Sudden Death: My Sister’s Silent Killer

BBC

Een kinderfilmpje van een schattig jongetje en meisje. Patrick en Lauren. Broer en zus. Patrick is inmiddels zeker tien jaar ouder. Hij kijkt strak in de camera. Intussen klinkt een telefoongesprek met een alarmnummer. ‘Hoe oud is je dochter?’ vraagt een hulpverlener. ‘Negentien’, antwoordt Laurens moeder. ‘Oké, leg haar op haar rug en verwijder eventuele kussens.’ Paniek aan de andere kant van de lijn: ‘Ze is weg!’ De camera dwaalt ondertussen door het lege huis. Lauren krijgt eerste hulp. Patrick kijkt nog altijd recht naar de kijker. Waarna de tragische titel van de film in beeld verschijnt: Sudden Death: My Sister’s Silent Killer (50 min.).

Regisseur Lindsay Konieczny valt direct met de deur in huis in de openingsscène van deze interessante tv-docu. ‘Hoe kun je volkomen gezond zijn en dan de volgende dag ineens niet wakker worden?’ stelt Patrick vervolgens de vraag die alle betrokkenen bezighoudt. Het is onduidelijk of daarop ooit echt antwoord komt. Er zijn officiële benamingen voor wat er waarschijnlijk is gebeurd met Lauren. Sudden Arrhythmic Death Syndrome. Of Sudden Cardiac Arrest. Aandoeningen die doorgaans worden geassocieerd met voetballers zoals Nouri en Eriksen. Hun hart hield er en plein publique, tijdens een wedstrijd, ineens (even) mee op.

Het blijft echter nauwelijks te verkroppen dat er waarschijnlijk nooit definitief uitsluitsel komt over de precieze oorzaak van Laurens overlijden of waarom ze juist op dat moment is bezweken. Patrick, die zijn ouders verder niet wil belasten met zijn gevoelens, gaat op onderzoek uit naar wat er zich heeft afgespeeld in het lichaam van zijn zus en welk effect dat heeft op hem als jongvolwassene. Hij gaat in gesprek met allerlei deskundigen, lucht verder zijn hart bij lotgenoten en ontmoet de voormalige profvoetballer Fabrice Muamba (Tottenham Hotspur), die in 2012 een hartstilstand op het voetbalveld overleefde.

Uiteindelijk laten Patrick en zijn ouders ook onderzoeken of Laurens plotselinge overlijden wellicht een erfelijke kwetsbaarheid in de familie blootlegt en of dit soort tragische sterfgevallen op de één of andere manier zijn te voorkomen. Daarmee werpt deze rondgang langs leed, vrees en toch ook hoop belangrijke vragen op over aandoeningen die nog altijd ondergediagnosticeerd zijn en daarom ogenschijnlijk ongehinderd kunnen blijven voortwoekeren in de levens van nietsvermoedende jonge mensen en hun families.

The Disappearance of My Mother

Ooit belichaamde Benedetta Barzini alles wat ze tegenwoordig veracht: een vrouw zoals mannen die wilden zien. Een Italiaans fotomodel, in de glamoureuze jaren zestig. De vleesgeworden (witte) mannenfantasie. En nu is Benedetta oud en verrimpeld en wil ze de wereld het liefst stilletjes verlaten.

Dan heeft de oudere vrouw echter buiten haar zoon gerekend. Voor Beniamino Barrese is moeder een muze waarvan hij nooit genoeg krijgt. Hij is nu zelfs op zoek naar jonge modellen die klassieke foto’s van haar tot leven kunnen wekken. Ze krijgen de opdracht om met een oogpotlood die kenmerkende moedervlek op hun wang aan te brengen.

The Disappearance Of My Mother (97 min.) moet Benny’s afscheid worden van de vrouw die hij al zijn hele leven filmt en fotografeert. Zij zet zich intussen ongenadig af tegen de industrie waarvan ze zowat haar hele leven deel uitmaakte en benadrukt, als feminist en als docent, het belang van imperfectie. Tegelijkertijd heeft ze ook heel wat te stellen met haar filmende zoon, die van geen ophouden wil weten – ook niet als ze boos wordt, van hem wegrent of gewoon ‘klotecamera!’ roept.

