17 Blocks

Als je één en hetzelfde gezin gedurende twintig jaar filmt – of zichzelf laat filmen – ontdek je onvermijdelijk iets over het leven. Over hoe het de één optilt en een ander op zijn plek houdt. Over hoe het je lam kan slaan, uit het lood of gewoon, keihard, op je bek. En over hoe de plek waar je wordt geboren – de familie, buurt en stad – kan bepalen wie je bent en wordt, of juist helemaal niet.

Als filmmaker Davy Rothbart in 1999 op Emmanuel Sanford-Durant (9) en z’n oudere broer Smurf (15) stuit, hun zus Denice ontmoet en alleenstaande moeder Cheryl leert kennen, kan hij op geen enkele manier vermoeden wat de toekomst in petto heeft voor hen. Of toch wel. Het samengestelde gezin woont immers in het zuiden van Washington D.C., een frontlinie in de Amerikaanse ‘war on drugs’ die slechts 17 Blocks (98 min.) verwijderd is van het Capitool.

Duizend uur beeldmateriaal wordt daar verzameld, die voor deze doorleefde documentaire moest worden teruggebracht tot dik anderhalf uur. Hele en halve levens, verteld in luttele minuten. Hoogtepunten, dieptepunten en het ‘gewone’ leven. Emmanuel heeft bijvoorbeeld een studerende vriendin en wil brandweerman worden. Smurf hangt rond op de beruchte straathoeken, zit zo nu en dan vast en zet ondertussen enkele kinderen op de wereld. En Denice wordt eveneens op jonge leeftijd (alleenstaande) moeder.

Als het noodlot toeslaat – en dat lijkt het onherroepelijk te doen in dit soort levens – en letterlijk overal in huis bloedspatten achterlaat, nemen de zaken in de familie Sanford een dramatische wending. Waarbij Cheryl, de vrouw die haar kinderen een stabiele basis wilde meegeven, worstelt met schuldgevoelens en haar toevlucht zoekt tot middelen die de situatie alleen maar kunnen verergeren. Rothbart slaat dit proces van zeer dichtbij gade en documenteert tevens hoe de Afro-Amerikaanse familie het tij probeert te keren.

Het is nu twintig jaar geleden dat de baanbrekende tv-serie The Wire het rauwe leven rond de ‘corners’ in grote Amerikaanse steden en de zieke drugseconomie die daaromheen is ontstaan op indringende wijze agendeerde. Dit jaar verscheen bovendien het ‘vervolg’ We Own This City, over de bijbehorende politiecorruptie. Een documentaire zoals 17 Blocks brengt diezelfde ontwikkelingen terug tot menselijke proporties en laat treffend zien hoe drugs en geweld een spoor van vernieling kunnen trekken door een gewone familie.

Waarbij het natuurlijk nog maar de vraag is of de tijd wel alle wonden kan helen. Want zo is het leven: een aaneenschakeling van losse gebeurtenissen die pas achteraf, bezien vanuit de achteruitkijkspiegel, een verhaal blijken te vormen. En als er al een happy end komt, staat dit op voorhand zeker niet vast.

The Slow Hustle

HBO Max

‘Oh, Sean, nee!’ schreeuwt politieagent David Bomenka met overslaande stem. Samen met zijn collega Sean Suiter van de Baltimore Police Department is hij op 15 november 2017 op een melding afgegaan in de ongure omgeving van Harlem Park, in het westen van de beruchte Amerikaanse stad Baltimore. Daarbij is het in een steeg, in een onoverzichtelijke situatie, gekomen tot een schietpartij. Met dramatische gevolgen: Suiter ligt levenloos op de grond. ‘Officer down!’ roept zijn collega.

Sean Suiters tragische dood leidde onlangs al tot één van de aangrijpendste scènes van We Own This City, de sterke miniserie waarmee showrunner David Simon een vervolg gaf aan zijn klassieke serie The Wire. Het dramatische tafereel vormt tevens het startschot van deze krachtige documentaire van Sonja Sohn. Als actrice was zij vijf seizoenen lang te zien in The Wire, Simons verpletterende ontleding van de Amerikaanse ‘war on drugs’, als de gedreven politieagent Kima Greggs.

Al snel worden er in The Slow Hustle (85 min.) vragen opgeworpen over Suiters dood: was het wel doodslag? Of kon het ook moord zijn? Of zelfs zelfdoding? Sean Suiter was betrokken geraakt bij duistere zaakjes van een speciaal politieteam en zou een dag na zijn dood tegen collega’s getuigen in een corruptiezaak. Het leek te veel op zelfmoord om zelfmoord te kunnen zijn, stelt Justin Fenton, misdaadverslaggever van The Baltimore Sun en schrijver van het boek We Own This City, cryptisch.

Met Suiters vrouw en kinderen, collega’s en plaatselijke journalisten loopt Sohn, die in haar debuut Baltimore Rising al de gespannen situatie in haar thuisstad en de Black Lives Matters-rellen na de dood van Freddie Gray in beeld bracht, de hele affaire door. Ze komt daarbij automatisch terecht bij de hoofdrolspelers van We Own This City: het wapenopsporingsteam van Wayne Jenkins, de verpersoonlijking van de ‘bad cop’. Dat heeft Baltimore jarenlang als een roversbende geplunderd.

Sonja Sohn plaatst intussen serieuze vraagtekens bij de officiële lezing van wat er op 15 november in die desolate steeg in West-Baltimore is gebeurd. Hoewel hij zelf politieagent was, zou Sean Suiter zomaar één van de vele zwarte Amerikanen kunnen zijn die een gewelddadige confrontatie met de politie moet bekopen met de dood. ‘Give us the shooter’, roepen boze Black Lives Matter-demonstranten niet voor niets boos als het officiële onderzoek naar de ware toedracht is afgerond. ‘Give us the shooter of Sean Suiter.’

In de documentaire I Got A Monster wordt het losgeslagen Gun Trace Task Force van Wayne Jenkins nog eens doorgelicht, met journalisten, agenten en inwoners van Baltimore die er door hem in werden geluisd.

Mr. Good? Gåten Eirik Jensen

Netflix

Waar je mee omgaat, word je mee besmet. Als drugsagent begint Eirik Jensen op een gegeven moment zoveel te lijken op de Hells Angels, Bandidos en Outlaws die hij moet bestrijden dat het onderscheid tussen hen nauwelijks meer is te maken. Niet alleen voor anderen overigens. Met alle gevolgen van dien: inmiddels zit Jensen als de Noorse verpersoonlijking van een ‘dirty cop’ achter de tralies in de Kongsvinger-gevangenis, veroordeeld tot 21 jaar cel.

De opkomst en ondergang van de gelauwerde Noorse politieman hebben allebei van doen met één en dezelfde man: de gehaaide informant ‘GT’. Gjermund Cappelen, ‘de drugsbaron van Asker en Bærum’ die zelf ook een veelgebruiker blijkt te zijn, zal Jensen eerst het ene na het andere succes bezorgen en tot Noorwegens bekendste politieman maken en daarna meesleuren in zijn eigen val – óf, andere lezing, er doelbewust inluizen.

