Memory

Vladlena Sandu / Cinema Delicatessen

Ze wordt geboren op de Krim, in Oekraïne, maar verhuist als kind naar Grozny, de hoofdstad van Tsjetsjenië. Daar wordt Vladlena Sandu, de maakster van de prachtige persoonlijke documentaire Memory (98 min.), opgewacht door haar opa, een zwijgzame man met ‘drie vingers aan de ene hand en vier aan de andere’, die haar al snel het bloed onder de nagels vandaan haalt. Met een tik op haar hand bijvoorbeeld, als ze met links probeert te schrijven en tekenen.

Het meisje komt terecht in een roestvrijstalen wereld. Haar naam is daar in zekere zin een afspiegeling van. Vladlena, vertelt Sandu in de bezonken voice-over waarmee ze deze ravissant vormgegeven vertelling aanstuurt, is een samentrekking van Vladimir en Lenin. De stamvader van het Russische communisme wordt, in wat achteraf bezien de laatste jaren van de Sovjet-Unie blijken te zijn, in het huis van haar grootouders nog beschouwd als een godheid – al moet je in die wereld tegelijkertijd heel voorzichtig zijn met het uiten van religieuze sentimenten.

Haar nurkse opa Mikhail Alexandrovich vindt Vladlena in elk geval een belachelijke naam. ‘Alleen een junk zou zijn kind zo noemen.’ Daarmee refereert hij aan Sandu’s ouders, hun acterende dochter en de deejay, waarmee die is getrouwd. Zij hebben het meisje na hun echtscheiding naar Tsjetsjenië gestuurd. Als Vladlena’s moeder daar op bezoek komt, zuipt (groot)vader zich klem en schreeuwt: ‘Mijn huis uit, slet!’ Waarna zijn kleindochter, de regisseur van deze virtuoze trip door het verleden, alleen maar kan denken: ‘Ik háát Mikhail Alexandrovich.’

Toch is dat niet het hele verhaal: opa heeft zijn eigen geschiedenis. Terwijl Vladlena Sandu haar eigen jeugd uitdiept, die wordt getekend door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aan het begin van de jaren negentig en de bittere oorlog die vervolgens ontstaat tussen de Russen en Tsjetsjenen, duikt ze tevens in de geschiedenis van haar gewraakte grootvader, een man die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Rode leger diende en uiteindelijk niet geheel schadevrij in een ziekenhuis in Grozny is beland. Waar een plaatselijke schone, Vladlena’s oma, op hem wachtte.

Sandu verzamelt de brokstukken van deze twee onderling verweven levensverhalen en bouwt daarmee een even gestileerde als hartveroverende narratief. Met actrices die haar vroegere zelf representeren, vrijelijk te manipuleren barbiepoppen, een levensgrote versie van King Kong en allerlei andere theatrale attributen, alsmede persoonlijke parafernalia, privévideo’s en nieuwsbeelden, creëert ze het ene na het andere onvergetelijke tafereel, dat met die onderkoelde stem en een zeer uitgesproken muziekkeuze verder wordt ingekleurd.

De verbeelding staat daarbij volledig in dienst van Sandu’s geheugen, dat met behulp van meisjes met grote ogen zoals zij zelf ooit was een archaïsche, potdichte, wrede en toch ook beeldschone wereld blootlegt. En met haar familiehistorie roept ze weer de grotere geschiedenis op van het einde van de Sovjet-Unie en de oorlog die vervolgens tien jaar woedde in Tsjetsjenië en daar bijna 450.000 dodelijke slachtoffers maakte en een half miljoen mensen op de vlucht joeg. Het is een verhaal dat de verrukte kijker achterlaat met méér indrukken dan het geheugen aankan.

Een film om nog eens te bekijken dus – en nog eens.

Paikar

Baldr

‘Verhuizen naar een veiligere plek is geen ontsnapping aan de omstandigheden’, constateert Dawood Hilmandi aan het einde van deze zeer persoonlijke film. ‘Het is een strijd om te overleven. Misschien is in leven blijven mijn enige daad van verzet, in een tijd waarin het leven goedkoop is.’

Die sombere conclusie is de slotsom van een geladen zoektocht naar verbinding. Met het land van zijn geboorte (Afghanistan), het land waar hij opgroeide (Iran) en het land waar hij tegenwoordig woonachtig is (Nederland). En met zijn familie, die verspreid is geraakt over de hele wereld. Zijn autoritaire vader Mohammad Yousef Amin Hilmandi, kortweg ‘Baba’ genoemd, in het bijzonder.

Een man met een onbuigzaam karakter. Ooit een bekende strijder en commandant van de Moedjahedien, inmiddels schrijver en geestelijke. Met Dawoods moeder, zijn derde vrouw, heeft Baba zeven kinderen. En veertien in totaal. Hij is geen gemakkelijke vader. Als zijn zoon hem na een tragisch verlies in de familie opzoekt in zijn huidige thuisbasis Iran, zit hij bepaald niet te wachten op moeilijke vragen.

Paikar (97 min.) – ofwel: krijger – zet echter door. Dawood wil Baba dwingen tot reflectie. Contact. Nabijheid. De hardvochtige oude man laat zich alleen niet zomaar ontdooien. ‘Ik zag onderdrukking en tirannie en hoorde vloeken vanaf mijn vroegste kinderjaren totdat ik een jonge man was met een baard en snor’, legt ie uit. Ofwel: hij weet niet beter, kan niet anders en wil dat ook helemaal niet.

Baba laat zich uiteindelijk wel verleiden tot een reis naar hun land van herkomst. ‘Ik hield van dit land’, zegt Baba als ze door Afghanistan trekken. ‘Maar dit land heeft nooit van mij gehouden.’ Vader moet soms zelfs een hoofddoek omdoen, want dat land is nog altijd vol gevaren voor hem. Tegelijk is er wel degelijk toenadering tot zijn zoon. Samen bezoeken ze ook Dawoods geboortehuis in Qala-I-Naw. 

Daar krijgt vader zelf even de camera in de hand gedrukt. Hilmandi begeleidt de tocht die hij met hem aflegt, ook mentaal, verder met een poëtische, bijna gefluisterde voice-over. Zo overbrugt hij tevens de afstand tussen de verschillende verhaalelementen, vult andere scènes aan en zorgt voor houvast als Baba terugkeert naar Iran en z’n zoon met zijn moeder achterblijft in Afghanistan.

COVID-19 begint dan ook hun wereld in een ijzeren greep te krijgen en zet de afwikkeling van deze schrijnende film in gang. ‘Ik ben een zwerver geworden in deze wereld, Baba’, constateert Dawood Hilmandi dan. ‘Ik heb alleen de kracht niet om te vertrekken en ontbeer de wil om te blijven.’

Sanatorium

MetFilm / VPRO

Ondanks de oorlog blijven er gasten komen. Ooit, in de hoogtijdagen van het Sovjet-regime, kwamen er jaarlijks duizenden bezoekers naar het wellnesscentrum Kuyalnyk om een behandeling met de befaamde modder te krijgen, eens lekker uit te buiken of te herstellen van leed, gebreken of verwondingen. Tegenwoordig moet het Sanatorium (90 min.) in Odessa, aan de zuidkust van Oekraïne, tevreden zijn met een fractie daarvan. Ze proberen gewoon te overleven – niet in het minst omdat het luchtalarm nogal eens afgaat.

Als het zomerseizoen begint, staat het team van vaste medewerkers reeds klaar om ‘t de nieuwe gasten naar de zin te maken. Ze werken vaak al hun halve leven bij Kuyalnyk en zijn volledig vergroeid geraakt met hun job. Medisch Directeur Olena heeft bijvoorbeeld voor elk probleem een luisterend oor. Haar activiteitenleidster en naamgenoot organiseert na 35 jaar nog altijd enthousiast een tafeltennistoernooi, karaokeavond of disco. En Dimitriy, de brombeer aan het hoofd van de technische dienst, scheldt zijn medewerkers steevast aan het werk en maakt daarna weer net zo gemakkelijk een dolletje met hen.

