Elin

KRO-NCRV

Ze wil weten wat er in haar kind omgaat. Elin (86 min.) heeft zoveel te vertellen, maar het komt er heel moeilijk uit. Het meisje heeft rond haar geboorte een hersen- en gehoorbeschadiging opgelopen en is bijzonder lastig te verstaan. Elins vader Patrick en tweelingzus Bente kunnen haar lang niet altijd begrijpen. En de buitenwereld al helemaal niet. Haar moeder Marie-José Schelvis weigert zich daarbij neer te leggen: zeker nu de puberteit voor de deur staat wil ze dat haar kind zich kan uiten. Anders zit Elin ‘nog meer gevangen in haar eigen lijf’.

Marie-José wil ook haar eigen verhaal kwijt. Ze blogt over haar ervaringen als moeder van een zwaar gehandicapt kind. Die blogs fungeren tevens als anker voor deze observerende documentaire van Cinta Forger en Walther Grotenhuis. ‘Ik ben moe’, schrijft Marie-José bijvoorbeeld, als ze lijkt af te stevenen op een burn-out. ‘En weet je? Ik mag moe zijn. Het is geen normale situatie. Ik moet het niet meer continu bagatelliseren. Mijn emmer is nooit helemaal leeg, dat accepteer ik, maar misschien krijg ik hem af en toe halfleeg.’

Samen met haar echtgenoot Patrick, die voor zijn werk regelmatig naar het buitenland moet, zoekt Marie-José naar een geschikte spraakcomputer, die Elin met haar mond kan aansturen. Dit wordt een intensief en frustrerend proces, dat in deze aangrijpende film met begrip, compassie en oog voor detail is opgetekend. Werkelijk alle betrokkenen lopen over van de goede wil, maar zelfs zoiets praktisch als het bestellen van een aardbeienijsje – laat staan het uiten van gedachten of gevoelens – heeft al veel meer voeten in de aarde dan wie dan ook wil.

Intussen houdt Marie-José zich ook bezig met de vraag hoe het verder moet met haar dochter als zij niet meer haar ‘handen en tolk’ kan zijn. Elin lijkt op haar eigen manier eveneens gericht op volwassen worden. Van tekenfilmseries verlegt ze haar aandacht naar games, waarin ze – aan de zijde van haar tweelingzus – even helemaal vrij kan zijn. En op Elins kamer in het nieuwe huis dat het gezin, mede voor haar, betrekt moet een vliegtuigenbehang komen. Zodat ze zich, in elk geval in gedachten, soms los kan maken van dat onwillige lijf, om frank en vrij de wereld te verkennen.

Marie-José Schelvis cijfert zich vrijwel volledig weg voor haar opvallend montere kind. Het evenwicht in haar leven, tussen de vastberaden liefde die ze als moeder voelt voor haar dochter en de verantwoordelijkheid die ze voor datzelfde meisje moet (en koste wat het kost ook: wil) dragen lijkt nochtans broos en is afhankelijk van kleine overwinninkjes. Die bieden hoop voor Elins toekomst.

Het Langzame Leven Van Kees Torn

André van der Hout

Het is een tamelijk stereotiep tafereel, bij aanvang van Het Langzame Leven Van Kees Torn (53 min.), dat het imago van de cabaretier in ruste nog eens bevestigt: bij de glasbak ontdoet hij zich geroutineerd van een rugzak vol lege flessen. Een man die structureel te diep in het glaasje kijkt. Alleen de navolgende scène waarin Torn in een willekeurige supermarkt achteloos een stapel halve literblikken bier op de kassaband dropt blijft achterwege. Al meldt hij zich, zo gebiedt de eerlijkheid te zeggen, later in de film nog wel bij een drankspeciaalzaak voor een fles goede whisky.

Sinds hij nog vóór zijn vijftigste vrijwillig met vroegpensioen is gegaan als kleinkunstenaar, leeft Kees Torn volgens eigen zeggen van zijn spaargeld. ‘En dat gaat vrij hard’, zegt hij erbij. ‘Want ik rook dure sigaren.’ En daarmee is, behalve die whisky, meteen een ander terugkerend element uit zijn eigenzinnige oeuvre geïntroduceerd: ‘s mans voorliefde voor exclusieve rookwaar. In fragmenten uit zijn voorstellingen, waarmee regisseur André van der Hout dit lekker trage portret doorsnijdt, volgen al snel nog enkele ijkpunten uit Kees Torns Wondere Wereld: een ongelooflijke virtuositeit met de Nederlandse taal, lenig pianospel en heerlijk wereldvreemde humor.