Mr. Good? Gåten Eirik Jensen (Engelse titel: Mr. Good: Cop Or Crook?, 200 min.), een vierdelige serie van Trond Kvig Andreassen en Ragne Riise, ontrafelt de geruchtmakende zaak met Jensen zelf, zijn vriendin, moeder, dochter, ex-vrouw, politieagenten, advocaten, journalisten en (voormalige) zware jongens. Alleen die andere hoofdrolspeler, Gjermund Cappelen, schittert door afwezigheid. Zijn advocaten nemen de honneurs waar.

De beschuldigingen van drugshandel en corruptie tegen Eirik Jensen worden geïllustreerd met nieuwsreportages, verborgen camerabeelden, chat- en appverkeer tussen verdachten, audio-opnamen van politieverhoren, gereconstrueerde gebeurtenissen en impressies vanuit de rechtszaal. Want daar zal de tweestrijd tussen Jensen en Cappelen tot een climax komen, tijdens een zeer gecompliceerde (en hier wel ook erg lang uitgesponnen) rechtszaak.

De serie is tegen die tijd behoorlijk vastgelopen, in een verhaal waarvan de afloop al vanaf het begin min of meer vaststaat. Zelfs een flashback naar de zogenaamde Vliegtuigdroppingszaak, over een kilo amfetamine die in 1993 door de Nordlandsmafiaen vanuit Nederland naar Noorwegen is gesmokkeld, biedt dan geen uitkomst meer. Mr. Good gaat stilaan als een nachtkaars uit – al kan niet worden uitgesloten dat deze zaak, ooit, alsnog een andere wending krijgt.

The Invisible Pilot

HBO Max

Waarom? Die vraag hangt vanaf de allereerste scène boven The Invisible Pilot (168 min.). Waarom? Het is tevens een vraag die de vrouwen en kinderen van Gary Betzner al vanaf 1979 plaagt. Waarom? Een vraag ook die familievriend/filmmaker Craig Hodges sinds 2009 met de regelmaat van de klok aan Betzners nabestaanden voorlegde. Waarom? Waarom sprong Gary op 18 september 1977 in Hazen, Arkansas, van die brug af?

Zijn zelfverkozen dood in de White River heeft nooit een afdoende antwoord gekregen. Ook doordat z’n lichaam nooit werd gevonden. Had zijn zelfdoding te maken met de ‘Dixie Mafia’? Zat Gary in de drugshandel? Of leidde hij misschien een dubbelleven? Het levensverhaal van de Southerner die als piloot van besproeiingsvliegtuigjes halsbrekende capriolen uithaalde en naar verluidt elf ongelukken overleefde, bevat clous te over. Maar antwoorden?

Die komen wel degelijk in deze driedelige serie van Phil Lott en Ari Mark. Ze worden alleen bijzonder slim uitgeserveerd – met veel suspense, slinkse tijdsprongen, toffe humor, een zeer effectieve soundtrack en de verplichte cliffhangers – waardoor je steeds benieuwd bent naar wat er nog komt, dat nooit blijkt wat je had verwacht en tóch correspondeert met wat je eerder op de mouw is gespeld. Als je begrijpt wat ik bedoel.

Na een geweldige eerste aflevering verandert de vertelling in het tweede deel, waarin larger than life-personages zoals de Colombiaanse cocaïnekoning Pablo Escobar, CIA-hotshot John Hull, de Amerikaanse president Ronald Reagan én vrijbuiter Lucas Noel Harmony worden geïntroduceerd, in een ouderwets schelmenverhaal. Waarna de verwikkelingen in de slotaflevering zowaar een geopolitieke dimensie krijgen.

Te goed om waar te zeggen, zeggen ze dan. Net als: een goed verhaal moet je niet dood checken. En, dat ook: de waarheid is vreemder dan fictie. Allemaal waar. The Invisible Pilot vormt het tastbare bewijs: een keten van bizarre gebeurtenissen, die uiteindelijk, alles overziend, een verhaal vormt dat, inderdaad, te goed lijkt om waar te kunnen zijn. De waarom-vraag – als iemand tegen die tijd tenminste nog weet waar die over handelde – is dan allang beantwoord. Dáárom.

Kampen Om Grønland

Het is een universeel dilemma dat in diverse uithoeken van de wereld opspeelt: een volk, provincie of land wil niet langer onderdeel uitmaken van het grotere geheel waartoe het behoort. Beter: een déél van dit volk, die provincie of dat land wil niet langer deel uitmaken van het geheel. De rest juist wel. Uitroepteken. Zo is een patstelling ontstaan die bij het minste of geringste kan uitmonden in een echt conflict.

Sinds 1721 maakt Groenland, samen met de Faeroër-eilanden, als zelfstandig gebied deel uit van het koninkrijk Denemarken. Meer dan de helft van de 56.000 inwoners van het in Noord-Amerika gelegen eiland wil echter onafhankelijk worden. Maar kan Groenland financieel wel echt op eigen benen staan en is Denemarken bovendien bereid en/of in staat om afstand te doen van het uitgestrekte arctische gebied?

In Kampen Om Grønland (Engelse titel: The Fight For Greenland, 96 min.) toont Kenneth Sorrento hoe een nieuwe generatie Groenlanders zich verhoudt tot deze vragen. De aspirant-politicus Kaaleeraq M Andersen bepleit bijvoorbeeld vrijmaking van Denemarken. Zijn missie heeft een wrange persoonlijke dimensie. Andersen tobt met zijn gezondheid. Voor een optimale behandeling kan hij alleen in een Deens ziekenhuis terecht.

Tillie Martinussen, een concurrent bij de aanstaande parlementsverkiezingen van de net opgerichte Cooperation Party, is er dan weer van overtuigd dat Groenland nooit zelfstandig kan overleven en in z’n eentje wel eens een speelbal zou kunnen worden van internationale grootmachten met snode plannen, zoals China of de Verenigde Staten. Met die mening maakt ze zich bepaald niet bij elke Groenlander geliefd.

In plaats van al die aandacht voor onafhankelijkheid van Denemarken zou er in de ogen van Martinussen veel meer aandacht moeten zijn voor de ernstige problemen van Groenlandse jongeren. Vrijwel permanent maken drank- en drugsmisbruik, seksueel geweld en zelfdoding nieuwe slachtoffers. Dat is een thema waarop ook de strijdbare rapper Josef Tarrak-Petrussen en zijn verloofde Paninnguaq Heilmann aanslaan.

De deplorabele situatie van nieuwe generaties Groenlanders, een fenomeen dat zich bij vrijwel alle onmachtige volkeren voordoet, is hen een doorn in het oog. Zij zoeken naar redenen om weer trots te kunnen zijn op hun oorsprong. Om dat idee zichtbaar uit te dragen hebben ze allebei traditionele Inuit-gezichtstatoeages laten zetten. En dat gevoel van trots op de eigen cultuur willen ze ook meegeven aan hun pasgeboren kind. 

Stuk voor stuk zijn de jongelingen in deze boeiende film, die zich afspeelt tegen een indrukwekkend decor aan het noordelijke uiteinde van de aarde, bezig met het definiëren en uitdragen van hun eigen identiteit als Groenlanders. Daarbij blijken ze best veel gemeen te hebben, maar zijn er ook nog zoveel verschillen dat het verdomd lastig is om het eens te worden én te blijven.

