The Photograph

Memphis Films

Sherman de Jesus kent hem alleen van die ene verweerde zwartwit-foto. Gemaakt in de befaamde Harlem Studio te New York, ongeveer honderd jaar geleden. Zijn opa Juan de Jesus, een zeeman en handelaar uit Curaçao. Fier kijkt hij in de camera. Een donkere man in zijn nette pak. Een knappe kerel ook, vindt Donna Mussenden, de weduwe van de toenmalige fotograaf James van der Zee (1886-1983) die ook diens erfgoed beheert.

In de eerste helft van de twintigste eeuw vereeuwigde Van der Zee de Afro-Amerikaanse gemeenschap van New York tijdens de zogenaamde Harlem Renaissance, toen zwarte muziek, kunst en literatuur floreerden. De mannen, vrouwen en kinderen van de zogenaamde ‘New Negro Movement’ staan er op hun paasbest op. Het zijn trotse foto’s, van mensen die aan zichzelf en de rest van de wereld, waar racisme en segregatie nog aan de orde van de dag zijn, willen laten zien dat ze iets voorstellen.

In het hedendaagse New York gaat Sherman de Jesus, met The Photograph (98 min.) in de hand, de gangen na van de fotograaf, die later ook zwarte iconen als Muhammad Ali en Bill Cosby portretteerde, en schetst de wereld waarin deze leefde. De Nederlandse filmmaker laat zich, begeleid door dampende jazzmuziek, bovendien rondleiden door fotografen, historici en andere chroniqueurs en luistert naar hun verhalen over uiteenlopende onderwerpen als de vermaarde Cotton Club, lynchpartijen, burgerrechtenpionier Marcus Garvey, de crackepidemie en gentrificatie.

De Jesus geeft ook zijn ogen – en de onze – goed de kost. Hij vangt zo kalm de atmosfeer op straat in Harlem en vereeuwigt op zijn beurt de gezichten van de Afro-Amerikaanse gemeenschap die zich daar ophoudt. Het is een kleurrijke omgeving, waar de Harlem Renaissance een kleine eeuw later nog altijd voelbaar is en waar hij zich ook zelf senang voelt.

Catch And Kill: The Podcast Tapes

HBO

Als je een podcast verfilmt – de interviews, gepaard aan archiefmateriaal en figuratieve beelden – is het dan ineens een documentaire? De zesdelige serie Catch And Kill: The Podcast Tapes (170 min.) van Fenton Bailey en Randy Barbato is in elk geval een vervolg op de podcast van de Amerikaanse journalist Ronan Farrow, die op zichzelf weer een logische voortzetting is van diens bestseller Catch And Kill.

In alle producties staat de #metoo-zaak tegen filmproducent Harvey Weinstein centraal en hoe die door Farrow (en zijn concullega’s Jodi Kantor en Megan Twohey van The New York Times, die er het boek She Said over schreven, waaraan verder overigens nauwelijks aandacht wordt besteed) aan het licht is gebracht. Over die kwestie is trouwens al een stevige documentaire gemaakt, waarin allerlei slachtoffers zich uitspreken: Untouchable.

In de eerste aflevering van Catch And Kill gaat Ronan Farrow, die zelf overigens direct betrokken is bij de beschuldigingen van seksueel misbruik van zijn moeder Mia Farrow tegen zijn vader Woody Allen (zie: de docuserie Allen v. Farrow), in gesprek met het Italiaanse model Ambra Battilana Gutierrez. Zij maakte audio-opnames van hoe ze Weinstein probeerde te laten bekennen dat hij haar had lastiggevallen. ‘Five minutes’, voegt hij haar daarop dreigend toe. ‘Don’t ruin our friendship for five minutes.’

Verder spreekt Farrow met de journalisten Kim Masters en Ken Auletta (die jarenlang, tevergeefs, achter het Weinstein-verhaal aanzaten), Weinstein-medewerker Rowena Chiu (die ooit de klok probeerde te luiden over zijn volstrekt ongepaste toenaderingspogingen en de manier waarop die binnen Miramax Pictures werden toegedekt), een privédetective (die de opdracht kreeh om Farrow te schaduwen), zijn eigen collega Rich McHugh bij NBC News (dat hun gezamenlijke onderzoek naar het ultieme ‘male chauvinist pig’ in een diepe lade begroef) en de journalisten van The New Yorker (die het wél aandurfden).

Voor Harvey Weinsteins slachtoffers ruimt Ronan Farrow relatief weinig ruimte in. Verder komt alleen de actrice Rosanna Arquette aan het woord. Catch And Kill: The Podcast Tapes legt de nadruk op het systeem dat de bullebak met alle mogelijke middelen probeerde te beschermen en hoe Farrow de man en zijn machinaties uiteindelijk met journalistiek vakwerk weet tr ontmantelen. Maar of de serie daadwerkelijk iets toevoegt aan wat er al bekend en (door Farrow zelf) gepubliceerd is over de Weinstein-casus?

