Vergeef Ons Onze Schulden

Doxy

In Mostar zijn meer wedkantoren dan kerken en moskeeën, beweert één van de gokverslaafden, die op vrijdag samenkomen in de Bosnische stad om ervaringen uit te wisselen. ‘Het merendeel van de verslaafden waarmee ik werk verliezen zichzelf alsof ze in een soort mist verdwalen en daar blijven ronddraaien’, vertelt Marko Romic, die de groep begeleidt. ‘Tegelijkertijd verliezen ze hun familie, vrienden en kennissen. Alle waarden waarnaar ze streefden en waar ze zich identificeerden.’

Zij leven in een stad met vele wonden, die is getekend door een wrede burgeroorlog. De broedertwist die in de jaren negentig het voormalige Joegoslavië volledig verscheurde laat nog altijd zijn sporen na. In de stad zelf, maar ook in de mensen. Hun geloof in elkaar, zichzelf en het goede heeft een serieuze deuk opgelopen. Of het een afdoende verklaring is voor de gokverslaving van de deelnemers aan KLOK Mostar? Duidelijk is dat die oorlog zich nog altijd in hen schuilhoudt. En regisseur Sergej Kreso gebruikt dat verleden als onderlegger voor de documentaire Vergeef Ons Onze Schulden (50 min.).

Hij concentreert zich vooral op het persoonlijke verhaal van de gokverslaafden, die veelal anoniem en soms ook onherkenbaar in beeld worden gebracht. De man die 100.000 Mark vergokte en zelfmoord overwoog, maar van zijn vrouw desondanks steeds kreeg te horen: jij bent geen slecht mens. Een moeder die haar winkelrekeningen tegenwoordig trouw voorlegt aan haar zestienjarige dochter. En de jongen die al op de basisschool begon te gokken. ‘Als je zelfmoord wilt plegen’, zei zijn moeder onlangs tegen hem, ‘moet je mij daarin meenemen.’ Het geloof bracht hen uiteindelijk verlossing.

In een enkeling is er zowaar nostalgie naar die oorlog te ontwaren. ‘In de oorlog was een mens een broeder, nu in vrede een wolf’, vertelt een man, bij het pleintje waar hij, tussen de luchtalarmen door, als kind voetbalde. ‘In de oorlog was het beter. Je wist wie naast je stond. In vredestijd is het moeilijk om daarachter te komen.’ Nu zit dus in zo ongeveer elk gebouw een wedkantoor, concludeert hij, in zijn auto rondrijdend door de buurt. Voor de zekerheid: ‘Het is niet hun schuld dat ik naar binnen ging.’ Hij kreeg een grondige hekel aan zichzelf. Twee jaar lang keek hij elke ochtend in de spiegel en zei: ‘schaam je, vieze leugenaar!’

Thema’s als schuldgevoelens, zelfhaat en het leven van een leugen vormden onlangs ook al de basis onder Gokkers, een documentaire over Nederlandse gokverslaafden van Wieke Kapteijns. In eerste instantie is het even zoeken naar wat Vergeef Ons Onze Schulden daar nog aan toevoegt. Dat zit hem toch vooral in die Joegoslavische oorlog: de bedorven erfenis die in hele generaties is achtergelaten en die op de één andere manier een weg naar buiten zoekt.

Surviving Black Hawk Down

Netflix

Bij de volvette openingssequentie van Surviving Black Hawk Down (156 min.) is de gedachte onvermijdelijk: dit wordt simpelweg een verdocumenteerde versie van de ronkende Ridley Scott-speelfilm Black Hawk Down (2001), het relaas van enkele Amerikaanse legereenheden die op zondag 3 oktober 1993 in serieuze problemen raken in de Somalische hoofdstad Mogadishu. ‘We’re the good guys’, zegt één van de hoofdpersonen van deze door Scotts bedrijf geproduceerde driedelige docuserie geheel in Hollywood-stijl. ‘We’re America. We wouldn’t be doing it if it wasn’t right.’ Right!

De Amerikanen en hun neergehaalde helikopters zijn in het door een burgeroorlog verscheurde Afrikaanse land om een vredesmissie van de VN te begeleiden en enkele luitenants van de rebellenleider, generaal Mohammed Farrah Aidid, in te rekenen. Een loffelijke missie, toch? Daar denken de Somaliërs in deze productie – cameraman Ahmed ‘Five’, enkele slachtoffers en omstanders, en twee gestaalde strijders – alleen heel anders over. Het feit dat zij ditmaal wél de gelegenheid krijgen om hun kant van het verhaal te doen is in elk geval prettig (en, eerlijk gezegd, ook bittere noodzaak) – al blijft het Amerikaanse perspectief te allen tijde dominant.

Dat wordt nog eens versterkt door de onheilszwangere dramascènes, geregisseerd door Sam Hobkinson, die de gebeurtenissen steeds weer vanuit de Amerikaanse soldaten belicht. En ook de manier waarop de maker van deze miniserie, Jack MacInnes, zijn geïnterviewden framet is veelzeggend. De Amerikanen zitten stuk voor stuk comfortabel in een vertrouwde omgeving recht voor de camera. Terwijl Yasin Dheere, een lid van de Aidid-militie, bijvoorbeeld van schuinonder en met erg veel schaduw in beeld wordt gebracht. De man oogt direct als een archetypische schurk. En dan zegt ie dingen zoals: ‘Als je aan een mans ballen komt, krijg je klappen van zijn handen en voeten.’

De bikkelharde confrontatie tussen de yanks en de Somaliërs zorgt voor huiveringwekkende taferelen in de straten van Mogadishu, waar de reputatie van het Amerikaanse leger een stevige deuk oploopt – ook al zijn er in werkelijkheid aan Amerikaanse zijde uiteindelijk ‘maar’ achttien doden en ruim tachtig gewonden te betreuren. Tegenover driehonderd tot vijfhonderd dode Somaliërs en nog eens zo’n duizend gewonden. Deze typisch Amerikaanse oorlogsdocu erkent dit op zich wel, maar bekrachtigt deze ‘false balance’ met z’n insteek en opzet toch gewoon.

Vietnam: The War That Changed America

Apple TV+

Of er na The Vietnam War, de epische reeks van Ken Burns uit 2017, werkelijk behoefte is aan een nieuwe docuserie over de oorlog die de Verenigde Staten in de jaren zeventig nagenoeg in het stof deed bijten? Op voorhand lijkt het antwoord: nee. Burns heeft tien afleveringen – en in totaal zestien en een half uur – de tijd genomen om ogenschijnlijk elk afzonderlijk aspect van ‘Nam uit te diepen. Van het grotere geopolitieke verhaal tot de kleine menselijke verhalen van Amerikanen en Vietnamezen.

Toch is er nu, een halve eeuw na het einde van die oorlog, Vietnam: The War That Changed America (255 min.). Bescheidener van opzet (zes afleveringen), maar toch nog dik vier uur kijkmateriaal. Met een duidelijke afbakening, dat wel: de mannen en vrouwen aan het front. De Amerikanen, welteverstaan – al komen er, eerlijk is eerlijk, zo nu en dan ook Vietnamezen aan het woord. ‘This is the real story’, declameert verteller Ethan Hawke ferm bij de start van de serie. ‘Told only by those who were there.’

Aan de hand van een aantal goed gekozen hoofdpersonen belicht regisseur Rob Coldstream vervolgens het verloop van de oorlog in Vietnam, terwijl Hawke de verbinding blijft leggen met politieke ontwikkelingen en gebeurtenissen in eigen land. Zo stuurt de miniserie soepel door een verleden, dat nog altijd een schaduw werpt over het heden. Toen ‘Vietnam’ begon kenden veel jonge Amerikanen oorlog alleen van John Wayne-films. Zo’n tien jaar later was een hele generatie getekend door ‘Vietnam’.

Hun persoonlijke verhalen raken en brengen toch ook weer onbekende – of simpelweg vergeten – delen van die oorlog in beeld. C.W. Bowman en Gary Heeter verkenden bijvoorbeeld samen het ondergrondse tunnelstelsel van de Vietcong. De Afro-Amerikaan Melvin Pender, die een eenheid leidde in de Mekong-delta, werd teruggeroepen om deel te nemen aan de Olympische Spelen in Mexico. En Malik Edwards, een andere zwarte Amerikaan, verliet de Mariniers en voegde zich bij de Black Panthers.