En ook de hilarische act waarin hij, met het nodige kunst en vliegwerk, tijdens een voorstelling zijn been in z’n nek legt, ontbreekt natuurlijk niet in de chronologisch opgebouwde dwarsdoorsnede van zijn inmiddels afgesloten cabaretcarrière. ‘Zag er op papier wel leuk uit’, vertelt hij er gortdroog bij. Dit portret lijkt hem in eerste instantie ook af te beelden als de persoon die we al van zijn theatervoorstellingen kennen: een man uit een andere tijd, die op een ouderwetse typemachine brieven tikt aan vrienden, rustig naar vogels gaat staan turen en tijdens een potje scrabble met echtgenote José Olsthoorn de tijd neemt om een woord op te zoeken.

Gaandeweg komt vanachter het typetje Kees Torn echter een ander mens tevoorschijn. Niet zozeer een warhoofd als een sombermans. Met een alcoholprobleem, dat wel. Net als zijn vader. Een man ook die volgens eigen zeggen het vak is verleerd, die niets meer te zeggen heeft en die desondanks over genoeg denkvoer beschikt om nachten wakker te liggen. Hij heeft alleen de moed niet om dit van zich af te gaan schrijven voor een nieuwe voorstelling, bekent hij als Van der Hout doorvraagt. Om de bijbehorende maanden van afzondering aan te gaan. En dus gaat de schrijver tegen wil en dank, van zowel tekst als muziek, zonder de spotlights – of illusies – door met wat-ie altijd al deed.

Totdat het licht definitief uitgaat – of onverhoopt tóch weer aan moet.

Mamacita

wiserwithage.com

Toen hij vanuit Mexico naar Europa vertrok om film te gaan studeren, moest José Pablo Estrada Torrescano beloven dat hij ooit een film over haar zou maken. De jongen heeft geen idee waarom zijn oma dat wil, maar weet wél waarom hij zelf toehapte. Er is maar één persoon de baas in zijn familie: Mamacita (75 min.). Zij kan hem vast ook alles vertellen over zijn moeder. José Pablo was slechts dertien jaar oud toen zij overleed en voelde zich toen in de steek gelaten door de rest van z’n familie.

Als hij grootmoeder nu vanuit zijn huidige woonplaats Düsseldorf opbelt in haar imposante villa in Mexico-Stad, vraagt hij het nog maar eens een keer: waarom is het zo belangrijk dat ik een film over jouw leven maak? ‘Een film over mijn leven is belangrijk, jongeheer, omdat je dan een vrouw ziet die zoveel heeft geleden als kind dat ze wel moest slagen in het leven’, antwoordt zij met trillende stem. ‘Begrijp je dat? Zij móest wel slagen.’

María del Carmen Torrescano groeide op in een getroebleerd aristocratisch gezin, bracht vervolgens zelf acht kinderen groot en bouwde ondertussen een schoonheidsimperium op, waarmee ze Mexicaanse vrouwen probeerde te overtuigen van de zegeningen van afvallen, massage en plastische chirurgie. Tijdens de gesprekken met haar kleinzoon komt er nogal wat oud leed boven bij de flamboyante, trotse en dominante vrouw, die eigenlijk geen tegenspraak duldt.

Een voorzichtig kritische vraag ziet grootmoeder al snel als een persoonlijke aanval. Dan trekt ze haar pantser op of reageert zich af op één van haar vaste bedienden. Pas als José Pablo voor de wat opgelegde slotscène van deze egodocumentaire uit 2018 een theatrale truc uithaalt, breekt Mamacita te langen leste en rest van de ijdele 95-jarige matrone even slechts een breekbare oude vrouw. En dan moet ze de film over haar eigen leven nog bekijken.

No Hay Camino

‘Ik heb het gevoel dat hoe minder ik over de dood nadenk’, vertelt Heddy Honigmann aan Johanna ter Steege, de hoofdrolspeelster van haar speelfilm Tot Ziens (1995), ‘hoe langer ik ga leven.’

