van The Distant Barking Of Dogs (56 min.) door de sneeuw in Hnutove, een dorpje in de Donetsk-regio van Oost-Oekraïne. Sinds 2014 wordt er in deze omgeving gevochten tussen regeringstroepen en pro-Russische separatisten. Op de achtergrond klinken vrijwel permanent explosies en geweervuur. De kleine Oleg kijkt er niet meer van op.

‘Het lijkt alsof onze levens bevroren zijn’, zegt zijn oma in één van de regelmatig terugkerende bespiegelende voice-overs, die als structurerend element fungeren voor deze observerende film. ‘We schuilen als dieren voor de winter en wachten tot de kou voorbij is.’ Het tweetal arriveert bij het kleine kerkhofje, waar Olegs moeder Natasja begraven ligt. Oma huilt, Oleg niet. Het jongetje was zo klein toen ze stierf dat hij er volgens zijn grootmoeder nooit om heeft gehuild.

Regisseur Simon Lereng Wilmont volgt Oleg gedurende een jaar, een periode waarin hij uitleg krijgt over de verschillende soorten mijnen, meedoet aan een oefening in een schuilkelder en een kikker leert doodschieten met een pistool. Surrealistische scènes voor iedereen die niet in oorlogsgebied opgroeit. Zoals ook de gespreksstof van de kinderen soms vreemd aandoet. ’Weet je nog dat ze gisteren schoten?’, vraagt Oleg bijvoorbeeld aan zijn jongere neefje Yarik als ze samen het veld intrekken ‘Hier is die bom gevallen.’ Yarik antwoordt direct: ‘En die heeft mensen gedood.’ Nee, meent Oleg. ‘Geen mensen. Soldaten.’

Zou Olegs vader ook zijn omgekomen in de oorlog? Of is hij allang niet meer in beeld of nooit in beeld geweest? Daarop geeft deze asgrauwe film, die op het IDFA 2017 werd beloond met de Award voor Best First Appearance, geen antwoord. Ook zijn opa is in geen velden of wegen te bekennen. Het is oma die de jonge Oleg in haar eentje probeert te behoeden voor de valkuilen van de oorlog en ondertussen iets van zijn kindzijn moet zien te bewaren.

Butterfly City

butterfly_city

 

‘We hebben de kip met de gouden eieren de nek omgedraaid’, zegt één van de inwoners van de Litouwse stad Visaginas, bijgenaamd Butterfly City (53 min.). Om te mogen toetreden tot de Europese unie moest de Ignalina-kerncentrale, waarvoor de stad in de jaren zeventig speciaal is gesticht, worden ontmanteld. Europa kon geen tweede Tsjernobyl gebruiken (of wilde gewoon geen kroonjuweel van de Sovjet-Unie overnemen).

Inmiddels dreigt de voormalige Sovjet-modelstad, waar vooral Russisch werd gesproken, te verworden tot een spookstad, waar bovendien tweespalt heerst. De ontwikkelingen in een andere voormalige satellietstaat van de Sovjet-Unie, Oekraïne, zetten ook de onderlinge verhoudingen in Visaginas flink onder druk, zo blijkt uit deze sfeervolle documentaire van Olga Cernovaite.

De Russen die bijna een halve eeuw geleden met de kerncentrale meekwamen naar de Baltische staat, zweren nog altijd bij hun voormalige moederland en voelen zich te midden van de oplopende etnische spanningen bovendien regelmatig de zondebok (terwijl ze in Rusland waarschijnlijk ook als buitenlander zullen worden behandeld). Zo ontvouwt zich het verhaal van een gespleten gemeenschap die zijn eigen toekomst in de hand probeert te nemen – en intussen ook gewoon moet zien te overleven.

De Rode Ziel

 

‘Pas op, nou gaan ze ons provoceren’, zegt één van de vrouwen in de openingsscène van De Rode Ziel (60 min.) voordat het interview van start gaat. ‘Waarom bent u vandaag hier?’ wil de vragenstelster weten. ‘Vandaag is de verjaardag van Jozef Stalin.’ Volgende vraag: wat Stalin voor hen betekent? ‘Stalin betekent voor ons alles: de zege in de oorlog. Socialistische democratie. Echte democratie. Het is de Sovjettijd. Het is onze industrie, het is onze…’ ‘De verovering van de kosmos’, vult een andere vrouw aan. ‘De eerste mens in de ruimte.’