Killing Escobar

Cosmic Cat

‘Je wordt alleen gevraagd om Pablo Escobar om te leggen als je over de juiste ervaring beschikt’, zegt Peter McAleese, terwijl hij als een echte Hollywood-schurk recht in de camera kijkt. De Schotse huurling had op dat moment zijn strepen al verdiend in vuile oorlogen te Jemen, Angola en Zuid-Afrika. Hij schrok dus helemaal niet van de opdracht om ‘s werelds bekendste drugscrimineel, verantwoordelijk voor zo’n tachtig procent van de cocaïneproductie, naar de eeuwige jachtvelden te helpen. Tuurlijk! Hoeveel schuift het?

Samen met zijn contactpersoon David Tomkins, ook al zo’n principiële strijder als het gaat om goed verdienen, vertrekt McAleese in 1989 naar Colombia om kennis te maken met het Cali-kartel, dat in een bloedige burgeroorlog is verwikkeld met Escobar en z’n criminele vrinden uit Medellin. De opdracht is even simpel als gevaarlijk: Killing Escobar (93 min.). ‘Ik was best zenuwachtig de eerste keer dat ik iemand doodde’, haalt McAleese herinneringen op aan zijn ervaringen als beginnend ‘soldaat’. Over Pablo Escobar zegt hij: ‘Ik heb het nooit beschouwd als moord. Ik zag hem gewoon als een doelwit.’

McAleese en Tomkins besluiten om een eliteteam samen te stellen, dat we voor het gemak The Magnificent Twelve zullen dubben – al zou The Gang That Couldn’t Shoot Straight uiteindelijk ook een adequate benaming blijken. Regisseur David Whitney maakt van hun militair opgezette operatie een spannende actiefilm, compleet met erg vet aangezette scènes op locatie met acteurs. Hij heeft ook beeldmateriaal van de schuinsmarcheerders zelf, die zich natuurlijk eerst te goed doen aan de plaatselijke drank en vrouwen. Daarmee beginnen ze lokaal alleen wat in het oog te lopen. Dus, in de woorden van Peter McAleese: ‘time to leave town’. Met een heel wapenarsenaal, welteverstaan. Op naar Pablo’s vesting.

Voor de geblokte Schot is de actie om Escobar te liquideren een logisch vervolg op een veelbewogen leven, eerder opgetekend in de autobiografie No Mean Soldier, dat van hem een beroepskiller heeft gemaakt. Samen met Tomkins, enkele teamleden, vertegenwoordigers van de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency en een paar kopstukken van de Cali- en Medellin-kartels kan McAleese dus meer dan genoeg sterke verhalen uit de losse pols schudden voor een onderhoudende vertelling. En aan het eind, als het water hem aan de lippen komt te staan, vraagt hij als een goede katholieke jongen uit Glasgow vergeving voor zijn zonden.

Want als puntje bij paaltje komt is die McAleese, althans volgens de tamelijk zoetsappige conclusie van deze gelikte actiedocu, toch best een geschikte peer.

David Whitney heeft overigens ook een film gemaakt over het leven van Dave Tomkins als huurling: Dogs Of War.

Life Of Crime 1984-2020

HBO

Voor de documentaireserie Foute Vrienden volgt Roy Dames al ruim 25 jaar enkele figuren uit de Amsterdamse penoze. Hoewel ze heel wat uitvreten – diefstal, oplichting en (huiselijk) geweld bijvoorbeeld – houdt het leven van deze mediagenieke bloedgabbers heel lang een soort romantiek. Totdat in de laatste toevoeging, 25 Jaar Foute Vrienden, ook bij hen blijkt dat misdaad toch echt niet loont.

De Amerikaanse tegenhanger van Foute Vrienden, Life Of Crime 1984-2020 (121 min.) is nog een stuk grimmiger van karakter. De Verbrande Herman, Rooie Jos en Jantje van Amsterdam van Newark, New Jersey heten Rob Steffey, Freddie Rodriguez en Deliris Vasquez. Voor de camera van Jon Alpert, die met One Year In A Life Of Crime (1989) en Life Of Crime 2 (1998) al twee documentaires over hen maakte, lijken ze elk moment te kunnen verzuipen in de eindeloze draaikolk van misdaad, drugsgebruik en gevangenisstraf waarin ze ooit terecht zijn gekomen.

Het is een ronduit ontmoedigende geschiedenis. Gedurende een periode van 36 jaar maken de drie de ene na de andere herstart, maar slagen ze er maar niet in om hun leven op de rails te krijgen. Alpert blijft al die tijd aan hun zijde. Gaandeweg spoort hij hen ook steeds nadrukkelijker aan om hun leven te beteren – al is het alleen voor de kinderen die ze op de wereld hebben gezet. Tegelijkertijd legt hij het ook rücksichtslos vast als ze toch weer een spuit zetten, zich prostitueren of de verleiding van het snelle geld niet kunnen weerstaan. Elk sprankje hoop kan op die manier plotseling teniet worden gedaan.

Life Of Crime 1984-2020 wordt daardoor een deprimerende bedoening, over mensen die klem zijn komen te zitten in de draaideur en die, al hun goede bedoelingen ten spijt, geen kant meer op kunnen.

Over Grenzen

Prime Video

Afgaande op de lawine van nieuwsberichten over drugsvondsten, laboratoria voor synthetische drugs en afrekeningen binnen het criminele circuit, was de conclusie eigenlijk al onvermijdelijk: Nederland en België nemen een sleutelpositie binnen de internationale drugshandel in. Toch sorteert de vierdelige documentaireserie Over Grenzen (168 min.) nog wel degelijk een schokeffect. Door de schaal van de serie (die zich afspeelt in Mexico, Brazilië, Australië en talloze plekken in de lage landen), de miljardenindustrie die daaruit naar voren komt en de geestdrift waarmee die zich echt in onze directe leefomgeving nestelt.

Deze wereldwijde business, met vertakkingen naar allerlei kleinere en grotere organisaties, gaat bijzonder inventief te werk. In de havens van Rotterdam en Antwerpen arriveren bijvoorbeeld containers die zijn ingericht als appartement. ‘Dus de uithalers, degenen die de switch moeten uitvoeren, zitten al in de container en worden stiekem ook al op de kade gezet’ vertelt de Belgische misdaadjournalist Joris van der Aa. ‘Ze verblijven soms dagen of weken aan één stuk in een container. Er is een wastafel en een toilet in gemaakt. Ze komen eruit. Ze laden de drugs over. En dan gaat die container van de kade af.’

‘Nederland is een draaischijf voor de internationale cokehandel’, stelt zijn Nederlandse collega Yelle Tieleman, één van de misdaadverslaggevers die in deze ambitieuze miniserie van Joost van der Valk, Duco Coops, Anna Maria van ‘t Hek, Sakir Khader, Minna Sedmakov en Joey Boink voor duiding zorgt. Daarnaast laten zij bestuurders, politiefunctionarissen, undercoveragenten en douanebeambten aan het woord. Ze mogen bovendien een kijkje nemen bij zowel politieacties als de illegale praktijken van (geanonimiseerde) labmedewerkers, smokkelaars, uithalers, drugsrunners en rippers, mannen die met bruut geweld dealers beroven.

Gezamenlijk schetsen zij een schemerwereld waarin morele grenzen vervagen en onder- en bovenwereld steeds meer met elkaar verweven dreigen te raken. Ex-smokkelaar Nina Lindeborg vertelt bijvoorbeeld hoe ze kinderlijk eenvoudig een havenmedewerker wist te strikken. Eerst volgde ze met haar eigen auto de bus waarin de man zat, toen hij uitstapte sprak ze hem aan. ‘Binnen dertig seconden zat hij in mijn auto’, zegt ze trots. ‘Ik heb hem een blow job gegeven en toen heb ik hem thuisgebracht. Binnen 24 uur wist ik alles van hem.’ Ze kijkt uitdagend in de camera: ‘En zo wordt het broodje altijd belegd.’