De clientèle die zij ontvangen is al even kleurrijk. Een jonge choreografe bijvoorbeeld, die nu eindelijk eens zwanger hoopt te worden. Een gepensioneerde mijnwerker met psoriasis en veel vrije tijd. Een moeder en haar volwassen zoon die welhaast een Oekraïense variant op de Van Kooten & De Bie-typetjes Carla en Frank van Putten lijken. Een veteraan die herstelt van zijn tijd aan de frontlinie. En een oorlogsweduwe met de vraag hoe ze op haar leeftijd nog alleen verder kan. De Ierse documentairemaker Gar O’Rourke beziet hen in zijn tragikomische debuutfilm stuk voor stuk met een mengeling van compassie en ironie.

Via modderbaden, allerlei andere behandelingen en tijdloos vertier proberen zijn hoofdpersonen in het reine te komen met zichzelf, een nieuwe wending te geven aan hun leven of simpelweg geluk te vinden – al is troost soms ook meer dan genoeg. Dit resulteert in treffende scènes. Onverholen flirtende oudjes. Een bezonken schuifeldans op Careless Whisper. Of een gezamenlijk patriottisch lied op Onafhankelijkheidsdag. Het hersteloord uit lang vervlogen tijden, in al z’n lelijkheid heel fraai vereeuwigd, blijkt nog altijd een geschikte plek om mensen te helen en in tijden van nood een gevoel van saamhorigheid te kweken.

Armed Only With A Camera: The Life And Death Of Brent Renaud

HBO Max

‘Ik weet dat dit is wat Brent zou doen’, vertelt Craig Renaud terwijl hij zijn opgebaarde broer Brent filmt in z’n doodskist. ‘Ik weet dat Brent het altijd belangrijk vond om de realiteit van wat geweld en oorlog met mensen doen niet te verbergen. Ik weet dus dat hij zou willen dat ik dit film.’

Brent Renaud werd op 13 maart 2022 in de omgeving van de Oekraïense stad Kiev gedood door Russische soldaten. Zijn collega Juan Arredondo overleefde de aanval wel. In het ziekenhuis vertelt hij Craig geëmotioneerd hoe hij zijn broer tevergeefs heeft proberen te redden.

Behalve het documenteren van de dood en thuiskomst van zijn twee jaar oudere broer, met wie hij al zo’n twintig jaar documentaires maakt, wil Craig Renaud in de korte film Armed Only With A Camera: The Life And Death Of Brent Renaud (39 min.) tevens Brents leven vieren.

Als documentairemaker en oorlogsjournalist reisde Brent Renaud (1971-2022) samen met Craig, onder de noemer The Renaud Brothers, naar ramp- en conflictgebieden zoals Irak, Afghanistan, Honduras, Somalië en Haïti. Daar portretteerden ze mensen die werden getroffen door rampspoed.

Armed Only With A Camera is doorsneden met scènes van zulke gewone burgers. Rouwend om overleden geliefden, op de vlucht voor de wraak van bendes, natrillend van een terroristische aanslag, woest over een aanval op vrouwen en kinderen of verhongerend na een aardbeving.

Deze documentaire, waarin verder Brents autisme wel wordt aangestipt maar niet wordt uitgewerkt, is niet alleen bedoeld als een eerbetoon van Craig Renaud aan zijn oudere broer, maar als ode aan alle journalisten die hun leven wagen om belangrijke verhalen te vertellen.

Sinds Brent Renauds dood in 2022, meldt de docu in de aftiteling, zijn er elk jaar meer dan honderd journalisten gestorven tijdens de uitoefening van hun vak. Ze lijken steeds vaker te worden gezien als een legitiem doelwit. ‘Journalistiek is één van de gevaarlijkste beroepen ter wereld geworden.’

Mob War: Philadelphia Vs. The Mafia

Netflix

Ooit huldigde de nieuwe maffiabaas van Philadelphia, de Siciliaan John Stanfa, een eenvoudig parool: scoor geld, geen krantenkoppen. Toen hij en zijn getrouwen begin jaren negentig verzeild raakten in een strijd om de macht met de ‘young guns’ van Joey Merlino, ging echter elke vorm van rede overboord. De twee rivaliserende groepen begonnen te moorden. Op de ene brute afrekening volgde de andere. En op de andere weer…

‘Het lijkt wel The Godfather’, zegt maffioso Johnny Alite, die zelf overigens wel één van The Sopranos lijkt, als hij terugkijkt in Mob War: Philadelphia Vs. The Mafia (137 min.), een driedelige serie van regisseur Raissa Botterman en het team dat eerder vergelijkbare documentaireproducties zoals Fear City: New York Vs. The Mafia (2020) en Get Gotti (2023) afleverde. Gelikte georganiseerde misdaadseries die hun eigen rol spelen in de nog altijd voortdurende mythologisering van de maffia.

De mobsters die de bendeoorlog hebben overleefd kijken daar duidelijk met een zekere trots en zonder al te veel wroeging op terug. En ook de politieagenten, die met hen een duchtig partijtje Cops & Robbers speelden, halen graag herinneringen op aan de tijd dat ze de georganiseerde misdaad op de hielen zaten. Via afluisterapparatuur konden ze destijds bijvoorbeeld live horen hoe de mobsters in klare taal moordplannen smeedden, die daarna ook ten uitvoer werden gebracht.

Op die geluidsopnames wordt zelfs gesproken over ‘La Cosa Nostra’, terwijl de leden daarvan doorgaans bij hoog en bij laag bleven beweren dat deze illustere criminele organisatie helemaal niet bestond. Zo leverden de boeven zelf het bewijsmateriaal, waarmee ze later moesten worden veroordeeld. In die strijd kwamen in Philadelphia, de stad van ‘Brotherly Love’ ook de broers Ciancaglini tegenover elkaar te staan. De één streed voor Stanfa, de ander doodde voor Merlino.

Zulke wreedheden worden nu opgeroepen met sterke verhalen, straffe oneliners en volvette, zelfvoldane lachjes. Want niets brengt deze mannen van de wereld van hun stuk. Merlino zelf had naar verluidt een prijs op zijn hoofd staan: een half miljoen. ‘Voor een half miljoen dollar vermoord ik mezelf’, reageerde hij gevat tegenover een verslaggever. De gewetenloze killer John Veasey had ook geen scrupules. Toen ze hem polsten om Merlino uit de weg te ruimen, zei hij alleen: ‘Get me the gun.’

Intussen klinken hun verhalen ruim dertig jaar later maar al te vertrouwd. Afrekeningen in woonwijken? Moordmakelaars en huursoldaten? Of gerichte acties tegen familieleden van een kroongetuige? Ook Nederland kan er inmiddels over meepraten. En dan gaat de bravoure, waarmee patserige mobsters tamelijk onbekommerd herinneringen aan de maffiaoorlog in Philly opdissen, toch wat wringen.

1971

Maximum Pictures & Fork Films

Op maandag 8 maart bokst Muhammad Ali in de New Yorkse Madison Square Garden ‘The Fight Of The Century’ tegen Joe Frazier. 1971 (79 min.). Elders in de Verenigde Staten, in Media in de staat Pennsylvania om precies te zijn, vindt op die avond nóg een gevecht plaats. Om de waarheid.

Op maandagavond 8 maart 1971 komt namelijk ook The Citizens’ Commission To Investigate The FBI in actie. Een klein team van activisten breekt in bij een lokaal kantoor van J. Edgar Hoovers geliefde/gehate Federal Bureau of Investigation. De geheime informatie die zij buit maken leidt uiteindelijk tot het eerste officiële onderzoek van het Amerikaanse congres naar illegale activiteiten van de veiligheidsdiensten in 1975. J. Edgar Hoover (1895-1972), een bullebak die in totaal 37 jaar leiding gaf aan de FBI, is dan overigens al in het harnas gestorven.

