The Quest For Tonewood

Cinema Delicatessen

Bij de Triënnale in Cremona, ‘de Olympische Spelen voor vioolbouwers’, viel hij buiten de prijzen. Geen gouden medaille voor Gaspar Borchardt (en zijn vrouw en secondant Sybille). Überhaupt geen medaille, zelfs. Dat vraagt om een andere benadering van de Italiaanse instrumentmaker. The Quest For Tonewood (83 min.), het esdoornhout waarvan de beste Stradivarius-violen zijn gemaakt, kan beginnen. In bossen in het voormalige Joegoslavië zou het te vinden zijn.

En wie zou het geweldige instrument dat Borchardt met dit hout wil fabriceren dan moeten gaan bespelen? Zijn oog valt op de Nederlandse violiste Janine Jansen, de hoofdpersoon van de gevierde documentaire Janine (2010). Maar wil zij wel? En is het veilig om een boom van toch al gauw 35.000 euro te gaan kopen in een land waar sinds de oorlog overal landmijnen kunnen liggen, elke activiteit begint met een flinke slok slivovitsj en allerlei figuren rondlopen die graag gemakkelijk geld verdienen?

Gaspar heeft er bij aanvang geen idee van dat hij aan een jarenlange queeste is begonnen, die in deze verrukkelijke film fraai is vereeuwigd door de Noorse regisseur Hans Lukas Hansen. Hij maakt van Borchardts zelfopgelegde zoektocht een even spannend als grappig avontuur, waarin de vioolbouwer zich beurtelings een dromer, vakidioot en bomenknuffelaar toont. Intussen moet de man ook zijn beoogde bespeelster warm houden voor het magische instrument dat hij (ooit) voor haar hoopt te bouwen.

Dit aanstekelijke eerbetoon aan lekkere gekte en de wonderen die daaruit kunnen voortvloeien is vanzelfsprekend gelardeerd met weelderige klassieke muziek en werkt gestaag toe naar de verplichte (anti)climax. Waarbij het natuurlijk de vraag is of Borchardt zichzelf met een stuk hout helemaal kan verwerkelijken of het toch beter kan gebruiken om zich na jaren van nutteloze inspanning eens goed voor zijn kop te slaan.

De Gert & Hermien Story

De twee hoofdrolspelers zijn inmiddels overleden. Gert Timmerman verwisselde in 2017 het tijdelijke voor het eeuwige. Zijn voormalige echtgenote Hermien van der Weijde ging veertien jaar eerder hemelen.

Als het artiestenduo Gert en Hermien hadden ze een lange en veelbewogen carrière. Terwijl Amsterdam in mei 1969 nog bijkwam van de befaamde Maagdenhuisbezetting, gaven zij bijvoorbeeld het allereerste Nederlandse stadionconcert. Het leidde volgens hun producer Eddy Ouwens tot krantenkoppen als: ‘File in Amsterdam in verband met het concert van Gert en Hermien in het Olympisch Stadion’. De twee hadden toen al een tiental gouden platen op hun palmares staan. Ouwens: ‘Terwijl ze dus, als je de harde waarheid neemt, vijftien of twintig jaar later nog geen café vulden.’

Want samen gingen ze over hoge toppen en door diepe dalen. Zakelijk én privé. Gert en Hermien hadden ogenschijnlijk zo’n perfect huwelijk dat eigenlijk niemand het kon geloven. Thuis vlogen in werkelijkheid de asbakken regelmatig door de kamers, vertelt dochter Sandra Timmerman in De Gert & Hermien Story (106 min.). Het zou, na 35 jaar, zowaar tot een in de roddelbladen breed uitgemeten echtscheiding komen. Met die informatie in het achterhoofd is Hermiens ongemak in zowat elke afzonderlijke scène te zien. Alleen op het podium weet ze de schijn behoorlijk op te houden. Gert is intussen gewoon zijn roestvrijstalen zelf, inclusief kamerbrede glimlach.

Hoewel er ook andere mensen uit de directe entourage van het koppel aan het woord komen in deze documentaire van Hans Heijnen, is dit toch eerst en vooral het verhaal van dochter Sandra Timmerman, die eerder al een theatervoorstelling en boek wijdde aan haar leven als kind van Gert en Hermien. Het zal haar ongetwijfeld niet in dank worden afgenomen door zus Sheila, met wie ze (daarom) al enige tijd gebrouilleerd is. Ook broer Gert Jr., die enkele jaren geleden op een bijzonder ongemakkelijke manier in het nieuws kwam, ontbreekt in dit tamelijk scandaleuze portret.

Rond Gert en Hermien zijn desondanks, hoe godvruchtig ze jarenlang ook voor de dag probeerden te komen, genoeg smeuïge verhalen te vinden. Over huiselijk geweld, geldproblemen, een pornoplaat, flirten met drank en drugs, Playboy-dochters én incest. Want diezelfde Sandra stelt ook dat haar vader zich aan haar heeft vergrepen. Had Gert daarna God nodig? Feit is dat hij even later volledig in de Here raakte, volgens eigen zeggen letterlijk na een donderslag bij heldere hemel. Die ervoer Gert als een teken van boven. Het zou tot een langdurige evangelische episode van het roemruchte duo leiden.

Zo gebeurt er altijd wel wat in het leven van het duo, dat tot elkaar veroordeeld was en – vanwege die ene enorme hit, Alle Duiven Op De Dam – ook nog wel even zal blijven. Het laatste woord in dit dubbelportret is wederom voor hun oudste dochter Sandra, die gaandeweg vervreemd was geraakt van haar vader en door Heijnen toch nog eenmaal met hem wordt geconfronteerd. Ze kan het nauwelijks aanzien. Zoals ook menige kijker zich zal afvragen of dat ongemakkelijke slotakkoord niet beter achterwege had kunnen blijven in deze vermakelijke tv-film.

Hans van Manen: Van Oud Naar Jong

NTR

Het Coronavirus is zich stilaan ook in documentaires aan het nestelen. Vanaf het najaar van 2020 beginnen er al films binnen te druppelen waarin COVID-19 een bijrol speelt – of zelfs de hoofdrol opeist. Totdat we dat net zo spuugzat zijn als in het echte leven.

Over een tijd, als die pandemie (hopelijk) tot de voltooid verleden tijd behoort, zullen we ons wellicht opnieuw verbazen over de alomtegenwoordige mondkapjes, de verplichte isolatie en het gesteggel over van overheidswege opgelegde maatregelen. Tot dat moment moeten we accepteren dat al die ongemakken ook in kunstvormen als documentaire en dans de kop opsteken. Want in deze situatie hebben makers maar één keuze: van de nood een deugd maken.