Regisseur Jessica Gorter, die eerder de indringende documentaire 900 Dagen maakte over het gruwelijke beleg van Leningrad tijdens de Tweede Wereldoorlog, geeft zulke gezworen Stalinisten ruim baan in haar film over De Grote Leider. Ze wil hen echt begrijpen. Tegelijkertijd laat ze ook slachtoffers van Stalins Grote Terreur aan het woord. Bij hen ontmoet ze al evenveel wantrouwen. ‘Zeg eens, waar heb je dit voor nodig’, wil één van de twee bejaarde zussen weten, die zojuist heeft verteld wie hun moeder, die tien jaar in één van Stalins werkkampen zat, heeft verraden.

Jozef Stalin werd vorig jaar in eigen land gekozen tot grootste figuur aller tijden. Veel Russen willen tegenwoordig geen kwaad woord horen over de man die van 1928 tot en met 1953 aan de macht was en in die periode ongelofelijke aantallen Russen naar het front of de Goelags stuurde. ‘Onder Stalin zaten we hier niet’, zegt onderzoeker Anatoli Razoemov tijdens een gesprek over de herwaardering van de Sovet-leider in een talkshow op televisie. ‘Na zo’n gesprek zou het slecht met ons aflopen.’

‘In die kampen zaten politieke vijanden van staat en volk’, werpt Michael Mashkovtsez, vertegenwoordiger van de Russische Communisten, tegen. ‘Doordat die zijn vrijgekomen, is ons land in 1990 verwoest.’ Daarmee zijn de stellingen betrokken in deze overtuigende film, die verder vooral gewone Russen aan het woord laat; mensen die ruim een halve eeuw na dato nog altijd zoeken naar bewijsstukken van Stalins schrikbewind tegenover anderen die ongegeneerd terugverlangen naar die goeie ouwe Sovjet-Unie.

Vooral die laatste groep is herkenbaar en doet bijvoorbeeld denken aan Brexiteers die dromen van een nieuwe glorieperiode van het Verenigd Koninkrijk – of aan Nederlanders die blijven zweren bij de knusse jaren vijftig. Mensen die de zekerheden van hun leven zagen verdwijnen en nu mijmeren over het almachtige Rusland, waaraan ook de huidige Grote Leider maar al te graag appelleert. Rusland is niet klaar voor democratie, stelt de schrijver Joeri Pavlovitsj Vjazemski. Het heeft behoefte aan een alleenheerser: de ‘monarch’ Vladimir Poetin. Deze krachtige documentaire dringt diep door in De (bloed)rode Ziel.

De Rode Ziel kan worden beschouwd als een soort zusterfilm van Liefde Is Aardappelen, een gevoelige egodocumentaire waarin de Nederlandse filmmaakster Aliona van der Horst het verhaal van haar Russische familie probeert te ontrafelen.

De Stamhouder

 

Een onvervalste bestseller is nog geen garantie voor een overrompelende film. In het boek De Stamhouder heeft journalist en voormalig correspondent in Moskou Alexander Münninghof op meeslepende wijze zijn bijzondere familiehistorie opgetekend.

De gelijknamige documentaire van Ger Poppelaars voelt een beetje als een herhalingsoefening. De Stamhouder (55 min.) is traditioneel van opzet, erg praterig (met bovendien een tamelijk statige voice-over) en raakt slechts zelden het grote drama aan dat het boek zo bijzonder maakt.

Waar het verhaal van Münninghofs moeizame relatie met zijn vader, die in de tweede wereldoorlog voor de Waffen-SS koos, in zijn autobiografie bijvoorbeeld vonkt en schrijnt, blijft die in de film tamelijk vlak. Alexander is een uitstekende, beschouwende verteller, maar wordt voor de camera nooit echt zoon.

