Ja, Ik Wil!

BNNVARA

Nadat Helene Faasen en Anne-Marie Thus Ja, Ik Wil! (23 min.) tegen elkaar hebben gezegd, barst er aan de andere kant van de wereld, in San Francisco, een feest los. In het altijd zo vooruitstrevende Nederland is op 1 april 2001 ook voor hen een cruciale barrière geslecht: paren van hetzelfde geslacht kunnen voortaan met elkaar trouwen.

Ook in Egypte wordt er feestgevierd, op een boot op de Nijl. Al snel doet de politie echter een inval en arresteert de aanwezigen. Homoseksualiteit is er verboden. Faasen en Thus vinden dat nog altijd moeilijk. ‘Natuurlijk ben je daar niet één op één verantwoordelijk voor, maar het is wel ter gelegenheid van jouw huwelijk’, vertelt het eerste vrouwelijke koppel ter wereld dat is getrouwd in deze interessante korte film van Justine van Overeem en Suzanne Borsboom.

25 Jaar na dato zoeken zij ook het eerste getrouwde mannelijke koppel ter wereld op, Gert Kasteel en Dolf Pasker, en bespreken met hen hoe ze elkaar hebben leren kennen en hoe het vervolgens was voor hen om samen die even vanzelfsprekende als baanbrekende stap richting het huwelijk te zetten. Voor het oog van de wereld, die dat enthousiast toejuichte of stug bleef afkeuren. Homoseksualiteit is anno 2026 nog altijd strafbaar in meer dan zestig landen.

Van Overeem en Borsboom spreken tevens met enkele aanjagers die een sleutelrol speelden bij het openstellen van het huwelijk in Nederland: advocaat en D66-Tweede Kamerlid Boris Dittrich, hoofdredacteur Henk Krol van De Gaykrant en de Amsterdamse burgemeester Job Cohen die de eerste van inmiddels ruim 36.000 universele huwelijken voltrok. Sindsdien hebben nog bijna veertig landen het huwelijk opengesteld voor paren van het gelijke geslacht.

Tegelijkertijd – en dat geeft deze terugblik op een scharnierpunt in de wereldwijde LHBTIQ+-historie urgentie – blijkt uit onderzoek dat de acceptatie in Nederland elk jaar terugloopt.

Tammie Zoekt Een Vriendje

Frenkie Media / BNNVARA

Hij hoeft echt niet knap te zijn. Niet rijk. Of slim. Journalist Tammie Schoots is dertig en valt volgens eigen zeggen op ‘muppets’, type ‘Jack & Jones-regioman’. Als transpersoon heeft ze echter nog nooit een echte relatie gehad. En dat wordt nu wel tijd, vertelt ze aan haar goede vriendin Lize Korpershoek, de maakster van Tammie Zoekt Een Vriendje (48 min.), de film die ze samen bedachten.

De twee gaan eerst maar eens langs bij kennisinstituut Movisie. 71 procent van de Nederlandse bevolking staat positief tegenover transmensen, aldus onderzoeker Karijn van den Berg. Tegelijkertijd zou een kwart van de Nederlanders z’n relatie verbreken als hun partner trans blijkt te zijn. En 54 procent van de bevolking wil volgens Van den Berg überhaupt geen relatie met een transpersoon. Daar schrikt Tammie van.

Tijdens het maken van deze tv-docu doet ze tevens interviews voor een vijfdelige podcast over hetzelfde thema, die door Korpershoek, samen met het inrichten van Tammies woning en animaties daarvan, als structurerend element wordt ingezet. Haar hoofdpersoon spreekt daarvoor bijvoorbeeld af met haar studievriendin Joppe, die inmiddels een relatie heeft met een jongen, en Sophie, een transvrouw die moeder is geworden.

Zulke ontmoetingen confronteren Tammie ook met wat ze wil én mist – en de diepe twijfel die ze voelt over zichzelf als ‘mislukte vrouw’. Geldt ook voor een transpersoon zoals zij gewoon ‘het recht om van gehouden te worden’? Tijd om de proef op de som te nemen en, de apotheose van deze sympathieke film, om te gaan daten.

De Trut

Cinemien

Sinds 1985 organiseert de queerclub De Trut in Amsterdam elke zondagavond een feest, dat volledig door vrijwilligers wordt gerund. Iedereen mag zichzelf zijn en kan er zich veilig voelen. Met het geld dat met deze avonden wordt opgehaald, kan het Trutfonds bovendien wereldwijd LHBTIQA+-doelen steunen.

‘Queers and dykes’ only, meldt een bordje na binnenkomst. ‘No phones’, staat er even verderop. ‘No exceptions.’ Dat geldt dus ook voor regisseur Pim Mookhoek en deze aardige korte docu om het veertigjarige jubileum luister bij te zetten. De Trut (40 min.) is buiten de club zelf gefilmd en bestaat uit tien miniportretjes van vrijwilligers of bezoekers van De Trut en begunstigden van het bijbehorende fonds.

Die vormen samen een kleurrijke dwarsdoorsnede van de Trut-populatie en de LHBTIQA+-gemeenschap in het algemeen. Van eerste generatie Trutters zoals Robbie, die vindt dat de huidige lichting soms wel ‘erg self-centered’ is en wat vaker op de barricaden zou mogen staan, tot Jamila, die met gender speelt ‘omdat het kan’ en als drag king optreedt onder de naam Jamal le Coq. ‘Waarom niet?’

‘Ik identificeer mezelf vaak alleen als queer omdat ik dat een hele mooie overkoepelende term vind voor van alles en niks’, vertelt vrijwilligster Emma, die al sinds haar zestiende, toen ze nog een ‘baby gay’ was, in De Trut komt. ‘En zo voel ik me soms ook een beetje: van alles en niks.’ Emma vindt het ook totaal niet belangrijk hoe mensen haar aanspreken, zegt ze. ‘Zolang het maar enigszins met respect is.’

Zo heeft elke geportretteerde z’n eigen kijk op en ervaringen met de ‘safe space’ die De Trut nu en in het verleden, tijdens de AIDS-crisis bijvoorbeeld, vormt voor mensen die zich elders, in een wereld die volgens sommigen alsmaar intoleranter wordt, niet altijd even veilig voelen. Behalve een terugblik op veertig jaar Trut dient deze korte docu dus vooral ook als een pleidooi voor diversiteit en inclusie.