Een ontmoeting met voormalig topmodel Lauren Hutton wordt erdoor verpest – of, tis maar hoe je het bekijkt, voor de eeuwigheid opgetekend. Gaandeweg laat echter ook Benedetta een zekere ambivalentie zien. Ze participeert, met allerlei jonge modellen en enkele oud-collega’s, in een show van modeontwerper David Koma en poseert uiteindelijk toch als een profi in haar mooiste jurk voor de camera van haar gewillige zoon.

Wil Benedetta eigenlijk verdwijnen van de wereld, omdat ze daarmee niets meer gemeen heeft? Of wil ze juist verdwijnen voor die wereld, omdat ze deze niets meer te bieden denkt te hebben? En projecteert Beniamino zijn eigen gevoelens over schoonheid op haar? Is deze film tevens een schreeuw om aandacht? Of is het toch een treffend eerbetoon aan die moeder die hij adoreert? Die vragen blijven gedurig opspelen tijdens deze ontmanteling van een model(len)leven en alles wat dat heeft betekend.

Moeder en zoon laten daarbij ook zien hoe deze film wordt gemaakt: hij alsmaar regisserend, zij luidkeels daartegen protesterend. Dat amuseert, irriteert en fascineert. Zodat deze exhibitionistische egodocu soms voor een vieze smaak in de mond zorgt en vreemd genoeg toch naar meer blijft smaken.

White Noise

The Atlantic

‘De alt-right heeft zojuist gewonnen!’ roept Richard Spencer enthousiast in de camera na de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten in november 2016. De mainstreammedia, ofwel ‘de lügenpresse’, heeft dat helemaal niet zien aankomen, zegt de man die de term alt-right muntte. Tijdens een speech voor zijn achterban, enkele dronken dagen na Trumps onverwachte overwinning, gaat hij lekker los. ‘Wij hebben van onze droom de realiteit gemaakt’, schreeuwt Spencer. Hij sluit af met een omstreden leus: ’Heil Trump!’ En inderdaad, een groot deel van de aanwezigen steekt zijn rechterarm ferm omhoog. Een enkeling antwoordt zelfs met ‘Sieg Heil’.

Het komt Richard Spencer ook op eigen kritiek vanuit eigen kring te staan. Later zal hij, als organisator van een helemaal uit de gelopen demonstratie in Charlottesville, nog verder onder vuur komen te liggen en gaandeweg komt hij, hoezeer hij dat zelf ook ontkent, steeds meer alleen te staan. In White Noise (94 min.) volgt regisseur Daniel Lombroso de met onmiskenbaar narcisme behepte Spencer en twee andere sleutelfiguren uit de extreemrechtse beweging tijdens de eerste ambtsperiode van Donald Trump. Hij krijgt daarbij opmerkelijk veel toegang tot mensen die door een groot deel van de samenleving worden beschouwd als racist of neonazi.

‘Fuck islam’, kalkt YouTubester Lauren Southern met lippenstift op haar eigen wangen, in een geheel eigen variant op een make-up tutorial. Ze oogt overigens in alles als een typische influencer. Alleen haar ideeën en de manier waarop ze die uitdrukt zijn nogal extreem. Waar een gemiddelde vlogger eens uitgebreid gaat shoppen, onderneemt Southern bijvoorbeeld een, overigens hopeloos naïeve, trip naar Rusland om daar Poetins inmenging in de Amerikaanse verkiezingen te ‘onderzoeken’. En wat te denken van haar kwalificatie van groepsverkrachting als inherent democratisch? ‘Het is in essentie negen stemmen tegen één over wat ze willen doen.’