Voor het eerst in haar lange carrière als filmer heeft ze geen idee waar ze mee bezig is. Voor het eerst ook zal ze de hoofdrol spelen in haar eigen film, die ze ook nog gewoon moet regisseren. Het was niet Honigmanns idee, deze film die wel eens haar allerlaatste zou kunnen worden: No Hay Camino (92 min.). Vrij vertaald: er is geen weg. Ze moest ervan worden overtuigd om ‘m te maken. In deze roadmovie reist de documentairemaakster, die ongeneeslijke ziek is, naar haar geboorteland Peru. Op weg naar… Ja, naar wat eigenlijk? Naar de vader, met wie ze zo’n lastige relatie had?

‘Laat ik niet melodramatisch doen’, veegt ze haar tranen weg als ze in Lima eindelijk het huis heeft gevonden waar ze is opgegroeid. Heddy Honigmann (O Amor NaturalCrazy en Buddy) moet vervolgens praten als brugman om even binnen te mogen kijken. ‘Als je verderop gaat, Adri, maak dan maar een portret van mij en m’n lantaarnpaal’, instrueert ze als regisseur haar cameraman. ‘Dat is het portret van mijn jeugd.’ Al te veel geduld heeft de hoofdpersoon Heddy Honigmann, tegenwoordig veroordeeld tot een rolstoel of rollator, vervolgens niet met de opnames die Adri Schrover van haar maakt. ‘Oké, basta’, klinkt het ferm.

Terwijl Honigmann in gesprek gaat met haar zus, vriendin Kristien Hemmerechts of Peruanen waarmee ze in haar lange carrière te maken heeft gehad, dwalen ze automatisch ook door haar omvangrijke oeuvre en houden halt bij beelden of mensen die daarmee zijn verbonden: de Peruaanse taxichauffeurs uit Metaal En Melancholie (1994), het jongetje dat in El Olvido (2008) zegt geen enkele leuke herinnering te hebben en de man die (sneller) alle doden op een kerkhof te Sarajevo moet introduceren in Goede Man, Lieve Zoon (2002). Intussen blijft ze zelf soms een wat nukkige hoofdpersoon voor de ervaren regisseur, bedreven de situatie naar haar hand zettend, die ze nog altijd is.

Op haar vader – een Joodse kunstenaar die na de oorlog naar Peru emigreerde en daar bekendheid verwierf als cartoonist – krijgt ze ook slechts met moeite vat. Anderen blijken heel andere herinneringen te hebben aan de man waarmee zij nog echt in het reine moet komen. En eenmaal terug in Nederland wil Honigmann van haar eigen zoon Stefan, die haar vergezelt naar ziekenhuisbehandelingen, weten of zij zelf misschien ook een overheersende ouder was. Het leven is in dat opzicht net als film maken, constateert ze tenslotte met collega José Luis Guerin, die een korte film heeft gemaakt waarmee deze persoonlijke en bespiegelende film (bijna) wordt afgerond:

Er is geen weg. Je vindt de weg door langzaam te lopen. En als je achterom kijkt, zie je de weg die je hebt afgelegd.

The Boy From Medellin

Amazon Prime

Terwijl J Balvin zich voorbereidt op het belangrijkste optreden van zijn leven, een stadionconcert in zijn geboortestad Medellin, raakt zijn land Colombia in het najaar van 2019 steeds nadrukkelijker in de greep van protesten tegen de rechtse president Duque. Die krijgen bovendien een steeds grimmiger karakter. De druk op The Boy From Medelin (95 min.) om zich ook uit te spreken neemt zienderogen toe.

Reggaeton-ster José Alvaro Osorio Balvin, één van de populairste artiesten van deze aardkloot, heeft echter wel wat anders aan zijn hoofd: de druk om te presteren, bijvoorbeeld, en het op afstand houden van de depressies en paniekaanvallen die hem al vaker parten hebben gespeeld. En tussen alle promotionele verplichtingen moet de latin-superster ook zijn fans tevreden zien te stellen – of gewoon van het lijf houden.

Regisseur Matthew Heineman (die in de afgelopen jaren verantwoordelijk was voor de topdocumentaires Cartel Land en City Of Ghosts, twee seizoenen van de serie The Trade en de speelfilm A Private War) begeeft zich een week lang in Balvins kielzog en probeert de gekte om hem heen, en soms ook in hem, te vereeuwigen. De politieke context fungeert daarbij als geluk bij een ongeluk en tilt de film uit boven het niveau van een routineus portret over een artiest met evenveel twijfels als fans (en acute stemproblemen die natuurlijk nét voor het moment suprême moeten worden bezworen).