The Librarians

Dogwoof

The Cider House Rules, Fahrenheit 451 en – natuurlijk – The Handmaid’s Tale. Zomaar enkele titels van de 850 boeken die de Republikeinse volksvertegenwoordiger Matt Krause in 2021 wil laten verwijderen uit de schoolbibliotheken van de Amerikaanse staat Texas. De thema’s van de boeken die in de ban moeten worden gedaan zijn voorspelbaar: seksuele voorlichting, LHBTIQ+-onderwerpen en alles wat maar onder de term ‘woke’ kan worden geschaard.

Het vak van bibliothecaris was, kortom, nog nooit zo spannend en – werkelijk waar! – gevaarlijk als in het hedendaagse Amerika. The Librarians (86 min.) staan, ongewild, in de vuurlinie van een cultuuroorlog die door conservatieve christenen is opgestart. Binnen de kortste keren kan een verontruste ouder een officiële klacht indienen omdat zijn of haar kind is blootgesteld aan Lentekriebels-achtige pornografie. De jaarlijkse conferentie van bibliotheekmedewerkers moet zelfs beveiligd worden.

Regisseur Kim A. Snyder (Newtown / Us Kids) laat de informatie-intermediairs in deze actuele documentaire uitgebreid aan het woord, soms uit veiligheidsoverwegingen geanonimiseerd. Daarnaast spreekt ze ideologische opponenten – althans, zo zien die dat zelf – zoals Tiffany Justice en Tina Descovich van de conservatie organisatie Moms For Liberty, die ter bescherming van Amerika’s kinderen aan een kruistocht tegen vulgair, pornografisch en ander schadelijk lesmateriaal zijn begonnen.

De vrijheid van meningsuiting komt ernstig in de verdrukking door zulk modern McCarthyisme, waarbij censuur en zelfcensuur hand in hand gaan. Op zwarte lijsten, aanklachten en authentieke boekverbrandingen volgen bijna automatisch een pijnlijk stilzwijgen. Intussen krijgt volkshysterie, veelal op religieuze grondslag, alle ruimte om voort te woekeren en spinnen slinkse populistische politici zoals Ron DeSantis, de Republikeinse gouverneur van Florida, daar weer garen bij.

Met politieke benoemingen in schoolbesturen en gecoördineerde campagnes wordt een oerconservatieve ideologie opgedrongen aan kinderen en tieners. En de bibliothecaris die zich daartegen verzet loopt het risico ontslagen, aangehouden of zelfs uit de weg geruimd te worden. De conservatieve activist Bruce Friedman de zelfverklaarde ‘Michael Jordan of book banning’ spreekt bijvoorbeeld uit dat hij bibliotheken koste wat het kost wil zuiveren. En iedereen die in zijn weg staat? ‘Run over them like a dead body.’

John Irving, Ray Bradbury en Margaret Atwood hadden ‘t zo gek niet kunnen verzinnen. Bijna dan.

Bliksem

VPRO

‘Als onze families onze liefde zouden zien, zou dat wellicht iets doorbreken en zouden we meer verbonden kunnen zijn’, verwoordt Aiman Hassani, bij de start van Bliksem (59 min.), het gevoel waarmee hij deze persoonlijke film over z’n relatie met Tim inging. Want hoewel ze al ruim vijf jaar samen waren, hadden hun families elkaar nog nooit ontmoet. Tim en Aiman wilden graag delen hoe gelukkig zij samen waren. En toen bleek de ware Jacob er een verborgen leven op na te houden.

Tim stamt uit een gehucht in de Achterhoek, Aiman groeide op in een Marokkaanse familie uit de omgeving van Utrecht. Ze zeiden ‘u’ tegen elkaar – teder! – en waren heel lang elkaars veilige plek. Ook nadat alles op losse groeven is komen te staan, blijft Hassani zijn leven documenteren. Om greep te krijgen op die nieuwe realiteit en zichzelf onder controle te houden. Alsof hij in de spiegel naar zichzelf blijft turen en elk afzonderlijk element van z’n eigen verlies wil optekenen.

Hassani filmt bijvoorbeeld hoe hij een filmpje terugkijkt dat hij ooit samen met Tim maakte tijdens het koken. En dat krijgt de kijker van Bliksem dan weer te zien. Meermaals. Zoals die ook wordt meegenomen naar de sportschool, waar Aiman een nieuwe routine vindt – en een nieuwe versie van zichzelf, met een wasbord. Hij gaat ook nog naar de kapper. Het lijken afscheidsrituelen, van een jonge man die op drift is geraakt/gebracht. Losgeraakt, ook van zijn familie.

‘Niemand heeft je afgewezen omdat je anders bent’, zegt zijn ernstig zieke vader, in wat misschien wel hun laatste gesprek wordt. ‘Wij houden van jou omdat je Aiman bent. Jij bent onze zoon.’ Die boodschap moet nog even doordringen bij de filmmaker in deze even particuliere als universele registratie van de ontmanteling van het ene leven, om aan het volgende te kunnen beginnen.

Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

Bring Me The Beauties: A Model Cult

HBO Max

‘We hebben allemaal een gelofte afgelegd voor een leven in dienstbaarheid’, hoort Hoyt Richards zichzelf zeggen als hij de audiocassette aanzet. ‘Maar blijkbaar had John Andreadis andere plannen, die onlangs aan het licht zijn gekomen. Het nastreven van een egoïstisch doel zou het grootste verraad zijn.’ En daaraan heeft Andreadis zich schuldig gemaakt. Hij is halverwege de jaren tachtig verliefd geworden op het fotomodel Jacki Adams, een nieuw lid van de Eternal Values-gemeenschap. Terwijl hij door leider Frederick van Mierers hoogstpersoonlijk klaargestoomd wordt om ‘de incarnatie van God’ te worden. ‘Het betekent dat hij niet van mij houdt’, zou Von Mierers wraaklustig hebben gezegd. ‘Want hij koos voor Jacki.’

