A Decade Under The Influence

IFC

Voor Easy Riders, Raging Bulls: How The Sex, Drugs And Rock ‘N’ Roll Generation Saved Hollywood, een verfilming van Peter Biskinds smeuïge boek over hoe een nieuwe lichting makers de Amerikaanse filmindustrie overnam in de jaren zeventig, moest documentairemaker Kenneth Bowser ‘t in 2003 doen zonder de beeldbepalende regisseurs Francis Ford Coppola (The Godfather/The Conversation), Martin Scorsese (Mean Streets/Taxi Driver), William Friedkin (The French Connection/The Exorcist) en Robert Altman (M*A*S*H/McCabe & Mrs. Miller).

In een andere documentaire uit datzelfde jaar over precies hetzelfde thema, A Decade Under The Influence (110 min.) van Ted Demme en Richard LaGravenese, lieten deze filmmakers zich wél interviewen. Probeerden ze zo wraak te nemen op Peter Biskind, die hun bijdragen aan zijn spraakmakende boek uit hun verband zou hebben getrokken en verminkt? Tegelijkertijd participeerden hun collega’s Arthur Penn (Bonnie And Clyde), Dennis Hopper (Easy Rider), Peter Bogdanovich (The Last Picture Show) en Paul Schrader (scenarist Taxi Driver) in beide films.

Heel veel verschil is er uiteindelijk niet tussen de twee producties over New Hollywood. Deze docu is wellicht wat smakelijker gemonteerd, maar in essentie bestaan de films uit een vergelijkbare combinatie van speelfilmfragmenten en herinneringen van direct betrokkenen. In deze productie zijn bijvoorbeeld de filmmakers Sydney Pollack (They Shoot Horses, Don’t They?), Sidney Lumet (Dog Day Afternoon), Milos Forman (One Flew Over The Cuckoo’s Nest) en John G. Avildsen (Rocky) en acteurs zoals Pam Grier, Jon Voight, Roy Scheider, Julie Christie en Bruce Dern vertegenwoordigd.

Met krasse anekdotes, meningen en bespiegelingen roepen zij het tijdperk op waarin de traditionele cinema een fikse opdoffer kreeg van een nieuwe tegendraadse generatie. Die wilde op de golven van de swingin’ sixties, gefrustreerd door de Vietnam-oorlog en aangejaagd door nieuwe maatschappelijke verhoudingen actuele, relevante en scherpe kunst maken en kreeg enkele jaren min of meer de vrije hand, met allerlei klassieke films (en excessen) tot gevolg. Totdat Hollywood ontdekte dat met escapistische kaskrakers zoals Jaws en Star Wars veel meer kon worden verdiend. 

‘Geef het volk brood en spelen’, zegt Peter Bogdanovich daarover berustend. ‘Mensen houden nu eenmaal van ontsnappen uit het dagelijks leven. Je kreeg mijn moeder ook nooit naar een trieste film. “Daar ga ik niet naartoe”, zei ze dan. “Ik heb al genoeg problemen van mezelf.”’ Mensen zoals zij zouden in de navolgende decennia op hun wenken worden bediend door Hollywood, dat de kassa liet rinkelen met een eindeloze stroom publieksfilms, sequels en franchises. Waarvan de honden dan soms weer geen brood lustten.

Easy Riders, Raging Bulls: How The Sex, Drugs And Rock ‘N’ Roll Generation Saved Hollywood

BBC

Vraag een willekeurige kenner van de Amerikaanse cinema om z’n favoriete periode te noemen en dikke kans dat ie met de seventies op de proppen komt, de jaren waarin regisseurs de macht grepen in Hollywood. Peter Biskind schreef daarover in 1998 een machtig interessant boekEasy Riders, Raging Bulls: How The Sex, Drugs And Rock ‘N’ Roll Generation Saved Hollywood (113 min.). Vijf jaar later volgde de bijbehorende documentaire van Kenneth Bowser.