Blitzed!: The 80’s Blitz Kids Story

Op de schouders van de gigant David Bowie, als directe reactie op de eerste punkgolf en snakkend naar een eigen signatuur vond een nieuwe generatie Britse jongeren eind jaren zeventig een thuisbasis in de Londense club The Blitz. Daar ontstond een Europese evenknie van het Amerikaanse Studio 54, waar zich een frisse incrowd van kunstenaars, modeontwerpers en muzikanten vormde. De zogenaamde ‘new romantics’. Ze waren arrogant, extravagant en genderfluïde.

Onder deze Blitz Kids – type kijken en bekeken worden – bevonden zich toekomstige pophelden als Boy George (Culture Club), Gary Kemp (Spandau Ballet) en Midge Ure (Ultravox) en de messcherpe modeontwerpers Michele Clapton, Fiona Dealey en Stephen Jones. Die willen in deze joyeuze documentaire van Bruce Ashley en Michael Donald natuurlijk maar al te graag vertellen over de tijd dat zij tot ‘the happy few’ behoorden en een geheel eigen stijl – op het snijpunt van pop, mode en kunst – begonnen uit te dragen. Ze realiseerden zich vrijwel direct: ‘Dit is mijn stam.’

Gezamenlijk hebben zij, constateren ze nu in het sjiek uitgevoerde Blitzed!: The 80’s Blitz Kids Story (90 min.), ook het pad geëffend voor mannen en vrouwen die zich buiten de voor hun gender en geslacht gebaande paden wilden wagen. Van outcast kon je wel degelijk incrowd worden. En tussendoor kwam – om de cirkel helemaal rond te maken – zowaar hun grote inspirator Bowie nog op bezoek in de glamoureuze club van het illustere duo Rusty Egan en Steve Strange. Hij vroeg enkele sleutelfiguren uit de scene bovendien om de videoclip voor zijn hitsingle Ashes To Ashes op te fleuren.

Dat is een mooi verhaal uit de oude doos, waaruit ook de ‘new romantics’ tegenwoordig met liefde en plezier putten. Ze zijn natuurlijk allang ‘old romantics’ geworden. Bevangen door de nostalgie over hun jeugd die ons allemaal ooit overvalt.

Mary J. Blige’s My Life

Amazon Prime

Hartzeer kan de beste kunst opleveren. Zelf beschouwt Mary J. Blige My Life (1994) als haar meest geslaagde album. Ten tijde van de opnames was de Amerikaanse R&B-zangeres diep ongelukkig. Ze zong het er allemaal uit: haar jeugd in één van New Yorks desolate ‘projects’, het gevecht dat ze met drank en drugs moest leveren en – vooral – de giftige relatie met collega-artiest K-Ci Hailey waarin ze verzeild was geraakt.

In Mary J. Blige’s My Life (82 min.) blikt ze 25 jaar later terug op deze cruciale fase in haar inmiddels bijna drie decennia omspannende loopbaan. Blige wordt daarbij in de rug gedekt door familieleden, vrienden en haar toenmalige platenbaas Sean ‘P. Diddy’ Combs. De gastenlijst wordt gecompleteerd met collega’s als Alicia Keys, Nas en Method Man, die zich natuurlijk in louter superlatieven uitdrukken over de zangeres die een rolmodel werd voor jonge zwarte vrouwen uit de achterbuurten.

Interessanter wordt deze middle of the road-docu van Vanessa Roth als gewone Afro-Amerikanen zich, in een soort groepsgesprek of tijdens een fotomomentje met de grote ster zelf, uitspreken over wat Blige’s muziek voor hen heeft betekend. Dat is overigens ook gewoon zichtbaar tijdens concerten, waarbij oude hits hartstochtelijk worden meegezongen. Voor menigeen zijn ze echt de soundtrack van hun leven geworden.

Deze gestroomlijnde film, die met fraaie animaties de ontwikkeling van de hoofdpersoon probeert te vatten, zal ongetwijfeld ook in goede aarde vallen bij de vaste achterban, maar nieuwe zieltjes zal Mary J. Blige er niet mee winnen. Daarvoor gaat dit (zelf)portret te weinig echt de diepte in. Daar waar de echte pijn of het oerverdriet zitten.

Men At Lunch

Rustig werken ze hun bammetjes weg. Netjes op een rijtje. Elf staalwerkers tijdens hun lunchpauze, zittend op een balk. Even rust, even ontspannen. Achter hen is het New York van de jaren dertig te ontwaren, met de Hudson-rivier en het Central Park. Ruim tweehonderd meter beneden hen, welteverstaan. De mannen bevinden zich op een wolkenkrabber in aanbouw. Van hoogtevrees hebben ze ogenschijnlijk geen last. Die is gereserveerd voor de nietsvermoedende kijker. Die ziet de peilloze diepte.