In deze film van Johanna Hamilton uit 2014 treden de inbrekers voor het eerst uit de anonimiteit. Zij kwamen voort uit de anti-oorlogsbeweging. Ze waren woedend over de Amerikaanse acties in Vietnam, geschokt door de moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy in 1968 en bereid om over te schakelen op clandestiene acties. De FBI voerde al jaren een vuile oorlog tegen alles wat Hoover als on-Amerikaans beschouwt en was dus een ideaal doelwit voor de operatie, die in het diepste geheim werd voorbereid en uitgevoerd (en hier met acteurs wordt gereconstrueerd).

Zo werd voor het eerst zichtbaar, voor iedereen die ‘ t wilde zien, hoe de FBI als sterke arm fungeerde voor een nietsontziende directeur die al decennia boven de wet stond. En als het hem beliefde, wilde Hoover ook best optreden als de ‘attack dog’ van een wraakzuchtige leider zoals Richard Nixon. De toenmalige president zou ruim een jaar later overigens ook betrokken zijn bij een geruchtmakende inbraak: op 17 juni 1972, in het Watergate-gebouw. En die zorgde ervoor dat hij als eerste president in de Amerikaanse geschiedenis in 1974 moest aftreden.

Ze bedoelden ‘t goed, constateert Media-inbreker Bob Williamson ruim veertig jaar na The Citizens’ Commission, maar hebben ook bijgedragen aan het toegenomen cynisme in hun land. De kinderen van John en Bonnie Raines verbazen zich er dan weer over dat hun ouders destijds zo’n risico namen, ook met hún toekomst. Toen collega-activist Keith Forsyth kinderen kreeg, verdween het sterke verhaal over dat FBI-kantoor juist naar de achtergrond. Totdat hij zag dat het leven van hun grote inspirator, de befaamde natuurkundige en vredesactivist Bill Davidon, naar z’n einde liep.

Vóór zijn dood moest het verhaal over het échte gevecht van maandagavond 8 maart 1971 naar buiten worden gebracht. En dat was niet hoe Bill Frazier tijdens een epische match in Madison Square Garden Muhammad Ali versloeg.

The World According To Dick Cheney

Showtime

Het hele lijstje vragen wordt zonder problemen afgewikkeld. Zijn belangrijkste karaktereigenschap? Integriteit. Wat hij het meest waardeert in vrienden? Eerlijkheid. Zijn favoriete eten? Spaghetti. En dan valt ie toch even stil, de man die alles zo zeker weet. Bij de vraag wat zijn grootste fout is. ‘Daar denk ik eerlijk gezegd niet zoveel over na, moet ik eerlijk bekennen.’ En dan kan The World According To Dick Cheney (109 min.) daadwerkelijk van start.

Iedereen die vluchtig aan ‘de machtigste vicepresident die de Verenigde Staten ooit hadden’ denkt, roept bij die vraag waarschijnlijk meteen: de Amerikaanse inval in Irak. De respons van president George W. Bush op de terroristische aanslagen van 11 september 2001 – naar verluidt ingefluisterd door Dick Cheney en minister van Defensie Donald Rumsfeld, die nog een appeltje hadden te schillen met de Iraakse leider Saddam Hoessein – liep uit op een bloedige oorlog.

Gedrieën zouden ze zich ontwikkelen tot de kop van Jut voor links Amerika, de hardliners die hun land in alwéér een nodeloze oorlog hadden gestort, op basis van nepbewijs rond Hoesseins vermeende ‘weapons of mass destruction’. Intussen hadden ze in de Iraakse gevangenis Abu Ghraib en het strafkamp Guantanamo Bay ook nog alle mogelijke mensenrechten geschonden bij krijgsgevangenen. ‘Het was belangrijker om succesvol te zijn dan geliefd’, zegt Cheney over de periode na 911.

Op die turbulente jaren ligt vanzelfsprekend ook de nadruk in deze gedegen film van R.J. Cutler (A Perfect CandidateBelushi en Billie Eilish: The World’s A Little Blurry) uit 2013, waarin behalve de Republikeinse mastodont zelf ook zijn vrouw Lynne, enkele politieke vertrouwelingen en gezaghebbende duiders zoals Bob Woodward, Ron Suskind en Jo Becker aan het woord komen. Zij schetsen een politieke loopbaan waarin het doel vrijwel altijd de middelen lijkt te rechtvaardigen.

En ook zijn trouwe vriend Don Rumsfeld ontbreekt niet in dit politieke portret, waarvoor acteur Dennis Haysbert als verteller fungeert. Zij trokken al samen op in de regering van Richard Nixon, vormden later de zogeheten ‘Praetorian Guard’ van diens opvolger Gerald Ford (die tijdens het beschermen van de president zelf ook aanzienlijke macht verwierf) en fungeerden als kloppend hart van het kabinet van George W. Bush, dat hen tot Amerika’s meest gehate mannen zou maken.

In de halve eeuw voordat Donald Trump de macht greep in zijn partij speelde Dick Cheney (1941-2025) eigenlijk bij elke afzonderlijke Republikeinse regering een sleutelrol. En tussendoor was hij ook nog enkele jaren CEO van de oliegigant Halliburton. Een man met macht, statuur en tegenstanders. Het vertrouwde gezicht van (oer)conservatief Amerika, dat zelf vast ook niet had kunnen bedenken dat hij zich ooit niet meer thuis zou kunnen voelen binnen de Republikeinse partij.

Toch is dat precies wat er in de afgelopen jaren is gebeurd: in navolging van zijn dochter Liz, prominent congreslid, heeft Dick Cheney zich als ‘wise old man’ van de Republikeinse partij publiekelijk afgekeerd van de huidige president Trump. De twee hadden nochtans een gemeenschappelijke vijand: James Comey, de man die als onderminister van Justitie vicepresident Cheney de voet dwars zette, werd later als FBI-directeur een gezworen vijand van Donald Trump.

Die heeft de huidige minister van Justitie onlangs opgedragen om Comey te laten vervolgen. En daar scheiden de wegen van de Republikeinse kopstukken. Want zulke acties lijken zelfs voor een ijzervreter zoals Dick Cheney toch echt een brug te ver.

Devi

First Hand Films

Om hem te raken, vergrepen ze zich aan haar. Als zus van een lokale rebellenleider werd Devi Khadka op zeventienjarige leeftijd tijdens de Nepalese Burgeroorlog (1996-2006), waarbij maoïstische strijders tegenover het leger van de koning stonden, bruut gemarteld en verkracht. Inmiddels geldt zij in Nepal als een beeldbepalende vrouw. Ze maakte naam als vrouwelijke legercommandant en parlementslid.

In stilte maakt Devi (81 min.) zich er alleen al een tijd kwaad over dat de Waarheids- en Verzoeningscommissie, die na de oorlog door haar eigen partij is ingesteld, in de afgelopen veertien jaar nog geen enkele oorlogsmisdaad tegen vrouwen heeft behandeld. Verkrachting wordt daarmee gelegitimeerd. Terwijl de slachtoffers ervan met de nek worden aangekeken, hebben de daders gewoon carrière kunnen maken.

Devi Khadka besluit de handschoen op te pakken. Ze heeft ook geen keus, vertelt ze in deze geladen film van Subina Shresta. ‘Ik ben tot één conclusie gekomen: als ik me niet uitspreek, zal niemand dat doen.’ Vanzelf gaat dit niet. Khadka probeert tijdens therapie grip te krijgen op haar eigen trauma en moet daarnaast andere oorlogsslachtoffers ervan overtuigen dat ook zij met hun bijzonder pijnlijke verhaal naar buiten treden.

In een mannenmaatschappij zoals Nepal, waar veel vrouwen hun verhaal niet durven te doen en nog meer mannen dat ook helemaal niet willen horen, is dit bepaald geen sinecure. ‘Op het moment lijkt ‘t alsof wij de misdadigers zijn’, houdt ze andere vrouwen, die hun gezicht afschermen voor de camera, voor tijdens een bijeenkomst om ervaringen uit te wisselen. ‘Waarom zouden we onze gezichten anders verbergen?’