En dat is in de ogen van de zelfverklaarde ‘spiritueel astroloog’ een onvergeeflijke zonde. Von Mierers, een voormalig model dat afkomstig lijkt te zijn uit de New Yorkse high society, geldt als een New Age-superster – niet in het minst omdat hij een ‘walk-in’ is, een alien van de ster Arcturus die zich heeft genesteld in een menselijk lichaam en dus hoog verheven is boven gewone stervelingen. Hij heeft louter mooie mensen, zoals het mannelijke topmodel Hoyt, om zich heen verzameld en begint, ondersteund door zijn uitverkorenen, de twee geliefden te verstoten. Totdat hen het leven echt onmogelijk is gemaakt en Jacki besluit om de klok te gaan luiden over ‘de modellensekte’. Waar het einde der tijden – natuurlijk, zouden we bijna zeggen – al is aangekondigd.

En laat het maar aan Chris Smith, de filmmaker achter smeuïge producties zoals Jim & Andy: The Great Beyond, Fyre: The Greatest Party That Never Happened en Don’t Die: The Man Who Wants To Live Forever, over om daar een volvette productie van te maken: de driedelige serie Bring Me The Beauties: A Model Cult (173 min.). Hij hangt zijn vertelling op aan het relaas van Hoyt Richards (echte naam: John Hoyt), een man die er tijdens zijn lidmaatschap van The Eternal Values nog gewoon een succesvolle modelcarrière op nahoudt en die tegelijk elk contact met zijn familie heeft verbroken. Zij zien hem overal, behalve in het echt. Andere oud-leden ondersteunen zijn herinneringen aan de sekte en hun enigmatische leider, Frederick von Mierers.

Als die van het toneel verdwijnt, lijkt deze miniserie even zijn schwung kwijt te raken. Smith pakt de draad echter weer op waar ook Hoyt en zijn andere hoofdpersonen dat doen: bij de vraag wie ze nu zijn en wat ze samen waren.  Een sekte misschien? Want hoewel hun leider zich daar altijd ferm tegen uitsprak, realiseren ze zich nu dat hij wel degelijk gebruik maakte van de daarvan bekende verleidings- en controlemechanismen. Bring Me The Beauties mondt daardoor niet, zoals veel docu’s over sekarische bewegingen, uit in een aanklacht, maar in zelfreflectie en herbronning. ‘Ik heb geleerd dat de remedie voor schaamte kwetsbaarheid is’, stelt Hoyt. ‘En de manier waarop je je kwetsbaarheid toont, is door het vertellen van je verhaal, door het te ownen.’

Room To Move

Netflix

De Amerikaanse danser en choreograaf Jenn Freeman is al in de dertig als ze antwoord krijgt op de vraag waarmee ze al haar hele leven rondloopt: waarom ben ik anders dan anderen? Op de dag dat Freeman wordt gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, neemt ook filmmaker Alexander Hammer contact met haar op. Hij wil een documentaire met haar maken.

Room To Move (112 min.) is doorsneden met een stem die mechanisch alle mogelijke kenmerken, uitingsvormen en symptomen van autisme opdreunt, die vervolgens zijn te herkennen in Jenns leven of gestileerde representaties daarvan voor een voorstelling waaraan zij werkt. Daarnaast gaat ze in gesprek met klinisch psycholoog Kimberly Gilbert. Op een gegeven moment nam dans me meer af dan het me gaf, vertelt Freeman dan. Ze is ergens onderweg haar reddingsboei kwijtgeraakt – al weet ze dat doorgaans goed te verbergen bij haar leerlingen en collega’s.

Met geregistreerde scènes, tevens gefilmd door Jenns echtgenoot Ian Stuart, kan Hammer zeer dicht op de huid komen bij zijn hoofdpersoon en de uitdagingen van haar dagelijks leven vangen. Hij klutst al die verschillende verhaalelementen, waaronder ook een hele zwik familiefilmpjes, bij elkaar en probeert zo ‘de neurodivergente ervaring’ te vatten. Gaandeweg komt de documentairemaker zelf ook steeds meer in beeld. Ook hij worstelt gedurig met zijn (psychische) gezondheid en belandt tijdens het maken van de film in diverse crises. Jenn en hij vinden elkaar daarin.

Zij begint hem dan ook te filmen. En Alex gaat eveneens in gesprek met dokter Gilbert. De grenzen tussen maker en subject zijn dan al behoorlijk vervaagd, in een lang uitgesponnen en erg grillige film waarin de uitdagingen en valkuilen van het leven met autisme, alsmede de aanverwante thematiek en diagnoses, worden geëxploreerd. Room To Move dreigt een kamer te worden waarin ze zichzelf in een hoek hebben geschilderd. Met steeds minder bewegingsruimte. Uiteindelijk, na het verplichte vallen en opstaan, volgt echter toch een positieve, lekker Amerikaanse eindconclusie.

Het maken van deze documentaire heeft, daarover zijn Jenn Freeman en Alexander Hammer ‘t aan het eind wel eens, niets minder dan hun leven gered. En die diagnose is een geschenk gebleken.

Stonewall Uprising

PBS

In de zomer van 1969 komen de jaren zestig alsnog op gang voor Amerikaanse homo’s, lesbiennes en drags, die hun eigen strijd om burgerrechten beginnen te voeren.

Homoseksualiteit wordt dan nog beschouwd als een psychische aandoening, die desnoods onder dwang moet worden behandeld. Met elektroshocks bijvoorbeeld, al zijn ook een lobotomie of castratie niet uitgesloten. ‘Twee-derde van de Amerikanen kijkt naar homoseksuelen met walging, ongemak of angst’, vat de befaamde journalist Chris Wallace het sentiment in zijn land samen in de televisiereportage The Homosexuals uit 1967. Praktiserende homoseksuelen moeten volgens hen vervolgd worden.

Het is dus niet vreemd dat deze Amerikanen doorgaans ondergronds proberen te blijven. ‘Het idee van uit de kast komen was belachelijk’, herinnert de schrijver Eric Marcus zich in deze documentaire van het echtpaar Kate Davis en David Heilbroner uit 2010. ‘Uit bestond helemaal niet. Iedereen bleef in de kast.’ Durfals en activisten, of gays die simpelweg niets te verliezen hebben, ontmoeten elkaar op clandestiene plekken. Die worden alleen met de regelmaat van de klok geconfronteerd met invallen van de politie.

De politieactie bij de New Yorkse homobar The Stonewall Inn op 28 juni 1969 is er echter nét één te veel en veroorzaakt een heftige tegenreactie, de zogeheten Stonewall Uprising (81 min.). Dit cruciale moment in de geschiedenis van de Amerikaanse LHBTIQ+-beweging wordt in deze film opgeroepen met direct betrokkenen, zowel bezoekers van The Stonewall als agenten van de NYPD. Ook de latere burgemeester Ed Koch, over wie wordt gefluisterd dat hij zelf wel eens gay zou kunnen zijn, blikt terug.