Ook de leden van het Nationale Ballet moeten alle zeilen bijzetten om gemotiveerd, fysiek in vorm en in goede mentale conditie te blijven. Ze verkennen de mogelijkheden van Zoom-trainingen, repeteren in kleine groepjes en experimenteren met online-voorstellingen. De honger naar échte uitvoeringen voor een volle zaal is alleen nauwelijks te stillen. Op zulke momenten is het een zegen dat er een invloedrijke choreograaf binnen handbereik is.

In Hans van Manen: Van Oud Naar Jong (49 min.) kijkt regisseur Joost van Krieken mee hoe het Nationale Ballet zich het oeuvre van de oude meester eigen probeert te maken. In veertig jaar maakte hij meer dan honderd choreografieën. ‘Als je kijkt naar zijn balletten, zie je een enorme rijkdom en toch een stilistische eenheid’ stelt directeur Ted Brandsen. ‘Een soort heldere visie over wat dans kan uitdrukken en wat het kan betekenen voor mensen.’

Begeleid door een zoals altijd bevlogen Van Manen, inmiddels bijna negentig, maken de dansers Floor Eimers en Edo Wijnen zich uiteindelijk op voor een online reprise van zijn klassieke werk Déja Vù. Ze weten daarbij ook Rachel Beaujean, de adjunct-artistiek directeur van het Nationale Ballet, aan hun zijde. Zij was jarenlang de muze van Hans van Manen en danste in 1981 met Clint Farha zelf het stuk, dat de laatste twaalf minuten van deze verzorgde dansdocu bestrijkt.

De Boerenrepubliek

Bert ter Beek / ICU Documentaires

Het is een aangrijpend tafereel. Boer Bert ter Beek uit Oene, een man die je direct in je hart sluit, bidt het Onze Vader en heft vervolgens, te midden van de loeiende koeien in zijn stal, Psalm 121 aan. Als Bert klaar is, gaat hij aan het werk met de mannen die zijn gekomen om zijn vee te ruimen. Hij pakt een touw en leidt de eerste de beste koe de vrachtwagen in. Zijn hoogbejaarde vader kan het niet aanzien. Bert slaat zijn arm om hem heen en zegt troostend: ‘Stil maar, jongen. We redden het wel.’

‘De burger begrijpt de boer niet meer’, constateert verteller Felix Meurders aan het begin van de vierdelige serie De Boerenrepubliek (200 min.) van Hans Hermans en Martin Maat. ‘En de boer snapt de overheid al helemaal niet meer.’ De Brabantse varkensboer Frans Meulenmeesters verwoordt dat gevoel perfect. ‘Het is nooit, maar dan ook nooit, maar dan ook nooit genoeg.’ ‘s Mans bittere constatering vormt de opmaat naar een breed opgezette, empathische en genuanceerde rondgang langs de permanente botsing van belangen tussen boer, natuur en overheid, aan de hand van de MKZ-crisis in het voorjaar van 2001. Die ijlt twintig jaar na dato nog altijd na in agrarisch Nederland.

Het eerste geval van mond- en klauwzeer werd aangetroffen in Oene, een dorp in het Noordoosten van Gelderland dat direct in lockdown moest – een term die toen overigens nog helemaal niet werd gebruikt. De plaatselijke melkveehouder Albert Hassink haalde destijds het NOS Journaal met een videodagboek vanuit zijn eigen bedrijf. De beelden maken nog altijd indruk. ‘Die worden allemaal afgemaakt’, zegt Hassink met een snik in zijn stem, bij de aanblik van zijn ogenschijnlijk kerngezonde koeien. ‘Daar heb je je hele leven hard voor gewerkt. Je ouders, je voorouders, om dit op te bouwen. Het wordt in één dag allemaal afgemaakt. Allemaal.’ Hij sluit zijn video af met een oproep aan de toenmalige minister van landbouw, Laurens Jan Brinkhorst: ‘Minister, dit gaat fout. Dat ziet u toch ook wel?’

‘De reactie van deze boer begrijp ik heel goed’, reageert Brinkhorst twintig jaar later. ‘De individuele boer valt niks te verwijten.’ Het is volgens de oud-minister wel tragisch: omdat Nederland zelf – met steun van belangenorganisaties van de boeren – een toonaangevende exporteur van landbouwproducten wilde worden, moest het Europese non-vaccinatiebeleid worden ingevoerd. ‘De gevolgen zijn natuurlijk dat je je export kwijt bent als je gaat vaccineren.’ En dus werd er niet geënt, zoals de betrokken boeren wilden, maar ‘geruimd’, een eufemistische term voor het doden van de dieren. ‘Koeienmoord’, volgens sommige agrariërs. Van in totaal zo’n kwart miljoen, voor het grootste deel gezonde dieren. Dat zou uiteindelijk leiden tot rellen in Kootwijkerbroek. En die waren dan weer een logisch vervolg op de boerenprotesten van de jaren negentig en een voorbode van de grootschalige acties die organisaties als Farmers Defence Force tegenwoordig opzetten.

In deze ambitieuze reeks worden al die elementen, zo nu en dan met ingrijpen van voice-over Meurders, op een logische manier met elkaar verbonden: van de uitbraak van varkenspest tot het huidige stikstofbeleid en de Coronacrisis (die in 2001 al min of meer werd voorspeld door viroloog Ab Osterhaus). Met oog voor zowel de gevoelens en belangen van de Nederlandse boer als van zijn natuurlijke opponenten, de natuur- en dierenbeschermers. Die spreken over dierenbevrijding, een klimaatcrisis en gebrek aan biodiversiteit (en als gevolg daarvan zoiets als ‘landschapspijn’). Beide partijen lijken elkaar gevangen te houden in een kansloze strijd, waarin ook hun gezamenlijke vijand, ‘de politiek’, vooralsnog het verschil niet weet te maken.

Sinds de MKZ-crisis is het aantal boeren gehalveerd en het aantal dieren gelijk gebleven. Dat lijkt vragen om problemen. Alleen een fundamentele herbezinning zou de Gordiaanse knoop die de Nederlandse landbouw gaandeweg is geworden kunnen ontwarren. De Boerenrepubliek besteedt in dat kader ook aandacht aan veelal kleinschalige initiatieven om het boeren te vernieuwen. Uiteindelijk bepaalt de consument natuurlijk welke daarvan succesvol kunnen zijn. ‘Drie keer per dag hebben wij als mensen een stem in wat voor voedselsysteem wij willen’, stelt varkenshouder Jeffrey Korsmit uit Sint Willebrord. Hij houdt zijn Magalitza varkens gewoon buiten, waar ze lekker in de modder kunnen rollen. Voor hem en het welslagen van zijn bedrijf is het vanzelfsprekend essentieel dat de kwaliteit van het product (weer) voorop komt te staan.

Op een respectvolle manier belicht deze verzorgde serie zo, aan de hand van een crisis die diepe sporen heeft getrokken door de boerengemeenschap, alle verschillende posities en perspectieven rond de Nederlandse landbouw en hoe de toekomst daarvan eruit zou kunnen zien.