Wie ze waren? Daarover is meer dan genoeg gespeculeerd, maar ergens onderweg zijn hun namen verloren gegaan – of ze zijn, omdat die er eigenlijk niet toe deden, gewoon nooit genoteerd. Wat is gebleven, is die ene iconische foto. Die nog altijd tot de verbeelding spreekt en overal opduikt: als een toonbeeld van de onverzettelijkheid van gewone werkemannen ten tijde van De Grote Depressie. Het waren de jaren van honkbalheld Babe Ruth, de drooglegging van de Verenigde Staten en Franklin Delano Roosevelts ‘new deal’ die het land er weer bovenop zou helpen.

Niet alleen de identiteit van de Men At Lunch (65 min.) is altijd onbekend gebleven. Ook naar de fotograaf van Lunch Atop A Skyscraper is het nog altijd gissen. Alleen de datum waarop hij het adembenemende tafereel op de RCA-wolkenkrabber op Rockefeller Plaza arrangeerde voor zijn fotocamera staat vast: 20 september 1932. En met die informatie gaat regisseur Seán Ó. Cualáin in deze verzorgde film uit 2012, waarvoor actrice Fionulla Flanagan de voice-over verzorgt, op onderzoek uit. Het spoor leidt naar het Ierse platteland, waar de wortels van in elk geval twee van de elf mannen zouden liggen.

Zij staan model voor de miljoenen immigranten, die aan het begin van de twintigste eeuw hun eigen geboortegrond ontvluchtten, hun geluk in het Land van Hoop en Dromen gingen beproeven en daar bijvoorbeeld de gevaarlijke klusjes zouden opknappen bij de opbouw van het moderne New York. Jaarlijks stierf twee proces van de staalwerkers tijdens het bouwen van wolkenkrabbers. Nog eens twee procent raakte invalide. Volgens de overlevering hielden de werkers er daarom een naargeestig motto op na: wij gaan niet dood, wij worden vermoord.

Wat er verder ook van hen is geworden, door die ene foto leven ze voort en fungeren ze bovendien als inspiratiebron voor bouwvakkers die, voor het oog van fotograaf Joe Woolhead, het New York van na 11 september 2001 weer proberen op te bouwen.

The New Corporation: The Unfortunately Necessary Sequel

Volgens de Amerikaanse wet hebben ondernemingen opmerkelijk genoeg dezelfde rechten als mensen. Dat bracht de makers van de documentaire The Corporation er in 2003 toe om bedrijven eens door te lichten aan de hand van de Personality Diagnostic Checklist uit de DSM-IV, het standaardwerk over psychische stoornissen. Als ondernemingen inderdaad vergelijkbaar waren met mensen, concludeerden ze, dan gedroegen die zich als psychopaten. Voor het maximaliseren van de winst was zo’n beetje alles geoorloofd.

Een kleine twintig jaar later heeft menige multinational zijn koers verlegd. Maatschappelijk verantwoord ondernemen lijkt het nieuwe parool. Gaat het om een serieuze koerswijziging of is het vooral een cosmetische ingreep? vragen de makers van dit vervolg zich af. Toevallig is er inmiddels ook een nieuwe editie van de DSM verschenen. Die bevat zowaar een extra kenmerk om psychopatie te scoren: het gebruik van verleiding, charme, welbespraaktheid of vleierij om je doelen te bereiken. Als dat geen aardige invalshoek is voor The New Corporation: The Unfortunately Necessary Sequel (107 min.)…

De documentairemakers Joel Bakan en Jennifer Abbott houden het opereren van grote ondernemingen vervolgens weer ouderwets kritisch tegen het licht. Ze belichten diverse pijnlijke voorbeelden van ‘creative capitalism’ en ontwaren daarin allerlei boeiende tendensen, zoals bijvoorbeeld de pogingen om de overheid steeds onmachtiger te maken, ‘starve the beast’, en daarna, onder het mom van ‘dat kunnen wij beter’, elementaire taken te privatiseren: van de gezondheidszorg en het onderwijs tot de watervoorziening en het leger. Alles moet aan de markt worden overgelaten. En daardoor gaan ondernemingen steeds meer de dienst uitmaken en worden sociale verbanden, de democratie en de aarde zelf steeds verder ontwricht.

The New Corporation brengt een onversneden activistische boodschap, met treffende acties van linkse helden als Alexandria Ocasio-Cortez en Katie Porter en interviews met gekende criticasters van het hedendaagse kapitalisme, zoals de strijder tegen inkomensongelijkheid Robert Reich, Indiase activiste Vandana Shiva, Winner Takes All-schrijver Anand Giridharadasm, activistische burgemeester van Barcelona Ada Colau en filosoof Noam Chomsky. In wezen slaat dit vervolg daarmee op dezelfde trom als de oorspronkelijke Corporation-film en voegt het ook niet zo heel veel toe aan recente documentaires zoals Saving Capitalism en het Thomas Piketty-vehikel Capital In The Twenty-First Century.