Davis en Heilbroner vullen het bestaande beeldmateriaal van de opstand aan met gedramatiseerde scènes. Zo verschijnt de dag waarop de groep die altijd in de hoek zit waar de klappen vallen terugslaat, weer helder op het netvlies. Vanachter die tumultueuze junidagen, die ook aan de basis staan van Gay Pride, komt een wereld tevoorschijn, die met hedendaagse ogen bekeken ronduit schokkend is. Waarin uiting geven aan wie je bent of wilt zijn illegaal is en zomaar kan leiden tot arrestatie.

Boy Band Confidential

HBO Max

Ze hebben eerder hun verhaal gedaan, belooft het intro van de tweedelige documentaire Boy Band Confidential (177 min.). Maar nog nooit zo. ‘We hebben nooit gepraat over hoe het voelde en wat er is gebeurd’, zegt initiatiefnemer Joey Fatone (*NSYNC). ‘Het is de hoogste tijd’, beaamt Jeff Timmons (98 Degrees). ‘We hebben dit nog nooit besproken.’ Zulke beloften zijn nodig. Want natuurlijk is er allang gesproken over de achterkant van de boybandbusiness.

Timmons zelf deed bijvoorbeeld ook al zijn zegje in de documentaire Larger Than Life: Reign Of The Boybands. Net als Lance Bass (*NSYNC), Nick Lachey (98 Degrees) en Alex ‘AJ’ McLean (Backstreet Boys). AJ en Bass zijn ook te zien in The Boy Band Con, terwijl de Backstreet Boy McLean eveneens optreedt in Dirty Pop: The Boy Band Scam. Daar treft hij overigens Erik-Michael Estrada (O-Town), die eveneens participeert in deze gelikte boyband-productie van Joey Fatone. 

Kunt u het nog volgen? Lang verhaal kort: het vertellen over het leven als lid van een boyband dreigt een business op zichzelf te worden, op het moment dat hun achterban waarschijnlijk richting midlifecrisis gaat en wellicht weer extra geïnteresseerd is. Over de volledig gefabriceerde muziek gaat het dan niet. Wel over: het verbergen van je seksuele geaardheid, gefnuikte solocarrières, geldproblemen, quarter-life crises, verslavingen en – natuurlijk, helaas – seksueel misbruik.

Vanzelfsprekend komt daarbij ook Lou Pearlman weer aan de beurt. Hij lanceerde eerst Backstreet Boys en daarna ook een concurrent voor die groep, *NSYNC. Naast McDonald’s was er immers ook ruimte voor Burger King, een treffende vergelijking. ‘Big Poppa’ beschouwde zichzelf bovendien als een extra bandlid en beloonde zichzelf ook als zodanig – los van het percentage dat hij als manager sowieso al afroomde. En – natuurlijk, helaas – de man had ook andere behoeften.

De mastodont doet dienst als de lelijke tronie van een industrie die volgens direct betrokkenen, waartoe ook insiders zoals manager Joe Mulvihill, medewerker Melissa Bell en groepsleden van Boyz II Men, All-4-One, Take 5 en LFO behoren, zowel geweldig als wreed kan zijn. ‘Succes was mijn wraak’, zegt Johnny Wright, agent van talloze Amerikaanse acts niet voor niets in dit tweeluik dat (opnieuw) een inkijkje geeft in de wereld achter de glitter en glamour van tienersterren.

PS Er zijn overigens ook nog boybanddocu’s, veelal volgens hetzelfde recept, over afzonderlijke groepen (Take That, Boyzone en Bros) en groepsleden (Robbie Williams en Nick & Aaron Carter).

De Bi-Kwestie

NTR

Ze hebben een heel traject achter de rug in de afgelopen twee jaar, de hoofdpersoon en regisseur van De Bi-Kwestie (56 min.). Zowel Zaïre Krieger als Dennis Alink vallen op mannen en vrouwen. Ze identificeren zich als biseksueel. In de openingsscène van deze geheel bijdetijdse documentaire zijn de twee tegenover elkaar gaan zitten aan een tafel, om nog even terug te blikken op de voorbije periode en hun film af te trappen. De voorlopige conclusie? We bestaan niet en toch zijn we met heel veel.

En dan gaat die film over een jonge biseksuele Nederlandse vrouw van kleur, met wortels in Congo, actief binnen de ballroomscene en werkend aan haar eerste bundel als spoken word-artiest, daadwerkelijk van start. De eerste zin van dat boek heeft Zaïre overigens al als ze in gesprek gaat met haar eindredacteur Romana Vrede. ‘For my mom, I hope you like it. I hope you like me.’ De bundel moet volgens haar gaan over ‘multidimensionaal’ zijn, meerdere versies van jezelf. Want alle mensen, bi-personen niet in het minst, verenigen verschillende identiteiten in zichzelf.

‘Ik ben genomen met een strap-on’, vertelt Krieger bijvoorbeeld, als ze haar eigen variant op de archetypische hyperseksuele bi-mens lijkt te spelen, tijdens een etentje. ‘Door iemand die me niet terugappt. Ik voel me daar slecht over en ik haat dat.’ Waar? wil haar gesprekspartner weten, die het spel zo te zien graag meespeelt. Hij bedoelt: in welke stad. Den Haag, antwoordt zij. ‘Hen moest vanmorgen heel vroeg vertrekken voor een muziekrepetitie.’ Ze verduidelijkt, in de taal van haar wereld: ‘Hen noemt zichzelf een lesbienne, een butch-queen homo en tegelijkertijd een cis-man.’

Terwijl Krieger gaandeweg in een serieuze relatie verzeild raakt, werkt aan de bundel die de titel Kameleon krijgt (‘hello, full circle!’ reageert een vriendin enthousiast) en zich in al haar verschillende gedaanten manifesteert in de buitenwereld, wordt zij door Alink uitgedaagd om op zichzelf te reflecteren. Die scènes krijgen soms bijna het karakter van het staren in de eigen en elkaars navel. Indringender wordt het als de jonge vrouw in haar eigen familie naar acceptatie zoekt. Mag ze een vriendin mee naar huis brengen? En zijn haar levenskeuzes te verenigen met het geloof van haar moeder?