Hoezeer hij het ook probeert te vermijden, ‘El Niño de Medellin’ wordt gedwongen om stelling te nemen. Terwijl hij volgens eigen zeggen toch echt meer verstand heeft van ‘dromen’ dan van politiek. Uiteindelijk moet zijn manager, talentmanager pur sang Scooter Braun, er zelfs aan te pas komen om hem, in een spannende scène, op zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid te wijzen. Hij is het als muzikant aan zijn stand verplicht om zijn platform te benutten en zich uit te spreken.

J Balvin zal echt kleur moeten bekennen. Een kleurspoelinkje, waarmee hij zichzelf tot dusver steeds heeft heruitgevonden, volstaat niet meer. Nadat hij al zijn rituelen heeft doorlopen, door zijn directe entourage grondig is opgepept en via zijn mobiel de succeswensen van vakbroeders zoals DJ Khaled, Jay-Z en will.i.am van The Black Eyed Peas in ontvangst heeft genomen, volgt tijdens dat swingende thuisconcert het moment van de waarheid, de vanzelfsprekende apotheose van deze boeiende documentaire.

All Or Nothing: Tottenham Hotspur

Amazon Prime

‘Wat voor Harry en Lucas geldt, geldt ook voor jou’, schreeuwt doelverdediger Hugo Lloris tegen zijn medespeler Heung-Min Son. ‘Met één minuut te gaan móet je meelopen.’ Het komt in de Spurs-kleedkamer zelfs bijna tot een handgemeen tussen de twee ploeggenoten. Trainer Mourinho ziet er wel wat positiefs in: ‘Dit was een jaar geleden niet voorgekomen. Dit gebeurt omdat jullie meer van elkaar eisen.’

De koning is dood, lang leve de koning! Na vijfeneenhalf jaar moet Mauricio Pochettino, de coach die de Londense club enkele maanden eerder nog naar de Champions League-finale heeft geleid, het veld ruimen bij Tottenham Hotspur. Zijn opvolger staat al klaar: José Mourinho, één van de succesvolste trainers van de afgelopen twintig jaar en tevens één van de meest gehate mensen van het internationale voetbal.

Even later, in de eerste aflevering van de negendelige serie All Or Nothing: Tottenham Hotspur (440 min.), na een eerdere reeks over Manchester City, begint ‘The Special One’ zelf dozen uit te pakken en nauwkeurig zijn nieuwe kantoor in te ruimen. Foto’s van zijn carrière om op te hangen, ordners in de vakkenkast. Paperassen op het bureau, netjes recht. Lineaaltje erbij. En dan alleen de flipover nog installeren. Via de televisie komt intussen het nieuws van zijn benoeming binnen. ‘Kijk wat er gebeurde bij zijn laatste clubs’, zegt een sportcommentator. ‘Hij is over zijn top heen.’ Mourinho loopt direct naar het toestel en zet dat demonstratief uit. ‘Fuck you!’

En daarmee is de toon gezet. De nieuwe koning schrijft zijn eigen wetten uit, zet z’n onderdanen op hun (juiste) plek en begint meteen de media te bespelen. Het sleutelwoord is: winnen. ‘Ik haat het om te verliezen’, heet ‘t dan. Terwijl Mourinho zijn veel te lieve team een over mijn lijk-mentaliteit probeert bij te brengen, hebben sommige spelers zo hun eigen beslommeringen: de flegmatieke international Dele Alli worstelt met zijn vorm, vaste linksachter Danny Rose valt ineens geregeld buiten de basis en spelverdeler Christian Eriksen lijkt in ongenade te zijn gevallen omdat hij een transfer wil maken. En dan raakt ook spits en boegbeeld Harry Kane nog ernstig geblesseerd.