Hoewel de inhoud soms echt schokkend is, klinkt die inmiddels toch ook wel erg vertrouwd en zou deze preek dus wel eens alleen de eigen parochianen, van de Linkse kerk natuurlijk, kunnen bereiken.

Made You Look: A True Story About Fake Art

Netflix

Het Kleren-van-de-keizer gehalte in deze film over kunstzwendel is heerlijk hoog. Als de gerenommeerde Knoedler Gallery uit New York vanaf begin jaren negentig de hand weet te leggen op onbekende werken van Jackson Pollock, Robert Motherwell en Mark Rothko, kost het natuurlijk geen enkele moeite om kunstliefhebbers met diepe zakken te vinden die erop kicken om thuis een échte ‘vul prestigieuze naam in’ aan de muur te hebben hangen. Zeker als de schilderijen van deze vaandeldragers van het abstract expressionisme best goedkoop worden aangeboden. Nét iets te goedkoop, eigenlijk.

Ann Freedman, een kunstverkoper van The Knoedler Gallery, blijkt de werken op de kop te hebben getikt bij een onbekende handelaar, ene Glafira Rosales, die ze nog nét niet vanuit haar eigen kofferbak verkocht. De precieze herkomst van de schilderijen was in elk geval onbekend. Bij een beetje kunstkenner zouden dan alle alarmbellen moeten afgaan, maar als er zéér gewild werk kan worden verzameld of gewoon absurd veel geld, naar verluidt in totaal zo’n tachtig miljoen dollar, kan worden verdiend, heeft dat natuurlijk effect op het beoordelingsvermogen.

Freedman vindt het nog altijd ‘afschuwelijk’ dat ze zich zo’n vijftien jaar lang in de luren heeft laten leggen door Rosales, haar partner/beroepszwendelaar Jose Carlos Bergantinos Diaz en hun eigenste meestervervalser, de Chinese wiskundeleraar Pei-Shen Qian. Maar ja, zelfs de zoon van Mark Rothko dacht dat het om een authentiek schilderij van zijn vader ging… Kunstkenner Jack Flam, die aangifte deed bij de FBI vanwege oplichting, kan dat echter nauwelijks geloven, zegt hij in Made You Look: A True Story About Fake Art (90 min.). Een doorgewinterde kunsthandelaar als Ann Freedman moet op een gegeven moment door hebben gehad dat ze vervalsingen verkocht. En toch ging ze vrolijk verder.

Daarmee staan de pionnen op het bord voor deze vermakelijke documentaire van Barry Avrich, waarin Freedman, Flam, Bergantinos en een keur aan journalisten, advocaten, aanklagers, verzamelaars, kunstcritici en handelaren hun licht laten schijnen over ‘het grootste kunstschandaal uit de Amerikaanse geschiedenis’. Een kwestie, opgediend met speelse klassieke muziek, die al tot diverse rechtszaken en reputatieschade bij vrijwel alle direct betrokkenen heeft geleid. Want niemand wordt er graag mee geconfronteerd dat hij al een hele tijd geen kleren aan blijkt te hebben. Of dat hij het was die tegen een ander heeft gezegd dat die er, poedelnaakt, zo beeldig uitzag.

We Are: The Brooklyn Saints

Netflix

Zij moeten het beter krijgen dan ze het zelf hebben gehad. En ze moeten beter worden dan zij zelf ooit zijn geweest. American football is voor de begeleiders van The Brooklyn Saints van levensbelang. Via sport brengen ze de kinderen die aan hen zijn toevertrouwd normen en waarden bij. En met een beetje geluk worden de kids zo goed dat ze er een sportbeurs mee verdienen. Daarmee zijn ze verzekerd van een goede opleiding – en een leven buiten Brooklyn.

Want de New Yorkse wijk heeft nog altijd een reputatie. Sommige tegenstanders komen zelfs liever niet naar Brooklyn om tegen één van de jeugdteams van The Saints uit te komen. Documentairemaker Rudy Valdez portretteert in deze vierdelige serie enkele spelertjes van de club, hun directe verwanten en de gedreven vrijwilligers, voor wie American Football vooral een voertuig is om te komen tot zelfontplooiing.

Dat gaat gepaard met ontzettend veel goede bedoelingen, de nodige (tough) love en alle denkbare sportclichés. We Are: The Brooklyn Saints (189 min.) betreedt daarmee het terrein dat ook schoolseries als America To Me en Klassen bestrijken. Ditmaal zijn het alleen geen professionals die zich bekommeren om de opgroeiende kinderen, maar bevlogen mannen die weten wat het is als niet alles in je leven vanzelf op zijn plek valt en willen dat de volgende generatie ‘t op dat gebied beter treft.