Bij de Waarheids- en Verzoeningscommissie zijn slechts 314 zaken van seksueel geweld geregistreerd – waarmee tot dusver dus niets is gedaan. In werkelijkheid moeten er zeker vijf keer zoveel slachtoffers van oorlogsverkrachting zijn. En beide partijen hebben zich tijdens de burgeroorlog schuldig gemaakt aan zulke wandaden. Dat is ook voor Khadka een bittere pil om te slikken: haar partij streed toch voor gelijkheid voor iedereen?

Moedig gaat ze, vergezeld door Shresta’s sensitieve camera, desondanks verder met het bespreekbaar maken van juist datgene waarover eigenlijk niet gesproken wordt. Bij andere vrouwen krijgt ze uiteindelijk enkele huiveringwekkende slachtofferverklaringen los. En bij de mannen aan de macht volgen dan toch de toezeggingen om nu eindelijk eens werk te maken van het seksuele geweld tijdens de Nepalese burgeroorlog.

Tegelijk weet Devi Khadka als geen ander: woorden worden in haar land niet altijd vanzelfsprekend ook gevolgd door daden.

De Bus Naar Mostar

BNNVARA / De Haaien

Er was in feite geen weg terug meer. De 26 meisjes van een Joegoslavisch handbalteam, in leeftijd uiteenlopend van dertien tot en met achttien jaar, waren in 1992 naar het Noord-Hollandse dorp Oosterblokker gekomen voor een pinkstertoernooi. Ze zouden een dag of tien blijven. Daarop hadden ook hun gastouders zich ingesteld. En toen bracht Joško Stanic, de voorzitter van de handbalclub van Mostar en initiatiefnemer van hun trip naar Nederland, een videoband mee uit hun geboorteland. De tieners konden daarop met eigen ogen zien dat hun stad inmiddels helemaal kapot geschoten was.

Achteraf bezien was het een omslagpunt, concluderen enkele speelsters ruim dertig jaar later in de driedelige docuserie De Bus Naar Mostar (128 min.). Het tafereel is destijds ook vastgelegd: een groep meisjes in een willekeurige Nederlandse woonkamer kijkt ontzet naar de ravage die er op hun geboortegrond is aangericht. Ze hebben geen keuze: alles beter dan daar. Een half leven verder woont de helft van de handbalsters nog altijd hier. Ze hebben in Nederland een bestaan opgebouwd. Als, ja, vluchteling. En in de wetenschap dat hun families en vrienden in barre omstandigheden moesten zien te overleven.

Onder begeleiding van psycholoog Iva Bicanic maken vier van deze vrouwen nu een symbolische reis, met de bus terug naar waar ze ooit, 33 jaar geleden, zijn vertrokken. ‘Het is maar voor een paar dagen’, grapt één van hen naar de Hollandse vrienden die zijn gekomen om hen uit te zwaaien. ‘Daar gaan die buitenlanders uit Blokker’, vult een ander geëmotioneerd aan. Onderweg komen er in deze miniserie van Yvette Nieuwstad, die voortborduurt op het boek De Bus Uit Mostar van GerBen van ’t Hek en Rens Lieman, natuurlijk allerlei herinneringen boven aan de heenreis die al snel meer dan zomaar een pleziertripje werd.

Tegelijk blijkt het geheugen ook trucs met Tea, Lidija, Mirela en Lemja uit te hebben uitgehaald. Niet alles wat ze nu tegenkomen strookt met hun herinneringen. Om voor eens en altijd duidelijkheid te krijgen, leggen ze in de bus alle brieven en dagboeken naast elkaar en maken een sluitende tijdlijn. En eenmaal op de plaats van bestemming, het Mostar van hun jeugd, gaan ze in gesprek met de achterblijvers – al gaat dat niet bij iedereen van harte. Want de oorlog blijkt ook ruim dertig jaar na dato nog altijd lastig terrein. En die heeft tevens de 26 tienermeisjes, die naar de andere kant van Europa werden gestuurd, ernstig beschadigd.

Via archiefbeelden van hoe ’t de handbalsters en hun gastgezinnen destijds verging in het verre Nederland brengt Yvette Nieuwstad ook dat beladen verleden in beeld. Daarnaast kijkt ze in het hier en nu mee bij de activiteiten, ontmoetingen en gesprekken van haar hoofdpersonen en begeleidt die met een toepasselijke Balkan-soundtrack. Iva Bicanic verbindt de verschillende elementen intussen met een bespiegelende voice-over. Samen fabriceren ze zo een solide verslag van een bewogen trip. Waarbij alle betrokkenen, zoals ‘t hoort bij een roadmovie, ook een innerlijke reis maken en daar gelouterd uitkomen.

Het verleden mag dan niet definitief afgesloten zijn, het heeft wel meer z’n plek gevonden.

First Kill

Lemming Film

Als oorlog niet meer dan de hel zou zijn, dan zouden we snel stoppen met al die oorlogen, stelt voormalig oorlogscorrespondent Michael Herr, die over zijn ervaringen als journalist in Vietnam het boek Dispatches schreef en later meewerkte aan de klassieke oorlogsfilms Apocalypse Now en Full Metal Jacket. Hoewel hij zelf zeker geen ‘John Wayne Jr.’ was, bleek Herr erg gevoelig voor de verleidingen van oorlog. ‘Het was niet saai. Je kreeg nooit de kans om verveeld te raken.’

En daarop, op hoe je volledig verslingerd kunt raken aan oorlog en er vervolgens door wordt opgevreten, richt Coco Schrijber zich in haar indringende film First Kill (73 min.) uit 2001. Voor de Amerikaanse soldaat Billy Heflin doet bijvoorbeeld maar één ding ertoe tijdens zijn tour in Vietnam: ‘the kill’. Het kost hem geen enkele moeite om de trekker over te halen – ook al is het een kind. Het is hij of ik. En hij wil zijn ‘body count’ op peil brengen. Met elke dode gaat Billy zich beter voelen. Hij vergelijkt ’t zelfs met seks.

Behalve met veteranen zoals Heflin, die steeds verder afdaalt in zijn weerzinwekkende jacht op ‘gooks’, spreekt Schrijber ook met de Amerikaanse fotograaf Eddie Addams. Hij maakte in 1968 een inmiddels klassiek geworden foto, waarin de horror van oorlog héél tastbaar wordt. Een Vietnamese man zet zijn pistool tegen het hoofd van een landgenoot en haalt rücksichtslos de trekker over. Addams voelde er echter helemaal niets bij toen hij die foto maakte. Hij leverde het rolletje in, vertelt hij droog, en ging daarna lunchen.

Een (foto)journalist kan zich natuurlijk verschuilen achter zijn werk en heeft daarmee een plausibele reden om de frontlinie op te zoeken. Michael Herr koestert daarover echter geen illusies: ook mensen zoals hij zijn veel meer dan een observator, zij participeren net zo goed in de strijd en kunnen daarvan eveneens ‘genieten’. En dat oorlogsjournalistiek een heilzame werking heeft, wil er bij hem ook niet in. De eeuw waarin massamedia hun entree hebben gemaakt was tevens de bloedigste. Moordlust wordt er bijna sexy van.

Deze zinnenprikkelende trip naar de donkerste hoeken van de menselijke ziel krijgt daarmee een bijzonder ongemakkelijke boodschap: oorlog beschikt over een zekere schoonheid als je ‘m van z’n morele dimensie ontdoet. Als individuele mensen zijn we, in de juiste verkeerde omstandigheden, tot zo’n beetje alles in staat. En dat kan ook nog lekker voelen. Billy Heflin, inmiddels een breekbare man in een rolstoel, is daarvan het sprekende voorbeeld. Hij zou best terug willen naar Vietnam, zegt ie. Hij mist het doden.

Happy Hooker, Lust Om Te Leven

BNNVARA / Witfilm

Iets wat ik altijd weg had gegeven, werd ineens betaald. Het was een openbaring voor Xaviera Hollander, een jonge Nederlandse vrouw die in de Verenigde Staten verzeild was geraakt. In 1971 schreef ze een boek over haar leven als prostituee en bordeelhoudster, dat een internationale bestseller werd: The Happy Hooker. Met die geuzennaam werd ze in de navolgende halve eeuw een icoon van ‘vrijheid blijheid’.