All Or Nothing laat ongetwijfeld heel veel níet zien van wat er in het binnenste van de trainersploeg, het elftal en de directie omgaat, maar wat er overblijft is méér dan voldoende: (crisis)overleg tussen directie en coach, kleedkamerbeelden van voor, tijdens en na de wedstrijd en Mourinho’s persoonlijke gesprekken met (on)tevreden spelers bijvoorbeeld. Zulk fly on the wall-materiaal wordt doorsneden met lekker bombastische wedstrijdregistraties, waarbij volvette shots, ronkende muziek en overspannen commentatoren een glorieus huwelijk aangaan. Zo wordt zelfs van het meest onbeduidende competitieduel een soort strijd op leven en dood gemaakt, waarbij er nooit enige twijfel is over wie de ‘good guys’ (moeten) zijn.

Zelfs de totstandkoming van transfers blijft niet geheel onbelicht. Saillant is in dat verband de komst van de Nederlandse aanvaller Steven Bergwijn, een overgang die bij zijn vorige club PSV begin dit jaar heel wat kwaad bloed zette. De speler zou hebben geweigerd om nog te spelen in Eindhoven. Bij Tottenham Hotspur wordt Bergwijn evenwel binnengehaald als redder in nood. Geen woord over hoe de transfer tot stand is gekomen (en of er eigenlijk wel zoveel aan de hand was bij zijn vorige werkgever, of dat alle partijen gewoon het welbekende onderhandelingsspel speelden).

Deze puike sportserie, waarvoor acteur en Spurs-fan Tom Hardy als verteller fungeert, laat alleen onbeantwoord wat er precies zo speciaal is aan de nieuwe koning van de Spurs. José Mourinho lijkt vooral een archetypische teambuilder, die onvermoeibaar blijft hameren op agressie, discipline en de absolute wil om prijzen te pakken. ‘We moeten winnen’, zegt de manager bijvoorbeeld tijdens de wedstrijdbespreking voor Bergwijns eerste match, tegen titelkandidaat Manchester City. ‘We moeten aanvallen. We moeten risico’s nemen, maar hebben ook stabiliteit nodig. En we moeten georganiseerd spelen als we de bal hebben…. Oké, we zijn er klaar voor.’

Of zulke peptalks, doorgaans vergeven van de fucks en fuckings, werkelijk voldoende zijn om het tij te keren bij Mourinho’s zwalkende elftal? En kan hij zijn team tijdens de verplichte Corona-pauze echt met Zoom-sessies klaarstomen voor toch nog een succesvolle bekroning van het seizoen?

Pavarotti

NPR

Ruim tien jaar na zijn dood leeft hij nog altijd voort in ons collectieve geheugen als de rockster onder de operazangers: Luciano Pavarotti (1935-2007). Een kolos van een man met een kolossale stem. Woeste baard, kamerbrede glimlach. Wijd zittend zwart pak, witte blouse en gilet eronder. De handen steevast zoekend naar dat grote gebaar, met in de linker steevast een witte zakdoek. Zo is hij altijd onderweg naar een zinderende apotheose.

Regisseur Ron Howard maakte met Pavarotti (115 min.) een al even grote biopic over de tenor uit het Italiaanse universiteitsstadje Modena, die grote successen vierde binnen de operawereld en gaandeweg de oversteek maakte naar de pop- en entertainmentindustrie. Hij kreeg toegang tot alle relevante personen uit Pavarotti’s directe omgeving: zijn vrouw en dochters, (ex-) vriendinnen, medewerkers, collega’s en de twee andere matadoren uit het sterrenensemble The Three Tenors, Placido Domingo en José Carreras.

Howard kleedt hun herinneringen aan met een volumineuze collectie beelden en muziek. Daarmee loopt hij chronologisch leven en werk door van de zanger die bij leven al larger than life was. Tot héél opzienbarende conclusies leidt dit niet. Alle sprekers, inclusief Pavarotti’s eerste echtgenote die hij verliet voor een ander, richten zich vooral op wat de gigant hen en de wereld bracht. Niet zozeer op wat hij daarbij naliet of vergat. Het is vrij eenvoudig om te bepalen wat er dan onder de streep overblijft: Luciano Pavarotti, de beste tenor van zijn generatie.

#387

Een rib, handgewricht en vingerkootje. Enkele haren. Meer resteert er niet van #387 (54 min.). En een riem, een beige hoodie en een portemonnee, met daarin enkele vochtige foto’s en een brief die bijna is vergaan. ‘I love you’, staat erin.