Dat wordt prachtig geïllustreerd als het onder negen-team in het kader van teambuilding gaat kamperen. ‘Hoeveel van jullie hebben hier politie of een ambulance gezien?’ vraagt de bevlogen coach Gawuala aan zijn jongens. ‘Niemand, hè? Daarom doen we dit. Om jullie uit je dagelijkse omgeving te halen.’ Terwijl hij hen levenslessen probeert bij te brengen, moet Gawuala zelf een job zien te vinden. Hij zit sinds enige tijd werkeloos thuis en is bang dat hij voor een eventuele nieuwe baan zijn coachschap, waarmee hij zijn eigen leven zin en richting geeft, eraan moet geven.

Eerst en vooral is deze serie een verhaal over mannen, groot en klein, die vooruit proberen te komen. Waarbij ‘vaders’ zoals Gawuala, vaak afwezig in het leven van dit soort opgroeiende jongens, een hoofdrol claimen. In elke tegenvaller vinden ze een kans om zo’n typisch Amerikaanse peptalk te geven. Die recht vanuit het hart komt. En daar meestal ook lijkt te landen.

Room 2806: The Accusation

Netflix

Had ‘Parijs’ de hand in de plotse neergang van Dominique Strauss-Kahn? De directeur-generaal van het Internationaal Monetair Fonds werd er in 2011 van beschuldigd dat hij Nafissatou Diallo, een kamermeisje van het New Yorkse Sofitel Hotel, zou hebben misbruikt. En volgens journalist/schrijver Edward Jay Epstein kon dat geen toeval zijn. Die twee hotelbeveiligers, vastgelegd door een beveiligingscamera, maakten niet voor niets een overwinningsdans nadat ze Diallo ervan hadden overtuigd om de politie in te schakelen.

Epstein doet zijn boude bewering in de vierdelige docuserie Room 2806: The Accusation (198 min.), waarin ook Diallo zelf, een alleenstaande moeder uit de Bronx, veelvuldig aan het woord komt. DSK laat verstek gaan, maar wordt vertegenwoordigd door zijn advocaten en enkele (politieke) vrinden. Het contrast tussen de twee kernfiguren in deze geruchtmakende zaak kan bijna niet groter zijn: een anonieme immigrante uit West-Afrika versus de man van de wereld, die veelvuldig wordt genoemd als president van Frankrijk.

Nicolas Sarkozy en Francois Hollande, Strauss-Kahns potentiële rivalen voor die positie, spinnen in elk geval garen bij diens arrestatie. Zeker als daardoor ook DSK’s promiscue leven, in het bijzonder een incident van acht jaar eerder, weer in het middelpunt van de belangstelling komt te staan. De jonge journaliste Tristane Banon beweert dat ze in 2003 is lastiggevallen toen ze hem ging interviewen en schroomt niet om een boekje open te doen over Dominique Strauss-Kahn in deze gelikte politieke thriller van Jalil Lespert.

Intussen laat de bewijsvoering voor Edward Jay Epsteins complottheorie lang op zich wachten. Heeft hij aanwijzingen gevonden voor een smerige campagne om een politieke rivaal kalt te stellen? Of is zijn bewering simpelweg een opzichtige poging van Team DSK om Diallo’s geloofwaardigheid te ondermijnen? En wie is Dominique Strauss-Kahn dan? Een onverbeterlijke Don Juan of toch een ‘male chauvinist pig’?

Het zijn vragen die nog altijd lastig zijn te beantwoorden omdat er van de essentie van dit soort #MeToo-zaken, gebeurtenissen tussen een individuele man en vrouw, doorgaans maar twee getuigen zijn: de dader en het slachtoffer. Als ze dat al zijn.

Trump A.C./D.C.

Ruim dertig jaar na dato zijn in Donald Trumps escapades in Atlantic City alle karakteristieken van de huidige Amerikaanse president te herkennen. Halverwege de jaren tachtig maakte hij als blitse vastgoedman met veel bravoure zijn opwachting in het gokstadje in New Jersey.

Niet veel later was er een Trump’s Castle, een Trump Plaza en – als kroon op het pronkwerk – een Trump Taj Mahal, destijds met goudomrande letters omschreven als ‘a billion dollar dream come true’. Het zou ook een molensteen om Trumps nek worden. Dat casino moest dagelijks één miljoen dollar binnenbrengen om quitte te kunnen spelen.