Of Southerns omzwervingen door de alt-right wereld werkelijk (alleen) een uitdrukking zijn van diepgewortelde ideeën of toch ook een manier om zichzelf te manifesteren en de winkel draaiende te houden? Die vraag dringt zich tevens op bij Mike Cernovich, een mediapersoonlijkheid die zich eerst manifesteerde als expert op het gebied van male dominance (en het als een teken van kracht ziet dat hij nog altijd alimentatie ontvangt van zijn eerste vrouw). Daarna maakte hij carrière als complotdenker, nationalist en Trump-propagandist. En nu zou hij de politiek eigenlijk het liefst (een heel eind) links laten liggen, om zijn brood te gaan verdienen met de online-verkoop van ‘mindset supplements’.

Via zijn hoofdpersonen, stuk voor stuk aandachtszoekers van het zuiverste water, geeft Lombroso een fascinerende inkijk in de belevingswereld van radicaal-rechtse entrepreneurs. Tussendoor vangt hij zo nu en dan ook de twijfel en frustraties, die ze in het openbaar niet laten zien. Hun levenskeuze heeft ook iets tragisch: (jonge) mensen die hun bestaansrecht volledig ontlenen aan de handel in boosheid en eigenlijk geen andere route meer zien naar een succesvol bestaan. Als Richard Spencer bijvoorbeeld speculeert over de toekomst klinkt hij als een klein jongetje dat wil dat de hele wereld om hem draait. ‘In de etnostaat die ik nooit zal meemaken, maar mijn kleinkinderen wel, zal er een Richard Spencer-boulevard zijn.’

Very Ralph

Het schijnt een begrip te zijn: Very Ralph (108 min.). Als in: iets – een kledingstuk, tafereel of totaalplaatje – dat precies die geheel eigen blik op de wereld van Ralph weerspiegelt. Ralph is, natuurlijk, modeontwerper Ralph Lauren. Wie anders? De vleesgeworden Polo. Hij staat inmiddels aan de vooravond van zijn vijftigjarig jubileum.

Deze oerdegelijke film van Susan Lacy reconstrueert trouw het levensverhaal en de carrière van de Amerikaanse autodidact, die een centrale plek in de modewereld veroverde en het begrip ‘mode’ gaandeweg oprekte tot ‘lifestyle’. Behalve Ralph zelf en zijn familie komen daarbij ook mensen met wie hij werkte (zoals fotograaf Bruce Weber en model Naomi Campbell), collega’s als Calvin Klein, Donna Karan en Karl Lagerfeld en allerlei journalisten en deskundigen aan het woord.

Ook de onvermijdelijke celebrities – ditmaal vertegenwoordigd door onder anderen filmmaker Woody Allen, politicus Hillary Clinton, rapper Kanye West en actrice Jessica Chastain – laten zich niet onbetuigd. Er valt (natuurlijk) nauwelijks een onvertogen woord. Want Ralph zelf mag dan geen man ván superlatieven zijn, hij blijkt wel een man vóór superlatieven. Ralph verkoopt, natuurlijk, niets minder dan ‘the American dream’. Hij heeft een ‘zesde zintuig om te weten wat de wereld wil’. En waar voor menigeen geldt dat ‘life imitates art’, is dat onderscheid bij Ralph nauwelijks te maken.

Tis maar dat u het weet. Very Ralph wordt daarmee een traditioneel, erg Amerikaans portret van een letterlijk beeldbepalende ontwerper. Een nette, fraaie en complete, maar ook volstrekt ongevaarlijke biografie, die wel een rafelrandje had kunnen gebruiken. Very… eh, ja, komt u maar… Ralph.

The Kingmaker

De fotolijstjes staan netjes uitgestald: Imelda met allerlei wereldleiders. Ze is er duidelijk trots op. De voormalige ‘first lady’ van de Filipijnen pakt één van de lijstjes om de foto voor de camera te laten zien. Diverse andere fotolijstjes vallen daardoor op de grond. Terwijl de inmiddels hoogbejaarde weduwe van president Ferdinand Marcos onverstoorbaar haar verhaal doet, veegt één van haar medewerkers in stilte de scherven bij elkaar.