Nummer #387 is één van de ongeveer achthonderd mensen, die op 18 april 2015 stierven bij een scheepsramp op de Middellandse zee. Het kunnen er ook een paar honderd meer zijn. Niemand die precies weet hoeveel mensen er in Libië aan boord zijn gegaan. Of wie ze waren en waar ze vandaan kwam. Uit landen als Mali, Senegal en Mauritanië, waarschijnlijk. Of de Hoorn van Afrika. Met nauwelijks iets op zak, behalve de droom van een nieuw leven.

Een plek in een zeemansmassagraf viel hen te deel. Slechts 28 opvarenden overleefden de ramp. Twee ervan zitten in de cel: de kapitein en zijn plaatsvervanger. Op last van de Italiaanse regering wordt het gekapseisde schip in juni 2016 uit het water gehaald en gaat een forensisch team op Sicilië proberen om de identiteit van de verdronken passagiers vast te stellen. Ze worden op de voet gevolgd door de cameraploeg van regisseur Madeleine Leroyer.

Het onderzoeksteam heeft 528 intacte lichamen om te identificeren. Daarnaast zijn er ook nog losse lichaamsdelen uit het ‘ghost ship’, die een idee kunnen geven over hoeveel mensen er precies op het vaartuig zaten. Hun taak brengt de onderzoekers naar anonieme graven op plaatselijke kerkhoven en naar andere delen van de wereld, waar getraumatiseerde overlevenden en ontzette familieleden van slachtoffers hen wellicht verder kunnen helpen.

Het uitgangspunt van deze observerende documentaire doet denken aan het non-fictie boek Het Been In De IJssel, waarin Joris van Casteren op zoek gaat naar de herkomst van een menselijk onderbeen dat is aangetroffen in een Nederlandse zijtak van de Rijn. Deze film is breder van opzet en voelt daardoor soms ook wat ongericht. Tis uiteindelijk een speurtocht naar menselijke waardigheid. Waarbij #387 zo nu en dan een beetje uit beeld verdwijnt en uiteindelijk ook nooit écht in beeld komt.

Maar, zoals de Peruviaanse mensenrechtenactivist Jose Pablo Baraybar, die namens het internationale Rode Kruis participeert in het onderzoek, het verwoordt: ‘Ik denk dat we elkaar in eerste instantie tijdens het leven respect verschuldigd zijn. En daarna pas ná de dood. In die volgorde.’

Cartel Land


Als het aan de huidige Amerikaanse president ligt, had er allang een muur gestaan in Cartel Land (94 min). Betaald door Mexico, vanzelfsprekend. Deze geweld(dad)ige documentaire uit 2015 dateert echter nog van ruim voor Trumps (imaginaire) afscheiding tussen de Verenigde Staten en zijn zuiderbuur, als in Mexico en het grensgebied met de Verenigde Staten ook al een bloedige drugsoorlog wordt uitgevochten.

Regisseur Matthew Heineman, die sindsdien de huiveringwekkende IS-documentaire City Of Ghosts en het vijfdelige drugsepos The Trade (een soort verdere uitwerking van Cartel Land) maakte, begeeft zich als een vlieg op de muur in het heetst van de strijd en belandt zo in hachelijke omstandigheden. Dat resulteert in talloze onvergetelijke scènes, zoals bijvoorbeeld de hardhandige arrestatie van Chaneque, de leider van het uiterst bloeddorstige Tempeliers-kartel, die ondertussen woedende dorpsbewoners van zich af moet zien te houden.

Heineman vindt ook diverse kleurrijke personages. Amerikaanse vigilantes, die het recht in eigen hand nemen en bij de grens doodgemoedereerd burgerarrestaties verrichten. En aan de andere kant van diezelfde grens volkshelden zoals de enigmatische Mexicaanse arts José Manuel Mireles en zijn rechterhand ‘Papa Smurf’, die als leiders van de Autodefensas-burgermilitie terugvechten en dorpen proberen te veroveren op het Tempeliers-kartel. Ook in deze oorlog is echter niets wat het lijkt.

Cartel Land brengt zo behalve de hardheid van de drugsoorlog ook het ambigue karakter ervan op weergaloze wijze in beeld: wie zijn eigenlijk de good guys in dit vuile gevecht om de ziel van het land? En wanneer worden de middelen om de kartels uit te roeien erger dan de oorspronkelijke kwaal?