Eenmaal op dat punt aangekomen, ogenschijnlijk stiekem vastgelegd met een zendermicrofoontje, lijkt De Bi-Kwestie even achter de façade te komen bij de jonge vrouw die weliswaar meerdere versies van zichzelf aanstuurt, maar toch eerst en vooral ook kind van haar moeder is.

Dolly Parton: America Reunited

Arte

Natuurlijk begint dit portret van Dolly Parton met haar grootste hit. Over Jolene, de haaibaai die haar vent probeerde te stelen. Tevergeefs, natuurlijk. De Amerikaanse zangeres, songschrijver en actrice blijkt steeds weer onweerstaanbaar. Niet alleen overigens door haar ‘royale rondingen’, aldus de verteller van Dolly Parton: America Reunited (52 min.). Ook door de tamelijk overdadige manier waarop de inmiddels tachtigjarige ster zich opmaakt en kleedt. Ofwel Dollyfashion, ‘een overdreven versie van vrouwelijkheid’.

Daarachter gaat een vrije, sterke en ambitieuze vrouw schuil. Ferm stippelt ze haar eigen carrière uit, die hier met louter archiefbeelden en -interviews wordt gereconstrueerd door Nicolas Maupied. Als meisje uit de Appalachen debuteert ze halverwege de jaren zestig in Nashville met de single Dumb Blonde, maar blijkt natuurlijk allesbehalve een dom blondje. Zestig jaar later is zij ‘s werelds countryhoofdstad allang ontgroeid. Dolly – achternaam overbodig – is een begrip geworden. De ‘wise old woman’ van de Amerikaanse entertainmentindustrie.

Daarvoor moet ze zich eerst nog wel losmaken van haar vaste muzikale partner Porter Wagoner. Dolly’s afscheid resulteert in nóg een ongenadige wereldhit: I Will Always Love You. Tweemaal zelfs. Als we de aalgladde versie van Whitney Houston meerekenen. Parton heeft zich dan ook al ontworsteld aan de conservatieve countrywereld. Geheel op eigen kracht groeit ze uit tot een pop- en filmster, ontwikkelt zich tot de peetmoeder van de Amerikaanse LHBTIQ+-scene en begint in Tennessee zowaar haar eigen themapark, Dollywood.

Deze televisiedocu zet al die ontwikkelingen, waarbij ze achter de schermen allerlei persoonlijke tegenslagen moet verstouwen en in het openbaar haar sociale hart laat zien, netjes achter elkaar, voegt daar kleurrijke animaties aan toe en laat de sterke vrouw in kwestie, via oude televisie-interviews, tussendoor ook nog reageren. Als Whitney Houston met die cover van Dolly’s ultieme liefdesverklaring ook haar kas flink heeft gespekt, reageert ze bijvoorbeeld met kenmerkende zelfspot. ‘Het kost veel geld om er zo goedkoop uit te zien.’

Zo maakt Dolly Parton zichzelf definitief onweerstaanbaar en blijft ze meteen eeuwig jong. Want intussen is ook Jolene, haar meesterzet als songschrijver, opgepakt door nieuwe generaties

Trailer Dolly Parton: America Reunited

Studio One Forever

Kanopy

Héél Hollywood kwam er in de jaren zeventig: Liza Minnelli, Rock Hudson, Betty Davis, Cary Grant, Gregory Peck, Diana Ross, Kirk Douglas, Burt Reynolds…. In Studio One Forever (96 min.) lijken de oud-medewerkers en -bezoekers van de gayclub in Los Angeles de namen van alle bekende bezoekers, die ze zich nog kunnen herinneren van die wilde tijden, te willen droppen. Totdat het de kijker bijna begint te duizelen…

Homo-emancipatie was destijds bepaald nog niet vanzelfsprekend. Studio One, een voormalige filmstudio in West Hollywood, speelde een sleutelrol in het ontwikkelen van een eigen cultuur voor de Amerikaanse LHBTIQ+-gemeenschap, daarover zijn alle betrokkenen het een halve eeuw later wel eens. En op de dansvloer werd meteen de basis gelegd voor de dominante muziekstroming van de jaren zeventig: disco.

Van de New Yorkse tegenhanger Studio 54, die eerst de kunst kwamen afkijken en daarna ook maar een jaar of drie open waren, moeten ze in elk geval nog altijd weinig hebben. Studio One, met al z’n onweerstaanbare ‘menergy’, was écht veel puurder, bracht bovendien eigen queerhelden zoals SylvesterDivine en Wayland Flowers and Madame voort en had dus ook nog eens aanzienlijk meer Ausdauer dan 54.

Zoals één van de insiders ’t geheel in stijl verwoordt: New York mocht dan de Stonewall-opstand hebben en San Francisco de moord op het homoseksuele gemeenteraadslid Harvey Milk, maar wij in Los Angeles hadden de enige echte Studio One. Van de mannen die met ontbloot en bezweet bovenlijf op foto’s en film uit die tijd staan is alleen een groot deel niet meer in leven. Drugsverslavingen en – vooral – AIDS eisten hun tol.

Ook die keerzijden van de medaille komen natuurlijk uitgebreid aan de orde in deze vlotte film van Marc Saltarelli, waarin oude tijden herleven en, in het kader van het behoud van cultureel erfgoed, ook het pand van Studio One nog van de ondergang moet worden gered.

Southern Comfort

HBO

In het diepe Amerikaanse zuiden, het land van ‘good ol’ boys’, heeft documentairemaakster Kate Davis rond de eeuwwisseling een kleine en hechte transgemeenschap gevonden: Southern Comfort (88 min.). Samen houden ze zich staande in een omgeving, die doorgaans weinig op heeft met LHBTIQ+-ers.

De beminnelijke Robert Eads is de centrale figuur van dit kleurrijke gezelschap uit Toccoa, Georgia. Als Davis met ‘papa Robert’ begint te filmen, weet de transman dat ie nog maar kort heeft te leven. Hij heeft eierstokkanker. Het is een wrede grap, zegt Eads nuchter en met een kenmerkende ‘southern drawl’, dat mijn laatste vrouwelijke deel nu ook voor mijn dood zorgt.