Met de generatie die destijds de ommekeer bewerkstelligde in de filmwereld schetst Bowser hoe grote studio’s zoals Warner Brothers, Paramount en 20th Century Fox halverwege de jaren zestig de concurrentiestrijd met televisie leken te hebben verloren en op omvallen stonden. Uit pure noodzaak ontstond er vervolgens ruimte voor eigenzinnige filmmakers die, gevoed door Europese cinema en opgegroeid binnen het B-film circuit, de vastgelopen industrie daarna een gigantische opdonder verkochten.

Kaskrakers zoals Bonnie And Clyde, Easy Rider, Midnight Cowboy, The Wild Bunch, The Last Picture Show, The Godfather, American Graffiti, Mean Streets, The Exorcist, Chinatown, Taxi Driver en Raging Bull weerspiegelden perfect de tijdgeest en toonden aan dat eigenzinnige films, waarbij de regisseur ‘final cut’ had bedongen, wel degelijk een groot publiek konden bereiken. Met het succes kwamen echter ook de enorme ego’s, neuroses en verslavingen.

Verteller William H. Macy loopt dit interessante stuk filmgeschiedenis netjes door met anti-establishment filmmakers zoals Peter Bogdanovich, Dennis Hopper, Arthur Penn, Paul Schrader en John Milius (waarbij opvalt dat Francis Ford Coppola, Martin Scorsese, William Friedkin en Robert Altman ontbreken; zij zijn wél van de partij in een documentaire uit hetzelfde jaar over precies hetzelfde thema, A Decade Under The Influence). Verder laat hij de acteurs Cybill Shepherd, Peter Fonda, Ellen Burstyn, Richard Dreyfuss en Karen Black aan het woord over hun ervaringen en lardeert hun herinneringen met een stortvloed aan filmfragmenten.

Zo ontstaat een levendig beeld van de jaren waarin de filmgekken voor heel even het gesticht konden overnemen. Totdat Steven Spielberg en George Lucas – zo wil althans de Hollywood-versie van de gebeurtenissen – met respectievelijk Jaws en Star Wars korte metten maakten met de hoogtijdagen van de Amerikaanse auteurscinema en de tijd inluidden van de blockbuster, een nieuwe variant op de aloude B-film die met een gigantisch budget mocht worden gemaakt én gepromoot.

If These Walls Could Sing

Disney+

Via Wings, de band van haar ouders Paul en Linda, was Mary McCartney in de jaren zeventig kind aan huis in de Abbey Road Studios. In If These Walls Could Sing (88 min.) loopt de Britse fotografe, schrijfster en documentairemaakster min of meer chronologisch de roemruchte historie door van de Londense opnamestudio, die ook het beste haalde uit dat andere bandje van haar vader, The Beatles. En sir Paul McCartney is zelf natuurlijk ook van de partij.

Daarnaast geven zijn bandmaatje Ringo Starr en bekende studiogebruikers zoals Elton John, Cliff Richard, Jimmy Page, David Gilmour en Roger Waters (Pink Floyd), John Williams, George Lucas, Noel & Liam Gallagher (Oasis) en Nile Rodgers acte de présence in deze oerdegelijke muziekdocu. En vanzelfsprekend worden er bij het ophalen van herinneringen aan de opnamestudio, die over minder dan tien jaar zijn honderdjarige jubileum viert, ook allerhande studio-apparatuur, oude geluidsbanden en vaste medewerkers en opnametechnici voor de dag gehaald. Verhalen genoeg over Abbey Road – al zijn ze vast allemaal al eens eerder verteld.

Over de laatste opnames van celliste Jacqueline du Pré bijvoorbeeld, die op jonge leeftijd werd gediagnosticeerd met multiple sclerosis. Het pionierswerk van Pink Floyd, met en zonder de geniale gek Syd Barrett. De stomende jams van afrobeat-icoon Fela Kuti, waarbij ook meesterdrummer Ginger Baker nog kwam opdagen. Opnamesessies met klassieke orkesten voor de onvergetelijke soundtracks van Hollywood-franchises zoals Indiana Jones en Star Wars. Een remonte van de Britse popmuziek met de Beatles-epigonen van Oasis. Moderne gebruikers zoals Kanye West en Celeste. En – natuurlijk! – de klassieke sessies van dat andere bandje van Mary’s papa.

