Aretha Franklin – Soul Sister

David Redfern

Deze tv-docu begint in de kerk. Natuurlijk. Kan een film over de Queen of Soul ergens anders beginnen dan in een zwarte kerk? In de New Bethel Baptist Church van dominee C.L. Franklin in Detroit, Michigan, om precies te zijn. Daar groeide de aankomende wereldster op en was bijvoorbeeld ook Martin Luther King kind aan huis. Aretha’s vader kon preken alsof niet alleen zijn eigen leven ervan afhing. Daarvan werden zelfs langspelers gemaakt, die in heel Amerika gretig aftrek vonden.

De appel viel niet ver van de boom, getuige Aretha Franklin – Soul Sister (53 min.). C.L.’s dochter erfde zijn gaven als voorganger en was bovendien gezegend met een kolossale stem. Zo gemakkelijk, zo expressief, zo raak! Ze zong bij menigeen de tranen in en uit de ogen. De carrière die Aretha Franklin op basis daarvan opbouwde staat centraal in dit portret, waarin haar werk in zijn culturele, politieke, raciale en muzikale context wordt geplaatst door de gebruikelijke pratende hoofden, zoals biograaf Mark Bego, enkele historici en tijdgenoot Abdul ‘Duke’ Fakir van The Four Tops.

Echte intimi komen er niet aan het woord. En ook Aretha zelf krijgt slechts zo nu en dan een paar zinnetjes toebedeeld. Dit is dan ook geen psychologisch profiel van de vrouw, maar een duiding van het fenomeen Aretha Franklin. En dat lukt regisseur France Swimberge met de hulp van de zangeres zelf, via prachtig archiefmateriaal van allerlei glorieuze performances, uiteindelijk best behoorlijk. Waarna Franklins kleindochter Grace nog eenmaal om R.E.S.P.E.C.T. mag vragen. In die ene zwarte kerk, natuurlijk. Waar alles begon en nog altijd wordt voorgezet.

Slay The Dragon

Slay The Dragon (104 min.) opent met een citaat: ‘Democracy never lasts long. It soon wasts, exhausts and murders itself. There never was a democracy yet that did not commit suicide.’ Hoe actueel wil je het hebben? Aan het woord is echter John Adams, een van de founding fathers van de Verenigde Staten. De tweede Amerikaanse president, na de legendarische George Washington, sprak deze onrustbarende woorden uit in 1814, toen het Amerikaanse experiment nog geen halve eeuw onderweg was.

Inmiddels zijn er ruim twee eeuwen verstreken en lijkt de democratie in de Verenigde Staten inderdaad op zijn allerlaatste benen te lopen. Republikeinen en Democraten staan elkaar bijna letterlijk naar het leven, de rechterlijke macht is volledig geīncorporeerd in het politieke spel en het grote geld lijkt werkelijk alles te domineren. Stemmen wordt bijvoorbeeld alleen aangemoedigd als het voor de eigen kandidaat of partij is. En anders hebben de politieke partijen altijd nog middelen om ervoor te zorgen dat die stemmen er helemaal niet toe doen.

En daarmee zijn we aanbeland bij het thema van deze documentaire van Barak Goodman en Chris Durrance: gerrymandering. Tijdens het zogenaamde ‘redistricting’, elke tien jaar na de volkstelling, worden de grenzen van kiesdistricten zo getrokken dat er eigenlijk maar één partij kan winnen. In de regel is dat tegenwoordig de Republikeinse partij, die het aloude middel om de zittende macht in het zadel te houden in 2010 geheel nieuwe dimensies heeft gegeven met het project Redmap.

Een gemiddeld district ziet er inmiddels uit als een platgeslagen octopus, waarbij minderheidsgroeperingen doorgaans volledig in hetzelfde gebied zijn gepropt (packing) of juist zijn verdeeld over allerlei districten waarin ze nooit een meerderheid kunnen vormen (cracking). Zodat het uitgangspunt ‘one person, one vote’ gevoeglijk in de prullenbak kan worden gegooid, je met minder stemmen dan de tegenpartij tóch de verkiezingen kunt winnen en er een politieke klasse ontstaat die aan niemand verantwoording schuldig is.

Het gaat daarbij niet om incidentele gevallen, maar om een landelijk gecoördineerde actie, betoogt David Daley. ‘Het start met het trekken van nieuwe grenzen zodat ze alle kiesdistricten kunnen winnen’, zegt de auteur van het boek Ratf**ked. ‘Het tweede deel van datzelfde proces behelst allerlei vormen van ‘voter suppression’, zodat het moeilijker wordt voor Democraten en minderheden om te stemmen.’ Die houding is ook duidelijk zichtbaar in de huidige presidentsverkiezingen, waarbij alles uit de kast wordt gehaald om andersdenkenden te ontmoedigen om gebruik te maken van hun democratische rechten.