Het duurde even voordat duidelijk werd wat er precies aan de hand was met hem. Een aantal artsen en ziekenhuizen in wat hij gekscherend – zonder dat ’t overigens grappig wordt – ‘KKK-gebied’ of ‘Bubbaland’ noemt, weigerden Robert Eads in eerste instantie te behandelen. De overwegingen van deze professionals leken het midden te houden tussen koudwatervrees en pure onwil.

De pijp rokende transman heeft inmiddels een relatie met de transvrouw Lola en bekommert zich als een vader om de transjongen Maxwell. Die onderhoudt geen contact meer met zijn biologische familie en heeft zo z’n eigen frustraties over de medische zorg die mensen zoals zij krijgen. Ze weigeren om hen compleet te maken, vindt Maxwell. Zodat zij zich écht man kunnen voelen.

Zo krijgen de leden van deze ‘gekozen familie’ regelmatig te maken met weerstand, vooroordelen én ongemak. Roberts vader, voor deze film geanonimiseerd, introduceert hem bij vreemden bijvoorbeeld als zijn neef. Hij haast zich vervolgens om te zeggen dat ie zich niet voor z’n kind schaamt. De buren hoeven alleen niet te weten dat Barbara inmiddels als Robert door het leven gaat.

Als hij jeugdfoto’s van zichzelf als meisje bekijkt, kan zijn zoon ‘t niet laten om dit grappend zijn travestieperiode te noemen. Hij herinnert zich ook nog goed hoe ie ‘als man’ zwanger was. En hoewel zijn inmiddels volwassen zoon hem graag wil accepteren, noemt die hem nog steeds ‘mom’. De enige die hem gewoon neemt zoals ie is, is Roberts driejarige kleinkind. Dat weet niet beter.

Binnen Southern Comfort is er een vergelijkbare veiligheid en vanzelfsprekendheid. Deze ‘familieleden’ vormen een hecht collectief. Met wijlen Robert Eads als eloquente vertolker van het recht om te zijn wie je bent en om lief te hebben wie je wilt – en om van te worden gehouden.

What Will I Become?

Deep Dive Films / Taskovski Films

De cijfers liggen er niet om: iets meer dan vijftig procent van de Amerikaanse jongeren die in transitie gaan van meisje naar jongen proberen volgens onderzoek op enig moment een einde aan hun leven te maken. Lexie Bean en Logan Rozos overleefden zelf ooit zo’n poging tot zelfdoding en exploreren de achterliggende problematiek nu in de documentaire What Will I Become? (88 min.).

Daarvoor verdiepen ze zich in twee transmannen die hun leven wél beëindigden. Van Blake Brockington (1996-2015) is een interview uit 2013 bewaard gebleven. Daarin vertelt hij uitgebreid over zijn achtergrond en leven. Een jaar later zal Blake als eerste transpersoon worden gekozen tot Homecoming King op zijn middelbare school in North Carolina. Die uitverkiezing zorgt natuurlijk ook voor heel veel negatieve reacties. Zeker online krijgt de Afro-Amerikaanse tiener, die vervolgens muziekeducatie gaat studeren aan de universiteit van Charlotte, ’t zwaar te verduren.

In San Diego, Californië, spreken Bean en Rozos met de ouders van Kyler Prescott (2000-2015), een tiener die is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, last heeft van depressies en worstelt met genderdysforie. ‘Ik wist eerst niet of dat een idee was wat in Kylers hoofd was beland of dat het echt van binnenuit kwam’, vertelt zijn vader Carl. ‘Uiteindelijk ontdekten we echter dat het echt in hem zat en authentiek was. Vanaf dat moment stonden we honderd procent achter hem.’ Bij therapeuten en zorgmedewerkers vindt Kyler echter niet altijd zulke erkenning.

Dat blijkt een constante in de verhalen die de twee filmmakers tijdens hun reconstructie van de levens van Blake en Kyler bij familie, vrienden, lotgenoten en vertegenwoordigers van de LHBTIQ+-gemeenschap ophalen: het onbegrip en de vijandigheid waarmee zij in de buitenwereld worden geconfronteerd, kunnen een sowieso al héél ingewikkeld proces ernstig compliceren. Ze voelen zich lang niet altijd gesteund door de professionals waarbij ze hulp zoeken. Die komen overigens niet aan het woord in deze documentaire. Zij hadden vast inzicht kunnen geven in hun motieven.

Bean en Rozos maken van hun film liever een ‘safe space’ voor de LHBTIQ+-gemeenschap. Ze verbeelden het gevoelsleven van hun hoofdpersonen met fraaie animaties, laten een gedicht van Kyler vertolken door queerartiesten en vragen vrienden en transmuzikanten om Blake’s favoriete nummer You Are My Sunshine uit te voeren. Verder spreken ze met een kunstenaar die speciale ‘gender expansive life wearable art’ maakt, besteden ze aandacht aan de telefonische hulpdienst Trans Lifeline en sluiten ze aan bij een wandelclub voor oudere transmannen.

Dat laatste voorbeeld is duidelijk ook bedoeld als hart onder de riem: een transitie kan wel degelijk leiden tot een bevredigend leven als volwassene. Die boodschap helpt wellicht bij het lastige pad dat veel transjongens nog moeten bewandelen. Het blijft desondanks een schrale troost voor de directe omgeving van tieners die de weg uit het leven hebben gekozen. Hoeveel respect ze wellicht ook hebben voor hun keuze, die zorgt bij familie en vrienden onvermijdelijk voor schuldgevoelens. Hebben ze hun kind, vriend of familielid wel voldoende ondersteund?

Zo heeft het huwelijk van Kylers ouders Carl en Katharine hun rouwproces bijvoorbeeld niet overleefd. Wellicht geeft het kleine monumentje dat in What Will I Become? wordt opgericht voor hun kind en z’n lotgenoot Blake – en het pleidooi dat daarvan uitgaat om de vraag en zorgen van transjongeren vooral serieus te nemen – hen een héél klein beetje gemoedsrust.

Eeuwige Liefde

Janita Sassen / MAX

Bijna zestig jaar zijn ze nu bij elkaar. Boerendochter Jo en timmerman Jan uit Haaksbergen. Het Amsterdamse stel Gerard en Johan. En Fenny en haar Molukse echtgenoot Mesach uit woonoord Schattenberg in Drenthe. In deze uit het leven gegrepen documentaire van Geertjan Lassche getuigen ze, in de aanloop naar hun diamanten bruiloft, van hun Eeuwige Liefde (79 min.).