Of zoals die, Paul McCartney dus, ‘t op heilige studiogrond kort en bondig samenvat: als deze muren toch eens konden zingen!

A Game Of Secrets

HBO

De vraag is: wie? Wie zit er achter Football Leaks, de Portugese website die vanaf 2015 met een reeks onthullingen de geheime kant van het internationale voetbal blootlegt? Is het een idealistische hacker, die zich illegaal toegang heeft verschaft tot arbeidscontracten, geheime clubbestanden en ingewikkelde financiële constructies met spelersagenten? Iemand vanuit het hart van de business misschien, die last heeft gekregen van zijn geweten? Of toch een cynicus die er een slaatje uit probeert te slaan of gewoon de concurrentie een loer wil draaien?

In A Game Of Secrets (84 min.) reconstrueert Niels Borchert Holm met de nodige suspense de zoektocht naar ‘John’, de geheimzinnige klokkenluider die zichzelf afficheert als ‘de Robin Hood van de voetbalindustrie’, maar door sommigen in deze business eerder wordt gezien als een ‘Wolf Of Wall Street’ die het voetbal heeft geïnfiltreerd. Zijn onthullingen zijn uiteindelijk te herleiden naar informatie die afkomstig is van Doyen Sports. Het internationaal opererende investeringsfonds zorgt voor alternatieve financiering van voetbaltransfers en heeft zo bijvoorbeeld meegedeeld in de miljoenenwinsten op de aan- en verkoop van topspelers zoals Xavi Hernández, Neymar en David Beckman.

Doyen-CEO Nélio Lucas (volgens zijn eigen whatsapp: ‘always available 4 good deal!’) vertelt dat hij over de uitgelekte informatie is benaderd door ene Artem Lobuzov. Hij heeft ook een enigszins schimmige ontmoeting gehad met diens advocaat. Voor een ‘ruimhartige donatie’ kan die ervoor zorgen dat er geen schadelijk nieuws meer naar buiten komt. Dit roept natuurlijk serieuze vragen op over de intenties van de anonieme klokkenluider. Met diverse journalisten, spelersagent Jonathan Barnett (die een recorddeal heeft gesloten tussen Gareth Bale en Real Madrid) en diverse pleitbezorgers voor ‘John’ concentreert Borchert Holm zich in deze witte boorden-krimi voornamelijk op het uitpluizen van dat verhaal. 

De illegale/bedenkelijke activiteiten die ‘John’ in de openbaarheid heeft gebracht – massale belastingontduiking, beïnvloeding van scheidsrechters en luxueuze privéfeestjes met prostituees om deals te sluiten bijvoorbeeld – worden vooral behandeld als bijvangst. Alleen de banden van Doyen met een Kazachstaans-Turkse oligarchenfamilie krijgen extra aandacht. Daarmee worden de geruchtmakende Football Leaks teruggebracht tot een spannend David & Goliath-verhaal – waarbij boven de markt blijft hangen of David in werkelijkheid misschien een Sywert is – en wordt A Game Of Secrets niet het genadeloze exposé over de internationale voetbalwereld, waar de echte fan wellicht op had gehoopt.

Luc

IJswater Films

‘Ik heb kankerveel schijt aan de rechter!’ schreeuwt Lucas van der Laan tegen de zee, op een verlaten strand waar hij volgens eigen zeggen een enorm gevoel van vrijheid ervaart. Hij gaat nog even door. Het moet er duidelijk uit. De ene ‘fock’ na de andere. Gevolgd door: ‘En niemand die je hoort zeiken.’

De vijftienjarige jongen is net weggelopen uit een gesloten jeugdzorginstelling. Zijn jas heeft hij daar achtergelaten. Hij mag die van Tim Bary wel even lenen. De filmmaker volgt Luc (30 min.) al enkele maanden. De tiener heeft een tijd op straat geleefd en vraagt zich af of hij nu misschien bij zijn vader, met wie hij een lastige relatie lijkt te hebben, kan overnachten. 