Ook in Vietnam zelf dreigde tweespalt. Bill Broyles studeerde in Oxford en leek de dienstplicht te ontlopen, maar meldde zich zelf voor Vietnam. Daar werd hij, als groentje, commandant van een door en door cynische eenheid en dreigde het slachtoffer te worden van ‘fragging’, een doelbewuste poging om een meerdere uit te schakelen. Scott Camil kwam intussen recht tegenover zijn boezemvriend Jim Fife te staan, toen hij na zijn ‘tour of duty’ actief werd voor Vietnam Veterans Against The War.

Deze serie vertelt hun individuele verhalen, maar brengt hen soms ook bij elkaar. Als de ‘brothers in arms’, die ze, wat er destijds ook is gebeurd, altijd blijven. Ook het relaas van Marty Halyburton blijft bijzonder. Toen hun dochtertje vijf dagen oud was, werd haar echtgenoot Porter naar Vietnam uitgezonden. Niet veel later volgde een tragisch bericht: killed in action. In werkelijkheid was Porter gevangen genomen en afgevoerd naar het Hanoi Hilton, waar Amerikaanse krijgsgevangenen vaak jaren vast werden gehouden.

Met die menselijke insteek voegt Vietnam: The War That Changed America toch weer nieuwe dimensies toe aan het verhaal van de oorlog, die al in zoveel boeken, films en series is belicht. Óók als het gaat om gebeurtenissen die allang op ieders netvlies staan gebrand. Huan Nguyen geeft bijvoorbeeld een andere draai aan de wereldberoemde foto van de Vietnamese man die bruut wordt geliquideerd op straat. Hij behoorde tot de Vietcong-eenheid, die Nguyens complete familie uitmoordde toen hij nog maar een jongetje was.

Zijn relaas legt de verraderlijkheid bloot van ‘Vietnam’ en elke andere oorlog. Huan Nguyen zou als volwassene overigens carrière maken in het leger van… de Verenigde Staten. Niet alle Vietnamezen bleven dus achter met haat tegenover ‘Merica. En veel Amerikaanse veteranen keken met tegenstrijdige gevoelens terug op hun tijd in Vietnam. ‘Ik ben niet trots op de oorlog waarin we vochten’, zegt Bill Broyles bijvoorbeeld treffend, ‘maar ik ben trots op de mensen met wie ik heb gediend.’

Mr. Nobody Against Putin

Bantam Film

De oorlog in Oekraïne dringt ook door tot het klaslokaal. De Russische president Vladimir Poetin heeft de militaire operatie om het buurland te demilitariseren en te denazificeren nog niet aangekondigd of basisscholen in heel Rusland ontvangen marsorders om het curriculum een meer patriottisch karakter te geven.

Ook de basisschool van Karabash, ‘de meest vervuilde stad van de Oeral’, moet er in februari 2022 aan geloven. Voortaan worden leerkrachten geacht om de kinderen dagelijks staatspropaganda voor te schotelen en zo de oorlog in Oekraïne te ondersteunen. Pavel ‘Pasha’ Talankin, de jonge evenementenorganisator en videograaf van de school, ziet daar helemaal niets in. Hij blijft alle officiële activiteiten en festiviteiten gewoon filmen, maar begint gaandeweg, als daad van stil verzet, ook de voorbereidingen en de gesprekken naderhand vast te leggen. Zo legt hij feilloos vast hoe Poetins oorlog ook het gewone Rusland overneemt.

Al snel begint Pavel Abdulmanov bijvoorbeeld een steeds prominentere rol op school te claimen. De kleurloze geschiedenisleraar – overtuigd fan overigens van Lavrenti Beria, het hoofd van Stalins geheime politie, en andere Sovjet-functionarissen die er geen been in zagen om vuile handen te maken – ziet er bijvoorbeeld op toe dat de dagelijkse ceremonie met het Russische volkslied ordentelijk verloopt. ‘Het is belangrijk om afwijkende meningen te elimineren, zodat er geen verdeeldheid ontstaat in ons land’, houdt hij zijn leerlingen bovendien voor tijdens de les. ‘Houden van je moederland is een plicht. Zoals je nu eenmaal ook houdt van je moeder.’

Commandanten winnen geen oorlogen, stelt Vladimir Poetin op televisie. Leraren winnen oorlogen. Al snel wordt er dus gemarcheerd door de schoolgangen, schrijven leerlingen (verplicht) brieven naar soldaten aan het front en organiseren Wagner-huurlingen een wedstrijdje granaat gooien. Intussen moeten enkele oud-leerlingen zich melden bij het Russische leger. Een kleine 1500 kilometer van Moskou tekent Pasha de verwikkelingen trouw op, als onderdeel van zijn strijd van Mr Nobody Against Putin (90 min.). Deze film van David Borenstein, begin 2025 op het Sundance Film Festival bekroond met een Special Jury Award, is daarvan de intrigerende weerslag.

Tegelijkertijd moet de idealistische leraar ook afwegen hoe en waar hij zijn eigen toekomst ziet. Want zodra de machthebbers, of hun vertegenwoordiger ter plaatse Abdulmanov, zicht krijgen op waarmee hij stiekem bezig is, laat zijn lot zich raden.

Half Moon

Selfmade Films

Waar hij zijn klarinet ook neerlegt, dat is thuis. Of dat nu is in Amsterdam, New York of… de stad waar zijn wortels liggen, Damascus. Sinds de burgeroorlog in Syrië in 2011 is losgebarsten, is Kinan Azmeh echter niet meer thuis thuis geweest. Samen met andere Syrische muzikanten probeert de componist en klarinettist elders in de wereld z’n thuis desondanks in leven te houden – ook al is ie nog zo ver van huis.

Muziek is Azmehs manier om gebruik te maken van zijn recht op vrijheid van meningsuiting, om uit te drukken wie hij is en hoe hij naar de wereld kijkt. En de Nederlandse documentairemaker Frank Scheffer geeft hem daarvoor alle gelegenheid in Half Moon (91 min.), een film die voor een belangrijk deel bestaat uit live-uitvoeringen van ’s mans composities, bijvoorbeeld met het Syrian Expat Philharmonic Orchestra. In traditionele concertzalen, een theatrale setting of de openbare ruimte, in wereldsteden zoals Londen, Hamburg en Beiroet. Fraai vereeuwigd, met meer dan genoeg ruimte om te kunnen ademen.

Verder vertelt Kinan Azmeh, ondersteund door intimi en collega’s als de Syrische sopraan Dima Orsho en de bekende Chinees-Amerikaanse cellist Yo-Yo Ma, zijn levensverhaal. Vlak voor 11 september 2001 verhuisde hij bijvoorbeeld naar New York om klarinet te gaan studeren aan The Juilliard School. Na de aanslagen van 9/11 was hij ineens ‘die Arabier’. Tegelijkertijd leerde hij er de muziek van zijn geboortegrond waarderen. Tegenwoordig speelt hij dus regelmatig ‘Arabic jazz’ met zijn CityBand in New York. Zo lijkt Azmeh’s leven doordesemd met politiek, die dan onvermijdelijk ook een verbinding aangaat met zijn muziek.

Treffend is in dat verband het verhaal van hoe hij zijn echtgenote Layale Chaker heeft ontmoet. Met The National Palestinian Symphony Orchestra zouden ze een tour doen in Palestina. De Libanees-Franse violiste en componiste was daar nooit eerder geweest en vond dit een heel ingrijpende ervaring. Bij de grens, op de brug vanuit Jordanië, werd het orkest in twee groepen gescheiden. Die besloten ter plaatse samen het Schumann Cello Concerto te gaan spelen. Van beide kanten van het checkpoint klonk er dus muziek, die vervolgens samenvloeide. Net als even later Kinan en Layale, die inmiddels een aandoenlijk zoontje op de wereld hebben gezet, Shams.

Shams werd geboren in Brooklyn, New York, als kind van een Syrisch-Amerikaanse vader en een Libanees-Franse moeder, en moet zich volgens Kinan Azmeh overal thuis kunnen voelen. Waar hij zijn hoed ook maar neerlegt – of het instrument dat hij ongetwijfeld zal gaan bespelen. Want muziek zou een voertuig kunnen zijn, maakt deze bespiegelende film duidelijk, om zo’n wereld te kunnen bereiken – of tenminste enigszins in zicht te houden.