De eerste aflevering van deze met duistere beelden en dreigende muziekjes volgepompte serie ontleedt de internationale handel in cocaïne, aflevering 2 concentreert zich op synthetische drugs, crystal meth in het bijzonder. In deel drie is te zien hoe de georganiseerde misdaad zich manifesteert in het gewone leven, via witwassen, het bedreigen van bestuurders en criminele weldoeners, die zich in sociale activiteiten mengen of sportclubs beginnen te sponsoren. En de laatste aflevering belicht hoe misdaadbendes steeds nieuwe manieren zoeken, de verpletterende drug Fentanyl bijvoorbeeld, om snel geld te verdienen.

‘Als je morgen drugs legaliseert en de Bijbel verbiedt’, zegt Marc Vancoillie, het hoofd van de Centrale Drugs Cel Federale Politie van België, treffend. ‘Dan gaan die criminelen morgen de Bijbel verkopen.’ Tegen zoveel amoreel koopmanschap, dat zich bovendien bijna ongemerkt vestigt in willekeurige plaatsen als Hedel, Hechtel-Eksel of de Wouwse Plantage (waar zowaar een martelkamer met tandartsstoel en allerlei werktuigen werd aangetroffen), is nauwelijks beleid te maken. Toch blijven de autoriteiten aan beide zijden van de Nederlandse en Belgische grens alles op alles zetten. Afgaande op deze onheilszwangere miniserie, die steevast door Antoine Bodar wordt ingeleid met een bezwerende preek, zou dat wel eens een gevecht tegen de bierkaai kunnen worden.

Dunya

IJswater Films

In het kleine appartement in Amsterdam hangt een foto van oma aan de muur. Zingen was haar lust en haar leven. Ze trad op onder de naam Betty Wels, maar echt beroemd werd ze nooit. Ook haar dochter Sabine van der Horst is dol op zingen. Haar hele leven lang zat ze in bandjes. En nu stimuleert ze haar negentienjarige dochter om werk te maken van haar zangtalent. Dunya (60 min.) zou volgens haar naar de Herman Brood Academie moeten gaan.

Moeder en dochter ogen soms bijna als vriendinnen. Ze zingen niet alleen samen, ze stoppen bijvoorbeeld ook tegelijk met blowen – en beginnen allebei ook al snel weer. Sabine heeft een pittig leven achter de rug: ze raakte verslaafd aan harddrugs en was een tijd dakloos. Zoals haar eigen moeder ooit haar toevlucht nam tot drank. Het valt Sabine op dat ook haar dochter wel een glaasje lust. Ze wil de jonge vrouw behoeden voor de fouten die Dunya’s oma en zijzelf hebben gemaakt. Sabine klinkt daarbij alleen meer als een oudere zus dan als een bezorgde ouder.

De wisselwerking tussen moeder en dochter, afwisselend stroef en soepel, resulteert in fraaie scènes. ‘Ik had me wel een beetje uitgesloofd’, zingt Sabine bijvoorbeeld uit volle borst mee met een liedje van haar eigen moeder, terwijl Dunya een sigaretje rookt en haar telefoon checkt. ‘Dat was de drank. Die steeg me naar mijn hoofd. Ik heb de auto toen maar laten staan. En daarom ben ik maar naar een hotel gegaan.’ Samen maken ze zich vervolgens op voor het refrein: ‘Heehee. Ongemerkt. Had ik mezelf in de nesten gewerkt.’

Documentairemaker Tim Bary, die enkele jaren geleden afstudeerde met een spannend en intiem portret van een gabber die klassiek pianist wil worden (Wognum), observeert van heel dichtbij – en zonder de situatie of ontwikkelingen verder in te kaderen of uit te leggen – hoe moeder en dochter samen optrekken. Op een gegeven moment zingen ze zelfs samen in een bandje. Tegelijkertijd lijkt Dunya ook de behoefte te hebben om zich los te maken van haar moeder en zo misschien ook de directe lijn met haar heftige familieverleden te verbreken.

Het is een traditionele en aansprekende coming of age-vertelling, die zich afspeelt binnen een volks Amsterdams milieu. Waarbij de ouder het kind net zo hard nodig lijkt te hebben als andersom en de valkuilen van de ene generatie ook op het levenspad van de volgende dreigen op te duiken.

Shiny_Flakes: The Teenage Drug Lord

Netflix

‘Shiny_Flakes’ had er lol in om aan elke zending enkele gummibeertjes toe te voegen. Spielerei. Zoals die hele handel in marihuana, XTC en cocaïne ook was begonnen. Maximilian Schmidt verdiende er goud geld mee, maar daar was het hem volgens eigen zeggen helemaal niet om te doen. De Duitse computernerd wilde vooral kijken waarmee hij kon wegkomen. En dat bleek behoorlijk veel. Toen hij na bijna anderhalf jaar tegen de lamp liep, dreef de jongen een levendige online-winkel in drugs en medicijnen. Zijn moeder had intussen geen idee wat hij al die tijd in zijn tienerkamer had uitgespookt.

‘Heb je je nooit schuldig gevoeld?’ wil regisseur Eva Müller weten van de twintiger, die met een spottende blik tegenover haar heeft plaatsgenomen in Shiny_Flakes: The Teenage Drug Lord (97 min.). ‘Waarover?’ antwoordt hij uitdagend lachend. ‘Dat je anderen verslaafd of ziek maakte?’ Maximilian, veroordeeld tot enkele jaren gevangenisstraf, denkt er nog eens over na: ‘Ik voelde me niet schuldig dat het iemand schade toebracht, want mijn gedachtegang was: als ik het niet doe, dan doet een ander het wel.’

In een replica van zijn oude kamer werkt de jongen mee aan een reconstructie van zijn misdaadcarrière, die tevens de inspiratie vormde voor de populaire Netflix-serie How To Sell Drugs Online (Fast). Trots en ogenschijnlijk zonder enige vorm van wroeging blikt hij terug op z’n periode als negentienjarige drugsbaron. Zijn beweringen worden daarnaast bevestigd en soms ook weersproken door zijn advocaat, de leider van het politieonderzoek, officier van justitie, psychiater en een echtpaar dat hem als puber leerden kennen bij een bijbaantje als kelner in hun restaurant.

Ook daar dacht hij iedereen te slim af te zijn. Hij ging er ook naar handelen. Net als in zijn dubieuze winkeltje, waarvoor hij netjes een Excelbestand met alle klanten en leveringen aanmaakte. Hoogmoed? Zeker. En die mag doorgaans dan voor de val komen – ditmaal in de vorm van een bruuske politie-inval – maar het zou zomaar kunnen dat misdaad uiteindelijk tóch loont. Want is al het geld dat hij met die 13.000 zendingen heeft verdiend inmiddels daadwerkelijk ingevorderd?

En zou ‘Shiny_Flakes’, een jongen die elke kritische vraag of opmerking van Müller moeiteloos van zich af laat glijden, werkelijk bereid zijn om zijn leven te beteren? Die vraag wordt uiteindelijk beantwoord in de enerverende slotakte van deze straffe film, die Schmidts handel en wandel smakelijk uitserveert in een gestileerde setting.