Lucas is een echte jongen van de straat. Zo klinkt hij tenminste – en wil hij waarschijnlijk ook klinken. ‘Nee, mán’, zegt hij. Of: ‘tantoe lekker.’ En werkelijk te pas en te onpas: ‘je weet toch?’ Als smeermiddel voor zo’n beetje elke zin. En dan is er nog de ‘waggie’ om in te pitten. Want daarop lijkt het uit te draaien: samen met de documentairemaker overnachten in diens auto.

En zo wordt Tim Bary in deze korte docu, de weerslag van enkele uren in de nabijheid van een ontwortelde puber, langzaam maar zeker in het leven van zijn hoofdpersoon gezogen. Die vraagt zelfs of hij misschien bij hem thuis mag slapen, maar dat gaat de jongeman achter de camera toch nog te ver. Dan liever samen in de auto een filmpje kijken.

Luc is niet meer dan een momentopname uit het woelige bestaan van de jongen die zich groter voor lijkt te doen dan hij is. Dat is de beperking én de kracht van de film. Bary geeft de kijker nauwelijks context. Die moet wat er is gebeurd met Lucas zelf maar bij elkaar zien te sprokkelen – en komt daarmee ongetwijfeld een heel eind, op zijn minst in de goede richting.

Misschien doen de precieze details van dit ene leven op drift er ook niet toe en is Lucas van der Laan vooral een voorbeeld van al die jongeren die, vaak zonder al te veel perspectief, in een gesloten inrichting zitten. Wachtend op de dag dat ze terug kunnen naar het leven dat ze noodgedwongen moesten verlaten of simpelweg tot hun achttiende verjaardag.

Een buitenstaander kan alleen hopen dat er in de tussentijd geen onherstelbare schade is ontstaan.

The Invisible Pilot

HBO Max

Waarom? Die vraag hangt vanaf de allereerste scène boven The Invisible Pilot (168 min.). Waarom? Het is tevens een vraag die de vrouwen en kinderen van Gary Betzner al vanaf 1979 plaagt. Waarom? Een vraag ook die familievriend/filmmaker Craig Hodges sinds 2009 met de regelmaat van de klok aan Betzners nabestaanden voorlegde. Waarom? Waarom sprong Gary op 18 september 1977 in Hazen, Arkansas, van die brug af?

Zijn zelfverkozen dood in de White River heeft nooit een afdoende antwoord gekregen. Ook doordat z’n lichaam nooit werd gevonden. Had zijn zelfdoding te maken met de ‘Dixie Mafia’? Zat Gary in de drugshandel? Of leidde hij misschien een dubbelleven? Het levensverhaal van de Southerner die als piloot van besproeiingsvliegtuigjes halsbrekende capriolen uithaalde en naar verluidt elf ongelukken overleefde, bevat clous te over. Maar antwoorden?

Die komen wel degelijk in deze driedelige serie van Phil Lott en Ari Mark. Ze worden alleen bijzonder slim uitgeserveerd – met veel suspense, slinkse tijdsprongen, toffe humor, een zeer effectieve soundtrack en de verplichte cliffhangers – waardoor je steeds benieuwd bent naar wat er nog komt, dat nooit blijkt wat je had verwacht en tóch correspondeert met wat je eerder op de mouw is gespeld. Als je begrijpt wat ik bedoel.

Na een geweldige eerste aflevering verandert de vertelling in het tweede deel, waarin larger than life-personages zoals de Colombiaanse cocaïnekoning Pablo Escobar, CIA-hotshot John Hull, de Amerikaanse president Ronald Reagan én vrijbuiter Lucas Noel Harmony worden geïntroduceerd, in een ouderwets schelmenverhaal. Waarna de verwikkelingen in de slotaflevering zowaar een geopolitieke dimensie krijgen.