Inmiddels is Hollander, die in 1943 in Nederlands Indië werd geboren als Vera de Vries, al even in de tachtig. Ze is niet meer zo goed ter been, maar haar hoofd werkt prima en ze schrijft ook nog altijd. Ook over niet seks gerelateerde onderwerpen overigens. Haar vroegste herinneringen aan het Jappenkamp, waar het gezin werd gescheiden en haar ouders gruwelijk zijn gefolterd, vervatte ze bijvoorbeeld in het persoonlijke boek Kind Af (2001).

Daar, in die traumatische jeugd en hoe die stiekem altijd heeft doorgewerkt in haar leven, zit ook het drama in Happy Hooker, Lust Om Te Leven (55 min.). Verder verlaat regisseur Barbara Makkinga zich in dit portret vooral op het fraaie archiefmateriaal dat bewaard is gebleven uit de verschillende fasen van Hollanders persoonlijke en publieke bestaan en voorgelezen fragmenten uit haar boeken, die ze lekker tegen elkaar wegsnijdt.

Nadat Hollander een dampende scène uit haar succesboek heeft voorgelezen, volgt bijvoorbeeld een fragment uit het televisieprogramma Klasgenoten (1988), waarin medeleerlingen haar typeren als een ‘oversekste lellebel’. In werkelijkheid had ze ‘het’ echter nog helemaal niet gedaan. Wel zo’n beetje al het andere uitgeprobeerd, overigens. ‘Jullie hebben me gedeeltelijk nog als maagd gekend dus’, houdt ze haar toenmalige klasgenoten voor.

Makkinga heeft verder geen uitgebreide ronde langs Xaviera Hollanders entourage gemaakt. Behalve de hoofdpersoon zelf komt alleen haar vriendin en ex-geliefde Dia Huizinga uitgebreid aan het woord. Daarnaast zijn er scènes van een boekpresentatie en feest van haar zelfbewuste protagonist, die de controle nooit helemaal uit handen lijkt te geven in deze film. Happy Hooker, Lust Om Te Leven laat haar zien zoals ze waarschijnlijk ook gezien wil worden.

Als een vrouw van de wereld, die volgens haar eigen voorwaarden leeft.

Flight 149: Hostage Of War

SkyShowtime

Vlucht 149 van British Airways, vertrokken vanuit Heathrow Airport in Londen, zal op 2 augustus 1990 een uur halt houden in Koeweit City en daarna doorvliegen naar de Indiase stad Madras. Al snel merken de passagiers en crewleden van het Britse vliegtuig echter dat de luchthaven van Koeweit onder vuur wordt genomen. Niet gek: buurland Irak is net binnengevallen bij het oliestaatje. Ze zijn midden in een oorlogssituatie terechtgekomen, die bijna vraagt om ingrijpen door de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.

Ruim dertig jaar later leeft bij de inzittenden van het toestel nog altijd de vraag waarom de Britse regering en luchtvaarmaatschappij niet hebben voorkomen dat een regulier passagiersvliegtuig midden in een invasie terechtkwam. In Flight 149: Hostage Of War (90 min.) volgt Jenny Ash de aanloop naar de rechtszaak die een aantal direct betrokkenen willen aanspannen om klaarheid in deze zaak te brengen. In gesprek met de juristen Jennifer Sayles en Jack Beeston blikken zij terug op de maanden waarin zij gegijzeld waren. Deze gesprekken – en het nogal nadrukkelijk geënsceneerde overleg op het betrokken advocatenkantoor McCue Jury & Partners – worden behalve met archiefbeelden van het schrikbewind van de Iraakse dictator Saddam Hoessein, diens brutale aanval op Koeweit en de gevolgen daarvan ook geïllustreerd met gereconstrueerde scènes.

Zo wordt een krasse voetnoot bij de aanloop naar de eerste Golfoorlog, die half januari 1991 onder de naam Desert Storm definitief zou losbarsten, aan de vergetelheid ontrukt. En dat roept nog altijd fundamentele vragen op: waarom boden de Britten de Iraakse agressor zo’n vierhonderd onschuldige burgers, waarmee Hoessein goede sier kon maken en die hij desgewenst ook kon inzetten als menselijk schild dan wel kannonnenvoer, op een presenteerblaadje aan? Was de regering van Margaret Thatcher er werkelijk niet van op de hoogte dat een Iraakse aanval op Koeweit aanstaande was? En wie waren dan de geheimzinnige mannen die anoniem meereisden op Vlucht 149 naar Koeweit City en die zich The Increment noemden? De bemanning, passagiers en hun familieleden willen dat de waarheid boven tafel komt.

En Jenny Ash zet hun zaak, over een traumatische periode die nog faltijd opspeelt in hun huidige levens, kracht bij met deze gedegen film.

Jan Brokken Zijn Oorlog

Max

De Nederlandse schrijver Jan Brokken was een buitenbeentje in zijn eigen gezin. Hij, de jongste van drie kinderen, had als enige nooit in Nederlands Indië gewoond. Zijn ouders Han en Olga waren in de jaren dertig naar de Nederlandse kolonie vertrokken, hadden daar Brokkens oudere broers Boris en Michiel gekregen en waren vervolgens alle vier in een Jappenkamp beland. Eenmaal terug in Nederland werd de benjamin Jan geboren, een jongen zonder Indisch verleden. En toch zouden die oorlogstrauma’s ook in zijn leven een belangrijke rol gaan spelen.

Dit is het verhaal van Jan Brokken Zijn Oorlog (55 min.), verteld door de schrijver zelf en vastgelegd door regisseur Nathalie Toisuta. De documentaire bevat tevens de nodige voorgelezen fragmenten uit de drie boeken die Brokken schreef over de Indische geschiedenis van zijn familie: Mijn Kleine Waanzin (2004), De Tuinen Van Buitenzorg (2021) en De Kampschilders (2022). Deze Indië-trilogie kon hij overigens pas voltooien toen alle andere gezinsleden waren overleden. De achterstand die Jan had opgelopen, was tegelijkertijd niet meer in te halen.

In deze reisfilm loopt Jan Brokken, veelal in zijn eentje en begeleid door een weelderige soundtrack, in Indonesië door het schuldige landschap, dat door Toisuta, met veel gebruik van droneshots, bijna idyllisch is vereeuwigd. Tot ontmoetingen met gewone Indonesiërs komt het nauwelijks. Zij worden nooit meer dan decorstukken in het relaas van de schrijver, dat wel wordt geïllustreerd met familiefoto’s en ander archiefmateriaal over Nederlands Indië. Verder zijn het Brokkens woorden, met een zeker gewicht uitgesproken of voorgelezen, die ’t moeten doen.

Lang was er volgens de schrijver weinig begrip voor het leed dat de Nederlanders aan dat andere front van de Tweede Wereldoorlog moesten doorstaan en dat in het gezin Brokken, inmiddels neergestreken in het Zuid-Hollandse dorp Rhoon, nog decennia zou doorwerken in de vorm van psychische en lichamelijke kwalen en drankmisbruik. Alsof ze daar in een soort vakantiekamp hadden gezeten! Via zijn eigen familiegeschiedenis vraagt hij nu nog eens nadrukkelijk aandacht voor dit belangrijke hoofdstuk uit Neerlands koloniale historie, dat de afgelopen jaren weer vol in de belangstelling staat.

Vietnam: The Birth Of A Nation

Looksfilms

Voor veel westerlingen is ‘Vietnam’ een begrip geworden: de plek waar het Amerikaanse leger halverwege de jaren zeventig op een ontluisterende manier z’n Waterloo vond, na wat steeds nadrukkelijker als een zinloze en onmogelijk te winnen oorlog werd beschouwd. Vietnam is echter eerst en vooral een Aziatisch land, dat zich in de afgelopen honderd jaar aan z’n koloniale juk heeft ontworsteld en tegenwoordig geldt als een stabiele en welvarende natie. Vietnam: The Birth Of A Nation (211 min.) is het relaas van dat land, verteld door gewone Vietnamezen.