De Boerenrepubliek is hier te bekijken.

100UP

Dutch Mountain Film

Mathilde Freund maakte als Joods meisje in Oostenrijk de opkomst van Hitler bewust mee, Irwin Corey floreerde in zijn jonge jaren als komiek en acteur en Shirley Zussman werkte jarenlang als sekstherapeute en was in die hoedanigheid ooit te gast bij het praatprogramma van Oprah Winfrey. En nu zijn ze bij hun allerlaatste levensdagen aanbeland. Tenminste, als we ervan uitgaan dat het licht na de magische grens van honderd jaar toch echt langzaam uitgaat.

Zo staan de hoofdpersonen van Heddy Honigmanns nieuwe documentaire 100UP (92 min.) overigens niet in het leven. Ze leven nadrukkelijk in het heden. De Peruviaanse arts Raúl Jerí blijft bijvoorbeeld gewoon aan het werk in het ziekenhuis, de nette Nederlandse heer Hans Maier is nog altijd druk bezig om de universele rechten van de mens te verrijken met mensenplichten en die toe te vertrouwen aan het internet en de Noorse boerin Laila Myrhaug zit dagelijks aan het spinnenwiel en helpt haar schapen nog altijd met kalveren.

Regisseur Heddy Honigmann zoekt deze honderdplussers op en bevraagt hen over heden en verleden. Dat worden veelal lange en persoonlijke gesprekken, aangekleed met beelden uit hun dagelijks leven en zo nu en dan geïllustreerd met archiefbeelden. Ze kunnen ook zomaar ontaarden in gekeuvel. Een algemeen geldend recept voor eeuwige jeugd vindt Honigmann op die manier niet. Al is Viola Smith, die in het zwart-wit tijdperk een gevierde drumster was, ervan overtuigd dat al dat slagwerk ervoor heeft gezorgd dat ze fit is gebleven en een zeer respectabele leeftijd heeft bereikt. Ze raakt tegenwoordig overigens geen drumstok meer aan, de oude schwung is verdwenen.

Wat alle hoofdpersonen met elkaar gemeen hebben is een onmiskenbare joie de vivre, die zich door geen gebrek laat beteugelen. Die levenslust werkt aanstekelijk en nuanceert meteen het imago van ouderdom als een levensfase die louter wordt getekend door aftakeling en afscheid. Verder biedt deze documentaire geen nieuwe inzichten. De helden van 100UP, die stuk voor stuk een glorieuze toekomst achter zich hebben, zijn eerlijk gezegd bijzonderder dan de film zelf, die ‘gewoon’ vermakelijk is.

Noodweer, Ik Ben Niet Begonnen

KRO-NCRV

Vier heel uiteenlopende verhalen. Een man in het holst van de nacht in zijn eigen café. Een buitenlandse student in het huis van een vreemde kerel. Een vrouw achter het stuur van haar auto. En een politieagent tijdens de controle van een zwaarbeladen busje. Daar, op een moment dat ze het helemaal niet zagen aankomen, werden zij eerst slachtoffer en daarna dader. Door de acties van een ander en hun eigen impulsieve reactie daarop, vanuit het reptielenbrein.

Zet dat ‘dader’ overigens maar meteen tussen aanhalingstekens. Althans, zo voelen de hoofdpersonen van de verzorgde tv-docu Noodweer, Ik Ben Niet Begonnen (55 min.) het zelf. Ze konden niet anders. Gedwongen door een inbreker, verkrachter, overvaller of agressor. Regisseur Hans Pool brengt hen terug naar de ‘plaats delict’ en laat hen daar het moment herbeleven waarop zij voor eigen rechter speelden en dat hun leven voorgoed veranderde.

Ze zijn stuk voor stuk niet ongeschonden uit de strijd gekomen. Vrijgesproken of niet. Met of zonder wroeging. In stilte lijdend of publiekelijk aan de schandpaal genageld. Zoals bijvoorbeeld de onherkenbaar gefilmde Germaine C. die in 2005 een tasjesdief doelbewust zou hebben doodgereden. Terwijl voor haar slachtoffer, een negentienjarige jongen met een aanzienlijk strafblad, een stille tocht werd georganiseerd, pendelde zij uit angst voor wraak en de media jarenlang van het ene naar het andere onderduikadres.

Hoewel het gaat om heel verschillende zaken overheerst bij alle slachtoffers/daders, die hier zonder weerwoord hun verhaal kunnen doen, een diepgeworteld gevoel van onrechtvaardigheid. Dat ene fatale ogenblik blijkt bovendien een enorme impact op hun verdere leven te hebben gehad. Want zij mogen dan niet zijn begonnen, deze zaak eindigt toch echt bij hen.

Weerzien In Pristina

ICU Docs

In twintig jaar tijd kunnen mensen sadder, wiser én grijzer worden. Zoals documentairemaker Hans Hermans. In 1999 ontmoette hij als verslaggever van Netwerk in een vluchtelingenkamp bij de Macedonische grens een stel uit Kosovo, Valon en Flutura Murtezi. Tijdens de zoveelste Balkanoorlog waren ze van huis en haard verdreven en per trein gedeporteerd naar de grensplaats Blace. Hermans trok zich hun lot aan, maar verloor de geliefden na de oorlog uit het oog.

Twintig jaar later blijken de Murtezi’s een tienerdochter te hebben. Via social media legt zij namens hen contact met de Nederlander, die zich destijds om hen bekommerde. Hij reist vervolgens af naar de voormalige brandhaard in het hart van Europa. Deze televisiedocumentaire, gemaakt met Hermans’ vaste samenwerkingspartner Martin Maat, is de weerslag van dat Weerzien In Pristina (60 min.) en gebruikt die ontmoeting om terug te blikken op de strijd tussen de Servische troepen en het Kosovaarse bevrijdingsleger UCK en tevens de schade daarvan op te nemen.

Na twintig jaar zijn de wonden nog altijd vers. Niet vreemd: Kosovo was eind jaren negentig het toneel van massaslachtingen, met duizenden doden en nog steeds drieduizend vermisten tot gevolg. Gewapend met foto’s en filmbeelden van mensen die hij in die tijd portretteerde gaat Hans Hermans op zoek naar wat er van hen is geworden. Óf er iets van hen is geworden. Want het is bepaald niet zeker dat ze de oorlog ook allemaal hebben overleefd.

De mensen die hij uiteindelijk opspoort weten niet wat ze zien als Hermans z’n laptop opent: zichzelf, in een andere wereld, toen niemand veilig was. Het zijn beelden die ze nooit eerder hebben gezien. Van gebeurtenissen, die na twintig jaar nog altijd niet volledig zijn verwerkt. De kapot geschoten huizen mogen dan zijn herbouwd, de menselijke schade valt niet zomaar te repareren. ‘Die oorlog gaat voor mij nooit voorbij’, stelt een voormalige UCK-strijder. De man lijkt voor een complete generatie Kosovaren te spreken. Zij gaan gebutst door het leven.