Stasi FC

Sky

De hegemonie van Dynamo Dresden is Erich Mielke al enige tijd een doorn in het oog. De beruchte baas van de Stasi, de alomtegenwoordige inlichtingendienst van de Duitse Democratische Republiek (DDR), loopt in december 1978 hoogstpersoonlijk de kleedkamer van de grote concurrent binnen. Hij heeft een heldere boodschap: jullie hebben met Dresden je jaren aan de top van de Oberliga nu wel gehad, het is tijd voor een andere kampioen: de Berliner Dynamo FC (BFC), een echte Stasi-club.

Erich Mielke geldt als een cruciale figuur in Oost-Duitsland (1949-1990), de communistische heilstaat die na de Tweede Wereldoorlog is ontstaan.  De ene helft van de bevolking rapporteert er als informant aan zijn almachtige veiligheidsdienst over de andere helft – en andersom. Zoals ’t een man met enorme geldingsdrang betaamt, wil Mielke die totale dominantie – net als bijvoorbeeld Silvio BerlusconiPablo Escobar en Benjamin Netanyahu – ook uitdrukken via een succesvolle voetbalclub.

In de boeiende historische documentaire Stasi FC (87 min.) ontleden Daniel GordonArne Birkenstock en Zakaria Rahmani hoe sport in de DDR zo, in de laatste fase van de Koude Oorlog, schaamteloos wordt ingezet voor politieke doeleinden en macht intussen wordt gebruikt om sportieve successen te behalen. Terwijl Dynamo Berlin de kampioenschappen aaneenrijgt in de jaren tachtig – waarbij Mielkes team de scheidsrechters, zacht gezegd, niet tegen heeft – wordt de sportieve concurrentie doelbewust verzwakt.

Exemplarisch is het tragische relaas van Gerd Weber. De middenvelder van BFC’s grote concurrent Dynamo Dresden wordt in 1981 bij een uitwedstrijd in Enschede benaderd of hij samen met twee medespelers wil overlopen naar het westen. Ze bieden hen een contract aan in West-Duitsland, bij FC Köln. De mannen die hem proberen te verleiden tot een overstap blijken in werkelijkheid Stasi-medewerkers te zijn. Weber wordt opgepakt en bestempeld tot verrader. Hij is pas 25, maar zijn voetbalcarrière zit er al op.

Andere spelers die een poging wagen om achter het IJzeren Gordijn vandaan te komen, zoals de BFS-spelers Falko Götz en Dirk Schlegel, worden tot staatsvijand verklaard en op alle mogelijke manieren in verlegenheid gebracht. Het zijn tragische verhalen die eerder al hun weg hebben gevonden naar het boek The People’s Game van de Britse historicus Alan McDougall. Hij plaatst, net als oud-Stasi medewerker Harald Wittstock, alle persoonlijke verwikkelingen nog eens in hun maatschappelijke context.

Terwijl Dynamo Berlin ondertussen met elk volgend kampioenschap meer wordt gehaat, als sportieve representant van een gevreesde politiestaat, dreigt het Oostblok zelf, de alliantie van communistische landen waarvan de DDR deel uitmaakt, ook uit elkaar te vallen. En als de Muur in 1989 daadwerkelijk valt en Oost- en West-Duitsland na verloop van tijd weer worden herenigd, dringt bij al die voetballers pas echt door hoe lang de arm van de Stasi, die staat in een staat, eigenlijk was: tot diep in de kleedkamer.

Stasi FC toont zo wederom aan dat sport een perfecte arena vormt voor het vertellen van een groot maatschappelijk verhaal en de bijbehorende kleine menselijke verhalen.

The Zelensky Story

Leo Fawkes / BBC

Hij weet als geen ander dat een president niet alleen moet handelen als een staatshoofd, maar er ook als zodanig moet uitzien. Sinds het Russische leger begin 2022 zijn land Oekraïne is binnengevallen, draagt Volodymyr Zelensky dus vrijwel permanent legergroene kleding. Een leider in oorlogstijd, daarover kan en mag geen twijfel bestaan.

Als hij voor de driedelige docuserie The Zelensky Story (145 min.) plaatsneemt voor de camera, draagt hij, vast ook niet geheel toevallig, een groen shirt met de tekst ‘I’m Ukrainian’ erop. Zodat ook daarover nooit discussie kan ontstaan. Zelensky heeft ook uitgebreid kunnen oefenen voor de rol van zijn leven. Voordat hij in 2019 daadwerkelijk president werd, speelde de kleine Oekraïner al enkele jaren de leider van zijn land in de tv-serie Dienaar Van Het Volk, tevens de naam van zijn latere politieke partij.

Veel televisiekijkers waren er dus al aan gewend dat hij de toon zette en het voortouw nam in Oekraïne. En in tegenstelling tot die andere bekende acteur die een toonaangevende politicus werd, de Amerikaanse president Ronald Reagan (1981-1989), lijkt dat Zelensky slechts beperkt kwalijk te zijn genomen. Mede door die vervloekte oorlog ontstijgt hij al snel zijn rol – en wordt hem zelfs niet euvel geduid dat hij in 2006 Dancing With The Stars heeft gewonnen met zijn echtgenote Olena.

Als president valt Volodymyr Zelensky meteen met z’n neus in de boter. Hij raakt verzeild in de afzettingsprocedure tegen de Amerikaanse president Donald Trump. Die wil hem pas de beloofde financiële hulp geven als hij roddel en achterklap heeft verzameld over Trumps politieke tegenstander Joe Biden en diens zoon Hunter. Tegelijkertijd is er de permanente dreiging van Vladimir Poetin, die in wezen al jaren oorlog voert tegen z’n buurland en de nieuwe Oekraïense president direct onder druk zet.

Getuige deze interessante productie van Michael Waldman groeit Zelensky pas echt in z’n rol als Rusland zijn land heeft aangevallen. Dan ontwikkelt hij zich, getooid met een heus oorlogsbaardje, tot – volgens één van de sprekers – ‘Winston Churchill met een iPhone’. Zijn bijdrage aan deze miniserie past ongetwijfeld ook binnen het permanente charmeoffensief dat hij namens zijn land uitvoert. Oekraïne kan niet zonder de hulp van andere landen en hengelt voortdurend naar sympathie, financiële steun en wapens.

Verder komen in deze miniserie, waarin eerst Zelensky’s opkomst als komiek/acteur, daarna z’n politieke carrière en tenslotte ’s mans periode als oorlogspresident worden geschetst, ook zijn vrouw, vrienden, collega’s, deskundigen en enkele politieke kopstukken aan het woord. Samen schetsen zij een in wezen positief beeld van een geboren communicator die z’n boodschap heeft gevonden. Een leider die dus ook, geheel naar de filosofie van de nieuwe oude Amerikaanse president Trump, ‘looks the part.

Volodymyr Zelensky, één van de beeldbepalende figuren van onze tijd en tegelijkertijd ook gewoon een man. Die z’n vrouw en kinderen veel te weinig ziet, getroffen wordt door de (menselijke) ravage die in zijn land wordt aangericht en ongetwijfeld ook wel eens speculeert over een leven na dat presidentschap. Hoe zou dit er dan uitzien? wil Waldman weten. Daarover kunnen ze nu helemaal niet nadenken, stelt zijn vrouw Olena. ‘Alle dromen zijn voor na de oorlog.’

The Invasion

Atoms & Void

Er wordt niets platgeschoten. Er vallen geen bommen. En slechts een heel enkele keer klinkt ergens op de achtergrond het luchtalarm. Toch is die vervloekte oorlog in elk frame van The Invasion (145 min.) aanwezig. De Oekraïense cineast Sergei Loznitsa richt zijn camera in deze observerende film op het leven van alledag in zijn land, dat ondanks die Russische aanval van begin 2022 gewoon doorgaat – en toch ook weer niet.

In de indrukwekkende openingsscène van bijna een kwartier is de oorlog overigens alomtegenwoordig. Zwijgend aanschouwt Loznitsa de uitvaart van vier gesneuvelde soldaten. De camera beweegt niet of nauwelijks en registreert slechts het verlies dat hier gedragen wordt. ‘Helden sterven niet’, zegt één van de sprekers met gedragen stem. ‘Ze leven voor altijd verder in ons hart. Hulde aan de Oekraïense held!’