In de korte docu Trump A.C./D.C. (19 min.), de voltooiing van hun Trump-trilogie (na het portret van diens dirty trickster Get Me Roger Stone en Slumlord Millionaire, een aflevering van de serie Dirty Money, over Ivanka’s echtgenoot Jared Kushner) schetsen Daniel DiMauro en Morgan Pehme ’s mans opkomst en ondergang in Atlantic City.

Daarbij stuiten ze, gebruikmakend van louter archiefmateriaal, op alle deelpersonages van The Donald die de hele wereld sindsdien heeft leren kennen: De Grote Pocher, De Ordinaire Ruziezoeker, De Serial Suer, De Schaamteloze Wanbetaler en De Comeback Kid. Want dat moest je hem toen al nageven: Trump is geen ‘quitter’. Hij geeft nooit op.

Ook als Forbes zich afvraagt: ‘How much is Donald really worth?’ Als Phil Donahue in zijn veelbekeken talkshow speculeert: ‘Is Donald Trump Broke?’ En als een krantenkop schreeuwt: ‘America is laughing at Trump’. Hij gaat door en zinspeelt dan al, meer dan dertig jaar geleden, op een uitweg uit de financiële malaise: het Amerikaanse presidentschap.

En tegenwoordig is die hele casino-episode zelfs een eclatant succes geworden. ‘Ik heb ontzettend veel geld verdiend in Atlantic City’, stelde nog zo’n bekend Donald-deelpersonage, De Aartsleugenaar, zonder enige gêne tijdens de presidentscampagne van 2016. ‘En daar ben ik heel trots op.’ Zou hij het zelf geloven?

Dick Johnson Is Dead

Netflix

Dick Johnson gaat dood. Net als zijn echtgenote Catie Jo. Sterker: die is al dood. Een heup gebroken en daarna verder in het slop geraakt. Alzheimer ook. Dick wordt op straat verpletterd door een computer die uit het raam valt. Of hij dondert met een genadeloze klap van de trap. Of hij wordt op straat door een werkeman per ongeluk voor zijn kop geslagen met een stuk hout. Of…

‘Het is net Groundhog Day’, zegt hij zelf. Zijn dochter filmt Dick Johnson op weg naar de dood. Ze oefent dat einde alvast met hem, als het ware. Zodat zij, Kirsten Johnson, aan het idee kan wennen, waarschijnlijk. En dus wordt dit in wezen kleine verhaal, van een man die stilaan afscheid moet nemen van het bestaan, op een glorieuze wijze aangekleed met fatale ongelukken en ravissante sequenties, waarin Dicks idee van de hemel (of wat zijn dochter zich daarbij voorstelt) wordt verbeeld.

Als de voormalig psychiater begint te kampen met vergeetachtigheid (‘Ik val uit elkaar’) besluit hij bovendien om zijn huis in Washington te verlaten en bij haar in te trekken in New York. ‘We lijken wel gek’, zegt Kirsten. ‘Maar het probleem is dat ik anders niet bij je in de buurt ben’, meent haar vader. ‘Zo is het’, beaamt zij. ‘Ik ruil dit huis zo in om bij jou te zijn’, zegt Dick met de liefste glimlach van de wereld. ‘Geen twijfel over mogelijk. Daar hoef ik niet over na te denken.’ Kirsten klinkt ontroerd: ‘Dat gevoel heb ik ook.’

‘Soms hebben mensen het gevoel dat het op een bepaald ogenblik niet meer hoeft’, snijdt zij, een kwartier verderop in de film, als hij al lang en breed bij haar inwoont en zienderogen achteruit gaat, een lastig thema aan. ‘Daarvoor hou ik te veel van het leven’, stelt Dick. Kirsten houdt echter aan: ‘Dus je wilt wel blijven leven tot het punt waarop mam was, toen ze niet meer kon communiceren?’ Hij haalt zijn beste glimlach weer voor de dag. ‘Ik denk het wel. Maar je mag me ook euthanaseren. Overleg het eerst even met me.’

Met een lichte toets koersen vader en dochter in deze bijzonder grappige, buitengewoon vertederende en zeldzaam aangrijpende documentaire zo af op een ronduit briljante slotscène. Waarbij op voorhand natuurlijk al vaststond dat deze film maar op één manier kan eindigen: Dick Johnson Is Dead (90 min.).

The Trump Dynasty

A&E

Nicht Mary schreef een kritisch boek. Jongere broer Robert overleed op 71-jarige leeftijd. En Melania, Ivanka, Eric, Tiffany en Don Jr. (en diens vriendin Kimberly) spraken op de Republikeinse presidentscampagne. Niet eerder stond de familie Trump zo nadrukkelijk in de belangstelling als nu, in de nazomer van 2020. En dat allemaal door dat ene familielid: vastgoedman, mediapersoonlijkheid en president Donald. Is hij de logische optelsom van een familie die zich maar al te graag, zo lijkt het althans, wil ontwikkelen tot The Trump Dynasty (245 min.)?