De Amerikaanse betrokkenheid is niet meer dan een korte, zeer tragische episode in de Vietnamese onafhankelijkheidsstrijd. De eerste Amerikaanse militair zet dus ook pas aan het einde van aflevering 2 voet aan de grond. De vierdelige serie van Philipp Gromov, Luci Mollica en Lena Noad start enkele decennia eerder, in de jaren twintig. Samen met Laos en Cambodja vormt Vietnam dan nog Indochina, de Zuidoost Aziatische kolonie van Frankrijk. Na de Tweede Wereldoorlog klinkt ook hier de roep om onafhankelijkheid steeds luider. Daarbij is er in het westen de vrees dat Vietnam dan communistisch wordt. Tijdens een conferentie in Genève in 1954 wordt het land letterlijk opgedeeld.

In het zuiden schuiven de Verenigde Staten de voormalige Vietnamese keizer Bao Dai naar voren. Noord-Vietnam wordt geleid door de Vietminh van de communistische voorman Ho Chi Minh. ‘Oom Ho’ heeft zich dan al ontwikkeld tot een soort vader des vaderlands. Zijn medewerkster Trân Thi Ngà leest hem in die tijd boeken, kranten en tijdschriften voor. Als hij haar tijdens het avondeten vraagt hoeveel zij verdient, antwoordt ze: ‘Oom, ik krijg 83 dong.’ De president blijkt zelf niet veel meer te verdienen: 200 dong. ‘Ik liep vol wroeging de kamer uit’, herinnert Trân zich. ‘Waarom verdient onze president maar zo weinig en krijg ik dit salaris? Dus ik vroeg om salarisverlaging.’

De tegenstellingen tussen Noord-Vietnam, waar landhervormingen voor veel spanningen zorgen, en Zuid-Vietnam, waar de Amerikaans gezinde president Ngo Dinh Diem de keizer naar de zijlijn verdrijft en communistische bolwerken op het platteland begint uit te roken, moeten wel tot een uitbarsting komen. ‘Als je iemand kende die een volgeling was van Oom Ho zouden ze je doden of je martelen om informatie uit je te krijgen’, verduidelijkt Le Ly Hayslip, die opgroeide in Zuid-Vietnam. De communistische leider Le Duan laat het er niet bij zitten en richt Het Nationaal Bevrijdingsfront van Zuid-Vietnam op. Diems regime dubt hen de Vietcong. Ofwel: Vietnamese commies.

Tegen die tijd zien de Amerikanen zich genoodzaakt om in te grijpen. Met alle gevolgen van dien. Ook dan belicht deze puike historische miniserie de gebeurtenissen echter vanuit Vietnamees perspectief: via persoonlijke verhalen van alle kanten van de oorlog, ondersteund met een weelde aan archiefmateriaal, komt de immense tragedie weer tot leven. En nadat de Verenigde Staten in 1975 met de staart tussen de benen zijn vertrokken, halverwege de slotaflevering, woekert de ideologische strijd gewoon verder en is het leed voor gewone burgers, of ze nu met de vijand hebben geheuld of niet, nog altijd niet geleden. De hereniging van het verdeelde land vraagt tijd en vergiffenis.

De wonden van het verleden leven ondertussen nog altijd voort in de hoofden en harten van gewone Vietnamezen, in eigen land of als onderdeel van de omvangrijke Vietnamese gemeenschap in de Verenigde Staten.

Terug Met Dutchbat

EO

Bianca van Pel vierde haar 21e verjaardag met de andere ‘blauwhelmen’ van Dutchbat III. Ze waren in Bosnië om vrede en veiligheid te brengen, maar moesten toezien hoe Servische soldaten in juli 1995 ruim achtduizend islamitische mannen vermoordden bij Srebrenica. Haar collega Kevin Tjon-a-Joe wordt dertig jaar later nog altijd regelmatig overvallen door de geur van de dood. Verpleegkundige Harjan Wessels haalde op een gegeven moment zelfs zijn vrouw Joke naar de schuur. Daar rook het naar Srebrenica.

Samen met wondenverzorger Derk Folkers, die destijds ‘een soort deken over mijn gevoel’ heeft gelegd waarmee hij en zijn vrouw Johanneke gedurig hebben geworsteld, en verpleger Jos van der Heijden, die samen met zijn echtgenote Antoinette tekeningen van Bosnische kinderen terug wil geven aan de inmiddels volwassen makers, maken ze een reis naar het voormalige Joegoslavië. Terug Met Dutchbat (93 min.) is de tweedelige weerslag die Jos de Jager maakte van hun tocht naar deze beladen plek, waar de ergste daad van genocide sinds de Tweede Wereldoorlog plaatsvond.

Sinds 2022 organiseert het Nederlandse Veteraneninstituut zulke terugkeerreizen om, onder begeleiding, te verwerken en herstellen. Deze reizen beginnen al een jaar eerder met een voorbereidingsdag. De verwachtingen zijn hooggespannen. ‘Ik ga er wel met het idee heen dat ik er beter vandaan kom’, zegt Bianca, die wordt vergezeld door haar tienerdochter Bo. ‘Het zou wel heel erg tegenvallen als dat niet zo is.’ Eenmaal in Bosnië bezoeken ze de plekken die al zo lang hun leven beheersen, leggen bloemen bij gedenkplaatsen voor gesneuvelde collega’s en spreken Bosnische slachtoffers.

In de hal van de compound waar tijdens de val van Srebrenica duizenden ontheemde en doodsbange vluchtelingen werden opgevangen, hebben ze bijvoorbeeld geladen ontmoetingen met enkele ‘Moeders van Srebrenica’. Terwijl Dutchbat niet bij machte was om in te grijpen, werden de echtgenoten van Munira Subasic, Nura Begovic en Suhra Sinanovic vermoord. ‘Pas goed op onze kinderen’, zei de man van Suhra, toen ze hem op 11 juli 1995 vaarwel moest zeggen. ‘Dat waren zijn laatste woorden’, zegt ze geëmotioneerd tegen de Nederlanders. ‘Alsof hij wist dat hij ons nooit meer zou zien.’

Voor de Dutchbatters werd de volle omvang van het veroorzaakte leed vaak pas ná hun vredesmissie duidelijk. Toen echt indaalde wat er was gebeurd en dat ze in Nederland niet als helden werden onthaald. ‘De oorlog begint wanneer je terug bent’, zegt Kevin en wijst dan naar zijn voorhoofd. ‘Hier!’ De Jager is er getuige van hoe hij en de andere veteranen in Bosnië hun emoties de vrije loop laten en samen met hun geliefden de confrontatie aangaan met het verleden, in de hoop dat ze hun uitzending naar het voormalig Joegoslavië zo kunnen afsluiten en straks iets van bevrijding zullen voelen.

Sherman’s March

Ross McElwee

Life happens when you’re busy making other plans. Ross McElwee was van zins om een film te maken over de gevolgen van de bloedige veldtocht van generaal William ‘Tecumseh’ Sherman door enkele zuidelijke staten. Tijdens de Amerikaanse burgeroorlog vernietigde Shermans Noordelijke leger in het najaar van 1864 alles wat het op de weg van Atlanta naar Savannah tegenkwam en liet alleen ‘verschroeide aarde’ achter. McElwees hoofd staat alleen helemaal niet naar Sherman’s March (157 min.). Zijn vriendin heeft hem gedumpt en is terug bij haar vorige geliefde.

De familie van de filmmaker vindt dat hij ‘t maar eens moet proberen met ‘a nice southern girl’ en doet een poging om hem te koppelen. Aan zijn vroegere jeugdvriendinnetje Mary bijvoorbeeld – al is het de vraag of zij (weer) vrij is. Even later verliest de hopeloos romantische filmmaker zijn hart aan de knappe actrice Pat, die zelf vooral de Hollywood-ster Burt Reynolds wil ontmoeten – in de hoop dat hij iets voor haar kan betekenen. Als zij een auditie verkiest boven McElwees gezelschap, richt hij zich weer op de ‘march to the sea’ van Sherman en zijn Noordelijke leger.