Tijdens het filmen voor The Kingmaker (100 min.) zijn er zo voortdurend stille krachten beschikbaar om Imelda’s haar te schikken, haar make-up bij te werken of de vouwen uit één van haar talloze jurken te wrijven. Documentairemaker Lauren Greenfield, die met The Queen Of Versailles en Generation Wealth eerder liet zien dat ze een oog heeft voor de gekte van de allerrijksten, grijpt zulke kleine momentjes aan om haar hoofdpersonage, type ‘stijl met hoofdletter S’, te kenschetsen.

Nu heeft Greenfield met Marcos ook wel het prototype Verkwistende Vrouw te pakken: Imelda’s schoenencollectie, die volgens eigen zeggen slechts drieduizend paar omvat, is met de jaren een symbool van ongegeneerd materialisme geworden. Een ‘mooie’ anekdote is ook hoe ze talloze wilde dieren uit Afrika liet importeren, om op een Filipijns eiland een heus safaripark te laten aanleggen. En dat daarvoor de oorspronkelijke eilandbewoners, ruim 250 families, moesten wijken? Soit. 

‘Perceptie is echt’, stelt ze resoluut tegen de Amerikaanse documentairemaakster. ‘En de waarheid niet.’ En dus strooit de voormalige Miss Manilla driftig met bankbiljetten als ze wordt geconfronteerd met minderbedeelde landgenoten. Ze kan natuurlijk ook wel wat missen. Toen het presidentschap van haar inmiddels overleden echtgenoot in 1986 na 21 jaar eindigde, zou ze het land met een waar fortuin hebben verlaten. Over sigaren uit eigen doos gesproken.

Dit is echter niet alleen het verhaal van een vrouw, die op kosten van gewone Filipino’s al ruim een halve eeuw als een koningin leeft. Dit is tevens het verhaal van de Marcos-dynastie die nog altijd machtspolitiek bedrijft in de Filipijnen. Zo schuift Imelda, zelf inmiddels alweer parlementslid in haar geboorteland, in 2016 haar zoon Bongbong naar voren als kandidaat voor het vicepresidentschap, achter de nieuwe sterke man Rodrigo Duterte.

De wandaden van het regime van haar echtgenoot worden door ‘Meldy’ nog altijd stelselmatig onder het tapijt geveegd. Greenfield laat haar daarmee niet wegkomen. Met slachtoffers neemt ze de rekening op van ruim twee decennia Marcos aan de macht. Daarmee ontwikkelt The Kingmaker zich gaandeweg van een tragikomisch portret van een zelfbenoemde vorstin tot een politiek geladen film over de recente historie van de Filipijnen – en wat de Marcosjes wellicht nog in petto hebben voor het land.

Generation Wealth

Amazon

‘Wat heb je gedaan in Dubai?’, vraagt regisseur Lauren Greenfield aan Kacey Jordan, het Amerikaanse pornosterretje dat een veelbesproken affaire had met acteur Charlie Sheen. Ze antwoordt laconiek: ‘de prins.’ Kacey is nu voor de elfde keer zwanger, bekent ze later op een kwetsbaar moment. Ze denkt er ditmaal serieus over om het kind te houden.

Kacey Jordan is één van de mensen die in de afgelopen jaren zijn geportretteerd door fotograaf Greenfield en waarmee ze nu in de documentaire Generation Wealth (106 min.), die wordt vergezeld door een expositie, de balans opmaakt. Tezamen vormen ze een bonte stoet larger than life-personages. De alleenstaande moeder die zich verliest in plastische chirurgie. Het zesjarige beauty queentje Eden dat maar één doel zegt te hebben: money, money en nog eens money. En Greenfields voormalige studiegenoot, die uitgroeide tot een louche geldgraaier.

De documentairemaakster vergelijkt de wereld waarin zij, en wij, leven met de cultuur van de Egyptenaren. Toen zij de piramides bouwden, stonden ze al aan de rand van de afgrond. Zonder dat ze dat zelf in de gaten hadden, overigens. Ook wij dansen volgens Greenfield met zijn allen op een vulkaan, die elk moment kan uitbarsten. De American dream is immers allang verworden tot een plastic zucht naar roem en rijkdom.