Feit is dat Donald Trump een logische voortzetting lijkt van zijn grootvader Friedrich en vader Fred, twee bijzonder harde en ambitieuze mannen voor wie niets ging boven geld en naam maken. Toen het tijd werd om ruimte te maken voor Donalds generatie, maakte zijn vader daar een genadeloze competitie van. Die kostte zijn oudste zoon en beoogde opvolger Fred Jr. uiteindelijk de kop. Hij zou wegzinken in een alcoholverslaving. En zo ontstond er ruimte voor de zoon die net zo rücksichtslos was als Fred zelf en bovendien een ongelooflijk gevoel voor showbusiness had.

Enter ‘The Donald’, een man die van zichzelf en zijn achternaam een merk maakte en die maar drie dingen belangrijk lijkt te vinden in het leven: winnen, winnen en nog eens winnen. En als dat bijvoorbeeld betekende dat hij onder een valse naam (John Barron) de pers moest bellen om met bullshit een hogere plek op de Forbes-ranglijst van rijkste Amerikanen te claimen, dan deed hij dat zonder problemen, zoals is te horen in tamelijk gênant geluidsmateriaal van die gesprekken. Allemaal (p)art of the deal.

Deze zesdelige serie licht Trumps doopceel met een fijne collectie archiefmateriaal, laat geen onderwerp onbesproken (inclusief duistere zaakjes en geruchten daarover) en voert een imposante lijst sprekers op: klasgenoten, medewerkers, historici, journalisten, critici én prominente medestanders zoals Sean Hannity en Roger Stone. Het fenomeen zelf komt aan het woord via audio-opnamen van interviews die biograaf Michael D’Antonio in 2014 met hem had.

Zo ontstaat een kritisch, compleet en behoorlijk afgewogen overzicht van het leven van een man die als geen ander de Amerikaanse mediacultuur verpersoonlijkt, waarbij opvalt dat de jonge Donald een veel gematigdere indruk maakt dan de karikaturale figuur die nu in de Oval Office huist. Aan zijn kroost, waarvan het nog maar de vraag is of die in staat zal zijn om de Trump-dynastie definitief te vestigen, wordt verder geen enkele aandacht besteed. De kinderen staan volledig in de schaduw van de huidige Trump-patriarch.

Hij zou niet anders willen. Of kunnen.

Lenox Hill

Netflix

’Kevin is 28. Hij werkt in een restaurant in Brooklyn’, stelt neurochirurg David Langer de patiënt voor aan zijn collega’s. De jongen heeft een tumor in zijn hoofd en kan elk moment geopereerd worden. ‘Zijn prognose is het best als we alles weghalen.’ Na tien seconden stilte gaat het team aan de slag.

Weinig omgevingen vormen een vruchtbaarder decor voor documentaires dan een ziekenhuis. In elke kamer liggen de verhalen voor het oprapen. Van mensen die ziek, gewond of zwanger zijn en nodig geholpen moeten worden. Door artsen en verpleegkundigen die onder voortdurende hoogspanning werk van levensbelang doen. Waarbij de ‘uitslag’ op voorhand vaak nauwelijks is te voorspellen. Intussen moeten ze bovendien oog zien te houden voor de mens: de patiënt, hun collega’s én zichzelf. In zulke hachelijke omstandigheden laten mensen zien, of ze dat nu willen of niet, uit welk hout ze zijn gesneden.

Enter Lenox Hill (400 min.), een hospitaal in de New Yorkse Upper East Side, waar de filmmakers Ruthie Shatz en Adi Barash op de afdelingen Neurochirurgie, Spoedeisende Hulp en Verloskunde ruim anderhalf jaar lang vier artsen volgen, ook in hun privéleven. Dat levert indringende verhalen op, zoals de steeds terugkerende behandeling van de 41-jarige politieagente Mitzie uit Tennessee. Zij heeft al tien jaar een zeer gecompliceerde tumor, waaraan geen chirurg zijn vingers meer durft te branden. David Langer, hoofd van de afdeling neurochirurgie in Lenox Hill, en zijn collega’s gaan toch proberen om het probleem te verhelpen, via een reeks ingenieuze en riskante operaties. Het wordt een aangrijpende tocht langs hoop en wanhoop, waarvan de eindbestemming bepaald niet vaststaat.

Te midden van de vaak dramatische ontwikkelingen rond hun patiënten krijgen de artsen zelf ook het nodige te verstouwen. Zo treden er bij de prille zwangerschap van verloskundearts Amanda Little-Richardson complicaties op en is het nog maar de vraag of bij Mirtha Macri, haar hoogzwangere collega van Spoedeisende Hulp, een keizersnede kan worden voorkomen. Een directe collega van David Langer en John Boockvar wordt intussen gediagnosticeerd met hoofd- en nekkanker. Kunnen de twee gedreven neurochirurgen hem helpen of zelfs redden? En dan is er ook nog zoiets banaals als ziekenhuispolitiek: waar gaat het geld naartoe en – typisch Amerikaans – kan Lenox Hill de concurrentie met andere ziekenhuizen aan?