Zijn die wonden van Kosovo over twintig jaar wél geheeld, als de mensen die de oorlog bewust hebben meegemaakt stilaan plaats beginnen te maken voor een nieuwe generatie, die alleen de verhalen erover kent? Afgaande op Weerzien In Pristina, een menselijke film over een ontwrichte samenleving, valt daarover niets met zekerheid te zeggen. De erfenis van de vorige oorlog kan tot een ‘dat nooit meer’-houding leiden, maar zou voor hetzelfde geld de basis voor de volgende oorlog kunnen vormen. De tijd zal ook dat leren.

Bokken En Geiten

IDFA

Ooit vormden ze één harmonie. Halverwege de 19e eeuw ontstond er echter een conflict met de dienstdoende pastoor en volgde een opsplitsing. Sindsdien vechten de opstandige Bokken en de Geiten, de meelopers van meneer pastoor, als kat en hond. Op wereldniveau, dat wel. Twee toonaangevende harmonieën uit één en hetzelfde plaatsje, het Limburgse Thorn. De rivaliteit tussen de Koninklijke Harmonie van Thorn, alias De Bokken, en de Kerkelijke Harmonie St. Michael, bijgenaamd De Geiten, heeft voor twee volledig langs elkaar (heen) levende gemeenschappen gezorgd. Met eigen cafés, middenstand en verenigingen.

Hans Heijnen, zelf Limburger van geboorte, tekent de tweespalt in ‘het witte stadje’ met zichtbare compassie, gevoel voor drama en een stiekeme knipoog op in de documentaire Bokken En Geiten (85 min.) uit 1998. De harmonieën zijn niet met elkaar te vergelijken, vinden ze van elkaar. ‘De vuile was van de Bokken ligt eerder op straat dan die van de Geiten’, meent een overtuigde Bok. ‘Dat betekent dat de Bokken het hart op de tong dragen.’ Huichelaars, wil hij maar zeggen, die Geiten. ‘De Geiten, en ik dus ook,’ zet een geit daartegenover, ‘zijn zachter van karakter dan de Bokken.’

Notabelen houden zich intussen zorgvuldig op de vlakte tegenover Heijnen, die het vuurtje zo nu en dan voorzichtig oppookt. Voordat ze het weten worden ook zij, en hun hele gezin erbij, voortaan tot één van de twee kampen gerekend. De rivaliteit in Thorn doet denken aan de strijd tussen de voetbalclubs Spakenburg en IJsselmeervogels, zoals vastgelegd in de sportdocu Hoe Rood En Blauw Spakenburg Verdeelt (2005), en Heijnens eigen film over de kinnesinne tussen de Groesbeekse verenigingen Achilles en de Treffers, Voetbal Is Oorlog (2018).

Eerst en vooral is deze film, waarin verteller Huub Stapel de kijker in Limburgs dialect door het Thornse mijnenveld leidt en Heijnen op gepaste momenten ferme accenten zet met meeslepende concertpassages, echter een bijzonder vermakelijke ode aan het langzaam wegkwijnende verenigingsleven, dat overal in Nederland vergrijst en op sommige plekken zelfs uitsterft. Zowel de Bokken als de Geiten, die elkaar tijdens officiële wedstrijden zoveel mogelijk ontwijken, hebben inmiddels al hun 150-jarig jubileum gevierd en blazen nog altijd een duchtig deuntje mee.

En aan het eind van Bokken En Geiten wordt er, gelukkig, ouderwets ‘zo’ne goeie hebben wij nog niet gehad’ gezongen. Waarbij de ene harmonie wereldkampioen is en de andere kampioen van het dorp. Terwijl dat nog niet zo lang daarvoor toch echt andersom was.

Bokken En Geiten is hier te bekijken.

Het Raadsel Van Femma: Prooi Van Een Mensenredder

EO

Háár verhaal over De Oorlog, de Tweede natuurlijk, ontbrak nog. Femma Fleijsman-Swaalep, ze is inmiddels 92 en bijt al zo’n 75 jaar op haar lip. In Het Raadsel Van Femma: Prooi Van Een Mensenredder (55 min.) doet de Amsterdamse vrouw tóch nog haar verhaal. Een verhaal dat ze eigenlijk zo snel mogelijk wilde vergeten en dat ze de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen die er toch nog zijn gekomen altijd probeerde te besparen.

Toch is de toon die Fleijsman als verteller aanslaat in deze film van Alfred Edelstein, via een voice-overtekst die is ingesproken door Karin Bloemen, opvallend luchtig. Alsof dat verleden, vereeuwigd op het lijf van haar zoon Ron met het Auschwitz-nummer 83018, vooral niet te zwaar mag worden aangezet. ’Bij mijn aankomst in Auschwitz hoefde ik niet te douchen’, vertelt Bloemen bijvoorbeeld. ‘Als je begrijpt wat ik bedoel.’

In het centrale interview van deze boeiende documentaire laat de hoofdpersoon die laconieke ondertoon al snel varen. Als ze vertelt over hoe ze na de hel van het kamp geheel onverwacht thuiskwam en zag hoe haar moeder daarbij bijna bewusteloos raakte bijvoorbeeld. ‘De dokter moest voor haar komen’, vertelt ze, overmand door emoties. ‘Ze kon het maar niet geloven: jij bent toch wel Femma?’

De manier waarop ze aan een gruwelijk lot is ontsnapt is nog altijd gemakkelijk invoelbaar, maar de manier waarop ze überhaupt ‘op transport’ werd gezet is minstens zo opmerkelijk. Daarbij komt de gelauwerde Duitse ‘jodenredder’ Hans Calmeyer in beeld. Op hem leek altijd het parool ‘Wie één leven redt, redt de hele wereld’ van toepassing. Maar zou ‘Wie één leven vernietigt, vernietigt de hele wereld’ eigenlijk niet treffender zijn geweest?

Het Raadsel Van Femma: Prooi Van Een Mensenredder is hier te bekijken.

Hoog Water: De Watersnood Van 1995

BNNVARA

In januari 1995, nu 25 jaar geleden, dreigde er een enorme watersnoodramp te ontstaan in Nederland. Het leidde tot de grootste naoorlogse evacuatie: 250.000 mensen moesten huis en haard verlaten om het wassende water te ontlopen. Die bange dagen worden opnieuw opgeroepen in Hoog Water: De Watersnood Van 1995 (200 min.). Qua opzet en speelduur kan deze vierdelige miniserie van Martin Maat en Hans Hermans bijna wedijveren met When The Levees Broke, Spike Lee’s vierdelige documentaire-epos over hoe orkaan Katrina in 2005 een ongelooflijke chaos veroorzaakte in de Amerikaanse stad New Orleans. De uitkomst is echter – typisch Nederlands, zou je bijna zeggen – minder dramatisch.