Vrijwel direct daarna treden Ivan en Viktoria in het huwelijk. Zij in het wit, hij in zijn legeruniform. En zo dansen ze ook buiten op het plein, ten overstaan van familie en vrienden. In vrijwel elke situatie loopt wel iemand in legergroen rond. Een nieuwbakken vader in uniform bezoekt bijvoorbeeld z’n vrouw en kind. Liefdevol koost en verzorgt hij de pasgeboren baby, terwijl het front – dat is tenminste de suggestie – alweer wacht.

Zelfs de vrolijke assistente van de kerstman, die samen met hem cadeautjes uitdeelt aan kinderen, heeft onder haar roze uitdossing een legerbroek en kistjes aan. Haar echtgenoot is krijgsgevangen genomen door de Russen en verblijft slechts enkele tientallen kilometers verderop. Zij vraagt zich intussen af of hij misschien kan worden uitgeruild met gevangen Russische militairen – en welke man ze dan terug krijgt.

The Invasion, in de loop van twee jaar geschoten, kan doorgaan voor de zusterfilm van Maidan (2014), Loznitsa’s weerslag van hoe het gevecht om Oekraïne ruim tien jaar geleden begon. Hij heeft opnieuw meerdere cameraploegen aan het werk gezet, die in verschillende delen van het land miniverhaaltjes hebben opgetekend, waarvan hij met editor Danielius Kokanauskis een steeds van kleur verschietende film heeft gemaakt.

Om te benadrukken dat het leven nog altijd meer is dan schiettrainingen, mijnenvelden en uitvaarten. Ergens in dat geplaagde volk zit nog steeds warmte, vriendschap én humor. In een revalidatiecentrum stapt een man met twee beenprotheses bijvoorbeeld moeizaam van een trapje. Je doet me denken aan die meme met dat aapje, grapt een jonge vrouw, die hem filmt met haar mobiele telefoon. Ze mist zelf ook een been.

Het even pijnlijke als relativerende tafereel tekent de standvastigheid van een land, waar boeken van Russische schrijvers collectief worden afgedankt, bij kapotgeschoten flatgebouwen gewoon de hond wordt uitgelaten en kinderen elke dag naar school moeten (waar ze worden onderwezen over de oorlog, totdat een luchtalarm hen noopt om toch te verkassen naar een schuilkelder). Het dagelijks leven gaat door, móet doorgaan.

Met de camera als stille getuige van hoe de oorlog desondanks doordringt tot de haarvaten van de Oekraïense samenleving.

Hoe Te Verdwijnen

Doxy

Via een ander vind je jezelf – of althans een deel ervan. Via vier vrouwen portretteert Marc Schmidt in deze persoonlijke film als het ware zichzelf. De relatie tot zijn onlangs overleden vader in het bijzonder – en de leegte die hij heeft achtergelaten. Niet door zijn dood, maar juist door het leven dat hij heeft geleid. Met jou, via jou en (dwars) door jou.

In Hoe Te Verdwijnen (90 min.) richt Schmidt rechtstreeks het woord tot die man. ‘Joost, vader, ik voelde een onverwachte opluchting toen je overleed’, begint hij. ‘Niet langer jouw excessieve, alles verzwelgende, onverzadigbare honger naar kunst, drank, pijn, seks, liefde.’ Waarna hij via anderen de leegte in zijn eigen binnenste exploreert.

Via een Nederlandse vrouw die in een zeilboot helemaal alleen de Atlantische oceaan is overgestoken. Via een jonge vrouw die al een half leven leeft met een eetstoornis. Via een met deepfake onherkenbaar gemaakte vrouw met een seksverslaving. En via een bedremmelde vrouw die zich geneert voor haar ongenadige woede-uitbarstingen.

Stuk voor stuk leveren ze een gevecht met het beest dat het leven ook kan zijn. Met excessen, dwang en onverzadigbaarheid. Om een gat te dichten, niet in de afgrond te tuimelen, de parasiet in hen tevreden te stellen of zichzelf niet te laten vernederen. Want altijd seks willen hebben lijkt misschien een ‘joyride’, ‘maar dat is het natuurlijk niet.’

Daarmee wordt Hoe Te Verdwijnen – een film die ooit de werktitel De Onverzadigbaren heeft meegekregen – tevens een staalkaart voor onze tijd: de innerlijke leegte waarmee wij, moderne mensen, nogal eens hebben te dealen, de zoektocht naar zingeving die daarop kan volgen en de kwetsbaarheden die we dan op ons pad treffen.

Net als eerdere Schmidt-films zoals In De Armen Van Morpheus en Als De Nacht Maar Niet Valt is deze documentaire rijk aan beelden: iemand die zichzelf met krijt omlijst (om te bewijzen dat ie bestaat) bijvoorbeeld. Een volledig witte ruimte die het totale niets lijkt te representeren. En een uitgestrekt sneeuwlandschap om compleet in te… 

Uiteindelijk komt in dat secuur opgetrokken bouwwerk van beelden, klanken en indrukken – halverwege onderbroken door Der Atem Gottes, een muziekstuk van John Cage dat in een kerk in Halberstad zo langzaam mogelijk wordt uitgevoerd, van 5 september 2001 tot vermoedelijk 4 september 2640 – ook Marc Schmidt zelf in beeld.

Met zijn inmiddels overleden vader als spiegel laat hij, even maar, zichzelf zien in deze persoonlijke queeste, waarin geen hap-slik-weg levensverhalen worden geoffreerd om onze vermaakdwang te bevredigen. De film appelleert liever aan verbeeldingskracht en inlevingsvermogen.

Paul En Paultje

Mooie Nel / BNNVARA

Binnen luttele minuten heeft zich in deze film een geheel eigen wereld geopend. Zomaar in een rijtjeshuis in Amsterdam-Noord, in zwart-wit vereeuwigd. Een wel heel bizar samengesteld gezin, vervat in pijnlijke scènes en sprekende shots en lekker aangezet met tragikomische muziek. Met twee onvergetelijke personages bovendien: Paul En Paultje (49 min.). Broers: Paul (79) en Paultje (61).

Dat verdient enige uitleg. Ze hebben dus dezelfde vader, maar een andere moeder. En dat klinkt dan weer eenvoudiger dan ’t is. Want Paultje is volgens eigen zeggen ‘een incestkindje’. Pauls zus is zijn moeder. Dat verdient natuurlijk nog veel meer uitleg. En die komt er ook in deze nieuwe versie van de docu waarmee Hugo Drechsler in 2023 is afgestudeerd aan de Filmacademie. Met frisse tegenzin en horten en stoten, dat wel.

Die film begint bij de gevangenis, als Paultje vrijkomt na een ongedefinieerde straf voor een vergrijp dat verder ook niet ter sprake komt. Het doet er blijkbaar niet toe. Paultje ziet geen andere mogelijkheid en reist af naar dat rijtjeshuis in Amsterdam-Noord, waar zijn nurkse oudere broer Paul en diens vrouw Jannie wonen. Paul zit alleen helemaal niet op hem te wachten. ‘Hier kun je ook niet terecht, jongen’, zegt hij bars. ‘Het spijt me voor je.’

Zijn vrouw wil nog wel een keer met de hand over het hart strijken, maar Paul is niet te vermurwen. Hij is vaak genoeg in de maling genomen. ‘Dus je moet maar kijken waar je kunt slapen. Het park is groot genoeg.’ En als hij dan toch, met gezonde tegenzin, overstag is gegaan, kijkt hij z’n broer ongegeneerd de deur uit. ‘Ga jij maar effe lekker boodschappen doen, jongen’, zegt hij dan bijvoorbeeld. ‘En blijf zo lang mogelijk weg.’

De twee broers kampen intussen allebei met ernstige gezondheidsproblemen. Daardoor zijn ze in zekere zin veroordeeld tot elkaar. En anders is er nog wel die gedeelde familiegeschiedenis: hun vader, die ‘teringlijer’. De man die zoveel kapot heeft gemaakt en hen heeft opgescheept met elkaar. Twee mannen die niet meer mét, maar uiteindelijk toch ook niet meer zónder elkaar blijken te kunnen. Broers, tegen wil en dank.