Shatz en Barash exploreren de persoonlijke drijfveren van de artsen, zitten hen voortdurend dicht op de huid en dringen zo diep door in de parallelle wereld van het ziekenhuis, waar alle dagelijkse beslommeringen wegvallen en het echt op leven en dood aankomt. Ze laten daarbij alles zien, waarbij ook de operatiekamer niet wordt geschuwd. Dit resulteert in zéér expliciete, bloedige en persoonlijke scènes – op het ongemakkelijke af. Hoewel sommige passages daardoor het best met afgewend gezicht kunnen worden bekeken, laat deze serie vooral zien hoe de artsen werkelijk alles in het werk stellen om hun patiënten optimaal bij te staan. Lenox Hill ontwikkelt zich zo tot een bijzonder indringend pleidooi voor menselijke gezondheidszorg, dat uiteindelijk diepe sporen achterlaat bij de kijker.

The Apollo

HBO

In een volledig gesegregeerde wereld gaf The Apollo in Harlem, New York een thuis aan de Afro-Amerikaanse cultuur. Sinds 1934 kreeg vrijwel elke zwarte muzikant, comedian of theatermaker wel eens de vloer in het roemruchte theater. Het was de plek waar ‘black is beautiful’ daadwerkelijk gestalte kreeg. Of zoals James Brown, die er meer dan tweehonderd keer op het podium stond en in 1963 een absolute klassieker opnam met Live At The Apollo, het verwoordde: ‘Say it loud! I’m black and I’m proud!’

In de collageachtige documentaire The Apollo (102 min.) roept Roger Ross Williams de hoogtijdagen van het kleine theater (ruim 1500 plekken) op met beeldbepalende figuren als Pharrell Williams, Smokey Robinson, Gladys Knight, Aretha Franklin, Jamie Foxx, Angela Bassett en Paul McCartney (die met de roomblanke Beatles optrad in het zwarte bolwerk). Het portretteren van een gebouw en z’n historie blijft echter een lastig verhaal, want de stenen zelf léven natuurlijk niet.

Williams vervlecht hedendaagse activiteiten in het theater, zoals repetities voor een eerbetoon aan Ella Fitzgerald en een rondleiding door de historicus van dienst, met hoogte- en dieptepunten uit de lange historie van het podium. De film krijgt daardoor een anekdotisch karakter. Als er al een duidelijke lijn is te ontdekken, dan zit die in de voortdurende emancipatoire strijd die zwart Amerika heeft moeten voeren en de manier waarop die werd en wordt uitgedrukt in kunst.

Dat levert overigens wel mooie verhalen op, bijvoorbeeld over het notitiesysteem van Frank Schiffman, die decennialang de scepter zwaaide in het Apollo-theater. Op 7 juni 1946 maakte hij bijvoorbeeld een cataloguskaartje aan voor Billie Holiday. ‘Vocalist. Zingt smartlappen’. Vijf jaar later: ‘Gaf een goede show. Zeer behulpzaam in de finale. Zong behoorlijk goed. Geen wangedrag.’ Op 14 augustus 1953 noteerde hij echter: ‘Verschrikkelijk! Ze was ziek, maar leek ook onder invloed van stimulerende middelen. Alleen een wonder kan dit meisje nog redden.’

Ook fraai: de bikkelharde competitie tijdens de zogenaamde ‘amateur nights’. In een, achteraf bezien, dolkomische scène wordt een piepjonge Lauryn Hill tijdens één van deze talentenavonden genadeloos uitgejouwd. Niet erg, lijkt de redenering. Daar wordt ze hard van. Als volgroeid artiest steelt Hill enkele jaren later inderdaad de show in een volgepakte zaal. De ongegeneerde kritiek heeft haar boven zichzelf doen uitstijgen.

Zo worden de mores van dit stukje heilige grond voor zwart Amerika aardig in beeld gebracht, waarbij ook de eerste Afro-Amerikaanse president natuurlijk niet mag ontbreken. In 2012, tijdens zijn herverkiezingscampagne, zong Barack Obama er een stukje van Al Greens Let’s Stay Together. Een grotere erkenning van en voor de zwarte cultuur was nauwelijks denkbaar.

In de parade van Apollo-sterren ontbreekt overigens comedian/presentator Bill Cosby, die diverse keren optrad in het kleine theater. Sinds hij in 2018 werd veroordeeld vanwege zedendelicten, is ‘Amerika’s favoriete zwarte huisvader’ echter geen man meer waarmee je als gemeenschap of podium wil pronken.