Totdat zijn zus hem voorstelt aan de onlangs gescheiden moeder Claudia en zijn aandacht voor het oorspronkelijke onderwerp van deze film weer verslapt. Dat gebrek aan focus is natuurlijk een gimmick. Via de vrouwen die hij onderweg ontmoet onderzoekt McElwee de zuidelijke mores rond liefde en leven en zijn eigen verhouding daartoe. Intussen kan hij zich lekker verschuilen achter zijn camera. ‘Jij  kent het verschil niet tussen seks en de dood’, bijt een gefrustreerde postiljon d’amour hem toe als hij weer eens niet begrijpt hoe ie zich tegenover een dame behoort te gedragen.

Voor hedendaagse begrippen is het verteltempo van deze egodocumentaire uit 1985 nogal traag en worden de gesprekken en scènes met een aaneenschakeling van potentiële geliefdes ook wel erg langgerekt. Tegelijkertijd vindt hij er ook het Amerika van halverwege de jaren tachtig, waarin veertig jaar later al de kiemen van het huidige land zijn te ontdekken. Behalve ‘southern belles’ stuit McElwee onderweg bijvoorbeeld op vrees voor een (nucleaire) oorlog, het geloof in Amerika als het beloofde land en de weerzin tegen de federale overheid. Met de vrouwen blijft het intussen behelpen.

‘Ik ben aan het einde van mijn reis gekomen’, concludeert McElwee aan het eind in één van zijn bezonken voice-overs, als hij is gearriveerd in zijn geboortestad Charlotte in North-Carolina. Daar staakte het leger van de geconfedereerden in 1865 definitief de strijd – en loopt een zekere Amerikaanse filmmaker met zijn ziel onder zijn arm. ‘Zonder auto, geen geld en één enkele rol film. Wat erger is: het lijkt alsof ik geen leven meer heb. Mijn echte leven is in een scheur gevallen tussen mezelf en mijn film.’

Porcelain War

Picturehouse / Roco Films

‘Oekraïne is net porselein’, zegt Slava Leontyev. ‘Gemakkelijk te breken, maar onmogelijk te vernietigen.’ Samen met zijn geliefde Anya Stasenko is de Oekraïense kunstenaar dagelijks in de weer met porselein. Hij vormt dierfiguurtjes, bakt die in een oven en overhandigt ze daarna aan haar. En zij beschildert die ‘porcelain beasts’ dan, geïnspireerd door al wat leeft in de natuur, met gedetailleerde en kleurrijke taferelen.

De twee uit Kharkiv, zo’n veertig kilometer van de Russische grens, kennen elkaar al van kinds af aan, maar vormen sinds de kunstacademie echt een onafscheidelijk duo. In een andere tijd zou het Oekraïense stel zich ook alleen met hun kunst hebben beziggehouden. Sinds de Russische aanval in het begin van 2022 staat de wereld van Slava, Anya en hun hond Frodo echter helemaal in vuur en vlam.

Slava’s beste vriend, de schilder Andrey Stefanov, is enkele jaren geleden in Kharkiv komen wonen. Nadat de Russen in 2014 het Oekraïense schiereiland De Krim bezetten, zagen Andrey, zijn vrouw Lena en hun tienerdochters Anya en Sonya daar geen toekomst meer. Nu ’t enige tijd later ook in Kharkiv oorlog is, nemen de twee kameraden Slava en Andrey de camera ter hand om hun levens en land te filmen.

Dat beeldmateriaal heeft z’n weg gevonden naar Porcelain War (87 min.), waarmee Slava en zijn coregisseur Brendan Bellomo tonen hoe die oorlog gewone mensen dwingt om de wapens op te nemen. Slava behoort zelf al enkele jaren tot een speciale legereenheid en is nu ook begonnen met het trainen van burgers als militair. Want dat is de realiteit in Oekraïne: Ruslands beroepsleger staat tegenover vrijwilligers.

Slava’s collega’s in de zogenaamde Saigon-eenheid waren ooit melkveehouder, meubelverkoper, aannemer, grafisch ontwerper, wapenmaker of IT’er. Al die gewone Oekraïners, met hun eigen verhaal en achtergrond, zijn nu omgevormd tot een professionele militaire eenheid. En die wordt naar de frontlinie in Bakhmut gestuurd, een soort Armageddon, om daar ‘het kwaad’ een halt toe te roepen.

Deze meermaals bekroonde film, voor het leeuwendeel door de hoofdpersonen zelf gefilmd, toont echter niet alleen de schermutselingen, veelal met drones, aan het front, maar vangt ook hoe Skava en Anya thuis, in hun kapotgeschoten stad, mens en kunstenaar proberen te blijven. De creativiteit en liefde voor elkaar versus de rücksichtslos verstoorde vrede. Met kunst als probaat beschermingsmiddel.

In de porseleinen uilen, honden én slakken van Slava en Anya, geplaatst in de buitenwereld en virtuoos met animaties tot leven gebracht door BluBlu Studios, komen die conflicterende werelden samen. ‘Slakken reizen met hun huis op hun rug’, vertelt Slava. ‘Een vluchteling is net een naaktslak.’ Hij herkent ‘t bij z’n vriend Andrey, die z’n gezin bij de grens heeft afgeleverd. Hopelijk zijn ze elders veilig.

Slava Leontyev ziet ook een andere kant aan die oorlog. ‘Het is gewoon een kwestie van enorm geluk dat ik zulke bijzondere mensen ben tegengekomen in mijn leven’, stelt hij. ‘In zekere zin compenseert dat een deel van de ellende die zich rondom ons voltrekt.’ Anya vult aan: ‘De oorlog heeft me laten zien hoe goed mensen kunnen zijn. Van tevoren had ik alleen in boeken gelezen over mensen die van binnen schitteren.’

Het is de opmerkelijke slotsom van deze gekantelde ‘oorlogsfilm’ over de rol van verbeeldingskracht, zelfexpressie en vriendschap, nog eens kracht bijgezet overigens door de bezwerende soundtrack van het Oekraïense folkkwartet Dakhabrakha, in tijden van strijd, nood en patriotisme. Als uitdrukking van de, ondanks alles, liefde voor het leven en de vrijheid.

Een Veilige Plek

Max

Samen met haar echtgenoot, de violist en dirigent Jaap van Zweden, heeft Aaltje van Zweden-van Buuren vier kinderen. Hun derde kind Benjamin heeft autisme, een verstandelijke beperking en epilepsie. Nadat de Van Zwedens lang tevergeefs hebben gezocht naar een geschikte woonplek voor hun inmiddels volwassen zoon, zijn ze in Laren een zogenaamd Papageno Huis gestart, een plek waar Nederlanders met een autismespectrumstoornis zich thuis kunnen voelen. Inmiddels wordt er in Lemmer aan de opstart van het Papageno Huis Fryslân. En als het aan Aaltje ligt komen er nog veel meer van zulke beschutte plekken voor kwetsbare kinderen.

Tegelijkertijd vraagt ze zich in Een Veilige Plek (54 min.) af: ‘Hoe dun is het laagje van onze beschaving?’ Want altijd als het erom spant, zijn het de kwetsbaren in de samenleving die aan het kortste eind trekken: de mensen met een psychische stoornis of een lichamelijke of verstandelijke beperking. Bij het Apeldoornsche Bos ontmoet Van Zweden bijvoorbeeld psycholoog Jetty Kropveld. Toen zij in 1945 werd geboren, was haar zes jaar oudere zus Lida, een meisje met een ontwikkelingsachterstand, al afgevoerd naar Auschwitz. Daar werd thuis echter nooit over gesproken. Het tragische lot van ‘het kind’ zou Jetty’s ouders niettemin hun hele leven achtervolgen.