Te goed om waar te zeggen, zeggen ze dan. Net als: een goed verhaal moet je niet dood checken. En, dat ook: de waarheid is vreemder dan fictie. Allemaal waar. The Invisible Pilot vormt het tastbare bewijs: een keten van bizarre gebeurtenissen, die uiteindelijk, alles overziend, een verhaal vormt dat, inderdaad, te goed lijkt om waar te kunnen zijn. De waarom-vraag – als iemand tegen die tijd tenminste nog weet waar die over handelde – is dan allang beantwoord. Dáárom.

Dat Ene Woord: Feyenoord

Disney+

Hij begint het seizoen 2020-2021 als aanvoerder en vedette, scoort de eerste twee eredivisiedoelpunten voor zijn ploeg en voelt zich in het algemeen als een kind te rijk bij Feyenoord, de club waarvan hij inmiddels echt een boegbeeld is. Als Dat Ene Woord: Feyenoord (540 min.) een klein jaar later wordt uitgebracht, heeft aanvaller Steven Berghuis zich echter net laten verkopen aan aartsrivaal Ajax. Ook voor de makers van de negendelige documentaireserie moet dat een uitdaging zijn geweest: de held van hun productie geldt inmiddels als de meest gehate man van Rotterdam.

In augustus 2020, als de selectie van hoofdtrainer Dick Advocaat aan het nieuwe seizoen en deze serie begint, is er nog nauwelijks chagrijn bij de club die in het voorgaande half jaar een indrukwekkende reeks wedstrijden heeft neergezet. Materiaalman Ruud Disser durft er zelfs een goede fles wijn op te zetten dat ze kampioen worden. Maar of dat nu reëel is? Feyenoord is al jaren bezig, zeker sinds de titel van 2017, om de aansluiting met de top te verliezen. Het roer moet om, stelt voice-over Winne zelfs onomwonden, maar hoe?

De docuserie, zoals gebruikelijk dramatisch gemonteerd en volgestort met gezwollen muziek, komt in eerste instantie wat langzaam op gang: omdat er eerst enkele ‘gewone’ supporters moeten worden geïntroduceerd en vervolgens via een bombastische historische sequentie met clubiconen als Van Hanegem, Kuijt en Van Bronckhorst ook het fenomeen Feyenoord zelf nog eens goed in de verf wordt gezet. Want er mag natuurlijk geen misverstand over bestaan: ook al gaat het Feyenoord dan niet altijd voor de wind, voor de achterban is en blijft het de mooiste club van de hele wereld. Zoals FC Utrecht dat is voor Utrechters, Sunderland zelfs voor Sunderlanders en – niet doorvertellen in Rotterdam! – Ajax misschien ook wel voor Amsterdammers.

En dan, na die nét iets te lange aanloop, kan de bal dan eindelijk gaan rollen, voor een seizoen dat ondanks de hooggespannen verwachtingen heel wat strijd, frustratie en teleurstellingen zal gaan opleveren. Want binnen de club is er op allerlei plekken spanning: tussen hoofdtrainer Advocaat die zijn selectie wil versterken en technisch directeur Frank Arnesen die, zeker in tijden van Corona, echt op de centjes moet letten. Tussen coaches voor wie alleen de overwinning telt en de behoudende medische staf die zich vooral om de gezondheid van de spelers bekommert. En tussen het zwalkende eerste elftal en de jeugdopleiding waar het dreigt te gaan rommelen.

Deze pijnpunten worden in Dat Ene Woord: Feyenoord ogenschijnlijk tamelijk ongefilterd getoond (al vormen ze in werkelijkheid waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg). Dat levert fraaie miniverhaaltjes op: frictie over de inzetbaarheid van geblesseerde spelers als Toornstra en Malacia, openlijke twijfel bij de trainersstaf over spits Nicolai Jörgensen en diens woede als hij weer eens wordt gewisseld of gepasseerd, en het via webfilmpjes ‘scouten’ van diens Argentijnse opvolger Lucas Pratto (die uiteindelijk een gigantische mislukking zal worden). En, opvallend, openlijke twijfel over de match tussen Advocaat en zijn spelersgroep. Topsport en tobsport liggen, getuige deze vermakelijke voetbalserie, verdacht dicht bij elkaar in Rotterdam, de stad waar ze volgens een trotse supporter overhemden al met de mouwen opgestroopt verkopen.