Die begon bij Jo en Jan met jarenlang verkering zonder ‘handtastelijkheden’. Dat deed je niet. Ze pasten ook wel op. Gerard kon intussen gewoon blijven slapen bij Johan, die van zijn hospita immers alleen ‘geen damesbezoek’ mocht ontvangen. En Fenny moest thuis flink ruziën over haar nieuwe liefde. Geen zwarten over de vloer, hadden haar ouders gezegd. Zij liet zich daardoor echter niet afschrikken.

Sindsdien is er veel veranderd en toch relatief weinig. Ze hebben geluk gekend en tegenslag. Ze zijn ouder geworden en kwetsbaarder. En ze hebben (klein)kinderen gekregen – of juist niet. En al die jaren, waarin ook het leven in Nederland veranderde, zijn ze samengebleven. Tot de dag, nu niet meer ver weg, waarop de burgemeester op bezoek komt om hen te feliciteren met hun zestigjarige huwelijk.

Die feestelijke gelegenheid vormt het vanzelfsprekende eindstation van een fijne film, waarin deze door de wol geverfde koppels, die elk een ander perspectief op liefde en leven belichamen, (proberen te) doen wat ze al zolang doen en ondertussen levenswijsheden delen, hun zegeningen tellen en een intiem inkijkje geven in wat het betekent om samen oud te worden. Tot de dood ook hen ooit zal scheiden….

AIDS: The Unheard Tapes

BBC / Videoland

Zowel de Britse mannen die de AIDS-crisis van jaren tachtig en negentig overleefden als degenen die in deze traumatische periode voor de internationale homogemeenschap overleden, komen aan het woord in de driedelige docuserie AIDS: The Unheard Tapes (158 min.) van regisseur Mark Henderson.

Dat zit zo: audio-opnamen van gesprekken met enkele slachtoffers zijn achteraf geplaybackt door acteurs, een huzarenstukje dat eerder bijvoorbeeld ook al werd geleverd in de Nederlandse documentaire Moeders en de fascinerende miniserie The Enfield Poltergeist. En dit werkt, in combinatie met archiefbeelden uit de donkerste dagen van de crisis en interviews met artsen, verplegers, onderzoekers, vrijwilligers van de hulplijn London Gay Switchboard en vertegenwoordigers van de belangenvereniging Terrence Higgins Trust (vernoemd naar de eerste Britse AIDS-dode), echt wonderwel.

De persoonlijke getuigenissen van deze jonge mannen – over hun leven vóór het HIV-virus, de impact van de gevreesde diagnose en de jaren die hen daarna nog resten – zijn veertig jaar later nog altijd onontkoombaar. Zij moeten proberen te overleven in een wereld waarin de homopest ‘een straf die de mensheid werd opgelegd door een razende God’ wordt genoemd. ‘I’d shoot my son if he had AIDS’, laat een predikant zelfs optekenen in de krant. ‘In 1991 zijn er een miljoen AIDS-gevallen’, licht hij toe in een televisieprogramma. ‘Rond 2025 is onze samenleving misschien ten onder gegaan.’

Een soortgelijke attitude wordt ook uitgedragen door de regering van Margaret Thatcher die, net als haar Amerikaanse collega Ronald Reagan, consequent weigert om de ‘gay plague’ serieus te nemen. Pas als duidelijk wordt dat niet alleen homo’s ten prooi vallen aan het dodelijke virus, gaat de Tory-regering overstag. Het voorlichtingsfilmpje ‘Don’t die of ignorance’ werkt echter averechts en wakkert de aversie tegen al wat afwijkt van de heteronorm alleen maar aan. Dan is de Britse prinses Diana effectiever: als zij een AIDS-patiënt de hand schudt, wordt dat daadwerkelijk als een keerpunt beschouwd.

Zo loopt AIDS: The Unheard Tapes nauwgezet de gehele Britse HIV-geschiedenis door. Totdat er, met twee stappen vooruit en één terug, een succesvolle behandeling wordt gevonden. De serie bewandelt daarmee hetzelfde terrein als Amerikaanse producties zoals How To Survive A Plague5B en Cashing Out en de Nederlandse podcast En Niemand Bleef Onaangeraakt, maar zet eigen accenten, zoals bijvoorbeeld de aandacht voor de latere populariteit van ecstacy binnen de Britse gayscene, dé manier om stoom af te blazen na een inktzwarte periode waarin alles op het spel staat.

Breaking Walls

SeriousFilm / VPRO / maandag 22 december, om 23.05 uur, op NPO2

Terwijl Hai Yi aan tafel zit met zijn Nederlandse vriend Fred, komt er een bericht binnen vanuit China. Zijn moeder attendeert hem op voeding waarmee hij zijn hormoonhuishouding op orde kan brengen. Zodat hij seksueel beter presteert. ‘Het werkte ook voor Yen en Lin’, schrijft ze enthousiast. ‘Een drieling!’

De Chinees-Nederlandse journalist en activist houdt zijn geaardheid nog altijd verborgen. Zoals hij noodgedwongen ook zijn identiteit zoveel mogelijk afschermt. Als het Chinese regime hem op het spoor komt, zijn hij en zijn familie in China niet veilig. ‘Ik zou in een wereld willen kunnen leven, waarin ik mij veilig voel om in vrijheid mijn werk te doen’, zegt hij daarover in Breaking Walls (22 min.). ‘Zonder daarbij bang te hoeven zijn voor het uiten van mijn persoonlijke of politieke mening.’

De huidige realiteit dicteert echter dat in deze film, die is geïnspireerd op Hai Yi’s leven, zijn anonimiteit is geborgd. Regisseur Jan-Dirk Bouw kiest dus voor een hybride-vorm, een combinatie van documentaire-elementen en animaties van Sverre Fredriksen. Zo tast hij zowel het persoonlijke als het publieke leven van zijn hoofdpersoon af, die afkomstig is uit een samenleving waarin het begrip vrijheid een totaal andere betekenis heeft en die, gedwongen door de omstandigheden, ook een onvrij leven leidt.