Niet dat de dreigende overstroming zonder gevolgen bleef: huwelijken ging eraan kapot, wethouders moesten ervan aftreden en kinderen werden noodgedwongen elders geboren. Op dat kleine menselijke niveau zit ook de kracht van Hoog Water: de paniek van het moment bij gewone mensen, het onbegrip dat er nog altijd geen deugdelijke dijken blijken te zijn aangelegd en de boosheid op ‘de hoge heren in Den Haag’, die het zelf natuurlijk wél droog houden – een sentiment dat op de hedendaagse Groningse woede over de gevolgen van de aardgaswinning lijkt.

Het overvloedige archiefmateriaal, waaronder bijzonder fraaie amateurbeelden, krijgt alle ruimte en wordt ingekaderd door direct betrokkenen, die het hoogwater van 1995 nog glashelder op hun netvlies hebben staan. Behalve over de bijna-ramp zelf verhalen zij ook over gemeenschapszin en saamhorigheid. Hoog Water heeft alleen wel erg veel vlees op de botten en vertelt, in elk geval in de eerste twee afleveringen over Zuid-Limburg en het Land van Maas en Waal, steeds min of meer hetzelfde verhaal: van het moeten verlaten van je thuis, de angst dat je daarmee alles kwijtraakt en later de opluchting dat een echte ramp tóch kon worden voorkomen.

De complete serie Hoog Water is hier te bekijken.

De Vrouw Met De Camera: Letizia Battaglia

VPRO

Eind 2019 overleed documentairemaker Hans Keller (1937). Hij was, volgens een In Memoriam van Willem Pekelder ‘niet alleen filmer, maar vooral chroniqueur van een tijdperk. Geboren en opgegroeid in het, in zijn ogen, benauwende Haarlem van de jaren vijftig werd hij journalist om de wereld te verkennen. Maar ook Nederland, dat hij onder de loep nam op een wijze zoals niet eerder op tv vertoond. Hij liet ons het niet al te fraaie gezicht zien achter de schone façade.’

In 2001 maakte Keller, samen met Hein Aalders, een film over een andere chroniqueur, Letizia Battaglia. Van La Cosa Nostra ditmaal. Als geen ander legde Battaglia aan het eind van de twintigste eeuw de gruwelen van de Siciliaanse maffia vast, die behalve aan gezworen ‘mannen van eer’ en de onderzoeksrechters Falcone en Borsellino ook aan talloze onschuldige burgers het leven kostte. Zwart-wit foto’s, waar het bloed vanaf druipt. Keller spreekt uitgebreid met Battaglia, haar dochter Shobha en de burgemeester van Palermo, Leoluca Orlando, over het niet al te fraaie gezicht achter de schone façade van Sicilië.

Dit jaar verscheen er na De Vrouw Met De Camera: Letizia Battaglia (59 min.) overigens nóg een documentaire over Battaglia: het aangrijpende Shooting The Mafia van Kim Longinotto. Die film moet het echter doen zónder Kellers bedachtzame voice-over, die de achtergronden van de maffia schetst, daarbij uitbundig citeert uit de roman De Tijgerkat van Giuseppe Tomasi di Lampedusa en bovendien nadrukkelijk de link legt tussen de georganiseerde misdaad en de Italiaanse politiek, gepersonifieerd door een man die decennialang een abonnement op het premierschap leek te hebben, Giulio Andreotti.

De Vrouw Met De Camera: Letizia Battagla is hier te bekijken.

Puck & Hans: Made In Holland

AVROTROS

Een oproep op Facebook was nodig om een representatieve collectie samen te kunnen stellen voor hun overzichtstentoonstelling in het Amsterdam Museum. Zelf hadden Puck & Hans namelijk nauwelijks iets bewaard van hun werk. Zoals het rechtgeaarde modeontwerpers betaamt waren ze altijd gericht geweest op de toekomst, met nauwelijks oog voor het verleden.

Gelukkig waren er nog heel wat Nederlanders die ‘een echte Puck & Hans’ in de kast hadden hangen. Daphne Deckers bijvoorbeeld. Of de zussen Monique en Suzanne Klemann, blikvangers van de popgroep Loïs Lane. Zangeres Getty Kasper van Teach-Inn moet in Puck & Hans: Made in Holland (52 min.) dan weer bekennen dat ze echt niet weet waar de jurk is gebleven, waarmee ze in 1975 het Songfestival won.

Ruim dertig jaar hadden Hans Kemmink en Puck Kroon, volgens eigen zeggen ‘met een naald in haar handen geboren’, een eigen zaak aan het Rokin in Amsterdam. Samen met regisseur Peter Wingerder, die een radio-interview van het modeduo met Frénk van der Linden als structurerend element gebruikt, lopen ze in deze tv-docu op aanstekelijke wijze nog eens door hun kleurrijke loopbaan.

Keeper

Halal

Als Hans van Breukelen – talloze malen kampioen van Nederland, winnaar van de Europa Cup 1 en Europees kampioen met het Nederlands elftal – wordt gevraagd naar het definiërende moment van zijn carrière, dan is de kans behoorlijk groot dat hij ‘het graspolletje’ noemt. Een, relatief kleine, fout die in 1987 de nederlaag van PSV tegen rivaal Feyenoord inleidde. De Eindhovense voetbalclub werd dat jaar overigens gewoon kampioen en zou in het volgende seizoen letterlijk alles winnen wat er te winnen viel. Met Van Breukelen als rots in de branding.

Het incident met het polletje is illustratief voor de 73-voudige international Van Breukelen, de succesvolste doelverdediger uit de Nederlandse historie, en voor zijn stiel in het algemeen: de keeper als een tragische figuur. De bezeten eenling. Het buitenbeentje ook. Een man – of steeds vaker: vrouw – die nooit punten voor je wint, ze alleen kan verliezen. ‘Als het team wint, komt het door de trainer’, zegt Tarek Kharboutly, één van de hoofdpersonen van de documentaire Keeper (75 min.). ‘Als het team verliest, komt het door de keeper.’ Een fout is volgens de doelverdediger van de Zuid-Hollandse tweedeklasser Teylingen, die ooit voor het Syrische nationale elftal speelde, niets minder dan ‘een schande’.