Greenfield belandde nog eens nadrukkelijk op dat spoor door haar vorige documentaire The Queen Of Versailles, een lekkere jeukfilm over een Amerikaans nouveau riche-stel dat zich heeft voorgenomen om een (vanzelfsprekend smakeloze) replica van het illustere Franse paleis te laten maken. De filmmaakster/fotografe ontdekte zo een thema dat eigenlijk haar complete oeuvre domineerde: rijkdom. Of de ultradecadentie, waartoe het westerse kapitalisme zijn onderdanen lijkt te dwingen.

In Generation Wealth richt ze haar camera niet alleen op excessen in de buitenwereld. Naarmate de documentaire vordert kijkt Greenfield ook steeds meer naar binnen, naar haar eigen verslaving aan werk. Ze filmt haar man en kinderen en gaat in gesprek met haar eigen ouders. Daarmee verliest de film ook een beetje richting. Want wil ze werkelijk zeggen dat het leven uiteindelijk toch om hele andere dingen gaat dan poen en status? Dat zou een wat al te gemakkelijke conclusie zijn voor deze bijzonder bijdetijdse docu, die pregnante vragen stelt over wie we zijn (geworden).

Solitary: Inside Red Onion Prison / Last Days Of Solitary

HBO

Achter klinische, blauwe deuren speelt zich een compleet mensenleven af. In een helverlichte cel van 2,5 bij 3 meter spenderen de gevangenen van de Red Onion State Prison 23 uur van elke dag. De luchtruimte, waar ze het resterende uur mogen doorbrengen is niet veel groter en al even hermetisch afgesloten. Een leven zonder uitzicht. Letterlijk.

Eenzame opsluiting, het moet de hel op aarde zijn. Solitary: Inside Red Onion State Prison (60 min.) van Kristi Jacobson is een treffende sfeerschets van het doodse leven in de extra beveiligde penitentiaire inrichting in Wise County, Virginia. Voor de meeste gedetineerden is hun (levenslange) celstraf een logische optelsom van de ervaringen in hun jeugd, die ook al een soort gevangenis moet zijn geweest.

Tegenover hen staan de cipiers die gewoon hun boterham proberen te verdienen in Red Onion, dat sinds de sluiting van de lokale kolenmijnen één van de belangrijke werkgevers in de directe omgeving is geworden. Een naargeestige plek, waar ze zichzelf en de mannen die ze bewaken van geweld, depressie en gekte proberen af te houden.

Over de hel van de isoleercel werd dit jaar nog een andere documentaire gemaakt, waarvan ik zelf enkele maanden geleden echt een beetje van slag was. In Last Days Of Solitary, nog steeds te zien op de website van de Amerikaanse publieke omroep PBS, worden enkele gedetineerden van de Maine State Prison tijdens en na hun gevangenschap gevolgd.

Zo brengen de filmmakers Dan Edge en Lauren Mucciolo tevens de (lange termijn) effecten van eenzame opsluiting in kaart. Het resultaat is een nachtmerrieachtige film, waarin je de gedetineerden soms letterlijk voor je ogen gek ziet worden.

Real life-horror dus, die je móet kijken (maar niet wilt zien) en die je vervolgens als een angstaanjagende koortsdroom blijft achtervolgen.

Thin


Vorig jaar scoorde de Nederlandse documentairemaakster Jessica Villerius (opnieuw) bij het grote publiek met een film over Emma, een meisje met een fatale vorm van anorexia nervosa.

De ‘nooit eerder vertoonde kijk in de strijd tegen anorexia’ in Emma Wil Leven deed me sterk denken aan de cinéma vérité-klassieker Thin (102 min.) uit 2006, waarin fotografe Lauren Greenfield vier jonge vrouwen volgt, die zijn opgenomen in de Renfrew-kliniek in Florida.

Zelf blijft Greenfield, in tegenstelling tot de altijd op de voorgrond tredende Villerius, afwezig in de documentaire. Als een vlieg op de muur documenteert ze de turbulente gebeurtenissen in en rond haar hoofdpersonen (met wie ’t niet altijd even goed afliep, zoals is te lezen op de Wikipedia-pagina van de docu). Dat levert een indringende film op, die je nog wel even bijblijft.