In een hartveroverend dubbelportret, dat een gulle lach oproept, soms verbazingwekkend grimmig wordt en uiteindelijk ook weer oprecht ontroert.

Trains

IDFA

Vanaf het moment dat de binnenkomende trein van één van de allereerste films, L’Arrivée D’Un Train En Gare De La Ciotat van de gebroeders Lumière, in 1896 voor paniek heeft gezorgd in de geïmproviseerde bioscoop – zo wil tenminste de overlevering – omdat het publiek in de veronderstelling was dat de locomotief de zaal in zou rijden, hebben treinen altijd een prominente plek geclaimd op het witte doek.

Als een symbool van beweging, van actie of van vooruitgang – of simpelweg als een object om te overvallen of om op te klimmen en vervolgens een episch gevecht af te wikkelen. De Poolse regisseur Maciej J. Drygas appelleert in Trains (80 min.), op het International Documentary Festival Amsterdam van 2024 gekozen tot beste film, aan de sleutelrol die treinen tevens in de gehele twintigste eeuw hebben gespeeld.

En hoewel de zwart-witte en volledig woordeloze film luchtig begint, met goedgemutste leden van de gegoede burgerij die zich maar al te graag naar hun plek van bestemming laten brengen, is ook van meet af aan duidelijk dat Drygas eveneens de andere kant van treinen wil belichten. Hij begint zijn film niet voor niets met een citaat van Franz Kafka: ‘There is plenty of hope, an infinite amount of hope… but not for us.’

Binnen een kwartier staat de eerste groep soldaten dus klaar op het perron, om naar het front te worden vervoerd en zet de duivelse cadans van oorlog zich in gang. De aanvoer van troepen, wapentuig en Der Führer komt op gang, onvermijdelijk gevolgd door de afvoer van doden, gewonden en krijgsgevangenen. En dan moet het echte afvoeren nog beginnen, van Settela Steinbach bijvoorbeeld. Naar de kampen…

Deze ritmisch gemonteerde archieffilm, waarin ook het toegevoegde geluid een essentiële rol opeist, speelt voortdurend met zulke grote krachten, waarvoor de mens niet meer dan een speelbal is. De voor het leven verminkten, soms met een totaal verwilderde blik in de ogen, zijn bijvoorbeeld nauwelijks weggevoerd of er wordt alweer een kolossale afbeelding van Stalin de trein in gehesen. Op naar nog meer onheil.

Tussendoor speelt ook het gewone leven zich af in en om de treinen, perrons en stations. Onderweg kan de reiziger genieten van een spelletje kaart, dat lekkere diner of het lezen van De Telegraaf. En voor je ’t weet stapt er bij aankomst een zwerver onder de trein vandaan, die toch wel verdacht veel weg heeft van Charlie Chaplin. En daarna dendert de trein ongetwijfeld weer verder, op weg naar de volgende bestemming.

Churchill At War

Netflix

Zoals ze daar zitten, gebroederlijk naast elkaar op twee stoeltjes in Casablanca, lijken ‘t heel even twee heel gewone oude mannetjes, vrienden voor het leven wellicht, die samen genieten van het zonnetje. In werkelijkheid gaat ’t om twee beeldbepalende leiders uit lang vervlogen tijden, voor de gelegenheid ingekleurd. Om hen van de twintigste eeuw, waarin ze allebei een prominente rol speelden, naar de éénentwintigste te tillen. De één zit er breed glimlachend bij, ogenschijnlijk een gulle politicus. De ander kijkt enigszins zuinig, het toonbeeld van de onverzettelijke leider.

De Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt en Britse premier Winston Churchill hebben elkaar, na even zoeken, gevonden in hun strijd tegen nazi-Duitsland en Japan. Er is zowaar iets van vriendschap ontstaan, betogen enkele historici in Churchill At War (235 min.). Die krijgt echter al snel een serieuze knauw als de Russische leider Stalin zich tijdens een volgende top in Teheran bij het duo voegt en de leider van het grote Britse rijk het mikpunt van spot wordt. Daar, in die ‘schoolpleindynamiek’ van 1943, wordt al de basis gelegd voor de naoorlogse wereld en de Koude Oorlog.

Zulke sfeertekeningen behoren tot de pluspunten van deze vierdelige historische serie, waarin regisseur Malcolm Venville traditionele documentaire-elementen zoals authentiek (hoewel dus ingekleurd) archiefmateriaal en commentaar daarbij van bekende historici zoals Douglas Brinkley, Dan Snow en Jon Meacham, Churchills kleindochter Emma Soames en de prominenten Boris Johnson, George W. Bush en David Petraeus ‘verrijkt’ met uitgebreide gedramatiseerde scènes, waarin de Britse acteur Christian McKay het larger than life-personage Winston Churchill vertolkt.

En daar, bij die combinatie van non-fictie en fictie, wringt ’t ook meteen. Want die twee komen, zoals wel vaker, slechts zelden geloofwaardig bij elkaar. De Churchill van McKay blijft te allen tijde een rol. Ook doordat hij, samen met Venville, soms echt het clichébeeld van de man opzoekt: de moeilijk kijkende bullebak, met z’n hoed, vlinderstrik en die eeuwige sigaar, die regelmatig onbehouwen uit de hoek komt, maar ‘t eigenlijk niet zo slecht meent en ‘t in elk geval als beste weet. Het is de Winston Churchill die al in talloze dramaproducties is opgetekend. Meer icoon dan mens.

Uit ‘s mans nalatenschap zijn bovendien vijf miljoen gepubliceerde en zes miljoen uitgesproken woorden gedestilleerd, meldt Churchill At War bij aanvang trots. Die hebben, zo nodig met kunstmatige intelligentie omgezet in audio, hun weg gevonden naar een narratief over een geboren leider met een vooruitziende blik: hij herkende al heel vroeg het gevaar van Adolf Hitler, muntte de term ‘Het IJzeren Gordijn’ en had wellicht zelfs voorzien, of erop gespeculeerd, dat hij zelf postuum alleen nog maar aan belang zou winnen.

Home Game

Cinema Delicatessen

‘Lidija kan zich niet voorstellen dat haar wereld zou kunnen verdwijnen’, vertelt Lidija Zelovic in de persoonlijke documentaire Home Game (94 min), in de derde persoon, over haar vroegere zelf. ‘Dat oorlog ook haar kan overkomen. Dus zelfs als ze zelf de oorlog aankondigt, heeft ze dat niet door.’ 

‘In Bonn wordt de erkenning van Slovenië en Kroatië geëist’, leest een jonge Zelovic vervolgens, begin jaren negentig, voor in een Joegoslavische nieuwsuitzending. ‘De Kroatische president Franjo Tudjman heeft de bewegingsvrijheid beperkt van alle mannen tussen achttien en zestig jaar oud’, zegt ze in een ander journaal. Gevolgd door, in alweer een uitzending: ‘Rond één uur vannacht heeft er een schietpartij plaatsgevonden in Pakrac. Het mortiervuur duurde tot half acht in de ochtend. Tientallen gebouwen werden geraakt. De watertoevoer is afgesloten.’

En dan is die oorlog inderdaad begonnen. Joegoslavië, bijna dertig jaar bijeengehouden door de almachtige leider Josep Tito, spat uiteen. Ideeën over broederschap, eenheid en multiculturalisme sterven een pijnlijke dood. ‘De ander’ wordt voortaan beschouwd als een gevaar. Lidija Zelovic vlucht uiteindelijk van Sarajevo naar Nederland en bouwt daar als jonge vrouw een nieuw bestaan op. Haar familieleden volgen enkele jaren later. Samen met hen maakt ze in de egodocu My Own Private War (2015) de balans op van wat die oorlog in hun levens heeft aangericht.

Negen jaar later zijn er opnieuw belangrijke bijrollen voor Zelovic’s ouders Vojo en Vesna, haar broer Davor en zoon Sergej in Lidija’s nieuwe film over het leven dat ze nu al ruim dertig jaar leidt in Nederland, een land van rust, orde en harmonie. ‘Wat een ongelooflijk geluk dat ik hier terecht ben gekomen!’ constateert ze eerst nog, om later tot de conclusie te komen dat ze hier altijd ‘een vluchteling’ blijft. Intussen raakt ook dat gelijkmatige Nederland op drift. In het land dat van polderen z’n tweede natuur had gemaakt begint het te rommelen, donderen en bliksemen. 