De Villamoord – Seizoen 2

KRO-NCRV

Niet minder dan 44 afleveringen van zijn misdaadprogramma wijdde Peter R. de Vries ooit aan de zogenaamde Puttense moordzaak. Totdat de geruchtmakende moord op Christel Ambrosius echt he-le-maal was uitgeplozen en de naam van de onterecht veroordeelde zwagers Herman du Bois en Wilco Viets definitief gezuiverd.

Met het wederom drie afleveringen tellende tweede seizoen van de true crime-serie De Villamoord (143 min.) is Joost van Wijk inmiddels zes afleveringen onderweg met het onder de aandacht brengen van een andere zaak: de gewelddadige dood van een 63-jarige villabewoonster uit Arnhem in 1998. Dat zou ook zomaar een gerechtelijke dwaling kunnen zijn – al wil de Hoge Raad daar (voorlopig) nog niet aan.

Waar de documentairemaker zich in het eerste seizoen van De Villamoord vooral concentreerde op de intimiderende politieverhoren, een valse bekentenis die daaruit voortkwam en het schrale fysieke bewijs op basis waarvan hoofdverdachte Nefzat Altay en acht andere mannen uiteindelijk werden veroordeeld, zoomt hij in dit vervolg nadrukkelijk uit naar het criminele circuit van Arnhem.

In het beruchte Spijkerkwartier hielden de veelal Turkse mannen zich bezig met de handel in heroïne en is waarschijnlijk ook het antwoord te vinden op de vraag waarom juist zij als daders van de moord zijn aangemerkt. In het bijzonder bij ‘straatagent’ Henk Evers en het zogenaamde Dotterteam, dat destijds de welig tierende drugscriminaliteit te lijf ging.

Hoewel de nieuwe afleveringen dezelfde strafzaak behandelen – en de sfeer en toonzetting vergelijkbaar zijn, de muziekkeuze vertrouwd smaakvol is en verteller Stefan Stasse de bevindingen weer met net zoveel bravoure uitserveert – worden die geen herhaling van zetten. Ze bevatten bijvoorbeeld een keur aan nieuwe bronnen: enkele nog niet eerder geïntroduceerde verdachten, (anonieme) getuigen en opvallend kritische rechercheurs die toentertijd betrokken waren bij het politieonderzoek.

Aan Eline, een kennis van het slachtoffer die de fatale avond in de villa op wonderbaarlijke wijze overleefde, wordt ditmaal zelfs helemaal geen aandacht besteed. Van Wijk concentreert zich op het ontrafelen – en daarmee onderuit halen – van de strafzaak tegen de negen veroordeelde mannen. Met als onderliggende vraag: leed het team van de omstreden onderzoeksleider Ad Baars, die zelf niet aan de serie wil meewerken, aan tunnelvisie? Of was er meer aan de hand?

Dat betoog legt (wederom) allerlei zwakke plekken (of zelfs ernstige misstanden) in het politieonderzoek bloot, maar wordt tijdens het secuur uitpluizen van het onderzoek soms ook wat praterig en stroperig. Joost van Wijk waagt zich verder niet aan wat er dan wél kan zijn gebeurd als de veroordeelden inderdaad onschuldig zouden blijken te zijn. Na twee seizoenen heeft de serie daardoor nog altijd meer vragen opgeworpen dan beantwoord. Wordt dus ongetwijfeld weer vervolgd.

Hoeveel afleveringen van De Villamoord er nog moeten komen? Peter R. zou het wel weten: totdat onomstotelijk vaststaat wat er is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk is. En geen seconde eerder.

Cocaine Cowboys: The Kings Of Miami

Netflix

Het waren getapte jongens, Sal Magluta en Willy Falcon. In hun powerboats maakten ze in de jaren tachtig zo’n beetje onderling uit wie er met het Amerikaanse kampioenschap vandoor ging. En zoals dat gaat bij dit soort onweerstaanbare schelmen waren er in hun aanwezigheid altijd feestjes, mooie vrouwen en drugs. Cocaïne, om precies te zijn. Waar de twee Cubaanse Amerikanen dan weer zelf op grote schaal in handelden.

Als eerste generatie-immigranten hadden ze aan den lijve ondervonden wat armoe was, vertellen familie, vrienden en collega’s in de zesdelige serie Cocaine Cowboys: The Kings Of Miami (272 min.). En dus kon je het Sal en Willy toch moeilijk verwijten dat ze gevoelig waren voor het snelle geld? Daarbij gedroegen ze zich overigens netjes, hoor: het olijke duo uit ‘The Sunshine State’ Florida hield zich altijd ver van geweld.

Tenminste, tótdat de grond hen echt te heet onder de voeten werd. Toen ze in de jaren negentig voor de rest van hun leven in de cel dreigden te verdwijnen, lieten hun advocaten in een juristen- en gevangenistijdschrift een lijst met potentiële getuigen van justitie publiceren. Die werden rücksichtslos uit de weg geruimd. It’s all in a day’s job for cocaine cowboy (die het appartement waar ze gingen feesten doodleuk ‘Scarface‘ noemden).

En regisseur Billy Corben laat alle ‘muchachos’, gangsterliefjes, consiglieres en domme krachten in deze pastiche op Miami Vice, The Sopranos en Narcos nu gewoon lekker leeglopen. Kritische kanttekeningen blijven achterwege. Hij voorziet hun sterke verhalen liever van kekke montagetrucs, popi humor en – natuurlijk – een overload aan latin-muziekjes, onderbroken door een enkele eighties-klassieker.

Want het moet natuurlijk wel leuk blijven, zo’n trip nostalgia door de gouden jaren van de cokebusiness. Gaandeweg krijgt Cocaine Cowboys een iets grimmiger karakter, als het politieonderzoek naar en de rechtszaken tegen de drugsbaronnen en hun trawanten de aandacht beginnen op te eisen. Deze gladde miniserie verzuimt echter om hun wereld écht bloot te leggen en blijft daardoor aan de, weliswaar best vermakelijke, oppervlakte steken.

Red Privada: Quién Mató A Manuel Buendía?

Netflix

‘Kijk, als ze me zouden vermoorden en ik m’n beroemde laatste woorden kon zeggen‘, vertelt Manuel Buendía op een geluidsopname, ‘zou ik alleen zeggen: ik heb het verdiend.’ 

In zijn columns nam de Mexicaanse journalist nooit een blad voor de mond. In felle bewoordingen kaartte hij misstanden of corruptie aan. Het leverde hem talloze vijanden op, ook bij Mexico’s drugskartels. Dat kon niet goed aflopen. En dat deed het ook niet. Op woensdag 30 mei 1984 werd Buendía geliquideerd, toen hij op weg was naar zijn auto. Zijn dood veroorzaakte een schokgolf in het Midden-Amerikaanse land, dat één van zijn meest kritische stemmen verloor.

In Red Privada: Quién Mató A Manuel Buendía? (100 min.) onderzoekt documentairemaker Manuel Alcala de geruchtmakende moord, die onvermijdelijk vergelijkingen oproept met de aanslag op de Nederlandse misdaadjournalist Peter R. de Vries. Waar die liquidatie waarschijnlijk puur op het conto van de georganiseerde misdaad kan worden geschreven, leken onder- en bovenwereld in het Mexico van Buendía helemaal met elkaar verweven.