Tegendoelpunten kunnen zelfs intens verdriet veroorzaken, zoals bij jeugdkeeper Lenny Bemboom uit Terschelling die tranen met tuiten huilt als er wéér een bal invliegt. Er moet een volwassene aan te pas komen om de jongen te troosten. Het is één van de mooiste scènes uit deze fijne publieksfilm van Johan Kramer, die verder de ambitieuze doelvrouw Selena Babb en de 74-jarige Jan Dooijewaard van DVV’33 uit Ermelo, ‘de oudste keeper van Nederland’, portretteert. Via hen gaat Kramer, in de rug gedekt door de sportjournalisten en (oud-)keepers Sjoerd Mossou en Leo Oldenburger, op zoek naar het wezen van de spreekwoordelijke sukkel op doel. Die er natuurlijk alleen staat omdat hij niet kon voetballen.

De filmmaker maakt in deze mythologisering van de beroepsgroep, die alle oerbeelden bestendigt die je bij keepers kunt hebben, geen gebruik van archiefmateriaal. Geen legendarische namen uit het verleden dus, zoals Gordon Banks, Dino Zoff of Rinat Dasajev. En ook de moderne ‘krokettenvangers’ Neuer, Courtois of – de grote held van Lenny – De Gea ontbreken. Keeper richt zich op gewone baltegenhouders. In een oer-Hollandse setting is te zien hoe ze hun verdediging dirigeren, spugen in handschoenen, rekken en strekken, de bal uit de sloot halen of klaar gaan staan om een penalty te stoppen (volgens Sjoerd Mossou de enige situatie waarin een keeper alleen maar kan winnen). Kamer vangt hun rituelen in fraaie, door weelderige muziek ondersteunde sequenties. Waarbij natuurlijk ook dat hele kleine beetje sterven na elke tegengoal niet ontbreekt. Als de bal ook nog eens door hen, en door niemand anders, uit het doel moet worden gehaald.

En niemand die dat zo hartverscheurend kon als, juist, Hans van Breukelen. De beelden zijn moeiteloos op te roepen: hoe hij nadat de bal uit het net is gevist, met een mengeling van ongeloof en weltschmerz in de ogen en mismoedig schuddend met het hoekige hoofd, de bal met een larmoyante voetbeweging richting middenstip trapt. Nóg mooier echter zijn de herinneringen aan hoe ‘De Breuk’ eerst, in de aanloop naar de belangrijkste strafschop van zijn leven, met zijn wijsvinger even het rechterooglid omlaag trekt (zo van: ‘ik heb jou door, jongen!’) en later als een ongenaakbare gladiator de knuffels van zijn teamgenoten in ontvangst neemt. Tussendoor heeft hij in de EK-finale van 1988 een penalty van de Rus Belanov gestopt. Die redding vormde de opmaat naar de enige prijs die Oranje ooit won.

Disclaimer: ik sta zelf elke zondag op doel en ben zo ongeveer het tegendeel van Hans van Breukelen: nooit iets gewonnen en na elke redding op zoek naar een schouderklopje.

Bellingcat – Truth In A Post-Truth World

Bellingcat

Als idealistische beelddetectives struinen de leden van het internationale collectief Bellingcat vrijwillig het internet af. Vanuit hun huiskamers in pak ‘m beet Leicester, Berlijn en Helsinki belanden de burgerjournalisten zo in alle uithoeken van het wereldwijde web, op zoek naar de waarheid en niets dan de waarheid. Met behulp van online foto’s, kaartjes en video’s en eigen onderzoek deduceerden ze bijvoorbeeld wat er precies is gebeurd met vlucht MH17. Daarmee lieten Bellingcat-oprichter Eliot Higgins en zijn getrouwen het officiële onderzoek, de reguliere journalistiek en ene Vladimir Poetin zijn hielen zien.

Een gemiddelde wereldburger krijgt per dag meer beelden te verwerken dan een mens in de middeleeuwen tijdens zijn hele leven. Die beelden verrijken ons leven, zorgen voor begrip van de wereld en leveren bewijsmateriaal van mogelijke misstanden, maar ze kunnen net zo gemakkelijk worden gebruikt om de waarheid te versluieren of zelfs te verminken. Dat is het speelveld van Bellingcat – Truth In A Post-Truth World (83 min.), een fascinerende film van Hans Pool over een groepje onverschrokken frontsoldaten in de voortdurende oorlog om de waarheid.

Waar leiders als Poetin, Kim Jong-Un en Trump stelselmatig het vertrouwen in de media proberen te ondermijnen, en daarmee wereldwijd democratieën verzwakken, zweren zij ouderwets bij de feiten. Daarvoor verlaten ze zich wel op nieuwerwetse middelen. Zo demonstreert de Nederlander Christiaan Triebert, die voor zijn werk al de European Press Prize won, bijvoorbeeld hoe hij ontdekte dat een verwoestende autobom in Irak, waarover nieuwsmedia in de hele wereld hadden bericht, in werkelijkheid volledig in scène was gezet. Een ontluisterende conclusie, die voor je ogen nog eens ondubbelzinnig wordt aangetoond.

Pool maakt het urgente werk van Bellingcat met indringende voorbeelden uit onder anderen Charlottesville en Raqqa uitstekend inzichtelijk en laat dit door media-onderzoeker Jay Rosen van de University Of New York, Alexa Koenig van het Center For Human Rights en Harvard-professor Claire Wardle bovendien in zijn maatschappelijke context plaatsen. Het resultaat is een belangrijke film over het politieke tijdsgewricht waarin we leven en hoe de waarheid daarin voortdurend onder druk staat en wellicht tóch kan overleven. Met mogelijk een voortrekkersrol voor Bellingcat, een organisatie die de mogelijkheden van deze tijd in elk geval ten volle benut.

Het Is Gezien


‘Als God zich opnieuw in Levende Stof gevangen geeft, zal hij als ezel terugkeren, hoogstens in staat een paar lettergrepen te formuleren, miskend en verguisd en geranseld, maar ik zal hem begrijpen en meteen met hem naar bed gaan.’ Aldus schrijver Gerard Reve in zijn roman Nader Tot U. Het leverde hem een aanklacht vanwege godslastering op. Reve moest in de jaren zestig zelfs voor de rechter verschijnen.

Ruim een halve eeuw na het geruchtmakende Ezelproces is het nauwelijks voor te stellen dat een Nederlandse schrijver vanwege zijn werk wordt vervolgd. Kunstenaars worden toch allang niet meer zo openlijk gecensureerd? De documentaire Het Is Gezien (54 min.) van regisseur Erik Lieshout en researcher Tom Rooduijn afficheert zich niettemin als ‘een pleidooi voor de vrijheid van kunst’ en spreekt met vaderlandse kunstenaars die in opspraak zijn geraakt door hun werk.

Om de heksenjacht op pedofielen aan de kaak te stellen meldde schrijver A.H.J. Dautzenberg zich enkele jaren geleden aan als lid van pedofielenvereniging Martijn. Het leverde hem talloze dreigbrieven en ontslag op. ’Er is geen vrij denken, constateert de Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts over het gebrek aan steun, ook van haar literaire vrienden, dat zij ervoer na de commotie die ontstond rond haar boek over Marc Dutroux’ vrouw Michelle Martin. ‘Er is geen vrij spreken.’