Bij haar eigen familie, die aan den lijve heeft ondervonden hoe alsmaar oplopende polarisatie kan uitmonden in oorlog, komen de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, de opkomst van Geert Wilders en het Toeslagenschandaal extra hard binnen. En Lidija heeft altijd een camera bij de hand om haar eigen bespiegelingen, de gesprekjes met haar opgroeiende zoon en de discussies binnen de familie vast te leggen. Zelf is ze er bepaald niet gerust op. ‘Hier gaat het niet escaleren’, herhaalt Lidija in een krachtige scène tegen zichzelf. ‘Hier gaat het niet escaleren.’

Home Game is behalve een zelfportret van een vrouw die de zwartgeblakerde ziel van haar moederland met zich meedraagt ook een film over twee werelden. Die zijn bij de Zelovicen volledig met elkaar versmolten geraakt. Terwijl ze gezamenlijk naar voetbalwedstrijden van Ajax kijken, discussiëren ze ongemeen fel over de Bosnische aanvaller Edin Džeko. Tijdens een trip naar haar geboorteland ontspant moeder Vesna zich met het Nederlandse televisieprogramma We Zijn Er Bijna. En Lidija’s broer Davor galmt thuis al z’n emoties eruit bij een levenslied van André Hazes.

Tegelijkertijd maakt deze film tastbaar hoe ze stuk voor stuk de herinnering aan het voormalige Joegoslavië met zich meedragen – en de waarschuwing die daarvan uitgaat. Welvaart en voorspoed mogen nooit vanzelfsprekend worden. ‘Mijn beste kinderen, als alles in je leven prachtig lijkt, doe dan een steen in je schoen’, zei Lidija’s grootmoeder, die zelf twee wereldoorlogen overleefde, vroeger tegen haar. ‘Zodat er iets is dat je dwarszit.’ Ze moesten er altijd en overal op voorbereid zijn dat het dak van de wereld met donderend geraas naar beneden zou kunnen komen.

Daarmee doet Home Game ook onvermijdelijk nadenken over Nederland. Kan het ook hier zo gaan? Dat de oorlog in feite al is aangekondigd, zonder dat iemand ‘t echt doorheeft?

Favoriten

Cinema Delicatessen

De vaders zijn bouwvakker, brengen pakketjes rond of werken in een pizzeria. En hun moeders zijn meestal huisvrouw – en opvallend vaak zwanger. De kinderen van Juf Ilkay komen van heinde en verre, zijn uiteindelijk aanbeland in de Weense multiculturele wijk Favoriten (118 min.) en worden nu, op een school die voortdurend kampt met een lerarentekort, voorbereid op het leven in Oostenrijk.

Thuis wordt er vaak een vreemde taal gesproken. Op dat gebied ligt er dus een schone taak voor Ilkay Idiskut in deze observerende documentaire van Ruth Beckermann. De bevlogen leerkracht, zelf Turks van oorsprong, neemt haar taak ruim. Ze bespreekt met haar kinderen bijvoorbeeld ook de oorlogen in Syrië en Oekraïne, het belang van autonomie en wie er bij hen thuis eigenlijk de baas is.

Ilkay laat de kinderen tevens zelf filmen en elkaar interviewen. Zo geven ze inzicht in wat er in hen omgaat en wat ze belangrijk vinden. Enkele jongens praten bijvoorbeeld met elkaar over de verschillen tussen cultuur en religie en het land waar ze later het liefst willen wonen. Anderen vragen de juf het hemd van het lijf: die is begin dertig, houdt van wandelen, shoppen en films en stamt uit een familie van leraren.

Verder veroorlooft Beckermann zich geen strapatsen in deze sobere film – geen virtuoos camera- of montagewerk, interviews of muziek bijvoorbeeld – waarin ze drie jaar lang simpelweg de bal volgt: hoe een pittige lerares de aan haar toevertrouwde kinderen, die stuk voor stuk met een achterstand aan de basisschool zijn begonnen, klaar probeert te stomen voor de middelbare school – en het leven.

Gezamenlijk brengen ze ook een bezoek aan de plaatselijke moskee, waar Mohammed, kind van een imam, voor mag gaan in het gebed. In de Stephansdom vermeldt de dienstdoende priester even later dat de kathedraal nochtans van alle inwoners van Wenen is, zelfs van hen. Na afloop herinneren sommige leerlingen zich echter vooral de hamburger die ze bij McDonald’s hebben gegeten.

Ilkay Idiskut – een geestverwant van Kiet Engels, Herr Bachmann en Georges Lopez – heeft duidelijk hart voor haar kinderen, maar bakt geen zoete broodjes. Ze stelt hoge eisen aan hen, grijpt kordaat in als er ruzie is en spreekt zonder meel in de mond tijdens (ouder)gesprekken. Voor volwassenen die zich willen handhaven in de hedendaagse samenleving, bestaan er nu eenmaal geen smoesjes.

Alleen als het afscheid is gekomen en ze afstand moet doen van ‘haar kinderen’, breekt ze even – en zij niet alleen, natuurlijk. De aandoenlijke scène vormt het emotionele hoogtepunt van een doeltreffende film over de kracht van onderwijs. En dat staat of valt toch vaak met de man of vrouw voor de klas. De kinderen van Juf Ilkay hadden ’t duidelijk een stuk slechter kunnen treffen.

Of Caravan And The Dogs

de redactie van Novaya Gazeta / Rise And Shine

Het is geen nieuw verhaal, maar al zo oud als Methusalem. Elk autocratisch regime draait vroeg of laat de vrijheid van meningsuiting de nek om. In Poetins Rusland is dat proces natuurlijk al heel lang aan de gang, maar de aangekondigde aanval op Oekraïne brengt dit proces begin 2022 nog eens in een stroomversnelling.

Hoofdredacteur Dmitri Moeratov van Novaya Gazeta heeft z’n Nobelprijs voor de Vrede in 2021 nauwelijks in ontvangst genomen of ook zijn krant krijgt steeds nadrukkelijker de duimschroeven aangedraaid in Of Caravan And The Dogs (89 min.). Hij had daar in zijn speech al op gezinspeeld: de honden, ofwel de onafhankelijke media, kunnen blaffen wat ze willen, de karavaan trekt verder. Te beginnen op 24 februari 2022, Oekraïne in.

Het Russische agentschap Roskomnadzor begint zich dan steeds nadrukkelijker te bemoeien met hoe onafhankelijke media zoals ook de radiozender Echo Of Moscow en het tv-station Dozhd berichten over de oorlog. Die mogen zich alleen baseren op officiële Russische bronnen en moeten voortaan elk woord op een goudschaaltje leggen. Zo wil het regime bijvoorbeeld niet dat ze de benaming ‘oorlog gebruiken.

Regisseur Askold Kurov en een collega die zich Anonymous1 noemt kijken achter de schermen mee, waar zowel de redacties als geheel als de individuele journalisten moeten kiezen tussen ‘fight’ or ‘flight’ omdat ‘freeze’, de oorlog proberen uit te zitten, steeds minder tot de mogelijkheden lijkt te behoren. De situatie vraagt om moed, onverzettelijkheid en galgenhumor – en dwingt hen soms bijna om eieren voor hun geld te kiezen.

Ook de mensenrechtenorganisatie Memorial, die zich bezighoudt met het in kaart brengen van burgerrechtenschendingen tijdens het communistische bewind in de Sovjet-Unie, wordt het leven langzaam maar zeker onmogelijk gemaakt. Enkele uren nadat Yan Rachinski op 10 december 2022 de volgende Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst heeft genomen namens Memorial, wordt zijn organisatie verder ontmanteld.

‘Één ding zit ons dwars’, zegt Rachinski tijdens de uitreiking. ‘Heeft Memorial de Nobelprijs voor de Vrede eigenlijk wel verdiend?’ Want hoewel ze hebben geprobeerd om misdaden uit heden en verleden te documenteren, is het hen niet gelukt om ‘de catastrofe van 24 februari’ af te wenden. Hij ziet de prijs dan ook niet als een beloning voor geleverde diensten, maar als een vooruitbetaling op wat ze nog gaan doen.