Making Waves: The Art Of Cinematic Sound

Videoland

Als kind was ik verzot op Winnetou-films. Ik keek ze vooral op de Duitse televisie. Op een gegeven moment begon me echter één ding op te vallen: alle paarden hinnikten op precies dezelfde manier. Het duurde niet lang of ik kon het geluid perfect imiteren. Ik denk dat ik het nog steeds kan.

Elke zichzelf respecterende sound editor zou zich tegenwoordig kapot schamen voor zo’n goedkope oplossing. Toch was het in de begindagen van de film geen ongebruikelijke keuze, zo wordt duidelijk uit de documentaire Making Waves: The Art Of Cinematic Sound (95 min.). Toen de stomme film het had afgelegd tegen de rolprent met geluid, werd er vaak gebruikgemaakt van stockgeluiden. Voor rondvliegende kogels. Een explosie. Of een flinke oorvijg. En als het niet anders kon, werd er gewoon een overdaad aan bombastische muziek overheen gemixt.

Toch waren er altijd filmmakers die het belang van geluid wél onderkenden. En begin jaren zeventig, toen een nieuwe generatie Hollywood veroverde, werd die houding eindelijk gemeengoed. Deze documentaire ontleedt die ontwikkeling met bekende regisseurs als Steven Spielberg, George Lucas en David Lynch en groten uit het geluidsvak zoals Walter Murch (The Godfather, The Conversation & Apocalypse Now), Ben Burtt (Star Wars, E.T. & Indiana Jones) en Gary Rydstrom (Jurassic Park, Saving Private Ryan & Toy Story).

Making Waves – de tegenhanger van Score, een soortgelijke liefdevolle documentaire over filmmuziek – is gelardeerd met prachtige voorbeelden uit de filmhistorie. Die worden nu eens niet benaderd vanuit de regisseur, scenarioschrijver of acteurs, maar vanuit alle verschillende aspecten van het geluidsdecor, zónder dat het een ondoorgrondelijk technisch verhaal wordt. Doorgewinterde cinefielen zien sleutelscènes uit filmklassiekers zo nog eens met andere oren en voor de verandering staan in deze docu van vakbroeder Midge Costin nu dus eens de ‘unsung heroes’ van de filmsound in de spotlight.

Deze giganten hebben ons als kijkers opgevoed. Meestal overigens zonder dat we dat doorhadden, want veel geluidstechnici werken in het geniep. Hun beste trucs verdwijnen in het totaal. Als ze broddelwerk afleveren, merken we het echter direct. Zo begon het mij als jongetje bijvoorbeeld op te vallen dat een heel klein team bij de Duitse tv de nasynchronisatie van zo’n beetje alle producties verzorgde. Ik ontdekte de grote westernheld ‘John Wayne’ tevens in totaal andere rollen en films. En ook hem kon ik al snel behoorlijk nadoen.

The Confession Killer

‘Ze vonden letsel aan de slaapkwab en aan de voorhoofdskwab’, vertelt journalist Nan Cuba over het hersenonderzoek dat was verricht bij Henry Lee Lucas. ‘Een slechtere combinatie kan bijna niet. De slaapkwab betekent geen zelfbeheersing, de voorhoofdskwab een gebrek aan medeleven, empathie. Als je die samenvoegt, dan heb je een seriemoordenaar.’

Lucas beweert dat hij in de jaren zeventig en tachtig ettelijke honderden moorden heeft gepleegd. Journalist Hugh Aynesworth, die eerder uitgebreid sprak met seriemoordenaar Ted Bundy (de hoofdpersoon van de Netflix-docuserie Conversations With A Killer), vertrouwt het echter niet. Probeert Lucas echt schoon schip te maken of geniet hij gewoon van alle aandacht die zijn bekentenissen genereren? En waarom slikken de Texas Rangers al zijn verhalen voor zoete koek?