‘Alles waar je niet over mag praten, daar moet je over praten’, stelt cabaretier Hans Teeuwen. ‘Probleem is om het grappig te krijgen.’ Hij maakte van dichtbij mee hoe vriend en ‘kamikazepiloot’ Theo van Gogh werd geslachtofferd voor zijn denkbeelden en zag naderhand hoe de aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo collega-cabaretiers de mond snoerde. Dat mocht hem niet gebeuren.

In Het Is Gezien, in stemmig zwart-wit geschoten en op smaak gebracht met dramatisch getoonzette muziek, getuigen daarnaast advocaat Gerard Spong, schrijver Tom Lanoye, kunstenares Tinkebell en auteur Mano Bouzamour over de (on)vrijheid die zij ervaren binnen hun werk. Ze lezen tevens voor uit het virtuoze pleidooi dat Reve zelf hield voor de rechtbank. Getuige deze krachtige documentaire zijn ’s mans woorden ook in de 21e eeuw nog steeds actueel en relevant.

The Cleaners


Zou bij de content moderatoren van Facebook, Google en Twitter ook posttraumatische stress voorkomen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Deze werkbijen van het internet, veelal afkomstig uit ontwikkelingslanden zoals de Filipijnen, schuimen voortdurend als een soort onzichtbare beveiligingsbeambten het worldwide web af en stuiten daarbij op alle mogelijke vuiligheid; van kinderporno en cyberpesten tot executies en terroristische aanvallen.

Het is lopende bandwerk: ignore, ignore, delete, ignore, delete… Met gezwinde spoed ruimen ze zulke rotzooi op. Maar kunnen en mogen deze vuilnismannen en -vrouwen, die elk ook weer hun eigen context en perspectief meebrengen, werkelijk bepalen wat er weg kan of moet? Was het verwijderen van dat schilderij van Trump met een hele kleine pik – nadat hij in een verkiezingsdebat had gepocht over zijn gereedschap – bijvoorbeeld een kwestie van goede smaak of toch een serieus geval van censuur? De verantwoordelijke kunstenares weet het antwoord wel.

Wie bepaalt wat er hoe op het internet belandt? Komt de vrijheid van meningsuiting in het gedrang als we dat overlaten aan de Mark Zuckerbergs van deze wereld? En in hoeverre laten die hun oren hangen naar de regimes van landen als Turkije, Myanmar en de Filippijnen? De documentaire The Cleaners (88 min.) van Hans Block en Moritz Riesewieck stelt prangende vragen over de manier waarop de sociale media worden beheerd en laat ook de gewone frontsoldaten in de bijbehorende informatieoorlog aan het woord. Zij moeten dagelijks keuzes maken, die letterlijk voor miljarden mensen gevolgen kunnen hebben. En fouten kunnen ze zich daarbij niet permitteren volgens hun bazen.

Ook opponenten van de almachtige techbedrijven mengen zich in de strijd. Zo is er bijvoorbeeld een club die direct oorlogsbeelden veilig stelt, vóórdat die door de digitale schoonmakers worden weggepoetst. Dat blijkt geen overbodige luxe. De klassieke foto van Kim Phuc, het naakte meisje dat met een verbrand lijf op de vlucht ging na een napalmaanval en zo het symbool werd van de vuile oorlog in Vietnam, zou nu direct worden verwijderd, stelt één van de cleaners onomwonden. Het is een tekenend voorbeeld van de dilemma’s die in deze bijzonder urgente film, over de wereld waarin wij met zijn allen leven en hoe we daarbinnen de democratie proberen te onderhouden, aan de orde worden gesteld.

Lief En Leed Op Parc Beaugarde

KRO-NCRV

De liefde heeft Hans Pool ooit naar Culemborg gebracht. Als zijn huwelijk vijftien jaar later stuk loopt, besluit de filmmaker, die even zonder woning zit, een zomer door te brengen op een recreatiepark in de directe omgeving. Daar treft hij diverse andere mannen en vrouwen aan, die na een echtscheiding de draad weer proberen op te pakken.

Die zomer heeft geresulteerd in de televisiedocumentaire Lief En Leed Op Parc Beaugarde (55 min.), waarin Pool, die zijn eigen beslommeringen verder achterwege laat, rustig en genuanceerd vijf (tijdelijke) bewoners van het recreatiepark portretteert. Camping Tranendal, noemt een van de betrokkenen het fraai gelegen park, waar ook gewone vakantiegangers en Oost-Europese gastarbeiders verblijven. Gekscherend, maar beslist ook met een kern van waarheid.

Stratenmaker Arie, nog niet zo lang geleden door zijn vrouw aan de kant gezet voor een nieuwe liefde, arriveerde bijvoorbeeld met zo’n beetje alleen een televisie in Parc Beaugarde en heeft nog altijd geen cent te makken. In korte tijd heeft hij wel een soort pseudo-familie gevonden op het park. Jan woont daarentegen al zo’n dertien jaar alleen in een van de chalets. Sinds zijn huwelijk op de klippen is gelopen, houdt hij ’t bij zijn hond en vishengel. Hij blijft in elk geval, zo zegt hij ferm, uit de buurt van vrouwen.

Parc Beaugarde is een soort eiland voor afgewezenen, constateert de Oekraïense vrouw Olga, die met haar man en drie kinderen ook op het park bivakkeert en daar – hoe symbolisch – bruidsjurken naait. Zij beziet de, veelal mannelijke, populatie van de chalets van enige afstand en voorziet hun lief en leed van nuchter commentaar. Olga ziet ook hoe Peter, een oudere bewoner die na twee gestrande huwelijken in het recreatiepark terecht is gekomen, via een datingsite een nieuwe liefde heeft gevonden.

En dan is er nog de arts Saskia, die na een ingrijpende gebeurtenis besloot dat het helemaal anders moest met haar leven. Ze heeft onlangs een chalet betrokken, dat ze voorlopig met haar toekomstige ex-man gaat delen. Allebei zorgen ze daarnaast enkele dagen per week thuis voor de kinderen. Is dit werkelijk de stap die zij nu wil zetten? En wat betekent dat dan voor hem?

Met compassie belicht Hans Pool in Lief En Leed in Parc Beagarde een wereld, waarin de aloude belofte ‘tot de dood ons scheidt’ zijn oorspronkelijke waarde heeft verloren en mensen, vaak zonder dat ze het wilden of zagen aankomen, halverwege hun leven ineens de koers moeten verleggen. Ieder gaat die uitdaging op zijn eigen manier aan.

De Zaak Gebroeders R.