Dat is een loffelijk streven, maar de realiteit stemt vooralsnog weinig hoopvol. Memorial is het werken onmogelijk gemaakt. Dmitri Moeratov en Alexei Venediktov, de onverzettelijke hoofdredacteur van Echo Of Moscow, zijn inmiddels bestempeld als ‘buitenlandse agent’. En Dozhd, ofwel Rain TV, is tot ‘ongewenst’ verklaard in eigen land. Intussen krijgt die catastrofe in Oekraïne steeds weer nieuwe dimensies.

Het tragische verhaal van de onafhankelijke Russische journalistiek heeft in de afgelopen jaren overigens al zijn weg gevonden naar diverse documentaires. Dmitri Moeratovs strijd voor de persvrijheid is bijvoorbeeld verteld in The Price Of Truth, de problemen van Memorial worden uitvoerig belicht in The Dmitriev Affair en de ontwikkeling van de televisiezender Dozhd en het persoonlijke verhaal van voorvrouw Nastasha Sindeeva staan centraal in F@ck This Job.

Ukraine: Enemy In The Woods

BBC

Het bos doorkruisen kan een helletocht worden. De 99 Oekraïense militairen van het Berlingo Bataljon, belast met het beschermen van een strategisch gelegen spoorlijn bij het Kupiansk-bos, worden onder vuur genomen, moeten langs landmijnen slalommen, kunnen achtervolgd worden door drones, ontwijken inslaande granaten en stappen ondertussen over dode Russen.

Eenmaal aangekomen in hun loopgraaf of op hun uitvalsbasis, na een barre tocht door de sneeuw of regen, is het gevaar nog altijd niet geweken. De vijand kan altijd en overal toeslaan. Zoals zij zelf ook proberen te doen, bijvoorbeeld met drones. Zo’n aanval, waarbij ze zelf meekijken, via een beeldscherm, lijkt verdacht veel op een schietgame. En dan helpt ‘t als je het doelwit niet als een individu, als mens, beschouwt.

In de grimmige documentaire Ukraine: Enemy In The Woods (59 min.) volgt Jamie Roberts het infanteriebataljon eind 2023 tijdens een zeven weekse missie aan het oostfront, waar ze het Russische leger proberen weg te houden bij de spoorlijn, die de vijand toegang zou verschaffen tot de rest van het land. Een belangrijk deel van de beelden in deze film is afkomstig van bodycams van de Oekraïense militairen.

Dit is een weerslag van hoe zij de strijd beleven. Al die mannen aan de andere kant van de frontlinie blijven gezichtsloze vijanden – die dus in de pan mogen, móeten, worden gehakt. ‘We doden een heleboel Orks’, zegt commandant Dmytro, terwijl hij de schermutselingen via een monitor volgt. ‘We doden er duizend. En dan sturen ze gewoon weer duizend andere.’ Dmytro geniet ervan als hij ‘hun vlees’ ziet vliegen.

‘The best job ever!’ zeggen ze ook in een cynische bui tegen elkaar, vrij naar Brad Pitts personage Doc Collier in de speelfilm Fury. Het lijkt de enige manier om ook mentaal te overleven. Want steeds weer is er nieuw verlies om te verstouwen. In een bedompte opslagruimte liggen op een vormeloze hoop de spullen van de mannen die hen onlangs zijn ontvallen. De Oekraïense militairen worden er hard, bitter en wraakzuchtig van.

‘Iedereen vecht voor z’n kinderen, voor de toekomst’, stelt de jonge genezerik Natalia, de enige vrouw in het gezelschap. ‘Zodat we in een vrij land kunnen leven.’ Die droom willen ze koste wat het kost levend houden, blijkt uit de terugblikinterviews waarmee Roberts de gevechtsacties, opgeleverd met een continu dreigende en stuwende soundtrack, inkadert. En ‘die homo’s’ – nee, subtiel gaat ’t er niet aan toe – moeten verjaagd worden.

En dan zit hun missie erop. Na zeven weken roteert het Berlingo Bataljon weer uit. Van de 99 soldaten die het bos zijn ingegaan, blijven er tien achter.

Intercepted

IDFA

Een desolaat shot van een verlaten klaslokaal. De ruit is kapot, er liggen allerlei spullen op de grond en zowel de leerkracht als alle kinderen lijken al een tijdje verdwenen. Iets of iemand heeft hier huisgehouden. Tegelijkertijd klinkt een telefoongesprek. Een Russische militair vertelt aan zijn geliefde wat hun dochtertje Liza hem heeft voorgesteld: dood alstjeblieft snel alle Oekraïners en kom dan naar huis. Ze moeten er allebei om grinniken. En zij is ‘t eerlijk gezegd wel met de kleine Liza eens.

Terwijl regisseur Oksana Karpovych haar camera in Intercepted (93 min.) richt op de ravage die het Russische leger in buurland Oekraïne heeft veroorzaakt, met stillevens en rijders, of juist in beeld brengt hoe de bevolking van dat land de draad van het leven, ogenschijnlijk onverstoorbaar, toch weer oppikt, zijn er flarden van telefoongesprekken van Russische soldaten met hun thuisfront te horen. Zonder dat ze hun precieze positie mogen prijsgeven, praten ze hun moeders, zussen of vrouwen bij over de oorlog.

Het gaat om telefoongesprekken uit de periode van maart tot en met november 2022, die door de Oekraïense geheime dienst zijn onderschept en vervolgens online werden geplaatst. Ze tonen de achterkant van de Russische inval: de vooroordelen van militairen en hun verwanten over Oekraïners, de woede ook richting hen en hun eigen beleving van de oorlog, die ook hun levens helemaal op z’n kop heeft gezet. Onder elkaar spreken ze openhartig, zonder meel in de mond, over al wat in hen opkomt.

De chemie, humor en vertrouwelijkheid tussen twee mensen versus de afstandelijke blik waarmee de oorlogsschade wordt opgenomen. De achteloosheid waarmee soms over plunderen, marteling en moord wordt gesproken tegenover de totale ontmanteling van een wereld en het volk dat desondanks, in weerwil van alle angst, somberte en gevaren, stug doorgaat met leven. Karpovych schetst een navrant beeld van een oorlog die écht geen overwinnaar op lijkt te kunnen leveren.

Alles Goed

Mokum

De oudere vrouw begint direct te huilen als ze haar kamer voor het eerst te zien krijgt. ‘Ik wil naar huis’, zegt ze geëmotioneerd en steekt vervolgens haar duim op naar de camera. Oké, klaar. Een andere vrouw pinkt, turend op haar telefoon, een traantje weg op haar kamer. Alles Goed (114 min.), zegt ze tegen zichzelf en tegen Petra Czisch-Lataster en Peter Lataster, de filmmakers die meekijken terwijl zij, Oekraïense vluchtelingen, hun intrek nemen in een nieuwe opvangplek te Weesp.

Het gaat voornamelijk om (oudere) vrouwen en kinderen, de mannen zijn doorgaans achtergebleven in eigen land. Vaders, zoons, broers en ooms. Dood of levend. Zonder hen moeten de Oekraïners in den vreemde een tijdelijk thuis inrichten. Bij aankomst in Weesp, de start van deze observerende film, beginnen ze direct met het zich eigen maken van de kamer die hen is toebedeeld. Zodat die – al is ‘t maar voor even – hún plek wordt. Om stil te zijn, even tot zichzelf te komen of te rouwen.

Het echtpaar Lataster toont hen zonder opsmuk, met veel oog voor de kleine menselijke momentjes. Als makers hebben zij allang aangetoond dat ze in staat zijn om zich klein te maken, zodat hun hoofdpersonen alle ruimte hebben om zichzelf te zijn. Kletsend, knuffelend met een huisdier of samen copieuze gerechten – en lol – makend in de keuken. Tussendoor laten ze hen ook, buiten beeld, aan het woord over de vervloekte oorlog, die de Russen enkele jaren geleden zijn begonnen in hun vaderland.

Alles goed, die boodschap klinkt soms ook vanuit Oekraïne, maar de goede verstaander weet wat daarvan de bedoeling is: het thuisfront, noodgedwongen naar het buitenland uitgeweken, gerust proberen te stellen. Terwijl de bewoners in deze kalme film samen een soort samengestelde familie beginnen te vormen, die zich opmaakt voor het jaarlijkse kerstfeest, blijven ze op de hoogte van wat er zich afspeelt in hun en ons land – het asieldebat en de verkiezingswinst van de PVV bijvoorbeeld.