Kinderen zoals Benjamin en Lida worden al snel als nutteloos beschouwd en dreigen vervolgens buiten de maatschappij te worden geplaatst, terwijl ze volgens Van Zweden juist zichtbaar zouden moeten zijn. Ze moeten als het ware gedeeld worden met de buitenwereld. In dat opzicht is er in het Oekraïense overheidsinternaat Moekatsjevo nog een wereld te winnen. Rond dit relikwie uit de Sovjet-tijd, waar vroeger kinderen die waren afgestaan aan de staat werden opgevangen, is nog altijd een hek opgetrokken. Toch proberen ze er nu een thuis te creëren voor Oekraïense kwetsbare kinderen en volwassenen, die hebben moeten vluchten voor de oorlog.

Aaltje van Zweden bezoekt in deze tv-docu van Erwin van den Berg ook nog een vluchtelingenopvang in Huizen, waar enkele Oekraïense moeders haar vertellen hoe ze omwille van hun kind huis en haard hebben verlaten. Het zijn aangrijpende verhalen, die het belang van plekken waar ook kwetsbare mensen tot hun recht komen nog eens benadrukken. Van Zweden beschouwt ‘t duidelijk als haar persoonlijke opdracht om daarvoor aandacht te vragen. Dat is natuurlijk een loffelijk streven, maar deze film blijft ook enigszins op dat niveau steken. Een Veilige Plek is vooral een aardige bijsluiter voor haar missie en wordt soms ook bijna een promofilm voor de Papageno Huizen.

Israël And The Palestinians: The Road To 7th October

Alamy

Voor de oorsprong van de terroristische aanval van Hamas op Israël op 7 oktober 2023 en de verwoestende oorlog in Gaza die daaruit is voortgekomen gaat de driedelige serie Israël And The Palestinians: The Road To 7th October (177 min.) twintig jaar terug in de tijd.

Dan besluit de Israëlische premier Ariel Sharon om nederzettingen en troepen terug te trekken uit Gaza. Daarmee zet hij veel kwaad bloed in eigen kring. Bovendien biedt het zeer omstreden besluit Hamas de mogelijkheid om de credits voor die terugtrekking te claimen. In 2006 wint de islamitische Palestijnse organisatie, die weigert om de staat Israël te erkennen en de gewapende strijd voorstaat, vervolgens de verkiezingen in Gaza. Sindsdien maakt Hamas daar de dienst uit en zijn andere Palestijnse partijen, zoals Fatah van president Mahmoud Abbas, steeds meer naar de zijlijn verdreven.

Deze groots opgezette miniserie van Tim Stirzaker en Norma Percy richt zich op de beslissers, diplomaten en onderhandelaars, die in de afgelopen twintig jaar – tevergeefs – hebben geprobeerd om het conflict te bezweren, in hun eigen voordeel te beslissen of te beëindigen. Zoals gebruikelijk bij het gezaghebbende Britse productiehuis Brook Lapping, dat eerder series maakte over grote onderwerpen zoals de uitdagingen voor de Europese Unie, de relatie tussen Poetin en het westen en het buitenlandbeleid van de Amerikaanse president Trump, is de opzet breed en komen alle partijen aan het woord.

Zowel regeringsfunctionarissen van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu als woordvoerders van Hamas, waaronder ook Ismail Haniyeh (die een maand na zijn interview werd gedood) blikken dus terug. Zij worden aangevuld of weersproken door adviseurs van de Palestijnse president Abbas, de voormalige premier Salam Fayyad, speciaal gezant Tony Blair en oud-premier van Israël, Ehud Olmert. Een bijzondere positie is er voor de Amerikaanse diplomaten, niet alleen in deze miniserie overigens, die de ministers van Buitenlandse Zaken Rice, Hillary Clinton en Kerry afvaardigen.

Gezamenlijk schetsen al die pratende hoofden een levensgevaarlijk labyrint, opgetrokken rond begrippen zoals bouwstop, tunnels, guerrillacampagne, blokkades en tweestatenoplossing. Intussen leven gewone Israëli’s en Palestijnen, die allebei overigens niet worden bevraagd in deze hoogover-productie, voortdurend tussen hoop en – vooral – wanhoop. ‘Grote dromen vragen een grote prijs’, stelt Hamas-leider Khaled Meshaal eufemistisch. ‘Volgens de Bijbel is er een tijd voor vrede en een tijd voor oorlog’, zet Israëls premier Netanyahu daartegenover. ‘Nu is het tijd voor oorlog.’

En dat is precies waarin deze vervloekte regio sinds 7 oktober 2023 nu alwéér terecht is gekomen.

Trailer Israel And The Palestinians: The Road To 7th October

Hollywood On Trial

Kanopy

Bent u nu lid, of bent u in het verleden ooit lid geweest, van de Communistische Partij? De vraag zelf is bedoeld als beschuldiging – of de ondervraagde er nu (bevestigend) op antwoordt of niet. Erg veel kans daartoe krijgt ie overigens ook niet. De vragensteller hamert de respons direct af als die hem niet bevalt.

De House Committee Of Un-American Activities (HUAC) is in 1947 communistische infiltratie van Hollywood op het spoor en roept in dat kader allerlei vertegenwoordigers van de Amerikaanse filmindustrie op als getuige en/of verdachte. Enkele principiële regisseurs, acteurs en scenarioschrijvers, die bekend zullen komen te staan als de Hollywood Ten, zijn er in het begin nog van overtuigd dat ze kunnen aantonen dat de uitgangspunten van deze congrescommissie niet stroken met de grondwet. Sterker: dat het on-Amerikaans is om zo iemands persoonlijke overtuigingen te attaqueren.

Zij zullen echter van een koude kermis thuiskomen. Terwijl de Verenigde Staten alsmaar meer in de ban raken van de Koude Oorlog wordt elke vorm van rede terzijde geschoven. Die linkse filmbusiness moet keihard aangepakt worden. Een heksenjacht is aanstaande. Alles wat naar communisme riekt wordt kaltgestellt. De jacht op het rode gevaar zal enkele jaren later zelfs nog een inktzwarte reprise krijgen onder leiding van een nietsontziende communistenjager, de Republikeinse senator Joe McCarthy. Terwijl de Hollywood Ten excessen zoals het McCarthyisme juist had willen voorkomen.

In de voor een Oscar genomineerde documentaire Hollywood On Trial (102 min.) uit 1976 kijkt David Helpern Jr. samen met enkele hoofdrolspelers terug op deze periode, die hun leven en loopbaan volledig heeft ontwricht. Voor menigeen wacht na HUAC de zwarte lijst en gevangenis. De scenaristen Jack Howard Lawson en Dalton Trumbo worden bijvoorbeeld veroordeeld voor minachting van het Amerikaanse congres. ‘Wat mij betreft was dat een volkomen terecht vonnis’, stelt Trumbo bijna dertig jaar later. ‘Ik had niets dan minachting voor het congres. En dat is sindsdien niet meer veranderd.’

De congrescommissie dwingt Hollywood op de knieën. Filmbonzen zoals Louis B. Mayer, Walt Disney en Jack Warner participeren deemoedig in de hoorzittingen. En de acteurs Gary Cooper, Robert Taylor en de latere president Ronald Reagan, destijds voorzitter van de Screen Actors Guild, schuiven eveneens aan bij HUAC, waar natuurlijk ook FBI-directeur J. Edgar Hoover, die achter elke boom een communist ziet, een duit in het zakje komt doen. En zij die in de beklaagdenbank belanden, worden voor een eenvoudige keuze gesteld: zwijgen en op de blaren zitten of spreken en anderen erbij lappen.

Hoewel de film, waarvoor Hollywood-regisseur John Huston als verteller fungeert, inmiddels een halve eeuw oud is en gebeurtenissen belicht die zich zelfs bijna tachtig jaar geleden hebben voorgedaan, is het niet moeilijk om parallellen met het heden te zien. Dit besmette verleden leert dat het publiekelijk aan de schandpaal nagelen van prominente andersdenkenden onvermijdelijk ook anderen monddood maakt – en dat het heel lang duurt voordat de maatschappelijke schade daarvan is gerepareerd. Los nog van de schade die de openbaar aangeklaagden individueel is toegebracht.