Hai Yi moet schipperen. Tussen wie hij is en moet zijn. En: tussen wat hij vindt en in het openbaar kan vinden. Dat eist in deze delicate film onvermijdelijk zijn tol. ‘Als je gedachten zijn gekaapt door anderen’, houdt hij, in zijn rol als activist, zijn publiek voor tijdens een festival voor de vrijheid van meningsuiting. ‘Dan kun je je niet vrijelijk uitdrukken en komt je leven tot stilstand.’ Hij weet waarover ie spreekt.

Trailer Breaking Walls

Come See Me In The Good Light

Apple TV+

De rockster onder de Amerikaanse dichters heeft al enkele jaren niet meer opgetreden. Andrea Gibson is gediagnosticeerd met eierstokkanker en ziet het einde naderen. Geen idee hoe lang ze nog heeft. Ze is al ruim voorbij de twee jaar die ze ooit kreeg.

Samen met haar vriendin Megan Falley, die eveneens spoken word-dichter is en werkt aan haar memoires, verwelkomt Gibson documentairemaker Ryan White in haar huis te Longmont, Colorado. Hij legt van dichtbij vast hoe zij met liefde, taal en humor verder gaan. Want Andrea wil leven zolang ze kan. Ze hoopt in elk geval vijftig te worden.

White (Assassins, Pamela, A Love Story en Into The Fire: The Lost Daughter) is er getuige van hoe de twee elke drie weken tussen hoop en vrees bivakkeren. Een bloedtest fungeert als barometer voor of – en zo ja: hoe – de kanker voortschrijdt. Als het ook maar enigszins kan, wil Gibson nog eenmaal een spoken word-performance geven.

Daarmee heeft Come See Me In The Good Light (104 min.) z’n vanzelfsprekende eindstation – al is het de vraag of de hoofdpersoon dat ook bereikt. Haar poëzie is nochtans alomtegenwoordig in deze sensitieve film, waarin alles bespreekbaar is en wordt uitgesproken. In rake woorden die aangrijpen, verlichten en beklijven.

‘Als ik sterf’, constateert Andrea bijvoorbeeld geëmotioneerd, ‘heeft Meg mij echt nodig als steun.’ Ook Ryan White vindt ondertussen poëzie in het alledaagse, zoals een brievenbus of twee tortelduifjes. Het gewone wordt zo boven zichzelf uitgetild. Zoals het in werkelijkheid vast ook gaat als het einde van iemands levensdagen in zicht komt.

Gibsons levensverhaal werpt tevens licht op hoe ’t is om queer te zijn in Amerika. Nadat ze eenmaal uit de kast was, volgden er allerlei relaties. De meeste exen zijn ook na het beëindigen daarvan in haar leven gebleven. Zij heeft daarvoor een simpele verklaring: ze worden familie. Ook omdat mensen zoals zij onderweg vaak hun familie kwijtraken.

Come See Me In The Good Light beziet Andrea, haar geliefde en hun ‘familie’ met een tedere blik en koerst – zonder ook maar een moment sentimenteel te worden, terwijl Gibson door een chemokuur toch ook haar stem dreigt kwijt te raken – af op een aangrijpende climax, met twee mensen die elkaar helemaal gevonden hebben.

‘Ik wil dat ik op mijn allerlaatste seconde denk’, verwoordt Andrea Gibson ‘t treffend. ‘Wow, ik wou dat ik nog een miljoen van dit soort momenten zou hebben.’

Lilith Fair: Building A Mystery

Disney+

‘Never play two women back to back.’ Op de Amerikaanse radio is het tot ver in de jaren negentig goed gebruik om nooit twee liedjes van vrouwelijke artiesten achter elkaar te draaien. Dat kan het publiek helemaal niet aan. Of twee opeenvolgende vrouwelijke acts op een festival. Ook niet doen. Daar komt alleen maar ellende van.

En dat is dan weer tegen het zere been van de Canadese singer-songwriter Sarah McLachlan, die zich sowieso verbaast over het alomtegenwoordige seksisme binnen de Amerikaanse muziekindustrie. Vrouwelijke artiesten worden nog altijd keihard worden afgerekend op hun uiterlijk en moeten zich, bijvoorbeeld op festivals zoals Lollapalooza, staande houden in een vrijwel volledig mannelijke omgeving. McLachlan en haar – overigens ook volledig mannelijke – team zinnen op een alternatief: een rondreizend festival met louter vrouwelijke acts, die nu eens niet hoeven te wedijveren met macho mannen.

Ze dubben dit Lilith Fair – vernoemd naar de eerste vrouw van Adam, voordat die aan de zijde van Eva belandde – en strikken toonaangevende artiesten zoals Patti Smith, Tracy Chapman, Sinead O’Connor, Dixie Chicks en Missy Elliott. Ook de festivalcrew en het publiek bestaan voor een belangrijk deel uit vrouwen. Dat zorgt voor een enorme saamhorigheid en aandacht voor thema’s die de Lilith-gemeenschap aangaan, zoals het recht op abortus en de emancipatie van LHBTIQ+’ers (via rolmodellen zoals Indigo Girls en Brandi Carlile). Van elk festivalkaartje wordt bovendien een dollar gedoneerd aan een goed doel.

In de onvervalste trip nostalgia Lilith Fair: Building A Mystery (99 min.) blikt Ally Pankiw met Sarah McLachlan en haar team en participanten zoals Sheryl Crow, Suzanne Vega, Jewel, Liz Phair, Paula Cole, Shawn Colvin, Erykah Badu en Joan Osborne terug op de jaren 1997-1999, waarin Lilith Fair een divers en inclusief alternatief biedt voor de veelal door mannen en mannetjes gedomineerde popfestivals. Zoals bijvoorbeeld de volledig uit de hand gelopen reprise van Woodstock in 1999, waarbij lompe macho acts als Limp Bizkit en Kid Rock de toon zetten en een zeer agressieve, vrouwonvriendelijke omgeving creëren.

Tegelijkertijd is kritiek op ‘Vulvapalooza’ ook onvermijdelijk en krijgt het reizende circus zeker in het Amerikaanse hartland te maken met aanvallen uit conservatieve hoek. Die kunnen het zusterschap, waarvan uiteindelijk ook aanvankelijke kritische vrouwen zoals comedian Sarah Bernhard en Chrissie Hynde (The Pretenders) deel zijn gaan uitmaken, echter niet verstoren, blijkt uit deze liefdevolle reconstructie, die tevens tegemoet komt aan iedereen met ‘nineties nostalgia’.