Vrienden, collega’s, politieagenten en medewerkers van inlichtingendiensten leggen bijvoorbeeld het verband met de gewelddadige dood van Kiki Camarena, een undercoveragent van de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (die ook in de televisieserie Narcos Mexico een prominente rol speelde). Wat was Buendía op het spoor gekomen, dat hem uiteindelijk op vier laffe kogels in zijn rug kwam te staan? En wie zag in de journalist een bedreiging of wilde via hem juist publiekelijk zijn barbaarse punt maken?

Na die gruwelijke daad klinken in deze degelijke documentaire, met veel pratende hoofden en scherpe citaten uit Buendía’s columns, woorden die inmiddels vertrouwd aandoen. ‘Het was een misdaad tegen heel Mexico, het was niet alleen gericht tegen één man, meent een geschokte man. ‘Maar de ideeën, vrijheid en waarheid zullen blijven bestaan, ongeacht of ze dappere mannen zoals Manuel Buendía vermoorden.’ 

Je kunt het ook hem bijna horen zeggen: on bended knee is no way to be free.

Demi Lovato: Dancing With The Devil

YouTube

Nu gaan ze, zangeres Demi Lovato en de mensen uit haar directe omgeving, wél de waarheid vertellen. Hand op het hart. Niet zoals in die nooit uitgebrachte documentaire, waarin Demi werd gefilmd tijdens haar wereldtournee van 2018 en iedereen nog netjes de schijn ophield. Totdat dit – doordat Demi op 23 juli wereldnieuws werd via een bijna fatale overdosis – met geen mogelijkheid meer was vol te houden en het filmen rigoureus werd gestopt. Einde tourfilm.

Welkom échte documentaire: Demi Lovato: Dancing With The Devil (88 min.). Alhoewel, écht? Deze serie van regisseur Michael D. Ratner, bestaande uit vier handzame delen, komt gewoon uit de koker van Team Demi. We mogen nu toch wél over de heroïne vertellen? vraagt één van de sprekers halverwege de eerste aflevering voor de zekerheid. Het antwoord luidt bevestigend. Welke verhalen echter niet in het gekozen narratief passen en dus toch nog binnenskamers worden gehouden, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Als we dat al zouden willen.

Niet dat er op het eerste oog veel onbesproken blijft in dit onthullende portret: seksueel misbruik, eetstoornissen, verslaving, automutilatie en psychiatrische problematiek. Behalve de hoofdpersoon zelf komt ook Demi’s complete entourage aan het woord: haar moeder, zussen, stiefvader, beste vrienden en een hele zwik medewerkers: een personal assistent, business manager, hoofd beveiliging/stafchef, case manager, choreograaf/creatief directeur en ook nog een ‘gewone’ manager. Voor de zekerheid komt Demi er nog wel even naast zitten of spoort ze hen vooraf aan om vooral de complete waarheid te vertellen – en, waar nodig, hun eigen naam te zuiveren.

Dat voelt allemaal heel Amerikaans: elk dieptepunt blijkt uiteindelijk vooral een aanloop naar een moment van diep inzicht. Het probleem is alleen: die diepere inzichten, zo blijkt uit archiefmateriaal, heeft ze al eerder gehad. En die hebben uiteindelijk dan toch weinig effect gesorteerd. In dat verband zou het interessant zijn geweest als ook Lovato’s vorige management, dat haar ten tijde van die overdosis in 2018 aan strikte regels onderwierp en dat sindsdien aan de kant is geschoven, spreektijd had gekregen. Wat zou dit voor effect hebben gehad op dat roestvrijstalen narratief van in de diepste put vallen en er weer geheel gelouterd uitklimmen?

Échte reflectie – op hoe een leven in de spotlights, vanaf heel jonge leeftijd, jou en je omgeving tekent – ontbreekt evenwel in deze échte documentaire, die uiteindelijk toch eerst en vooral weer een promotool lijkt. Want Demi Lovato: Dancing With The Devil wordt natuurlijk opgeleverd met een gelijknamige hitsingle. En in de bijbehorende videoclip speelt ze, ter leering ende vermaeck, haar eigen overdosis nog eens vol overgave na. Dat kun je dapper noemen. Of smakeloos.

Crack: Cocaine, Corruption & Conspiracy

Netflix

In het Amerika van de Republikeinse president Ronald Reagan (1981-1989) wordt de kloof tussen arm en rijk zienderogen groter en groter. Ze krijgen zelfs hun eigen drugs: een snuifje cocaïne voor elke getapte (witte) jongen met een dikke portemonnee. En de goedkope variant daarop: crack, rookbare coke voor (veelal zwarte) armoedzaaiers.

In de probleemwijken van grote steden ontstaat meteen een alternatieve economie rond dit verwoestende middel, dat gebruikers binnen enkele seconden superhigh maakt en hen al snel helemaal in zijn greep heeft. Het duurt niet lang of ‘straatkapitalisten’, verslaafden en (bad) cops maken het normale leven volstrekt onmogelijk.

Met (voormalige) gebruikers, dealers, dominees, politici, agenten, journalisten en historici begeeft deze documentaire van Stanley Nelson zich naar het hart van de crackepidemie in de jaren tachtig en negentig, als complete gemeenschappen volledig worden ontwricht en de crisis ondertussen uitgroeit tot een enorme mediahype. Met bijvoorbeeld broodje aap-verhalen over talloze ‘crackbaby’s’ tot gevolg.

Dat vraagt om draconische maatregelen. En die komen er dan ook: crackgebruik wordt grondig gecriminaliseerd. Het betekent de definitieve escalatie van de Amerikaanse ‘war on drugs’, die zich vooral op de lagere echelons van de bevolking richt. En zo komt de ‘mass incarceration’ van opmerkelijk genoeg vooral zwarte Amerikanen op gang, die nog altijd zijn sporen achterlaat in de hedendaagse maatschappij.

Dat maatschappelijke drama is al eerder opgetekend, maar wordt in Crack: Cocaine, Corruption & Conspiracy (89 min.) nog eens kundig gereconstrueerd, met grauw archiefmateriaal vanuit de frontlinie en een lekkere soundtrack met gekende raphits. Het sterkst wordt de film als oud-gebruikers en –dealers geëmotioneerd de rekening opmaken en bekijken wat al dat gebruik en gehossel hen op persoonlijk en sociaal vlak heeft gekost.

Terwijl het volgens Ronald en zijn vrouw Nancy Reagan toch allemaal zo simpel was: just say no.

SanPa: Luci E Tenebre Di San Patrignano

Netflix

San Patrignano mocht dan in de geest van de jaren zestig zijn opgericht en bovendien een commune worden genoemd, oprichter Vincenzo Muccioli was toch eerst en vooral een man van de ‘tough love’. Hij schroomde niet om de ‘gasten’ van zijn afkickcentrum in het Italiaanse Rimini in het openbaar te vernederen, te laten aframmelen of dagenlang vast te ketenen in hun eigen isoleercel. Ze moesten en zouden stoppen met het gebruik van heroïne en/of cocaïne. Goedschiks dan wel kwaadschiks. Zonder hulpmiddelen bovendien. Gewoon ‘cold turkey’.