Deze boeiende documentaire is niets minder dan een pamflet tegen zulke praktijken. Daarbij volgen Goodman en Durrance de initiatiefnemers van het burgerinitiatief Voters Not Politicians in Michigan, die een handtekeningenactie opstarten om het gerommel met kiesdistricten ongedaan te maken. Daarbij stuiten ze op de gebruikelijke politieke profi’s, die met hun giftige attitude, goedgevulde bankrekening en liefst ook nog een bijbel in de hand mensen die dromen van een eerlijke democratie proberen te dwarsbomen.

Het is moeilijk om niet cynisch te worden van Slay The Dragon. Toch biedt de film, in de vorm van allerlei gewone burgers die opkomen voor hun recht, ook een zekere vorm van hoop. Hun weg leidt in 2018, met de steun van niemand minder dan Arnold Schwarzenegger, naar het Amerikaanse hooggerechtshof, dat moet bepalen of gerrymandering in strijd is met de grondwet.

Fahrenheit 11/9

Als één linkse Amerikaan ruim vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 heeft gewaarschuwd voor het gevaar van Donald Trump, dan is het documentairemaker Michael Moore. Hij zag om zich heen hoe de arbeidersklasse in de zogenaamde Rust Belt zich afkeerde van de heersende politieke elite en een proteststem wilde uitbrengen. Moore vreesde én kreeg Trump.

De 45e president van de Verenigde Staten is een uitvergroting van alles waartegen de filmmaker in zijn inmiddels bijna dertig jaar omspannende carrière heeft gestreden. Deze achtste volwaardige documentaire Fahrenheit 11/9 (127 min.) is dan ook tegelijkertijd een schotschrift tegen het hedendaagse Amerika en een afrekening met de politieke cultuur, van Republikeinen én Democraten, die een nihilist zoals Donald Trump heeft voortgebracht.

Moore bouwt z’n betoog op rond de watercrisis in zijn geboortestad Flint, de plek waar hij eind jaren tachtig tevens zijn eerste film Roger & Me maakte en waar hij nu een tastbaar symbool heeft gevonden voor de verwording van de Amerikaanse democratie: sinds gouverneur Rick Snyder van Michigan de staat als een bedrijf runt en de watervoorziening van de stad in handen van private partijen heeft gelegd, kampt Flint met ernstig vervuild water.

Dat de bewoners er ziek van worden, doet de Republikeinse gouverneur ogenschijnlijk weinig. Zodra een autofabrikant schade meldt, komt hij echter direct in actie. Het resulteert in een typische Michael Moore-actie. Met draaiende camera en een paar handboeien arriveert hij op Snyders kantoor om een burgerarrestatie te plegen. Hij wordt opgevangen door een communicatiemedewerker, die het glas water dat hem wordt aangeboden evenwel resoluut weigert.

Ook bij de gouverneurswoning van Snyder vangt de provocateur bot, in een scène die doet denken aan zijn roemruchte confrontatie met NRA-boegbeeld Charlton Heston in z’n belangrijkste film Bowling For Columbine. Het thema van die documentaire, Amerika’s verwrongen verhouding tot wapens, krijgt eveneens een prominente plek in Fahrenheit 11/9 als Moore zich associeert met de jeugdige overlevenden van de ‘school shooting’ in Parkland en beziet hoe zij de barricaden opgaan voor een ander Amerika.

Moore voorziet ellende. Als de koers niet wordt verlegd, dan veranderen de Verenigde Staten in een dictatuur. Het startpunt van die ontwikkeling legt hij bij 11 september, de crisis die ondemocratische  stappen mogelijk maakte, een thema dat hij eerder behandelde in alweer een andere film, Fahrenheit 9/11. En de toekomst zou wel eens inktzwart, of diepbruin, kunnen zijn: terwijl we Trump horen speechen, zien we een zekere Duitse leider bijna lip-sync oreren.

Subtiel is anders, maar een verfijnde aanpak was natuurlijk nooit Michael Moores forte. Fahrenheit 11/9 is zo bezien ook een volstrekt logische film, de optelsom van zijn oeuvre en politieke stellingnames. Het is tevens Moores grimmigste film. Behalve enkele koddige muziekjes valt er ditmaal weinig te lachen. En het is een lange en onevenwichtige film. De rasverteller, die zo gemakkelijk een groot publiek bereikt, moet al zijn talenten aanspreken om de verschillende verhaallijnen bijeen te houden en aan elkaar te knopen.