De geschiedenis van de Münninghofs, die de familie van Riga tot pak ’m beet Oss heeft gevoerd, blijft niettemin een heel bijzonder verhaal. En op de momenten dat de hoofdpersoon wordt geportretteerd te midden van zijn eigen gezin, weet deze verfilming zich soms heel even aan de schaduw van het boek te ontworstelen.

Dancer

 

Als de openingsscène van een film over een balletdanser wordt begeleid door een klassieker van de metalband Black Sabbath, dan weet je dat het niet om zomaar een danser gaat. Dat klopt. Hij heet Sergei Polunin en lijkt daadwerkelijk de Iron Man van het internationale ballet.

De meeslepende documentaire Dancer (77 min.), die donderdag wordt uitgezonden door Het Uur Van De Wolf, wrikt de deur open bij de Oekraïense ‘bad boy of ballet’ en komt zo voorbij het dwarse gedrag, de opzichtige tatoeages en nonchalant geëtaleerd drugsgebruik.

Filmmaker Steven Cantor gaat op zoek naar de twintiger die zijn jeugd heeft geofferd voor zijn gave. Terwijl hij als jongetje naar een exclusieve balletschool in Kiev werd gestuurd, vertrokken zijn vader en oma naar respectievelijk Portugal en Griekenland om te werken, zodat die opleiding ook kon worden betaald. Niet veel later lag het hele gezin Polunin aan diggelen.

In Dancer stelt Sergei zich de vraag of ’t het allemaal waard was en wat dansen eigenlijk nog betekent in zijn leven. Leeft hij zijn eigen droom of die van een ander?

Icarus

 

Terwijl Icarus begint als een dopingvariant op Supersize Me, de film waarvoor Morgan Spurlock een maandlang alleen bij McDonald’s at, begint de veelbesproken Netflix-documentaire gaandeweg steeds meer te lijken op Citizenfour, de Oscar-winnende film over klokkenluider Edward Snowden.

Regisseur Bryan Fogel, tevens een verdienstelijk amateurwielrenner, wil een experiment aangaan. Om zijn prestaties bij de zogenaamde Haute Tour, een soort miniatuurversie van de Ronde van Frankrijk, op te krikken, besluit hij zich te onderwerpen aan een serieus dopingprogramma.

In dat kader komt hij in contact met Grigory Rodchenkov, de directeur van het Russische antidopinglaboratorium en tevens, zo blijkt al snel, de architect van het groots opgezette en uiterst geheime dopingprogramma van zijn land.

Die ontmoeting brengt in Icarus (121 min.) een fascinerende maalstroom van gebeurtenissen op gang, waardoor Rodchenkov zijn eigen positie grondig moet herbezien en besluit om Fogel, letterlijk met gevaar voor eigen leven, door de krochten van Poetins Rusland te leiden.

The Condemned

 

Alle elementen voor een gruwelijke horrorverhaal zijn aanwezig: In een Russisch bos. Groter dan Duitsland. Zeker zeven uur rijden van de bewoonde wereld. Waar het ijs- en ijskoud kan zijn. Staat een extra beveiligde gevangenis. Met 260 gevangenen. Goed voor 800 moorden.

Met heel veel moeite hebben Mark Franchetti en Nick Read voor de grimmige documentaire The Condemned (80 min.), die donderdag wordt herhaald op NPO2, als eerste buitenlanders toegang gekregen tot de afgelegen strafkolonie Colony 56, waar enkele honderden Russen zijn opgeborgen.

Net als Subkhan Dadashiov, de directeur van de gevangenis. Die zit ook al 26 jaar. Hij heeft geen enkel medelijden met de mannen die volgens aloude Sovjet-traditie een enkeltje Nergenshuizen hebben gekregen. Eigenlijk vindt hij dat deze moordenaars, verkrachters en terroristen beter kunnen worden geëxecuteerd.

De verdoemden zelf hebben helemaal niets meer te verliezen en doen dus ongeremd hun verhaal in deze fascinerende film. Want diep van binnen weten ze: de enige manier waarop je hier wegkomt is tussen zes planken.