Intussen vinden Peter en Petra Lataster symboliek in het alledaagse: het jongetje dat op een klein fietsje rondjes draait op een binnenplaats, een verminkte kat die naar de kerstboom strompelt en hoe Nederlandse ingrediënten in een Oekraïense lekkernij verdwijnen. Het zijn scènes die illustreren hoe het leven elders, uiteindelijk, gewoon doorgaat en toch altijd nét iets anders blijft dan echt thuis. Een simpele constatering die nog eens wordt benadrukt in de aangrijpende climax van deze film.

Over het thuisgevoel in tijden van oorlog – en als dat is verdwenen.

Soundtrack To A Coup D’Etat

Imagine

Drie dagen voordat de onafhankelijkheid van de Belgische kolonie Congo wordt uitgeroepen op 30 juni 1960, privatiseert België nog gauw Union Minière, het mijnbedrijf dat wordt beschouwd als de motor van Congo’s economie. Patrice Lumumba, de eerste premier van het Afrikaanse land, houdt bij de officiële onafhankelijkheidsceremonie, ten overstaan van de Belgische koning Boudewijn, een vlammende speech over de spot, beledigingen en slaag die zijn volk heeft moeten doorstaan. ‘Omdat we n***** waren.’ Ruim een half jaar later is hij dood, vermoord onder nooit helemaal opgehelderde omstandigheden.

Om westerse economische belangen, in de vorm van Congo’s grondstoffen, te beschermen en geen land te verliezen in de Koude Oorlog met de communistische aartsrivaal, de Sovjet-Unie, probeert de Amerikaanse buitenlandse veiligheidsdienst CIA dan al enige tijd de onafhankelijkheidsstrijd van Congo te beïnvloeden. De Amerikanen willen de lastpost Lumumba neutraliseren en sluiten daarom al snel een geheime alliantie met zijn rivaal Joseph-Désiré Mobutu. Die zal vanaf 1965 ruim dertig jaar aan de macht zijn in het Afrikaanse land, dat dan op zijn gezag voortaan Zaïre wordt genoemd.

In Soundtrack To A Coup D’Etat (150 min.) paart documentairemaker Johan Grimonprez deze onverkwikkelijke geschiedenis aan de muziek van Amerikaanse jazzgrootheden zoals Dizzy Gillespie, Louis Armstrong, Duke Ellington, Nina Simone en Thelonious Monk. Zij vormen een brug naar de strijd die Malcolm X in die tijd voert om de maatschappelijke positie van Afro-Amerikanen te verbeteren. Die voelen zich op hun beurt gesteund door de ontwikkelingen in Afrika, dat zich lijkt te ontwikkelen tot een United States Of Africa waar zwarte mensen over hun eigen lot mogen beschikken.

Intussen worden Armstrong en zijn muzikale begeleiders in 1960 letterlijk op tournee naar Congo gestuurd als de spanningen daar hoog oplopen. Louis Armstrong voelt zich naderhand misbruikt in de strategische oorlogsvoering om Congo. Hij is ingezet als een bliksemafleider, om de aandacht weg te houden bij de machinaties van de Amerikaanse veiligheidsdiensten en om de Congolese bevolking gunstig te stemmen over de Verenigde Staten. Na afloop dreigt de vermaarde zanger, trompettist en bandleider zelfs om zijn Amerikaans staatsburgerschap in te leveren en te emigreren naar Ghana.

Grimonprez vervat al deze verwikkelingen in een soepele stroom van krantenkoppen, nieuwsbeelden, interviewfragmenten en citaten, waaronder voorgelezen fragmenten uit de boeken My Country, Africa van de Afrikaanse feministe Andrée Blouin, Congo Inc. van de Congolese schrijver In Koli Jean Bofane en To Katanga And Back van de speciale afgevaardigde van de Verenigde Naties voor Congo, Conor Cruise O’Brien. Zo ontstaat een uitstekend gedocumenteerde reconstructie van een staatsgreep, die ruim zestig jaar later nog altijd doorwerkt in het hedendaagse Congo.

Dampende jazzperformances geven de film een emotionele onderlaag, zorgen voor een soms broodnodig intermezzo of fungeren als slagroom op de lang niet altijd smakelijke taart in deze lange, maar zeer knap gemaakte film over een cruciale gebeurtenis in de recente Afrikaanse historie, die één van de lelijkste kanten van de Koude Oorlog blootlegt.

Shadow World: Inside The Global Arms Trade

Dillywood / Louverture Films

‘Er zijn maar twee dingen die ertoe doen in de business: geld en seks’, stelt Riccardo Privitera van Talisman Europe Ltd. ‘De rest is onzin.’ De handelaar in wapens en militaire uitrusting zit niet om oneliners verlegen in Shadow World: Inside The Global Arms Trade (94 min.), een ontluisterend exposé over het zogenaamde militair-industrieel complex. ‘Politici zijn net prostituees’, stelt hij bijvoorbeeld unverfroren. ‘Alleen véél duurder.’

Het is een idee dat documentairemaker Johan Grimonprez verder uitwerkt in deze essayistische film uit 2016, die is gebaseerd op een boek van Andrew Feinstein over de verwevenheid van politiek en wapenindustrie. Die komt pijnlijk duidelijk naar voren in de jaren tachtig als de Amerikaanse president Ronald Reagan en de Britse premier Margaret Thatcher weliswaar met de mond belijden dat ze tegen terrorisme zijn, maar in werkelijkheid dubieuze wapendeals sluiten met de Saudi’s. En daarbij moet dan, onder de tafel, stevig worden betaald voor ‘consultancydiensten’. Ofwel: smeergeld.

Grimonprez belandt vervolgens bij een fragment van Reagan en Thatchers inspiratiebron: de econoom Milton Friedman. ‘Wat is hebzucht?’ houdt de eminente pleitbezorger van het ongebreidelde kapitalisme zijn gehoor voor bij een openbaar interview. ‘Wij zijn zélf natuurlijk niet hebberig’, zegt hij lachend. ‘Dat zijn al die anderen. De wereld draait nu eenmaal om allerlei individuen die hun eigen belang najagen.’ En als je die gedachte maar ver genoeg doortrekt, kan het idee van ‘nooit meer oorlog’ uitmonden in een permanente oorlog, waar Jan en alleman z’n voordeel mee doet.

Doordat we hebzucht tot het leidende principe van onze samenleving hebben gemaakt, stelt de Indiase historicus Vijay Prashad, gaat de wereld kapot. Leiders die een groot deel van hun budget willen besteden aan wapens en defensie maken in zijn ogen een morele keuze. ‘Militarisme is belangrijker dan het welzijn van de bevolking.’ Dit uitgangspunt wordt in deze docu van talloze gezichten voorzien. Van Bandar bin Sultan bijvoorbeeld, de Saudische prins die als oliemannetje fungeert bij talloze schimmige wapendeals, waarbij nogal eens wat aan de strijkstok blijft hangen.

Of de hautaine blik van de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld. Hij wordt beschouwd als de architect van de Irak-oorlog die president George W. Bush in 2003 startte. Als er beelden van een zakelijk onderonsje tussen Rumsfeld en de Iraakse leider Saddam Hoessein van enkele jaren eerder worden getoond in een tv-programma, reageert hij als door een adder gebeten. ‘Waar heb je deze beelden vandaan?’ bijt hij de interviewer toe. ‘Van de Iraakse televisie zeker?’ Dit hebben we uit ons eigen archief gehaald, reageert die rustig. Rumsfeld: ‘Goh, wat toevallig! Daar zit ik dan…’

Dick Cheney, vicepresident van diezelfde Bush, is eveneens een icoon geworden van de vermenging van business en eh…, ja, oorlog. Hij maakte diverse keren gebruik van de draaideur tussen de Amerikaanse overheid en de wapenindustrie en kon, toen er weer strijd moest worden geleverd, zijn voormalige werkgever Halliburton dus allerlei lucratieve opdrachten toespelen. Het is, kortom, niet moeilijk om cynisch te worden van Shadow World, dat met kritische journalisten zoals Robert Fisk, Jeremy Scahill en Chris Hedges de strijd optekent van privilege en macht tegen gerechtigheid en waarheid.

Een episch gevecht, waarbij alleen meestal de bevoorrechte enkeling wint – en de rest maar blijft verliezen.