Veertig jaar na dato heeft de veelbesproken ‘goeroe’, die inmiddels al 25 jaar dood is, nog altijd fervente voor- en tegenstanders. In de vijfdelige serie SanPa: Luci E Tenebre Di San Patrignano (298 min.) krijgen ze alle ruimte om hun kant van het verhaal te doen: Muccioli’s zoon Andrea en broer Pier Andrea, een journalist en tv-presentator die verslag deden van de kwestie SanPa, de rechter die bij de zaak betrokken raakte en diverse ex-verslaafden, onder wie de huidige therapeutisch directeur van de instelling. Voor de één is Muccioli nog altijd een onomstreden rolmodel, voor de ander een machtswellustige charlatan.

Bijna vijf uur speeltijd is alleen wel erg ruim bemeten voor een in essentie tamelijk eenduidig verhaal over een man met een missie – met grootheidswaanzin, zou je voor hetzelfde geld kunnen zeggen – die hard in aanvaring komt met de autoriteiten en gaandeweg steeds meer onder vuur komt te liggen. Regisseur Cosima Spender neemt echt te veel tijd om allerlei deelonderwerpen uit te werken, die ook met een enkele pennenstreek hadden kunnen worden afgedaan.

Daardoor verdwijnt de in wezen interessante thematiek van San Patrignano – hoe hard je mag/moet zijn in de omgang met verslaving en verslaafden – in een brei van uitgebreide beschrijvingen, brisante onthullingen en maatschappelijke ontwikkelingen. Strengere selectie en een hoger verteltempo hadden van SanPa (internationale titel: SanPa: Sins Of The Savior) een véél betere productie gemaakt. Van een uurtje of anderhalf. Hooguit twee.

Crock Of Gold – A Few Rounds With Shane MacGowan

Het goede nieuws: Crock Of Gold – A Few Rounds With Shane MacGowan (124 min.) is geen routineuze popdocu, waarin de held chronologisch zijn eigen carrière doorloopt, alle tijd wordt ingeruimd voor zijn beste songs en vakbroeders intussen ongegeneerd de loftrompet over hem en zijn oeuvre laten schallen.

Het slechte nieuws: Crock Of Gold – A Few Rounds With Shane MacGowan (124 min.) is geen routineuze popdocu, waarin de held chronologisch zijn eigen carrière doorloopt, alle tijd wordt ingeruimd voor zijn beste songs en vakbroeders intussen ongegeneerd de loftrompet over hem en zijn oeuvre laten schallen.

Ambivalente gevoelens dus. Over een film die méér wil zijn en daardoor soms te veel wordt. En te weinig, dat eveneens. En toch ook wel weer intrigeert. Zoiets. Terzake:

Regisseur Julien Temple (die met muziekfilms als The Filth And The Fury, Joe Strummer: The Future Is Unwritten en Oil City Confidential al een belangrijk deel van de Britse punkhistorie documenteerde) verbindt MacGowans levensverhaal nadrukkelijk met de getroebleerde relatie tussen Ierland – het land waar hij zijn wortels heeft – en Engeland – het land waar hij opgroeide en een iconisch gezicht van de eerste punkgolf werd. Zo bezien was het onvermijdelijk dat juist MacGowan, de buitenstaander, in de jaren tachtig de traditionele Ierse folk een punky zwieper gaf en zo de stem van een nieuwe generatie Ieren werd.

Die grootse benadering heeft alleen ook zijn keerzijde: Temple strooit bijvoorbeeld wel heel nadrukkelijk met clichématige beelden van de oude idylle Ierland. Met name het eerste deel van de film, als MacGowans band The Pogues nog toekomstmuziek is, heeft daaronder te lijden. Daarbij speelt ook het verteltempo Crock Of Gold parten; enerzijds neemt de documentairemaker wel erg ruim de tijd om met name MacGowans jeugd en achtergrond goed in de verf te zetten, anderzijds propt de filmer zoveel informatie in de docu dat die constant gejaagd voelt.

Een karrenvracht archiefmateriaal van MacGowan en zijn bands, uitbundige animaties en alles wat de tijdgeest maar kan weerspiegelen worden uitgestort over de kijker, die nauwelijks de tijd krijgt om in te laten dalen wat er allemaal voorbij komt. Zeker op het moment dat MacGowan als songschrijver goed op stoom komt, wordt dat echt een serieus minpunt: nooit neemt Temple eens rustig de tijd om die prachtige liedjes hun werk te laten doen. Het is altijd weer door: op naar het volgende punt dat blijkbaar gemaakt moet worden. En dat, om het helemaal verwarrend te maken, verveelt dan weer geen seconde.

Gedwongen door de omstandigheden – MacGowan is, zacht uitgedrukt, geen uitbundige gesprekspartner (meer) die duchtig met anekdotes strooit – kiest hij ook voor een opmerkelijke interviewvorm: de protagonist laat zich bevragen door acteur/vriend Johnny Depp, Primal Scream-voorman Bobby Gillespie, Sinn Fein/IRA-icoon Gerry Adams, biograaf Ann Scanlon en zijn eigen vrouw Victoria Clarke. Via deze terloopse gesprekjes en gedegen interviews met vader Maurice en vooral zus Siobhan wordt zo zijn opmerkelijke levenswandel en –wijze ingekleurd, compleet met debiliserende hoeveelheden drank en drugs.

Ergens in ’s mans pafferige kop, met ogen die wezenloos voor zich uit lijken te staren, zit nog altijd de enige echte Shane MacGowan verscholen: scherp als een mes, altijd in voor (zelf)spot en gezegend met een gggg-giechel die een ferme punt zet achter elke vorm van gepsychologiseer. Een man die zijn talent heeft verkwanseld of het beste heeft gehaald uit zijn gouden jaren, tis maar hoe je het bekijkt. Een fenomeen ook dat ruim dertig jaar later nog altijd tot de verbeelding spreekt.

Na The Great Hunger: The Life & Songs Of Shane MacGowan (1997) en If I Fall From Grace – The Shane MacGowan Story (2001) is Crock Of Gold, ondanks alle bedenkingen die je bij de film kunt hebben, de definitieve documentaire over één van de beste songschrijvers van zijn generatie. Dat die film er überhaupt is gekomen – want dat zal door MacGowans nurkse gedrag lang niet gemakkelijk zijn geweest – lijkt me uiteindelijk pure winst.

My Psychedelic Love Story

Joanna Harcourt-Smith / SHOWTIME.

Allereerst is er gewoon een interview. Met Robert McNamara, Donald Rumsfeld of Steve Bannon. Protagonisten die ver voorbij hun gebruikelijke verhaal gaan. Gedwongen door een enkele indringende vraag of een onverwacht perspectief. Hoewel ze de regie nooit uit handen lijken te geven, komen ze toch op een totaal nieuwe manier in beeld. Ook door de briljante framing van het gesprek. Shots van boven of juist van onder, overshoulder, schuin of van opzij. Elke zinsnede kan daardoor een verrassing opleveren. En krijgt door de bijpassende beeldenpracht, virtuoze vormgeving en urgente soundtrack een onvermoede lading.

Het resulteerde in weergaloze documentaires: The Fog Of War (McNamara), The Unknown Known (Rumsfeld) en American Dharma (Bannon). Zo’n film wilde Joanna Harcourt-Smith ook wel. Gebaseerd op haar eigen boek Tripping The Bardo With Timothy Leary: My Psychedelic Love Story (102 min.). Ook doordat ze zich, na het zien van Errol Morris’ paranoïde serie Wormwood, begon af te vragen of ze in de jaren zeventig misschien, zonder dat ze het zelf in de gaten had, een werktuig van de CIA was geweest. Was haar stormachtige affaire met de LSD-goeroe, die uit een Amerikaanse gevangenis was ontsnapt en sindsdien als balling in Zwitserland verbleef, misschien onderdeel van een sluwe campagne van de buitenlandse veiligheidsdienst om Leary alsnog in de kraag te grijpen?