Die vragen vormen het startpunt voor de vijfdelige docuserie The Confession Killer (240 min.), waarin Robert Kenner en Taki Oldham De Zaak Henry Lee Lucas nog eens onder de loep nemen. Ze kunnen daarbij een beroep doen op een enorme hoeveelheid beeldmateriaal. Het lijkt alsof zo’n beetje elk verhoor en elk bezoek aan een mogelijke plaats delict van de moordzuchtige (?) outsider werd vastgelegd door een cameraploeg.

Dat biedt een onwerkelijke aanblik. Alle belangrijke spelers, inclusief de betrokken agenten en advocaten, moeten zich er voortdurend bewust van zijn geweest dat hun handelingen zouden worden gedeeld met de wereld – al konden ze toen natuurlijk niet vermoeden dat true crime ooit zo’n populair documentaire-genre zou worden. Het is niet vreemd dat ze zich vervolgens ook zijn gaan gedragen als personages, die naar een hoofdrol hengelen in dit spannende misdaadverhaal.

De nadruk ligt in deze boeiende miniserie niet op de (vermeende) daden van de pathologische leugenaar Lucas of het leed dat hij, of toch een andere dader, heeft veroorzaakt (waarvoor in true crime sowieso niet altijd evenveel aandacht is). The Confession Killer focust zich vooral op ‘s mans controversiële bekentenissen. Heeft hij die moorden daadwerkelijk op zijn geweten? Of waren die bekentenissen vooral een alibi voor plaatselijke gezagsdragers om onopgeloste zaken te sluiten?

0,03 Seconde


‘Iedereen kent de Olympisch kampioen’, stelt gouden medaille-winnaar Ferry Weertman in 0,03 Seconde (90 min.). ‘Maar hoeveel ken je er die tweede zijn geworden?’ Toch is het een ‘verliezer’ die je hart wint in deze documentaire over vijf zwemmers die vorig jaar deelnamen aan de Olympische Spelen in Rio de Janeiro.

Regisseur Suzanne Raes zet haar geld op de even kwets- als aaibare Femke Heemskerk. De andere helden van deze meeslepende film (titelfavoriet Ranomi Kromowidjojo en haar vriend Ferry, de ambitieuze Sebastiaan Verschuren en Heemskerks lange afstandsmaatje Sharon van Rouwendaal) zijn allemaal gepositioneerd rond de lotgevallen van de met haar vorm en gemoed worstelende Femke.

Heemskerks omgang met haar voormalige coach Marcel Wouda wordt geportretteerd als een liefdesaffaire die door omstandigheden niet kan worden geconsumeerd. Intussen zit ze opgescheept met de barse macho Philippe Lucas als trainer, een Franse variant op schaatscoach Peter Müller (die ooit z’n pupil Marianne Timmer verschalkte).

In een verlaten zwembad in het Franse Narbonne bezwijkt Femke bijna onder Lucas’ gestaalde regime, terwijl haar maatje Sharon er juist sterker en sterker van wordt. De beelden van topsporters die in afzondering gedwongen worden het uiterste uit zichzelf te halen behoren tot de grootste troeven van 0,03 Seconde.

Waarschijnlijk werd de sport zwemmen ook nooit eerder van zo dichtbij vastgelegd. Door het sublieme camerawerk, afgetopt met een weelderig geluidsdecor, is het bijna alsof je als kijker zelf onderdeel wordt van die voortdurende race tegen de klok, coach en concurrentie, die slechts een enkeling kan winnen.

De afloop van alle inspanningen (of wie welke medaille wint) mag dan bekend zijn, maar het hoe en waarom van de weg ernaartoe blijft fascinerend. Zeker omdat Suzanne Raes de opofferingen die de zwemmers en hun directe omgeving zich moeten getroosten voor Rio zo groots en tegelijk intiem in beeld brengt; kleine levens, in dienst van grote prestaties.

En Femke? Die schijnt weer terug te zijn bij Marcel.