KRO-NCRV

‘Dit is het leven wat wij gekozen hebben’, zegt de stem op vertrouwelijke toon. ‘Je wordt niet zomaar rijk. En als wij eenmaal rijk zijn, dan mag je best een beetje arrogant zijn, weet je wel.’ Aan het woord zijn de gebroeders R. Ze worden verdacht van drie geruchtmakende roofmoorden, in Drenthe in 2012.

Het onderzoeksteam van het Openbaar Ministerie meent een motief te hebben gehoord in de stiekem gemaakte geluidsopnames van de verdachten: geld. Ze horen er ook een gevaar op recidive in. In de woorden van de broers weerklinkt in elk geval geen berouw. Dit is moord in koelen bloede, daarover zijn de aanklagers het snel eens. Op mensen die bij toeval op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren.

De advocatenteams van Admilson en Marcos R., waaronder de befaamde Wim Anker, zien tegelijkertijd mogelijke verzachtende omstandigheden; de broers zijn geadopteerd vanuit Brazilië. Zijn ze daardoor misschien getraumatiseerd? En heeft Admilson tijdens zijn uitzending naar Afghanistan als militair wellicht PTSS opgelopen en is dat dan de oorzaak van de ‘explosie van geweld’, die niemand zag aankomen?

Maria Mok en Meral Meslu, die eerder films maakten over de Friese advocatentweeling Anker en hun verdediging van de beruchte zedendelinquent Robert M., zetten de voorbereidingen van de aanklagers en verdedigers op de rechtszaak recht tegenover elkaar in De Zaak Gebroeders R. (60 min.) en werken zo toe naar de zitting waarbij wordt beslist of de broers (levenslang) achter slot en grendel moeten of toch worden behandeld voor een psychiatrische stoornis.

Hun aanpak is sober: geen interviews, muziek of mooifilmerij. Mok en Uslu registreren als een vlieg op de muur, brengen de zaak terug tot zijn essentie en presenteren die zonder enige opsmuk. Bijzonder is daarbij hoeveel toegang het filmende duo heeft gekregen. Ook de gesprekken van de beide verdachten met hun advocaten, tijdens een observatie in de gevangenis in Vught, zijn gewoon gefilmd. Daar zit de meerwaarde van deze tot het bot uitgeklede documentaire, die de achterkant van een gruwelijke drievoudige moord treffend in beeld brengt.

Dat we deze film ook te zien krijgen, is overigens geen vanzelfsprekendheid. De uitzending is een paar keer uitgesteld omdat de zaak nog liep. Bovendien heeft het Openbaar Ministerie na bezwaren van de nabestaanden de medewerking aan de documentaire ingetrokken en via een kort geding tevergeefs geprobeerd om het gebruik van de beelden van het OM, dat toen nog gewoon meewerkte aan de film, te verbieden.

In De Schaduw Van King

EO

In de documentaire In De Schaduw Van King (50 min.) volgen de Nederlandse filmmakers Hans Hermans en Martin Maat de blanke Amerikaan Harcourt Klinefelter. Hij is getrouwd met een Nederlandse vrouw, woont al ruim een halve eeuw in Overijssel en kan daar geluidsopnames laten horen uit de tijd dat hij met Martin Luther King actie voerde in Selma. Opnames, die hijzelf maakte met zijn bandrecorder.

Na vijftig jaar reist hij samen met zijn vrouw Annelies terug naar zijn geboortegrond en gaat daar op zoek naar de geest van de legendarische Reverend King. Niet veel later staat Harcourt Klinefelter tegenover diens zoon Martin Luther King III, bezoekt hij de plekken waar de burgerrechtenbeweging tot volle wasdom kwam en ontmoet hij zowel oude kameraden en strijdmakkers als jongeren die waken over Kings erfgoed.

Klinefelters trip nostalgia, begeleid door zijn eigen voice-over in Amerikaans Nederlands en doorsneden met archiefbeelden van ankerpunten uit de bevrijdingsstrijd van Afro-Amerikanen, zorgt niet voor nieuwe inzichten, maar zet de schijnwerper nog eens vol op de moed en invloed van hun grote leidsman Martin Luther King, die op 4 april precies vijftig jaar dood is.

Bewakers Van Bemelen

L1

Al bijna dertig jaar levert Hans Heijnen een gestage stroom documentaires af. Zijn sterkste werk is vrijwel altijd geworteld in zijn eigen geboortegrond: Limburg. Voor De Waterwolf van Itteren won hij in 1996 bijvoorbeeld een Gouden Kalf, terwijl hij met Bokken En Geiten twee jaar later op bijzonder aanstekelijke wijze de rivaliteit tussen twee harmoniekorpsen in het dorp Thorn in beeld bracht. Ook Bewakers Van Bemelen (75 min.), een film uit 2015, bevat onmiskenbaar ’s mans signatuur.

Het procedé is eigenlijk altijd hetzelfde. Heijnen nestelt zich in een kleine (dorps)gemeenschap, brengt rustig de bijbehorende activiteiten en verenigingen in beeld en keuvelt intussen ontspannen met de sleutelfiguren. Gesprekken zoals die dagelijks, in elk willekeurig Nederlands dorp, aan de keukentafel of in de sportkantine worden gevoerd. Alsof Heijnen gewoon één van hen is geworden – en waarschijnlijk is dat ook zo. Zijn hoofdpersonen staan hem in elk geval ontwapenend eerlijk te woord. Hij laat hen intussen, hoewel er doorgaans ook heel wat te lachen valt, volledig in hun waarde.

In het kleine dorpje Bemelen, onder de rook van Maastricht, stuit Hans Heijnen ditmaal op een bonte verzameling dorpsgenoten, die op de één of andere manier allemaal met elkaar zijn verbonden. Rita lijkt uitgekeken op haar relatie met parttime koster/misdienaar Paul, die de post bezorgt bij de oudere vrijgezel Willie, die altijd in z’n ouderlijk huis is blijven wonen met zijn broer en spil van het dorp Pierre, die net iets te goed bevriend is met Tiny, die eigenlijk getrouwd is met truckchauffeur Servé, die nauwelijks contact heeft met zijn doodzieke zus José, die getrouwd is met No, die overweegt om straks terug te keren naar Maastricht.

Tussendoor moeten de lijnen van het plaatselijke voetbalveld worden gekalkt, is er de jaarlijkse sacramentsprocessie en staat Carnaval weer voor de deur. Maar kan de optocht wel doorgaan nu er iemand op sterven ligt? Heijnen maakt invoelbaar hoe de bewoners van het vergrijzende en door Hollanders bedreigde dorp hun gewoonten en tradities in stand proberen te houden. Met behulp van voiceovers en interviews in dialect en de melancholieke muziek van de Limburgse zanger Arno Adams, over wie hij twee jaar eerder de fijne film Belfeld Blues maakte, dringt hij door tot de kern van de Bemelenaren – en Nederlandse dorpelingen in het algemeen.