Die intrigerende vraag vormt het startpunt voor dit met veel verve opgediste levensverhaal van een Zwitsers high society-meisje, doorgewinterde femme fatale en losgeslagen hippie. Als twintiger op drift belandde ze in 1972 midden in de cultuuroorlog van haar tijd. Aan de zijde van de hogepriester van de geestverruimende middelen Timothy Leary, die alles representeerde wat de gevestigde orde toentertijd meende te moeten bevechten. Morris laat Joanna Harcourt-Smith helemaal leeglopen, checkt haar herinneringen zeker niet dood en geeft ze vervolgens vorm als een weelderige LSD-trip, waarin Alice in Wonderland botst op de ‘war on drugs’ van president Richard Nixon, Rolling Stone Keith Richards tegen het lijf loopt en soms in de voetsporen van de beruchte Manson Family dreigt te treden.

De vormgeving van haar monoloog, door Morris slechts een enkele keer onderbroken door een vraag of uitroep van verbazing, is zo overdonderend dat de verhaallijn soms ondergesneeuwd dreigt te raken: hallucinante graphics, schreeuwende krantenkoppen, Tarotkaarten, raak getimede archiefbeelden en bijzonder dwingende muziek. Harcourt-Smith probeert iedereen bij de les te houden met haar opmerkelijke ontboezemingen, kwieke oneliners en slim uitgeserveerde lach. Een typisch Errol Morris-personage kortom, dat onder zijn hoede een geheel eigen web weeft tussen feit en fictie.

Las Tres Muertes De Marisela Escobedo

Netflix

In eerste instantie lijkt het een traditioneel true crime-relaas te worden: jonge vrouw is uit de weg geruimd door jaloerse echtgenoot. Haar moeder Marisela Escobedo Ortiz, de protagonist van deze vertelling, probeert vervolgens recht te halen. Eerst moet alleen het stoffelijk overschot van haar zestienjarige dochter Rubí worden gevonden. En dan neemt dat ogenschijnlijk licht voorspelbare verhaal, met typische Latijns-Amerikaans melodrama opgedist, een onverwachte wending.

Die crime passionel blijkt in Las Tres Muertes De Marisela Escobedo (109 min.) de opmaat naar een groter verhaal over de samenleving waarbinnen die zich heeft afgespeeld: het Mexico waar drugskartels de dienst uitmaken en een mensenleven een soort wegwerpartikel is. Letterlijk. Zeker een vrouwenleven, getuige de feminicide in het land. Rubí is slechts één van de vele vermiste vrouwen van Ciudad Juárez. En ze zal ook niet het laatste slachtoffer in deze zaak zijn.

Het schokkende verhaal van Marisela en haar kinderen is exemplarisch voor de maalstroom van corruptie, incompetentie en geweld die het Midden-Amerikaanse land nu al jaren in zijn greep houdt en die door regisseur Carlos Pérez Osorio met direct betrokkenen uit en te na wordt gereconstrueerd. Intussen wordt Sergio Barraza Bocanegra, Rubí’s gewelddadige ex, lid van de beruchte drugsbende Los Zetas. Hij raakt zo steeds verder buiten bereik van justitie en Marisela zelf, die hem nog altijd wil (laten) inrekenen.

Cannabis

KRO-NCRV

Hij is een wat tragische ‘poster boy’ geworden voor het Nederlandse softdrugsbeleid: Johan van Laarhoven, de grote man van de coffeeshopketen The Grass Company. In 2014 werd de Brabander gearresteerd in Thailand. Hij zou voor jaren achter de tralies verdwijnen en moest zien te overleven in ronduit erbarmelijke omstandigheden. Het initiatief voor zijn aanhouding zou volgens zijn broer en compagnon Frans en z’n advocaten Gerard Spong en Sidney Smeets zijn gekomen vanuit het drugsgidsland Nederland. Iets wat door het Openbaar Ministerie dan weer wordt genuanceerd.

De zaak Van Laarhoven loopt als een rode draad door de zesdelige serie Cannabis (304 min.) waarin Arjen Sinninghe Damsté stijlvol door de geschiedenis van het Nederlandse softdrugsbeleid zwiert. Van het hippiefestival Kralingen en de allereerste Amsterdamse coffeeshops tot de hedendaagse wietzolders, internationale cannabisindustrie en medicinale wiet. In de tussenliggende jaren is er altijd reuring geweest rond het vaderlandse gedoogbeleid. Was het niet de aanhoudende kritiek vanuit Amerika, waar al decennia een ‘war on drugs’ wordt uitgevochten, dan ontstond er wel een enorm schandaal rond het feit dat politie en justitie enorme hoeveelheden drugs bleken te hebben doorgelaten, de zogenaamde IRT-affaire.

Cannabis geeft crimefighters het woord, maar focust zich vooral op de vrije jongens die ooit besloten om een boterham te gaan verdienen met hashhandel. Zij zouden stelselmatig worden gemangeld tussen de steeds steviger optredende overheid en de altijd weer brutaler denkende georganiseerde misdaad. Zo kreeg Henk de Vries, eigenaar van de befaamde coffeeshop The Bulldog, tussen de invallen van de politie en belastingdienst door bijvoorbeeld ineens bezoek van ene Klaas Bruinsma. Het criminele kopstuk kondigde doodleuk een vijandige overname van de coffeeshop aan. Niet veel later werd Bruinsma geliquideerd. De Vries had er niets mee van doen, zegt hij. ‘Ik moet er enkel bij zeggen: ik was op dat moment wel bereid om het te doen. Iemand anders heeft mijn probleem opgelost.’

Met zulke verhalen uit alle uithoeken van de softdrugswereld dringt Cannabis, lekker sjiek gefilmd en verlevendigd met bijzonder fijn archiefmateriaal, door tot het hart van een business die zich noodgedwongen op het snijvlak tussen legaal en illegaal afspeelt. Een sleutelrol is daarbij weggelegd voor de joyeuze verteller Tom Vermeir. Met losse, informele voice-overs, die qua toonzetting doen denken aan de series Schuldig en Stuk, en het nodige kunst- en vliegwerk houdt hij de verschillende verhaallijnen en personages bij elkaar. Vermeir moet ook steeds de verbinding leggen met de zaak Van Laarhoven, waarin Nederlands dubbelhartige houding tegenover softdrugs, vervat in die ene multi-interpretabele term ‘gedogen’, nog eens goed onder het vergrootglas komt te liggen.

De kwestie rond de Brabantse coffeeshophouder claimt gaandeweg steeds meer ruimte. Als in de slotafleveringen de vraag op tafel komt of Van Laarhoven naar Nederland kan worden gehaald (en of hij hier dan nog de rest van zijn straf moet uitzitten), schaart Sinninghe Damsté zich bovendien heel nadrukkelijk aan zijn kant en krijgt het Openbaar Ministerie ondubbelzinnig de schurkenrol toebedeeld. Het is een laatste akte die deze ambitieuze serie enigszins uit het lood trekt.